Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 NOVEMBER 1978. - Koninklijk besluit nr. 23 tot uitvoering van artikel 71 van de wet houdende economische en budgettaire hervormingen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-03-1991 en tekstbijwerking tot 31-12-2010)
Titre
27 NOVEMBRE 1978. - Arrêté royal n°23 portant exécution de l'article 71 de la loi de réformes économiques et budgétaires. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-03-1991 et mise à jour au 31-12-2010)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. _ Maatregelen betreffende de toepa...
HOOFDSTUK II. _ Maatregelen betreffende de inaa...
HOOFDSTUK III. _ Verjaring van schuldvorderinge...
HOOFDSTUK IV. _ Wijzigingen, inzake pensioenen,...
HOOFDSTUK V. _ Weerslag inzake pensioenen, van ...
HOOFDSTUK VI. _ Maatregelen betreffende de pens...
Inhoud
CHAPITRE IER. _ Mesures relatives à l'applicati...
CHAPITRE II. _ Mesures relatives à l'admissibil...
CHAPITRE III. _ Prescription des créances résul...
CHAPITRE IV. _ Modifications, en matière de pen...
CHAPITRE V. _ Incidence, en matière de pension,...
CHAPITRE VI. _ Mesures relatives à l'âge de la ...
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK I. _ Maatregelen betreffende de toepassing van de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden.
CHAPITRE IER. _ Mesures relatives à l'application de la loi du 28 avril 1958 relative à la pension des membres du personnel des organismes d'intérêt public et de leurs ayants droit.
Artikel 1.
Article 1.
Art. 2.
Art. 2.
Art. 3. De diensten bewezen bij een Officiële Werkbeurs, bij een gemeentelijk, tussengemeentelijk of provinciaal werkloosheidsfonds, bij een dienst voor Arbeidsbemiddeling en werkloosheid, alsmede bij de voormalige Ziekenkassen gevestigd in de kantons Eupen, Malmédy en Sankt-Vith worden gelijkgesteld met diensten bewezen bij een afgeschafte instelling van openbaar nut waarvan sprake is in artikel 5 van de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden.
Art. 3. Les services rendus dans une Bourse Officielle du Travail, dans un Fonds de chômage communal, intercommunal ou provincial, dans un Office de placement et du chômage ainsi que dans les anciennes Caisses de Malades des Cantons d'Eupen, Malmédy et Saint-Vith, sont assimilés à des services rendus dans un organisme d'intérêt public supprimé dont question à l'article 5 de la loi du 28 avril 1958 relative à la pension des membres du personnel de certains organismes d'intérêt public et de leurs ayants droit.
Art. 4.
Art. 4.
Art. 5. De artikelen 1 en 3 hebben uitwerking met ingang van 1 juni 1958.
Paragraaf 1 van artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1976 en paragraaf 2 op de ingangsdatum vande pensioenen toegekend krachtens artikel 2 van de wet van 28 april 1958.
Paragraaf 1 van artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1976 en paragraaf 2 op de ingangsdatum vande pensioenen toegekend krachtens artikel 2 van de wet van 28 april 1958.
Art. 5. Les articles 1er et 3 produisent leurs effets le 1er juin 1958.
Le paragraphe premier de l'article 2 produit ses effets le 1er janvier 1976 et le paragraphe 2 à la date de prise de cours des pensions accordées en exécution de l'article 2 de la loi du 28 avril 1958.
Le paragraphe premier de l'article 2 produit ses effets le 1er janvier 1976 et le paragraphe 2 à la date de prise de cours des pensions accordées en exécution de l'article 2 de la loi du 28 avril 1958.
HOOFDSTUK II. _ Maatregelen betreffende de inaanmerkingneming van diensten bewezen in de overheidssector.
CHAPITRE II. _ Mesures relatives à l'admissibilité des services rendus dans le secteur public.
Art. 6.
Art. 6.
Art. 7.
Art. 7.
Art. 8. De Koning mag alle maatregelen treffen die nodig zijn om de moeilijkheden op te lossen die zouden rijzen bij de toepassing van artikel 6.
Hij mag onder meer fictieve weddeschalen toekennen aan ambten of aan graden die niet meer bestaan, of ze gelijkstellen met bestaande ambten of graden.
De besluiten worden getroffen op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de Administratie der pensioenen behoort.
Hij mag onder meer fictieve weddeschalen toekennen aan ambten of aan graden die niet meer bestaan, of ze gelijkstellen met bestaande ambten of graden.
De besluiten worden getroffen op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de Administratie der pensioenen behoort.
Art. 8. Le Roi peut prendre toutes les mesures nécessaires à la solution des difficultés auxquelles donnerait lieu d'application de l'article 6.
Il peut notamment attribuer des bar mes fictifs à des fonctions ou des grades qui n'existent plus ou les assimiler à des fonctions ou des grades existants.
Les arrêtés sont pris sur la proposition du Ministre qui a l'Administration des pensions dans ses attributions.
Il peut notamment attribuer des bar mes fictifs à des fonctions ou des grades qui n'existent plus ou les assimiler à des fonctions ou des grades existants.
Les arrêtés sont pris sur la proposition du Ministre qui a l'Administration des pensions dans ses attributions.
Art. 9. <W 2003-12-11/33, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 15-12-2003> Voorzover zij niet reeds krachtens een wettelijke of reglementaire bepaling in aanmerking komen, geven de diensten bewezen in de hoedanigheid van telegrambesteller, zowel als geïmmatriculeerd dan als niet-geïmmatriculeerd personeelslid, bij Belgacom of bij het vroegere bestuur in de plaats waarvan Belgacom werd ingesteld, aanleiding tot de toepassing van het pensioenstelsel ingesteld ten voordele van het administratief rijkspersoneel.
Art. 9. <L 2003-12-11/33, art. 27, 003; En vigueur : 15-12-2003> Pour autant qu'ils ne soient pas déjà admissibles en vertu d'une disposition légale ou réglementaire, les services accomplis en qualité de porteur de télégrammes, immatriculé ou non, à Belgacom ou à l'ancienne administration à laquelle Belgacom a été substituée, donnent lieu à l'application du régime des pensions établi pour le personnel administratif de l'Etat.
Art. 10. De op de datum van de inwerkingtreding van het huidige hoofdstuk lopende rust- en overlevingspensioenen, ten laste van één van de pensioenregelingen waarop de wet van 14 april 1965 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenstelsels van de openbare sector van toepassing is, worden op aanvraag van de betrokkenen herzien rekening houdend met het bepaalde in de artikelen 6 en 9.
Deze aanvraag tot herziening heeft uitwerking :
_op de eerste dag van de maand volgend op die gedurende welke het huidige besluit zal zijn bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, voor zover zij binnen de zes maanden na deze bekendmaking wordt ingediend;
_op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de aanvraag werd ingediend, in de andere gevallen.
De Koning bepaalt de herzieningsmodaliteiten van de pensioenen ten laste van de Openbare Schatkist, van de instellingen waarop het koninklijk besluit nr. 117 van 27 februari 1935 tot vaststelling van het statuut der pensioenen van het personeel der zelfstandige openbare inrichtingen en der regieën ingesteld door de Staat, toepasselijk is, van [1 bpost]1, van de Regie voor Maritiem Transport en van de instellingen waarop de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun recht-hebbenden toepasselijk is verklaard. <W 1991-03-21/30, art. 130, 002; Inwerkingtreding : 01-10-1992>
Deze aanvraag tot herziening heeft uitwerking :
_op de eerste dag van de maand volgend op die gedurende welke het huidige besluit zal zijn bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, voor zover zij binnen de zes maanden na deze bekendmaking wordt ingediend;
_op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de aanvraag werd ingediend, in de andere gevallen.
De Koning bepaalt de herzieningsmodaliteiten van de pensioenen ten laste van de Openbare Schatkist, van de instellingen waarop het koninklijk besluit nr. 117 van 27 februari 1935 tot vaststelling van het statuut der pensioenen van het personeel der zelfstandige openbare inrichtingen en der regieën ingesteld door de Staat, toepasselijk is, van [1 bpost]1, van de Regie voor Maritiem Transport en van de instellingen waarop de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun recht-hebbenden toepasselijk is verklaard. <W 1991-03-21/30, art. 130, 002; Inwerkingtreding : 01-10-1992>
Art. 10. Les pensions de retraite et de survie à charge d'un des régimes de pensions auxquels la loi du 14 avril 1965 établissant certaines relations entre les divers régimes de pensions du secteur public est applicable, en cours à la date de l'entrée en vigueur du présent chapitre, sont révisées à la demande des intéressés, compte tenu des dispositions des articles 6 et 9.
Cette demande de révision produit ses effets :
_le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le présent arrêté aura été publié au Moniteur belge, pour autant qu'elle soit introduite dans les six mois suivant la date de cette publication;
_le premier jour du mois suivant celui au cours duquel elle est introduite, dans les autres cas.
Le Roi fixe les modalités de révision des pensions à charge du Trésor public, des organismes auxquels s'applique l'arrêté royal n° 117 du 27 février 1935 établissant le statut des pensions du personnel des établissements publics autonomes et des régies institués par l'Etat, de [1 bpost], de la Régie des Transports maritimes, et des organismes auxquels a été rendue applicable la loi du 28 avril 1958 relative à la pension des membres du personnel de certains organismes d'intérêt public et de leurs ayants droit.
Cette demande de révision produit ses effets :
_le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le présent arrêté aura été publié au Moniteur belge, pour autant qu'elle soit introduite dans les six mois suivant la date de cette publication;
_le premier jour du mois suivant celui au cours duquel elle est introduite, dans les autres cas.
Le Roi fixe les modalités de révision des pensions à charge du Trésor public, des organismes auxquels s'applique l'arrêté royal n° 117 du 27 février 1935 établissant le statut des pensions du personnel des établissements publics autonomes et des régies institués par l'Etat, de [1 bpost], de la Régie des Transports maritimes, et des organismes auxquels a été rendue applicable la loi du 28 avril 1958 relative à la pension des membres du personnel de certains organismes d'intérêt public et de leurs ayants droit.
Änderungen
Art. 11. (Opgeheven) <W 2003-12-11/33, art. 28, 003; Inwerkingtreding : 15-12-2003>
Art. 11. (Abrogé) <L 2003-12-11/33, art. 28, 003; En vigueur : 15-12-2003>
Art. 12. Het onderhavig hoofdstuk treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke het huidige besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art. 12. Le présent chapitre entre en vigueur le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le présent arrêté aura été publié au Moniteur belge.
HOOFDSTUK III. _ Verjaring van schuldvorderingen voortspruitend uit bedragen die onverschuldigd werden uitbetaald inzake vergoedingen toegekend krachtens de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector.
CHAPITRE III. _ Prescription des créances résultant de montants payés indûment en matière d'indemnités octroyées en vertu de la loi du 3 juillet 1967 sur la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public.
Art. 13.
Art. 13.
Art. 14.
Art. 14.
Art. 15. De artikelen 13 en 14 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 1977.
Art. 15. Les articles 13 et 14 produisent leurs effets le 1er janvier 1977.
HOOFDSTUK IV. _ Wijzigingen, inzake pensioenen, aan de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instellingen.
CHAPITRE IV. _ Modifications, en matière de pensions, à la loi du 27 juillet 1971 sur le financement et le contrôle des institutions universitaires.
Art. 16.
Art. 16.
Art. 17. De Koning mag op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de Administratie der Pensioenen behoort, alle maatregelen treffen, die nodig zijn om de moeilijkheden op te lossen die, voor de vaststelling van de rust- en overlevingspensioenen, zouden rijzen bij het toepassen van het huidig hoofdstuk.
Art. 17. Le Roi peut prendre, sur la proposition du Ministre qui a l'Administration des pensions dans ses attributions, toutes les mesures nécessaires à la solution des difficultés auxquelles donnerait lieu l'application du présent chapitre pour l'établissement des pensions de retraite et de survie.
Art. 18. De artikelen 16 en 17 hebben uitwerking met ingang van 1 juli 1971.
Art. 18. Les articles 16 et 17 produisent leurs effets le 1er juillet 1971.
HOOFDSTUK V. _ Weerslag inzake pensioenen, van bepaalde diensten die in aanmerking komen voor de vaststelling van de wedde van de personeelsleden van het onderwijs.
CHAPITRE V. _ Incidence, en matière de pension, de certains services admissibles pour la détermination du traitement des membres du personnel de l'enseignement.
Art. 19. De personeelsleden van het kleuter-, lager, bijzonder, middelbaar, normaal-, technisch, kunst- en zeevaartonderwijs, die in aanmerking komen om een rustpensioen ten laste van de Openbare Schatkist te bekomen, mogen voor de vaststelling van het minimum aantal dienstjaren dat vereist is voor de toekenning van het recht op pensioen doen meetellen :
a) de koloniale diensten opgesomd in artikel 22 van de wet van 2 augustus 1955 houdende perekwatie van de rust- en overlevingspensioenen;
b) alle diensten die in aanmerking komen voor de vaststelling van hun wedde, binnen de voorwaarden en de grenzen vastgesteld door het geldelijk statuut dat op hen van toepassing is.
Indien de betrokkenen krachtens een vaste of een daarmee gelijkgestelde benoeming, diensten bewezen hebben in het kleuter- of het lager onderwijs of in het met deze onderwijsniveau's overeenstemmend bijzonder onderwijs, mogen zij bovendien voor de berekening van hun pensioen, alle diensten doen meetellen die in aanmerking komen voor de vaststelling van de wedden van de personeelsleden van het kleuter- of lager onderwijs of van het met die onderwijsniveau's overeenstemmend bijzonder onderwijs.
De verantwoording van de voormelde diensten vastgesteld inzake de wedden, is geldig inzake pensioenen.
a) de koloniale diensten opgesomd in artikel 22 van de wet van 2 augustus 1955 houdende perekwatie van de rust- en overlevingspensioenen;
b) alle diensten die in aanmerking komen voor de vaststelling van hun wedde, binnen de voorwaarden en de grenzen vastgesteld door het geldelijk statuut dat op hen van toepassing is.
Indien de betrokkenen krachtens een vaste of een daarmee gelijkgestelde benoeming, diensten bewezen hebben in het kleuter- of het lager onderwijs of in het met deze onderwijsniveau's overeenstemmend bijzonder onderwijs, mogen zij bovendien voor de berekening van hun pensioen, alle diensten doen meetellen die in aanmerking komen voor de vaststelling van de wedden van de personeelsleden van het kleuter- of lager onderwijs of van het met die onderwijsniveau's overeenstemmend bijzonder onderwijs.
De verantwoording van de voormelde diensten vastgesteld inzake de wedden, is geldig inzake pensioenen.
Art. 19. Les membres du personnel de l'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, normal, technique, artistique et maritime, admis à bénéficier d'une pension de retraite à charge du Trésor public, peuvent faire compter, pour la fixation du nombre minimum d'années de service requis pour l'ouverture du droit à leur pension :
a) les services coloniaux énumérés à l'article 22 de la loi du 2 août 1955 portant péréquation des pensions de retraite et de survie;
b) tous les services admis pour la détermination de leur traitement, dans les conditions et limites fixées par le statut pécuniaire qui leur est applicable.
Si les intéressés ont exercé des fonctions dans l'enseignement gardien ou primaire, ou dans l'enseignement spécial correspondant à ces niveaux d'enseignement en vertu d'une nomination à titre définitif ou d'une nomination y assimilée, ils peuvent en outre faire valoir pour le calcul de leur pension, tous les services admis pour la détermination des traitements des membres du personnel de l'enseignement gardien ou primaire, ou de l'enseignement spécial correspondant à ces niveaux d'enseignement.
La justification des services prestés, établie en matière de traitement, est valable en matière de pension.
a) les services coloniaux énumérés à l'article 22 de la loi du 2 août 1955 portant péréquation des pensions de retraite et de survie;
b) tous les services admis pour la détermination de leur traitement, dans les conditions et limites fixées par le statut pécuniaire qui leur est applicable.
Si les intéressés ont exercé des fonctions dans l'enseignement gardien ou primaire, ou dans l'enseignement spécial correspondant à ces niveaux d'enseignement en vertu d'une nomination à titre définitif ou d'une nomination y assimilée, ils peuvent en outre faire valoir pour le calcul de leur pension, tous les services admis pour la détermination des traitements des membres du personnel de l'enseignement gardien ou primaire, ou de l'enseignement spécial correspondant à ces niveaux d'enseignement.
La justification des services prestés, établie en matière de traitement, est valable en matière de pension.
Art. 20. Indien in de periode, op basis waarvan het vijfjarig gemiddelde moet vastgesteld worden dat tot grondslag dient voor de berekening van het pensioen, diensten voorkomen zoals bedoeld in artikel 19, dan zijn de wedden verbonden aan de bedoelde diensten die welke de betrokkenen zouden genoten hebben krachtens de weddeschaal verbonden aan de eerste in het onderwijs uitgeoefende functie.
Art. 20. Si des services visés par l'article 19 interviennent dans la période à considérer pour le calcul de la moyenne quinquennale servant de base à la pension, les traitements afférents aux services en cause sont ceux dont les intéressés auraient joui sur la base de l'échelle barémique se rapportant à la fonction exercée en premier lieu dans l'enseignement.
Art. 21. De artikelen 2 en 6 van de wet van 10 juni 1937 inzake de pensioenen en de terbeschikkingstelling van de leden van het onderwijzend personeel der aangenomen en aanneembare scholen, zomede de erkende vrije normaalscholen, worden opgeheven.
Art. 21. Les articles 2 et 6 de la loi du 10 juin 1937 relative aux pensions et à la mise en disponibilité des membres du personnel enseignant des écoles adoptées et adoptables ainsi que des écoles normales libres agréées sont abrogés.
Art. 22. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 september 1975.
Art. 22. Le présent chapitre produit ses effets le 1er septembre 1975.
HOOFDSTUK VI. _ Maatregelen betreffende de pensioengerechtigde leeftijd voor leden van het onderwijs die in Congo of Rwanda-Burundi in het onderwijs diensten hebben bewezen.
CHAPITRE VI. _ Mesures relatives à l'âge de la mise à la retraite de membres de l'enseignement ayant été en service dans l'enseignement au Congo ou au Rwanda-Burundi.
Art. 23. De leden van het kleuter-, lager, bijzonder, middelbaar, normaal-, technisch, kunst- en zeevaartonderwijs die hun diensten in het onderwijs in België hebben onderbroken en zich op 31 december 1960 in dienst bevonden in het onderwijs in Congo of in Rwanda-Burundi, kunnen op pensioen gesteld worden op de leeftijd vastgesteld bij de bepalingen die op die datum van toepassing waren voor de onderwijskategorie waartoe zij behoren op het ogenblik van hun oppensioenstelling.
Hetzelfde geldt indien de betrokkenen zich op 31 december 1960 in herstelverlof of verlof voor termijneinde bevonden, of een overgangsverlof of verlofgeld genoten overeenkomstig de op 21 mei 1964 gecoördineerde wetten betreffende het personeel in Afrika.
Hetzelfde geldt indien de betrokkenen zich op 31 december 1960 in herstelverlof of verlof voor termijneinde bevonden, of een overgangsverlof of verlofgeld genoten overeenkomstig de op 21 mei 1964 gecoördineerde wetten betreffende het personeel in Afrika.
Art. 23. Les membres de l'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, normal, technique, artistique et maritime qui, ayant interrompu leurs services dans l'enseignement en Belgique, se trouvaient en service dans l'enseignement au Congo ou au Rwanda-Burundi au 31 décembre 1960, peuvent obtenir leur mise à la retraite à l'âge prévu par les dispositions qui étaient en vigueur à cette date pour la catégorie d'enseignement à laquelle ils appartiennent lors de leur mise à la retraite.
Il en est de même si les intéressés se trouvaient, au 31 décembre 1960, en congé de reconstitution ou de fin de terme, ou bénéficiaient d'un congé de transition ou d'une allocation de congé en vertu des lois relatives au personnel d'Afrique, coordonnées le 21 mai 1964.
Il en est de même si les intéressés se trouvaient, au 31 décembre 1960, en congé de reconstitution ou de fin de terme, ou bénéficiaient d'un congé de transition ou d'une allocation de congé en vertu des lois relatives au personnel d'Afrique, coordonnées le 21 mai 1964.
Art. 24. Artikel 23 treedt in werking op de datum van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 24. L'article 23 entre en vigueur le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Art. 25. Onze Ministers zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 25. Nos Ministres sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.