Artikel 1. (De adviezen over de kandidatuur voor de bevordering van de officieren betreffen :
1° de beoordelingsgegevens die voorkomen in [1 het persoonlijk dossier]1 (...);
2° de vermoedelijke geschiktheid voor het uitoefenen van de functies van de hogere graad.)
Deze adviezen zijn opgenomen in een bevorderingsvoordracht die deel uitmaakt van het in artikel 16 van dit besluit bedoelde bevorderingsdossier.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 SEPTEMBER 1977. - Ministerieel besluit betreffende de adviezen over de kandidatuur voor de bevordering [...] van de officieren [...]. (MB 1995-07-28/33, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 01-07-1995) (MB 2002-11-05/36, art. 24, 004; Inwerkingtreding : 04-11-2002) (NOTA : Dit MB houdt bij KB van 12-09-1978, art. 4, § 2, 3° op van toepassing te zijn op de reserveofficieren van de rijkswacht) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-08-1991 en tekstbijwerking tot 02-06-2017)
Titre
23 SEPTEMBRE 1977. - Arrêté ministériel relatif aux avis sur la candidature à l'avancement [...] des officiers [...]. (AM 1995-07-28/33, art. 16, 003; En vigueur : 01-07-1995) (AM 2002-11-05/36, art. 24, 004; En vigueur : 04-11-2002) (NOTE : Cet AM cesse d'être applicable aux officiers de réserve de la gendarmerie, par AR du 12-09-1978, art. 4, § 2, 3°) (NOTE : Consultation des versions antérieur à partir du 01-01-1990 et mis à jour au 26-04-2010)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-08-1991 et mise à jour au 02-06-2017)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - De adviezen over de kandidatuur ...
Afdeling I. - Algemene bepaling.
Afdeling II. - (De overheden bevoegd om een adv...
Afdeling III. - Wijze waarop de adviezen worden...
HOOFDSTUK II. - (...).
Afdeling I. - (...).
Afdeling II. - (...).
Afdeling III. - (...).
HOOFDSTUK III. - (De bevorderingsvoordracht).
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE I. - Les avis sur la candidature à l'a...
Section I. - Disposition générale.
Section II. - (Les autorités compétentes pour d...
Section III. - La manière dont les avis sont do...
CHAPITRE II. - (...)
Section I. - (...)
Section II. - (...)
Section III. - (...)
CHAPITRE III. - (La proposition d'avancement).
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Tekst (30)
Texte (30)
HOOFDSTUK I. - De adviezen over de kandidatuur voor de bevordering van de officieren.
CHAPITRE I. - Les avis sur la candidature à l'avancement des officiers.
Afdeling I. - Algemene bepaling.
Section I. - Disposition générale.
Article 1. (Les avis sur la candidature à l'avancement des officiers concernent :
1° les données d'appréciation figurant dans [1 le dossier personnel]1 (...);
2° l'aptitude présumée à l'exercice des fonctions du grade supérieur.)
Ces avis sont repris dans une proposition d'avancement qui fait partie du dossier d'avancement, visé à l'article 16 du présent arrêté.
1° les données d'appréciation figurant dans [1 le dossier personnel]1 (...);
2° l'aptitude présumée à l'exercice des fonctions du grade supérieur.)
Ces avis sont repris dans une proposition d'avancement qui fait partie du dossier d'avancement, visé à l'article 16 du présent arrêté.
Art. 1bis. Voor de toepassing van dit besluit wordt de medische dienst beschouwd als een krijgsmachtdeel.
Art. 1bis. Pour l'application du présent arrêté, le service médical est considéré comme une force.
Afdeling II. - (De overheden bevoegd om een advies uit te brengen over de geschiktheid voor het uitoefenen van de functies van de hogere graad.)
Section II. - (Les autorités compétentes pour donner un avis sur l'aptitude à l'exercice des fonctions du grade supérieur.)
Art. 2. § 1. Het eerste advies over de kandidatuur van een officier voor bevordering tot een hogere graad wordt uitgebracht door de functionele overste die de hiërarchische overste is welke ten opzichte van de officier ten minste de bevoegdheden van korpscommandant uitoefent.
Wanneer de kandidaat verschillende funkties uitoefent, wordt het eerste advies uitgebracht door de overheid als bedoeld in het eerste lid onder wiens bevel hij zijn hoofdfunctie uitoefent.
(Lid 3 opgeheven)
(Voor de kandidaten die ter beschikking gesteld zijn van een ander departement dan het departement van Landsverdediging of die afgedeeld zijn wegens een officiële opdracht bij een internationale of buitenlandse overheid, wordt het eerste advies uitgebracht door de militaire overheid aangewezen door de directeur-generaal human resources.)
§ 2. (Het tweede advies wordt uitgebracht door de functionele overste van de officier die het eerste advies heeft uitgebracht.
Wanneer het eerste of het tweede advies is uitgebracht door het hoofd van het Militaire Huis van de Koning, de chef defensie, de hoogste militaire overheid van de cel Defensie, [1 de inspecteur-generaal,]1 een directeur-generaal of een onderstafchef, dan wordt er geen verder advies uitgebracht.
In geval van bezwaar tegen het advies van één van de overheden bedoeld in het tweede lid of wanneer deze laatste een ongunstig advies uitbrengt, wordt niettemin een eindadvies uitgebracht door een opperofficier aangewezen door :
1° de minister van [2 Defensie]2, wanneer het advies uitgebracht is door het hoofd van het Militaire Huis van de Koning, de chef defensie [1 of de hoogste militaire overheid van de cel Defensie]1 ;
2° de chef defensie, in de andere gevallen.
Voor de kandidaten die ter beschikking gesteld zijn van een ander departement dan het departement van Landsverdediging, of die afgedeeld zijn wegens een officiële opdracht bij een internationale of buitenlandse overheid, wordt het tweede advies uitgebracht door de militaire overheid aangewezen door de directeur-generaal human resources.)
(§ 3. Er worden twee adviezen uitgebracht. Evenwel indien het tweede advies ongunstig is, wordt een derde advies uitgebracht door de functionele overste van de officier die het tweede advies heeft uitgebracht.)
(§ 4. De hoedanigheid van functionele overste blijkt uit de regels betreffende de hiërarchische en administratieve afhankelijkheden goedgekeurd door de chef defensie.)
Wanneer de kandidaat verschillende funkties uitoefent, wordt het eerste advies uitgebracht door de overheid als bedoeld in het eerste lid onder wiens bevel hij zijn hoofdfunctie uitoefent.
(Lid 3 opgeheven)
(Voor de kandidaten die ter beschikking gesteld zijn van een ander departement dan het departement van Landsverdediging of die afgedeeld zijn wegens een officiële opdracht bij een internationale of buitenlandse overheid, wordt het eerste advies uitgebracht door de militaire overheid aangewezen door de directeur-generaal human resources.)
§ 2. (Het tweede advies wordt uitgebracht door de functionele overste van de officier die het eerste advies heeft uitgebracht.
Wanneer het eerste of het tweede advies is uitgebracht door het hoofd van het Militaire Huis van de Koning, de chef defensie, de hoogste militaire overheid van de cel Defensie, [1 de inspecteur-generaal,]1 een directeur-generaal of een onderstafchef, dan wordt er geen verder advies uitgebracht.
In geval van bezwaar tegen het advies van één van de overheden bedoeld in het tweede lid of wanneer deze laatste een ongunstig advies uitbrengt, wordt niettemin een eindadvies uitgebracht door een opperofficier aangewezen door :
1° de minister van [2 Defensie]2, wanneer het advies uitgebracht is door het hoofd van het Militaire Huis van de Koning, de chef defensie [1 of de hoogste militaire overheid van de cel Defensie]1 ;
2° de chef defensie, in de andere gevallen.
Voor de kandidaten die ter beschikking gesteld zijn van een ander departement dan het departement van Landsverdediging, of die afgedeeld zijn wegens een officiële opdracht bij een internationale of buitenlandse overheid, wordt het tweede advies uitgebracht door de militaire overheid aangewezen door de directeur-generaal human resources.)
(§ 3. Er worden twee adviezen uitgebracht. Evenwel indien het tweede advies ongunstig is, wordt een derde advies uitgebracht door de functionele overste van de officier die het tweede advies heeft uitgebracht.)
(§ 4. De hoedanigheid van functionele overste blijkt uit de regels betreffende de hiërarchische en administratieve afhankelijkheden goedgekeurd door de chef defensie.)
Art. 2. § 1. Le premier avis sur la candidature d'un officier à l'avancement à un grade supérieur est émis par le supérieur fonctionnel qui est le supérieur hiérarchique exerçant à l'égard de l'officier au moins les attributions de chef de corps.
Lorsqu'un candidat exerce plusieurs fonctions, le premier avis est donné par l'autorité visée au premier alinéa sous les ordres de laquelle il exerce sa fonction principale.
(Alinéa 3 abrogé)
(Pour les candidats mis à la disposition d'un département autre que celui de la Défense ou détachés en raison d'une mission officielle auprès d'une autorité internationale ou étrangère, le premier avis est émis par l'autorité militaire désignée par le directeur général human resources.)
§ 2. (Le deuxième avis est émis par le supérieur fonctionnel de l'officier qui a émis le premier avis.
Lorsque le premier ou le deuxième avis est émis par le chef de la Maison Militaire du Roi, le chef de la défense, la plus haute autorité militaire de la cellule Défense, [1 l'inspecteur général,]1 un directeur général ou un sous-chef d'état-major, il n'est plus émis d'autre avis.
En cas d'objection contre l'avis d'une des autorités visées à l'alinéa 2 ou lorsque cette dernière émet un avis défavorable, l'avis final est néanmoins émis par un officier général désigné par :
1° le Ministre de la Défense, lorsque l'avis est émis par le chef de la Maison Militaire du Roi, le chef de la défense [1 ou la plus haute autorité militaire de la cellule Défense]1 ;
2° le chef de la défense, dans les autres cas.
Pour les candidats mis à la disposition d'un département (...) autre que celui de la Défense nationale ou détachés en raison d'une mission officielle auprès d'une autorité internationale ou étrangère, le second et dernier avis est émis par (l'autorité militaire désignée par le chef de la défense) (...).
(§ 3. Deux avis sont émis. Toutefois si le deuxième avis est défavorable, un troisième avis est émis par le supérieur fonctionnel de l'officier qui a émis le deuxième avis.)
(§ 4. La qualité de supérieur fonctionnel résulte des règles de dépendances hiérarchiques et administratives approuvées par le chef de la défense.)
Lorsqu'un candidat exerce plusieurs fonctions, le premier avis est donné par l'autorité visée au premier alinéa sous les ordres de laquelle il exerce sa fonction principale.
(Alinéa 3 abrogé)
(Pour les candidats mis à la disposition d'un département autre que celui de la Défense ou détachés en raison d'une mission officielle auprès d'une autorité internationale ou étrangère, le premier avis est émis par l'autorité militaire désignée par le directeur général human resources.)
§ 2. (Le deuxième avis est émis par le supérieur fonctionnel de l'officier qui a émis le premier avis.
Lorsque le premier ou le deuxième avis est émis par le chef de la Maison Militaire du Roi, le chef de la défense, la plus haute autorité militaire de la cellule Défense, [1 l'inspecteur général,]1 un directeur général ou un sous-chef d'état-major, il n'est plus émis d'autre avis.
En cas d'objection contre l'avis d'une des autorités visées à l'alinéa 2 ou lorsque cette dernière émet un avis défavorable, l'avis final est néanmoins émis par un officier général désigné par :
1° le Ministre de la Défense, lorsque l'avis est émis par le chef de la Maison Militaire du Roi, le chef de la défense [1 ou la plus haute autorité militaire de la cellule Défense]1 ;
2° le chef de la défense, dans les autres cas.
Pour les candidats mis à la disposition d'un département (...) autre que celui de la Défense nationale ou détachés en raison d'une mission officielle auprès d'une autorité internationale ou étrangère, le second et dernier avis est émis par (l'autorité militaire désignée par le chef de la défense) (...).
(§ 3. Deux avis sont émis. Toutefois si le deuxième avis est défavorable, un troisième avis est émis par le supérieur fonctionnel de l'officier qui a émis le deuxième avis.)
(§ 4. La qualité de supérieur fonctionnel résulte des règles de dépendances hiérarchiques et administratives approuvées par le chef de la défense.)
Änderungen
Art. 3. § 1. Een overheid mag geen advies uitbrengen als zij (de echtgenoot (of wettelijk samenwonende,) of een) bloed- of aanverwant van de kandidaat is tot de vierde graad of als zij zelf kandidaat is voor dezelfde graad in de loop van dezelfde bevorderingsprocedure in hetzelfde korps, of wanneer het de bevordering tot de graden van hoofd- of opperofficer betreft, deze kandidatuur door hetzelfde bevorderingscomité wordt onderzocht.
In dat geval wordt zij vervangen door de onmiddellijk hogere overheid of bij gebreke daaraan door (een opperofficier aangewezen door) (de chef defensie) (...).
Wanneer de (chef defensie) (...) zichzelf moet wraken als eerste of tweede adviserende overheid, wordt het advies uitgebracht door een opperofficier aangeduid door de Minister van [1 Defensie]1.
§ 2. In geval dat de eerste adviserende overheid meent dat zij niet bekwaam is om advies uit te brengen om reden dat zij de kandidaat onvoldoende kent wat slechts mag ingeroepen worden indien deze minder dan zes maanden onder haar bevel is, dan verzoekt zij de vorige hiërarchische overste het advies uit te brengen. Indien deze laatste niet meer in actieve dienst is, wraakt ze zichzelf en de hogere overheid vervangt de eerste overheid in die taak.
Dezelfde procedure kan uitzonderlijk toegepast worden door de opeenvolgende functionele oversten van de kandidaat.
In dat geval wordt zij vervangen door de onmiddellijk hogere overheid of bij gebreke daaraan door (een opperofficier aangewezen door) (de chef defensie) (...).
Wanneer de (chef defensie) (...) zichzelf moet wraken als eerste of tweede adviserende overheid, wordt het advies uitgebracht door een opperofficier aangeduid door de Minister van [1 Defensie]1.
§ 2. In geval dat de eerste adviserende overheid meent dat zij niet bekwaam is om advies uit te brengen om reden dat zij de kandidaat onvoldoende kent wat slechts mag ingeroepen worden indien deze minder dan zes maanden onder haar bevel is, dan verzoekt zij de vorige hiërarchische overste het advies uit te brengen. Indien deze laatste niet meer in actieve dienst is, wraakt ze zichzelf en de hogere overheid vervangt de eerste overheid in die taak.
Dezelfde procedure kan uitzonderlijk toegepast worden door de opeenvolgende functionele oversten van de kandidaat.
Art. 3. § 1. Une autorité ne peut émettre un avis si elle est (le conjoint (ou cohabitant légal,) ou un parent ou allié) du candidat jusqu'au quatrième degré ou si elle est elle-même candidate au même grade au cours de la même procédure d'avancement dans le même corps ou, s'il s'agit de l'avancement aux grades d'officier supérieur ou général, lorsque cette candidature est examinée par le même comité d'avancement.
Dans ces cas, elle est remplacée par l'autorité immédiatement supérieure ou, à défaut, par (un officier général désigné par) (le chef de la défense) (...).
Lorsque le (chef de la défense) (...) doit se recuser en tant que première ou seconde autorité appelée à émettre un avis, celui-ci est émis par un officier général désigné par le (ministre de la Défense).
§ 2. Au cas où la première autorité appelée à émettre un avis estime, en raison d'une connaissance insuffisante du candidat, qui ne peut être invoquée que si celui-ci est sous ses ordres depuis moins de six mois, qu'elle n'est pas à même d'émettre un avis, elle demande au supérieur hiérarchique précédent d'émettre l'avis. Si ce dernier n'est plus en activité de service, elle se récuse et l'autorité de rang supérieur se substitue à la première autorité.
La même procédure peut être appliquée exceptionnellement par les supérieurs fonctionnels successifs du candidat.
Dans ces cas, elle est remplacée par l'autorité immédiatement supérieure ou, à défaut, par (un officier général désigné par) (le chef de la défense) (...).
Lorsque le (chef de la défense) (...) doit se recuser en tant que première ou seconde autorité appelée à émettre un avis, celui-ci est émis par un officier général désigné par le (ministre de la Défense).
§ 2. Au cas où la première autorité appelée à émettre un avis estime, en raison d'une connaissance insuffisante du candidat, qui ne peut être invoquée que si celui-ci est sous ses ordres depuis moins de six mois, qu'elle n'est pas à même d'émettre un avis, elle demande au supérieur hiérarchique précédent d'émettre l'avis. Si ce dernier n'est plus en activité de service, elle se récuse et l'autorité de rang supérieur se substitue à la première autorité.
La même procédure peut être appliquée exceptionnellement par les supérieurs fonctionnels successifs du candidat.
Afdeling III. - Wijze waarop de adviezen worden uitgebracht.
Section III. - La manière dont les avis sont donnés.
Art. 4. De adviezen zijn de conclusie van een totale beoordeling wat betreft :
1° [1 de beoordelingsgegevens die voorkomen in het persoonlijk dossier;]1
2° [1 ...]1
3° de vermoedelijke geschiktheid om de functies van de hogere graad uit te oefenen.
1° [1 de beoordelingsgegevens die voorkomen in het persoonlijk dossier;]1
2° [1 ...]1
3° de vermoedelijke geschiktheid om de functies van de hogere graad uit te oefenen.
Art. 4. Les avis sont la conclusion d'une appréciation globale portant sur :
1° [1 les données d'appréciation figurant dans le dossier personnel;]1
2° [1 ...]1
3° l'aptitude présumée à exercer les fonctions du grade supérieur.
1° [1 les données d'appréciation figurant dans le dossier personnel;]1
2° [1 ...]1
3° l'aptitude présumée à exercer les fonctions du grade supérieur.
Art. 5. De adviezen luiden bij wijze van synthese " gunstig " of " ongunstig ".
Gemotiveerd worden :
1° de eerste twee adviezen over de kandidatuur voor een graad van hoofdofficier of opperofficier;
2° al de overige adviezen, wanneer die ongunstig zijn.
Gemotiveerd worden :
1° de eerste twee adviezen over de kandidatuur voor een graad van hoofdofficier of opperofficier;
2° al de overige adviezen, wanneer die ongunstig zijn.
Art. 5. Les avis sont exprimés par la mention de synthèse " favorable " ou " défavorable ".
Sont motivés :
1° les deux premiers avis donnés au sujet de la candidature à un grade d'officier supérieur ou général;
2° tous les autres avis, lorsqu'ils sont défavorables.
Sont motivés :
1° les deux premiers avis donnés au sujet de la candidature à un grade d'officier supérieur ou général;
2° tous les autres avis, lorsqu'ils sont défavorables.
HOOFDSTUK II. - (...).
CHAPITRE II. - (...)
Afdeling I. - (...).
Section I. - (...)
Art. 6. (Opgeheven)
Art. 6. (Abrogé)
Afdeling II. - (...).
Section II. - (...)
Art. 7. (Opgeheven)
Art. 7. (Abrogé)
Afdeling III. - (...).
Section III. - (...)
Art. 8. (Opgeheven)
Art. 8. (Abrogé)
Art. 9. (Opgeheven)
Art. 9. (Abrogé)
Art. 10. (Opgeheven)
Art. 10. (Abrogé)
HOOFDSTUK III. - (De bevorderingsvoordracht).
CHAPITRE III. - (La proposition d'avancement).
Art. 11. § 1. (Elke bevorderingsvoordracht moet) :
1° ondertekend en gedagtekend worden door de overheid die ze heeft opgemaakt;
2° bekendgemaakt worden aan de betrokkene met inachtneming van de maatregelen die krachtens artikel 18 van dit besluit zijn genomen.
Na de bekendmaking ondertekent de betrokkene zelf de documenten na de vermelding " mij bekend " te hebben neergeschreven.
Boven de handtekening moet de datum worden opgetekend waarop ze werd aangebracht.
§ 2. Is de betrokkene van mening dat de adviezen of beoordelingen die te zijnen opzichte werden uitgebracht niet overeenstemmen met deze welke hij meent verdient te hebben, dan kan hij een verweerschrift indienen.
Mocht hij van dit recht gebruik maken dan voegt hij aan de vermelding " mij bekend " toe : " verweerschrift volgt ". In dit geval beschikt hij over een termijn van (vijf) werkdagen om zijn verweerschrift in te dienen.
(De reserveofficier die van dit recht gebruik maakt, voegt aan de vermelding " mij bekend " toe : " verweerschrift in bijlage ". In dit geval beschikt hij over een termijn van (vijf) werkdagen om (de documenten) vergezeld van zijn verweerschrift, terug te zenden.)
§ 3. Indien het verweerschrift binnen de in § 2 bepaalde termijn wordt bezorgd, ondertekent de betrokken officier een tweede maal onderaan de betwiste documenten. (Deze bepaling betreft niet de reserveofficieren.)
In dit geval moet de handtekening door de datum en de vermelding " verweerschrift toegevoegd " worden voorafgegaan.
(Indien de overheid van mening is dat zij haar adviezen of beoordelingen niet hoeft te wijzigen noch beschouwingen hoeft toe te voegen aan het verweerschrift, dagtekent en ondertekent zij het verweerschrift en zendt de bevorderingsvoordracht en het verweerschrift naar de hogere overheid bedoeld in artikel 2.)
(Iedere beschouwing die de overheid in verband met dit verweerschrift nodig mocht achten toe te voegen evenals de punten waarop zij het eens is met de betrokken officier worden ter kennis van deze laatste gebracht. Deze dagtekent en ondertekent deze documenten na de vermelding " gezien en voor kennisname " te hebben neergeschreven zonder dat hij nog nieuwe argumenten kan aanvoeren. Vervolgens worden de bevorderingsvoordracht en deze documenten gezonden naar de hogere overheid bedoeld in artikel 2.)
§ 4. Wordt het verweerschrift niet ingediend binnen de termijn die bij § 2 is bepaald dan bezorgt de overheid het dossier aan de hogere overheid en schrijft onderaan het betwiste document : " verweerschrift niet ingediend op ... ".
1° ondertekend en gedagtekend worden door de overheid die ze heeft opgemaakt;
2° bekendgemaakt worden aan de betrokkene met inachtneming van de maatregelen die krachtens artikel 18 van dit besluit zijn genomen.
Na de bekendmaking ondertekent de betrokkene zelf de documenten na de vermelding " mij bekend " te hebben neergeschreven.
Boven de handtekening moet de datum worden opgetekend waarop ze werd aangebracht.
§ 2. Is de betrokkene van mening dat de adviezen of beoordelingen die te zijnen opzichte werden uitgebracht niet overeenstemmen met deze welke hij meent verdient te hebben, dan kan hij een verweerschrift indienen.
Mocht hij van dit recht gebruik maken dan voegt hij aan de vermelding " mij bekend " toe : " verweerschrift volgt ". In dit geval beschikt hij over een termijn van (vijf) werkdagen om zijn verweerschrift in te dienen.
(De reserveofficier die van dit recht gebruik maakt, voegt aan de vermelding " mij bekend " toe : " verweerschrift in bijlage ". In dit geval beschikt hij over een termijn van (vijf) werkdagen om (de documenten) vergezeld van zijn verweerschrift, terug te zenden.)
§ 3. Indien het verweerschrift binnen de in § 2 bepaalde termijn wordt bezorgd, ondertekent de betrokken officier een tweede maal onderaan de betwiste documenten. (Deze bepaling betreft niet de reserveofficieren.)
In dit geval moet de handtekening door de datum en de vermelding " verweerschrift toegevoegd " worden voorafgegaan.
(Indien de overheid van mening is dat zij haar adviezen of beoordelingen niet hoeft te wijzigen noch beschouwingen hoeft toe te voegen aan het verweerschrift, dagtekent en ondertekent zij het verweerschrift en zendt de bevorderingsvoordracht en het verweerschrift naar de hogere overheid bedoeld in artikel 2.)
(Iedere beschouwing die de overheid in verband met dit verweerschrift nodig mocht achten toe te voegen evenals de punten waarop zij het eens is met de betrokken officier worden ter kennis van deze laatste gebracht. Deze dagtekent en ondertekent deze documenten na de vermelding " gezien en voor kennisname " te hebben neergeschreven zonder dat hij nog nieuwe argumenten kan aanvoeren. Vervolgens worden de bevorderingsvoordracht en deze documenten gezonden naar de hogere overheid bedoeld in artikel 2.)
§ 4. Wordt het verweerschrift niet ingediend binnen de termijn die bij § 2 is bepaald dan bezorgt de overheid het dossier aan de hogere overheid en schrijft onderaan het betwiste document : " verweerschrift niet ingediend op ... ".
Art. 11. § 1. Toute proposition d'avancement (...) doit être :
1° signée et datée par l'autorité qui l'a établie;
2° notifiée à l'intéressé, selon les dispositions prises en vertu de l'article 18 du présent arrêté.
Après notification, l'intéressé signe à son tour les documents " pour vu ".
Sa signature doit être précédée de la date à laquelle celle-ci a été apposée.
§ 2. Dans le cas où l'intéressé estime que les avis ou appréciations qui sont émis à son égard ne sont pas ceux qu'il croit avoir mérités, il peut introduire un mémoire.
S'il use de ce droit, il ajoute après la mention " pour vu " " mémoire suit ". Il dispose dans ce cas de (cinq) jours ouvrables pour introduire son mémoire.
(L'officier de réserve qui use de ce droit, ajoute après la mention " pour vu " : " mémoire en annexe ". Il dispose dans ce cas de (cinq) jours ouvrables pour renvoyer (les documents) accompagnée de son mémoire.)
§ 3. Si le mémoire est remis dans le délai visé au § 2, l'officier intéressé appose une seconde signature au bas des documents d'appréciation contestés. (Cette disposition ne concerne pas les officiers de réserve.)
La signature est dans ce cas précédée de la date et de la mention " ci-joint mémoire ".
(Si l'autorité estime ne pas devoir modifier ses avis ou appréciations ni joindre de considérations au sujet de ce mémoire, elle date et signe le mémoire et transmet la proposition d'avancement et le mémoire à l'autorité supérieure visée à l'article 2.).
(Toute considération que l'autorité jugerait utile de joindre au sujet de ce mémoire ainsi que les points sur lesquels elle donne raison à l'officier en cause sont portés à la connaissance de ce dernier. Celui-ci date et signe " vu et pris connaissance " ces documents sans qu'il puisse encore invoquer de nouveaux arguments. Ensuite, la proposition d'avancement et ces documents sont transmis à l'autorité supérieure visée à l'article 2.)
§ 4. Si le mémoire n'est pas remis dans le délai visé au § 2, l'autorité transmet le dossier à l'autorité supérieure en mentionnant au bas du document contesté : " mémoire non remis à la date du ... ".
1° signée et datée par l'autorité qui l'a établie;
2° notifiée à l'intéressé, selon les dispositions prises en vertu de l'article 18 du présent arrêté.
Après notification, l'intéressé signe à son tour les documents " pour vu ".
Sa signature doit être précédée de la date à laquelle celle-ci a été apposée.
§ 2. Dans le cas où l'intéressé estime que les avis ou appréciations qui sont émis à son égard ne sont pas ceux qu'il croit avoir mérités, il peut introduire un mémoire.
S'il use de ce droit, il ajoute après la mention " pour vu " " mémoire suit ". Il dispose dans ce cas de (cinq) jours ouvrables pour introduire son mémoire.
(L'officier de réserve qui use de ce droit, ajoute après la mention " pour vu " : " mémoire en annexe ". Il dispose dans ce cas de (cinq) jours ouvrables pour renvoyer (les documents) accompagnée de son mémoire.)
§ 3. Si le mémoire est remis dans le délai visé au § 2, l'officier intéressé appose une seconde signature au bas des documents d'appréciation contestés. (Cette disposition ne concerne pas les officiers de réserve.)
La signature est dans ce cas précédée de la date et de la mention " ci-joint mémoire ".
(Si l'autorité estime ne pas devoir modifier ses avis ou appréciations ni joindre de considérations au sujet de ce mémoire, elle date et signe le mémoire et transmet la proposition d'avancement et le mémoire à l'autorité supérieure visée à l'article 2.).
(Toute considération que l'autorité jugerait utile de joindre au sujet de ce mémoire ainsi que les points sur lesquels elle donne raison à l'officier en cause sont portés à la connaissance de ce dernier. Celui-ci date et signe " vu et pris connaissance " ces documents sans qu'il puisse encore invoquer de nouveaux arguments. Ensuite, la proposition d'avancement et ces documents sont transmis à l'autorité supérieure visée à l'article 2.)
§ 4. Si le mémoire n'est pas remis dans le délai visé au § 2, l'autorité transmet le dossier à l'autorité supérieure en mentionnant au bas du document contesté : " mémoire non remis à la date du ... ".
Art. 12. Indien de adviezen en beoordelingen zonder verweerschrift worden aanvaard, wordt (...) het bevorderingsdossier van de ene overheid naar de andere doorgezonden met een verzoek om adviezen en beoordelingen, behalve wanneer een tussenautoriteit een aanvullende of een minder gunstige beoordeling uitbrengt.
In dit geval worden de documenten aan de officier voorgelegd die ze moet ondertekenen vooraleer ze worden toegezonden aan de volgende overheid.
In het tegenovergesteld geval stuurt de hoogste overheid de documenten terug opdat de verschillende adviezen en beoordelingen door de officier zouden medeondertekend worden.
In dit geval worden de documenten aan de officier voorgelegd die ze moet ondertekenen vooraleer ze worden toegezonden aan de volgende overheid.
In het tegenovergesteld geval stuurt de hoogste overheid de documenten terug opdat de verschillende adviezen en beoordelingen door de officier zouden medeondertekend worden.
Art. 12. Si les avis et appréciations sont acceptés sans mémoire, (...) le dossier d'avancement est transmis d'une autorité à l'autre pour avis et appréciations, sauf s'ils font l'objet d'un complément d'appréciation ou d'une appréciation dans un sens moins favorable de la part d'une autorité intermédiaire.
Les documents sont, dans ce cas, soumis à la signature de l'officier avant d'être transmis à l'autorité suivante.
Dans le cas contraire, l'autorité la plus élevée renvoie les documents pour contreseing des différents avis et appréciations par l'officier.
Les documents sont, dans ce cas, soumis à la signature de l'officier avant d'être transmis à l'autorité suivante.
Dans le cas contraire, l'autorité la plus élevée renvoie les documents pour contreseing des différents avis et appréciations par l'officier.
Art. 13. Op de bevorderingsvoordracht mogen de straffen of veroordelingen die de betrokkene heeft opgelopen niet worden vermeld als zij uitgewist zijn, naargelang van het geval, overeenkomstig artikel 40 van de wet van 14 januari 1975 houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht en de artikelen 34 en 35 van het koninklijk besluit van 19 juni 1980 betreffende de militaire tuchtrechtspleging of overeenkomstig de artikelen 619 tot 634 van het Wetboek van Strafvordering.
Art. 13. Il ne peut être fait mention dans la proposition d'avancement des punitions ou condamnations encourues par l'intéressé si elles ont été effacées, selon le cas, conformément à l'article 40 de la loi du 14 janvier 1975 portant le règlement de discipline des forces armées et aux articles 34 et 35 de l'arrêté royal du 19 juin 1980 relatif à la procédure disciplinaire militaire ou conformément aux articles 619 à 634 du Code d'instruction criminelle.
Art. 14. § 1. (De bevorderingsvoordracht wordt) in de taal van de eenheid opgesteld; in de gemengde eenheden worden deze documenten evenwel in de taal van de betrokken officier opgesteld.
§ 2. (Het vliegeniersnotaboekje en het zeemansboek) worden opgesteld in de taal van de betrokkene zoals deze bepaald is bij (artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit van ..... betreffende de beoordelingsprocedure voor de militairen van het actief kader en van het reservekader). Zij worden in de taal van de eenheid bijgehouden. In de gemengde eenheden wordt daartoe evenwel de taal van de betrokken officier gebruikt.
§ 2. (Het vliegeniersnotaboekje en het zeemansboek) worden opgesteld in de taal van de betrokkene zoals deze bepaald is bij (artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit van ..... betreffende de beoordelingsprocedure voor de militairen van het actief kader en van het reservekader). Zij worden in de taal van de eenheid bijgehouden. In de gemengde eenheden wordt daartoe evenwel de taal van de betrokken officier gebruikt.
Art. 14. § 1. (La proposition d'avancement est établie) dans la langue de l'unité; toutefois, dans les unités bilingues, ces documents sont établis dans la langue de l'officier intéressé.
§ 2. (Le carnet de notes d'aviateur) et le carnet de marin sont établis dans la langue de l'intéressé telle qu'elle est définie à (l'article 3, § 3, de l'arrêté royal du ..... relatif à la procédure d'appréciation des militaires du cadre actif et du cadre de réserve). Ils sont tenus à jour dans la langue de l'unité, à l'exception des unités bilingues, où la tenue à jour se fait dans la langue de l'officier intéressé.
§ 2. (Le carnet de notes d'aviateur) et le carnet de marin sont établis dans la langue de l'intéressé telle qu'elle est définie à (l'article 3, § 3, de l'arrêté royal du ..... relatif à la procédure d'appréciation des militaires du cadre actif et du cadre de réserve). Ils sont tenus à jour dans la langue de l'unité, à l'exception des unités bilingues, où la tenue à jour se fait dans la langue de l'officier intéressé.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 15. In de gevallen bedoeld in artikel 2, § 1, tweede en derde lid, kan de eerste tot het uitbrengen van advies bevoegde overheid, bij wijze van inlichting en voor zover zij dat nuttig acht, om een geschreven advies verzoeken over de geschiktheid voor het uitoefenen van de functies van de hogere graad, bij de militaire of burgerlijke, nationale of vreemde autoriteit waarvan de kandidaat afhangt of waarbij deze een cumulatiefunctie uitoefent.
Dit advies wordt onmiddellijk in het persoonlijk dossier van de betrokkene opgenomen.
Dit advies wordt onmiddellijk in het persoonlijk dossier van de betrokkene opgenomen.
Art. 15. Dans les cas visés à l'article 2, § 1er, alinéas 2 et 3, la première autorité compétente pour donner un avis peut, à titre d'information et pour autant qu'elle le juge utile, demander à l'autorité militaire ou civile, nationale ou étrangère dont dépend le candidat ou auprès de laquelle celui-ci exerce une fonction en cumul, un avis écrit sur l'aptitude à l'exercice des fonctions du grade supérieur.
Cet avis est immédiatement classé dans le dossier personnel de l'intéressé.
Cet avis est immédiatement classé dans le dossier personnel de l'intéressé.
Art. 16. § 1. Een bevorderingsdossier wordt samengesteld met het oog op het onderzoek van de kandidatuur voor :
a) een graad van lager officier doch uitsluitend bij een ongunstig advies;
b) een graad van hoofdofficier of van generaal-majoor of een gelijkwaardige graad.
§ 2. (Het bevorderingsdossier omvat :
1° het persoonlijk dossier van de kandidaat [1 ...]1;
2° een bevorderingsvoordracht;
3° in voorkomend geval, het vliegeniersnotaboekje en het zeemansboek.)
a) een graad van lager officier doch uitsluitend bij een ongunstig advies;
b) een graad van hoofdofficier of van generaal-majoor of een gelijkwaardige graad.
§ 2. (Het bevorderingsdossier omvat :
1° het persoonlijk dossier van de kandidaat [1 ...]1;
2° een bevorderingsvoordracht;
3° in voorkomend geval, het vliegeniersnotaboekje en het zeemansboek.)
Art. 16. § 1. Un dossier d'avancement est établi en vue de l'examen de la candidature :
a) à un grade d'officier subalterne, mais uniquement en cas d'avis défavorable;
b) à un grade d'officier supérieur ou au grade de général-major ou à un grade équivalent.
§ 2. (Le dossier d'avancement comprend :
1° le dossier personnel du candidat [1 ...]1;
2° une proposition d'avancement;
3° le cas échéant, le carnet de notes d'aviateur et le carnet de marin.)
a) à un grade d'officier subalterne, mais uniquement en cas d'avis défavorable;
b) à un grade d'officier supérieur ou au grade de général-major ou à un grade équivalent.
§ 2. (Le dossier d'avancement comprend :
1° le dossier personnel du candidat [1 ...]1;
2° une proposition d'avancement;
3° le cas échéant, le carnet de notes d'aviateur et le carnet de marin.)
Art. 17. Een officier mag altijd de samenstelling van zijn persoonlijk dossier en, in voorkomend geval, zijn (vliegeniersnotaboekje) of zijn (zeemansboek) nazien. Op het ogenblik waarop hij dit recht uitoefent, is hij gemachtigd elke onregelmatigheid in verband met de samenstelling van dit dossier of met de vermeldingen in het notaboekje van het varend personeel of in het zeemansboekje kenbaar te maken.
Wanneer evenwel (...) een bevorderingsprocedure aan de gang is, mag hij slechts daartoe overgaan op het ogenblik dat de adviezen van de eerste overheid hem worden bekendgemaakt.
Wanneer evenwel (...) een bevorderingsprocedure aan de gang is, mag hij slechts daartoe overgaan op het ogenblik dat de adviezen van de eerste overheid hem worden bekendgemaakt.
Art. 17. Un officier a, en tout temps, un droit de regard sur la composition de son dossier personnel ainsi qu'éventuellement sur son carnet de notes (d'aviateur) ou de marin selon le cas. Il peut, au moment où il exerce ce droit, faire mention de toute anomalie dans la composition de ce dossier ou dans les mentions du carnet.
Toutefois, lorsqu'une procédure (...) d'avancement est en cours, il ne peut le faire qu'au moment où lui sont notifiés les avis de la première autorité.
Toutefois, lorsqu'une procédure (...) d'avancement est en cours, il ne peut le faire qu'au moment où lui sont notifiés les avis de la première autorité.
Art. 18. (De directeur-generaal human resources bepaalt het model van de bevorderingsvoordracht. Hij bepaalt eveneens het model van het vliegeniersnotaboekje en het zeemansboek.)
Deze autoriteiten bepalen eveneens op welke wijze de voormelde documenten moeten worden ingevuld, doorgezonden en administratief behandeld.
Deze autoriteiten bepalen eveneens op welke wijze de voormelde documenten moeten worden ingevuld, doorgezonden en administratief behandeld.
Art. 18. (Le directeur général human resources détermine le modèle de la proposition d'avancement. Il détermine également le modèle du carnet de notes d'aviateur et du carnet de marin.)
Ces autorités déterminent également la manière de remplir et le mode d'acheminement et de traitement administratif des documents précités.
Ces autorités déterminent également la manière de remplir et le mode d'acheminement et de traitement administratif des documents précités.
Art. 19. Bij overgangsmaatregel worden de signalementsnota's met evaluatienota's gelijkgesteld voor de toepassing van dit besluit.
Art. 19. Par mesure transitoire, les notes de signalement sont assimilées aux notes d'évaluation pour l'application du présent arrêté.