Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
2 JANUARI 1991. - Wet betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-09-1991 en tekstbijwerking tot 15-01-2024)
Titre
2 JANVIER 1991. - Loi relative au marché des titres de la dette publique et aux instruments de la politique monétaire (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-09-1991 et mise à jour au 15-01-2024)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (48)
Texte (48)
TITEL I. - De markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetaire beleidsinstrumentarium.
TITRE I. - Le marché des titres de la dette publique et les instruments de la politique monétaire.
HOOFDSTUK I. - (Effecten van schulden van de openbare sector).
CHAPITRE I. - (Titres de la dette du secteur public).
Artikel 1. <W 2005-12-14/31, art. 35, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2014> De staatsschuld, de schuld van gemeenschappen, gewesten, provincies, gemeenten, andere openbare lichamen, openbare instellingen, instellingen van openbaar nut en van de Nationale Bank van België alsook van andere personen die de Koning voor de toepassing van deze wet gelijkstelt met bovenvermelde personen van de openbare sector, is belichaamd in :
  1° op naam gestelde inschrijvingen op een grootboek van de schuld van de emittent;
  2° gedematerialiseerde effecten die uitsluitend op rekening zijn geboekt;
  3° individuele of verzameleffecten aan toonder, voor zover zij uitsluitend in het buitenland worden uitgegeven of beheerst worden door een buitenlands recht.
  Het uitgiftebesluit of de leningsovereenkomst bepaalt de vorm of vormen van de effecten waarin de schuld is belichaamd.
  Indien het uitgiftebesluit of de leningsovereenkomst inzonderheid de vorm voorziet van gedematerialiseerde effecten, mogen de effecten van de lening slechts in die vorm op rekening geboekt worden en overgeschreven worden van rekening naar rekening.
Article 1. <L 2005-12-14/31, art. 35, 016; En vigueur : 01-01-2014> La dette de l'Etat, des Communautés, des Régions, des provinces, des communes, des autres collectivités publiques, des établissements publics, des organismes d'intérêt public et de la Banque Nationale de Belgique, ainsi que des autres personnes que le Roi assimile, pour l'application de la présente loi, aux personnes du secteur public précitées, est représentée par :
  1° des inscriptions nominatives dans un grand-livre de la dette de l'émetteur;
  2° des titres dématérialisés qui sont exclusivement inscrits en compte;
  3° des titres au porteur individuels ou collectifs, pour autant qu'ils soient exclusivement émis à l'étranger ou soumis à un droit étranger.
  L'arrêté d'émission ou la convention d'emprunt détermine la forme ou les formes des titres représentatifs de la dette.
  Si l'arrêté d'émission ou la convention d'emprunt prévoit spécialement la forme des titres dématérialisés, les titres de l'emprunt peuvent uniquement être inscrits en compte et transférés de compte à compte sous cette forme.
Art.2. De Koning bepaalt de regels inzake de organisatie en het bijhouden van de (in artikel 1 bedoelde grootboeken van de schuld van de emittenten), de voorwaarden voor het verkrijgen van een inschrijving, de wijze waarop inschrijvingen kunnen worden overgedragen, in pand gegeven of omgezet in (effecten in een andere vorm,) en de wijze van betaling van de vervallen interesten en kapitalen. <W 1998-07-15/38, art. 20, 010; Inwerkingtreding : onbepaald>
  De Koning kan beperkingen vaststellen inzake het aantal gerechtigden per inschrijving, de vestiging van pandrechten en andere zakelijke rechten, de clausules bedongen door gerechtigden van inschrijvingen ten aanzien van de vrije beschikking over of de bestemming van hun rechten, en door lastgevers ten aanzien van de omvang van de bevoegdheden van de lasthebbers.
  De overdracht en de inpandgeving van een inschrijving zijn rechtsgeldig en kunnen worden tegengeworpen aan derden zonder andere formaliteiten dan die welke de Koning bepaalt overeenkomstig lid 1.
Art.2. Le Roi détermine les modalités d'organisation et de tenue des (grands-livres de la dette des émetteurs visés à l'article 1), les formalités requises pour l'obtention d'une inscription, la manière selon laquelle les inscriptions peuvent être transférées, mises en gage ou converties en (titres d'une autre forme), et les modalités de paiement des intérêts et des capitaux échus. <L 1998-07-15/38, art. 20, 010; En vigueur : indéterminée >
  Le Roi peut fixer des restrictions concernant le nombre de titulaires par inscription, la mise en gage et la constitution d'autres droits réels, les stipulations de la part de titulaires d'inscriptions relatives à la libre disposition ou destination de leurs droits, et les stipulations de la part des mandants relatives à l'étendue des pouvoirs des mandataires.
  Le transfert et la mise en gage d'une inscription sont valables et opposables aux tiers sans autres formalités que celles déterminées par le Roi, conformément à l'alinéa premier.
Art.3. <W 2004-12-15/39, art. 18, 015 ; Inwerkingtreding : 27-03-2006> § 1. Het bedrag van de gedematerialiseerde effecten wordt per categorie van effecten met dezelfde kenmerken op naam van de eigenaar of van de houder, op een rekening geboekt bij een instelling die rekeningen bijhoudt, waardoor aldus een onlichamelijk recht van mede-eigendom wordt gevestigd op de universaliteit van de ingeschreven effecten van dezelfde categorie.
  [2 De in het eerste lid bedoelde instelling kan rekeningen aanhouden in of door middel van beveiligde mechanismen voor elektronische registratie, met inbegrip van mechanismen voor gedistribueerde elektronische registratie. De Koning kan de voorwaarden bepalen waaraan dergelijke beveiligde mechanismen voor elektronische registratie dienen te voldoen.]2
  § 2. De volgende instellingen zijn erkend om rekeningen bij te houden en kunnen bijgevolg in België gedematerialiseerde effecten bijhouden voor derden :
  1° de rechtspersonen opgericht naar Belgisch recht, die daartoe door de [1 Nationale Bank van België]1 vergund zijn;
  2° de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen of beleggingsondernemingen opgericht naar het recht van een lid-Staat van de Europese Economische Ruimte, die in hun land van herkomst ertoe gemachtigd zijn effecten bij te houden voor rekening van derden;
  3° de in België gevestigde bijkantoren van rechtspersonen opgericht naar het recht van een buitenlandse Staat die daartoe door de [1 Nationale Bank van België]1 vergund zijn;
  4° de Nationale Bank van België.
  
Art.3. <L 2004-12-15/39, art. 18, 015 ; En vigueur : 27-03-2006> § 1er. Le montant des titres dématérialisés est inscrit en compte par catégorie de titres ayant les mêmes caractéristiques, au nom du propriétaire ou du détenteur, auprès d'un teneur de comptes, conférant ainsi un droit de copropriété, de nature incorporelle, sur l'universalité des titres de même catégorie inscrits.
  [2 Le teneur de comptes visé à l'alinéa premier peut tenir les comptes au sein ou par le biais de dispositifs d'enregistrement électroniques sécurisés, y compris des dispositifs d'enregistrement électronique distribués. Le Roi peut déterminer les conditions auxquelles ces dispositifs d'enregistrement électroniques sécurisés doivent satisfaire.]2
  § 2. Les établissements suivants sont reconnus comme teneurs de comptes et peuvent par conséquent détenir en Belgique des titres dématérialisés pour compte de tiers :
  1° les personnes morales de droit belge qui sont agréées à cet effet par la [1 Banque Nationale de Belgique]1;
  2° les succursales établies en Belgique d'établissements de crédit ou d'entreprises d'investissement constitués conformément au droit d'un Etat membre de l'Espace économique européen, qui ont été autorisés dans leur Etat d'origine à détenir des titres pour compte de tiers;
  3° les succursales établies en Belgique de personnes morales constituées conformément au droit d'un Etat étranger qui sont agréées à cet effet par la [1 Banque Nationale de Belgique]1;
  4° la Banque Nationale de Belgique.
  
Art.4. <W 2004-12-15/39, art. 19, 015 ; Inwerkingtreding : 27-03-2006> § 1. [1 De Nationale Bank van België, in haar hoedanigheid van centrale effectenbewaarinstelling, of enige andere centrale effectenbewaarinstelling die een vergunning bezit of erkend is krachtens Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 ("Verordening 909/2014") zijn de centrale effectenbewaarinstellingen die door de emittent kunnen worden belast met de bewaarneming van de in deze wet bedoelde gedematerialiseerde effecten en met de vereffening van transacties in deze effecten.]1
  [2 De centrale effectenbewaarinstellingen bedoeld in het eerste lid kunnen rekeningen aanhouden in of door middel van beveiligde mechanismen voor elektronische registratie, met inbegrip van mechanismen voor gedistribueerde elektronische registratie. De Koning kan de voorwaarden bepalen waaraan dergelijke beveiligde mechanismen voor elektronische registratie dienen te voldoen.]2
  § 2. De Koning kan bijzondere regels vaststellen voor :
  1° het aanhouden op rekening, door de instellingen die rekeningen bijhouden, van in vreemde valuta's of in rekeneenheden uitgedrukte gedematerialiseerde effecten;
  2° het aanhouden op rekening, die gelden voor de instelling die rekeningen bijhoudt in verband met het beheer van een internationaal vereffeningssysteem, en die betrekking hebben op het bijhouden op rekening van effecten bij een andere gelijkaardige instelling, ten einde de overdracht van effecten tussen die vereffeningssystemen te vergemakkelijken.
  § 3. [1 ...]1
  
Art.4. <L 2004-12-15/39, art. 19, 015 ; En vigueur : 27-03-2006> § 1er. [1 La Banque nationale de Belgique en sa qualité de dépositaire central de titres ou tout autre dépositaire central de titres agréé ou reconnu en vertu du Règlement (UE) N° 909/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 concernant l'amélioration du règlement de titres dans l'Union européenne et les dépositaires centraux de titres, modifiant les directives 98/26/CE et 2014/65/UE ainsi que le Règlement (UE) N° 236/2012 ("le Règlement 909/2014") sont les dépositaires centraux de titres qui peuvent être chargés par l'émetteur de la conservation des titres dématérialisés visés par la présente loi et de la liquidation des transactions sur ces titres.]1
  [2 Les dépositaires centraux de titres visés à l'alinéa premier peuvent tenir les comptes au sein ou par le biais de dispositifs d'enregistrement électroniques sécurisés, y compris des dispositifs d'enregistrement électronique distribués. Le Roi peut déterminer les conditions auxquelles ces dispositifs d'enregistrement électroniques sécurisés doivent satisfaire.]2
  § 2. Le Roi peut arrêter des règles spécifiques relatives :
  1° au maintien en compte, par les teneurs de comptes, de titres dématérialisés libellés en monnaies étrangères ou en unités de compte;
  2° au maintien en compte s'imposant à l'établissement qui tient des comptes en relation avec la gestion d'un système international de liquidation de titres, et qui sont relatives au maintien en compte de titres auprès d'un autre établissement semblable, afin de faciliter le transfert de titres entre ces systèmes de liquidation de titres.
  § 3. [1 ...]1
  
Art.5. De instelling die rekeningen bijhoudt mag, met de effecten die zij voor rekening van beleggers houdt, geen transacties voor eigen rekening uitvoeren. Het niet naleven van deze bepaling kan niet worden tegengeworpen aan derden die te goeder trouw zijn.
Art.5. Le teneur de comptes ne peut pas effectuer de transactions pour son propre compte avec les titres qu'il détient pour le compte d'investisseurs. La méconnaissance de cette disposition ne peut pas être invoquée à l'encontre de tiers de bonne foi.
Art.6. De gedematerialiseerde effecten worden overgedragen door overschrijving van de ene rekening op de andere.
  In het uitgiftebesluit of de leningsovereenkomst kunnen de transacties met gedematerialiseerde effecten worden beperkt of nader worden geregeld.
Art.6. Les titres dématérialisés sont transférés par virement de compte à compte.
  Les opérations sur des titres dématérialisés peuvent, par l'arrêté d'émission ou la convention d'emprunt, être limitées ou réglées de manière plus précise.
Art.7. [1 Een pand op gedematerialiseerde effecten wordt gevestigd overeenkomstig de wet van 15 december 2004 betreffende de financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten.]1
  (derde lid opgeheven) <W 2004-12-15/39, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 01-02-2005>
  (De pandgever wordt geacht eigenaar te zijn van de in pand gegeven gedematerialiseerde effecten. De geldigheid van het pand wordt door de afwezigheid van eigendomsrecht van de pandgever op de in pand gegeven effecten niet aangetast, onverminderd de aansprakelijkheid van de pandgever ten overstaan van de werkelijke eigenaar van de in pand gegeven effecten. Indien de pandgever de pandhoudende schuldeiser voorafgaandelijk en schriftelijk heeft verwittigd dat hij niet de eigenaar is van de in pand gegeven effecten, dan is de geldigheid van het pand onderworpen aan de machtiging van de eigenaar voor de inpandgeving van deze effecten.) <W 2004-12-15/39, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 01-02-2005>
  
Art.7. [1 Un gage sur des titres dématérialisés est constitué conformément à la loi du 15 décembre 2004 relative aux sûretés financières et portant des dispositions fiscales diverses en matière de conventions constitutives de sûreté réelle et de prêts portant sur des instruments financiers.]1
  (alinéa 3 abrogé) <L 2004-12-15/39, art. 20, 015; En vigueur : 01-02-2005>
  (Le constituant du gage est présumé être propriétaire des titres dématérialisés donnés en gage. La validité du gage n'est pas affectée par l'absence de droit de propriété du constituant du gage sur les titres remis en gage, sans préjudice de la responsabilité du constituant du gage à l'égard du véritable propriétaire des titres remis en gage. Si le constituant du gage a averti le créancier gagiste, au préalable et par écrit, qu'il n'est pas le propriétaire des titres donnés en gage, la validité du gage est subordonnée à l'autorisation du propriétaire de ces titres de les donner en gage.) <L 2004-12-15/39, art. 20, 015; En vigueur : 01-02-2005>
  
Art.8. Terugvordering van het bedrag aan gedematerialiseerde effecten dat door een instelling die rekeningen bijhoudt verschuldigd is, geschiedt ten laste van het totale bedrag aan effecten van dezelfde categorie dat op haar naam bij andere gelijksoortige instellingen of [2 bij de centrale effectenbewaarinstelling]2 is ingeschreven. [3 In geval van faillissement of in alle andere gevallen van samenloop in hoofde van de instelling die de rekeningen bijhoudt of van de centrale effectenbewaarinstelling geschiedt deze terugvordering op collectieve wijze via, naargelang het geval, de curator of de vereffenaar.]3
  Is het totale bedrag van die effecten onvoldoende om in de integrale teruggave van de verschuldigde gedematerialiseerde effecten te voorzien, dan wordt dit bedrag onder de eigenaars verdeeld in verhouding tot hun rechten. De onderverdeling van de effectenrekeningen in subrekeningen volgens de categorieën van gerechtigden wordt hierbij niet in aanmerking genomen.
  [1 Wanneer eigenaars de rekeninghouder overeenkomstig het toepasselijke recht hebben gemachtigd om over hun gedematerialiseerde effecten te beschikken, en voor zover een dergelijke beschikking is gebeurd binnen de grenzen van deze machtiging, wordt hen, in geval van faillissement van de rekeninghouder of in alle andere gevallen van samenloop, slechts het aantal effecten toegekend dat overblijft nadat het volledige aantal van de aan de andere eigenaars toebehorende effecten van dezelfde categorie aan deze laatsten is terugbetaald.]1
  Is de instelling die de rekeningen bijhoudt zelf eigenaar van een bedrag aan gedematerialiseerde effecten, dan ontvangt zij in geval van toepassing van het voorgaande lid, slechts het bedrag aan effecten dat overblijft na teruggave van het totale bedrag van de bij haar gedeponeerde effecten van dezelfde categorie.
  De teruggave van de gedematerialiseerde effecten geschiedt door overschrijving op een effectenrekening bij een andere door de deponent aangewezen instelling.
  
Art.8. La revendication du montant des titres dématérialisés dont un teneur de comptes est redevable, s'exerce sur le montant total des titres de la même catégorie inscrits à son nom auprès d'autres teneurs de comptes ou [2 auprès du dépositaire central de titres]2. [3 En cas de faillite ou de toute autre situation de concours du teneur de comptes ou du dépositaire central de titres, cette revendication s'exerce collectivement par l'entremise, selon le cas, du curateur ou du liquidateur.]3
  Si le montant total de ces titres est insuffisant pour assurer la restitution intégrale des titres dématérialisés dus, il sera partagé entre les propriétaires en proportion de leurs droits. La subdivision des comptes-titres en sous-comptes selon les catégories d'ayants droit n'est pas prise en considération.
  [1 Lorsque des propriétaires ont autorisé le teneur de compte, conformément au droit applicable, à disposer de leurs titres dématérialisés, et pour autant qu'une telle disposition ait eu lieu dans les limites de cette autorisation, il ne leur sera attribué, en cas de faillite du teneur de compte ou de toute autre situation de concours, que les titres qui subsistent après que la totalité des titres de la même catégorie appartenant aux autres propriétaires leur aura été restituée.]1
  Si le teneur des comptes est lui-même propriétaire d'un montant de titres dématérialisés, il ne lui sera attribué, lors de l'application de l'alinéa précédent, que le montant des titres qui subsiste après que le montant total des titres de la même catégorie reçus par lui en dépôt aura pu être restitué
  La restitution des titres dématérialisés s'opère par virement sur un compte-titres auprès d'un autre teneur de comptes désigné par le déposant.
  
Art.9. Wanneer een intermediair, op zijn naam of op naam van een derde, gedematerialiseerde effecten voor rekening van de eigenaar heeft laten inschrijven, dan kan deze laatste zijn eis tot terugvordering bij de instelling die de rekening bijhoudt (of [1 bij de centrale effectenbewaarinstelling]1), uitoefenen op het tegoed dat op naam van die intermediair of van die derde is ingeschreven. Deze terugvordering geschiedt volgens de in het vorige artikel vastgestelde regels. <W 1998-07-15/38, art. 23, 010; Inwerkingtreding : 27-03-2006>
  
Art.9. Le propriétaire pour le compte duquel un intermédiaire a fait inscrire des titres dématérialisés à son nom ou au nom d'un tiers peut exercer sa demande en revendication auprès du teneur du comptes (ou [1 auprès du dépositaire central de titres ]1) sur l'avoir inscrit au nom de cet intermédiaire ou de cette tierce personne. Cette revendication s'exerce suivant les règles définies à l'article précédent. <L 1998-07-15/38, art. 23, 010; En vigueur : 27-03-2006>
  
Art.10. Beslag onder derden op de effectenrekeningen op naam van een instelling die rekeningen bijhoudt, is niet toegelaten.
  (Onverminderd de toepassing van de artikelen 8 en 9 kunnen, bij faillissement of ieder ander gelijkgerechtigd opkomen, de schuldeisers van de eigenaar van de effecten hun rechten laten gelden op het beschikbaar saldo van de op naam en voor rekening van hun schuldenaar op rekening geboekte effecten, na aftrek of toevoeging van de effecten die, ingevolge voorwaardelijke of naar omvang onbepaalde verbintenissen of verbintenissen op termijn tot levering van effecten, op de dag van het faillissement of van het gelijkgerechtigd opkomen, in voorkomend geval zijn opgenomen in een afzonderlijk deel van die effectenrekening, en waarvan de opname in het beschikbaar saldo wordt uitgesteld tot de voorwaarde verwezenlijkt, het bedrag bepaald of de termijn verstreken is.
  De in het vorige lid bedoelde voorwaardelijke of naar omvang onbepaalde verbintenissen of verbintenissen op termijn zijn beperkt tot de verbintenissen die voortvloeien uit een rechtsverhouding tussen de houder van de betrokken effectenrekening en de instelling die deze rekening bijhoudt.) <W 1995-04-04/39, art. 38, 007; Inwerkingtreding : 02-06-1995>
Art.10. Aucune saisie-arrêt n'est admise sur les comptes-titres ouverts au nom d'un teneur de comptes.
  (Sans préjudice de l'application des articles 8 et 9, en cas de faillite ou de toute autre situation de concours, les créanciers du propriétaire des titres peuvent faire valoir leurs droits sur le solde disponible des titres inscrits en compte au nom et pour compte de leur débiteur, après déduction ou addition des titres qui, en vertu d'engagements conditionnels, d'engagements dont le montant est incertain, ou d'engagements à terme, sont entrés, le cas échéant, dans une partie distincte de ce compte titres, au jour de la faillite ou du concours, et dont l'inclusion dans le solde disponible est différée jusqu'à la réalisation de la condition, la détermination du montant ou l'échéance du terme.
  Les engagements conditionnels ou dont le montant est incertain, ou les engagements à terme, visés à l'alinéa précédent, sont limités aux engagements découlant d'une relation juridique entre le titulaire du compte de titres concerné et le teneur de ce compte.) <L 1995-04-04/39, art. 38, 007; En vigueur : 02-06-1995>
Art.11. <W 1998-07-15/38, art. 24, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2005> De eigenaars van gedematerialiseerde effecten kunnen hun (rechten van mede-eigendom bedoeld in artikel 3, eerste lid) alleen uitoefenen jegens de instelling die rekeningen bijhoudt waarbij de effecten op rekening zijn geboekt of, indien zij die effecten rechtstreeks aanhouden [1 bij de centrale effectenbewaarinstelling]1, jegens deze laatste. Bij uitzondering behoort het hen toe om : <W 2004-12-15/39, art. 21, 015; Inwerkingtreding : 01-02-2005>
  - een terugvorderingsrecht uit te oefenen overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 8 en 9 van deze wet, alsook van artikel 9bis, lid 2 tot 4 van het koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 ter bevordering van de omloop van effecten;
  - in voorkomend geval rechtstreeks bij de emittent hun associatieve rechten uit te oefenen;
  - in geval van faillissement of in alle andere gevallen van samenloop in hoofde van de emittent rechtstreeks hun recht van verhaal tegen deze laatste uit te oefenen.
  [1 De betaling aan de centrale effectenbewaarinstelling]1 van de vervallen interesten en kapitalen van de gedematerialiseerde effecten is liberatoir voor de emittent.
  [1 De centrale effectenbewaarinstelling]1 betaalt de intresten en kapitalen door aan de deelnemers van het effectenclearingstelsel overeenkomstig de bedragen aan effecten die op de vervaldag geboekt staan op de rekeningen op hun naam. Die betalingen zijn liberatoir voor [1 de centrale effectenbewaarinstelling]1.
  In geval van faillissement of in alle andere gevallen van samenloop in hoofde van de emittent van gedematerialiseerde effecten, worden alle rechten van verhaal tegen deze laatste uitgeoefend na overlegging van een door de instelling die rekeningen bijhoudt of [1 door de centrale effectenbewaarinstelling]1 opgesteld attest, dat het aantal gedematerialiseerde effecten bevestigt dat op naam van de eigenaar of van de tussenpersoon is ingeschreven op de datum vereist voor de uitoefening van deze rechten.
  
Art.11. <L 1998-07-15/38, art. 24, 010; En vigueur : 01-02-2005> Les propriétaires de titres dématérialisés ne sont admis à faire valoir leurs (droits de copropriété visés à l'article 3, alinéa 1er) qu'à l'égard du teneur de comptes auprès duquel ces titres sont inscrits en compte ou, s'ils maintiennent directement ces titres [1 auprès du dépositaire central de titres, à l'égard de celui-ci]1. Par exception, ils peuvent cependant : <L 2004-12-15/39, art. 21, 015; En vigueur : 01-02-2005>
  - exercer un droit de revendication conformément aux dispositions des articles 8 et 9 de la présente loi, ainsi que de l'article 9bis, alinéas 2 à 4 de l'arrêté royal n° 62 du 10 novembre 1967 favorisant la circulation des valeurs mobilières;
  - exercer, s'il y a lieu, directement leurs droits associatifs auprès de l'émetteur;
  - en cas de faillite ou de toute autre situation de concours dans le chef de l'émetteur, exercer directement leurs droits de recours contre celui-ci.
  [1 Le paiement au dépositaire central de titres]1 des intérêts et des capitaux échus des titres dématérialisés est libératoire pour l'émetteur.
  [1 Le dépositaire central de titres]1 rétrocède ces intérêts et capitaux aux participants du système de compensation de titres en fonction des montants de titres inscrits en compte à leur nom à l'échéance. Ces paiements sont libératoires pour [1 le dépositaire central de titres]1.
  En cas de faillite ou de toute autre situation de concours dans le chef de l'émetteur de titres dématérialisés, tous les droits de recours contre lui s'exercent moyennant la production d'une attestation établie par le teneur de comptes ou [1 ou le dépositaire central de titres]1, certifiant le nombre de titres dématérialisés inscrits au nom du propriétaire ou de son intermédiaire à la date requise pour l'exercice de ces droits.
  
Art.12. De Koning kan, voor de toepassing van de artikelen 3 tot 11, regels vaststellen voor de toekenning en de intrekking van een vergunning voor het bijhouden van rekeningen, de organisatie van de boekhouding van die instellingen, de functionering van de effectenrekeningen, de afgifte van de rekeningoverzichten en de opgaven aan de houders van de effectenrekeningen, de betalingen door de instellingen die rekeningen bijhouden van de vervallen interesten en kapitalen van op rekening geboekte effecten, de globale gegevens die de instellingen die rekeningen bijhouden, moeten mededelen voor statistische of controledoeleinden, het toezicht op de naleving door de erkende instellingen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn en, op voorstel van de Nationale Bank van België, de regels voor de vergoeding aan haar verschuldigd door de leden van haar effectenclearingstelsel.
  Hij kan de totaalcertificaten aan toonder en de totaalcertificaten op naam van de leningen genaamd " lineaire obligaties ", uitgegeven voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, omzetten in gedematerialiseerde effecten. Deze omzetting mag niet raken aan de omvang van de rechten die deze effecten voor de beleggers belichamen.
Art.12. Le Roi peut, pour l'application des articles 3 à 11, fixer des modalités concernant la délivrance et le retrait d'un agrément, l'organisation de la comptabilité des teneurs de comptes, le fonctionnement des comptes, les extraits et relevés qui doivent être délivrés aux titulaires de comptes-titres, les paiements par les teneurs de comptes des intérêts et capitaux échus des titres inscrits en compte, les données globales à communiquer par les teneurs de comptes à des fins statistiques ou de contrôle, le contrôle de l'observation par les teneurs de comptes agréés des dispositions légales et réglementaires applicables et, sur la proposition de la Banque Nationale de Belgique, les modalités des rémunérations dues à celle-ci par les membres de son système de compensation de titres.
  Il peut convertir en titres dématérialisés les certificats globaux au porteur et les certificats globaux nominatifs représentatifs des emprunts " obligations linéaires ", émis antérieurement à l'entrée en vigueur de ce chapitre. Cette conversion ne peut porter préjudice à la consistance des droits que ces titres représentent pour les investisseurs.
Art. 12bis.
Art. 12bis. Aucune saisie-arrêt n'est admise sur le droit à la livraison de titres dématérialisés de la dette publique auxquels il a été souscrit, à partir du jour bancaire ouvrable précédant le jour prévu pour la livraison des titres et le paiement du prix de la souscription.
Art.13. <W 2004-12-15/39, art. 22, 015 ; Inwerkingtreding : 27-03-2006> § 1. De [1 Nationale Bank van België]1 is belast met het toezicht op de naleving van de regels en verplichtingen bepaald in dit hoofdstuk en in de uitvoeringsbesluiten ervan door de in artikel 3, § 2, 1° tot 3°, bedoelde instellingen.
  § 2. Voor de uitoefening van het in § 1 bedoelde toezicht, voor het opleggen van bestuursrechtelijke sancties en voor het treffen van andere maatregelen ten overstaan van de in artikel 3, § 2, 1° tot 3°, bedoelde instellingen, maakt de [1 Nationale Bank van België]1 :
  1° ten aanzien van de in artikel 3, § 2, 1° tot 3°, bedoelde kredietinstellingen, gebruik van de bevoegdheden die haar worden toegekend [2 door [3 de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen]3;]2
  2° ten aanzien van beleggingsondernemingen en van de andere in artikel 3, § 2, 1° tot 3°, bedoelde instellingen, gebruik van de bevoegdheden die haar werden toegekend [3 door Boek XII van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen]3 en de in uitvoering ervan getroffen besluiten en reglementen.
  De daarmee overeenstemmende bepalingen die de niet-naleving van voornoemde bepalingen bestraffen zijn van toepassing.
  § 3. De [1 Nationale Bank van België]1 kan wanneer een instelling niet meer voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden voor de handhaving van haar vergunning voor het bijhouden van rekeningen :
  1° de betreffende instelling verplichten de vastgestelde tekortkomingen te verhelpen binnen de door haar vastgestelde termijn;
  2° de vergunning van de betreffende instelling geheel of gedeeltelijk herroepen of schorsen.
  § 4. De [1 Nationale Bank van België]1 mag een administratieve geldboete opleggen aan elke in België gevestigde persoon die rekeningen van gedematerialiseerde effecten bijhoudt voor derden en zich niet conformeert aan artikel 3;
  De administratieve geldboete wordt ofwel eenmalig ofwel per kalenderdag opgelegd. In dit laatste geval mag deze noch minder bedragen dan 2 500 euro, noch meer dan 2 500 000 euro. In het totaal mogen de boeten opgelegd voor hetzelfde feit of geheel van feiten 12 500 000 euro niet overschrijden.
  De boeten worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.
  
Art.13. <L 2004-12-15/39, art. 22, 015 ; En vigueur : 27-03-2006> § 1er. La [1 Banque Nationale de Belgique]1 est chargée du contrôle du respect par les établissements visés à l'article 3, § 2, 1° à 3°, des règles et obligations prévues au présent chapitre ainsi que de celles prévues dans ses arrêtés d'exécution.
  § 2. Pour l'exercice du contrôle prévu au § 1er, pour l'imposition des sanctions administratives et pour les autres mesures prises à l'égard des établissements visés à l'article 3, § 2, 1° à 3°, la [1 Banque Nationale de Belgique]1 :
  1° utilise à l'égard des établissements de crédit visés à l'article 3, § 2, 1° à 3°, les compétences qui lui ont été attribuées [2 par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit [3 et des sociétés de bourse]3;]2
  2° utilise à l'égard des entreprises d'investissement et des autres établissements visés à l'article 3, § 2, 1° à 3°, les compétences qui lui ont été attribuées [3 par le Livre XII de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse]3 et par les arrêtés et règlements pris pour son exécution.
  Les dispositions correspondantes qui sanctionnent pénalement le non respect des dispositions précitées sont d'application.
  § 3. Lorsqu'un établissement ne remplit plus les conditions nécessaires au maintien de son agrément en tant que teneur de compte, la [1 Banque Nationale de Belgique]1 peut :
  1° contraindre ledit établissement à remédier aux manquements identifiés endéans le délai qu'elle fixe;
  2° révoquer ou suspendre entièrement ou partiellement l'agrément dudit établissement.
  § 4. La [1 Banque Nationale de Belgique]1 peut infliger une amende administrative à toute personne établie en Belgique qui tient des comptes de titres dématérialisés pour compte de tiers et qui ne se conforme pas à l'article 3;
  L'amende administrative peut être infligée en une fois ou par jour de calendrier. Dans ce dernier cas, elle ne pourra être inférieure à 2 500 euros ni être supérieure à 2 500 000 euros. Au total, une amende infligée pour un même fait ou ensemble de faits ne pourra être supérieure à 12 500 000 euros.
  L'amende est recouvrée, au profit du Trésor, par l'Administration du cadastre, de l'enregistrement et des domaines.
  
Art. 13bis. <INGEVOEGD bij W 2005-12-14/31, art. 36 ; Inwerkingtreding : 23-12-2005> [1 Het artikel 3.28 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing]1 op de gedematerialiseerde effecten van de overheidsschuld.
  
Art. 13bis. [1 L'article 3.28 du Code civil s'applique]1 aux titres dématérialisés de la dette publique.
  
HOOFDSTUK II. - Wijzigende bepalingen betreffende de Nationale Bank van België.
CHAPITRE II. - Dispositions modificatives relatives à la Banque Nationale de Belgique.
Art.14. <Wijzigingsbepaling van artikel 11 van het KB nr. 29 1939-08-24/30>
Art.14.
Art.15. <Wijzigingsbepaling van artikel 12 van het KB nr. 29 1939-08-24/30>
Art.15.
Art.16. <Wijzigingsbepaling van artikel 13 van het KB nr. 29 1939-08-24/30>
Art.16.
Art.17. <Wijzigingsbepaling van artikel 14 van het KB nr. 29 1939-08-24/30>
Art.17.
Art.18.
Art.18.
Art.19.
Art.19.
Art.20. <Wijzigingsbepaling van artikel 18 van het KB nr. 29 1939-08-24/30>
Art.20.
Art.21. <Wijzigingsbepaling van artikel 20 van het KB nr. 29 1939-08-24/30>
Art.21.
Art.22.<Wijzigingsbepaling van artikel 3, lid 1, b) van de W van 1948-07-28/30>
  2°
Art.22.
  2°
HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de cessies-retrocessies (en de eigendomsoverdrachten tot zekerheid).
CHAPITRE III. - Dispositions relatives aux opérations de cession-rétrocession (et aux transferts de propriété à titre de garantie).
HOOFDSTUK IV. - Fiscale bepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions fiscales.
Art.27. In artikel 126 1, van het Wetboek van de met het zegel gelijkgestelde taksen, gewijzigd bij de wet van 13 augustus 1947 en bij het besluit van de Regent van 25 november 1947, worden het 4°, 5°, 6° en 7° respectievelijk vervangen door de volgende bepalingen :
  " 4° De verrichtingen die effecten van de Belgische openbare schuld in 't algemeen tot voorwerp hebben en die de Administratie van de Thesaurie uitvoert of doet uitvoeren voor rekening van de Deposito- en Consignatiekas, van het Muntfonds of in het kader van haar liquiditeitsbeheer;
  5° De verrichtingen die effecten van de Belgische openbare schuld in 't algemeen tot voorwerp hebben en die de Amortisatiekas uitvoert of doet uitvoeren;
  6° De verrichtingen met als voorwerp schatkistcertificaten of lineaire obligaties uitgegeven door de Staat;
  7° De verrichtingen die het Rentenfonds uitvoert of doet uitvoeren. "
Art.27. Dans l'article 126 1, du Code des taxes assimilées au timbre, modifié par la loi du 13 août 1947 et par l'arrêté du Régent du 25 novembre 1947, les 4°, 5°, 6° et 7° sont respectivement remplacés par les dispositions suivantes :
  " 4° Les opérations ayant pour objet des titres de la dette publique belge en général que l'administration de la Trésorerie effectue ou fait effectuer pour le compte de la Caisse des dépôts et consignations ou du Fonds monétaire ou dans le cadre de sa gestion de liquidités;
  5° Les opérations ayant pour objet des titres de la dette publique belge en général que la Caisse d'amortissement effectue ou fait effectuer;
  6° Les opérations ayant pour objet des certificats de trésorerie ou des obligations linéaires émis par l'Etat;
  7° Les opérations que le Fonds des Rentes effectue ou fait effectuer. "
Art.28. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 139bis ingevoegd luidend als volgt :
  " Artikel 139bis. - De verrichtingen met als voorwerp schatkistcertificaten of lineaire obligaties uitgegeven door de Staat, zijn van de taks vrijgesteld. "
Art.28. Un article 139bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
  " Article 139bis. - Les opérations ayant pour objet des certificats de trésorerie ou des obligations linéaires émis par l'Etat, sont exemptés de la taxe. "
HOOFDSTUK V. - Diverse bepalingen, opheffingsbepalingen, inwerkingtreding.
CHAPITRE V. - Dispositions diverses, dispositions abrogatoires, entrée en vigueur.
Art.29. <Wijzigingsbepaling van artikel 4, 6° van het KB nr. 175 1935-06-13/30>
Art.29.
Art.30. <Wijzigingsbepaling van artikel 2bis van de B 1945-05-18/30>
Art.30.
Art.31.
Art.31.
Art.32. In artikel 1 van de wet van 2 augustus 1955 houdende opheffing van het Fonds tot delging der Staatsschuld, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
  " In het kader van de beheersverrichtingen van de staatsschuld die een afkoop of omruiling van effecten meebrengen, wordt de Amortisatiekas eveneens toegestaan om voorafgaand aan de datum van de terugbetaling van de leningen, bepaald door de wetten en leningsovereenkomsten, de dotaties in ontvangst te nemen en aan te wenden, verhoogd met de opgelopen intresten op de afgekochte of omgeruilde kapitalen, bestemd voor die terugbetalingen en opgenomen of op te nemen op de Rijksschuldbegroting. "
Art.32. Dans l'article 1er de la loi du 2 août 1955 portant suppression du Fonds d'Amortissement de la Dette publique, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1 et 2 :
  " Dans le cadre des opérations de gestion de la dette publique impliquant le rachat ou l'échange de titres, la Caisse d'Amortissement est également autorisée à recevoir et à utiliser, antérieurement aux dates de remboursement des emprunts prévues dans les lois et contrats d'emprunt, les dotations, augmentées des intérêts courus sur les capitaux rachetés ou échangés, destinées à ces remboursements et portées ou à porter au budget de la dette publique. "
Art.33. Artikel 5 van de wet van 2 augustus 1955 houdende opheffing van het Fonds tot delging van de Staatsschuld wordt aangevuld als volgt :
  " Indien de beheersverrichtingen een afkoop of omruiling van effecten van de staatsschuld meebrengen in de loop van een jaar voorafgaand aan het jaar van terugbetaling bepaald door de wetten of leningsovereenkomsten, worden de dotaties bestemd voor die verrichtingen opgenomen in het budget van de Staatsschuld als afschrijvingslast, voortvloeiend uit beheersverrichtingen.
  (In zover zij niet gekapitaliseerd zijn, worden de opgelopen intresten op de afgekochte of omgeruilde kapitalen, wat hen betreft, opgenomen op bedoelde begroting ten laste van een rentekrediet (afdeling 45 programma 10 " kosten van leningen ").
  Indien de opgelopen intresten op de afgekochte of omgeruilde kapitalen samengevoegd worden het ingetekend kapitaal, worden zij niet op de begroting aangerekend op het ogenblik van de verrichting van afkoop of van omruiling. Deze intrestuitgaven zullen op de Rijksschuldbegroting worden geboekt ten laste van de basisallocatie 91.01 - Aflossing van de leningen op lange termijn in Belgische frank - afdeling 45 - programma 10, bij de terugbetaling van de leningen uitgegeven om deze verrichtingen uit te voeren of bij een latere terugkoop of omruiling van deze leningen.) <W 1992-07-28/30, art. 70, 006; Inwerkingtreding : 10-08-1992>
  De afgekochte of omgeruilde kapitalen in het kader van de beheersverrichtingen worden in mindering gebracht van het uitgegeven nominaal kapitaal om, overeenkomstig de wetten of leningsovereenkomsten, de afschrijvingsdotaties vast te stellen volgend op die verrichtingen. "
Art.33. L'article 5 de la loi du 2 août 1955 portant suppression du Fonds d'Amortissement de la Dette publique est complété comme suit :
  " Si des opérations de gestion impliquent le rachat ou l'échange de titres, de la dette publique dans le courant d'une année antérieure à celle du remboursement prévu par les lois ou contrats d'emprunt, les dotations destinées à ces opérations sont portées au budget de la Dette publique à titre de dépenses d'amortissement résultant d'opérations de gestion.
  (Dans la mesure où ils ne sont pas capitalisés, les intérêts courus sur les capitaux rachetés ou échangés sont quant à eux portés audit budget à charge d'un crédit d'intérêt (division 45 - programme 10 "charges d'emprunts").
  Si les intérêts courus sur les capitaux rachetés ou échangés sont incorporés au capital souscrit, ils ne font pas l'objet d'une imputation budgétaire au moment de l'opération de rachat ou d'échange. Ces dépenses d'intérêt seront portées au budget de la Dette publique lors du remboursement des emprunts émis pour effectuer ces opérations ou lors d'un rachat ou échange ultérieur de ces emprunts, à charge de l'allocation de base 91.01 - Amortissements des emprunts à long terme en francs belges - division 45 - programme 10.) <L 1992-07-28/30, art. 70, 006; En vigueur : 10-08-1992>
  Les capitaux rachetés ou échangés dans le cadre des opérations de gestion sont déduits du capital nominal émis pour établir, conformément aux lois ou contrats d'emprunt, les dotations d'amortissement postérieures à ces opérations. "
Art.34. De wet van 16 juni 1868 tot wijziging van de bepalingen die de dienst van de openbare schuld regelen, wordt opgeheven.
Art.34. La loi du 16 juin 1868 apportant des modifications aux dispositions qui régissent le service de la dette publique, est abrogée.
Art.35. Deze titel treedt in werking op 29 januari 1991, met uitzondering van de door artikel 27 aangebrachte wijziging aan artikel 126 1, 5°, van het Wetboek van de met het zegel gelijkgestelde taksen en de artikelen 32 en 33 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 1991.
Art.35. Le présent titre entre en vigueur le 29 janvier 1991, à l'exception de la modification apportée par l'article 27 à l'article 126 1, 5°, du Code des taxes assimilées au timbre, et des articles 32 et 33 qui produisent leurs effets à partir du 1er janvier 1991.
TITEL II. - Bepalingen met betrekking tot het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut.
TITRE II. - Dispositions relatives à l'Institut belgo-luxembourgeois du change.
Art.36. (Abrogé) <L 2002-02-28/51, art. 17, 013; En vigueur : 28-11-2002>
  (NOTE : cet article portait le texte de la Loi relative à l'Institut belgo-luxembourgeois du change dont le contenu a été repris sous 1991-01-02/61)
Art.37. Zijn opgeheven :
  1.
  2.
Art.37. Sont abrogés :
  1.
  2.
Art. 38. <Wijzigingsbepaling van artikel 1 van de W 1962-09-11/01>
Art. 38.