RvS-50086
🏛️ Raad van State
📅 2025-12-31
🌐 FR
Rechtsgebied
burgerlijk_recht
bestuursrecht
Geciteerde wetgeving
GW
Volledige tekst
RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.
A R R E S T
nr. 50.086 van 8 november 1994
in de zaak A. 59.295/IV-14.744.
In zake : 1. de n.v. GWK BELGIUM,
2. de n.v. DE GRENSWISSELKANTOREN,
die woonplaats kiezen bij
Advocaat B. ROBINSON,
kantoor houdende te DEURLE,
Brandstraat 106
tegen :
de Nationale Maatschappij der Belgische
Spoorwegen (N.M.B.S.),
die woonplaats kiest bij
Advocaat bij het Hof van Cassatie Ph. GERARD
en Advocaat K. RONSE,
kantoor houdende te BRUSSEL,
Louizalaan 523.
-----------------------------------------------------
D E R A A D V A N S T A T E, IVe K A M E R,
Gezien het verzoekschrift dat de n.v. GWK
BELGIUM en de n.v. DE GRENSWISSELKANTOREN op 8 augustus
1994 hebben ingediend om de schorsing te vorderen van de
tenuitvoerlegging van "de beslissing van de N.M.B.S. van
ongekende datum om over te gaan tot belangenneming in de
n.v. CAMRAIL door een inbreng in die vennootschap van
het recht op de uitbreiding en de hernieuwing, voor een
periode tot 31 december 2025, van de concessie die
voorheen, krachtens een overeenkomst d.d. 16 juni 1971,
laatstelijk verlengd op 31 december 1987, en laatstelijk
gewijzigd op 17 maart 1994, was verleend aan de eenvou-
dige commanditaire vennootschap ’PETERBROECK,
VAN CAMPENHOUT & CIE’ en die als voorwerp had het
gebruik van lokalen en standplaatsen, behorend tot het
Belgisch spoorwegnet en bestemd voor de uitoefening van
wisselactiviteiten en, bijkomend, het aanbod aan het
publiek van bepaalde waarden";
IV-14.744-1/7
Gelet op de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de ar-
tikelen 17 en 18;
Gezien de nota van de verwerende partij;
Gezien het verslag opgemaakt door Eerste
Auditeur P. DE WOLF;
Gelet op de kennisgeving van het verslag aan
partijen;
Gelet op de beschikking van 3 oktober 1994
waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 oktober
1994;
Gehoord het verslag van Staatsraad
M.-R. BRACKE;
Gehoord de opmerkingen van Advocaat
B. ROBINSON, die verschijnt voor de verzoekende
partijen, en van Advocaat K. RONSE, die verschijnt voor
de verwerende partij;
Gehoord het eensluidend advies van Eerste
Auditeur P. DE WOLF;
Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973;
1. Overwegende dat de gegevens van de zaak
kunnen worden samengevat als volgt :
1.1. Op 16 juni 1971 sluit de N.M.B.S. met de
(toenmalige) eenvoudige commanditaire vennootschap
"PETERBROECK, VAN CAMPENHOUT & CIE, wisselagenten" een
"contrat d’occupation" betreffende lokalen binnen de
IV-14.744-2/7
stations Antwerpen-Centraal, Gent-Sint-Pieters,
Brussel-Noord, -Zuid en -Centraal.
In artikel 1 is bepaald dat de N.M.B.S. het
genot van de lokalen binnen de stations verleent ten-
einde er wisselkantoren in uit te baten. Luidens arti-
kel 2 treedt het contract in werking op 1 januari 1971
om te eindigen op 31 december 1979.
Die overeenkomst wordt verschillende malen
verlengd. Op 31 december 1987 wordt de overeenkomst
verlengd tot 31 december 1995.
1.2. In hun verzoekschrift schrijven de verzoe-
kende partijen dat de tweede verzoekende partij sinds
1989 contact onderhoudt met de N.M.B.S. en met de firma
"PETERBROECK, VAN CAMPENHOUT & CIE" met het oog op de
overname van de wisselactiviteiten van die firma.
De tweede verzoekende partij is een vennoot-
schap naar Nederlands recht die onder meer als statutair
doel heeft "de handel in vreemde valuta, onder meer door
de exploitatie van wisselkantoren aan de grensovergan-
gen, op de stations en op andere plaatsen, het verrich-
ten van financiële diensten, zowel als principaal als
als agent van derden, alsmede het verrichten van alle
andere handelingen en werkzaamheden en het verlenen van
alle andere diensten die daarmee verband houden of
daaraan bevorderlijk kunnen zijn, alles in de meest
uitgebreide zin".
De eerste verzoekende partij is een
Belgische dochtervennootschap van de Nederlandse
n.v. DE GRENSWISSELKANTOREN en heeft onder meer tot
statutair doel het "bemiddelen in wissel-, bank- en
verzekeringsactiviteiten, het verhandelen van edelmeta-
len en munten; het participeren in geldwisselkantoren,
banken, verzekeringsmaatschappijen, effectenkantoren en
andere financiële instellingen; het functioneren als
douaneagent. Het verlenen van financiële diensten in de
ruimste zin des woords, met uitzondering van die acti-
IV-14.744-3/7
viteiten die vallen onder het toezicht van de bankcom-
missie, tenzij de toestemming hiervoor verkregen is".
1.3. Op 29 oktober 1993 wordt de n.v. CAMRAIL
opgericht door de commanditaire vennootschap
"PETERBROECK, VAN CAMPENHOUT & CIE" en de n.v. "PETERCAM
SECURITIES".
De n.v. CAMRAIL heeft tot statutair doel de
verhandeling van deviezen, edele metalen en andere
lichamelijke waarden.
De inbreng van de commanditaire vennootschap
"PETERBROECK, VAN CAMPENHOUT & CIE" bestaat hoofdzake-
lijk uit de wisselactiviteiten van die firma met inbe-
grip van de rechten voortvloeiend uit de bovenvermelde
overeenkomst met de N.M.B.S. inzake het gebruik van de
lokalen binnen de stations Brussel-Zuid, Brussel-Noord,
Brussel-Centraal, Antwerpen-Centraal en Liège-
Guillemins bestemd voor de uitoefening van wisselacti-
viteiten.
1.4. Op 8 maart 1994 stemt de raad van bestuur
van de N.M.B.S. in met het voorstel om toe te treden tot
het kapitaal van de n.v. CAMRAIL en daarbij "het recht
op vernieuwing en uitbreiding van de lopende concessie"
in te brengen.
Op 31 maart 1994 besluit de buitengewone
algemene vergadering van de n.v. CAMRAIL onder meer het
kapitaal te verhogen met 40 miljoen frank door creatie
van 4000 nieuwe aandelen die worden toegekend aan de
N.M.B.S. als vergoeding voor de inbreng van het recht
tot uitbreiding en hernieuwing, voor een periode eindi-
gend op 31 december 2025 van de "bezettingsovereenkomst"
van 16 juni 1971.
Een uittreksel uit de notariële akte van
kapitaalverhoging van de n.v. CAMRAIL wordt gepubliceerd
in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 27 april
1994.
IV-14.744-4/7
2. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2,
van de gecoördineerde wetten op de Raad van State
slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan
worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige
middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de
aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en
dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden
akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig
nadeel kan berokkenen;
2.1. Overwegende wat de voorwaarde van het
moelijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de
verzoekende partijen in essentie betogen dat de groep
GWK, zijnde een internationale groep die actief is op
het gebied van financiële dienstverlening in toeris-
tische centra en in vervoersknooppunten, ernaar streeft
de belangrijke positie die zij in de Nederlandse
stations heeft, via haar dochtermaatschappij, de eerste
verzoekende partij, ook in België uit te bouwen, dat die
commerciële betrachting wordt doorkruist door de be-
streden beslissing, die ertoe strekt aan de n.v. CAMRAIL
een exclusief recht te verlenen voor wisselactiviteiten
in bepaalde stations en een voorkeurrecht voor die
activiteiten in andere stations en die eveneens mede-
brengt dat het de verzoekende partijen verboden wordt
reclame te maken in de stations, met alle negatieve
gevolgen vandien op financieel vlak, op het vlak van
naambekendheid en concurrentiepositie;
2.2. Overwegende dat het voorkeurrecht waarover
de n.v. CAMRAIL krachtens de bestreden beslissing
beschikt duurt tot het jaar 2025; dat er kan worden van
uitgegaan dat geruime tijd vóór het verstrijken van die
termijn, de Raad van State over het annulatieberoep
uitspraak zal hebben gedaan; dat bij een eventuele
annulatie van de bestreden beslissing de n.v. CAMRAIL
haar voorkeurrecht verliest en de verzoekende partijen
de kans zullen krijgen om de begeerde deviezenverrich-
IV-14.744-5/7
tingen en andere financiële activiteiten in de Belgische
stations uit te voeren en er reclame voor te maken; dat
het aangevoerde nadeel kan worden goedgemaakt door een
annulatiearrest en alzo niet moeilijk te herstellen
valt;
Overwegende dat de verzoekende partijen niet
aantonen dat het hangende de annulatieprocedure geleden
nadeel, dat in wezen een financieel nadeel betreft, voor
hen een ernstig nadeel uitmaakt; dat, immers, zoals de
verwerende partij terecht stelt en zoals dat ook blijkt
uit een brief van 5 augustus 1992 van de eerste verzoe-
kende partij aan de verwerende partij, de verzoekende
partijen deel uitmaken van een sterke internationale
groep, de FORTIS GROEP, en van de Nederlandse Spoorwe-
gen; dat zij niet alleen wisselactiviteiten verrichten
in spoorwegstations maar ook financiële diensten ver-
lenen in de meest uitgebreide zin zoals verzekeringen
alsook toeristische diensten in spoorwegstations,
luchthavens, grensovergangen en andere plaatsen; dat
daarenboven niets belet dat de verzoekende partijen
wisselactiviteiten uitoefenen in de onmiddellijke
omgeving van de stations van de N.M.B.S. en aldaar
publiciteit voeren;
Overwegende dat voorgaande vaststellingen
volstaan om te besluiten dat de tenuitvoerlegging van de
bestreden beslissing aan de verzoekende partijen geen
moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent; dat
zulks volstaat om de vordering af te wijzen; dat het
overbodig is de door de verwerende partij opgeworpen
excepties van onontvankelijkheid te onderzoeken,
B E S L U I T :
Enig artikel.
De vordering tot schorsing wordt verworpen.
IV-14.744-6/7
Aldus te Brussel uitgesproken in openbare
terechtzitting, op acht november 1900 vierennegentig,
door de IVe kamer, die was samengesteld uit :
de HH. J. BORRET, kamervoorzitter,
J. DE BRABANDERE, staatsraad,
Mevr. M.-R. BRACKE, staatsraad,
S. VAN AELST, griffier.
De griffier, De voorzitter,
S. VAN AELST. J. BORRET.
IV-14.744-7/7