Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 OKTOBER 1991. - Koninklijk besluit betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-12-1993 en tekstbijwerking tot 12-06-2009)
Titre
14 OCTOBRE 1991. - Arrêté royal relatif aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-12-1993 et mise à jour au 12-06-2009)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (39)
Texte (39)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Afdeling I. - Benaming.
Section I. - Définition.
Artikel 1. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder :
  thesauriebewijzen en depositobewijzen : de schuldbewijzen bedoeld in artikel 1 van de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  billets de trésorerie et certificats de dépôt : les titres de créance visés à l'article 1er de la loi du 22 juillet 1991, relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt.
Afdeling II. - Gedematerialiseerde effecten.
Section II. - Titres dématérialisés.
Art.2. De vergunning voor het houden van rekeningen van gedematerialiseerde effecten van de overheidsschuld, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, verleend overeenkomstig hoofdstuk III, afdeling 1, van het koninklijk besluit van 23 januari 1991 betreffende de effecten van de staatsschuld, geldt van rechtswege voor het houden van rekeningen van gedematerialiseerde thesauriebewijzen en gedematerialiseerde depositobewijzen.
Art.2. L'agrément des teneurs de comptes de titres dématérialisés de la dette publique, visé à l'article 3, alinéa 2, de la loi du 2 janvier 1991 relative au marché des titres de la dette publique et aux instruments de la politique monétaire, octroyé conformément au chapitre III, section Ière, de l'arrêté royal du 23 janvier 1991 relatif aux titres de la dette de l'Etat, vaut de plein droit pour la tenue de comptes de billets de trésorerie dématérialisés et de certificats de dépôt dématérialisés.
Art.3. De voor het houden van effectenrekeningen erkende instellingen mogen slechts rekeningen van gedematerialiseerde thesauriebewijzen en gedematerialiseerde depositobewijzen openen en houden op naam van geïdentificeerde rekeninghouders, nadat zij een volledig ingevuld en ondertekend formulier hebben ontvangen waaruit blijkt dat de rekeninghouder behoort tot één van de categorieën van personen of instellingen bedoeld in artikel 26 van de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium.
  Dit formulier wordt ter beschikking gehouden van de Administratie der Directe Belastingen. De in het buitenland gevestigde instellingen die rekeningen houden overhandigen dit formulier aan de Nationale Bank van België die het ter beschikking houdt van de Administratie der Directe Belastingen.
  De houders van een rekening van gedematerialiseerde thesauriebewijzen of van gedematerialiseerde depositobewijzen dienen de instelling die hun rekening bijhoudt zonder verwijl in te lichten over iedere wijziging van de gegevens die zij aan deze laatste overeenkomstig het eerste lid hebben medegedeeld.
  Het bedrag van de thesauriebewijzen of depositobewijzen dat op een rekening geboekt blijft nadat de houder de hoedanigheid zoals bedoeld in het eerste lid heeft verloren dient door de instelling die de rekening houdt, op naam van de eigenaar te worden overgemaakt aan de Nationale Bank van België. De aldus bij de Nationale Bank van België geboekte thesauriebewijzen en depositobewijzen kunnen alleen worden verkocht of op de vervaldag worden geïnd, mits de roerende voorheffing wordt ingehouden op de gelopen interest, sinds de datum dat de eigenaar in lid 1 bedoelde hoedanigheid heeft verloren.
  (Dit artikel is niet van toepassing op gedematerialiseerde thesauriebewijzen en gedematerialiseerde depositobewijzen die geboekt zijn in een door artikel 1, 1°, van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de transacties met bepaalde effecten bedoeld vereffeningstelsel.) <KB 1994-08-12/37, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 1994-08-31>
Art.3. Les teneurs de comptes agréés ne peuvent ouvrir et tenir des comptes de billets de trésorerie dématérialisés et de certificats de dépôt dématérialisés qu'au nom de titulaires de comptes identifiés et après qu'ils sont mis en possession d'un formulaire, dûment rempli et signé, d'où il apparaît que le titulaire de compte appartient à l'une des catégories de personnes ou institutions visées à l'article 26 de la loi du 2 janvier 1991 relative au marché des titres de la dette publique et aux instruments de la politique monétaire.
  Ce formulaire est tenu à la disposition de l'Administration des Contributions directes. Les teneurs de comptes établis à l'étranger remettent ce formulaire à la Banque Nationale de Belgique qui le tient à la disposition de l'Administration des Contributions directes.
  Les titulaires d'un compte de billets de trésorerie dématérialisés et de certificats de dépôt dématérialisés doivent informer sans délai leur teneur de comptes de toute modification dans les données qui lui ont été communiquées conformément à l'alinéa 1er.
  Le montant des billets de trésorerie dématérialisés et des certificats de dépôt dématérialisés qui reste comptabilisé après que le titulaire ait perdu la qualité visée à l'alinéa 1er, doit être viré, au nom du propriétaire, à la Banque Nationale de Belgique. Les billets de trésorerie et les certificats de dépôt ainsi comptabilisés auprès de la Banque Nationale de Belgique peuvent seulement être vendus ou encaissés à l'échéance, sous déduction du précompte mobilier sur l'intérêt couru à partir de la date à laquelle le propriétaire a perdu la qualité visée à l'alinéa 1er.
  (Le présent article n'est pas applicable aux billets de trésorerie dématérialisés et aux certificats de dépôt dématérialisés inscrits dans un système de liquidation visé à l'article 1er, 1°, de la loi du 6 août 1993 relative aux opérations sur certaines valeurs mobilières.) <AR 1994-08-12/37, art. 1, 004; En vigueur : 1994-08-31>
Art.4. Hoofdstuk III, afdeling II, van het koninklijk besluit van 23 januari 1991 betreffende de effecten van de staatsschuld (, met uitzondering van artikel 42,) is van overeenkomstige toepassing op het houden van rekeningen van gedematerialiseerde thesauriebewijzen en gedematerialiseerde depositobewijzen. <KB 1994-08-12/37, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 1994-08-31>
Art.4. Le chapitre III, section II, de l'arrêté royal du 23 janvier 1991 relatif aux titres de la dette de l'Etat(, à l'exception de l'article 42,) est applicable par analogie à la tenue des comptes de billets de trésorerie dématérialisés et de certificats de dépôt dématérialisés. <AR 1994-08-12/37, art. 2, 003; En vigueur : 1994-08-31>
Art.5. <KB 1994-08-12/37, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 1994-08-31>
  Het in de effectenboekhouding te boeken bedrag, in de munteenheid waarin het effect is uitgedrukt, is :
  - de nominale waarde, wat betreft de gedematerialiseerde thesauriebewijzen en gedematerialiseerde depositobewijzen met koeponbetaling;
  - het door de emittent op de vervaldag te betalen bedrag aan kapitaal en interesten, wat betreft de op discontobasis uitgegeven gedematerialiseerde thesauriebewijzen en gedematerialiseerde depositobewijzen.
Art.5. <AR 1994-08-12/37, art. 3, 004; En vigueur : 1994-08-31>
  Le montant à inscrire en comptabilité-titres, dans la devise dans laquelle le titre est libellé, est :
  - le montant nominal, pour ce qui concerne les billets de trésorerie dématérialisés et les certificats de dépôt dématérialisés avec paiement de coupon;
  - le montant en capital et intérêts à payer par l'émetteur à l'échéance, pour ce qui concerne les billets de trésorerie dématérialisés et les certificats de dépôt dématérialisés émis sur une base escomptée.
Art.6. <KB 1998-11-26/39, art. 7, § 1, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1999> Bij de transacties in gedematerialiseerde thesauriebewijzen of gedematerialiseerde depositobewijzen moet het op de effectenrekening te boeken bedrag, zoals omschreven in artikel 5, een minimum van 250 000 euro bedragen.
  (Het bedrag van de thesauriebewijzen uitgegeven door uitgevende instellingen die behoren tot de sector " overheid " overeenkomstig het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap (ESR 95), ten voordele van beleggers die behoren tot dezelfde sector, bedraagt ten minste honderdduizend euro.) <KB 2006-09-01/64, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 06-10-2006>
  De Minister van Financiën kan, in overeenstemming met artikel 4, tweede lid, van de voormelde wet van 22 juli 1991, het minimum bedrag bepalen voor transacties in gedematerialiseerde thesauriebewijzen of gedematerialiseerde depositobewijzen uitgedrukt in de door hem bepaalde vreemde munten.
Art.6. <AR 1998-11-26/39, art. 7, § 1, 006; En vigueur : 01-01-1999> Lors d'opérations sur billets de trésorerie dématérialisés ou sur certificats de dépôt dématérialisés, le montant à inscrire en comptes-titres, tel que défini à l'article 5, doit être au minimum de 250 000 euros.
  (Le montant des billets de trésorerie émis par les émetteurs qui font partie du secteur " administrations publiques " au sens du Système européen de comptes nationaux et régionaux dans la Communauté (SEC 95) au profit des investisseurs qui font partie du même secteur, s'élève à un montant d'au moins cent mille euros.) <AR 2006-09-01/64, art. 1, 009; En vigueur : 06-10-2006>
  Le Ministre des Finances peut arrêter, conformément à l'article 4, alinéa 2 de la loi précitée du 22 juillet 1991, le montant minimal pour les opérations sur billets de trésorerie dématérialisés ou sur certificats de dépôts dématérialisés exprimés dans les monnaies étrangères qu'il détermine.
Art.7. <KB 1998-11-26/39, art. 12, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1999> § 1. De instelling die rekeningen bijhoudt van gedematerialiseerde thesauriebewijzen of van gedematerialiseerde depositobewijzen moet de speciënrekening van de houder van de effecten crediteren met het bedrag van de vervallen interesten en de terugbetaaalbare kapitalen op de dag zelf.
  Zij moet de houder laten beschikken over deze sommen vanaf de dag van dit credit. Zij moet dit credit bovendien de valutadatum toekennen van de dag waarop de emittent van de effecten de betaling van deze interesten of kapitalen uitgevoerd heeft.
  § 2. Wanneer de dag, waarop de speciënrekening van de instelling die rekeningen bijhoudt gecrediteerd werd, geen bankwerkdag is, mag de instelling die rekeningen bijhoudt de terbeschikkingstelling van de sommen, onverminderd de toepassing van de andere bepalingen beschreven in § 1 van dit artikel, uitstellen tot de eerstvolgende bankwerkdag. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder bankwerkdag verstaan een dag waarop het geheel van de bancaire activiteit uitgeoefend wordt in het land waar de instelling die rekeningen bijhoudt gevestigd is of, indien de situatie kan verschillen binnen een zelfde land, op het grondgebied van de openbare gemeenschap waar de instelling die rekeningen bijhoudt gevestigd is.
Art.7. <AR 1998-11-26/39, art. 12, 006; En vigueur : 01-01-1999> § 1er. Le teneur de comptes de billets de trésorerie dématérialisés ou de certificats de dépôt dématérialisés doit créditer le compte-espèces du titulaire des titres du montant des intérêts échus et capitaux remboursables, le jour même où son propre compte-espèces en a été crédité de manière irrévocable et définitive. Il doit laisser le titulaire disposer de ces fonds à partir du jour de ce crédit. Il doit en outre donner à ce crédit la date-valeur du jour où l'émetteur des titres a effectué le paiement de ces intérêts ou capitaux.
  § 2. Lorsque le jour où le compte-espèces du teneur de comptes a été crédité ne correspond pas à un jour ouvrable bancaire, le teneur de comptes peut reporter au premier jour ouvrable bancaire suivant la mise à disposition des fonds, sans préjudice de l'application des autres dispositions du § 1er du présent article. Pour l'application du présent paragraphe, on entend par jour ouvrable bancaire un jour où s'exerce l'ensemble de l'activité bancaire dans le pays où le teneur de comptes est établi ou, si la situation peut différer à l'intérieur d'un même pays, sur le territoire de la collectivité publique où le teneur de comptes est établi.
Afdeling III. - Effecten op naam.
Section III. - Titres nominatifs.
Art.9. <KB 2007-04-26/88, art. 19, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2008> § 1. Op de zetel van de emittent wordt een register gehouden van de nominatieve effecten die thesauriebewijzen en depositobewijzen vertegenwoordigen; elke belanghebbende kan er inzage van nemen.
  Er wordt een register geopend per categorie van effecten met dezelfde kenmerken en waarvoor de uitgifteovereenkomst bepaalt dat zij de vorm van een nominatief effect aannemen of kunnen aannemen.
  Een computerbestand kan een register uitmaken.
  § 2. Een register moet de volgende gegevens bevatten :
  1° de benaming van de thesauriebewijzen of de depositocertificaten;
  2° de volgnummers van de nominatieve effecten;
  3° de identiteit van de inschrijvers of verwervers;
  4° het nominale bedrag van de nominatieve effecten;
  5° de wijze en de plaats van betaling van de interesten en het kapitaal;
  6° de pandrechten en de overige zakelijke rechten;
  7° de overdrachten met hun datum.
Art.9. <AR 2007-04-26/88, art. 19, 010; En vigueur : 01-01-2008> § 1er. Il est tenu au siège de l'émetteur un registre des titres nominatifs représentant des billets de trésorerie et des certificats de dépôt dont tout intéressé pourra prendre connaissance.
  Il est ouvert un registre par catégorie de titres ayant les mêmes caractéristiques, pour lesquels la convention d'émission prévoit qu'ils auront ou pourront avoir la forme d'un titre nominatif.
  Le registre peut consister en un fichier informatisé.
  § 2. Dans un registre sont mentionnés :
  1° la dénomination des billets de trésorerie ou des certificats de dépôt;
  2° les numéros d'ordre des titres nominatifs;
  3° l'identité des souscripteurs ou acquéreurs;
  4° le montant nominal des titres nominatifs;
  5° les modalités et le lieu de paiement des intérêts et du capital;
  6° les droits de gage et les autres droits réels;
  7° les transferts avec leur date.
Afdeling IV. - Omzetting van effecten.
Section IV. - Conversion de titres.
Art.10. Gedematerialiseerde thesauriebewijzen en gedematerialiseerde depositobewijzen kunnen niet in effecten in een andere vorm worden omgezet.
  Thesauriebewijzen en depositobewijzen in een andere dan gedematerialiseerde vorm kunnen niet in gedematerialiseerde effecten worden omgezet.
  (lid 3 opgeheven) <KB 2007-04-26/88, art. 20, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  (lid 4 opgeheven) <KB 2007-04-26/88, art. 20, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2008>
Art.10. Les billets de trésorerie dématérialisés et les certificats de dépôt dématérialisés ne peuvent pas être convertis en titres ayant une autre forme.
  Les billets de trésorerie et les certificats de dépôt n'ayant pas la forme dématérialisée ne peuvent pas être convertis en titres dématérialisés.
  (alinéa 3 abrogé) <AR 2007-04-26/88, art. 20, 010; En vigueur : 01-01-2014>
  (alinéa 4 abrogé) <AR 2007-04-26/88, art. 20, 010; En vigueur : 01-01-2008>
Afdeling V. - Diverse bepalingen.
Section V. - Dispositions diverses.
Art.11. De Nationale Bank van België is gemachtigd aan de emittenten van gedematerialiseerde thesauriebewijzen en gedematerialiseerde depositobewijzen een vergoeding aan te rekenen als dekking van de specifieke kosten van de opname van die effecten in het effectenclearingstelsel dat zij organiseert.
Art.11. La Banque Nationale de Belgique est autorisée à percevoir des émetteurs de billets de trésorerie dématérialisés et de certificats de dépôt dématérialisés une rémunération destinée à couvrir les frais spécifiques relatifs à l'inclusion de ces titres dans le système de compensation de titres qu'elle organise.
Art.12. Bij de uitgifte van thesauriebewijzen of depositobewijzen moet de emittent, per categorie van effecten met dezelfde kenmerken, een standaardcode I.S.I.N. aanvragen bij het Secretariaat voor Roerende Waarden, Ravensteinstraat 36, bus 6, te 1000 Brussel.
Art.12. Lors de l'émission de billets de trésorerie ou de certificats de dépôt, l'émetteur doit demander, par catégorie de titres ayant les mêmes caractéristiques, un code standard I.S.I.N. au Secrétariat des Valeurs Mobilières, rue Ravenstein 36, bte 6, à 1000 Bruxelles.
HOOFDSTUK II. - Bijzondere voorschriften voor de emittenten van thesauriebewijzen.
CHAPITRE II. - Dispositions particulières aux émetteurs de billets de trésorerie.
Afdeling I. - Financiële normen.
Section I. - Exigences financières.
Art.13. Thesauriebewijzen mogen enkel worden uitgegeven door Belgische of buitenlandse ondernemingen die zijn opgericht als rechtspersoon en uit wier laatste jaarrekening die is opgesteld overeenkomstig de hoofdstukken 1 of 2 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen en gecertificeerd door een commissaris-revisor, zo niet, uit een jaarrekening met een gelijkwaardige inhoud en voorstelling, blijkt dat :
  1° het bedrag van het eigen vermogen ten minste (25 miljoen euro) bedraagt
  of
  2° a) het bedrag van het eigen vermogen ten minste (twee miljoen vijfhonderdduizend euro) bedraagt
  en
  b) de verhouding tussen, enerzijds, de vorderingen op ten hoogste één jaar, de geldbeleggingen en liquide middelen en, anderzijds, de schulden op ten hoogste één jaar groter is dan één. <KB 1998-11-26/39, art. 7, § 2, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
  Indien de ondernemingen niet voldoen aan de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 2°, b moeten zij aantonen dat zij vanwege een instelling als bedoeld in artikel 3, 2° van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten de verbintenis hebben verkregen dat, ingeval een vernieuwing van de bewijzen ingevolge de markttoestand niet mogelijk blijkt, genoemde instelling de emittent zal bijstaan om de verplichtingen na te komen die voor hen voortvloeien uit de uitgifte van thesauriebewijzen. Het bedrag van de verbintenis moet steeds ten minste gelijk zijn aan 95 % van het beloop van alle door de emittent in omloop gebrachte thesauriebewijzen.
  (De emittent dient niet te voldoen aan het 1° en 2° van dit artikel, als er voor de uitgegeven thesauriebewijzen een onherroepelijke en onvoorwaardelijke waarborg geldt die is verstrekt hetzij door een Belgische of buitenlandse onderneming die is opgericht als rechtspersoon en voldoet aan de voorwaarden van het eerste lid, hetzij door de Belgische Staat, een Gemeenschap, een Gewest, een provincie, een gemeente, een vreemde Staat of één van zijn territoriale publiekrechtelijke lichamen. Deze waarborg dient onderworpen te zijn hetzij aan het Belgische recht, hetzij aan de nationale wet van de borg of aan het recht dat door wijziging over het algemeen toepasselijk is op gelijkaardige handelingen van de borg.) <KB 1993-11-29/31, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 17-12-1993> <KB 1995-05-04/35, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 02-06-1995>
  (Dit artikel geldt niet voor de fondsen voor belegging in schuldvorderingen, noch voor de vennootschappen voor belegging in schuldvorderingen.) <KB 1993-11-29/31, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 17-12-1993>
Art.13. Ne peuvent émettre des billets de trésorerie que les entreprises belges ou étrangères organisées sous la forme de personnes morales dont, selon les derniers comptes annuels, établis conformément aux chapitres 1er ou 2 de l'annexe à l'arrêté royal du 8 octobre 1976 relatif aux comptes annuels des entreprises et certifiés par un commissaire-réviseur, ou, à défaut d'application de cette réglementation, selon des comptes d'un contenu et d'une présentation de nature équivalente :
  1° le montant des fonds propres est au moins égal à (25 millions d'euros)
  ou
  2° a) le montant des fonds propres est au moins égal à (deux millions cinq cent mille euros)
  et
  b) le rapport entre, d'une part, les créances à un an au plus, les placements de trésorerie et les valeurs disponibles et, d'autre part, les dettes à un an au plus, est supérieur à un. <AR 1998-11-26/39, art. 7, § 2, 006; En vigueur : 01-01-1999>
  A défaut de répondre à la condition reprise à l'alinéa 1er, 2°, b, les entreprises doivent justifier avoir obtenu de la part d'une institution visée à l'article 3, 2° de la loi du 4 décembre 1990 relative aux opérations financières et aux marchés financiers, l'engagement que, dans le cas où la situation du marché ne permettrait pas de procéder au renouvellement des billets, cette institution consentira un concours permettant à l'émetteur de faire face aux obligations découlant pour lui de l'émission de billets de trésorerie. Le montant de cet engagement doit, à tout moment, être au moins égal à 95 % de l'encours de l'ensemble des billets de trésorerie mis en circulation par l'émetteur.
  (L'émetteur n'est pas tenu de répondre aux exigences prévues aux 1° et 2° du présent article si les billets de trésorerie émis font l'objet d'une garantie irrévocable et inconditionnelle donnée soit par une entreprise belge ou étrangère organisée sous la forme d'une personne morale qui remplit les conditions de l'alinéa 1er, soit par l'Etat belge, une Communauté, une Région, une province, une commune, un Etat étranger ou une de ses collectivités publiques territoriales. Cette garantie doit être soumise soit au droit belge, soit à la loi nationale du garant ou au droit de référence généralement applicable aux actes similaires du garant.) <AR 1993-11-29/31, art. 1, 002; En vigueur : 17-12-1993> <AR 1995-05-04/35, art. 1, 005; En vigueur : 02-06-1995>
  (Le présent article n'est applicable ni aux fonds de placement en créances ni aux sociétés d'investissement en créances.) <AR 1993-11-29/31, art. 1, 002; En vigueur : 1993-12-17>
Afdeling II. - (Informatie te verstrekken bij een uitgifteprogramma van thesauriebewijzen.)
Section II. - (Information à diffuser lors d'un programme d'émission de billets de trésorerie.)
Art.16. § 1. Het prospectus moet de volgende gegevens bevatten :
  1° (opgeheven) <KB 1998-12-17/35, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-02-1999>
  2° de vermelding dat de emittent verantwoordelijk is voor het prospectus (en zijn aanvullingen), en inzonderheid dat hij tegenover de belanghebbende verplicht is elk nadeel te herstellen dat een onmiddellijk en rechtstreeks gevolg is van het ontbreken of de valsheid van de vermeldingen als voorgeschreven door artikel 5 van de voormelde wet van 22 juli 1991 en door de voorschriften van deze afdeling; <KB 1993-11-29/31, art. 2, 1°, 002; Inwerkingtreding : 1993-12-17>
  3° een verklaring van de emittent waarin hij bevestigt dat de gegevens in het prospectus (en zijn aanvullingen) naar zijn weten stroken met de werkelijkheid en geen weglating bevatten die de inhoud ervan zou kunnen vertekenen; <KB 1993-11-29/31, art. 2, 1°, 002; Inwerkingtreding : 1993-12-17>
  4° de inlichtingen op grond waarvan kan worden uitgemaakt of de emittent voldoet aan de financiële normen als bedoeld in artikel 13.
  (Het prospectus moet de integrale tekst bevatten van de algemene voorwaarden van het programma.) <KB 1993-11-29/31, art. 2, 2°, 002; Inwerkingtreding : 1993-12-17>
  § 2. (De bijzondere voorwaarden die specifiek zijn voor elke uitgifte in het kader van het programma, worden bij elke uitgifte aan de inschrijver verstrekt.) <KB 1993-11-29/31, art. 2, 3°, 002; Inwerkingtreding : 1993-12-17>
  § 3. (De volgende stukken moeten als bijlage bij het prospectus worden gevoegd :
  - eventuele aanvullingen die nog niet zijn opgenomen in de tekst van het prospectus;
  - het jaarverslag en de jaarrekening van de emittent over het laatste boekjaar;
  - als zij recenter zijn, de tabel en het verslag opgesteld overeenkomstig artikel 22.
  Deze bijlage wordt gedurende de hele looptijd van het uitgifteprogramma bijgewerkt. (Conform artikel 5, § 1, eerste lid van de voornoemde wet van 22 juli 1991 zorgt de emittent ervoor dat die bijwerking openbaar wordt gemaakt).) <KB 1993-11-29/31, art. 2, 4°, 002; Inwerkingtreding : 1993-12-17> <KB 1998-12-17/35, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 01-02-1999>
  § 4. Voor de vennootschappen waarvoor de voorschriften gelden (van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 betreffende de verplichtingen inzake periodieke informatie van emittenten waarvan de financiële instrumenten zijn opgenomen in de eerste markt en de nieuwe markt van een effectenbeurs) moet het prospectus, in plaats van het verslag en de tabel als bedoeld in artikel 22, het halfjaarlijksverslag bevatten dat zij openbaar maken (met toepassing van artikel 2 van voornoemd besluit). <KB 1998-12-17/35, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 01-02-1999>
  (§ 4bis. Voor de vennootschappen voor belegging in schuldvorderingen en de fondsen voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht, moet in plaats van het verslag en de tabel bedoeld in artikel 22, in het prospectus het laatste driemaandelijks verslag worden opgenomen dat zij bekendmaken met toepassing van artikel 129, § 3 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten.) <KB 1993-11-29/31, art. 2, 5°, 002; Inwerkingtreding : 1993-12-17>
  § 5. (opgeheven) <KB 1998-12-17/35, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-02-1999>
Art.16. § 1. Le prospectus doit contenir :
  1° (abrogé) <AR 1998-12-17/35, art. 3, 007; En vigueur : 1999-02-01>
  2° l'indication que l'émetteur assume la responsabilité du prospectus, (et de ses compléments), et en particulier qu'il est tenu envers les intéressés de la réparation du préjudice qui est une suite immédiate et directe de l'absence ou de la fausseté des énonciations prescrites par l'article 5 de la loi précitée du 22 juillet 1991 et par les dispositions de la présente section; <AR 1993-11-29/31, art. 2, 1°, 002; En vigueur : 1993-12-17>
  3° une attestation de l'émetteur certifiant qu'à sa connaissance les données du prospectus, (et de ses compléments) sont conformes à la réalité et ne comportent pas d'omission de nature à en altérer la portée; <AR 1993-11-29/31, art. 2, 1°, 002; En vigueur : 1993-12-17>
  4° les informations permettant d'établir que l'émetteur remplit les exigences financières visées à l'article 13.
  (Le prospectus doit reproduire le texte intégral des conditions générales du programme.) <AR 1993-11-29/31, art. 2, 2°, 002; En vigueur : 1993-12-17>
  § 2. (Les conditions particulières propres à chaque émission qui a lieu dans le cadre du programme sont remises au souscripteur lors de chaque tirage.) <AR 1993-11-29/31, art. 2, 3°, 002; En vigueur : 1993-12-17>
  § 3. (Doivent être joints en annexe au prospectus :
  - ses éventuels compléments, s'ils n'ont pas été incorporés dans le texte du prospectus;
  - le rapport et les comptes annuels de l'émetteur relatifs au dernier exercice;
  - s'ils sont plus récents, le tableau et le rapport établis conformément à l'article 22.
  Cette annexe est mise à jour pendant toute la durée du programme d'émission. (L'émetteur en assure la publicité conformément à l'aricle 5, §1, alinéa 1 de la loi du 22 juillet 1991).) <AR 1993-11-29/31, art. 2, 4°, 002; En vigueur : 1993-12-17> <AR 1998-12-17/35, art. 4, 007; En vigueur : 01-02-1999>
  § 4. Pour les sociétés soumises aux dispositions (de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 relatif aux obligations en matière d'information périodique des émetteurs dont les instruments financiers sont inscrits au premier marché et au nouveau marché d'une bourse de valeurs mobilières), le prospectus doit contenir, en lieu et place du rapport et du tableau visés à l'article 22, le rapport semestriel qu'elles publient (en application de l'article 2 de l'arrêté précité.) <AR 1998-12-17/35, art. 5, 007; En vigueur : 01-02-1999>
  (§ 4bis. Pour les sociétés d'investissement en créances et les fonds de placement en créances de droit belge, le prospectus doit contenir, en lieu et place du rapport et du tableau visés à l'article 22, le dernier rapport trimestriel qu'ils publient en application de l'article 129, § 3 de la loi du 4 décembre 1990 relative aux opérations financières et aux marchés financiers.) <AR 1993-11-29/31, art. 2, 5°, 002; En vigueur : 1993-12-17>
  § 5. (abrogé) <AR 1998-12-17/35, art. 3, 007; En vigueur : 01-02-1999>
Art.20. (Onverminderd artikel 5, § 1, eerste lid van de voornoemde wet van 22 juli 1991 wordt het prospectus bij de inschrijving aan de inschrijver overhandigd). Het prospectus (en zijn aanvullingen) zijn verkrijgbaar ten zetel van de emittent en moeten op verzoek aan elke houder van een thesauriebewijs worden verstrekt. Dit wordt vermeld in het prospectus. <KB 1993-11-29/31, art. 6, 1°, 002; Inwerkingtreding : 1993-12-17> <KB 1998-12-17/35, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 01-02-1999>
  Indien het gaat om thesauriebewijzen die in gedematerialiseerde vorm zijn uitgegeven, worden deze stukken tevens ambtshalve verstrekt aan het effectenclearingstelsel van de Nationale Bank van België.
  (lid 3 opgeheven) <KB 1993-11-29/31, art. 6, 2°, 002; Inwerkingtreding : 1993-12-17>
Art.20. (Sans préjudice à l'article 5, §1, alinéa 1 de la loi précitée du 22 juillet 1991, le prospectus est remis au souscripteur à la souscription). Le prospectus (et ses compléments) sont disponibles au siège de l'émetteur et doivent être transmis sur demande de tout détenteur d'un billet de trésorerie. Mention en est faite dans le prospectus. <AR 1993-11-29/31, art. 6, 1°, 002; En vigueur : 1993-12-17> <AR 1998-12-17/35, art. 6, 007; En vigueur : 01-02-1999>
  S'agissant de billets de trésorerie émis sous la forme dématérialisée, ils sont également transmis d'office au système de compensation de titres de la Banque Nationale de Belgique.
  (alinéa 3 abrogé) <AR 1993-11-29/31, art. 6, 2°, 002; En vigueur : 1993-12-17>
Afdeling III. - Periodieke informatieverstrekking.
Section III. - Information périodique.
Art.22. § 1. Binnen vier maanden na het einde van het eerste halfjaar van het boekjaar stellen de emittenten van thesauriebewijzen een verslag op alsook een tabel over de werkzaamheden en resultaten tijdens dat halfjaar :
  - De tabel vermeldt inzonderheid de netto-omzet en het bedrijfsresultaat voor en na belasting van het laatste boekjaar.
  Elke tabelpost wordt vergeleken met de overeenstemmende post van het voorgaande boekjaar en, als er een verschil is, met die van het voorgaande halfjaar.
  - Het verslag geeft een toelichting bij de cijfergegevens over de omzet en over de resultaten van het afgelopen halfjaar. Het geeft ook een toelichting bij het bedrijf van de onderneming tijdens deze periode alsook de belangrijkste gebeurtenissen tijdens het halfjaar.
  Het verslag bevat een becijferde en toegelichte resultaatprognose voor het lopende halfjaar.
  Wanneer de rekeningen van de emittent moeten worden nagezien door een controleur, wordt bij voornoemd verslag en voornoemde tabel een verklaring gevoegd van deze controleur omtrent de waarheidsgetrouwheid van de hierin opgenomen informatie.
  Het verslag en de tabel als bedoeld hierboven zijn verkrijgbaar ten zetel van de emittent en moeten op verzoek aan elke houder van een thesauriebewijs worden verstrekt. Dit wordt vermeld in het prospectus.
  Indien het gaat om thesauriebewijzen die zijn uitgegeven in gedematerialiseerde vorm, worden deze stukken tevens ambtshalve verstrekt aan het effectenclearingstelsel bij de Nationale Bank van België.
  § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op vennootschappen die een halfjaarlijksverslag openbaar maken overeenkomstig de bepalingen (van het koninklijk besluit van 18 september 1990 over de verplichtingen bij opneming van effecten in de eerste markt van een Belgische effectenbeurs" vervangen door de woorden "van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 betreffende de verplichtingen inzake periodieke informatie van emittenten waarvan de financiële instrumenten zijn opgenomen in de eerste markt en de nieuwe markt van een effectenbeurs)(, noch op de vennootschappen voor belegging in schuldvorderingen of de fondsen voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht, die een driemaandelijks verslag bekendmaken overeenkomstig artikel 129, § 3 van de voornoemde wet van 4 december 1990.) <KB 1993-11-29/31, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 1993-12-17> <KB 1998-12-17/35, art. 7, 007; Inwerkingtreding : 01-02-1999>
Art.22. § 1. Dans les quatre mois qui suivent la fin du premier semestre de l'exercice, les émetteurs de billets de trésorerie établissent un rapport ainsi qu'un tableau d'activités et de résultats semestriels :
  - Le tableau indique notamment le montant net du chiffre d'affaires, et le résultat courant avant et après impôt du dernier exercice.
  Chacun des postes du tableau est comparé au poste correspondant de l'exercice précédent et, s'il est différent, du semestre précédent.
  - Le rapport commente les données chiffrées relatives au chiffre d'affaires et aux résultats du semestre écoulé. Il commente aussi l'activité de l'entreprise au cours de cette période, ainsi que les événements importants survenus pendant le semestre.
  Le rapport contient une prévision chiffrée et commentée des résultats du semestre en cours.
  Lorsque les comptes de l'émetteur doivent être vérifiés par un contrôleur, le rapport et le tableau visés ci-dessus sont accompagnés d'une attestation de ce contrôleur quant à la sincérité des informations qu'ils contiennent.
  Le rapport et le tableau visés ci-dessus sont disponibles au siège de l'émetteur et devront être transmis sans délai sur demande de tout détenteur d'un billet de trésorerie. Mention en est faite dans le prospectus.
  S'agissant de billets de trésorerie émis sous la forme dématérialisée, ils sont également transmis d'office au système de compensation de titres de la Banque Nationale de Belgique.
  § 2. Le § 1er n'est pas applicable aux sociétés qui publient un rapport semestriel conformément aux dispositions (de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 relatif aux obligations en matière d'information périodique des émetteurs dont les instruments financiers sont inscrits au premier marché et au nouveau marché d'une bourse de valeurs mobilières)(, ni aux sociétés d'investissement en créances et aux fonds de placement en créances de droit belge qui publient un rapport trimestriel en application de l'article 129, § 3 de la loi du 4 décembre 1990 précitée.) <AR 1993-11-29/31, art. 7, 002; En vigueur : 1993-12-17> <AR 1998-12-17/35, art. 7, 007; En vigueur : 01-02-1999>
HOOFDSTUK III. - Diverse bepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions diverses.
Art.23. Alleen de bepalingen van hoofdstuk 1 van dit besluit (en artikel 16, §1 eerste lid, 2° en 3°, tweede lid en §2) zijn van toepassing op de in artikel 3 van de voormelde wet van 22 juli 1991 bedoelde emittenten en op de door deze emittenten uitgegeven thesauriebewijzen. <KB 1998-12-17/35, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 01-02-1999>
Art.23. Seules les dispositions du chapitre 1er du présent arrêté (et l'article 16, §1, alinéa 1, 2° et 3°, alinéa 2 et §2) sont applicables aux émetteurs visés à l'article 3 de la loi précitée du 22 juillet 1991 et aux billets de trésorerie émis par ces émetteurs. <AR 1998-12-17/35, art. 8, 007; En vigueur : 01-02-1999>
Art.24. Een artikel 2quater, luidend als volgt, wordt in het koninklijk besluit van 17 mei 1979 betreffende het dekken van de werkingskosten van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen ingevoegd :
  " Artikel 2quater. § 1. De vergoeding die aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen wordt betaald voor het onderzoek van het prospectus bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen, wordt vastgesteld op 75 000 frank.
  De vergoeding vastgesteld in het eerste lid wordt betaald binnen de maand na de overlegging van het prospectus.
  § 2. De vergoeding die aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen wordt betaald voor het onderzoek van (de aanvullingen bij) het prospectus bedoeld in artikel 5, § 2, van voormelde wet van 22 juli 1991, wordt vastgesteld op 25 000 frank. <KB 1993-11-29/31, art. 9, Inwerkingtreding : 1993-12-17>
  De vergoeding vastgesteld in het eerste lid wordt betaald binnen de maand na de overlegging van (de aanvullingen bij) het prospectus. " <KB 1993-11-29/31, art. 9, Inwerkingtreding : 1993-12-17>
Art.24. Un article 2quater, rédigé comme suit, est inséré dans l'arrêté royal du 17 mai 1979 relatif à la couverture des frais de fonctionnement de la Commission bancaire et financière :
  " Article 2quater. § 1. La rémunération à verser à la Commission bancaire et financière pour l'examen du prospectus visé à l'article 5, § 1er, de la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt, est fixée à 75 000 francs.
  La rémunération établie par l'alinéa 1er est acquittée dans le mois qui suit la transmission du prospectus.
  § 2. La rémunération à verser à la Commission bancaire et financière pour l'examen (des compléments au) prospectus visée à l'alinéa 5, § 2, de la loi précitée du 22 juillet 1991, est fixée à 25 000 francs. <AR 1993-11-29/31, art. 9, En vigueur : 1993-12-17>
  La rémunération établie par l'alinéa 1er est acquittée dans le mois qui suit la transmission (des compléments au) prospectus. " <AR 1993-11-29/31, art. 9, En vigueur : 1993-12-17>
Art.26. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 1991.
Art.26. Le présent arrêté produit ses effets le 1er octobre 1991.
Art.27. Onze Minister van Financiën wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.27. Notre Ministre des Finances est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bijlage.
Annexe.
Art. N. <KB 1994-06-14/31, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 1994-06-17> MAANDELIJKSE STATISTIEKEN BETREFFENDE DE GEDEMATERIALISEERDE THESAURIEBEWIJZEN EN DEPOSITOBEWIJZEN.
  [1 ...]1
  
Art. N. STATISTIQUES MENSUELLES SUR LES BILLETS DE TRESORERIE ET LES CERTIFICATS DE DEPOT DEMATERIALISES.
  [1 ...]1