Artikel 1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
1° Voedingsmiddelen : ieder produkt of zelfstandigheid bestemd voor de menselijke voeding, daarin begrepen genotmiddelen, zout, toekruiden, (...). <W 1989-03-22/41, art. 1, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
2° Andere produkten :
a) ([1 ...]1 technologische hulpstoffen;) <W 1989-03-22/41, art. 1, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>;
b) voorwerpen en stoffen bestemd om met voedingsmiddelen in aanraking te komen;
c) (detergentia, reinigings- en onderhoudsmiddelen;) <W 1989-03-22/41, art. 1, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
d) tabak, produkten op basis van tabak en soortgelijke produkten [2 , hierna tabaksproducten genoemd]2;
e) cosmetica;
f) (gebruiksartikelen die bij het gebruik, hetzij door het innemen van delen ervan, hetzij door het inademen ervan, hetzij door contact met het lichaam een fysiologische uitwerking kunnen hebben;) <W 1989-03-22/41, art. 1, 5°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
g) (aërosolen gebruikt voor voedingsmiddelen (...).) <W 1989-03-22/41, art. 1, 6°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> <W 2002-12-18/59, art. 22, 009; Inwerkingtreding : 16-02-2003>
(h) voedingsmiddelen die een gevaar kunnen vormen voor de veiligheid van de consumenten.) <W 2002-12-18/59, art. 22, 009; Inwerkingtreding : 16-02-2003>
(i) tatoeage-inkten.) <W 2004-12-27/30, art. 123, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
3° Handel of in de handel brengen :
Het invoeren, vervoeren voor verkoop of levering, in bezit houden met het oog op verkoop, aanbieden, verkopen, verdelen, slijten, onder kosteloze of bezwarende titel afstaan.
4° Fabricage of fabriceren :
De fabricage en de bereiding voor de handel, (...) of voor levering aan de verbruiker, hieronder begrepen de wijze van fabricage of van bereiding, de verpakking en de etikettering.
[3 5° Verordening 2019/1020: Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011;]3
[4 6° Bier: de drank verkregen na alcoholische gisting van een wort die hoofdzakelijk bereid is uit zetmeel- en suikerhoudende grondstoffen, waarvan tenminste 60 % gerst- of tarwemout, alsmede hop, eventueel in verwerkte vorm, en brouwwater;
7° Wijn: drank gemaakt op basis van alcoholische vergisting van druiven (of eventueel andere vruchten) met een maximum alcoholpercentage van 15 % waaraan geen alcohol werd toegevoegd;
8° Gedistilleerde drank: een alcoholhoudende drank die bestemd is voor menselijke consumptie en die geproduceerd wordt door:
a) de distillatie van op natuurlijke wijze gegiste producten, al dan niet met toegevoegde aroma's;
b) de maceratie of soortgelijke bewerkingen van plantaardige materialen in ethylalcohol;
c) de toevoeging van aroma's, suikers of andere zoetstoffen, en/of landbouwproducten en/of voedingsmiddelen aan ethylalcohol;
9° Ziekenhuizen: ziekenhuizen zoals gedefinieerd in artikel 2 van de wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen.]4 <W 1989-03-22/41, art. 1, 8°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 JANUARI 1977. - Wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-10-1989 en tekstbijwerking tot 04-06-2024)
Titre
24 JANVIER 1977. - Loi relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-10-1989 et mise à jour au 04-06-2024)
Dokumentinformationen
Numac: 1977012405
Datum: 1977-01-24
Info du document
Numac: 1977012405
Date: 1977-01-24
Tekst (38)
Texte (38)
Article 1. Pour l'application de la présente loi, on entend par :
1° Denrées alimentaires : tout produit ou substance destinés à l'alimentation humaine, y compris les produits toniques, le sel, les produits condimentaires, (...). <L 1989-03-22/41, art. 1, 1°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
2° Autres produits :
a) ([1 ...]1 les auxiliaires technologiques;) <L 1989-03-22/41, art. 1, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
b) les matières et objets destinés à entrer en contact avec les denrées alimentaires;
c) (les détergents et les produits de nettoyage et d'entretien;) <L 1989-03-22/41, art. 1, 3°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
d) le tabac, les produits à base de tabac et les produits similaires [2 , ci-après dénommés [3 produits de tabac]3]2;
e) (les produits cosmétiques;) <L 1989-03-22/41, art. 1, 5°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
f) (les produits usuels qui, par leur emploi, peuvent exercer un effet physiologique soit par absorption de certaines de leurs parties constituantes, soit par inhalation de celles-ci, soit par contact avec le corps humain;) <L 1989-03-22/41, art. 1, 5°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
g) (les générateurs aérosols utilisés pour les denrées alimentaires (...).) <L 1989-03-22/41, art. 1, 6°, 002; En vigueur : 05-11-1989> <L 2002-12-18/59, art. 22, 009; En vigueur : 16-02-2003>
(h) les denrées alimentaires qui peuvent mettre en danger la sécurité des consommateurs.) <L 2002-12-18/59, art. 22, 009; En vigueur : 16-02-2003>
(i) les encres de tatouage.) <L 2004-12-27/30, art. 123, 012; En vigueur : 10-01-2005>
3° Commerce ou mise dans le commerce :
L'importation, le transport pour la vente ou pour la livraison, la détention en vue de la vente, l'offre en vente, la vente, la distribution, le débit, la cession à titre onéreux ou gratuit.
4° Fabrication ou fabriquer :
La fabrication et la préparation pour le commerce, (...) ou la livraison au consommateur, y compris le mode de fabrication ou de préparation, le conditionnement et l'étiquetage;
[4 5° Règlement 2019/1020: Règlement (UE) 2019/1020 du Parlement Européen et du Conseil du 20 juin 2019 sur la surveillance du marché et la conformité des produits, et modifiant la directive 2004/42/CE et les règlements (CE) no 765/2008 et (UE) no 305/2011;]4
[5 6° Bière: la boisson, obtenue après fermentation alcoolique d'un moût préparé essentiellement à partir de matières premières amylacées et sucrées dont au moins 60 % de malt d'orge ou de froment, ainsi qu'à partir de houblon, éventuellement sous une forme transformée, et d'eau de brassage;
7° Vin: la boisson issue de la fermentation alcoolique de raisins (ou éventuellement d'autres fruits) avec une teneur maximale en alcool de 15 % à laquelle aucun alcool n'a été ajouté;
8° Boisson spiritueuse: la boisson alcoolique destinée à la consommation humaine et ayant été produite directement soit:
a) par distillation, en présence ou non d'arômes, de produits fermentés naturellement;
b) par macération ou par un traitement similaire de matériels végétaux dans de l'alcool éthylique;
c) par addition d'arômes, de sucres ou d'autres produits édulcorants, et/ou d'autres produits agricoles et/ou de denrées alimentaires à de l'alcool éthylique;
9° Hôpitaux: les hôpitaux comme définis à l'article 2 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins.]5 <L 1989-03-22/41, art. 1, 8°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
1° Denrées alimentaires : tout produit ou substance destinés à l'alimentation humaine, y compris les produits toniques, le sel, les produits condimentaires, (...). <L 1989-03-22/41, art. 1, 1°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
2° Autres produits :
a) ([1 ...]1 les auxiliaires technologiques;) <L 1989-03-22/41, art. 1, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
b) les matières et objets destinés à entrer en contact avec les denrées alimentaires;
c) (les détergents et les produits de nettoyage et d'entretien;) <L 1989-03-22/41, art. 1, 3°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
d) le tabac, les produits à base de tabac et les produits similaires [2 , ci-après dénommés [3 produits de tabac]3]2;
e) (les produits cosmétiques;) <L 1989-03-22/41, art. 1, 5°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
f) (les produits usuels qui, par leur emploi, peuvent exercer un effet physiologique soit par absorption de certaines de leurs parties constituantes, soit par inhalation de celles-ci, soit par contact avec le corps humain;) <L 1989-03-22/41, art. 1, 5°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
g) (les générateurs aérosols utilisés pour les denrées alimentaires (...).) <L 1989-03-22/41, art. 1, 6°, 002; En vigueur : 05-11-1989> <L 2002-12-18/59, art. 22, 009; En vigueur : 16-02-2003>
(h) les denrées alimentaires qui peuvent mettre en danger la sécurité des consommateurs.) <L 2002-12-18/59, art. 22, 009; En vigueur : 16-02-2003>
(i) les encres de tatouage.) <L 2004-12-27/30, art. 123, 012; En vigueur : 10-01-2005>
3° Commerce ou mise dans le commerce :
L'importation, le transport pour la vente ou pour la livraison, la détention en vue de la vente, l'offre en vente, la vente, la distribution, le débit, la cession à titre onéreux ou gratuit.
4° Fabrication ou fabriquer :
La fabrication et la préparation pour le commerce, (...) ou la livraison au consommateur, y compris le mode de fabrication ou de préparation, le conditionnement et l'étiquetage;
[4 5° Règlement 2019/1020: Règlement (UE) 2019/1020 du Parlement Européen et du Conseil du 20 juin 2019 sur la surveillance du marché et la conformité des produits, et modifiant la directive 2004/42/CE et les règlements (CE) no 765/2008 et (UE) no 305/2011;]4
[5 6° Bière: la boisson, obtenue après fermentation alcoolique d'un moût préparé essentiellement à partir de matières premières amylacées et sucrées dont au moins 60 % de malt d'orge ou de froment, ainsi qu'à partir de houblon, éventuellement sous une forme transformée, et d'eau de brassage;
7° Vin: la boisson issue de la fermentation alcoolique de raisins (ou éventuellement d'autres fruits) avec une teneur maximale en alcool de 15 % à laquelle aucun alcool n'a été ajouté;
8° Boisson spiritueuse: la boisson alcoolique destinée à la consommation humaine et ayant été produite directement soit:
a) par distillation, en présence ou non d'arômes, de produits fermentés naturellement;
b) par macération ou par un traitement similaire de matériels végétaux dans de l'alcool éthylique;
c) par addition d'arômes, de sucres ou d'autres produits édulcorants, et/ou d'autres produits agricoles et/ou de denrées alimentaires à de l'alcool éthylique;
9° Hôpitaux: les hôpitaux comme définis à l'article 2 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins.]5 <L 1989-03-22/41, art. 1, 8°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
Änderungen
Art.2. In het belang van de volksgezondheid of met het doel bedrog of vervalsing op dit gebied te voorkomen, kan de Koning regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op de fabricage, de uitvoer en de handel van voedingsmiddelen.
Deze bevoegdheid omvat onder andere de mogelijkheid de samenstelling van de voedingsmiddelen te bepalen, de overeenstemmende benamingen ervan vast te stellen alsook de aanwijzingen te reglementeren die nuttig zijn voor de informatie op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort.
De Koning kan, meer in het bijzonder, op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad, regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op het in de handel brengen van dieetvoedingsmiddelen, vitamines en voedingsmiddelen waaraan vitamines, oligo-elementen of andere nutriënten werden toegevoegd.
De Koning kan sommige dieetvoedingsmiddelen, die Hij aanduidt, onderwerpen aan registratie onder de voorwaarden en volgens de regels die Hij bepaalt.
[1 De Koning kan, na advies van de Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten bedoeld in artikel 22, de handel van bepaalde voedingsmiddelen voorbehouden aan het bezitten van diploma's of attesten die Hij bepaalt.
In het belang van de volksgezondheid kan de Koning de melding van bijwerkingen gerelateerd aan het gebruik van voedingsmiddelen verplichten. Hij bepaalt de modaliteiten van deze melding na advies van de Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten bedoeld in artikel 22.]1
[2 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voorschriften over de experimenten op de menselijke persoon reglementeren voor bepaalde voedingsmiddelen of andere producten die Hij aanduidt, na advies van het Comité voor Bio-ethiek. Deze experimenten omvatten tests, studies of onderzoeken uitgevoerd op vrijwilligers zonder therapeutische doelstellingen. Deze voorschriften kunnen betrekking hebben op de producten, de bescherming van deelnemers, de voorwaarden en procedures voor experimenten, de aansprakelijkheid en administratieve verplichtingen.]2
Deze bevoegdheid omvat onder andere de mogelijkheid de samenstelling van de voedingsmiddelen te bepalen, de overeenstemmende benamingen ervan vast te stellen alsook de aanwijzingen te reglementeren die nuttig zijn voor de informatie op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort.
De Koning kan, meer in het bijzonder, op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad, regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op het in de handel brengen van dieetvoedingsmiddelen, vitamines en voedingsmiddelen waaraan vitamines, oligo-elementen of andere nutriënten werden toegevoegd.
De Koning kan sommige dieetvoedingsmiddelen, die Hij aanduidt, onderwerpen aan registratie onder de voorwaarden en volgens de regels die Hij bepaalt.
[1 De Koning kan, na advies van de Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten bedoeld in artikel 22, de handel van bepaalde voedingsmiddelen voorbehouden aan het bezitten van diploma's of attesten die Hij bepaalt.
In het belang van de volksgezondheid kan de Koning de melding van bijwerkingen gerelateerd aan het gebruik van voedingsmiddelen verplichten. Hij bepaalt de modaliteiten van deze melding na advies van de Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten bedoeld in artikel 22.]1
[2 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voorschriften over de experimenten op de menselijke persoon reglementeren voor bepaalde voedingsmiddelen of andere producten die Hij aanduidt, na advies van het Comité voor Bio-ethiek. Deze experimenten omvatten tests, studies of onderzoeken uitgevoerd op vrijwilligers zonder therapeutische doelstellingen. Deze voorschriften kunnen betrekking hebben op de producten, de bescherming van deelnemers, de voorwaarden en procedures voor experimenten, de aansprakelijkheid en administratieve verplichtingen.]2
Art.2. Dans l'intérêt de la santé publique ou en vue d'empêcher les tromperies ou les falsifications dans ce domaine, le Roi peut réglementer et interdire la fabrication, l'exportation et le commerce de denrées alimentaires.
Ce pouvoir implique, entre autres, la possibilité de déterminer la composition des denrées alimentaires, d'en arrêter les dénominations correspondantes ainsi que de réglementer les indications utiles à l'information, sur proposition du Ministre qui à la santé publique dans ses attributions.
Le Roi peut, en particulier, sur proposition ou après avis du Conseil supérieur d'Hygiène, réglementer et interdire la mise dans le commerce d'aliments diététiques, de vitamines et de denrées alimentaires auxquelles ont été ajoutés des vitamines, des oligo-éléments ou d'autres nutriments.
Le Roi peut soumettre certains aliments diététiques qu'il désigne à l'enregistrement, aux conditions et selon les règles qu'Il détermine.
[1 Le Roi peut, après avis du Conseil consultatif en matière de politique alimentaire et d'utilisation d'autres produits de consommation visé à l'article 22, réserver le commerce de certaines denrées alimentaires à la détention de diplômes ou attestations qu'Il détermine.
Dans l'intérêt de la santé publique, le Roi peut imposer la notification des effets indésirables liés à l'utilisation de denrées alimentaires. Il détermine les modalités de cette notification après avis du Conseil consultatif en matière de politique alimentaire et d'utilisation d'autres produits de consommation visé à l'article 22.]1
[2 Le Roi peut, par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres, réglementer des dispositions de l'expérimentation sur la personne humaine de certaines denrées alimentaires ou d'autres produits qu'Il désigne, après avis du Comité de Bio-éthique. Ces expérimentations consistent en essais, études ou investigations menées chez des volontaires sans objectifs thérapeutiques. Ces dispositions peuvent porter sur les produits, la protection des participants, les conditions et les procédures de l'expérimentation, la responsabilité et les obligations administratives.]2
Ce pouvoir implique, entre autres, la possibilité de déterminer la composition des denrées alimentaires, d'en arrêter les dénominations correspondantes ainsi que de réglementer les indications utiles à l'information, sur proposition du Ministre qui à la santé publique dans ses attributions.
Le Roi peut, en particulier, sur proposition ou après avis du Conseil supérieur d'Hygiène, réglementer et interdire la mise dans le commerce d'aliments diététiques, de vitamines et de denrées alimentaires auxquelles ont été ajoutés des vitamines, des oligo-éléments ou d'autres nutriments.
Le Roi peut soumettre certains aliments diététiques qu'il désigne à l'enregistrement, aux conditions et selon les règles qu'Il détermine.
[1 Le Roi peut, après avis du Conseil consultatif en matière de politique alimentaire et d'utilisation d'autres produits de consommation visé à l'article 22, réserver le commerce de certaines denrées alimentaires à la détention de diplômes ou attestations qu'Il détermine.
Dans l'intérêt de la santé publique, le Roi peut imposer la notification des effets indésirables liés à l'utilisation de denrées alimentaires. Il détermine les modalités de cette notification après avis du Conseil consultatif en matière de politique alimentaire et d'utilisation d'autres produits de consommation visé à l'article 22.]1
[2 Le Roi peut, par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres, réglementer des dispositions de l'expérimentation sur la personne humaine de certaines denrées alimentaires ou d'autres produits qu'Il désigne, après avis du Comité de Bio-éthique. Ces expérimentations consistent en essais, études ou investigations menées chez des volontaires sans objectifs thérapeutiques. Ces dispositions peuvent porter sur les produits, la protection des participants, les conditions et les procédures de l'expérimentation, la responsabilité et les obligations administratives.]2
Art.3. In het belang van de volksgezondheid kan de Koning daarenboven :
1° onverminderd het reglement inzake de arbeidshygiëne en de gezondheid van de arbeiders :
a) (voor alle personen die aan de fabricage of de handel medewerken en die door deze werkzaamheden rechtstreeks in aanraking komen met de in artikel 1 bepaalde voedingsmiddelen en andere produkten, algemene maatregelen voorschrijven ten einde alle gevaren voor verontreiniging of besmetting van die voedingsmiddelen en andere produkten uit te sluiten;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
b) de aandoeningen bepalen waarvoor de personen, verdacht van besmetting door één van deze aandoeningen, kunnen verplicht worden zich aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen en waarvoor, zo nodig, hun bedrijvigheid kan beperkt of verboden worden door de directeur-generaal van het Bestuur der Volksgezondheid of door zijn gemachtigde. De Koning regelt de voorwaarden voor de organisatie van dergelijke onderzoeken, alsmede de mededeling van het resultaat ervan en bepaalt de voorwaarden, modaliteiten en regels van de procedure van beroep tegen de maatregelen houdende beperking of verbod van de bedrijvigheid; dit beroep heeft geen schorsende kracht;
2° a) (de in lid 1 en 2 van artikel 2 bedoelde maatregelen van toepassing maken op de voorwerpen en stoffen bestemd om in aanraking te komen met voedingsmiddelen en het gebruik van deze voorwerpen en stoffen regelen en verbieden;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
b) regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op het gebruik van voor voedingsmiddelen bestemde verpakkingen welke van die aard zijn dat zij door hun vorm of voorkomen voor de verbruiker een gevaar kunnen opleveren;
3° a) (onverminderd de voorschriften van de wetgeving inzake gezondheid en veiligheid van de arbeiders alsmede de salubriteit van het werk en van de werkplaatsen, regels vaststellen voor de voedingsmiddelen en andere produkten, inzake de salubriteit en de hygiëne van de plaatsen waar de in lid 1 van artikel 2 bedoelde werkzaamheden plaatsgrijpen alsmede van de plaatsen waar voedingsmiddelen worden verbruikt, en het gebruik van die plaatsen voor dergelijke doeleinden verbieden;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
b) een regeling uitwerken om het gebruik van die plaatsen aan vergunning te onderwerpen;
c) het gebruik en de hygiëne reglementeren van de voertuigen aangewend tot vervoer van voedingsmiddelen, het gereedschap, de recipiënten en de apparaten bestemd om met de voedingsmiddelen in aanraking te worden gebracht, alsmede de distributieapparaten voor voedingsmiddelen;
4° a) (de in lid 1 en 2 van artikel 2 bedoelde maatregelen van toepassing maken op detergentia en op reinigings- en onderhoudsmiddelen;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 4°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
b) het gebruik van deze produkten in de voedingsnijverheid reglementeren;
5° op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad de zelfstandigheden bepalen die de voorwerpen en stoffen als bedoeld onder 2° en de produkten als bedoeld onder 4° van dit artikel niet of slechts in beperkte mate mogen bevatten, alsmede de grenzen en voorwaarden waaraan de aanwezigheid van deze zelfstandigheden in de voorwerpen, stoffen of produkten gebonden is.
(6° regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op de fabricage, de uitvoer en de handel van de produkten bedoeld in artikel 1, 2°, h).) <W 1989-03-22/41, art. 2, 5°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
1° onverminderd het reglement inzake de arbeidshygiëne en de gezondheid van de arbeiders :
a) (voor alle personen die aan de fabricage of de handel medewerken en die door deze werkzaamheden rechtstreeks in aanraking komen met de in artikel 1 bepaalde voedingsmiddelen en andere produkten, algemene maatregelen voorschrijven ten einde alle gevaren voor verontreiniging of besmetting van die voedingsmiddelen en andere produkten uit te sluiten;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
b) de aandoeningen bepalen waarvoor de personen, verdacht van besmetting door één van deze aandoeningen, kunnen verplicht worden zich aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen en waarvoor, zo nodig, hun bedrijvigheid kan beperkt of verboden worden door de directeur-generaal van het Bestuur der Volksgezondheid of door zijn gemachtigde. De Koning regelt de voorwaarden voor de organisatie van dergelijke onderzoeken, alsmede de mededeling van het resultaat ervan en bepaalt de voorwaarden, modaliteiten en regels van de procedure van beroep tegen de maatregelen houdende beperking of verbod van de bedrijvigheid; dit beroep heeft geen schorsende kracht;
2° a) (de in lid 1 en 2 van artikel 2 bedoelde maatregelen van toepassing maken op de voorwerpen en stoffen bestemd om in aanraking te komen met voedingsmiddelen en het gebruik van deze voorwerpen en stoffen regelen en verbieden;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
b) regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op het gebruik van voor voedingsmiddelen bestemde verpakkingen welke van die aard zijn dat zij door hun vorm of voorkomen voor de verbruiker een gevaar kunnen opleveren;
3° a) (onverminderd de voorschriften van de wetgeving inzake gezondheid en veiligheid van de arbeiders alsmede de salubriteit van het werk en van de werkplaatsen, regels vaststellen voor de voedingsmiddelen en andere produkten, inzake de salubriteit en de hygiëne van de plaatsen waar de in lid 1 van artikel 2 bedoelde werkzaamheden plaatsgrijpen alsmede van de plaatsen waar voedingsmiddelen worden verbruikt, en het gebruik van die plaatsen voor dergelijke doeleinden verbieden;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
b) een regeling uitwerken om het gebruik van die plaatsen aan vergunning te onderwerpen;
c) het gebruik en de hygiëne reglementeren van de voertuigen aangewend tot vervoer van voedingsmiddelen, het gereedschap, de recipiënten en de apparaten bestemd om met de voedingsmiddelen in aanraking te worden gebracht, alsmede de distributieapparaten voor voedingsmiddelen;
4° a) (de in lid 1 en 2 van artikel 2 bedoelde maatregelen van toepassing maken op detergentia en op reinigings- en onderhoudsmiddelen;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 4°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
b) het gebruik van deze produkten in de voedingsnijverheid reglementeren;
5° op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad de zelfstandigheden bepalen die de voorwerpen en stoffen als bedoeld onder 2° en de produkten als bedoeld onder 4° van dit artikel niet of slechts in beperkte mate mogen bevatten, alsmede de grenzen en voorwaarden waaraan de aanwezigheid van deze zelfstandigheden in de voorwerpen, stoffen of produkten gebonden is.
(6° regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op de fabricage, de uitvoer en de handel van de produkten bedoeld in artikel 1, 2°, h).) <W 1989-03-22/41, art. 2, 5°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
Art.3. Dans l'intérêt de la santé publique, le Roi peut en outre :
1° sans préjudice de la réglementation relative à l'hygiène du travail et à la santé des travailleurs :
a) (prescrire, pour toutes les personnes qui participent à la fabrication ou au commerce et dont l'activité les met directement en contact avec les denrées alimentaires et les autres produits visés à l'article 1er, des mesures générales en vue d'écarter tout danger de souillure ou de contamination de ces denrées et autres produits;) <L 1989-03-22/41, art. 2, 1°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
b) déterminer les affections pour lesquelles les personnes suspectes d'en être atteintes peuvent être obligées de se soumettre à examen médical et, s'il ya lieu, se voir limiter ou interdire leur activité, par le directeur général de l'Administration de l'Hygiène publique ou par son délégué. Le Roi règle les conditions d'organisation de ces examens et de la transmission de leur résultat et détermine les conditions, modalités et règles de procédure du recours ouvert contre les mesures de limitation ou d'interdiction; ce recours n'est pas suspensif;
2° a) (appliquer les mesures visées à l'article 2, alinéas 1er et 2, aux objets et matières destinés à entrer en contact avec les denrées alimentaires ainsi que réglementer et interdire l'emploi de ces objets et matières;) <L 1989-03-22/41, art. 2, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
b) réglementer et interdire l'emploi d'emballages destinés aux denrées alimentaires et susceptibles de présenter un danger pour le consommateur du fait de leur forme ou de leur présentation;
3° a) (sans préjudice des dispositions de la législation relative à la santé et à la sécurité des travailleurs ainsi qu'à la salubrité du travail et des lieux de travail, réglementer, en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits, la salubrité et l'hygiène des lieux où s'effectuent les opérations visées à l'article 2, alinéa premier, ainsi que des lieux où des denrées alimentaires sont consommées, et interdire l'usage de ces lieux à de telles fins;) <L 1989-03-22/41, art. 2, 3°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
b) instaurer un régime tendant à soumettre l'usage de ces lieux à autorisation;
c) réglementer l'emploi et l'hygiène des véhicules utilisés pour le transport des denrées alimentaires, des ustensiles, récipients et appareils destinés à entrer en contact avec ces denrées et des appareils de distribution pour denrées alimentaires;
4° a) (appliquer les mesures visées à l'article 2, alinéas 1er et 2, aux détergents et aux produits de nettoyage et d'entretien;) <L 1989-03-22/41, art. 2, 4°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
b) réglementer l'utilisation de ces produits dans l'industrie alimentaire;
5° sur la proposition ou après avis du Conseil supérieur d'Hygiène, déterminer les substances que les objets ou matières visés au 2° et les produits visés au 4° du présent article ne peuvent pas contenir ou ne peuvent contenir que dans une certaine mesure ainsi que les limites et conditions auxquelles est soumise la présence de ces substances dans ces objets, matières et produits.
(6° réglementer et interdire la fabrication, l'exportation et le commerce des produits visés à l'article 1er, 2°, h).) <L 1989-03-22/41, art. 2, 5°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
1° sans préjudice de la réglementation relative à l'hygiène du travail et à la santé des travailleurs :
a) (prescrire, pour toutes les personnes qui participent à la fabrication ou au commerce et dont l'activité les met directement en contact avec les denrées alimentaires et les autres produits visés à l'article 1er, des mesures générales en vue d'écarter tout danger de souillure ou de contamination de ces denrées et autres produits;) <L 1989-03-22/41, art. 2, 1°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
b) déterminer les affections pour lesquelles les personnes suspectes d'en être atteintes peuvent être obligées de se soumettre à examen médical et, s'il ya lieu, se voir limiter ou interdire leur activité, par le directeur général de l'Administration de l'Hygiène publique ou par son délégué. Le Roi règle les conditions d'organisation de ces examens et de la transmission de leur résultat et détermine les conditions, modalités et règles de procédure du recours ouvert contre les mesures de limitation ou d'interdiction; ce recours n'est pas suspensif;
2° a) (appliquer les mesures visées à l'article 2, alinéas 1er et 2, aux objets et matières destinés à entrer en contact avec les denrées alimentaires ainsi que réglementer et interdire l'emploi de ces objets et matières;) <L 1989-03-22/41, art. 2, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
b) réglementer et interdire l'emploi d'emballages destinés aux denrées alimentaires et susceptibles de présenter un danger pour le consommateur du fait de leur forme ou de leur présentation;
3° a) (sans préjudice des dispositions de la législation relative à la santé et à la sécurité des travailleurs ainsi qu'à la salubrité du travail et des lieux de travail, réglementer, en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits, la salubrité et l'hygiène des lieux où s'effectuent les opérations visées à l'article 2, alinéa premier, ainsi que des lieux où des denrées alimentaires sont consommées, et interdire l'usage de ces lieux à de telles fins;) <L 1989-03-22/41, art. 2, 3°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
b) instaurer un régime tendant à soumettre l'usage de ces lieux à autorisation;
c) réglementer l'emploi et l'hygiène des véhicules utilisés pour le transport des denrées alimentaires, des ustensiles, récipients et appareils destinés à entrer en contact avec ces denrées et des appareils de distribution pour denrées alimentaires;
4° a) (appliquer les mesures visées à l'article 2, alinéas 1er et 2, aux détergents et aux produits de nettoyage et d'entretien;) <L 1989-03-22/41, art. 2, 4°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
b) réglementer l'utilisation de ces produits dans l'industrie alimentaire;
5° sur la proposition ou après avis du Conseil supérieur d'Hygiène, déterminer les substances que les objets ou matières visés au 2° et les produits visés au 4° du présent article ne peuvent pas contenir ou ne peuvent contenir que dans une certaine mesure ainsi que les limites et conditions auxquelles est soumise la présence de ces substances dans ces objets, matières et produits.
(6° réglementer et interdire la fabrication, l'exportation et le commerce des produits visés à l'article 1er, 2°, h).) <L 1989-03-22/41, art. 2, 5°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
Art. 3/1. [1 De handel of het in de handel brengen en de fabricage van voor voedingsmiddelen voor kinderen van 0 tot 3 jaar bestemde verpakkingen die bisfenol A bevatten, zijn verboden. ]1
Art. 3/1. [1 Le commerce ou mise dans le commerce et la fabrication de contenants destinés aux denrées alimentaires pour les enfants de 0 à 3 ans et contenant le bisphénol A sont interdits.]1
Art.4. § 1. De Koning stelt de lijst op van de toevoegsels die in voedingsmiddelen mogen worden aangewend en bepaalt hun zuiverheidsnormen. Hij wijst de voedingsmiddelen aan waarvoor de toevoegsels toegelaten zijn en stelt hun maximumhoeveelheid vast, alsmede de wijze van uitdrukken daarvan. Hij bepaalt de inlichtingen die met betrekking tot de toevoegsels op de verpakking van de voedingsmiddelen moeten worden aangebracht.
§ 2. Iedere aanvraag tot inschrijving op de lijst van de toevoegsels wordt voor advies aan de Hoge Gezondheidsraad voorgelegd.
Het advies betreft de schadelijkheid van het toevoegsel en de graad waarin het door het menselijk organisme wordt geduld.
Het handelt bovendien over de noodzaak, het nut en de wenselijkheid van het gebruik van het toevoegsel en, in voorkomend geval, over de noodzaak van de voorlichting van de verbruiker betreffende de aanwezigheid en de hoeveelheid van het toevoegsel.
§ 3. Niet in de handel mogen worden gebracht voedingsmiddelen die niet toegelaten toevoegsels of toegelaten toevoegsels in een niet toegelaten hoeveelheid bevatten of die niet geëtiketteerd zijn zoals voorgeschreven.
§ 4. De Koning kan regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op de handel en de uitvoer van toevoegsels voor voedingsmiddelen, alsook regels stellen voor de etikettering ervan.
§ 2. Iedere aanvraag tot inschrijving op de lijst van de toevoegsels wordt voor advies aan de Hoge Gezondheidsraad voorgelegd.
Het advies betreft de schadelijkheid van het toevoegsel en de graad waarin het door het menselijk organisme wordt geduld.
Het handelt bovendien over de noodzaak, het nut en de wenselijkheid van het gebruik van het toevoegsel en, in voorkomend geval, over de noodzaak van de voorlichting van de verbruiker betreffende de aanwezigheid en de hoeveelheid van het toevoegsel.
§ 3. Niet in de handel mogen worden gebracht voedingsmiddelen die niet toegelaten toevoegsels of toegelaten toevoegsels in een niet toegelaten hoeveelheid bevatten of die niet geëtiketteerd zijn zoals voorgeschreven.
§ 4. De Koning kan regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op de handel en de uitvoer van toevoegsels voor voedingsmiddelen, alsook regels stellen voor de etikettering ervan.
Art.4. § 1er. Le Roi établit la liste des additifs qui peuvent être utilisés dans les denrées alimentaires et en fixe les critères de pureté. Il désigne les denrées alimentaires auxquelles des additifs peuvent être ajoutés et en détermine la teneur maximale ainsi que le mode d'expression de cette teneur. Il indique les informations qui doivent figurer, en ce qui concerne les additifs, sur l'emballage des denrées alimentaires.
§ 2. Toute demande d'inscription sur la liste des additifs est soumise à l'avis du Conseil supérieur d'Hygiène.
L'avis porte sur la nocivité de l'additif et sur son degré de tolérance par l'organisme humain.
Il porte en outre sur la nécessité, l'utilité et l'opportunité de l'emploi de l'additif et, le cas échéant, sur la nécessité d'informer le consommateur concernant la présence et la quantité d'additif.
§ 3. Est interdite, la mise dans le commerce de denrées alimentaires qui contiennent des additifs non autorisés ou qui contiennent des additifs autorisés en une quantité supérieure à la quantité admise ou qui ne sont pas étiquetées comme prescrit.
§ 4. Le Roi peut réglementer et interdire le commerce et l'exportation des additifs alimentaires, ainsi que prescrire les règles pour l'étiquetage.
§ 2. Toute demande d'inscription sur la liste des additifs est soumise à l'avis du Conseil supérieur d'Hygiène.
L'avis porte sur la nocivité de l'additif et sur son degré de tolérance par l'organisme humain.
Il porte en outre sur la nécessité, l'utilité et l'opportunité de l'emploi de l'additif et, le cas échéant, sur la nécessité d'informer le consommateur concernant la présence et la quantité d'additif.
§ 3. Est interdite, la mise dans le commerce de denrées alimentaires qui contiennent des additifs non autorisés ou qui contiennent des additifs autorisés en une quantité supérieure à la quantité admise ou qui ne sont pas étiquetées comme prescrit.
§ 4. Le Roi peut réglementer et interdire le commerce et l'exportation des additifs alimentaires, ainsi que prescrire les règles pour l'étiquetage.
Art.5. § 1. Op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad kan de Koning de aanwezigheid van contaminanten in voedingsmiddelen reglementeren, verbieden of beperken.
§ 2. De Koning stelt de lijst op van contaminanten die niet of slechts in een door Hem bepaalde hoeveelheid in de voedingsmiddelen mogen voorkomen. In voorkomend geval omschrijft Hij in welk voedingsmiddel en in welke hoeveelheid de contaminanten mogen aanwezig zijn, alsmede de wijze van uitdrukken van de maximaal toegelaten hoeveelheid.
§ 3. Voor iedere inschrijving van een contaminant op de lijst bedoeld in § 2 is een voorafgaand advies van de Hoge Gezondheidsraad vereist. Het advies betreft enerzijds de onvermijdelijke aanwezigheid van het contaminant in het betrokken voedingsmiddel en anderzijds de schadelijkheid ervan en de graad tot welke het contaminant door het menselijk organisme wordt geduld in de toegelaten dosis.
§ 4. Niet in de handel mogen worden gebracht voedingsmiddelen die verboden contaminanten bevatten of die contaminanten bevatten in hoeveelheden groter dan door de Koning bepaald.
§ 2. De Koning stelt de lijst op van contaminanten die niet of slechts in een door Hem bepaalde hoeveelheid in de voedingsmiddelen mogen voorkomen. In voorkomend geval omschrijft Hij in welk voedingsmiddel en in welke hoeveelheid de contaminanten mogen aanwezig zijn, alsmede de wijze van uitdrukken van de maximaal toegelaten hoeveelheid.
§ 3. Voor iedere inschrijving van een contaminant op de lijst bedoeld in § 2 is een voorafgaand advies van de Hoge Gezondheidsraad vereist. Het advies betreft enerzijds de onvermijdelijke aanwezigheid van het contaminant in het betrokken voedingsmiddel en anderzijds de schadelijkheid ervan en de graad tot welke het contaminant door het menselijk organisme wordt geduld in de toegelaten dosis.
§ 4. Niet in de handel mogen worden gebracht voedingsmiddelen die verboden contaminanten bevatten of die contaminanten bevatten in hoeveelheden groter dan door de Koning bepaald.
Art.5. § 1er. Le Roi peut, sur proposition ou après du Conseil supérieur d'Hygiène, réglementer, interdire ou limiter, dans les denrées alimentaires, la présence de contaminants.
§ 2. Le Roi établit la liste des contaminants dont la présence dans les denrées alimentaires est interdite ou limité à une quantité déterminée par Lui. Le cas échéant, Il précise dans quelle denrée et en quelle quantité les contaminants peuvent être présents ainsi que le mode d'expression de la quantité maximale autorisée.
§ 3. Toute inscription d'un contaminant à la liste visée au § 2 doit faire l'objet d'un avis préalable du Conseil supérieur d'Hygiène. L'avis porte d'une part sur la présence inéluctable du contaminant dans la denrée considérée et d'autre part sur la nocivité et sur le degré de tolérance par l'organisme humain du contaminant à la dose autorisée.
§ 4. Est interdite la mise dans le commerce de denrées alimentaires qui contiennent des contaminants interdits ou des contaminants en quantités supérieures à celles autorisées par le Roi.
§ 2. Le Roi établit la liste des contaminants dont la présence dans les denrées alimentaires est interdite ou limité à une quantité déterminée par Lui. Le cas échéant, Il précise dans quelle denrée et en quelle quantité les contaminants peuvent être présents ainsi que le mode d'expression de la quantité maximale autorisée.
§ 3. Toute inscription d'un contaminant à la liste visée au § 2 doit faire l'objet d'un avis préalable du Conseil supérieur d'Hygiène. L'avis porte d'une part sur la présence inéluctable du contaminant dans la denrée considérée et d'autre part sur la nocivité et sur le degré de tolérance par l'organisme humain du contaminant à la dose autorisée.
§ 4. Est interdite la mise dans le commerce de denrées alimentaires qui contiennent des contaminants interdits ou des contaminants en quantités supérieures à celles autorisées par le Roi.
Art.6. § 1. [In het belang van de volksgezondheid of met het doel bedrog of vervalsing op dit gebied te voorkomen, kan de Koning :
a) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid en in artikel 3, 2°, a), en 3°, c), toepassen op tabak, produkten op basis van tabak en soortgelijke produkten alsmede op cosmetica;
b) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, en in artikel 3, 2°, a), en 3°, c), toepassen op de aroma's en technische hulpstoffen bedoeld in artikel 1, 2°, a), alsmede op de gebruiksartikelen bedoeld in artikel 1, 2°, f);
c) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, toepassen op de in artikel 1, 2°, g) bedoelde aërosolen.] <W 1989-03-22/41, art. 3, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
[d) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, en in artikel 5 toepassen op tatoeage-inkten.] <W 2004-12-27/30, art. 124, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
[e) de maatregelen bedoeld in artikel 3, 3°, a) en b), toepassen op cosmetica en hun ingrediënten.] <W 2007-03-01/37, art. 122, 013; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
§ 2. Op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad kan de Koning de zelfstandigheden bepalen die de in artikel 1, 2°, d) tot g) [en i)] bedoelde produkten niet of slechts in een door Hem bepaalde hoeveelheid mogen bevatten alsmede de grenzen en voorwaarden bepalen waaraan de aanwezigheid van deze zelfstandigheden gebonden is. <W 2004-12-27/30, art. 124, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
§ 3. De Koning kan sommige cosmetica [en tatouage-inkten], die Hij aanduidt, onderwerpen aan registratie onder de voorwaarden en volgens de regels die Hij bepaalt. <W 2004-12-27/30, art. 124, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
[§ 4. [9 Het is verboden tabaksproducten aan te bieden of te verkopen aan minachttienjarigen.
De verantwoordelijke voor wiens rekening dit product werd verkocht of aangeboden, kan eveneens aansprakelijk worden gesteld in geval van niet-naleving van dit verbod.
Elke persoon die tabaksproducten verkoopt aan een jonge persoon die minder dan vijfentwintig jaar lijkt, moet van deze persoon eisen dat die aantoont dat de leeftijd van achttien jaar bereikt is.
In het belang van de volksgezondheid kan de Koning plaatsen, waar tabaksproducten in de handel worden gebracht, onderwerpen aan het aanbrengen van waarschuwingen met betrekking tot de schadelijkheid van tabaksproducten en/of van vermeldingen met betrekking tot de verkoopsvoorwaarden bedoeld in het eerste lid.]9
[8 § 4/1. Het is verboden tabaksproducten in de handel te brengen via automatische distributieapparaten, tenzij via semi-geautomatiseerde verkoop in de detailhandel waarbij er een leeftijdscontrole aan de kassa wordt uitgevoerd en op voorwaarde dat de tabaksproducten uit het zicht werden gehaald.]8
§ 5. De Koning kan de verkoop en/of de aanbieding, samen met tabaksproducten, van producten die bestemd zijn om gezondheidswaarschuwingen op tabaksproducten te maskeren, verbieden.] <W 2004-07-19/46, art. 2, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
§ 6. [9 Het is verboden om elke drank of product waarvan het effectief alcoholvolumegehalte hoger is dan 0,5 % vol, te verkopen, te schenken of aan te bieden aan minachttienjarigen.
In afwijking van het eerste lid mogen bieren en wijnen, zoals gedefinieerd in deze wet, verkocht, geserveerd of aangeboden worden aan plus-zestienjarigen met uitzondering van bier waaraan een gedistilleerde drank, of een aroma van een gedistilleerde drank, is toegevoegd.
De verantwoordelijke voor wiens rekening deze drank of dit product werd verkocht, geserveerd of aangeboden, kan eveneens aansprakelijk worden gesteld in geval van niet-naleving van dit verbod.]9]1
[10 § 6/1. Het is verboden alcoholische dranken in de handel te brengen:
1° via automatische distributieapparaten;
2° in tankstations aan snelwegen tussen 22u en 7u. Het in de handel brengen met het oog op consumptie ter plaatse in het restaurant is toegelaten;
3° in ziekenhuizen, met uitzondering van niet gekoeld bier en niet-gekoelde wijn. Het in de handel brengen met het oog op consumptie ter plaatse in de cafetaria is toegelaten.]10
[4 § 7. Het is verboden om metalen patronen met distikstofmonoxide ten behoeve van spuitbusvullingen voor huishoudelijk gebruik te verkopen aan jongeren onder de achttien jaar. Dit verbod geldt ook voor de e-commercesites. Die sites moeten op de webpagina's waar dit gas online kan worden gekocht, duidelijk aangeven dat de verkoop van dit product aan minderjarigen verboden is, ongeacht het voor het gas gebruikte omhulsel.
Aan iedereen die van plan is dit soort product met distikstofmonoxide in de handel te kopen, mag worden gevraagd te bewijzen dat hij/zij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
In het belang van de volksgezondheid mag de Koning alle maatregelen nemen om te voorkomen dat minderjarigen zich metalen patronen met distikstofmonoxide verschaffen.]4
[5 Een waarschuwing voor het gevaar van het gebruik van distikstofmonoxide wordt aangebracht op elk recipiënt dat metalen patronen met distikstofmonoxide ten behoeve van spuitbusvullingen voor huishoudelijk gebruik bevat en dat zonder die waarschuwing niet mag worden verkocht. De Koning bepaalt de nadere voorwaarden met betrekking tot die waarschuwing.]5
[6 § 8. De Koning kan de financieringsmodaliteiten bepalen van de middelen die nodig zijn om te voldoen aan verplichtingen die op grond van deze wet of van een uitvoeringsbesluit ervan of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake worden opgelegd in de strijd tegen illegale handel in tabaksproducten.]6
[11 § 9. Het is verboden tabaksproducten te verkopen in tijdelijke verkooppunten.]11
[12 § 10. Het is verboden tabaksproducten te verkopen in voedingswinkels van meer dan 400m2 [13 , met uitzondering van de verkoop aan professionelen die werkzaam zijn in de tabakshandel. De producten mogen niet beschikbaar zijn voor particuliere consumenten]13.]12
a) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid en in artikel 3, 2°, a), en 3°, c), toepassen op tabak, produkten op basis van tabak en soortgelijke produkten alsmede op cosmetica;
b) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, en in artikel 3, 2°, a), en 3°, c), toepassen op de aroma's en technische hulpstoffen bedoeld in artikel 1, 2°, a), alsmede op de gebruiksartikelen bedoeld in artikel 1, 2°, f);
c) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, toepassen op de in artikel 1, 2°, g) bedoelde aërosolen.] <W 1989-03-22/41, art. 3, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
[d) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, en in artikel 5 toepassen op tatoeage-inkten.] <W 2004-12-27/30, art. 124, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
[e) de maatregelen bedoeld in artikel 3, 3°, a) en b), toepassen op cosmetica en hun ingrediënten.] <W 2007-03-01/37, art. 122, 013; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
§ 2. Op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad kan de Koning de zelfstandigheden bepalen die de in artikel 1, 2°, d) tot g) [en i)] bedoelde produkten niet of slechts in een door Hem bepaalde hoeveelheid mogen bevatten alsmede de grenzen en voorwaarden bepalen waaraan de aanwezigheid van deze zelfstandigheden gebonden is. <W 2004-12-27/30, art. 124, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
§ 3. De Koning kan sommige cosmetica [en tatouage-inkten], die Hij aanduidt, onderwerpen aan registratie onder de voorwaarden en volgens de regels die Hij bepaalt. <W 2004-12-27/30, art. 124, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
[§ 4. [9 Het is verboden tabaksproducten aan te bieden of te verkopen aan minachttienjarigen.
De verantwoordelijke voor wiens rekening dit product werd verkocht of aangeboden, kan eveneens aansprakelijk worden gesteld in geval van niet-naleving van dit verbod.
Elke persoon die tabaksproducten verkoopt aan een jonge persoon die minder dan vijfentwintig jaar lijkt, moet van deze persoon eisen dat die aantoont dat de leeftijd van achttien jaar bereikt is.
In het belang van de volksgezondheid kan de Koning plaatsen, waar tabaksproducten in de handel worden gebracht, onderwerpen aan het aanbrengen van waarschuwingen met betrekking tot de schadelijkheid van tabaksproducten en/of van vermeldingen met betrekking tot de verkoopsvoorwaarden bedoeld in het eerste lid.]9
[8 § 4/1. Het is verboden tabaksproducten in de handel te brengen via automatische distributieapparaten, tenzij via semi-geautomatiseerde verkoop in de detailhandel waarbij er een leeftijdscontrole aan de kassa wordt uitgevoerd en op voorwaarde dat de tabaksproducten uit het zicht werden gehaald.]8
§ 5. De Koning kan de verkoop en/of de aanbieding, samen met tabaksproducten, van producten die bestemd zijn om gezondheidswaarschuwingen op tabaksproducten te maskeren, verbieden.] <W 2004-07-19/46, art. 2, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
§ 6. [9 Het is verboden om elke drank of product waarvan het effectief alcoholvolumegehalte hoger is dan 0,5 % vol, te verkopen, te schenken of aan te bieden aan minachttienjarigen.
In afwijking van het eerste lid mogen bieren en wijnen, zoals gedefinieerd in deze wet, verkocht, geserveerd of aangeboden worden aan plus-zestienjarigen met uitzondering van bier waaraan een gedistilleerde drank, of een aroma van een gedistilleerde drank, is toegevoegd.
De verantwoordelijke voor wiens rekening deze drank of dit product werd verkocht, geserveerd of aangeboden, kan eveneens aansprakelijk worden gesteld in geval van niet-naleving van dit verbod.]9]1
[10 § 6/1. Het is verboden alcoholische dranken in de handel te brengen:
1° via automatische distributieapparaten;
2° in tankstations aan snelwegen tussen 22u en 7u. Het in de handel brengen met het oog op consumptie ter plaatse in het restaurant is toegelaten;
3° in ziekenhuizen, met uitzondering van niet gekoeld bier en niet-gekoelde wijn. Het in de handel brengen met het oog op consumptie ter plaatse in de cafetaria is toegelaten.]10
[4 § 7. Het is verboden om metalen patronen met distikstofmonoxide ten behoeve van spuitbusvullingen voor huishoudelijk gebruik te verkopen aan jongeren onder de achttien jaar. Dit verbod geldt ook voor de e-commercesites. Die sites moeten op de webpagina's waar dit gas online kan worden gekocht, duidelijk aangeven dat de verkoop van dit product aan minderjarigen verboden is, ongeacht het voor het gas gebruikte omhulsel.
Aan iedereen die van plan is dit soort product met distikstofmonoxide in de handel te kopen, mag worden gevraagd te bewijzen dat hij/zij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
In het belang van de volksgezondheid mag de Koning alle maatregelen nemen om te voorkomen dat minderjarigen zich metalen patronen met distikstofmonoxide verschaffen.]4
[5 Een waarschuwing voor het gevaar van het gebruik van distikstofmonoxide wordt aangebracht op elk recipiënt dat metalen patronen met distikstofmonoxide ten behoeve van spuitbusvullingen voor huishoudelijk gebruik bevat en dat zonder die waarschuwing niet mag worden verkocht. De Koning bepaalt de nadere voorwaarden met betrekking tot die waarschuwing.]5
[6 § 8. De Koning kan de financieringsmodaliteiten bepalen van de middelen die nodig zijn om te voldoen aan verplichtingen die op grond van deze wet of van een uitvoeringsbesluit ervan of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake worden opgelegd in de strijd tegen illegale handel in tabaksproducten.]6
[11 § 9. Het is verboden tabaksproducten te verkopen in tijdelijke verkooppunten.]11
[12 § 10. Het is verboden tabaksproducten te verkopen in voedingswinkels van meer dan 400m2 [13 , met uitzondering van de verkoop aan professionelen die werkzaam zijn in de tabakshandel. De producten mogen niet beschikbaar zijn voor particuliere consumenten]13.]12
Änderungen
Art.6. [§ 1er. Le Roi peut, dans l'intérêt de la santé publique ou en vue d'empêcher les tromperies ou les falsifications dans ce domaine :
a) appliquer les mesures visées à l'article 2, alinéas premier et deux, et à l'article 3, 2°, a), et 3°, c) au tabac, produits à base de tabac et produits similaires, ainsi qu'aux produits cosmétiques;
b) appliquer les mesures visées à l'article 2, alinéas premier et deux, et à l'article 3, 2°, a), et 3°, c), aux arômes et aux auxiliaires technologiques visés à l'article 1er, 2°, a), ainsi qu'aux produits usuels visés à l'article 1er, 2°, f);
c) appliquer les mesures visées à l'article 2, alinéas premier et deux, aux générateurs aérosols visés à l'article 1er, 2°, g).] <L 1989-03-22/41, art. 3, 1°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
[d) appliquer les mesures visées à l'article 2, alinéas 1er et 2, et à l'article 5 aux encres de tatouages.] <L 2004-12-27/30, art. 124, 012; En vigueur : 10-01-2005>
[e) appliquer les mesures visées à l'article 3, 3°, a) et b), aux produits cosmétiques et à leurs ingrédients.] <L 2007-03-01/37, art. 122, 013; En vigueur : 24-03-2007>
§ 2. Sur la proposition ou après avis du Conseil supérieur d'Hygiène, le Roi peut déterminer les substances que les produits visés à l'article 1, 2°, d) à g) [et i)] ne peuvent pas contenir ou ne peuvent contenir que dans une quantité déterminée par Lui, ainsi que déterminer les limites et conditions auxquelles est soumise la présence de ces substances. <L 2004-12-27/30, art. 124, 012; En vigueur : 10-01-2005>
§ 3. Le Roi peut soumettre certains [produits] cosmétiques [et des encres de tatouage] qu'Il désigne à l'enregistrement, aux conditions et selon les règles qu'Il détermine. <L 1989-03-22/41, art. 3, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989> <L 2004-12-27/30, art. 124, 012; En vigueur : 10-01-2005>
[§ 4. [10 Il est interdit d'offrir ou de vendre des produits de tabac aux jeunes de moins de dix-huit ans.
Le responsable pour le compte duquel ce produit a été vendu ou offert peut également être tenu responsable en cas de non-respect de cette interdiction.
Toute personne qui vend des produits de tabac à une jeune personne qui parait avoir moins de vingt-cinq ans doit exiger de celle-ci qu'elle prouve qu'elle a atteint l'âge de dix-huit ans.
Dans l'intérêt de la santé publique, le Roi peut soumettre les lieux où sont mis dans le commerce des produits de tabac, à l'obligation d'afficher des avertissements concernant la nocivité des produits de tabac et/ou des mentions concernant les conditions de vente, visées à l'alinéa 1er.]10
[9 § 4/1. Il est interdit de mettre dans le commerce des produits de tabac au moyen d'appareils automatiques de distribution, sauf par le biais de ventes semi-automatisées dans les commerces de détail où le contrôle de l'âge est effectué à la caisse et à condition que les produits de tabac soient hors de vue.]9
§ 5. Le Roi peut interdire la vente et/ou l'offre conjointes à des produits à base de tabac, de produits qui sont destinés à masquer les avertissements sanitaires apposés sur les produits de tabac.] <L 2004-07-19/46, art. 2, 011; En vigueur : 01-12-2004>
§ 6. [10 Il est interdit de vendre, de servir ou d'offrir toute boisson ou produit ayant un titre alcoométrique acquis supérieur à 0,5 % vol aux jeunes de moins de dix-huit ans.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les bières et vins, comme définis dans cette loi, peuvent être vendus, servis ou offerts aux personnes de plus de seize ans, à l'exception des bières auxquelles a été ajoutée une boisson spiritueuse, ou un arôme de boisson spiritueuse.
Le responsable pour le compte duquel cette boisson ou ce produit a été vendu, servi ou offert peut également être tenu responsable en cas de non-respect de cette interdiction.]10]1
[11 § 6/1. Il est interdit de mettre dans le commerce des boissons alcoolisées:
1° au moyen d'appareils automatiques de distribution;
2° dans les stations-services le long des voies rapides entre 22h00 et 07h00. La mise dans le commerce en vue de la consommation sur place est autorisée dans les restaurants;
3° dans les hôpitaux, à l'exception de la bière et du vin non réfrigérés. La mise dans le commerce en vue de la consommation sur place est autorisée dans la cafétaria.]11
[5 § 7. Il est interdit de vendre des cartouches métalliques destinées à l'utilisation domestique de siphons alimentaires contenant du protoxyde d'azote aux jeunes de moins de dix-huit ans. Cette interdiction s'applique également aux sites de commerce électronique. Ces sites doivent spécifier l'interdiction de vente aux mineurs de ce produit sur les pages web permettant de procéder à un achat en ligne de ce gaz, quel que soit son contenant.
Il peut être exigé de toute personne qui entend acheter ce type de produit contenant du protoxyde d'azote dans le commerce, de prouver qu'elle a atteint l'âge de dix-huit ans.
Dans l'intérêt de la santé publique, le Roi peut prendre toutes les mesures visant à empêcher les mineurs de se procurer des cartouches métalliques contenant du protoxyde d'azote.]5
[6 Une mention indiquant la dangerosité du protoxyde d'azote est apposée sur chaque contenant de cartouches métalliques destinées à l'utilisation domestique de siphons alimentaires contenant du protoxyde d'azote, qui ne peut être vendu sans celle-ci. Le Roi fixe les modalités de cette mention.]6
[7 § 8. Le Roi peut définir les modalités de financement des dispositifs qui sont rendus obligatoires par la loi et/ou ses arrêtés d'exécution ou des règlements et décisions européens en matière de lutte contre le commerce illicite des produits de tabac.]7
[12 § 9. Il est interdit de vendre des produits de tabac dans les points de vente temporaires.]12
[13 § 10. Il est interdit de vendre des produits de tabac dans des commerces alimentaires de plus de 400m2 [14 , à l'exception de la vente aux professionnels du commerce du tabac. Les produits ne peuvent être accessibles aux consommateurs privés]14.]13
a) appliquer les mesures visées à l'article 2, alinéas premier et deux, et à l'article 3, 2°, a), et 3°, c) au tabac, produits à base de tabac et produits similaires, ainsi qu'aux produits cosmétiques;
b) appliquer les mesures visées à l'article 2, alinéas premier et deux, et à l'article 3, 2°, a), et 3°, c), aux arômes et aux auxiliaires technologiques visés à l'article 1er, 2°, a), ainsi qu'aux produits usuels visés à l'article 1er, 2°, f);
c) appliquer les mesures visées à l'article 2, alinéas premier et deux, aux générateurs aérosols visés à l'article 1er, 2°, g).] <L 1989-03-22/41, art. 3, 1°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
[d) appliquer les mesures visées à l'article 2, alinéas 1er et 2, et à l'article 5 aux encres de tatouages.] <L 2004-12-27/30, art. 124, 012; En vigueur : 10-01-2005>
[e) appliquer les mesures visées à l'article 3, 3°, a) et b), aux produits cosmétiques et à leurs ingrédients.] <L 2007-03-01/37, art. 122, 013; En vigueur : 24-03-2007>
§ 2. Sur la proposition ou après avis du Conseil supérieur d'Hygiène, le Roi peut déterminer les substances que les produits visés à l'article 1, 2°, d) à g) [et i)] ne peuvent pas contenir ou ne peuvent contenir que dans une quantité déterminée par Lui, ainsi que déterminer les limites et conditions auxquelles est soumise la présence de ces substances. <L 2004-12-27/30, art. 124, 012; En vigueur : 10-01-2005>
§ 3. Le Roi peut soumettre certains [produits] cosmétiques [et des encres de tatouage] qu'Il désigne à l'enregistrement, aux conditions et selon les règles qu'Il détermine. <L 1989-03-22/41, art. 3, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989> <L 2004-12-27/30, art. 124, 012; En vigueur : 10-01-2005>
[§ 4. [10 Il est interdit d'offrir ou de vendre des produits de tabac aux jeunes de moins de dix-huit ans.
Le responsable pour le compte duquel ce produit a été vendu ou offert peut également être tenu responsable en cas de non-respect de cette interdiction.
Toute personne qui vend des produits de tabac à une jeune personne qui parait avoir moins de vingt-cinq ans doit exiger de celle-ci qu'elle prouve qu'elle a atteint l'âge de dix-huit ans.
Dans l'intérêt de la santé publique, le Roi peut soumettre les lieux où sont mis dans le commerce des produits de tabac, à l'obligation d'afficher des avertissements concernant la nocivité des produits de tabac et/ou des mentions concernant les conditions de vente, visées à l'alinéa 1er.]10
[9 § 4/1. Il est interdit de mettre dans le commerce des produits de tabac au moyen d'appareils automatiques de distribution, sauf par le biais de ventes semi-automatisées dans les commerces de détail où le contrôle de l'âge est effectué à la caisse et à condition que les produits de tabac soient hors de vue.]9
§ 5. Le Roi peut interdire la vente et/ou l'offre conjointes à des produits à base de tabac, de produits qui sont destinés à masquer les avertissements sanitaires apposés sur les produits de tabac.] <L 2004-07-19/46, art. 2, 011; En vigueur : 01-12-2004>
§ 6. [10 Il est interdit de vendre, de servir ou d'offrir toute boisson ou produit ayant un titre alcoométrique acquis supérieur à 0,5 % vol aux jeunes de moins de dix-huit ans.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les bières et vins, comme définis dans cette loi, peuvent être vendus, servis ou offerts aux personnes de plus de seize ans, à l'exception des bières auxquelles a été ajoutée une boisson spiritueuse, ou un arôme de boisson spiritueuse.
Le responsable pour le compte duquel cette boisson ou ce produit a été vendu, servi ou offert peut également être tenu responsable en cas de non-respect de cette interdiction.]10]1
[11 § 6/1. Il est interdit de mettre dans le commerce des boissons alcoolisées:
1° au moyen d'appareils automatiques de distribution;
2° dans les stations-services le long des voies rapides entre 22h00 et 07h00. La mise dans le commerce en vue de la consommation sur place est autorisée dans les restaurants;
3° dans les hôpitaux, à l'exception de la bière et du vin non réfrigérés. La mise dans le commerce en vue de la consommation sur place est autorisée dans la cafétaria.]11
[5 § 7. Il est interdit de vendre des cartouches métalliques destinées à l'utilisation domestique de siphons alimentaires contenant du protoxyde d'azote aux jeunes de moins de dix-huit ans. Cette interdiction s'applique également aux sites de commerce électronique. Ces sites doivent spécifier l'interdiction de vente aux mineurs de ce produit sur les pages web permettant de procéder à un achat en ligne de ce gaz, quel que soit son contenant.
Il peut être exigé de toute personne qui entend acheter ce type de produit contenant du protoxyde d'azote dans le commerce, de prouver qu'elle a atteint l'âge de dix-huit ans.
Dans l'intérêt de la santé publique, le Roi peut prendre toutes les mesures visant à empêcher les mineurs de se procurer des cartouches métalliques contenant du protoxyde d'azote.]5
[6 Une mention indiquant la dangerosité du protoxyde d'azote est apposée sur chaque contenant de cartouches métalliques destinées à l'utilisation domestique de siphons alimentaires contenant du protoxyde d'azote, qui ne peut être vendu sans celle-ci. Le Roi fixe les modalités de cette mention.]6
[7 § 8. Le Roi peut définir les modalités de financement des dispositifs qui sont rendus obligatoires par la loi et/ou ses arrêtés d'exécution ou des règlements et décisions européens en matière de lutte contre le commerce illicite des produits de tabac.]7
[12 § 9. Il est interdit de vendre des produits de tabac dans les points de vente temporaires.]12
[13 § 10. Il est interdit de vendre des produits de tabac dans des commerces alimentaires de plus de 400m2 [14 , à l'exception de la vente aux professionnels du commerce du tabac. Les produits ne peuvent être accessibles aux consommateurs privés]14.]13
Änderungen
Art. 6bis. <INGEVOEGD bij W 1989-03-22/41, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> Wanneer bepaalde voedingsmiddelen of andere produkten een ernstig en dreigend gevaar betekenen voor de volksgezondheid en dit gevaar niet of onvoldoende kan worden bestreden op grond van deze wet of de besluiten genomen ter uitvoering van deze wet, kan de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, bij een met redenen omklede beslissing en zonder het inwinnen van de in deze wet voorgeschreven adviezen, maatregelen nemen die beletten dat ze in de handel komen of blijven.
De aldus genomen maatregel vervalt ten laatste bij het einde van de (zesde maand) die volgt op deze waarin hij in werking is getreden. <W 2004-12-27/30, art. 125, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
Deze maatregel kan hoogstens voor één periode van dezelfde duur worden verlengd.
(De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de producten die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
De aldus genomen maatregel vervalt ten laatste bij het einde van de (zesde maand) die volgt op deze waarin hij in werking is getreden. <W 2004-12-27/30, art. 125, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
Deze maatregel kan hoogstens voor één periode van dezelfde duur worden verlengd.
(De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de producten die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art. 6bis. Si certaines denrées alimentaires ou certains autres produits constituent un danger grave et imminent pour la santé publique, et si la présente loi ou les arrêtés pris en exécution de celle-ci ne permettent pas ou ne suffisent pas à combattre ce danger, le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut, par décision motivée et sans demander les avis prescrits dans la présente loi, prendre les mesures qui empêchent que ces denrées et produits restent sur le marché ou soient commercialisés.
La mesure prise cesse ses effets au plus tard à la fin du (sixième mois) qui suit celui de son entrée en vigueur. <L 2004-12-27/30, art. 125, 012; En vigueur : 10-01-2005>
Cette mesure peut être prolongée au maximum pour une période de même durée.
(Les dispositions du présent article ne s'appliquent pas aux produits qui relèvent de la compétence de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
La mesure prise cesse ses effets au plus tard à la fin du (sixième mois) qui suit celui de son entrée en vigueur. <L 2004-12-27/30, art. 125, 012; En vigueur : 10-01-2005>
Cette mesure peut être prolongée au maximum pour une période de même durée.
(Les dispositions du présent article ne s'appliquent pas aux produits qui relèvent de la compétence de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Art.7. § 1. In het belang van de (volksgezondheid) kan de Koning regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op de reclame :
1° betreffende de voedingsmiddelen in verband met hun samenstelling of met diëtetische eigenschappen of met hun uitwerking op de gezondheid; <W 1989-03-22/41, art. 5, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
2° (betreffende de produkten bedoeld in artikel 1, 2°, a), c), e) en f), in verband met hun samenstelling of met hun uitwerking op de gezondheid. <W 1989-03-22/41, art. 5, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
§ 2. (In het belang van de volksgezondheid kan de Koning regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven (...) in verband met de reclame voor alcohol en alcoholhoudende dranken.) <W 1989-03-22/41, art. 5, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> <W 1997-12-10/37, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
(§ 2bis. 1° Het is verboden reclame te voeren voor en te sponsoren door tabak, producten op basis van tabak en soortgelijke producten, hierna tabaksproducten genoemd.
Als reclame en sponsoring worden beschouwd elke mededeling of handeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop te bevorderen, ongeacht de plaats, de aangewende communicatiemiddelen of de gebruikte technieken.
2° Het in het 1° bedoelde verbod is niet van toepassing op :
- (reclame voor tabaksproducten in dagbladen en tijdschriften die buiten de Europese Unie worden uitgegeven, behoudens wanneer die reclame of de invoer van dergelijke dagbladen of tijdschriften er hoofdzakelijk toe strekt tabaksproducten op de Belgische of communautaire markt te promoten;) <W 2004-07-19/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004 en Inwerkingtreding : 31-07-2005, zie W 2004-07-19/46, art. 5>
- de incidentele reclame voor tabaksproducten in het kader van de mededeling aan het publiek van evenementen in het buitenland, behoudens wanneer die reclame of de mededeling aan het publiek van het evenement er hoofdzakelijk toe strekt reclame voor tabaksproducten te voeren voor de Belgische markt;
- [2 ...]2
(- reclame voor tabaksproducten in gedrukte publicaties, die uitsluitend bestemd zijn voor personen die werkzaam zijn in de tabakshandel.) <W 2004-07-19/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004 en Inwerkingtreding : 31-07-2005, zie W 2004-07-19/46, art. 5>
3° (Het is verboden een merk, dat zijn bekendheid hoofdzakelijk aan een tabaksproduct ontleent, voor reclame op andere gebieden te gebruiken, zolang het merk voor een tabaksproduct wordt gebruikt.
Deze bepaling doet geen afbreuk aan het recht van ondernemingen om onder hun merknaam reclame te maken voor andere dan tabaksproducten, mits :
- de omzet van, zelfs door een andere onderneming, onder dezelfde merknaam op de markt gebrachte tabaksproducten niet meer dan de helft bedraagt van de omzet van andere producten dan tabak van het merk in kwestie, en
- dit merk oorspronkelijk is gedeponeerd voor andere dan tabaksproducten.) <W 2004-07-19/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004 en Inwerkingtreding : 31-07-2005, zie W 2004-07-19/46, art. 5>
(4° De verboden bedoeld in de bepaling onder 3° zijn niet van toepassing op :
- de reclame voor een merk, dat zijn naamsbekendheid voornamelijk aan een tabaksproduct te danken heeft, in dagbladen en publicaties die buiten de Europese Unie worden uitgegeven, behoudens wanneer die reclame of de invoer van dergelijke dagbladen of tijdschriften er hoofdzakelijk toe strekt reclame voor dergelijk merk te voeren voor de Belgische of communautaire markt;
- de toevallige reclame voor een merk, dat zijn naamsbekendheid voornamelijk aan een tabaksproduct te danken heeft, in het kader van de bekendmaking aan het publiek van een evenement dat zich in het buitenland afspeelt, behoudens wanneer die reclame of de bekendmaking aan het publiek van dit evenement er toe strekt dergelijk merk op de Belgische markt te promoten;
- het aanbrengen van een merk, dat zijn naamsbekendheid voornamelijk aan een tabaksproduct te danken heeft, op affiches in en aan de voorgevel van winkels die producten van dat merk verkopen;
- de reclame voor een merk, dat zijn naamsbekendheid voornamelijk aan een tabaksproduct te danken heeft, in gedrukte publicaties die uitsluitend bestemd zijn voor personen die producten van een dergelijk merk in de handel brengen.
In afwijking van punt 3° kan de Minister toestaan dat een merk, dat zijn bekendheid met name aan een tabaksproduct ontleent, wordt gebruikt voor reclame indien het onmogelijk is een link te leggen tussen het tabaksproduct en de afgeleide producten. De minister stelt de nadere voorwaarden vast inzake de tenuitvoerlegging van deze bepaling. Daartoe houdt hij met name rekening met het feit dat de naam, het merk, het symbool en enig ander onderscheidend teken van het product of de dienst voorkomen in een duidelijk andere vorm dan die van de tabaksproducten.) <W 2004-07-19/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004 en Inwerkingtreding : 31-07-2005, zie W 2004-07-19/46, art. 5>
§ 3. [3 Tabaksproducten mogen niet worden uitgestald aan en in verkooppunten.]3
[4 De Koning kan de nadere regels voor de stockage van tabaksproducten bepalen.]4
1° betreffende de voedingsmiddelen in verband met hun samenstelling of met diëtetische eigenschappen of met hun uitwerking op de gezondheid; <W 1989-03-22/41, art. 5, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
2° (betreffende de produkten bedoeld in artikel 1, 2°, a), c), e) en f), in verband met hun samenstelling of met hun uitwerking op de gezondheid. <W 1989-03-22/41, art. 5, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
§ 2. (In het belang van de volksgezondheid kan de Koning regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven (...) in verband met de reclame voor alcohol en alcoholhoudende dranken.) <W 1989-03-22/41, art. 5, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> <W 1997-12-10/37, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
(§ 2bis. 1° Het is verboden reclame te voeren voor en te sponsoren door tabak, producten op basis van tabak en soortgelijke producten, hierna tabaksproducten genoemd.
Als reclame en sponsoring worden beschouwd elke mededeling of handeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop te bevorderen, ongeacht de plaats, de aangewende communicatiemiddelen of de gebruikte technieken.
2° Het in het 1° bedoelde verbod is niet van toepassing op :
- (reclame voor tabaksproducten in dagbladen en tijdschriften die buiten de Europese Unie worden uitgegeven, behoudens wanneer die reclame of de invoer van dergelijke dagbladen of tijdschriften er hoofdzakelijk toe strekt tabaksproducten op de Belgische of communautaire markt te promoten;) <W 2004-07-19/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004 en Inwerkingtreding : 31-07-2005, zie W 2004-07-19/46, art. 5>
- de incidentele reclame voor tabaksproducten in het kader van de mededeling aan het publiek van evenementen in het buitenland, behoudens wanneer die reclame of de mededeling aan het publiek van het evenement er hoofdzakelijk toe strekt reclame voor tabaksproducten te voeren voor de Belgische markt;
- [2 ...]2
(- reclame voor tabaksproducten in gedrukte publicaties, die uitsluitend bestemd zijn voor personen die werkzaam zijn in de tabakshandel.) <W 2004-07-19/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004 en Inwerkingtreding : 31-07-2005, zie W 2004-07-19/46, art. 5>
3° (Het is verboden een merk, dat zijn bekendheid hoofdzakelijk aan een tabaksproduct ontleent, voor reclame op andere gebieden te gebruiken, zolang het merk voor een tabaksproduct wordt gebruikt.
Deze bepaling doet geen afbreuk aan het recht van ondernemingen om onder hun merknaam reclame te maken voor andere dan tabaksproducten, mits :
- de omzet van, zelfs door een andere onderneming, onder dezelfde merknaam op de markt gebrachte tabaksproducten niet meer dan de helft bedraagt van de omzet van andere producten dan tabak van het merk in kwestie, en
- dit merk oorspronkelijk is gedeponeerd voor andere dan tabaksproducten.) <W 2004-07-19/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004 en Inwerkingtreding : 31-07-2005, zie W 2004-07-19/46, art. 5>
(4° De verboden bedoeld in de bepaling onder 3° zijn niet van toepassing op :
- de reclame voor een merk, dat zijn naamsbekendheid voornamelijk aan een tabaksproduct te danken heeft, in dagbladen en publicaties die buiten de Europese Unie worden uitgegeven, behoudens wanneer die reclame of de invoer van dergelijke dagbladen of tijdschriften er hoofdzakelijk toe strekt reclame voor dergelijk merk te voeren voor de Belgische of communautaire markt;
- de toevallige reclame voor een merk, dat zijn naamsbekendheid voornamelijk aan een tabaksproduct te danken heeft, in het kader van de bekendmaking aan het publiek van een evenement dat zich in het buitenland afspeelt, behoudens wanneer die reclame of de bekendmaking aan het publiek van dit evenement er toe strekt dergelijk merk op de Belgische markt te promoten;
- het aanbrengen van een merk, dat zijn naamsbekendheid voornamelijk aan een tabaksproduct te danken heeft, op affiches in en aan de voorgevel van winkels die producten van dat merk verkopen;
- de reclame voor een merk, dat zijn naamsbekendheid voornamelijk aan een tabaksproduct te danken heeft, in gedrukte publicaties die uitsluitend bestemd zijn voor personen die producten van een dergelijk merk in de handel brengen.
In afwijking van punt 3° kan de Minister toestaan dat een merk, dat zijn bekendheid met name aan een tabaksproduct ontleent, wordt gebruikt voor reclame indien het onmogelijk is een link te leggen tussen het tabaksproduct en de afgeleide producten. De minister stelt de nadere voorwaarden vast inzake de tenuitvoerlegging van deze bepaling. Daartoe houdt hij met name rekening met het feit dat de naam, het merk, het symbool en enig ander onderscheidend teken van het product of de dienst voorkomen in een duidelijk andere vorm dan die van de tabaksproducten.) <W 2004-07-19/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004 en Inwerkingtreding : 31-07-2005, zie W 2004-07-19/46, art. 5>
§ 3. [3 Tabaksproducten mogen niet worden uitgestald aan en in verkooppunten.]3
[4 De Koning kan de nadere regels voor de stockage van tabaksproducten bepalen.]4
Art.7. § 1er. Le Roi peut, dans l'intérêt de la santé (publique), réglementer et interdire la publicité : <L 1989-03-22/41, art. 5, 1°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
1° concernant les denrées alimentaires et relative à leur composition ou à des propriétés diététiques ou à leur effet sur la santé;
2° (concernant les produits visés à l'article 1, 2°, a), c), e), et f), et relative à leur composition ou à leur effet sur la santé.) <L 1989-03-22/41, art. 5, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
§ 2. (Le Roi peut, dans l'intérêt de la santé publique, réglementer et interdire la publicité (...) concernant l'alcool et les boissons alcoolisées.) <L 1989-03-22/41, art. 5, 3°, 002; En vigueur : 05-11-1989> <L 1997-12-10/37, art. 2, 004; En vigueur : 01-01-1999>
(§ 2bis. 1° Il est interdit de faire de la publicité pour et du parrainage par le tabac, les produits à base de tabac et les produits similaires, ci-après dénommés produits de tabac.
Est considérée comme publicité et parrainage, toute communication ou action qui vise, directement ou indirectement, à promouvoir la vente, quels que soient l'endroit, le support ou les techniques utilisés.
2° L'interdiction visée au 1° ne s'applique pas à :
- (la publicité pour les produits de tabac, faite dans des journaux et périodiques édités en dehors de l'Union européenne, sauf lorsque cette publicité ou l'importation de ces journaux ou périodiques a pour objet principal de promouvoir les produits de tabac sur le marché belge ou communautaire;) <L 2004-07-19/46, art. 3, 011; En vigueur : 01-12-2004 et En vigueur : 31-07-2005, voir L 2004-07-19/46, art. 5>
- la publicité fortuite pour les produits de tabac, faite dans le cadre de la communication au public d'un événement qui se déroule à l'étranger, sauf lorsque cette publicité ou la communication au public de cet événement a pour objet principal de promouvoir les produits de tabac sur le marché belge;
- [4 ...]4
(- la publicité pour les produits de tabac faite dans des publications imprimées exclusivement destinées aux professionnels du commerce du tabac.) <L 2004-07-19/46, art. 3, 011; En vigueur : 01-12-2004 et En vigueur : 31-07-2005, voir L 2004-07-19/46, art. 5>
3° (Il est interdit d'utiliser une marque, qui doit principalement sa notoriété à un produit de tabac, à des fins publicitaires dans d'autres domaines, tant que la marque est utilisée pour un produit de tabac.
Cette disposition ne déroge pas au droit des sociétés à faire de la publicité pour des produits de leur marque déposée qui ne sont pas des produits de tabac, à condition que :
- le chiffre d'affaires afférent aux produits de tabac commercialisés sous la même marque déposée, même par une autre entreprise, n'excède pas la moitié du chiffre d'affaires afférent aux produits autres que le tabac de la marque en question, et que
- cette marque ait été déposée à l'origine pour des produits qui ne sont pas des produits de tabac.) <L 2004-07-19/46, art. 3, 011; En vigueur : 01-12-2004 et En vigueur : 31-07-2005, voir L 2004-07-19/46, art. 5>
(4° Les interdictions visées au 3° ne s'appliquent pas :
- à l'utilisation, à des fins publicitaires dans d'autres domaines d'une marque qui doit principalement sa notoriété à un produit de tabac, dans des journaux et publications édités en dehors de l'Union européenne, sauf lorsque cette publicité ou l'importation de ces journaux ou périodiques a pour objet principal de faire de la publicité pour une telle marque sur le marché belge ou communautaire;
- à l'utilisation fortuite dans d'autres domaines d'une marque, qui doit principalement sa notoriété à un produit de tabac, faite dans le cadre de la communication au public d'un événement qui se déroule à l'étranger, sauf lorsque cette utilisation ou la communication au public de cet événement a pour objet de promouvoir une telle marque sur le marché belge;
- à l'affichage d'une marque, qui doit principalement sa notoriété à un produit de tabac, à l'intérieur et sur la devanture de magasins dans lesquels sont vendus les produits de cette marque;
- à la publicité d'une marque, qui doit principalement sa notoriété à un produit de tabac, faite dans des publications imprimées exclusivement destinées aux professionnels du commerce d'une telle marque.
Par dérogation au point 3°, le Ministre peut autoriser l'utilisation d'une marque qui doit notamment sa notoriété à un [3 produit de tabac]3, à des fins publicitaires si le lien entre les [3 produits de tabac]3 et les produits dérivés ne peut se faire. Le ministre fixe les modalités d'exécution du présent paragraphe. A cette fin, il tient notamment compte du fait que le nom, la marque, le symbole et tout autre élément distinctif du produit ou service sont présentés sous un aspect clairement distinct de ceux utilisés pour les [3 produits de tabac]3.) <L 2004-07-19/46, art. 3, 011; En vigueur : 01-12-2004 et En vigueur : 31-07-2005, voir L 2004-07-19/46, art. 5>
§ 3. [5 Les produits de tabac ne peuvent pas être exposés aux et dans les points de vente.]5
[6 Le Roi peut déterminer les modalités de stockage des produits de tabac.]6
1° concernant les denrées alimentaires et relative à leur composition ou à des propriétés diététiques ou à leur effet sur la santé;
2° (concernant les produits visés à l'article 1, 2°, a), c), e), et f), et relative à leur composition ou à leur effet sur la santé.) <L 1989-03-22/41, art. 5, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
§ 2. (Le Roi peut, dans l'intérêt de la santé publique, réglementer et interdire la publicité (...) concernant l'alcool et les boissons alcoolisées.) <L 1989-03-22/41, art. 5, 3°, 002; En vigueur : 05-11-1989> <L 1997-12-10/37, art. 2, 004; En vigueur : 01-01-1999>
(§ 2bis. 1° Il est interdit de faire de la publicité pour et du parrainage par le tabac, les produits à base de tabac et les produits similaires, ci-après dénommés produits de tabac.
Est considérée comme publicité et parrainage, toute communication ou action qui vise, directement ou indirectement, à promouvoir la vente, quels que soient l'endroit, le support ou les techniques utilisés.
2° L'interdiction visée au 1° ne s'applique pas à :
- (la publicité pour les produits de tabac, faite dans des journaux et périodiques édités en dehors de l'Union européenne, sauf lorsque cette publicité ou l'importation de ces journaux ou périodiques a pour objet principal de promouvoir les produits de tabac sur le marché belge ou communautaire;) <L 2004-07-19/46, art. 3, 011; En vigueur : 01-12-2004 et En vigueur : 31-07-2005, voir L 2004-07-19/46, art. 5>
- la publicité fortuite pour les produits de tabac, faite dans le cadre de la communication au public d'un événement qui se déroule à l'étranger, sauf lorsque cette publicité ou la communication au public de cet événement a pour objet principal de promouvoir les produits de tabac sur le marché belge;
- [4 ...]4
(- la publicité pour les produits de tabac faite dans des publications imprimées exclusivement destinées aux professionnels du commerce du tabac.) <L 2004-07-19/46, art. 3, 011; En vigueur : 01-12-2004 et En vigueur : 31-07-2005, voir L 2004-07-19/46, art. 5>
3° (Il est interdit d'utiliser une marque, qui doit principalement sa notoriété à un produit de tabac, à des fins publicitaires dans d'autres domaines, tant que la marque est utilisée pour un produit de tabac.
Cette disposition ne déroge pas au droit des sociétés à faire de la publicité pour des produits de leur marque déposée qui ne sont pas des produits de tabac, à condition que :
- le chiffre d'affaires afférent aux produits de tabac commercialisés sous la même marque déposée, même par une autre entreprise, n'excède pas la moitié du chiffre d'affaires afférent aux produits autres que le tabac de la marque en question, et que
- cette marque ait été déposée à l'origine pour des produits qui ne sont pas des produits de tabac.) <L 2004-07-19/46, art. 3, 011; En vigueur : 01-12-2004 et En vigueur : 31-07-2005, voir L 2004-07-19/46, art. 5>
(4° Les interdictions visées au 3° ne s'appliquent pas :
- à l'utilisation, à des fins publicitaires dans d'autres domaines d'une marque qui doit principalement sa notoriété à un produit de tabac, dans des journaux et publications édités en dehors de l'Union européenne, sauf lorsque cette publicité ou l'importation de ces journaux ou périodiques a pour objet principal de faire de la publicité pour une telle marque sur le marché belge ou communautaire;
- à l'utilisation fortuite dans d'autres domaines d'une marque, qui doit principalement sa notoriété à un produit de tabac, faite dans le cadre de la communication au public d'un événement qui se déroule à l'étranger, sauf lorsque cette utilisation ou la communication au public de cet événement a pour objet de promouvoir une telle marque sur le marché belge;
- à l'affichage d'une marque, qui doit principalement sa notoriété à un produit de tabac, à l'intérieur et sur la devanture de magasins dans lesquels sont vendus les produits de cette marque;
- à la publicité d'une marque, qui doit principalement sa notoriété à un produit de tabac, faite dans des publications imprimées exclusivement destinées aux professionnels du commerce d'une telle marque.
Par dérogation au point 3°, le Ministre peut autoriser l'utilisation d'une marque qui doit notamment sa notoriété à un [3 produit de tabac]3, à des fins publicitaires si le lien entre les [3 produits de tabac]3 et les produits dérivés ne peut se faire. Le ministre fixe les modalités d'exécution du présent paragraphe. A cette fin, il tient notamment compte du fait que le nom, la marque, le symbole et tout autre élément distinctif du produit ou service sont présentés sous un aspect clairement distinct de ceux utilisés pour les [3 produits de tabac]3.) <L 2004-07-19/46, art. 3, 011; En vigueur : 01-12-2004 et En vigueur : 31-07-2005, voir L 2004-07-19/46, art. 5>
§ 3. [5 Les produits de tabac ne peuvent pas être exposés aux et dans les points de vente.]5
[6 Le Roi peut déterminer les modalités de stockage des produits de tabac.]6
Änderungen
Art. 7bis. <INGEVOEGD bij L 2006-11-17/47, art. 2; Inwerkingtreding : 28-01-2007> § 1. Behoudens toepassing van de bepalingen van artikel 7, kan de Koning geheel of gedeeltelijk de overeenkomsten gesloten tussen de verenigingen bedoeld in § 3 van dit artikel goedkeuren, indien hun bedoeling is om een redelijk gebruik van alcoholhoudende dranken aan te moedigen.
§ 2. De bepalingen van de overeenkomsten die zijn goedgekeurd door de Koning worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
§ 3. De overeenkomsten bedoeld in § 1 moeten tenminste gesloten zijn met :
1. twee beroepsverenigingen die minstens 80 % van de Belgische producenten van alcoholhoudende dranken vertegenwoordigen;
2. twee verenigingen die de belangen van de consument vertegenwoordigen;
3. twee beroepsverenigingen die de Horeca sector vertegenwoordigen en vertegenwoordigd zijn binnen het paritair Comité voor het hotelbedrijf, ingesteld krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst nr 58954/CO/302 van 27 augustus 2001.
§ 2. De bepalingen van de overeenkomsten die zijn goedgekeurd door de Koning worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
§ 3. De overeenkomsten bedoeld in § 1 moeten tenminste gesloten zijn met :
1. twee beroepsverenigingen die minstens 80 % van de Belgische producenten van alcoholhoudende dranken vertegenwoordigen;
2. twee verenigingen die de belangen van de consument vertegenwoordigen;
3. twee beroepsverenigingen die de Horeca sector vertegenwoordigen en vertegenwoordigd zijn binnen het paritair Comité voor het hotelbedrijf, ingesteld krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst nr 58954/CO/302 van 27 augustus 2001.
Art. 7bis. § 1er. Sans préjudice de l'application des dispositions de l'article 7, le Roi peut approuver, en tout ou en partie, les conventions conclues entre les associations visées au § 3 du présent article si leur objet vise à encourager une consommation raisonnable des boissons contenant de l'alcool.
§ 2. Les dispositions des conventions qui sont approuvées par le Roi sont publiées au Moniteur belge.
§ 3. Les conventions visées au § 1er doivent au moins être conclues avec :
1. deux associations professionnelles représentant au moins 80 % des producteurs belges de boissons contenant de l'alcool;
2. deux associations représentant les intérêts des consommateurs;
3. deux associations professionnelles représentant le secteur de l'Horeca et représentées au sein de la Commission paritaire de l'industrie hôtelière instituée en vertu de la convention collective de travail n° 58954/CO/302 du 27 août 2001.
§ 2. Les dispositions des conventions qui sont approuvées par le Roi sont publiées au Moniteur belge.
§ 3. Les conventions visées au § 1er doivent au moins être conclues avec :
1. deux associations professionnelles représentant au moins 80 % des producteurs belges de boissons contenant de l'alcool;
2. deux associations représentant les intérêts des consommateurs;
3. deux associations professionnelles représentant le secteur de l'Horeca et représentées au sein de la Commission paritaire de l'industrie hôtelière instituée en vertu de la convention collective de travail n° 58954/CO/302 du 27 août 2001.
Art.8. <W 1989-03-22/41, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> [1 § 1.]1 De gegevens die [2 in de etikettering]2 voorkomen en die dwingend zijn voorgeschreven in uitvoering van deze wet [2 of door de Europese verordeningen en beschikkingen of besluiten ter zake]2, zijn minstens gesteld in de taal of de talen van het taalgebied waar de produkten op de markt worden aangeboden.
[1 § 2. [2 In afwijking van paragraaf 1 worden de gegevens die dwingend voor tabaksprodukten zijn voorgeschreven in uitvoering van deze wet of door de Europese verordeningen en beschikkingen of besluiten ter zake, in elk geval gesteld in het Nederlands, Frans en Duits, onafhankelijk van het taalgebied waar de produkten op de markt worden gebracht.]2]1
[1 § 2. [2 In afwijking van paragraaf 1 worden de gegevens die dwingend voor tabaksprodukten zijn voorgeschreven in uitvoering van deze wet of door de Europese verordeningen en beschikkingen of besluiten ter zake, in elk geval gesteld in het Nederlands, Frans en Duits, onafhankelijk van het taalgebied waar de produkten op de markt worden gebracht.]2]1
Art.8. <L 1989-03-22/41, art. 6, 002; En vigueur : 05-11-1989> [1 § 1er.]1 Les mentions qui figurent [3 dans l'étiquetage]3 et qui sont rendues obligatoires en exécution de la présente loi [3 ou par des règlements et décisions de l'Union européenne en la matière]3, sont au moins libellées dans la langue ou les langues de la région linguistique où les produits sont mis sur le marché.
[1 § 2. [3 Par dérogation au paragraphe 1er, les mentions qui sont rendues obligatoires pour les produits de tabac en exécution de la présente loi ou par des règlements et décisions de l'Union européenne en la matière sont libellées de toute façon en néerlandais, français et allemand, indépendamment de la région linguistique où les produits sont mis sur le marché.]3]1
[1 § 2. [3 Par dérogation au paragraphe 1er, les mentions qui sont rendues obligatoires pour les produits de tabac en exécution de la présente loi ou par des règlements et décisions de l'Union européenne en la matière sont libellées de toute façon en néerlandais, français et allemand, indépendamment de la région linguistique où les produits sont mis sur le marché.]3]1
Art.9. § 1. De Koning bepaalt de procedure voor het indienen van de individuele aanvragen die aanleiding geven tot het uitbrengen van een advies door de Hoge Gezondheidsraad.
§ 2. Op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad kan de Koning, volgens een procedure die Hij bepaalt, wijzigingen aanbrengen in de beslissingen die Hij zou genomen hebben op grond van artikel 3, 5°, van artikel 4, § 1, van artikel 5, § 2, en van artikel 6, § 2.
§ 2. Op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad kan de Koning, volgens een procedure die Hij bepaalt, wijzigingen aanbrengen in de beslissingen die Hij zou genomen hebben op grond van artikel 3, 5°, van artikel 4, § 1, van artikel 5, § 2, en van artikel 6, § 2.
Art.9. § 1er. Le Roi détermine la procédure pour l'introduction des demandes individuelles qui donnent lieu à l'avis du Conseil supérieur d'Hygiène.
§ 2. Le Roi peut, sur la proposition ou après avis du Conseil supérieur d'Hygiène et selon une procédure qu'Il fixe, apporter des modifications aux décisions qu'Il aurait prises sur base de l'article 3, 5°, de l'article 4, § 1er, de l'article 5, § 2, et de l'article 6, § 2.
§ 2. Le Roi peut, sur la proposition ou après avis du Conseil supérieur d'Hygiène et selon une procédure qu'Il fixe, apporter des modifications aux décisions qu'Il aurait prises sur base de l'article 3, 5°, de l'article 4, § 1er, de l'article 5, § 2, et de l'article 6, § 2.
Art.10. (De Koning kan een vergoeding opleggen, waarvan Hij het bedrag en de wijze van heffing bepaalt, voor alle aanvragen die met toepassing van deze wet worden ingediend, alsmede voor alle bewijsstukken die met toepassing van deze wet worden afgegeven.
De Koning kan eveneens, bij een in Ministerraad overlegd besluit, een vergoeding opleggen, waarvan Hij het bedrag en de wijze van heffing bepaalt, voor het uitvoeren van controles en inspecties bedoeld in artikel 11.) <W 1994-02-09/36, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 1994-06-05>
[1 Het bedrag van deze vergoedingen wordt gestort, hetzij op de rekening van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, hetzij in het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.]1
[1 De Koning wordt gemachtigd om de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, te wijzigen, te vervangen of op te heffen.]1
De Koning kan eveneens, bij een in Ministerraad overlegd besluit, een vergoeding opleggen, waarvan Hij het bedrag en de wijze van heffing bepaalt, voor het uitvoeren van controles en inspecties bedoeld in artikel 11.) <W 1994-02-09/36, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 1994-06-05>
[1 Het bedrag van deze vergoedingen wordt gestort, hetzij op de rekening van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, hetzij in het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.]1
[1 De Koning wordt gemachtigd om de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, te wijzigen, te vervangen of op te heffen.]1
Art.10. (Le Roi peut imposer une redevance, dont Il détermine le montant et les modalités de perception, pour toutes les demandes introduites en application de la présente loi, ainsi que pour toutes pièces justificatives à délivrer en application de cette foi.
Le Roi peut également, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, imposer une redevance, dont Il détermine le montant et les modalités de perception, pour les contrôles et inspections visés à l'article 11.) <L 1994-02-09/36, art. 1, 003; En vigueur : 1994-06-05>
[1 Le montant de ces redevances est versé, soit sur le compte de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, soit au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.]1
[1 Le Roi est habilité à modifier, remplacer ou abroger les dispositions de l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.]1
Le Roi peut également, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, imposer une redevance, dont Il détermine le montant et les modalités de perception, pour les contrôles et inspections visés à l'article 11.) <L 1994-02-09/36, art. 1, 003; En vigueur : 1994-06-05>
[1 Le montant de ces redevances est versé, soit sur le compte de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, soit au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.]1
[1 Le Roi est habilité à modifier, remplacer ou abroger les dispositions de l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.]1
Art.11. § 1. [2 § 1. Onverminderd de ambtsbevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zien de daartoe door de Koning aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu toe op de uitvoering van de bepalingen van deze wet en van zijn uitvoeringsbesluiten evenals van de verordeningen van de Europese Unie en die behoren tot de bevoegdheden van Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu door, voorzien van behoorlijke legitimatiebewijzen die door de Koning verder worden uitgewerkt, onaangekondigde inspecties uit te voeren.
De contractuele personeelsleden leggen voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af in handen van de minister of van zijn aangestelde.
De door de Koning aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu belast met het toezicht op de toepassing van deze wet en op de ter uitvoering ervan getroffen besluiten hebben, binnen de perken van de uitoefening van hun bevoegdheid, zonder voorafgaande verwittiging, toegang tot alle plaatsen die worden gebruikt voor de handel van voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten en tot de daaraan grenzende opslagplaatsen en tot andere plaatsen die aan hun toezicht onderworpen zijn of waarvan zij redelijkerwijze vermoeden dat er inbreuken gepleegd worden op de bepalingen van de wetgevingen waarop zij toezicht uitoefenen. Zij kunnen deze doorzoeken, zelfs indien deze voor het publiek niet toegankelijk zijn.
Zij hebben zonder voorafgaande verwittiging te allen tijde toegang tot de plaatsen die dienen voor de fabricage van voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten die voor de handel bestemd zijn, alsook tot de plaatsen waar deze zijn opgeslagen.
Het bezoek aan plaatsen die uitsluitend als woning dienen is slechts toegestaan tussen 5 uur `s ochtends en 9 uur `s avonds en kan slechts gebeuren met verlof van de rechter [5 van de politierechtbank of met voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner]5.
Zij mogen de overlegging eisen van alle handelsdocumenten en bescheiden betreffende voedingsmiddelen en andere bij deze wet bedoelde producten en van alle documenten verplicht gesteld bij de krachtens deze wet uitgevaardigde besluiten.
Zij mogen overgaan tot de controle van transporten, openbaar vervoer en vervoermiddelen.]2
[4 Zij mogen natuurlijke en rechtspersonen identificeren aan de hand van het telefoonnummer van de betrokkene of het IP-adres dat aan de bron van de elektronische communicatie ligt.
Hiertoe mogen zij op met redenen omkleed verzoek de verstrekking van de identificatiedocumenten en -gegevens vorderen van:
1° de operator van een elektronische-communicatienetwerk; en
2° iedereen die binnen het Belgisch grondgebied, op welke wijze ook een dienst beschikbaar stelt of aanbiedt, die bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische-communicatienetwerken, of er in bestaat gebruikers toe te laten via een elektronische-communicatienetwerk informatie te verkrijgen, te ontvangen of te verspreiden. Hieronder wordt ook de verstrekker van een elektronische-communicatiedienst begrepen.
Onverminderd een eventuele delegatie, dient elk identificatieverzoek voorafgaandelijk door het diensthoofd van de Inspectiedienst Consumptieproducten van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu schriftelijk goedgekeurd te worden.
Met het oog op de identificatie van de betrokkene kan het diensthoofd van de Inspectiedienst Consumptieproducten de medewerking vorderen van de personen of instellingen bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 3° tot 22°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, op basis van de referentie van een elektronische banktransactie die voorafgaandelijk meegedeeld is door een operator in de zin van artikel 2, 11°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.]4
§ 2. (Zij stellen de overtredingen van de desbetreffende wetten en besluiten vast in processen-verbaal die gelden tot het tegendeel bewezen is.
[1 Ze kunnen overgaan tot het verhoor van de overtreder en tot elk ander nuttig verhoor.]1
Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen [2 dertig dagen]2 na de vaststelling van de overtreding aan de geverbaliseerde overgezonden.) <W 1994-02-09/36, art. 2, 2°, 003; Inwerkingtreding : 1994-06-05>
[1 Ze kunnen, bij de uitoefening van hun opdrachten, de hulp van de politiemacht inroepen.]1
[2 Zij kunnen overgaan tot de verzegeling van automatische distributieapparaten die niet voldoen aan artikel 6, §§ 4 en 6. [3 De voorwaarden hiervoor worden uitgewerkt door de minister.]3
Zij kunnen overgaan tot elk onderzoek, controle en verhoor en alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen, werkelijk worden nageleefd, en inzonderheid de identiteit opnemen van gelijk welke persoon, wiens verhoor zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht.]2
[6 Ze kunnen overgaan tot de tijdelijke sluiting van een gecontroleerde handelszaak met een duur van één uur tot dertig dagen in het geval van een ernstig en dreigend gevaar voor de volksgezondheid of in het geval van het herhaaldelijk, over een periode van een jaar, niet-respecteren van artikel 6, § 4 of § 6, of artikel 7, § 2bis.
De maatregel waarbij een tijdelijke sluiting wordt opgelegd, wordt schriftelijk gemotiveerd en door afgifte tegen ontvangstbewijs of per aangetekend schrijven ter kennis gebracht aan de overtreder en bevat minstens volgende elementen:
1° de datum en het uur waarop de maatregel ingaat en eindigt. In het geval van een ernstig en dreigend gevaar voor de volksgezondheid kan de maatregel onmiddellijk ingaan;
2° de datum en het uur van de kennisgeving;
3° de identiteit van de in dit artikel bedoelde ambtenaren, de hoedanigheid waarin zij optreden en de administratie waartoe zij behoren;
4° de feitelijke en juridische grondslag;
5° de plaats waarop de maatregel betrekking heeft.]6
(§ 3. Het proces-verbaal houdende vaststelling van de overtredingen bedoeld in artikel 19 en opgesteld door de door de Koning aangestelde toezichthoudende (personen, bedoeld in § 1), wordt overgemaakt aan de krachtens artikel 19 aangestelde ambtenaar. Indien dit proces-verbaal is opgemaakt door de burgemeester of diens gemachtigde kan het eveneens aan deze ambtenaar worden toegezonden. <W 2003-12-22/42, art. 231, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
Wanneer toepassing wordt gemaakt van artikel 11bis, wordt het proces-verbaal aan de procureur des Konings pas toegezonden, wanneer aan de waarschuwing geen gevolg is gegeven.) <W 1989-03-22/41, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
(§ 4. De Koning kan andere regelen voor de inspectie en controle vaststellen, ten einde te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen en de krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten.) <W 1994-02-09/36, art. 2, 3°, 003; Inwerkingtreding : 1994-06-05>
(§ 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
De contractuele personeelsleden leggen voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af in handen van de minister of van zijn aangestelde.
De door de Koning aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu belast met het toezicht op de toepassing van deze wet en op de ter uitvoering ervan getroffen besluiten hebben, binnen de perken van de uitoefening van hun bevoegdheid, zonder voorafgaande verwittiging, toegang tot alle plaatsen die worden gebruikt voor de handel van voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten en tot de daaraan grenzende opslagplaatsen en tot andere plaatsen die aan hun toezicht onderworpen zijn of waarvan zij redelijkerwijze vermoeden dat er inbreuken gepleegd worden op de bepalingen van de wetgevingen waarop zij toezicht uitoefenen. Zij kunnen deze doorzoeken, zelfs indien deze voor het publiek niet toegankelijk zijn.
Zij hebben zonder voorafgaande verwittiging te allen tijde toegang tot de plaatsen die dienen voor de fabricage van voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten die voor de handel bestemd zijn, alsook tot de plaatsen waar deze zijn opgeslagen.
Het bezoek aan plaatsen die uitsluitend als woning dienen is slechts toegestaan tussen 5 uur `s ochtends en 9 uur `s avonds en kan slechts gebeuren met verlof van de rechter [5 van de politierechtbank of met voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner]5.
Zij mogen de overlegging eisen van alle handelsdocumenten en bescheiden betreffende voedingsmiddelen en andere bij deze wet bedoelde producten en van alle documenten verplicht gesteld bij de krachtens deze wet uitgevaardigde besluiten.
Zij mogen overgaan tot de controle van transporten, openbaar vervoer en vervoermiddelen.]2
[4 Zij mogen natuurlijke en rechtspersonen identificeren aan de hand van het telefoonnummer van de betrokkene of het IP-adres dat aan de bron van de elektronische communicatie ligt.
Hiertoe mogen zij op met redenen omkleed verzoek de verstrekking van de identificatiedocumenten en -gegevens vorderen van:
1° de operator van een elektronische-communicatienetwerk; en
2° iedereen die binnen het Belgisch grondgebied, op welke wijze ook een dienst beschikbaar stelt of aanbiedt, die bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische-communicatienetwerken, of er in bestaat gebruikers toe te laten via een elektronische-communicatienetwerk informatie te verkrijgen, te ontvangen of te verspreiden. Hieronder wordt ook de verstrekker van een elektronische-communicatiedienst begrepen.
Onverminderd een eventuele delegatie, dient elk identificatieverzoek voorafgaandelijk door het diensthoofd van de Inspectiedienst Consumptieproducten van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu schriftelijk goedgekeurd te worden.
Met het oog op de identificatie van de betrokkene kan het diensthoofd van de Inspectiedienst Consumptieproducten de medewerking vorderen van de personen of instellingen bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 3° tot 22°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, op basis van de referentie van een elektronische banktransactie die voorafgaandelijk meegedeeld is door een operator in de zin van artikel 2, 11°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.]4
§ 2. (Zij stellen de overtredingen van de desbetreffende wetten en besluiten vast in processen-verbaal die gelden tot het tegendeel bewezen is.
[1 Ze kunnen overgaan tot het verhoor van de overtreder en tot elk ander nuttig verhoor.]1
Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen [2 dertig dagen]2 na de vaststelling van de overtreding aan de geverbaliseerde overgezonden.) <W 1994-02-09/36, art. 2, 2°, 003; Inwerkingtreding : 1994-06-05>
[1 Ze kunnen, bij de uitoefening van hun opdrachten, de hulp van de politiemacht inroepen.]1
[2 Zij kunnen overgaan tot de verzegeling van automatische distributieapparaten die niet voldoen aan artikel 6, §§ 4 en 6. [3 De voorwaarden hiervoor worden uitgewerkt door de minister.]3
Zij kunnen overgaan tot elk onderzoek, controle en verhoor en alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen, werkelijk worden nageleefd, en inzonderheid de identiteit opnemen van gelijk welke persoon, wiens verhoor zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht.]2
[6 Ze kunnen overgaan tot de tijdelijke sluiting van een gecontroleerde handelszaak met een duur van één uur tot dertig dagen in het geval van een ernstig en dreigend gevaar voor de volksgezondheid of in het geval van het herhaaldelijk, over een periode van een jaar, niet-respecteren van artikel 6, § 4 of § 6, of artikel 7, § 2bis.
De maatregel waarbij een tijdelijke sluiting wordt opgelegd, wordt schriftelijk gemotiveerd en door afgifte tegen ontvangstbewijs of per aangetekend schrijven ter kennis gebracht aan de overtreder en bevat minstens volgende elementen:
1° de datum en het uur waarop de maatregel ingaat en eindigt. In het geval van een ernstig en dreigend gevaar voor de volksgezondheid kan de maatregel onmiddellijk ingaan;
2° de datum en het uur van de kennisgeving;
3° de identiteit van de in dit artikel bedoelde ambtenaren, de hoedanigheid waarin zij optreden en de administratie waartoe zij behoren;
4° de feitelijke en juridische grondslag;
5° de plaats waarop de maatregel betrekking heeft.]6
(§ 3. Het proces-verbaal houdende vaststelling van de overtredingen bedoeld in artikel 19 en opgesteld door de door de Koning aangestelde toezichthoudende (personen, bedoeld in § 1), wordt overgemaakt aan de krachtens artikel 19 aangestelde ambtenaar. Indien dit proces-verbaal is opgemaakt door de burgemeester of diens gemachtigde kan het eveneens aan deze ambtenaar worden toegezonden. <W 2003-12-22/42, art. 231, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
Wanneer toepassing wordt gemaakt van artikel 11bis, wordt het proces-verbaal aan de procureur des Konings pas toegezonden, wanneer aan de waarschuwing geen gevolg is gegeven.) <W 1989-03-22/41, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
(§ 4. De Koning kan andere regelen voor de inspectie en controle vaststellen, ten einde te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen en de krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten.) <W 1994-02-09/36, art. 2, 3°, 003; Inwerkingtreding : 1994-06-05>
(§ 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Änderungen
Art.11. § 1er. [2 Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire, les membres du personnel statutaire ou contractuel du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement désignés à cette fin par le Roi surveillent l'exécution des dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution ainsi que des règlements de l'Union européenne et qui relèvent des compétences du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement en effectuant des inspections inopinées, munis de pièces justificatives de leurs fonctions qui sont établies par le Roi.
Les membres du personnel contractuel prêtent serment, préalablement à l'exercice de leurs fonctions, entre les mains du ministre ou de son délégué.
Les membres du personnel statutaire ou contractuel du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et l'Environnement désignés par le Roi pour la surveillance de l'application de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de celle-ci peuvent, dans les limites de l'exécution de leur compétence, pénétrer, sans avertissement préalable, en tous lieux affectés au commerce des denrées alimentaires ou autres produits visés par la présente loi et dans les dépôts attenant à ces lieux et autres lieux soumis à leur contrôle ou dans lesquels ils peuvent avoir un motif raisonnable de supposer qu'il existe des infractions aux dispositions des législations dont ils exercent la surveillance. Ils peuvent les fouiller, même si ceux-ci ne sont pas accessibles au public.
Ils peuvent pénétrer sans avertissement préalable, à tout moment, dans les lieux qui servent à la fabrication des denrées alimentaires ou autres produits visés par la présente loi et destinés au commerce, ainsi que dans les lieux où ils sont entreposés.
La visite des lieux servant exclusivement d'habitation n'est permise qu'entre 5 heures du matin et 9 heures du soir et il ne peut y être procédé qu'avec l'autorisation du juge [5 du tribunal de police ou l'autorisation préalable et écrite de l'habitant]5.
Ils peuvent exiger la production de tous écrits et documents commerciaux relatifs aux denrées alimentaires et autres produits visés par la présente loi et de tous documents imposés par les arrêtés pris en exécution de la présente loi.
Ils peuvent procéder au contrôle des transports, transport en commun et des moyens de transports.]2
[4 Ils peuvent identifier les personnes physiques et morales sur la base de leur numéro de téléphone ou de l'adresse IP à la source de la communication électronique.
A cette fin, ils peuvent, sur requête dûment motivée, demander la mise à disposition de documents et de données d'identification à:
1° l'opérateur d'un réseau de communications électroniques; et
2° toute personne qui met à disposition ou offre, sur le territoire belge, d'une quelconque manière, un service qui consiste à transmettre des signaux via des réseaux de communications électroniques ou à autoriser des utilisateurs à obtenir, recevoir ou diffuser des informations via un réseau de communications électroniques. Est également compris le fournisseur d'un service de communications électroniques.
Sans préjudice d'une éventuelle délégation, chaque demande d'identification doit être approuvée au préalable, par écrit, par le chef du service Inspection Produits de consommation du SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
Pour procéder à l'identification de la personne concernée, le chef du service Inspection Produits de consommation peut requérir la collaboration des personnes ou institutions visées à l'article 5, § 1er, alinéa 1er, 3° à 22°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, sur la base de la référence d'une transaction bancaire électronique qui a préalablement été communiquée par un opérateur au sens de l'article 2, 11°, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques.]4
§ 2. (Ils constatent les infractions aux lois et arrêtés sur la matière dans les procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
[1 Ils peuvent procéder à l'audition du contrevenant et à toute autre audition utile.]1
Une copie du procès-verbal est transmise au contrevenant dans les [2 trente jours]2 de la constatation de l'infraction.) <L 1994-02-09/36, art. 2, 2°, 003; En vigueur : 1994-06-05>
[1 Ils peuvent requérir, dans l'exercice de leurs missions, l'assistance des forces de police.]1
[2 Ils peuvent procéder au scellage d'appareils automatiques de distribution qui ne sont pas conforme à l'article 6, §§ 4 et 6.[3 Les conditions à cet effet sont élaborées par le ministre.]3
Ils peuvent procéder à tout examen, contrôle et audition et recueillir toutes informations qu'ils estiment nécessaires pour s'assurer que les dispositions des législations dont ils exercent la surveillance sont effectivement observées et notamment prendre l'identité de toute personne dont ils estiment l'audition nécessaire pour l'exercice de la surveillance.]2
[6 Ils peuvent procéder à la fermeture temporaire d'un établissement commercial contrôlé, pour une durée comprise entre une heure et trente jours, en cas de danger grave et imminent pour la santé publique ou en cas de non-respect répété, sur une période d'un an, de l'article 6, § 4 ou § 6, ou de l'article 7, § 2bis.
La mesure de fermeture temporaire est motivée par écrit et notifiée au contrevenant par remise contre récépissé ou par lettre recommandée et contient au moins les éléments suivants :
1° la date et l'heure du début et de la fin de la mesure. En cas de danger grave et imminent pour la santé publique, la mesure peut prendre effet immédiatement ;
2° la date et l'heure de la notification ;
3° l'identité des agents visés au présent article, la qualité en laquelle ils interviennent et l'administration dont ils relèvent ;
4° la base factuelle et juridique ;
5° le lieu sur lequel porte la mesure.]6
(§ 3. Le procès-verbal constatant les infractions visées à l'article 19 et rédigé par les (personnes visées au § 1er) chargés de la surveillance désignés par le Roi, est transmis au fonctionnaire désigné en application de l'article 19. Au cas où le procès-verbal aurait été dressé par le bourgmestre ou son délégué, il peut également être envoyé au fonctionnaire précité. <L 2003-12-22/42, art. 231, 010; En vigueur : 10-01-2004>
En cas d'application de l'article 11bis, le procès-verbal n'est transmis au procureur du Roi que lorsqu'il n'a pas été donné suite à l'avertissement.) <L 1989-03-22/41, art. 8, 002; En vigueur : 05-11-1989>
(§ 4. Le Roi peut fixer d'autres modalités de contrôle et d'inspection, afin de satisfaire aux obligations résultant des traités internationaux et des actes internationaux pris en vertu de ceux-ci.) <L 1994-02-09/36, art. 2, 3°, 003; En vigueur : 1994-06-05>
(§ 5. Les dispositions du présent article ne s'appliquent pas aux contrôles effectués en application de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Les membres du personnel contractuel prêtent serment, préalablement à l'exercice de leurs fonctions, entre les mains du ministre ou de son délégué.
Les membres du personnel statutaire ou contractuel du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et l'Environnement désignés par le Roi pour la surveillance de l'application de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de celle-ci peuvent, dans les limites de l'exécution de leur compétence, pénétrer, sans avertissement préalable, en tous lieux affectés au commerce des denrées alimentaires ou autres produits visés par la présente loi et dans les dépôts attenant à ces lieux et autres lieux soumis à leur contrôle ou dans lesquels ils peuvent avoir un motif raisonnable de supposer qu'il existe des infractions aux dispositions des législations dont ils exercent la surveillance. Ils peuvent les fouiller, même si ceux-ci ne sont pas accessibles au public.
Ils peuvent pénétrer sans avertissement préalable, à tout moment, dans les lieux qui servent à la fabrication des denrées alimentaires ou autres produits visés par la présente loi et destinés au commerce, ainsi que dans les lieux où ils sont entreposés.
La visite des lieux servant exclusivement d'habitation n'est permise qu'entre 5 heures du matin et 9 heures du soir et il ne peut y être procédé qu'avec l'autorisation du juge [5 du tribunal de police ou l'autorisation préalable et écrite de l'habitant]5.
Ils peuvent exiger la production de tous écrits et documents commerciaux relatifs aux denrées alimentaires et autres produits visés par la présente loi et de tous documents imposés par les arrêtés pris en exécution de la présente loi.
Ils peuvent procéder au contrôle des transports, transport en commun et des moyens de transports.]2
[4 Ils peuvent identifier les personnes physiques et morales sur la base de leur numéro de téléphone ou de l'adresse IP à la source de la communication électronique.
A cette fin, ils peuvent, sur requête dûment motivée, demander la mise à disposition de documents et de données d'identification à:
1° l'opérateur d'un réseau de communications électroniques; et
2° toute personne qui met à disposition ou offre, sur le territoire belge, d'une quelconque manière, un service qui consiste à transmettre des signaux via des réseaux de communications électroniques ou à autoriser des utilisateurs à obtenir, recevoir ou diffuser des informations via un réseau de communications électroniques. Est également compris le fournisseur d'un service de communications électroniques.
Sans préjudice d'une éventuelle délégation, chaque demande d'identification doit être approuvée au préalable, par écrit, par le chef du service Inspection Produits de consommation du SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
Pour procéder à l'identification de la personne concernée, le chef du service Inspection Produits de consommation peut requérir la collaboration des personnes ou institutions visées à l'article 5, § 1er, alinéa 1er, 3° à 22°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, sur la base de la référence d'une transaction bancaire électronique qui a préalablement été communiquée par un opérateur au sens de l'article 2, 11°, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques.]4
§ 2. (Ils constatent les infractions aux lois et arrêtés sur la matière dans les procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire.
[1 Ils peuvent procéder à l'audition du contrevenant et à toute autre audition utile.]1
Une copie du procès-verbal est transmise au contrevenant dans les [2 trente jours]2 de la constatation de l'infraction.) <L 1994-02-09/36, art. 2, 2°, 003; En vigueur : 1994-06-05>
[1 Ils peuvent requérir, dans l'exercice de leurs missions, l'assistance des forces de police.]1
[2 Ils peuvent procéder au scellage d'appareils automatiques de distribution qui ne sont pas conforme à l'article 6, §§ 4 et 6.[3 Les conditions à cet effet sont élaborées par le ministre.]3
Ils peuvent procéder à tout examen, contrôle et audition et recueillir toutes informations qu'ils estiment nécessaires pour s'assurer que les dispositions des législations dont ils exercent la surveillance sont effectivement observées et notamment prendre l'identité de toute personne dont ils estiment l'audition nécessaire pour l'exercice de la surveillance.]2
[6 Ils peuvent procéder à la fermeture temporaire d'un établissement commercial contrôlé, pour une durée comprise entre une heure et trente jours, en cas de danger grave et imminent pour la santé publique ou en cas de non-respect répété, sur une période d'un an, de l'article 6, § 4 ou § 6, ou de l'article 7, § 2bis.
La mesure de fermeture temporaire est motivée par écrit et notifiée au contrevenant par remise contre récépissé ou par lettre recommandée et contient au moins les éléments suivants :
1° la date et l'heure du début et de la fin de la mesure. En cas de danger grave et imminent pour la santé publique, la mesure peut prendre effet immédiatement ;
2° la date et l'heure de la notification ;
3° l'identité des agents visés au présent article, la qualité en laquelle ils interviennent et l'administration dont ils relèvent ;
4° la base factuelle et juridique ;
5° le lieu sur lequel porte la mesure.]6
(§ 3. Le procès-verbal constatant les infractions visées à l'article 19 et rédigé par les (personnes visées au § 1er) chargés de la surveillance désignés par le Roi, est transmis au fonctionnaire désigné en application de l'article 19. Au cas où le procès-verbal aurait été dressé par le bourgmestre ou son délégué, il peut également être envoyé au fonctionnaire précité. <L 2003-12-22/42, art. 231, 010; En vigueur : 10-01-2004>
En cas d'application de l'article 11bis, le procès-verbal n'est transmis au procureur du Roi que lorsqu'il n'a pas été donné suite à l'avertissement.) <L 1989-03-22/41, art. 8, 002; En vigueur : 05-11-1989>
(§ 4. Le Roi peut fixer d'autres modalités de contrôle et d'inspection, afin de satisfaire aux obligations résultant des traités internationaux et des actes internationaux pris en vertu de ceux-ci.) <L 1994-02-09/36, art. 2, 3°, 003; En vigueur : 1994-06-05>
(§ 5. Les dispositions du présent article ne s'appliquent pas aux contrôles effectués en application de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Änderungen
Art. 11/1. [1 § 1. De statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 11 van deze wet mogen zich begeven in alle plaatsen waar zij hun controle uitoefenen, ook online, zich voordoende als zijnde klanten of potentiële klanten [2 en producten als testaankopen of als productmonsters kopen, indien nodig ook met gebruikmaking van een fictieve identiteit]2, zonder dat zij hun hoedanigheid en de omstandigheid dat de bij deze gelegenheid gedane vaststellingen kunnen worden aangewend voor de uitoefening van het toezicht, moeten mededelen. De betrokken persoon of personen waarbij vaststellingen worden gedaan mogen niet worden geprovoceerd in de zin van het artikel 30 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering. De statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 11 van deze wet mogen deze bevoegdheid enkel uitoefenen indien het voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijk is om de reële omstandigheden die gelden voor gewone cliënten of potentiële cliënten te kunnen vaststellen. Zij blijven vrij van straf indien in dit kader strikt noodzakelijke strafbare feiten worden gepleegd.
[2 De omstandigheden van het uitoefenen van deze bevoegdheid, met name de aanleiding voor het voeren van dit onderzoek en de eventuele fictieve identiteit waarvan gebruik werd gemaakt, dient, in voorkomend geval, vermeld te worden in de waarschuwing of in het proces-verbaal van vaststelling van overtreding.]2
§ 2. Overeenkomstig artikel 14, lid 4, a), van de Verordening 2019/1020 mogen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 11 van deze wet marktdeelnemers gelasten relevante documenten, technische specificaties, gegevens of informatie over de conformiteit en de technische aspecten van het product te verstrekken, met inbegrip van toegang tot ingebedde software voor zover die toegang nodig is om de conformiteit van het product met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Europese Unie te beoordelen, ongeacht de vorm, het formaat, het opslagmedium of de plaats waar zulke documenten, technische specificaties, gegevens of informatie worden bewaard, en deze informatie te (laten) kopiëren.
§ 3. Overeenkomstig artikel 14, lid 4, k), van de Verordening 2019/1020, mogen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 11van deze wet, wanneer er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico weg te nemen, de verwijdering van inhoud in verband met de betrokken producten van een online interface gelasten of de expliciete vermelding vereisen van een waarschuwing voor eindgebruikers wanneer zij zich toegang verschaffen tot een online interface, of indien niet aan een verzoek is voldaan, aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij verplichten de toegang tot de online interface te beperken, onder meer door een relevante derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.
§ 4. Overeenkomstig artikel 14, lid 4, c), van de Verordening 2019/1020, mogen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 11 van deze wet gelasten relevante informatie te verstrekken die nodig is om de eigendom van websites te kunnen nagaan wanneer de informatie in kwestie verband houdt met het voorwerp van het onderzoek.]1
[2 De omstandigheden van het uitoefenen van deze bevoegdheid, met name de aanleiding voor het voeren van dit onderzoek en de eventuele fictieve identiteit waarvan gebruik werd gemaakt, dient, in voorkomend geval, vermeld te worden in de waarschuwing of in het proces-verbaal van vaststelling van overtreding.]2
§ 2. Overeenkomstig artikel 14, lid 4, a), van de Verordening 2019/1020 mogen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 11 van deze wet marktdeelnemers gelasten relevante documenten, technische specificaties, gegevens of informatie over de conformiteit en de technische aspecten van het product te verstrekken, met inbegrip van toegang tot ingebedde software voor zover die toegang nodig is om de conformiteit van het product met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Europese Unie te beoordelen, ongeacht de vorm, het formaat, het opslagmedium of de plaats waar zulke documenten, technische specificaties, gegevens of informatie worden bewaard, en deze informatie te (laten) kopiëren.
§ 3. Overeenkomstig artikel 14, lid 4, k), van de Verordening 2019/1020, mogen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 11van deze wet, wanneer er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico weg te nemen, de verwijdering van inhoud in verband met de betrokken producten van een online interface gelasten of de expliciete vermelding vereisen van een waarschuwing voor eindgebruikers wanneer zij zich toegang verschaffen tot een online interface, of indien niet aan een verzoek is voldaan, aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij verplichten de toegang tot de online interface te beperken, onder meer door een relevante derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.
§ 4. Overeenkomstig artikel 14, lid 4, c), van de Verordening 2019/1020, mogen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 11 van deze wet gelasten relevante informatie te verstrekken die nodig is om de eigendom van websites te kunnen nagaan wanneer de informatie in kwestie verband houdt met het voorwerp van het onderzoek.]1
Art. 11/1. [1 § 1er. Les membres du personnel statutaire ou contractuel visés à l'article 11 de la présente loi peuvent se rendre dans tous lieux où ils exercent leur contrôle, aussi en ligne, en se présentant comme des clients ou clients potentiels [2 et peuvent acheter des produits comme achats-tests ou échantillons de produits, si nécessaire en utilisant également une identité fictive]2, sans devoir communiquer leur qualité et le fait que les constatations faites à cette occasion peuvent être utilisées pour l'exercice de la surveillance. Les personnes physiques ou morales concernées faisant l'objet de constatations ne peuvent être provoquées au sens de l'article 30 du titre préliminaire du Code d'Instruction criminelle. Les membres du personnel statutaire ou contractuel visés à l'article 11 de la présente loi peuvent uniquement exercer cette compétence s'il est nécessaire à l'exercice de la surveillance de pouvoir constater les circonstances réelles valables pour les clients habituels ou potentiels. Ils sont exemptés des peines, qu'ils commettent dans ce cadre des infractions absolument nécessaires.
[2 Les circonstances de l'exercice de cette compétence, en particulier le motif de l'enquête et toute identité fictive utilisée, doivent, le cas échéant, être mentionnées dans l'avertissement ou dans le procès-verbal de constatation d'infraction.]2
§ 2. En application de l'article 14, paragraphe 4, a), du Règlement 2019/1020, les membres du personnel statutaire ou contractuel visés à l'article 11 de la présente loi peuvent exiger des opérateurs économiques qu'ils fournissent des documents, spécifications techniques, données ou informations pertinents concernant la conformité du produit et ses caractéristiques techniques, y compris un accès aux logiciels intégrés dans la mesure où cet accès est nécessaire pour évaluer la conformité du produit avec la législation d'harmonisation applicable de l'Union européenne, quels que soient la forme et le format, et quels que soient le support de stockage ou le lieu où ces documents, spécifications techniques, données ou informations sont stockés, ainsi que le pouvoir d'en prendre ou d'en obtenir des copies.
§ 3. En application de l'article 14, paragraphe 4, k), du Règlement 2019/1020, les membres du personnel statutaire ou contractuel visés à l'article 11 de la présente loi peuvent, lorsqu'il n'existe pas d'autre moyen efficace pour éliminer un risque grave, exiger le retrait du contenu d'une interface en ligne qui mentionne les produits concernés ou d'exiger l'affichage d'une mise en garde explicite des utilisateurs finals lorsque ceux-ci accèdent à une interface en ligne; ou lorsqu'une injonction est restée sans suite, ils peuvent exiger du prestataire de services de la société de l'information qu'il restreigne l'accès à l'interface en ligne concernée, y compris en demandant à des tiers concernés d'appliquer de telles mesures.
§ 4. En application de l'article 14, paragraphe 4, c), du Règlement 2019/1020, les membres du personnel statutaire ou contractuel visés à l'article 11 de la présente loi peuvent demander aux opérateurs économiques de fournir des informations pertinentes aux fins de l'identification du propriétaire d'un site internet, dès lors que cette information a trait à l'objet de l'enquête.]1
[2 Les circonstances de l'exercice de cette compétence, en particulier le motif de l'enquête et toute identité fictive utilisée, doivent, le cas échéant, être mentionnées dans l'avertissement ou dans le procès-verbal de constatation d'infraction.]2
§ 2. En application de l'article 14, paragraphe 4, a), du Règlement 2019/1020, les membres du personnel statutaire ou contractuel visés à l'article 11 de la présente loi peuvent exiger des opérateurs économiques qu'ils fournissent des documents, spécifications techniques, données ou informations pertinents concernant la conformité du produit et ses caractéristiques techniques, y compris un accès aux logiciels intégrés dans la mesure où cet accès est nécessaire pour évaluer la conformité du produit avec la législation d'harmonisation applicable de l'Union européenne, quels que soient la forme et le format, et quels que soient le support de stockage ou le lieu où ces documents, spécifications techniques, données ou informations sont stockés, ainsi que le pouvoir d'en prendre ou d'en obtenir des copies.
§ 3. En application de l'article 14, paragraphe 4, k), du Règlement 2019/1020, les membres du personnel statutaire ou contractuel visés à l'article 11 de la présente loi peuvent, lorsqu'il n'existe pas d'autre moyen efficace pour éliminer un risque grave, exiger le retrait du contenu d'une interface en ligne qui mentionne les produits concernés ou d'exiger l'affichage d'une mise en garde explicite des utilisateurs finals lorsque ceux-ci accèdent à une interface en ligne; ou lorsqu'une injonction est restée sans suite, ils peuvent exiger du prestataire de services de la société de l'information qu'il restreigne l'accès à l'interface en ligne concernée, y compris en demandant à des tiers concernés d'appliquer de telles mesures.
§ 4. En application de l'article 14, paragraphe 4, c), du Règlement 2019/1020, les membres du personnel statutaire ou contractuel visés à l'article 11 de la présente loi peuvent demander aux opérateurs économiques de fournir des informations pertinentes aux fins de l'identification du propriétaire d'un site internet, dès lors que cette information a trait à l'objet de l'enquête.]1
Art. 11/2. [1 De statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 11 kunnen voor de inbreuken bedoeld in artikel 6, § 4 en § 6, vaststellingen doen met behulp van minderjarigen, enkel na voorafgaande schriftelijke toestemming van het diensthoofd van de inspectiedienst Consumptieproducten van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en enkel indien het voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijk is om de reële omstandigheden die gelden voor gewone klanten of potentiële klanten te kunnen vaststellen.
Gesprekken die worden gevoerd met deze manier van vaststellen kunnen worden opgenomen.
De betrokken fysieke of rechtspersonen waarbij vaststellingen worden gedaan mogen niet worden geprovoceerd in de zin van het artikel 30 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering.
De omstandigheden van het uitoefenen van deze bevoegdheid, met name de aanleiding voor het voeren van dit onderzoek met minderjarigen, dient, in voorkomend geval, vermeld te worden in de waarschuwing of in het proces-verbaal van vaststelling van overtreding, zonder vrijgave van de identiteit van de minderjarigen die als mystery shopper optraden.]1
Gesprekken die worden gevoerd met deze manier van vaststellen kunnen worden opgenomen.
De betrokken fysieke of rechtspersonen waarbij vaststellingen worden gedaan mogen niet worden geprovoceerd in de zin van het artikel 30 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering.
De omstandigheden van het uitoefenen van deze bevoegdheid, met name de aanleiding voor het voeren van dit onderzoek met minderjarigen, dient, in voorkomend geval, vermeld te worden in de waarschuwing of in het proces-verbaal van vaststelling van overtreding, zonder vrijgave van de identiteit van de minderjarigen die als mystery shopper optraden.]1
Art. 11/2. [1 Les membres du personnel statutaire ou contractuel visés à l'article 11 ne peuvent, pour les infractions visées à l'article 6, § 4 et § 6, faire leurs constatations avec l'aide de mineurs qu'avec l'accord écrit préalable du chef du service Inspection des produits de consommation du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement et uniquement si cela est nécessaire à l'exercice du contrôle pour pouvoir déterminer les conditions réelles applicables aux clients ordinaires ou aux clients potentiels.
Les conversations menées selon ce mode de constatation peuvent être enregistrées.
Les personnes physiques ou morales concernées faisant l'objet de constatations ne peuvent être provoquées au sens de l'article 30 du titre préliminaire du Code d'instruction criminelle.
Les circonstances de l'exercice de cette compétence, notamment la raison pour laquelle cette enquête a été menée auprès de mineurs, doivent, le cas échéant, être mentionnées dans l'avertissement ou dans le procès-verbal de constatation d'infraction, sans que l'identité des mineurs ayant agi en tant que clients mystères ne soit divulguée.]1
Les conversations menées selon ce mode de constatation peuvent être enregistrées.
Les personnes physiques ou morales concernées faisant l'objet de constatations ne peuvent être provoquées au sens de l'article 30 du titre préliminaire du Code d'instruction criminelle.
Les circonstances de l'exercice de cette compétence, notamment la raison pour laquelle cette enquête a été menée auprès de mineurs, doivent, le cas échéant, être mentionnées dans l'avertissement ou dans le procès-verbal de constatation d'infraction, sans que l'identité des mineurs ayant agi en tant que clients mystères ne soit divulguée.]1
Art. 11bis. <INGEVOEGD bij W 1989-03-22/41, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> Wanneer een overtreding van deze wet of van een uitvoeringsbesluit ervan [1 of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake]1 is vastgesteld, kan de door de Koning krachtens artikel 11 van deze wet aangestelde (personen) een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de overtreding wordt aangemaand. <W 2003-12-22/42, art. 232, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
[2 Een afschrift van de waarschuwing wordt binnen de tien dagen na de vaststelling van de overtreding aan de overtreder overgemaakt door overhandiging in de hand ervan of door het versturen per gewone post of per elektronische post via het systeem eBox zoals bepaald in de wet van 27 februari 2019 inzake de elektronische uitwisseling van berichten via de eBox.]2
De waarschuwing vermeldt :
a) de ten laste gelegde feiten en de overtreden wetsbepaling of -bepalingen;
b) de termijn waarin zij dienen te worden stopgezet;
c) dat, indien aan de waarschuwing geen gevolg wordt gegeven, het proces-verbaal zal worden overgemaakt aan de ambtenaar die belast is met de toepassing van de procedure die is bepaald in artikel 19 en dat de procureur des Konings zal kunnen worden ingelicht.
(Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
[2 Een afschrift van de waarschuwing wordt binnen de tien dagen na de vaststelling van de overtreding aan de overtreder overgemaakt door overhandiging in de hand ervan of door het versturen per gewone post of per elektronische post via het systeem eBox zoals bepaald in de wet van 27 februari 2019 inzake de elektronische uitwisseling van berichten via de eBox.]2
De waarschuwing vermeldt :
a) de ten laste gelegde feiten en de overtreden wetsbepaling of -bepalingen;
b) de termijn waarin zij dienen te worden stopgezet;
c) dat, indien aan de waarschuwing geen gevolg wordt gegeven, het proces-verbaal zal worden overgemaakt aan de ambtenaar die belast is met de toepassing van de procedure die is bepaald in artikel 19 en dat de procureur des Konings zal kunnen worden ingelicht.
(Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art. 11bis. Lorsqu'une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution [1 ou des règlements et décisions européens en la matière]1 est constatée, (les personnes) désigné par le Roi en application de l'article 11 de la présente loi peut adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cette infraction. <L 2003-12-22/42, art. 232, 010; En vigueur : 10-01-2004>
[2 Une copie de l'avertissement est transmise au contrevenant dans les dix jours suivant la constatation de l'infraction par remise en main propre ou par courrier postal simple ou courrier électronique par le système d'eBox tel que prévu par la loi du 27 février 2019 relative à l'échange électronique de messages par le biais de l'eBox.]2
L'avertissement mentionne :
a) les faits imputés et la ou les dispositions légales enfreintes;
b) le délai dans lequel il doit y être mis fin;
c) qu'au cas où il n'est pas donné suite à l'avertissement, le procès-verbal sera notifié à l'agent qui est chargé de l'application de la procédure visée à l'article 19 et que le procureur du Roi pourra être avisé.
(Le présent article ne s'applique pas aux contrôles effectués en application de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
[2 Une copie de l'avertissement est transmise au contrevenant dans les dix jours suivant la constatation de l'infraction par remise en main propre ou par courrier postal simple ou courrier électronique par le système d'eBox tel que prévu par la loi du 27 février 2019 relative à l'échange électronique de messages par le biais de l'eBox.]2
L'avertissement mentionne :
a) les faits imputés et la ou les dispositions légales enfreintes;
b) le délai dans lequel il doit y être mis fin;
c) qu'au cas où il n'est pas donné suite à l'avertissement, le procès-verbal sera notifié à l'agent qui est chargé de l'application de la procédure visée à l'article 19 et que le procureur du Roi pourra être avisé.
(Le présent article ne s'applique pas aux contrôles effectués en application de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Art.12. (De Koning bepaalt de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de monsters worden genomen.
Hij kan tevens de ontledingsmethoden bepalen.) <W 1989-03-22/41, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
De ontleding van de monsters geschiedt in de laboratoria die daartoe erkend zijn overeenkomstig de voorwaarden die de Koning bepaalt.
De Koning kan eveneens de wijze van werken van deze laboratoria bij de ontleding van de monsters regelen.
(Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Hij kan tevens de ontledingsmethoden bepalen.) <W 1989-03-22/41, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
De ontleding van de monsters geschiedt in de laboratoria die daartoe erkend zijn overeenkomstig de voorwaarden die de Koning bepaalt.
De Koning kan eveneens de wijze van werken van deze laboratoria bij de ontleding van de monsters regelen.
(Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.12. (Le Roi détermine le mode et les conditions de prélèvement des échantillons.
Il peut également déterminer les méthodes d'analyse.) <L 1989-03-22/41, art. 10, 002; En vigueur : 05-11-1989>
L'analyse des échantillons se fait dans les laboratoires agréés à cet effet conformément aux conditions déterminées par le Roi.
Le Roi peut également régler le fonctionnement de ces laboratoires lors de l'analyse des échantillons.
(Le présent article ne s'applique pas aux contrôles effectués en application de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Il peut également déterminer les méthodes d'analyse.) <L 1989-03-22/41, art. 10, 002; En vigueur : 05-11-1989>
L'analyse des échantillons se fait dans les laboratoires agréés à cet effet conformément aux conditions déterminées par le Roi.
Le Roi peut également régler le fonctionnement de ces laboratoires lors de l'analyse des échantillons.
(Le présent article ne s'applique pas aux contrôles effectués en application de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Art.13. [1 Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft:
1° hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, de artikelen 6, §§ 4, 4/1, 6, 6/1, 7, 9 en 10, en artikel 8 en de besluiten geno-men ter uitvoering van artikelen 2, 3, 2°, 4° en 6°, 4, §§ 3 en 4, 5, § 4, en 6 overtreedt;
2° hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten in de handel brengt wanneer deze voedingsmiddelen of producten bedorven, schadelijk of door een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur schadelijk verklaard zijn;
3° hij die de maatregelen genomen in uitvoering van artikel 2, lid 6, overtreedt;
4° hij die de bepalingen van artikel 3/1 overtreedt;
5° hij die de maatregel genomen ter uitvoering van artikel 6bis overtreedt;]1
[2 5° eenieder die de maatregelen genomen in uitvoering van artikel 2, lid 6, overtreedt.]2
1° hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, de artikelen 6, §§ 4, 4/1, 6, 6/1, 7, 9 en 10, en artikel 8 en de besluiten geno-men ter uitvoering van artikelen 2, 3, 2°, 4° en 6°, 4, §§ 3 en 4, 5, § 4, en 6 overtreedt;
2° hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten in de handel brengt wanneer deze voedingsmiddelen of producten bedorven, schadelijk of door een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur schadelijk verklaard zijn;
3° hij die de maatregelen genomen in uitvoering van artikel 2, lid 6, overtreedt;
4° hij die de bepalingen van artikel 3/1 overtreedt;
5° hij die de maatregel genomen ter uitvoering van artikel 6bis overtreedt;]1
[2 5° eenieder die de maatregelen genomen in uitvoering van artikel 2, lid 6, overtreedt.]2
Art.13. [1 Est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de vingt-six euros à mille euros ou de l'une de ces peines seulement:
1° celui qui, sans être le fabricant ou l'importateur, contrevient, à l'article 6, §§ 4, 4/1, 6, 6/1, 7, 9 et 10, et à l'article 8 et aux arrêtés pris en exécution des articles 2, 3, 2°, 4° et 6°, 4, §§ 3 et 4, 5, § 4, et 6;
2° celui qui, sans être le fabricant ou l'importateur, introduit dans le commerce des denrées alimentaires ou autres produits visés par la présente loi et qui sont gâtés, nuisibles ou déclarés nuisibles par un règlement de l'administration générale, provinciale ou communale;
3° celui qui contrevient aux arrêtés pris en exécution de l'article 2 al. 6;
4° celui qui contrevient aux dispositions de l'article 3/1;
5° celui qui contrevient à la mesure prise en exécution de l'article 6bis;]1
[2 5° celui qui contrevient aux arrêtés pris en exécution de l'article 2, alinéa 6.]2
1° celui qui, sans être le fabricant ou l'importateur, contrevient, à l'article 6, §§ 4, 4/1, 6, 6/1, 7, 9 et 10, et à l'article 8 et aux arrêtés pris en exécution des articles 2, 3, 2°, 4° et 6°, 4, §§ 3 et 4, 5, § 4, et 6;
2° celui qui, sans être le fabricant ou l'importateur, introduit dans le commerce des denrées alimentaires ou autres produits visés par la présente loi et qui sont gâtés, nuisibles ou déclarés nuisibles par un règlement de l'administration générale, provinciale ou communale;
3° celui qui contrevient aux arrêtés pris en exécution de l'article 2 al. 6;
4° celui qui contrevient aux dispositions de l'article 3/1;
5° celui qui contrevient à la mesure prise en exécution de l'article 6bis;]1
[2 5° celui qui contrevient aux arrêtés pris en exécution de l'article 2, alinéa 6.]2
Art.14. [1 Met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van vijftig euro tot drieduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten fabriceert of invoert en hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, wetens voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten in de handel brengt met overtreding van artikel 6, §§ 4, 4/1, 6, 6/1, 7, 9 en 10, en artikel 8 en de besluiten genomen ter uitvoering van artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, 1°, a), en 2° tot 5°, 4, § 4, 6 en 10.]1
Art.14. [1 Est puni d'un emprisonnement de huit jours à six mois et d'une amende de cinquante à trois mille euros ou de l'une de ces peines seulement, celui qui fabrique ou importe et celui qui, sans être le fabricant ou l'importateur, introduit sciemment dans le commerce des denrées alimentaires ou autres produits visés par la présente loi en infraction à l'article 6, §§ 4, 4/1, 6, 6/1, 7, 9 et 10, et à l'article 8 et aux arrêtés pris en exécution des articles 2, alinéas 1er et 2, 3, 1°, a), et 2° à 5°, 4, § 4, 6 et 10.]1
Änderungen
Art.15. § 1. Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd tot vijftienduizend frank of met een dezer straffen alleen wordt gestraft hij die fabriceert of invoert :
1° voedingsmiddelen wanneer zij één of meer niet toegelaten toevoegsels of contaminanten bevatten of wanneer zij een hoeveelheid toevoegsels of contaminanten bevatten groter dan die welke door de Koning bepaald is, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 4, § 3 en 5, § 4;
2° voedingsmiddelen wanneer zij één of meer toegelaten toevoegsels bevatten en niet de vereiste inlichtingen dragen betreffende de aanwezigheid of het gehalte van deze toevoegsels in het voedingsmiddel, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 4, § 3;
3° tabak, produkten op basis van tabak, soortgelijke produkten (, cosmetica of tatouage-inkten), wanneer deze niet toegelaten stoffen bevatten of wanneer zij een te grote hoeveelheid van één of meer toegelaten stoffen bevatten, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 6, § 2; <W 2004-12-27/30, art. 126, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
4° produkten bedoeld in artikel 1, 2°, b), c), f) of g), wanneer deze niet toegelaten stoffen bevatten of een te grote hoeveelheid van één of meer toegelaten stoffen bevatten met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikelen 3, 5° en 6, § 2;
5° voedingsmiddelen, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 2, lid 3;
6° dieetvoedingsmiddelen (, cosmetica of tatoeage-inkten), wanneer niet vooraf voldaan is aan de voorschriften betreffende de registratie ervan, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 2, vierde lid en 6, § 3; <W 2004-12-27/30, art. 126, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
7° (voedingsmiddelen en andere produkten die bedorven of schadelijk zijn of die door een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur schadelijk zijn verklaard.) <W 1989-03-22/41, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, voedingsmiddelen of andere produkten in de handel brengt, en die wetens het bepaalde onder 1° tot 7° niet in acht neemt.
§ 2. Met de straffen bedoeld onder § 1 wordt gestraft :
1° hij die zich niet onderwerpt aan het medisch onderzoek bedoeld bij artikel 3, 1°, b), of die het verbod of de beperking van zijn activiteit niet in acht neemt;
2° hij die het bepaalde in de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 7, § 1 en § 2 (in verband met de reclame voor alcohol en alcoholische dranken) overtreedt. Deze bepaling is niet van toepassing op de uitgevers, drukkers en in het algemeen op alle personen die bij de verspreiding van de reclame betrokken zijn, indien zij de naam vermelden van de in België gevestigde persoon die er de auteur van is of die het initiatief tot het verspreiden ervan genomen heeft. <W 1997-12-10/37, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 11-02-1998>
§ 3. [3 Met gevangenisstraf van één maand tot een jaar en met geldboete van tienduizend tot honderdduizend euro of met één van deze straffen alleen worden gestraft, de fabrikant, de invoerder, de uitgever en de drukker die artikel 7, § 2bis en 3 van deze wet over-treden.
Met gevangenisstraf van één maand tot een jaar en met geldboete van tweehonderdvijftig tot honderdduizend euro of met één van deze straffen alleen wordt gestraft hij die artikel 7, § 2bis en 3 van deze wet overtreedt en die niet vermeld is in het eerste lid.]3
1° voedingsmiddelen wanneer zij één of meer niet toegelaten toevoegsels of contaminanten bevatten of wanneer zij een hoeveelheid toevoegsels of contaminanten bevatten groter dan die welke door de Koning bepaald is, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 4, § 3 en 5, § 4;
2° voedingsmiddelen wanneer zij één of meer toegelaten toevoegsels bevatten en niet de vereiste inlichtingen dragen betreffende de aanwezigheid of het gehalte van deze toevoegsels in het voedingsmiddel, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 4, § 3;
3° tabak, produkten op basis van tabak, soortgelijke produkten (, cosmetica of tatouage-inkten), wanneer deze niet toegelaten stoffen bevatten of wanneer zij een te grote hoeveelheid van één of meer toegelaten stoffen bevatten, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 6, § 2; <W 2004-12-27/30, art. 126, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
4° produkten bedoeld in artikel 1, 2°, b), c), f) of g), wanneer deze niet toegelaten stoffen bevatten of een te grote hoeveelheid van één of meer toegelaten stoffen bevatten met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikelen 3, 5° en 6, § 2;
5° voedingsmiddelen, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 2, lid 3;
6° dieetvoedingsmiddelen (, cosmetica of tatoeage-inkten), wanneer niet vooraf voldaan is aan de voorschriften betreffende de registratie ervan, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 2, vierde lid en 6, § 3; <W 2004-12-27/30, art. 126, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
7° (voedingsmiddelen en andere produkten die bedorven of schadelijk zijn of die door een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur schadelijk zijn verklaard.) <W 1989-03-22/41, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, voedingsmiddelen of andere produkten in de handel brengt, en die wetens het bepaalde onder 1° tot 7° niet in acht neemt.
§ 2. Met de straffen bedoeld onder § 1 wordt gestraft :
1° hij die zich niet onderwerpt aan het medisch onderzoek bedoeld bij artikel 3, 1°, b), of die het verbod of de beperking van zijn activiteit niet in acht neemt;
2° hij die het bepaalde in de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 7, § 1 en § 2 (in verband met de reclame voor alcohol en alcoholische dranken) overtreedt. Deze bepaling is niet van toepassing op de uitgevers, drukkers en in het algemeen op alle personen die bij de verspreiding van de reclame betrokken zijn, indien zij de naam vermelden van de in België gevestigde persoon die er de auteur van is of die het initiatief tot het verspreiden ervan genomen heeft. <W 1997-12-10/37, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 11-02-1998>
§ 3. [3 Met gevangenisstraf van één maand tot een jaar en met geldboete van tienduizend tot honderdduizend euro of met één van deze straffen alleen worden gestraft, de fabrikant, de invoerder, de uitgever en de drukker die artikel 7, § 2bis en 3 van deze wet over-treden.
Met gevangenisstraf van één maand tot een jaar en met geldboete van tweehonderdvijftig tot honderdduizend euro of met één van deze straffen alleen wordt gestraft hij die artikel 7, § 2bis en 3 van deze wet overtreedt en die niet vermeld is in het eerste lid.]3
Art.15. § 1er. Est puni d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de cent à quinze mille francs ou de l'une de ces peines seulement, celui qui fabrique ou importe :
1° des denrées alimentaires qui contiennent un ou plusieurs additifs ou contaminants non autorisés ou une quantité d'additifs ou de contaminants supérieure à celle autorisée par le Roi, en infraction aux arrêtés pris en exécution des articles 4, § 3 et 5, § 4;
2° des denrées alimentaires qui contiennent un ou plusieurs additifs autorisés et ne portent pas les informations requises concernant la présence ou la teneur de ces additifs dans la denrée alimentaire, en infraction aux arrêtés pris en exécution de l'article 4, § 3;
3° des tabacs, produits à base de tabac ou produits similaires (, des produits cosmétiques ou des encres de tatouage), qui contiennent des substances non autorisées ou une quantité trop élevée d'une ou de plusieurs substances autorisées, en infraction aux arrêtés pris en exécution de l'article 6, § 2; <L 2004-12-27/30, art. 126, 012; En vigueur : 10-01-2005>
4° des produits visés à l'article 1, 2°, b), c), f) ou g) qui contiennent des substances non autorisées ou une quantité trop élevée d'une ou de plusieurs de ces substances, en infraction aux arrêtés pris en exécution des articles 3, 5° et 6, § 2;
5° des denrées alimentaires en infraction aux arrêtés pris en exécution de l'article 2, alinéa 3;
6° des aliments diététiques (, des produits cosmétiques ou des encres de tatouage), alors qu'il n'est pas préalablement satisfait aux prescriptions sur l'enregistrement, en infraction aux arrêtés pris en exécution des articles 2, alinéa 4, et 6, § 3; <L 2004-12-27/30, art. 126, 012; En vigueur : 10-01-2005>
7° (des denrées alimentaires et les autres produits, qui sont gâtés, nuisibles ou déclarés nuisibles par un règlement de l'administration générale, provinciale ou communale.) <L 1989-03-22/41, art. 13, 002; En vigueur : 05-11-1989>
Est puni des mêmes peines, celui qui, sans être le fabricant ou l'importateur, introduit dans le commerce des denrées alimentaires ou autres produits et qui contrevient sciemment aux dispositions visées sub 1° à 7°.
§ 2. Est puni des peines prévues au § 1er :
1° celui qui ne se soumet pas à l'examen médical prévu à l'article 3, 1°, b), ou qui ne respecte pas l'interdiction ou la limitation d'exercer son activité;
2° celui qui enfreint les dispositions des arrêtés royaux pris en exécution de l'article 7, § 1er et § 2 (relatives à la publicité concernant l'alcool et les boissons alcoolisées). La présente disposition ne s'applique pas aux éditeurs, imprimeurs, ni généralement à toutes les personnes qui assurent la diffusion de la publicité, s'ils font connaître le nom de la personne, domiciliée en Belgique, qui en est l'auteur ou qui a pris l'initiative de sa diffusion. <L 1997-12-10/37, art. 4, 004; En vigueur : 11-02-1998>
§ 3. [3 Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de dix mille à cent mille euros ou de l'une de ces peines seulement, le fabricant, l'importateur, l'éditeur et l'imprimeur qui enfreignent les dispositions de l'article 7, § 2bis et 3 de la présente loi.
Est puni d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de deux cent cinquante à cent mille euros ou de l'une de ces peines seulement, celui qui enfreint les dispositions de l'article 7, § 2bis et 3 et qui n'est pas mentionné à l'alinéa 1er.]3
1° des denrées alimentaires qui contiennent un ou plusieurs additifs ou contaminants non autorisés ou une quantité d'additifs ou de contaminants supérieure à celle autorisée par le Roi, en infraction aux arrêtés pris en exécution des articles 4, § 3 et 5, § 4;
2° des denrées alimentaires qui contiennent un ou plusieurs additifs autorisés et ne portent pas les informations requises concernant la présence ou la teneur de ces additifs dans la denrée alimentaire, en infraction aux arrêtés pris en exécution de l'article 4, § 3;
3° des tabacs, produits à base de tabac ou produits similaires (, des produits cosmétiques ou des encres de tatouage), qui contiennent des substances non autorisées ou une quantité trop élevée d'une ou de plusieurs substances autorisées, en infraction aux arrêtés pris en exécution de l'article 6, § 2; <L 2004-12-27/30, art. 126, 012; En vigueur : 10-01-2005>
4° des produits visés à l'article 1, 2°, b), c), f) ou g) qui contiennent des substances non autorisées ou une quantité trop élevée d'une ou de plusieurs de ces substances, en infraction aux arrêtés pris en exécution des articles 3, 5° et 6, § 2;
5° des denrées alimentaires en infraction aux arrêtés pris en exécution de l'article 2, alinéa 3;
6° des aliments diététiques (, des produits cosmétiques ou des encres de tatouage), alors qu'il n'est pas préalablement satisfait aux prescriptions sur l'enregistrement, en infraction aux arrêtés pris en exécution des articles 2, alinéa 4, et 6, § 3; <L 2004-12-27/30, art. 126, 012; En vigueur : 10-01-2005>
7° (des denrées alimentaires et les autres produits, qui sont gâtés, nuisibles ou déclarés nuisibles par un règlement de l'administration générale, provinciale ou communale.) <L 1989-03-22/41, art. 13, 002; En vigueur : 05-11-1989>
Est puni des mêmes peines, celui qui, sans être le fabricant ou l'importateur, introduit dans le commerce des denrées alimentaires ou autres produits et qui contrevient sciemment aux dispositions visées sub 1° à 7°.
§ 2. Est puni des peines prévues au § 1er :
1° celui qui ne se soumet pas à l'examen médical prévu à l'article 3, 1°, b), ou qui ne respecte pas l'interdiction ou la limitation d'exercer son activité;
2° celui qui enfreint les dispositions des arrêtés royaux pris en exécution de l'article 7, § 1er et § 2 (relatives à la publicité concernant l'alcool et les boissons alcoolisées). La présente disposition ne s'applique pas aux éditeurs, imprimeurs, ni généralement à toutes les personnes qui assurent la diffusion de la publicité, s'ils font connaître le nom de la personne, domiciliée en Belgique, qui en est l'auteur ou qui a pris l'initiative de sa diffusion. <L 1997-12-10/37, art. 4, 004; En vigueur : 11-02-1998>
§ 3. [3 Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de dix mille à cent mille euros ou de l'une de ces peines seulement, le fabricant, l'importateur, l'éditeur et l'imprimeur qui enfreignent les dispositions de l'article 7, § 2bis et 3 de la présente loi.
Est puni d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de deux cent cinquante à cent mille euros ou de l'une de ces peines seulement, celui qui enfreint les dispositions de l'article 7, § 2bis et 3 et qui n'est pas mentionné à l'alinéa 1er.]3
Art. 15/1. [1 Naast de in artikelen 13 en 14 voorziene straffen kan de rechtbank bij niet-naleving van de bepalingen van artikel 6, § 4 en § 6 de sluiting bevelen voor een termijn van één dag tot zes maanden. Deze sluiting kan worden opgelegd voor een handelszaak, winkel of eender welke publiek toegankelijke plaats waar de inbreuk werd begaan.]1
Art. 15/1. [1 Outre les peines prévues aux articles 13 et 14, le tribunal peut ordonner la fermeture, pour une période d'un jour à six mois en cas de non-respect de l'article 6, § 4 et § 6. Cette fermeture peut être imposée à une commerce, magasin ou n'importe quel lieu fermé accessible au public où les infractions ont été commises.]1
Art. 15/2. [1 Indien een inbreuk op de besluiten genomen in uitvoering van deze wet eveneens een inbreuk inhoudt op de besluiten genomen in uitvoering van artikel VI.9 van het Wetboek van economisch recht, zijn alleen de straffen bepaald in dit Wetboek van toepassing.]1
Art. 15/2. [1 Lorsqu'une infraction aux arrêtés pris en exécution de la présente loi constitue également une infraction aux arrêtés d'exécution visés à l'article VI.9 du Code de droit économique, les peines prévues par ce Code sont seules applicables.]1
Art. 15/2. 1 Naast de in artikel 15, § 3 voorziene straffen kan de rechtbank bij niet-naleving van de bepalingen van artikel 7, § 2bis de fabrikant verbieden tabaksproducten te verkopen waarvoor verboden reclame is gemaakt, voor een periode van ten minste een jaar en ten hoogste vijf jaar.]1
Art. 15/2. 1 Outre les peines prévues à l'article 15, § 3, le tribunal peut, en cas de non-respect de l'article 7, § 2bis, interdire au fabricant la vente des produits de tabac pour lesquels de la publicité interdite a été faite et ce, pour une période de minimum un an et maximum cinq ans.]1
Art.16. [1 Onverminderd de toepassing van de bij de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek gestelde straffen wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie maanden en met een geldboete van honderd euro tot tweeduizend euro of met een dezer straffen alleen, hij die zich verzet tegen de bezoeken, inspecties, onderzoeken, controles, verhoren, inzage van documenten, monsterneming, verzameling van bewijsmateriaal of inbeslagneming of andere te laten verrichten door de personen die gemachtigd zijn om overtredingen van deze wet en van de besluiten, ter uitvoering van deze wet genomen of van de Europese verordeningen en beschikkingen of besluiten ter zake, op te sporen en vast te stellen alsook hij die zich ertegen verzet, hij die voornoemde personen beledigt [2 , bedreigt]2 en hij die weigert een identiteitsdocument voor te leggen.]1
Art.16. [1 Sans préjudice de l'application des peines prévues par les articles 269 à 274 du Code pénal, est puni d'un emprisonnement de quinze jours à trois mois et d'une amende de cent à deux mille euros ou de l'une de ces peines seulement, celui qui s'oppose aux visites, inspections, enquêtes, contrôles, auditions, consultations de documents, prises d'échantillons, rassemblements d'éléments de preuve ou à la saisie ou autre par les personnes habilités à rechercher et à constater les infractions à la présente loi et aux arrêtés pris en exécution de celle-ci ou des règlements et décisions de l'Union européenne, ainsi que celui qui s'y oppose, celui qui insulte [2 ou menace]2 les personnes susmentionnées et celui qui refuse de présenter un document officiel d'identité.]1
Art.17. § 1. De bepalingen van de artikelen 13 tot 15 doen geen afbreuk aan de voorschriften van de artikelen 454 tot 457 en 498 tot 504 van het Strafwetboek.
§ 2. In geval van herhaling binnen drie jaar na een veroordeling wegens een misdrijf omschreven bij deze wet of bij ter uitvoering van deze wet vastgestelde besluiten, kan de straf worden verdubbeld.
§ 3. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn toepasselijk op de misdrijven omschreven in de artikelen 13 tot 16.
§ 2. In geval van herhaling binnen drie jaar na een veroordeling wegens een misdrijf omschreven bij deze wet of bij ter uitvoering van deze wet vastgestelde besluiten, kan de straf worden verdubbeld.
§ 3. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn toepasselijk op de misdrijven omschreven in de artikelen 13 tot 16.
Art.17. § 1er. Les dispositions des articles 13 à 15 ne préjudicient en rien aux dispositions des articles 454 à 457 et 498 à 504 du Code pénal.
§ 2. En cas de récidive dans un délai de trois ans après une condamnation du chef d'une infraction à la présente loi ou aux arrêtés pris en exécution de celle-ci, la peine peut être élevée au double.
§ 3. Les dispositions du livre 1 du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions visées aux articles 13 à 16.
§ 2. En cas de récidive dans un délai de trois ans après une condamnation du chef d'une infraction à la présente loi ou aux arrêtés pris en exécution de celle-ci, la peine peut être élevée au double.
§ 3. Les dispositions du livre 1 du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions visées aux articles 13 à 16.
Art.18. § 1. (Wanneer voedingsmiddelen of andere produkten als bedoeld in deze wet bedorven of schadelijk zijn of schadelijk zijn verklaard door een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur, kunnen de in artikel 11 bedoelde (personen) die voedingsmiddelen of andere produkten met toestemming van de betrokken persoon buiten gebruik stellen voor de menselijke voeding, respectievelijk voor het gebruik waartoe ze normaal bestemd zijn, of ze wegnemen ten einde ze buiten gebruik te stellen.) <W 1989-03-22/41, art. 14, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> <W 2003-12-22/42, art. 234, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
§ 2. Indien de betrokken persoon de bedorven toestand, het schadelijk of schadelijk verklaarde karakter of indien hij niet instemt met het buiten gebruik stellen of met het wegnemen, worden de voedingsmiddelen of andere in § 1 bedoelde produkten in beslag genomen en onder sekwester geplaatst en nemen de voornoemde (personen) monsters. <W 2003-12-22/42, art. 234, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
Naargelang van de uitslag van de analyse worden het sekwester en de inbeslagname opgeheven of gehandhaafd.
§ 3. In de gevallen bedoeld in § 2 en indien de voedingsmiddelen en andere in § 1 bedoelde produkten, wegens hun aard of hun toestand, niet kunnen worden bewaard zonder te ontaarden, worden zij voor de menselijke voeding of voor hun normale bestemming onbruikbaar gemaakt door tussenkomst van de bekeurende (persoon), bijgestaan door één van de in artikel 11 bedoelde (personen) die gezamenlijk het proces-verbaal over het buiten gebruik stellen van die voedingsmiddelen of produkten ondertekenen. <W 2003-12-22/42, art. 234, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
(§ 4. geschrapt) <W 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
(§ 4.) Onverminderd de toepassing van de artikelen 42 en 43 van het Strafwetboek, spreekt de rechter, als maatregel ter vrijwaring van de volksgezondheid, de verbeurdverklaring uit van de bedorven, schadelijke of door een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur schadelijk verklaarde voedingsmiddelen of (andere in deze wet bedoelde produkten). <W 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
[1 § 4/1. De in artikel 11 bedoelde personen kunnen overgaan tot de inbeslagname van dranken of andere producten op basis van alcohol die werden verkregen met miskenning van artikel 6, § 6. Deze personen kunnen de inbeslaggenomen dranken ter plaatse vernietigen. In geen geval is vergoeding verschuldigd.]1
(§ 5.) Wanneer voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten die voorhanden gehouden worden in een fictief, openbaar op particulier entrepot of die ten uitvoer worden aangeboden bedorven, schadelijk of door een verordening van het algemeen bestuur schadelijk verklaard zijn, kan de invoer ervan worden geweigerd en kunnen zij worden teruggezonden of voor menselijke voeding, respectievelijk voor het gebruik waartoe ze normaal bestemd zijn, buiten gebruik gesteld.
Ingeval de terugzending of het buiten gebruik stellen wordt geweigerd, worden de voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten buiten gebruik gesteld op kosten van de invoerder en overeenkomstig de door de Koning vastgestelde bepalingen. <W 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
[2 § 5/1. Kosten van activiteiten die verband houden met gevallen van niet-conformiteit van andere producten bedoeld in deze wet zijn ten laste van de eigenaar of, bij gebreke, ten laste van de houder ervan. Deze kosten omvatten onder meer: kosten voor vernietiging, voor buitengebruikstelling, voor bewaring, voor inbeslagname, voor verzegeling of plaatsing onder sekwester, voor uitvoeren van testen en voor opslag. Deze kosten kunnen samen met de bestuurlijke geldboete worden teruggevorderd. Blijft de betrokkene in gebreke binnen de gestelde termijn om de geldboete te betalen en/of de kosten terug te betalen, dan kan de ambtenaar het bedrag voor de bevoegde rechtbank vorderen. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.]2
(§ 6. Met uitzondering van §§ 4 en 5, zijn de bepalingen van dit artikel niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
§ 2. Indien de betrokken persoon de bedorven toestand, het schadelijk of schadelijk verklaarde karakter of indien hij niet instemt met het buiten gebruik stellen of met het wegnemen, worden de voedingsmiddelen of andere in § 1 bedoelde produkten in beslag genomen en onder sekwester geplaatst en nemen de voornoemde (personen) monsters. <W 2003-12-22/42, art. 234, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
Naargelang van de uitslag van de analyse worden het sekwester en de inbeslagname opgeheven of gehandhaafd.
§ 3. In de gevallen bedoeld in § 2 en indien de voedingsmiddelen en andere in § 1 bedoelde produkten, wegens hun aard of hun toestand, niet kunnen worden bewaard zonder te ontaarden, worden zij voor de menselijke voeding of voor hun normale bestemming onbruikbaar gemaakt door tussenkomst van de bekeurende (persoon), bijgestaan door één van de in artikel 11 bedoelde (personen) die gezamenlijk het proces-verbaal over het buiten gebruik stellen van die voedingsmiddelen of produkten ondertekenen. <W 2003-12-22/42, art. 234, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
(§ 4. geschrapt) <W 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
(§ 4.) Onverminderd de toepassing van de artikelen 42 en 43 van het Strafwetboek, spreekt de rechter, als maatregel ter vrijwaring van de volksgezondheid, de verbeurdverklaring uit van de bedorven, schadelijke of door een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur schadelijk verklaarde voedingsmiddelen of (andere in deze wet bedoelde produkten). <W 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
[1 § 4/1. De in artikel 11 bedoelde personen kunnen overgaan tot de inbeslagname van dranken of andere producten op basis van alcohol die werden verkregen met miskenning van artikel 6, § 6. Deze personen kunnen de inbeslaggenomen dranken ter plaatse vernietigen. In geen geval is vergoeding verschuldigd.]1
(§ 5.) Wanneer voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten die voorhanden gehouden worden in een fictief, openbaar op particulier entrepot of die ten uitvoer worden aangeboden bedorven, schadelijk of door een verordening van het algemeen bestuur schadelijk verklaard zijn, kan de invoer ervan worden geweigerd en kunnen zij worden teruggezonden of voor menselijke voeding, respectievelijk voor het gebruik waartoe ze normaal bestemd zijn, buiten gebruik gesteld.
Ingeval de terugzending of het buiten gebruik stellen wordt geweigerd, worden de voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten buiten gebruik gesteld op kosten van de invoerder en overeenkomstig de door de Koning vastgestelde bepalingen. <W 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
[2 § 5/1. Kosten van activiteiten die verband houden met gevallen van niet-conformiteit van andere producten bedoeld in deze wet zijn ten laste van de eigenaar of, bij gebreke, ten laste van de houder ervan. Deze kosten omvatten onder meer: kosten voor vernietiging, voor buitengebruikstelling, voor bewaring, voor inbeslagname, voor verzegeling of plaatsing onder sekwester, voor uitvoeren van testen en voor opslag. Deze kosten kunnen samen met de bestuurlijke geldboete worden teruggevorderd. Blijft de betrokkene in gebreke binnen de gestelde termijn om de geldboete te betalen en/of de kosten terug te betalen, dan kan de ambtenaar het bedrag voor de bevoegde rechtbank vorderen. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.]2
(§ 6. Met uitzondering van §§ 4 en 5, zijn de bepalingen van dit artikel niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.18. § 1er. (Lorsque des denrées alimentaires ou d'autres produits visés par la présente loi sont gâtés ou nuisibles ou sont déclarés nuisibles par un règlement de l'administration générale, provinciale ou communale, les (personnes) visés à l'article 11 peuvent, du consentement de la personne concernée, procéder soit à la mise hors d'usage de ces denrées alimentaires ou autres produits respectivement pour l'alimentation humaine ou pour l'utilisation à laquelle ils sont normalement destinés, soit à leur enlèvement en vue de la mise hors d'usage.) <L 1989-03-22/41, art. 14, 1°, 002; En vigueur : 05-11-1989> <L 2003-12-22/42, art. 234, 010; En vigueur : 10-01-2004>
§ 2. Si la personne intéressée conteste l'état gâté ou le caractère nuisible ou déclaré nuisible, si elle ne consent pas à la mise hors d'usage ou à l'enlèvement, les denrées alimentaires ou autres produits visés au § 1er sont saisis et mis sous séquestre et les (personnes) précités procèdent à un prélèvement d'échantillons. <L 2003-12-22/42, art. 234, 010; En vigueur : 10-01-2004>
Suivant le résultat de l'analyse, le séquestre et la saisie sont levés ou maintenus.
§ 3. Dans les cas visés au § 2 et lorsque les denrées alimentaires et autres produits visés au § 1er ne sont pas, en raison de leur nature ou de leur état, susceptible de se conserver sans altération, ils sont mis hors d'usage pour l'alimentation humaine ou pour leur utilisation normale à l'intervention de l'(personne) verbalisant assisté d'un des (personnes) visés à l'article 11, qui signeront conjointement le procès-verbal de mise hors d'usage de ces denrées alimentaires ou de ces produits. <L 2003-12-22/42, art. 234, 010; En vigueur : 10-01-2004>
(§ 4. supprimé) <L 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
(§ 4.) Sans préjudice de l'application des articles 42 et 43 du Code pénal, le juge prononce, par mesure de salubrité publique, la confiscation des denrées alimentaires ou (autres produits visés par la présente loi) qui sont gâtés, nuisibles ou déclarés nuisibles par un règlement de l'administration générale, provinciale ou communale. <L 1989-03-22/41, art. 14, 2° et 3°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
[1 § 4/1. Les personnes visées à l'article 11 peuvent procéder à la saisie des boissons ou d'autres produits à base d'alcool qui ont été obtenues par méconnaissance de l'article 6, § 6. Ces personnes peuvent détruire sur place les boissons saisies. En aucun cas une indemnité n'est due.]1
(§ 5.) Lorsque des denrées alimentaires ou autres produits visés par la présente loi qui sont détenus dans un entrepôt fictif, public ou particulier, ou qui sont présentés à l'importation, sont gâtés, nuisibles ou déclarés nuisibles par un règlement de l'administration générale, leur importation peut être refusée et ils peuvent être refoulés ou mis hors d'usage pour l'alimentation humaine ou pour l'utilisation à laquelle ils sont normalement destinés.
En cas de refus d'obtempérer au refoulement ou à la mise hors d'usage, les denrées alimentaires ou autres produits visés par la présente loi sont mis hors d'usage aux frais de l'importateur et conformément aux dispositions arrêtées par le Roi. <L 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
[2 § 5/1. Les frais liés aux activités déployées au regard de cas de non-conformité des autres produits visés par la présente loi sont à charge du propriétaire ou, à défaut, du détenteur de ceux-ci. Ces frais comprennent notamment: les frais de destruction, les frais de mise hors d'usage, les frais de conservation, les frais de saisie, les frais de mise sous scellés, les frais de mise sous séquestre, les frais de réalisation des essais et les frais de stockage. Ces frais peuvent être réclamés en même temps que ceux perçus sous forme d'amende administrative. Si la personne concernée reste en défaut de payer l'amende et/ou de rembourser les frais encourus dans le délai fixé le fonctionnaire peut récupérer le montant devant le tribunal compétent. Les dispositions du Code judiciaire, notamment la quatrième Partie, Livre II et Livre III, sont d'application.]2
(§ 6. A l'exception des §§ 4 et 5, les dispositions du présent article ne sont pas applicables aux contrôles effectués en application de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
§ 2. Si la personne intéressée conteste l'état gâté ou le caractère nuisible ou déclaré nuisible, si elle ne consent pas à la mise hors d'usage ou à l'enlèvement, les denrées alimentaires ou autres produits visés au § 1er sont saisis et mis sous séquestre et les (personnes) précités procèdent à un prélèvement d'échantillons. <L 2003-12-22/42, art. 234, 010; En vigueur : 10-01-2004>
Suivant le résultat de l'analyse, le séquestre et la saisie sont levés ou maintenus.
§ 3. Dans les cas visés au § 2 et lorsque les denrées alimentaires et autres produits visés au § 1er ne sont pas, en raison de leur nature ou de leur état, susceptible de se conserver sans altération, ils sont mis hors d'usage pour l'alimentation humaine ou pour leur utilisation normale à l'intervention de l'(personne) verbalisant assisté d'un des (personnes) visés à l'article 11, qui signeront conjointement le procès-verbal de mise hors d'usage de ces denrées alimentaires ou de ces produits. <L 2003-12-22/42, art. 234, 010; En vigueur : 10-01-2004>
(§ 4. supprimé) <L 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
(§ 4.) Sans préjudice de l'application des articles 42 et 43 du Code pénal, le juge prononce, par mesure de salubrité publique, la confiscation des denrées alimentaires ou (autres produits visés par la présente loi) qui sont gâtés, nuisibles ou déclarés nuisibles par un règlement de l'administration générale, provinciale ou communale. <L 1989-03-22/41, art. 14, 2° et 3°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
[1 § 4/1. Les personnes visées à l'article 11 peuvent procéder à la saisie des boissons ou d'autres produits à base d'alcool qui ont été obtenues par méconnaissance de l'article 6, § 6. Ces personnes peuvent détruire sur place les boissons saisies. En aucun cas une indemnité n'est due.]1
(§ 5.) Lorsque des denrées alimentaires ou autres produits visés par la présente loi qui sont détenus dans un entrepôt fictif, public ou particulier, ou qui sont présentés à l'importation, sont gâtés, nuisibles ou déclarés nuisibles par un règlement de l'administration générale, leur importation peut être refusée et ils peuvent être refoulés ou mis hors d'usage pour l'alimentation humaine ou pour l'utilisation à laquelle ils sont normalement destinés.
En cas de refus d'obtempérer au refoulement ou à la mise hors d'usage, les denrées alimentaires ou autres produits visés par la présente loi sont mis hors d'usage aux frais de l'importateur et conformément aux dispositions arrêtées par le Roi. <L 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989>
[2 § 5/1. Les frais liés aux activités déployées au regard de cas de non-conformité des autres produits visés par la présente loi sont à charge du propriétaire ou, à défaut, du détenteur de ceux-ci. Ces frais comprennent notamment: les frais de destruction, les frais de mise hors d'usage, les frais de conservation, les frais de saisie, les frais de mise sous scellés, les frais de mise sous séquestre, les frais de réalisation des essais et les frais de stockage. Ces frais peuvent être réclamés en même temps que ceux perçus sous forme d'amende administrative. Si la personne concernée reste en défaut de payer l'amende et/ou de rembourser les frais encourus dans le délai fixé le fonctionnaire peut récupérer le montant devant le tribunal compétent. Les dispositions du Code judiciaire, notamment la quatrième Partie, Livre II et Livre III, sont d'application.]2
(§ 6. A l'exception des §§ 4 et 5, les dispositions du présent article ne sont pas applicables aux contrôles effectués en application de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Art.19. <W 1989-03-22/41, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> Bij overtreding van deze wet of van de besluiten genomen ter uitvoering ervan [1 of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake]1 kan de ambtenaar, daartoe aangesteld door de Koning binnen [2 de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu]2, een geldsom bepalen waarvan de vrijwillige betaling door de dader van de overtreding, de publieke vordering doet vervallen. Wordt de betaling geweigerd, dan wordt het dossier aan de procureur des Konings toegezonden.
[2 Het bedrag van de te betalen geldsom mag niet lager zijn dan de helft van het minimum noch hoger zijn dan het maximum van de voor de overtreding bepaalde geldboete.]2
Bij samenloop van verschillende misdrijven worden de bedragen van de geldsommen samengevoegd, zonder dat het totale bedrag hoger mag zijn dan het dubbele van het maximum van de boete bepaald in artikel 15.
Het bedrag van deze geldsommen wordt verhoogd met de opdeciemes die van toepassing zijn op de strafrechtelijke geldboeten.
De betalingsmodaliteiten worden door de Koning vastgesteld.
[2 De geldsom wordt gestort aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.]2
(Dit artikel is niet van toepassing op de inbreuken die zijn vastgesteld ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
[2 Het bedrag van de te betalen geldsom mag niet lager zijn dan de helft van het minimum noch hoger zijn dan het maximum van de voor de overtreding bepaalde geldboete.]2
Bij samenloop van verschillende misdrijven worden de bedragen van de geldsommen samengevoegd, zonder dat het totale bedrag hoger mag zijn dan het dubbele van het maximum van de boete bepaald in artikel 15.
Het bedrag van deze geldsommen wordt verhoogd met de opdeciemes die van toepassing zijn op de strafrechtelijke geldboeten.
De betalingsmodaliteiten worden door de Koning vastgesteld.
[2 De geldsom wordt gestort aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.]2
(Dit artikel is niet van toepassing op de inbreuken die zijn vastgesteld ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.19. <L 1989-03-22/41, art. 15, 002; En vigueur : 05-11-1989> En cas d'infraction aux dispositions de la présente loi ou des arrêtés pris en exécution de celle-ci [1 ou des décisions et règlements européens en la matière]1 , le fonctionnaire désigné à cette fin par le Roi au sein du [2 Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement]2 peut fixer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique. Si le paiement est refusé, le dossier sera transmis au procureur du Roi.
[2 Le montant de la somme à payer ne peut être inférieur à la moitié du minimum ni excéder le maximum de l'amende fixée pour l'infraction.]2
En cas de concours de plusieurs infractions, les montants des sommes sont additionnés, sans que le total puisse excéder le double du maximum de l'amende fixée à l'article 15.
Le montant de ces sommes est majoré des décimes additionnels qui sont d'application aux amendes prévues par le droit pénal.
Les modalités de paiement sont déterminées par le Roi.
[2 La somme est versée au Fonds budgétaire des matières premières et les produits.]2
(Le présent article ne s'applique pas aux infractions constatées en exécution de l'arrêté royal du 22 février 2001 organisant les contrôles effectués par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire et modifiant diverses dispositions légales.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
[2 Le montant de la somme à payer ne peut être inférieur à la moitié du minimum ni excéder le maximum de l'amende fixée pour l'infraction.]2
En cas de concours de plusieurs infractions, les montants des sommes sont additionnés, sans que le total puisse excéder le double du maximum de l'amende fixée à l'article 15.
Le montant de ces sommes est majoré des décimes additionnels qui sont d'application aux amendes prévues par le droit pénal.
Les modalités de paiement sont déterminées par le Roi.
[2 La somme est versée au Fonds budgétaire des matières premières et les produits.]2
(Le présent article ne s'applique pas aux infractions constatées en exécution de l'arrêté royal du 22 février 2001 organisant les contrôles effectués par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire et modifiant diverses dispositions légales.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Art.20. § 1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, binnen het toepassingsgebied van deze wet alle vereiste maatregelen treffen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen en de krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten, welke maatregelen de opheffing en de wijziging van wetsbepalingen kunnen inhouden.
§ 2. De bepalingen van de artikelen 13 tot 19, 24 en 25 zijn van toepassing bij overtreding van de besluiten genomen bij toepassing van § 1 van dit artikel, alsmede van de verordeningen van de [1 Europese Unie]1 [2 en de respectievelijke uitvoeringsverordeningen]2 die van kracht zijn in het Rijk en materies betreffen welke op grond van deze wet tot de verordeningsbevoegdheid van de Koning behoren.
§ 3. In geval van niet-naleving van de bepalingen genomen ter uitvoering van de in § 1 bedoelde internationale verdragen of akten die geen overtreding uitmaakt van de artikelen 13 en 18 van deze wet, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met geldboete van zesentwintig tot vijftienduizend frank of met één dezer straffen alleen.
Binnen de grenzen bepaald in vorig lid omschrijft de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit nader de overtredingen en de straffen toepasselijk op elk daarvan.
(§ 4. Wanneer de besluiten genomen ter uitvoering van deze wet en waarvoor het advies van de Hoge Gezondheidsraad wettelijk is voorgeschreven, het gevolg zijn van verplichtingen voortvloeiend uit internationale verdragen en internationale akten getroffen op grond van die verdragen, is dit advies niet vereist.) <W 1989-03-22/41, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
(§ 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de materies die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
§ 2. De bepalingen van de artikelen 13 tot 19, 24 en 25 zijn van toepassing bij overtreding van de besluiten genomen bij toepassing van § 1 van dit artikel, alsmede van de verordeningen van de [1 Europese Unie]1 [2 en de respectievelijke uitvoeringsverordeningen]2 die van kracht zijn in het Rijk en materies betreffen welke op grond van deze wet tot de verordeningsbevoegdheid van de Koning behoren.
§ 3. In geval van niet-naleving van de bepalingen genomen ter uitvoering van de in § 1 bedoelde internationale verdragen of akten die geen overtreding uitmaakt van de artikelen 13 en 18 van deze wet, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met geldboete van zesentwintig tot vijftienduizend frank of met één dezer straffen alleen.
Binnen de grenzen bepaald in vorig lid omschrijft de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit nader de overtredingen en de straffen toepasselijk op elk daarvan.
(§ 4. Wanneer de besluiten genomen ter uitvoering van deze wet en waarvoor het advies van de Hoge Gezondheidsraad wettelijk is voorgeschreven, het gevolg zijn van verplichtingen voortvloeiend uit internationale verdragen en internationale akten getroffen op grond van die verdragen, is dit advies niet vereist.) <W 1989-03-22/41, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
(§ 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de materies die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.20. § 1er. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, prendre dans le cadre du champ d'application de la présente loi toutes mesures nécessaires pour assurer l'exécution des obligations résultant des traités internationaux et des actes internationaux pris en vertu de ceux-ci, ces mesures pouvant comprendre l'abrogation ou la modification de dispositions légales.
§ 2. Les dispositions des articles 13 à 19, 24 et 25 sont applicables aux infractions des arrêtés pris en application du § 1er du présent article ainsi qu'aux règlements de [1 l'Union européenne]1 [2 et à leurs règlements d'exécution respectifs]2 qui sont en vigueur dans le Royaume et qui ont trait à des matières entrant, en vertu de la présente loi, dans le pouvoir réglementaire du Roi.
§ 3. En cas de transgression des dispositions prises en vertu des traités et actes internationaux visés au § 1er, et non érigée en infraction par les articles 13 à 18 de la présente loi, celle-ci sera sanctionnée d'un emprisonnement de huit jours à un an et d'une amende de vingt-six à quinze mille francs ou de l'une de ces peines seulement.
Le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, précise dans les limites prévues à l'alinéa précédent, les infractions et les peines applicables à chacune de celles-ci.
(§ 4. Lorsque les arrêtés pris en exécution de la présente loi résultent des obligations découlant des traités internationaux et des actes internationaux pris en vertu de ceux-ci, l'avis du Conseil supérieur d'hygiène publique, quand il est prévu par la loi, n'est pas requis.) <L 1989-03-22/41, art. 16, 002; En vigueur : 05-11-1989>
(§ 5. Les dispositions du présent article ne s'appliquent pas aux matières qui relèvent de la compétence de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
§ 2. Les dispositions des articles 13 à 19, 24 et 25 sont applicables aux infractions des arrêtés pris en application du § 1er du présent article ainsi qu'aux règlements de [1 l'Union européenne]1 [2 et à leurs règlements d'exécution respectifs]2 qui sont en vigueur dans le Royaume et qui ont trait à des matières entrant, en vertu de la présente loi, dans le pouvoir réglementaire du Roi.
§ 3. En cas de transgression des dispositions prises en vertu des traités et actes internationaux visés au § 1er, et non érigée en infraction par les articles 13 à 18 de la présente loi, celle-ci sera sanctionnée d'un emprisonnement de huit jours à un an et d'une amende de vingt-six à quinze mille francs ou de l'une de ces peines seulement.
Le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, précise dans les limites prévues à l'alinéa précédent, les infractions et les peines applicables à chacune de celles-ci.
(§ 4. Lorsque les arrêtés pris en exécution de la présente loi résultent des obligations découlant des traités internationaux et des actes internationaux pris en vertu de ceux-ci, l'avis du Conseil supérieur d'hygiène publique, quand il est prévu par la loi, n'est pas requis.) <L 1989-03-22/41, art. 16, 002; En vigueur : 05-11-1989>
(§ 5. Les dispositions du présent article ne s'appliquent pas aux matières qui relèvent de la compétence de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 17, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Art.21. § 1. <Wijzigingsbepaling van art. 1 van de W 1933-08-14/30>
§ 2. Op de door de Koning vastgestelde data worden opgeheven :
1° de wet van 25 september 1906 het vervaardigen, invoeren, vervoeren, verkopen, alsook het ten verkoop in voorraad hebben van alsemlikeuren verbiedende;
2° het koninklijk besluit nr. 57 van 20 december 1934 aangaande brandewijnen;
3° het koninklijk besluit nr. 58 van 20 december 1934 betreffende wijn, vruchtenwijn, wijnachtige dranken en oenologische produkten;
4° de wet van 8 juli 1935 betreffende boter, margarine, bereide vetten en andere eetbare vetten;
5° de wet van 3 april 1975 tot bescherming tegen de gevaren van het roken van sigaretten.
§ 2. Op de door de Koning vastgestelde data worden opgeheven :
1° de wet van 25 september 1906 het vervaardigen, invoeren, vervoeren, verkopen, alsook het ten verkoop in voorraad hebben van alsemlikeuren verbiedende;
2° het koninklijk besluit nr. 57 van 20 december 1934 aangaande brandewijnen;
3° het koninklijk besluit nr. 58 van 20 december 1934 betreffende wijn, vruchtenwijn, wijnachtige dranken en oenologische produkten;
4° de wet van 8 juli 1935 betreffende boter, margarine, bereide vetten en andere eetbare vetten;
5° de wet van 3 april 1975 tot bescherming tegen de gevaren van het roken van sigaretten.
Art.21. § 1er.
§ 2. Sont abrogés aux dates fixées par le Roi :
1° la loi du 25 septembre 1906 ayant pour but d'interdire la fabrication, l'importation, le transport, la vente ainsi que la détention pour la vente des liqueurs dites absinthes;
2° l'arrêté royal n° 57 du 20 décembre 1934 relatif aux eaux-de-vie;
3° l'arrêté royal n° 58 du 20 décembre 1934 concernant les vins, vins de fruits, boissons vineuses et produits oenologiques;
4° la loi du 8 juillet 1935 relative aux beurres, margarines, graisses préparées et autres matières grasses comestibles;
5° la loi du 3 avril 1975 relative à la protection contre les dangers de la cigarette.
§ 2. Sont abrogés aux dates fixées par le Roi :
1° la loi du 25 septembre 1906 ayant pour but d'interdire la fabrication, l'importation, le transport, la vente ainsi que la détention pour la vente des liqueurs dites absinthes;
2° l'arrêté royal n° 57 du 20 décembre 1934 relatif aux eaux-de-vie;
3° l'arrêté royal n° 58 du 20 décembre 1934 concernant les vins, vins de fruits, boissons vineuses et produits oenologiques;
4° la loi du 8 juillet 1935 relative aux beurres, margarines, graisses préparées et autres matières grasses comestibles;
5° la loi du 3 avril 1975 relative à la protection contre les dangers de la cigarette.
Art.22. § 1. Bij het (Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu) wordt een (Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten) opgericht waarvan de Koning de samenstelling en de werking regelt. <W 2003-12-22/42, art. 236, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004> <W 2007-03-01/37, art. 123, 1°, 013; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
§ 2. (Deze Raad) brengt, op verzoek van de Minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort, advies uit over alle problemen betreffende de in deze wet bedoelde voedingsmiddelen en andere produkten. <W 2007-03-01/37, art. 122, 2°, 013; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
§ 3. De (Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten) moet geraadpleegd worden in verband met de besluiten, genomen ter uitvoering van deze wet, die betrekking hebben op (de samenstelling, de etikettering van en de reclame voor) de in deze wet bedoelde voedingsmiddelen en andere produkten, met uitzondering evenwel van de besluiten genomen ter uitvoering van internationale verplichtingen en die waarvoor in de wet het advies van de Hoge Gezondheidsraad vereist is. <W 1989-03-22/41, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> <W 2007-03-01/37, art. 123, 3°, 013; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
Het advies wordt uitgebracht binnen een termijn van 2 maanden; na deze termijn is het advies niet meer vereist.
§ 2. (Deze Raad) brengt, op verzoek van de Minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort, advies uit over alle problemen betreffende de in deze wet bedoelde voedingsmiddelen en andere produkten. <W 2007-03-01/37, art. 122, 2°, 013; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
§ 3. De (Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten) moet geraadpleegd worden in verband met de besluiten, genomen ter uitvoering van deze wet, die betrekking hebben op (de samenstelling, de etikettering van en de reclame voor) de in deze wet bedoelde voedingsmiddelen en andere produkten, met uitzondering evenwel van de besluiten genomen ter uitvoering van internationale verplichtingen en die waarvoor in de wet het advies van de Hoge Gezondheidsraad vereist is. <W 1989-03-22/41, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> <W 2007-03-01/37, art. 123, 3°, 013; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
Het advies wordt uitgebracht binnen een termijn van 2 maanden; na deze termijn is het advies niet meer vereist.
Art.22. § 1er. Il est créé au (Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement), (un Conseil consultatif en matière de politique alimentaire et d'utilisation d'autres produits de consommation), dont le Roi fixe la composition et règle le fonctionnement. <L 2003-12-22/42, art. 236, 010; En vigueur : 10-01-2004> <L 2007-03-01/37, art. 123, 1°, 013; En vigueur : 24-03-2007>
§ 2. (Ce Conseil) émettra, à la demande du Ministre, qui à la Santé publique dans ses attributions, un avis sur tout problème relatif aux denrées alimentaires et autres produits visés par la présente loi. <L 2007-03-01/37, art. 123, 013; En vigueur : 24-03-2007>
§ 3. L'avis (du Conseil consultatif en matière de politique alimentaire et d'utilisation d'autres produits de consommation) est requis pour les arrêtés pris en exécution de la présente loi et qui concernent (les normes de composition l'étiquetage et la publicité) des denrées alimentaires et autres produits visés par la présente loi, à l'exclusion toutefois des arrêtés pris en exécution d'obligations internationales et des arrêtés pour lesquels la loi prévoit l'avis du Conseil supérieur d'Hygiène. <L 1989-03-22/41, art. 17, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989> <L 2007-03-01/37, art. 123, 3°, 013; En vigueur : 24-03-2007>
Cet avis est émis dans un délai de deux mois; passé ce délai, l'avis n'est plus requis.
§ 2. (Ce Conseil) émettra, à la demande du Ministre, qui à la Santé publique dans ses attributions, un avis sur tout problème relatif aux denrées alimentaires et autres produits visés par la présente loi. <L 2007-03-01/37, art. 123, 013; En vigueur : 24-03-2007>
§ 3. L'avis (du Conseil consultatif en matière de politique alimentaire et d'utilisation d'autres produits de consommation) est requis pour les arrêtés pris en exécution de la présente loi et qui concernent (les normes de composition l'étiquetage et la publicité) des denrées alimentaires et autres produits visés par la présente loi, à l'exclusion toutefois des arrêtés pris en exécution d'obligations internationales et des arrêtés pour lesquels la loi prévoit l'avis du Conseil supérieur d'Hygiène. <L 1989-03-22/41, art. 17, 2°, 002; En vigueur : 05-11-1989> <L 2007-03-01/37, art. 123, 3°, 013; En vigueur : 24-03-2007>
Cet avis est émis dans un délai de deux mois; passé ce délai, l'avis n'est plus requis.
Art. 22bis. <INGEVOEGD bij W 2008-07-24/35, art. 101; Inwerkingtreding : 17-08-2008> Binnen de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, worden een expertenstuurgroep en expertencomités hieronder opgesomd opgericht bestaande uit deskundigen ter ondersteuning van het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan :
- een Expertenstuurgroep;
- een Comité voor de toekenning van het logo van het NVGP-B;
- een Wetenschappelijke werkgroep fysieke activiteit;
- een Wetenschappelijke werkgroep herformulering voedingsmiddelen;
- een Wetenschappelijke werkgroep zuigelingenvoeding en voeding van jonge kinderen;
- een Wetenschappelijke werkgroep micronutriënten;
- een Wetenschappelijke werkgroep ondervoeding;
- een Wetenschappelijke werkgroep Voedselconsumptiepeiling.
Deze comités adviseren omtrent en onderzoeken, zowel op eigen initiatief als op vraag van de Minister of de Voorzitter van het Directiecomité, over de aspecten van het nutritioneel beleid die behoren tot de bevoegdheid van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. De Koning bepaalt de werking, de samenstelling en de vergoeding van de comités.
- een Expertenstuurgroep;
- een Comité voor de toekenning van het logo van het NVGP-B;
- een Wetenschappelijke werkgroep fysieke activiteit;
- een Wetenschappelijke werkgroep herformulering voedingsmiddelen;
- een Wetenschappelijke werkgroep zuigelingenvoeding en voeding van jonge kinderen;
- een Wetenschappelijke werkgroep micronutriënten;
- een Wetenschappelijke werkgroep ondervoeding;
- een Wetenschappelijke werkgroep Voedselconsumptiepeiling.
Deze comités adviseren omtrent en onderzoeken, zowel op eigen initiatief als op vraag van de Minister of de Voorzitter van het Directiecomité, over de aspecten van het nutritioneel beleid die behoren tot de bevoegdheid van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. De Koning bepaalt de werking, de samenstelling en de vergoeding van de comités.
Art. 22bis. u sein du SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement, un Comité d'experts-directeur et les comités d'experts listés ci-après, sont instaurés composé des experts existants pour appuyer le Plan national Nutrition-Santé :
- un Comité d'experts-directeur;
- un Comité pour l'attribution du logo du PNNS-B;
- un Groupe scientifique sur l'activité physique;
- un Groupe scientifique sur la reformulation des produits alimentaires;
- un Groupe scientifique pour l'alimentation des nourrissons et des jeunes enfants;
- un Groupe scientifique sur les micro-nutriments;
- un Groupe scientifique sur la dénutrition;
- un Groupe scientifique d'enquête sur les habitudes alimentaires.
Ces comités donnent des avis et font des recherches, tant de leur propre initiative qu'à la demande du Ministre ou du Président du Comité-directeur concernant les aspects de la politique nutritionnelle pour lesquelles le SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement est compétent. Le Roi détermine la méthode de travail, la composition et le dédommagement de ces comités.
- un Comité d'experts-directeur;
- un Comité pour l'attribution du logo du PNNS-B;
- un Groupe scientifique sur l'activité physique;
- un Groupe scientifique sur la reformulation des produits alimentaires;
- un Groupe scientifique pour l'alimentation des nourrissons et des jeunes enfants;
- un Groupe scientifique sur les micro-nutriments;
- un Groupe scientifique sur la dénutrition;
- un Groupe scientifique d'enquête sur les habitudes alimentaires.
Ces comités donnent des avis et font des recherches, tant de leur propre initiative qu'à la demande du Ministre ou du Président du Comité-directeur concernant les aspects de la politique nutritionnelle pour lesquelles le SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement est compétent. Le Roi détermine la méthode de travail, la composition et le dédommagement de ces comités.
Art. 22ter. [1 Bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, wordt een Commissie van advies voor plantenbereidingen opgericht, die tot opdracht heeft hem advies te verlenen over aangelegenheden die betrekking hebben op de fabricage, de handel en de samenstelling van voedingsmiddelen die uit planten of uit plantenbereidingen samengesteld zijn of deze bevatten.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels betreffende de samenstelling, de werking en de vergoeding van de leden van deze Commissie, en de aangelegenheden waarvoor ze geraadpleegd moet worden.]1
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels betreffende de samenstelling, de werking en de vergoeding van de leden van deze Commissie, en de aangelegenheden waarvoor ze geraadpleegd moet worden.]1
Art. 22ter. [1 Il est créé auprès du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement, une Commission d'avis des préparations de plantes qui est chargée de le conseiller sur les matières relatives à la fabrication, au commerce et à la composition des denrées alimentaires composées de ou constituées de plantes ou de préparations de plantes.
Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités relatives à la composition, au fonctionnement et à la rémunération des membres de ladite Commission, et les matières pour lesquelles elle doit être consultée.]1
Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités relatives à la composition, au fonctionnement et à la rémunération des membres de ladite Commission, et les matières pour lesquelles elle doit être consultée.]1
Art. 22quater. [1 Bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, wordt een Commissie van nutrivigilantie opgericht, die bevoegd is voor de beoordeling van bijwerkingen gerelateerd aan het gebruik van voedingsmiddelen. De Koning bepaalt de modaliteiten inzake de samenstelling, de werking en de vergoeding van de leden van deze Commissie.]1
Art. 22quater. [1 Il est créé auprès du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement, une Commission de nutrivigilance compétente pour l'évaluation des effets indésirables liés à l'utilisation de denrées alimentaires. Le Roi détermine les modalités relatives à la composition, au fonctionnement et à la rémunération des membres de ladite Commission.]1
Art.23. De bepalingen van deze wet doen geen afbreuk aan de rechten die de vigerende wetten aan de gemeentelijke overheid verlenen om zich te vergewissen van de echtheid en van de gezonde toestand van de te koop gestelde voedingsmiddelen en om de overtredingen te beteugelen van de verordeningen welke dienaangaande door deze overheid zijn uitgevaardigd.
Art.23. Les dispositions de la présente loi ne portent pas préjudice aux droits que les lois en vigueur confèrent aux autorités communales en vue de s'assurer de la fidélité du débit des denrées alimentaires et de leur salubrité ainsi que de réprimer les infractions aux règlements portés en ces matières par les dites autorités.
Art.24. <wijzigingsbepaling>
Art.24.
Art.25. <wijzigingsbepaling>
(NOTA : In artikel 25, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden " beambte " en " ambtenaar " vervangen door het woord " persoon " <W 2003-12-22/42, art. 237, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
(NOTA : In artikel 25, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden " beambte " en " ambtenaar " vervangen door het woord " persoon " <W 2003-12-22/42, art. 237, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
Art.25.
(NOTE : Dans l'article 25, alinéa 2, les mots " agent " et " fonctionnaire " sont remplacés par le mot " personne " <L 2003-12-22/42, art. 237, 010; En vigueur : 10-01-2004>)
(NOTE : Dans l'article 25, alinéa 2, les mots " agent " et " fonctionnaire " sont remplacés par le mot " personne " <L 2003-12-22/42, art. 237, 010; En vigueur : 10-01-2004>)
Art.26. De wet van 20 juni 1964 betreffende het toezicht op voedingswaren of -stoffen en andere produkten, gewijzigd bij de wet van 13 februari 1975, wordt opgeheven.
De verordeningen die ter uitvoering van de wetten van 4 augustus 1890 en van 20 juni 1964 werden getroffen, blijven van kracht tot wanneer zij worden opgeheven.
(De artikelen 11, § 3, en 19 treden in werking de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit tot aanstelling van de in artikel 19 bedoelde ambtenaar.) <W 1989-03-22/41, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
De verordeningen die ter uitvoering van de wetten van 4 augustus 1890 en van 20 juni 1964 werden getroffen, blijven van kracht tot wanneer zij worden opgeheven.
(De artikelen 11, § 3, en 19 treden in werking de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit tot aanstelling van de in artikel 19 bedoelde ambtenaar.) <W 1989-03-22/41, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
Art.26. La loi du 20 juin 1964 sur le contrôle des denrées ou substances alimentaires et autres produits, modifiée par la loi du 13 février 1975, est abrogée.
Les règlements pris en exécution des lois du 4 août 1890 et du 20 juin 1964 restent en vigueur jusqu'à leur abrogation.
(Les articles 11, § 3, et 19 entrent en vigueur le jour de la publication au Moniteur belge de l'arrêté royal désignant le fonctionnaire visé à l'article 19.) <L 1989-03-22/41, art. 18, 002; En vigueur : 05-11-1989>
Les règlements pris en exécution des lois du 4 août 1890 et du 20 juin 1964 restent en vigueur jusqu'à leur abrogation.
(Les articles 11, § 3, et 19 entrent en vigueur le jour de la publication au Moniteur belge de l'arrêté royal désignant le fonctionnaire visé à l'article 19.) <L 1989-03-22/41, art. 18, 002; En vigueur : 05-11-1989>
Art. 27. De besluiten ter uitvoering van deze wet worden genomen op voordracht van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort.
Art. 27. Les arrêtés pris en exécution de la présente loi sont proposés par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions.