Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 NOVEMBER 1967. - Koninklijk besluit nr. 62 ter bevordering van de omloop van de [financiële instrumenten]. <W 1998-07-15/38, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002> (NOTA : gecoördineerd door KB 2004-01-27/33, art.1; Inwerkingtreding : 23-02-2004; zie dan KB621967-11-10/42) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-12-1990 en tekstbijwerking tot 24-01-2011)
Titre
10 NOVEMBRE 1967. - Arrêté royal n° 62 favorisant la circulation des [instruments financiers]. <L 1998-07-15/38, art. 4, 005; En vigueur : 04-09-2002> (NOTE : coordonné par AR 2004-01-27/33, art. 1; En vigueur : 23-02-2004; voir alors AR621967-11-10/42) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-12-1990 et mise à jour au 24-01-2011)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (20)
Texte (20)
Artikel 1. <W 2002-08-02/64, art. 133, 007; Inwerkingtreding : 04-09-2002> Voor de toepassing van dit besluit, en onverminderd artikel 23 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wordt verstaan onder :
  1° "vereffeningsinstelling" : de instelling of instellingen die door de Koning erkend zijn als centrale depositaris voor financiële instrumenten, zoals gedefinieerd in artikel 1bis , en de NBB;
  2° "aangesloten leden" : de instellingen die krachtens de regels die van toepassing zijn op het vereffeningssysteem van de vereffeningsinstelling, gemachtigd zijn effectenrekeningen bij deze laatste aan te houden.
Article 1. <L 2002-08-02/64, art. 133, 007; En vigueur : 04-09-2002> Pour l'application du présent arrêté, et sans préjudice de l'article 23 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, il y a lieu d'entendre par :
  1° "organisme de liquidation" : le ou les organismes agréés par le Roi en qualité de dépositaire central d'instruments financiers, tels que définis à l'article 1erbis , et la BNB;
  2° "affiliés" : les organismes autorisés en vertu des règles régissant le système de liquidation de l'organisme de liquidation, à détenir des comptes titres auprès de ce dernier.
Art. 1bis. (oude 1ter) <W 2002-08-02/64, art. 133, 007; Inwerkingtreding : 04-09-2002> De NBB, de centrale depositaris en zijn aangesloten leden mogen onder het voordeel van de bepalingen van huidig besluit alle financiële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, van voornoemde wet van 2 augustus 2002 in deposito ontvangen, ongeacht of het gaat over gematerialiseerde of gedematerialiseerde effecten, effecten aan toonder, aan order of op naam, welke ook de vorm weze waaronder deze effecten volgens de op hen toepasbare wet worden uitgegeven.
  De bepalingen van dit besluit, uitgezonderd artikel 9bis , tweede tot vierde lid, zijn echter niet van toepassing op :
  1° de gedematerialiseerde effecten bedoeld in de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium;
  2° de thesauriebewijzen en de depositobewijzen uitgegeven in de vorm van gedematerialiseerde effecten bedoeld in de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen;
  3° de gedematerialiseerde effecten bedoeld in het Wetboek van vennootschappen.
  In de volgende bepalingen van dit besluit, moet men onder de term "financiële instrumenten" de effecten begrijpen, zoals bepaald in het eerste en tweede lid, die op een vervangbare basis overeenkomstig dit besluit bij de vereffeningsinstelling of de aangesloten leden ervan worden gedeponeerd, met inbegrip van het recht van mede-eigendom, van onlichamelijke aard, dat door zulk deposito in vervangbaarheid in hoofde van de gezamenlijke deponenten wordt gevestigd op de universaliteit van effecten van dezelfde aard die bij de vereffeningsinstelling of de aangesloten leden ervan zijn gedeponeerd.
Art. 1bis. (ancien 1ter) <L 2002-08-02/64, art. 133, 007; En vigueur : 04-09-2002> La BNB, le dépositaire central et ses affiliés peuvent recevoir en dépôt sous le bénéfice des dispositions du présent arrêté tous instruments financiers visés à l'article 2, 1°, de la loi précitée du 2 août 2002, qu'il s'agisse de titres matérialisés ou dématérialisés, au porteur, à ordre ou nominatifs, quelle que soit la forme sous laquelle ces titres sont émis selon le droit qui les régit.
  Les dispositions du présent arrêté, sauf l'article 9bis , alinéas 2 à 4, ne s'appliquent toutefois pas :
  1° aux titres dématérialisés visés par la loi du 2 janvier 1991 relative au marché des titres de la dette publique et aux instruments de la politique monétaire;
  2° aux billets de trésorerie et certificats de dépôt, émis sous forme dématérialisée, visés par la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt;
  3° aux titres dématérialisés visés par le Code des sociétés.
  Dans la suite du présent arrêté, le terme "instruments financiers" comprend les titres, tels que définis aux alinéas 1er et 2, déposés sur une base fongible conformément au présent arrêté auprès de l'organisme de liquidation ou des affiliés de celui-ci, en ce compris le droit de copropriété, de nature incorporelle, que ce dépôt en fongibilité confère à l'ensemble des déposants sur l'universalité de titres de même espèce déposés auprès de l'organisme de liquidation ou des affiliés de celui-ci.
Art.2. De (vereffeningsinstelling) is depositaris, uitsluitend voor rekening van de aangesloten leden, van effecten die bij hem door deze laatsten in het stelsel der rekeningen-courant werden gestort. <W 1998-07-15/38, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  (Lid 2 opgeheven) <W 2002-08-02/64, art. 133, 007; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  (Lid 3 opgeheven) <W 2002-08-02/64, art. 133, 007; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
Art.2. L'(organisme de liquidation) est dépositaire, pour le seul compte des affiliés, des valeurs mobilières qui lui ont été versées par eux dans le régime de comptes courants. <L 1998-07-15/38, art. 8, 005; En vigueur : 04-09-2002>
  (Alinéa 2 abrogé) <L 2002-08-02/64, art. 133, 007; En vigueur : 04-09-2002>
  (Alinéa 3 abrogé) <L 2002-08-02/64, art. 133, 007; En vigueur : 04-09-2002>
Art. 2bis. <INGEVOEGD bij W 1998-07-15/38, art. 10; Inwerkingtreding : 04-09-2002> De vereffeningsinstelling en haar aangesloten leden kunnen, onder de voorwaarden die in hun transactiereglementen zijn gesteld, de financiële instrumenten, die bij hen gestort werden in het stelsel van de rekeningen-courant, in bewaring geven bij andere depositarissen in België of in het buitenland door middel van storting op rekening of op een andere wijze. Deze bewaargeving doet niets af aan de toepassing van dit besluit.
Art. 2bis. L'organisme de liquidation et ses affiliés peuvent, aux conditions fixées par leurs règlements des opérations, donner en dépôt auprès d'autres dépositaires en Belgique ou à l'étranger, par versement en compte ou autrement, les instruments financiers qui leur ont été versés dans le régime de comptes courants. L'application du présent arrêté n'est en rien affectée par ce dépôt.
Art.3. Onder voorbehoud van de hiernavolgende bepalingen hebben de aangesloten leden en hun deponenten dezelfde rechten als wanneer de effecten neergelegd in het stelsel der rekeningen-courant bij de (vereffeningsinstelling) in de kassen van de aangesloten leden gebleven waren. <W 1998-07-15/38, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
Art.3. Sous réserve des dispositions qui suivent, les affiliés et leurs déposants ont les mêmes droits que si les valeurs mobilières versées à l'(organisme de liquidation) dans le régime de comptes courants étaient restées dans les caisses des affiliés. <L 1998-07-15/38, art. 8, 005; En vigueur : 04-09-2002>
Art.4. De bij de (vereffeningsinstelling) in het stelsel der rekeningen-courant gestorte effecten zijn vervangbaar. <W 1998-07-15/38, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  (Onverminderd artikel 4, eerste lid, van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, heeft de vereffeningsinstelling) heeft het recht aan zijn aangesloten leden gelijke maar anders genummerde effecten aan toonder terug te geven. Dit geldt eveneens voor leden ten opzichte van hun deponenten van vervangbare effecten. <KB 2007-04-26/88, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2008>
  De overschrijving van rekening naar rekening van vervangbare effecten geeft geen aanleiding tot opgave van de nummers noch door de (vereffeningsinstelling) noch door de leden. <W 1998-07-15/38, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  De wisselagenten en bankiers zijn ervan ontslagen de nummers van de vervangbare effecten, met de verhandeling waarvan ze belast zijn, in te schrijven in hun boeken.
Art.4. Les valeurs mobilières versées à l'(organisme de liquidation) dans le régime de comptes courants sont fongibles. <L 1998-07-15/38, art. 8, 005; En vigueur : 04-09-2002>
  (Sans préjudice de l'article 4, alinéa 1er, de la loi du 14 décembre 2005 portant suppression des titres au porteur, l'organisme de liquidation) a la faculté de restituer à ses affiliés des valeurs mobilières au porteur identiques sans concordance de numéro. Il en est de même des affiliés à l'égard de leurs déposants de valeurs mobilières fongibles. <AR 2007-04-26/88, art. 6, 009; En vigueur : 01-01-2008>
  Le virement de compte à compte de valeurs mobilières fongibles ne donne lieu à spécification de numéro ni dans le chef de l'(organisme de liquidation), ni dans celui des affiliés. <L 1998-07-15/38, art. 8, 005; En vigueur : 04-09-2002>
  Les agents de change et banquiers sont dispensés de l'inscription sur leurs livres des numéros des valeurs mobilières fongibles qu'ils sont chargés de négocier.
Art.5. <W 1995-04-07/69, art. 13, 004; Inwerkingtreding : 28-05-1995> § 1. Voor het vestigen van een burgerlijk of handelspand van vervangbare effecten, geschiedt de inbezitstelling op geldige wijze door de inboeking van deze effecten op een speciale rekening geopend (bij de vereffeningsinstelling of) bij een aangesloten lid op naam van een overeengekomen persoon. De in pand gegeven effecten worden geïdentificeerd volgens hun aard zonder opgave van nummer. Het aldus gevestigde pand is rechtsgeldig en kan aan derden worden tegengeworpen zonder andere formaliteit. <W 1998-07-15/38, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  (De pandgever wordt geacht eigenaar te zijn van de in pand gegeven financiële instrumenten. De geldigheid van het pand wordt door de afwezigheid van eigendomsrecht van de pandgever op de in pand gegeven financiële instrumenten niet aangetast, onverminderd de aansprakelijkheid van de pandgever ten overstaan van de werkelijke eigenaar van de in pand gegeven financiële instrumenten. Indien de pandgever de pandnemer voorafgaandelijk en schriftelijk heeft verwittigd dat hij niet de eigenaar is van de in pand gegeven financiële instrumenten, dan is de geldigheid van het pand onderworpen aan de machtiging van de eigenaar voor de in pandgeving van deze financiële instrumenten.) <W 2002-08-02/64, art. 133, 007; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  § 2. (Onverminderd andere door de wet bepaalde middelen van tegeldemaking en behoudens andersluidend beding tussen de partijen, is de pandhoudende schuldeiser bij gebreke van betaling gerechtigd om, niettegenstaande faillissement, gerechtelijk akkoord of andere samenloop tussen schuldeisers van de schuldenaar, het pand op de aan huidig besluit onderworpen financiële instrumenten te verzilveren door deze financiële instrumenten binnen de kortst mogelijke termijnen te gelde te maken. De opbrengst van de tegeldemaking van deze financiële instrumenten wordt verrekend met de schuldvordering van de pandhoudende schuldeiser in hoofdsom, interesten en kosten. Het eventuele saldo komt de pandgevende schuldenaar toe.) <W 2002-08-02/64, art. 133, 007; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
Art.5. <L 1995-04-07/69, art. 13, 004; En vigueur : 28-05-1995> § 1er. Pour la constitution d'un gage civil ou commercial sur valeurs mobilières fongibles, la mise en possession se réalise valablement par l'inscription de ces valeurs mobilières à un compte spécial ouvert (chez l'organisme de liquidation ou) chez un affilié au nom d'une personne à convenir. Les valeurs mobilières données en gage sont identifiées par nature sans spécification de numéro. Le gage ainsi constitué est valable et opposable au tiers sans autre formalité. <L 1998-07-15/38, art. 11, 005; En vigueur : 04-09-2002>
  (Le constituant du gage est présumé être propriétaire des instruments financiers donnés en gage. La validité du gage n'est pas affectée par l'absence de droit de propriété du constituant du gage sur les instruments financiers remis en gage, sans préjudice de la responsabilité du constituant du gage à l'égard du véritable propriétaire des instruments financiers remis en gage. Si le constituant du gage a averti le créancier gagiste, au préalable et par écrit, qu'il n'est pas le propriétaire des instruments financiers donnés en gage, la validité du gage est subordonnée à l'autorisation du propriétaire de ces instruments financiers de les donner en gage.) <L 2002-08-02/64, art. 133, 007; En vigueur : 04-09-2002>
  § 2. (Sans préjudice d'autres modes de réalisation prévus par la loi et sauf stipulation contraire des parties, le créancier gagiste est, en cas de défaut de paiement, en droit, nonobstant la faillite, le concordat ou toute autre situation de concours entre créanciers du débiteur, de réaliser le gage constitué sur des instruments financiers soumis au présent arrêté en réalisant les instruments financiers dans les plus brefs délais possibles. Le produit de la réalisation de ces instruments financiers est imputé sur la créance en principal, intérêts et frais, du créancier gagiste. Le solde éventuel revient au débiteur gagiste.) <L 2002-08-02/64, art. 133, 007; En vigueur : 04-09-2002>
Art.6. Voor de uitoefening van hun rechten op de vervangbare effecten die werden gedeponeerd of in pand gegeven bij een aangesloten lid of bij de (vereffeningsinstelling), zijn de deponenten en hun rechthebbenden ten overstaan van de aangesloten leden en deze laatsten ten overstaan van de (vereffeningsinstelling) er van ontslagen de identiteit van de effecten te bewijzen door de vermelding van hun nummers. Het volstaat dat zij het bewijs leveren dat eenzelfde aantal gelijke maar anders genummerde effecten werden gedeponeerd bij een lid of bij de (vereffeningsinstelling). <W 1998-07-15/38, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
Art.6. Pour l'exercice de leurs droits sur les valeurs mobilières fongibles déposées ou mises en gage chez un affilié ou à l'(organisme de liquidation), les déposants et leurs ayants droit vis-à-vis des affiliés et ceux-ci vis-à-vis de l'(organisme de liquidation) sont dispensés de justifier de l'identité des valeurs mobilières par l'énoncé de leurs numéros. Il leur suffit d'apporter la preuve qu'un nombre égal de valeurs mobilières identiques sans concordance de numéro sont déposées chez un affilié ou à l'(organisme de liquidation). <L 1998-07-15/38, art. 8, 005; En vigueur : 04-09-2002>
Art.7. Bij de afgifte van een effect aan een aangesloten lid, blijft dit laatste ertoe gehouden na te gaan of dit effect niet het voorwerp uitmaakt van een verzet dat nog geldig is op de datum van de afgifte. Indien het een met verzet aangetekend effect heeft aanvaard, is het aansprakelijk in de voorwaarden van het gemeen recht.
  De storting van effecten bij de (vereffeningsinstelling) (of bij een aangesloten lid) heeft dezelfde gevolgen als een daad van beschikking; elke publicatie van een verzet dat na deze storting gebeurt is zonder gevolg. <W 1998-07-15/38, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002> <W 2002-08-02/64, art. 133, 007; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  Met het oog op de schrapping van het verzet waarvan sprake in de vorige alinea, levert de (vereffeningsinstelling) (of het aangesloten lid) aan het Nationaal Kantoor voor Roerende Waarden een attest af dat behalve de datum van afgifte van deze effecten, tevens de naam vermeldt van het aangesloten lid aan wie deze afgifte gedaan werd. Tegen voorlegging van dit stuk schrapt het Nationaal Kantoor voor Roerende Waarden ambtshalve het verzet en licht degene die verzet doet hierover in. Een afschrift van dit attest wordt door de (vereffeningsinstelling) overgemaakt aan de schuldplichtige instelling. <W 1998-07-15/38, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002> <W 2002-08-02/64, art. 133, 007; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  Hij, die verzet doet, kan van het aangesloten lid waarvan de naam op het attest voorkomt, de mededeling eisen van de identiteit van de persoon die de effecten heeft afgegeven welke hij met verzet heeft aangetekend.
Art.7. Lors de la remise d'une valeur mobilière chez un affilié, celui-ci reste tenu de vérifier si cette valeur n'a fait l'objet d'aucune opposition encore valable à la date de cette remise. Au cas où il aurait accepté une valeur mobilière frappée d'opposition, il est responsable dans les conditions du droit commun.
  Le versement de valeurs mobilières à l'(organisme de liquidation) (ou à un affilié) a les mêmes effets qu'un acte de disposition; toute publication d'opposition postérieure à ce versement est sans effet. <L 1998-07-15/38, art. 8, 005; En vigueur : 04-09-2002> <L 2002-08-02/64, art. 133, 007; En vigueur : 04-09-2002>
  En vue de la radiation de l'opposition visée à l'alinéa précédent, l'(organisme de liquidation) (ou à un affilié) délivre à l'Office national des valeurs mobilières une attestation donnant la date de la remise desdites valeurs ainsi que le nom de l'affilié auquel cette remise a été effectuée. Au vu de cette pièce, l'Office national des valeurs mobilières procède à la radiation d'office de l'opposition et en avise l'opposant. Copie de cette attestation est transmise par l'(organisme de liquidation) (ou à un affilié) à l'établissement débiteur. <L 1998-07-15/38, art. 8, 005; En vigueur : 04-09-2002> <L 2002-08-02/64, art. 133, 007; En vigueur : 04-09-2002>
  L'opposant peut se faire communiquer par l'affilié dont le nom figure sur l'attestation, l'identité de la personne qui, a remis les valeurs mobilières qu'il a frappées d'opposition.
Art.8. De (vereffeningsinstelling), de aangesloten leden, en al wie te goeder trouw een effect bezit dat onderworpen is of geweest is aan het stelsel van de vervangbaarheid, zijn niet verplicht het terug te geven aan de persoon, die beweert er onvrijwillig van buiten bezit gesteld te zijn alvorens dat effect bij de (vereffeningsinstelling) werd gestort, en die, voor dit tijdstip, geen verzet heeft doen bekend maken. <W 1998-07-15/38, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
Art.8. L'(organisme de liquidation), les affiliés et toute autre personne de bonne foi possédant une valeur mobilière soumise ou ayant été soumise au régime de fongibilité, ne sont pas obligés de la restituer à la personne qui prétend en avoir été involontairement dépossédée avant que cette valeur mobilière ait été versée à l'(organisme de liquidation) et qui, avant ce même moment, n'a pas fait publier une opposition. <L 1998-07-15/38, art. 8, 005; En vigueur : 04-09-2002>
Art.9. Derden-beslag op de rekening-courant van effecten geopend in de boeken van de (vereffeningsinstelling) is niet toegelaten. (Derden-beslag op de effecten die in bewaring worden gegeven door de vereffeningsinstelling is evenmin toegestaan.) <W 1998-07-15/38, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002> <W 1998-07-15/38, art. 12, 1°, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  (Onverminderd de toepassing van (de artikelen 9bis en 10) kunnen, bij faillissement of ieder ander gelijkgerechtigd opkomen, de schuldeisers van de eigenaar van de effecten hun rechten laten gelden op het beschikbaar saldo van de op naam en voor rekening van hun schuldenaar op rekening gestorte effecten, na aftrekking of toevoeging van de effecten die, ingevolge voorwaardelijke of naar omvang onbepaalde verbintenissen of verbintenissen op termijn tot levering van effecten, op de dag van het faillissement of van het gelijkgerechtigd opkomen, in voorkomend geval zijn opgenomen in een afzonderlijk deel van die effectenrekening, en waarvan de opname in het beschikbaar saldo wordt uitgesteld tot de voorwaarde verwezenlijkt, het bedrag bepaald of de termijn verstreken is. <W 1998-07-15/38, art. 12, 2°, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  De in het vorige lid bedoelde voorwaardelijke of naar omvang onbepaalde verbintenissen of verbintenissen op termijn zijn beperkt tot de verbintenissen die voortvloeien uit een rechtsverhouding tussen de houder van de betrokken effectenrekening en de instelling die deze rekening bijhoudt.) <W 1993-08-06/31, art. 34, 003; Inwerkingtreding : 28-08-1993>
Art.9. Aucune saisie-arrêt n'est admise sur les comptes courants de valeurs mobilières ouverts dans les écritures de l'(organisme de liquidation). (En outre, aucune saisie-arrêt n'est admise sur les titres donnés en dépôt par l'organisme de liquidation.) <L 1998-07-15/38, art. 8 et 12, 1°, 005; En vigueur : 04-09-2002>
  (Sans préjudice de l'application (de l'article 9bis et) de l'article 10, en cas de faillite ou de toute autre situation de concours, les créanciers du propriétaire des valeurs mobilières peuvent faire valoir leurs droits sur le solde disponible des valeurs mobilières versées à un compte au nom et pour compte de leur débiteur, après déduction ou addition des valeurs mobilières qui, en vertu d'engagements conditionnels, d'engagements dont le montant est incertain, ou d'engagements à terme, sont entrées, le cas échéant, dans une partie distincte de ce compte titres, le jour de la faillite ou du concours, et dont l'inclusion dans le solde disponible est différée jusqu'à la réalisation de la condition, la détermination du montant ou l'écoulement du terme. <L 1998-07-15/38, art. 12, 2°, 005; En vigueur : 04-09-2002>
  Les engagements conditionnels ou dont le montant est incertain, ou les engagements à terme, visés à l'alinéa précédent, sont limités aux engagements découlant d'une relation juridique entre le titulaire du compte des valeurs mobilières concerné et le teneur de ce compte.) <L 1993-08-06/31, art. 34, 003; En vigueur : 28-08-1993>
Art. 9bis. <INGEVOEGD bij W 1998-07-15/38, art. 13; Inwerkingtreding : 04-09-2002> De aangesloten leden die voor eigen rekening vervangbare financiële instrumenten rechtstreeks aanhouden bij de vereffeningsinstelling kunnen (hun rechten van medeeigendom bedoeld in artikel 1bis) alleen laten gelden jegens die instelling. Bij wijze van uitzondering kunnen zij : <W 2002-08-02/64, art. 133, 007; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  - een terugvorderingsrecht uitoefenen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel;
  - rechtstreeks hun associatieve rechten uitoefenen bij de emittent;
  - in geval van faillissement of in alle andere gevallen van samenloop in hoofde van de emittent, hun recht van verhaal rechtstreeks tegen deze laatste uitoefenen.
  In geval van faillissement van de vereffeningsinstelling of in alle andere gevallen van samenloop, geschiedt de terugvordering van het aantal financiële instrumenten dat door de instelling verschuldigd is, op collectieve wijze op de algemeenheid van de financiële instrumenten van dezelfde categorie die de instelling in bewaring heeft, in bewaring geeft of heeft ingeschreven op haar naam, in welke vorm dan ook.
  Indien, in het geval bedoeld in het vorige lid, deze algemeenheid onvoldoende is om de volledige terugbetaling toe te laten van de op rekening geboekte verschuldigde financiële instrumenten, wordt zij verdeeld onder de eigenaars in verhouding tot hun rechten.
  Indien de vereffeningsinstelling zelf eigenaar is van een aantal financiële instrumenten van dezelfde categorie, wordt haar, bij de toepassing van het vorige lid, slechts het aantal financiële instrumenten toegekend dat overblijft nadat het volledig aantal financiële instrumenten van de door haar voor rekening van derden aangehouden financiële instrumenten is teruggegeven.
Art. 9bis. Les affiliés qui détiennent pour leur compte propre des instruments financiers fongibles directement auprès de l'organisme de liquidation ne sont admis à faire valoir leurs (droits de copropriété visé à l'article 1erbis) qu'à l'égard de cet organisme. Par exception, il leur revient : <L 2002-08-02/64, art. 133, 007; En vigueur : 04-09-2002>
  - d'exercer un droit de revendication conformément aux dispositions du présent article;
  - d'exercer directement leurs droits associatifs auprès de l'émetteur;
  - en cas de faillite ou de toute autre situation de concours dans le chef de l'émetteur, d'exercer directement leurs droits de recours contre celui-ci.
  En cas de faillite de l'organisme de liquidation ou de toute autre situation de concours, la revendication du nombre d'instruments financiers dont l'organisme est redevable, s'exerce collectivement sur l'universalité des instruments financiers de la même catégorie que l'organisme conserve, fait conserver ou a inscrits à son nom, sous quelque forme que ce soit.
  Si, dans le cas visé à l'alinéa précédent, cette universalité est insuffisante pour assurer la restitution intégrale des instruments financiers dus inscrits en compte, elle sera répartie entre les propriétaires en proportion de leurs droits.
  Si l'organisme de liquidation est lui-même propriétaire d'un nombre d'instruments financiers de la même catégorie, il ne lui est attribué, lors de l'application de l'alinéa précédent, que le nombre d'instruments financiers qui subsiste après que le nombre total d'instruments financiers de la même catégorie détenus par lui pour compte de tiers aura pu être restitué.
Art.10. <W 1995-04-07/69, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 28-05-1995> (De eigenaars van vervangbare financiële instrumenten kunnen (hun rechten van medeeigedom bedoeld in artikel 1bis) alleen laten gelden jegens het aangesloten lid bij wie deze financiële instrumenten op rekening zijn geboekt. Bij wijze van uitzondering kunnen zij : <W 2002-08-02/64, art. 133, 007; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  a) een terugvorderingsrecht uitoefenen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel en het artikel 9bis, lid 2 tot 4;
  b) rechtstreeks hun associatieve rechten uitoefenen bij de emittent;
  c) in geval van faillissement of in alle andere gevallen van samenloop in hoofde van de emittent hun recht van verhaal rechtstreeks tegen deze laatste uitoefenen.) <W 1998-07-15/38, art. 14, 1°, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  In geval van faillissement van het (aangesloten lid) of in alle andere gevallen van samenloop, geschiedt de terugvordering van het aantal vervangbare effecten dat door een aangesloten lid verschuldigd is, op collectieve wijze op de algemeenheid van de vervangbare effecten van dezelfde categorie, die op naam van het aangesloten lid zijn ingeschreven bij andere aangesloten leden of bij de (vereffeningsinstelling). (...). <W 1998-07-15/38, art. 8 en 14, 2° en 3°, 005; 04-09-2002>
  Indien in het geval bedoeld in het vorig lid deze algemeenheid onvoldoende is om de volledige terugbetaling te verzekeren van de op rekening geboekte verschuldigde effecten, wordt zij verdeeld onder de eigenaars in verhouding tot hun rechten.
  Indien het aangesloten lid zelf eigenaar is van een aantal aan op rekening geboekte effecten van dezelfde categorie, wordt hem, bij de toepassing van het vorige lid, slechts het aantal effecten toegekend dat overblijft nadat het volledige aantal van de door hem voor rekening van derden gehouden effecten van dezelfde categorie, is terugbetaald.
  (Wanneer een tussenpersoon voor andermans rekening financiële instrumenten heeft laten inschrijven op zijn naam of op naam van een derde persoon, mag de eigenaar voor wiens rekening deze inschrijving is genomen, een vordering tot teruggave slechts instellen tegen de tussenpersoon of de derde in wiens naam de vervangbare financiële instrumenten zijn ingeschreven, behalve in geval van faillissement, [1 gerechtelijke reorganisatie]1 of elke andere situatie van samenloop tussen de schuldeisers van deze tussenpersoon of derde. In dit geval kan de vordering tot teruggave rechtstreeks door de eigenaar worden uitgeoefend tegen het aangesloten lid of de vereffeningsinstelling op het tegoed dat op naam van de tussenpersoon of de derde aangewezen als titularis van de rekening is ingeschreven. Deze vordering tot teruggave wordt uitgeoefend volgens de in de vorige leden bepaalde regels.) <W 2002-08-02/64, art. 133, 007; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  
Art.10. <L 1995-04-07/69, art. 14, 1°, 004; En vigueur : 28-05-1995> (Les propriétaires d'instruments financiers fongibles ne sont admis à faire valoir leurs (droits de copropriété visé à l'article 1erbis) qu'à l'égard de l'affilié auprès duquel ces instruments financiers sont inscrits en compte. Par exception, il leur revient : <L 2002-08-02/64, art. 133, 007; En vigueur : 04-09-2002>
  a) d'exercer un droit de revendication conformément aux dispositions du présent article et de l'article 9bis, alinéas 2 à 4;
  b) d'exercer directement leurs droits associatifs auprès de l'émetteur;
  c) en cas de faillite ou de toute autre situation de concours dans le chef de l'émetteur, d'exercer directement leurs droits de recours contre celui-ci.)
  En cas de faillite (de l'affilié) ou de toute autre situation de concours, la revendication du nombre des valeurs mobilières fongibles dont l'affilié est redevable, s'exerce collectivement sur l'universalité des valeurs mobilières fongibles de la même catégorie, inscrites au nom de l'affilié auprès d'autres affiliés ou auprès de l'(organisme de liquidation). (...). <L 1998-07-15/38, art. 8 et 14, 2° et 3°, 005; En vigueur : 04-09-2002>
  Si, dans le cas visé à l'alinéa précédent, cette universalité est insuffisante pour assurer la restitution intégrale des valeurs mobilières dues inscrites en compte, elle sera répartie entre les propriétaires en proportion de leurs droits.
  Si l'affilié est lui-même propriétaire d'un nombre de valeurs mobilières inscrites en compte de la même catégorie, il ne lui est attribué, lors de l'application de l'alinéa précédent, que le nombre des titres qui subsiste après que le nombre total des titres de la même catégorie détenus par lui pour compte de tiers aura pu être restitué.
  (Lorsqu'un intermédiaire a fait inscrire pour le compte d'autrui des instruments financiers à son nom ou à celui d'une tierce personne, le propriétaire pour le compte duquel cette inscription a été prise ne peut exercer d'action en revendication qu'auprès de l'intermédiaire ou du tiers au nom duquel les instruments financiers fongibles ont été inscrits, sauf en cas de faillite, de [1 réorganisation judiciaire]1 ou de toute autre situation de concours entre les créanciers de cet intermédiaire ou ce tiers. Dans ce cas, l'action en revendication peut être exercée directement par le propriétaire auprès de l'affilié ou de l'organisme de liquidation sur l'avoir inscrit au nom de l'intermédiaire ou de la tierce personne désignée comme titulaire du compte. Cette revendication s'exerce suivant les règles définies aux alinéas précédents.) <L 2002-08-02/64, art. 133, 007; En vigueur : 04-09-2002>
  
Art. 10bis. <INGEVOEGD bij W 1995-04-07/69, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 28-05-1995> De betaling van vervallen dividenden, interesten en kapitalen van vervangbare effecten aan de (vereffeningsinstelling), is bevrijdend voor de uitgever. (De aldus betaalde sommen zijn niet vatbaar voor beslag door de schuldeisers van de vereffeningsinstelling.) <W 1998-07-15/38, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002> <W 2002-08-02/64, art. 133, 007; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
  De (vereffeningsinstelling) stort deze dividenden, interesten en kapitalen door aan de aangesloten leden overeenkomstig de bedragen aan effecten die op de vervaldag geboekt staan op hun naam. Deze betalingen zijn bevrijdend voor het (vereffeningsinstelling). <W 1998-07-15/38, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
Art. 10bis. Le paiement des dividendes, des intérêts et des capitaux échus des mobilières fongibles à l'(organisme de liquidation) est libératoire pour l'émetteur. (Les sommes ainsi payées sont insaisissables par les créanciers de l'organisme de liquidation.) <L 1998-07-15/38, art. 8, 005; En vigueur : 04-09-2002> <L 2002-08-02/64, art. 133, 007; En vigueur : 04-09-2002>
  L'(organisme de liquidation) rétrocède ces dividendes, intérêts et capitaux aux affiliés en fonction des montants de valeurs mobilières inscrites à leur nom à l'échéance. Ces paiements sont libératoires pour l'(organisme de liquidation). <L 1998-07-15/38, art. 8, 005; En vigueur : 04-09-2002>
Art.11. <W 1995-04-07/69, art. 17, 004; Inwerkingtreding : 28-05-1995> De vennootschappen kunnen, met het oog op de deelname aan hun algemene vergaderingen, de vermelding van de nummers der effecten, welke gestort zijn bij de (vereffeningsinstelling) of bij een aangesloten lid, niet eisen. In dat geval wordt de numerieke lijst geldig vervangen door een attest, door het aangesloten lid of de (vereffeningsinstelling) afgegeven aan de deponent, dat de onbeschikbaarheid, tot aan de datum van de algemene vergadering, van de aandelen ingeschreven op naam van de eigenaar of zijn tussenpersoon, vaststelt. Alle andere associatieve rechten van de eigenaar van de effecten (en, in geval van faillissement of in alle andere gevallen van samenloop in hoofde van hun emittent, alle rechten van verhaal tegen deze laatste) worden uitgeoefend na de voorlegging van een attest opgesteld door het aangesloten lid of de (vereffeningsinstelling), dat het aantal ingeschreven effecten bevestigt dat op naam van de eigenaar of zijn tussenpersoon is ingeschreven op de datum vereist voor de uitoefening van deze rechten. <W 1998-07-15/38, art. 8 en 15, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002>
Art.11. <L 1995-04-07/69, art. 17, 004; En vigueur : 28-05-1995> En vue de la participation à leurs assemblées générales, les sociétés ne peuvent exiger l'énoncé des numéros des valeurs mobilières versées à l'(organisme de liquidation)el ou à un affilié, le relevé numérique étant dans ce cas valablement remplacé par une attestation de l'affilié ou de l'(organisme de liquidation), délivrée au déposant constatant l'indisponibilité, jusqu'à la date de l'assemblée générale, des actions inscrites au nom du propriétaire ou de son intermédiaire. Tous les autres droits associatifs du propriétaire de valeurs mobilières (et, en cas de faillite ou de toute autre situation de concours dans le chef de leur émetteur, tous les droits de recours contre celui-ci) s'exercent moyennant la production d'une attestation établie par l'affilié ou l'(organisme de liquidation) certifiant le nombre de valeurs mobilières inscrites au nom du propriétaire ou de son intermédiaire à la date requise pour l'exercice de ces droits. <L 1998-07-15/38, art. 8 et 15, 005; En vigueur : 04-09-2002>
Art.12. De bepalingen van dit besluit zijn toepasselijk op de vreemde effecten voor zover dat deze bepalingen stroken met de aard van die effecten.
Art.12. Les dispositions du présent arrêté sont applicables aux valeurs mobilières étrangères, pour autant que ces dispositions soient compatibles avec la nature de ces valeurs.
Art.13. <W 1998-07-15/38, art. 16, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002> Voor de financiële instrumenten die aan een aangesloten lid zijn afgegeven gelden de artikelen 2, lid 3, artikelen 4 tot 8, artikel 9, lid 2 en 3, artikelen 10 tot 12 en artikel 14 van dit besluit, zodra de deponent heeft ingestemd met de toepassing van de vervangbaarheidsregeling en zonder dat het aangesloten lid deze instrumenten moet storten bij de vereffeningsinstelling. Die instemming heeft dezelfde gevolgen als de storting bij de vereffeningsinstelling zelfs voor instrumenten die niet door deze laatste in overschrijving worden aanvaard.
Art.13. <L 1998-07-15/38, art. 16, 005; En vigueur : 04-09-2002> Les instruments financiers remis à un affilié sont régis par l'article 2, alinéa 3, les articles 4 à 8, l'article 9, alinéas 2 et 3, les articles 10 à 12 et l'article 14 du présent arrêté, dès que le déposant a donné son accord pour les soumettre au régime de fongibilité et sans que l'affilié soit tenu de les verser à l'organisme de liquidation. Cet accord a les mêmes effets que le versement à l'organisme de liquidation, même pour les valeurs non admises en virement par celui-ci.
Art. 14. <W 1998-07-15/38, art. 17, 005; Inwerkingtreding : 04-09-2002> De Koning kan de uitvoeringsmaatregelen vaststellen die nodig zijn voor dit besluit. Hij kan onder meer de voorwaarden vaststellen voor het houden van de rekeningen door de aangesloten leden, de werkwijze van de rekeningen, de aard van de bewijsstukken welke aan de houders van de rekeningen moeten worden afgegeven en de wijze van betaling van de vervallen dividenden, interesten en kapitalen door de aangesloten leden en de vereffeningsinstelling.
Art. 14. <L 1998-07-15/38, art. 17, 005; En vigueur : 04-09-2002> Le Roi peut déterminer les mesures d'exécution qu'appelle le présent arrêté. Il peut fixer notamment les conditions de la tenue des comptes par les affiliés, le mode de fonctionnement des comptes, la nature des pièces justificatives qui doivent être délivrées aux titulaires des comptes et les modalités de paiement par les affiliés et l'organisme de liquidation des dividendes, intérêts et capitaux échus.