Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 JULI 1976. - Wet betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de krijgsmacht. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-08-1990 en tekstbijwerking tot 29-12-2025)
Titre
13 JUILLET 1976. - Loi relative aux effectifs en officiers et aux statuts du personnel des forces armées. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-08-1990 et mise à jour au 29-12-2025)
Dokumentinformationen
Numac: 1976071304
Datum: 1976-07-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1976071304
Date: 1976-07-13
Moniteur: Voir
Tekst (152)
Texte (152)
HOOFDSTUK I. - Maximumgetalsterkte aan officieren in werkelijke dienst van de krijgsmacht op vredesvoet, de rijkswacht niet inbegrepen.
CHAPITRE I. - Effectifs maxima en officiers en service actif des forces armées sur pied de paix, non compris la gendarmerie.
Artikel 1. (Opgeheven)
Article 1. (Abrogé)
Art. 2. (Opgeheven)
Art. 2. (Abrogé)
Art. 3. (Opgeheven)
Art. 3. (Abrogé)
Art. 4. (Opgeheven)
Art. 4. (Abrogé)
Art. 5. (Opgeheven)
Art. 5. (Abrogé)
HOOFDSTUK II. - Bepalingen houdende het statuut van het militaire personeel van het tijdelijke kader van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst.
CHAPITRE II. - Dispositions portant statut du personnel militaire du cadre temporaire des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Section 1. - Dispositions générales.
Art. 6. (Opgeheven)
Art. 6. (Abrogé)
Art. 7. (Opgeheven)
Art. 7. (Abrogé)
Art. 8. (Opgeheven)
Art. 8. (Abrogé)
Afdeling 2. - De dienstnemingen en wederdienstnemingen van het personeel van het tijdelijke kader.
Section 2. - Les engagements et rengagements du personnel du cadre temporaire.
Art. 9. (Opgeheven)
Art. 9. (Abrogé)
Art. 10. (Opgeheven)
Art. 10. (Abrogé)
Art. 11. (Opgeheven)
Art. 11. (Abrogé)
Art. 12. (Opgeheven)
Art. 12. (Abrogé)
Art. 13. (Opgeheven)
Art. 13. (Abrogé)
Afdeling 3. - Het ambt van het militaire personeel van het tijdelijke kader.
Section 3. - L'emploi du personnel militaire du cadre temporaire.
Art. 14. (Opgeheven)
Art. 14. (Abrogé)
Art. 15. (Opgeheven)
Art. 15. (Abrogé)
Art. 16. (Opgeheven)
Art. 16. (Abrogé)
Art. 17. (Opgeheven)
Art. 17. (Abrogé)
Afdeling 4. - De kandidaat-tijdelijke officieren en -tijdelijke onderofficieren.
Section 4. - Des candidats officiers et sous-officiers temporaires.
Art. 18. (Opgeheven)
Art. 18. (Abrogé)
Art. 19. (Opgeheven)
Art. 19. (Abrogé)
Art. 20. (Opgeheven)
Art. 20. (Abrogé)
Art. 21. (Opgeheven)
Art. 21. (Abrogé)
Afdeling 5. - Overgang van het militaire personeel van het tijdelijke kader naar het beroepskader.
Section 5. - Passage du personnel militaire du cadre temporaire dans le cadre de carrière.
Art. 22. (Opgeheven)
Art. 22. (Abrogé)
Art. 23. (Opgeheven)
Art. 23. (Abrogé)
Art. 24. (Opgeheven)
Art. 24. (Abrogé)
Art. 25. (Opgeheven)
Art. 25. (Abrogé)
Art. 26. (Opgeheven)
Art. 26. (Abrogé)
Afdeling 6. - Overgang van het militaire personeel van het tijdelijke kader naar het aanvullingskader.
Section 6. - Passage du personnel militaire du cadre temporaire dans le cadre de complément.
Art. 27. (Opgeheven)
Art. 27. (Abrogé)
Art. 28. (Opgeheven)
Art. 28. (Abrogé)
Art. 29. (Opgeheven)
Art. 29. (Abrogé)
Art. 30. (Opgeheven)
Art. 30. (Abrogé)
Afdeling 7. - Diverse bepalingen.
Section 7. - Dispositions diverses.
Art. 31. (Opgeheven)
Art. 31. (Abrogé)
Art. 32. (Opgeheven)
Art. 32. (Abrogé)
Art. 33. (Opgeheven)
(NOTA : artikel 33 opgeheven wat betreft de aanwerving van het personeel van de openbare instellingen, die ressorteren onder de Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse Gewest door DVR 1998-07-07/49, art. 19; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Art. 33. (Abrogé)
(NOTE : article 33 abrogé en ce qui concerne le recrutement de personnel par les organismes publics relevant de la Communauté flamande et/ou la Région flamande par DCFL 1998-07-07/49, art. 19; En vigueur : 01-01-1995>
Afdeling 8. - Overgangsbepalingen.
Section 8. - Dispositions transitoires.
Art. 34. (Opgeheven)
Art. 34. (Abrogé)
Art. 35. (Opgeheven)
Art. 35. (Abrogé)
Art. 36. (Opgeheven)
Art. 36. (Abrogé)
HOOFDSTUK III. - (Bepalingen houdende statuut van de officieren van het aanvullingskader van de krijgsmacht.)
CHAPITRE III. - (Dispositions portant statut des officiers du cadre de complément des forces armées.)
Art. 37.
Art. 37.
Art. 38.
Art. 38.
Art. 39.
Art. 39.
Art. 40.
Art. 40.
Art. 41.
Art. 41.
Art. 42.
Art. 42.
Art. 43.
Art. 43.
Art. 44.
Art. 44.
Art. 45.
Art. 45.
HOOFDSTUK IV. (Bepalingen betreffende het vrouwelijk militair personeel van de krijgsmacht, de ouderschapsbescherming en het palliatief verlof.)
CHAPITRE IV. (Dispositions relatives au personnel militaire féminin des forces armées, à la protection parentale et au congé palliatif.)
Afdeling 1. - Algemene bepaling.
Section 1. - Disposition générale.
Art. 46. Behoudens bijzondere bepalingen van deze wet, hebben de vrouwelijke militairen van (de krijgsmacht) dezelfde rechten, dezelfde plichten en dezelfde verplichtingen als de mannelijke militairen.
Art. 46. Sauf ce qui est disposé spécialement dans la présente loi, les militaires féminins des (forces armées) ont les mêmes droits, les mêmes devoirs et les mêmes obligations que les militaires masculins.
Art. 47. (opgeheven)
Art. 47. (abrogé)
Art. 48. De Koning kan aan de vrouwelijke militairen het uitoefenen verbieden van functies die gevaarlijk of ongezond zijn. Bovendien kan hij het uitoefenen van deze functies afhankelijk maken van de inachtneming van zekere beschermingsmaatregelen.
Art. 48. Le Roi peut interdire aux militaires féminins l'exercice de fonctions dangereuses ou insalubres. Il peut en outre subordonner l'exercice de ces fonctions à l'observation de certaines mesures de protection.
Afdeling 2. - Moederschapsbescherming.
Section 2. - De la protection de la maternité.
Art. 49. § 1. In geval van zwangerschap verkrijgt de vrouwelijke militair, op haar verzoek, naargelang van het geval, het ontslag uit haar ambt of de verbreking van haar dienstneming of van haar wederdienstneming.
§ 2. [1 Behalve om redenen die vreemd zijn aan de lichamelijke toestand als gevolg van de zwangerschap of van de bevalling of op aanvraag van de vrouwelijke militair, kan er tegenover haar geen definitieve ambtsontheffing worden uitgesproken vanaf het ogenblik waarop zij haar korpscommandant heeft ingelicht omtrent de zwangerschap tot een maand na het einde van het moederschapsverlof, met inbegrip van de periode van acht weken gedurende dewelke ze, in voorkomend geval, haar verlofdagen van postnatale rust moet opnemen.]1
Art. 49. § 1. En cas de grossesse, le militaire féminin obtient à sa demande, selon le cas, la démission de son emploi ou la résiliation de son engagement ou de son rengagement.
§ 2. [1 Sauf pour des motifs étrangers à l'état physique résultant de la grossesse ou de l'accouchement ou à la demande du militaire féminin, aucun retrait définitif d'emploi ne peut être prononcé à son égard à partir du moment où elle a informé son chef de corps de l'état de grossesse jusqu'à l'expiration d'un délai d'un mois prenant cours à la fin du congé de maternité, en ce inclus la période de huit semaines durant laquelle elle doit prendre, le cas échéant, ses jours de congé de repos postnatal.]1
Art. 49bis. De vrouwelijke militair die zich in periode van vrede in werkelijke dienst bevindt zonder evenwel in intensieve dienst, [1 in militaire bijstand,]1 in hulpverlening of in operationele inzet te zijn, verkrijgt op haar aanvraag het nodige verlof om haar in staat te stellen zich te begeven naar prenatale medische onderzoeken, voor zover deze niet buiten de diensturen kunnen plaatsvinden, en deze te ondergaan. De aanvraag moet worden gestaafd met elk nuttig bewijs.
Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van werkelijke dienst en wordt bezoldigd.
Art. 49bis. Le militaire féminin, qui se trouve, en période de paix, en service actif sans toutefois être en service intensif, [1 en appui militaire,]1 en assistance ou en engagement opérationnel, obtient, à sa demande, le congé nécessaire pour lui permettre de se rendre aux examens médicaux prénatals et de les subir dans la mesure où ceux-ci ne peuvent avoir lieu en dehors des heures de service. La demande doit être appuyée de toute preuve utile.
Ce congé est assimilé à une période de service actif et est rémunéré.
Art. 50. § 1. Buiten de verloven waarop zij, volgens de personeelscategorie waartoe zij behoort, aanspraak kan maken, heeft de vrouwelijke militair in werkelijke dienst recht op een moederschapsverlof dat, op haar verzoek, ten vroegste aanvangt de zesde week vóór de vermoedelijke datum van de bevalling of de achtste week vóór deze datum wanneer de geboorte van een meerling wordt verwacht. De vrouwelijke militair bezorgt aan haar korpscommandant ten laatste zeven weken vóór de vermoedelijke datum van de bevalling of negen weken vóór deze datum wanneer de geboorte van een meerling wordt verwacht een medisch getuigschrift waaruit deze datum blijkt. Indien de bevalling plaats heeft na de door de geneesheer voorziene datum, wordt het verlof tot de werkelijke datum van de bevalling verlengd.
De vrouwelijke militair mag geen prestaties meer verrichten vanaf de zevende dag die de vermoedelijke datum van de bevalling voorafgaat tot het verstrijken van de periode van negen weken die begint te lopen op de dag van de bevalling. [1 Het postnatale gedeelte van het moederschapsverlof begint te lopen de dag na de dag van de bevalling wanneer de vrouwelijke militair nog prestaties heeft verricht op de dag van de bevalling.]1
§ 2. Op verzoek van de vrouwelijke militair kan het postnatale gedeelte van het moederschapsverlof na de negende week verlengd worden, met een periode waarvan de duur gelijk is aan de periode waarin zij verder prestaties verricht heeft of met [2 ...]2 verlof geweest is met uitzondering van het moederschapsverlof en het verlof bedoeld in artikel 52, en dit vanaf de zesde week vóór de werkelijke datum van de bevalling of vanaf de achtste week wanneer de geboorte van een meerling wordt verwacht. Bij vroeggeboorte wordt deze periode verminderd met het aantal dagen waarop zij, tijdens de periode van zeven dagen die de bevalling voorafgaat, hetzij prestaties geleverd heeft hetzij met [2 ...]2 verlof geweest is met uitzondering van het moederschapsverlof en het verlof bedoeld in artikel 52. [2 Periodes van afwezigheid om gezondheidsreden worden gelijkgesteld met periodes waarin prestaties worden verricht.]2 [1 Wanneer de vrouwelijke militair het postnatale gedeelte van het moederschapsverlof na de negende week met ten minste twee weken kan verlengen, kunnen de laatste twee weken op haar verzoek worden omgezet in verlofdagen van postnatale rust. De vrouwelijke militair moet deze verlofdagen van postnatale rust opnemen binnen de acht weken te rekenen vanaf het einde van het ononderbroken postnatale gedeelte van het moederschapsverlof. Ze moet de data waarop het verlof zal opgenomen worden meedelen aan haar korpscommandant. Die mededeling gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het verlof, tenzij de korpscommandant een kortere termijn aanvaardt op vraag van de betrokkene. Als het arbeidsregime van de vrouwelijke militair een reductie van de dagen vakantieverlof voorziet, worden de verlofdagen van postnatale rust in dezelfde proportie verminderd.]1
[2 ...]2
Ingeval van geboorte van een meerling, wordt op verzoek van de vrouwelijke militair het postnatale gedeelte van het moederschapsverlof na de negende week, eventueel verlengd overeenkomstig het bepaalde (in het eerste lid en het tweede lid), verlengd met een periode van maximaal twee weken.
Wanneer het pasgeboren kind na de eerste zeven dagen te rekenen vanaf zijn geboorte in de verplegingsinrichting moet opgenomen blijven, kan op verzoek van de vrouwelijke militair het postnatale gedeelte van het moederschapsverlof verlengd worden met een duur gelijk aan de periode waarin haar kind na die eerste zeven dagen in de verplegingsinrichting opgenomen is gebleven. De duur van deze verlenging mag vierentwintig weken niet overschrijden. Met dat doel bezorgt de vrouwelijke militair aan haar korpscommandant :
1° op het einde van het postnatale gedeelte van het moederschapsverlof, een getuigschrift van de verplegingsinrichting waaruit blijkt dat het pasgeboren kind in de verplegingsinrichting opgenomen blijft na de eerst zeven dagen vanaf zijn geboorte en met vermelding van de duur van de opname;
2° in voorkomend geval een nieuw getuigschrift van de verplegingsinrichting bij het einde van de verlenging die voortvloeit uit het bepaalde in dit lid waaruit blijkt dat tijdens deze verlenging het pasgeboren kind de verplegingsinrichting nog niet heeft mogen verlaten en met vermelding van de duur van de opname.
[1 § 3. Dit artikel is niet van toepassing in geval van miskraam vóór de 181e dag van de zwangerschap.]1
Art. 50. § 1er. Outre les congés auxquels elle peut prétendre selon la catégorie de personnel à laquelle elle appartient, le militaire féminin en service actif a droit à un congé de maternité prenant cours, à sa demande, au plus tôt à partir de la sixième semaine qui précède la date présumée de l'accouchement ou de la huitième semaine avant cette date lorsqu'une naissance multiple est prévue. Le militaire féminin remet à son chef de corps au plus tard sept semaines avant la date présumée de l'accouchement ou neuf semaines avant cette date lorsqu'une naissance multiple est prévue un certificat médical attestant cette date. Si l'accouchement n'a lieu qu'après la date prévue par le médecin, le congé est prolongé jusqu'à la date exacte de l'accouchement.
Le militaire féminin ne peut effectuer aucune prestation à partir du septième jour qui précède la date présumée de l'accouchement jusqu'à la fin de la période de neuf semaines qui prend cours le jour de l'accouchement. [1 La période postnatale du congé de maternité commence à courir le jour après le jour de l'accouchement lorsque le militaire féminin a effectué des prestations le jour de l'accouchement.]1
§ 2. A la demande du militaire féminin, la partie postnatale du congé de maternité peut être prolongée au-delà de la neuvième semaine, d'une période égale à la période pendant laquelle elle a continué à effectuer des prestations ou a été [2 ...]2 en congé à l'exception du congé de maternité et du congé visé à l'article 52, et ce à partir de la sixième semaine précédant la date exacte de l'accouchement ou de la huitième semaine lorsqu'une naissance multiple est prévue. En cas de naissance prématurée, cette période est réduite du nombre de jours pendant lesquels elle a soit effectué des prestations soit été [2 ...]2 en congé, à l'exception du congé de maternité et du congé visé à l'article 52, au cours de la période de sept jours qui précède la date de l'accouchement. [2 Les périodes d'absence pour motif de santé sont assimilées à des périodes pendant lesquelles des prestations sont effectuées.]2 [1 Lorsque le militaire féminin peut prolonger la partie postnatale du congé de maternité après la neuvième semaine d'au moins deux semaines, les deux dernières semaines peuvent être converties à sa demande en jours de congé de repos postnatal. Le militaire féminin doit prendre ces jours de congé de repos postnatal dans les huit semaines à dater de la fin de la partie postnatale ininterrompue du congé de maternité. Elle doit communiquer à son chef de corps les dates auxquelles le congé sera pris. Cette communication se fait par écrit au moins un mois avant le début du congé, à moins que le chef de corps n'accepte un délai plus court à la demande de l'intéressé. Si le régime de travail du militaire féminin prévoit une réduction des jours de congé de vacances, les jours de congé de repos postnatal sont réduits dans la même proportion.]1
[2 ...]2
En cas de naissance multiple, à la demande du militaire féminin, la partie postnatale du congé de maternité peut être prolongée au-delà de la neuvième semaine, éventuellement prolongée conformément aux dispositions (de l'alinéa 1er et 2), d'une période maximale de deux semaines.
Dans le cas où, après les sept premiers jours à compter de sa naissance, le nouveau-né doit rester dans l'établissement hospitalier, la partie postnatale du congé de maternité peut, à la demande du militaire féminin, être prolongée d'une durée égale à la période pendant laquelle son enfant est resté hospitalisé après les sept premiers jours. La durée de cette prolongation ne peut dépasser vingt-quatre semaines. A cet effet, le militaire féminin remet à son chef de corps :
1° à la fin de la partie postnatale du congé de maternité, une attestation de l'établissement hospitalier certifiant que le nouveau-né est resté hospitalisé après les sept premiers jours à dater de sa naissance et mentionnant la durée de l'hospitalisation;
2° le cas échéant, à la fin de la période de prolongation qui résulte des dispositions prévues dans cet alinéa, une nouvelle attestation de l'établissement hospitalier certifiant que le nouveau-né n'a pas encore quitté l'établissement hospitalier et mentionnant la durée de l'hospitalisation.
[1 § 3. Le présent article ne s'applique pas en cas de fausse couche se produisant avant le 181e jour de grossesse.]1
Art. 51. § 1. (De vrouwelijke militair die zwanger is mag geen nachtwerk verrichten gedurende een periode van acht weken vóór de vermoedelijke datum van de bevalling. Op voorlegging van een medisch getuigschrift, mag ze niet verplicht worden taken of nachtwerk te verrichten die gevaarlijk zijn voor haar gezondheid of die van haar kind gedurende andere periodes tijdens de zwangerschap en gedurende een periode van maximum vier weken die onmiddellijk volgt op het einde van het moederschapsverlof.)
§ 2. De vrouwelijke militair die zwanger is, wordt :
a) vrijgesteld van afzondering in een gesloten kamer tijdens de uitvoering van alle haar opgelegde definitieve straffen;
b) niet afgezonderd in een gesloten kamer tijdens de onder toezicht plaatsing in haar eenheid.
§ 3. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de bepalingen van de §§ 1 en 2.
Art. 51. § 1er. (Le militaire féminin, qui se trouve en état de grossesse, ne peut exécuter du travail de nuit pendant une période de huit semaines avant la date présumée de l'accouchement. Sur présentation d'un certificat médical, elle ne peut être tenue d'effectuer des tâches ou du travail de nuit qui présentent un danger pour sa santé ou pour celle de l'enfant pendant d'autres périodes au cours de la grossesse et pendant une période de quatre semaines au maximum qui suit immédiatement la fin du congé de maternité.)
§ 2. Le militaire féminin qui se trouve en état de grossesse :
a) est exempté de l'isolement dans un local fermé pendant l'accomplissement de toutes les punitions définitives qui lui ont été infligées;
b) n'est pas isolé dans un local fermé pendant sa mise sous contrôle dans son unité.
§ 3. Le Roi détermine les modalités d'application des dispositions des §§ 1er et 2.
Art. 52. De zwangere vrouwelijke militair die bij toepassing van artikel 51, haar taak geheel of gedeeltelijk niet kan uitoefenen heeft het recht om een andere in haar toestand toelaatbare taak te verrichten (of wordt, bij ontstentenis, met verlof geplaatst. Deze verlofperiode wordt bezoldigd en wordt gelijkgesteld met een periode van werkelijke dienst.)
Art. 52. Le militaire féminin en état de grossesse qui, en application de l'article 51, ne peut exercer totalement ou partiellement son emploi, a le droit d'exercer un autre emploi compatible avec son état (ou est, à défaut, placée en congé. Cette période de congé est rémunérée et est assimilée à une période de service actif).
Art. 53. De zwangere vrouwelijke militair mag geen arbeid verrichten waarvan de duur meer is dan acht uren per dag of die meer dan [1 achtendertig uren]1 per week bedraagt.
Art. 53. Le militaire féminin qui se trouve en état de grossesse ne peut effectuer un travail d'une durée de plus de huit heures par jour ni de plus de [1 trente-huit heures]1 par semaine.
Afdeling 2bis. - Ouderschapsbescherming.
Section 2bis. - De la protection parentale
Art. 53bis. [1 § 1. [2 De militair van het actief kader in werkelijke dienst en de reservemilitair tijdens een vrijwillige encadreringsprestatie bekomen op aanvraag, bij de geboorte of de adoptie van een kind of bij de plaatsing van een kind in een opvanggezin in het kader van de pleegzorg, een ouderschapsverlof dat kan genomen worden:
1° hetzij gedurende een periode van drie maanden als voltijds verlof. Op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in maanden;
2° hetzij gedurende een periode van zes maanden in het kader van een vermindering van de prestaties met de helft enkel wanneer de militair voltijds tewerkgesteld is. Op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud hiervan;
3° hetzij gedurende een periode van vijftien maanden in het kader van een vermindering van de prestaties met één vijfde enkel wanneer de militair voltijds tewerkgesteld is. Op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan;
4° hetzij gedurende een periode van dertig maanden in het kader van een vermindering van de prestaties met één tiende enkel wanneer de militair voltijds tewerkgesteld is. Op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan.]2

De militair heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten bedoeld in het eerste lid. Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand voltijds verlof gelijk is aan twee maanden verminderde prestaties met de helft [2 , gelijk is aan vijf maanden verminderde prestaties met één vijfde en gelijk is aan tien maanden verminderde prestaties met één tiende]2.
[2 De militair heeft recht op het ouderschapsverlof:
1° naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt;
2° in het kader van de adoptie van een kind gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de militair zijn verblijfplaats heeft, tot het kind twaalf jaar wordt;
3° in het kader van een plaatsing van een kind in een opvanggezin in het kader van de pleegzorg vanaf het ogenblik van de plaatsing van het kind in het gezin tot het einde van de plaatsing en uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.]2

Wanneer het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft, die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, of dat ten minste 9 punten toegekend worden in de drie pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, wordt de leeftijdsgrens vastgesteld op 21 jaar.
Aan de voorwaarde van de twaalfde verjaardag moet voldaan zijn uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof.
§ 2. Het in dit artikel bedoeld ouderschapsverlof wordt niet bezoldigd. Het wordt gelijkgesteld met een periode van werkelijke dienst.]1

Art. 53bis. [1 § 1er. [2 Le militaire du cadre actif en service actif et le militaire de réserve pendant une prestation volontaire d'encadrement obtiennent à la demande, lors de la naissance ou de l'adoption d'un enfant ou lors du placement d'un enfant dans une famille d'accueil dans le cadre de la politique d'accueil, un congé parental qui peut être pris:
1° soit sous la forme d'un congé à temps plein durant une période de trois mois. à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en mois;
2° soit, uniquement si le militaire est occupé à temps plein, sous la forme d'une réduction des prestations de moitié durant une période de six mois. à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de deux mois ou d'un multiple de ce chiffre;
3° soit, uniquement si le militaire est occupé à temps plein, sous la forme d'une réduction des prestations d'un cinquième durant une période de quinze mois. à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de cinq mois ou d'un multiple de ce chiffre;
4° soit, uniquement si le militaire est occupé à temps plein, sous la forme d'une réduction des prestations d'un dixième durant une période de trente mois. à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de cinq mois ou d'un multiple de ce chiffre.]2

Le militaire a la possibilité, dans le cadre de l'exercice de son droit au congé parental, de faire usage des différentes modalités visées à l'alinéa 1er. Lors d'un changement de forme, il convient de tenir compte du principe qu'un mois de congé à temps plein est équivalent à deux mois de prestations réduites de moitié [2 , à cinq mois de prestations réduites d'un cinquième et à dix mois de prestations réduites d'un dixième]2.
[2 Le militaire a droit au congé parental:
1° en raison de la naissance de son enfant, jusqu'à ce que l'enfant atteigne son douzième anniversaire;
2° en raison de l'adoption d'un enfant, pendant une période qui court à partir de l'inscription de l'enfant comme faisant partie de son ménage, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le militaire a sa résidence, jusqu'à ce que l'enfant atteigne son douzième anniversaire;
3° en raison du placement d'un enfant dans une famille d'accueil dans le cadre de la politique d'accueil, à partir du placement de l'enfant dans la famille jusqu'à la fin du placement et au plus tard jusqu'à ce que l'enfant atteigne son douzième anniversaire.]2

Lorsque l'enfant est atteint d'une incapacité physique ou mentale de 66 % au moins ou d'une affection qui a pour conséquence qu'au moins 4 points sont octroyés dans le pilier 1 de l'échelle médico-sociale au sens de la règlementation relative aux allocations familiales, ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale au sens de la règlementation relative aux allocations familiales, la limite d'âge est fixée à 21 ans.
La condition du douzième anniversaire doit être satisfaite au plus tard pendant la période de congé parental.
§ 2. Le congé parental visé par le présent article n'est pas rémunéré; il est assimilé à une période de service actif.]1

Art. 53ter. § 1. Een adoptieverlof wordt op aanvraag toegekend aan de militair van het actief kader in werkelijke dienst [2 en aan de reservemilitair tijdens een vrijwillige encadreringsprestatie]2 die een minderjarig kind adopteert, met uitzondering van de militair die zich in vrijwillige of automatische disponibiliteit bevindt.
[2 De militair heeft recht op maximum zes weken adoptieverlof. Het verlof kan worden gesplitst in weken en dient te worden genomen binnen het jaar na de opname van het kind in het gezin van de militair. Op vraag van de militair kunnen ten hoogste drie weken van dit verlof worden opgenomen vooraleer het kind effectief in het gezin wordt opgenomen. Als er twee adoptieouders zijn, zijn deze zes weken niet overdraagbaar naar de andere adoptieouder.]2
[2 Het adoptieverlof van zes weken per adoptieouder wordt verlengd. Als er twee adoptieouders zijn, worden deze bijkomende weken onderling tussen hen verdeeld. Dit verlengde adoptieverlof wordt als volgt toegekend voor de adoptieouder of voor beide adoptieouders samen:
1° één week vanaf de inwerkingtreding van de wet van 20 mei 2019 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen;
2° twee weken vanaf 1 januari 2021;
3° drie weken vanaf 1 januari 2023;
4° vier weken vanaf 1 januari 2025;
5° vijf weken vanaf 1 januari 2027.
De maximale duur van het adoptieverlof kan met twee weken per adoptieouder worden verlengd bij gelijktijdige adoptie van meerdere minderjarige kinderen. Deze twee weken worden niet verdubbeld wanneer een kind is getroffen door een handicap bepaald in het zevende lid. Deze twee weken zijn niet overdraagbaar naar de andere adoptieouder.]2

De militair die dit verlof wenst te genieten, deelt aan de overheid onder dewelke hij ressorteert, de datum mee waarop het verlof zal aanvangen en de duur ervan. Die mededeling gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het verlof, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere termijn aanvaardt.
De militair dient aan deze mededeling toe te voegen :
1° een attest uitgereikt door de bevoegde centrale overheid van de gemeenschap waarin de toewijzing van het kind aan de militair wordt bevestigd, indien de militair het verlof van ten hoogste drie weken wenst te verkrijgen vooraleer het kind [1 in het gezin opgenomen]1 wordt;
2° een attest dat de inschrijving van het kind in het bevolkings- of vreemdelingenregister bevestigt om het verlof of het resterende verlof te kunnen opnemen.
De maximumduur van het adoptieverlof wordt verdubbeld wanneer het geadopteerde kind getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale schaal, [1 of dat ten minste 9 punten toegekend worden in drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal]1 overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag.
[2 ...]2
[1 De maximumduur van het adoptieverlof wordt verminderd met het aantal weken opvangverlof in toepassing van artikel 53ter, § 2, dat de militair reeds heeft bekomen voor hetzelfde kind.]1
§ 2. Een opvangverlof wordt op aanvraag toegekend aan de militair van het actief kader in werkelijke dienst [2 en aan de reservemilitair tijdens een vrijwillige encadreringsprestatie]2 die de pleegvoogdij opneemt van een minderjarig kind of die een minderjarige opneemt in zijn gezin ingevolge een rechterlijke beslissing tot plaatsing in een opvanggezin, met uitzondering van de militair die zich in vrijwillige of automatische disponibiliteit bevindt.
Het verlof bedraagt ten hoogste zes weken voor een kind beneden de drie jaar en ten hoogste vier weken in de andere gevallen. Het verlof vangt aan op de dag dat het kind in het gezin wordt opgenomen en kan niet gesplitst worden.
De militair die dit verlof wenst te genieten, deelt aan de overheid onder dewelke hij ressorteert, de datum mee waarop het verlof zal aanvangen en de duur ervan. Die mededeling gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het verlof, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere termijn aanvaardt.
De militair dient aan deze mededeling toe te voegen :
1° in geval van een rechterlijke beslissing tot plaatsing, een officieel attest van plaatsing door een rechter;
2° een attest dat de inschrijving van het kind in het bevolkings- of vreemdelingenregister bevestigt.
De maximumduur van het opvangverlof wordt verdubbeld wanneer het opgenomen kind getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale schaal, [1 of dat ten minste 9 punten toegekend worden in de drie pijlers samen van de medisch-sociale schaal]1 overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag.
[1 Het opvangverlof wordt verminderd met het aantal werkdagen pleegzorgverlof dat reeds werd opgenomen in hetzelfde jaar voor hetzelfde kind in toepassing van artikel 53sexies.]1
§ 3. Het adoptie- en het opvangverlof worden bezoldigd en gelijkgesteld met periodes van werkelijke dienst.
§ 4. In geval van mobilisatie of in periode van oorlog kunnen de militairen geen adoptie- of opvangverlof bekomen.
De toegekende adoptie- en opvangverloven eindigen automatisch, zonder opzegging, in periode van oorlog of in geval van mobilisatie.
Art. 53ter. § 1er. Un congé d'adoption est accordé à la demande au militaire du cadre actif en service actif [2 et au militaire de réserve pendant une prestation volontaire d'encadrement]2 qui adopte un enfant mineur, à l'exception du militaire qui se trouve en disponibilité volontaire ou automatique.
[2 Le militaire a droit à un congé d'adoption de maximum six semaines. Le congé peut être fractionné par semaine et doit être pris dans l'année qui suit l'accueil de l'enfant dans la famille du militaire. A la demande du militaire, trois semaines au plus de ce congé peuvent être prises avant que l'enfant ne soit effectivement accueilli dans la famille. S'il y a deux parents adoptifs, ces six semaines ne sont pas transférables à l'autre parent adoptif.]2
[2 Le congé d'adoption de six semaines par parent adoptif est allongé. S'il y a deux parents adoptifs, ceux-ci se répartissent ces semaines supplémentaires. Ce congé allongé s'attribue de la manière suivante pour le parent adoptif ou pour les deux parents adoptifs ensemble :
1° d'une semaine à partir de l'entrée en vigueur de la loi du 20 mai 2019 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires ;
2° de deux semaines à partir du 1er janvier 2021 ;
3° de trois semaines à partir du 1er janvier 2023 ;
4° de quatre semaines à partir du 1er janvier 2025 ;
5° de cinq semaines à partir du 1er janvier 2027.
La durée maximale du congé d'adoption peut être prolongée de deux semaines par parent adoptif en cas d'adoption simultanée de plusieurs enfants mineurs. Ces deux semaines ne sont pas doublées si un enfant est atteint d'un handicap comme déterminé à l'alinéa 7. Ces deux semaines ne sont pas transférables à l'autre parent adoptif.]2

Le militaire qui désire bénéficier de ce congé communique à l'autorité dont il relève la date à laquelle le congé prendra cours et sa durée. Cette communication se fait par écrit au moins un mois avant le début du congé, à moins que l'autorité n'accepte un délai plus court à la demande de l'intéressé.
Le militaire doit joindre à cette communication :
1° une attestation délivrée par l'autorité centrale compétente de la communauté qui confirme l'attribution de l'enfant au militaire, si le militaire désire obtenir le congé de trois semaines au plus avant que l'enfant ne soit [1 accueilli dans la famille]1;
2° une attestation qui confirme l'inscription de l'enfant au registre de la population ou au registre des étrangers pour pouvoir prendre le congé ou le congé restant.
La durée maximum du congé d'adoption est doublée lorsque l'enfant adopté est atteint d'une incapacité physique ou mentale de 66 % au moins ou d'une affection qui a pour conséquence qu'au moins 4 points sont octroyés dans le pilier 1 de l'échelle médico-sociale [1 ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale]1, au sens de la réglementation relative aux allocations familiales.
[2 ...]2
[1 La durée maximum du congé d'adoption est réduite du nombre de semaines de congé d'accueil que le militaire a déjà obtenu pour le même enfant au titre de l'article 53ter, § 2.]1
§ 2. Un congé d'accueil est accordé à la demande au militaire du cadre actif en service actif [2 et au militaire de réserve pendant une prestation volontaire d'encadrement]2 qui assure la tutelle officieuse d'un enfant mineur ou qui accueille un mineur dans sa famille suite à une décision judiciaire de placement dans une famille d'accueil, à l'exception du militaire qui se trouve en disponibilité volontaire ou automatique.
Le congé est de six semaines au plus pour un enfant de moins de trois ans et de quatre semaines au plus dans les autres cas. Le congé débute le jour où l'enfant est accueilli dans la famille et ne peut pas être fractionné.
Le militaire qui désire bénéficier de ce congé communique à l'autorité dont il relève la date à laquelle le congé prendra cours et sa durée. Cette communication se fait par écrit au moins un mois avant le début du congé, à moins que l'autorité n'accepte un délai plus court à la demande de l'intéressé.
Le militaire doit joindre à cette communication :
1° en cas de décision judiciaire de placement, une attestation officielle de placement par un juge;
2° une attestation qui confirme l'inscription de l'enfant au registre de la population ou au registre des étrangers.
La durée maximum du congé d'accueil est doublée lorsque l'enfant accueilli est atteint d'une incapacité physique ou mentale de 66 % au moins ou d'une affection qui a pour conséquence qu'au moins 4 points sont octroyés dans le pilier 1 de l'échelle médico-sociale [1 ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale]1, au sens de la réglementation relative aux allocations familiales.
[1 Le congé d'accueil est réduit du nombre de jours ouvrables de congé pour soins d'accueil qui ont déjà été pris au cours de la même année pour le même enfant en application de l'article 53sexies.]1
§ 3. Le congé d'adoption et le congé d'accueil sont rémunérés et assimilés à des périodes de service actif.
§ 4. En cas de mobilisation ou en période de guerre, les militaires ne peuvent pas obtenir de congé d'adoption ni de congé d'accueil.
Les congés d'adoption et d'accueil accordés prennent automatiquement fin, sans préavis, en période de guerre ou en cas de mobilisation.
Art. 53quater. § 1. [1 Bij het overlijden of de hospitalisatie van de moeder gedurende de periode van moederschapsverlof bedoeld in artikel 50, neemt de persoon bedoeld in het tweede lid, op zijn verzoek, vaderschapsverlof om de opvang van het kind te verzekeren.
Het recht op vaderschapsverlof komt toe aan de militair van het actief kader [2 in werkelijke dienst en aan de reservemilitair tijdens een vrijwillige encadreringsprestatie]2 die :
1° de vader is van het kind;
2° gehuwd is met de moeder;
3° wettelijk samenwoont met de moeder bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft, en niet is verbonden door een band van bloedverwantschap die leidt tot een huwelijksverbod waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen;
4° sinds een onafgebroken periode van drie jaar voorafgaand aan de geboorte op permanente en affectieve wijze samenwoont met de moeder bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft, en niet is verbonden door een band van bloedverwantschap die leidt tot een huwelijksverbod waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen.
Het bewijs van samenwoning en hoofdverblijf wordt geleverd aan de hand van een uittreksel uit het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister.
Slechts één militair heeft het recht op vaderschapsverlof ter gelegenheid van de geboorte van eenzelfde kind. De militairen die het recht op vaderschapsverlof openen volgens het tweede lid, respectievelijk, 1°, 2°, 3° en 4°, hebben achtereenvolgens voorrang op elkaar.]1

§ 2. Bij het overlijden van de moeder, is de duur van het vaderschapsverlof ten hoogste het resterende deel van het moederschapsverlof dat de moeder nog niet heeft genomen.
§ 3. Bij hospitalisatie van de moeder, kan de [1 persoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid]1 het vaderschapsverlof nemen voor zover de volgende voorwaarden vervuld zijn :
1° het vaderschapsverlof kan geen aanvang nemen vóór de zevende dag na de geboorte van het kind;
2° de pasgeborene moet het ziekenhuis verlaten hebben;
3° de hospitalisatie van de moeder moet langer duren dan zeven dagen.
Het vaderschapsverlof neemt een einde op het ogenblik dat de hospitalisatie van de moeder wordt beëindigd en uiterlijk bij het verstrijken van het deel van het moederschapsverlof dat nog niet door de moeder is opgenomen.
§ 4. Het vaderschapsverlof wordt bezoldigd en wordt gelijkgesteld met een periode van werkelijke dienst.
Art. 53quater. § 1er.[1 Lors du décès ou de l'hospitalisation de la mère durant la période de congé de maternité visée à l'article 50, la personne visée à l'alinéa 2, bénéficie, à sa demande, d'un congé de paternité en vue d'assurer l'accueil de l'enfant.
Le droit au congé de paternité revient au militaire du cadre actif [2 en service actif et au militaire de réserve pendant une prestation volontaire d'encadrement]2 qui :
1° est le père de l'enfant;
2° est marié avec la mère;
3° cohabite légalement avec la mère chez laquelle l'enfant a sa résidence principale, et qu'ils ne soient pas unis par un lien de parenté entraînant une prohibition de mariage dont ils ne peuvent être dispensés par le Roi;
4° depuis une période ininterrompue de trois ans précédant la naissance, cohabite de manière permanente et affective avec la mère chez laquelle l'enfant a sa résidence principale, et qu'ils ne soient pas unis par un lien de parenté entraînant une prohibition de mariage dont ils ne peuvent être dispensés par le Roi.
La preuve de la cohabitation et de la résidence principale est fournie au moyen d'un extrait du registre de la population ou du registre des étrangers.
Un seul militaire a droit au congé de paternité à l'occasion de la naissance d'un même enfant. Les militaires qui ouvrent le droit au congé de paternité en vertu respectivement du 1°, du 2°, du 3° ou du 4° de l'alinéa 2, ont successivement priorité les uns sur les autres.]1

§ 2. En cas de décès de la mère, la durée du congé de paternité est au maximum la partie restante du congé de maternité non encore épuisé par la mère.
§ 3. En cas d'hospitalisation de la mère, [1 la personne visée au paragraphe 1er, alinéa 2]1 peut bénéficier du congé de paternité pour autant que les conditions suivantes soient remplies :
1° le congé de paternité ne peut débuter avant le septième jour qui suit le jour de la naissance de l'enfant;
2° le nouveau-né doit avoir quitté l'hôpital;
3° l'hospitalisation de la mère doit avoir une durée de plus de sept jours.
Le congé de paternité se termine au moment où l'hospitalisation de la mère a pris fin et au plus tard au terme de la partie du congé de maternité non encore épuisée par la mère.
§ 4. Le congé de paternité est rémunéré et est assimilé à une période de service actif.
Art. 53quinquies. § 1. [4 De door de Koning aangewezen overheid]4 kan, voor zover het belang van de dienst dit niet in de weg staat, een verlof voor ouderschapsbescherming toestaan aan de militair [6 van het actief kader in werkelijke dienst en de reservemilitair tijdens een vrijwillige encadreringprestatie]6 die erom vraagt, teneinde hem toe te laten om zich aan zijn gezin te wijden op het ogenblik van de geboorte of de adoptie van een kind.
§ 2. [1 [6 Per geboorte of adoptie, kan er een verlof voor ouderschapsbescherming toegestaan worden, van maximum vier maanden. Dit verlof kan worden opgenomen:
1° hetzij gedurende een periode van vier maanden als voltijds verlof. Op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in maanden;
2° hetzij gedurende een periode van acht maanden in het kader van een vermindering van de prestaties met de helft enkel wanneer de militair voltijds tewerkgesteld is. Op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud hiervan;
3° hetzij gedurende een periode van twintig maanden in het kader van een vermindering van de prestaties met één vijfde enkel wanneer de militair voltijds tewerkgesteld is. Op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan;
4° hetzij gedurende een periode van veertig maanden in het kader van een vermindering van de prestaties met één tiende enkel wanneer de militair voltijds tewerkgesteld is. Op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan.]6

De militair heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn verlof voor ouderschapsbescherming gebruik te maken van de verschillende nadere regels bepaald bij het eerste lid. Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand voltijds verlof gelijk is aan twee maanden verminderde prestaties met de helft [6 , aan vijf maanden verminderde prestaties met één vijfde en aan tien maanden verminderde prestaties met één tiende]6.
In geval van een geboorte kan het verlof opgenomen worden tot het kind twaalf jaar wordt.
In geval van een adoptie kan het verlof opgenomen worden vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin van de militair in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de militair zijn verblijfplaats heeft, en ten laatste tot het kind twaalf jaar wordt.
[2 Wanneer het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag [5 of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag,]5 kan het verlof opgenomen worden tot het kind 21 jaar wordt.]2
Aan de voorwaarde van de twaalfde [2 of de eenentwintigste]2 verjaardag moet zijn voldaan uiterlijk gedurende het verlof voor ouderschapsbescherming.]1

§ 3. (Het verlof voor ouderschapsbescherming is niet bezoldigd maar wordt gelijkgesteld met een periode van werkelijke dienst. De betrokken militair) [6 , met uitzondering van de reservemilitair tijdens een vrijwillige encadreringsprestatie die tot het militaire pensioen werd toegelaten,]6 ontvangt niettemin een onderbrekingstoelage tegen de tarieven en onder de voorwaarden vastgesteld voor het personeel van de federale overheidsdiensten.
[3 In afwijking van het eerste lid, opent de vierde maand verlof voor ouderschapsbescherming slechts een recht op een onderbrekingstoelage in hoofde van de militair die deze vierde maand opneemt voor kinderen geboren of geadopteerd vanaf 8 maart 2012.]3
§ 4. De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de aanvraag- en toekenningsprocedures van het verlof voor ouderschapsbescherming.
Art. 53quinquies. § 1er. Pour autant que l'intérêt du service ne s'y oppose pas, [4 l'autorité désignée par le Roi]4 peut accorder un congé de protection parentale au militaire [6 du cadre actif en service actif et au militaire de réserve pendant une prestation volontaire d'encadrement]6 qui le demande, afin de lui permettre de se consacrer à sa famille lors de la naissance ou de l'adoption d'un enfant.
§ 2. [6 Par naissance ou adoption, il peut être accordé un congé de protection parentale, d'une durée maximale de quatre mois. Ce congé peut être pris:
1° soit sous la forme d'un congé à temps plein durant une période de quatre mois. à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en mois;
2° soit, uniquement si le militaire est occupé à temps plein, sous la forme d'une réduction des prestations de moitié durant une période de huit mois. à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de deux mois ou d'un multiple de ce chiffre;
3° soit, uniquement si le militaire est occupé à temps plein, sous la forme d'une réduction des prestations d'un cinquième durant une période de vingt mois. à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de cinq mois ou d'un multiple de ce chiffre;
4° soit, uniquement si le militaire est occupé à temps plein, sous la forme d'une réduction des prestations d'un dixième durant une période de quarante mois. à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de cinq mois ou d'un multiple de ce chiffre.]6

Dans le cadre de l'exercice de son droit au congé de protection parentale, le militaire peut faire usage des différentes modalités prévues à l'alinéa 1er. En cas de changement dans la forme d'accueil, il convient de tenir compte du principe qu'un mois de congé à temps plein équivaut à deux mois de prestations réduites de moitié [6 , à cinq mois de prestations réduites d'un cinquième et à dix mois de prestations réduites d'un dixième]6.
Dans le cas d'une naissance, le congé peut être pris jusqu'à ce que l'enfant atteigne son douzième anniversaire.
Dans le cas d'une adoption, le congé peut être pris à partir de l'inscription de l'enfant comme faisant partie du ménage du militaire, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le militaire a sa résidence, et au plus tard jusqu'à ce que l'enfant atteigne son douzième anniversaire.
[2 Lorsque l'enfant est atteint d'une incapacité physique ou mentale d'au moins 66 % ou d'une affection qui a pour conséquence qu'au moins 4 points sont reconnus dans le pilier I de l'échelle médico-sociale au sens de la réglementation relative aux allocations familiales [5 ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médicosociale, au sens de la règlementation relative aux allocations familiales,]5, le congé peut être pris jusqu'à ce que l'enfant atteigne son vingt et unième anniversaire.]2
La condition du douzième [2 ou vingt et unième]2 anniversaire doit être satisfaite au plus tard pendant le congé de protection parentale.]1
§ 3. (Le congé de protection parentale n'est pas rémunéré mais est assimilé à une période de service actif. Toutefois, le militaire concerné) [6 , à l'exception du militaire de réserve pendant une prestation volontaire d'encadrement qui a été admis à la pension de retraite militaire,]6 perçoit une allocation d'interruption aux taux et aux conditions fixés pour le personnel des services publics fédéraux.
[3 Par dérogation à l'alinéa 1er, le quatrième mois de congé de protection parentale n'ouvre le droit à une allocation d'interruption que dans le chef du militaire qui prend ce quatrième mois pour des enfants nés ou adoptés à partir du 8 mars 2012.]3
§ 4. Le Roi fixe les modalités relatives aux procédures de demande et d'octroi du congé de protection parentale.
Art. 53sexies. [1 § 1. Een pleegzorgverlof wordt toegestaan aan de militair [2 van het actief kader in werkelijke dienst en aan de reservemilitair tijdens een vrijwillige encadreringsprestatie]2 die is aangesteld als pleegouder door de rechtbank, door een door een Gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg, door de diensten van "l'Aide à la Jeunesse", door het Comité Bijzondere Jeugdbijstand of door de "Jugendhilfedienst" voor de vervulling van de verplichtingen en opdrachten of om het hoofd te bieden aan situaties die voortvloeien uit de plaatsing in zijn gezin van één of meerdere personen die in het kader van die pleegzorg aan hem zijn toevertrouwd.
De duur van het verlof mag zes werkdagen per jaar niet overschrijden.
Bij langdurige pleegzorg heeft de [2 militair]2 die in het kader van langdurige pleegzorg een kind onthaalt in zijn gezin, om voor dit kind te zorgen, recht op pleegouderverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximaal zes weken. Het [2 pleegouderverlof]2 van zes weken per ouder wordt als volgt opgetrokken voor de pleegouder of voor beide pleegouders samen :
- 1° met één week vanaf de inwerkingtreding van [2 de wet van 20 mei 2019 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen]2;
- 2° met twee weken vanaf uiterlijk 1 januari 2021;
- 3° met drie weken vanaf uiterlijk 1 januari 2023;
- 4° met vier weken vanaf uiterlijk 1 januari 2025;
- 5° met vijf weken vanaf uiterlijk 1 januari 2027.
Langdurige pleegzorg is pleegzorg waarvan bij aanvang duidelijk is dat het kind voor minstens zes maanden in hetzelfde pleeggezin bij pleegouders zal verblijven.
§ 2. Onder pleegouder moet worden verstaan de persoon die is aangesteld en vernoemd in een formele aanstellingsbeslissing uitgaande van één van de instellingen, bedoeld in § 1, eerste lid.
Onder pleeggezin moet worden verstaan, het gezin van de persoon of van de personen die als pleegouder werd(en) aangesteld in de zin van het eerste lid.
De plaatsing omvat alle vormen van plaatsing in het gezin waartoe kan worden besloten in het kader van een pleegzorgmaatregel, zowel de plaatsing van minderjarige personen, als de plaatsing van personen met een handicap.
§ 3. De soorten verplichtingen, opdrachten en situaties waarvoor het verlof met het oog op het verstrekken van pleegzorgen geldt, hebben betrekking op de volgende gebeurtenissen die specifiek verband houden met de pleegzorgsituatie en waarbij de tussenkomst van de militair vereist is, en dit voor zover dit niet kan plaatsvinden buiten de normale uren :
a) alle soorten van zittingen bij de gerechtelijke en administratieve autoriteiten die bevoegd zijn voor het pleeggezin;
b) contacten van de pleegouder of het pleeggezin met de ouders of met derden die belangrijk zijn voor het pleegkind en de pleeggast;
c) contacten met de dienst voor pleegzorg.
In andere dan de hiervoor vermelde situaties geldt het recht op verlof voor zover de bevoegde plaatsingsdienst een attest aflevert dat verduidelijkt waarom dergelijk verlof noodzakelijk is.
§ 4. De militair die gebruik maakt van het verlof met het oog op het verstrekken van pleegzorgen, is ertoe gehouden de overheid waaronder hij ressorteert hiervan ten minste twee weken op voorhand te verwittigen. Indien dit niet mogelijk is, moet hij de overheid waaronder hij ressorteert zo spoedig mogelijk verwittigen.
Om het verlof te kunnen genieten, moet de militair het bewijs leveren dat hij pleegouder is aan de hand van de formele aanstellingsbeslissing uitgaande van één van de in § 1, eerste lid, bedoelde instellingen.
Op verzoek van de overheid waaronder hij ressorteert, levert de militair aan de hand van de gepaste documenten of bij gebreke hieraan, door ieder ander bewijsmiddel, het bewijs van de gebeurtenissen die zijn afwezigheid op het werk rechtvaardigen.
§ 5. Het pleegzorgverlof wordt verminderd met het aantal werkdagen opvangverlof dat reeds werd opgenomen in hetzelfde jaar.
§ 6. [2 Het pleegzorgverlof en het pleegouderverlof worden bezoldigd en worden]2 gelijkgesteld met een periode van werkelijke dienst.]1

Art.53sexies.[1 § 1er. Un congé pour soins d'accueil est accordé au militaire [2 du cadre actif en service actif et au militaire de réserve pendant une prestation volontaire d'encadrement]2 qui a été désigné comme parent d'accueil par le tribunal, par un service de placement agréé par une Communauté, par les services de l'Aide à la Jeunesse, par le "Comité Bijzondere Jeugdbijstand" ou par le "Jugendhilfedienst" pour remplir les obligations et les missions ou pour faire face à des situations qui découlent du placement dans sa famille d'une ou plusieurs personnes qui lui sont confiées dans le cadre de ce placement.
La durée du congé ne peut dépasser six jours ouvrables par an.
Le [2 militaire]2 qui, dans le cadre du placement de longue durée, accueille un enfant au sein de sa famille a le droit, pour prendre soin de cet enfant, de prendre un [2 congé parental d'accueil]2 pendant une période ininterrompue de maximum six semaines. Le [2 congé parental d'accueil]2 de six semaines par parent est allongé de la manière suivante pour le parent d'accueil ou pour les deux parents d'accueil ensemble :
- 1° d'une semaine à partir de l'entrée en vigueur de [2 la loi du 20 mai 2019 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires]2;
- 2° de deux semaines à partir du 1er janvier 2021 au plus tard;
- 3° de trois semaines à partir du 1er janvier 2023 au plus tard;
- 4° de quatre semaines à partir du 1er janvier 2025 au plus tard;
- 5° de quatre semaines à partir du 1er janvier 2027 au plus tard.
Un placement de longue durée est un placement à propos duquel il est clair dès le début que l'enfant séjournera au minimum 6 mois au sein de la même famille d'accueil auprès des mêmes parents d'accueil.
§ 2. Par parent d'accueil, il faut entendre la personne qui est désignée et nommée par une décision officielle émanant d'un des organismes visés au § 1er, alinéa 1er.
Par famille d'accueil, il faut entendre la famille de la personne ou des personnes qui sont désignées comme parent(s) d'accueil au sens de l'alinéa 1er.
Le placement comprend toutes les formes de placement dans la famille qui peuvent être décidées dans le cadre des mesures de placement, aussi bien le placement de mineurs d'âge, que le placement de personnes avec un handicap.
§ 3. Les types d'obligations, missions et situations pour lesquels le congé est prévu dans le but de dispenser des soins d'accueil, concernent les évènements suivants qui sont spécifiquement en rapport avec la situation de placement et pour lesquels l'intervention du militaire est requise, et ce pour autant que cela ne puisse se faire en dehors des heures normales :
a) tous types d'audience auprès des autorités judiciaires et administratives ayant compétence auprès de la famille d'accueil;
b) les contacts du parent d'accueil ou de la famille d'accueil avec les parents ou des tiers qui sont importants pour l'enfant ou la personne placée;
c) les contacts avec le service de placement.
Dans les situations autres que celles mentionnées ci-dessus, le droit au congé ne s'applique que pour autant que le service de placement compétent délivre une attestation qui précise pourquoi un tel congé est indispensable.
§ 4. Le militaire qui fait usage du congé dans le but de dispenser des soins d'accueil est tenu d'en informer l'autorité dont il relève au moins deux semaines à l'avance. Dans le cas où il n'en a pas la possibilité, il doit avertir l'autorité dont il relève le plus tôt possible.
Pour pouvoir bénéficier du congé, le militaire doit prouver qu'il est parent d'accueil au moyen d'une décision officielle émanant d'un des organismes visés au § 1er, alinéa 1er.
A la demande de l'autorité dont il relève, le militaire apporte la preuve de l'évènement qui légitime son absence au travail à l'aide des documents appropriés ou à défaut par tout autre moyen de preuve.
§ 5. Le congé pour soins d'accueil est réduit du nombre de jours ouvrables de congé d'accueil qui ont déjà été pris au cours de la même année.
§ 6. [2 Le congé pour soins d'accueil et le congé parental d'accueil sont rémunérés et sont assimilés]2 à une période de service actif.]1

Art. 53septies. [1 De militair kan een aangepast werkrooster aanvragen voor de periode van zes maanden [2 die ingaat na het volledig gebruik van het ouderschapsverlof bedoeld in artikel 53bis]2.
De aanpassing [2 van het uurrooster]2 dient rekening te houden met de behoeften van de dienst en die van de militair om een betere combinatie tussen werk- en gezinsleven mogelijk te maken.
De militair bezorgt hiertoe ten laatste drie weken voor het einde van de lopende periode van ouderschapsverlof een schriftelijke aanvraag aan de overheid waaronder het ressorteert.
De overheid beoordeelt deze aanvraag en geeft er een schriftelijk gevolg aan ten laatste één week voor het einde van het lopende ouderschapsverlof.]1

Art.53septies.[1 Le militaire peut demander un aménagement de son horaire de travail pour la période de six mois [2 prenant cours après l'utilisation complète du congé parental visé à l'article 53bis]2.
L'aménagement de l'horaire doit tenir compte des besoins du service et de ceux du militaire afin de favoriser une meilleure conciliation entre vie professionnelle et vie de famille.
Le militaire adresse, à cet effet, au plus tard trois semaines avant la fin de la période en cours du congé parental, une demande écrite à l'autorité dont il relève.
L'autorité examine cette demande et y répond par écrit au plus tard une semaine avant la fin du congé parental en cours.]1

Art.53octies. [1 De verloven bedoeld in de artikelen 53bis tot 53sexies moeten afzonderlijk worden genomen. Ze kunnen niet gedurende dezelfde periode van toepassing zijn.
In afwijking van het eerste lid kunnen de verloven bedoeld in de artikelen 50, 53quater en 53sexies op hetzelfde ogenblik van toepassing zijn met de andere verloven bedoeld in artikelen 53bis tot 53sexies.]1

Art.53octies. [1 Les congés visés aux articles 53bis à 53sexies doivent être pris séparément. Ils ne peuvent être d'application durant la même période.
En dérogation à l'alinéa 1er, les congés visés aux articles 50, 53quater et 53sexies peuvent être d'application en même temps que les autres congés visés aux articles 53bis à 53sexies.]1

Art.53nonies. [1 De verloven bedoeld in de artikelen 53bis en 53quinquies eindigen automatisch zonder opzegging:
1° wanneer de mobilisatie wordt afgekondigd;
2° wanneer de periode van oorlog wordt afgekondigd;
3° wanneer de periode van crisis wordt afgekondigd;
4° in geval dat uitzonderlijke omstandigheden dit vereisen, bij beslissing van de Ministerraad;
5° in geval van operationele inzet in de vorm van ordehandhavingsinzet;
6° in geval van deelname aan een opdracht van hulpverlening op het nationale grondgebied;
7° in geval van deelname aan een opdracht van militaire bijstand, aan een opdracht van hulpverlening buiten het nationale grondgebied of deelname aan een andere vorm van operationele inzet dan die bedoeld in 5° ;
8° bij het op preadvies stellen voor een situatie bedoeld in 5°, 6° en 7°.]1

Art.53nonies. [1 Les congés visés aux articles 53bis et 53quinquies prennent automatiquement fin sans préavis:
1° lorsque la mobilisation est décrétée;
2° lorsque la période de guerre est décrétée;
3° lorsque la période de crise est décrétée;
4° dans le cas où des circonstances exceptionnelles l'exigent, par décision du Conseil des ministres;
5° en cas d'engagement opérationnel dans la forme d'engagement de maintien de l'ordre;
6° en cas de participation à une mission d'assistance sur le territoire national;
7° dans le cas d'une participation à une mission d'appui militaire, à une mission d'assistance en dehors du territoire national ou de participation à une autre forme d'engagement opérationnel que celle visée au 5° ;
8° lors de la mise sur préavis pour une situation visée aux 5°, 6° et 7°.]1

Art.53decies. [1 De militair die het wenst, kan voortijdig een einde stellen aan het verlof voorzien in de artikelen 53bis en 53quinquies, mits een opzegging van 3 maanden, tenzij de overheid op vraag van betrokkene een kortere opzegging aanvaardt. Hij moet de aanvraag indienen bij de overheid bevoegd voor het toekennen van het verlof, volgens de nadere regels bepaald door de Koning.]1
Art.53decies. [1 Le militaire qui le souhaite peut demander à mettre fin prématurément au congé prévu aux articles 53bis et 53quinquies, moyennant un préavis de 3 mois, à moins que l'autorité n'accepte un préavis plus court à la demande de l'intéressé. Il doit en faire la demande auprès de l'autorité compétente pour octroyer le congé, selon les modalités fixées par le Roi.]1
Afdeling 3. - (Tijdelijke ambtsontheffing om gezinsredenen.)
Section 3. (Du retrait temporaire d'emploi pour raisons familiales.)
Art. 54.
Art. 54.
Afdeling 4. - (Palliatief verlof en het verlof voor verzorging van een zwaar zieke verwant).
Section 4. - (Congé pour soins palliatifs et du congé pour soins à un parent gravement malade).
Art. 54bis. § 1. [1 De door de Koning aangewezen overheid]1 kan, (voor zover) het belang van de dienst dit niet in de weg staat, een verlof voor verzorging van een zwaar zieke verwant toestaan aan de militair die erom vraagt, teneinde hem toe te laten om verzorging te verlenen aan een verwant die aan een zware ziekte lijdt.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
1° " verwant " :
a) een gezinslid van de militair, (dat) wil zeggen elke persoon die samenwoont met deze;
b) een familielid van de militair of van zijn of haar echtgeno(o)t(e) of samenwonende, zowel de ascendenten en de descendenten als de collateralen, tot de tweede graad;
2° " zware ziekte " : elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende arts als dusdanig wordt beschouwd, met uitzondering van een ongeneeslijke ziekte in terminale fase, en waarbij de arts oordeelt dat elke vorm van verzorging of van sociale, familiale of morele bijstand noodzakelijk is voor het herstel.
§ 2. Het bewijs van de reden van het verlof voor verzorging wordt geleverd door de betrokken militair bij middel van een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van de verwant die aan een zware ziekte lijdt, waaruit blijkt dat de betrokken militair bereid is bijstand of verzorging te verlenen aan deze verwant.
§ 3. Het verlof kan worden opgenomen per periodes van minimum één maand en maximum drie maanden, aaneensluitend of niet, en hernieuwbaar tot twaalf maanden per verwant lijdend aan een zware ziekte en tot zesendertig maanden tijdens de loopbaan van de militair.
Op aanvraag van de militair wordt het verlof vóór zijn afloop beëindigd.
§ 4. (Het verlof voor verzorging van een zwaar zieke verwant is niet bezoldigd maar wordt gelijkgesteld met een periode van werkelijke dienst. De betrokken militair) ontvangt niettemin een onderbrekingstoelage tegen de tarieven en onder de voorwaarden vastgesteld voor het personeel van de federale overheidsdiensten.
§ 5. De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de aanvraag- en toekenningsprocedures van het verlof voor verzorging van een zwaar zieke verwant.
Art. 54bis. § 1er. Pour autant que l'intérêt du service ne s'y oppose pas, [1 l'autorité désignée par le Roi]1 peut accorder un congé pour soins à un parent gravement malade au militaire qui le demande, afin de lui permettre de dispenser des soins à un parent atteint d'une maladie grave.
Pour l'application du présent article, l'on entend par :
1° " parent " :
a) un membre du ménage du militaire, c'est-à-dire toute personne qui cohabite avec celui-ci;
b) un membre de la famille du militaire ou de son conjoint ou cohabitant, aussi bien les ascendants et les descendants que les collatéraux, jusqu'au deuxième degré;
2° " maladie grave " : toute maladie ou intervention médicale qui est considérée comme telle par le médecin traitant, à l'exception d'une maladie incurable en phase terminale, et pour laquelle ce médecin est d'avis que toute forme de soins ou d'assistance sociale, familiale ou morale est nécessaire pour la convalescence.
§ 2. La preuve de la raison du congé est apportée par le militaire concerné au moyen d'une attestation délivrée par le médecin traitant du parent atteint d'une maladie grave, dont il ressort que le militaire concerné est disposé à assister ou donner des soins à ce parent.
§ 3. Le congé peut être pris par périodes de minimum un mois et maximum trois mois, consécutives ou non, et renouvelables à concurrence de douze mois par parent atteint d'une maladie grave et de trente-six mois au cours de la carrière du militaire.
A la demande du militaire, il est mis fin au congé avant l'expiration de celui-ci.
§ 4. (Le congé pour soins à un parent gravement malade n'est pas rémunéré mais est assimilé à une période de service actif. Toutefois, le militaire concerné) perçoit une allocation d'interruption aux taux et aux conditions fixés pour le personnel des services publics fédéraux.
§ 5. Le Roi fixe les modalités relatives aux procédures de demande et d'octroi du congé pour soins à un parent gravement malade.
Art. 55. Behalve in periode van oorlog, heeft de militair van het actief kader recht op verlof in geval van palliatieve verzorging van een persoon.
Voor de toepassing van dit artikel, wordt onder palliatieve verzorging verstaan elke vorm van bijstand en inzonderheid medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand en verzorging van een persoon die lijdt aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevindt.
De duur van het verlof bedraagt maximum een maand, verlengbaar met een maand.
Behoudens uitzonderlijke redenen waarover de Minister van Landsverdediging oordeelt, mag de duur van alle palliatieve verloven tijdens de loopbaan van een militair een totaal van zes maanden niet overschrijden.
De militair die een palliatief verlof wenst te bekomen, dient hiertoe een aanvraag in bij zijn korpscommandant. Hij voegt bij zijn aanvraag een getuigschrift afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve verzorging behoeft, waaruit blijkt dat de militair zich bereid verklaard heeft deze palliatieve verzorging te verlenen, zonder dat hierbij de identiteit van de patiënt wordt vermeld.
Het palliatief verlof is niet bezoldigd maar wordt gelijkgesteld met een periode van werkelijke dienst.
Art. 55. Sauf en période de guerre, le militaire du cadre actif a droit à un congé en cas de soins palliatifs d'une personne.
Pour l'application du présent article, on entend par soins palliatifs, toute forme d'assistance, notamment médicale, sociale, administrative et psychologique, ainsi que les soins donnés à une personne souffrant d'une maladie incurable et se trouvant en phase terminale.
La durée du congé est au maximum d'un mois, prolongeable d'un mois.
Sauf pour motifs exceptionnels à apprécier par le Ministre de la (Défense), la durée de tous les congés pour soins palliatifs ne peut dépasser au total six mois au cours de la carrière du militaire.
Le militaire, qui souhaite obtenir un congé pour soins palliatifs, introduit, à cette fin, une demande auprès de son chef de corps. Il joint, à sa demande, une attestation délivrée par le médecin traitant de la personne en nécessité de soins palliatifs, duquel il ressort que le militaire a déclaré qu'il est disposé à donner des soins palliatifs, sans que l'identité du patient soit mentionnée.
Le congé pour soins palliatifs n'est pas rémunéré, mais est assimilé à une période de service actif.
Afdeling 5. - Slotbepaling.
Section 5. - Disposition finale.
Art. 56. De bepalingen van afdelingen 2 en 4 van dit hoofdstuk werken terug tot 1 juni 1975.
Art. 56. Les dispositions des sections 2 et 4 du présent chapitre produisent leurs effets au 1er juin 1975.
HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions modificatives.
Afdeling 1. - Wijzigingen aan de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger.
Section 1. - Modifications à la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée.
Art. 57.
Art. 57.
Art. 58.
Art. 58.
Afdeling 2. - Wijzigingen aan de wet van 23 december 1955 betreffende de hulpofficieren van de luchtmacht, piloten en navigatoren.
Section 2. - Modifications à la loi du 23 décembre 1955 sur les officiers auxiliaires de la force aérienne, pilotes et navigateurs.
Art. 59.
Art. 59.
Art. 60.
Art. 60.
Art. 61.
Art. 61.
Afdeling 3. - Wijzigingen aan de wet van 23 december 1955 betreffende de hulponderofficieren van de luchtmacht, piloten en navigatoren.
Section 3. - Modifications à la loi du 23 décembre 1955 sur les sous-officiers auxiliaires de la force aérienne, pilotes et navigateurs.
Art. 62.
Art. 62.
Art. 63.
Art. 63.
Art. 64.
Art. 64.
Afdeling 4. - Wijzigingen aan de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut der beroepsofficieren van de land-, de lucht- en de zeemacht en der reserveofficieren van alle krijgsmachtdelen.
Section 4. - Modifications à la loi du 1er mars 1958 relative au statut des officiers de carrière des forces terrestre, aérienne et navale et des officiers de réserve de toutes les forces armées.
Art. 65.
Art. 65.
Art. 66.
Art. 66.
Art. 67.
Art. 67.
Art. 68.
Art. 68.
Art. 69.
Art. 69.
Art. 70.
Art. 70.
Art. 71.
Art. 71.
Art. 72.
Art. 72.
Art. 73.
Art. 73.
Art. 74.
Art. 74.
Art. 75.
Art. 75.
Art. 76.
Art. 76.
Art. 77. De Koning kan de nodige overgangsmaatregelen nemen met het oog op de toekenning van de anciënniteitsbijslag, waarvan sprake in artikel 37 van dezelfde wet, aan de officieren-dierenartsen die, op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet met de graad van luitenant of met een hogere graad bekleed zijn.
Art. 77. Le Roi peut prendre les mesures transitoires nécessaires en vue de l'octroi de la bonification d'ancienneté, prévue à l'article 37 de la même loi, aux officiers vétérinaires qui, au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, sont revêtus du grade de lieutenant ou d'un grade supérieur.
Afdeling 5. - Wijzigingen aan de wet van 27 december 1961 houdende statuut van de onderofficieren van het actief kader der land-, lucht- en zeemacht.
Section 5. - Modifications à la loi du 27 décembre 1961 portant statut des sous-officiers du cadre actif des forces terrestre, aérienne et navale.
Art. 78. Het opschrift van de wet van 27 december 1961 houdende statuut van de onderofficieren van het actief kader der land-, lucht- en zeemacht wordt door het volgende vervangen :
" Wet houdende statuut van de onderofficieren van het actief kader der land-, lucht- en zeemacht en van de medische dienst. "
Art. 78. L'intitulé de la loi du 27 décembre 1961 portant statut des sous-officiers du cadre actif des forces terrestre, aérienne et navale est remplacé par le suivant :
" Loi portant statut des sous-officiers du cadre actif des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical. "
Art. 79. Artikel 1 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Artikel 1. Het actief kader van de onderofficieren van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst waarvan deze wet het statuut bepaalt omvat volgende categorieën :
1° de beroepsonderofficieren;
2° de onderofficieren van het aanvullingskader.
Het actief kader van de onderofficieren omvat bovendien de tijdelijke onderofficieren en de hulponderofficieren van de luchtmacht, piloten en navigatoren, waarvan de statuten door bijzondere wetten bepaald zijn. "
Art. 79. L'article 1er de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Article 1. Le cadre actif des sous-officiers des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical dont la présente loi fixe le statut comprend les catégories suivantes :
1° les sous-officiers de carrière;
2° les sous-officiers de complément.
Le cadre actif des sous-officiers comprend en outre les sous-officiers temporaires et les sous-officiers auxiliaires de la force aérienne, pilotes et navigateurs, dont les statuts sont fixés par des lois particulières. "
Art. 80. In artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In 1° van § 1, worden de woorden " en bij de luchtmacht " vervangen door de woorden " bij de luchtmacht en bij de medische dienst ";
2° In 2° van § 1, worden de woorden " kwartiermeester " vervangen door de woorden " tweede meester ";
3° In § 2, worden de woorden " en de luchtmacht " vervangen door de woorden ", de luchtmacht en de medische dienst ".
Art. 80. A l'article 2 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° Au § 1er, 1°, les mots " et à la force aérienne " sont remplacés par les mots " à la force aérienne et au service médical ";
2° Dans le § 1er, 2°, les mots " quartier-maître " sont remplacés par les mots " second maître ";
3° Au § 2, les mots " et de la force aérienne " sont remplacés par les mots ", de la force aérienne et du service médical ".
Art. 81. In artikel 8 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In het eerste lid, punt 1°, worden de woorden " of als diensthernemer " geschrapt.
2° In het eerste lid wordt het punt 5° vervangen door de volgende bepaling :
" 5° met goede uitslag de opleidingscyclus gevolgd hebben en geslaagd zijn voor de examens die de Koning vaststelt. De Koning bepaalt de opleidingscyclus en de voorwaarden die de kandidaten moeten vervullen om aan deze cursussen en examens deel te nemen, alsook de aard ervan.
Hij kan gehele of gedeeltelijke vrijstellingen van de opleidingscyclus verlenen aan houders van bepaalde diploma's. "
3° Het tweede lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
" De toelating tot de opleidingscyclus geschiedt bij vergelijkend examen. Het vrouwelijke personeel kan tot de opleidingscyclus toegelaten worden volgens de voorwaarden die de Koning vaststelt. "
Art. 81. A l'article 8 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° A l'alinéa 1er, au point 1°, les mots " ou comme rengagés " sont supprimés;
2° A l'alinéa 1er, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° avoir suivi avec succès le cycle de formation et satisfait aux épreuves que le Roi fixe. Le Roi détermine le cycle de formation et les conditions que les candidats doivent remplir pour pouvoir participer aux cours et épreuves, ainsi que la nature de ceux-ci.
Il peut dispenser les titulaires de certaines diplômes de tout ou partie du cycle de formation. "
3° L'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
" L'admission au cycle de formation a lieu au concours. Le personnel féminin peut être admis au cycle de formation aux conditions que le Roi fixe. "
Art. 82. Het eerste lid van artikel 12 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende bepaling :
" In dit geval legt de kandidaat de bij artikel 11 voorziene eed af. "
Art. 82. L'alinéa 1er de l'article 12 de la même loi est complété par la disposition suivante :
" Dans ce cas, le candidat prête le serment prévu à l'article 11. "
Art. 83. Aan artikel 22 van dezelfde wet wordt een punt 5° toegevoegd, luidend als volgt :
" 5° door de benoeming tot een graad van officier. "
Art. 83. A l'article 22 de la même loi, il est ajouté un point 5° rédigé comme suit :
" 5° par la nomination à un grade d'officier. "
Art. 84. Artikel 28, § 3, 2°, van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 2° de onderofficieren, door een Belgisch gerecht veroordeeld tot een vrijheidsstraf, terwijl zij deze straf ondergaan. "
Art. 84. L'article 28, § 3, 2°, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" 2° les sous-officiers condamnés par une juridiction belge à une peine privative de liberté, pendant qu'ils subissent cette peine. "
Art. 85. Een artikel 33bis, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
" Artikel 33bis. De onderofficier die, vóór hij tot de in artikel 8, eerste lid, 5° bedoelde opleidingscyclus werd toegelaten, met goede uitslag studies heeft gedaan, kan een anciënniteitsbijslag bekomen voor zijn benoeming in de graad van eerste sergeant. De Koning stelt de aard van die studies vast.
Eenmaal verkregen geldt de anciënniteitsbijslag voor de verdere loopbaan van de onderofficier. Zijn anciënniteit in de graad van sergeant wordt dienovereenkomstig gewijzigd.
De Koning bepaalt de modaliteiten van toekenning van deze anciënniteitsbijslag. "
Art. 85. Il est inséré dans la même loi, un article 33bis, rédigé comme suit :
" Article 33bis. Peut bénéficier d'une bonification d'ancienneté pour sa nomination au grade de premier sergent, le sous-officier qui, avant son admission au cycle de formation prévu à l'article 8, alinéa 1er, 5°, a suivi avec succès des études dont la nature est fixée par le Roi.
La bonification d'ancienneté, une fois acquise, vaut pour la carrière ultérieure du sous-officier. Son ancienneté dans le grade de sergent est modifiée en conséquence.
Le Roi règle les modalités d'octroi de cette bonification d'ancienneté. "
Art. 86. Een hoofdstuk VIbis, luidend als volgt, wordt in titel II van dezelfde wet ingevoegd :
" Hoofdstuk VIbis. Overgang van de beroepsonderofficieren naar het kader der aanvullingsofficieren.
Artikel 40bis. § 1. Kan, op zijn aanvraag, door de Minister van Landsverdediging als kandidaat-aanvullingsofficier worden aanvaard, de beroepsonderofficier die de volgende voorwaarden vervult :
1° voldaan hebben bij het examen van overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor;
2° gunstig voorgesteld worden door zijn hiërarchische chefs;
3° de voor de staat van officier onmisbare morele hoedanigheden bezitten;
4° de leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden vervullen, die de Koning kan bepalen;
5° voldaan hebben bij het examen over de grondige kennis van de Franse of van de Nederlandse taal, zoals bepaald in artikel 2 van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger, gewijzigd bij de wetten van 30 juli 1955 en 13 november 1974;
6° voldaan hebben bij het examen over de wezenlijke kennis van de andere taal, overeenkomstig artikelen 3 en 4 van dezelfde wet;
7° nuttig gerangschikt zijn met het oog op het begeven van het aantal plaatsen dat overeenkomstig artikel 40ter wordt vastgesteld, volgens de regels die de Koning bepaalt.
§ 2. De examens voorgeschreven door § 1, 5° en 6°, kunnen ten hoogste driemaal worden afgelegd.
De Koning stelt de modaliteiten vast voor de organisatie van die examens alsook de waardecoëfficiënten die voor elke proef gelden.
Artikel 40ter. Ieder jaar stelt de Koning het aantal beroepsonderofficieren vast dat in het kader van de aanvullingsofficeren kan worden opgenomen.
Dit aantal wordt bepaald per officierenkorps van elk der krijgsmachtdelen en van de medische dienst.
Artikel 40quater. De onderofficieren, kandidaat-aanvullingsofficieren, kunnen in de graad van onderluitenant worden benoemd na met goede uitslag een door de Koning bepaalde vormingscyclus te hebben gevolgd en na een proeftijd in een eenheid. De vormingscyclus en de proeftijd mogen elk een duur van zes maand niet overschrijden.
Artikel 40quinquies. _ De Koning kan de onderofficieren, kandidaat-aanvullingsofficieren, aanstellen in de graad van onderluitenant wanneer zij met goede uitslag de vormingscyclus waarvan sprake in artikel 40quater hebben gevolgd.
De Minister van Landsverdediging kan de aangenomen kandidaten aanstellen in de graad van adjudant.
De Koning bepaalt de wijze waarop het verlenen en het intrekken van deze aanstelling geschiedt. "
Art. 86. Un chapitre VIbis rédigé comme suit est inséré dans le titre II de la même loi :
" Chapitre VIbis. Passage des sous-officiers de carrière dans le cadre des officiers de complément.
Article 40bis. § 1. Peut, à sa demande, être agréé par le Ministre de la (Défense) comme candidat officier de complément, le sous-officier de carrière qui réunit les conditions suivantes :
1° avoir satisfait à l'épreuve pour l'accession au grade de premier sergent-major;
2° être proposé favorablement par ses chefs hiérarchiques;
3° posséder les qualités morales indispensables à l'état d'officier;
4° remplir les conditions d'âge et d'ancienneté que le Roi peut fixer;
5° avoir satisfait à l'épreuve sur la connaissance approfondie de la langue française ou néerlandaise, prévue à l'article 2 de la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée, modifié par les lois du 30 juillet 1955 et du 13 novembre 1974;
6° avoir satisfait à l'épreuve sur la connaissance effective de l'autre langue, prévue aux articles 3 et 4 de la même loi;
7° avoir été classé en ordre utile en fonction du nombre de places fixé conformément à l'article 40ter, selon les règles déterminées par le Roi.
§ 2. Les épreuves visées au § 1er, 5° et 6°, peuvent être présentées au maximum trois fois.
Le Roi fixe les modalités d'organisation de ces épreuves et les coefficients d'importance attribués à chacune d'elles.
Article 40ter. _ Chaque année, le Roi fixe le nombre de sous-officiers de carrière qui peuvent être admis dans le cadre des officiers de complément.
Ce nombre est fixé par corps d'officiers de chacune des forces et du service médical.
Article 40quater. Les sous-officiers candidats officiers de complément peuvent être nommés au grade de sous-lieutenant après avoir suivi avec succès un cycle de formation déterminé par le Roi et à l'issue d'une période de stage en unité. Le cycle de formation et le stage ne peuvent excéder chacun une durée de six mois.
Article 40quinquies. _ Le Roi peut commissionner au grade de sous-lieutenant les sous-officiers, candidats officiers de complément lorsqu'ils ont suivi avec succès le cycle de formation visé à l'article 40quater.
Le Ministre de la (Défense) peut commissionner au grade d'adjudant les candidats agréés.
Le Roi règle les modalités de l'octroi et du retrait de ces commissions. "
Art. 87. Artikel 69 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Artikel 69. De onderofficieren van het aanvullingskader worden uitsluitend aangeworven onder de tijdelijke onderofficieren en onder de beroepsvrijwilligers, onder de voorwaarden die het statuut van die personeelscategorieën vaststelt. "
Art. 87. L'article 69 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Article 69. Les sous-officiers de complément se recrutent exclusivement parmi les sous-officiers temporaires et parmi les volontaires de carrière, aux conditions fixées dans le statut de ces catégories de personnel. "
Art. 88. Artikel 70 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Artikel 70. De onderofficieren van het aanvullingskader kunnen slechts tot de graad van eerste sergeant worden bevorderd. "
Art. 88. L'article 70 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Article 70. Les sous-officiers de complément ne peuvent accéder qu'au grade de premier sergent. "
Art. 89. Een artikel 70bis, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
" Artikel 70bis. § 1. Kan, op zijn aanvraag, in de categorie van de beroepsonderofficeren worden opgenomen, de onderofficier van het aanvullingskader die de volgende voorwaarden vervult :
1° Aanvaard worden door de Minister van Landsverdediging, na gunstig te zijn voorgesteld door zijn hiërarchische chefs;
2° Volgens de regels die de Koning vaststelt, nuttig gerangschikt zijn met het oog op het begeven van het aantal plaatsen dat overeenkomstig artikel 70ter wordt vastgesteld;
3° De door de Koning bepaalde vorming met goede uitslag gevolgd hebben. De Koning kan de houder van de diploma's die Hij bepaalt van de vorming vrijstellen.
§ 2. De onderofficier van het aanvullingskader wordt in de categorie van de beroepsonderofficieren opgenomen met zijn graad en zijn anciënniteit in die graad; hij wordt gerangschikt na de beroepsonderofficieren met dezelfde graad en dezelfde anciënniteit in die graad.
Hij kan slechts in de onmiddellijk hogere graad worden benoemd een jaar na de beroepsonderofficieren met dezelfde graad en dezelfde anciënniteit in die graad.
Nochtans mag de Koning van deze bepaling afwijken ten voordele van de onderofficieren die, op de datum van inwerkingtreding van deze wet, deel uitmaken van de categorie van de aanvullingsonderofficieren. "
Art. 89. Un article 70bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Article 70bis. § 1. Peut, à sa demande, être admis dans la catégorie des sous-officiers de carrière, le sous-officier de complément qui remplit les conditions suivantes :
1° Etre agréé par le Ministre de la (Défense), après avoir été proposé favorablement par ses chefs hiérarchiques;
2° Avoir été classé en ordre utile, en fonction du nombre de places, fixé conformément à l'article 70ter, selon les règles déterminées par le Roi;
3° Avoir suivi avec succès la formation que le Roi détermine. Le Roi peut dispenser de la formation les titulaires des diplômes qu'Il détermine.
§ 2. Le sous-officier de complément est admis dans la catégorie des sous-officiers de carrière avec son grade et son ancienneté dans ce grade; il est classé à la suite des sous-officiers de carrière de même grade et de même ancienneté dans ce grade.
Il ne peut accéder au grade immédiatement supérieur qu'un an après les sous-officiers de carrière de même grade et de même ancienneté dans ce grade.
Toutefois, le Roi peut déroger à cette disposition en faveur des sous-officiers faisant partie de la catégorie des sous-officiers de complément à la date de la mise en vigueur de cette loi. "
Art. 90. Een artikel 70ter, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
" Artikel 70ter. De Minister van Landsverdediging bepaalt elk jaar het aantal onderofficieren van het aanvullingskader die in de categorie van de beroepsonderofficieren kunnen worden opgenomen. Dit aantal wordt bepaald per ambtengroep van elk der krijgsmachtdelen en van de medische dienst. "
Art. 90. Un article 70ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Article 70ter. Le Ministre de la (Défense) fixe, chaque année, le nombre de sous-officiers de complément qui peuvent être admis dans la catégorie des sous-officiers de carrière. Ce nombre est fixé par groupe d'emplois de chacune des forces et du service médical. "
Art. 91. Een artikel 73bis, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
" Artikel 73bis. Voor de toepassing van de bepalingen van deze wet, wordt de medische dienst als een krijgsmachtdeel beschouwd. "
Art. 91. Un article 73bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Article 73bis. Pour l'application des dispositions de la présente loi, le service médical est considéré comme une force armée. "
Art. 92. In artikel 74 van dezelfde wet vervallen de woorden " of der tijdelijke onderofficieren ".
Art. 92. A l'article 74 de la même loi, les mots " ou dans celle des sous-officiers temporaires " sont supprimés.
Art. 93. In de Nederlandse tekst van dezelfde wet worden telkens ze erin voorkomen, de woorden " toegevoegde onderofficieren " vervangen door de woorden " onderofficieren van het aanvullingskader ".
Art. 93. Dans le texte néerlandais de la même loi et chaque fois qu'ils sont rencontrés, les mots " toegevoegde onderofficieren " sont remplacés par les mots " onderofficieren van het aanvullingskader ".
Afdeling 6. - Wijzigingen aan de dienstplichtwetten, gecoördineerd op 30 april 1962.
Section 6. - Modifications aux lois sur la milice coordonnées le 30 avril 1962.
Art. 94.
Art. 94.
Art. 95.
Art. 95.
Afdeling 7. - Wijzigingen aan de wet van 12 juli 1973 houdende statuut der soldaten en korporaals van het actief kader van de land-, de lucht- en de zeemacht.
Section 7. - Modifications à la loi du 12 juillet 1973 portant statut des soldats et des caporaux du cadre actif des forces terrestre, aérienne et navale.
Art. 96. Het opschrift van de wet van 12 juli 1973 houdende statuut der soldaten en korporaals van het actief kader van de land-, de lucht- en de zeemacht wordt door het volgende vervangen : " Wet houdende statuut der vrijwilligers van het beroepskader van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst. "
Art. 96. L'intitulé de la loi du 12 juillet 1973 portant statut des soldats et des caporaux du cadre actif des forces terrestre, aérienne et navale est remplacé par le suivant : " Loi portant statut des volontaires du cadre de carrière des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical. "
Art. 97. Artikel 1 van dezelfde wet wordt door de volgende bepalingen vervangen :
" Artikel 1. § 1. Het actief kader van de vrijwilligers van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst omvat de beroepsvrijwilligers waarvan deze wet het statuut bepaalt, en de tijdelijke vrijwilligers, waarvan het statuut bij een bijzondere wet wordt bepaald.
§ 2. De beroepsvrijwilligers worden aangeworven onder de tijdelijke vrijwilligers, in de voorwaarden die het statuut van deze laatsten bepaalt. "
Art. 97. L'article 1er de la même loi est remplacé par les dispositions suivantes :
" Article 1. § 1. Le cadre actif des volontaires des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical comprend les volontaires de carrière dont la présente loi fixe le statut et les volontaires temporaires dont le statut est fixé par une loi particulière.
§ 2. Les volontaires de carrière se recrutent parmi les volontaires temporaires dans les conditions fixées dans le statut de ces derniers. "
Art. 98. In artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in 1° van § 1 worden de woorden " en bij de luchtmacht " vervangen door de woorden " de luchtmacht en de medische dienst ";
2° in § 1, 2°, c), worden de woorden " eerste matroos-chef " vervangen door de woorden " kwartiermeester ";
3° in § 2, worden de woorden " en bij de luchtmacht " vervangen door de woorden " de luchtmacht en de medische dienst ".
Art. 98. A l'article 2 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, 1°, les mots " et à la force aérienne " sont remplacés par les mots " à la force aérienne et au service médical ";
2° au § 1er, 2°, c), les mots " premier matelot-chef " sont remplacés par les mots " quartier-maître ";
3° au § 2, les mots " et de la force aérienne " sont remplacés par les mots " de la force aérienne et du service médical ".
Art. 99. In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, 3°, wordt door de volgende bepaling vervangen : " 3° het aangenomen ontslag uit het ambt, indien de vrijwilliger van militaire verplichtingen vrij is ";
2° § 1 wordt aangevuld met de volgende bepaling : " 4° het ontslag van ambtswege uit het ambt. "
Art. 99. Dans l'article 3 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er, 3°, est remplacé par la disposition suivante : " 3° la démission acceptée de l'emploi si le volontaire n'a plus d'obligations militaires ";
2° le § 1er est complété par la disposition suivante : " 4° la démission d'office de l'emploi. "
Art. 100. In artikel 7, § 4, van dezelfde wet worden de woorden " van de actieve kaders van de land-, de lucht- en de zeemacht " vervangen door de woorden " van het actief kader van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst ".
Art. 100. A l'article 7, § 4, de la même loi, les mots " des cadres actifs des forces terrestre, aérienne et navale " sont remplacés par les mots " du cadre actif des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical ".
Art. 101. In artikel 14, laatste lid, van dezelfde wet, worden de woorden " verbreking van ambtswege van de dienstneming of van de wederdienstneming " vervangen door de woorden " ontslag van ambtswege uit het ambt ".
Art. 101. A l'article 14, dernier alinéa, de la même loi, les mots " la résiliation d'office de l'engagement ou du rengagement " sont remplacés par les mots " la démission d'office de l'emploi ".
Art. 102. Artikelen 16 tot 18 van dezelfde wet worden vervangen door artikelen 16 tot 18ter, luidend als volgt :
" Artikel 16. De definitieve ambtsontheffing heeft alleen plaats in de volgende gevallen :
1° bij de oppensioenstelling;
2° bij aangenomen ontslag;
3° bij ontslag van ambtswege;
4° bij benoeming tot een graad van onderofficier.
Artikel 17. Het ontslag moet schriftelijk worden ingediend; het heeft eerst uitwerking wanneer de Minister van Landsverdediging het heeft aangenomen.
Deze kan het weigeren indien hij oordeelt dat het strijdig is met het dienstbelang.
Artikel 18. Vrij van militaire verplichtingen is :
1° de wegens lichamelijke ongeschiktheid op pensioen gestelde vrijwilliger;
2° de vrijwilliger die onder toepassing valt van artikel 2, A, 4°, van de samengeordende wetten op de militaire pensioenen.
Artikel 18bis. Indien een vrijwilliger zich aan met zijn staat van vrijwilliger niet overeen te brengen feiten schuldig heeft gemaakt, kan hij van ambtswege uit zijn ambt ontslagen worden.
De maatregel wordt door de Minister van Landsverdediging genomen, na raadpleging van een onderzoeksraad.
Deze doet uitspraak over het bestaan van de feiten en, indien ze bewezen zijn, geeft hij zijn advies over de ernst ervan. Hij bestaat uit een officier, voorzitter, een officier, een onderofficier en twee vrijwilligers, leden.
De Koning regelt de procedure van de onderzoeksraad.
Artikel 18ter. De beroepsvrijwilliger die van zijn ambt ontheven wordt om een van de redenen opgesomd in artikel 16 mag niet opnieuw in het kader van de beroepsvrijwilligers opgenomen worden, behoudens in de volgende gevallen :
a) de vrijwilliger die sedert ten hoogste één jaar ontslag uit zijn ambt heeft bekomen kan opnieuw opgenomen worden met de graad waarmede hij bekleed was op het ogenblik van zijn ontslag;
b) de vrijwilliger die ontslag uit zijn ambt heeft bekomen om in een andere categorie van personeel te dienen kan opnieuw opgenomen worden in het kader van de beroepsvrijwilliger voor zover zijn diensten niet onderbroken werden. Hem worden de anciënniteit en de graad verleend die hij zou bekomen hebben indien hij het kader van de beroepsvrijwilligers niet had verlaten. "
Art. 102. Les articles 16 à 18 de la même loi sont remplacés par les articles 16 à 18ter, rédigés comme suit :
" Article 16. Le retrait définitif d'emploi n'a lieu que dans les cas suivants :
1° par mise à la pension;
2° par démission acceptée;
3° par démission d'office;
4° par nomination à un grade de sous-officier.
Article 17. La démission doit être donnée par écrit; elle n'a d'effet que lorsqu'elle est acceptée par le Ministre de la (Défense).
Celui-ci peut la refuser s'il estime qu'elle est contraire à l'intérêt du service.
Article 18. N'a plus d'obligations militaires :
1° le volontaire mis à la pension pour cause d'inaptitude physique;
2° le volontaire qui tombe sous l'application de l'article 2, A, 4° des lois coordonnées sur les pensions militaires.
Articles 18bis. _ Si un volontaire s'est rendu coupable de faits incompatibles avec son état de volontaire, il peut être démis d'office de son emploi.
La mesure est prise par le Ministre de la (Défense) après consultation d'un conseil d'enquête.
Ce conseil statue sur l'existence des faits et, s'ils sont établis, donne son avis sur leur gravite. Il est composé d'un officier, président, et d'un officier, d'un sous-officier et de deux volontaires, membres.
Le Roi règle la procédure du conseil d'enquête.
Article 18ter. Le volontaire de carrière auquel l'emploi a été retiré pour l'un des motifs énumérés à l'article 16 ne peut être réintégré dans le cadre des volontaires de carrière, sauf dans les cas suivants :
a) le volontaire qui a obtenu la démission de son emploi depuis un an au plus, peut être réintégré avec le grade dont il était revêtu au moment de sa démission;
b) le volontaire qui a obtenu la démission de son emploi pour servir dans une autre catégorie de personnel peut être réintégré dans le cadre des volontaires de carrière pour autant que ses services n'aient pas été interrompus. Il lui est accordé l'ancienneté et le grade qu'il aurait obtenus s'il n'avait pas quitte le cadre des volontaires de carrière. "
Art. 103. Artikel 19, § 3, 2°, van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 2° de vrijwilligers, door een Belgisch gerecht veroordeeld tot een vrijheidsstraf, terwijl zij deze straf ondergaan. "
Art. 103. L'article 19, § 3, 2°, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" 2° les volontaires condamnés par une juridiction belge à une peine privative de liberté, pendant qu'ils subissent cette peine. "
Art. 104. Het 3e, 4e en 5e lid van artikel 20 van dezelfde wet worden vervangen door de volgende bepaling :
" De maatregel wordt genomen overeenkomstig de bepalingen van artikel 18bis, 2e, 3e en 4e lid. "
Art. 104. Les alinéas 3, 4 et 5 de l'article 20 de la même loi sont remplacés par la disposition suivante :
" La mesure est prise conformément aux dispositions de l'article 18bis, alinéas 2, 3 et 4. "
Art. 105. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk VIbis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Hoofdstuk VIbis. Overgang van de beroepsvrijwilligers naar de categorie van de aanvullingsonderofficieren.
Artikel 20bis. Kan op zijn aanvraag, door de Minister van Landsverdediging worden aanvaard als kandidaat-aanvullingsonderofficier, de beroepsvrijwilliger die de volgende voorwaarden vervult :
1° gunstig voorgesteld worden door zijn hiërarchische chefs;
2° de voor de staat van onderofficier onmisbare morele hoedanigheden bezitten;
3° de leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden vervullen, die de Koning kan bepalen;
4° voldaan hebben bij het examen bepaald bij artikel 8 van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger, gewijzigd bij de wet van 27 december 1961;
5° volgens de regels die de Koning vaststelt nuttig gerangschikt zijn met het oog op het begeven van het aantal plaatsen dat overeenkomstig artikel 20ter wordt vastgesteld.
Artikel 20ter. § 1. Het examen bepaald bij artikel 20bis, 4°, mag ten hoogste drie maal worden afgelegd.
De Koning bepaalt de modaliteiten voor de organisatie van dit examen.
§ 2. De Minister van Landsverdediging stelt ieder jaar het aantal beroepsvrijwilligers vast die als kandidaat-aanvullingsonderofficieren kunnen worden aanvaard.
Dit aantal wordt vastgesteld per ambtengroep van elk der krijgsmachtdelen en van de medische dienst.
Artikel 20quater. De vrijwilligers kandidaat-aanvullingsonderofficieren kunnen in de graad van sergeant worden benoemd na met vrucht een door de Koning bepaalde vormingscyclus te hebben gevolgd en na een proeftijd in een eenheid. De vormingscyclus en de proeftijd mogen ieder zes maand niet overschrijden.
Artikel 20quinquies. _ De vrijwilligers, kandidaat-aanvullingsonderofficieren kunnen door de Minister van Landsverdediging in de graad van sergeant worden aangesteld na het slagen voor het eindexamen van de vormingscyclus zoals bepaald in artikel 20quater.
De Koning regelt de modaliteiten van toekenning en van ontneming van de aanstelling. "
Art. 105. Il est inséré dans la même loi un chapitre VIbis rédigé comme suit :
" Chapitre VIbis. Passage des volontaires de carrière dans la catégorie des sous-officiers de complément.
Article 20bis. Peut, à sa demande, être agréé par le Ministre de la (Défense) comme candidat sous-officier de complément, le volontaire de carrière qui réunit les conditions suivantes :
1° être proposé favorablement par ses chefs hiérarchiques;
2° posséder les qualités morales indispensables à l'état de sous-officier;
3° remplir les conditions d'âge et d'ancienneté que le Roi peut fixer;
4° avoir satisfait à l'épreuve prévue à l'article 8 de la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée, modifié par la loi du 27 décembre 1961;
5° avoir été classé en ordre utile, en fonction du nombre de places fixé conformément à l'article 20ter, selon les règles déterminées par le Roi.
Article 20ter. § 1. L'épreuve visée à l'article 20bis, 4°, peut être présentée au maximum trois fois.
Le Roi fixe les modalités d'organisation de cette épreuve.
§ 2. Le Ministre de la (Défense) fixe, chaque année, le nombre de volontaires de carrière qui peuvent être agréés comme candidats sous-officiers de complément.
Ce nombre est fixé par groupe d'emplois de chacune des forces et du service médical.
Article 20quater. Les volontaires candidats sous-officiers de complément peuvent être nommes au grade de sergent après avoir suivi avec succès un cycle de formation déterminé par le Roi et à l'issue d'une période de stage en unité. Le cycle de formation et le stage ne peuvent excéder chacun une durée de six mois.
Article 20quinquies. _ Les volontaires candidats sous-officiers de complément peuvent être commissionnés au grade de sergent par le Ministre de la (Défense) après la réussite de l'examen de fin de formation visée à l'article 20quater.
Le Roi règle les modalités de l'octroi et du retrait de la commission. "
Art. 106. § 1. In artikel 22 van dezelfde wet worden de woorden " met uitzondering van artikel 7, § 2 " ingevoegd tussen de woorden " van deze wet " en de woorden " zijn toepasselijk ".
§ 2. De wijziging bedoeld in § 1 werkt terug op de datum van de inwerkingtreding van de wet van 12 juli 1973.
Art. 106. § 1. A l'article 22 de la même loi, les mots " à l'exception de l'article 7, § 2 " sont insérés entre les mots " de la présente loi " et les mots " sont applicables ".
§ 2. La modification visée au § 1er produit ses effets à la date de mise en vigueur de la loi du 12 juillet 1973.
Art. 107. In artikel 23 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " of eerste matrozen-chefs " worden vervangen door de woorden " kwartiermeesters of muzikanten-chefs van vierde klasse ";
2° de woorden " of eerste matroos " worden vervangen door de woorden " eerste matroos of muzikant van vierde klasse ".
Art. 107. A l'article 23 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " ou premiers matelots-chefs " sont remplacés par les mots " quartiers-maîtres ou musiciens-chefs de quatrième classe ";
2° les mots " ou premier matelot " sont remplacés par les mots " premier matelot ou musicien de quatrième classe ".
Art. 108. Een artikel 22bis, dat luidt als volgt, wordt in het hoofdstuk VIII van dezelfde wet ingevoegd :
" Artikel 22bis. De beroepsvrijwilligers, met inbegrip van de vrijwilligers militaire muzikanten, hebben recht op verloven waarvan de Koning het aantal en de toekenningsmodaliteiten vaststelt. "
Art. 108. Dans le chapitre VIII de la même loi, il est inséré un article 22bis rédigé comme suit :
" Article 22bis. Les volontaires de carrière, y compris les musiciens militaires volontaires, ont droit à des congés dont le Roi fixe le nombre et les modalités d'octroi. "
Art. 109. Een artikel 23bis, dat luidt als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
" Artikel 23bis. Voor de toepassing van de bepalingen van deze wet, wordt de medische dienst als een krijgsmachtdeel beschouwd. "
Art. 109. Un article 23bis rédigé comme suit est inséré dans la même loi :
" Article 23bis. Pour l'application des dispositions de la présente loi, le service médical est considéré comme une force armée. "
Afdeling 8. - Wijzigingen aan de wet van 27 december 1973 betreffende het statuut van het rijkswachtpersoneel van het actief kader.
Section 8. - Modifications à la loi du 27 décembre 1973 relative au statut du personnel du cadre actif de la gendarmerie.
Art. 110.
Art. 110.
HOOFDSTUK VI. - Opheffingsbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions abrogatoires.
Art. 111. Worden opgeheven : 1° Artikel 2, tweede lid van de wet van 8 mei 1924 houdende inrichting van een korps officieren-ingenieurs van de militaire fabrieken. De officieren die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet deel uitmaken van het intermachtenkorps der officieren-ingenieurs der militaire fabrikaten worden naar hun oorspronkelijk krijgsmachtdeel overgeplaatst.
Nochtans, indien zij vragen naar een ander krijgsmachtdeel te worden overgeplaatst, wordt deze overplaatsing beschouwd als getroffen bij toepassing van artikel 29 van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut der beroepsofficieren van de land-, de lucht-, de zeemacht en de medische dienst en der reserveofficieren van alle krijgsmachtdelen en van de medische dienst;
2° De wet van 16 juni 1937 betreffende de officierenkaders van het leger op vredesvoet, met uitzondering van de rijkswacht, gewijzigd bij de wetten van 30 juli 1955 en 1 juli 1957 en bij het koninklijk besluit nr. 32 van 14 juli 1967;
3° De wet van 14 juli 1951 tot vaststelling van het kader der officieren in actieve dienst bij de luchtmacht in vredestijd, gewijzigd bij de wet van 30 juli 1955 en bij het koninklijk besluit nr. 32 van 14 juli 1967;
4° De wet van 14 juli 1951 op de stand en de bevordering van de officieren van het aanvullingskader, gewijzigd bij de wetten van 19 maart 1954, 3 juli 1956, 1 maart 1958, 25 juni 1963 en 10 juni 1970;
5° De wet van 18 december 1951 tot vaststelling van het kader der officieren in actieve dienst bij de zeemacht op vredesvoet, gewijzigd bij de wetten van 30 juli 1955, 25 juni 1957 en 1 maart 1965 en bij het koninklijk besluit nr. 32 van 14 juli 1967;
6° Artikel 8 van de wet van 23 december 1955 betreffende de hulpofficieren van de luchtmacht, piloten en navigatoren, gewijzigd bij de wet van 28 juni 1960;
7° De wet van 19 juni 1956 tot vaststelling van het aantal hoofdofficieren der strijdmachten, gewijzigd bij de wet van 1 juli 1957;

9° Titel III van de wet van 27 december 1961 houdende statuut van de onderofficieren van het actief kader der land-, lucht- en zeemacht en van de medische dienst;
10°
11° Artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 32 van 14 juli 1967 over het buiten kader plaatsen der leden van de krijgsmacht die hun activiteit uitoefenen in de schoot van andere openbare diensten en in de intergeallieerde hoofdkwartieren en instellingen;
12° Artikel 4 van de wet van 12 juli 1973 houdende statuut der vrijwilligers van het beroepskader van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst.
Art. 111. Sont abrogés : 1° L'article 2, alinéa 2 de la loi du 8 mai 1924 relative à la création d'un corps d'officiers ingénieurs des fabrications militaires. Les officiers qui, à la date de la mise en vigueur de la présente loi, font partie du corps interforces des officiers ingénieurs des fabrications militaires, sont transférés dans leur force d'origine.
Toutefois, s'ils sollicitent d'être transférés dans une autre force, ce transfert est considéré comme pris en application de l'article 29 de la loi du 1er mars 1958 relative au statut des officiers de carrière des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical, ainsi que des officiers de réserve de toutes les forces armées et du service médical;
2° La loi du 16 juin 1937 des cadres en officiers de l'armée sur pied de paix, non compris la gendarmerie, modifiée par les lois des 30 juillet 1955 et 1er juillet 1957 et par l'arrêté royal n° 32 du 14 juillet 1967;
3° La loi du 14 juillet 1951 fixant le cadre des officiers en activité de la force aérienne en temps de paix, modifiée par la loi du 30 juillet 1955 et par l'arrêté royal n° 32 du 14 juillet 1967;
4° La loi du 14 juillet 1951 sur la position et l'avancement des officiers du cadre de complément, modifiée par les lois des 19 mars 1954, 3 juillet 1956, 1er mars 1958, 25 juin 1963 et 10 juin 1970;
5° La loi du 18 décembre 1951 fixant le cadre des officiers en activité de la force navale en temps de paix, modifiée par les lois des 30 juillet 1955, 25 juin 1957 et 1er mars 1965 et par l'arrêté royal n° 32 du 14 juillet 1967;
6° L'article 8 de la loi du 23 décembre 1955 sur les officiers auxiliaires de la force aérienne, pilotes et navigateurs, modifié par la loi du 28 juin 1960;
7° La loi du 19 juin 1956 fixant le nombre d'officiers supérieurs des forces armées, modifiée par la loi du 1er juillet 1957;

9° Le titre III de la loi du 27 décembre 1961 portant statut des sous-officiers du cadre actif des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical;
10°
11° L'article 4 de l'arrêté royal n° 32 du 14 juillet 1967 relatif à la mise hors cadre des membres des forces armées exerçant leurs activités au sein d'autres services publics et dans les quartiers généraux et organismes inter-alliés;
12° L'article 4 de la loi du 12 juillet 1973 portant statut des volontaires du cadre de carrière des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical.
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions finales.
Art. 112. De Koning is belast met het coördineren van de geldende wetsbepalingen betreffende het statuut van één of meerdere categorieën van militairen alsmede van de uitdrukkelijke of impliciete wijzigingen welke die bepalingen hebben of zullen hebben ondergaan op het ogenblik waarop de coördinaties zullen plaats hebben.
Daartoe kan Hij :
1° de volgorde en de nummering van de titels, hoofdstukken, afdelingen, artikelen en paragrafen der te coördineren bepalingen wijzigen en ze op een andere wijze indelen;
2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen wijzigen om ze met de nieuwe nummering te doen overeenstemmen;
3° de redactie van de teksten der bovenvermelde wettelijke bepalingen wijzigen met het oog op een eenvormige terminologie.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Art. 112. Le Roi est charge de coordonner les dispositions légales en vigueur relatives au statut d'une ou de plusieurs catégories de militaires ainsi que les modifications expresses ou implicites que ces dispositions ont ou auront subies au moment où les coordinations seront réalisées.
A cette fin, Il peut :
1° modifier l'ordre ou le numérotage des titres, des chapitres, sections, articles et paragraphes des dispositions à coordonner et les regrouper sous d'autres divisions;
2° modifier les références contenues dans les dispositions à coordonner en vue de les mettre en concordance avec le numérotage nouveau;
3° modifier la rédaction des textes des dispositions légales susmentionnées, en vue d'assurer une terminologie uniforme.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.