Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
4 MEI 1993. - Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht.
Titre
4 MAI 1993. - Arrêté royal modifiant certaines dispositions relatives au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie.
Dokumentinformationen
Numac: 1993000226
Datum: 1993-05-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1993000226
Date: 1993-05-04
Moniteur: Voir
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK I. - Bepaling betreffende de inwerkingtreding.
CHAPITRE I. - Disposition relative à la mise en vigueur.
Artikel 1. Artikel 1 van de wet van 24 juli 1992 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de rechtstoestanden van het personeel van het actief kader van de rijkswacht treedt in werking.
Article 1. L'article 1er de la loi du 24 juillet 1992 modifiant certaines dispositions relatives aux statuts du personnel du cadre actif de la gendarmerie est mis en vigueur.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht.
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie.
Art. 2.
Art. 2.
Art. 3.
Art. 3.
Art. 4.
Art. 4.
Art. 5.
Art. 5.
Art. 6.
Art. 6.
Art. 7.
Art. 7.
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 22 maart 1979 betreffende de medische geschiktheidscriteria en de medische onderzoeken voor toelating tot het operationeel korps van de rijkswacht.
CHAPITRE III. - Modifications de l'arrêté royal du 22 mars 1979 relatif aux critères médicaux d'aptitude et aux examens médicaux d'admission au corps opérationnel de la gendarmerie.
Art. 8.
Art. 8.
Art. 9.
Art. 9.
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 5 november 1971 tot vaststelling van de keuringscriteria inzake medische geschiktheid voor de militaire dienst van de dienstplichtigen evenals voor de dienst van de andere militairen en van het personeel van de rijkswacht.
CHAPITRE IV. - Modifications de l'arrêté royal du 5 novembre 1971 fixant les critères d'aptitude médicale au service militaire des miliciens ainsi qu'au service des autres militaires et du personnel de la gendarmerie.
Art. 10.
Art. 10.
HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions transitoires et finales.
Art. 11. § 1. De kandidaturen voor de opleidingscyclus van lager onderofficier van de houders van een diploma of studiegetuigschrift dat ten minste gelijkwaardig is met die welke in aanmerking worden genomen voor de aanwerving in de betrekkingen van niveau 3 bij de Rijksbesturen, zullen tot 1 januari 1996 in aanmerking worden genomen.
De betrokken kandidaten moeten, vooraleer zij opgeroepen worden voor het in artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht bedoelde selectieonderzoek, slagen voor een taal- en wetenschappelijk examen.
Dit examen wordt afgelegd voor een examencommissie waarvan de samenstelling bepaald wordt door de commandant van de rijkswacht.
Het examen handelt over bepaalde materies van het lager secundair onderwijs, is schriftelijk en omvat :
1° een examen over wiskunde;
2° een examen over spelling en taalbeheersing.
§ 2. De tijd waarover de kandidaten beschikken bedraagt maximum :
1° 60 minuten voor het examen over wiskunde;
2° 60 minuten voor het examen over spelling en taalbeheersing.
Het examengedeelte over de spelling bestaat in het verbeteren van volzinnen waarin spelfouten voorkomen.
Het taalbeheersingsexamen handelt over de betekenis en de functie van het woord in de volzin.
Om te slagen dient de kandidaat :
1° de helft van de punten te behalen voor het examen over wiskunde;
2° de helft van de punten te behalen voor het examen over spelling en taalbeheersing.
Art. 11. § 1. Les candidatures pour le cycle de formation de sous-officier subalterne, des porteurs d'un diplôme ou d'un certificat d'études au moins équivalent à ceux qui sont pris en considération pour le recrutement des agents de niveau 3 dans les administrations de l'Etat, seront prises en considération jusqu'au 1er janvier 1996.
Les candidats concernés doivent, avant d'être convoqués à l'examen de sélection visé à l'article 8 de l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie, réussir une épreuve linguistique et scientifique.
Cette épreuve est présentée devant un jury constitué par le commandant de la gendarmerie.
Elle a trait à certaines matières de l'enseignement secondaire inférieur, est écrite et comprend :
1° une épreuve de mathématique;
2° une épreuve d'orthographe et de maîtrise de la langue.
§ 2. Les candidats disposent d'un temps maximum de :
1° 60 minutes pour l'épreuve de mathématique;
2° 60 minutes pour l'épreuve d'orthographe et de maîtrise de la langue.
La partie de l'épreuve portant sur l'orthographe consiste en la correction de phrases dans lesquelles apparaissent des fautes d'orthographe.
L'épreuve portant sur la maîtrise de la langue a trait à la signification et à la fonction du mot dans la phrase.
Pour réussir, le candidat doit obtenir :
1° la moitié des points pour l'épreuve de mathématique;
2° la moitié des points pour l'épreuve d'orthographe et de maîtrise de la langue.
Art. 12. De kandidaten voor een opleidingscyclus van keur- of lager onderofficier die op grond van de bepalingen van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit definitief werden afgewezen, mogen nog slechts éénmaal een nieuwe kandidatuur indienen.
In dit geval dient er ten minste één jaar verlopen te zijn tussen de kennisgeving van hun laatste afwijzing en het indienen van hun nieuwe kandidatuur.
Art. 12. Les candidats à un cycle de formation de sous-officiers d'élite ou subalterne qui, sur base des dispositions en vigueur avant l'entrée en vigueur du présent arrêté ont subi un échec définitif, ne peuvent introduire une nouvelle candidature qu'une seule fois.
Dans ce cas, un délai d'un an au moins doit s'être écoulé entre la notification de leur dernier échec et l'introduction de leur nouvelle candidature.
Art. 13. § 1. De wervingsvoorwaarden bepaald in dit besluit zijn van toepassing op de kandidaten voor een opleidingscyclus van officier of keuronderofficier die zich, vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, inschrijven of ingeschreven hebben voor een opleidingscyclus die aanvangt in de loop van het tweede semester van 1993.
§ 2. De kandidaten voor een opleidingscyclus van lager onderofficier die vóór 1 april 1993 hebben deelgenomen aan de wervingsexamens en ten aanzien van wie op die datum nog geen beslissing inzake de toelating is genomen, blijven onderworpen aan de reglementering van kracht vóór 1 april 1993.
Hetzelfde geldt voor de kandidaten voor een opleidingscyclus ten aanzien van wie reeds vóór 1 april 1993 een positieve beslissing werd genomen.
Art. 13. § 1. Les conditions de recrutement fixées par le présent arrêté, sont d'application aux candidats pour un cycle de formation d'officier ou de sous-officier d'élite qui s'inscrivent ou se sont inscrits avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, pour un cycle de formation qui débute dans le courant du deuxième semestre de 1993.
§ 2. Les candidats à un cycle de formation de sous-officier subalterne qui, avant le 1er avril 1993, ont déjà participé aux épreuves de recrutement et à l'égard desquels aucune décision sur l'admission n'a encore été prise à cette date, restent soumis à la réglementation en vigueur avant le 1er avril 1993.
Il en va de même pour les candidats à un cycle de formation à l'égard desquels une décision positive à été prise avant le 1er avril 1993.
Art. 14. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 1993, met uitzondering van artikel 10, 2°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 1993.
Art. 14. Le présent arrêté produit ses effets le 1er avril 1993, à l'exception de l'article 10, 2°, qui produit ses effets le 1er janvier 1993.
Art. 15. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Notre Ministre de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N2.
Art. N2.
Art. N3.
Art. N3.
Art. N4.
Art. N4.