Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 JUNI 1967. _ Koninklijk besluit houdende uitbreiding van zekere bepalingen van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, tot het vervoer door middel van leidingen van pekel, natronloog en afvalvloeistoffen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-05-2007 en tekstbijwerking tot 09-05-2007)
Titre
15 JUIN 1967. _ Arrêté royal portant extension de certaines dispositions de la loi du 17 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, au transport par canalisations de saumure, lessive caustique et liquides résiduaires. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-05-2007 et mise à jour au 09-05-2007)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Onverminderd de bestaande bijzondere wetgeving, worden, bij onderhavig besluit, de bepalingen van artikel 2, 2°, alsook van de hoofdstukken III, IV, V, VI en VII van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, met uitsluiting van de bepalingen inzonderheid slaande op de vergunningen, uitgebreid tot de volgende produkten :
  a) pekel : waterachtige oplossing van natriumchloride;
  b) natronloog : waterachtige oplossing van natronloog;
  c) afvalvloeistoffen : afval voortkomende van de sodafabriek, electrolyse van natriumchloride en de fabrikatie van chloorhoudende organische stoffen (en gezuiverde afvalwaters van nucleaire installaties). <KB 2007-04-27/40, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 19-05-2007>
Article 1. Sans préjudice des législations particulières existantes les dispositions reprises à l'article 2, 2°, ainsi qu'aux chapitres III, IV, V, VI et VII de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, à l'exclusion des dispositions visant spécialement les concessions, sont étendues par le présent arrêté aux produits suivants :
  a) saumure : solution aqueuse de chlorure de sodium;
  b) lessive caustique : solution aqueuse de soude caustique;
  c) liquides résiduaires : résidus en provenance des soudière, électrolyse de chlorure de sodium et fabrication de produits chlorés organiques (et eaux résiduaires épurées d'installations nucléaires). <AR 2007-04-27/40, art. 1, 002; En vigueur : 19-05-2007>
Art.2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  a) Vervoer : de werkzaamheid die tot doel heeft de produkten bepaald in artikel 1 door middel van leidingen, van de ene plaats naar de andere, over te brengen;
  b) Vervoerinstallaties : de leidingen, de opslagmiddelen, de gebouwen, de machines en, in het algemeen, alle toestellen die nodig zijn om deze produkten te vervoeren.
Art.2. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  a) Transport : l'activité ayant pour objet le transport de produits définis à l'article 1er d'un endroit à un autre par la voie de canalisations;
  b) installations de transport : les canalisations, moyens de stockage, bâtiments, machines et, d'une manière générale, tous appareils nécessaires au transport de ces produits.
Art.3. Worden van toepassing verklaard op het vervoer, bedoeld in dit besluit en binnen de grenzen bepaald door zijn artikel 1 :
  a) het koninklijk besluit van 11 maart 1966 tot uitvoering van artikel 22 der wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen;
  b) het koninklijk besluit van 11 maart 1966 betreffende het toekennen van toelatingen voor gasvervoer door middel van leidingen;
  c) het koninklijk besluit van 11 maart 1966 tot verklaring van openbaar nut voor het oprichten van gasvervoerinstallaties;
  d) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 tot heffing van retributies voor de bezetting van het openbaar of privaat domein van de Staat, de provinciën of de gemeenten door installaties voor gasvervoer door middel van leidingen;
  e) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 tot vaststelling van de regelen voor aanstelling van bedienden der houders van een gasvervoervergunning of -toelating, die belast zijn met het opsporen en vaststellen van overtredingen bedoeld in de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen.
  f) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 betreffende de strafbepalingen welke toepasselijk zijn in geval van niet-nakoming van de verbintenissen inzake gasvervoer;
  g) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 betreffende de spoedprocedure in geval van toepassing van artikel 2, 2°, f, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen;
  h) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 betreffende de schaal der minimumuitkeringen aan private personen verschuldigd wegens de bezetting van hun domein door gasvervoerinstallaties;
  i) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 tot wijziging van de ligging of het tracé van een gasvervoerinstallatie ter uitvoering van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen;
  j) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 betreffende de aankoopprocedure van een privaat erf, dat met erfdienstbaarheid is bezwaard ten voordele van een houder van een gasvervoervergunning of -toelating.
Art.3. Sont applicables aux transports visés par le présent arrêté et dans les limites fixées dans son article 1er :
  a) l'arrêté royal du 11 mars 1966 portant exécution de l'article 22 de la loi du 12 avril 1966 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations;
  b) l'arrêté royal du 11 mars 1966 relatif à l'octroi des permissions de transport de gaz par canalisations;
  c) l'arrêté royal du 11 mars 1966 relatif à la déclaration d'utilité publique pour l'établissement d'installations de transport de gaz;
  d) l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif à la perception des redevances pour l'occupation du domaine public ou privé de l'Etat, des provinces et des communes pour des installations de transport de gaz par canalisations;
  e) l'arrêté royal du 15 mars 1966 déterminant les règles régissant la désignation d'agents des titulaires d'une concession ou d'une permission de transport de gaz, chargés de rechercher et de constater certaines infractions prévues par la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations;
  f) l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif aux clauses pénales applicables dans le cas d'inexécution des engagements pris en matière de transport de gaz;
  g) l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif à la procédure d'urgence à suivre en cas d'application de l'article 2, 2°, f, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations;
  h) l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif aux redevances minimales dues à des personnes privées pour l'occupation de leur domaine par les installations de transport de gaz;
  i) l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif à la modification de l'implantation ou du tracé d'une installation de transport de gaz en exécution de la loi du 12 avril 1965 relatif au transport de produits gazeux et autres par canalisations;
  j) l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif à la procédure d'achat d'un fonds grevé d'une servitude au bénéfice d'un titulaire de concession ou de permission de transport de gaz.
Art.4. Overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van de wet van 12 april 1965 bepaalt de Koning, naargelang de natuur van het produkt, de bijzondere voorschriften die moeten worden in acht genomen, en de specifieke veiligheidsmaatregelen die dienen te worden genomen bij de oprichting en bij de exploitatie van de vervoerinstallaties.
Art.4. Conformément aux articles 16 et 17 de la loi du 12 avril 1965, le Roi détermine, suivant la nature du produit les prescriptions particulières a observer et les mesures de sécurité spécifiques à prendre lors de l'établissement et dans l'exploitation des installations de transport.
Art.5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art.5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 6. Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Verkeerswezen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Notre Ministre des Affaires économiques et Notre Ministre des Communications sont, chacun en ce qui le concerne, chargés de l'exécution du présent arrêté.