Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
2 APRIL 1962. - [Wet betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen] <Opschrift vervangen door W2006-08-26/30, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-01-1989 en tekstbijwerking tot 15-01-2024)
Titre
2 AVRIL 1962. - [Loi relative à la Société fédérale de Participations et d'Investissement et les sociétés régionales d'investissement]<Intitulé remplacé par L2006-08-26/30, art. 6, 009; En vigueur : 01-11-2006> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-01-1989 et mise à jour au 15-01-2024)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (65)
Texte (65)
HOOFDSTUK I. - De (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM))
CHAPITRE I. - La (Société fédérale de Participations et d'Investissement ("SFPI")). &gt;
Afdeling I. - Algemeen.)
Section Ière. -Généralités.
Artikel 1. § 1. (lid 1 opgeheven.) <KB 1994-07-20/32, art. 5, 006; Inwerkingtreding : onbepaald >
  De financiële instellingen van openbaar nut die daartoe door de Koning zijn gemachtigd, kunnen, eventueel met afwijking van hun organieke wet of hun statuten, participaties nemen in het kapitaal van de (FPIM) <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  (De gezamenlijke participaties van de Staat en van de financiële instellingen van openbaar nut moeten ten minste 75 % van het kapitaal bedragen. De effecten die deze participaties vertegenwoordigen kunnen alleen worden overdragen aan de Staat of aan andere financiële instellingen als bedoeld in het tweede lid.)
  § 2. (De (FPIM) staat onder de controle van de Minister van Financiën en van de Minister van Economische Zaken. Deze kunnen zich verzetten tegen de uitvoering van elke maatregel die zou indruisen hetzij tegen de wetten en besluiten [2 , de statuten of het beheerscontract]2, hetzij tegen de prioritaire doeleinden van het financieel beleid van de Staat. [4 Deze controle wordt uitgeoefend door toedoen van twee regeringscommissarissen.]4 <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  [4 Een van de commissarissen wordt voorgedragen door de minister van Financiën, de andere door de minister van Economische Zaken. Zij worden door de Koning benoemd.]4
  [4 De regeringscommissarissen hebben]4 het recht om kennis te nemen van alle beslissingen van de algemene vergadering, van de raad van bestuur en, desgevallend, van het orgaan belast met het dagelijks bestuur, om alle nodige controles uit te voeren en om zich alle daartoe nuttige inlichtingen en stukken te doen verstrekken.
  [4 Elke regeringscommissaris woont de vergaderingen van de raad van bestuur bij, waarbij hij voorafgaandelijk op de hoogte werd gesteld van de agenda ervan, wanneer hij dit nuttig acht. Elke regeringscommissaris heeft er een raadgevende stem.]4
  [4 Elke regeringscommissaris schorst en brengt zowel de minister van Financiën als de minister van Economische Zaken op de hoogte van elke beslissing van de raad van bestuur die zou indruisen tegen hetzij de wetten en besluiten, de statuten of het beheerscontract, hetzij de prioritaire doeleinden van het financieel beleid van de Staat. Daartoe beschikt elke regeringscommissaris over een termijn van vier vrije dagen; deze termijn gaat in op de dag van de vergadering waarop de beslissing is genomen, voor zover de regeringscommissarissen hiervoor regelmatig werden opgeroepen en, indien dit niet het geval is, vanaf de dag waarop zij kennis hebben gekregen van de beslissing.]4
  Indien de Minister van Financiën en de Minister van Economische Zaken gezamenlijk geen uitspraak hebben gedaan binnen acht dagen na de schorsing, mag de beslissing ten uitvoer worden gelegd.
  Wanneer de raad van bestuur evenwel de dringende noodzaak heeft ingeroepen, beschikt [4 elke regeringscommissaris]4 over een termijn van twee vrije dagen om de zaak voor te leggen aan de Minister van Financiën en Economische Zaken. De in het zesde lid voorgeschreven termijn wordt in dit geval teruggebracht tot twee vrije dagen.
  De vergoeding [4 van de regeringscommissarissen]4 wordt [4 gezamenlijk vastgesteld door de minister van Financiën en de minister van Economische Zaken]4 en uitbetaald door de Staat. Zij wordt gedragen door de vennootschap.
  [4 Met inachtneming van de regels inzake overheidsopdrachten wijzen de ministers van Financiën en Economische Zaken, elk voor de door hem voorgedragen regeringscommissaris, zo nodig deskundigen aan om de regeringscommissarissen bij te staan. De vergoeding van de deskundigen wordt betaald door de Staat en komt ten laste van de onderneming.]4
  § 3. (De (FPIM) is een naamloze vennootschap waarop [1 het [3 Wetboek van vennootschappen en verenigingen]3]1 van toepassing [1 is]1, voor zover hiervan niet wordt afgeweken door deze wet of, wegens de speciale aard van de vennootschap, door haar statuten.) <KB 1994-07-20/32, art. 5, 006; Inwerkingtreding : onbepaald > <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  § 4. (De statuten van de (FPIM) en de wijzigingen ervan worden vastgesteld door de algemene vergadering. Ten minste vijftien dagen vóór de vergadering wordt samengeroepen, wordt het ontwerp van de beraadslagingen van deze vergadering meegedeeld [5 aan de regeringscommissarissen bedoeld in § 2]5. De statutaire bepalingen die afwijken van [1 het [3 Wetboek van vennootschappen en verenigingen]3]1 treden pas in werking na goedkeuring door de Koning. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  De algemene vergadering brengt de statuten in overeenstemming met de wet binnen de hierin vastgestelde termijn. Zoniet worden zij gewijzigd bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.) <KB 1994-07-20/32, art. 5, 006; Inwerkingtreding : onbepaald >
  
Article 1. § 1. (alinéa abrogé) <AR 1994-07-20/32, art. 5, 006; En vigueur : indéterminée >
  Les institutions financières d'intérêt public habilitées par le Roi peuvent prendre des participations dans le capital de la (SFPI), le cas échéant par dérogation à leur organique ou à leurs statuts. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  (L'ensemble des participations de l'Etat et des institutions financières d'intérêt public doit représenter au minimum 75 % du capital. Les titres représentatifs de ces participations ne sont cessibles qu'á l'Etat ou à des institutions financières visées à l'alinéa 2.)
  § 2. (La (SFPI) est placée sous le contrôle du Ministre des Finances et du Ministre des Affaires économique. Ceux-ci peuvent s'opposer à l'exécution de toute mesure qui serait contraire soit aux lois et arrêtés [2 , aux statuts ou au contrat de gestion]2, soit aux objectifs prioritaires de la politique financière de l'Etat. [4 Ce contrôle est exercé à l'intervention de deux commissaires du gouvernement]4. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  [4 L'un des commissaires est proposé par le ministre des Finances, l'autre est proposé par le ministre des Affaires économiques. Ils sont nommés par le Roi.]4
  [4 Les commissaires du gouvernement ont]4 le droit de prendre connaissance de toutes les décisions de l'assemblée générale, du conseil d'administration et, le cas échéant, de l'organe chargé de la gestion journalière, de procéder à toutes les vérifications nécessaires et de se faire produire tous les renseignements et documents utiles à cet effet.
  [4 Chaque commissaire du gouvernement assiste, quand il le juge utile, aux réunions du conseil d'administration, l'ordre du jour de ces réunions leur étant préalablement communiqué. Chaque commissaire du gouvernement y a voix consultative.]4
  [4 Chaque commissaire du gouvernement suspend et dénonce conjointement au ministre des Finances et au ministre des Affaires économiques toute décision du conseil d'administration qui serait contraire, soit aux lois et arrêtés, aux statuts ou au contrat de gestion, soit aux objectifs prioritaires de la politique financière de l'Etat. A cet effet, chaque commissaire du gouvernement dispose d'un délai de quatre jours francs; ce délai court à partir du jour de la réunion à laquelle la décision a été prise, pour autant que les commissaires du gouvernement y aient été régulièrement convoqués et, dans le cas contraire, à partir du jour où ils en ont reçu connaissance.]4
  Si le Ministre des Finances et le Ministre des Affaires économiques n'ont pas conjointement statué dans les huit jours de la suspension, la décision peut être exécutée.
  Toutefois, si le conseil d'administration a invoqué l'urgence, [4 chaque commissaire du gouvernement]4 dispose d'un délai de deux jours francs pour saisir les Ministres des Finances et des Affaires économiques. Le délai prévu à l'alinéa 6 est, en ce cas, réduit à deux jours francs.
  La rémunération [4 des commissaires du gouvernement]4 est [4 fixée conjointement par le ministre des Finances et le ministre des Affaires économiques]4 et payée par l'Etat. Elle est supportée par la société.
  [4 Dans le respect des règles qui régissent les marchés publics, les ministres des Finances et des Affaires économiques, chacun en ce qui concerne le commissaire du gouvernement qu'il a proposé, désignent, en cas de besoin, les experts chargés d'assister les commissaires du gouvernement. La rémunération des experts est payée par l'Etat et supportée par la société.]4
  § 3. (La (SFPI) est une société anonyme régie par [1 le [3 Code des sociétés et des associations]3]1 dans la mesure où il n'y est pas dérogé par la présente loi ni, en raison de la nature spéciale de la société, par ses statuts.) <AR 1994-07-20/32, art. 5, 006; En vigueur : indéterminée > <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  § 4. (Les status de la (SFPI) et leurs modifications sont arrêtés par l'assemblée générale. Le projet de délibération de celle-ci est communiqué [5 aux commissaires du gouvernement visés au § 2]5, quinze jours au moins avant la convocation de l'assemblée. Les dispositions statutaires dérogeant [3 au Code des sociétés et des associations]3 n'entrent en vigueur qu'après approbation par le Roi. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  L'assemblée générale conforme les statuts à la loi dans le délai que celle-ci détermine. A défaut, ils sont modifiés par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.) <AR 1994-07-20/32, art. 5, 006; En vigueur : indéterminée >
  
Art.2. <W 30-03-1976, art. 2> § 1. (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) heeft tot doel enerzijds, in het belang van de Belgische economie, en rekening houdend met de industriële politiek van de Staat, de oprichting, de reorganisatie of de uitbreiding te bevorderen van privé-bedrijven die de vorm hebben [2 van een naamloze vennootschap, een Europese vennootschap, een besloten vennootschap of een coöperatieve vennootschap]2.) <W 04-08-1978, art. 98> <W 15-07-1985, art. 15> <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  Om dat doel te bereiken, kan de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) onder meer : <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  1° deel uitmaken van verenigingen, groepen, syndikaten voor studie of onderzoek die gevormd zijn met het oog op het oprichten of het reorganiseren van ondernemingen;
  2° een gedeelte van het kapitaal [2 of van het eigen vermogen]2 inbrengen bij de oprichting van een vennootschap, deelnemen aan een kapitaalverhoging [2 of aan een verhoging van het eigen vermogen]2 of [2 voorkeurrechten uitoefenen]2;
  3° een participatie [2 ...]2 op een andere wijze verkrijgen;
  4° [2 inschrijven op of verkrijgen winstbewijzen, certificaten die betrekking hebben op aandelen, winstbewijzen, converteerbare obligaties of inschrijvingsrechten, converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten en, meer in het algemeen, alle effecten die rechtstreeks of onrechtstreeks tot het kapitaal of tot het eigen vermogen toegang geven en alle effecten die op dergelijke effecten recht geven, met inbegrip van de sluiting van elke optieovereenkomst]2;
  5° de verrichtingen uitvoeren welke op de voormelde opdrachten betrekking hebben [2 met inbegrip van met name de toekenning van alle voorschotten aan de ondernemingen waarin zij een deelneming heeft]2 of welke aan de bescherming van haar patrimoniale belangen beantwoorden.
  (§ 2. De (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en eveneens haar bestaande of op te richten dochtervennootschappen gespecialiseerd <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  1. inzake herstructurering en bijstand in het beheer van ondernemingen,
  2. inzake energie,
  3. inzake internationale investeringen,
  4. alsmede inzake elke materie, op voorstel van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij), en na goedkeuring bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  en de gespecialiseerde dochtervennootschappen opgericht bij toepassing van paragraaf 3 infra, hebben anderzijds tot doel het economisch overheidsinitiatief te bevorderen. Daartoe kunnen zij overgaan tot of deelnemen aan de oprichting van ondernemingen [2 ...]2, participaties verwerven en belangen nemen in dergelijke ondernemingen en deelnemen in het beheer ervan.
  Om dat doel te bereiken, mogen de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en haar gespecialiseerde dochtervennootschappen, door inbrengen, participatieoverdrachten, fusies, splitsingen of anderszins, alle belangen opnemen in verenigingen, syndicaten en vennootschappen en alle financiële en onroerende verrichtingen doen, alle ondernemingen aangaan en alle verrichtingen uitvoeren die rechtstreeks of onrechtstreeks met dat doel verband houden of van die aard zijn dat ze de verwezenlijking ervan kunnen bevorderen. Ze mogen onder meer alle roerende en onroerende goederen kopen, verkopen, huren en beheren.) <W 04-08-1978, art. 98> <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  (§ 3. De (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en haar gespecialiseerde dochtervennootschappen hebben bovendien tot doel bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de industriële politiek van de Staat [1 en tot de afwikkeling van financiële instellingen]1. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  Zij zijn verplicht alle opdrachten te vervullen die hun bij bijzondere wetten of bij in Ministerraad overlegde koninklijke besluiten worden toevertrouwd.
  De Staat verschaft aan de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en aan haar gespecialiseerde dochtervennootschappen de financiële middelen die nodig zijn voor de vervulling van deze opdrachten en voor de dekking van de lasten die er voor hen uit voortvloeien. De operaties die door de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en haar gespecialiseerde dochtervennootschappen verricht werden ter uitvoering van deze opdrachten worden op onderscheiden wijze voorgesteld in hun rekeningen. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  Ten einde dit doel te verwezenlijken beschikken de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en haar gespecialiseerde dochtervennootschappen over de financiële technieken vermeld in §§ 1 en 2 van dit artikel.) <W 04-08-1978, art. 98> <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  (§ 3bis. De federale regering, kan voor alle materies die tot haar bevoegdheid behoren, advies inwinnen bij de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en haar gespecialiseerde dochtermaatschappijen, in het kader van haar wettelijke opdrachten, omtrent mogelijke projecten tot oprichting van rechtspersonen, hervorming of participatie in deze door de Staat, door een federale overheidsbedrijf of door een federale overheidsinstelling.
  Dit advies wordt verstrekt op vraag van de toezichthoudende ministers. Het is van financiële, economische en juridische aard.) <W 2006-08-26/30, art. 9, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  (§ 4. De (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en haar gespecialiseerde dochtervennootschappen [2 treden op als actieve aandeelhouder en onderhouden een strategische dialoog met de ondernemingen waarin ze participeren of investeren]2 krachtens de §§ 2 en 3 van dit artikel. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  Wat betreft de verrichtingen en tussenkomsten waartoe besloten wordt krachtens § 1, wordt het beginsel van actief beheer en vertegenwoordiging toegepast overeenkomstig hetgeen partijen daaromtrent zullen bedingen.) <W 04-08-1978, art. 98> <KB 1994-06-16/31, art. 2, 006; Inwerkingtreding : onbepaald >
  § 5. De (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) mag een beroep doen op de diensten van derden en ze belasten met elke opdracht die voor de verwezenlijking van haar doel nuttig is. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  Ze is niet onderworpen aan de regels met betrekking tot de aanbesteding van werken, leveringen en diensten.
  
Art.2. <L 30-03-1976, art. 2> § 1. (La (Société fédérale de Participations et d'Investissement) a pour objet d'une part de favoriser, dans l'intérêt de l'économie belge, et compte tenu de la politique industrielle de l'Etat, la création, la réorganisation, ou l'extension d'entreprises privées ayant la forme de [2 sociétés anonymes, de sociétés européennes, de sociétés à responsabilité limitée ou de sociétés coopératives]2.) <L 04-08-1978, art. 98> <L 15-07-1985, art. 15> <AR 1994-06-16/31, art. 2, 006; En vigueur : indéterminée > <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  En vue de la réalisation de cet objet, la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) peut notamment : <AR 1994-06-16/31, art. 2, 006; En vigueur : indéterminée > <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  1° faire partie d'associations, groupes, syndicats d'études ou de recherches, constitués en vue de la création ou de la réorganisation d'entreprises;
  2° apporter une partie du capital [2 ou des capitaux propres]2 lors de la constitution d'une société, prendre part à une augmentation de capital [2 ou des capitaux propres]2 ou exercer les droits de souscription [2 préférentielle]2;
  3° acquérir, d'une autre manière, une participation [2 ...]2;
  4° [2 souscrire ou acquérir des parts bénéficiaires, des certificats se rapportant à des actions, parts bénéficiaires, obligations convertibles ou droits de souscription, des obligations convertibles et des droits de souscription et, plus généralement, tous titres donnant directement ou indirectement accès au capital ou aux capitaux propres et tous titres donnant droit à de tels titres, en ce compris la conclusion de toute convention d'option;]2
  5° accomplir les opérations se rapportant aux interventions précitées [2 en ce compris notamment l'octroi de toutes avances aux entreprises dans lesquelles elle détient une participation]2 ou répondant à la protection de ses intérêts patrimoniaux.
  (§ 2. D'autre part, la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et également ses filiales spécialisées, existantes ou à créer <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  1. en matière de restructuration et assistance à la gestion d'entreprises,
  2. en matière d'énergie,
  3. en matière d'investissement international,
  4. ainsi qu'en chaque matière, sur proposition de la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et après approbation par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  et les filiales spécialisées créées en application du paragraphe 3 ci-après, ont pour objet de promouvoir l'initiative économique publique. Elles peuvent, à cette fin, procéder ou participer à la création d'entreprises [2 ...]2, prendre des participations et intérêts dans de telles entreprises et participer à leur gestion.
  En vue de la réalisation de cet objet, la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et ses filiales spécialisées peuvent, par voie d'apports, de cessions de participations, de fusions, de scissions ou autrement, prendre tous intérêts dans des associations, syndicats et sociétés et faire toutes opérations financières et immobilières, engager toutes entreprises et faire toutes opérations se rapportant directement ou indirectement à cet objet ou de nature à en favoriser la réalisation. Elles peuvent notamment acheter, vendre, louer et gérer tous biens immobiliers et mobiliers.) <L 04.08.1978, art. 98> <AR 1994-06-16/31, art. 2, 006; En vigueur : indéterminée > <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  (§ 3. La (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et ses filiales spécialisées ont en outre pour objet de contribuer à la mise en oeuvre de la politique industrielle de l'Etat [1 et à la résolution d'institutions financières]1. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  Elles sont tenues d'accomplir toutes missions qui leur sont confiées par des lois spéciales ou par des arrêtés royaux délibérés en Conseil des Ministres.
  L'Etat procure à la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et à ses filiales spécialisées les ressources financières nécessaires à l'accomplissement de ces missions et à la couverture des charges qui en découlent pour elles. Les opérations exécutées par la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et ses filiales spécialisées en application de ces missions sont présentées de façon distincte dans les comptes. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  En vue de la réalisation de cet objet la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et ses filiales spécialisées disposent des techniques financières mentionnées aux §§ 1er et 2 du présent article.) <L 04-08-1978, art. 98> <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  (§ 3bis. Le gouvernement fédéral peut, dans toute matière relevant de sa compétence, solliciter l'avis de la Société fédérale de Participations et d'Investissement et ses filiales spécialisées, dans le cadre de leurs missions légales, sur les projets potentiels de constitution de personnes morales, de la réforme ou de la participation dans celles-ci par l'Etat, par une entreprise publique fédérale ou par une institution publique fédérale.
  Cet avis est donné à la demande des ministres de tutelle. Il est d'ordre financier, économique et juridique.) <L 2006-08-26/30, art. 9, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  (§ 4. La (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et ses filiales spécialisées [2 interviennent à titre d'actionnaire actif et maintiennent un dialogue stratégique avec les entreprises dans lesquelles elles détiennent une participation ou investissent]2 en vertu des §§ 2 et 3 du présent article. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  Quant aux opérations et interventions décidées en vertu du § 1er, le principe de la gestion active et de la représentation sera appliqué conformément aux conventions que les parties concernées concluront à cet égard) <L 04-08-1978, art. 98> <AR 1994-06-16/31, art. 2, 006; En vigueur : indéterminée >
  § 5. La (Société fédérale de Participations et d'Investissement) peut recourir aux services de tiers et les charger de toute mission utile à la réalisation de son objet. <AR 1994-06-16/31, art. 2, 006; En vigueur : indéterminée > <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  Elle n'est pas soumise aux règles relatives aux marchés publics de travaux, de fournitures et de services.
  
Art. 2bis. <W 04-08-1978, art. 98, § 5> De beslissingen tot uitvoering van de opdrachten van de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en haar gespecialiseerde dochtervennootschappen worden getroffen door de respectieve Raden van Beheer. Wanneer het om opdrachten gaat die voorzien zijn in artikel 2, § 1 of § 2, vermelden deze beslissingen of ze werden genomen in toepassing van de ene of de andere voornoemde paragraaf. Indien het opdrachten betreft voorzien in artikel 2, § 3, zijn de Raden van Beheer slechts belast met de uitvoering of de tenuitvoerlegging van de bijzondere wetten of ministeriële beslissingen. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
Art. 2bis. <L 04-08-1978 art. 98 § 5> Les décisions de réalisation des missions de la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et de ses filiales spécialisées sont prises par les Conseils d'Administration respectifs. Lorsqu'il s'agit des missions prévues à l'article 2, § 1 ou § 2, ces décisions indiquent si elles sont prises en application de l'un ou de l'autre des paragraphes précités. Lorsqu'il s'agit de missions prévues à l'article 2, § 3, les Conseils d'Administration sont uniquement chargés de l'exécution ou de la mise en oeuvre des lois spéciales ou des décisions ministérielles. <AR 1994-06-16/31, art. 2, 006; En vigueur : indéterminée > <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006> <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
Art. 2ter. <W 04-08-1978, art. 99, § 1> De gespecialiseerde dochtervennootschappen van de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) genieten van een ruime zelfstandigheid in hun beheer ten opzichte van de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij). (...) <KB 1994-06-16/31, art. 2, 006; Inwerkingtreding : onbepaald > <KB 1994-07-20/32, art. 6, 006; Inwerkingtreding : onbepaald > <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  De gespecialiseerde dochtervennootschappen van de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) zullen opgericht worden onder de vorm van naamloze vennootschappen. Voor al wat niet geregeld is door of krachtens deze wet, zijn de voorschriften betreffende de naamloze vennootschappen van toepassing op de bestaande of op te richten gespecialiseerde dochtervennootschappen [1 ...]1. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  De statuten, de samenstelling van de Raad van Beheer, de bevoegdheden van de Regeringscommissarissen en in voorkomend geval, de samenstelling en de bevoegdheid van het Directiecomité van de dochtervennootschap van de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) gespecialiseerd inzake herstructurering en bijstand in het beheer van ondernemingen en inzake energie, evenals van de gespecialiseerde dochtervennootschappen opgericht bij § 3 van artikel 2, maken het voorwerp uit van een beslissing door de betrokken Ministers en Staatssecretarissen. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  De werkingskosten van de dochtervennootschap gespecialiseerd inzake herstructurering en bijstand in het beheer van ondernemingen maken het voorwerp uit van een budget dat jaarlijks wordt vastgelegd. De financieringsmodaliteiten voor de vaste en variabele kosten, alsmede de voorfinanciering die zou vereist zijn, worden vastgesteld in een protocol opgemaakt tussen de dochtervennootschap en de betrokken Ministers en Staatssecretarissen.
  Wat de andere, niet in de vorige alinea bedoelde, gespecialiseerde dochtervennootschappen betreft, kan de totaliteit of een deel van hun werkingskosten ten laste worden gelegd van de respectieve budgetten van de betrokken ministeriële departementen na een beslissing van de Ministers van Financiën en Economische Zaken waarover in Ministerraad of in een in zijn schoot opgericht comité overleg werd gepleegd. Waar het om een deel gaat zal dit onder meer de kosten dekken die verbonden zijn aan een uitbreiding van het personeel onder arbeidsovereenkomst van wie de aanwerving noodzakelijk zou blijken, alsmede betrekking hebben op het ter beschikking stellen van fondsen vereist voor het financieren van de verrichtingen gedaan ter uitvoering van paragrafen 2 en 3 van het artikel 2.
  
Art. 2ter. <L 04-08-1978 art. 99 § 1> Les filiales spécialisées de la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) jouiront d'une large autonomie de gestion par rapport à la (Société fédérale de Participations et d'Investissement). (...) <AR 1994-06-16/31, art. 2, 006; En vigueur : indéterminée > <AR 1994-07-20/32, art. 6, 006; En vigueur : indéterminée > <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  Les filiales spécialisées de la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) seront constituées dans la forme des sociétés anonymes. Pour tout ce qui n'est pas explicitement réglé par ou en vertu de la présente loi, les prescriptions relatives aux sociétés [1 anonymes]1 sont applicables aux filiales spécialisées existantes ou à créer [1 ...]1. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  Les statuts, la composition du Conseil d'administration, les pouvoirs des Commissaires du Gouvernement et le cas échéant, la composition et les compétences du Comité de Direction, de la filiale de la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) spécialisée en matière de restructuration et assistance à la gestion d'entreprises et en matière d'énergie, ainsi que des filiales spécialisées créées en application du § 3 de l'article 2, font l'objet d'une décision des Ministres et Secrétaires d'Etat concernés. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  Les frais de fonctionnement de la filiale spécialisées en matière de restructuration et assistance à la gestion d'entreprise font l'objet d'un budget établi annuellement. Les modalités de financement des frais fixes et des frais variables, ainsi que les préfinancements qui pourraient être requis, seront définis dans un protocole établi entre la filiale et les Ministres et Secrétaires d'Etat concernés.
  En ce qui concerne les filiales spécialisées autres que celles dont il est question dans le précédent alinéa, la totalité ou une quote-part des frais de fonctionnement pourra être mise à charge des budgets respectifs des départements ministériels concernés après décision des Ministres des Finances et des Affaires économiques délibérée en Conseil des Ministres ou dans un comité fondé en son sein. S'il s'agit d'une quote-part, celle-ci couvrira les coûts afférents au renforcement du personnel à recruter sous contrat d'emploi qui pourrait s'avérer nécessaire, ainsi que les mises de fonds requises pour le financement des opérations faites en vertu des paragraphes 2 et 3 de l'article 2.
  
Art. 2quinquies. <W 04-08-1978, art. 99> In alle tussenkomsten van de Nationale Investeringsmaatschappij en haar gespecialiseerde dochtervennootschappen welke ook de betrokken paragraaf weze van artikel 2, wordt een tweevoudig oogmerk nagestreefd door de personen die belast zijn met het toezicht op en het voeren van het beleid van dergelijke tussenkomsten : <KB 1994-06-16/31, art. 2, 006; Inwerkingtreding : onbepaald >
  a) het belang van de Belgische economie door de tenuitvoerlegging van het Plan en de toepassing van de industriële politiek van de Staat enerzijds, en
  b) het toepassen van de regels van goed industrieel, financieel en commercieel beheer, alsmede het bekomen van een normale rendabiliteit, anderzijds.
Art. 2quinquies. <L 04-08-1978, art. 99> Dans tous les cas d'intervention de la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et de ses filiales spécialisées quel que soit le paragraphe en cause de l'article 2, un double objectif sera poursuivi par les personnes en charge de la surveillance et de la gestion desdites interventions :<L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  a) l'intérêt de l'économie belge par la mise en oeuvre du Plan et l'application de la politique industrielle de l'Etat d'une part, et
  b) l'application des règles de bonne gestion industrielle, financière et commerciale ainsi que l'obtention d'une rentabilité normale d'autre part.
Art. 2sexies. [1 § 1. De bijzondere regels en voorwaarden waaronder de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij de opdrachten vervult die haar bij deze wet zijn toevertrouwd, worden vastgelegd in een beheerscontract tussen de Staat en de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij.
   § 2. Elke uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde in het beheerscontract wordt voor niet geschreven gehouden.
   [2 De artikelen 5.90 tot 5.96 van het Burgerlijk Wetboek zijn]2 niet van toepassing op het beheerscontract. De partij jegens wie een verbintenis in het beheerscontract niet is uitgevoerd kan slechts de uitvoering van de verbintenis vorderen alsmede, in voorkomend geval, schadevergoeding, onverminderd de toepassing van eventuele bijzondere sancties bepaald in het beheerscontract.
   Het beheerscontract is geen akte of reglement bedoeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Alle clausules in het beheerscontract worden geacht contractueel te zijn. ]1

  
Art. 2sexies. [1 § 1er. Les règles et conditions spéciales selon lesquelles la Société fédérale de Participations et d'Investissement exerce les missions qui lui sont confiées par la présente loi, sont arrêtées dans un contrat de gestion conclu entre l'Etat et la Société fédérale de Participations et d'Investissement.
   § 2. Toute clause résolutoire expresse dans le contrat de gestion est réputée non écrite.
   [2 Les articles 5.90 à 5.96 du Code Civil ne sont]2 pas applicable au contrat de gestion. La partie envers laquelle une obligation dans le contrat de gestion n'est pas exécutée, ne peut poursuivre que l'exécution de l'obligation, et, le cas échéant, demander des dommages-intérêts, sans préjudice de l'application de toute sanction spéciale prévue dans le contrat de gestion.
   Le contrat de gestion ne constitue pas un acte ou règlement visé à l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973. Toutes ses clauses sont réputées contractuelles. ]1

  
Art. 2septies. [1 § 1. Bij de onderhandeling en het sluiten van het beheerscontract wordt de Staat vertegenwoordigd door de ministers die bevoegd zijn voor de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij.
   De Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij wordt bij de onderhandeling van het beheerscontract vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur en de afgevaardigd bestuurder. Het beheerscontract wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur die er bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen over beslist.
   Het beheerscontract treedt slechts in werking na goedkeuring door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vanaf de datum vastgesteld bij dat besluit.
   § 2. Het beheerscontract wordt gesloten voor een duur van ten minste drie jaar en ten hoogste vijf jaar.
   Uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van een beheerscontract legt de afgevaardigd bestuurder aan de ministers die bevoegd zijn voor de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een ontwerp van nieuw beheerscontract voor.
   Indien bij het verstrijken van een beheerscontract geen nieuw beheerscontract is in werking getreden, wordt het van rechtswege verlengd, tot op het ogenblik dat een nieuw beheerscontract is in werking getreden. Deze verlenging wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt door de ministers die bevoegd zijn voor de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij.
   Indien geen nieuw beheerscontract in werking is getreden binnen een termijn van één jaar na de in het derde lid bedoelde verlenging, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voorlopige regels vaststellen inzake de in artikel 2sexies bedoelde aangelegenheden. Deze voorlopige regels zullen als nieuw beheerscontract gelden tot op het ogenblik dat een nieuw beheerscontract, gesloten overeenkomstig paragraaf 1, in werking treedt.
   De besluiten tot goedkeuring van een beheerscontract, of van een aanpassing ervan, alsmede de besluiten tot vaststelling van voorlopige regels, worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen van het beheerscontract, of, in voorkomend geval, van de voorlopige regels met uitzondering van die welke industriële of commerciële geheimen bevatten, worden als bijlage bij het koninklijk besluit bekendgemaakt.
   § 3. Het beheerscontract wordt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers voorgesteld. ]1

  
Art. 2septies. [1 § 1er. Lors de la négociation et de la conclusion du contrat de gestion, l'Etat est représenté par les ministres compétents pour la Société fédérale de Participations et d'Investissement.
   Lors de la négociation du contrat de gestion, la Société fédérale de Participations et d'Investissement est représentée par le président du conseil d'administration et l'administrateur délégué. Le contrat de gestion est soumis à l'approbation du conseil d'administration statuant à la majorité absolue des voix exprimées.
   Le contrat de gestion n'entre en vigueur qu'après son approbation par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, et à la date fixée par cet arrêté.
   § 2. Le contrat de gestion est conclu pour une durée de trois ans au moins et de cinq ans au plus.
   Au plus tard six mois avant l'expiration d'un contrat de gestion, l'administrateur délégué soumet aux ministres compétents pour la Société fédérale de Participations et d'Investissement un projet de nouveau contrat de gestion.
   Si, à l'expiration d'un contrat de gestion, un nouveau contrat de gestion n'est pas entré en vigueur, le contrat est prorogé de plein droit jusqu'à l'entrée en vigueur d'un nouveau contrat de gestion. Cette prorogation est publiée au Moniteur belge par les ministres compétents pour la Société fédérale de Participations et d'Investissement.
   Si, un an après la prorogation visée à l'alinéa 3, un nouveau contrat de gestion n'est pas entré en vigueur, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer des règles provisoires concernant les matières visées à l'article 2sexies. Ces règles provisoires valent comme nouveau contrat de gestion et sont d'application jusqu'à l'entrée en vigueur d'un nouveau contrat de gestion, conclu conformément au paragraphe 1er.
   Les arrêtés portant approbation d'un contrat de gestion, ou de son adaptation, ainsi que les arrêtés fixant des règles provisoires sont publiés au Moniteur belge. Les dispositions du contrat de gestion ou, le cas échéant, des règles provisoires, sont publiées en annexe de l'arrêté royal, à l'exception de celles qui contiennent des secrets industriels ou commerciaux.
   § 3. Le contrat de gestion est présenté à la Chambre des représentants. ]1

  
Art.3. <W 04-08-1978, art. 100> § 1. De (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en al haar bestaande of op te richten, gespecialiseerde dochtervennootschappen kunnen obligaties met een minimumduur van vijf jaar uitgeven en kunnen leningen aangaan. Met uitzondering van de Belgische Maatschappij voor Internationale Investering, dienen deze uitgiften en leningen te worden toegestaan door de Minister van Financiën die de voorwaarden ervan goedkeurt. Met uitzondering van de Belgische Maatschappij voor Internationale Investering, mag het bedrag van deze uitgifte en leningen het bedrag van het kapitaal en de reserves niet overschrijden, behoudens afwijking toegestaan door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  § 2. De Koning kan tegenover derden en onder de door Hem bepaalde voorwaarden, een Staatswaarborg verlenen aan de rente en aflossing van de door de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en haar gespecialiseerde dochtervennootschappen uit te geven obligaties en aan de door deze vennootschappen aan te gane leningen. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  In geval de opbrengst der verrichtingen de terugbetaling van de obligaties of de leningen alsmede de volledige terugbetaling van de daarmee verband houdende renten niet mogelijk maakt, verschaft de Staat aan de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) of haar gespecialiseerde dochtervennootschappen de nodige sommen om het verschil bij te passen. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  De uitbetalingen die de Staat verplicht is te verrichten krachtens de door hem verleende waarborg, worden hem als hoofdsom terugbetaald, vermeerderd met de renten tegen dezelfde voet als de rentevoet van de gewaarborgde obligaties en leningen. De terugbetalingen verschuldigd door de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en haar gespecialiseerde dochtervennootschappen worden verricht door voorafnemingen op de nettowinst van het volgend boekjaar en, zo nodig, van de daaropvolgende boekjaren. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
Art.3. <L 04-08-1978, art. 100> § 1. La (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et toutes ses filiales spécialisées existantes ou à créer peuvent émettre des obligations d'une durée minimum de cinq ans et contracter des emprunts. Hormis la Société Belge d'Investissement International, ces émissions et emprunts sont subordonnés à l'autorisation du Ministre des Finances, qui en approuve les conditions. Hormis la Société Belge d'Investissement International le montant de ces émissions et emprunts ne peut dépasser le montant du capital et des réserves, sauf dérogation autorisée par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  § 2. Le Roi est autorisé à accorder la garantie de l'Etat envers les tiers aux conditions qu'il détermine, à l'intérêt et à l'amortissement des obligations à émettre par la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) ou par ses filiales spécialisées et aux emprunts à contracter par ces sociétés. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  Dans le cas où le produit des opérations ne permettrait pas le remboursement des obligations ou emprunts ainsi que le remboursement intégral des paiements y afférents, l'Etat fournit à la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) ou ses filiales spécialisées les sommes nécessaires pour parfaire la différence. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  Les décaissements que l'Etat serait obligé de faire en vertu de sa garantie lui seront remboursés en principal, majorés des intérêts au même taux que celui des obligations et emprunts garantis. Les remboursements dûs par la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) ou ses filiales spécialisées seront faits par voie de prélèvement sur le bénéfice net de l'exercice suivant et, s'il échet, des exercices ultérieurs. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
Afdeling II. - Bestuur van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij.
Section II. - Administration de la Société fédérale de Participations et d'Investissement.
Art. 3bis. <KB 2006-09-28/34, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 06-10-2006> § 1. De [2 vennootschap]2 wordt door een raad van bestuur van ten minste 12 leden [2 bestuurd]2.
  Ze worden benoemd op de wijze bepaald in §§ 2 tot 4 voor een hernieuwbare termijn van maximaal zes jaar. Bij de eerste benoeming van de raad van bestuur worden evenwel de helft van elk van de in §§ 2 tot 4 vermelde categorieën voor een periode van 3 jaar benoemd.
  De leden hebben maximaal drie bestuursmandaten in andere vennootschappen. Ten minste een derde van de leden hebben maximaal één bestuursmandaat in een andere vennootschap.
  Ten minste één derde van de leden moeten van het andere geslacht zijn.
  De raad van bestuur bevat evenveel Franstalige als Nederlandstalige leden.
  § 2. Twee onafhankelijke bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering op gemotiveerde voordracht van een door de Koning samengestelde jury, die bestaat uit vooraanstaande figuren uit de zakenwereld of academische wereld. De Koning bepaalt de werking van de jury.
  [2 Naast hun voor het bestuur relevante expertise dienen deze bestuurders onafhankelijk te zijn als bedoeld in artikel 7:87 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en gedurende een tijdvak van zes jaar voorafgaand aan hun benoeming, geen bezoldigd mandaat te hebben uitgeoefend voor de Federale Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten of de provincies of voor een instelling die van vermelde overheden afhangt.]2
  [2 ...]2
  § 3. De andere aandeelhouders dan de Staat benoemen gezamenlijk een aantal bestuurders in verhouding tot het aantal stemmen dat verbonden is aan hun aandelen.
  Ze kunnen door de algemene vergadering worden ontslagen.
  § 4. De andere leden van de raad van bestuur worden door de Koning bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit benoemd naar gelang de complementariteit van hun bijzondere bevoegdheden inzake financiële en boekhoudkundige analyse, in rechtszaken of in economische zaken of naar gelang hun expertise inzake internationale investeringen.
  Ze kunnen door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit worden ontslagen.
  § 5. [1 ...]1.
  § 6. Indien een plaats van bestuurder vacant wordt, kunnen de in functie gebleven bestuurders tijdelijk de functie uitoefenen totdat een nieuwe bestuurder wordt benoemd.
  Het nieuw benoemde lid beëindigt het mandaat van zijn voorganger.
  § 7. Een voorzitter, twee ondervoorzitters en een afgevaardigde bestuurder worden onder de leden van de raad van bestuur door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit benoemd.
  De voorzitter en de afgevaardigde-bestuurder behoren tot een verschillende taalrol.
  Beide ondervoorzitters behoren tot een verschillende taalrol.
  § 8. De voorzitter, de ondervoorzitters en de leden van de raad van bestuur ontvangen een vaste bezoldiging of presentiegelden waarvan het bedrag door de algemene vergadering wordt bepaald.
  § 9. De bezoldiging van de afgevaardigde-bestuurder en van de leden van het uitvoerend comité wordt door de raad van bestuur op voordracht van het bezoldigingscomité vastgelegd.
  Indien deze bezoldiging een variabel element bevat, mag de grondslag geen elementen bevatten die het karakter van bedrijfslast hebben.
  De afgevaardigde-bestuurder en de leden van het uitvoerend comité genieten van een rust- en overlevingspensioenstelsel dat door de raad van bestuur op voordracht van het bezoldigingscomité wordt bepaald.
  § 10. De raad van bestuur komt zoals voorzien in de statuten bijeen en ten minste zes keer per jaar.
  Hij bepaalt het algemene beleid van de maatschappij en keurt het financieel programma van het jaar goed.
  Hij heeft alle machten die de algemene vergadering niet voorbehouden zijn. Hij draagt het dagelijkse bestuur van de maatschappij aan de afgevaardigde-bestuurder over die door het uitvoerend comité wordt geholpen.
  De draagwijdte van het dagelijkse bestuur, de wezenlijke regels van het management van de maatschappij en de rol van de comités worden door de statuten overeenkomstig de principes van behoorlijk bestuur bepaald.
  § 11. De afgevaardigde bestuurder brengt regelmatig verslag uit bij de raad van bestuur.
  Hij raadpleegt de voorzitter, in een vroegtijdig stadium, inzake strategische initiatieven en brengt hem steeds op de hoogte van de geboekte vooruitgang.
  § 12. De voorzitter moet, overeenkomstig de bestuursprincipes van een onderneming, de rol van raadgever ten overstaan van de afgevaardigde-bestuurder vervullen. Hiertoe kan hij door de raad van bestuur worden belast met de bijzondere opdracht om studies en onderzoeken inzake investeringen te verrichten en te helpen bij de bepaling en uitvoering van nieuwe aan de maatschappij toevertrouwde opdrachten. Deze specifieke verantwoordelijkheid onderscheidt zich duidelijk van het dagelijkse bestuur.
  § 13. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
  § 14. Behalve bijzondere beraadslaging van de raad van bestuur worden de vertegenwoordiging van de maatschappij tegenover derden en de vertegenwoordiging voor het gerecht gezamenlijk door de afgevaardigde bestuurder en de voorzitter of door twee bestuurders gewaarborgd.
  § 15. De raad van bestuur richt een strategisch comité op waarvan de taak erin bestaat de raad van bestuur bij te staan en te adviseren in aangelegenheden van algemeen beleid en strategie van de vennootschap, evenals voor belangrijke zaken betreffende de strategische ontwikkeling van de vennootschap.
  Het strategisch comité bestaat uit de voorzitter, de twee ondervoorzitters en de afgevaardigde bestuurder.
  § 16. De raad van bestuur richt een uitvoerend comité op, dat de afgevaardigde bestuurder moet bijstaan bij het dagelijkse bestuur van de maatschappij. Het uitvoerend comité brengt regelmatig verslag over dit bestuur uit bij de raad van bestuur.
  Het uitvoerend comité bestaat uit de afgevaardigde-bestuurder en ten hoogste drie leden die voor een hernieuwbare termijn van zes jaar door de raad van bestuur worden benoemd en door de raad van bestuur kunnen worden ontslagen.
  De voorzitter wordt uitgenodigd om de vergaderingen van het uitvoerend comité te volgen.
  § 17. De raad van bestuur richt een audit- en een bezoldigingscomité op, alsook elk ander comité dat hij nodig zal achten.
  Het auditcomité bestaat uit [3 vier]3 leden, waarvan ten minste één onafhankelijke bestuurder, door de raad van bestuur benoemd op grond van hun competentie en ervaring in financiële aangelegenheden. In afwachting van de benoeming van de onafhankelijke bestuurders zal het auditcomité zijn bevoegdheden rechtsgeldig en zonder beperking kunnen uitoefenen vanaf de benoeming van de andere leden.
  Het heeft de opdracht om de raad van bestuur bij te staan via het onderzoek van financiële informatie, met name de jaarrekeningen, het jaarverslag en de tussentijdse verslagen. Bovendien voert het auditcomité de taken uit die de raad van bestuur of de statuten eraan toevertrouwen.
  Het bezoldigingscomité bestaat uit vier leden, waarvan ten minste een onafhankelijke bestuurder, die door en uit de raad van bestuur worden benoemd. Het kiest een voorzitter onder zijn leden. In afwachting van de benoeming van de onafhankelijke bestuurders zal het bezoldigingscomité zijn bevoegdheden rechtsgeldig en zonder beperking kunnen uitoefenen vanaf de benoeming van de andere leden.
  Het bezoldigingscomité maakt een voorstel van beslissing, naar gelang van het geval, over aan de raad van bestuur of aan de algemene vergadering, voor elke beslissing betreffende geldelijke voordelen, rechtstreekse of onmiddellijke, onrechtstreekse of uitgestelde, rechtstreeks verbonden aan de functie of toegekend aan leden van beheersorganen. Hij stelt daarnaast jaarlijks een verslag op betreffende de bezoldigingen dat in het beheersverslag zal worden ingevoegd.
  § 18. De onafhankelijke bestuurders maken jaarlijks een verslag op over de uitoefening van hun mandaat. Dit verslag zal integraal worden opgenomen in het jaarverslag van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij.
  
Art. 3bis. <AR 2006-09-28/34, art. 3, 010; En vigueur : 06-10-2006> § 1er. La société est administrée par un conseil d'administration composé de 12 membres au moins.
  Ils sont nommés pour un terme renouvelable de six ans maximum selon les modalités prévues aux §§ 2 à 4. Lors de la première nomination du conseil d'administration, la moitié des membres de chacune des catégories visées aux §§ 2 à 4 sont cependant nommés pour une période de 3 ans.
  Les membres exercent un maximum de trois mandats d'administrateur dans d'autres sociétés. Un tiers au moins des membres exerce au maximum un mandat d'administrateur dans une autre société.
  Un tiers au moins des membres doit appartenir à l'autre sexe.
  Le conseil d'administration comprend autant de membres d'expression française que de membres d'expression néerlandaise.
  § 2. L'assemblée générale nomme deux administrateurs indépendants sur proposition motivée d'un jury constitué par le Roi, qui est composé de personnalités éminentes issues de la communauté des affaires ou académique. Le Roi détermine le mode de fonctionnement du jury.
  [2 Outre leur expérience pertinente en matière de gestion, ces administrateurs doivent être indépendants au sens de l'article 7:87 du Code des sociétés et des associations et, pendant une période de six ans précédant leur nomination, ne pas avoir exercé de mandat rémunéré pour l'Etat fédéral, les Communautés, les Régions ou les provinces ou pour un organisme dépendant des autorités susmentionnées.]2
  [2 ...]2
  § 3. les actionnaires autres que l'Etat nomment conjointement un certain nombre d'administrateurs, proportionnellement au nombre de voix liées à leurs actions.
  Ils peuvent être révoqués par l'assemblée générale.
  § 4. Les autres membres du conseil d'administration sont nommés par le Roi, par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, en fonction de la complémentarité de leurs compétences particulières en matière d'analyse financière et comptable, en matière juridique ou en matière économique ou en fonction de leur expertise en matière d'investissements internationaux.
  Ils peuvent être révoqués par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.
  § 5. [1 ...]1.
  § 6. En cas de vacance d'un poste d'administrateur, les administrateurs restés en fonction peuvent y pourvoir provisoirement, jusqu'à ce qu'une nouvelle nomination ait lieu.
  Le nouveau membre nommé achève le mandat de son prédécesseur.
  § 7. Un président, deux vice-présidents et un administrateur délégué sont nommés parmi les membres du conseil d'administration par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.
  Le président et l'administrateur délégué sont d'expression linguistique différente.
  Les deux vice-présidents sont d'expression linguistique différente.
  § 8. Le président, les vice-présidents et les membres du conseil d'administration perçoivent une rémunération fixe ou des jetons de présence dont le montant est arrêté par l'assemblée générale.
  § 9. La rémunération de l'administrateur délégué et des membres du comité exécutif est fixée par le conseil d'administration sur proposition du comité de rémunération.
  Si cette rémunération comporte un élément variable, l'assiette ne peut comprendre des éléments ayant le caractère de charge d'exploitation.
  L'administrateur délégué et les membres du comité exécutif bénéficient d'un régime de pension de retraite et de survie arrêté par le conseil d'administration sur proposition du comité de rémunération.
  § 10. Le conseil d'administration se réunit comme prévu aux statuts et au moins six fois par an.
  Il détermine la politique générale de la société et adopte le programme financier de l'exercice.
  Il détient tous les pouvoirs qui ne sont pas réservés à l'assemblée générale. Il délègue à l'administrateur délégué, assisté par le comité exécutif, la gestion journalière de la société.
  Les statuts déterminent, au regard des principes de bonne gouvernance, l'étendue de la gestion journalière, les règles essentielles du management de la société et le rôle des comités.
  § 11. L'administrateur délégué fait régulièrement rapport au conseil d'administration.
  Il consulte le président, dans un stade précoce, en matière d'initiatives stratégiques et l'informe en permanence sur les progrès réalisés.
  § 12. Le président est chargé, dans le respect des principes de gouvernance d'entreprise, d'assurer un rôle de conseil à l'égard de l'administrateur délégué. Pour remplir ce rôle, il peut être chargé par le conseil d'administration de la fonction spéciale d'études et recherches d'investissements et de soutien dans la définition et la mise en oeuvre de missions nouvelles confiées à la société. Cette responsabilité spécifique se distingue nettement de la gestion journalière.
  § 13. En cas de partage des voix, le président a voix prépondérante.
  § 14. Sauf délibération spéciale du conseil d'administration, la représentation de la société vis-à-vis des tiers comme la représentation en justice sont assurées conjointement par l'administrateur délégué et le Président ou par deux administrateurs.
  § 15. Le conseil d'administration crée un comité stratégique, dont le rôle est d'assister et de conseiller le conseil d'administration dans les matières de politique et de stratégie générales de la société, ainsi que sur des questions importantes relatives au développement stratégique de la société.
  Le comité stratégique comprend le président, les deux vice-présidents et l'administrateur délégué.
  § 16. Le conseil d'administration crée un comité exécutif, chargé d'assister l'administrateur délégué dans l'exercice de la gestion journalière de la société. Le comité exécutif fait régulièrement rapport de cette gestion au conseil d'administration.
  Le comité exécutif comprend l'administrateur délégué et au maximum trois membres, désignés par le conseil d'administration pour un terme de six ans, renouvelable, et qui peuvent être révoqués par le conseil d'administration.
  Le président est invité à assister aux réunions du comité exécutif.
  § 17. Le conseil d'administration instaure un comité d'audit et un comité de rémunérations, ainsi que tout autre comité qu'il jugera nécessaire.
  Le comité d'audit est composé de [3 quatre]3 membres, dont au moins un administrateur indépendant, nommés par le conseil d'administration en fonction de leur compétence et de leur expérience en matière financière. Dans l'attente de la nomination des administrateurs indépendants, le comité d'audit pourra valablement exercer ses compétences sans limitation dès la nomination des autres membres.
  Il a pour mission d'assister le conseil d'administration en analysant les informations financières, notamment les comptes annuels, le rapport annuel et les rapports intermédiaires. En outre, le comité d'audit exécute les tâches qui lui sont confiées par le conseil d'administration ou les statuts.
  Le comité des rémunérations est composé de quatre membres, dont au moins un administrateur indépendant, nommés par le conseil d'administration en son sein. Il choisit un président en son sein. Dans l'attente de la nomination des administrateurs indépendants, le comité des rémunérations pourra valablement exercer ses compétences sans limitation dès la nomination des autres membres.
  Le comité des rémunérations transmet une proposition de décision, selon le cas, au conseil d'administration ou à l'assemblée générale, pour toute décision relative aux avantages pécuniaires, directs ou immédiats, indirects ou reportés, liés directement à la fonction ou alloués aux membres des organes de gestion. Il rédige en outre chaque année un rapport sur les rémunérations, qui sera inséré dans le rapport de gestion.
  § 18. Les administrateurs indépendants remettent chaque année un rapport sur l'exercice de leur mandat. Ce rapport sera repris intégralement dans le rapport annuel de la Société fédérale de Participations et d'Investissements.
  
Afdeling III. - Onverenigbaarheden.
Section III. - Incompatibilités.
Art. 3ter. <KB 2006-09-28/34, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 06-10-2006> § 1. De leden van de Wetgevende Kamers, van het Europees Parlement, van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen, de personen die de hoedanigheid hebben van Minister of Staatssecretaris of van lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering, van bestendig afgevaardigde, van burgemeester, schepen of voorzitter van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van een gemeente met meer dan 30 000 inwoners, mogen geen deel uitmaken van de raad van bestuur noch als afgevaardigde bestuurder van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij aangeduid.
  Het mandaat van deze personen, verkozen of benoemd in de functies bedoeld in het vorig lid, binnen de raad van bestuur of als afgevaardigde bestuurder van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij houdt van rechtswege op bij de eedaflegging of de uitoefening van deze functies
  § 2. Onverminderd artikel [1 7:96 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]1 indien een bestuurder rechtstreeks of onrechtstreeks een belang heeft dat strijdig is of kan worden, van welke aard dan ook, met een ontwerp van verrichting of beslissing die tot de bevoegdheid van de raad van bestuur behoort, mag hij de beraadslagingen van de raad van bestuur niet bijwonen noch aan de stemming over dit ontwerp deelnemen.
  § 3. Behalve als de vennootschap in gedelegeerde opdracht handelt, mag de afgevaardigde bestuurder niet gelijktijdig en tijdens een periode van drie jaar na het einde van zijn mandaat, een bezoldigde activiteit uitoefenen ten dienste van een onderneming waaraan de vennootschap activa heeft verkocht of waarvan zij activa heeft verworven, of in een vennootschap die aan een dergelijke onderneming gebonden is.
  
Art. 3ter. <AR 2006-09-28/34, art. 5, 010; En vigueur : 06-10-2006> <AR 1994-07-20/32, art. 7, 006; En vigueur : indéterminée > Les membres des Chambres législatives, du Parlement européen, des Parlements des Communautés et des Régions, les personnes qui ont la qualité de ministre ou de secrétaire d'Etat ou de membre d'un gouvernement de Communauté ou de Région, de député permanent, de bourgmestre, d'échevin ou de président d'un centre public d'aide sociale d'une commune de plus de 30 000 habitants ne peuvent faire partie du conseil d'administration ni être désignés administrateur délégué de la Société fédérale de Participations et d'Investissement.
  Le mandat, au sein du conseil d'administration ou en qualité d'administrateur délégué de la Société fédérale de Participations et d'Investissement, des personnes élues ou nommées aux fonctions visées à l'alinéa 1er cesse de plein droit lors de la prestation de serment ou de l'exercice de ces fonctions.
  § 2. Sans préjudice de l'article [1 7:96 du Code des sociétés et des associations]1, si un administrateur a, directement ou indirectement, un intérêt opposé ou susceptible de le devenir, de quelque nature qu'il soit, à un projet d'opération ou de décision relevant du conseil d'administration, il ne peut assister aux délibérations du conseil d'administration ni prendre part au vote sur ce projet.
  § 3. Sauf lorsque la société agit en mission déléguée, l'administrateur délégué ne peut exercer simultanément et pendant une période de trois années après la fin de son mandat, aucune activité rémunérée au service d'une entreprise à laquelle la société a cédé des actifs ou dont elle acquiert des actifs, ou d'une société liée à une telle entreprise.
  
Art. 3quater. (opgeheven) <W 04-08-1978, art. 110>
Art. 3quater. (Abrogé) <L 04-08-1978, art. 110>
Afdeling IV. - Aandelen die het kapitaal van naamloze vennootschappen gehouden door de federale Participatie- en Investeringsmaatschappij vertegenwoordigen.)
Section IV. - Actions représentatives du capital de sociétés anonymes détenues par la Société fédérale de Participations et d'Investissement.
Art. 3quinquies. <L 22-01-1985, art. 171> Een naamloze vennootschap [2 of een besloten vennootschap]2 kan, door inkoop, eigen aandelen of winstbewijzen verkrijgen die in het bezit zijn van de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij), van een gespecialiseerde dochtervennootschap ervan (van het Fonds voor de Herstructurering van de nationale sectoren in het Vlaamse Gewest, Fonds pour la Restructuration des Secteurs nationaux en Région wallonne, Société régionale d'Investissement de la Région bruxelloise) of van een vennootschap waarin de Nationale Investeringsmaatschappij of een gespecialiseerde dochtervennootschap een participatie bezit die ten minste 50 pct. van het kapitaal [2 of van het eigen vermogen]2 vertegenwoordigt, hierna gezamenlijk de " verkopende vennootschap " genoemd, onder de volgende voorwaarden: <W 1988-12-30/31, art. 207, 002; Inwerkingtreding : 1989-01-15> <KB 1994-06-16/31, art. 2, 006; Inwerkingtreding : onbepaald >
  1° (de Algemene Vergadering heeft, met inachtneming van [2 de voorschriften voorgeschreven voor een statutenwijziging]2 inzake quorum en meerderheid, toestemming gegeven tot verkrijging, en de wijze en de voorwaarden vastgesteld waarop de verkrijgingen zullen plaatsvinden, met dien verstande dat de verkopende vennootschap met betrekking tot deze verkrijging niet stemgerechtigd is;) <W 1988-12-30/31, art. 207, 002; Inwerkingtreding : 1989-01-15>
  (NOTA : Voor de Vlaamse gemeenschap worden in de 1° de woorden " met inachtneming van de in artikel 52bis, § 1, tweede lid en artikel 70bis van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid " vervangen door de woorden : " met inachtneming van de in artikel 52bis, § 1, eerste en tweede lid van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen bepaalde voorschriften ". <span class="domain-tag domain-dvr"><span class="domain-tag domain-dvr"><span class="metadata-tag bg-amber-100 text-amber-800 dark:bg-yellow-900/40 dark:text-yellow-300 px-1 rounded">&lt;DVR 1992-12-18/30, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 29-12-1992&gt;</span></span></span>)
  2° de bedragen bestemd voor de verkrijging zijn vatbaar voor uitkering aan de aandeelhouders;
  3° alleen volgestorte aandelen komen in aanmerking voor verkrijging;
  4° de aandelen of winstbewijzen zijn in het bezit van de verkopende vennootschap door erop ingetekend te hebben ter gelegenheid van hun uitgifte.
  De aandelen en winstbewijzen die met toepassing van het eerste lid zijn verkregen, zijn rechtens van onwaarde. De raad van bestuur vernietigt de effecten die krachtens deze bepaling van onwaarde zijn en legt de lijst ervan neer op de griffie van de rechtbank van koophandel.
  (NOTA : Voor de Vlaamse gemeenschap wordt 4° opgeheven. <span class="domain-tag domain-dvr"><span class="domain-tag domain-dvr"><span class="metadata-tag bg-amber-100 text-amber-800 dark:bg-yellow-900/40 dark:text-yellow-300 px-1 rounded">&lt;DVR 1992-12-18/30, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 29-12-1992&gt;</span></span></span>)
  (5° [2 ...]2
  
Art. 3quinquies. <L 22-01-1985, art. 171> Une société anonyme [2 ou une société à responsabilité limitée]2 peut acquérir, par voie d'achat, ses propres actions ou parts bénéficiaires, en possession de la (Société fédérale d'investissement), d'une filiale spécialisée de celle-ci (, du Fonds pour la Restructuration des Secteurs nationaux en Région wallonne, du Fonds voor de Herstruturering van de Nationale sectoren in het Vlaamse Gewest, de la Société régionale d'investissement de la Région bruxelloise) ou d'une société dans laquelle la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) ou une filiale spécialisée détient une participation qui représente au moins 50 p.c. du capital [2 ou des capitaux propres]2, ci-après collectivement dénommée " la société venderesse " aux conditions suivantes : <L 1988-12-30/31, art. 207, 002; En vigueur : 1989-01-15> <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  1° (l'assemblée générale, statuant aux conditions de quorum et de majorité [2 requises pour la modification des statuts]2, a accordé l'autorisation, a fixé les modalités et les conditions des acquisitions, étant entendu que la société venderesse ne peut exercer son droit de vote sur cette acquisition;) <L 1988-12-30/31, art. 207, 002; En vigueur : 1989-01-15>
  (NOTE : Pour la communauté flamande sont dans le 1° les mots " aux conditions de quorum et de majorité prévues à l'article 52bis, § 1er, deuxième alinéa et l'article 70bis des lois coordonnées sur les sociétés commerciales " remplacés par les mots : " aux conditions prévues par l'article 52bis, § 1er, premier et deuxième alinéa des lois coordonnées sur les sociétés commerciales ". )
  2° les sommes affectées à l'acquisition sont susceptibles d'être distribuées aux actionnaires;
  3° l'opération ne porte que sur des actions entièrement libérées;
  4° les actions ou parts bénéficiaires sont en possession de la société venderesse pour les avoir souscrites à l'occasion de leur émission.
  Les actions et parts bénéficiaires acquises en application de l'alinéa 1er sont nulles de plein droit. Le conseil d'administration détruit les titres nuls en vertu de la présente disposition et en dépose la liste au greffe du tribunal de commerce.
  (NOTE : Pour la communauté flamande le 4° est abrogé. )
  [2 ...]2
  
Art. 3sexies. <W 04-08-1978, art. 102> § 1. [2 ]2 de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en elk van haar gespecialiseerde dochtervennootschappen [2 kunnen]2, wanneer zij optreden krachtens § 2 of § 3 van artikel 2, alleen een naamloze vennootschap [2 of een besloten vennootschap]2 oprichten, en als oprichter intekenen op de totaliteit der aandelen van deze vennootschap. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  Evenzo, mogen zij, in hetzelfde geval, via intekening of verwerving, al de aandelen aanhouden van een naamloze vennootschap [2 of van een besloten vennootschap]2 [1 ...]1.
  [2 ...]2
  § 2. [1 ...]1.
  § 3. [1 ...]1 De (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en elk van haar gespecialiseerde dochtervennootschappen [1 kunnen]1, wanneer zij optreden krachtens § 2 of 3 van artikel 2, een naamloze vennootschap [2 of een besloten vennootschap]2 oprichten met één of meer andere fysische of morele personen die onderworpen zijn aan het privaat- of publiek recht. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  
Art. 3sexies. <L 04-08-1978, art. 102> § 1. [2 ...]2 la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et chacune de ses filiales spécialisées peuvent lorsqu'elles agissent en vertu du § 2 ou du § 3 de l'article 2 constituer seule une société anonyme [2 ou une société à responsabilité limitée]2 et souscrire en qualité de fondateur la totalité des actions de cette société. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  Elles peuvent, de même, dans les mêmes cas, par voie de souscription ou d'acquisition détenir la totalité des actions d'une société anonyme [2 ou d'une société à responsabilité limitée]2 existante [1 ...]1.
  [2 ...]2
  § 2. [1 ...]1.
  § 3. [1 ...]1 La (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et chacune de ses filiales spécialisées peuvent, lorsqu'elles agissent en vertu du § 2 ou 3 de l'article 2 créer une société anonyme [2 ou une société à responsabilité limitée]2 avec une ou plusieurs autres personnes physiques ou morales de droit privé ou public. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  
Art. 3octies. <W 04-08-1978, art. 102> § 1. [1 ...]1.
  § 2. De vennootschappen in wier kapitaal [2 , het eigen vermogen]2 of maatschappelijk fonds de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en haar gespecialiseerde dochtervennootschappen krachtens artikel 2, § 2 of § 3 een participatie bezitten van ten minste [1 2 .500. 000 euro]1, dienen ten minste één commissaris-revisor te hebben van wie de aanstelling en de functie onderworpen zijn aan de artikelen [2 3:58 en volgende van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  
Art. 3octies. <L 04-08-1978, art. 102> § 1. [1 ...]1.
  § 2. Les sociétés dans le capital [2 , les capitaux propres]2 ou le fonds social desquelles la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et les filiales spécialisées détiennent en vertu de l'article 2, § 2 ou § 3, une participation de [1 2.500.000 euros]1 au moins sont tenues d'avoir un commissaire-réviseur au moins, dont la désignation et les fonctions sont soumises aux articles [2 3:58 et suivants du Code des sociétés et des associations]2. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  
HOOFDSTUK II. - (opgeheven)
CHAPITRE II. - (abrogé)
Art.4. <W 04-08-1978, art. 103> § 1. De ministeriële comités voor gewestelijke aangelegenheden richten, met het oog op het op gang brengen van industriële projecten, één gewestelijke investeringsmaatschappij op per gewest.
  Voor de definitie van het begrip gewest wordt verwezen naar artikel 1 van de wet van 1 augustus 1974 tot oprichting van gewestelijke instellingen, in voorbereiding van de toepassing van artikel 107quater van de Grondwet, zoals gewijzigd door de wet van 19 juli 1977.
  De gewestelijke investeringsmaatschappijen streven, op het vlak van de gewesten, hetzelfde maatschappelijk doel na als de (Federale Investeringsmaatschappij). <KB 1994-06-16/31, art. 2, 006; Inwerkingtreding : onbepaald >
  § 2. De gewestelijke investeringsmaatschappijen zijn vennootschappen van openbaar nut, gesticht onder de vorm van een naamloze vennootschap.
  De aandelen van de gewestelijke investeringsmaatschappijen zijn op naam.
  De artikelen 57 tot 59 en artikel 69 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen met betrekking tot de borgtocht van de beheerders en van de commissarissen zijn niet van toepassing.
  De bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen met betrekking tot de aanwezigheids- en stemmingsquorums van de algemene vergaderingen zijn van toepassing op de hogergenoemde gewestelijke investeringsmaatschappijen, met uitzondering van artikel 76 van deze gecoördineerde wetten.
  Voor al wat niet uitdrukkelijk door deze wet geregeld is, zijn de bepalingen betreffende de handelsvennootschappen van toepassing op de hogergenoemde gewestelijke investeringsmaatschappijen waarvan de daden geacht worden daden van koophandel te zijn.
  § 3. De ministeriële comités voor gewestelijke aangelegenheden zullen bepalen welke organen en/of personen deel uitmaken van de algemene vergadering van hogergenoemde gewestelijke investeringsmaatschappijen.
  De statuten, de wijzigingen aan de statuten, de wijze van samenstelling van de respectieve raden van beheer die bij uitsluiting van andere personen uit vertegenwoordigers van de publieke sector moeten bestaan, zullen goedgekeurd worden bij koninklijk besluit overlegd in Ministerieel Comité voor Gewestelijke Aangelegenheden; de onverenigbaarheden zullen goedgekeurd worden bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
  De personen belast met het dagelijks beheer en met de directie van hogergenoemde gewestelijke investeringsmaatschappijen zullen bij uitsluiting van enig ander criterium gekozen worden op grond van bekwaamheid.
  § 4. Het kapitaal van de hogergenoemde gewestelijke investeringsmaatschappijen valt ten laste van de respectievelijke gewestelijke begrotingen.
  § 5. De hierna volgende bepalingen betreffende de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en haar gespecialiseerde dochtervennootschappen zijn eveneens van toepassing op de hogergenoemde gewestelijke investeringsmaatschappijen : <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  (NOTA : Voor de Vlaamse gemeenschap worden tussen de woorden " op de hogergenoemde gewestelijke investeringsmaatschappijen ", en het eerste gedachtenstreepje de woorden " en hun gespecialiseerde dochtervennootschappen " ingevoegd. <span class="domain-tag domain-dvr"><span class="domain-tag domain-dvr"><span class="metadata-tag bg-amber-100 text-amber-800 dark:bg-yellow-900/40 dark:text-yellow-300 px-1 rounded">&lt;DVR 1992-12-18/30, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 29-12-1992&gt;</span></span></span>)
  - artikel 2, §§ 1 en 2, wat betreft de opdrachten die erin bedoeld worden;
  - artikel 2, § 3, met dien verstande dat de opdrachten waarvan in deze bepaling sprake is, de gewestelijke investeringsmaatschappijen toevertrouwd worden door bijzondere wetten, door de Minister of de bevoegde Staatssecretarissen, na beslissing van het Ministerieel Comité voor Gewestelijke Aangelegenheden;
  - artikel 2, §§ 4 en 5;
  - artikel 2bis;
  - artikel 2quinquies;
  - artikel 3; (NOTA : Voor de Vlaamse gemeenschap wordt voorafgaande zin vervangen door " artikel 3, § 2 ". <span class="domain-tag domain-dvr"><span class="domain-tag domain-dvr"><span class="metadata-tag bg-amber-100 text-amber-800 dark:bg-yellow-900/40 dark:text-yellow-300 px-1 rounded">&lt;DVR 1992-12-18/30, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 29-12-1992&gt;</span></span></span>)
  - (artikel 3quinquies, 3sexies, 3septies en 3octies); <W 24-01-1985, art. 172> (NOTA : Voor de Vlaamse gemeenschap wordt voorafgaande zin vervangen door " artikel 3quinquies, 3sexies, §§ 1, 2, 1° en 3septies ". <span class="domain-tag domain-dvr"><span class="domain-tag domain-dvr"><span class="metadata-tag bg-amber-100 text-amber-800 dark:bg-yellow-900/40 dark:text-yellow-300 px-1 rounded">&lt;DVR 1992-12-18/30, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 29-12-1992&gt;</span></span></span>)
  - artikel 11; (NOTA : Voor de Vlaamse gemeenschap wordt voorafgaande zin vervangen door : de artikelen 7, 9, 11 en 17 <span class="domain-tag domain-dvr"><span class="domain-tag domain-dvr"><span class="metadata-tag bg-amber-100 text-amber-800 dark:bg-yellow-900/40 dark:text-yellow-300 px-1 rounded">&lt;DVR 1990-12-21/33, art. 105, 004; Inwerkingtreding : 08-01-1991&gt;</span></span></span>)
  - (NOTA : Voor de Vlaamse gemeenschap wordt onder het achtste gedachtenstreepje een verwijzing naar artikel 10 toegevoegd. <span class="domain-tag domain-dvr"><span class="domain-tag domain-dvr"><span class="metadata-tag bg-amber-100 text-amber-800 dark:bg-yellow-900/40 dark:text-yellow-300 px-1 rounded">&lt;DVR 1992-12-18/30, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 29-12-1992&gt;</span></span></span>)
  - artikel 14 van de wet van 30 maart 1976.
Art.4. <L 04-08-1978, art. 103> § 1. Les comités ministériels des affaires régionales créent, afin d'assurer la mise en oeuvre de projets industriels, une société régionale d'investissement par région.
  Pour la définition de la notion de région, il est référé à l'article 1er de la loi du 1er août 1974 créant des institutions régionales à titre préparatoire à l'application de l'article 107quater de la Constitution, telle qu'elle a été modifiée par la loi du 19 juillet 1977.
  Les sociétés régionales d'investissement poursuivent sur le plan régional le même objet social que la (Société fédérale de Participations et d'Investissement). <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  § 2. Les sociétés régionales d'investissement sont des sociétés d'intérêt public, constituées sous la forme des sociétés anonymes.
  Les parts des sociétés régionales d'investissement sont nominatives.
  Les articles 57 à 59, ainsi que l'article 69 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales relatifs au cautionnement des administrateurs et des commissaires, ne sont pas d'application.
  Les dispositions des lois coordonnées sur les sociétés commerciales relatives aux quorum de présence et de vote des assemblées s'appliqueront aux sociétés régionales d'investissement susmentionnées à l'exception de l'article 76 desdites lois coordonnées.
  Pour tout ce qui n'est pas explicitement réglé par ou en vertu de la présente loi, les prescriptions relatives aux sociétés commerciales sont applicables aux sociétés régionales d'investissement dont les actes sont réputés commerciaux.
  § 3. Les comités ministériels des affaires régionales décideront quels organes et/ou personnes feront partie de l'assemblée générale des actionnaires des sociétés régionales d'investissement.
  Les statuts, les modifications aux statuts, le mode de composition des conseils d'administration respectifs qui, à l'exclusion de toutes autres personnes, doivent être composés de représentants du secteur public, seront approuvés par arrêté royal délibéré en Comité ministériel des Affaires régionales; les incompatibilités seront approuvées par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.
  Les personnes chargées de la gestion journalière et de la direction des sociétés régionales d'investissement précitées seront sélectionnées, à l'exclusion de tout autre critère, sur base de leur compétence.
  § 4. Le capital des sociétés régionales d'investissement précitées est à charge des budgets régionaux respectifs.
  § 5. Les dispositions suivantes concernant la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) et ses filiales spécialisées sont également d'application aux sociétés régionales d'investissement précitées : <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  (NOTE : Pour la communauté flamande, sont insérés entre les mots " aux sociétés régionales d'investissement précitées " et le premier tiret, les mots " et leurs filiales spécialisées ". )
  - l'article 2, §§ 1er et 2, en ce qui concerne les missions qui y sont visées;
  - l'article 2, § 3, étant entendu que les missions dont il est question dans cette disposition, seront confiées aux sociétés régionales d'investissement par des lois spéciales ou par le Ministre ou les Secrétaires d'Etat compétents, sur décision du Comité ministériel des Affaires régionales;
  - l'article 2, §§ 4 et 5;
  - l'article 2bis;
  - l'article 2quinquies;
  - l'article 3; (NOTE : Pour la communauté flamande, la phrase précédente est remplacée par " l'article 3, § 2 ". )
  - l'article (3quinquies, 3sexies, 3septies et 3octies;) <L 24-01-1985, art.172>(NOTE : Pour la Communauté flamande, la phrase précédente est remplacée par " l'article 3quinquies, 3sexies, §§ 1 et 2, 1° et 3septies ". )
  - l'article 11; (NOTE : Pour la Communauté flamande, la phrase précédente est remplacée par la disposition suivante : les articles 7, 9, 11 et 17 )
  - (NOTE : Pour la communauté flamande, un renvoi à l'article 10 est ajouté sous le huitième tiret. )
  - l'article 14 de la loi du 30 mars 1976.
Art.5. (opgeheven) <W 04-08-1978, art. 103>
Art.5. (abrogé) <L 04-08-1978, art. 103>
Art.6. (opgeheven) <W 04-08-1978, art. 103>
Art.6. (abrogé) <L 04-08-1978, art. 103>
HOOFDSTUK III. - (opgeheven)
CHAPITRE III. - (abrogé)
Art.7. <W 30-12-1970, art. 34> (Gedurende de periode waarin zij, door toepassing van artikel 2, § 1, een participatie in een vennootschap heeft), mag de N.I.M. of de (...) G.I.M. van deze vennootschap alle inlichtingen eisen. <W 30-03-1976, art. 6> <W 04-08-1978, art. 103>
  Ze mag ter plaatse kennis nemen van de boeken, correspondentie, notulen en in het algemeen van alle geschriften van deze vennootschap.
  De verbintenissen die zij haar wenst op te leggen, waarin begrepen regels van beheer, zijn onderworpen aan de beslissing (van de bestuursorganen, van de Raad van Beheer of van de Algemene Vergadering van deze laatste, overeenkomstig de statuten van de vennootschap). <W 30-12-1970, art. 34>
Art.7. <L 30-12-1970, art. 34> (Durant la période pendant laquelle elle détient, par application de l'article 2, § 1, une participation dans une société), la (SFPI) ou la S.R.I. (...) peut exiger tout renseignement de cette société. <L 30-03-1976, art. 6> <L 04-08-1978, art. 103> <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  Elle peut prendre connaissance, sans déplacement, des livres, de la correspondance, des procès-verbaux et géneralement de toutes les écritures de cette société.
  Les engagements que la (SFPI) entendrait stipuler de la société, en ce compris des règles de gestion, sont soumis à la décision (des organes de gestion, du conseil d'administration ou de l'assemblée générale de cette dernière, en conformité avec les statuts de la société). <L 30-12-1970, art. 34> <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
Art.8. (opgeheven) <W 04-08-1978, art. 105>
Art.8. (Abrogé) <L 04-08-1978, art. 105>
Art.9. Ongeacht de verplichtingen hun door de wet of door de reglementen opgelegd en met uitzondering van de gevallen waarin zij voor het gerecht moeten getuigen, mogen de voorzitter, de beheerders, de commissarissen en het personeel van de (FPIM) of van de (...) G.I.M. geen enkele ruchtbaarheid geven aan de inlichtingen of feiten waarvan zij uit hoofde van hun functies kennis hebben gekregen wat de vennootschappen betreft waarin de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) participaties bezit door toepassing van artikel 2, § 1. <W 04-08-1978, art. 103> <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
Art.9. Sans préjudice des obligations qui leur sont imposées par la loi ou par les règlements et hors les cas où ils sont appelés à rendre témoignage en justice, le président, les administrateurs, les commissaires et le personnel de la (SFPI) ou des S.R.I. (...) ne peuvent se livrer à aucune divulgation des renseignements ou des faits dont ils ont eu connaissance en raison de leurs fonctions en ce qui concerne les sociétés dans lesquelles la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) détient des participations, par application de l'article 2, § 1. <L 04-08-1978, art. 103> <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
Art.10. De directeur-generaal van het Bestuur der Registratie en Domeinen of zijn gemachtigde is bevoegd om de akten betreffende de organisatie en het interne bestuur van de (FPIM) en van de G.I.M. authentiek te verklaren. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
Art.10. Le directeur général de l'Administration de l'Enregistrement et des Domaines ou son délégué a qualité pour conférer l'authenticité à tous actes relatifs à l'organisation ainsi qu'à l'administration interne de la (SFPI) ou des S.R.I. (...). <L 04-08-1978, art. 103> <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
Art.11. <W 04-08-1978, art. 106> § 1. De (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij)) en haar gespecialiseerde dochtervennootschappen kunnen van een Staatswaarborg genieten met betrekking tot de risico's die inherent zijn aan het tot stand brengen of het lanceren van een nieuwe industriële, commerciële of financiële activiteit, wanneer deze risico's voortvloeien uit het tot stand brengen van een nieuwe onderneming of de omschakeling, herstructurering, diversificatie of uitbreiding van een bestaande onderneming. <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  § 2. Om te kunnen genieten van de in voorgaande paragraaf bedoelde Staatswaarborg dienen de verrichtingen gedaan te worden krachtens paragraaf 2 of 3 van artikel 2 en moeten zij daarenboven belangrijke risico's insluiten op technologisch, commercieel of financieel gebied.
  § 3. De Ministers van Financiën en van Economische Zaken beslissen per geval over de omvang en de voorwaarden van de Staatswaarborg waarvan sprake in de eerste paragraaf van dit artikel. Deze waarborg die in elk geval beperkt blijft tot de hoofdsom zal evenwel 80 pct. van het bedrag van het te dekken risico niet mogen overtreffen. De uitgaven die uit voormelde waarborg voortvloeien zullen aangerekend worden naargelang van het geval, hetzij op de nationale begrotingen, hetzij op de regionale begrotingen. Een overeenkomst zal voor elk geval worden opgesteld tussen de twee hogergenoemde Ministers en de betrokken vennootschappen.
Art.11. <L 04-08-1978, art. 106> § 1. La (Société fédérale de Participations et d'Investissement) ainsi que ses filiales spécialisées pourront bénéficier d'une garantie de l'Etat portant sur les risques inhérents à la création ou au lancement d'une activité nouvelle industrielle, commerciale ou financière, lorsque ces risques découlent de la création d'une nouvelle entreprise ou de la reconversion, la restructuration, la diversification ou l'expansion d'une entreprise existante. <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  § 2. Les opérations pouvant bénéficier de la garantie de l'Etat dont question au précédent paragraphe doivent être faites en vertu du paragraphe 2 ou 3 de l'article 2 et doivent en outre comporter des risques importants aux plans technologique, commercial ou financier.
  § 3. Les Ministres des Finances et des Affaires économiques décideront cas par cas de l'étendue et des modalités de la garantie de l'Etat dont question au premier paragraphe du présent article. Toutefois, cette garantie, qui est en tout cas limitée au principal, ne pourra excéder 80 p.c. du montant du risque à couvrir et les dépenses qui en découlent seront imputées selon le cas, soit au budget national, soit aux budgets régionaux. Une convention sera établie dans chaque cas entre les deux Ministres précités et les sociétés en question.
Art.12. <Wijzigingsbepaling van art. 34 van het KB 185 1935-07-09/30>
Art.12.
Art.13. (opgeheven) <W 30-03-1976, art. 10>
Art.13. (abrogé) <L 30-03-1976, art. 10>
Art.14. Artikel 76 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen is niet van toepassing op het stemrecht dat verbonden is aan de aandelen die het kapitaal [1 ...]1 van de (...) G.I.M. vertegenwoordigen (...). <W 04-08-1978, art. 103> <W 30-03-1976, art. 11>
  
Art.14. L'article 76 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales n'est pas applicable au droit de vote attaché aux actions représentatives du capital [1 ...]1 et des S.R.I. (...) (...). <L 04-08-1978, art. 103> <L 30-03-1976, art. 11> <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  
Art.15. (Opgeheven)
Art.15. (Abrogé)
HOOFDSTUK IV. - (opgeheven)
CHAPITRE IV. - (Abrogé)
Art.16. (opgeheven) <W 22-02-1961, art. 18>
Art.16. (Abrogé) <L 22-02-1961, art.18 § 1>
Art.17. § 1. Met de straffen, bepaald in [1 artikel 7:232 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]1 worden gestraft zij, die de bepalingen van artikel 7 overtreden, zij die de inlichtingen weigeren welke zij krachtens dit artikel verplicht zijn te geven, zij die wetens onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekken of zij die hun verbintenissen ten opzichte van de (FPIM) of de (...) G.I.M. niet nakomen. <W 04-08-1978, art. 103> <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
  § 2. Elke overtreding van artikel 9 wordt gestraft met de bij artikel 458 van het Strafwetboek bepaalde straffen. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85 zijn op deze misdrijven van toepassing.
  
Art.17. § 1. Sont punis des peines prévues à l' [1 article 7:232 du Code des sociétés et des associations]1 ceux qui contreviennent aux dispositions de l'article 7, ceux qui refusent de donner les renseignements qu'ils sont tenus de fournir en vertu de cet article, ceux qui donnent sciemment des renseignements inexacts ou incomplets ou ceux qui ne respectent pas les engagements contractés à l'égard de la (SFPI) ou des S.R.I. (...) <L 04-08-1978, art. 103> <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
  § 2. Toute infraction à l'article 9 est punie des peines prévues par l'article 458 du Code pénal. Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables à ces infractions.
  
Art.18. De Minister van Economische Zaken en Energie en de Minister van Financiën dienen ieder jaar bij de Wetgevende Kamers een verslag in over de toepassing van deze wet.
Art.18. Chaque année, le Ministre des Affaires économiques et de l'Energie et le Ministre des Finances déposent sur le bureau des Chambres législatives un rapport sur l'application de la présente loi.
Art.19. De ontbinding van de (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij)) of van een (...) gewestelijke investeringsmaatschappij mag niet worden uitgesproken dan krachtens een wet, die de wijze en de voorwaarden van de vereffening zal regelen. <W 04-08-1978, art. 103> <W 2006-08-26/30, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2006>
Art.19. La dissolution de la (Société fédérale de Participations et d'Investissement) ou d'une société régionale d'investissement (...) ne peut être prononcée qu'en vertu d'une loi qui réglera le mode et les conditions de la liquidation. <L 04-08-1978, art. 103> <L 2006-08-26/30, art. 7, 009; En vigueur : 01-11-2006>
HOOFDSTUK V. Bepalingen eigen aan het Waalse Gewest.
CHAPITRE V. Dispositions propres à la Region wallonne.
Art.20. <INGEVOEGD bij DWG 1989-12-07/37, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 1990-02-23> Artikel 4 van de wet van 2 april 1962 tot oprichting van een nationale investeringsmaatschappij en van gewestelijke investeringsmaatschappijen is niet meer van toepassing op het Waalse Gewest, behalve dat het aan de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Wallonië het voordeel van artikel 2, § 5, 2e lid, van deze wet toekent.
Art.20. L'article 4 de la loi du 2 avril 1962, constituant une société nationale d'investissement et des sociétés régionales d'investissement, cesse d'être applicable à la Région wallonne, sauf en ce qu'il accorde à la Société régionale d'Investissement de Wallonie le bénéfice de l'article 2, § 5, alinéa 2, de cette loi.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage : Statuten.
Art. N. Annexe : Statuts.