Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
7 AUGUSTUS 1987. - Wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987. (NOTA : Gecoördineerd bij KB2008-07-10/89, art. 1, 1°)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-01-1989 en tekstbijwerking tot 29-12-2017)
Titre
7 AOUT 1987. - Loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987.(NOTE : Coordonnée par AR2008-07-10/89, art. 1, 1°)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-01-1989 et mise à jour au 29-12-2017)
Dokumentinformationen
Numac: 1987800433
Datum: 1987-08-07
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1987800433
Date: 1987-08-07
Moniteur: Voir
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepalingen. HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en begripsomsc... Afdeling 1. - Ziekenhuizen. Afdeling 2. - Psychiatrische ziekenhuizen. Afdeling 3. - Universitaire ziekenhuizen. Afdeling 4. - Medisch-sociale inrichtingen. Afdeling 5. - (Plaatsen van beschut wonen en do... Afdeling 6. Kleine ziekenhuizen. Afdeling 7. - Andere begripsomschrijvingen. Afdeling 8. _ (Samenwerkingsverbanden tussen ve... Afdeling 8bis. - (Netwerk en zorgcircuit). (NO... Afdeling 9. - Zorgprogramma's. Afdeling 10. - Aan het ziekenhuis verbonden vr... Afdeling 11. - Referentiecentra. HOOFDSTUK II. - Beheer van ziekenhuizen. Afdeling 1. - Algemeen. Afdeling 2. - De beheerder. Afdeling 3. - De directeur. HOOFDSTUK III. - Structurering van de medische ... HOOFDSTUK IV. - Structurering van de verpleegk... HOOFDSTUK V. - Naleving van de rechten van de ... TITEL II. - Nationale Raad voor ziekenhuisvoorz... HOOFDSTUK I. - Oprichting. HOOFDSTUK II. - Afdelingen programmatie, erkenn... HOOFDSTUK III. - Samenstelling. HOOFDSTUK IV. - Voorzitterschap en werking. HOOFDSTUK V. - Taak van de Afdeling programmatie. TITEL III. - Programmatie, financiering en erke... HOOFDSTUK I. - Programmatie. Afdeling 1. - Programmatiecriteria. Onderafdeling 1. - (Ziekenhuizen, ziekenhuisdie... Onderafdeling 2. - Aantal bedden in universitai... Afdeling 2. - Werken. Onderafdeling 1. - Vergunning. Onderafdeling 2. - Procedure. Onderafdeling 3. - Overgangsmaatregelen. Afdeling 3. - Vergunning tot ingebruikneming en... Onderafdeling 1. - Specifieke vergunning voor a... Onderafdeling 2. - Specifieke vergunning voor p... Afdeling 4. - Zware apparatuur en medische dien... Onderafdeling 1. - Zware medische apparaten. Onderafdeling 2. - Laboratoria voor klinische b... Onderafdeling 3. - Zware medisch-technische die... Afdeling 5. - Afschaffen van bestaande bedden. Afdeling 6. - (Behoefte per wervingsgebied). HOOFDSTUK II. - Financiering van de investeringen. Afdeling 1. - Toelagen. Afdeling 2. - Schadeloosstelling. Afdeling 3. (Opgeheven) Onderafdeling 1. (Opgeheven) Onderafdeling 2. (Opgeheven) Onderafdeling 3. (Opgeheven) Onderafdeling 4. (Opgeheven) Onderafdeling 5. (Opgeheven) Onderafdeling 6. (Opgeheven) Onderafdeling 7. (Opgeheven) Onderafdeling 8. (Opgeheven) HOOFDSTUK III. - Erkenning van ziekenhuizen en ... Afdeling 1. - Normen. Onderafdeling 1. - Algemene normen. Onderafdeling 2. - Bijzondere normen. Afdeling 2. - Erkenning van ziekenhuizen. Afdeling 3. - Erkenning van ziekenhuizen. Afdeling 3bis. - Erkenning van ziekenhuisdienst... Afdeling 4. - Intrekking van erkenning. Afdeling 5. - Sluiting. Afdeling 5bis. Gemeenschappelijke bepaling met... Afdeling 6. - Opschortend beroep. (Afdeling 7. _ Afdelingen en funkties.) Afdeling 8. - (Ziekenhuisgebonden prestaties). Hoofdstuk IIbis. - Programmatie en erkenning bi... HOOFDSTUK IV. - Boekhouding, controle door de b... Afdeling 1. - Boekhouding. Afdeling 2. - Controle door de bedrijfsrevisor. Afdeling 3. - Mededeling van gegevens. HOOFDSTUK V. - Financiering van de werkingskosten. Afdeling 1. (Opgeheven) Onderafdeling 1. (Opgeheven) Onderafdeling 2. (Opgeheven) Onderafdeling 3. (Opgeheven) Onderafdeling 4. (Opgeheven) Afdeling 2. (Opgeheven) Afdeling 3. (Opgeheven) Afdeling 4. (Opgeheven) Afdeling 5. (Opgeheven) Afdeling 6. (Opgeheven) Afdeling 7. (Opgeheven) HOOFDSTUK VI. - Afschaffing van een soort van z... HOOFDSTUK VII. - Financiering van tekorten van ... Afdeling 1. - Tussenkomst van de gemeenten. Afdeling 2. - Saneringsplan. HOOFDSTUK VIII. - Toezicht en strafbepalingen. Afdeling 1. - Toezicht. Afdeling 2. - Straffen. TITEL IV. - Specifieke bepalingen betreffende h... HOOFDSTUK I. - Betrokkenheid van de ziekenhuisg... Afdeling 1. - De Medische Raad. Afdeling 2. - Permanent Comité van overleg tuss... Afdeling 3. - Financiële doorzichtigheid. HOOFDSTUK II. - Rechtsverhoudingen tussen het z... HOOFDSTUK III. - Geldelijk statuut van de zieke... Afdeling 1. - Vergoedingsstelsels. Afdeling 2. - Inning der honoraria. Afdeling 3. - Vaststelling van de honoraria. Afdeling 3bis. - Inhoud van de honoraria. Afdeling 4. - Aanwending van het bedrag van de ... Afdeling 5. - Vordering van de bedragen verschu... Afdeling 6. - Procedure. Hoofdstuk IIIbis. - Pensioen voor geneesheren ... HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
Inhoud
TITRE I. - Dispositions générales. CHAPITRE I. - Champ d'application et définitions. Section 1. - Hôpitaux. Section 2. - Hôpitaux psychiatriques. Section 3. - Hôpitaux universitaires. Section 4. - Etablissements médico-sociaux. Section 5. - (Places d'habitations protégées et... Section 6. - Petits hôpitaux. Section 7. - Autres définitions. (Section 8. _ Association d'institutions de soi... Section 8bis. - (Réseau et circuit de soins). ... Section 9. - Programmes de soins. Section 10. - Accoucheuses attachées « a l'hop... Section 11. - Centres de référence. CHAPITRE II. - Gestion des hôpitaux. Section 1. - Généralités. Section 2. - Le gestionnaire. Section 3. - Le directeur. CHAPITRE III. - Structuration de l'activité méd... CHAPITRE IV. - Structuration de l'activité inf... CHAPITRE V. - Respect des droits du patient. TITRE II. - Conseil national des établissements... CHAPITRE I. - Institution. CHAPITRE II. - Sections de programmation, d'agr... CHAPITRE III. - Composition. CHAPITRE IV. - Présidence et fonctionnement. CHAPITRE V. - Mission de la Section de programm... TITRE III. - Programmation, financement et agré... CHAPITRE I. - Programmation. Section 1. - Critères de programmation. Sous-section 1. - (Hôpitaux, services hospitali... Sous-section 2. - Nombre de lits dans les hôpit... Section 2. - Travaux. Sous-section 1. - Autorisation. Sous-section 2. - Procédure. Sous-section 3. - Mesures transitoires. Section 3. - Autorisation de mise en service et... Sous-section 1. - Autorisation spécifique pour ... Sous-section 2. - Autorisation spécifique pour ... Section 4. - Appareillage lourd et services méd... Sous-section 1. - Appareillages médicaux lourds. Sous-section 2. - Laboratoires de biologie clin... Sous-section 3. - Services médico-techniques lo... Section 5. - Suppression des lits existants. Section 6. - (Besoins par zone d'attraction). CHAPITRE II. - Financement des investissements. Section 1. - Subsides. Section 2. - Indemnité. Section 3. (Abrogé) Sous-section 1. (Abrogé) Sous-section 2. (Abrogé) Sous-section 3. (Abrogé) Sous-section 4. (Abroge) Sous-section 5. (Abrogé) Sous-section 6. (Abrogé) Sous-section 7. (Abrogé) Sous-section 8. (Abrogé) CHAPITRE III. - Agrément d'hôpitaux et de servi... Section 1. - Normes. Sous-section 1. - Normes générales. Sous-section 2. - Normes spéciales. Section 2. - Agrément des hôpitaux. Section 3. - Agrément des hôpitaux. Section 3bis. - Agrément des services hospitali... Section 4. - Retrait de l'agrément. Section 5. - Fermeture. Section 5bis. - Disposition commune relative à... Section 6. - Recours suspensif. (Section 7. _ Sections et fonctions.) Section 8. - (Prestations hospitalières). CHAPITRE IIbis. - Programmation et agréation en... CHAPITRE IV. - Comptabilité, contrôle par le ré... Section 1. - Comptabilité. Section 2. - Contrôle par le réviseur d'entrepr... Section 3. - Communication de données. CHAPITRE V. - Financement des coûts d'exploitat... Section 1. - Prix par journée d'hospitalisation... Sous-section 1. (Abrogé) Sous-section 2. - Quota de journées d'hospitali... Sous-section 3. (Abrogé) Sous-section 4. (Abrogé) Section 2. (Abrogé) Section 3. (Abrogé) Section 4. (Abrogé) Section 5. (Abrogé) Section 6. (Abrogé) Section 7. (Abrogé) CHAPITRE VI. - Suppression d'une sorte de servi... CHAPITRE VII. - Financement des déficits des hô... Section 1. - Intervention des communes. Section 2. - Plan d'assainissement. CHAPITRE VIII. - Surveillance et dispositions p... Section 1. - Surveillance. Section 2. - Peines. TITRE IV. - Dispositions spécifiques relatives ... CHAPITRE I. - De l'association des médecins hos... Section 1. - Du Conseil médical. Section 2. - Du Comité permanent de concertatio... Section 3. - Transparence financière. CHAPITRE II. - Des rapports juridiques entre l'... CHAPITRE III. - Du statut pécuniaire du médecin... Section 1. - Des systèmes de rémunération. Section 2. - De la perception des honoraires. Section 3. - De la fixation des honoraires. Section 3bis. Le contenu des honoraires. Section 4. - De l'affectation du montant des ho... Section 5. - Réclamation des montants dus pour ... Section 6. - De la procédure. Chapitre IIIbis. - Pension pour les médecins d... CHAPITRE IV. - Dispositions transitoires. CHAPITRE V. - Dispositions finales.
Tekst (313)
Texte (313)
TITEL I. - Algemene bepalingen.
TITRE I. - Dispositions générales.
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en begripsomschrijvingen.
CHAPITRE I. - Champ d'application et définitions.
Afdeling 1. - Ziekenhuizen.
Section 1. - Hôpitaux.
Artikel 1. Deze gecoördineerde wet vindt toepassing op alle ziekenhuizen, ongeacht of zij beheerd worden (door publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen), met uitzondering van het Ministerie van Landsverdediging. <W 2002-01-14/39, art. 50, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
Article 1. La présente loi coordonnée est applicable à tout hôpital, qu'il soit géré (par une personne morale de droit public ou de droit privé), à l'exception du Ministère de la Défense nationale. <L 2002-01-14/39, art. 51, 019; En vigueur : 22-02-2002>
Art. 2. Met het oog op de toepassing van deze gecoördineerde wet worden als ziekenhuizen beschouwd de instellingen voor gezondheidszorg waarin op ieder ogenblik geëigende medisch-specialistische onderzoeken en/of behandelingen in het domein van de geneeskunde, de heelkunde en eventueel de verloskunde in pluridisciplinair verband kunnen verstrekt worden, binnen het nodige en aangepaste medisch, medisch-technisch, verpleegkundig, paramedisch en logistiek kader, aan (patiënten) die er worden opgenomen en kunnen verblijven, omdat hun gezondheidstoestand dit geheel van zorgen vereist om op een zo kort mogelijke tijd de ziekte te bestrijden of te verlichten, de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren of de letsels te stabiliseren. <W 2002-01-14/39, art. 51, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  (Deze ziekenhuizen vervullen een opdracht van algemeen belang.) <W 2006-12-27/32, art. 268, 031; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
Art. 2. Pour l'application de la présente loi coordonnée sont considérés comme hôpitaux, les établissements de soins de santé où des examens et/ou des traitements spécifiques de médecine spécialisée, relevant de la médecine, de la chirurgie et éventuellement de l'obstétrique, peuvent être effectués ou appliqués à tout moment dans un contexte pluridisciplinaire, dans les conditions de soins et le cadre médical, médico-technique, paramédical et logistique requis et appropriés, pour ou à des (patients) qui y sont admises et peuvent y séjourner, parce que leur état de santé exige cet ensemble de soins afin de traiter ou de soulager la maladie, de rétablir ou d'améliorer l'état de santé ou de stabiliser les lésions dans les plus brefs délais.
  (Ces hôpitaux remplissent une mission d'intérêt général.) <L 2006-12-27/32, art. 268, 031; En vigueur : 07-01-2007>
Afdeling 2. - Psychiatrische ziekenhuizen.
Section 2. - Hôpitaux psychiatriques.
Art. 3. Met het oog op de toepassing van deze gecoördineerde wet worden als psychiatrische ziekenhuizen beschouwd, ziekenhuizen die uitsluitend bestemd zijn voor psychiatrische patiënten.
Art. 3. Pour l'application de la présente loi coordonnée sont considérés comme hôpitaux psychiatriques, les hôpitaux exclusivement destinés à des patients psychiatriques.
Afdeling 3. - Universitaire ziekenhuizen.
Section 3. - Hôpitaux universitaires.
Art. 4. <W 2002-08-22/39, art. 38, 023; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 31-03-2003> Met het oog op de toepassing van deze gecoördineerde wet worden als universitaire ziekenhuizen, universitaire ziekenhuisdiensten, universitaire ziekenhuisfuncties of universitaire zorgprogramma's beschouwd, deze welke, gelet op hun eigen functie op het gebied van patiëntenverzorging, het klinisch onderricht, het toegepast wetenschappelijk onderzoek, de ontwikkeling van nieuwe technologieën en de evaluatie van de medische activiteiten, voldoen aan de voorwaarden gesteld door de Koning en door Hem als dusdanig worden aangewezen op voorstel van de academische overheid van een Belgische universiteit met een faculteit geneeskunde met volledig leerplan.
  Met toepassing van het eerste lid kan slechts één ziekenhuis per universiteit met een faculteit geneeskunde met volledig leerplan worden aangewezen.
Art. 4. <L 2002-08-22/39, art. 38, 023; En vigueur : indéterminée et au plus tard le 31-03-2003> Pour l'application de la présente loi coordonnée, sont considérés comme hôpitaux universitaires, services hospitaliers universitaires, fonctions hospitalières universitaires, ou programmes de soins universitaires, les hôpitaux, services hospitaliers, fonctions hospitalières ou programmes de soins qui, eu égard à leur fonction propre dans le domaine des soins aux patients, de l'enseignement clinique et de la recherche scientifique appliquée, du développement de nouvelles technologies et de l'évaluation des activités médicales, répondent aux conditions fixées par le Roi et sont désignés comme tels par Lui sur la proposition des autorités académiques d'une université belge qui dispose d'une faculté de médecine offrant un cursus complet.
  En application de l'alinéa 1, un seul hôpital peut être désigné pour chaque université qui dispose d'une faculté de médecine offrant un cursus complet.
Afdeling 4. - Medisch-sociale inrichtingen.
Section 4. - Etablissements médico-sociaux.
Art. 5. Met het oog op de toepassing van deze gecoördineerde wet worden niet als ziekenhuizen beschouwd, (...) de inrichtingen uitsluitend bestemd om bejaarden of kinderen te herbergen. <W 2002-01-14/39, art. 53, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  Na het advies van de bij de artikelen 18 en 19 ingestelde Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, afdeling erkenning, te hebben ingewonnen kan de Koning, bij in Ministerraad overlegd besluit, de bepalingen van deze gecoördineerde wet, geheel of ten dele en met eventuele aanpassingen, uitbreiden tot deze verschillende soorten van inrichtingen.
Art. 5. Pour l'application de la présente loi coordonnée ne sont pas considérés comme hôpitaux, les établissements psychiatriques fermés, (...) les établissements destinés au simple hébergement de personnes âgées ou d'enfants. <L 2002-01-14/39, art. 53, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  Après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, section d'agréation, institué par les articles 18 et 19, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, étendre en tout ou en partie, et avec d'éventuelles adaptations, les dispositions de la présente loi coordonnée à ces diverses sortes d'établissements.
Art. 5. AUTORITE FLAMANDE
  [Abrogé]
Afdeling 5. - (Plaatsen van beschut wonen en doorgangstehuizen.)
Section 5. - (Places d'habitations protégées et homes de séjour provisoire.)
Art. 6. <W 1988-12-30/31, art. 54, 002; Inwerkingtreding : 15-01-1989> De bepalingen van deze gecoördineerde wet kunnen, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling erkenning, eveneens, geheel of gedeeltelijk en met eventuele aanpassingen, door de Koning worden uitgebreid tot de initiatieven van beschut wonen en van doorgangstehuizen ten behoeve van psychiatrische patiënten (...) (en van andere, door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit te bepalen groepen). <W 1990-07-20/32, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 11-08-1990> <W 1996-04-29/32, art. 174, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
Art. 6. <L 1988-12-30/31, art. 54, 002; En vigueur : 15-01-1989> Les dispositions de la présente loi coordonnée peuvent, après avis du Conseil National des établissements hospitaliers, Section agrément, être également élargies, en tout ou en partie et avec d'éventuelles adaptations, par le Roi, aux initiatives d'habitations protégées et de homes de séjour provisoire pour les patients psychiatriques (...) (et d'autres groupes désignés par le Roi par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres). <L 1990-07-20/32, art. 6, 004; En vigueur : 11-08-1990> <L 1996-04-29/32, art. 174, 013; En vigueur : 10-05-1996>
Afdeling 6. Kleine ziekenhuizen.
Section 6. - Petits hôpitaux.
Art. 7. (De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, aan de toepassing van de bepalingen van de hoofdstukken III en IV van Titel I, van artikel 70 en van Titel IV, geheel of gedeeltelijk onttrekken) <W 1990-12-29/30, art. 125, 005; Inwerkingtreding : 19-01-1991> :
  1° de ziekenhuizen die over een zeer beperkt aantal diensten en/of bedden beschikken;
  2° de ziekenhuizen waarin een zeer beperkt aantal ziekenhuisgeneesheren werkzaam is.
  De Koning stelt soortgelijke specifieke regels vast voor de in het voorgaande lid bedoelde ziekenhuizen.
Art. 7. (Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, soustraire en tout ou en partie, à l'application des dispositions des chapitres III et IV du Titre Ier, de l'article 70 et du Titre IV) <L 1990-12-29/30, art. 125, 005; En vigueur : 19-01-1991> :
  1° les hôpitaux qui disposent d'un nombre très limité de services et/ou de lits;
  2° les hôpitaux où un nombre très limité de médecins hospitaliers sont en fonction.
  Le Roi fixera des règles spécifiques similaires pour les hôpitaux visés à l'alinéa précédent.
Afdeling 7. - Andere begripsomschrijvingen.
Section 7. - Autres définitions.
Art. 8. Met het oog op de toepassing van deze gecoördineerde wet :
  1° wordt verstaan onder beheerder : het orgaan dat volgens het juridisch statuut van het ziekenhuis belast is met het beheer van de uitbating van het ziekenhuis;
  2° wordt verstaan onder directeur : de persoon of de personen door de beheerder belast met de algemene leiding van de dagelijkse werking van het ziekenhuis;
  3° wordt verstaan onder geneesheer : de beoefenaar van de geneeskunde bedoeld in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunde, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies;
  4° wordt verstaan onder ziekenhuisgeneesheer : de geneesheer verbonden aan het ziekenhuis.
  (5° onder verpleegkundige wordt verstaan :
  de beoefenaar van de verpleegkunde bedoeld in artikel 21bis, § 1, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunde, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies;
  6° onder ziekenhuisverpleegkundige wordt verstaan :
  de verpleegkundige verbonden aan een ziekenhuis;
  7° (onder zorgkundige wordt verstaan : de zorgkundige, zoals bedoeld in artikel 21sexies decies van voornoemd koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 en die aan het ziekenhuis verbonden is;) <W 2006-12-27/32, art. 269, 031; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  8° (onder verzorgend personeel wordt verstaan : alle aan het ziekenhuis verbonden zorgkundigen;) <W 2006-12-27/32, art. 269, 031; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  (9° onder ondersteunend personeel wordt verstaan : alle personeelsleden die niet behoren tot één der categorieën van de beroepsbeoefenaars, bedoeld in het voornoemd koninklijk besluit nr. 78, en die het verpleegkundig personeel helpen met hun administratieve en logistieke taken.) <W 2006-12-27/32, art. 269, 031; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
Art. 8. Pour l'application de la présente loi coordonnée :
  1° il faut entendre par gestionnaire : l'organe qui, selon le statut juridique de l'hôpital, est chargé de la gestion de l'exploitation de l'hôpital;
  2° il faut entendre par directeur : la ou les personnes chargées par le gestionnaire de la direction générale de l'activité journalière de l'hôpital;
  3° il faut entendre par médecin : le praticien de l'art médical visé à l'article 2, § 1er, de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice de l'art de guérir, de l'art infirmier, des professions paramédicales et aux commissions médicales;
  4° il faut entendre par médecin hospitalier : le médecin attaché à l'hôpital.
  (5° il faut entendre par infirmier :
  le praticien de l'art infirmier visé à l'article 21bis, § 1er, de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice de l'art de guérir, de l'art infirmier, des professions paramédicales et aux commissions médicales;
  6° il faut entendre par infirmier hospitalier :
  l'infirmier attaché à un hôpital;
  7° (il faut entendre par aide soignant : l'aide soignant visé à l'article 21sexies decies de l'arrêté royal n° 78 précité du 10 novembre 1967 et attaché à l'hôpital;) <L 2006-12-27/32, art. 269, 031; En vigueur : 07-01-2007>
  8° (il faut entendre par personnel soignant : l'ensemble des aides soignants attachés à l'hôpital;) <L 2006-12-27/32, art. 269, 031; En vigueur : 07-01-2007>
  (9° il faut entendre par personnel de soutien : l'ensemble des membres du personnel qui ne relèvent pas d'une des catégories de praticiens professionnels visées dans l'arrêté royal n° 78 précité et qui aident le personnel infirmier pour leurs tâches administratives et logistiques.) <L 2006-12-27/32, art. , 031; En vigueur : 07-01-2007>
Art. 9. De bepalingen van de artikelen 13 tot 17 en van Titel IV die op de ziekenhuisgeneesheren van toepassing zijn, zijn mede van toepassing op de in het ziekenhuis werkzame beoefenaars van de tandheelkunde bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967, evenals op de in het ziekenhuis werkzame apothekers of licentiaten in de scheikundige wetenschappen die overeenkomstig artikel 5, § 2, van het vorengenoemde besluit gemachtigd zijn analyses van klinische biologie te verrichten.
Art. 9. Les dispositions des articles 13 à 17 et du Titre IV, applicables aux médecins hospitaliers, sont également d'application aux praticiens visés à l'article 3, alinéa 1er, de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967, exerçant à l'hôpital l'art dentaire de même qu'aux pharmaciens ou licenciés en sciences chimiques travaillant à l'hôpital et habilités à effectuer les analyses de biologie clinique, conformément à l'article 5, § 2, de l'arrêté précité.
Afdeling 8. _ (Samenwerkingsverbanden tussen verzorgingsinstellingen en diensten.)
(Section 8. _ Association d'institutions de soins et de services.)
Art. 9bis. <W 1996-04-29/32, art. 176, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996> De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit, en na de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling programmatie en erkenning, gehoord te hebben, de toepassing van de bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk, en met de nodige aanpassingen, uitbreiden tot de samenwerkingsverbanden inzake verzorgingsdomeinen (of andere domeinen) door Hem nader omschreven, tussen verzorgingsinstellingen en diensten zoals deze door Hem nader worden omschreven. <W 1999-01-25/32, art. 190, 016; Inwerkingtreding : 16-02-1999>
Art. 9bis. <L 1996-04-29/32, art. 176, 013; En vigueur : 10-05-1996> Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres après avoir entendu le Conseil National des Etablissements Hospitaliers, section programmation et agrément, étendre en tout ou en partie avec les adaptations nécessaires, l'application des dispositions de la présente loi aux associations, relatives aux domaines de soins (ou autres domaines) qu'il précise, entre établissements de soins et services précisés par Lui. <L 1999-01-25/32, art. 190, 016; En vigueur : 16-02-1999>
Afdeling 8bis. - (Netwerk en zorgcircuit). (NOTA : bij arrest nr. 108/2000 van 31-10-2000 heeft het Arbitragehof art. 191 van W 1999-01-25/32 vernietigd; Opheffing : 16-02-1999.)
Section 8bis. - (Réseau et circuit de soins). (NOTE : par son arrêt n° 108/2000 du 31-10-2000, M.B. du 21-11-2000, p. 38518-23, la Cour d'Arbitrage a annulé l'art. 191 de la L 1999-01-25/32; Abrogé : 16-02-1999.)
Art. 9ter. <W 2002-01-14/39, art. 55, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002> § 1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° netwerk van zorgvoorzieningen : een geheel van zorgaanbieders, zorgverstrekkers, instellingen en diensten, die, wat de organieke wetgeving betreft, niet ressorteren onder de bevoegdheid van de overheden bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet en die samen voor een door hen nader te omschrijven doelgroep van patiënten en binnen een door hen te motiveren gebiedsomschrijving, één of meerdere zorgcircuits aanbieden, in het kader van een instellingoverschrijdende juridisch geformaliseerde samenwerkingsovereenkomst;
  2° zorgcircuit : het geheel van zorgprogramma's en andere zorgvoorzieningen die wat de organieke wetgeving betreft, niet ressorteren onder de bevoegdheid van de overheden bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet, en worden georganiseerd door middel van een netwerk van zorgvoorzieningen, die de in 1°, bedoelde doelgroep of subdoelgroep achtereenvolgens kan doorlopen.
  § 2. De Koning kan, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling programmatie en erkenning, de doelgroepen aanduiden voor dewelke de zorg via een netwerk van zorgvoorzieningen wordt aangeboden. In voorkomend geval kan Hij die categorieën van zorgaanbieders aanduiden die in ieder geval deel uitmaken van bedoeld netwerk.
  § 3. De Koning kan nadere regelen vaststellen voor de toepassing van §§ 1 en 2. Hij kan eveneens de bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk, en met de nodige aanpassingen, uitbreiden tot de in § 1, bedoelde netwerken, tot de zorgcircuits die er deel van uitmaken en tot de onderdelen die het zorgcircuit samenstellen.
Art. 9ter. <L 2002-01-14/39, art. 55, 019; En vigueur : 22-02-2002> § 1er. Pour l'application de la présente loi, il faut entendre par :
  1° réseau d'équipements de soins : un ensemble de prestataires de soins, dispensateurs, institutions et services qui, en ce qui concerne la législation organique, ne relèvent pas de la compétence des autorités visées aux articles 128, 130 ou 135 de la Constitution et qui offrent conjointement un ou plusieurs circuits de soins dans le cadre d'un accord de collaboration juridique intra- et extra-muros et ce, à l'intention d'un groupe cible de patients à définir par eux et dans un secteur à motiver par eux;
  2° circuit de soins : l'ensemble de programmes de soins et autres équipements de soins, qui, en ce qui concerne la législation organique, ne relèvent pas de la compétence des autorités visées aux articles 128, 130 ou 135 de la Constitution et sont organisés par le biais d'un réseau d'équipements de soins qui peuvent être parcourus par le groupe cible ou le sous-groupe cible visé au 1°.
  § 2. Le Roi peut, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section programmation et agrément, désigner les groupes cibles pour lesquels les soins sont offerts par un réseau d'équipements de soins. Le cas échéant. Il peut désigner les catégories de prestataires de soins qui font en tout cas partie du réseau visé.
  § 3. Le Roi peut préciser les règles pour l'application des §§ 1er et 2 et étendre, en tout ou en partie et moyennant les adaptations requises, les dispositions de la présente loi aux réseaux visés au § 1er, aux circuits de soins qui en font partie et aux éléments constitutifs du circuit de soins.
Afdeling 9. - Zorgprogramma's.
Section 9. - Programmes de soins.
Art. 9quater. <W 1999-01-25/32, art. 192, 016; Inwerkingtreding : 16-02-1999> <INGEVOEGD bij KB 1997-04-25/32, art. 9, Inwerkingtreding : 30-04-1997> § 1. De Koning stelt, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling Programmatie en Erkenning, de lijst vast van zorgprogramma's, zoals die door Hem nader worden omschreven, en die moeten erkend worden door de Overheid bevoegd voor het gezondheidsbeleid op grond van de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet.
  § 2. De Koning kan, voor ieder der in § 1 bedoelde zorgprogramma's, karakteristieken definiëren om te kunnen erkend worden zoals :
  1° de doelgroep;
  2° de aard en de inhoud van de zorg;
  3° het minimaal activiteitsniveau;
  4° de vereiste infrastructuur;
  5° de vereiste medische en niet-medische personeelsomkadering en deskundigheid;
  6° kwaliteitsnormen en normen inzake kwaliteitsopvolging;
  7° bedrijfseconomische criteria;
  8° geografische toegankelijkheidscriteria.
  § 3. De Koning kan, na de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling Programmatie en Erkenning, gehoord te hebben, de toepassing van de bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk, en met de nodige aanpassingen, uitbreiden tot de in § 1 bedoelde zorgprogramma's.
Art. 9quater. <L 1999-01-25/32, art. 192, 016; En vigueur : 16-02-1999> § 1er. Le Roi fixe, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section Programmation et Agrément, la liste des programmes de soins, tels que précisés par Lui, et qui doivent être agréés par l'autorité compétente pour la politique en matière de soins de santé en vertu des articles 128, 130 ou 135 de la Constitution.
  § 2. Le Roi peut, pour chacun des programmes de soins visés au § 1er, définir des caractéristiques pour pouvoir être agréé, telles que :
  1° le groupe cible;
  2° le type et le contenu des soins;
  3° le niveau minimum d'activité;
  4° l'infrastructure requise;
  5° l'expertise et les effectifs de personnels médicaux et non médicaux requis;
  6° les normes de qualité et les normes afférentes au suivi de la qualité;
  7° les critères micro-économiques;
  8° les critères relatifs à l'accessibilité géographique.
  § 3. Le Roi peut, après avoir entendu le Conseil national des établissements hospitaliers, Section Programmation et Agrément, étendre l'application des dispensations de cette loi, totalement ou partiellement et avec les adaptations nécessaires, aux programmes de soins visés au § 1er.
Afdeling 10. - Aan het ziekenhuis verbonden vroedvrouwen. (Voorheen afdeling 9; afdeling 10 geworden bij KB 1997-04-25/32, art. 10, Inwerkingtreding : 30-04-1997&gt;
Section 10. - Accoucheuses attachées « a l'hopital. (Antérieurement section 9. Devenue section 10 par AR 1997-04-25/32, art. 10, En vigueur : 30-04-1997.)
Art. 9quinquies. <W 1999-01-25/32, art. 192, 016; Inwerkingtreding : 16-02-1999> <W 1990-12-29/30, art. 127, 005; Inwerkingtreding : 19-01-1991> (Voorheen art. 9ter; art. 9quater geworden bij KB 1997-04-25/32, art. 10, Inwerkingtreding : 30-04-1997) De bepalingen van de artikelen 17bis tot 17sexies die op de verpleegkundigen van toepassing zijn, zijn mede van toepassing op de aan het ziekenhuis verbonden vroedvrouwen, bedoeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunde, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies.
Art. 9quinquies. <L 1999-01-25/32, art. 192, 016; En vigueur : 16-02-1999> (Antérieurement article 9ter; devenu art. 9quater par AR 1997-04-25/32, art. 10, En vigueur : 30-04-1997.) Les dispositions des articles 17bis à 17sexies applicables aux praticiens de l'art infirmier, le sont également aux accoucheuses attachées à l'hôpital, visées à l'article 2, § 2, de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice de l'art de guérir, de l'art infirmier, des professions paramédicales et aux commissions médicales.
Afdeling 11. - Referentiecentra.
Section 11. - Centres de référence.
Art. 9sexies. § 1. De Koning kan, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling Programmatie en Erkenning, karakteristieken bepalen teneinde referentiecentra aan te wijzen binnen erkende diensten, afdelingen, functies, medische en medisch-technische diensten en zorgprogramma's.
  § 2. De Koning kan, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling programmatie en erkenning, de toepassing van de bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk, en met de nodige aanpassingen, uitbreiden tot de in § 1, bedoelde referentiecentra.
Art. 9sexies. § 1er. Le Roi peut, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section programmation et agrément, déterminer des caractéristiques en vue de désigner des centres de référence parmi les services, sections, fonctions, services médicaux et médico-techniques et programmes de soins agréés.
  § 2. Le Roi peut, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section programmation et agrément, étendre, entièrement ou partiellement et avec les adaptations qui s'imposent, l'application des dispositions de la présente loi aux centres de référence visées au § 1er.
HOOFDSTUK II. - Beheer van ziekenhuizen.
CHAPITRE II. - Gestion des hôpitaux.
Afdeling 1. - Algemeen.
Section 1. - Généralités.
Art. 10. <W 2002-01-14/39, art. 57, 021; Inwerkingtreding : onbepaald > § 1. Ieder ziekenhuis heeft een eigen beheer.
  § 2. De ziekenhuizen worden, overeenkomstig de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalde voorwaarden, uitgebaat door een rechtspersoon die uitsluitend de uitbating van één of meerdere ziekenhuizen of gezondheidsvoorzieningen of medisch-sociale inrichtingen als statutair doel heeft.
  De Koning kan de in het vorige lid bedoelde gezondheidsvoorzieningen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, nader omschrijven.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, in afwijkingen voorzien ten aanzien van de bepaling bedoeld in het eerste lid.
  § 3. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de categorieën van rechtspersonen bepalen die een ziekenhuis mogen uitbaten.
Art. 10. <L 2002-01-14/39, art. 57, 021; En vigueur : indéterminée > § 1er. Chaque hôpital a une gestion distincte.
  § 2. Les hôpitaux sont exploités, conformément aux conditions fixées par le Roi par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres, par une personne morale dont le seul objet statutaire est l'exploitation d'un ou de plusieurs hôpitaux ou établissements de soins de santé ou institutions médico-sociales.
  Le Roi peut définir les établissements de soins de santé, visés à l'alinéa précédent, par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, prévoir des dérogations à la disposition visée à l'alinéa 1.
  § 3. Le Roi peut fixer, par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les catégories de personnes morales qui peuvent exploiter un hôpital.
Afdeling 2. - De beheerder.
Section 2. - Le gestionnaire.
Art. 11. § 1. De algemene en uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de ziekenhuisaktiviteit op het vlak van de organisatie en de werking alsook op het financiële vlak berust bij de beheerder.
  § 2. De beheerder bepaalt het algemeen beleid van het ziekenhuis; hij neemt de beheersbeslissingen met inachtneming van de specifieke bepalingen en procedures voorzien in Titel IV.
Art. 11. § 1. La responsabilité générale et finale pour l'activité hospitalière, sur le plan de l'organisation et du fonctionnement ainsi que sur le plan financier, incombe au gestionnaire.
  § 2. Le gestionnaire définit la politique générale de l'hôpital; il prend les décisions de gestion en respectant les dispositions et procédures spécifiques prévues au Titre IV.
Afdeling 3. - De directeur.
Section 3. - Le directeur.
Art. 12. <W 1990-12-29/30, art. 128, 005; Inwerkingtreding : 19-01-1991> In elk ziekenhuis is er een directeur. Hij is rechtstreeks en uitsluitend verantwoordelijk tegenover de beheerder.
  De directeur werkt nauw samen met de hoofdgeneesheer, het hoofd van het verpleegkundig departement, van de paramedische, van de administratief-financiële en van de technische diensten en met de ziekenhuisapotheker.
Art. 12. <L 1990-12-29/30, art. 128, 005; En vigueur : 19-01-1991> Dans chaque hôpital, il y a un directeur qui est directement et exclusivement responsable devant le gestionnaire.
  Le directeur collabore étroitement avec le médecin en chef, le chef du département infirmier, des services paramédicaux, des services administratifs et financiers et des services techniques et avec le pharmacien hospitalier.
HOOFDSTUK III. - Structurering van de medische aktiviteit.
CHAPITRE III. - Structuration de l'activité médicale.
Art. 13. In ieder ziekenhuis moet de medische aktiviteit gestructureerd zijn.
  In ieder ziekenhuis is er :
  1° een hoofdgeneesheer, die verantwoordelijk is voor de goede gang van zaken in het medisch departement; hij wordt benoemd en/of aangewezen door de beheerder;
  2° een geneesheer-diensthoofd voor ieder van de verschillende diensten van het medisch departement; hij wordt benoemd en/of aangewezen door de beheerder;
  3° een medische staf gevormd door alle ziekenhuisgeneesheren.
  De Koning bepaalt de minimumtaken welke aan de hoofdgeneesheer en de geneesheren-diensthoofd worden opgedragen; deze taken hebben betrekking op de organisatie en coördinatie van de medische aktiviteit in het ziekenhuis.
  De functie van hoofdgeneesheer is onverenigbaar met het voorzitterschap van de Medische Raad.
Art. 13. Dans chaque hôpital, l'activité médicale doit être structurée.
  Dans chaque hôpital, il y a :
  1° un médecin en chef, responsable du bon fonctionnement du département médical; il est nommé et/ou désigné par le gestionnaire;
  2° un médecin-chef de service pour chacun des différents services du département médical; il est nommé et/ou désigné par le gestionnaire;
  3° un staff médical comprenant tous les médecins de l'hôpital.
  Le Roi détermine le minimum de tâches à confier au médecin-chef et aux médecins-chefs de service; ces tâches concernent l'organisation et la coordination de l'activité médicale à l'hôpital.
  La fonction de médecin-chef est incompatible avec la présidence du Conseil Médical.
Art. 14. De medische aktiviteit moet dusdanig georganiseerd worden dat ze een integrerend deel vormt van de ziekenhuisaktiviteit, met dien verstande dat het ziekenhuis dusdanig moet georganiseerd worden dat de medische aktiviteit er in optimale voorwaarden kan geschieden.
Art. 14. L'activité médicale doit être organisée de manière à faire partie intégrante de l'activité hospitalière, étant entendu que l'organisation de l'hôpital doit être telle que l'activité médicale puisse s'y déployer dans des conditions optimales.
Art. 15. (§ 1. De medische aktiviteit moet kwalitatief getoetst worden zowel intern als extern; daartoe moet onder meer voor elke patiënt een medisch dossier worden aangelegd en in het ziekenhuis worden bewaard. Tevens dient een interne registratie in het ziekenhuis te worden opgezet. Op basis van deze registratie en voor de door de Koning aangeduide diensten of functies, dient een rapport te worden opgesteld over de kwaliteit van de medische activiteit.) <W 1996-04-29/32, art. 143, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
  (§ 2. Bovendien moeten, per door de Koning aangeduide dienst of functie, de nodige organisatorische structuren tot stand worden gebracht om op een systematische wijze te kunnen overgaan tot een toetsing van de medische aktiviteit in het ziekenhuis. De Koning bepaalt de samenstelling en de werking van voormelde structuren, met dien verstande dat geneesheren die de desbetreffende ziekenhuisactiviteit uitoefenen, in deze structuren zitting moeten hebben.) <W 1996-04-29/32, art. 143, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
  (§ 3. De in § 2 bedoelde toetsing kan betrekking hebben op criteria inzake infrastructuur, mankracht, de medische praktijkvoering voor het geheel van de dienst of de functie, alsook op de resultaten hiervan.
  § 4. De Koning kan, voor de toepassing van de §§ 1, 2 en 3 van dit artikel, nadere regelen bepalen.) <W 1996-04-29/32, art. 143, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
Art. 15. (§ 1. L'activité médicale doit faire l'objet d'une évaluation qualitative aussi bien interne qu'externe; à cet effet, il faut, entre autres, tenir à jour pour chaque patient un dossier médical; ce dossier est conservé à l'hôpital. En outre, un enregistrement interne doit être mis sur pied à l'hôpital. Sur la base de cet enregistrement et pour ce qui concerne les services ou fonctions désignés par le Roi, un rapport doit être rédigé sur la qualité de l'activité médicale.) <L 1996-04-29/32, art. 143, 013; En vigueur : 10-05-1996>
  (§ 2. En outre, il faut créer par service ou fonction, désignés par le Roi les structures d'organisation permettant de procéder systématiquement à l'évaluation de l'activité médicale à l'hôpital. Le Roi fixe la composition et le fonctionnement des structures précitées, étant entendu que des médecins exerçant l'activité hospitalière concernée doivent siéger dans ces structures.) <L 1996-04-29/32, art. 143, 013; En vigueur : 10-05-1996>
  (§ 3. L'évaluation visée au § 2 peut porter sur des critères en matière d'infrastructure, de personnel, de pratique médicale pour l'ensemble du service ou de la fonction, ainsi que sur leurs résultats.
  § 4. Le Roi peut préciser des règles d'application des §§ 1, 2 et 3 du présent article.) <L 1996-04-29/32, art. 143, 013; En vigueur : 10-05-1996>
Art. 16. De hoofdgeneesheer neemt (, overeenkomstig regelen die de Koning nader kan omschrijven,) de noodzakelijke initiatieven om, onder meer via een effectieve medische stafwerking, de ziekenhuisgeneesheren te betrekken bij de in artikel 14 bedoelde geïntegreerde werking van het ziekenhuis en bij de in artikel 15 bedoelde kwalitatieve toetsing en bij de eruit voortvloeiende initiatieven om de kwaliteit van de medische dienstverlening in stand te houden of te verbeteren. <W 1996-04-29/32, art. 144, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
Art. 16. Le médecin en chef prend (conformément à des règles pouvant être précisées par le Roi) les initiatives nécessaires afin d'associer, entre autres par une activité effective du staff médical, les médecins hospitaliers au fonctionnement intégré de l'hôpital visé à l'article 14 et à l'évaluation qualitative visée à l'article 15 et à toutes les initiatives qui en découlent pour maintenir ou améliorer la qualité de l'activité médicale. <L 1996-04-29/32, art. 144, 013; En vigueur : 10-05-1996>
Art. 17. (§1.) De Koning kan de algemene minimumvoorwaarden bepalen om te voldoen aan de eisen gesteld in de artikelen 13 tot 16. <W 1989-12-22/31, art. 106, 003; Inwerkingtreding : 30-12-1989>
  (§2. Bij wijze van overgangsmaatregel blijven de geneesheren die op het ogenblik van de bekendmaking van deze wet de functie van hoofdgeneesheer of geneesheer-diensthoofd uitoefenen, voor onbepaalde duur benoemd of aangewezen, behoudens een andersluidende regeling opgenomen in hun overeenkomst met het ziekenhuis of in hun benoemingsakte.) <W 1989-12-22/31, art. 106, 003; Inwerkingtreding : 30-12-1989>
Art. 17. (§1.) Le Roi peut déterminer les conditions générales minimales pour répondre aux exigences imposées par les articles 13 à 16. <L 1989-12-22/31, art. 106, 003; En vigueur : 30-12-1989>
  (§2. Le médecin-chef et le médecin-chef de service sont nommés ou désignés pour une durée indéterminée, sauf disposition contraire prévue dans le règlement visé à l'article 125, 2°.) <L 1989-12-22/31, art. 106, 003; En vigueur : 30-12-1989>
HOOFDSTUK IV. - Structurering van de verpleegkundige activiteit.
CHAPITRE IV. - Structuration de l'activité infirmière.
Art. 17bis. <INGEVOEGD bij W 1990-12-29/30, art. 129, 005; Inwerkingtreding : 19-01-1991> In ieder ziekenhuis moet de verpleegkundige activiteit gestructureerd zijn.
  Ieder ziekenhuis omvat :
  1° (een hoofd van het verpleegkundig departement, die verantwoordelijk is voor de organisatie en de coördinatie van de verpleegkundige verzorging in het kader van het verpleegkundig departement en die, onverminderd de bepaling van artikel 8, 2°, de dagelijkse leiding heeft over de ziekenhuisverpleegkundigen, de zorgkundigen en het ondersteunend personeel van de gehele inrichting. Het hoofd van het verpleegkundig departement wordt benoemd en/of aangewezen door de beheerder, na advies van de directeur en van de hoofdgeneesheer.) <W 2006-12-27/32, art. 270, 031; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  2° de verpleegkundigen-diensthoofden die het hoofd van het verpleegkundig departement bijstaan. De verpleegkundigen-diensthoofden vormen samen het middenkader. De verpleegkundigen-diensthoofden zijn verantwoordelijk voor de verpleegkundige activiteiten in :
  a) hetzij, meerdere verpleegeenheden;
  b) hetzij, een of meer medisch-technische diensten;
  c) hetzij, een of meer domeinen van de verpleegkunde binnen de inrichting;
  d) hetzij, een of meer functies bedoeld onder a), b) en c).
  De verpleegkundigen-diensthoofden worden benoemd en/of aangewezen door de beheerder na advies van de directeur, het hoofd van het verpleegkundig departement en de hoofdgeneesheer.
  3° een verpleegkundig kader bestaande uit de hoofd-verpleegkundigen, in voorkomend geval bijgestaan door adjunct-hoofdverpleegkundigen. De hoofdverpleegkundigen worden benoemd en/of aangewezen door de beheerder na advies van de directeur, het hoofd van het verpleegkundig departement en de verpleegkundige-diensthoofd bedoeld, naar gelang het geval, in a), b) of d).
  4° een verpleegkundige staf gevormd door alle ziekenhuisverpleegkundigen (...). <W 2006-12-27/32, art. 270, 031; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  (5° het verzorgend personeel;
  6° het ondersteunend personeel.) <W 2006-12-27/32, art. 270, 031; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  De Koning bepaalt de minimumtaken welke aan het hoofd van het verpleegkundig departement, aan de verpleegkundigen-diensthoofden, aan de hoofdverpleegkundigen, aan de adjunct-hoofdverpleegkundigen, aan de ziekenhuisverpleegkundigen, en aan het verzorgend personeel worden opgedragen. De Koning kan eveneens de modaliteiten bepalen van hun onderlinge professionele relatie. Deze taken hebben betrekking op de planning, de organisatie, de coördinatie, de uitvoering en de evaluatie, het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de verpleegkundige verzorging en van de praktijk van het verzorgend personeel in het ziekenhuis.
Art. 17bis. L'activité infirmière doit être structurée dans chaque hôpital.
  Chaque hôpital comprend :
  1° (un chef du département infirmier, responsable de l'organisation et de la coordination des soins infirmiers dans le cadre du département des soins infirmiers et qui, sans préjudice de la disposition de l'article 8, 2°, assure la direction journalière des infirmiers hospitaliers, des aides soignants et du personnel de soutien de l'ensemble de l'établissement. Le chef du département infirmier est nommé et/ou désigné par le gestionnaire, après avis du directeur et du médecin-chef.) <L 2006-12-27/32, art. 270, 031; En vigueur : 07-01-2007>
  2° les infirmiers-chefs de services qui assistent le chef du département infirmier. L'ensemble des infirmiers-chefs de services qui assistent le chef du département infirmier forme le cadre intermédiaire. Les infirmiers-chefs de services sont responsables des activités infirmières dans :
  a) soit, plusieurs unités de soins;
  b) soit, un ou plusieurs services médico-techniques;
  c) soit, un ou plusieurs domaines de l'art infirmier au sein de l'établissement;
  d) soit, une ou plusieurs fonctions visées sous a), b) et c).
  Les infirmiers-chefs de service sont nommés et/ou désignés par le gestionnaire après avis du directeur, du chef du département infirmier et du médecin-chef.
  3° un cadre infirmier comprenant tous les infirmiers en chef assisté le cas échéant des infirmiers en chef-adjoint. Les infirmiers en chef sont nommés et/ou désignés par le gestionnaire après avis du directeur, du chef du département infirmier et de l'infirmier-chef de service, visé selon le cas, en a), en b) ou en d).
  4° un staff infirmier comprenant tous les infirmiers hospitaliers (...). <L 2006-12-27/32, art. 270, 031; En vigueur : 07-01-2007>
  (5° le personnel soignant;
  6° le personnel de soutien.) <L 2006-12-27/32, art. 270, 031; En vigueur : 07-01-2007>
  Le Roi détermine le minimum des missions à confier au chef du département infirmier, aux infirmiers-chefs de service, aux infirmiers en chef, aux infirmiers chefs-adjoints, aux infirmiers hospitaliers et au personnel soignant. Le Roi peut également définir les modalités de leurs relations professionnelles. Ces tâches concernent la planification, l'organisation, la coordination, l'exécution, l'évaluation, le maintien et l'amélioration de la qualité des soins en rapport avec l'art infirmier et la pratique du personnel soignant à l'hôpital.
Art. 17ter. <INGEVOEGD bij W 1990-12-29/30, art. 129, 005; Inwerkingtreding : 19-01-1991> § 1. De verpleegkundige activiteit moet dusdanig worden georganiseerd dat ze een integrerend deel vormt van de ziekenhuisactiviteit, met dien verstande dat het ziekenhuis dusdanig georganiseerd moet worden dat de verpleegkundige activiteit er in optimale omstandigheden kan geschieden.
  § 2. Het hoofd van het verpleegkundig departement werkt nauw samen met de hoofdgeneesheer met het oog op de realisatie van de in § 1 gestelde doelstelling.
Art. 17ter. § 1. L'activité infirmière doit être organisée de manière à faire partie intégrante de l'activité hospitalière, étant entendu que l'organisation de l'hôpital doit être telle que l'activité infirmière puisse s'y déployer dans des conditions optimales.
  § 2. Le chef du département infirmier collabore étroitement avec le médecin en chef en vue de la réalisation de l'objectif visé au § 1er.
Art. 17quater. <INGEVOEGD bij W 1990-12-29/30, art. 129, 005; Inwerkingtreding : 19-01-1991> (§ 1. De verpleegkundige activiteit moet kwalitatief getoetst worden zowel intern als extern; daartoe moet onder meer, onder de verantwoordelijkheid van het hoofd van het verpleegkundig departement, voor elke patiënt een verpleegkundig dossier worden aangelegd, dat samen met het medisch dossier het enig patiëntendossier vormt en in het ziekenhuis wordt bewaard onder de verantwoordelijkheid van de hoofdgeneesheer. Tevens dient een interne registratie in het ziekenhuis te worden opgezet. Op basis van deze registratie en voor de door de Koning aangeduide diensten of functies, dient een rapport te worden opgesteld over de kwaliteit van de verpleegkundige activiteit.) <W 1996-04-29/32, art. 145, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
  (§ 2. De Koning richt, voor de door Hem anngeduide diensten of functies, de organisatorische structuren op die op systematische wijze kunnen overgaan tot een toetsing van de verpleegkundige activiteit in het ziekenhuis. De Koning bepaalt de samenstelling en werking van voormelde structuren met dien verstande dat verpleegkundigen die de desbetreffende ziekenhuisactiviteit uitoefenen in deze structuren zitting moeten hebben.) <W 1996-04-29/32, art. 145, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
  (§ 3. De in § 2 bedoelde toetsing kan betrekking hebben op criteria inzake infrastructuur, mankracht, de wijze van verpleegkundige praktijkvoering voor het geheel van de dienst of functie, alsook op de resultaten hiervan.
  § 4. De Koning kan, voor de toepassing van de §§1, 2 en 3 van dit artikel, nadere regelen bepalen.) <W 1996-04-29/32, art. 145, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
  (derde lid opgeheven) <W 1996-04-29/32, art. 145, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
Art. 17quater. (§ 1. L'activité infirmière doit faire l'objet d'une évaluation qualitative aussi bien interne qu'externe; à cet effet, il faut, entre autres, sous la responsabilité du chef du département infirmier, tenir à jour, pour chaque patient, un dossier infirmier qui constitue avec le dossier médical, le dossier unique du patient et qui est conservé à l'hôpital sous la responsabilité du médecin en chef. En outre, un enregistrement interne doit être mis sut pied à l'hôpital. Sur la base de cet enregistrement et pour ce qui concerne les services ou fonctions désignés par le Roi, un rapport doit être rédigé sur la qualité de l'activité infirmière.) <L 1996-04-29/32, art. 145, 013; En vigueur : 10-05-1996>
  (§ 2. Le Roi crée pour les services ou fonctions désignés par Lui, les structures d'organisation permettant de procéder systématiquement à l'évaluation de l'activité infirmière à l'hôpital. Le Roi fixe la composition et le fonctionnement des structures précitées, étant entendu que des infirmièr(e)s exerçant l'activité hospitalière concernée doivent siéger dans ces structures.) <L 1996-04-29/32, art. 145, 013; En vigueur : 10-05-1996>
  (§ 3. L'évaluation visée au § 2 peut porter sur des critères en matière d'infrastructure, de personnel, de pratique infirmière pour l'ensemble du service ou de la fonction, ainsi que sur leurs résultats.
  § 4. Le Roi peut préciser des règles d'application des §§ 1, 2 et 3 du présent article.) <L 1996-04-29/32, art. 145, 013; En vigueur : 10-05-1996>
  (alinéa 3 abrogé) <L 1996-04-29/32, art. 145, 013; En vigueur : 10-05-1996>
Art. 17quinquies. <INGEVOEGD bij W 1990-12-29/30, art. 129, 005; Inwerkingtreding : 19-01-1991> Het hoofd van het verpleegkundig departement neemt (, overeenkomstig regelen die de Koning nader kan omschrijven,) de noodzakelijke initiatieven om, onder meer via een effectieve werking van het middenkader, van het verpleegkundig kader en van de verpleegkundige staf, het verpleegkundig ziekenhuispersoneel te betrekken bij de in artikel 17ter bedoelde geïntegreerde werking van het ziekenhuis, bij de in artikel 17quater bedoelde kwalitatieve toetsing en bij de eruit voortvloeiende initiatieven om de kwaliteit van de verpleegkundige dienstverlening in stand te houden of te verbeteren. <W 1996-04-29/32, art. 146, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
Art. 17quinquies. Le chef du département infirmier prend (, conformément à des règles pouvant être précisées par le Roi,) les initiatives nécessaires afin d'associer, entre autres par une activité effective du cadre intermédiaire, du cadre infirmier et du staff infirmier, le personnel hospitalier infirmier au fonctionnement intégré de l'hôpital visé à l'article 17ter, à l'évaluation qualitative visée à l'article 17quater et à toutes les initiatives qui en découlent pour maintenir ou améliorer la qualité de l'activité infirmière. <L 1996-04-29/32, art. 146, 013; En vigueur : 10-05-1996>
Art. 17sexies. <INGEVOEGD bij W 1990-12-29/30, art. 129, 005; Inwerkingtreding : 19-01-1991> De Koning kan de algemene minimumvoorwaarden bepalen om te voldoen aan de eisen gesteld in de artikelen 17bis tot 17quinquies.
Art. 17sexies. Le Roi peut déterminer les conditions générales minimales pour répondre aux exigences imposées par les articles 17bis à 17quinquies.
Art. 17septies. <INGEVOEGD bij W 1990-12-29/30, art. 129, 005; Inwerkingtreding : 19-01-1991> De naleving van de artikelen 17bis tot en met 17sexies geldt als een vereiste voor de erkenning van de ziekenhuizen.
Art. 17septies. Le respect des articles 17bis à 17sexies est une condition d'agrément des hôpitaux.
Art. 17octies. <INGEVOEGD bij W 1990-12-29/30, art. 129, 005; Inwerkingtreding : 19-01-1991> De uitvoeringsbesluiten aangaande de artikelen 17bis tot en met 17sexies worden genomen na advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen en van de Nationale Raad voor Verpleegkunde en van de Hoge Raad voor het Verplegingswezen secties " verloskunde " en " kinderverzorging ", ieder voor wat hem betreft. (...) <W 1996-04-29/32, art. 147, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
Art. 17octies. Les arrêtés d'exécution des articles 17bis à 17sexies sont pris après avis du Conseil national des établissements hospitaliers et du Conseil national de l'art infirmier et du Conseil supérieur du nursing sections " obstétrique " et " soins à l'enfance ", chacun pour ce qui le concerne. (...) <L 1996-04-29/32, art. 147, 013; En vigueur : 10-05-1996>
HOOFDSTUK V. - Naleving van de rechten van de patiënt.
CHAPITRE V. - Respect des droits du patient.
Art. 17novies. <INGEVOEGD bij W 2002-08-22/45, art. 17; Inwerkingtreding : 06-10-2002> Ieder ziekenhuis leeft, binnen zijn wettelijke mogelijkheden, de bepalingen na van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt wat betreft de medische, verpleegkundige en andere gezondheidszorgberoepsmatige aspecten in zijn rechtsverhoudingen jegens de patiënt. Bovendien waakt ieder ziekenhuis erover dat ook de beroepsbeoefenaars die er niet op basis van een arbeidsovereenkomst of een statutaire benoeming werkzaam zijn, de rechten van de patiënt eerbiedigen.
  Ieder ziekenhuis waakt erover dat alle klachten in verband met de naleving van het vorig lid, kunnen worden neergelegd bij de in artikel 70quater bedoelde ombudsfunctie om er te worden behandeld.
  (De patiënt heeft het recht om van het ziekenhuis informatie te ontvangen over de aard van de rechtsverhoudingen tussen het ziekenhuis en de er werkzame beroepsbeoefenaars. De inhoud van bedoelde informatie evenals de wijze waarop ze dient te worden medegedeeld, worden na advies van de in artikel 16 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt bedoelde commissie, door de Koning bepaald.) <W 2006-12-13/35, art. 48, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  (Het ziekenhuis is aansprakelijk voor de tekortkomingen begaan door de er werkzame beroepsbeoefenaars in verband met de eerbiediging van de in voornoemde wet van 22 augustus 2002 bepaalde rechten van de patiënt, tenzij het ziekenhuis in het kader van de informatieverstrekking bedoeld in het derde lid de patiënt duidelijk en voorafgaandelijk aan de tussenkomst van de beroepsbeoefenaar heeft gemeld dat het er niet aansprakelijk voor is gelet op de aard van de in het derde lid bedoelde rechtsverhoudingen. Dergelijke melding kan geen afbreuk doen aan andere wettelijke bepalingen inzake de aansprakelijkheid voor andermans daad.) <W 2006-12-13/35, art. 48, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
Art. 17novies. Chaque hôpital respecte, dans les limites de ses capacités légales, les dispositions de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient pour ce qui concerne les aspects médicaux, infirmiers et d'autres pratiques professionnelles de soins dans ses relations juridiques avec le patient. De plus, chaque hôpital veille à ce que les praticiens professionnels qui n'y travaillent pas sur la base d'un contrat de travail ou d'une nomination statutaire respectent les droits du patient.
  Chaque hôpital veille à ce que toutes les plaintes liées au respect de l'alinéa précédent puissent être déposées auprès de la fonction de médiation prévue par l'article 70quater afin d'y être traitées.
  (Le patient a le droit de recevoir les informations de l'hôpital concernant la nature des relations juridiques entre l'hôpital et les praticiens professionnels qui y travaillent. Le contenu des informations visées, ainsi que la façon dont celles-ci doivent être communiquées, sont déterminés par le Roi, après avis de la commission visée à l'article 16 de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient.) <L 2006-12-13/35, art. 48, 030; En vigueur : 01-01-2007>
  (L'hôpital est responsable des manquements commis par les praticiens professionnels qui y travaillent, en ce qui concerne le respect des droits du patient prévus dans la loi précitée du 22 août 2002, à moins que l'hôpital n'ait communiqué au patient, explicitement et préalablement à l'intervention du praticien professionnel, dans le cadre de la communication des informations visée à l'alinéa 3, qu'il n'était pas responsable de ce praticien professionnel, vu la nature des relations juridiques visées à l'alinéa 3. Une telle communication ne peut pas porter préjudice à d'autres dispositions légales relatives à la responsabilité pour les actes commis par autrui.) <L 2006-12-13/35, art. 48, 030; En vigueur : 01-01-2007>
TITEL II. - Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen.
TITRE II. - Conseil national des établissements hospitaliers.
HOOFDSTUK I. - Oprichting.
CHAPITRE I. - Institution.
Art. 18. Bij het Ministerie van Volksgezondheid wordt een Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen opgericht die tot taak heeft advies uit te brengen omtrent alle problemen van het ziekenhuiswezen die, ingevolge artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, tot de nationale bevoegdheid zijn blijven behoren.
  (De bevoegdheden van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, zoals bedoeld in deze wet, worden uitgeoefend, onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 154 en 154ter van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen.) <L 2002-08-22/39, art. 39, 022; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
Art. 18. Il est institué auprès du Ministère de la Santé publique, un Conseil national des établissements hospitaliers qui a pour mission d'émettre un avis sur tout problème relatif aux hôpitaux qui, suite à l'article 5 de la loi spéciale du 8 août 1980 sur la réforme des institutions, est resté de la compétence nationale.
  (Les compétences du Conseil national des établissements hospitaliers, tel que visé dans la présente loi, sont exercées, sous réserve de l'application des articles 154 et 154ter de la loi du 29 avril 1996 portant des dispositions sociales.) <L 2002-08-22/39, art. 39, 022; En vigueur : 10-09-2002>
HOOFDSTUK II. - Afdelingen programmatie, erkenning, financiering.
CHAPITRE II. - Sections de programmation, d'agréation, de financement.
Art. 19. De Raad bestaat uit drie Afdelingen :
  a) een Afdeling programmatie die, benevens de adviezen voorzien in de artikelen 22, 23, 25, 27, 28, 39, 40, 45 en 108 als opdracht heeft advies uit te brengen over alle problemen inzake de programmatie van ziekenhuisvoorzieningen en inzake de toepassing van de programmatie met betrekking tot de ziekenhuizen waaromtrent de nationale overheid beslissingsbevoegdheid heeft;
  b) een Afdeling erkenning die, benevens de adviezen voorzien in de artikelen 5, 6, 38, 43 en 68, als opdracht heeft advies uit te brengen over alle problemen inzake de werking van de ziekenhuizen en inzake de erkenning of sluiting van ziekenhuizen waaromtrent de nationale overheid beslissingsbevoegdheid heeft;
  c) een Afdeling financiering die, benevens de adviezen voorzien in de artikelen 46, 79, 88, 93, 94, 97, 98, 99 en 103, als opdracht heeft advies uit te brengen over alle problemen die zich in het kader van deze gecoördineerde wet stellen met betrekking tot de financiering van de ziekenhuizen. (De Afdeling financiering adviseert omtrent de kostprijselementen voor de zorgprogramma's.) <KB 1997-04-25/32, art. 11, 014; Inwerkingtreding : 30-04-1997>
  (De Koning kan de Afdeling erkenning en de Afdeling programmatie samenvoegen tot een Afdeling erkenning en programmatie. In voorkomend geval neemt deze nieuwe Afdeling de taken over van de Afdeling erkenning en van de Afdeling programmatie.) <W 1988-12-30/31, art. 56, 002; Inwerkingtreding : 15-01-1989>
Art. 19. Le Conseil se compose de trois Sections :
  a) une Section de programmation qui, outre les avis prévus aux articles 22, 23, 25, 27, 28, 39, 40, 45 et 108, a pour mission d'émettre un avis sur tout problème de programmation hospitalière et sur tout problème d'application de la programmation relative aux hôpitaux pour lesquels l'autorité nationale a pouvoir de décision;
  b) une Section d'agréation qui, outre les avis prévus aux articles 5, 6, 38, 43 et 68, a pour mission d'émettre l'avis sur tout problème de fonctionnement des hôpitaux et sur l'agréation ou la fermeture des hôpitaux pour lesquels l'autorité nationale a le pouvoir de décision;
  c) une Section de financement qui, outre les avis prévus aux articles 46, 79, 88, 93, 94, 97, 98, 99 et 103, a pour mission d'émettre un avis sur tout problème qui, dans le cadre de cette loi coordonnée, se pose concernant le financement des hôpitaux. (La Section financement formule un avis au sujet des éléments du coût des programmes de soins.) <AR 1997-04-25/32, art. 11, 014; En vigueur : 30-04-1997>
  (Le Roi peut fusionner la Section agrément et la Section programmation en une Section programmation et agrément. Cette nouvelle Section reprend, le cas échéant, les missions de la Section agrément et de la Section programmation.) <L 1988-12-30/31, art. 56, 002; En vigueur : 15-01-1989>
HOOFDSTUK III. - Samenstelling.
CHAPITRE III. - Composition.
Art. 20. De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de samenstelling van de Raad en van de Afdelingen. De samenstelling van de Raad en de Afdelingen zal derwijze geschieden dat de te benoemen leden hetzij bijzonder vertrouwd zijn met de opdrachten van de afdelingen, hetzij betrokken zijn bij het administratief beheer van de ziekenhuizen, hetzij betrokken zijn bij de medische of de verpleegkundige aktiviteiten van de ziekenhuizen, hetzij behoren tot de verzekeringsinstellingen in het raam van de wetgeving op de ziekte- en invaliditeitsverzekering. Als leden kunnen eveneens worden aangeduid ambtenaren van betrokken ministeriële departementen of overheidsdiensten alsmede vertegenwoordigers van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
  Voor zover de Gemeenschappen, met het oog op de toepassing van de programmatie en erkenning van ziekenhuizen, eigen adviesorganen hebben opgericht, zullen onder de te benoemen leden van de betrokken afdeling van de Raad, na overleg met de Gemeenschapsexecutieven, leden worden aangeduid die deel uitmaken van de bedoelde adviesorganen van de Gemeenschappen.
  De Koning benoemt de leden.
Art. 20. Le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, fixe la composition du Conseil et des Sections. Le Conseil et les Sections seront composés de façon à nommer des membres qui sont soit particulièrement familiarisés avec les missions des Sections, soit participent à la gestion administrative des hôpitaux ou sont concernés par les activités médicales ou infirmières des hôpitaux, ou encore appartiennent aux organismes d'assurance dans le cadre de la législation sur l'assurance maladie-invalidité. Pourront également être désignés comme membres, des fonctionnaires des départements ministériels ou des services publics concernés, ainsi que des représentants de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
  Si les Communautés en vue de l'application de la programmation et l'agréation des hôpitaux, ont institué leurs propres organes d'avis, des membres faisant partie desdits organes des Communautés seront désignés, après concertation avec les Exécutifs des Communautés, parmi les membres qui doivent être nommés dans la section concernée du Conseil.
  Le Roi nomme les membres.
HOOFDSTUK IV. - Voorzitterschap en werking.
CHAPITRE IV. - Présidence et fonctionnement.
Art. 21. De Raad en het bureau worden voorgezeten door de door de Koning benoemde Voorzitter van de Raad. Elke Afdeling wordt voorgezeten door een door de Koning benoemde Voorzitter van de Afdeling; in elke Afdeling kunnen door de Koning één of meerdere Ondervoorzitters worden benoemd. De Voorzitter van de Raad, de Voorzitters en de Ondervoorzitters van de Afdelingen vormen samen het bureau van de Raad.
  Het bureau organiseert de werkzaamheden van de Raad.
  Het bureau onderzoekt de adviesaanvragen en maakt deze over aan de betrokken Afdeling of Afdelingen.
  Het bureau coördineert de adviezen van de Afdelingen en maakt deze over aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.
  Het secretariaat van de Raad, van de Afdelingen en van het bureau wordt waargenomen door een ambtenaar-generaal aangeduid door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.
  De Koning stelt de overige regels vast voor de werking van de Raad en bepaalt de termijnen binnen dewelke de gevraagde adviezen moeten worden verstrekt.
Art. 21. Le Conseil et le bureau sont présidés par le Président du Conseil nommé par le Roi. Chaque section est présidée par un Président de la Section nommé par le Roi; dans chaque Section, un ou plusieurs Vice-présidents peuvent être nommés par le Roi. Le Président du Conseil, les Présidents et Vice-présidents des Sections constituent le bureau du Conseil.
  Le bureau organise les activités du Conseil.
  Le bureau examine les demandes d'avis et les transmet à la ou les Sections concernées.
  Le bureau coordonne les avis des Sections et les transmet au Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions.
  Le secrétariat du Conseil, des Sections et du bureau est assuré par un fonctionnaire général désigné par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions.
  Le Roi fixe les autres règles de fonctionnement du Conseil et détermine les délais dans lesquels les avis demandés doivent être fournis.
HOOFDSTUK V. - Taak van de Afdeling programmatie.
CHAPITRE V. - Mission de la Section de programmation.
Art. 22. De Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling programmatie heeft tot taak :
  1° advies te verstrekken in verband met de vaststelling van de nationale criteria waarvan sprake in de artikelen 23 en 24;
  2° aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, op zijn verzoek of op eigen initiatief, alle voorstellen of aanbevelingen te doen die zij nodig acht in verband met de ziekenhuisinfrastructuur en -uitrusting;
  3° inzake de toepassing van de programmatie met betrekking tot de ziekenhuizen waaromtrent de nationale overheid beslissingsbevoegdheid heeft advies uit te brengen en met name :
  a) de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft op zijn verzoek of op eigen initiatief, advies te verstrekken over de prioriteiten die voor de toepassing van de in artikelen 23 en 24 bedoelde criteria dienen in acht genomen;
  b) aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, op zijn verzoek of op eigen initiatief, alle voorstellen of aanbevelingen te doen die de Afdeling nodig acht in verband met de uitbouw van de ziekenhuisinfrastruktuur en -uitrusting van de bedoelde ziekenhuizen;
  c) voor elk initiatief, waarvoor overeenkomstig artikel 26 dient te worden nagegaan of de verwezenlijking ervan past in het raam van het ziekenhuisprogramma, aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft advies te verstrekken;
  d) voor de toepassing van de in artikel 45 bedoelde vermindering van ziekenhuisbedden, aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft advies te verstrekken.
Art. 22. Le Conseil national des établissements hospitaliers, Section de programmation a pour mission :
  1° d'émettre les avis sur la fixation des critères nationaux dont question aux articles 23 et 24;
  2° de faire au Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, à sa demande ou d'initiative, toutes propositions ou recommandations qu'il juge nécessaires en matière d'infrastructure et d'équipements hospitaliers;
  3° d'émettre des avis sur tout problème d'application de la programmation relative aux hôpitaux sur lesquels l'autorité nationale a pouvoir de décision et notamment :
  a) de donner au Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, à sa demande ou d'initiative, un avis sur les priorités qui doivent être respectées pour l'application des critères visés aux articles 23 et 24;
  b) de faire au Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, à sa demande ou d'initiative, toutes propositions ou recommandations que la Section juge nécessaires sur le développement de l'infrastructure et des équipements hospitaliers de ces hôpitaux;
  c) d'émettre un avis au Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, sur toute initiative dont il y a lieu de vérifier, conformément à l'article 26, si la réalisation s'inscrit dans le cadre du programme hospitalier;
  d) de fournir un avis au Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions sur l'application de la réduction de lits d'hôpitaux visée à l'article 45.
TITEL III. - Programmatie, financiering en erkenning van ziekenhuizen.
TITRE III. - Programmation, financement et agrément des hôpitaux.
HOOFDSTUK I. - Programmatie.
CHAPITRE I. - Programmation.
Afdeling 1. - Programmatiecriteria.
Section 1. - Critères de programmation.
Onderafdeling 1. - (Ziekenhuizen, ziekenhuisdiensten, ziekenhuisgroeperingen, ziekenhuisafdelingen, ziekenhuisfuncties en -bedden.)
Sous-section 1. - (Hôpitaux, services hospitaliers, groupements hospitaliers, sections hospitalières, fonctions hospitalières et lits.)
Art. 23. Bij in Ministerraad overlegd besluit en na het advies te hebben ingewonnen van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling programmatie, stelt de Koning de criteria vast die van toepassing zijn voor de programmatie van de verschillende soorten van ziekenhuizen, ziekenhuisdiensten (ziekenhuisafdelingen, ziekenhuisfuncties) en ziekenhuisgroeperingen, met het oog onder meer op hun specialisatie, hun capaciteit, hun uitrusting en de coördinatie van hun installaties en van hun werkzaamheden, rekening houdende met de algemene en speciale behoeften van de bevolking voor welker verzorging ze moeten instaan (binnen een vast te stellen gebied). <W 1988-12-30/31, art. 58, 002; Inwerkingtreding : 15-01-1989> <W 2005-04-27/34, art. 19, 028; Inwerkingtreding : 30-05-2005>
  (lid 2 opgeheven) <W 2005-04-27/34, art. 19, 028; Inwerkingtreding : 30-05-2005>
Art. 23. Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, et après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section de programmation, les critères qui sont d'application pour la programmation des différentes sortes d'hôpitaux, services hospitaliers, (sections hospitalières, fonctions hospitalières) et groupements d'hôpitaux, visant notamment leur spécialisation, leur capacité, leur équipement et la coordination de leurs installations et de leurs activités, compte tenu des besoins généraux et spéciaux de la population à desservir (à l'intérieur d'un territoire à fixer). <L 1988-12-30/31, art. 58, 002; En vigueur : 15-01-1989> <L 2005-04-27/34, art. 19, 028; En vigueur : 30-05-2005>
  (alinéa 2 supprimé) <L 2005-04-27/34, art. 19, 028; En vigueur : 30-05-2005>
Art. 24. De criteria waarvan sprake in artikel 23 zijn forfaitaire, rekenkundige regelen of formules bestemd om de behoeften te meten, rekening houdende onder meer met de bevolkingscijfers, de leeftijdsstructuur, de morbiditeit, (en met de geographische spreiding). Deze criteria zijn van toepassing voor het gehele grondgebied. <W 2005-04-27/34, art. 20, 028; Inwerkingtreding : 30-05-2005>
Art. 24. Les critères dont question à l'article 23 sont des règles ou formules forfaitaires mathématiques destinées à mesurer les besoins, compte tenu notamment des chiffres de la population, de la structure d'âge, de la morbidité (et de la répartition géographique). Ces critères sont d'application sur l'ensemble du territoire. <L 2005-04-27/34, art. 20, 028; En vigueur : 30-05-2005>
Onderafdeling 2. - Aantal bedden in universitaire ziekenhuizen.
Sous-section 2. - Nombre de lits dans les hôpitaux universitaires.
Art. 25. In afwachting dat de Koning, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling programmatie, criteria zal hebben bepaald voor de programmatie van de universitaire ziekenhuizen, mag het aantal bedden in de universitaire ziekenhuizen, aangewezen op voorstel van de akademische overheid van een bepaalde universiteit, niet hoger zijn dan het aantal bedden toegelaten op 1 januari 1976, gebeurlijk verhoogd bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, na advies van de bovenvermelde Raad.
Art. 25. En attendant que le Roi ait fixé après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section de programmation, les critères pour la programmation des hôpitaux universitaires, le nombre de lits dans les hôpitaux universitaires, désigné sur proposition de l'autorité académique d'une université déterminée, ne pourra être supérieur au nombre de lits admis à la date du 1er janvier 1976, éventuellement majoré par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres après avis du Conseil précité.
Afdeling 2. - Werken.
Section 2. - Travaux.
Onderafdeling 1. - Vergunning.
Sous-section 1. - Autorisation.
Art. 26. Wanneer zulks niet past in het raam van het ziekenhuisprogramma, is het verboden een ziekenhuis of een ziekenhuisdienst te bouwen, uit te breiden, te verbouwen of te vervangen, of de bestemming ervan te wijzigen.
  De ingebruikneming van nieuwe ziekenhuisbedden ter vervanging brengt automatisch de afschaffing mede van de bedden waarvan de vervanging werd beoogd.
  Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt eveneens voor verbouwingswerken die geen verhoging van bedden in enige ziekenhuisdienst meebrengen. De Koning kan evenwel bepalen in welke gevallen en volgens welke voorwaarden, dit verbod voor dergelijke verbouwingswerken niet van toepassing is.
  De beslissing waaruit blijkt dat een projekt past in het kader van het ziekenhuisprogramma wordt " de vergunning " genoemd. De Koning kan de termijn bepalen gedurende dewelke de vergunning rechtsgeldig blijft.
Art. 26. Il est interdit de construire, d'étendre, de reconvertir, de remplacer ou de modifier la destination d'un hôpital ou d'un service hospitalier si ces travaux ne s'insèrent pas dans le cadre du programme hospitalier.
  La mise en service de nouveaux lits d'hôpitaux en remplacement de lits existants entraîne automatiquement la suppression des lits dont le remplacement était visé.
  L'interdiction visée à l'alinéa 1er s'applique également aux travaux de reconditionnement qui n'entraînent pas d'augmentation de lits dans aucun service hospitalier. Le Roi peut cependant déterminer dans quel cas et à quelles conditions cette interdiction ne s'applique pas à de tels travaux de reconditionnement.
  La décision qui fait apparaître qu'un projet s'insère dans le cadre du programme hospitalier est dénommée " l'autorisation ". Le Roi peut fixer le délai de validité juridique de l'autorisation.
Onderafdeling 2. - Procedure.
Sous-section 2. - Procédure.
Art. 27. Elke beslissing waarbij geweigerd wordt een ziekenhuis of ziekenhuisdienst, dan wel de bouw, uitbreiding of omschakeling ervan of de werken bedoeld in artikel 26, eerste lid te beschouwen als passende in het raam van het voormelde programma, moet met redenen worden omkleed.
  (Lid 2 opgeheven) <W 2002-01-14/39, art. 59, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  (Lid 3 opgeheven) <W 2002-01-14/39, art. 59, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
Art. 27. Toute décision de refus de considérer, soit un hôpital, soit un service, soit sa construction, son extension ou sa reconversion ou les travaux visés à l'article 26, alinéa 1er, comme s'intégrant dans le programme précité doit être motivée.
  (Alinéa 2 abrogé) <L 2002-01-14/39, art. 59, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  (Alinéa 3 abrogé) <L 2002-01-14/39, art. 59, 019; En vigueur : 22-02-2002>
Onderafdeling 3. - Overgangsmaatregelen.
Sous-section 3. - Mesures transitoires.
Art. 28. Als overgangsmaatregelen :
  1° Zijn de bepalingen van artikel 26, eerste lid, niet gericht op de voortzetting van de werken die op 29 september 1973 waren begonnen noch op de verwezenlijking van de ontwerpen waarvoor de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft een principieel akkoord heeft verleend vóór de datum van bekendmaking van het besluit waarvan sprake is in artikel 23.
  Het is verboden, tot de door de Koning te bepalen datum, te beginnen met werken voor de uitbreiding, de verbouwing en de omschakeling van een bestaand ziekenhuis of voor de bouw van een nieuw ziekenhuis, zonder voorafgaande toestemming van (de overheid bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet). <W 2002-01-14/39, art. 60, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  Het bovenbedoelde verbod tot verbouwing is niet van toepassing ingeval uit de verbouwing geen verhoging van het aantal bedden in enige verzorgingsdienst voortvloeit.
  Het is verboden, tot de door de Koning te bepalen datum, te beginnen met werken van nieuwbouw ter vervanging van bestaande bedden zonder voorafgaande toestemming van de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, na gemotiveerd advies van de bevoegde Commissie voor Ziekenhuisprogrammatie.
  2° Zijn de op 29 september 1973 bestaande inrichtingen en die welke zullen worden opgericht overeenkomstig de bepalingen van 1° van dit artikel geacht ambtshalve te passen in het in artikel 23 bedoelde programma.
Art. 28. Par mesures transitoires :
  1° Les dispositions de l'article 26, alinéa 1er, ne visent, ni la poursuite des travaux entrepris au 29 septembre 1973, ni la réalisation des projets ayant bénéficié avant la date de la publication de l'arrêté prévu à l'article 23, d'un accord de principe du Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions.
  Il est interdit, jusqu'à la date qui sera fixée par le Roi, d'entamer des travaux tendant à l'extension, au reconditionnement et à la reconversion d'un hôpital existant ou à la construction d'un nouvel hôpital sans l'accord préalable (de l'autorité visée aux articles 128, 130 ou 135 de la Constitution). <L 2002-01-14/39, art. 60, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  L'interdiction précitée relative au reconditionnement ne s'applique pas si le reconditionnement n'entraîne dans aucun des services de soins une augmentation du nombre de lits.
  Il est interdit, jusqu'à la date qui sera fixée par le Roi, d'entamer des travaux de constructions nouvelles tendant au remplacement de lits existants sans l'accord préalable (de l'autorité visée aux articles 128, 130 ou 135 de la Constitution). <L 2002-01-14/39, art. 60, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  2° Les établissements existants au 29 septembre 1973 et ceux qui seront érigés au bénéfice des dispositions du 1° du présent arrêté, sont réputés être intégrés d'office dans le programme visé à l'article 23.
Afdeling 3. - Vergunning tot ingebruikneming en exploitatie.
Section 3. - Autorisation de mise en service et d'exploitation.
Onderafdeling 1. - Specifieke vergunning voor algemene en psychiatrische ziekenhuizen.
Sous-section 1. - Autorisation spécifique pour hôpitaux généraux et psychiatriques.
Art. 29. § 1. Tot de door de Koning te bepalen datum mag niet worden overgegaan tot ingebruikneming en exploitatie van ziekenhuisdiensten zonder een voorafgaande specifieke vergunning.
  § 2. Deze vergunning mag niet worden afgeleverd indien de ingebruikneming of exploitatie van de bedoelde ziekenhuisdiensten een overschrijding meebrengt van het op 1 juli 1982 bestaande aantal erkende ziekenhuisbedden wat de algemene ziekenhuizen betreft of van het vóór 1 juli 1986 programmatorisch toegewezen en bestaand aantal ziekenhuisbedden wat de psychiatrische ziekenhuizen betreft.
Art. 29. § 1. Jusqu'à la date qui sera fixée par le Roi, il est interdit de procéder sans autorisation spécifique à la mise en service et à l'exploitation de services hospitaliers.
  § 2. Cette autorisation ne pourra être délivrée, si la mise en service et l'exploitation des services hospitaliers amène un dépassement du nombre de lits agréés existants au 1er juillet 1982, en ce qui concerne les hôpitaux généraux ou du nombre de lits accordés en programmation et existants avant le 1er juillet 1986, en ce qui concerne les hôpitaux psychiatriques.
Art. 30. De vergunning tot ingebruikneming zal, ten aanzien van de toepassing van de artikelen 87, 88, 93 tot 98, 100 tot 104 en 106, slechts uitwerking hebben indien de inrichtende macht het bewijs levert dat de ingebruikgenomen bedden in vervanging komen van bestaande bedden of een vermindering betekenen van het voorheen bestaande aantal bedden.
Art. 30. Pour l'application des articles 87, 88, 93 à 98, 100 à 104 et 106, l'autorisation de mise en service n'aura d'effet que si le pouvoir organisateur prouve que les lits mis en service remplacent des lits existants ou sont en diminution par rapport au nombre de lits antérieurs.
Art. 31. Indien de betrokken bedden een uitbreiding vormen ten aanzien van de vroegere capaciteit van het ziekenhuis, kan aan de in artikel 30 bepaalde voorwaarde toch worden voldaan, indien de inrichtende macht het bewijs levert dat de ingebruikname van de betrokken bedden gepaard gaat met een vermindering in een ander ziekenhuis van minstens een gelijk aantal bedden of indien de inrichtende macht het bewijs levert dat de vergunning tot ingebruikneming gepaard gaat met het akkoord van de nationale Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft dat de in de vergunning bedoelde bedden in uitbreiding in aanmerking komen voor de toepassing van de artikelen 87, 88, 93 tot 98, 100 tot 104 en 106.
Art. 31. Si, par rapport à la capacité antérieure de l'hôpital, les lits concernés constituent une extension, la condition prévue à l'article 30 pourra cependant être satisfaite, si le pouvoir organisateur apporte la preuve que leur mise en service s'accompagne d'une diminution d'un nombre de lits au moins égale dans un autre hôpital, ou si le pouvoir organisateur apporte la preuve que la délivrance de l'autorisation de mise en service va de pair avec l'accord du Ministre national qui a la Santé publique dans ses attributions selon lesquels les lits en extension, visés par l'autorisation, entrent en ligne de compte pour l'application des articles 87, 88, 93 à 98, 100 à 104 et 106.
Art. 32. <W 2002-01-14/39, art. 61, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002> Voor de toepassing van de artikelen 29, 30 en 31 kan de Koning nadere regelen bepalen in verband met het aantal gedesaffecteerde bedden, per soort van ziekenhuisdienst die in aanmerking genomen kunnen worden om een uitbreiding van het aantal bedden, in een andere soort van ziekenhuisdienst of in een ander ziekenhuis, mogelijk te maken.
  De Koning kan eveneens nadere regelen bepalen in verband met het aantal bijkomende bedden die, in door Hem aangewezen soorten van ziekenhuisdiensten, erkend en in gebruik genomen kunnen worden.
Art. 32. <L 2002-01-14/39, art. 61, 019; En vigueur : 22-02-2002> Pour l'application des articles 29, 30 et 31, le Roi peut fixer des règles relatives au nombre de lits désaffectés, par type de service hospitalier, qui peuvent entrer en ligne de compte en vue de permettre une extension du nombre de lits dans un autre type de service hospitalier ou dans un autre hôpital.
  Le Roi peut également fixer des règles relatives au nombre de lits supplémentaires qui peuvent être agréés et mis en service dans les types de services hospitaliers désignés par Lui.
Art. 32bis. <INGEVOEGD bij W 1988-12-30/31, art. 59, 002; Inwerkingtreding : 15-01-1989> De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden de artikelen 29, 30, 31 en 32 niet gelden voor daghospitalisatie.
Art. 32bis. Le Roi peut fixer les conditions dans lesquelles les articles 29, 30, 31 et 32 ne sont pas applicables à l'hospitalisation de jour.
Onderafdeling 2. - Specifieke vergunning voor plaatsen van beschut wonen (en van doorgangstehuizen).
Sous-section 2. - Autorisation spécifique pour places d'habitations protégées (et homes de séjour provisoire).
Art. 33. Tot de door de Koning te bepalen datum mag niet worden overgegaan tot de ingebruikneming van plaatsen van beschut wonen (en van doorgangstehuizen), zoals bedoeld in artikel 6, zonder een voorafgaande specifieke vergunning. <W 1988-12-30/31, art. 60, 002; Inwerkingtreding : 15-01-1989>
Art. 33. Jusqu'à la date qui sera fixée par le Roi, il est interdit de procéder sans autorisation spécifique à la mise en service de places d'habitations protégées (et de homes de séjour provisoires) visées à l'article 6. <L 1988-12-30/31, art. 60, 002; En vigueur : 15-01-1989>
Art. 34. De Koning bepaalt het maximum aantal plaatsen van beschut wonen (en van doorgangstehuizen) dat mag in gebruik worden genomen (...). <W 1988-12-30/31, art. 60, 002; Inwerkingtreding : 15-01-1989> <W 1989-12-22/31, art. 107, 003; Inwerkingtreding : 09-01-1990>
Art. 34. Le Roi fixe le nombre maximal de places d'habitations protégées (et de homes de séjour provisoires) qui peuvent être mises en service, (...). <L 1988-12-30/31, art. 60, 002; En vigueur : 15-01-1989> <L 1989-12-22/31, art. 107, 003; En vigueur : 09-01-1990>
Art. 35. De vergunning mag slechts worden afgeleverd indien de ingebruikneming gepaard gaat met een bij koninklijk besluit nader te bepalen gelijkwaardige vermindering van (een aantal bedden) in (...) ziekenhuizen. <W 1989-12-22/31, art. 108, 003; Inwerkingtreding : 09-01-1990> <W 1996-04-29/32, art. 177, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
Art. 35. L'autorisation ne pourra être délivrée que si la mise en service s'accompagne, dans les hôpitaux (...), d'une réduction équivalente, à fixer par arrêté royal, (d'un nombre de lits). <L 1989-12-22/31, art. 108, 003; En vigueur : 09-01-1990> <L 1996-04-29/32, art. 177, 013; En vigueur : 10-05-1996>
Art. 36. De Koning kan nadere modaliteiten bepalen voor de toepassing van de artikelen 33 tot 35.
Art. 36. Le Roi peut préciser les modalités d'application des articles 33 à 35.
Afdeling 4. - Zware apparatuur en medische diensten en medisch-technische diensten.
Section 4. - Appareillage lourd et services médicaux et services médico-techniques.
Onderafdeling 1. - Zware medische apparaten.
Sous-section 1. - Appareillages médicaux lourds.
Art. 37. De zware medische apparaten zijn toestellen of uitrustingen voor onderzoek of behandeling die duur zijn hetzij door hun aankoopprijs, hetzij door de bediening ervan door hoog gespecialiseerd personeel.
Art. 37. Les appareillages médicaux lourds sont des appareils ou équipements d'examen ou de traitement coûteux soit en raison de leur prix d'achat, soit en raison de leur manipulation par du personnel hautement spécialisé.
Art. 38. De Koning stelt, op (...) advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling erkenning, de lijst vast van de toestellen en uitrustingen die, overeenkomstig de voormelde omschrijving, als zware medische apparatuur moeten worden beschouwd. <W 2000-08-12/62, art. 124, 017; Inwerkingtreding : 10-09-2000>
Art. 38. Le Roi fixe, (après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section d'agréation), la liste des appareils et équipements qui, conformément à la définition précitée, doivent être considérés comme appareillage médical lourd. <L 2000-08-12/62, art. 124, 017; En vigueur : 10-09-2000>
Art. 39. De (in artikel 46 bedoelde tegemoetkoming in de financiering van de investeringskosten van zware medische apparatuur) kan evenwel slechts geschieden wanneer de installatie van bedoelde apparatuur past in het kader van een programma, opgesteld door de Koning, op grond van de criteria die door Hem worden bepaald, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling programmatie. <W 2002-01-14/39, art. 62, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
Art. 39. (L'intervention dans le financement des frais d'investissement en matière d'appareillage médical lourd, visée à l'article 46) ne sera octroyée qu'à condition que l'installation dudit appareillage s'inscrive dans le cadre d'un programme élaboré par le Roi sur base des critères qu'Il fixe après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section de programmation. <L 2002-01-14/39, art. 62, 019; En vigueur : 22-02-2002>
Art. 40. <W 2002-01-14/39, art. 63, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002> Toestellen en uitrustingen die met toepassing van artikel 38 door de Koning als zware medische apparatuur zijn aangemerkt, mogen noch worden opgesteld, noch uitgebaat zonder voorafgaande toestemming van de overheid als bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet. Die toestemming is vereist, zelfs wanneer de initiatiefnemer geen beroep doet op de tegemoetkoming bedoeld in artikel 46 en zelfs wanneer de investering plaatsvindt buiten een ziekenhuis of een medisch-sociale instelling.
Art. 40. <L 2002-01-14/39, art. 63, 019; En vigueur : 22-02-2002> Les appareils et équipements qui, en application de l'article 38, sont désignés par le Roi comme étant de l'appareillage médical lourd, ne peuvent pas être installés ni exploités sans l'autorisation préalable de l'autorité visée aux articles 128, 130 ou 135 de la Constitution. Cette autorisation est requise même lorsque l'initiateur ne fait pas appel à l'intervention visée à l'article 46 et même lorsque l'investissement a lieu en dehors d'un hôpital ou d'une institution médico-sociale.
Art. 41. <W 2002-01-14/39, art. 65, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002> De Koning kan, per toestel vermeld in de in artikel 38 bedoelde lijst van zware medische apparatuur, nadere regelen bepalen inzake het maximum aantal dat in gebruik mag worden genomen en uitgebaat.
  Hij kan, onverminderd het eerste lid, de in artikel 40 bedoelde toelating, alsmede de ingebruikneming en uitbating, onderwerpen aan de door Hem bepaalde programmatiecriteria of maximumaantal.
  Hij kan de datum bepalen vanaf dewelke de uitbating verboden wordt van zware medische apparatuur die niet past in het kader van het maximum aantal toestellen, bedoeld in het eerste lid, of van de programmatie bedoeld in het tweede lid.
  (De in het tweede lid bedoelde programmatiecriteria zijn deze bedoeld in de artikelen 23 en 24.) <W 2005-04-27/34, art. 21, 028; Inwerkingtreding : 30-05-2005>
Art. 41. <L 2002-01-14/39, art. 65, 019; En vigueur : 22-02-2002> Le Roi peut préciser, par appareil figurant sur la liste de l'appareillage médical lourd visée à l'article 38, des règles concernant le nombre maximum d'appareils être mis en service et exploités.
  Il peut, sans préjudice de l'alinéa 1er, soumettre l'autorisation visée à l'article 40 ainsi que la mise en service et l'exploitation aux critères de programmation ou au nombre maximum fixés par Lui.
  Il peut fixer la date à partir de laquelle est interdite l'exploitation de tout appareillage médical lourd qui ne s'inscrit pas dans le cadre du nombre maximum d'appareils visé à l'alinéa 1er ou de la programmation visée à l'alinéa 2.
  (Les critères de programmation visés à l'alinéa 2 sont ceux visés aux articles 23 et 24.) <L 2005-04-27/34, art. 21, 028; En vigueur : 30-05-2005>
Art. 42. Met het oog op de doelmatige uitvoering van de programmatie van de zware medische apparatuur kunnen toestellen of uitrustingen voor onderzoek of behandeling die in de handel worden gebracht, onderworpen worden aan een registratie bij de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, onder de voorwaarden en de regelen die door de Koning worden bepaald.
Art. 42. Afin de permettre une application efficace de la programmation de l'appareillage médical lourd, les appareils ou équipements d'examen ou de traitement mis dans le commerce peuvent être soumis à un enregistrement auprès du Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, dans les conditions et suivant les modalités déterminées par le Roi.
Onderafdeling 2. - Laboratoria voor klinische biologie.
Sous-section 2. - Laboratoires de biologie clinique.
Art. 43. De Koning kan, de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling erkenning, gehoord, bij in Ministerraad overlegd besluit de laboratoria voor klinische biologie gelijkstellen met zware medische apparatuur en ze geheel of gedeeltelijk onderwerpen aan de regelen door de artikelen 38 tot 42 en 53 tot 55 bepaald.
Art. 43. Par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section d'agréation, le Roi peut assimiler les laboratoires de biologie clinique à l'appareillage médical lourd et les soumettre en tout ou en partie aux règles déterminées par les articles 38 à 42 et 53 à 55.
Onderafdeling 3. - Zware medisch-technische diensten.
Sous-section 3. - Services médico-techniques lourds.
Art. 44. De Koning kan, de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen gehoord, de in de artikelen 39 tot 42, (en 46) voorziene regelen inzake de zware medische apparatuur geheel of gedeeltelijk, en met de aanpassingen die nodig mochten blijken, uitbreiden tot (medische diensten en medisch-technische diensten), ongeacht of deze al dan niet in ziekenhuisverband zijn opgericht. <W 1994-03-30/31, art. 43, 010; Inwerkingtreding : 10-04-1994> <W 2002-01-14/39, art. 66, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  (lid 2 opgeheven) <W 1994-03-30/31, art. 43, 010; Inwerkingtreding : 10-04-1994>
  De Koning bepaalt, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, de normen waaraan de diensten moeten beantwoorden om als (medische dienst en medisch-technische dienst) te worden erkend. <W 1994-03-30/31, art. 43, 010; Inwerkingtreding : 10-04-1994>
Art. 44. Le Roi, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, peut étendre, en tout ou en partie, et avec les adaptations qui pourraient s'avérer nécessaires, les règles relatives à l'appareillage médical lourd, prévues aux articles 39 à 42 (et 46), aux (services médicaux et services médico-techniques), que ceux-ci soient créés dans le cadre de l'hôpital ou non. <L 1994-03-30/31, art. 43, 010; En vigueur : 10-04-1994> <L 2002-01-14/39, art. 66, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  (alinéa 2 abrogé) <L 1994-03-30/31, art. 43, 010; En vigueur : 10-04-1994>
  Le Roi définit, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, les normes auxquelles les services doivent répondre pour être agréés comme (service médical et service médico-technique). <L 1994-03-30/31, art. 43, 010; En vigueur : 10-04-1994>
Art. 44bis. <INGEVOEGD bij W 1994-12-21/31, art. 29, Inwerkingtreding : 1995-01-02> Het aantal hartcatheterisatiediensten voor invasief onderzoek, het aantal hartcatheterisatiediensten voor interventionele cardiologie, het aantal diensten voor chronische hemodialyse in een ziekenhuis en het aantal diensten voor collectieve autodialyse worden beperkt tot het aantal dat, op het ogenblik van de bekendmaking van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, in het Belgisch Staatsblad, erkend was overeenkomstig de desbetreffende vigerende erkenningsnormen.
  Teneinde rekening te kunnen houden met de technische en wetenschappelijke evolutie terzake, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden en modaliteiten omschrijven onder dewelke mag afgeweken worden van de in het vorig lid bedoelde blokkering.
Art. 44bis. Le nombre de services de cathétérisme cardiaque pour examens invasifs, le nombre de services de cathétérisme cardiaque pour la cardiologie interventionnelle, le nombre de services d'hémodialyse chronique en milieu hospitalier et le nombre de services d'autodialyse collective sont limités au nombre de services qui, à la date de la publication de la loi du 21 décembre 1994 portant des dispositions sociales et diverses, au Moniteur belge, étaient agréés conformément aux normes d'agrément y afférentes en vigueur.
  Afin de tenir compte de l'évolution scientifique ou technologique en la matière, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, définir les conditions et les modalités selon lesquelles il peut être dérogé au blocage visé à l'alinéa précédent.
Art. 44ter. <INGEVOEGD bij W 1994-12-21/31, art. 29, Inwerkingtreding : 1995-01-02> De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, per soort van dienst bedoeld in artikel 44, andere dan deze bedoeld in artikel 44bis, nadere regelen bepalen inzake het maximum aantal diensten dat uitgebaat mag worden (of programmatiecriteria vaststellen). <W 2002-01-14/39, art. 67, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  (De in het eerste lid bedoelde programmatiecriteria zijn deze bedoeld in de artikelen 23 en 24.) <W 2005-04-27/34, art. 22, 028; Inwerkingtreding : 30-05-2005>
Art. 44ter. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer, par type de services autres que ceux visés à l'article 44bis, des règles plus précises concernant le nombre maximal pouvant être mis en service (ou des critères de programmation). <L 2002-01-14/39, art. 67, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  (Les critères de programmation visés à l'alinéa 1er sont ceux visés aux articles 23 et 24.) <L 2005-04-27/34, art. 22, 028; En vigueur : 30-05-2005>
Afdeling 5. - Afschaffen van bestaande bedden.
Section 5. - Suppression des lits existants.
Art. 45. De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling programmatie, gehoord, de regelen en modaliteiten volgens dewelke bestaande bedden die overtallig zijn ten opzichte van de programmatiecriteria dienen te worden afgeschaft.
Art. 45. Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le Conseil national des établissements hospitaliers, Section programmation, entendu, les règles et les modalités de suppression des lits existants et excédentaires par rapport aux critères de programmation.
Afdeling 6. - (Behoefte per wervingsgebied).
Section 6. - (Besoins par zone d'attraction).
Art. 45bis. <INGEVOEGD bij W 1999-01-25/32, art. 193; Inwerkingtreding : 16-02-1999> De ziekenhuizen die een opname in de programmatie of erkenning of verlenging van erkenning wensen te bekomen voor de door de Koning aan te duiden diensten, functies, afdelingen, medische of medisch-technische diensten of zorgprogramma's, moeten een gemotiveerde aanvraag indienen die de behoefte aan de betrokken activiteit bewijst binnen een wervingsgebied die, per soort van activiteit, door de Koning nader kan worden omschreven.
  Voormelde aanvraag bestaat uit een rapport dat de huidige situatie binnen bedoeld wervingsgebied uiteenzet evenals uit een meerjarenplan dat de te voeren acties, om aan de vastgestelde behoefte te beantwoorden, omschrijft.
Art. 45bis. Les hôpitaux qui souhaitent être repris dans la programmation ou obtenir un agrément ou une prorogation de celui-ci pour les services, fonctions, sections, services médicaux ou médico-techniques ou programmes de soins, à désigner par le Roi, doivent introduire une demande motivée qui prouve l'existence d'un besoin relatif à l'activité en question dans la zone d'attraction, laquelle peut être précisée par le Roi pour chaque type d'activité.
  Cette preuve consiste en un rapport décrivant la situation au sein de la zone d'attraction dont question et en un plan pluriannuel précisant les actions à mener pour répondre au besoin constaté.
HOOFDSTUK II. - Financiering van de investeringen.
CHAPITRE II. - Financement des investissements.
Afdeling 1. - Toelagen.
Section 1. - Subsides.
Art. 46. Voor zover de aanzoekende opdrachtgever van het werk een lager bestuur is, een vereniging zonder winstoogmerk, een instelling van openbaar nut of een instelling beheerst door de wet van 12 augustus 1911 waarbij aan de Universiteiten van Brussel en Leuven de rechtspersoonlijkheid wordt verleend, gewijzigd bij de wet van 28 mei 1970, of door de wet van 7 april 1971 houdende oprichting en werking van de " Universitaire Instelling Antwerpen ", kan (de overheid bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet), door middel van toelagen, tegemoet komen in de kosten voor de bouw en de herconditionering van een ziekenhuis of van een dienst evenals in de kosten van de eerste uitrusting en de eerste aankoop van toestellen, op voorwaarde dat de oprichting, het behoud of de omschakeling van het ziekenhuis of van de dienst in het raam past van het programma vermeld in artikel 23. <W 2002-01-14/39, art. 68, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  (De in het eerste lid bedoelde overheid kan eveneens tussenkomen in de financiering van de investeringskosten van zware medische apparatuur.) <W 2002-01-14/39, art. 68, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  De Koning stelt, bij in Ministerraad overlegd besluit en de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling financiering, gehoord, de normen van berekening van die toelagen vast, evenals de voorwaarden waaronder en de wijze waarop ze worden toegekend.
Art. 46. Pour autant que le maître de l'ouvrage, demandeur, soit une administration subordonnée, une association sans but lucratif, un établissement d'utilité publique ou une institution régie par la loi du 12 août 1911 accordant la personnification civile aux Universités de Bruxelles et de Louvain, modifiée par la loi du 28 mai 1970, ou par la loi du 7 avril 1971 portant création et fonctionnement de " l'Universitaire Instelling Antwerpen ", (l'autorité visée aux articles 128, 130 ou 135 de la Constitution) intervient sous forme de subside, dans les frais de construction et de reconditionnement d'un hôpital ou d'un service, ainsi que dans les frais de premier équipement et de première acquisition d'appareils, à la condition que la création, le maintien ou, la reconversion de cet hôpital ou de ce service s'insèrent dans le cadre du programme cité à l'article 23. <L 2002-01-14/39, art. 68, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  (L'autorité visée à l'alinéa 1er peut également intervenir dans le financement des frais d'investissement de l'appareillage médical lourd.) <L 2002-01-14/39, art. 68, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  Le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section de financement, fixe les normes pour le calcul de ces subventions, ainsi que les conditions et les modalités de leur octroi.
Art. 46bis. <INGEVOEGD bij W 1988-12-30/31, art. 61, 002; Inwerkingtreding : 15-01-1989> De overheid (bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet) dient voor alle werken waarvoor de in artikel 46 bedoelde tegemoetkoming wordt verleend een kalender goed te keuren voor de uitvoering van de werken. <W 2002-01-14/39, art. 69, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  De in het vorige lid bedoelde regel geldt voor alle werken, voor zover de in artikel 26 bedoelde vergunning na 31 december 1986 werd verleend, en voor zover de voormelde overheid respektievelijk, de toewijzing van de werken en de leveringen aan de aannemer heeft goedgekeurd en de nodige kredieten heeft vastgelegd, na 15 september 1988.
  De Koning bepaalt, na overleg met de overheden (bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet) , algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de in het eerste lid bedoelde kalender. <W 2002-01-14/39, art. 69, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
Art. 46bis. L'autorité (visée aux articles 123, 130 ou 135 de la Constitution) , pour tous les travaux pour lesquels l'intervention, visée à l'article 46, est octroyée, un calendrier de l'exécution des travaux. <L 2002-01-14/39, art. 69, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  La règle visée à l'alinéa précédent vaut pour tous les travaux, pour autant que l'autorisation visée à l'article 26 ait été délivrée après le 31 décembre 1986, et pour autant que l'autorité précitée ait respectivement désigné l'adjudicataire des travaux et des fournitures et engagé les crédits nécessaires après le 15 septembre 1988.
  Le Roi détermine, après concertation avec les autorités (visées aux articles 123, 130 ou 135 de la Constitution) , des critères généraux pour la fixation et l'approbation du calendrier visé à l'alinéa 1er. <L 2002-01-14/39, art. 69, 019; En vigueur : 22-02-2002>
Afdeling 2. - Schadeloosstelling.
Section 2. - Indemnité.
Art. 47. (Door de Staat) kan een schadeloosstelling worden toegekend voor de kosten die gemaakt werden in verband met de studie en de uitwerking van bouwprojekten waarvoor een principieel akkoord werd verleend, op voorwaarde dat wordt afgezien van de gehele of gedeeltelijke uitvoering ervan. <W 2003-12-22/42, art. 171, 025; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  (Door de Staat) kan eveneens een schadeloosstelling worden toegekend voor de kosten die gepaard gaan met de sluiting of het niet in gebruik nemen van een ziekenhuis of ziekenhuisdienst (of met het niet in gebruik nemen of het beëindigen van het gebruik van zware medische apparatuur). <W 2002-01-14/39, art. 70, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002> <W 2003-12-22/42, art. 171, 025; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden voor de toekenning van deze schadeloosstelling, evenals de wijze waarop ze wordt berekend.
  (De in het tweede lid bedoelde schadeloosstelling kan niet worden toegekend in het geval diensten worden opgericht en/of uitgebaat zonder de vereiste erkenning of indien zware medische apparatuur wordt opgesteld en/of uitgebaat zonder de vereiste toelating.) <W 2002-01-14/39, art. 70, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
Art. 47. Une indemnité peut être accordée (par l'Etat) pour les frais d'étude et d'élaboration de projets de construction pour lesquels un accord de principe a été donné, à condition qu'il soit renoncé à leur exécution totale ou partielle. <L 2003-12-22/42, art. 171, 025; En vigueur : 10-01-2004>
  Une indemnité peut également être accordée (par l'Etat) pour les frais de fermeture ou de non-exploitation d'un hôpital ou d'un service hospitalier (ou de non exploitation ou d'arrêt d'utilisation de l'appareillage médical lourd). <L 2002-01-14/39, art. 70, 019; En vigueur : 22-02-2002> <L 2003-12-22/42, art. 171, 025; En vigueur : 10-01-2004>
  Le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, fixe les conditions d'octroi et les modalités de calcul de cette indemnité.
  (L'indemnité visée à l'alinéa 2 ne peut être octroyée dans le cas où des services ont été créés et/ou exploités sans l'agrément requis ou si un appareillage médical lourd a été installé et/ou exploité sans l'autorisation requise.) <L 2002-01-14/39, art. 70, 019; En vigueur : 22-02-2002>
Afdeling 3. (Opgeheven)
Section 3. (Abrogé)
Onderafdeling 1. (Opgeheven)
Sous-section 1. (Abrogé)
Onderafdeling 2. (Opgeheven)
Sous-section 2. (Abrogé)
Onderafdeling 3. (Opgeheven)
Sous-section 3. (Abrogé)
Onderafdeling 4. (Opgeheven)
Sous-section 4. (Abroge)
Onderafdeling 5. (Opgeheven)
Sous-section 5. (Abrogé)
Onderafdeling 6. (Opgeheven)
Sous-section 6. (Abrogé)
Onderafdeling 7. (Opgeheven)
Sous-section 7. (Abrogé)
Onderafdeling 8. (Opgeheven)
Sous-section 8. (Abrogé)
HOOFDSTUK III. - Erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten.
CHAPITRE III. - Agrément d'hôpitaux et de services hospitaliers.
Afdeling 1. - Normen.
Section 1. - Normes.
Onderafdeling 1. - Algemene normen.
Sous-section 1. - Normes générales.
Art. 68. De ziekenhuizen moeten de normen naleven, welke worden bepaald door de Koning, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, afdeling erkenning, te hebben ingewonnen.
  Deze normen hebben betrekking op :
  1° de algemene inrichting van de ziekenhuizen; hiertoe kan de Koning normen bepalen ondermeer met betrekking tot de vereisten inzake (het minimum activiteitsniveau van het ziekenhuis, het soort of de soorten van zorgprogramma's) het soort of de soorten van ziekenhuisdiensten, de administratieve, technische en medisch-technische diensten en de minimale capaciteit aan bedden per ziekenhuis, eventueel rekening houdend met de aard van de aktiviteiten van de ziekenhuizen; <KB 1997-04-25/32, art. 12, 014; Inwerkingtreding : onbepaald >
  2° de inrichting en de werking van elk soort van diensten; hiertoe kan de Koning normen bepalen ondermeer met betrekking tot minimum vereisten inzake de capaciteit aan bedden, de technische uitrusting, het medisch, paramedisch en verplegend personeel, en tot het aktiviteitsniveau;
  3° de organisatie van de verstrekking van dringende geneeskundige verzorging, in samenwerking met het geneesherenkorps, onverminderd de bepalingen van artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies.
Art. 68. Les hôpitaux doivent répondre aux normes fixées par le Roi, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, section d'agréation.
  Ces normes concernent :
  1° l'organisation générale des hôpitaux; a cet effet, le Roi peut fixer des normes notamment relatives aux conditions en matière (de niveau minimum d'activité de l'hôpital, de type ou types de programmes de soins,) de type ou types de services hospitaliers, aux services administratifs, techniques et médico-techniques et à la capacité minimale de lits par hôpital, tenant compte éventuellement de la nature des activités des hôpitaux; <AR 1997-04-25/32, art. 12, En vigueur : indéterminée >
  2° l'organisation et le fonctionnement de chaque type de services; à cet effet, le Roi peut fixer des normes relatives notamment aux conditions minimales en matière de capacité de lits, d'équipement technique, de personnel médical, paramédical et soignant, et au niveau d'activité;
  3° l'organisation de la dispensation des soins médicaux urgents en collaboration avec le corps médical, sans préjudice des dispositions de l'article 9 de l'arrête royal du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice de l'art de guérir, de l'art infirmier des professions paramédicales et aux commissions médicales.
Onderafdeling 2. - Bijzondere normen.
Sous-section 2. - Normes spéciales.
Art. 69. Bijzondere normen kunnen vastgesteld worden :
  1° voor de universitaire ziekenhuizen en hun diensten;
  2° voor de diensten die voldoen aan eisen van speciale bekwaming in de niet-universitaire ziekenhuizen;
  3° voor groeperingen, (fusies en associaties) van ziekenhuizen, zoals deze door de Koning nader worden omschreven. <W 1994-12-21/31, art. 30, 011; Inwerkingtreding : 1995-01-02>
  (4° voor de vestigingsplaatsen van de ziekenhuizen, zoals deze door de Koning nader worden omschreven.) <W 2002-01-14/39, art. 72, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  (De in het eerste lid, 3°, bedoelde associaties van ziekenhuizen kunnen worden uitgebaat door een rechtspersoon. Uitsluitend de rechtspersonen die de ziekenhuizen uitbaten die deel uitmaken van de in het tweede lid bedoelde associatie evenals fysieke personen of rechtspersonen die voorgesteld zijn door de bedoelde rechtspersoon, mogen lid of vennoot zijn van de rechtspersoon die deze associatie uitbaat.) <W 2005-04-27/34, art. 23, 028; Inwerkingtreding : 30-05-2005>
Art. 69. Des normes spéciales peuvent être fixées :
  1° pour les hôpitaux universitaires et pour les services;
  2° pour des services qui répondent à des exigences de qualification particulière dans les hôpitaux non universitaires;
  3° pour des groupements, (des fusions et des associations) d'hôpitaux, tels que le Roi les précise. <L 1994-12-21/31, art. 30, 011; En vigueur : 1995-01-02>
  (4° Pour les sites des hôpitaux, tels que précisés par le Roi.) <L 2002-01-14/39, art. 72, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  (Les associations d'hôpitaux visées à l'alinéa 1er, 3° peuvent être exploitées par une personne morale. Seules les personnes morales qui exploitent les hôpitaux qui font partie de l'association visée à l'alinéa 2, ainsi que des personnes physiques ou morales proposées par la personne morale concernée, peuvent être membre ou associé de la personne morale qui exploite cette association.) <L 2005-04-27/34, art. 23, 028; En vigueur : 30-05-2005>
Afdeling 2. - Erkenning van ziekenhuizen.
Section 2. - Agrément des hôpitaux.
Art. 70. De naleving van de bepalingen (van de artikelen 10 tot 17octies) en van de hoofdstukken I en III, afdeling II en III, van Titel IV, vormt een vereiste voor de erkenning van de ziekenhuizen. <W 1996-04-29/32, art. 148, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
Art. 70. Le respect des dispositions (des articles 10 à 17octies) et des chapitres Ier et III, sections II et III du Titre IV, constitue pour les hôpitaux une condition de leur agrément. <L 1996-04-29/32, art. 148, 013; En vigueur : 10-05-1996>
Afdeling 3. - Erkenning van ziekenhuizen.
Section 3. - Agrément des hôpitaux.
Art. 70bis. <INGEVOEGD bij KB 1997-04-25/32, art. 12, Inwerkingtreding : onbepaald > § 1. Ieder ziekenhuis moet worden erkend door de overheid bevoegd voor het gezondheidszorgbeleid op grond van de artikelen 128, 130 of 135 van de grondwet.
  Om erkend te worden moet :
  1° het ziekenhuis voldoen aan de in artikel 68, 1° bedoelde normen;
  2° iedere in het ziekenhuis opgerichte dienst, functie, afdeling, medische dienst en medische-technische dienst erkend zijn overeenkomstig de desbetreffende vigerende erkenningsnormen;
  3° ieder in het ziekenhuis aangeboden zorgprogramma beantwoorden aan de voorwaarden vastgesteld krachtens deze wet;
  4° het ziekenhuis, in voorkomend geval beschikken over de in artikel 26 bedoelde vergunning;
  5° het ziekenhuis, in voorkomend geval, beschikken over een toelating zoals bedoeld in de artikelen 40, 43 en 44.
  § 2. Wanneer aan voornoemde eisen is voldaan, wordt de erkenning verleend voor een beperkte termijn die kan worden verlengd.
Art. 70bis. § 1er. Tout hôpital doit être agréé par l'autorité compétente pour la politique en matière de soins de santé en vertu des articles 128, 130 ou 135 de la Constitution.
  Pour être agréé :
  1° l'hôpital doit répondre aux normes visées à l'article 68, 1°;
  2° chaque service, fonction, section, service médical et service médico-technique créé(e) dans l'hôpital doit être agréé(e) conformément aux normes d'agrément en vigueur;
  3° chaque programme de soins dispensé par l'hôpital doit répondre aux conditions fixées en vertu de cette loi;
  4° le cas échéant, l'hôpital doit disposer de l'autorisation visée à l'article 26;
  5° le cas échéant, l'hôpital doit disposer de l'autorisation visée aux articles 40, 43 et 44.
  § 2. Lorsqu'il est répondu aux normes précitées, l'agrément est octroyé pour un délai limité qui peut être prolongé.
Art. 70bis. VLAAMSE OVERHEID
  <INGEVOEGD bij KB 1997-04-25/32, art. 12, Inwerkingtreding : onbepaald > § 1. Ieder ziekenhuis moet worden erkend door de overheid bevoegd voor het gezondheidszorgbeleid op grond van de artikelen 128, 130 of 135 van de grondwet.
  Om erkend te worden moet :
  1° het ziekenhuis voldoen aan de in artikel 68, 1° bedoelde normen;
  2° iedere in het ziekenhuis opgerichte dienst, functie, afdeling, medische dienst en medische-technische dienst erkend zijn overeenkomstig de desbetreffende vigerende erkenningsnormen;
  3° ieder in het ziekenhuis aangeboden zorgprogramma beantwoorden aan de voorwaarden vastgesteld krachtens deze wet;
  4° het ziekenhuis, in voorkomend geval beschikken over de in artikel 26 bedoelde vergunning;
  5° het ziekenhuis, in voorkomend geval, beschikken over een toelating zoals bedoeld in de artikelen 40, 43 en 44.
  §2. [1 ...]1
  
Art. 70bis. AUTORITE FLAMANDE
   § 1er. Tout hôpital doit être agréé par l'autorité compétente pour la politique en matière de soins de santé en vertu des articles 128, 130 ou 135 de la Constitution.
  Pour être agréé :
  1° l'hôpital doit répondre aux normes visées à l'article 68, 1°;
  2° chaque service, fonction, section, service médical et service médico-technique créé(e) dans l'hôpital doit être agréé(e) conformément aux normes d'agrément en vigueur;
  3° chaque programme de soins dispensé par l'hôpital doit répondre aux conditions fixées en vertu de cette loi;
  4° le cas échéant, l'hôpital doit disposer de l'autorisation visée à l'article 26;
  5° le cas échéant, l'hôpital doit disposer de l'autorisation visée aux articles 40, 43 et 44.
  § 2. [1 ...]1
  
Art. 70ter. <INGEVOEGD bij W 1999-01-25/32, art. 194; Inwerkingtreding : 16-02-1999> (NOTA : bij arrest nr. 108/2000 van 31-10-2000 heeft het Arbitragehof art. 194 van W 1999-01-25/32 vernietigd in zoverre het in artikel 70ter van de onderhavige wet een tweede lid, 2° invoegt; Opheffing : 16-02-1999.) Ieder ziekenhuis moet beschikken over een plaatselijk ethisch comité, met dien verstande dat de Koning de voorwaarden kan omschrijven onder dewelke bedoeld comité via een samenwerkingsakkoord tussen ziekenhuizen mag aangeboden worden.
  Het comité oefent volgende opdrachten uit telkens het een verzoek in die zin ontvangt :
  1° een begeleidende en raadgevende opdracht met betrekking tot de ethische aspecten van de ziekenhuiszorg;
  2° een ondersteunende opdracht bij beslissingen over individuele gevallen inzake ethiek;
  3° een adviserende opdracht met betrekking tot alle protocollen inzake experimenten op mensen en op reproductief menselijk materiaal.
  De hierboven bedoelde opdrachten kunnen door de Koning, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, nader worden gepreciseerd.
  De Koning kan, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, de voorwaarden, regelen en modaliteiten bepalen onder dewelke de in 3° bedoelde opdracht gezamenlijk dient uitgevoerd te worden door de ethische comités van meerdere ziekenhuizen.
  De Koning bepaalt, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, de samenstelling en de werking van het plaatselijk ethisch comité.
Art. 70ter. (NOTE : par son arrêt n° 108/2000 du 31-10-2000, M.B. du 21-11-2000, p. 38518-23, la Cour d'Arbitrage a annulé l'art. 194 de la L 1999-01-25/32 en tant qu'il insère un alinéa 2, 2° dans l'article 70ter de la présente loi; Abrogé : 16-02-1999.) Tout hôpital doit disposer d'un Comité local d'éthique, étant entendu que le Roi peut définir les conditions dans lesquelles ce Comité peut fonctionner dans le cadre d'un accord de collaboration entre hôpitaux.
  Le Comité exerce les missions suivantes, lorsque la demande lui en est adressée :
  1° une mission d'accompagnement et de conseil concernant les aspects éthiques de la pratique des soins hospitaliers;
  2° une mission d'assistance à la décision concernant les cas individuels;
  3° une fonction d'avis sur tous protocoles d'expérimentations sur l'homme et le matériel reproductif humain.
  Les missions visées ci-dessus peuvent être précisées par le Roi, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers.
  Le Roi peut, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, fixer les conditions, règles et modalités selon lesquelles la mission visée au 3° doit être exécutée conjointement par les comités d'éthique de plusieurs hôpitaux.
  Le Roi fixe, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, la composition et le fonctionnement du Comité local éthique.
Art. 70quater. <INGEVOEGD bij W 2002-08-22/45, art. 17; Inwerkingtreding : 06-10-2002> Om te worden erkend moet ieder ziekenhuis beschikken over een ombudsfunctie zoals bedoeld in artikel 11, § 1, van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt met dien verstande dat de Koning de voorwaarden kan omschrijven waaronder bedoelde ombudsfunctie via een samenwerkingsakkoord tussen ziekenhuizen mag worden uitgeoefend.
Art. 70quater. Pour être agréé, chaque hôpital doit disposer d'une fonction de médiation telle que visée à l'article 11, § 1er, de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, étant entendu que le Roi peut définir les conditions dans lesquelles cette fonction de médiation peut être exercée par le biais d'un accord de coopération entre hôpitaux.
Afdeling 3bis. - Erkenning van ziekenhuisdiensten. (Voorheen afdeling 3. Afdeling 3bis geworden bij KB 1997-04-25/32, art. 12, Inwerkingtreding : onbepaald &gt;
Section 3bis. - Agrément des services hospitaliers. (Antérieurement section 3; devenue section 3bis par AR 1997-04-25/32, art. 12, En vigueur : indéterminée )
Art. 71. Iedere in een ziekenhuis opgerichte dienst moet worden erkend door (de overheid bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet). <W 2002-01-14/39, art. 73, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  Om erkend te worden moet de dienst voldoen aan de in de artikelen 68 en 69 bepaalde normen en moet het ziekenhuis of de dienst zijn geïntegreerd in het in artikel 23 bedoelde programma.
  Wanneer aan voornoemde eisen is voldaan, wordt de erkenning verleend voor een beperkte termijn die kan worden verlengd.
Art. 71. Tout service organisé dans un hôpital doit être agréé par (l'autorité visée aux articles 128, 130 ou 135 de la Constitution). <L 2002-01-14/39, art. 73, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  L'agrément est subordonné au respect des normes prévues aux articles 68 et 69, ainsi qu'à l'intégration de l'hôpital ou du service dans le programme visé à l'article 23.
  Lorsqu'il est satisfait aux conditions qui précèdent, l'agrément est accordé pour une période limitée qui peut être prorogée.
Art. 71. VLAAMSE OVERHEID
  Iedere in een ziekenhuis opgerichte dienst moet worden erkend door (de overheid bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet). <W 2002-01-14/39, art. 73, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  Om erkend te worden moet de dienst voldoen aan de in de artikelen 68 en 69 bepaalde normen en moet het ziekenhuis of de dienst zijn geïntegreerd in het in artikel 23 bedoelde programma.
  [1 ...]1
  
Art. 71. AUTORITE FLAMANDE
  Tout service organisé dans un hôpital doit être agréé par (l'autorité visée aux articles 128, 130 ou 135 de la Constitution). <L 2002-01-14/39, art. 73, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  L'agrément est subordonné au respect des normes prévues aux articles 68 et 69, ainsi qu'à l'intégration de l'hôpital ou du service dans le programme visé à l'article 23.
  [1 ...]1
  
Art. 72. De diensten die een eerste aanvraag indienen, worden voorlopig erkend door (de overheid bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet), voor zover die aanvraag voldoet aan de door de Koning gestelde eisen van ontvankelijkheid. <W 2002-01-14/39, art. 74, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  Deze bepaling is niet van toepassing op diensten die een verandering van bekwaming aanvragen op basis van artikel 69, 2°, of die het voorwerp zijn geweest van een beslissing tot sluiting.
  Die erkenning begint op de dag van de aanvraag; zij is geldig voor een hernieuwbare termijn van zes maanden en wordt aan het inrichtend bestuur betekend binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag.
Art. 72. Un agrément provisoire est accordé par (l'autorité visée aux articles 128, 130 ou 135 de la Constitution), aux services qui font l'objet d'une première demande, pour autant que celle-ci réponde aux conditions de recevabilité fixées par le Roi. <L 2002-01-14/39, art. 74, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  Cette disposition ne s'applique pas aux services qui demandent un changement de qualification sur base de l'article 69, 2°, ou qui ont fait l'objet d'une décision de fermeture.
  Cet agrément prend cours à la date de la demande; il est valable pour une durée de six mois, renouvelable, et il est notifié au pouvoir organisateur dans les quinze jours de la réception de la demande.
Afdeling 4. - Intrekking van erkenning.
Section 4. - Retrait de l'agrément.
Art. 73. Wanneer wordt vastgesteld dat de voorwaarden bepaald door het artikel 71 niet meer worden nageleefd, kan de erkenning worden ingetrokken, (...). <W 2002-01-14/39, art. 75, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  Als het echter gaat om een erkenning die is verleend op grond van de bijzondere normen, bepaald in artikel 69, 2°, kan (de overheid bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet), na te hebben vastgesteld dat die normen niet meer worden nageleefd, de erkenning behouden in het raam van de normen bedoeld in artikel 68, (...). <W 2002-01-14/39, art. 75, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de definitief geworden beslissingen van intrekking of van weigering van erkenning moeten worden ter kennis gebracht en uitgevoerd.
Art. 73. Lorsqu'il est constaté que les conditions déterminées par l'article 71 ne sont plus respectées, l'agrément peut être retiré (...). <L 2002-01-14/39, art. 75, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  Toutefois, en cas d'agrément accordé en fonction des normes spéciales prévues à l'article 69, 2°, (l'autorité visée aux articles 128, 130 ou 135 de la Constitution), après avoir constaté que ces normes ne sont plus respectées, peut maintenir l'agrément dans le cadre des normes visées à l'article 68, (...). <L 2002-01-14/39, art. 75, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  Le Roi fixe les modalités selon lesquelles les décisions de retrait ou de refus d'agrément devenues définitives sont notifiées et exécutées.
Afdeling 5. - Sluiting.
Section 5. - Fermeture.
Art. 74. (De overheid bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet kan,), de sluiting bevelen van een ziekenhuis of van een dienst die niet beantwoordt aan de in de artikelen 68 en 69 bedoelde normen. <W 2002-01-14/39, art. 76, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  De Koning legt, de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling erkenning, gehoord, de sluitingsprocedure vast en bepaalt de algemene voorwaarden waaronder die beslissing moet worden uitgevoerd.
  (Lid 3 opgeheven) <W 2002-01-14/39, art. 76, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
Art. 74. (L'autorité visée aux articles 128, 130 ou 135 de la Constitution peut), ordonner la fermeture d'un hôpital ou d'un service qui ne répond pas aux normes visées aux articles 68 et 69. <L 2002-01-14/39, art. 74, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  Le Roi fixe, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section d'agréation, la procédure de fermeture et les modalités générales propres à assurer l'exécution de cette décision.
  Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions informe les organismes assureurs en matière de maladie et d'invalidité de la date de la fermeture effective de l'hôpital ou du service.
Art. 75. Wanneer uit oogpunt van volksgezondheid dringende redenen zulks wettigen, kan (de overheid bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet), in een met redenen omklede beslissing en bij voorlopige maatregel, de onmiddellijke sluiting van een ziekenhuis of van een dienst bevelen. <W 2002-01-14/39, art. 77, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  (Lid 2 opgeheven) <W 2002-01-14/39, art. 77, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
Art. 75. Lorsque des raisons urgentes de santé publique le justifient, (l'autorité visée aux articles 128, 130 ou 135 de la Constitution) peut ordonner, par décision motivée et a titre provisoire, la fermeture immédiate d'un hôpital ou d'un service. <L 2002-01-14/39, art. 77, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  (Abrogé) <L 2002-01-14/39, art. 77, 019; En vigueur : 22-02-2002>
Afdeling 5bis. Gemeenschappelijke bepaling met betrekking tot de erkenning, de intrekking van de erkenning en de sluiting.
Section 5bis. - Disposition commune relative à l'agrément, au retrait de l'agrément et à la fermeture.
Art. 75bis. <INGEVOEGD bij W 2002-01-14/39, art. 71; Inwerkingtreding : 22-02-2002> De beslissingen inzake erkenning, intrekking van de erkenning en sluiting, als bedoeld in de artikelen 72, 73 en 74, die met toepassing van artikel 5, § 2, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen worden medegedeeld aan de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, worden door deze laatste ter kennis gebracht van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.
  De in het eerste lid bedoelde kennisgeving geschiedt eveneens voor elke beslissing tot het verlenen of intrekken van de toelating, als bedoeld in artikel 41.
  (De in het eerste en tweede lid bedoelde erkenningen en toelatingen zijn slechts tegenstelbaar aan de minister en het Rijksinstituut, bedoeld in het eerste lid, vanaf de datum waarop de minister hiervan kennis neemt.) <W 2005-04-27/34, art. 24, 028; Inwerkingtreding : 30-05-2005>
  (De Koning kan (...) uitzonderingen bepalen op het derde lid voor de toestellen, ziekenhuisdiensten, ziekenhuisfuncties, ziekenhuisafdelingen, medische en medisch-technische diensten en zorgprogramma's die Hij aanwijst.) (Hij kan daarbij de voorwaarden voor de toepassing van bedoelde uitzonderingen bepalen.) <W 2005-04-27/34, art. 24, 028; Inwerkingtreding : 30-05-2005> <W 2006-12-27/32, art. 271, 031; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
Art. 75bis. Les décisions en matière d'agrément, de retrait d'agrément et de fermeture, visées aux articles 72, 73 et 74, qui, en application de l'article 5, § 2, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, sont communiquées au ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, sont notifiées par ce dernier à l'institut national d'assurance maladie-invalidité.
  La notification visée à l'alinéa 1er vaut également pour toute décision d'octroi ou de retrait de l'autorisation, visée à l'article 41.
  (Les agréments et autorisations visés aux alinéas 1er et 2 ne sont opposables au ministre et à l'Institut visés à l'alinéa 1er, qu'à partir de la date de la réception de la communication par le ministre.) <L 2005-04-27/34, art. 24, 028; En vigueur : 30-05-2005>
  (Le Roi peut (...) prévoir des exceptions à l'alinéa 3 pour les appareils, les services hospitaliers, les fonctions hospitalières, les sections hospitalières, les services médicaux et médico-techniques et les programmes de soins qu'Il désigne.) (Il peut en outre définir les conditions d'application de ces exceptions.) <L 2005-04-27/34, art. 24, 028; En vigueur : 30-05-2005> <L 2006-12-27/32, art. 271, 031; En vigueur : 07-01-2007>
Afdeling 6. - Opschortend beroep.
Section 6. - Recours suspensif.
Art. 76. (NOTA : Voor de verzorgingsvoorzieningen die ressorteren onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap wordt artikel 76 opgeheven bij <span class="domain-tag domain-dvr"><span class="domain-tag domain-dvr"><span class="metadata-tag bg-amber-100 text-amber-800 dark:bg-yellow-900/40 dark:text-yellow-300 px-1 rounded">&lt;DVR 2007-07-13/50, art. 2, Inwerkingtreding : 26-08-2007&gt;</span></span></span>) Een opschortend beroep kan ingesteld worden bij een administratief rechtscollege tegen elke beslissing tot sluiting van een ziekenhuis of van een dienst, alsmede tot weigering of intrekking van de erkenning van een dienst.
  De Koning regelt de samenstelling en de werking van dat rechtscollege. Hij bepaalt de procedure en de termijnen van het beroep.
  Wanneer artikel 75 wordt toegepast, is het beroep niet opschortend.
Art. 76. (NOTE : Pour les établissements de soins qui relèvent de la compétence de la Communauté flamande, l'article 76 est abrogé par ) Un recours suspensif peut être introduit auprès d'une juridiction administrative contre toute décision de fermeture d'un hôpital ou d'un service ainsi que de refus ou de retrait d'agrément d'un service.
  Le Roi règle la composition et le fonctionnement de cette juridiction. Il détermine la procédure et les délais du recours.
  Lorsqu'il a été fait application de l'article 75, le recours n'est pas suspensif.
(Afdeling 7. _ Afdelingen en funkties.)
(Section 7. _ Sections et fonctions.)
Art. 76bis. <INGEVOEGD bij W 1988-12-30/31, art. 63, 002, Inwerkingtreding : 15-01-1989> De Koning kan, de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling erkenning, gehoord, de in artikelen 68, 69, 71, 72, 73, 74, 75 en 76 voorziene regelen geheel of gedeeltelijk en met eventuele aanpassingen uitbreiden tot afdelingen en funkties van ziekenhuizen of ziekenhuisdiensten die Hij nader omschrijft.
Art. 76bis. Le Roi peut, après avoir pris l'avis du Conseil National des établissements hospitaliers, Section agrément, étendre en tout ou en partie les règles prévues aux articles 68, 69, 71, 72, 73, 74, 75, et 76, y compris des adaptations éventuelles, aux sections et fonctions des hôpitaux ou des services hospitaliers précisées par Lui.
Art. 76quater. <INGEVOEGD bij W 1994-12-21/31, art. 31, Inwerkingtreding : 1995-01-02> De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, per soort van afdeling, andere dan deze bedoeld in artikel 76ter, en per soort van functie, nadere regelen bepalen inzake het maximum aantal dat uitgebaat mag worden.
Art. 76quater. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer, par type de sections autres que celles visées à l'article 76ter et par type de fonctions, des règles plus précises concernant le nombre maximal pouvant être mise en service.
Afdeling 8. - (Ziekenhuisgebonden prestaties).
Section 8. - (Prestations hospitalières).
Art. 76quinquies. <INGEVOEGD bij W 1999-01-25/32, art. 195; Inwerkingtreding : 16-02-1999> De Koning kan na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, bij een in Ministerraad overlegd besluit, nadere regelen bepalen inzake medische handelingen die het kader van een ziekenhuis vereisen of die daarbuiten dienen verricht te worden.
Art. 76quinquies. Le Roi peut, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, préciser par arrêté délibéré en Conseil des Ministres des règles relatives aux actes médicaux dont l'exécution requiert un cadre hospitalier ou qui doivent être effectuées en dehors de celui-ci.
Hoofdstuk IIbis. - Programmatie en erkenning bij uitbating op meerdere vestigingsplaatsen.
CHAPITRE IIbis. - Programmation et agréation en cas d'exploitation sur plusieurs sites.
Art. 76sexies. <INGEVOEGD bij W 2005-04-27/34, art. 25; Inwerkingtreding : 20-05-2005 voor § 1 en 08-02-2003 voor §§ 2 en 3> § 1. Een ziekenhuisdienst, ziekenhuisfunctie, ziekenhuisafdeling, zorgprogramma, een zwaar medisch apparaat of een medische of medisch-technische dienst mag worden uitgebaat op meerdere vestigingsplaatsen van eenzelfde ziekenhuis, ziekenhuisassociatie behoudens de door de Koning bepaalde uitzonderingen.
  § 2. Indien een ziekenhuisdienst, ziekenhuisfunctie, ziekenhuisafdeling, zorgprogramma, een zwaar medisch apparaat of een medische of medisch-technische dienst wordt uitgebaat op meerdere vestigingsplaatsen van eenzelfde ziekenhuis of ziekenhuisassociatie, dient deze op de verschillende vestigingsplaatsen afzonder
  1° te worden erkend, zoals bedoeld in de artikelen 44 of 71 of het voorwerp uit te maken van een voorafgaande toestemming als bedoeld in artikel 40;
  2° te beantwoorden aan alle erkenningsnormen, als bedoeld in de artikelen 44, 68 of 69;
  3° wat de toepassing van de programmatie of de regelen inzake het maximum aantal, zoals bedoeld in de artikelen 23, 41, 44bis, 44ter of 76quinquies, betreft, als een afzonderlijke ziekenhuisdienst, ziekenhuisfunctie, ziekenhuisafdeling, medische of medisch-technische dienst of als een afzonderlijk zwaar medisch apparaat of zorgprogramma, in rekening te worden gebracht.
  § 3. De Koning kan voor de ziekenhuisdiensten, ziekenhuisfuncties, ziekenhuisafdelingen, zorgprogramma's, zware medische apparaten en medische en medisch-technische diensten die Hij aanwijst, afwijkingen bepalen op de toepassing van dit artikel.
Art. 76sexies. § 1er. Un service hospitalier, une fonction hospitalière, une section hospitalière, un programme de soins, un appareil médical lourd ou un service médical ou médico-technique peut être exploité sur plusieurs sites d'un même hôpital, association d'hôpitaux, hormis les exceptions déterminées par le Roi.
  § 2. Si un service hospitalier, une fonction hospitalière, une section hospitalière, un programme de soins, un appareil médical lourd ou un service médical ou médico-technique est exploité sur plusieurs sites d'un même hôpital ou association d'hôpitaux, il doit, sur les différents sites, séparément :
  1° être agréé, tel que visé aux articles 44 ou 71 ou faire l'objet d'une approbation préalable telle que visée à l'article 40;
  2° répondre à toutes les normes d'agrément, telles que visées aux articles 44, 68 ou 69;
  3° pour ce qui concerne l'application de la programmation ou les règles concernant le nombre maximum, telles que visées aux articles 23, 41, 44bis, 44ter ou 76quinquies, être pris en compte comme un service hospitalier, une fonction hospitalière, une section hospitalière, un programme de soins, un appareillage médical lourd ou un service médical ou médico-technique distinct.
  § 3. Le Roi peut fixer des dérogations à l'application du présent article pour les services hospitaliers, les fonctions hospitalières, les sections hospitalières, les programmes de soins, les appareillages médicaux lourds et les services médicaux et médico-techniques qu'Il désigne.
HOOFDSTUK IV. - Boekhouding, controle door de bedrijfsrevisor en mededeling van gegevens.
CHAPITRE IV. - Comptabilité, contrôle par le réviseur d'entreprise et communication de données.
Afdeling 1. - Boekhouding.
Section 1. - Comptabilité.
Art. 77. Ieder ziekenhuis heeft een eigen boekhouding; die boekhouding moet de kostprijs van iedere dienst doen blijken.
Art. 77. Chaque hôpital a une comptabilité distincte; cette comptabilité doit faire apparaître le prix de revient de chaque service.
Art. 78. De artikelen 2 tot 4, 6 tot 9, 10, § 1, 11, 1° en 3°, van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, zijn van toepassing op de ziekenhuizen.
Art. 78. Les articles 2 à 4, 6 à 9, 10, § 1er, 11, 1° et 3° de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité et aux comptes annuels des entreprises, sont applicables aux hôpitaux.
Art. 79. De Koning regelt, de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling financiering, gehoord, de toepassing op de ziekenhuizen van de besluiten genomen ter uitvoering van de in artikel 78 bedoelde bepalingen.
Art. 79. Le Roi règle, le Conseil national des établissements hospitaliers, Section financement, entendu, l'application aux hôpitaux des arrêtés pris en exécution des dispositions visées à l'article 78.
Afdeling 2. - Controle door de bedrijfsrevisor.
Section 2. - Contrôle par le réviseur d'entreprise.
Art. 80. Het statutair bevoegd orgaan van het ziekenhuis stelt een beëdigd bedrijfsrevisor aan die tot taak heeft de boekhouding en de jaarrekening van het ziekenhuis te controleren.
Art. 80. L'organe statutairement compétent de l'hôpital désigne un réviseur d'entreprise qui a la tâche de contrôler la comptabilité et les comptes annuels de l'hôpital.
Art. 81. De aangestelde bedrijfsrevisor kan te allen tijde ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven en in het algemeen van alle documenten en geschriften van het ziekenhuis die hij nodig heeft voor de uitvoering van zijn opdracht. Hij kan alle ophelderingen en inlichtingen vragen en alle verificaties verrichten die voor de uitvoering van zijn opdracht nodig zijn.
Art. 81. Le réviseur d'entreprise désigne peut, de tout temps, prendre connaissance sur place des livres, de la correspondance et, en général, de tous les documents et écritures de l'hôpital, dont il a besoin pour l'accomplissement de sa mission. Il peut requérir toutes les explications et informations et procéder aux vérifications nécessaires à l'accomplissement de sa mission.
Art. 82. De bedrijfsrevisor stelt een omstandig verslag op over de uitkomsten van zijn controle, dat meer in het bijzonder vermeldt :
  1° hoe hij zijn controletaken heeft verricht en of hij alle ophelderingen en inlichtingen heeft gekregen die hij heeft gevraagd;
  2° of de boekhouding is gevoerd en de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften die daarop van toepassing zijn;
  3° of naar het oordeel van de bedrijfsrevisor de jaarrekening een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van het ziekenhuis.
  In zijn verslag vermeldt en rechtvaardigt de bedrijfsrevisor nauwkeurig en duidelijk het voorbehoud en de bezwaren die hij meent te moeten maken. Zoniet, dan vermeldt hij uitdrukkelijk dat hij geen bezwaar noch voorbehoud te maken heeft.
Art. 82. Le réviseur d'entreprise rédige un rapport circonstancié sur les résultats de son contrôle qui indique particulièrement :
  1° comment il a effectué son contrôle et s'il a obtenu toutes les explications et informations qu'il a demandées;
  2° si la comptabilité est tenue et si les comptes annuels sont établis conformément aux dispositions légales et administratives applicables;
  3° si, à son avis, les comptes annuels donnent une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des résultats de l'hôpital.
  Dans son rapport, le réviseur d'entreprise indique et justifie avec clarté et précision les réserves et les objections qu'il estime devoir formuler. Sinon il mentionne expressément qu'il n'a aucune objection ou réserve à formuler.
Art. 83. Het controleverslag bedoeld in artikel 82 wordt gevoegd bij de jaarrekening die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het statutair bevoegd orgaan van het ziekenhuis.
Art. 83. Le rapport de contrôle visé à l'article 82 est joint aux comptes annuels soumis pour approbation à l'organe statutairement compétent de l'hôpital.
Art. 84. De controleopdracht van de in artikel 80 bedoelde bedrijfsrevisor strekt zich uit tot de aktiviteiten van de dienst die overeenkomstig artikel 135 of 136 de centrale inning doet. Hieromtrent stelt de revisor een verslag op zoals dit bedoeld in artikel 82. Dit verslag wordt overgemaakt zowel aan de ziekenhuisbeheerder als aan de Voorzitter of de afgevaardigde van de Medische Raad.
Art. 84. La mission de contrôle du réviseur d'entreprise visée à l'article 80 s'étend aux activités du service qui, conformément à l'article 135 ou 136, fait la perception centrale. Le réviseur rédige, à ce sujet, un rapport comme celui visé à l'article 82. Ce rapport est communiqué aussi bien au gestionnaire de l'hôpital qu'au président ou au délégué du Conseil médical.
Art. 85. De Koning kan nadere regelen bepalen voor de toepassing van de artikelen 80 tot 84.
Art. 85. Le Roi peut préciser des règles pour l'application des articles 80 à 84.
Afdeling 3. - Mededeling van gegevens.
Section 3. - Communication de données.
Art. 86. De beheerder van het ziekenhuis moet aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, volgens de door de Koning vasgestelde regels en binnen de termijn die Hij bepaalt, mededeling doen van de financiële toestand, de bedrijfsuitkomsten, het in artikel 82 bedoelde verslag, alle statistische gegevens die met zijn inrichting en met de medische aktiviteiten verband houden, alsmede de identiteit van de directeur en/of van de voor de bovengenoemde mededelingen verantwoordelijke persoon of personen.
  (De in het eerste lid bedoelde gegevens die verband houden met de medische activiteiten mogen geen gegevens bevatten die de natuurlijke persoon waarop ze betrekking hebben rechtstreeks identificeren. Er mogen geen handelingen worden verricht die erop gericht zijn om deze gegevens in verband te brengen met de geïdentificeerde natuurlijke persoon waarop ze betrekking hebben, tenzij deze nodig zijn om (de ambtenaren, aangestelden of adviserend geneesheren) aangewezen in artikel 115 de waarachtigheid van de medegedeelde gegevens te laten nagaan.) <W 2000-08-12/62, art. 125, 017; Inwerkingtreding : 10-09-2000> <W 2002-08-22/39, art. 40, 022; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  (De Koning kan de bepalingen van de vorige leden, geheel of gedeeltelijk en met de aanpassingen die nodig mochten blijken, uitbreiden tot de in artikel 44 bedoelde medische of medisch-technische diensten die buiten ziekenhuisverband zijn opgericht.) <W 1996-04-29/32, art. 149, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996>
Art. 86. Le gestionnaire de l'hôpital est tenu de communiquer au Ministre qui a la Sante publique dans ses attributions, selon les modalités prévues par le Roi, et dans les délais qu'il fixe, la situation financière, les résultats d'exploitation, le rapport visé à l'article 82, et tous renseignements statistiques se rapportant à son établissement et aux activités médicales, ainsi que l'identité du directeur et/ou de la ou des personnes chargées des communications précitées.
  (Les données visées à l'alinéa 1er se rapportant aux activités médicales ne peuvent pas comprendre de données qui identifient directement la personne physique sur laquelle elle portent. Aucun acte ne peut être posé qui viserait à établir un lien entre ces données et la personne physique identifiée à laquelle elles se rapportent, a moins que celui-ci soit nécessaire pour faire vérifier par (les fonctionnaires, les préposés ou les médecins-conseils) désignés dans l'article 115 la véracité des données communiquées.) <L 2000-08-12/62, art. 125, 017; En vigueur : 10-09-2000> <L 2002-08-22/39, art. 40, 022; En vigueur : 10-09-2002>
  (Le Roi peut étendre, en tout ou en partie et moyennant les adaptations qui s'imposeraient, les dispositions des alinéas précédents aux services médicaux ou médico-techniques visés à l'article 44 et créés en dehors d'un contexte hospitalier.) <L 1996-04-29/32, art. 149, 013; En vigueur : 10-05-1996>
Art. 86bis. <INGEVOEGD bij W 1990-12-29/30, art. 132, 005; Inwerkingtreding : 19-01-1991> De Koning kan, na advies van de Nationale Arbeidsraad, overeenkomstig nader door Hem te bepalen regelen, bepalen welke gegevens of documenten door de beheerder, naargelang het geval, aan de Ondernemingsraad of aan het Comité voor plaatselijke overheidsdiensten moeten worden overgezonden.
Art. 86bis. Le Roi peut, après avis du Conseil national du travail, selon les règles à préciser par Lui, déterminer quels données ou documents doivent être transmis par le gestionnaire, selon le cas, au Conseil d'entreprise ou au comité des services publics locaux.
Art. 86ter. <INGEVOEGD bij W 2002-08-22/39, art. 41; Inwerkingtreding : 10-09-2002> § 1. In de schoot van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu, kan een Commissie voor de controle van de registratie der gegevens die verband houden met de medische activiteit in het ziekenhuis en voor de evaluatie van het verantwoord opnamebeleid worden opgericht, hierna " de Commissie " genaamd.
  § 2. De Koning bepaalt de werkingsregelen, de samenstelling, alsmede het aantal werkende en plaatsvervangende leden van de Commissie.
  De in het eerste lid bedoelde leden worden door de Koning benoemd.
  De Commissie wordt voorgezeten door de Directeur-generaal van het Bestuur van de Gezondheidszorgen.
  § 3. De Commissie brengt op eigen initiatief of op verzoek van de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft of van de Voorzitter van de Commissie of van de Voorzitter van de Multipartite-structuur wat de punten 1° tot 3° betreft, voorstellen uit inzake de volgende aangelegenheden :
  1° de methodologie voor de controle van de gegevens die betrekking hebben op de medische activiteit in het ziekenhuis, zoals bedoeld in artikel 86;
  2° de methodologie voor de evaluatie van het opnamebeleid;
  3° de organisatie en de uitvoering van de controle en evaluatie bedoeld in 1° en 2°;
  4° de aan de Commissie voorgelegde problemen inzake juistheid en volledigheid van de registraties bedoeld in 1°, en dit ingevolge de vaststellingen of bevindingen van de ambtenaren, aangestelden of adviserend geneesheren bedoeld in artikel 115, enerzijds en inzake de evaluatie van het opnamebeleid, bedoeld in 2° anderzijds;
  5° de aan de Commissie voorgelegde problemen inzake de opmerkingen van de betrokkenen ingevolge de mededeling van een proces-verbaal, zoals bedoeld in artikel 115, § 2, of ingevolge de mededeling van een correctie of van een inhouding met betrekking tot het budget van financiële middelen, zoals bedoeld in artikel 107, § 4, voor zover deze documenten betrekking hebben op een registratie van gegevens die verband houden met de medische activiteit in het ziekenhuis.
  De bevoegdheden bedoeld in het eerste lid, 4° en 5° worden enkel door de Commissie uitgeoefend voor zover de bedoelde problemen door de Directeur-generaal van het Bestuur van de Gezondheidszorgen zijn voorgelegd. De Commissie oefent bedoelde bevoegdheden uit aan de hand van anonieme dossiers per ziekenhuis.
  § 4. De in § 3, 1° en 2°, bedoelde methodologie wordt vastgesteld door de Koning.
  (§ 5. Voor de uitoefening van haar opdrachten maakt de Commissie gebruik van ondermeer de informatie en de rapporten die hiervoor ter beschikking zijn gesteld door het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg, bedoeld in titel III, hoofdstuk 2, van de programmawet van 24 december 2002.) <W 2002-12-24/31, art. 289, 024; Inwerkingtreding : 31-12-2002>
Art. 86ter. § 1. Au sein du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement, une Commission pour le contrôle de l'enregistrement des données relatives à l'activité médicale à l'hôpital et pour l'évaluation d'une politique justifiée en matière d'admissions peut être créée, ci-après dénommée " la Commission ".
  § 2. Le Roi détermine les règles de fonctionnement, la composition de la Commission, ainsi que le nombre de membres effectifs et suppléants.
  Les membres visés à l'alinéa 1 sont nommés par le Roi.
  La Commission est présidée par le Directeur général de l'Administration des soins de santé.
  § 3. La Commission formule, d'initiative ou à la demande du ministre qui a la Santé publique dans ses attributions ou du Président de la Commission ou du Président de la Structure multipartite en ce qui concerne les points 1° a 3°, des propositions relatives aux matières suivantes :
  1° la méthodologie pour le contrôle des données relatives à l'activité médicale à l'hôpital, visée à l'article 86;
  2° la méthodologie pour l'évaluation de la politique d'admission;
  3° l'organisation et la réalisation du contrôle et de l'évaluation visés aux points 1° et 2°;
  4° les problèmes soumis à la Commission, relatifs, d'une part, à l'exactitude et à l'exhaustivité des enregistrements visés au point 1°, et ce conformément aux constatations et aux conclusions des fonctionnaires, des préposés ou des médecins-conseils visés à l'article 115, et d'autre part, relatifs a l'évaluation de la politique d'admission visée au point 2°;
  5° les problèmes soumis à la Commission en ce qui concerne les remarques des intéressés consécutives à la notification d'un procès-verbal, tel que visé à l'article 115, § 2, ou à la notification d'une correction ou d'une retenue concernant le budget des moyens financiers, telle que visée à l'article 107, § 4, pour autant que ces documents se rapportent à un enregistrement de données relatives à l'activité médicale de l'hôpital.
  Les compétences visées à l'alinéa 1, 4° et 5°, ne sont exercées par la Commission que dans la mesure où les problèmes en question ont été soumis par le Directeur général de l'Administration des soins de santé. La Commission exerce les compétences visées, sur la base de dossiers anonymes par hôpital.
  § 4. La méthodologie visée au § 3, 1° et 2° est fixée par le Roi.
  (§ 5. Pour l'exercice de ses missions, la Commission utilise, entre autres, les informations et les rapports qui, à cette fin, sont mis à disposition par le Centre fédéral d'expertise des soins de santé, visé au titre III, chapitre 2, de la loi-programme du 24 décembre 2002.) <L 2002-12-24/31, art. 289, 024; En vigueur : 31-12-2002>
HOOFDSTUK V. - Financiering van de werkingskosten.
CHAPITRE V. - Financement des coûts d'exploitation.
Afdeling 1. (Opgeheven)
Section 1. - Prix par journée d'hospitalisation, quota des journées d'hospitalisation et budget.
Onderafdeling 1. (Opgeheven)
Sous-section 1. (Abrogé)
Art. 87. <W 2002-01-14/39, art. 81, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002> Het budget van financiële middelen wordt door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft voor ieder ziekenhuis afzonderlijk bepaald, binnen een globaal budget voor het Rijk dat wordt vastgesteld bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. (Het budget financiële middelen houdt enkel rekening met de ziekenhuisverpleging die aanleiding geeft tot een tegemoetkoming bij toepassing van artikel 100, met uitsluiting van de ziekenhuisverpleging vergoed in het kader van de Europese Verordening betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen.) <W 2007-06-04/32, art. 2, 034; Inwerkingtreding : onbepaald , uiterlijk op 01-07-2009>
  (Het budget van financiële middelen wordt, binnen het in het eerste lid bedoelde globale budget, afzonderlijk bepaald voor elke associatie van ziekenhuizen indien deze bij toepassing van artikel 69, tweede lid, door een rechtspersoon is uitgebaat.
  Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt met "ziekenhuis" bedoeld, een ziekenhuis of een associatie die wordt uitgebaat door een rechtspersoon, zoals bedoeld in het vorige lid.) <W 2005-04-27/34, art. 27, 028; Inwerkingtreding : 01-07-2005>
  Het in (dit artikel) bedoelde budget van financiële middelen is samengesteld uit een vast gedeelte en een variabel gedeelte. <W 2005-04-27/34, art. 27, 028; Inwerkingtreding : 01-07-2005>
Art. 87. <L 2002-01-14/39, art. 81, 021; En vigueur : 01-07-2002> Le budget des moyens financiers est fixé pour chaque hôpital distinct par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, dans les limites d'un budget global pour le Royaume, fixé par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres. (Le budget des moyens financiers tient uniquement compte des soins hospitaliers qui donnent lieu à une intervention en application de l'article 100, à l'exception des soins hospitaliers indemnisés dans le cadre du Règlement européen relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté.) <L 2007-06-04/32, art. 2, 034; En vigueur : indéterminée , au plus tard : 01-07-2009>
  (Le budget des moyens financiers est fixé, à l'intérieur du budget global visé à l'alinéa 1er, séparément pour chaque association d'hôpitaux si celle-ci est exploitée par une personne morale en application de l'article 69, alinéa 2.
  Pour l'application du présent chapitre, on entend par "hôpital", un hôpital ou une association qui est exploité par une personne morale, comme visé à l'alinéa précédent.) <L 2005-04-27/34, art. 27, 028; En vigueur : 01-07-2005>
  Le budget des moyens financiers visé (au présent article), est composé d'une partie fixe et d'une partie variable. <L 2005-04-27/34, art. 27, 028; En vigueur : 01-07-2005>
Art. 88. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft kan voor één of meerdere diensten (, (afdelingen, functies of zorgprogramma's)) van het ziekenhuis (een afzonderlijk budget van financiële middelen bepalen). <W 1988-12-30/31, art. 64, 002; Inwerkingtreding : 15-01-1989> <W 2002-01-14/39, art. 82, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
  De nadere regelen voor de toepassing van dit artikel worden bepaald door (de Koning), na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, afdeling financiering. (Hij bepaalt inzonderheid welke artikelen van dit hoofdstuk op de afzonderlijke budgetten, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk van toepassing zijn, en met de aanpassingen die Hij nodig acht.) <W 2002-01-14/39, art. 82, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
Art. 88. Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut, pour un ou pour plusieurs services (, (sections, fonctions ou programmes de soins)) hospitaliers, (fixer un budget distinct moyens financiers). <L 1988-12-30/31, art. 64, 002; En vigueur : 15-01-1989> <L 2002-01-14/39, art. 82, 021; En vigueur : 01-07-2002>
  Les règles plus précises pour l'application de cet article sont fixées par (le Roi), après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, section financement. (Il détermine notamment quels articles du présent chapitre sont applicables, en tout ou en partie, aux budgets distincts visés à l'alinéa 1er, et ce moyennant les adaptations qu'il juge nécessaires.) <L 2002-01-14/39, art. 82, 021; En vigueur : 01-07-2002>
Art. 90. <W 2002-01-14/39, art. 84, 021; Inwerkingtreding : 01-12-2002> § 1. Voor het verblijf in een individuele kamer of een tweepatiëntenkamer, met inbegrip van de daghospitalisatie, mag boven het budget van financiële middelen, ten laste van de patiënt die zulke kamer heeft geëist, een supplement worden aangerekend op voorwaarde dat tenminste de helft van het aantal bedden in het ziekenhuis beschikbaar kan worden gesteld voor het onderbrengen van patiënten die zonder supplementen wensen te worden opgenomen.
  De in het eerste lid bedoelde aantal beschikbare bedden, moeten een voldoende aantal bedden omvatten voor de kinderen die samen met een begeleidende ouder in het ziekenhuis verblijven.
  De Koning stelt het maximum van het bedrag van het in het eerste lid bedoelde supplement vast dat respectievelijk voor het verblijf in een individuele kamer en in een tweepatiëntenkamer mag worden aangerekend, na paritaire raadpleging van de verzekeringsinstellingen inzake verzekering voor geneeskundige verzorging en van de organen die de beheerders der ziekenhuizen vertegenwoordigen.
  (De Koning kan de categorieën van patiënten bepalen waarvoor er, in afwijking van het eerste lid, geen supplementen kunnen worden aangerekend als gevolg van het verblijf in een tweepatiëntenkamer, met inbegrip van de daghospitalisatie.) <W 2005-12-27/30, art. 77, 029; Inwerkingtreding : 09-01-2006>
  § 2. Voor het verblijf in een individuele kamer, met inbegrip van de daghospitalisatie, mag in de volgende gevallen geen supplement, zoals bedoeld in het eerste lid, worden aangerekend :
  a) wanneer de gezondheidstoestand van de patiënt of de technische voorwaarden van onderzoek, van behandeling of van toezicht, het verblijf in een individuele kamer vereisen;
  b) wanneer de noodwendigheden van de dienst of het niet beschikken over onbezette bedden in tweepatiëntenkamers of in gemeenschappelijke kamers, het verblijf in een individuele kamer vereisen;
  c) wanneer de opname geschiedt op een eenheid voor intensieve zorg of voor spoedgevallenzorg, buiten de wil van de patiënt en voor de duur van het verblijf in een dergelijke eenheid.
  (d) wanneer de opname een kind betreft dat samen met een begeleidende ouder in het ziekenhuis verblijft.) <W 2006-12-13/35, art. 43, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  Voor het verblijf in een tweepatiëntenkamer mag geen supplement worden aangerekend wanneer het niet beschikken over onbezette bedden in gemeenschappelijke kamers, dit verblijf vereist, alsmede in de gevallen bedoeld in het eerste lid, c) (en d)). <W 2006-12-13/35, art. 43, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  § 3. Voor de toepassing van §§ 1 en 2, kan de daghospitalisatie door de Koning nader worden omschreven.
Art. 90. <L 2002-01-14/39, art. 84, 021; En vigueur : 01-12-2002> § 1er. Pour le séjour en chambre individuelle ou en chambre de deux patients, y compris en hospitalisation de jour, un supplément au-delà du budget des moyens financiers peut être facturé au patient qui a exigé une telle chambre à condition qu'au moins la moitié du nombre de lits de l'hôpital puisse être mis à la disposition de patients qui souhaitent être admis sans suppléments.
  Le nombre de lits disponibles visé à l'alinéa 1er, doit comprendre un nombre suffisant de lits pour les enfants accompagnés par un parent pendant le séjour à l'hôpital.
  Le Roi fixe le maximum du montant du supplément visé à l'alinéa 1er, qui peut être facturé pour le séjour en chambre individuelle et en chambre de deux patients, après consultation paritaire des organismes assureurs en matière d'assurance soins de santé et des organismes représentant les gestionnaires des hôpitaux.
  (Le Roi peut définir les catégories de patients pour lesquels, par dérogation à l'alinéa 1er, aucun supplément ne peut être facturé à la suite du séjour en chambre de deux patients, y compris en hospitalisation de jour.) <L 2005-12-27/30, art. 77, 029; En vigueur : 09-01-2006>
  § 2. Pour le séjour en chambre individuelle, y compris en hospitalisation de jour, aucun supplément visé à l'alinéa 1er ne peut être facturé dans les cas suivants :
  a) lorsque l'état de santé du patient ou les conditions techniques de l'examen, du traitement ou de la surveillance requièrent le séjour en chambre individuelle;
  b) lorsque les nécessités du service ou la non-disponibilité de lits inoccupés en chambre de deux patients ou en chambre commune requièrent le séjour en chambre individuelle;
  c) lorsque l'admission se fait dans une unité de soins intensifs ou de soins urgents, indépendamment de la volonté du patient et pour la durée du séjour dans une telle unité.
  (d) lorsque l'admission concerne un enfant accompagné par un parent pendant le séjour à l'hôpital.) <L 2006-12-13/35, art. 43, 030; En vigueur : 01-01-2007>
  Le séjour en chambre de deux patients ne peut donner lieu à aucun supplément lorsque ce séjour est requis du fait de la non-disponibilité de lits inoccupés dans des chambres communes, ainsi que dans les cas visés à l'alinéa 1er, c) (et d)). <L 2006-12-13/35, art. 43, 030; En vigueur : 01-01-2007>
  § 3. Pour l'application des §§ 1er et 2, l'hospitalisation de jour peut être précisée par le Roi.
Art. 91. <W 2002-01-14/39, art. 85, 021; Inwerkingtreding : 01-09-2004> De Koning kan nadere regelen bepalen inzake :
  a) de aard van de bedragen ten laste van de patiënt, die hem vooraf moeten worden medegedeeld, onder meer de supplementen bedoeld in artikel 90 en in artikel 138 (evenals alle kosten voor bijkomende leveringen en diverse kosten); <W 2006-12-13/35, art. 44, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  b) de modaliteiten van de mededeling (en facturatie) aan de patiënt, van de bedragen, bedoeld in a); <W 2006-12-13/35, art. 44, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  c) de voorlegging ter ondertekening aan de patiënt van een document met vermelding van de in a) bedoelde bedragen.
  Ten aanzien van de patiënten die in daghospitalisatie worden opgenomen, is het vorige lid, wat de supplementen bedoeld in artikel 138 betreft, enkel van toepassing voor de verstrekkingen omschreven door de Koning in uitvoering van artikel 138, § 1, derde lid.
Art. 91. <L 2002-01-14/39, art. 85, 021; En vigueur : 01-09-2004> Le Roi peut préciser des règles en ce qui concerne :
  a) la nature des montants à charge du patient, qui doivent lui être communiqués au préalable, tels que les suppléments visés aux articles 90 et 138 (ainsi que tous les frais pour fournitures et frais divers supplémentaires); <L 2006-12-13/35, art. 44, 030; En vigueur : 01-01-2007>
  b) les modalités selon lesquelles les montants visés au point a) doivent être communiqués (et facturés) au patient; <L 2006-12-13/35, art. 44, 030; En vigueur : 01-01-2007>
  c) la présentation à la signature du patient d'un document mentionnant les montants visés au point a).
  A l'égard des patients admis en hospitalisation de jour, l'alinéa précédent n'est d'application, en ce qui concerne les suppléments visés à l'article 138, que pour les prestations définies par le Roi en exécution de l'article 138, § 1er, alinéa 3.
Art. 92. <W 2002-01-14/39, art. 86, 021; Inwerkingtreding : 01-09-2004> De Koning bepaalt de wijze waarop de bedragen bedoeld in de artikelen 90, 104bis en 104ter, ter kennis van het publiek worden gebracht.
Art. 92. <L 2002-01-14/39, art. 86, 021; En vigueur : 01-09-2004> Le Roi fixe les modalités selon lesquelles les montants visés aux articles 90, 104bis et 104ter doivent être communiqués au public.
Onderafdeling 2. (Opgeheven)
Sous-section 2. - Quota de journées d'hospitalisation.
Onderafdeling 3. (Opgeheven)
Sous-section 3. (Abrogé)
Art. 94. (Onverminderd artikel 90, dekt het budget van financiële middelen op forfaitaire wijze de kosten die verband houden met het verblijf in een gemeenschappelijke kamer en de verstrekking van zorgen aan de patiënten in het ziekenhuis, met inbegrip van de patiënten in daghospitalisatie zoals omschreven door de Koning.) <W 2002-01-14/39, art. 88, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
  (De Koning omschrijft de in het eerste lid bedoelde kosten.) <W 2002-01-14/39, art. 88, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
  (Het budget kan, overeenkomstig voorwaarden en regelen die nader door de Koning, bij in Ministerraad overlegd besluit, worden bepaald, eveneens kosten dekken die verband houden met de in artikel 95, 2°, a) tot en met e), bedoelde verstrekkingen aan patiënten die in een ziekenhuis worden opgenomen en er kunnen verblijven.
  Voor de uitvoering van het voorgaande lid moet het advies gevraagd worden van de Nationale Paritaire Commissie geneesheren-ziekenhuizen.
  Wanneer één of beide groepen die in de Commissie zijn vertegenwoordigd niet kunnen akkoord gaan met de terzake door de Minister die bevoegd is voor de Sociale Voorzorg voorgestelde maatregel, dan wordt de procedure voor de aanvaarding van deze maatregel opgeschort gedurende 30 dagen vanaf het uitbrengen van het voornoemd advies.
  Deze termijn is niet voor hernieuwing vatbaar.) <W 1993-08-06/30, art. 28, 009; Inwerkingtreding : 19-08-1993>
Art. 94. (Sans préjudice de l'article 90, le budget des moyens financiers couvre de manière forfaitaire les frais résultant du séjour en chambre commune et de la dispensation des soins aux patients de l'hôpital, en ce compris les patients en hospitalisation de jour telle que définie par le Roi.) <L 2002-01-14/39, art. 88, 021; En vigueur : 01-07-2002>
  (Le Roi définit les coûts visés à l'alinéa 1.) <L 2002-01-14/39, art. 88, 021; En vigueur : 01-07-2002>
  (Le budget peut, selon les conditions et règles qui sont précisées par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, couvrir aussi des coûts résultant des prestations visées à l'article 95, 2°, a) jusqu'à e), y compris, aux patients qui sont admis dans un hôpital et qui peuvent y séjourner.
  L'avis de la Commission nationale paritaire médecins-hôpitaux doit être demandé sur l'exécution de l'alinéa précédent.
  Lorsqu'un ou les deux groupes représentés au sein de ladite Commission ne peuvent marquer leur accord sur les mesures proposées à cette fin par le Ministre qui a la Prévoyance sociale dans ses attributions, la procédure d'approbation desdites mesures est suspendue pendant une période de trente jours à dater de l'émission dudit avis.
  Ce délai n'est pas renouvelable.) <L 1993-08-06/30, art. 28, 009; En vigueur : 19-08-1993>
Art. 94bis. <INGEVOEGD bij W 2004-12-27/30, art. 87, Inwerkingtreding : 01-07-2004> Het budget van financiële middelen kan op forfaitaire wijze kosten dekken voor de dienstverlening ingevolge rampen of catastrofen waarvoor fase drie of fase vier van het rampenplan door respectievelijk de provinciegouverneur of de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken in werking is gesteld.
  De in het eerste lid bedoelde kosten zijn andere dan deze bedoeld in artikel 94 en geven geen aanleiding tot een tussenkomst ingevolge de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen of diens uitvoeringsbesluiten.
Art. 94bis. Le budget des moyens financiers peut couvrir, de manière forfaitaire, les frais afférents à des services suite à des catastrophes ou des calamités, pour lesquelles la phase trois ou la phase quatre du plan catastrophes a été déclenchée, respectivement par le gouverneur de province ou par le ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions.
  Les frais visés à l'alinéa 1er sont autres que ceux visés à l'article 94 et ne donnent pas lieu à une intervention telle que visée dans la loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités ou ses arrêtés d'exécution.
Art. 95. Zijn niet begrepen in het budget (van finaciële middelen) van het ziekenhuis : <W 2002-01-14/39, art. 89, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
  1° de prijs van de farmaceutische specialiteiten en van de generische geneesmiddelen;
  2° het honorarium van de geneesheren en van de paramedische practici in verband met de hiernavolgende geneeskundige verstrekkingen :
  a) de gewone zorgen en technische verstrekkingen op het gebied van de diagnose en de behandeling door de geneesheren die de algemene geneeskunde beoefenen en de geneesheren-specialisten, alsmede de tandheelkundige zorgen ter bewaring of herstelling;
  b) de zorgen verstrekt door de kinesisten;
  c) de verlossingen door gediplomeerde vroedvrouwen;
  d) het verstrekken van brillen en andere oogprothesen, hoortoestellen, orthopedische toestellen en andere prothesen;
  e) alle andere zorgen en verstrekkingen die voor de revalidatie en de herscholing zijn vereist, voor zover de uitvoering ervan niet gebonden is aan de specifieke werkzaamheden van de dienst waarin de zieke is opgenomen.
  (3° de vergoeding voor de verstrekkingen door apothekers of licentiaten in de scheikundige wetenschappen die gemachtigd zijn analyses van klinische biologie te verrichten.) <W 1989-12-22/31, art. 110, 003; Inwerkingtreding : 09-01-1990>
  (4° De kosten verbonden aan het endoscopisch materiaal en het materiaal voor viscerosynthese, wanneer deze hetzij het voorwerp zijn van een tegemoetkoming door de ziekte- en invaliditeitsverzekering hetzij voorkomen op een door de Minister van sociale zaken, vast te stellen lijst, nadat er een voorstel tot opname in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen werd geformuleerd conform artikel 35, § 2 van de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.) <W 2002-12-24/31, art. 209, 024; Inwerkingtreding : 01-04-2003>
  [1 5° de kosten verbonden aan de andere medische hulpmiddelen dan deze bedoeld in 4°, wanneer deze het voorwerp uitmaken van een tegemoetkoming door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging onder de vastgestelde vergoedingsvoorwaarden;
   6° de kosten verbonden aan de andere medische hulpmiddelen dan deze bedoeld in 4° en 5°, die zijn vastgesteld door de Koning.]1

  
Art. 95. Ne sont pas repris dans le budget (des moyens financiers) de l'hôpital : <L 2002-01-14/39, art. 89, 021; En vigueur : 01-07-2002>
  1° le prix des spécialités pharmaceutiques et des médicaments génériques;
  2° les honoraires des médecins et des praticiens paramédicaux pour les prestations de santé énumérées ci-après :
  a) les soins courants et les prestations techniques de diagnostic et de traitement donnés par les médecins de médecine générale et les médecins spécialistes, ainsi que les soins dentaires conservateurs et réparateurs;
  b) les soins donnés par les kinésistes;
  c) les accouchements par les accoucheuses diplômées;
  d) la fourniture de lunettes et autres prothèses oculaires, d'appareils auditifs, orthopédiques et autres prothèses;
  e) tous autres soins et prestations nécessités pour la rééducation fonctionnelle et professionnelle, pour autant que leur exécution ne soit pas liée aux activités spécifiques du service où le malade est hospitalisé.
  (3° la rémunération des prestations effectuées par des pharmaciens ou licenciés en sciences chimiques habilités à effectuer des analyses de biologie clinique.) <L 1989-12-22/31, art. 110, 003; En vigueur : 09-01-1990>
  (4° les coûts liés au matériel endoscopique et au matériel de viscérosynthèse, lorsque ceux-ci, soit font l'objet d'une intervention de l'assurance maladie-invalidité, soit figurent sur une liste à établir par le ministre des Affaires sociales, après qu'une proposition d'insertion dans la nomenclature des prestations de santé a été formulée conformément à l'article 35, § 2, de la loi du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités.) <L 2002-12-24/31, art. 209, 024; En vigueur : 01-04-2003>
  [1 5° les coûts liés à d'autres dispositifs médicaux que ceux visés au 4° lorsqu'ils font l'objet d'une intervention de l'assurance obligatoire soins de santé dans les conditions de remboursement fixées;
   6° les coûts relatifs à d'autres dispositifs médicaux que ceux visés au 4° et au 5° tels que définis par le Roi.]1

  
Art. 96. De Koning kan, bij in Ministerraad overlegd besluit, geheel of gedeeltelijk, voor alle ziekenhuizen of voor sommige soorten van ziekenhuizen of ziekenhuisdiensten, of in de gevallen en voorwaarden die Hij nader omschrijft, afwijken van artikel 95.
Art. 96. Le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, peut déroger, en tout ou en partie, à l'article 95, pour tous les hôpitaux ou pour certains types d'hôpitaux ou de services hospitaliers, ou dans les cas et conditions, définis par Lui.
Art. 96bis. <INGEVOEGD bij W 2005-04-27/34, art. 28; Inwerkingtreding : 30-05-2005> Voor de tussenkomsten, diensten en verstrekkingen van zorgen waarvan de kosten in toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk op forfaitaire wijze door het budget van financiële middelen worden gedekt, kan geen financiële vergoeding ten aanzien van de patiënt worden gevorderd.
Art. 96bis. Pour les interventions, les services et prestations de soins dont les frais sont couverts de façon forfaitaire par le budget des moyens financiers, en application des dispositions du présent chapitre, aucune intervention financière ne peut être réclamée au patient.
Art. 97. <W 2002-01-14/39, art. 90, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002> § 1. De Koning bepaalt, de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling financiering gehoord, de voorwaarden en de regelen voor de vaststelling van het budget van financiële middelen en van de onderscheidene bestanddelen.
  Zo bepaalt Hij onder meer :
  a) de periode voor dewelke het budget wordt toegekend;
  b) de splitsing van het budget in een vast gedeelte en een variabel gedeelte;
  c) de criteria en de modaliteiten van berekening, met inbegrip van de vastlegging van de verantwoorde activiteiten en de wijze van indexering;
  d) inzake het variabele gedeelte, de vergoeding van de activiteiten ten aanzien van een referentieaantal die meer gerealiseerd zijn of niet zijn gerealiseerd;
  e) de vaststelling van het referentieaantal, bedoeld in d), met betrekking tot de activiteitsparameters die in rekening worden gebracht;
  f) de voorwaarden en modaliteiten van herziening van sommige elementen;
  g) de verrekening met de vorige jaren, zoals bedoeld in artikel 104quater.
  Voor de toepassing van het tweede lid duidt de Koning de bepalingen aan die gelden voor de psychiatrische afdelingen in algemene ziekenhuizen en voor de psychiatrische ziekenhuizen. Hij stelt specifieke regelen vast voor deze diensten en instellingen.
  De uitvoering van de in de vorige leden bedoelde bepalingen kan verschillen naargelang het soort van ziekenhuis of gedeelten van een ziekenhuis.
  De Koning kan de kosten van de ziekenhuizen vergelijken teneinde de ziekenhuizen met gelijksoortige opdracht en activiteiten werkzaam in gelijkaardige omstandigheden onder dezelfde voorwaarden te financieren.
  § 2. De Koning kan, de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling financiering gehoord, voorwaarden en regelen bepalen krachtens dewelke activiteiten in rekening kunnen worden gebracht bij de dekking van de kosten die veroorzaakt zijn door het naleven van de normen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden die van aard zijn deze activiteiten te beïnvloeden en die een afwijkende regeling ten aanzien van voormelde voorwaarden en regelen rechtvaardigen.
  § 3. De Koning kan in het kader van de vaststelling van het budget van financiële middelen, na advies van de (Multipartite-structuur) bedoeld in hoofdstuk XII van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen, criteria en modaliteiten bepalen inzake de evaluatie, met het oog op het vaststellen van de activiteiten van het ziekenhuis, die als " verantwoord " beschouwd kunnen worden. <W 2002-08-22/39, art. 59, 023; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
Art. 97. <L 2002-01-14/39, art. 90, 021; En vigueur : 01-07-2002> § 1er. Le Roi détermine, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section financement, les conditions et les règles de fixation du budget et de ses éléments constitutifs.
  Il détermine entre autres :
  a) la période d'octroi du budget;
  b) la scission du budget en une partie fixe et une partie variable;
  c) les critères et les modalités de calcul, en ce compris la fixation des activités justifiées et les modalités d'indexation;
  d) en ce qui concerne la partie variable, l'indemnisation des activités par rapport à un nombre de référence qui sont réalisées en plus ou qui ne sont pas réalisées;
  e) la fixation du nombre de référence visé au point d), concernant les paramètres d'activités pris en considération;
  f) les conditions et les modalités de révision de certains éléments;
  g) le décompte sur la base des années antérieures. tel que visé à l'article 104quater.
  Pour l'application de alinéa 2, le Roi désigne les dispositions applicables aux sections psychiatriques des hôpitaux généraux et aux hôpitaux psychiatriques. Il fixe des règles spécifiques pour ces services et établissements.
  L'exécution des dispositions visées aux alinéas précédents peut être différente selon la catégorie de l'hôpital ou des parties d'un hôpital.
  Le Roi peut procéder à la comparaison des coûts des hôpitaux afin d'appliquer les mêmes conditions de financement aux hôpitaux dont la mission et les activités sont similaires et qui travaillent dans des conditions analogues.
  § 2. Après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section financement, le Roi peut déterminer des conditions et des règles suivant lesquelles des activités peuvent être prises en compte pour la couverture des frais induits par le respect des normes, en tenant compte des situations spécifiques susceptibles d'influencer ces activités et qui justifient un régime dérogatoire aux conditions et règles ainsi établies.
  § 3. Le Roi peut, après avis de la (Structure multipartite) visée au chapitre XII de la loi du 29 avril 1996 contenant des dispositions sociales et dans le cadre de la fixation du budget des moyens financiers, des critères déterminer les modalités en ce qui concerne l'évaluation des activités hospitalières, et ce en vue de déterminer les activités de l'hôpital qui peuvent être considérées comme " justifiées ". <L 2002-08-22/39, art. 59, 023; En vigueur : 10-09-2002>
Art. 97bis. <INGEVOEGD bij W 1988-12-30/31, art. 65, 002; Inwerkingtreding : 15-01-1989> De werken bedoeld in artikel 46bis, kunnen slechts voor financiering in het (budget van financiële middelen) in aanmerking komen voor zover de inrichtende macht het bewijs levert dat de in het voormelde artikel bedoelde kalender goedgekeurd wordt door de Nationale Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft. <W 2002-01-14/39, art. 91, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
  De modaliteiten voor de in het vorige lid bedoelde bewijsvoering worden door de voormelde Minister vastgesteld.
Art. 97bis. Les travaux visés à l'article 46bis ne peuvent entrer en ligne de compte pour le financement par le (budget des moyens financiers) que pour autant que le pouvoir organisateur apporte la preuve que le calendrier visé à l'article susmentionné est approuvé par le Ministre national qui a la Santé publique dans ses attributions. <L 2002-01-14/39, art. 91, 021; En vigueur : 01-07-2002>
  Les modalités de la preuve visée à l'alinéa précédant sont fixées par le Ministre précité.
Art. 97ter. <INGEVOEGD bij W 2002-01-14/39, art. 92; Inwerkingtreding : 01-07-2002> De Koning kan in specifieke financieringswijzen voorzien om, op experimentele basis en beperkt in de tijd, een prospectieve en programmageoriënteerde financiering van zorgcircuits en netwerken mogelijk te maken.
Art. 97ter. Le Roi peut prévoir des modalités spécifiques de financement afin de permettre, sur une base expérimentale et pour une durée limitée, un financement prospectif des circuits et des réseaux de soins, axé sur les programmes.
Onderafdeling 4. (Opgeheven)
Sous-section 4. (Abrogé)
Art. 98. Vooraleer enige beslissing wordt getroffen omtrent de vaststelling van (een budget van financiële middelen van een ziekenhuis, ziekenhuisdienst, -functie of zorgprogramma), deelt de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft of de door hem gedelegeerde ambtenaar van het (Bestuur van de gezondheidszorgen), de voorgenomen beslissing, met de nodige elementen ter verantwoording ervan, mede aan de beheerder. Deze beschikt over 30 dagen om zijn opmerkingen te doen gelden. Deze opmerkingen van de beheerder worden samen met de ontwerp-beslissing door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft of de daartoe gedelegeerde ambtenaar voor advies aan de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling financiering overgemaakt. De beslissing van de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft is met redenen omkleed en wordt aan de beheerder medegedeeld, alsmede ter kennisgeving aan de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling financiering. <W 2002-01-14/39, art. 93, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
Art. 98. Préalablement a toute décision sur la fixation (d'un budget des moyens financiers d'un hôpital, d'un service hospitalier, d'une fonction hospitalière ou d'un programme de soins), le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions ou le fonctionnaire de l'(Administration des soins de santé) délégué par lui, communique le projet de décision, avec les éléments justificatifs nécessaires, au gestionnaire. Celui-ci dispose de 30 jours pour faire valoir ses observations qui sont transmises avec le projet de décision par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions ou le fonctionnaire délégué, pour avis, au Conseil national des établissements hospitaliers, section financement. La décision du Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions est motivée et communiquée au gestionnaire et, pour information, au Conseil national des établissements hospitaliers, Section financement. <L 2002-01-14/39, art. 93, 021; En vigueur : 01-07-2002>
Afdeling 2. (Opgeheven)
Section 2. (Abrogé)
Art. 99. (In het budget van financiële middelen van het ziekenhuis kan in een bijzonder bedrag worden voorzien om de werking van het ziekenhuis te verbeteren wanneer dit gepaard gaat met een beslissing van de beheerder die aanleiding geeft tot een reële vermindering van het budget, en dit als gevolg van een herstructurering van de inrichting of van een fusie, associatie, groepering of samenwerking met één of meerdere ziekenhuizen.) <W 2002-01-14/39, art. 94, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
  (De Koning) heeft bepaalt, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling financiering, de regelen en voorwaarden volgens dewelke dit bedrag wordt toegekend. <W 2002-08-22/39, art. 42, 022; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
Art. 99. (Un montant spécifique peut être prévu dans le budget des moyens financiers pour améliorer le fonctionnement de l'hôpital lorsque cela s'accompagne d'une décision du gestionnaire débouchant sur une diminution réelle du budget et ce, dans le cadre d'une restructuration de l'établissement ou d'une fusion, d'une association, d'un groupement ou d'une collaboration avec un ou plusieurs hôpitaux.) <L 2002-01-14/39, art. 94, 021; En vigueur : 01-07-2002>
  (Le Roi), après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, Section financement, fixe les règles et conditions suivant lesquelles ce montant est accordé. <L 2002-08-22/39, art. 42, 022; En vigueur : 10-09-2002>
Afdeling 3. (Opgeheven)
Section 3. (Abrogé)
Art. 100. Wanneer de ziekenhuisverpleging aanleiding geeft tot een tegemoetkoming, hetzij van de verzekeringsinstellingen (als bedoeld in de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, hetzij van de Dienst voor Overzeese Sociale Zekerheid, hetzij van de [1 Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering]1, hetzij) van het Nationaal Instituut van de oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers in het raam van hun eigen reglementering, hetzij van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ten voordele van behoeftigen, verleent de Staat een toelage van 25 pct. van de (budget van financiële middelen dat) wordt vastgesteld door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft. <W 2002-01-14/39, art. 95, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
  Onverminderd de toepassing van de bepalingen van (artikel 37, § 7, van voornoemde gecoördineerde wet), valt het resterend gedeelte van de (budget van financiële middelen ), vastgesteld door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, naar gelang van het geval, ten laste hetzij van de verzekeringsinstelling, hetzij (van de Dienst voor Overzeese Sociale Zekerheid, hetzij van de [1 Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering]1, hetzij) van het Nationaal Instituut van de oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers, hetzij van openbare centra voor maatschappelijk welzijn. <W 2002-01-14/39, art. 95, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
  (De verhouding vastgelegd in het eerste en in het tweede lid is van toepassing zowel wat het in artikel 104bis, eerste lid, bedoelde gedeelte van het budget van financiële middelen betreft dat uitbetaald wordt in twaalfden als wat het in artikel 104bis, tweede lid, bedoelde gedeelte van het budget van financiële middelen betreft dat uitbetaald wordt volgens parameters van activiteit en het in artikel 104ter bedoelde gedeelte dat als basis geldt voor de vaststelling van een prijs per parameter.) <W 2002-01-14/39, art. 95, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
  
Art. 100. Lorsque l'hospitalisation donne lieu à une intervention, soit des organismes assureurs (tels que visés dans la loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, soit de l'Office de sécurité sociale d'outre-mer, soit de [1 la Caisse Auxiliaire d'Assurance Maladie-Invalidité]1, soit) de l'Institut national des invalides de guerre, anciens combattants et victimes de guerre, dans le cadre de leur réglementation propre, soit d'un centre public d'aide sociale en faveur des indigents, l'Etat octroie un subside de 25 p.c. du (budget des moyens financiers), fixé par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions. <L 2002-01-14/39, art. 95, 021; En vigueur : 01-07-2002>
  Sans préjudice de l'application des dispositions de (l'article 37, § 7, de la loi coordonnée précitée), la partie restante du (budget des moyens financiers) fixé par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions est, selon le cas, à charge, soit des organismes assureurs, soit (de l'Office de sécurité sociale d'outre-mer, soit de [1 la Caisse Auxiliaire d'Assurance Maladie-Invalidité]1, soit) de l'Institut national des invalides de guerre, anciens combattants et victimes de guerre, soit des centres publics d'aide sociale. <L 2002-01-14/39, art. 95, 021; En vigueur : 01-07-2002>
  (La proportion fixée aux alinéas 1er et 2 s'applique tant à la partie du budget des moyens financiers liquidée en douzièmes, telle que visée à l'article 104bis, alinéa 1er, qu'à la partie du budget des moyens financiers versée sur la base d'un paramètre d'activité, telle que visée à l'article 104bis, alinéa 2, et à la partie visée à l'article 104ter qui sert de base pour la fixation d'un prix par paramètre.) <L 2002-01-14/39, art. 95, 021; En vigueur : 01-07-2002>
  
Art. 101. Het in het eerste lid van artikel 100 bedoelde percentage kan voor het geheel van (het budget van financiële middelen, als bedoeld in artikel 87) of voor sommige onderdelen ervan door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit worden gewijzigd. <W 2002-01-14/39, art. 96, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
Art. 101. Le pourcentage visé à l'article 100, alinéa 1er peut être modifié par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, pour la totalité du (budget des moyens financiers tel que visé à l'article 87) ou pour certains de ses éléments. <L 2002-01-14/39, art. 96, 021; En vigueur : 01-07-2002>
Art. 102. (§ 1.) (De Staat kan een bijkomende toelage verlenen om specifieke kosten te dekken die verband houden met specifieke taken van een universitair ziekenhuis, een universitaire ziekenhuisdienst, een universitaire ziekenhuisfunctie of een universitair zorgprogramma, inzonderheid op het gebied van de patiëntenverzorging, het klinisch onderricht, het toegepast wetenschappelijk onderzoek, de ontwikkeling van nieuwe technologieën en de evaluatie van medische activiteiten.) <W 2002-01-14/39, art. 97, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  De Koning bepaalt de regels en voorwaarden volgens dewelke deze bijkomende toelage wordt (vastgesteld, toegekend en uitbetaald). <W 2002-01-14/39, art. 97, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  De bepalingen van de artikelen 100 en 101 zijn toepasselijk op (het budget van financiële middelen) in ziekenhuizen met één of met meerdere universitaire diensten, (functies of zorgprogramma's) na aftrek van de bijkomende toelage. <W 2002-01-14/39, art. 97, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  (§ 2. De Staat kan een bijkomende toelage verlenen om specifieke kosten te dekken die worden veroorzaakt door een uitgesproken zwak sociaal-economisch patiëntenprofiel van het ziekenhuis.
  De Koning bepaalt de regelen en voorwaarden volgens dewelke deze bijkomende toelage wordt vastgesteld, toegekend en uitbetaald.
  De bepalingen van de artikelen 100 en 101 zijn toepasselijk op het in artikel 87 bedoeld budget van financiële middelen, na aftrek van de in deze paragraaf bedoelde bijkomende toelage.) <W 2002-01-14/39, art. 97, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art. 102. (§ 1er.) (L'Etat peut accorder une subvention complémentaire pour couvrir des frais spécifiques liés aux tâches spécifiques assumées par un hôpital universitaire, un service hospitalier universitaire, une fonction hospitalière universitaire ou un programme de soins universitaire, notamment dans le domaine des soins aux patients, de l'enseignement clinique, de la recherche scientifique appliquée, du développement de nouvelles technologies et de l'évaluation des activités médicales.) <L 2002-01-14/39, art. 97, 021; En vigueur : 01-01-2003>
  Le Roi détermine les règles et les conditions (de fixation, d'octroi et de paiement) de ce subside complémentaire. <L 2002-01-14/39, art. 97, 021; En vigueur : 01-01-2003>
  Les dispositions des articles 100 et 101 sont applicables au (budget des moyens financiers), dans les hôpitaux avec un ou plusieurs services (, fonctions ou programmes de soins) universitaires, après déduction de ce subside complémentaire. <L 2002-01-14/39, art. 97, 021; En vigueur : 01-01-2003>
  (§ 2. L'Etat peut octroyer une subvention complémentaire afin de couvrir des coûts spécifiques générés par l'hôpital ayant un profil de patient très faible sur le plan socio-économique.
  Le Roi fixe les règles et les conditions suivant lesquelles cette subvention complémentaire est fixée, octroyée et liquidée.
  Les dispositions des articles 100 et 101 sont applicables au budget des moyens financiers visé à l'article 87, après déduction de la subvention complémentaire visée dans le présent paragraphe.) <L 2002-01-14/39, art. 97, 021; En vigueur : 01-01-2003>
Art. 103. Voor de toekenning van de toelagen, bepaald in (artikel 100), kan door de Koning worden geëist dat de ziekenhuizen een overeenkomst hebben gesloten zoals voorzien door (de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen of diens uitvoeringsbesluiten) en die goedgekeurd is door de Minister die de Sociale Voorzorg onder zijn bevoegdheid heeft, alsmede door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, afdeling financiering. <W 2002-01-14/39, art. 98, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
Art. 103. L'octroi des subsides prévus (à l'article 100), peut être subordonné par le Roi à la conclusion par les hôpitaux d'une convention prévue par (la législation en matière d'assurance maladie-invalidité " sont remplacés par les mots " la loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités ou ses arrêtés d'exécution) et approuvée par le Ministre qui a la Prévoyance sociale dans ses attributions, ainsi que par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, après avis du Conseil national des établissements hospitaliers, section financement. <L 2002-01-14/39, art. 98, 021; En vigueur : 01-07-2002>
Art. 104. De Koning bepaalt onder welke voorwaarden en op welke wijze de toelagen worden uitbetaald.
  Hij kan meer bepaald voorschrijven dat voorschotten op deze toelagen rechtstreeks aan de ziekenhuizen worden vereffend (...). <W 2002-01-14/39, art. 99, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
Art. 104. Le Roi détermine les conditions et les modalités suivant lesquelles les subsides sont liquidés.
  Il peut prescrire notamment que des avances sur ces subsides soient liquidées directement aux hôpitaux, (...). <L 2002-01-14/39, art. 99, 021; En vigueur : 01-07-2002>
Art. 104bis. <INGEVOEGD bij W 2002-01-14/39, art. 100; Inwerkingtreding : 01-07-2002> Voor de patiënten die ressorteren onder één van de verzekeringsinstellingen, bedoeld in de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt een gedeelte van het budget, zoals vastgesteld door de Koning, door de verzekeringsinstellingen in twaalfden uitbetaald. Deze uitbetaling door de verzekeringsinstellingen geschiedt in verhouding tot hun respectievelijk aandeel in de totale uitgaven voor het desbetreffende ziekenhuis in het laatst gekende dienstjaar.
  Het resterende gedeelte van het budget, bedoeld in het eerste lid, wordt door de verzekeringsinstellingen, zoals bedoeld in het eerste lid, uitbetaald volgens één of meerdere, door de Koning, nader te omschrijven parameters van activiteit.
  De Koning kan nadere regelen vaststellen met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde uitbetaling, meer bepaald wat het referentieaantal activiteiten betreft dat voor de berekening van het uit te betalen bedrag per parameter van activiteit in aanmerking wordt genomen.
  Niettegenstaande elk strijdig beding is de prijs die mag worden aangerekend, de prijs die overeenkomstig het vorige lid door de Koning wordt vastgesteld.
  De Koning kan nadere regelen en modaliteiten inzake de uitbetaling, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, bepalen.
Art. 104bis. Pour les patients qui relèvent d'un des organismes assureurs visés dans la loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, une partie du budget, telle que fixée par le Roi, est liquidée en douzièmes par les organismes assureurs. Cette liquidation par les organismes assureurs s'effectue en proportion de leur part respective dans les dépenses totales pour hôpital concerné au cours du dernier exercice connu.
  La partie restante du budget, visé à l'alinéa 1er, est liquidée par les organismes assureurs visés à l'alinéa 1er selon un ou plusieurs paramètres d'activité à définir par le Roi.
  Le Roi peut fixer des règles complémentaires relatives ou mode de paiement visé à l'alinéa 2, plus particulièrement en ce qui concerne le nombre de référence des activités qui est pris en considération pour le calcul du montant à liquider par paramètre.
  Nonobstant toute stipulation contraire, le prix qui peut être facturé est le prix qui est fixé par le Roi, conformément aux dispositions de l'alinéa précédent.
  Le Roi peut fixer des règles et modalités précises de la liquidation visée aux alinéas 1er, et 2.
Art. 104ter. <W 2007-06-04/32, art. 3, 034; Inwerkingtreding : onbepaald , uiterlijk op 01-07-2009> § 1. Voor de patiënten die niet ressorteren onder een verzekeringsinstelling, zoals bedoeld in artikel 104bis, eerste lid, en waarvan de ziekenhuisverpleging aanleiding geeft tot een tegemoetkoming bij toepassing van artikel 100, kan de Koning, overeenkomstig de door Hem bepaalde voorwaarden en regelen, een prijs per parameter van activiteit vaststellen op basis van het budget van financiële middelen.
  Niettegenstaande elk strijdig beding, is de prijs die mag worden aangerekend, de prijs die overeenkomstig het eerste lid door de Koning wordt vastgesteld.
  § 2. Voor patiënten die niet ressorteren onder een verzekeringsinstelling, als bedoeld in artikel 104bis, eerste lid, en waarvan de ziekenhuisverpleging geen aanleiding geeft tot een tegemoetkoming met toepassing van artikel 100, kan de Koning de berekeningswijze van de prijs per parameter van activiteit vaststellen, die overeenkomt met de werkelijk gedragen kosten.
Art. 104ter. <L 2007-06-04/32, art. 3, 034; En vigueur : indéterminée , au plus tard : 01-07-2009> § 1er. Pour les patients qui ne relèvent pas d'un organisme assureur, tel que visé à l'article 104bis, alinéa 1er, et dont les soins hospitaliers donnent lieu à une intervention en application de l'article 100, le Roi peut fixer, selon les conditions et les règles déterminées par Lui, un prix par paramètre d'activité sur la base du budget des moyens financiers.
  Nonobstant toute stipulation contraire, le prix qui peut être facturé est le prix qui est fixé par le Roi, conformément aux dispositions de l'alinéa 1er.
  § 2. Pour les patients qui ne relèvent pas d'un organisme assureur, tel que visé à l'article 104bis, alinéa 1er, et dont les soins hospitaliers ne donnent pas lieu à une intervention en application l'article 100, le Roi peut fixer le mode de calcul du prix par paramètre d'activité qui correspond aux frais réellement supportés.
Art. 104quater. <INGEVOEGD bij W 2002-01-14/39, art. 102; Inwerkingtreding : 01-07-2002> § 1. Indien na het einde van de periode waarvoor het budget van financiële middelen wordt vastgesteld, op het niveau van het Rijk een verschil bestaat tussen het in artikel 87 bedoelde budget en de uitgaven, met uitsluiting van de in artikel 104ter bedoelde patiënten, wordt dit verschil in een latere, door de Koning bepaalde periode, geheel of gedeeltelijk verrekend in het budget van financiële middelen van ieder ziekenhuis afzonderlijk.
  De Koning kan nadere regelen en voorwaarden bepalen voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde verschil en voor de in het eerste lid bedoelde verrekening, onder meer wat de vaststelling van het gehele of gedeeltelijke karakter betreft.
  De in het eerste lid bedoelde verrekening kan gebeuren per groep van ziekenhuizen, overeenkomstig de regelen en voorwaarden vastgesteld door de Koning.
  De Koning stelt het in het eerste lid bedoelde verschil jaarlijks vast en bepaalt het aandeel in dat verschil van elke verzekeringsinstelling, zoals bedoeld in artikel 104bis.
  § 2. Na verloop van de periode waarvoor het budget van financiële middelen is vastgesteld, worden de twaalfden die door de verzekeringsinstellingen op grond van artikel 104bis, eerste lid werden uitbetaald, tussen de verzekeringsinstellingen aangepast door onderlinge verrekening op grond van het werkelijke aandeel, in deze periode, van elke verzekeringsinstelling.
  De Koning, kan nadere regelen en modaliteiten bepalen inzake verrekening, zoals bedoeld in het eerste lid.
Art. 104quater. § 1er. Au cas où au terme de la période pour laquelle est fixé le budget des moyens financiers, il existe, au niveau national, une différence entre le budget visé à l'article 87 et les dépenses, à l'exclusion des dépenses visées à l'article 104ter, cette différence est dans une période ultérieure déterminée par le Roi, imputée totalement ou partiellement sur le budget des moyens financiers de chaque hôpital séparément.
  Le Roi peut déterminer des règles et des conditions plus précises pour la constatation de la différence visée à l'alinéa 1er et pour l'imputation visée à l'alinéa 1er, notamment en ce qui concerne la fixation du caractère total ou partiel.
  L'imputation visée à l'alinéa 1er, peut être effectuée par groupe d'hôpitaux, selon les règles et les conditions fixées par le Roi.
  Le Roi constate chaque année la différence visée à l'alinéa 1er et détermine la part respective de chaque organisme assureur, tel que visé à l'article 104bis, dans cette différence.
  § 2. A l'issue de la période pour laquelle est fixé le budget des moyens financiers, les douzièmes liquidés par les organismes assureurs sur la base de l'article 104bis, alinéa 1er, sont adaptes entre les organismes assureurs par imputation mutuelle sur la base de la part effective de chaque organisme assureur au cours de la période en question.
  Le Roi peut déterminer des règles et modalités plus précises en ce qui concerne l'imputation visée à l'alinéa 1.
Art. 105. De toelagen bedoeld in de artikelen 100 tot 102 worden uitgetrokken op de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid.
Art. 105. Les subsides prévus aux articles 100 à 102 sont inscrits au budget du Ministère de la Santé publique.
Afdeling 4. (Opgeheven)
Section 4. (Abrogé)
Art. 106. (§ 1.) De Staat en de instellingen bedoeld in artikel 100 treden tot beloop van hun betaling aan de ziekenhuizen van de kosten van verpleging van zieken voor wie zij verplicht zijn tussen te komen, van rechtswege in de rechten die deze personen kunnen doen gelden tegenover de derde, verantwoordelijke voor de ziekte of het ongeval, die de ziekenhuisverpleging heeft noodzakelijk gemaakt. <W 1992-08-05/51, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 01-12-1992>
  Wanneer deze schade het gevolg is van een inbreuk op de strafwet, kan de vordering van indeplaatsstelling ingesteld worden tegelijkertijd met en voor dezelfde rechter als de openbare vordering.
  De Koning stelt de regels volgens welke de instellingen bedoeld in het eerste lid terugbetaling doen aan de Staat van de toelage welke deel uitmaakt van de krachtens dit artikel teruggevorderde bedragen.
  (§ 2. Ongeacht andere wettelijke bepalingen zijn de schuldvorderingen, die de ziekenhuizen in de derdebetalersregeling hebben op de verzekeringsinstellingen, bedoeld in deze wet, voor verpanding vatbaar.
  De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, de nadere regelen bepalen voor de toepassing van het voorgaande lid.) <W 1992-08-05/51, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 01-12-1992; Erratum, B.St. 28-11-1992, blz. 24822>
Art. 106. (§ 1.) L'Etat et les organismes visés à l'article 100 sont, à concurrence de leur paiement aux hôpitaux des frais d'hospitalisation de malades pour qui ils sont tenus d'intervenir, subrogés de plein droit dans les droits que ces personnes peuvent faire valoir contre le tiers, auteur responsable de la maladie ou de l'accident qui a nécessité l'hospitalisation. <L 1992-08-05/51, art. 1, 008; En vigueur : 01-12-1992>
  Lorsque ces dommages sont la suite d'une infraction à la loi pénale, l'action subrogatoire peut être exercée en même temps et devant le même juge que l'action publique.
  Le Roi fixe les règles suivant lesquelles les organismes vises à l'alinéa 1er remboursent à l'Etat le subside compris dans les sommes récupérées en vertu du présent article.
  (§ 2. Nonobstant d'autres dispositions légales, les créances que les hôpitaux détiennent, dans le système du tiers payant, contre les organismes assureurs visés dans la présente loi, peuvent faire l'objet d'une dation en gage.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer les modalités d'application de l'alinéa précédent.) <L 1992-08-05/51, art. 1, 008; En vigueur : 01-12-1992; Erratum M.B. 28-11-1992, p. 24822>
Afdeling 5. (Opgeheven)
Section 5. (Abrogé)
Art. 107. <W 2002-01-14/39, art. 103, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2002> § 1. De toepassing van de artikelen 87 tot 97 en 99 tot 104ter, kan, overeenkomstig door de Koning bepaalde regelen, geheel of gedeeltelijk, afhankelijk worden gemaakt van :
  a) de mededelingen, die overeenkomstig artikel 86 van deze wet en artikel 156 van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen moeten worden gedaan, alsmede van de juistheid en volledigheid van de bedoelde gegevens;
  b) het beschikken over een erkenning zoals bedoeld in artikelen 44, 68 en 69, een vergunning zoals bedoeld in artikel 26 of een toelating zoals bedoeld in de artikelen 40 en 43;
  c) de naleving van de regelen inzake het maximumaantal of het geprogrammeerde aantal zware medische apparaten, medisch-technische diensten, functies of zorgprogramma's, bedoeld in de artikelen 31, 32, 41, 44ter en 76quater;
  d) het bijhouden van een medisch dossier overeenkomstig de bepalingen bedoeld in artikel 15 en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  (e) het mededelen van informatie aan de patiënt overeenkomstig de bepalingen van artikel 91 en de uitvoeringsbesluiten ervan.) <W 2007-03-01/37, art. 96, 032; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  (In het geval de inbreuken op de bepalingen bedoeld in het eerste lid, worden gepleegd in het kader van een associatie van ziekenhuizen, geschiedt de toepassing van het eerste lid, ten aanzien van alle ziekenhuizen die deel uitmaken van de associatie.) <W 2005-04-27/34, art. 29, 028; Inwerkingtreding : 30-05-2005>
  § 2. De Koning kan, na advies van de (Multipartite-structuur), bedoeld in voornoemde wet van 29 april 1996, de regelen bepalen volgens dewelke de juistheid en de volledigheid van de gegevens, bedoeld in § 1, a), worden onderzocht en vastgesteld. <W 2002-08-22/39, art. 59, 023; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  (§ 3. In het geval dat door de personen bedoeld in artikel 115 wordt vastgesteld dat de registratie van gegevens die verband houden met de medische activiteit, zoals bedoeld in artikel 86, niet overeenstemt met de werkelijkheid of niet volledig is, wordt elk gevolg inzake financiering bij toepassing van deze wet en de wet betreffende de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ambtshalve verbeterd.
  Te dien einde meldt de Directeur-generaal van het Bestuur van de Gezondheidszorgen elke vastgestelde inbreuk aan de Administrateur-Generaal van het Rijksinstituut voor Ziekte-en Invaliditeitsverzekering.
  De Koning kan regelen en modaliteiten bepalen met betrekking tot de toepassing van deze paragraaf.
  § 4. Alvorens de bepalingen bedoeld in §§ 1 en 3 worden toegepast, wordt het betrokken ziekenhuis hiervan in kennis gebracht.
  Binnen een termijn van vier weken na de kennisgeving kan het ziekenhuis aan de Directeur-generaal van het Bestuur van de Gezondheidszorgen schriftelijk zijn opmerkingen laten gelden.) <W 2002-08-22/39, art. 43, 022; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
Art. 107. <L 2002-01-14/39, art. 103, 021; En vigueur : 01-07-2002> § 1er. L'application des articles 87 à 97 et 99 à 104ter peut, conformément aux règles fixées par le Roi, être subordonnée en tout ou en partie :
  a) aux communications qui doivent être faites conformément à l'article 86 de la présente loi et à l'article 156 de la loi du 29 avril 1996 portant des dispositions sociales ainsi qu'à l'exactitude et l'exhaustivité des données visées;
  b) à l'obtention d'un agrément visé aux articles 44, 68 et 69, d'une autorisation visée à l'article 26 ou d'une autorisation visée aux articles 40 et 43;
  c) au respect des règles déterminant le nombre maximal ou le nombre programmé d'appareils médicaux lourds, de services médico-techniques, de fonctions ou de programmes de soins visés aux articles 31, 32, 41, 44ter et 76quater;
  d) à la tenue d'un dossier médical conformément aux dispositions de l'article 15 et de ses arrêtés d'exécution.
  (e) à la communication au patient des informations prévues par l'article 91 et les arrêtés d'exécution de celui-ci.) <L 2007-03-01/37, art. 96, 032; En vigueur : 24-03-2007>
  (En cas d'infractions aux dispositions visées à l'alinéa 1er, dans le cadre d'une association d'hôpitaux, l'application de l'alinéa 1er s'effectue envers tous les hôpitaux qui font partie de l'association.) <L 2005-04-27/34, art. 29; En vigueur : 30-05-2005>
  § 2. Le Roi peut, après avis de la (Structure multipartite) visée dans la loi précitée du 29 avril 1996, déterminer les règles selon lesquelles l'exactitude et l'exhaustivité des données visées au § 1er, a), peuvent être vérifiées et constatées. <L 2002-08-22/39, art. 59, 023; En vigueur : 10-09-2002>
  (§ 3. S'il est constaté par les personnes visées à l'article 115 que l'enregistrement des données se rapportant aux activités médicales, visé à l'article 86, ne correspond pas à la réalité ou est incomplet, chaque répercussion au niveau du financement est, en application de la présente loi et de la loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, corrigée d'office.
  A cette fin, le Directeur général de l'Administration des soins de santé signale chaque infraction constatée à l'Administrateur général de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
  Le Roi peut déterminer des règles et des modalités en ce qui concerne l'application du présent paragraphe.
  § 4. Avant que les dispositions visées aux §§ 1 et 3, ne soient appliquées, l'hôpital concerné en est informé.
  Dans un délai de quatre semaines après la notification, l'hôpital peut faire valoir ses remarques par écrit auprès du Directeur général de l'administration des Soins de Santé.) <L 2002-08-22/39, art. 43, 022; En vigueur : 10-09-2002>
Afdeling 6. (Opgeheven)
Section 6. (Abrogé)
Afdeling 7. (Opgeheven)
Section 7. (Abrogé)
Art. 107ter. <W 2005-04-27/34, art. 30, 028; Inwerkingtreding : 01-07-2005> De Koning kan specifieke voorwaarden en regelen bepalen voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk ten aanzien van associaties van ziekenhuizen, zoals bedoeld in artikel 87, tweede en derde lid.
Art. 107ter. <L 2005-04-27/34, art. 30, 028; En vigueur : 01-07-2005> Le Roi peut fixer des règles et des conditions spécifiques pour l'application des dispositions de ce chapitre vis-à-vis des associations d'hôpitaux, telle que visée à l'article 87, alinéas 2 et 3.
Art. 107quater. <W 2005-04-27/34, art. 31, 028; Inwerkingtreding : 01-07-2005> § 1. Er mag geen forfaitaire bijdrage gevorderd worden ten aanzien van patiënten die zich aanmelden in een eenheid voor spoedgevallenzorg van een ziekenhuis.
  § 2. (NOTA : de W 2005-04-27/34, art. 57, beschikt dat de onderhavige paragraaf 2 buiten werking treedt op 01-07-2007 (zie KB 2007-04-27/95, art. 1)) In afwijking van § 1, wordt, ten aanzien van bedoelde patiënten een forfaitaire bijdrage gevorderd van 9,50 euro voor de gewone verzekerden en 4,75 euro voor rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming, tot op een door de Koning te bepalen datum, voor zover hun zorgtraject niet één van de volgende situaties omvat :
  1° de patiënt wordt in de eenheid voor spoedgevallenzorg binnengebracht in toepassing van de wet van 8 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening, of door de politiediensten;
  2° de patiënt wordt via de eenheid voor spoedgevallenzorg opgenomen in het ziekenhuis voor ten minste één nacht of in daghospitalisatie zoals deze in uitvoering van artikel 90, § 3, wordt omschreven, of er gedurende ten minste 12 uren ter observatie blijft;
  3° de patiënt wordt naar de eenheid voor spoedgevallenzorg doorverwezen door een arts;
  4° de raadpleging neemt een aanvang tussen middernacht en 6 uur 's morgens;
  5° het betreft een medische behandeling waarvoor de pseudocode 0761036 van toepassing is.
  De ziekenhuizen delen maandelijks aan de verzekeringsinstellingen, bedoeld in artikel 2, i., van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, elke in het eerste lid bedoelde inning van de afgelopen maand mede, en dit overeenkomstig de regels vastgesteld door Comité van de verzekering geneeskundige verzorging, bedoeld in artikel 21 van dezelfde wet.
Art. 107quater. <L 2005-04-27/34, art. 31, 028; En vigueur : 01-07-2005> § 1er. II ne peut être réclamé de contribution forfaitaire aux patients qui se présentent dans une unité de soins d'urgence d'un hôpital.
  § 2. (NOTE : la L 2005-04-27/34, art. 57, stipule que le présent § 2 cessera d'être en vigueur le 01-07-2007 (voir AR 2007-04-27/95, art. 1)) Par dérogation au § 1er, une contribution forfaitaire qui se monte à 9,50 euros pour les assurés ordinaires et 4,75 euros pour les bénéficiaires de l'intervention majorée est demandée aux patients visés, jusqu'à une date à fixer par le Roi, pour autant que leur trajet de soins n'intègre pas une des situations suivantes :
  1° le patient est amené dans une unité de soins d'urgence en application de la loi du 8 juillet 1964 relative à l'aide médicale urgente, ou par les services de police;
  2° le patient est admis à l'hôpital via l'unité de soins d'urgences pour au moins une nuit ou en hospitalisation de jour telle que définie en exécution de l'article 90, § 3, ou s'il reste en observation pendant au moins 12 heures;
  3° le patient est référé vers l'unité de soins d'urgence par un médecin;
  4° la consultation débute entre minuit et 6 heures du matin;
  5° il s'agit d'un traitement médical pour lequel le pseudocode 0761036 est d'application.
  Chaque mois, les hôpitaux transmettent aux organismes assureurs, visés à l'article 2, i., de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, chaque perception visée à l'alinéa 1er du mois écoulé, et ce, conformément aux modalités fixées par le Comité de l'assurance soins de santé, visé à l'article 21 de la même loi.
Art. 107quinquies. <INGEVOEGD bij W 2005-04-27/34, art. 32; Inwerkingtreding : 30-05-2005> Alle kosten met betrekking tot de tussenkomsten van de mobiele urgentiegroep (MUG) worden gedekt door het budget van financiële middelen met uitzondering van de honoraria bedoeld in artikel 95.
Art. 107quinquies. Tous les frais liés aux interventions du service mobile d'urgence (SMUR) sont couverts par le budget des moyens financiers, à l'exception des honoraires visés à l'article 95.
HOOFDSTUK VI. - Afschaffing van een soort van ziekenhuisdienst.
CHAPITRE VI. - Suppression d'une sorte de service hospitalier.
Art. 108. De Koning kan, de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling erkenning en Afdeling programmatie, gehoord, één of meerdere soorten van ziekenhuisdiensten die niet langer als ziekenhuisdiensten kunnen worden beschouwd, afschaffen.
Art. 108. Le Roi peut, le Conseil national des établissements hospitaliers, Section agréation et Section programmation, entendu, supprimer une ou plusieurs sortes de services hospitaliers qui ne peuvent plus être considérés comme tels.
HOOFDSTUK VII. - Financiering van tekorten van openbare ziekenhuizen.
CHAPITRE VII. - Financement des déficits des hôpitaux publics.
Afdeling 1. - Tussenkomst van de gemeenten.
Section 1. - Intervention des communes.
Art. 109. <W 2002-01-14/39, art. 105, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002> De eventuele tekorten in de beheersrekeningen van ziekenhuizen, respectievelijk van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de verenigingen bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en van de intercommunale verenigingen, welke één of meerdere openbare centra voor maatschappelijk welzijn of gemeenten bevatten, worden als volgt gedekt :
  1° (het tekort wordt vastgesteld op basis van de resultatenrekening van het betrokken dienstjaar, goedgekeurd door de Raad voor maatschappelijk welzijn of de Algemene vergadering van de vereniging, in dewelke geen rekening wordt gehouden met de activiteiten die niet afhangen van het ziekenhuis.
  De Koning bepaalt de elementen van de resultatenrekening die in aanmerking moeten worden genomen voor het vaststellen van het tekort, met ingang van het boekjaar 2004.
  De Minister bevoegd voor de Volksgezondheid, stelt ieder jaar het bedrag van die tekorten vast. Zijn beslissing wordt medegedeeld aan de betrokken ondergeschikte besturen en ter kennis gebracht van de financiële instelling die de rekeningen van de betrokken ondergeschikte besturen beheert, teneinde ambtshalve de bedragen van het tekort naar hun rekeningen te boeken.) <W 2004-12-27/30, art. 88, 027; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  2° (...); <W 2004-07-09/30, art. 195, 026; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° (oude 3°) het tekort wordt gedragen door de gemeente waarvan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het ziekenhuis beheert. In het geval het ziekenhuis wordt uitgebaat door een vereniging als bedoeld in artikel 118 van voornoemde organieke wet van 8 juli 1976 of door een intercommunale vereniging, wordt het tekort gedragen door de plaatselijke besturen die van de vereniging deel uitmaken volgens de onderlinge verhouding van hun aandeel in de vereniging; <W 2004-07-09/30, art. 195, 026; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  3° (oude 4°) de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de bevoegdheid bedoeld in 1°, geheel of gedeeltelijk delegeren aan een ambtenaar van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. <W 2004-07-09/30, art. 195, 026; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Art. 109. <L 2002-01-14/39, art. 105, 019; En vigueur : 22-02-2002> Les déficits éventuels dans les comptes de gestion des hôpitaux, respectivement des centres publics d'aide sociale, des associations visées à l'article 118 de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide sociale et des associations intercommunales comprenant un ou plusieurs centres publics d'aide sociale ou communes, sont couverts comme suit :
  1° (le déficit est fixé sur base du compte de résultats de l'exercice considéré, approuvé par le Conseil de l'aide sociale ou l'Assemblée générale de l'association et dans lequel il n'est pas tenu compte des activités qui ne relèvent pas de l'hôpital.
  Le Roi détermine les éléments du compte de résultats à prendre en considération pour la fixation du déficit, à partir de l'exercice comptable 2004.
  Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, détermine chaque année le montant de ces déficits. Sa décision est communiquée aux administrations subordonnées concernées et portée à la connaissance de l'organisme financier qui gère les comptes des administrations subordonnées afin de porter d'office les montants du déficit aux comptes des administrations subordonnées.) <L 2004-12-27/30, art. 88, 027; En vigueur : 10-01-2005>
  2° (...); <L 2004-07-09/30, art. 195, 026; En vigueur : 01-01-2004>
  2° (ancien 3°) le déficit est supporté par la commune dont le centre public d'aide sociale gère hôpital. Au cas où l'hôpital est exploité par une association visée à l'article 118 de la loi organique précitée du 8 juillet 1976 ou par une association intercommunale, le déficit est supporté par les administrations locales qui composent l'association, au prorata de leur propre part dans l'association; <L 2004-07-09/30, art. 195, 026; En vigueur : 01-01-2004>
  3° (ancien 4°) le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, peut déléguer, en tout ou en partie, les compétences visées au point 1° à un fonctionnaire du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement. <L 2004-07-09/30, art. 195, 026; En vigueur : 01-01-2004>
Art. 110. De Koning bepaalt de modaliteiten van uitvoering van het artikel 109.
Art. 110. Le Roi détermine les modalités d'exécution de l'article 109.
Afdeling 2. - Saneringsplan.
Section 2. - Plan d'assainissement.
HOOFDSTUK VIII. - Toezicht en strafbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Surveillance et dispositions pénales.
Afdeling 1. - Toezicht.
Section 1. - Surveillance.
Art. 115. § 1. Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van de gerechtelijke politie, oefenen de door de Koning aangewezen (ambtenaren of aangestelden) van het Ministerie van Volksgezondheid toezicht uit op de toepassing van de bepalingen van deze gecoördineerde wet en van de krachtens deze gecoördineerde wet genomen uitvoeringsbesluiten; met het oog hierop hebben zij toegang tot de ziekenhuizen (en de in het laatste lid van artikel 86 bedoelde diensten), kunnen zij ter plaatse de boekhouding en de statistieken controleren, zich alle inlichtingen die noodzakelijk zijn voor deze controle, laten verstrekken en zich binnen de termijn die zij bepalen, alle andere bescheiden en inlichtingen laten overhandigen en desnoods toezenden, die het inrichtend bestuur luidens artikel 86 aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft moet meedelen. <W 1996-04-29/32, art. 150, 013; Inwerkingtreding : 10-05-1996> <W 2002-01-14/39, art. 107, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  § 2. Zij stellen de overtredingen vast in processen-verbaal die bewijskracht hebben behoudens tegenbewijs. Afschrift wordt de overtreders toegezonden uiterlijk binnen (tien) dagen na de vaststelling van de overtreding. <W 2002-08-22/39, art. 45, 022; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  (Binnen een termijn van vier weken na de kennisgeving kunnen de in het eerste lid bedoelde overtreders schriftelijk hun opmerkingen laten gelden aan de Directeur-generaal van het Bestuur van de Gezondheidszorgen.) <W 2002-08-22/39, art. 45, 022; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  (§ 3. Voor het toezicht op de registratie van de gegevens die verband houden met de medische activiteit, zoals bedoeld in artikel 86, kunnen de in het eerste lid bedoelde ambtenaren of aangestelden zich laten bijstaan door adviserend geneesheren van de verzekeringsinstellingen, bedoeld in artikel 154 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, die door de Koning worden aangewezen op voorstel van het Intermutualistisch College.
  De in het eerste lid bedoelde adviserend geneesheren hebben voor het vervullen van hun opdracht bedoeld in het eerste lid, toegang tot de medische dossiers, bedoeld in artikel 15.
  De Koning bepaalt de voorwaarden en regelen waaraan de in het eerste lid bedoelde adviserend geneesheren moeten beantwoorden. Deze voorwaarden en regelen kunnen ondermeer betrekking hebben op onverenigbaarheden met de opdracht bedoeld in deze paragraaf en de termijn gedurende welke zij voor deze opdracht ter beschikking worden gesteld.
  Elke onregelmatigheid door een adviserend geneesheer gepleegd bij de uitoefening van zijn opdracht, wordt door de Directeur-generaal van het Bestuur van de Gezondheidszorgen gemeld aan het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, en dit met het oog op de toepassing van artikel 155, § 1, van hogervermelde wet, gecoördineerd op 14 juli 1994.) <W 2002-08-22/39, art. 45, 022; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
Art. 115. § 1. Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire, les (fonctionnaires ou préposés) du Ministère de la Santé publique désignés par le Roi, surveillent l'application des dispositions de la présente loi coordonnée et des arrêtés pris en exécution de celle-ci; à cette fin, ils peuvent pénétrer dans les hôpitaux (et les services visés au dernier alinéa de l'article 86), y contrôler sans déplacement la comptabilité et les statistiques, se faire fournir tous renseignements nécessaires à ce contrôle, ainsi que se faire remettre et au besoin adresser dans le délai qu'ils fixent, tous autres documents et renseignements qu'aux termes de l'article 86 le pouvoir organisateur est tenu de communiquer au Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions. <L 1996-04-29/32, art. 150, 013; En vigueur : 10-05-1996> <L 2002-01-14/39, art. 107, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  § 2. Ils constatent les infractions par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire. Une copie en est transmise aux contrevenants dans les (dix) jours au plus tard de la constatation de l'infraction. <L 2002-08-22/39, art. 45, 022; En vigueur : 10-09-2002>
  (Dans un délai de quatre semaines après la notification, les contrevenants visés à l'alinéa 1 peuvent faire valoir leurs observations par écrit auprès du Directeur général de l'Administration des Soins de Santé.) <L 2002-08-22/39, art. 45, 022; En vigueur : 10-09-2002>
  (§ 3. Pour le contrôle de l'enregistrement des données qui concernent l'activité médicale, visée à l'article 86, les fonctionnaires ou préposés visés à l'alinéa 1 peuvent se faire assister par des médecins-conseils des organismes assureurs, visés à l'article 154 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, qui sont désignés par le Roi sur la proposition du Collège intermutualiste.
  Pour l'accomplissement de leur mission visée à l'alinéa 1, les médecins-conseils visés à l'alinéa 1 ont accès aux dossiers médicaux visés à l'article 15.
  Le Roi détermine les conditions et les règles auxquelles les médecins-conseils visés à l'alinéa 1 doivent répondre. Ces conditions et règles peuvent entre autres avoir trait à des incompatibilités avec la mission visée au présent paragraphe et le délai durant lequel ils sont mis à disposition pour cette mission.
  Toute irrégularité commise par un médecin-conseil dans l'exercice de sa mission est signalée par le Directeur général de l'Administration des soins de santé au Comité du service de l'évaluation et de contrôle médicaux de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité, et ce en vue de l'application de l'article 155, § 1, de la loi précitée, coordonnée le 14 juillet 1994.) <L 2002-08-22/39, art. 45, 022; En vigueur : 10-09-2002>
Afdeling 2. - Straffen.
Section 2. - Peines.
Art. 116. Onverminderd de toepassing van de in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig tot tweeduizend frank of met één van die straffen alleen :
  1° hij die, met overtreding van de artikelen 68 en 69 een ziekenhuis exploiteert dat niet beantwoordt aan de gestelde normen of hij die, met overtreding van de artikelen 71 tot 73, een dienst exploiteert zonder de erkenning ervan te hebben bekomen;
  2° hij die, met overtreding van artikel 77 geen eigen boekhouding voert of de bepalingen van de krachtens artikel 79, genomen besluiten niet toepast;
  3° (hij die supplementen aanrekent met overtreding van artikel 90 of die een andere prijs aanrekent dan de prijs per parameter, die met toepassing van de artikelen 104bis en 104ter wordt vastgesteld door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;) <W 2002-01-14/39, art. 108, 021; Inwerkingtreding : onbepaald >
  4° (hij die, met overtreding van artikel 91, de bedragen ten laste van de patiënt niet aan hen mededeelt of ter ondertekening voorlegt overeenkomstig de regelen bepaald door de Koning of die met overtreding van artikel 92 de bedragen bedoeld in de artikelen 90, 104bis en 104ter niet ter kennis brengt van het publiek op de wijze bepaald door de Koning;) <W 2002-01-14/39, art. 108, 021; Inwerkingtreding : onbepaald >
  5° hij die, met overtreding van de artikelen 74 en 75, na de termijn die werd bepaald voor het werkelijke stopzetten van de exploitatie, een ziekenhuis of een dienst in bedrijf houdt ten aanzien waarvan een maatregel van voorlopige sluiting werd getroffen ofwel een maatregel van definitieve sluiting waartegen geen opschortend beroep werd ingesteld of die na beroep werd bekrachtigd;
  6° hij die, met overtreding van artikel 26, een ziekenhuis of een dienst bouwt, verbouwt of omschakelt, die niet past in het raam van het in artikel 23 bedoeld programma;
  7° hij die toegang van de inrichting weigert aan de ambtenaren of beamten waarvan sprake in artikel 115, § 1;
  8° (hij die, met overtreding van de artikelen 40 of 41, zware medische apparatuur in gebruik neemt en/of uitbaat, hetzij zonder de vereiste toelating, hetzij omdat deze niet past in het kader van de programmatie of het maximum aantal toestellen overschrijdt;) <W 2002-01-14/39, art. 108, 021; Inwerkingtreding : onbepaald >
  9° hij die, met overtreding van artikel 42, apparaten in de handel brengt die niet beantwoorden aan de voorwaarden en regels inzake registratie;
  10° hij die, met overtreding van artikel 44, (medische diensten en medisch-technische diensten) opricht of exploiteert, zonder erkenning of zonder aan de gestelde eisen te voldoen. <W 1994-03-30/31, art. 43, 010; Inwerkingtreding : 10-04-1994>
  (11° hij die, met overtreding van artikel 15, § 1, of 17quater, § 1, nalaat per patiënt een medisch of verpleegkundig dossier aan te leggen en/of bij te houden overeenkomstig de terzake geldende bepalingen, bedoeld in deze wet of diens uitvoeringsbesluiten.) <W 2002-01-14/39, art. 108, 021; Inwerkingtreding : onbepaald >
  (12° hij die, met overtreding van artikel 76quinquies, medische handelingen die het kader van een ziekenhuis vereisen verricht buiten een erkend ziekenhuis of hij die in een ziekenhuis medische handelingen verricht die buiten het kader van een ziekenhuis moeten verricht worden.) <W 2003-12-22/42, art. 170, 025; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
Art. 116. Sans préjudice de l'application des peines comminées par le Code pénal, est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de vingt-six à deux mille francs ou d'une de ces peines seulement :
  1° celui qui, en contravention avec les articles 68 et 69, exploite un hôpital qui ne répond pas aux normes imposées ou celui qui, en contravention avec les articles 71 à 73, exploite un service sans avoir reçu l'agrément;
  2° celui qui, en contravention de l'article 77, ne tient pas une comptabilité distincte, ou qui n'applique pas les dispositions prévues dans les arrêtés pris en exécution de l'article 79;
  3° (celui qui, en violation de l'article 90, facture des suppléments ou qui facture un prix autre que le prix par paramètre, qui, en application des articles 104bis et 104ter, est fixé par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;) <L 2002-01-14/39, art. 108, 021; En vigueur : indéterminée >
  4° (celui qui, en violation de l'article 91, ne communique pas aux patients ou ne soumet pas à leur signature les montants à leur charge, conformément aux règles déterminées par te Roi ou qui, en violation de l'article 92, ne porte pas à la connaissance du public les montants visés aux articles 90, 104bis et 104ter selon les modalités fixées par le Roi;) <L 2002-01-14/39, art. 108, 021; En vigueur : indéterminée >
  5° celui qui, en contravention avec l'article 74 et 75 exploite au-delà des délais impartis pour la cessation effective de cette exploitation, un hôpital ou un service qui a fait l'objet soit d'une décision de fermeture provisoire, soit d'une décision de fermeture définitive non suivie d'un recours suspensif ou confirmée après recours;
  6° celui qui, en contravention avec l'article 26, construit, aménage ou reconvertit un hôpital ou un service qui ne s'intègre pas dans le programme prévu à l'article 23;
  7° celui qui refuse l'accès de l'établissement aux fonctionnaires et agents visés à l'article 115, § 1er;
  8° (celui qui, en violation des articles 40 ou 41, met en service et/ou exploite un appareillage médical lourd, soit sans l'autorisation nécessaire, soit qui ne s'inscrit pas dans le cadre de la programmation ou qui dépasse le nombre maximal d'appareils;) <L 2002-01-14/39, art. 108, 021; En vigueur : indéterminée >
  9° celui qui, en contravention avec l'article 42, met dans le commerce des appareils ne répondant pas aux conditions et règles en matière d'enregistrement;
  10° celui qui, en contravention aux dispositions de l'article 44, crée ou exploite des (services médicaux et services médico-techniques) sans être agréé ou sans répondre aux conditions requises. <L 1994-03-30/31, art. 43, 010; En vigueur : 10-04-1994>
  (11° celui qui, en violation de l'article 15, § 1er, ou 17quater, § 1er, néglige de constituer et/ou de tenir à jour pour chaque patient un dossier médical ou infirmier conformément aux dispositions y afférentes visées par la présente loi ou ses arrêtés d'exécution.) <L 2002-01-14/39, art. 108, 021; En vigueur : indéterminée >
  (12° celui qui, en violation de l'article 76quinquies, exécute, en dehors d'un hôpital agrée, des actes médicaux dont l'exécution requiert un cadre hospitalier ou celui qui exécute, dans un cadre hospitalier, des actes médicaux qui doivent être exécutes en dehors de celui-ci.) <L 2003-12-22/42, art. 170, 025; En vigueur : 10-01-2004>
Art. 116. VLAAMSE OVERHEID
  Onverminderd de toepassing van de in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig tot tweeduizend frank of met één van die straffen alleen :
  1° hij die, met overtreding van de artikelen 68 en 69 een ziekenhuis exploiteert dat niet beantwoordt aan de gestelde normen of hij die, met overtreding van de artikelen 71 tot 73, een dienst exploiteert zonder de erkenning ervan te hebben bekomen;
  2° hij die, met overtreding van artikel 77 geen eigen boekhouding voert of de bepalingen van de krachtens artikel 79, genomen besluiten niet toepast;
  3° (hij die supplementen aanrekent met overtreding van artikel 90 of die een andere prijs aanrekent dan de prijs per parameter, die met toepassing van de artikelen 104bis en 104ter wordt vastgesteld door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;) <W 2002-01-14/39, art. 108, 021; Inwerkingtreding : onbepaald >
  4° (hij die, met overtreding van artikel 91, de bedragen ten laste van de patiënt niet aan hen mededeelt of ter ondertekening voorlegt overeenkomstig de regelen bepaald door de Koning of die met overtreding van artikel 92 de bedragen bedoeld in de artikelen 90, 104bis en 104ter niet ter kennis brengt van het publiek op de wijze bepaald door de Koning;) <W 2002-01-14/39, art. 108, 021; Inwerkingtreding : onbepaald >
  5° [1 ...]1
  6° hij die, met overtreding van artikel 26, een ziekenhuis of een dienst bouwt, verbouwt of omschakelt, die niet past in het raam van het in artikel 23 bedoeld programma;
  7° hij die toegang van de inrichting weigert aan de ambtenaren of beamten waarvan sprake in artikel 115, § 1;
  8° (hij die, met overtreding van de artikelen 40 of 41, zware medische apparatuur in gebruik neemt en/of uitbaat, hetzij zonder de vereiste toelating, hetzij omdat deze niet past in het kader van de programmatie of het maximum aantal toestellen overschrijdt;) <W 2002-01-14/39, art. 108, 021; Inwerkingtreding : onbepaald >
  9° hij die, met overtreding van artikel 42, apparaten in de handel brengt die niet beantwoorden aan de voorwaarden en regels inzake registratie;
  10° hij die, met overtreding van artikel 44, (medische diensten en medisch-technische diensten) opricht of exploiteert, zonder erkenning of zonder aan de gestelde eisen te voldoen. <W 1994-03-30/31, art. 43, 010; Inwerkingtreding : 10-04-1994>
  (11° hij die, met overtreding van artikel 15, § 1, of 17quater, § 1, nalaat per patiënt een medisch of verpleegkundig dossier aan te leggen en/of bij te houden overeenkomstig de terzake geldende bepalingen, bedoeld in deze wet of diens uitvoeringsbesluiten.) <W 2002-01-14/39, art. 108, 021; Inwerkingtreding : onbepaald >
  (12° hij die, met overtreding van artikel 76quinquies, medische handelingen die het kader van een ziekenhuis vereisen verricht buiten een erkend ziekenhuis of hij die in een ziekenhuis medische handelingen verricht die buiten het kader van een ziekenhuis moeten verricht worden.) <W 2003-12-22/42, art. 170, 025; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  
Art. 116. AUTORITE FLAMANDE
  Sans préjudice de l'application des peines comminées par le Code pénal, est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de vingt-six à deux mille francs ou d'une de ces peines seulement :
  1° celui qui, en contravention avec les articles 68 et 69, exploite un hôpital qui ne répond pas aux normes imposées ou celui qui, en contravention avec les articles 71 à 73, exploite un service sans avoir reçu l'agrément;
  2° celui qui, en contravention de l'article 77, ne tient pas une comptabilité distincte, ou qui n'applique pas les dispositions prévues dans les arrêtés pris en exécution de l'article 79;
  3° (celui qui, en violation de l'article 90, facture des suppléments ou qui facture un prix autre que le prix par paramètre, qui, en application des articles 104bis et 104ter, est fixé par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;) <L 2002-01-14/39, art. 108, 021; En vigueur : indéterminée >
  4° (celui qui, en violation de l'article 91, ne communique pas aux patients ou ne soumet pas à leur signature les montants à leur charge, conformément aux règles déterminées par te Roi ou qui, en violation de l'article 92, ne porte pas à la connaissance du public les montants visés aux articles 90, 104bis et 104ter selon les modalités fixées par le Roi;) <L 2002-01-14/39, art. 108, 021; En vigueur : indéterminée >
  5° [1 ...]1
  6° celui qui, en contravention avec l'article 26, construit, aménage ou reconvertit un hôpital ou un service qui ne s'intègre pas dans le programme prévu à l'article 23;
  7° celui qui refuse l'accès de l'établissement aux fonctionnaires et agents visés à l'article 115, § 1er;
  8° (celui qui, en violation des articles 40 ou 41, met en service et/ou exploite un appareillage médical lourd, soit sans l'autorisation nécessaire, soit qui ne s'inscrit pas dans le cadre de la programmation ou qui dépasse le nombre maximal d'appareils;) <L 2002-01-14/39, art. 108, 021; En vigueur : indéterminée >
  9° celui qui, en contravention avec l'article 42, met dans le commerce des appareils ne répondant pas aux conditions et règles en matière d'enregistrement;
  10° celui qui, en contravention aux dispositions de l'article 44, crée ou exploite des (services médicaux et services médico-techniques) sans être agréé ou sans répondre aux conditions requises. <L 1994-03-30/31, art. 43, 010; En vigueur : 10-04-1994>
  (11° celui qui, en violation de l'article 15, § 1er, ou 17quater, § 1er, néglige de constituer et/ou de tenir à jour pour chaque patient un dossier médical ou infirmier conformément aux dispositions y afférentes visées par la présente loi ou ses arrêtés d'exécution.) <L 2002-01-14/39, art. 108, 021; En vigueur : indéterminée >
  (12° celui qui, en violation de l'article 76quinquies, exécute, en dehors d'un hôpital agrée, des actes médicaux dont l'exécution requiert un cadre hospitalier ou celui qui exécute, dans un cadre hospitalier, des actes médicaux qui doivent être exécutes en dehors de celui-ci.) <L 2003-12-22/42, art. 170, 025; En vigueur : 10-01-2004>
  
Art. 117. Bij herhaling binnen twee jaar vanaf de datum waarop, wegens één der overtredingen strafbaar gesteld bij artikel 116, een veroordeling, waarvan het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, werd uitgesproken, kunnen de straffen verdubbeld worden.
Art. 117. En cas de récidive dans les deux années qui suivent un jugement de condamnation du chef d'une des infractions visées à l'article 116, passé en force de chose jugée, les peines peuvent être portées au double.
Art. 118. De natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een ziekenhuis of een dienst, met overtreding van de bepalingen van deze gecoördineerde wet en van de krachtens deze gecoördineerde wet genomen uitvoeringsbesluiten, exploiteert is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboeten en van de gerechtskosten.
Art. 118. La personne physique ou morale qui exploite un hôpital ou un service, en infraction aux dispositions de la présente loi coordonnée, est civilement responsable du paiement des amendes et des frais de justice.
Art. 119. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85 zijn op de in deze gecoördineerde wet bepaalde misdrijven toepasselijk.
Art. 119. Les dispositions du livre 1er du Code pénal, le chapitre VII et l'article 85 non exceptés, sont applicables aux infractions prévues par la présente loi coordonnée.
TITEL IV. - Specifieke bepalingen betreffende het beheer van de ziekenhuizen en het statuut van de ziekenhuisgeneesheer.
TITRE IV. - Dispositions spécifiques relatives à la gestion des hôpitaux et au statut des médecins hospitaliers.
HOOFDSTUK I. - Betrokkenheid van de ziekenhuisgeneesheren bij de besluitvorming.
CHAPITRE I. - De l'association des médecins hospitaliers à la prise de décisions.
Afdeling 1. - De Medische Raad.
Section 1. - Du Conseil médical.
Art. 120. In elk ziekenhuis wordt een Medische Raad opgericht.
Art. 120. Dans chaque hôpital est créé un Conseil médical.
Art. 121. De Medische Raad is het vertegenwoordigend orgaan waardoor de ziekenhuisgeneesheren betrokken worden bij de besluitvorming in het ziekenhuis.
Art. 121. Le Conseil médical est l'organe représentant les médecins hospitaliers par lequel ceux-ci sont associés à la prise de décisions à l'hôpital.
Art. 122. § 1. De leden van de Medische Raad worden verkozen door de ziekenhuisgeneesheren.
  § 2. De Koning bepaalt het minimumaktiviteitsniveau waaraan de geneesheren moeten voldoen om eensdeels stemgerechtigd en anderdeels verkiesbaar te zijn.
  § 3. De Koning bepaalt eveneens de regels betreffende de samenstelling van de Medische Raad, de wijze van verkiezing van de leden, de aanwijzing van de voorzitter of zijn afgevaardigde, de duur van hun mandaat en de werking van de Medische Raad.
Art. 122. § 1. Les membres du Conseil médical sont élus par les médecins hospitaliers.
  § 2. Le Roi fixe le niveau minimum d'activités requis des médecins pour, d'une part, être admis au vote et, d'autre part, être éligibles.
  § 3. Le Roi arrête également les règles relatives à la composition du Conseil médical, au mode d'élection des membres, à la désignation du président ou de son délégué, à la durée de leur mandat et au fonctionnement du Conseil médical.
Art. 123. De Medische Raad brengt geregeld verslag uit van de vervulling van zijn mandaat aan de daartoe bijeengeroepen vergadering van ziekenhuisgeneesheren.
  De Koning stelt nadere regels vast voor de toepassing van dit artikel.
Art. 123. Le Conseil médical fait régulièrement rapport sur l'exécution de son mandat devant l'assemblée des médecins convoquée à cet effet.
  Le Roi détermine les modalités d'exécution du présent article.
Art. 124. Met het doel de geneeskundige verzorging in het ziekenhuis in optimale voorwaarden voor de patiënten te verstrekken en onverminderd de in de artikelen 13 tot 17 bedoelde taken van de hoofdgeneesheer, waakt de Medische Raad erover dat de ziekenhuisgeneesheren hun medewerking verlenen aan maatregelen om :
  1° de kwaliteit van de in het ziekenhuis beoefende geneeskunst te bevorderen en op een permanente wijze te evalueren;
  2° de groepsgeest onder de ziekenhuisgeneesheren te bevorderen;
  3° de samenwerking met het ander ziekenhuispersoneel, inzonderheid verpleegkundigen en paramedici, te bevorderen;
  4° de samenwerking te bevorderen tussen de geneesheren van het ziekenhuis en andere geneesheren, meer bepaald de huisarts of de verwijzende behandelende arts;
  5° de geneeskundige aktiviteiten die een wetenschappelijk karakter vertonen, met inachtneming van de mogelijkheden van het ziekenhuis, te stimuleren.
Art. 124. En vue de dispenser à l'hôpital, dans des conditions optimales, les soins médicaux aux patients, et sans préjudice des tâches du médecin en chef visées aux articles 13 à 17, le Conseil médical veille à ce que les médecins hospitaliers collaborent à des mesures propres à :
  1° favoriser et évaluer de façon permanente la qualité de la médecine pratiquée à l'hôpital;
  2° promouvoir l'esprit d'équipe entre les médecins hospitaliers;
  3° favoriser la collaboration avec les autres membres du personnel hospitalier et, en particulier, avec le personnel infirmier et paramédical;
  4° promouvoir la collaboration entre les médecins de l'hôpital et d'autres médecins, en particulier le médecin généraliste ou le médecin traitant qui a envoyé le patient;
  5° stimuler les activités médicales à caractère scientifique, compte tenu des possibilités de l'hôpital.
Art. 125. In het kader van het in artikel 124 bepaalde doel, verstrekt de Medische Raad aan de beheerder advies over de volgende aangelegenheden :
  1° de in artikel 130 bedoelde algemene regeling van de rechtsverhoudingen tussen het ziekenhuis en de ziekenhuisgeneesheren;
  2° het reglement inzake de organisatie en de coördinatie van de medische aktiviteit in het ziekenhuis;
  3° de vaststelling en de wijziging van het medisch personeelskader;
  4° de benoeming van de hoofdgeneesheer;
  5° de benoeming of aanwijzing van de geneesheren-diensthoofd;
  6° de toelating, de aanwerving, de benoeming en de bevordering van de ziekenhuisgeneesheren;
  7° de afzetting van ziekenhuisgeneesheren, behalve de afzetting om dringende reden;
  8° de andere sancties tegen de ziekenhuisgeneesheren;
  9° de jaarlijkse begrotingsramingen van de medische aktiviteit in het ziekenhuis;
  10° de vaststelling van de behoeften inzake medische uitrusting en de bepaling van de prioriteiten binnen de budgettaire mogelijkheden vastgesteld door de beheerder;
  11° de aanschaffing, de vernieuwing alsmede grote herstellingen van de medische uitrusting die geheel of gedeeltelijk rechtstreeks ten laste van de honoraria wordt gefinancierd;
  12° de overeenkomsten met derden die een weerslag hebben op de medische aktiviteit in het ziekenhuis;
  13° de oprichting van nieuwe medische diensten, de wijziging, de splitsing en de opheffing van bestaande medische diensten;
  14° de bouw en de verbouwing van het ziekenhuis of de wijziging van de bestemming van lokalen, voor zover deze een weerslag heeft op de medische aktiviteit;
  15° de verandering van het stelsel met betrekking tot de toegang van ziekenhuisgeneesheren tot de medische aktiviteit in het ziekenhuis;
  16° het kader van het verpleegkundig en van het paramedisch personeel, met inbegrip van de daarin vereiste kwalificaties;
  17° de vaststelling en de wijziging van het kader van het personeel dat geheel of gedeeltelijk rechtstreeks ten laste van de honoraria wordt gefinancierd;
  18° de klachten in verband met de werking van de medische diensten die, in overleg tussen de beheerder en de voorzitter van de Medische Raad, aan de Raad worden voorgelegd.
  De betrokken ziekenhuisgeneesheer kan vragen dat het in dit artikel voorziene advies van de Medische Raad omtrent de in 8° bedoelde sancties vervangen wordt door een advies van de voorzitter van de Medische Raad.
  In geval van afzetting om dringende reden geeft de beheerder de voorzitter van de Medische Raad mededeling van het motief dat werd ingeroepen om de afzetting te rechtvaardigen.
  Afzetting om een dringende reden mag niet zonder advies van de Medische Raad worden gegeven, wanneer het feit ter rechtvaardiging ervan, sedert ten minste drie werkdagen, bekend is aan de beheerder die er zich op beroept.
  Alleen de dringende reden, waarvan kennis is gegeven binnen drie werkdagen na het ontslag, kan worden aangevoerd ter rechtvaardiging van het ontslag zonder dat het advies van de Medische Raad werd ingewonnen.
  Op straffe van nietigheid geschiedt de kennisgeving van de dringende redenen, hetzij bij een ter post aangetekende brief, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot.
  Deze kennisgeving kan ook geschieden door afgifte van een geschrift aan de betrokken ziekenhuisgeneesheer.
  De handtekening van deze ziekenhuisgeneesheer op het duplicaat van dit geschrift geldt enkel als bericht van ontvangst van de kennisgeving.
  De beheerder die een dringende reden inroept, dient hiervan het bewijs te leveren; bovendien moet hij bewijzen dat hij de termijnen voorzien in het vierde en vijfde lid geëerbiedigd heeft.
Art. 125. Dans le cadre de l'objectif décrit à l'article 124, le Conseil médical donne au gestionnaire un avis sur les matières suivantes :
  1° la réglementation générale régissant les rapports juridiques entre l'hôpital et les médecins hospitaliers visée à l'article 130;
  2° le règlement relatif à l'organisation et à la coordination de l'activité médicale à l'hôpital;
  3° la fixation et la modification du cadre du personnel médical;
  4° la nomination du médecin en chef;
  5° la nomination ou la désignation des médecins-chefs de service;
  6° l'admission, l'engagement, la nomination et la promotion des médecins hospitaliers;
  7° la révocation de médecins hospitaliers, sauf révocation pour motif grave;
  8° les autres sanctions à l'égard des médecins hospitaliers;
  9° les prévisions budgétaires annuelles relatives à l'activité médicale de l'hôpital;
  10° la détermination des besoins en équipement médical et la fixation des priorités dans les limites des possibilités budgétaires fixées par le gestionnaire;
  11° l'acquisition, le renouvellement ainsi que les grosses réparations de l'appareillage médical financé directement, en tout ou en partie, à charge des honoraires;
  12° les conventions passées avec des tiers, ayant une incidence sur l'activité médicale à l'hôpital;
  13° la création de nouveaux services médicaux, la modification, le dédoublement et la suppression de services médicaux existants;
  14° la construction et la transformation de l'hôpital ou le changement d'affectation de locaux pour autant qu'ils aient une répercussion sur l'activité médicale;
  15° le changement du régime concernant l'accès de médecins hospitaliers à l'activité médicale de l'hôpital;
  16° le cadre du personnel infirmier et paramédical, y compris les qualifications requises dans ce cadre;
  17° la fixation et la modification du cadre du personnel financé directement, en tout ou en partie, à charge des honoraires;
  18° les plaintes au sujet du fonctionnement des services médicaux que le gestionnaire et le président du Conseil médical s'accordent à soumettre au Conseil.
  Le médecin hospitalier concerné peut demander que l'avis du Conseil médical prévu au présent article et concernant les sanctions visées au 8° soit remplacé par un avis du président du Conseil médical.
  En cas de révocation pour motif grave, le gestionnaire communique au président du Conseil médical le motif qui a été invoqué pour justifier la révocation.
  Une révocation pour motif grave ne peut être donnée sans avis du Conseil médical, si le fait qui en constitue la justification est connu, depuis plus de trois jours ouvrables, du gestionnaire qui l'invoque.
  Peut seul être invoqué pour justifier la révocation sans avis du Conseil médical, le motif grave notifié dans les trois jours ouvrables qui suivent la révocation.
  A peine de nullité, la notification du motif grave se fait soit par lettre recommandée à la poste, soit par exploit d'huissier de justice.
  Cette notification peut également être faite par la remise d'un écrit au médecin hospitalier concerné.
  La signature apposée par ce médecin hospitalier sur le double de cet écrit ne vaut que comme accusé de réception de la notification.
  Le gestionnaire qui invoque le motif grave doit prouver la réalité de ce dernier; il doit également fournir la preuve qu'il a respecté les délais prévus aux alinéas 4 et 5.
Art. 126. § 1. In al de in artikel 125 opgenoemde aangelegenheden is de beheerder gehouden het advies van de Medische Raad in te winnen. Bovendien verstrekt de Medische Raad advies over alle aangelegenheden die hem door de beheerder worden voorgelegd.
  § 2. Behalve wanneer de beheerder en de Medische Raad anders zijn overeengekomen, moet het advies binnen een maand worden verstrekt. Indien na het verstrijken van de termijn geen advies is uitgebracht, kan de beheerder een beslissing nemen.
  § 3. Behalve wanneer de beheerder en de Medische Raad anders overeenkomen, worden de adviesaanvragen en de adviezen schriftelijk geformuleerd; de adviesaanvragen met betrekking tot de in artikel 127, § 1, vermelde punten moeten evenwel steeds schriftelijk geschieden.
  Bij het advies wordt de uitslag van de stemming gevoegd. Samen met het meerderheidsadvies kan desgevraagd de minderheid een nota met zijn standpunt aan het advies toevoegen.
  § 4. De Medische Raad is eveneens gerechtigd om op eigen initiatief aan de beheerder advies te verstrekken over al de aangelegenheden die de uitoefening van de geneeskunde in het ziekenhuis betreffen.
Art. 126. § 1. Dans tous les cas énumérés à l'article 125, le gestionnaire est tenu de demander l'avis du Conseil médical. En outre, le Conseil médical donne un avis sur toutes les matières que le gestionnaire lui soumet.
  § 2. Sauf si le gestionnaire et le Conseil médical ont convenu d'un autre délai, l'avis doit être émis dans le mois. Si, à l'expiration du délai, l'avis n'a pas été rendu, le gestionnaire peut décider.
  § 3. Sauf si le gestionnaire et le Conseil médical en conviennent autrement, les demandes d'avis et les avis sont formulés par écrit; toutefois, les demandes d'avis qui se rapportent aux points visés à l'article 127, § 1er, doivent toujours être formulées par écrit.
  Le résultat du vote est joint à l'avis; à sa demande, la minorité peut joindre une note à l'avis de la majorité, avec son point de vue.
  § 4. Le Conseil médical est également en droit de donner d'initiative un avis au gestionnaire sur toutes les questions relatives à l'exercice de la médecine à l'hôpital.
Art. 127. § 1. Indien de Medische Raad over een adviesaanvraag van de beheerder met betrekking tot de punten bedoeld in artikel 125, 1°, 2°, 4°, 7°, 11° en 17°, een schriftelijk en gemotiveerd advies uitbrengt met een meerderheid van tweederde van de stemgerechtigde leden en indien de beheerder zich niet kan aansluiten bij het advies, kan de beslissing slechts genomen worden overeenkomstig de procedure bepaald in de paragrafen 2 en 3 en in artikel 128.
  § 2. Indien de beheerder zich niet kan aansluiten bij het in § 1 bedoelde advies, pleegt hij overleg met de Medische Raad of een afvaardiging van deze Raad.
  Indien dat overleg niet tot een consensus leidt, kan het probleem, in onderlinge overeenstemming tussen de beheerder en de Medische Raad, worden voorgelegd aan een bemiddelaar.
  De bemiddelaar wordt aangewezen in onderlinge overeenstemming tussen de beheerder en de Medische Raad. Indien geen overeenstemming wordt bereikt omtrent de keuze van de bemiddelaar geeft de beheerder daarvan kennis aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft; deze wijst binnen een maand ambtshalve een bemiddelaar aan, gekozen uit een lijst van bemiddelaars door hem opgemaakt op voorstel van de Nationale Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen.
  § 3. Indien het in vorige paragraaf bedoelde overleg na twee maanden niet tot een consensus heeft geleid en de beheerder geen nieuw voorstel van beslissing voor advies heeft voorgelegd aan de Medische Raad, kan, hetzij de beheerder, hetzij de Medische Raad vragen dat de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, een bemiddelaar aanwijst aan wie het probleem wordt voorgelegd; de Minister wijst binnen een maand een bemiddelaar aan, gekozen uit de in § 2 bedoelde lijst.
Art. 127. § 1. Lorsqu'à la suite d'une demande d'avis du gestionnaire relative aux points visés à l'article 125, 1°, 2°, 4°, 7°, 11° et 17°, le Conseil médical donne un avis écrit et motivé émis à la majorité des deux tiers des membres ayant droit de vote et que le gestionnaire ne peut s'y rallier, la décision ne peut être prise que selon la procédure prévue aux paragraphes 2 et 3 et à l'article 128.
  § 2. Si le gestionnaire ne peut se rallier à l'avis visé au § 1er, il se concerte avec le Conseil médical ou avec une délégation de celui-ci.
  Si cette concertation n'aboutit pas à un consensus, le problème peut, d'un commun accord entre le gestionnaire et le Conseil médical, être soumis à un médiateur.
  Le médiateur est désigné d'un commun accord entre le gestionnaire et le Conseil médical. Faute d'accord sur le choix du médiateur, le gestionnaire en informe le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions; celui-ci désigne d'office dans le mois, un médiateur choisi sur une liste de médiateurs dressée par lui, sur proposition de la Commission nationale paritaire médecins-hôpitaux.
  § 3. Lorsque la concertation visée au paragraphe précédent n'a pas abouti à un consensus après deux mois et que le gestionnaire n'a pas demandé l'avis du Conseil médical sur une nouvelle proposition de décision, soit le gestionnaire, soit le Conseil médical peut demander que le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions désigne un médiateur auquel le problème sera soumis; le Ministre désigne dans le mois un médiateur, choisi sur la liste visée au paragraphe 2.
Art. 128. § 1. De bemiddelaar tracht de standpunten nader tot elkaar te brengen. Indien binnen een maand geen overeenstemming wordt bereikt, stelt de bemiddelaar binnen een maand daarna zelf een oplossing voor.
  § 2. Indien de bemiddelaar vaststelt dat geen overeenstemming kan worden bereikt omdat het meningsverschil verband houdt met de eerbiediging van de doelstellingen van het ziekenhuis zoals die expliciet zijn neergelegd in de in artikel 130 bedoelde (algemene regeling van het ziekenhuis of in artikel 131 bedoelde) schriftelijke individuele regeling, houdt de bemiddelaar mede met dit element rekening bij het formuleren van zijn voorstel. (Err. B.St. 26-06-1996, p. 17596)
  § 3. De beheerder kan een beslissing nemen overeenkomstig dat voorstel.
  Indien de beheerder zich niet kan aansluiten bij dat voorstel, kan hij slechts een andersluidende beslissing nemen indien hijzelf een nieuw voorstel van beslissing doet waarmede de Medische Raad instemt.
  § 4. De beheerder kan eveneens een beslissing nemen die afwijkt van het voorstel van beslissing van de bemiddelaar indien de beslissing betrekking heeft op een aangelegenheid bedoeld in punt 1° van artikel 125 en voor zover de genomen beslissing slechts van toepassing is voor de nog voor de eerste maal in het ziekenhuis aan te werven ziekenhuisgeneesheren en niet voor de reeds in het ziekenhuis werkzame geneesheren.
  De beslissing genomen met toepassing van het vorige lid mag geen betrekking hebben op artikel 130, § 3, 2° en 5°.
  De beheerder neemt een gemotiveerde beslissing. Uit de motivering moet minstens blijken dat de nieuwe bepalingen van het algemeen reglement verenigbaar zijn, hetzij met de wettelijke mogelijkheden die vastgelegd zijn in de bepalingen van de artikelen 13 tot 17 of van Titel IV, hetzij met de door de Nationale Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen aangenomen modellen van regeling met betrekking tot de vermelde bepalingen.
  De bepalingen uit het algemeen reglement, die niet bestaanbaar zijn met bovenvermelde bepalingen van deze gecoördineerde wet, worden beschouwd als niet geschreven zijnde.
  De beslissing genomen met toepassing van het eerste lid zal de datum bepalen vanaf dewelke de bepalingen van het algemeen reglement in het ziekenhuis zullen uitwerking hebben; de inwerkingtreding ervan mag in elk geval niet eerder ingaan dan negen maand na de datum waarop de beslissing werd genomen, tenzij hetzij de Medische Raad, hetzij de Paritaire Commissie voordien aan de beheerder heeft gemeld geen bezwaar te hebben tegen een datum van inwerkingtreding die dichter ligt bij de datum van de beslissing.
  De beheerder geeft binnen een maand mededeling van zijn gemotiveerde beslissing aan de Medische Raad, de bemiddelaar en het Secretariaat van de Paritaire Commissie.
Art. 128. § 1. Le médiateur tente de rapprocher les points de vue. Si aucun accord n'intervient dans le mois, le médiateur fait lui-même une proposition de solution dans le mois qui suit.
  § 2. Si le médiateur a constaté qu'un accord n'a pu être dégagé parce que la divergence de vues se rapporte au respect des objectifs de l'hôpital tels qu'ils sont explicitement formulés dans la réglementation générale de l'hôpital visée à l'article 130 ou dans l'arrangement individuel écrit visé à l'article 131, le médiateur tiendra également compte de cet élément pour formuler sa proposition.
  § 3. Le gestionnaire peut prendre une décision conformément à cette proposition.
  Si le gestionnaire ne peut se rallier à cette proposition, il ne peut prendre de décision contraire que s'il formule lui-même une nouvelle proposition de décision sur laquelle le Conseil médical marque son accord.
  § 4. Le gestionnaire peut également prendre une décision contraire à la proposition de décision du médiateur si la décision concerne une matière visée au point 1° de l'article 125 et pour autant que la décision prise ne soit applicable qu'aux médecins hospitaliers encore à engager pour la première fois à l'hôpital et non aux médecins hospitaliers travaillant déjà a l'hôpital.
  La décision prise en application du précédent alinéa ne peut porter sur l'article 130, § 3, 2° et 5°.
  Le gestionnaire prend une décision motivée. La motivation doit au moins faire apparaître que les nouvelles dispositions du règlement général sont compatibles, soit avec les possibilités légales reprises dans les dispositions des articles 13 à 17 ou du Titre IV, soit avec les modèles de règlement élaborés par la Commission nationale paritaire médecins-hôpitaux et relatifs aux dispositions mentionnées.
  Les clauses du règlement général qui sont incompatibles avec les dispositions susmentionnées de la présente loi coordonnée sont réputées non écrites.
  La décision prise en application à l'alinéa 1er fixera la date à partir de laquelle les nouvelles dispositions du règlement général sortiront leurs effets; la mise en application ne pourra de toute façon pas débuter avant neuf mois après la date de la prise de la décision, sauf si, soit le Conseil médical, soit la Commission paritaire a communiqué plus tôt au gestionnaire qu'ils n'ont pas d'objection à la mise en vigueur à une date qui se rapproche plus de la date de la décision.
  Le gestionnaire communique endéans le mois la décision motivée au Conseil médical, au médiateur et au Secrétaire de la Commission paritaire.
Afdeling 2. - Permanent Comité van overleg tussen de beheerder en de ziekenhuisgeneesheren.
Section 2. - Du Comité permanent de concertation entre le gestionnaire et les médecins hospitaliers.
Art. 128bis. <INGEVOEGD bij W 1998-02-22/43, art. 102, Inwerkingtreding : 13-03-1998> De Koning kan, overeenkomstig nader door Hem te bepalen regels (en voorwaarden), bepalen welke financiële of statistische gegevens door de beheerder moeten worden medegedeeld aan de Medische raad van een ziekenhuis. <W 2001-01-02/30, art. 60, 018; Inwerkingtreding : 03-01-2001>
Art. 128bis. Le Roi peut, selon des règles (et conditions) déterminées par Lui, fixer les données financières ou statistiques qui doivent être communiquées par le gestionnaire au Conseil Médical d'un hôpital. <L 2001-01-02/30, art. 60, 018 ; En vigueur : 03-01-2001>
Art. 129. § 1. De procedure bepaald in de artikelen 125 tot en met 128 kan, op voorstel van de beheerder, vervangen worden door een procedure van rechtstreeks overleg tussen de beheerder en de Medische Raad, op voorwaarde dat de Medische Raad hiermede schriftelijk instemt.
  § 2. Het rechtstreeks overleg gebeurt in de schoot van een daartoe ingesteld Permanent Overlegcomité, hierna genoemd het Comité. Het Comité is samengesteld, enerzijds uit een gemandateerde delegatie van de beheerder en, anderzijds uit een gemandateerde delegatie van de Medische Raad.
  § 3. Het Comité poogt een consensus te bereiken over de aangelegenheden waarvoor overeenkomstig artikel 126 het advies van de Medische Raad vereist is. Indien een consensus wordt bereikt zijn de leden van het Comité gehouden die te verdedigen bij hun opdrachtgevers.
  § 4. Wanneer het Comité geen consensus bereikt en de beheerder toch een beslissing wenst te nemen, legt deze de voorgenomen beslissing voor advies aan de Medische Raad voor; in dit geval zijn de bepalingen van de artikelen 126 tot en met 128 van toepassing.
  Wanneer de beheerder zich niet kan aansluiten bij de consensus die in het Comité is bereikt, motiveert hij zijn standpunt en legt hij de zaak voor advies voor aan de Medische Raad, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 126 tot en met 128.
  Wanneer de Medische Raad zich niet kan aansluiten bij de consensus die in het Overlegcomité is bereikt, brengt hij een schriftelijk en gemotiveerd advies uit. Betreft het een aangelegenheid die opgenoemd is in artikel 127, § 1, dan zijn de bepalingen van de artikelen 127 en 128 van toepassing, voor zover het advies binnen een maand wordt uitgebracht met een meerderheid van tweederde van de stemgerechtigde leden.
  § 5. Indien de beheerder of de Medische Raad besluiten de in deze afdeling bepaalde vorm van overleg niet langer toe te passen, moeten ze daarvan schriftelijk kennis geven respectievelijk aan de Medische Raad of aan de beheerder. In dit geval vervalt na drie maanden de in deze afdeling bepaalde vorm van rechtstreeks overleg.
Art. 129. § 1. La procédure prévue aux articles 125 à 128 peut, sur proposition du gestionnaire, être remplacée par une procédure de concertation directe entre le gestionnaire et le Conseil médical, à la condition que ce dernier marque son accord par écrit.
  § 2. La concertation directe se fait au sein d'un Comité permanent de concertation, créé dans ce but et ci-après dénommé le Comité. Le Comité est composé, d'une part, d'une délégation mandatée par le gestionnaire et, d'autre part, d'une délégation mandatée par le Conseil médical.
  § 3. Le Comité s'efforce de parvenir à un consensus sur les matières qui, conformément à l'article 126, requièrent l'avis du Conseil médical. Lorsqu'ils sont parvenus à un consensus, les membres du Comité sont tenus à le défendre auprès de leurs mandants.
  § 4. Lorsque le Comité ne parvient pas à un consensus et que le gestionnaire veut néanmoins prendre une décision, il soumet pour avis la décision envisagée au Conseil médical; dans ce cas, les dispositions des articles 126 et 128 sont applicables.
  Lorsque le gestionnaire ne peut se rallier au consensus dégagé au sein du Comité, il motive son point de vue et soumet pour avis la question au Conseil médical, conformément aux dispositions des articles 126 à 128.
  Lorsque le Conseil médical ne peut se rallier au consensus dégagé au sein du Comité, il émet un avis écrit et motivé. S'il s'agit de l'une des matières mentionnées à l'article 127, § 1er, les dispositions des articles 127 et 128 sont applicables, pour autant que l'avis ait été émis dans le mois à la majorité des deux tiers des voix des membres ayant droit de vote.
  § 5. Si le gestionnaire ou le Conseil médical décide de ne plus appliquer la forme de concertation prévue à la présente section, ils doivent en informer par écrit respectivement le Conseil médical ou le gestionnaire. Dans ce cas, la forme de concertation directe prévue à la présente section devient caduque dans les trois mois.
Afdeling 3. - Financiële doorzichtigheid.
Section 3. - Transparence financière.
Art. 129bis. <INGEVOEGD bij W 2002-08-22/39, art. 46; Inwerkingtreding : 10-09-2002> § 1. Met het oog op de financiële doorzichtigheid van de geldstromen binnen het ziekenhuis dient er regelmatig overleg te zijn tussen de beheerder en de medische raad.
  Ten dien einde wordt er in elk ziekenhuis een financiële commissie opgericht, behoudens indien het Permanent overlegcomité, reeds werd opgericht en de opdrachten van de financiële commissie reeds uitvoert.
  § 2. De financiële commissie is paritair samengesteld uit enerzijds een delegatie van de beheerder en anderzijds een delegatie van de medische raad. De delegaties bestaan uit respectievelijk leden van het beheer en de in artikel 12 bedoelde directeur, waaronder ten minste één beheerder en ziekenhuisgeneesheren aangewezen door de medische raad.
  Deze laatsten kunnen zich laten bijstaan door een financieel deskundige.
  § 3. De financiële commissie beschikt over alle gegevens zoals bepaald in artikel 128bis.
  § 4. De financiële commissie bespreekt ten minste :
  - de jaarlijkse begrotingsramingen;
  - de jaarrekening;
  - het verslag van de bedrijfsrevisor bedoeld in de artikelen 82 en 84;
  - de aard van de aangerekende kosten.
  § 5. Indien er naar aanleiding van de in § 4, bedoelde besprekingen in consensus regelingen worden voorgesteld, zijn de leden van financiële commissie gehouden deze te verdedigen bij de beheerder enerzijds en bij de medische raad anderzijds.
  § 6. De gegevens zoals bepaald in § 3 kunnen door de afgevaardigde van de medische raad worden medegedeeld aan de medische raad.
Art. 129bis. § 1. Afin de garantir la transparence financière des flux financiers a l'intérieur de l'hôpital, une concertation régulière entre le gestionnaire et le conseil médical est requise.
  A cette fin, une commission financière est créée dans chaque hôpital, à moins qu'un comité permanent de concertation ne soit déjà institué et assure les missions de la commission financière.
  § 2. La commission financière est composée paritairement, d'une part, d'une délégation du gestionnaire et, d'autre part, d'une délégation du conseil médical. Les délégations se composent respectivement de membres de la gestion et de la direction visée à l'article 12, dont au moins un gestionnaire, et de médecins hospitaliers désignés par le conseil médical.
  Ces derniers peuvent se faire assister par un expert financier.
  § 3. La commission financière dispose de toutes les données comme prévu à l'article 128bis.
  § 4. La commission financière examine au moins :
  - les estimations budgétaires annuelles;
  - les comptes annuels;
  - les rapports du réviseur d'entreprise visé aux articles 82 et 84;
  - la nature des frais imputés.
  § 5. Si, à la suite des discussions visées au § 4, des mesures sont proposées en consensus, les membres de la commission financière sont tenus de les défendre auprès du gestionnaire, d'une part, et du conseil médical, d'autre part.
  § 6. Les données visées au § 3 peuvent être communiquées au conseil médical par le délégué du conseil médical.
HOOFDSTUK II. - Rechtsverhoudingen tussen het ziekenhuis en de ziekenhuisgeneesheren.
CHAPITRE II. - Des rapports juridiques entre l'hôpital et les médecins hospitaliers.
Art. 130. § 1. In elk ziekenhuis wordt een algemene regeling vastgesteld betreffende de rechtsverhoudingen tussen het ziekenhuis en de geneesheren, de organisatie- en de werkvoorwaarden, met inbegrip van de financiële werkvoorwaarden.
  Onverminderd de toepassing van de artikelen 13 tot 17 mag het algemeen reglement geen bepalingen bevatten die de professionele autonomie van de individuele ziekenhuisgeneesheer op het vlak van het stellen van de diagnose of het uitvoeren van de behandeling in het gedrang brengt.
  § 2. Die algemene regeling wordt vastgesteld op initiatief van de beheerder, met inachtneming van de procedure bepaald in hoofdstuk I, afdeling 1, of, in voorkomend geval, afdeling 2.
  In deze algemene regeling kunnen bepaalde aangelegenheden verschillend worden geregeld al naargelang het reeds in het ziekenhuis werkzame dan wel nog voor de eerste maal in het ziekenhuis aan te werven geneesheren betreft.
  § 3. In de algemene regeling moeten minstens de volgende aangelegenheden worden behandeld :
  1° de voorwaarden van toelating, aanwerving, benoeming en bevordering;
  2° de soort gevallen waarin, de redenen waarom en de procedures volgens welke een einde kan worden gemaakt aan de rechtsverhoudingen tussen de beheerder en de ziekenhuisgeneesheren;
  3° de werkvoorwaarden, waaronder de ziekenhuisgeneesheren hun aktiviteit in het ziekenhuis verrichten met inbegrip van de standaardbepalingen betreffende de punten opgenoemd in artikel 131, § 2;
  4° de financiële schikkingen met betrekking tot de medische aktiviteit, met inbegrip van de wijze van vergoeding van de geneesheren, de wijze van inning van de honoraria en, in voorkomend geval, de kostenregeling alsmede de standaardbepalingen die hierop betrekking hebben;
  5° de respectieve rechten en verplichtingen met betrekking tot de permanentie van de medische verzorging.
Art. 130. § 1. Dans chaque hôpital est élaborée une réglementation générale régissant les rapports juridiques entre l'hôpital et les médecins, les conditions d'organisation et les conditions de travail, y compris les conditions financières de travail.
  Sans préjudice de l'application des articles 13 à 17, le règlement général ne peut contenir de dispositions qui mettraient en cause l'autonomie professionnelle du médecin hospitalier individuel sur le plan de l'établissement du diagnostic ou de l'exécution du traitement.
  § 2. Cette réglementation générale est élaborée à l'initiative du gestionnaire, dans le respect de la procédure prévue au chapitre premier, section première, ou, le cas échéant, section II.
  Dans la réglementation générale, certaines matières peuvent être réglées d'une manière différente selon qu'il s'agit de médecins exerçant déjà a l'hôpital ou de médecins à engager pour la première fois à l'hôpital.
  § 3. La réglementation générale doit au moins traiter des matières suivantes :
  1° les conditions d'admission, d'engagement, de nomination et de promotion;
  2° dans quelles catégories de cas, pour quels motifs et selon quelles procédures il peut être mis fin aux rapports juridiques entre le gestionnaire et les médecins hospitaliers;
  3° les conditions de travail dans lesquelles les médecins hospitaliers exercent leurs activités à l'hôpital, y compris les dispositions types relatives aux points énumérés à l'article 131, § 2;
  4° les dispositions financières relatives à l'activité médicale, y compris les modalités de rémunération des médecins, le mode de perception des honoraires et, s'il échet, la réglementation des frais, ainsi que les dispositions types qui s'y rapportent;
  5° les droits et devoirs respectifs concernant la permanence des soins médicaux.
Art. 131. § 1. Onder verwijzing naar de in artikel 130 bedoelde algemene regeling, moeten de respectieve rechten en verplichtingen van de individuele ziekenhuisgeneesheer en de beheerder, alsook meer bepaald de werkvoorwaarden van de ziekenhuisgeneesheer schriftelijk vastgesteld worden, hetzij in een overeenkomst, hetzij in de benoemingsakte; wijzigingen in die respectieve rechten en verplichtingen worden eveneens schriftelijk vastgesteld.
  § 2. De schriftelijke regeling slaat minstens op de concrete toepassing van de in artikel 130, § 3, vermelde punten op de individuele geneesheer, alsmede op de navolgende punten :
  1° de functie, de prestaties, de dienst, de voorwaarden van vervanging van de ziekenhuisgeneesheer in geval van afwezigheid en, in voorkomend geval, de regeling met betrekking tot de medische aktiviteit buiten het ziekenhuis;
  2° de duur van de eventuele proefperiode;
  3° de eerbiediging van het reglement van inwendige orde van het ziekenhuis en van de diensten en, in voorkomend geval, van het strafreglement;
  4° de wijze waarop beide partijen hun verplichtingen naleven in verband met de regeling van de permanentie van de verzorging.
Art. 131. § 1. Par référence à la réglementation générale visée à l'article 130, les droits et devoirs respectifs du médecin hospitalier individuel et du gestionnaire, et en particulier les conditions de travail du médecin hospitalier, seront fixés par écrit, soit dans une convention, soit dans l'acte de nomination; les modifications à ces droits et devoirs respectifs seront également fixées par écrit.
  § 2. Ces dispositions écrites portent au moins sur l'application concrète au médecin hospitalier individuel des points de l'article 130, § 3, ainsi que sur les éléments ci-après :
  1° la fonction, les prestations, le service, les conditions de remplacement du médecin hospitalier en cas d'absence et, le cas échéant, les dispositions relatives à l'activité médicale en dehors de l'hôpital;
  2° la durée de la période d'essai éventuelle;
  3° le respect du règlement d'ordre intérieur de l'hôpital et des services et, le cas échéant, du règlement du staff;
  4° les modalités du respect par les deux parties de leurs obligations relatives à l'organisation de la permanence des soins.
HOOFDSTUK III. - Geldelijk statuut van de ziekenhuisgeneesheer.
CHAPITRE III. - Du statut pécuniaire du médecin hospitalier.
Afdeling 1. - Vergoedingsstelsels.
Section 1. - Des systèmes de rémunération.
Art. 132. § 1. In de ziekenhuizen kunnen de ziekenhuisgeneesheren enkel worden vergoed volgens de volgende stelsels :
  1° vergoeding per prestatie;
  2° vergoeding gegrond op de verdeling van een " pool " van vergoedingen per prestatie die voor het gehele ziekenhuis of per dienst wordt gevormd;
  3° vergoeding bestaande uit een contractueel of statutair bepaald percentage van de vergoeding per prestatie of van een " pool " van vergoedingen per prestatie;
  4° forfaitaire vergoeding bestaande uit een wedde;
  5° vaste vergoeding eventueel vermeerderd met een aandeel in de " pool " der vergoedingen per prestatie.
  § 2. In geval een ziekenhuis meer dan één van de bovengenoemde vergoedingsstelsels toepast, wordt de keuze van het stelsel of de wijziging van die keuze neergelegd in een schriftelijke overeenkomst gesloten tussen de ziekenhuisgeneesheer en de beheerder. Het gekozen stelsel wordt ter kennis gebracht van de Medische Raad.
Art. 132. § 1. Dans les hôpitaux, les médecins hospitaliers ne peuvent être rémunérés que selon les systèmes suivants :
  1° la rémunération à l'acte;
  2° la rémunération fondée sur la répartition d'un " pool " de rémunérations à l'acte, établi pour l'ensemble de l'hôpital ou par service;
  3° la rémunération constituée d'un pourcentage, fixé contractuellement ou statutairement, de la rémunération à l'acte ou d'un " pool " de rémunérations à l'acte;
  4° la rémunération forfaitaire, constituée d'un salaire;
  5° une indemnité fixe éventuellement majorée d'une fraction du " pool " des rémunérations à l'acte.
  § 2. Si un hôpital applique plus d'un des systèmes de rémunération susmentionnés, le choix du système ou une modification de ce choix fait l'objet d'un accord écrit entre le médecin hospitalier et le gestionnaire. Le système ainsi choisi est porté à la connaissance du Conseil médical.
Afdeling 2. - Inning der honoraria.
Section 2. - De la perception des honoraires.
Art. 133. Ongeacht het vergoedingsstelsel dat in het ziekenhuis wordt toegepast, worden alle bedragen door de patiënten of door derden te betalen ter vergoeding van de prestaties van de ziekenhuisgeneesheren met betrekking tot gehospitaliseerde patiënten, centraal geïnd.
Art. 133. Quel que soit le système de rémunération en vigueur à l'hôpital, tous les montants à payer par les patients ou par des tiers, qui sont destinés à rémunérer les prestations des médecins hospitaliers se rapportant aux patients hospitalisés, sont perçus de façon centrale.
Art. 134. De Koning kan de in artikel 133 bedoelde verplichting tot centrale inning geheel of gedeeltelijk en onder door Hem bepaalde voorwaarden uitbreiden tot prestaties van ziekenhuisgeneesheren die verleend worden in de medisch-technische diensten aan patiënten die in het ziekenhuis onderzocht of verzorgd worden, zonder er gehospitaliseerd te zijn.
Art. 134. Le Roi peut étendre l'obligation de perception centrale visée à l'article 133, en tout ou en partie et dans des conditions fixées par Lui, aux prestations des médecins hospitaliers qui sont accomplies dans les services médico-techniques pour des patients qui sont examinés ou soignés à l'hôpital sans y être hospitalisés.
Art. 135. Behalve indien de Medische Raad besluit zelf een dienst voor de centrale inning van de honoraria in te stellen, geschiedt de centrale inning door het ziekenhuis met inachtneming van de volgende voorwaarden :
  1° het reglement betreffende de werking van de inningsdienst wordt vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de beheerder en de Medische Raad.
  Dit reglement bepaalt onder meer de termijn binnen welke de attesten van de verstrekte verzorging door de ziekenhuisgeneesheer moeten worden toegestuurd evenals de maatregelen die van toepassing zijn op de ziekenhuisgeneesheer die de attesten niet binnen de bepaalde termijn toestuurt. Het reglement bepaalt eveneens de termijn binnen welke enerzijds de facturen aan de debiteuren worden aangeboden en anderzijds de aan de ziekenhuisgeneesheren verschuldigde bedragen worden uitbetaald. Behalve andersluidende regeling in het reglement loopt die termijn vanaf de inning en is, voor de bedragen die niet tijdig worden betaald, vanaf het verstrijken van de termijn wettelijke intrest verschuldigd zonder dat een inmorastelling door de betrokken ziekenhuisgeneesheer vereist is;
  2° de voorzitter of een afgevaardigde van de Medische Raad kan toezicht houden op de werking van de inningsdienst. Te dien einde worden alle stukken betreffende de inning of, in voorkomend geval, de betaling en de inhoudingen, te zijner beschikking gesteld en kunnen ze door hem ter plaatse ingezien worden;
  3° alle verantwoordingsstukken voor de verrichtingen die hem betreffen worden minstens om de drie maanden ter beschikking van elke betrokken ziekenhuisgeneesheer gesteld.
Art. 135. Sauf si le Conseil médical décide d'instituer lui-même un service de perception centrale des honoraires, la perception centrale se fait par l'hôpital, dans le respect des conditions suivantes :
  1° le règlement relatif au fonctionnement du service de perception est établi d'un commun accord entre le gestionnaire et le Conseil médical.
  Ce règlement précise entre autres le délai dans lequel les attestations de soins doivent être transmises par le médecin hospitalier ainsi que les mesures applicables au médecin hospitalier qui ne les transmet pas dans le délai fixé. Le règlement fixe également le délai dans lequel, d'une part, les factures seront présentées aux débiteurs et, d'autre part, les montants dus aux médecins hospitaliers seront payés. Sauf disposition contraire du règlement, ce délai court à partir de la perception et l'intérêt légal est dû, pour les sommes qui ne sont pas payées en temps voulu, à partir de l'expiration du délai fixé et sans qu'une mise en demeure par le médecin hospitalier intéressé soit nécessaire.
  2° le président ou un membre délégué du Conseil médical peut contrôler le fonctionnement du service de perception. A cette fin, tous les documents relatifs à la perception ou, le cas échéant, au paiement et aux retenues, sont mis à sa disposition et peuvent être consultés par lui sur place;
  3° tous les documents justificatifs des opérations le concernant sont mis, au moins tous les trois mois, à la disposition de chaque médecin hospitalier intéressé.
Art. 136. Indien de centrale inning geschiedt door een dienst die daartoe door de Medische Raad is ingesteld, moet in onderlinge overeenstemming met de beheerder een reglement worden vastgesteld betreffende de werking van de dienst; meer bepaald wordt vastgesteld op welke wijze en op welk tijdstip de door de ziekenhuisgeneesheren aan het ziekenhuis verschuldigde bedragen worden overgedragen; bovendien moet worden bepaald dat de beheerder of zijn afgevaardigde over soortgelijke toezichtsmogelijkheden beschikken als die welke in artikel 135, 2°, zijn toegekend aan de Medische Raad, en in artikel 135, 3°, aan de ziekenhuisgeneesheren. Behalve andersluidende regeling in het reglement loopt die termijn vanaf de inning en is voor de bedragen die niet tijdig zijn betaald, de wettelijke intrest verschuldigd vanaf het verstrijken van de termijn zonder dat een inmorastelling door de beheerder vereist is.
  De procedure voorzien in de artikelen 127 en 128 is slechts van toepassing van zodra het reglement betreffende de werking van de dienst van centrale inning, in onderlinge overeenstemming met de beheerder, is vastgesteld.
Art. 136. Si la perception centrale est effectuée par un service organisé à cette fin par le Conseil médical, un règlement relatif au fonctionnement du service sera arrêté d'un commun accord avec le gestionnaire; en particulier seront fixés le mode et la date de transfert des montants dont les médecins hospitaliers sont redevables à l'hôpital; il y aura lieu de stipuler en outre que le gestionnaire ou son délégué disposera de possibilités de contrôle équivalentes à celles prévues à l'article 135, 2°, pour le Conseil médical et à l'article 135, 3°, pour les médecins hospitaliers. Sauf dispositions contraires du règlement, ce délai court a partir de la perception et l'intérêt légal est dû, pour les sommes qui ne seront pas payées en temps voulu, a partir de l'expiration du délai fixé et sans qu'une mise en demeure par le gestionnaire soit requise.
  La procédure prévue aux articles 127 et 128 n'est d'application qu'à partir du moment où le règlement relatif au fonctionnement du service de perception centrale a été arrêté d'un commun accord avec le gestionnaire.
Art. 137. De Koning kan nadere regels, met inbegrip van eenvormige boekhoudkundige regels, vaststellen ter uitvoering van de artikelen 133 tot 136.
  (Het reglement bedoeld in artikel 135, 1°, tweede lid, of in artikel 136, eerste lid, bepaalt ondermeer op welke wijze het verschil tussen de werkelijke uitgaven en de referentieuitgaven dat in mindering wordt gebracht van de door de dienst voor centrale inning aan de verplichte verzekering geneeskundige verzorging aangerekende bedragen, zoals bedoeld in artikel 56ter van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, ten aanzien van de individuele ziekenhuisgeneesheren wordt verrekend.
  Zolang de regeling, bedoeld in het vorige lid, niet in bedoeld reglement is opgenomen, geschiedt de verrekening ten aanzien van de ziekenhuisgeneesheren volgens het relatief aandeel van elke ziekenhuisgeneesheer in de honorariamassa van de groep van verstrekkers waartoe hij behoort in de drie maanden voorafgaand aan de verrekening, waarbij het te verrekenen bedrag van de betrokken groep van ziekenhuisgeneesheren wordt vastgesteld op basis van het relatief aandeel van deze groep in de vastgestelde overschrijding, hierbij rekening houdend met de aanwending van bedoelde honoraria met toepassing van artikel 140, met uitzondering van § 1, 2°, en § 2. In het geval voor de betrokken honoraria de toepassing van artikel 140, § 1, 1°, aanleiding geeft tot een " pool " van vergoedingen per prestaties, wordt het aandeel hiervan ook proportioneel aangerekend ten aanzien van deze " pool " en volgens de geldende regels verrekend ten aanzien van de individuele ziekenhuisgeneesheren.
  Voor de toepassing van het derde lid wordt er geen rekening gehouden met de aanwending bedoeld in artikel 140, § 1, 3°, en § 3, voor zover de dekking van de kosten wordt uitgedrukt op basis van bewezen en reële kosten in akkoord met de medische raad; in elk ander geval geschiedt bedoelde verrekening ten laste van de ziekenhuisgeneesheer ten belope van 75 pct en van de ziekenhuisbeheerder ten belope van 25 pct.) <W 2002-08-22/39, art. 47, 022; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
Art. 137. Le Roi peut fixer les modalités d'exécution des articles 133 à 136, en ce compris des règles uniformes de comptabilité.
  (Le règlement visé à l'article 135, 1°, alinéa 2, ou à l'article 136, alinéa 1, détermine notamment les modalités d'imputation, à l'égard des médecins individuels, de la différence entre les dépenses réelles et les dépenses de référence portée en déduction des montants imputés, par le service de perception centrale à l'assurance maladie obligatoire, tel que visé à l'article 56ter de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
  Tant que la réglementation, visée à l'alinéa précédent, n'est pas reprise dans le règlement visé, l'imputation par rapport aux médecins hospitaliers s'effectue selon la part de chacun d'eux dans la masse des honoraires du groupe des prestataires auquel il appartient dans les trois mois précédant l'imputation, le montant à imputer du groupe concerné étant fixe sur la base de la part relative de ce groupe dans le dépassement constaté, compte tenu de l'utilisation des honoraires visés en application de l'article 140, à l'exclusion du § 1, 2°, et du § 2. Dans le cas où l'application de l'article 140, § 1, 1°, donne lieu pour les honoraires concernés, à un " pool " de rémunérations par prestation, la part de celles-ci est également imputée proportionnellement par rapport au " pool " et suivant les règles en vigueur à l'égard des médecins hospitaliers individuels.
  Pour l'application de l'alinéa 3, il n'est pas tenu compte de l'affectation visée à l'article 140, § 1, 3°, et § 3, pour autant que la couverture des coûts soit exprimée sur la base de coûts attestés et réels et en accord avec le conseil médical; dans tout autre cas, l'imputation visée s'effectue à charge du médecin hospitalier a concurrence de 75 pc et du gestionnaire de l'hôpital à concurrence de 25 pc.) <L 2002-08-22/39, art. 47, 022; En vigueur : 10-09-2002>
Afdeling 3. - Vaststelling van de honoraria.
Section 3. - De la fixation des honoraires.
Art. 138. <W 2002-01-14/39, art. 109, 021; Inwerkingtreding : 01-12-2002> § 1. Indien er een akkoord, zoals bedoeld in artikel 50 van de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, van kracht is, moeten de verbonden ziekenhuisgeneesheren de verbintenistarieven naleven voor de patiënten opgenomen in tweepatiëntenkamers of in gemeenschappelijke kamers.
  Worden gelijkgesteld met de patiënten opgenomen in tweepatiëntenkamers of in gemeenschappelijke kamers, deze die beantwoorden aan één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 90, § 2. (Wanneer het een opname betreft bedoeld in artikel 90, § 2, eerste lid, d), kunnen evenwel tarieven worden aangerekend die afwijken van de verbintenistarieven op voorwaarde dat het kind samen met de begeleidende ouder op hun uitdrukkelijk verzoek verblijven in een individuele kamer, en voor zover de bepalingen van artikel 90, § 1, tweede lid, worden nageleefd.) <KB 2007-03-19/31, art. 1, 1°, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  Het eerste en tweede lid zijn eveneens van toepassing ten aanzien van de patiënten in daghospitalisatie die zijn opgenomen in tweepatiëntenkamers of gemeenschappelijke kamers, voor de verstrekkingen omschreven door de Koning. (De Koning bepaalt eveneens de categorieën van patiënten in daghospitalisatie die zijn opgenomen in twee-patiëntenkamers of gemeenschappelijke kamers ten aanzien van dewelke het eerste en tweede lid voor alle verstrekkingen van toepassing zijn.) <W 2006-12-13/35, art. 45, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  § 2. In het geval bedoeld in § 1, delen de ziekenhuisgeneesheren die niet verbonden zijn in de zin van § 1, dit mede aan de beheerder die daarvan kennis geeft aan de Medische Raad en aan de verzekeringsinstellingen.
  De in het eerste lid bedoelde geneesheren, kunnen, onverminderd § 5, eerste lid, ten aanzien van de in § 1, eerste en tweede lid, bedoelde patiënten (met uitzondering van de patiënten bedoeld in (artikel 90, § 2, eerste lid, a), b) en) artikel 90, § 2, c) (en d)),) tarieven aanrekenen die afwijken van de verbintenistarieven, voor zover terzake in de algemene regeling, bedoeld in artikel 130, maximumtarieven zijn vastgesteld, en deze door de betrokken geneesheren worden nageleefd. Dit onderdeel van de algemene regeling dient voor de toepassing ervan, door de beheerder aan de Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen en, via het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering, aan de verzekeringsinstellingen te worden medegedeeld. <W 2006-12-13/35, art. 45, 2° en 3°, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007, maar zie W 2006-12-13/35, art. 47> <KB 2007-03-19/31, art. 1, 2°, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  Het tweede lid is eveneens van toepassing op de patiënten in daghospitalisatie, voor de verstrekkingen zoals omschreven door de Koning. (De Koning bepaalt eveneens de categorieën van patiënten in daghospitalisatie die zijn opgenomen in twee-patiëntenkamers of gemeenschappelijke kamers ten aanzien van dewelke het tweede lid voor alle verstrekkingen van toepassing is.) <W 2006-12-13/35, art. 45, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  (Wanneer het een opname betreft bedoeld in artikel 90, § 2, eerste lid, d), kunnen evenwel tarieven worden aangerekend die afwijken van de verbintenistarieven op voorwaarde dat het kind samen met de begeleidende ouder op hun uitdrukkelijk verzoek verblijven in een individuele kamer, en voor zover de bepalingen van artikel 90, § 1, tweede lid, worden nageleefd.) <KB 2007-03-19/31, art. 1, 2°, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  § 3. De beheerder en de Medische Raad waarborgen dat alle in § 1 bedoelde patiënten tegen verbintenistarieven kunnen worden verzorgd. De beheerder neemt, na overleg met de Medische Raad, daartoe de nodige initiatieven en geeft daarvan kennis aan de Medische Raad.
  De Koning kan modaliteiten bepalen voor de toepassing van het eerste lid.
  § 4. Indien er geen akkoord, zoals bedoeld in artikel van 50 van voornoemde wet van 14 juli 1994, van kracht is, kunnen de geneesheren, onverminderd § 5, tweede lid, ten aanzien van de in § 1, eerste en tweede lid bedoelde patiënten, (met uitzondering van de patiënten bedoeld in (artikel 90, § 2, eerste lid, a), b) en) artikel 90, § 2, c) en d),) tarieven aanrekenen die afwijken van de tarieven die als grondslag dienen voor de berekening van de verzekeringstegemoetkoming, voor zover terzake overeenkomstig de in § 2, tweede lid, bedoelde regelen, de maximumtarieven zijn vastgesteld en deze door de geneesheren worden nageleefd. Dit onderdeel van de algemene regeling dient voor de toepassing ervan, door de beheerder aan de Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen en, via het Rijksinstituut voor Ziekte en lnvaliditeitsverzekering, aan de verzekeringsinstellingen te worden medegedeeld. <W 2006-12-13/35, art. 45, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007> <KB 2007-03-19/31, art. 1, 3°, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  Het eerste lid is eveneens van toepassing op patiënten in daghospitalisatie voor de verstrekkingen, zoals omschreven door de Koning. (De Koning bepaalt eveneens de categorieën van patiënten in daghospitalisatie die zijn opgenomen in twee-patiëntenkamers of gemeenschappelijke kamers ten aanzien van dewelke het eerste lid voor alle verstrekkingen van toepassing is.) <W 2006-12-13/35, art. 45, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  (Wanneer het een opname betreft bedoeld in artikel 90, § 2, eerste lid, d), kunnen evenwel tarieven worden aangerekend die afwijken van de tarieven die als grondslag dienen voor de berekening van de verzekeringstegemoetkoming, op voorwaarde dat het kind samen met de begeleidende ouder op hun uitdrukkelijk verzoek verblijven in een individuele kamer, en voor zover de bepalingen van artikel 90, § 1, tweede lid, worden nageleefd.) <KB 2007-03-19/31, art. 1, 3°, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  § 5. De Koning bepaalt de categorieën van patiënten ten aanzien van dewelke de in § 2, bedoelde geneesheren geen tarieven mogen aanrekenen die afwijken van de verbintenistarieven.
  Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde patiënten vormen, in het geval er geen akkoord van kracht is, zoals bedoeld in § 4, de tarieven die als grondslag dienen voor de berekening van de verzekeringstegemoetkoming, de maximumtarieven die door de geneesheren kunnen worden aangerekend.
  (§ 6. De in §§ 1, 2 en 4, bedoelde geneesheren, kunnen, onverminderd § 1, tweede lid, (§ 2, vierde lid, en § 4, derde lid) ten aanzien van de patiënten opgenomen in individuele kamers tarieven aanrekenen die afwijken van de verbintenistarieven, voor zover terzake in de algemene regeling, bedoeld in artikel 130, maximumtarieven zijn vastgesteld, en deze door de betrokken geneesheren worden nageleefd. Dit onderdeel van de algemene regeling dient voor de toepassing ervan, door de beheerder aan de Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen en, via het Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering, aan de verzekeringsinstellingen te worden medegedeeld.) <W 2006-12-13/35, art. 45, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007> <KB 2007-03-19/31, art. 1, 4°, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  (§ 7. De artsen bedoeld in §§ 1,2 en 4, mogen geen supplementen toepassen voor de forfaitaire honoraria per opname en/of per verpleegdag te betalen betreffende de verstrekkingen inzake klinische biologie of medische beeldvorming.) <W 2006-12-13/35, art. 45, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  (§ 8. In geval van een opname van een kind met een begeleidende ouder zoals bedoeld in artikel 90, § 2, eerste lid, d) wordt aan de ouder een afzonderlijk document ter ondertekening voorgelegd, tegelijkertijd met de opnameverklaring. In dit document wordt de mogelijkheid aangeboden van een opname aan verbintenistarieven of, indien er geen akkoord van kracht is, de tarieven die als grondslag dienen voor de berekening van de verzekeringstegemoetkoming.
  De begeleidende ouder kan in hetzelfde document aan deze mogelijkheid verzaken en uitdrukkelijk kiezen voor een individuele kamer.
  Bij gebrek aan dit ondertekende document zijn, in afwijking van §§ 1, tweede lid, en 2, vierde lid, de toegepaste tarieven de verbintenistarieven, en, in afwijking van § 4, derde lid, de tarieven die als grondslag dienen voor de berekening van de verzekeringstegemoetkoming.) <KB 2007-03-19/31, art. 1, 5°, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
Art. 138. <L 2002-01-14/39, art. 109, 021; En vigueur : 01-12-2002> § 1er. Au cas où un accord tel que visé à l'article 50 de la loi du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, est en vigueur, les médecins hospitaliers conventionnés sont tenus d'appliquer les tarifs de l'accord aux patients admis dans des chambres de deux patients ou dans des chambres communes.
  Sont assimilés aux patients admis dans des chambres de deux patients ou dans des chambres communes, ceux qui répondent à une des conditions visées à l'article 90, § 2. (Quand il s'agit d'une admission visée à l'article 90, § 2, alinéa 1er, d), des tarifs s'écartant des tarifs de l'accord peuvent être néanmoins appliqués à condition que le séjour de l'enfant accompagné par un parent ait lieu dans une chambre individuelle à leur demande expresse et pour autant que les dispositions de l'article 90, § 1er, alinéa 2, soient respectées.) <AR 2007-03-19/31, art. 1, 1°, 033; En vigueur : 01-01-2007>
  Les alinéas 1er et 2 sont également d'application à l'égard des patients en hospitalisation de jour, admis dans des chambres de deux patients ou dans des chambres communes, pour les prestations définies par le Roi. (Le Roi définit également les catégories de patients en hospitalisation de jour admis dans des chambres de deux patients ou dans des chambres communes à l'égard desquels les alinéas 1er et 2 sont d'application pour toutes les prestations.) <L 2006-12-13/35, art. 45, 030; En vigueur : 01-01-2007>
  § 2. Dans le cas prévu au § 1er, les médecins hospitaliers qui n'ont pas adhéré à l'accord au sens du § 1er, le font savoir au gestionnaire qui en informe le Conseil médical et les organismes assureurs.
  Les médecins visés à l'alinéa 1er, peuvent, sans préjudice du § 5, alinéa 1er, appliquer, à l'égard des patients visés au § 1er, alinéas 1er et 2, (à l'exception des patients visés à l'(article 90, § 2, alinéa premier, a), b) et) article 90, § 2, c) (et d)),) des tarifs s'écartant des tarifs de l'accord, dans la mesure où des tarifs maximaux sont fixés par la réglementation générale visée à l'article 130 et sont respectés par les médecins concernés. Cet élément de la réglementation générale doit, avant son application, être communiqué par le gestionnaire à la Commission paritaire médecins-hôpitaux et, par le biais de l'Institut national d'Assurance Maladie-Invalidité, aux organismes assureurs. <L 2006-12-13/35, art. 45, 2° et 3°, 030; En vigueur : 01-01-2007, mais voir L 2006-12-13/35, art. 47> <AR 2007-03-19/31, art. 1, 2°, 033; En vigueur : 01-01-2007>
  L'alinéa 2 est également d'application aux patients en hospitalisation de jour, pour les prestations définies par le Roi. (Le Roi définit également les catégories de patients en hospitalisation de jour admis dans des chambres de deux patients ou dans des chambres communes à l'égard desquels l'alinéa 2 est d'application pour toutes les prestations.) <L 2006-12-13/35, art. 45, 030; En vigueur : 01-01-2007>
  (Quand il s'agit d'une admission visée à l'article 90, § 2, alinéa 1er, d), des tarifs s'écartant des tarifs de l'accord peuvent être néanmoins appliqués à la condition que le séjour de l'enfant accompagné par un parent ait lieu dans une chambre individuelle à leur demande expresse et pour autant que les dispositions de l'article 90, § 1er, alinéa 2, soient respectées.) <AR 2007-03-19/31, art. 1, 2°, 033; En vigueur : 01-01-2007>
  § 3. Le gestionnaire et le Conseil médical se portent garants du fait que tous les patients visés au § 1er pourront être soignés aux tarifs de l'accord. Le gestionnaire, après concertation avec le Conseil médical, prend les initiatives nécessaires à cette fin et en informe le Conseil médical.
  Le Roi peut fixer des modalités pour l'application de l'alinéa 1.
  § 4. Au cas où un accord tel que visé à l'article 50 de la loi précitée du 14 juillet 1994 n'est pas en vigueur, les médecins peuvent, sans préjudice du § 5, alinéa 2, appliquer, à l'égard des patients visés au § 1er, alinéas 1er et 2, (à l'exception des patients visés à l'(article 90, § 2, alinéa premier, a), b) et) article 90, § 2, c) et d),) des tarifs qui s'écartent des tarifs qui servent de base au calcul de l'intervention de l'assurance, dans la mesure où, conformément aux règles prévues au § 2, alinéa 2, des tarifs maximaux ont été fixés et sont respectés par les médecins. Cet élément de la réglementation générale doit, avant son application, être communiqué par le gestionnaire à la Commission paritaire médecins-hôpitaux et, par le biais de l'Institut national d'Assurance Maladie-Invalidité, aux organismes assureurs. <L 2006-12-13/35, art. 45, 030; En vigueur : 01-01-2007> <AR 2007-03-19/31, art. 1, 3°, 033; En vigueur : 01-01-2007>
  L'alinéa 1er est également d'application aux patients en hospitalisation de jour, pour les prestations définies par le Roi. (Le Roi définit également les catégories de patients en hospitalisation de jour admis dans des chambres de deux patients ou dans des chambres communes, à l'égard desquels l'alinéa 1er est d'application pour toutes les prestations.) <L 2006-12-13/35, art. 45, 030; En vigueur : 01-01-2007>
  (Quand il s'agit d'une admission visée à l'article 90, § 2, alinéa 1er, d), des tarifs s'écartant des tarifs servant de base au calcul de l'intervention de l'assurance peuvent être néanmoins appliqués à la condition que le séjour de l'enfant accompagné par un parent ait lieu dans une chambre individuelle à leur demande expresse et pour autant que les dispositions de l'article 90, § 1er, alinéa 2, soient respectées.) <AR 2007-03-19/31, art. 1, 3°, 033; En vigueur : 01-01-2007>
  § 5. Le Roi définit les catégories de patients à l'égard desquels les médecins visés au § 2, ne peuvent appliquer des tarifs qui s'écartent des tarifs de l'accord.
  En ce qui concerne les patients visés à l'alinéa 1er, met au cas où il n'existe aucun accord tel que visé au § 4, les tarifs qui servent de base au calcul de l'intervention de l'assurance constituent les tarifs maximaux qui peuvent être appliqués par les médecins.
  (§ 6. Les médecins visés aux §§ 1er, 2 et 4, peuvent, sans préjudice du § 1er, alinéa 2, (§ 2, alinéa 4, et § 4, alinéa 3) appliquer, à l'égard des patients admis en chambres individuelles, des tarifs s'écartant des tarifs de l'accord, dans la mesure où des tarifs maximaux sont fixés par la réglementation générale visée à l'article 130 et sont respectés par les médecins concernés. Cet élément de la réglementation générale doit, avant son application, être communiqué par le gestionnaire à la Commission paritaire médecins-hôpitaux et, par le biais de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité, aux organismes assureurs.) <L 2006-12-13/35, art. 45, 030; En vigueur : 01-01-2007> <AR 2007-03-19/31, art. 1, 4°, 033; En vigueur : 01-01-2007>
  (§ 7. Les médecins visés aux §§ 1er, 2 et 4, ne peuvent appliquer de suppléments pour les honoraires forfaitaires payables par admission et/ou par journée d'hospitalisation relatifs aux prestations de biologie clinique ou d'imagerie médicale.) <L 2006-12-13/35, art. 45, 030; En vigueur : 01-01-2007>
  (§ 8. En cas d'admission d'un enfant accompagné par un parent tel que visé à l'article 90, § 2, premier alinéa, d) un document séparé est soumis à la signature du parent susvisé en même temps que la déclaration d'admission. Dans ce document est prévue la possibilité d'offrir une hospitalisation aux tarifs de l'accord ou, au cas où un accord n'est pas en vigueur, aux tarifs qui servent de base pour le calcul de l'intervention de l'assurance.
  Le parent accompagnant peut dans ce même document renoncer à cette possibilité et choisir expressément une chambre individuelle.
  En cas d'absence de ce document signé, les tarifs applicables, par dérogation aux §§ 1er, alinéa 2, et 2, alinéa 4, sont les tarifs de l'Accord, et, par dérogation au § 4, alinéa 3, les tarifs qui servent de base pour le calcul de l'intervention de l'assurance.) <AR 2007-03-19/31, art. 1, 5°, 033; En vigueur : 01-01-2007>
Art. 139. De beheerder neemt de nodige maatregelen om de patiënten in staat te stellen de lijsten te raadplegen waarin enerzijds de ziekenhuisgeneesheren zijn opgenomen die zich verbonden hebben de verbintenistarieven toe te passen en anderzijds de ziekenhuisgeneesheren die zich niet verbonden hebben de verbintenistarieven toe te passen. (...). <W 2002-01-14/39, art. 110, 021; Inwerkingtreding : 01-09-2004>
Art. 139. Le gestionnaire prend les dispositions nécessaires pour que les patients puissent consulter la liste mentionnant, d'une part, les médecins hospitaliers qui se sont engagés à appliquer les tarifs de l'engagement et, d'autre part, les médecins hospitaliers qui ne se sont pas engagés à appliquer les tarifs de l'engagement. (...). <L 2002-01-14/39, art. 110, 021; En vigueur : 01-09-2004>
Afdeling 3bis. - Inhoud van de honoraria.
Section 3bis. Le contenu des honoraires.
Art. 139bis. <INGEVOEGD bij KB 1997-04-16/32, art. 1, Inwerkingtreding : 10-05-1997> Onverminderd artikel 140 dekken de honoraria, centraal geïnd of niet, alle kosten die direct of indirect verbonden zijn aan de uitvoering van medische prestaties, zoals onder meer kosten van medisch, verpleegkundig, paramedisch, verzorgend, technisch, administratief, onderhouds- en ander hulppersoneel, kosten verbonden aan gebruik van lokalen, kosten van aanschaffing, vernieuwing, grote herstellingen en onderhoud van de benodigde uitrusting, kosten van materiaal en geneeskundige verbruiksgoederen en kosten van goederen en door derden geleverde diensten met betrekking tot de gemeenschappelijke diensten, die niet door (het budget van financiële middelen) worden vergoed. <W 2002-01-14/39, art. 111, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
Art. 139bis. Sans préjudice de l'article 140, les honoraires, perçus ou non de façon centrale, couvrent tous les frais directement ou indirectement liés à l'exécution de prestations médicales, tels que, notamment, les frais afférents aux personnels médical, infirmier, paramédical, soignant, technique, administratif, d'entretien, ainsi qu'à un autre personnel auxiliaire, les frais afférents à l'utilisation de locaux, les frais afférents à l'acquisition, au renouvellement, aux réparations importantes et à l'entretien de l'équipement requis, les frais liés au matériel et aux produits de consommation médicaux, ainsi que les frais afférents aux biens et aux services fournis par des tiers dans le cadre des services collectifs, qui ne sont pas financés par (le budget des moyens financiers). <L 2002-01-14/39, art. 111, 019; En vigueur : 22-02-2002>
Afdeling 4. - Aanwending van het bedrag van de centraal geïnde honoraria.
Section 4. - De l'affectation du montant des honoraires perçus de façon centrale.
Art. 140. § 1. De centraal geïnde honoraria worden aangewend voor :
  1° de betaling van de bedragen die aan de ziekenhuisgeneesheren verschuldigd zijn, overeenkomstig de regeling die krachtens artikel 131 op hen toepasselijk is;
  2° de dekking van de inningskosten van de honoraria, overeenkomstig het reglement van de dienst;
  3° de dekking van de kosten veroorzaakt door de medische prestaties die niet door (het budget) worden vergoed; <W 2002-01-14/39, art. 112, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  4° de verwezenlijking van de maatregelen om de medische aktiviteit in het ziekenhuis in stand te houden of te bevorderen.
  Onverminderd de toepassing van de artikelen 125 tot en met 129 geschiedt de aanwending van de honoraria, voor de ziekenhuisgeneesheren die niet vergoed worden volgens artikel 132, § 1, 4° of 5°, overeenkomstig de hierna volgende paragrafen.
  § 2. Vooraleer de verschuldigde bedragen aan de ziekenhuisgeneesheren te betalen, past de inningsdienst ter dekking van zijn inningskosten op elk bedrag een inhouding toe ten belope van de kosten die overeenkomstig het reglement van de dienst zijn gemaakt, met een maximum van 6 pct.
  § 3. De inningsdienst past daarenboven op de geïnde bedragen, ter dekking van alle kosten van het ziekenhuis veroorzaakt door de medische prestaties die niet door (het budget) worden vergoed, inhoudingen toe die in percenten kunnen worden uitgedrukt en worden vastgesteld op grond van tarieven bepaald in onderlinge overeenstemming tussen de beheerder en de Medische Raad. <W 2002-01-14/39, art. 112, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  De Koning kan een opsomming geven van de kosten waarmede wordt rekening gehouden voor de vaststelling van de hierboven bedoelde tarieven. Hij kan eveneens normen stellen voor de evaluatie en de aanrekening van de kosten.
  (Lid 3 opgeheven) <W 1993-08-06/30, art. 29, 009; Inwerkingtreding : 19-08-1993>
  § 4. Over de inhoudingen die in percenten kunnen worden uitgedrukt en de aanwending ervan met toepassing van § 1, 4°, wordt beslist in onderlinge overeenstemming tussen de Medische Raad en de beheerder.
  (§ 5. De overeenstemming tussen de beheerder en de Medische Raad, als bedoeld in §§ 3 en 4, is bindend voor de betrokken ziekenhuisgeneesheren, niettegenstaande elk andersluidend beding in de individuele overeenkomsten en benoemingsakten bedoeld in artikel 131.) <W 2002-01-14/39, art. 112, 019; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  (§ 6. Aan de in §§ 3 en 4 bedoelde overeenstemming tussen de beheerder en de medische raad kunnen slechts wijzigingen worden aangebracht voorzover deze niet tot gevolg hebben dat het totale jaarlijkse bedrag van de door het ziekenhuis verrichte inhoudingen bedoeld in §§ 3 en 4, het totale bedrag van bedoelde inhoudingen van 1 januari 2004 tot 31 december 2004 overschrijden.
  In afwijking van het eerste lid, wordt het bedoelde maximumbedrag aangepast in verhouding tot de wijziging van het totaal jaarlijks bedrag van de centraal geïnde honoraria ten aanzien van dit totale bedrag dat centraal werd geïnd in hoger vermelde referentieperiode.
  Deze paragraaf is niet van toepassing indien wordt voldaan aan één van de volgende gevallen :
  1° in het geval de in §§ 3 en 4 bedoelde overeenstemming wordt goedgekeurd door alle leden van de medische raad;
  2° voorzover de verhoging van de inhoudingen uitsluitend bestemd is voor infrastructuurwerken die een verbetering betekenen voor de werking van het ziekenhuis of voor de artsen en het verpleegkundig personeel van het ziekenhuis;
  3° voorzover de verhoging van de inhoudingen uitsluitend bestemd is voor het financieren van een herstelplan van een openbaar ziekenhuis, zoals opgelegd door de voogdijoverheid;
  4° voor zover de verhoging van de inhoudingen veroorzaakt is door structurele hervormingen, zoals een fusie, associatie of groepering.) <W 2005-04-27/34, art. 33, 028; Inwerkingtreding : 01-07-2005; Opheffing : 30-06-2006>
Art. 140. § 1. Les honoraires perçus de façon centrale sont affectes :
  1° au paiement aux médecins hospitaliers des sommes qui leur sont dues conformément à la réglementation qui leur est applicable en exécution de l'article 131;
  2° à la couverture des frais de perception des honoraires, conformément au règlement du service;
  3° à la couverture des frais occasionnés par les prestations médicales, qui ne sont pas financés par le (budget); <L 2002-01-14/39, art. 112, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  4° à titre de contribution à la mise en oeuvre de mesures de nature à maintenir ou à promouvoir l'activité médicale à l'hôpital.
  Sans préjudice de l'application des articles 125 à 129, l'affectation des honoraires pour les médecins hospitaliers qui ne sont pas rémunérés selon l'article 132, § 1er, 4° ou 5°, se fait conformément aux paragraphes suivants.
  § 2. Avant de payer aux médecins hospitaliers les sommes qui leur sont dues, le service de perception applique à chaque montant, pour la couverture de ses frais, une retenue correspondant aux frais engagés conformément au règlement du service et d'un maximum de 6 p.c.
  § 3. En outre, le service de perception applique aux montants perçus, pour la couverture de tous les frais de l'hôpital occasionnés par les prestations médicales, qui ne sont pas financés par le (budget), des retenues qui peuvent être exprimées en pourcentage et qui sont établies sur la base de tarifs fixés d'un commun accord entre le gestionnaire et le Conseil médical. <L 2002-01-14/39, art. 112, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  Le Roi peut énumérer les frais à prendre en compte pour la fixation des tarifs susmentionnés. Il peut également fixer des critères d'évaluation et d'imputation des frais.
  (Alinéa 3 abrogé) <L 1993-08-06/30, art. 29, 009; En vigueur : 19-08-1993>
  § 4. A propos des retenues qui peuvent être exprimées en pourcentage et de l'affectation de celles-ci en application du § 1er, 4°, le gestionnaire et le Conseil médical décident d'un commun accord.
  (§ 5. L'accord entre le gestionnaire et le Conseil médical tel que visé aux §§ 3 et 4, est contraignant pour les médecins hospitaliers concernés, nonobstant toute stipulation contraire dans les conventions ou les actes de nomination individuels visés à l'article 131.) <L 2002-01-14/39, art. 112, 019; En vigueur : 22-02-2002>
  (§ 6. L'accord entre le gestionnaire et le conseil médical visé au §§ 3 et 4, ne peut être modifie que pour autant que ceci n'implique pas que le montant annuel total des retenues opérées par l'hôpital, visées aux §§ 3 et 4, dépasse le montant total de ces retenues du 1er janvier 2004 au 31 décembre 2004.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le montant maximum visé à l'alinéa 1er est adapté en fonction de la variation du montant total annuel des honoraires perçus de façon centrale par rapport à ce montant total qui est perçu de façon centrale dans la période de référence susmentionnée.
  Le présent paragraphe ne s'applique pas si l'un des cas suivants est satisfait :
  1° dans le cas où l'accord visé aux §§ 3 et 4 est approuvé par tous les membres du conseil médical;
  2° pour autant que l'augmentation des retenues soit uniquement destinée à des travaux d'infrastructure qui signifient une amélioration pour le fonctionnement de l'hôpital ou pour les médecins et le personnel infirmier de l'hôpital;
  3° pour autant que l'augmentation des retenues soit uniquement destinée au financement d'un plan de redressement d'un hôpital public comme imposé par l'autorité de tutelle;
  4° pour autant que l'augmentation des retenues soit occasionnée par des réformes structurelles telles qu'une fusion, une association ou un groupement.) <L 2005-04-27/34, art. 33, 028; En vigueur : 01-07-2005; Abrogé : 30-06-2006>
Afdeling 5. - Vordering van de bedragen verschuldigd voor de gehospitaliseerde patiënten.
Section 5. - Réclamation des montants dus pour les patients hospitalisés.
Art. 141. Onverminderd de toepassing van de artikelen 133 tot 136, mag de betaling der medische prestaties met betrekking tot gehospitaliseerde patiënten niet afzonderlijk gevorderd worden maar moet de facturatie van de verschuldigde bedragen gevoegd worden bij de facturatie door het ziekenhuis van de overige voor de hospitalisatie verschuldigde bedragen.
  De Koning bepaalt de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel. (Voor de toepassing van het vorige lid, dient onder gehospitaliseerde patiënten te worden verstaan : de patiënt die opgenomen wordt in een ziekenhuis en er al dan niet verblijft en voor wie medische prestaties worden verricht waarvoor de wettelijke verplichting voor de derde betaler geldt. De Koning kan de definitie van gehospitaliseerde patiënt aanpassen.) <W 1989-12-22/31, art. 112, 003; Inwerkingtreding : 30-12-1989>
Art. 141. Sans préjudice de l'application des articles 133 à 136, le paiement des prestations médicales dispensées aux patients hospitalisés ne peut être réclamé séparément, mais la facturation des sommes dues doit être jointe à la facturation par le gestionnaire des autres montants dus pour l'hospitalisation.
  Le Roi fixe les modalités d'application de cet article. (Pour l'application de l'alinéa précédent, il faut entendre par patient hospitalisé : le patient admis dans un hôpital, y séjournant ou non, et bénéficiant de prestations médicales pour lesquelles s'applique l'obligation du tiers payant. Le Roi peut adapter la définition de patient hospitalisé.) <L 1989-12-22/31, art. 112, 003; En vigueur : 30-12-1989>
Afdeling 6. - Procedure.
Section 6. - De la procédure.
Art. 142. Indien tussen de beheerder en de Medische Raad binnen de drie maanden geen overeenstemming wordt bereikt als bedoeld in de artikelen 135 en 136 en in artikel 140, §§ 3 en 4, doet de beheerder een voorstel van oplossing en legt dit aan de Medische Raad voor.
  Indien de Medische Raad over dat voorstel binnen een maand een schriftelijk en gemotiveerd advies uitbrengt met een meerderheid van tweederde van de stemgerechtigde leden en indien de beheerder zich niet kan aansluiten bij het advies, wordt de in de artikelen 127 en 128, §§ 1, 2 en 3, bepaalde procedure gevolgd.
Art. 142. Faute, pour le gestionnaire et le Conseil médical, de dégager endéans les trois mois l'accord visé aux articles 135 et 136 et à l'article 140, §§ 3 et 4, le gestionnaire fait une proposition de solution et la soumet au Conseil médical.
  Lorsqu'à la suite de cette proposition, le Conseil médical donne dans le mois un avis écrit et motivé, émis à la majorité des deux tiers des membres ayant droit de vote et que le gestionnaire ne peut s'y rallier, la procédure prévue aux articles 127 et 128, §§ 1er, 2 et 3, est suivie.
Hoofdstuk IIIbis. - Pensioen voor geneesheren in verplegingsinstellingen die tot de openbare sector behoren.
Chapitre IIIbis. - Pension pour les médecins des institutions hospitalières relevant du secteur public.
Art. 142bis. <INGEVOEGD bij W 1991-07-20/31, art. 62, Inwerkingtreding : 11-08-1991> § 1. De geneesheren van de ziekenhuizen die door een publiekrechtelijk rechtspersoon worden beheerd kunnen aanspraak maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist of op een rustpensioen toegekend krachtens hoofdstuk VI van de nieuwe gemeentewet, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld :
  1° door de bevoegde overheid statutair benoemd zijn bij een akte waaruit de voorwaarden van bezoldiging, geldelijke anciënniteit en desgevallend verhoging in graad blijken;
  2° ten laste van het ziekenhuis recht gehad hebben ofwel op een forfaitaire vergoeding bestaande uit een wedde ofwel op een vaste vergoeding, zoals voorzien in artikel 132, § 1, 4° en 5°, van deze wet.
  § 2. Voor de in de schoot van de onder § 1 bedoelde instellingen gepresteerde diensten, worden enkel de jaren gedurende welke die geneesheren werden bezoldigd volgens de modaliteiten voorzien onder 2° van § 1, in aanmerking genomen voor de berekening van het pensioen, welke ook de instelling weze die belast is met de betaling van het pensioen. Indien zij werden bezoldigd volgens het systeem voorzien in voormeld artikel 132, § 1, 5°, wordt bovendien enkel de vaste vergoeding in aanmerking genomen.
  § 3. De geneesheren bedoeld in § 1 die vóór het van kracht worden van dit artikel bezoldigd werden volgens één der systemen voorzien bij artikel 132, § 1, 1°, 2° en 3°, van deze wet en die voor hun activiteiten in het ziekenhuis uitsluitend bijdragen hebben betaald in het sociale zekerheidsstelsel der zelfstandigen, worden geacht enkel aan het laatstgenoemde stelsel wettelijk onderworpen te zijn geweest.
  Deze bepaling is evenwel niet van toepassing op de geneesheren die hun activiteit voltijds hebben uitgeoefend in de schoot van het ziekenhuis en die voor deze activiteit niet rechtstreeks honoraria ontvangen hebben.
  § 4. De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de uitvoeringsmodaliteiten van de §§ 2 en 3.
Art. 142bis. § 1. Les médecins des hôpitaux gérés par une personne morale de droit public peuvent prétendre à une pension de retraite à charge du Trésor public ou à une pension de retraite accordée en vertu du chapitre VI de la nouvelle loi communale pour autant que les conditions suivantes soient réunies :
  1° être nommé à titre statutaire de l'autorité compétente par un acte dont ressortent les conditions de rémunération, de l'ancienneté pécuniaire et, le cas échéant, de l'avancement de grade;
  2° avoir eu droit à charge de l'hôpital soit à une rémunération forfaitaire constituée d'un salaire soit à une indemnité fixe, telles que prévues à l'article 132, § 1er, 4° et 5°, de cette loi.
  § 2. Pour les services prestés au sein des institutions visées au § 1er, seules les années durant lesquelles ces médecins ont été rémunérés selon les modalités prévues au 2° du § 1er sont prises en compte pour le calcul de la pension, quelle que soit l'institution chargée du paiement de la pension. En outre, s'ils ont été rémunérés selon le système prévu à l'article 132, § 1er, 5°, précité, seule l'indemnité fixe est prise en considération.
  § 3. Les médecins visés au § 1er qui, antérieurement à l'entrée en vigueur du présent article, étaient rémunérés selon un des systèmes prévus à l'article 132, § 1er, 1°, 2° et 3°, de cette loi et qui, pour leurs activités à l'hôpital, ont cotisé exclusivement dans le régime de sécurité sociale des travailleurs indépendants, sont réputés avoir été légalement assujettis à ce dernier régime.
  La présente disposition n'est toutefois pas applicable aux médecins qui ont exercé à temps plein leur activité au sein de l'hôpital et n'ont pas perçu pour celle-ci directement les honoraires.
  § 4. Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités d'exécution des §§ 2 et 3.
HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions transitoires.
Art. 143. § 1. De stelsels van centrale inning die van kracht zijn op 31 december 1983, blijven toepasselijk volgens de op die datum geldende modaliteiten, behalve indien de beheerder en de Medische Raad in onderlinge overeenstemming anders beslissen; de voorwaarden met betrekking tot de inrichting en het toezicht zoals bepaald in de artikelen 133 tot 136, moeten evenwel vervuld zijn op 16 mei 1986.
  § 2. In afwijking van de artikelen 133 en 134 kan de geneesheer die op 31 december 1983 sedert ten minste twintig jaar zijn praktijk in een aan deze gecoördineerde wet onderworpen ziekenhuizen uitoefent en op die datum zelf zijn honoraria int, deze honoraria zelf blijven innen, voor zover hij zijn voornemen aan de Medische Raad en aan de beheerder betekent binnen drie maanden na 16 mei 1986 en de Medische Raad daarmee instemt. De Medische Raad betekent deze instemming aan de beheerder.
  § 3. De geneesheer die zijn honoraria met toepassing van § 2 zelf blijft innen, is niet verkiesbaar als lid van de Medische Raad.
Art. 143. § 1. Les systèmes de perception centrale tels qu'ils sont organisés le 31 décembre 1983, continuent à s'appliquer selon les modalités en vigueur à cette date, sauf si le gestionnaire et le Conseil médical en décident autrement d'un commun accord; toutefois, les conditions relatives à l'organisation et au contrôle, fixées aux articles 133 à 136 doivent être remplies au 16 mai 1986.
  § 2. Par dérogation aux articles 133 et 134, le praticien qui, à la date du 31 décembre 1983, exerce depuis vingt ans au minimum dans une institution soumise à la présente loi coordonnée et qui, à cette date, perçoit lui-même ses honoraires, peut continuer à les percevoir lui-même pour autant qu'il notifie ses intentions au Conseil médical et au gestionnaire dans les trois mois qui suivent le 16 mai 1986 et pour autant que le Conseil médical marque son accord. Le Conseil médical notifie cet accord au gestionnaire.
  § 3. Le médecin qui, en application du § 2, continue à percevoir lui-même ses honoraires, n'est pas éligible comme membre du Conseil médical.
Art. 144. De bepalingen van Titel IV doen geen afbreuk aan de verdere toepassing van de op 31 december 1983 bestaande regelingen die, in vergelijking met deze gecoördineerde wet, hetzij een verdergaande betrokkenheid van de ziekenhuisgeneesheren bij de besluitvorming, hetzij een grotere juridische of financiële integratie van de ziekenhuisgeneesheren in het ziekenhuis inhouden.
Art. 144. Les dispositions du Titre IV ne portent pas préjudice à l'application ultérieure des régimes en vigueur au 31 décembre 1983 qui, par rapport à la présente loi coordonnée, impliquent soit une association plus poussée des médecins hospitaliers à la prise de décisions, soit une intégration juridique ou financière plus étroite des médecins hospitaliers à l'hôpital.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions finales.
Art. 145. Omtrent de uitvoering van de artikelen 7 en 9, en omtrent alle uitvoeringsbesluiten van Titel IV wordt het advies ingewonnen van de Nationale Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen.
Art. 145. L'avis de la Commission nationale paritaire médecins-hôpitaux est demandé sur l'exécution des articles 7 et 9 et sur tous les arrêtés d'exécution du Titre IV.
Art. 146. § 1. Elk ziekenhuis doet aan het Secretariaat van de Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen mededeling van de wijze waarop aan Titel IV gevolg wordt gegeven, in voorkomend geval met vermelding van de materies waarvoor de bepalingen van de artikelen 143 en/of 144 worden ingeroepen; tevens wordt meegedeeld voor welke geneesheren de Medische Raad de in artikel 143, § 2, bepaalde instemming heeft gegeven.
  De inhoud van de door de beheerder te verstrekken mededeling wordt voorgelegd aan de Medische Raad. Indien de beheerder en de Medische Raad van mening verschillen omtrent de inhoud van de mededeling, worden de opmerkingen van de Medische Raad gevoegd bij de mededeling van de beheerder.
  § 2. Het Secretariaat van de Paritaire Commissie onderzoekt de meegedeelde dokumenten. Indien volgens het Secretariaat twijfel bestaat omtrent de conformiteit met de wet of indien er een verschil van mening blijkt te bestaan tussen de beheerder en de Medische Raad omtrent de toepassing van de wet, wordt het dossier met de opmerkingen van het Secretariaat onderzocht door een in de schoot van het Paritair Comité opgerichte werkgroep ad hoc.
  Indien, niettegenstaande het overleg met de betrokkenen, de twijfel omtrent de conformiteit met de wet blijft bestaan of het meningsverschil tussen de beheerder en de Medische Raad niet kan worden weggewerkt, wordt het dossier doorgegeven aan het Bureau van de Paritaire Commissie; het Bureau neemt de passende initiatieven om het meningsverschil weg te werken.
Art. 146. § 1. Chaque hôpital doit informer le Secrétariat de la Commission paritaire médecins-hôpitaux de la façon dont le Titre IV est respecté; le cas échéant, il communique pour quelles matières les dispositions des articles 143 et/ou 144 sont invoquées; il communique aussi pour quel médecin le Conseil médical a donné l'accord prévu à l'article 143, § 2.
  Le contenu des informations à transmettre par le gestionnaire est soumis au Conseil médical. Si le gestionnaire et le Conseil médical divergent de vues quant au contenu des informations, les remarques du Conseil médical sont jointes à la communication du gestionnaire.
  § 2. Le Secrétariat de la Commission paritaire examine les documents transmis. Si le Secrétariat estime qu'il y a doute quant à la conformité avec la loi ou s'il apparaît qu'il y a divergence de vues entre le gestionnaire et le Conseil médical concernant l'application de la loi, le dossier accompagné des remarques du Secrétariat est examiné par un groupe de travail ad hoc constitué au sein de la Commission paritaire.
  Si, malgré la concertation avec les intéressés, le doute quant à la conformité avec la loi subsiste ou si les divergences de vues entre gestionnaire et Conseil médical ne peuvent être levées, le dossier est transmis au bureau de la Commission paritaire; le bureau prend toute initiative utile permettant de lever les divergences de vues.
Art. 147. Wat betreft de ziekenhuizen beheerd door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en de in die ziekenhuizen werkzame geneesheren, strekken de bepalingen van deze gecoördineerde wet tot aanvulling van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en met name van de artikelen 48, 51, 52, 53, 54, 55, 56 en 94 van die wet.
Art. 147. En ce qui concerne les hôpitaux gérés par un centre public d'aide sociale et les médecins qui travaillent dans ces hôpitaux, les dispositions de la présente loi coordonnée complètent la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'aide sociale et plus particulièrement les articles 48, 51, 52, 53, 54, 55, 56 et 94 de cette loi.
Art. 148. Onverminderd de toepassing van de in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van zesentwintig tot tweeduizend frank, of met één van die straffen alleen :
  1° hij die, met overtreding van artikel 120, een ziekenhuis exploiteert zonder dat een Medische Raad werd opgericht of hij die verhindert dat er een Medische Raad wordt opgericht;
  2° hij die, met overtreding van artikel 126, het verplichte advies van de Medische Raad niet inwint of hij die, in voorkomend geval, de in de artikelen 127 en 128 bepaalde procedure niet volgt;
  3° hij die, met overtreding van de artikelen 133 tot 137 en 143, de bepalingen inzake de centrale inning niet toepast, of de centrale inning op enige wijze bemoeilijkt;
  4° hij die, met overtreding van de artikelen 138 en 139, de bepalingen inzake de toepassing van de tarieven niet naleeft of doet naleven;
  5° hij die, met overtreding van artikel 140, de bepalingen inzake de aanwending van de centraal geïnde honoraria niet toepast;
  6° hij die, met overtreding van artikel 146, de gegevens aan de Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen niet meedeelt.
Art. 148. § 1. Sans préjudice de l'application des peines comminées par le Code pénal, est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de vingt-six à deux mille francs, ou d'une de ces peines seulement :
  1° celui qui, en contravention a l'article 120, exploite un hôpital sans qu'il soit créé un Conseil médical ou celui qui empêche qu'un Conseil médical soit créé;
  2° celui qui, en contravention à l'article 126, ne demande pas l'avis obligatoire du Conseil médical ou qui le cas échéant, ne suit pas la procédure visée aux articles 127 et 128;
  3° celui qui, en contravention aux articles 133 à 137 et 143, n'applique pas les dispositions en matière de perception centrale ou qui rend cette dernière difficile d'une manière quelconque;
  4° celui qui, en contravention aux articles 138 et 139, ne respecte pas ou ne fait pas respecter les dispositions concernant l'application des tarifs;
  5° celui qui, en contravention à l'article 140, n'applique pas les dispositions relatives à l'affectation des honoraires perçus d'une façon centrale;
  6° celui qui, en contravention à l'article 146, ne communique pas les données à la Commission paritaire médecins-hôpitaux.
Art. 149. Bij herhaling binnen 2 jaar na een in kracht van gewijsde gegane vonnis van veroordeling wegens één van de misdrijven bedoeld in artikel 148 kunnen de straffen worden verdubbeld.
Art. 149. En cas de récidive dans les 2 années qui suivent un jugement de condamnation du chef d'une des infractions visées à l'article 148, passées en force de chose jugée, les peines peuvent être portées au double.
Art. 150. De natuurlijke of rechtspersonen die een ziekenhuis of een dienst met overtreding van de bepalingen van artikel 70 en van Titel IV exploiteren, zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboeten en de gerechtskosten.
Art. 150. La personne physique ou morale qui exploite un hôpital ou un service, en infraction aux dispositions de l'article 70 et du Titre IV, est civilement responsable du paiement des amendes et des frais de justice.
Art. 151. De bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met inbegrip van Hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de misdrijven bepaald bij Titel IV.
Art. 151. Les dispositions du livre premier du Code pénal, le chapitre VII et l'article 85 non exceptés, sont applicables aux infractions prévues par le Titre IV.
Art. N1. BIJLAGE I. BEPALINGEN NIET OPGENOMEN IN DE COORDINATIE.
  Wet van 23 december 1963.
Art. N1. ANNEXE 1. DISPOSITIONS NON REPRISES DANS LA COORDINATION.
  Loi du 23 décembre 1963.
Art. 1N1. Artikel 6bis. Het Fonds zorgt voor de vereffening, het betalingsbevel en de betaling van de door de Staat verleende hulp bij het van kracht worden van deze wet.
  Het neemt het beheer over van het saldo van de kredieten die betrekking hebben op die hulpverlening en die nog beschikbaar zijn op de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin bij het van kracht worden van deze wet.
Art. 1N1. Article 6bis. Le Fonds assure la liquidation, l'ordonnancement et le paiement des aides consenties par l'Etat au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi.
  Il reprend la gestion du solde des crédits afférents à ces aides et disponibles au budget du Ministère de la Santé publique et de la Famille au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art. 2N1. Artikel 13. § 1. Indien een commissie van openbare onderstand of een intercommunale vereniging bevattende één of meerdere commissies van openbare onderstand of gemeenten het bewijs levert dat er voor de periode 1967 tot 1973 ongedekte tekorten blijven bestaan in de beheersrekeningen van haar ziekenhuizen, kan zij er door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, toe gemachtigd worden bij het Gemeentekrediet van België, in de vorm van lening, de nodige fondsen op te nemen tot aanzuivering van die tekorten.
  De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, stelt het bedrag van die tekorten vast volgens door de Koning te bepalen maatstaven. De bedragen nodig voor de aflossing en de interest van deze leningen worden uitgetrokken op de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid en het Gezin; de vereffening ervan gebeurt rechtstreeks aan het Gemeentekrediet van België.
  § 2. Met ingang van het dienstjaar 1974 worden de eventuele tekorten in de beheersrekeningen van de ziekenhuizen van de commissies van openbare onderstand of van de intercommunale verenigingen bevattende één of meerdere commissies van openbare onderstand of gemeenten gedekt overeenkomstig de volgende regelen :
  1° Als tekorten komen in aanmerking die welke het gevolg zijn van ziekenhuisactiviteiten waarmede geen rekening is gehouden voor het vaststellen van de normale prijs van de verpleegdag of voor het vaststellen van het aanvullend bedrag waarmede de normale prijs van de verpleegdag mag worden verhoogd op grond van artikel 9.
  De Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, stelt jaarlijks het bedrag van die tekorten vast volgens door de Koning te bepalen maatstaven.
  2° 10 pct. van de aldus vastgestelde tekorten komen ten laste van de gemeente wier commissie van openbare onderstand het ziekenhuis beheert, of in geval van een intercommunale vereniging ten laste van de ondergeschikte besturen die ze samenstellen.
  De overige 90 pct. worden ten laste gelegd van de gemeenten in verhouding tot het aantal in het ziekenhuis opgenomen inwoners. Die aantallen worden ieder jaar bepaald aan de hand van de opnemingsstatistiek van het jaar waarop de tekorten betrekking hebben.
  3° De verdeling van de tekorten over de verschillende gemeenten wordt vastgesteld door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort.
  Een uittreksel van zijn beslissing wordt medegedeeld aan de ondergeschikte besturen die het tekort moeten dragen en die het ziekenhuis beheren.
  Zijn beslissing wordt eveneens ter kennis gebracht aan het Gemeentekrediet van België opdat de bedragen ambtshalve worden geboekt op de rekeningen van de betrokken ondergeschikte besturen.
  4° De gemeenten die zijn tussengekomen volgens de hierboven bepaalde regelen vorderen het bedrag van hun tussenkomst geheel of gedeeltelijk terug van hun openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn indien op de goedgekeurde gewone begroting van dit centrum geen toelage is ingeschreven ten laste van de gemeente, en dit voor het dienstjaar waarop het ziekenhuistekort betrekking heeft.
  Binnen 30 dagen na ontvangst van de betekening van de beslissing tot terugvordering kan het betrokken O.C.M.W. zijn bemerkingen laten kennen aan de Bestendige Deputatie. Deze doet binnen 60 dagen na ontvangst ervan uitspraak. Bij ontstentenis van uitspraak binnen deze termijn worden de bezwaren gegrond geacht.
  5° Elke gemeente waarvan de inwoners meer dan 10 pct. van het totaal aantal ziekenhuisopnamen uitmaken, of gebeurlijk de gemeente met het hoogste opnamecijfer, mag één van haar raadsleden aanduiden als lid van het beheerscomité van het ziekenhuis met raadgevende stem.
  6° De bepalingen van deze paragraaf houden op uitwerking te hebben als de verrichtingen met betrekking tot de vóór 1 januari 1983 opgelopen tekorten afgesloten zullen zijn;
  § 3. De gemeenten die niet vallen onder de toepassing van artikel 77 van de wet van 5 januari 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1975-1976, kunnen gemachtigd worden door de Minister van Binnenlandse Zaken bij het Gemeentekrediet van België een consolidatielening aan te gaan tot aanzuivering van het tekort op de gewone dienst van hun rekening over het jaar 1975 zoals het door de Koning bepaald wordt en voor een bedrag dat niet hoger mag zijn dan hun lasten ten gevolge van § 2 van dit artikel.
  De bedragen nodig voor de aflossing en de betaling van deze leningen worden uitgetrokken op de Rijksbegroting.
  § 4. De Koning bepaalt de modaliteiten van uitvoering van §§ 2 en 3.
Art. 2N1. Article 13. § 1. Si une commission d'assistance publique ou une association intercommunale comprenant une ou plusieurs commissions d'assistance publique ou communes justifie que, pour la période 1967-1973 il y a encore des déficits non couverts des comptes de gestion de ces hôpitaux, elle peut être autorisée par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions d'emprunter auprès du Crédit Communal de Belgique les fonds nécessaires à l'apurement de ces déficits.
  Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions fixe le montant de ces déficits selon des critères que le Roi détermine. Le montant nécessaire au remboursement et au paiement des intérêts de ces emprunts sont inscrits au budget du Ministère de la Santé publique et de la Famille; la liquidation de ces montants se fait directement au Crédit Communal de Belgique.
  § 2. A partir de l'exercice 1974, le déficit éventuel des comptes de gestion des hôpitaux des commissions d'assistance publique ou des associations intercommunales comprenant une ou plusieurs commissions d'assistance publique ou communes sont couverts conformément aux règles suivantes :
  1° Les déficits pris en considération sont ceux qui résultent d'activités hospitalières dont il n'a pas été tenu compte pour la fixation du prix normal de la journée d'entretien ou pour la fixation du complément dont le prix normal de la journée d'entretien peut être augmenté en application de l'article 9.
  Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, fixe annuellement le montant de ces déficits, selon les critères que le Roi détermine.
  2° 10 p.c. des déficits ainsi fixés sont à charge de la commune dont la commission d'assistance publique gère l'hôpital ou dans le cas d'une association intercommunale à charge des pouvoirs subordonnés qui la composent.
  Les 90 p.c. restants sont mis à charge des communes au prorata du nombre d'habitants admis à l'hôpital. Ces nombres sont fixés annuellement sur base des statistiques d'admission de l'année à laquelle se rapportent les déficits.
  3° La répartition des déficits entre les différentes communes est fixée par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions.
  Un extrait de sa décision est communiqué aux administrations subordonnées qui doivent couvrir le déficit et qui gèrent l'hôpital.
  Sa décision est également portée à la connaissance du Crédit Communal de Belgique afin de porter d'office ces montants aux comptes des administrations subordonnées intéressées.
  4° Les communes qui sont intervenues selon les règles précitées récupèrent en tout ou en partie, le montant de leur intervention, à charge de leur centre public d'aide sociale, pour autant qu'au budget ordinaire approuvé de ce centre n'ait pas été inscrit un subside à charge de la commune et ce, pour l'exercice auquel se rapporte le déficit de l'hôpital.
  Dans les 30 jours qui suivent la réception de la notification de la décision de récupération, le C.P.A.S. intéressé peut faire connaître ses remarques à la Députation permanente. Celle-ci statue dans les 60 jours après leur réception. S'il n'est pas statué dans ce délai, les remarques sont censées être fondées.
  5° Toute commune dont les habitants représentent plus de 10 p.c. du nombre total des admissions, ou éventuellement la commune ayant le chiffre d'admission le plus élevé, a le droit de désigner l'un de ses conseillers comme membre du comité de gestion de l'hôpital avec voix consultative.
  6° Les dispositions de ce paragraphe cesseront leurs effets lorsque seront clôturées les opérations relatives aux déficits cumulés avant le 1er janvier 1983;
  § 3. Les communes qui ne tombent pas sous l'application de l'article 77 de la loi du 5 janvier 1977 relative aux propositions budgétaires 1975-1976, peuvent être autorisées par le Ministre de l'Intérieur à contracter un emprunt de consolidation auprès du Crédit Communal de Belgique pour apurer le déficit du service ordinaire du compte de l'année 1975 tel qu'il est fixé par le Roi et pour un montant qui ne peut dépasser leurs charges résultant du § 2 du présent article.
  Les montants nécessaires au remboursement et au paiement des intérêts de ces emprunts sont inscrits au budget de l'Etat.
  § 4. Le Roi détermine les modalités d'exécution des §§ 2 et 3.
Art. 3N1. Artikel 20. § 1. In afwijking van de bepaling van de artikelen 5, 9 en 12, §§ 1 en 3, en bij wijze van overgangsmaatregel voor de jaren 1964 en 1965 :
  1° Wordt als de normale prijs van de verpleegdag beschouwd, overeenkomstig artikel 8, het bedrag van de terugbetaling dat in aanmerking genomen wordt op 1 januari 1964 door de verzekeringsinstellingen in het raam van de wetgeving op de ziekte- en invaliditeitsverzekering, vermeerderd met een forfaitair bedrag van 40 frank in 1964 en 50 frank in 1965.
  De Staat verleent bij wijze van tussenkomst in deze verhoging een toelage die respectievelijk 20 en 30 frank bedraagt.
  2° Verleent de Staat in 1964 en 1965 een bijkomende forfaitaire toelage van 150 frank per dag in een universitair ziekenhuis.
  § 2. Ingeval een nieuw feit zich voordoet dat een weerslag heeft op de kostprijs van de verpleegdag, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de forfaitaire bedragen bepaald in § 1, 1°, eerste lid van dit artikel tijdens de overgangsperiode verhogen.
  § 3. Wanneer, op grond van de beheersrekeningen over het eerste semester van een dienstjaar tijdens de overgangsperiode, de beheerder van een ziekenhuis het bewijs levert dat de prijs zoals bepaald in § 1, 1°, van dit artikel, eventueel verhoogd overeenkomstig het bepaalde in § 2, niet volstaat tot volledige dekking van de kosten per verpleegdag, zoals deze bepaald zijn in artikel 5, § 2, kan de normale prijs van de verpleegdag, bij gemene beslissing van de Ministers tot wier bevoegdheid de Sociale Voorzorg en de Volksgezondheid behoren, voor het eerstvolgend dienstjaar aangepast worden tot een maximum van 40 frank.
  § 4. De bedragen van de vermeerderingen, verhogingen en aanpassingen bedoeld in de §§ 1, 2 en 3 van dit artikel en die door de staatstussenkomst niet gedekt zijn, worden ten laste genomen, naar gelang van het geval, hetzij door de verzekeringsinstellingen, hetzij door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen of het Nationaal Werk voor oorlogsinvaliden, hetzij door de commissies van openbare onderstand of de Staat, hetzij door het Speciaal Onderstandsfonds.
  § 5. In afwijking van het bepaalde in artikel 8, § 2, wordt de beheerder van een ziekenhuis gedurende de overgangsperiode ertoe gemachtigd, onder oogpunt van de normale prijs van de verpleegdag, als afzonderlijke kamer in aanmerking te nemen, een kamer waarin twee zieken kunnen opgenomen worden, op voorwaarde dat ten minste de helft van het aantal bedden in zijn ziekenhuis beschikbaar kan gesteld worden voor het onderbrengen van zieken die in een gemeenschappelijke kamer wensen opgenomen te worden.
  § 6. In geval een commissie van openbare onderstand, niettegenstaande de toepassing van de §§ 2 en 3 van dit artikel, het bewijs levert dat zij gedurende de overgangsperiode niet bij machte is een eventueel tekort in de beheersrekeningen van haar ziekenhuizen met eigen middelen te dekken, kan de gemeente ertoe gemachtigd worden, in de vorm van leningen de nodige fondsen tot aanzuivering van dit tekort voor te schieten, indien zij het bewijs levert dat zij niet in staat is zelf de uitgave te dekken door het verlenen van een toelage of niet.
  De voorwaarden, de regeling en de bedragen van deze leningen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de Koning op de voordracht van de Ministers tot wier bevoegdheid Volksgezondheid, Binnenlandse Zaken en Financiën behoren.
  De lasten van rente en aflossing die, voor deze leningen, betrekking hebben op de jaren 1964 en 1965, zullen aan de gemeente terugbetaald worden, voor rekening van de commissie van openbare onderstand, door voorafneming op de dotatie, ingesteld bij artikel 18 van de wet van 24 december 1948; de lasten welke betrekking hebben op de jaren 1966 en volgende zullen door de Staat aan de gemeente, eveneens voor rekening van de commissie van openbare onderstand, worden terugbetaald.
  § 7. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de overgangsregeling in stand houden in 1966° in dat geval kan Hij ofwel de in het 1° en het 2° van § 1 van dit artikel voor 1965 bepaalde bedragen behouden, ofwel deze bedragen op passende wijze vermeerderen.
Art. 3N1. Article 20. § 1. Par dérogation aux dispositions des articles 5, 9 et 12, §§ 1er et 3, et à titre de mesure transitoire pour les années 1964 et 1965 :
  1° Est considéré comme prix normal de la journée d'entretien, conformément à l'article 8, le taux de remboursement appliqué le 1er janvier 1964 par les organismes assureurs dans le cadre de la législation en matière d'assurance maladie-invalidité, majoré d'un montant forfaitaire de 40 francs en 1964 et de 50 francs en 1965.
  L'Etat intervient dans cette majoration par l'octroi d'un subside respectivement de 20 et 30 francs.
  2° L'Etat alloue un subside forfaitaire complémentaire de 150 francs par journée dans un hôpital universitaire en 1964 et en 1965.
  § 2. En cas de survenance d'un fait nouveau ayant une répercussion sur le coût de la journée d'entretien, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, augmenter pendant la période transitoire les montants forfaitaires prévus au § 1er, 1°, premier alinéa du présent article.
  § 3. Lorsque sur la base des comptes de gestion du premier semestre d'un exercice de la période transitoire, le gestionnaire d'un hôpital justifie que le prix tel qu'il est défini au § 1er, 1° du présent article, augmenté éventuellement conformément au § 2, n'a pas permis de couvrir entièrement les frais par journée d'entretien, tels que définis à l'article 5, § 2, le prix normal de la journée d'entretien peut, par décision conjointe des Ministres qui ont la Prévoyance sociale et la Santé publique dans leurs attributions, être ajusté pour l'exercice suivant au maximum de 40 francs.
  § 4. Les montants des majorations, augmentations et ajustements, visés au §§ 1er, 2 et 3 du présent article et qui ne sont pas couverts par l'intervention de l'Etat sont pris en charge selon le cas soit par les organismes assureurs, soit par la Société nationale des chemins de fer belges ou l'Oeuvre nationale des invalides de la guerre soit par les commissions d'assistance publique ou l'Etat, soit par le Fonds spécial d'assistance.
  § 5. Par dérogation aux dispositions de l'article 8, § 2, le gestionnaire d'un hôpital est autorisé pendant la période transitoire à considérer comme chambre particulière, au point de vue du prix normal de la journée d'entretien, une chambre où deux malades peuvent être admis, à condition qu'au moins la moitié du nombre de lits de son hôpital puisse être affectée au séjour de malades qui désirent être hospitalisés en chambre commune.
  § 6. Si, malgré l'application des §§ 2 et 3 du présent article, une commission d'assistance publique justifie qu'elle n'est pas à même de couvrir pendant la période transitoire par ses propres moyens un déficit éventuel des comptes de gestion de ses hôpitaux, la commune peut être autorisée à avancer, sous forme de prêts, les fonds nécessaires à l'apurement de ce déficit, si elle établit qu'il ne lui est pas possible de couvrir elle-même la dépense par une subvention allouée à fonds perdus.
  Les conditions, modalités et montants de ces prêts sont soumis à l'approbation du Roi sur proposition des Ministres qui ont la Santé publique, l'Intérieur et les Finances dans leurs attributions.
  Les charges d'intérêt et de remboursement afférentes aux années 1964 et 1965 de ces prêts seront remboursées à la commune, pour le compte de la commission d'assistance publique, par prélevement sur la dotation prévue à l'article 18 de la loi du 24 décembre 1948; celles qui sont afférentes aux années 1966 et suivantes seront remboursées par l'Etat a la commune également pour le compte de la commission d'assistance publique.
  § 7. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, maintenir en vigueur en 1966 le régime transitoire; dans ce cas, il peut soit maintenir les montants fixés pour l'année 1965 au § 1er, 1° et 2° du présent article, soit majorer ces montants de façon adéquate.
Art. N2. BIJLAGE II : INHOUDSTABEL EN CONCORDANTIETABEL VAN DE COORDINATIE MET DE OORSPRONKELIJKE WET.
Art. N2. ANNEXE II : PLAN DE LA COORDINATION ET TABLE DE CONCORDANCE DE LA COORDINATION AVEC LES LOIS ORIGINELLES.
Art. N3. BIJLAGE III : CONDORDANTIETABEL VAN DE OORSPRONKELIJKE WETTEN MET DE COORDINATIE.
Art. N3. ANNEXE III : TABLE DE CONCORDANCE DES LOIS ORIGINELLES AVEC LA COORDINATION.
  A. Wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen
                                                                Coordinatie
  Art. 1, § 1                                                 Art. 1
  Art. 1, § 2, 1°           : verv. W. 13.III.85              Art. 2
  Art. 1, § 2, 1°BIS        : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 3
  Art. 1, § 2, 2°                                             Art. 4
  Art. 1, § 2, 3°           : ing. KB60 van 22.VII.82         Art. 5
  Art. 1, § 2, 4° tot 7°    : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 8
  Art. 1, § 3               : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 6
  Art. 1, § 4               : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 7
  Art. 1, § 5               : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 9
  Art. 1BIS, § 1            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 10
  Art. 1BIS, § 2 et § 3     : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 11
  Art. 1BIS, § 4            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 12
  Art. 2, § 1               : gewi. W. 6.VII.73, KBN60 van    Art. 68
                              22.VII.82, KBN407 du 18.IV.86
  Art. 2, § 2               : verv. W. 6.VII.73 en gew.       Art. 69
                              KB407 van 18.IV.86.
  Art. 2BIS, § 1            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 13
  Art. 2BIS, § 2            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 14
  Art. 2BIS, § 3            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 15
  Art. 2BIS, § 4            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 16
  Art. 2BIS, § 5            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 17
  Art. 3, § 1               : verv. W. 6.VII.73 en gew.       Art. 71
                              KB60 van 22.VII.82
  Art. 3, § 2               : verv. W. 6.VII.73 en gew.       Art. 73
                              KB60 van 22.VII.82
  Art. 3, § 3               : verv. W. 6.VII.73               Art. 72
  Art. 4, § 1               : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 77
  Art. 4, § 2               : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 78
  Art. 4, § 3               : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 79
  Art. 4, § 4               : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 86
  Art. 4BIS, § 1            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 80
  Art. 4BIS, § 2            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 81
  Art. 4BIS, § 3            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 82
  Art. 4BIS, § 4            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 83
  Art. 4BIS, § 5            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 84
  Art. 4BIS, § 6            : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 85
  Art. 5, § 1               : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 87
  Art. 5, § 2               : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 94
  Art. 5, § 3               : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 95
  Art. 5, § 4               : ing. W. 6.VII.73 en verv.       Art. 96
                              KB407 van 18.IV.86
  Art. 5, § 5               : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 97
  Art. 5, § 6               : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 93
  Art. 5, § 7               : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 88
  Art. 6, § 1               : verv. W. 6.VII.73 en gew.       Art. 23
                              KB60 van 22.VII.82 en
                              KB407 van 18.IV.86
  Art. 6, § 2               : verv. W. 6.VII.73 en gew.       Art. 24
                              KB60 van 22.VII.82
  Art. 6, § 3               : verv. KB60 van 22.VII.82 en     Art. 22
                              gew. KB407 van 18.IV.86
  Art. 6, § 7               : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 26
  Art. 6, § 8               : verv. W. 6.VII.73 en gew.       Art. 27
                              KB60 van 22.VII.82
  Art. 6, § 9               : verv. W. 6.VII.73 en gew.       Art. 46
                              KB60 van 22.VII.82
  Art. 6, § 10              : ing. W. 8.VIII.80 en verv.      Art. 47
                              KB60 van 22.VII.82
  Art. 6BIS, § 1            : ing. W. 6.VII.73                 Art. 48
  Art. 6BIS, § 2, 1°        : ing. W. 6.VII.73 en verv.        Art. 50, § 1
                              W. 28.XII.84
  Art. 6BIS, § 2, 2°        : ing. W. 6.VII.73                 Art. 51
  Art. 6BIS, § 2, 4°        : ing. W. 6.VII.73                 Art. 52
  Art. 6BIS, § 2, 5°        : ing. W. 5.I.76, gew. W.          Art. 53
                              27.VI.78, W. 8.VIII.80 en
                              KB60 van 22.VII.82
                                                               Art. 37
                                                               Art. 38
                                                               Art. 39
                                                               Art. 40
                                                               Art. 41
                                                               Art. 54
                                                               Art. 55
                                                               Art. 42
  Art. 6BIS, § 2, 6°        : ing. W. 27.VI.78 en gew.         Art. 43
                              KB60 van 22.VII.82
  Art. 6BIS, § 2, 6°BIS     : ing. KB284 van 31.III.84         Art. 44
  Art. 6BIS, § 2, 7°        : ing. W. 8.VIII.80                Art. 56
  Art. 6BIS, § 2, 8°        : ing. W. 10.II.81                 Art. 57
  Art. 6BIS, § 3            : ing. W. 6.VII.73                 Art. 58
  Art. 6BIS, § 4            : ing. W. 6.VII.73 en gew.         Art. 59
                              W. 28.XII.84
                                                               Art. 50, § 2
                                                               Art. 60
                                                               Art. 61
  Art. 6BIS, § 5, 1°        : ing. W. 6.VII.73                 Art. 49
  Art. 6BIS, § 5, 2°        : ing. W. 6.VII.73 en gew.         Art. 62
                              W. 8.VIII.80
  Art. 6BIS, § 6            : ing. W. 6.VII.73                 Art. 63
  Art. 6BIS, § 7            : ing. W. 6.VII.73                 Art. 64
  Art. 6BIS, § 8            : ing. W. 6.VII.73                 Art. 65
  Art. 6BIS, § 9                                         niet opgenomen bepaling
  Art. 6TER, § 1 en § 3     : ing. W. 28.XII.84                Art. 66
  Art. 6TER, § 2            : ing. W. 28.XII.84                Art. 67
  Art. 7                    : verv. KB407 van 18.IV.86         Art. 99
  Art. 8, § 1er             : verv. KB407 van 18.IV.86         Art. 89
  Art. 8, § 2               : verv. KB407 van 18.IV.86         Art. 90
  Art. 8, § 3               : verv. KB407 van 18.IV.86         Art. 91
  Art. 8, § 4               : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 92
  Art. 9                    : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 98
  Art. 10, § 1              : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 18
  Art. 10, § 2              : verv. KB60 van 22.VII.82 en     ART. 19
                              gew. KB407 van 18.IV.86
  Art. 10, § 3              : verv. KB60 van 22.VII.82        Art. 20
  Art. 10, § 4              : verv. KB60 van 22.VII.82        Art. 21
  Art. 11                   : opg. KB60 van 22.VII.82
  Art. 12, § 1              : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 100
  Art. 12, § 2              : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 101
  Art. 12, § 3              : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 102
  Art. 12, § 4              : verv. W. 11.VII.66 en gew.      Art. 103
                              KB407 van 18.IV.86
  Art. 12, § 5              : gew. W. 5.I.76                  Art. 104
  Art. 12, § 6                                                Art. 106
  Art. 13, § 1 en § 2                                  Niet opgenomen bepalingen
  Art. 13, § 2BIS           : ing. W. 11.IV.83 en gew.        Art. 109
                              KB407 van 18.IV.86
  Art. 13, § 3                                         Niet opgenomen bepalingen
  Art. 13, § 4, p.p.        : ing. W. 24.XII. 76 en           Art. 110
                              verv. W. 11.IV.83
  Art. 13, § 4, p.p.                                 Niet opgenomen bepaling p.p
  Art. 13, § 5, 1°          : ing. KB162 van 30.XII.82        Art. 111
  Art. 13, § 5, 2°          : ing. KB162 van 30.XII.82        Art. 112
  Art. 13, § 5, 3°          : ing. KB162 van 30.XII.82        Art. 113
  Art. 13, § 5, 4°          : ing. KB243 van 31.XII.83        Art. 114
  Art. 14                                                     Art. 105
  Art. 15                   : gew. W. 6.VII.73                Art. 115
  Art. 16, § 1              : gew. W. 6.VII.73 en KB60        Art. 74
                              van 22.VII.82
  Art. 16, § 2              : gew. KB60 van 22.VII.73         Art. 75
  Art. 17                                                     Art. 76
  Art. 18, § 1              : gew. W. 6.VII.73, W. 27.VI.78,  Art. 116
                              W. 8.VIII.80, KB284 van
                              31.III.84 en KB407 van 18.IV.86
  Art. 18, § 2                                                Art. 117
  Art. 18, § 3                                                Art. 118
  Art. 18, § 4                                                Art. 119
  Art. 19                   : verv. KB407 van 18.IV.86        Art. 107
  Art. 20                                               niet opgenomen bepaling
  Art. 21, § 1              : verv. W. 27.VI.78 en gew.       Art. 25
                              KB60 van du 22.VII.82
  Art. 21, § 2              : ing. W. 10.II.81 en verv.       Art. 45
                              KB407 van 18.IV.86
  Art. 21, § 3              : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 108
  Art. 21BIS, § 1           : ing. KB60 van 22.VII.82 en      Art. 29
                              gew. KB421 van 18.VII.86
  Art. 21BIS, § 2           : ing. KB60 van 22.VII.82 en      Art. 30
                              gew. KB407 van 18.IV.86
                                                              Art. 31
  Art. 21BIS, § 3           : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 32
  Art. 21TER, § 1           : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 33
  Art. 21TER, § 2           : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 34
  Art. 21TER, § 3           : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 35
  Art. 21TER, § 4           : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 36
  Art. 22                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 120
  Art. 23                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 121
  Art. 24                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 122
  Art. 25                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 123
  Art. 26                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 124
  Art. 27                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 125
  Art. 28                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 126
  Art. 29                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 127
  Art. 30                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 128
  Art. 31                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 129
  Art. 32                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 130
  Art. 33                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 131
  Art. 34                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 132
  Art. 35, 1e alinea        : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 133
  Art. 35, 2e alinea        : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 134
  Art. 36                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 135
  Art. 37                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 136
  Art. 38                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 137
  Art. 39, §§ 1, 2 en 3     : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 138
  Art. 39, § 4              : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 139
  Art. 40                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 140
  Art. 41                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 141
  Art. 42                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 142
  Art. 43                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 143
  Art. 44                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 144
  Art. 45                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 145
  Art. 46                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 70
  Art. 47                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 146
  Art. 48                   : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 147
  Art. 49, § 1              : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 148
  Art. 49, § 2              : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 149
  Art. 49, § 3              : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 150
  Art. 49, § 4              : ing. KB407 van 18.IV.86         Art. 151
       B. Wet van 6 juli 1973 tot wijziging van de wet van 23 december 1963
          op de ziekenhuizen
  Art. 15                   : gew. W. 27.VI.78                 Art. 28
                                  
  A. Loi du 23 décembre 1963 sur les hôpitaux
                                                                  Coordination
  Art. 1er, § 1er                                              Art. 1er
  Art. 1er, § 2, 1°         : rempl. L. 13.III.85              Art. 2
  Art. 1er, § 2, 1°BIS      : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 3
  Art. 1er, § 2, 2°                                            Art. 4
  Art. 1er, § 2, 3°         : modif. l'ARN60 du 22.VII.82      Art. 5
  Art. 1er, § 2, 4° a 7°    : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 8
  Art. 1er, § 3             : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 6
  Art. 1er, § 4             : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 7
  Art. 1er, § 5             : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 9
  Art. 1erBIS, § 1er        : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 10
  Art. 1erBIS, § 2 et § 3   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 11
  Art. 1erBIS, § 4          : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 12
  Art. 2, § 1er             : modif. L. 6.VII.73, l'ARN 60 du  Art. 68
                              22.VII.82, l'ARN407 du 18.IV.86
  Art. 2, § 2               : rempl. L. 6.VII.73 en modif.     Art. 69
                              ins. l'ARN407 du 18.IV.86.
  Art. 2BIS, § 1er          : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 13
  Art. 2BIS, § 2            : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 14
  Art. 2BIS, § 3            : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 15
  Art. 2BIS, § 4            : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 16
  Art. 2BIS, § 5            : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 17
  Art. 3, § 1er             : rempl. L. 6.VII.73 et modif.     Art. 71
                              l'ARN60 du 22.VII.82
  Art. 3, § 2               : rempl. L. 6.VII.73 et modif.     Art. 73
                              l'ARN60 du 22.VII.82
  Art. 3, § 3               : rempl. L. 6.VII.73               Art. 72
  Art. 4, § 1er             : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 77
  Art. 4, § 2               : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 78
  Art. 4, § 3               : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 79
  Art. 4, § 4               : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 86
  Art. 4BIS, § 1er          : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 80
  Art. 4BIS, § 2            : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 81
  Art. 4BIS, § 3            : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 82
  Art. 4BIS, § 4            : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 83
  Art. 4BIS, § 5            : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 84
  Art. 4BIS, § 6            : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 85
  Art. 5, § 1er             : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 87
  Art. 5, § 2               : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 94
  Art. 5, § 3               : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 95
  Art. 5, § 4               : ins. L. 6.VII.73 et rempl.       Art. 96
                              l'ARN407 du 18.IV.86
  Art. 5, § 5               : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 97
  Art. 5, § 6               : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 93
  Art. 5, § 7               : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 88
  Art. 6, § 1er             : rempl. L. 6.VII.73 et modif.     Art. 23
                              l'ARN60 du 22.VII.82 et
                              l'ARN407 du 18.IV.86
  Art. 6, § 2               : rempl. L. 6.VII.73 et modif.     Art. 24
                              l'ARN60 du 22.VII.82
  Art. 6, § 3               : rempl. l'ARN60 du 22.VII.82 et   Art. 22
                              modif. l'ARN407 du 18.IV.86
  Art. 6, § 7               : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 26
  Art. 6, § 8               : rempl. L. 6.VII.73 et modif.     Art. 27
                              l'ARN60 du 22.VII.82
  Art. 6, § 9               : rempl. L. 6.VII.73 et modif.     Art. 46
                              l'ARN60 du 22.VII.82
  Art. 6, § 10              : ins. L. 8.VIII.80 et rempl.      Art. 47
                              l'ARN60 du 22.VII.82
  Art. 6BIS, § 1er          : ins. L. 6.VII.73                 Art. 48
  Art. 6BIS, § 2, 1°        : ins. L. 6.VII.73 et rempl.       Art. 50, § 1er
                              L. 28.XII.84
  Art. 6BIS, § 2, 2°        : ins. L. 6.VII.73                 Art. 51
  Art. 6BIS, § 2, 4°        : ins. L. 6.VII.73                 Art. 52
  Art. 6BIS, § 2, 5°        : ins. L. 5.I.76, modif.           Art. 53
                              L. 27.VI.78, L. 8.VIII.80 et
                              l'ARN60 du 22.VII.82
                                                               Art. 37
                                                               Art. 38
                                                               Art. 39
                                                               Art. 40
                                                               Art. 41
                                                               Art. 54
                                                               Art. 55
                                                               Art. 42
  Art. 6BIS, § 2, 6°        : ins. L. 27.VI.78 et modif.       Art. 43
                              l'ARN60 du 22.VII.82
  Art. 6BIS, § 2, 6°BIS     : ins. l'ARN284 du 31.III.84       Art. 44
  Art. 6BIS, § 2, 7°        : ins. L. 8.VIII.80                Art. 56
  Art. 6BIS, § 2, 8°        : ins. L. 10.II.81                 Art. 57
  Art. 6BIS, § 3            : ins. L. 6.VII.73                 Art. 58
  Art. 6BIS, § 4            : ins. L. 6.VII.73 et modif.       Art. 59
                              L. 28.XII.84
                                                               Art. 50, § 2
                                                               Art. 60
                                                               Art. 61
  Art. 6BIS, § 5, 1°        : ins. L. 6.VII.73                 Art. 49
  Art. 6BIS, § 5, 2°        : ins. L. 6.VII.73 et modif.       Art. 62
                              L. 8.VIII.80
  Art. 6BIS, § 6            : ins. L. 6.VII.73                 Art. 63
  Art. 6BIS, § 7            : ins. L. 6.VII.73                 Art. 64
  Art. 6BIS, § 8            : ins. L. 6.VII.73                 Art. 65
  Art. 6BIS, § 9                                         Disposition non reprise
  Art. 6TER, § 1er et § 3   : ins. L. 28.XII.84                Art. 66
  Art. 6TER, § 2            : ins. L. 28.XII.84                Art. 67
  Art. 7                    : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 99
  Art. 8, § 1er             : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 89
  Art. 8, § 2               : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 90
  Art. 8, § 3               : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 91
  Art. 8, § 4               : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 92
  Art. 9                    : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 98
  Art. 10, § 1er            : rempl. l'ARN60 du 22.VII.82      Art. 18
  Art. 10, § 2              : rempl. l'ARN60 du 22.VII.82 et   ART. 19
                              modif l'ARN407 du 18.IV.86
  Art. 10, § 3              : rempl. l'ARN60 du 22.VII.82      Art. 20
  Art. 10, § 4              : rempl. l'ARN60 du 22.VII.82      Art. 21
  Art. 11                   : abr. l'ARN60 du 22.VII.82
  Art. 12, § 1er            : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 100
  Art. 12, § 2              : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 101
  Art. 12, § 3              : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 102
  Art. 12, § 4              : rempl. L. 11.VII.66 et modif.    Art. 103
                              l'ARN407 du 18.IV.86
  Art. 12, § 5              : modif. L. 5.I.76                 Art. 104
  Art. 12, § 6                                                 Art. 106
  Art. 13, § 1er et § 2                                Dispositions non reprises
  Art. 13, § 2BIS           : ins. L. 11.IV.83 et modif.       Art. 109
                              l'ARN407 du 18.IV.86
  Art. 13, § 3                                           Disposition non reprise
  Art. 13, § 4, p.p.        : ins. L. 24.XII. 76 et            Art. 110
                              rempl. L. 11.IV.83
  Art. 13, § 4, p.p.                                 Disposition non reprise p.p
  Art. 13, § 5, 1°          : ins. l'ARN162 du 30.XII.82       Art. 111
  Art. 13, § 5, 2°          : ins. l'ARN162 du 30.XII.82       Art. 112
  Art. 13, § 5, 3°          : ins. l'ARN162 du 30.XII.82       Art. 113
  Art. 13, § 5, 4°          : ins. l'ARN243 du 31.XII.83       Art. 114
  Art. 14                                                      Art. 105
  Art. 15                   : modif. L. 6.VII.73               Art. 115
  Art. 16, § 1er            : modif. L. 6.VII.73 et l'ARN60    Art. 74
                              du 22.VII.82
  Art. 16, § 2              : modif. l'ARN60 du 22.VII.73      Art. 75
  Art. 17                                                      Art. 76
  Art. 18, § 1er            : modif. L. 6.VII.73, L. 27.VI.78, Art. 116
                              L. 8.VIII.80, l'ARN284 du
                              31.III.84 et l'ARN407 du 18.IV.86
  Art. 18, § 2                                                 Art. 117
  Art. 18, § 3                                                 Art. 118
  Art. 18, § 4                                                 Art. 119
  Art. 19                   : rempl. l'ARN407 du 18.IV.86      Art. 107
  Art. 20                                                Disposition non reprise
  Art. 21, § 1er            : rempl. L. 27.VI.78 et modif.     Art. 25
                              l'ARN60 du 22.VII.82
  Art. 21, § 2              : ins. L. 10.II.81 et rempl.       Art. 45
                              l'ARN407 du 18.IV.86
  Art. 21, § 3              : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 108
  Art. 21BIS, § 1er         : ins. l'ARN60 du 22.VII.82 et     Art. 29
                              rempl. l'ARN421 du 18.VII.86
  Art. 21BIS, § 2           : ins. l'ARN60 du 22.VII.82 et     Art. 30
                              modif. l'ARN407 du 18.IV.86
                                                               Art. 31
  Art. 21BIS, § 3           : ins. l'ARN284 du 31.III.84       Art. 32
  Art. 21TER, § 1er         : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 33
  Art. 21TER, § 2           : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 34
  Art. 21TER, § 3           : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 35
  Art. 21TER, § 4           : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 36
  Art. 22                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 120
  Art. 23                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 121
  Art. 24                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 122
  Art. 25                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 123
  Art. 26                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 124
  Art. 27                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 125
  Art. 28                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 126
  Art. 29                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 127
  Art. 30                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 128
  Art. 31                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 129
  Art. 32                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 130
  Art. 33                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 131
  Art. 34                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 132
  Art. 35, 1er alinea       : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 133
  Art. 35, 2e alinea        : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 134
  Art. 36                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 135
  Art. 37                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 136
  Art. 38                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 137
  Art. 39, §§ 1er, 2 et 3   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 138
  Art. 39, § 4              : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 139
  Art. 40                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 140
  Art. 41                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 141
  Art. 42                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 142
  Art. 43                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 143
  Art. 44                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 144
  Art. 45                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 145
  Art. 46                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 70
  Art. 47                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 146
  Art. 48                   : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 147
  Art. 49, § 1              : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 148
  Art. 49, § 2              : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 149
  Art. 49, § 3              : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 150
  Art. 49, § 4              : ins. l'ARN407 du 18.IV.86        Art. 151
       B. Loi du 6 juillet 1973 modifiant la loi du 23 décembre 1963 sur les
          hopitaux.
  Art. 15                   : modif. L. 27.VI.78               Art. 28