Artikel 1. [1 Dit besluit is van toepassing voor runderen afgeslacht overeenkomstig de volgende bepalingen:
1° artikel 19 van het koninklijk besluit van 17 oktober 2002 betreffende de bestrijding van rundertuberculose,
ofwel
2° artikel 23, § 1, van het koninklijk besluit van 6 december 1978 betreffende de bestrijding van de runderbrucellose,
ofwel
3° artikel 12 van het koninklijk besluit van 16 december 1991 betreffende de bestrijding van de runderleucose.]1
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 NOVEMBER 1991. - Koninklijk besluit betreffende de schatting en de vergoeding van runderen geslacht in het kader van de gezondheidspolitie van de huisdieren. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-08-2001 en tekstbijwerking tot 21-02-2018)
Titre
28 NOVEMBRE 1991. - Arrêté royal relatif à l'expertise et à l'indemnisation des bovins abattus dans le cadre de la police sanitaire des animaux domestiques. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-08-2001 et mise à jour au 21-02-2018)
Dokumentinformationen
Numac: 1991016190
Datum: 1991-11-28
Info du document
Numac: 1991016190
Date: 1991-11-28
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1. [1 Le présent arrêté est d'application pour les bovins abattus conformément aux dispositions:
1° de l'article 19 de l'arrêté royal du 17 octobre 2002 relatif à la lutte contre la tuberculose bovine,
soit
2° de l'article 23, § 1er de l'arrêté royal du 6 décembre 1978 relatif à la lutte contre la brucellose bovine,
soit
3° de l'article 12 de l'arrêté royal du 16 décembre 1991 relatif à la lutte contre la leucose bovine.]1
1° de l'article 19 de l'arrêté royal du 17 octobre 2002 relatif à la lutte contre la tuberculose bovine,
soit
2° de l'article 23, § 1er de l'arrêté royal du 6 décembre 1978 relatif à la lutte contre la brucellose bovine,
soit
3° de l'article 12 de l'arrêté royal du 16 décembre 1991 relatif à la lutte contre la leucose bovine.]1
Änderungen
Art. 2. § 1. Voor elk rund geslacht overeenkomstig de bepalingen van artikel 1 en volgens de richtlijnen van de inspecteur-dierenarts, wordt aan de verantwoordelijke, binnen de grenzen van het begrotingskrediet, een vergoeding (V) toegekend, berekend als volgt:
Art. 2. § 1er. Pour chaque bovin abattu en respect des dispositions de l'article 1er et suivant les instructions de l'inspecteur vétérinaire, il est alloué au responsable, dans les limites des crédits budgétaires, une indemnité (I) calculée comme suit:
V = (R.Vw) - Sw
R = refactiecoefficient
Vw = vervangingswaarde
Sw = slachtwaarde.
R = refactiecoefficient
Vw = vervangingswaarde
Sw = slachtwaarde.
I = (R.Vr) - Vb
R = coefficient de refaction
Vr = valeur de remplacement
Vb = valeur boucherie.
R = coefficient de refaction
Vr = valeur de remplacement
Vb = valeur boucherie.
De vervangingswaarde kan tot een maximum beperkt worden.
§ 2. De vergoeding is evenwel niet verschuldigd voor de runderen die aangetast bevonden worden hetzij van runderbrucellose bij het onderzoek verricht in uitvoering van artikel 43bis van het koninklijk besluit van 6 december 1978 betreffende de bestrijding van de runderbrucellose, gewijzigd bij koninklijk besluit van 20 januari 1988.
§ 3. De refactiecoëfficiënt en de maxima worden vastgelegd door de Minister van Landbouw. Hij kan deze cijfers aanpassen volgens de voorwaarden die hij bepaalt.
De vervangings- en slachtwaarde van de af te slachten dieren worden bepaald door één van de deskundigen bedoeld bij artikel 4, § 1, aangeduid door de inspecteur-dierenarts.
Bij hoogdringendheid evenwel, bepaalt de inspecteur-dierenarts zelf de waarde van de af te slachten dieren.
[1 § 4. [2 Onverminderd paragraaf 1, wanneer runderen, in toepassing van het koninklijk besluit van 17 oktober 2002 betreffende de bestrijding van rundertuberculose, op bevel worden geslacht en het karkas volledig in beslag genomen wordt in het slachthuis wegens aantasting door rundertuberculose, wordt de slachtwaarde Sw van de volledig in beslag genomen runderen op nul gesteld]2.]1
§ 2. De vergoeding is evenwel niet verschuldigd voor de runderen die aangetast bevonden worden hetzij van runderbrucellose bij het onderzoek verricht in uitvoering van artikel 43bis van het koninklijk besluit van 6 december 1978 betreffende de bestrijding van de runderbrucellose, gewijzigd bij koninklijk besluit van 20 januari 1988.
§ 3. De refactiecoëfficiënt en de maxima worden vastgelegd door de Minister van Landbouw. Hij kan deze cijfers aanpassen volgens de voorwaarden die hij bepaalt.
De vervangings- en slachtwaarde van de af te slachten dieren worden bepaald door één van de deskundigen bedoeld bij artikel 4, § 1, aangeduid door de inspecteur-dierenarts.
Bij hoogdringendheid evenwel, bepaalt de inspecteur-dierenarts zelf de waarde van de af te slachten dieren.
[1 § 4. [2 Onverminderd paragraaf 1, wanneer runderen, in toepassing van het koninklijk besluit van 17 oktober 2002 betreffende de bestrijding van rundertuberculose, op bevel worden geslacht en het karkas volledig in beslag genomen wordt in het slachthuis wegens aantasting door rundertuberculose, wordt de slachtwaarde Sw van de volledig in beslag genomen runderen op nul gesteld]2.]1
La valeur de remplacement peut être plafonnée.
§ 2. Toutefois, l'indemnité n'est pas due pour les bovins qui se sont révélés être atteint de brucellose bovine, à l'occasion de l'examen effectué en exécution de l'article 43bis de l'arrêté royal du 6 décembre 1978 relatif à la lutte contre la brucellose bovine, modifié par l'arrêté royal du 20 janvier 1988.
§ 3. Le coefficient de réfaction et les plafonds sont arrêtés par le Ministre de l'Agriculture. Il peut moduler ces montants suivant les conditions qu'il détermine.
Les valeurs de remplacement et de boucherie des animaux à abattre sont fixées par un expert désigné par l'inspecteur vétérinaire parmi ceux visés à l'article 4, § 1er.
Toutefois, en cas d'urgence, l'inspecteur vétérinaire fixe lui-même les valeurs des animaux à abattre.
[1 § 4. [2 Sans préjudice du paragraphe 1er, lorsque les bovins, en application de l'arrêté royal du 17 octobre 2002 relatif à la lutte contre la tuberculose bovine, sont abattus par ordre et que la carcasse est complètement saisie à l'abattoir pour cause de tuberculose bovine, la valeur boucherie Vb des bovins complètement saisis est fixée à zéro]2.]1
§ 2. Toutefois, l'indemnité n'est pas due pour les bovins qui se sont révélés être atteint de brucellose bovine, à l'occasion de l'examen effectué en exécution de l'article 43bis de l'arrêté royal du 6 décembre 1978 relatif à la lutte contre la brucellose bovine, modifié par l'arrêté royal du 20 janvier 1988.
§ 3. Le coefficient de réfaction et les plafonds sont arrêtés par le Ministre de l'Agriculture. Il peut moduler ces montants suivant les conditions qu'il détermine.
Les valeurs de remplacement et de boucherie des animaux à abattre sont fixées par un expert désigné par l'inspecteur vétérinaire parmi ceux visés à l'article 4, § 1er.
Toutefois, en cas d'urgence, l'inspecteur vétérinaire fixe lui-même les valeurs des animaux à abattre.
[1 § 4. [2 Sans préjudice du paragraphe 1er, lorsque les bovins, en application de l'arrêté royal du 17 octobre 2002 relatif à la lutte contre la tuberculose bovine, sont abattus par ordre et que la carcasse est complètement saisie à l'abattoir pour cause de tuberculose bovine, la valeur boucherie Vb des bovins complètement saisis est fixée à zéro]2.]1
Art. 3. § 1. De deskundige aangeduid door de inspecteur-dierenarts, begeeft zich binnen de achtenveertig uur naar de plaats aangewezen door de inspecteur-dierenarts en bepaalt de vervangings- en slachtwaarde van elk van de af te slachten dieren. Hij stelt onmiddellijk een schattingsverslag op en maakt dit over aan de verantwoordelijke en aan de inspecteur-dierenarts.
§ 2. Indien in overeenstemming met de bepalingen van artikel 2, § 3, 3e alinea, de inspecteur-dierenarts zelf de waarde van de dieren bepaalt, stelt hij onmiddellijk een schattingsverslag op dat hij overmaakt aan de verantwoordelijke.
§ 3. Indien de verantwoordelijke de waarden bepaald in toepassing van de §§ 1 en 2, betwist, kan hij binnen de vierentwintig uur na de ontvangst van het schattingsverslag bij aangetekend schrijven gericht aan de inspecteur-dierenarts, om een tegenexpertise verzoeken welke zal uitgevoerd worden door het college bedoeld bij artikel 4, § 2.
Indien de inspecteur-dierenarts de waarden bepaald in toepassing van § 1 betwist, brengt hij aan de verantwoordelijke binnen de viertentwintig uur na ontvangst van het schattingsverslag, zijn beslissing tot verzoek van een tegenexpertise, welke zal uitgevoerd worden door het college bedoeld bij artikel 4, § 2, ter kennis.
§ 4. Wanneer een tegenexpertise wordt aangevraagd overeenkomstig de bepalingen van § 3, brengt de inspecteur-dierenarts het college hiervan binnen de vierentwintig uur op de hoogte. Na de betrokken partijen er op uitgenodigd te hebben, voert het college binnen de drie dagen de tegenexpertise uit en bepaalt de waarde van de dieren die het voorwerp van de betwisting uitmaken binnen de acht dagen, zonder mogelijkheid tot verder beroep.
§ 5. Indien de tegenexpertise door de verantwoordelijke werd gevraagd zijn de eraan verbonden kosten te zijnen laste, tenzij de eruit voortvloeiende vergoeding hoger is dan de vergoeding resulterend uit de schatting bedoeld bij § 1 of § 2.
§ 2. Indien in overeenstemming met de bepalingen van artikel 2, § 3, 3e alinea, de inspecteur-dierenarts zelf de waarde van de dieren bepaalt, stelt hij onmiddellijk een schattingsverslag op dat hij overmaakt aan de verantwoordelijke.
§ 3. Indien de verantwoordelijke de waarden bepaald in toepassing van de §§ 1 en 2, betwist, kan hij binnen de vierentwintig uur na de ontvangst van het schattingsverslag bij aangetekend schrijven gericht aan de inspecteur-dierenarts, om een tegenexpertise verzoeken welke zal uitgevoerd worden door het college bedoeld bij artikel 4, § 2.
Indien de inspecteur-dierenarts de waarden bepaald in toepassing van § 1 betwist, brengt hij aan de verantwoordelijke binnen de viertentwintig uur na ontvangst van het schattingsverslag, zijn beslissing tot verzoek van een tegenexpertise, welke zal uitgevoerd worden door het college bedoeld bij artikel 4, § 2, ter kennis.
§ 4. Wanneer een tegenexpertise wordt aangevraagd overeenkomstig de bepalingen van § 3, brengt de inspecteur-dierenarts het college hiervan binnen de vierentwintig uur op de hoogte. Na de betrokken partijen er op uitgenodigd te hebben, voert het college binnen de drie dagen de tegenexpertise uit en bepaalt de waarde van de dieren die het voorwerp van de betwisting uitmaken binnen de acht dagen, zonder mogelijkheid tot verder beroep.
§ 5. Indien de tegenexpertise door de verantwoordelijke werd gevraagd zijn de eraan verbonden kosten te zijnen laste, tenzij de eruit voortvloeiende vergoeding hoger is dan de vergoeding resulterend uit de schatting bedoeld bij § 1 of § 2.
Art. 3. § 1er. L'expert désigné par l'inspecteur vétérinaire se rend dans les quarante-huit heures au lieu indiqué par celui-ci et fixe la valeur de remplacement et la valeur boucherie de chaque animal à abattre. Il établit immédiatement un rapport d'expertise et le transmet au responsable et à l'inspecteur vétérinaire.
§ 2. Lorsque conformément aux dispositions de l'article 2, § 3, 3. alinéa, l'inspecteur vétérinaire fixe lui-même les valeurs des animaux, il établit immédiatement un rapport d'expertise qu'il transmet au responsable.
§ 3. En cas de désaccord du responsable avec les valeurs des §§ 1er et 2, il peut, dans les vingt-quatre heures suivant la réception du rapport d'expertise, solliciter par lettre recommandée à l'inspecteur vétérinaire, une contre-expertise qui sera pratiquée par le collège visé à l'article 4, § 2.
En cas de désaccord de l'inspecteur vétérinaire avec les valeurs fixées en application du § 1er, il notifie au responsable, dans les vingt-quatre heures suivant la reception du rapport d'expertise, sa décision de solliciter une contre-expertise qui sera pratiquée par le collège visé à l'article 4, § 2.
§ 4. En cas de demande de contre-expertise conformément aux dispositions du § 3, l'inspecteur vétérinaire en averti le collège dans les vingt-quatre heures. Celui-ci, après y avoir invité les parties, effectue dans les trois jours la contre-expertise et fixe, sans appel dans les huit jours, les valeurs des animaux litigieux.
§ 5. Au cas ou la contre-expertise est demandée par le responsable, les frais de celle-ci sont à sa charge sauf si l'indemnité en résultant est supérieure à l'indemnité résultant de l'expertise visée au § 1er ou § 2.
§ 2. Lorsque conformément aux dispositions de l'article 2, § 3, 3. alinéa, l'inspecteur vétérinaire fixe lui-même les valeurs des animaux, il établit immédiatement un rapport d'expertise qu'il transmet au responsable.
§ 3. En cas de désaccord du responsable avec les valeurs des §§ 1er et 2, il peut, dans les vingt-quatre heures suivant la réception du rapport d'expertise, solliciter par lettre recommandée à l'inspecteur vétérinaire, une contre-expertise qui sera pratiquée par le collège visé à l'article 4, § 2.
En cas de désaccord de l'inspecteur vétérinaire avec les valeurs fixées en application du § 1er, il notifie au responsable, dans les vingt-quatre heures suivant la reception du rapport d'expertise, sa décision de solliciter une contre-expertise qui sera pratiquée par le collège visé à l'article 4, § 2.
§ 4. En cas de demande de contre-expertise conformément aux dispositions du § 3, l'inspecteur vétérinaire en averti le collège dans les vingt-quatre heures. Celui-ci, après y avoir invité les parties, effectue dans les trois jours la contre-expertise et fixe, sans appel dans les huit jours, les valeurs des animaux litigieux.
§ 5. Au cas ou la contre-expertise est demandée par le responsable, les frais de celle-ci sont à sa charge sauf si l'indemnité en résultant est supérieure à l'indemnité résultant de l'expertise visée au § 1er ou § 2.
Art.3. § 1. De deskundige aangeduid door de inspecteur-dierenarts, begeeft zich binnen de achtenveertig uur naar de plaats aangewezen door de inspecteur-dierenarts en bepaalt de vervangings- en slachtwaarde van elk van de af te slachten dieren. Hij stelt onmiddellijk een schattingsverslag op en maakt dit over aan de verantwoordelijke en aan de inspecteur-dierenarts.
§ 2. Indien in overeenstemming met de bepalingen van artikel 2, § 3, 3e alinea, de inspecteur-dierenarts zelf de waarde van de dieren bepaalt, stelt hij onmiddellijk een schattingsverslag op dat hij overmaakt aan de verantwoordelijke.
§ 3. Indien de verantwoordelijke de waarden bepaald in toepassing van de §§ 1 en 2, betwist, kan hij binnen de vierentwintig uur na de ontvangst van het schattingsverslag bij aangetekend schrijven gericht aan de inspecteur-dierenarts, om een tegenexpertise verzoeken welke zal uitgevoerd worden door het college bedoeld bij artikel 4, § 2.
Indien de inspecteur-dierenarts de waarden bepaald in toepassing van § 1 betwist, brengt hij aan de verantwoordelijke binnen de viertentwintig uur na ontvangst van het schattingsverslag, zijn beslissing tot verzoek van een tegenexpertise, welke zal uitgevoerd worden door het college bedoeld bij artikel 4, § 2, ter kennis.
§ 4. Wanneer een tegenexpertise wordt aangevraagd overeenkomstig de bepalingen van § 3, brengt de inspecteur-dierenarts het college hiervan binnen de vierentwintig uur op de hoogte. Na de betrokken partijen er op uitgenodigd te hebben, voert het college binnen de drie dagen de tegenexpertise uit en bepaalt de waarde van de dieren die het voorwerp van de betwisting uitmaken binnen de acht dagen, zonder mogelijkheid tot verder beroep.
§ 5. Indien de tegenexpertise door de verantwoordelijke werd gevraagd zijn de eraan verbonden kosten te zijnen laste, tenzij de eruit voortvloeiende vergoeding hoger is dan de vergoeding resulterend uit de schatting bedoeld bij § 1 of § 2.
§ 2. Indien in overeenstemming met de bepalingen van artikel 2, § 3, 3e alinea, de inspecteur-dierenarts zelf de waarde van de dieren bepaalt, stelt hij onmiddellijk een schattingsverslag op dat hij overmaakt aan de verantwoordelijke.
§ 3. Indien de verantwoordelijke de waarden bepaald in toepassing van de §§ 1 en 2, betwist, kan hij binnen de vierentwintig uur na de ontvangst van het schattingsverslag bij aangetekend schrijven gericht aan de inspecteur-dierenarts, om een tegenexpertise verzoeken welke zal uitgevoerd worden door het college bedoeld bij artikel 4, § 2.
Indien de inspecteur-dierenarts de waarden bepaald in toepassing van § 1 betwist, brengt hij aan de verantwoordelijke binnen de viertentwintig uur na ontvangst van het schattingsverslag, zijn beslissing tot verzoek van een tegenexpertise, welke zal uitgevoerd worden door het college bedoeld bij artikel 4, § 2, ter kennis.
§ 4. Wanneer een tegenexpertise wordt aangevraagd overeenkomstig de bepalingen van § 3, brengt de inspecteur-dierenarts het college hiervan binnen de vierentwintig uur op de hoogte. Na de betrokken partijen er op uitgenodigd te hebben, voert het college binnen de drie dagen de tegenexpertise uit en bepaalt de waarde van de dieren die het voorwerp van de betwisting uitmaken binnen de acht dagen, zonder mogelijkheid tot verder beroep.
§ 5. Indien de tegenexpertise door de verantwoordelijke werd gevraagd zijn de eraan verbonden kosten te zijnen laste, tenzij de eruit voortvloeiende vergoeding hoger is dan de vergoeding resulterend uit de schatting bedoeld bij § 1 of § 2.
Art.3. § 1er. L'expert désigné par l'inspecteur vétérinaire se rend dans les quarante-huit heures au lieu indiqué par celui-ci et fixe la valeur de remplacement et la valeur boucherie de chaque animal à abattre. Il établit immédiatement un rapport d'expertise et le transmet au responsable et à l'inspecteur vétérinaire.
§ 2. Lorsque conformément aux dispositions de l'article 2, § 3, 3. alinéa, l'inspecteur vétérinaire fixe lui-même les valeurs des animaux, il établit immédiatement un rapport d'expertise qu'il transmet au responsable.
§ 3. En cas de désaccord du responsable avec les valeurs des §§ 1er et 2, il peut, dans les vingt-quatre heures suivant la réception du rapport d'expertise, solliciter par lettre recommandée à l'inspecteur vétérinaire, une contre-expertise qui sera pratiquée par le collège visé à l'article 4, § 2.
En cas de désaccord de l'inspecteur vétérinaire avec les valeurs fixées en application du § 1er, il notifie au responsable, dans les vingt-quatre heures suivant la reception du rapport d'expertise, sa décision de solliciter une contre-expertise qui sera pratiquée par le collège visé à l'article 4, § 2.
§ 4. En cas de demande de contre-expertise conformément aux dispositions du § 3, l'inspecteur vétérinaire en averti le collège dans les vingt-quatre heures. Celui-ci, après y avoir invité les parties, effectue dans les trois jours la contre-expertise et fixe, sans appel dans les huit jours, les valeurs des animaux litigieux.
§ 5. Au cas ou la contre-expertise est demandée par le responsable, les frais de celle-ci sont à sa charge sauf si l'indemnité en résultant est supérieure à l'indemnité résultant de l'expertise visée au § 1er ou § 2.
§ 2. Lorsque conformément aux dispositions de l'article 2, § 3, 3. alinéa, l'inspecteur vétérinaire fixe lui-même les valeurs des animaux, il établit immédiatement un rapport d'expertise qu'il transmet au responsable.
§ 3. En cas de désaccord du responsable avec les valeurs des §§ 1er et 2, il peut, dans les vingt-quatre heures suivant la réception du rapport d'expertise, solliciter par lettre recommandée à l'inspecteur vétérinaire, une contre-expertise qui sera pratiquée par le collège visé à l'article 4, § 2.
En cas de désaccord de l'inspecteur vétérinaire avec les valeurs fixées en application du § 1er, il notifie au responsable, dans les vingt-quatre heures suivant la reception du rapport d'expertise, sa décision de solliciter une contre-expertise qui sera pratiquée par le collège visé à l'article 4, § 2.
§ 4. En cas de demande de contre-expertise conformément aux dispositions du § 3, l'inspecteur vétérinaire en averti le collège dans les vingt-quatre heures. Celui-ci, après y avoir invité les parties, effectue dans les trois jours la contre-expertise et fixe, sans appel dans les huit jours, les valeurs des animaux litigieux.
§ 5. Au cas ou la contre-expertise est demandée par le responsable, les frais de celle-ci sont à sa charge sauf si l'indemnité en résultant est supérieure à l'indemnité résultant de l'expertise visée au § 1er ou § 2.
Art. 5. De schattingskosten worden als volgt bepaald:
1. [1 1. Vacaties :
De vacaties van de deskundigen worden bepaald volgens de artikelen 1, 2 en 3 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de vacaties van de deskundigen die schatting van dieren uitvoeren voor het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten.]1
2. Verplaatsingsonkosten:
De werkelijke onkosten bij gebruik van het openbaar vervoer worden terugbetaald bij het voorleggen van de bewijsstukken. Wanneer een privé-voertuig wordt gebruikt, worden de vergoedingen toegekend welk ze voorzien zijn in het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten.
3. Verblijfkosten:
Voor het overheidspersoneel van de rangen 10 tot 14 worden de vergoedingen toegekend voorzien door het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfskosten, toegekend aan de leden van het personeel der ministeries.
1. [1 1. Vacaties :
De vacaties van de deskundigen worden bepaald volgens de artikelen 1, 2 en 3 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de vacaties van de deskundigen die schatting van dieren uitvoeren voor het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten.]1
2. Verplaatsingsonkosten:
De werkelijke onkosten bij gebruik van het openbaar vervoer worden terugbetaald bij het voorleggen van de bewijsstukken. Wanneer een privé-voertuig wordt gebruikt, worden de vergoedingen toegekend welk ze voorzien zijn in het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten.
3. Verblijfkosten:
Voor het overheidspersoneel van de rangen 10 tot 14 worden de vergoedingen toegekend voorzien door het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfskosten, toegekend aan de leden van het personeel der ministeries.
Art. 5. Les frais d'expertise sont fixés comme suit:
1. [1 Vacations :
Les vacations des experts sont déterminées conformément aux articles 1, 2 et 3 de l'arrêté royal du 19 avril 2014 relatif aux vacations des experts chargés de l'estimation des animaux pour le Fonds budgétaire pour la santé et la qualité des animaux et des produits animaux.]1
2. Frais de parcours:
Les débours réels, en cas d'utilisation d'un moyen de transport en commun sont remboursés sur présentation des pièces justificatives. Lorsqu'une voiture personnelle est utilisée, sont allouées les indemnités prévues par l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours.
3. Frais de séjour:
Sont allouées les indemnités prévues pour les agents de l'Etat des rangs 10 à 14 par l'arrêté royal du 24 décembre 1964 fixant les indemnités pour frais de séjour des membres du personnel des Ministères.
1. [1 Vacations :
Les vacations des experts sont déterminées conformément aux articles 1, 2 et 3 de l'arrêté royal du 19 avril 2014 relatif aux vacations des experts chargés de l'estimation des animaux pour le Fonds budgétaire pour la santé et la qualité des animaux et des produits animaux.]1
2. Frais de parcours:
Les débours réels, en cas d'utilisation d'un moyen de transport en commun sont remboursés sur présentation des pièces justificatives. Lorsqu'une voiture personnelle est utilisée, sont allouées les indemnités prévues par l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours.
3. Frais de séjour:
Sont allouées les indemnités prévues pour les agents de l'Etat des rangs 10 à 14 par l'arrêté royal du 24 décembre 1964 fixant les indemnités pour frais de séjour des membres du personnel des Ministères.
Änderungen
Art.5. De schattingskosten worden als volgt bepaald:
1. [1 1. Vacaties :
De vacaties van de deskundigen worden bepaald volgens de artikelen 1, 2 en 3 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de vacaties van de deskundigen die schatting van dieren uitvoeren voor het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten.]1
2. Verplaatsingsonkosten:
De werkelijke onkosten bij gebruik van het openbaar vervoer worden terugbetaald bij het voorleggen van de bewijsstukken. Wanneer een privé-voertuig wordt gebruikt, worden de vergoedingen toegekend welk ze voorzien zijn in het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten.
3. Verblijfkosten:
Voor het overheidspersoneel van de rangen 10 tot 14 worden de vergoedingen toegekend voorzien door het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfskosten, toegekend aan de leden van het personeel der ministeries.
1. [1 1. Vacaties :
De vacaties van de deskundigen worden bepaald volgens de artikelen 1, 2 en 3 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de vacaties van de deskundigen die schatting van dieren uitvoeren voor het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten.]1
2. Verplaatsingsonkosten:
De werkelijke onkosten bij gebruik van het openbaar vervoer worden terugbetaald bij het voorleggen van de bewijsstukken. Wanneer een privé-voertuig wordt gebruikt, worden de vergoedingen toegekend welk ze voorzien zijn in het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten.
3. Verblijfkosten:
Voor het overheidspersoneel van de rangen 10 tot 14 worden de vergoedingen toegekend voorzien door het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfskosten, toegekend aan de leden van het personeel der ministeries.
Art.5. Les frais d'expertise sont fixés comme suit:
1. [1 Vacations :
Les vacations des experts sont déterminées conformément aux articles 1, 2 et 3 de l'arrêté royal du 19 avril 2014 relatif aux vacations des experts chargés de l'estimation des animaux pour le Fonds budgétaire pour la santé et la qualité des animaux et des produits animaux.]1
2. Frais de parcours:
Les débours réels, en cas d'utilisation d'un moyen de transport en commun sont remboursés sur présentation des pièces justificatives. Lorsqu'une voiture personnelle est utilisée, sont allouées les indemnités prévues par l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours.
3. Frais de séjour:
Sont allouées les indemnités prévues pour les agents de l'Etat des rangs 10 à 14 par l'arrêté royal du 24 décembre 1964 fixant les indemnités pour frais de séjour des membres du personnel des Ministères.
1. [1 Vacations :
Les vacations des experts sont déterminées conformément aux articles 1, 2 et 3 de l'arrêté royal du 19 avril 2014 relatif aux vacations des experts chargés de l'estimation des animaux pour le Fonds budgétaire pour la santé et la qualité des animaux et des produits animaux.]1
2. Frais de parcours:
Les débours réels, en cas d'utilisation d'un moyen de transport en commun sont remboursés sur présentation des pièces justificatives. Lorsqu'une voiture personnelle est utilisée, sont allouées les indemnités prévues par l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours.
3. Frais de séjour:
Sont allouées les indemnités prévues pour les agents de l'Etat des rangs 10 à 14 par l'arrêté royal du 24 décembre 1964 fixant les indemnités pour frais de séjour des membres du personnel des Ministères.
Änderungen
Art. 7. Onze Minister van Buitenlandse Zaken en Onze Staatssecretaris voor Landbouw zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Notre Ministre des Affaires étrangères et Notre Secrétaire d'Etat à l'Agriculture sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.