Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
7 JUNI 1993. Paritair Comité voor de binnenscheepvaart. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juni 1993. - Vaststelling van de lonen, vergoedingen en arbeidsvoorwaarden van het varend personeel en tot koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. (Overeenkomst geregistreerd op 28 juli 1993 onder het nummer 33262/CO/139).
Titre
7 JUIN 1993. - Commission paritaire de la batellerie. - Convention collective de travail du 7 juin 1993. - Les salaires, les indemnités et les conditions de travail du personnel navigant et rattachant les salaires à l'indice des prix à la consommation. (Convention enregistrée le 28 juillet 1993 sous le n° 33262/CO/139).
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Toepassingsgebied :
Arbeidsduur :
Overwerk :
Betaling van overwerk :
Nachtrust :
Nachtrustverkorting :
Zondagsrust :
Betaling van werk op zondag :
Lonen :
De minimumlonen voor het personeel ...
Omzetting en berekening van het maandloon :
Art.13. Wanneer ingevolge bijzondere omstandigh...
Loon van het ontbrekend bemanningslid :
Loon van het ontbrekend bemanningslid :
Laden en lossen van schepen op de rede te Antwe...
Art.18. De uitvoeringsmodaliteiten van het mini...
Eindejaarspremie :
Eindejaarspremie :
Reservepersoneel :
Vuile, ongezonde en hinderlijke lading :
Art.28. Voor de verlading en/of vervoer van vui...
b) Deze vergoedingen zijn slechts v...
Art.31. Indien de laadruimten (tanks) moeten wo...
Inhoud
Champ d'application :
Durée du travail :
Travail supplémentaire :
Paiement du travail supplémentaire :
Repos de nuit :
Réduction du repos de nuit :
Repos du dimanche :
Paiement du travail du dimanche :
Salaires :
Les salaires minimums du personnel ...
Conversion et calcul du salaire mensuel :
Art.13. Si en raison de circonstances particuli...
Salaire du membre d'équipage manquant :
Salaire du membre d'équipage manquant :
Chargement et déchargement des bateaux en rade ...
Art.18. Les modalités d'exécution de l'arrêté m...
Prime de fin d'année :
Prime de fin d'année :
Personnel de réserve :
Cargaison sale, insalubre et incommode :
Art.29. a) Les membres d'équipage, tant féminin...
Art.31. Lorsque les cales (citernes) doivent êt...
Tekst (61)
Texte (60)
Toepassingsgebied :
Champ d'application :
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden en werksters van de ondernemingen welke onder het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart ressorteren, met uitzondering van de ondernemingen welke zich bezighouden met het slepen, duwen of voorttrekken van zeeschepen op de binnenwateren.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux ouvriers et ouvrières des entreprises ressortissant à la Commission paritaire de la batellerie, à l'exception des entreprises qui s'occupent du remorquage, du poussage ou du halage de navires de mer sur les eaux intérieures.
Arbeidsduur :
Durée du travail :
Art.2. Onverminderd de bepalingen van de arbeidswet van 16 maart 1971 en de krachtens of in uitvoering van deze wet genomen koninklijke besluiten, wordt de arbeidsduur bepaald op acht uur per dag, van maandag tot en met vrijdag.
Art.2. Sans préjudice des dispositions de la loi sur le travail du 16 mars 1971 et des arrêtés royaux pris en vertu ou en exécution de cette loi, la durée du travail est fixée à huit heures par jour, du lundi au vendredi.
Art.3. Onverminderd de bepalingen van de arbeidswet vangt de arbeidstijd, zowel tijdens als buiten de vaart, ten vroegste aan om 6 uur en ten laatste om 8 uur.
Art.3. Sans préjudice des dispositions de la loi sur le travail, le temps de travail commence au plus tôt à 6 heures et au plus tard à 8 heures, tant en cours de navigation que hors navigation.
Overwerk :
Travail supplémentaire :
Art.4. Alle prestaties verricht tijdens de vaart, na 16 uur of uiterlijk na 18 uur en buiten de vaart na 14 uur of uiterlijk om 16 uur, naargelang de arbeidstijd aanvangt ten vroegste om 6 uur of uiterlijk om 8 uur, worden beschouwd als overwerk.
Art.4. Toutes les prestations effectuées en cours de navigation, après 16 heures ou au plus tard après 18 heures, et hors navigation après 14 heures ou au plus tard à 16 heures, selon que le temps de travail commence au plus tôt à 6 heures ou au plus tard à 8 heures, sont considérées comme du travail supplémentaire.
Betaling van overwerk :
Paiement du travail supplémentaire :
Art.5. Wanneer voor de behoeften van de werkgeverscheepsexploitant of van de reder, de arbeidsduur wordt overschreden, worden overlonen betaald welke per uur arbeidsprestaties minstens gelijk zijn aan 1/173,33 van het maandloon, verhoogd met 50 pct.
Art.5. Si, pour les convenances de l'employeur-exploitant de bateaux ou l'armateur, la durée du travail est dépassée, des sursalaires d'au moins 1/173,33 du salaire mensuel augmenté de 50 p.c. sont payés par heure de prestations de travail.
Nachtrust :
Repos de nuit :
Art.6. Onverminderd de bepalingen van de arbeidswet en de krachtens of in uitvoering van deze wet genomen koninklijke besluiten in verband met de jeugdige werknemers, heeft de bemanning tijdens de vaart recht op een nachtrust welke niet korter mag zijn dan :
a) 12 uren gedurende de maanden november, december, januari en februari;
b) 10 uren gedurende de maanden maart, april, mei, juni, juli, augustus, september en oktober.
De nachtrust moet gelegen zijn tussen 18 en 8 uur.
a) 12 uren gedurende de maanden november, december, januari en februari;
b) 10 uren gedurende de maanden maart, april, mei, juni, juli, augustus, september en oktober.
De nachtrust moet gelegen zijn tussen 18 en 8 uur.
Art.6. Sans préjudice des dispositions de la loi sur le travail et des arrêtés royaux pris en vertu ou en exécution de cette loi concernant les jeunes travailleurs, l'équipage a droit, pendant la navigation, à un repos de nuit qui ne peut pas être inférieur à :
a) 12 heures pendant les mois de novembre, décembre, janvier et février;
b) 10 heures pendant les mois de mars, avril, mai, juin, juillet, août, septembre et octobre;
Le repos de nuit doit s'intercaler entre 18 et 8 heures.
a) 12 heures pendant les mois de novembre, décembre, janvier et février;
b) 10 heures pendant les mois de mars, avril, mai, juin, juillet, août, septembre et octobre;
Le repos de nuit doit s'intercaler entre 18 et 8 heures.
Art.7. Bij afwijking van artikel 6 kan de nachtrust worden verkort :
a) met ten hoogste twee uren, wanneer aan bederf onderhevige goederen worden vervoerd;
b) ter voorkoming van bederf van goederen, doch slechts wanneer deze goederen worden vervoerd aan boord van schepen welke afzonderlijk worden gesleept of aan boord van motorschepen;
c) in geval van ongeval of hulpverlening, overstroming, storm of plotseling ijsgevaar;
d) op de dag van aankomst in de haven van eindbestemming, op voorwaarde dat de arbeidsduur van de bemanning aan boord op die dag niet wordt verlengd, tot na 22 uur;
e) in geval tijdens de reis blijkt dat de aansluiting met een zeeschip zou kunnen worden gemist.
In de Rijn- en tankvaart kan de nachtrust bovendien nog worden verkort :
a) met de tijd voor het schutten, of met ten hoogste twee uren voor het binnenvaren of aankomen in Belgische of Zeeuwse tijhavens alsmede in de haven van Dordrecht, komende van Belgiè of Zeeland;
b) tijdens de reis boven Koblenz, in geval van onvoorziene en snelle val van het water en voor ten hoogste één nacht ten einde het lichten te vermijden.
a) met ten hoogste twee uren, wanneer aan bederf onderhevige goederen worden vervoerd;
b) ter voorkoming van bederf van goederen, doch slechts wanneer deze goederen worden vervoerd aan boord van schepen welke afzonderlijk worden gesleept of aan boord van motorschepen;
c) in geval van ongeval of hulpverlening, overstroming, storm of plotseling ijsgevaar;
d) op de dag van aankomst in de haven van eindbestemming, op voorwaarde dat de arbeidsduur van de bemanning aan boord op die dag niet wordt verlengd, tot na 22 uur;
e) in geval tijdens de reis blijkt dat de aansluiting met een zeeschip zou kunnen worden gemist.
In de Rijn- en tankvaart kan de nachtrust bovendien nog worden verkort :
a) met de tijd voor het schutten, of met ten hoogste twee uren voor het binnenvaren of aankomen in Belgische of Zeeuwse tijhavens alsmede in de haven van Dordrecht, komende van Belgiè of Zeeland;
b) tijdens de reis boven Koblenz, in geval van onvoorziene en snelle val van het water en voor ten hoogste één nacht ten einde het lichten te vermijden.
Art.7. Par dérogation à l'article 6, le repos de nuit peut être réduit :
a) de deux heures maximum, en cas de transport de marchandises périssables;
b) en vue de prévenir la détérioration de marchandises, mais seulement lorsque ces marchandises sont transportées à bord de bateaux remorqués isolément ou à bord de bateaux à moteur;
c) en cas d'accident ou d'assistance, d'inondation, de tempête ou de danger de gel soudain;
d) le jour d'arrivée au port de destination finale, à condition que la durée du travail de l'équipage à bord ne se prolonge pas, ce jour-là, jusqu'à 22 heures;
e) dans le cas où, en cours de voyage, il apparaît que la correspondance avec un bateau de mer pourrait être manquée.
Dans la navigation rhénane et à bord de bateaux-citernes, le repos de nuit peut en outre être réduit :
a) du temps nécessaire au passage d'une écluse ou de deux heures au maximum pour l'entrée ou l'arrivée dans les ports de Belgique ou de Zélande exposés aux marées, ainsi que dans les ports de Dordrecht, en venant de Belgique ou de Zélande;
b) en cours de voyage en amont de Coblence, en cas de baisse inopinée et rapide des eaux et au maximum pour une nuit, en vue d'éviter l'allégement.
a) de deux heures maximum, en cas de transport de marchandises périssables;
b) en vue de prévenir la détérioration de marchandises, mais seulement lorsque ces marchandises sont transportées à bord de bateaux remorqués isolément ou à bord de bateaux à moteur;
c) en cas d'accident ou d'assistance, d'inondation, de tempête ou de danger de gel soudain;
d) le jour d'arrivée au port de destination finale, à condition que la durée du travail de l'équipage à bord ne se prolonge pas, ce jour-là, jusqu'à 22 heures;
e) dans le cas où, en cours de voyage, il apparaît que la correspondance avec un bateau de mer pourrait être manquée.
Dans la navigation rhénane et à bord de bateaux-citernes, le repos de nuit peut en outre être réduit :
a) du temps nécessaire au passage d'une écluse ou de deux heures au maximum pour l'entrée ou l'arrivée dans les ports de Belgique ou de Zélande exposés aux marées, ainsi que dans les ports de Dordrecht, en venant de Belgique ou de Zélande;
b) en cours de voyage en amont de Coblence, en cas de baisse inopinée et rapide des eaux et au maximum pour une nuit, en vue d'éviter l'allégement.
Nachtrustverkorting :
Réduction du repos de nuit :
Art.8. Wanneer de nachtrust wordt verkort, wordt elk uur arbeidsprestatie minstens vergoed met 1/173,33 van het maandloon vermeerderd met 50 pct. en dit onafhankelijk van het feit of de nachtarbeid al dan niet wordt gecompenseerd.
Art.8. Lorsque le repos de nuit est réduit, chaque heure de prestation de travail est rémunérée à au moins 1/173,33 du salaire mensuel augmenté de 50 p.c. indépendamment du fait que le travail de nuit soit ou non compensé.
Zondagsrust :
Repos du dimanche :
Art.9. De zondagen en de in Belgiè voorziene feestdagen zijn rustdagen voor de werklieden en de werksters bedoeld in artikel 1 ongeacht de plaats waar de vaartuigen zich bevinden.
Art.9. Les dimanches et les jours prévus en Belgique sont des jours de repos pour les ouvriers et les ouvrières visés à l'article 1er, quel que soit l'endroit où se trouvent les bateaux.
Betaling van werk op zondag :
Paiement du travail du dimanche :
Art.10. Onverminderd de bepalingen van de arbeidswet van 16 maart 1971, alsmede de uitvoeringsbesluiten ervan, heeft het varend personeel voor werk op zondag recht op betaling van 8/173,33 van het maandloon, ongeacht de duur van de arbeidsprestaties, te verhogen met :
a) voor arbeidsprestaties van maximum acht uren en minder :
- 1/173,33 van het maandloon per uur arbeidsprestatie;
b) voor arbeidsprestaties van meer dan acht uren, dus vanaf het negende uur :
- het dubbel van hetgeen is voorzien onder a).
a) voor arbeidsprestaties van maximum acht uren en minder :
- 1/173,33 van het maandloon per uur arbeidsprestatie;
b) voor arbeidsprestaties van meer dan acht uren, dus vanaf het negende uur :
- het dubbel van hetgeen is voorzien onder a).
Art.10. Sans préjudice des dispositions de la loi sur le travail du 16 mars 1971, ainsi que de ses arrêtés d'exécution, le personnel navigant a droit, pour le travail du dimanche, au paiement de 8/173,33 du salaire mensuel, quelle que soit la durée des prestations de travail, à augmenter :
a) pour des prestations de travail de huit heures au maximum et moins :
- 1/173,33 du salaire mensuel par heure de prestations de travail;
b) pour des prestations de travail de plus de huit heures, donc à partir de la neuvième heure :
- le double de ce qui est prévu sous a).
a) pour des prestations de travail de huit heures au maximum et moins :
- 1/173,33 du salaire mensuel par heure de prestations de travail;
b) pour des prestations de travail de plus de huit heures, donc à partir de la neuvième heure :
- le double de ce qui est prévu sous a).
Lonen :
Salaires :
Art. 11. De minimum maandlonen van het varend personeel dat is tewerkgesteld aan boord van de binnenschepen voor vrachtvervoer met of zonder mechanische voortbewegingsmiddelen worden als volgt vastgesteld :
Art. 11. Les salaires minimums mensuels du personnel navigant occupé à bord des bateaux de navigation intérieure pour le transport de marchandises, avec ou sans moyens mécaniques de propulsion, sont fixés comme suit :
I. Schippers
Änderungen
Binnen- en Rijnvaart Tankvaart
F F
-------------------------------------------------------------------
Schepen tot 750 ton 54 000 55 800
Schepen vanaf 750 tot 1 500 ton 61 100 64 100
Schepen vanaf 1 500 tot 2 250 ton 62 500 65 000
Schepen vanaf 2 250 ton en meer 64 000 67 000
-------------------------------------------------------------------
I. Bateliers
Navigation interieure et rhenane Navigation par bateaux-citernes
F F
Bateaux jusqu'a 750.tonnes 54 000 55 800
Bateaux a partir de 750 a 1500 tennes 61 100 64 100
Bateaux a partir de 1 500 a 2 250 tonnes 62 500 65 000
Bateaux a partir de 2250 tonnes et plus 64 000 67 000
Navigation interieure et rhenane Navigation par bateaux-citernes
F F
Bateaux jusqu'a 750.tonnes 54 000 55 800
Bateaux a partir de 750 a 1500 tennes 61 100 64 100
Bateaux a partir de 1 500 a 2 250 tonnes 62 500 65 000
Bateaux a partir de 2250 tonnes et plus 64 000 67 000
II. Stuurlieden in binnen-, Rijn- en tankvaart voor sleep- en motorschepen
Änderungen
met patent zonder patent
48 800 F 47 300 F
--------------------------------------------------------------------------
II. Timoniers en navigation interieure, rhenane et par bateaux-citernes
pour des bateaux sans propuision mecanique et bateaux a moteur
pour des bateaux sans propuision mecanique et bateaux a moteur
Änderungen
avec patente sans patente
--------------------------------------------------------------------------
48 800 F 47 300 F
--------------------------------------------------------------------------
III. Matelots
--------------------------------------------------------------------------
Moins de deux ans de service dans partir de deux ans de service dans la
la profession profession
--------------------------------------------------------------------------
F F
--------------------------------------------------------------------------
Matelots 43300 44400
Matelot- motoriste 44200 45300
--------------------------------------------------------------------------
IV. Mousses de :
17 ans et plus : 38 900 F
apres un an de service : 40 800 F
16 ans : 34 800 F
apres un an de service : 36 400 F
15 ans : 30 700 F
V. Personnel de remorques :
Capitaine 56 600 F
Machiniste-timonier 56 400 F
III. Matrozen
Änderungen
Minder dan twee jaar Vanaf twee jaar dienst
dienst in het beroep in het beroep
F F
Matrozen 43 300 44 400
Matroos-motordrijver 44 200 45 300
--------------------------------------------------------------------------
Les salaires minimums du personnel des entreprises de transport de personnes, notamment la navigation de plaisance et des services de passage sont fixés comme suit :
IV. Scheepsjongens van :
17 jaar en ouder: 38 900 F
na een jaar dienst: 40 800 F
16 jaar: 34 800 F
na een jaar dienst: 36 400 F
15 jaar: 30 700 F
V. Sleepbootpersoneel:
Kapitein: 56 600 F
Machinist-stuurman: 56 400 F
17 jaar en ouder: 38 900 F
na een jaar dienst: 40 800 F
16 jaar: 34 800 F
na een jaar dienst: 36 400 F
15 jaar: 30 700 F
V. Sleepbootpersoneel:
Kapitein: 56 600 F
Machinist-stuurman: 56 400 F
I. Bateliers :
jusqu'a 100 passagers inclus : 64 200 F
de 101 a 250 passagers inclus : 67 300 F
a partir de 251 passagers : 69 700 F
II. Timoniers :
jusqu'a 100 passagers inclus : 48 700 F
de 101 a 250 passagers inclus : 51 100 F
a partir de 251 passagers : 53 400 F
III. Matelots :
Tous les bateaux :
moins de 2 ans de service dans le metier : 44 800 F
a partir de 2 ans de service dans le metier : 46 000 F
jusqu'a 100 passagers inclus : 64 200 F
de 101 a 250 passagers inclus : 67 300 F
a partir de 251 passagers : 69 700 F
II. Timoniers :
jusqu'a 100 passagers inclus : 48 700 F
de 101 a 250 passagers inclus : 51 100 F
a partir de 251 passagers : 53 400 F
III. Matelots :
Tous les bateaux :
moins de 2 ans de service dans le metier : 44 800 F
a partir de 2 ans de service dans le metier : 46 000 F
De minimumlonen voor het personeel van de ondernemingen voor het vervoer van personeel van de ondernemingen voor het vervoer van personen inzonderheid de pleziervaart en de veerdiensten, worden als volgt vastgesteld:
Le revenu minimum mensuel moyen garanti des ouvriers et ouvrières majeurs de la batellerie, qui ont atteint l'âge de 21 ans, est de 41 400 F, au 1er avril 1993.
I. Schippers:
tot en met 100 passagiers : 64 200 F
van 101 tot en met 250 passagiers: 67 300 F
vanaf 251 passagiers: 69 700 F
II. Stuurlieden:
tot en met 100 passagiers: 48 700 F
van 101 tot en met 250 passagiers: 51 100 F
vanaf 251 passagiers: 53 400 F
III. Matrozen:
Alle schepen:
minder dan 2 jaar dienst in het beroep: 44 800 F
vanaf 2 jaar dienst in het beroep: 46 000 F
tot en met 100 passagiers : 64 200 F
van 101 tot en met 250 passagiers: 67 300 F
vanaf 251 passagiers: 69 700 F
II. Stuurlieden:
tot en met 100 passagiers: 48 700 F
van 101 tot en met 250 passagiers: 51 100 F
vanaf 251 passagiers: 53 400 F
III. Matrozen:
Alle schepen:
minder dan 2 jaar dienst in het beroep: 44 800 F
vanaf 2 jaar dienst in het beroep: 46 000 F
-
Het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen van de meerderjarige werklieden en werksters in de binnenscheepvaart, die de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, bedraagt vanaf 1 april 1993 41 400 F.
-
De minimumlonen voor het personeel van de ondernemingen voor het vervoer van personeel van de ondernemingen voor het vervoer van personen inzonderheid de pleziervaart en de veerdiensten, worden als volgt vastgesteld: I. Schippers: tot en met 100 passagiers : 64 200 F van 101 tot en met 250 passagiers: 67 300 F vanaf 251 passagiers: 69 700 F II. Stuurlieden: tot en met 100 passagiers: 48 700 F van 101 tot en met 250 passagiers: 51 100 F vanaf 251 passagiers: 53 400 F III. Matrozen: Alle schepen: minder dan 2 jaar dienst in het beroep: 44 800 F vanaf 2 jaar dienst in het beroep: 46 000 F
Les salaires minimums du personnel des entreprises de transport de personnes, notamment la navigation de plaisance et des services de passage sont fixés comme suit : I. Bateliers : jusqu'a 100 passagers inclus : 64 200 F de 101 a 250 passagers inclus : 67 300 F a partir de 251 passagers : 69 700 F II. Timoniers : jusqu'a 100 passagers inclus : 48 700 F de 101 a 250 passagers inclus : 51 100 F a partir de 251 passagers : 53 400 F III. Matelots : Tous les bateaux : moins de 2 ans de service dans le metier : 44 800 F a partir de 2 ans de service dans le metier : 46 000 F
Art. 12. Het volle matrozenloon is verschuldigd aan de scheepsjongen van zeventien jaar en ouder die minstens twee jaar, rekening houdend met effectieve en/of gelijkgestelde dagen, als lid van de dekbemanning op de binnenwateren heeft gevaren.
Art. 12. Le salaire entier de matelot est dû au mousse de sept dixans et plus qui a navigué au moins deux ans, compte tenu de jours effectifs et/ou assimilés, sur les eaux intérieures comme membre de l'équipage du pont.
Omzetting en berekening van het maandloon :
Conversion et calcul du salaire mensuel :
Art. 13. Wanneer ingevolge bijzondere omstandigheden, de minimum maandlonen en -vergoedingen welke zijn vastgesteld in de artikelen 11, 24 en 29 in een dagloon of een dagvergoeding moeten worden omgezet, mag dit bedrag per dag arbeidsprestaties in geen geval lager zijn dan 8/173,33 van het maandloon of de maandvergoeding.
Bij toepassing van artikel 20 van de wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomst wegens dienst op binnenschepen, is elke begonnen dag geheel verschuldigd.
Bij toepassing van artikel 20 van de wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomst wegens dienst op binnenschepen, is elke begonnen dag geheel verschuldigd.
Art. 13. Si en raison de circonstances particulières les salaires mensuels minimums et les indemnités mensuelles fixés aux articles 11, 24 et 29 doivent être convertis en un salaire journalier ou une indemnité journalière, ce montant ne peut en aucun cas être inférieur par journée de prestations de travail à 8/173,33 du salaire mensuel ou de l'indemnité mensuelle.
En application de l'article 20 de la loi du 1er avril 1936 relative au contrat d'engagement pour le service des bâtiments de navigation intérieure, toute journée commencée est due en entier.
En application de l'article 20 de la loi du 1er avril 1936 relative au contrat d'engagement pour le service des bâtiments de navigation intérieure, toute journée commencée est due en entier.
Art. 14. Voor de berekening van de in de artikelen 11, 24 en 29 vastgestelde minimum maandlonen en -vergoedingen, mogen geen bijlonen, commissielonen, premies of andere gebeurlijke aan het varend personeel toegekende vergoedingen of percenten in aanmerking worden genomen.
Art. 14. Pour le calcul des salaires mensuels minimums et les indemnités mensuelles fixés aux articles 11, 24 et 29 les salaires supplémentaires, commissions, primes ou autres indemnités ou pourcentages accordés éventuellement au personnel navigant, ne peuvent être pris en considération.
Art.13. Wanneer ingevolge bijzondere omstandigheden, de minimum maandlonen en -vergoedingen welke zijn vastgesteld in de artikelen 11, 24 en 29 in een dagloon of een dagvergoeding moeten worden omgezet, mag dit bedrag per dag arbeidsprestaties in geen geval lager zijn dan 8/173,33 van het maandloon of de maandvergoeding.
Art.13. Si en raison de circonstances particulières les salaires mensuels minimums et les indemnités mensuelles fixés aux articles 11, 24 et 29 doivent être convertis en un salaire journalier ou une indemnité journalière, ce montant ne peut en aucun cas être inférieur par journée de prestations de travail à 8/173,33 du salaire mensuel ou de l'indemnité mensuelle.
Art. 15. Onder onderbemand vaartuig wordt verstaan :
a) in de binnenvaart, het vaartuig dat niet voldoet aan de vereisten welke worden gesteld door het besluit van de Regent van 6 juli 1948 (artikel 5) en zoals het door latere besluiten is gewijzigd, inzake de minimumbemanning die zich aan boord van binnenschepen moet bevinden en dit voor de scheepsprestaties in Belgiè, Nederland en Frankrijk;
b) in de Rijnvaart, het vaartuig dat inzake bemanning niet voldoet aan de vereisten voorzien in het reglement betreffende het onderzoek van vaartuigen en vlotten die de Rijn bevaren.
a) in de binnenvaart, het vaartuig dat niet voldoet aan de vereisten welke worden gesteld door het besluit van de Regent van 6 juli 1948 (artikel 5) en zoals het door latere besluiten is gewijzigd, inzake de minimumbemanning die zich aan boord van binnenschepen moet bevinden en dit voor de scheepsprestaties in Belgiè, Nederland en Frankrijk;
b) in de Rijnvaart, het vaartuig dat inzake bemanning niet voldoet aan de vereisten voorzien in het reglement betreffende het onderzoek van vaartuigen en vlotten die de Rijn bevaren.
Art. 15. Par bateau à l'équipage réduit on entend :
a) dans la navigation intérieure, le bateau ne satisfaisant pas aux exigences prévues par l'arrêté royal du Régent du 6 juillet 1948 (article 5) relatif à l'équipage minimum devant se trouver à bord des bateaux de navigation intérieure et ce pour le service de navigation en Belgique, aux Pays-Bas et en France tel qu'il a été modifié ultérieurement par d'autres arrêtés;
b) dans la navigation rhénane, le bateau ne satisfaisant pas, au point de vue équipage, aux exigences prévues par le règlement de visite des bâtiments et radeaux du Rhin.
a) dans la navigation intérieure, le bateau ne satisfaisant pas aux exigences prévues par l'arrêté royal du Régent du 6 juillet 1948 (article 5) relatif à l'équipage minimum devant se trouver à bord des bateaux de navigation intérieure et ce pour le service de navigation en Belgique, aux Pays-Bas et en France tel qu'il a été modifié ultérieurement par d'autres arrêtés;
b) dans la navigation rhénane, le bateau ne satisfaisant pas, au point de vue équipage, aux exigences prévues par le règlement de visite des bâtiments et radeaux du Rhin.
Loon van het ontbrekend bemanningslid :
Salaire du membre d'équipage manquant :
Art. 16. Indien, wegens geval van overmacht of vertrek van het binnenschip, zoals voorzien bij artikel 12, derde lid van de wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomsten wegens dienst op de binnenschepen, het vaartuig toevallig onderbemand dient te varen, worden 2/3 van het loon, en in voorkomend geval 2/3 van het overloon, van de ontbrekende bemanning toegekend aan de aanwezige bemanningsleden.
Deze 2/3 worden in gelijke delen onder de aanwezige bemanningsleden verdeeld.
Alleen de dagen waarop wordt geladen, gelost, gevaren of verhaald met het oog op de bevrachting worden weerhouden voor de berekening van deze 2/3.
Het eerste lid van artikel 13 wordt toegepast voor de berekening van het loon van de ontbrekende bemanning.
Voor de toepassing van dit artikel, wordt het vaartuig dat minstens 750 ton meet op volle diepgang, beschouwd als binnenschip voor vrachtvervoer.
Vergoedingen, compensaties, premies
Deze 2/3 worden in gelijke delen onder de aanwezige bemanningsleden verdeeld.
Alleen de dagen waarop wordt geladen, gelost, gevaren of verhaald met het oog op de bevrachting worden weerhouden voor de berekening van deze 2/3.
Het eerste lid van artikel 13 wordt toegepast voor de berekening van het loon van de ontbrekende bemanning.
Voor de toepassing van dit artikel, wordt het vaartuig dat minstens 750 ton meet op volle diepgang, beschouwd als binnenschip voor vrachtvervoer.
Vergoedingen, compensaties, premies
Art. 16. Si par suite d'un cas de force majeure ou de départ d'un bateau de navigation intérieure, ainsi qu'il est prévu à l'article 12, troisième alinéa, de la loi du 1er avril 1936 sur les contrats d'engagement pour service des bâtiments de navigation intérieure, le bateau doit naviguer accidentellement avec un équipage réduit, les 2/3 du salaire, et le cas échéant du sursalaire, de l'équipage manquant sont alloués aux membres d'équipage présents.
Ces 2/3 sont répartis par parts égales entre les membres de l'équipage présents.
Seuls les jours où l'on charge, décharge, navigue ou déhale en vue d'un affrètement sont retenus pour le calcul de ces 2/3.
Le premier alinéa de l'article 13 est appliqué pour le calcul du salaire de l'équipage manquant.
Pour l'application du présent article, le navire jaugeant au moins 750 tonnes au tirant d'eau maximum, est considéré comme bateau de navigation intérieure pour le transport de marchandises.
Indemnités, compensations, primes
Ces 2/3 sont répartis par parts égales entre les membres de l'équipage présents.
Seuls les jours où l'on charge, décharge, navigue ou déhale en vue d'un affrètement sont retenus pour le calcul de ces 2/3.
Le premier alinéa de l'article 13 est appliqué pour le calcul du salaire de l'équipage manquant.
Pour l'application du présent article, le navire jaugeant au moins 750 tonnes au tirant d'eau maximum, est considéré comme bateau de navigation intérieure pour le transport de marchandises.
Indemnités, compensations, primes
Loon van het ontbrekend bemanningslid :
Salaire du membre d'équipage manquant :
Art.16. Indien, wegens geval van overmacht of vertrek van het binnenschip, zoals voorzien bij artikel 12, derde lid van de wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomsten wegens dienst op de binnenschepen, het vaartuig toevallig onderbemand dient te varen, worden 2/3 van het loon, en in voorkomend geval 2/3 van het overloon, van de ontbrekende bemanning toegekend aan de aanwezige bemanningsleden.
Deze 2/3 worden in gelijke delen onder de aanwezige bemanningsleden verdeeld.
Alleen de dagen waarop wordt geladen, gelost, gevaren of verhaald met het oog op de bevrachting worden weerhouden voor de berekening van deze 2/3.
Het eerste lid van artikel 13 wordt toegepast voor de berekening van het loon van de ontbrekende bemanning.
Voor de toepassing van dit artikel, wordt het vaartuig dat minstens 750 ton meet op volle diepgang, beschouwd als binnenschip voor vrachtvervoer.
Vergoedingen, compensaties, premies
Deze 2/3 worden in gelijke delen onder de aanwezige bemanningsleden verdeeld.
Alleen de dagen waarop wordt geladen, gelost, gevaren of verhaald met het oog op de bevrachting worden weerhouden voor de berekening van deze 2/3.
Het eerste lid van artikel 13 wordt toegepast voor de berekening van het loon van de ontbrekende bemanning.
Voor de toepassing van dit artikel, wordt het vaartuig dat minstens 750 ton meet op volle diepgang, beschouwd als binnenschip voor vrachtvervoer.
Vergoedingen, compensaties, premies
Art.16. Si par suite d'un cas de force majeure ou de départ d'un bateau de navigation intérieure, ainsi qu'il est prévu à l'article 12, troisième alinéa, de la loi du 1er avril 1936 sur les contrats d'engagement pour service des bâtiments de navigation intérieure, le bateau doit naviguer accidentellement avec un équipage réduit, les 2/3 du salaire, et le cas échéant du sursalaire, de l'équipage manquant sont alloués aux membres d'équipage présents.
Ces 2/3 sont répartis par parts égales entre les membres de l'équipage présents.
Seuls les jours où l'on charge, décharge, navigue ou déhale en vue d'un affrètement sont retenus pour le calcul de ces 2/3.
Le premier alinéa de l'article 13 est appliqué pour le calcul du salaire de l'équipage manquant.
Pour l'application du présent article, le navire jaugeant au moins 750 tonnes au tirant d'eau maximum, est considéré comme bateau de navigation intérieure pour le transport de marchandises.
Indemnités, compensations, primes
Ces 2/3 sont répartis par parts égales entre les membres de l'équipage présents.
Seuls les jours où l'on charge, décharge, navigue ou déhale en vue d'un affrètement sont retenus pour le calcul de ces 2/3.
Le premier alinéa de l'article 13 est appliqué pour le calcul du salaire de l'équipage manquant.
Pour l'application du présent article, le navire jaugeant au moins 750 tonnes au tirant d'eau maximum, est considéré comme bateau de navigation intérieure pour le transport de marchandises.
Indemnités, compensations, primes
Laden en lossen van schepen op de rede te Antwerpen :
Chargement et déchargement des bateaux en rade d'Anvers :
Art. 18. De uitvoeringsmodaliteiten van het ministerieel besluit van 12 september 1955 (Belgisch Staatsblad van 15 oktober 1955) betreffende de vergoeding voor laden of lossen op de rede van Antwerpen, van de binnenscheepvaart, worden als volgt vastgesteld :
1. Duur van het werkelijk verblijf op de rede te Antwerpen, in aanmerking te nemen voor het betalen van de vergoeding :
A. Aanvang van het verblijf :
1° voor schepen welke op de rede moeten laden :
a) wanneer het uur van aankomst van het schip op de laadplaats op de rede is vastgesteld in het bevrachtingscontract : twaalf uren voor het alzo vastgestelde uur;
b) wanneer het uur van aankomst van het schip op de laadplaats niet is vastgesteld in het bevrachtingscontract : het uur waarop de bevrachtingsovereenkomst werd getekend.
2° voor schepen welke op de rede moeten lossen :
a) voor de schepen welke uit de dokken van Antwerpen komen : twaalf uur voor het uur vastgesteld door de onderrichtingen van de ontvanger van de goederen om zich op de laadplaats te bevinden;
b) voor de schepen welke langs de Zeeschelde aankomen : twaalf uur voor het uur van aankomst op de rede, vastgesteld door de ontvanger van de goederen.
B. Einde van het verblijf :
Het uur van het hoge tij dat volgt op het beèindigen van het laden of het lossen, voor zover de formaliteiten werden vervuld.
1° Het ogenblik waarop de onderrichtingen verstrekt en/of dat waarop het cognossement ter ondertekening aan de schipper wordt voorgelegd, bepaalt het uur van beèindigen van het laden.
2° Anderzijds wordt het uur van beèindiging van het lossen bepaald door het ondertekenen van de ontlasting van het cognossement, of bij ontstentenis van zulke ontlasting, dit waarop de verklaring van vrijgave van het geloste schip wordt afgeleverd.
2. Wijze van tellen van de dagen :
Voor het berekenen van deze vergoeding, worden de dagen geteld per periode van 24 uren en niet per kalenderdag. Elke begonnen periode van 24 uur telt voor één dag.
3. Vergoeding :
De bemanning bekomt de helft van de vastgestelde vergoeding.
1. Duur van het werkelijk verblijf op de rede te Antwerpen, in aanmerking te nemen voor het betalen van de vergoeding :
A. Aanvang van het verblijf :
1° voor schepen welke op de rede moeten laden :
a) wanneer het uur van aankomst van het schip op de laadplaats op de rede is vastgesteld in het bevrachtingscontract : twaalf uren voor het alzo vastgestelde uur;
b) wanneer het uur van aankomst van het schip op de laadplaats niet is vastgesteld in het bevrachtingscontract : het uur waarop de bevrachtingsovereenkomst werd getekend.
2° voor schepen welke op de rede moeten lossen :
a) voor de schepen welke uit de dokken van Antwerpen komen : twaalf uur voor het uur vastgesteld door de onderrichtingen van de ontvanger van de goederen om zich op de laadplaats te bevinden;
b) voor de schepen welke langs de Zeeschelde aankomen : twaalf uur voor het uur van aankomst op de rede, vastgesteld door de ontvanger van de goederen.
B. Einde van het verblijf :
Het uur van het hoge tij dat volgt op het beèindigen van het laden of het lossen, voor zover de formaliteiten werden vervuld.
1° Het ogenblik waarop de onderrichtingen verstrekt en/of dat waarop het cognossement ter ondertekening aan de schipper wordt voorgelegd, bepaalt het uur van beèindigen van het laden.
2° Anderzijds wordt het uur van beèindiging van het lossen bepaald door het ondertekenen van de ontlasting van het cognossement, of bij ontstentenis van zulke ontlasting, dit waarop de verklaring van vrijgave van het geloste schip wordt afgeleverd.
2. Wijze van tellen van de dagen :
Voor het berekenen van deze vergoeding, worden de dagen geteld per periode van 24 uren en niet per kalenderdag. Elke begonnen periode van 24 uur telt voor één dag.
3. Vergoeding :
De bemanning bekomt de helft van de vastgestelde vergoeding.
Art. 18. Les modalités d'exécution de l'arrêté ministériel du 12 septembre 1955 (Moniteur belge du 15 octobre 1955) relatif aux indemnités pour le chargement ou le déchargement des bateaux de navigation intérieure en rade d'Anvers, sont fixées comme suit :
1. Durée de séjour effectif en rade d'Anvers, à prendre en considération pour le paiement de l'indemnité :
A. Début de séjour :
1° pour les bateaux devant charger en rade :
a) lorsque l'heure d'arrivée du bateau au lieu de chargement en rade est fixée dans le contrat d'affrètement : douze heures avant l'heure ainsi fixée;
b) lorsque l'heure d'arrivée du bateau au lieu de chargement en rade n'est pas fixée dans le contrat d'affrètement : l'heure de la signature du contrat d'affrètement.
2° pour les bateaux devant décharger en rade :
a) pour les bateaux sortant des bassins d'Anvers : douze heures avant l'heure fixée par les instructions du réceptionnaire des marchandises pour se trouver au lieu de déchargement;
b) pour les bateaux arrivant par l'Escaut maritime : douze heures avant l'heure d'arrivée en rade, fixée par le réceptionnaire des marchandises.
B. Fin de séjour :
L'heure de la marée haute suivant l'achèvement du chargement ou du déchargement, pour autant que les formalités aient été accomplies.
1° Le moment où les instructions sont données par le chargeur et/ou celui où le connaissement est soumis à la signature du batelier détermine l'heure de l'achèvement du chargement.
2° D'autre part, l'heure de l'achèvement du déchargement est déterminée par l'heure de la signature de la décharge donnée sur le connaissement, ou à défaut d'une telle décharge, celle de la remise de la déclaration de libération du bateau déchargé.
2. Méthode de comptage des jours :
Pour le calcul de cette indemnité, les jours se comptent par période de 24 heures et non par jour civil. Toute période commencée de 24 heures compte pour un jour.
3. Indemnité :
L'équipage obtient la moitié de l'indemnité fixée.
1. Durée de séjour effectif en rade d'Anvers, à prendre en considération pour le paiement de l'indemnité :
A. Début de séjour :
1° pour les bateaux devant charger en rade :
a) lorsque l'heure d'arrivée du bateau au lieu de chargement en rade est fixée dans le contrat d'affrètement : douze heures avant l'heure ainsi fixée;
b) lorsque l'heure d'arrivée du bateau au lieu de chargement en rade n'est pas fixée dans le contrat d'affrètement : l'heure de la signature du contrat d'affrètement.
2° pour les bateaux devant décharger en rade :
a) pour les bateaux sortant des bassins d'Anvers : douze heures avant l'heure fixée par les instructions du réceptionnaire des marchandises pour se trouver au lieu de déchargement;
b) pour les bateaux arrivant par l'Escaut maritime : douze heures avant l'heure d'arrivée en rade, fixée par le réceptionnaire des marchandises.
B. Fin de séjour :
L'heure de la marée haute suivant l'achèvement du chargement ou du déchargement, pour autant que les formalités aient été accomplies.
1° Le moment où les instructions sont données par le chargeur et/ou celui où le connaissement est soumis à la signature du batelier détermine l'heure de l'achèvement du chargement.
2° D'autre part, l'heure de l'achèvement du déchargement est déterminée par l'heure de la signature de la décharge donnée sur le connaissement, ou à défaut d'une telle décharge, celle de la remise de la déclaration de libération du bateau déchargé.
2. Méthode de comptage des jours :
Pour le calcul de cette indemnité, les jours se comptent par période de 24 heures et non par jour civil. Toute période commencée de 24 heures compte pour un jour.
3. Indemnité :
L'équipage obtient la moitié de l'indemnité fixée.
Art. 19. Onverminderd de bepalingen van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon van de werknemers is de reder verantwoordelijk voor de betaling van het overloon, en de vergoedingen welke zijn verschuldigd door derden, volgens de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen voor alle werkzaamheden van laden en lossen en enig andere scheepsarbeid mits voorlegging van geldige bewijsstukken.
Bij ontstentenis van schriftelijke bewijsstukken wordt het getuigenbewijs aanvaard.
Bij ontstentenis van schriftelijke bewijsstukken wordt het getuigenbewijs aanvaard.
Art. 19. Sans préjudice des dispositions de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, l'armateur est responsable du paiement du sursalaire et des indemnités dus par des tiers conformément aux dispositions légales et réglementaires en vigueur pour toutes les opérations de chargement et de déchargement ou tout autre travail à bord, moyennant production de pièces justificatives valables.
A défaut de pièces écrites, la preuve testimoniale est admise.
A défaut de pièces écrites, la preuve testimoniale est admise.
Art.18. De uitvoeringsmodaliteiten van het ministerieel besluit van 12 september 1955 (Belgisch Staatsblad van 15 oktober 1955) betreffende de vergoeding voor laden of lossen op de rede van Antwerpen, van de binnenscheepvaart, worden als volgt vastgesteld :
Art.18. Les modalités d'exécution de l'arrêté ministériel du 12 septembre 1955 (Moniteur belge du 15 octobre 1955) relatif aux indemnités pour le chargement ou le déchargement des bateaux de navigation intérieure en rade d'Anvers, sont fixées comme suit :
Art.19. Onverminderd de bepalingen van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon van de werknemers is de reder verantwoordelijk voor de betaling van het overloon, en de vergoedingen welke zijn verschuldigd door derden, volgens de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen voor alle werkzaamheden van laden en lossen en enig andere scheepsarbeid mits voorlegging van geldige bewijsstukken.
Bij ontstentenis van schriftelijke bewijsstukken wordt het getuigenbewijs aanvaard.
Bij ontstentenis van schriftelijke bewijsstukken wordt het getuigenbewijs aanvaard.
Art. 20. Les ouvriers et ouvrières de la navigation intérieure, rhénane et des bateaux-citernes, qui ne logent pas à bord avec leur famille, peuvent se rendre à leur domicile une fois par mois, à charge de l'employeur, afin de passer leur(s) jour(s) de congé en famille.
Ce(s) jour(s) de congé doit (doivent) être fixé(s) préalablement d'un commun accord; le voyage ne peut en aucune façon être interrompu et le bateau doit toujours rester gardé.
Tous les déplacements en train ont lieu en deuxième classe.
Ce(s) jour(s) de congé doit (doivent) être fixé(s) préalablement d'un commun accord; le voyage ne peut en aucune façon être interrompu et le bateau doit toujours rester gardé.
Tous les déplacements en train ont lieu en deuxième classe.
Eindejaarspremie :
Prime de fin d'année :
Art.20. De werklieden en werksters van de binnen-, Rijn- en tankvaart die niet met hun gezin aan boord verblijven, kunnen éénmaal per maand, op kosten van de werkgever naar huis reizen, om hun vrije dag(en) in familieverband door te brengen.
Deze vrije dag(en) moet(en) op voorhand in gemeenschappelijk overleg worden vastgesteld; er mag in geen geval een onderbreking van de reis zijn en het schip moet steeds bewaakt blijven.
Alle verplaatsingen per trein geschieden in tweede klas.
Deze vrije dag(en) moet(en) op voorhand in gemeenschappelijk overleg worden vastgesteld; er mag in geen geval een onderbreking van de reis zijn en het schip moet steeds bewaakt blijven.
Alle verplaatsingen per trein geschieden in tweede klas.
Art.20. Les ouvriers et ouvrières de la navigation intérieure, rhénane et des bateaux-citernes, qui ne logent pas à bord avec leur famille, peuvent se rendre à leur domicile une fois par mois, à charge de l'employeur, afin de passer leur(s) jour(s) de congé en famille.
Ce(s) jour(s) de congé doit (doivent) être fixé(s) préalablement d'un commun accord; le voyage ne peut en aucune façon être interrompu et le bateau doit toujours rester gardé.
Tous les déplacements en train ont lieu en deuxième classe.
Ce(s) jour(s) de congé doit (doivent) être fixé(s) préalablement d'un commun accord; le voyage ne peut en aucune façon être interrompu et le bateau doit toujours rester gardé.
Tous les déplacements en train ont lieu en deuxième classe.
Eindejaarspremie :
Prime de fin d'année :
Art.21. De werklieden en de werksters hebben recht op een eindejaarspremie ten laste van het "Fonds voor de Rijn- en binnenscheepvaart" volgens de voorwaarden en modaliteiten welke zijn bepaald in de van kracht zijnde collectieve arbeidsovereenkomsten.
Art.21. Les ouvriers et les ouvrières ont droit à une prime de fin d'année à charge du "Fonds pour la navigation rhénane et intérieure", selon les conditions et les modalités prévues par les conventions collectives de travail en vigueur.
Reservepersoneel :
Personnel de réserve :
Art. 23. Door reservepersoneel wordt verstaan : het varend personeel dat in vast verband is verbonden met een werkgever, om op eender welk schip een of ander bemanningslid te vervangen.
De aan het reservepersoneel toegekende functie moet worden volbracht zoals zij wordt uitgeoefend door het vast personeel aan boord.
De aan het reservepersoneel toegekende functie moet worden volbracht zoals zij wordt uitgeoefend door het vast personeel aan boord.
Art. 23. Par personnel de réserve on entend : le personnel navigant lié de façon permanente à un employeur, pour remplacer sur n'importe quel bateau l'un ou l'autre membre de l'équipage.
La fonction attribuée au personnel de réserve doit être exécutée comme elle est exercée par le personnel permanent à bord.
La fonction attribuée au personnel de réserve doit être exécutée comme elle est exercée par le personnel permanent à bord.
Art. 24. De minimummaandlonen van het reservepersoneel worden als volgt vastgesteld :
Art. 24. Les salaires minimums mensuels du personnel de réserve sont fixés comme suit :
Reserveschipper tankvaart: 67 000 F
Reserveschipper Rijnvrachtvaart: 64 000 F
Reserveschipper binnenvaart: 64 000 F
Reservestuurman: 48 800 F
Reserve matroos: 44 400 F
Reserveschipper Rijnvrachtvaart: 64 000 F
Reserveschipper binnenvaart: 64 000 F
Reservestuurman: 48 800 F
Reserve matroos: 44 400 F
Batelier de reserve dans la navigation 67 000 F
par bateaux-citernes :
Batelier de reserve dans la navigation 64 000 F
rhenane a bord de bateaux pour le
transport de marchandises :
Batelier de reserve dans la navigation 64 000 F
interieure :
Timonier de reserve : 48 800 F
Matelot de reserve : 44 400 F
par bateaux-citernes :
Batelier de reserve dans la navigation 64 000 F
rhenane a bord de bateaux pour le
transport de marchandises :
Batelier de reserve dans la navigation 64 000 F
interieure :
Timonier de reserve : 48 800 F
Matelot de reserve : 44 400 F
Art.23. Door reservepersoneel wordt verstaan : het varend personeel dat in vast verband is verbonden met een werkgever, om op eender welk schip een of ander bemanningslid te vervangen.
De aan het reservepersoneel toegekende functie moet worden volbracht zoals zij wordt uitgeoefend door het vast personeel aan boord.
De aan het reservepersoneel toegekende functie moet worden volbracht zoals zij wordt uitgeoefend door het vast personeel aan boord.
Art.23. Par personnel de réserve on entend : le personnel navigant lié de façon permanente à un employeur, pour remplacer sur n'importe quel bateau l'un ou l'autre membre de l'équipage.
La fonction attribuée au personnel de réserve doit être exécutée comme elle est exercée par le personnel permanent à bord.
La fonction attribuée au personnel de réserve doit être exécutée comme elle est exercée par le personnel permanent à bord.
Art. 26. a) Elk gehuwd reservepersoneelslid bekomt een vergoeding van 4 900 F per maand en elk ongehuwd reservepersoneelslid een vergoeding van 3 600 F per maand voor huisvesting aan de wal.
b) Indien 's nachts per trein moet worden gereisd, wordt voor deze verplaatsing een vergoeding van 820 F betaald.
c) Voor verblijf aan boord buiten de agglomeratie van de thuishaven van het schip wordt een tussenkomst in de prijs van het voedsel van 395 F netto per dag verrekend.
b) Indien 's nachts per trein moet worden gereisd, wordt voor deze verplaatsing een vergoeding van 820 F betaald.
c) Voor verblijf aan boord buiten de agglomeratie van de thuishaven van het schip wordt een tussenkomst in de prijs van het voedsel van 395 F netto per dag verrekend.
Art. 26. a) Chaque membre du personnel de réserve marié obtient par mois une indemnité de 4 900 F et chaque membre du personnel de réserve célibataire obtient par mois une indemnité de 3 600 F pour le logement à terre.
b) S'il faut voyager par train de nuit, il est payé une indemnité de 820 F pour ce déplacement.
c) Pour le séjour à bord en dehors de l'agglomération du port d'attache du bateau, il est porté en compte une intervention dans le prix de la nourriture de 395 F net par jour.
b) S'il faut voyager par train de nuit, il est payé une indemnité de 820 F pour ce déplacement.
c) Pour le séjour à bord en dehors de l'agglomération du port d'attache du bateau, il est porté en compte une intervention dans le prix de la nourriture de 395 F net par jour.
Art.26. a) Elk gehuwd reservepersoneelslid bekomt een vergoeding van 4 900 F per maand en elk ongehuwd reservepersoneelslid een vergoeding van 3 600 F per maand voor huisvesting aan de wal.
b) Indien 's nachts per trein moet worden gereisd, wordt voor deze verplaatsing een vergoeding van 820 F betaald.
c) Voor verblijf aan boord buiten de agglomeratie van de thuishaven van het schip wordt een tussenkomst in de prijs van het voedsel van 395 F netto per dag verrekend.
b) Indien 's nachts per trein moet worden gereisd, wordt voor deze verplaatsing een vergoeding van 820 F betaald.
c) Voor verblijf aan boord buiten de agglomeratie van de thuishaven van het schip wordt een tussenkomst in de prijs van het voedsel van 395 F netto per dag verrekend.
Art.26. a) Chaque membre du personnel de réserve marié obtient par mois une indemnité de 4 900 F et chaque membre du personnel de réserve célibataire obtient par mois une indemnité de 3 600 F pour le logement à terre.
b) S'il faut voyager par train de nuit, il est payé une indemnité de 820 F pour ce déplacement.
c) Pour le séjour à bord en dehors de l'agglomération du port d'attache du bateau, il est porté en compte une intervention dans le prix de la nourriture de 395 F net par jour.
b) S'il faut voyager par train de nuit, il est payé une indemnité de 820 F pour ce déplacement.
c) Pour le séjour à bord en dehors de l'agglomération du port d'attache du bateau, il est porté en compte une intervention dans le prix de la nourriture de 395 F net par jour.
Vuile, ongezonde en hinderlijke lading :
Cargaison sale, insalubre et incommode :
Art. 28. Voor de verlading en/of vervoer van vuile, ongezonde en hinderlijke ladingen worden de vergoedingen welke de exploitant ontvangt in toepassing van de clausule 7 van de bevrachtingsvoorwaarden van de Dienst der Regeling van de Scheepvaart, verdeeld in verhouding van 50 pct. voor de scheepsexploitant en van 50 pct. voor de bemanning.
Het deel voor de bemanning wordt in gelijke delen verdeeld onder alle bemanningsleden.
Mondingsvaart
Het deel voor de bemanning wordt in gelijke delen verdeeld onder alle bemanningsleden.
Mondingsvaart
Art. 28. Pour le transbordement et/ou le transport de cargaisons sales, insalubres et incommodes, les indemnités que l'exploitant reçoit en application de la clause 7 des conditions d'affrètement de l'Office Régulateur de la Navigation Intérieure sont réparties à raison de 50 p.c. pour l'exploitant du bateau et de 50 p.c. pour l'équipage.
Ce qui est attribué à l'équipage est divisé en parts égales entre tous les membres de l'équipage.
Navigation en estuaire
Ce qui est attribué à l'équipage est divisé en parts égales entre tous les membres de l'équipage.
Navigation en estuaire
Art. 29. a) De bemanningsleden zowel vrouwelijke als mannelijke van de schepen welke aan mondingsvaart doen, ontvangen onderstaande ondeelbare maandelijkse vergoedingen :
Art. 29. a) Les membres d'équipage, tant féminins que masculins des bateaux de navigation en estuaire reçoivent les indemnités mensuelles indivisibles suivantes :
Kapitein: 10 700 F
Stuurman: 7 700 F
Matroos-motorist: 6 200 F
Matroos: 4 700 F
Stuurman: 7 700 F
Matroos-motorist: 6 200 F
Matroos: 4 700 F
Capitaine : 10 700 F
Timonier : 7 700 F
Matelot-motoriste 6 200 F
Matelot : 4 700 F
Timonier : 7 700 F
Matelot-motoriste 6 200 F
Matelot : 4 700 F
b) Deze vergoedingen zijn slechts verschuldigd indien er ten minste eenmaal per maand aan mondingsvaart wordt gedaan.
c) De vertrekdatum is bepalend voor de maand waarvoor deze vergoeding moet worden betaald.
d) Deze vergoeding komt niet in aanmerking voor het bepalen van het loon voor overwerk.
c) De vertrekdatum is bepalend voor de maand waarvoor deze vergoeding moet worden betaald.
d) Deze vergoeding komt niet in aanmerking voor het bepalen van het loon voor overwerk.
b) Ces indemnités ne sont dues que si la navigation en estuaire à lieu au moins une fois par mois.
c) La date du départ est déterminante pour le mois pour lequel cette indemnité doit être payée.
d) Cette indemnité n'est pas retenue pour la détermination du salaire afférent au travail supplémentaire.
Navigation rhénane
Cargaisons sales, insalubres et incommodes :
c) La date du départ est déterminante pour le mois pour lequel cette indemnité doit être payée.
d) Cette indemnité n'est pas retenue pour la détermination du salaire afférent au travail supplémentaire.
Navigation rhénane
Cargaisons sales, insalubres et incommodes :
Art.28. Voor de verlading en/of vervoer van vuile, ongezonde en hinderlijke ladingen worden de vergoedingen welke de exploitant ontvangt in toepassing van de clausule 7 van de bevrachtingsvoorwaarden van de Dienst der Regeling van de Scheepvaart, verdeeld in verhouding van 50 pct. voor de scheepsexploitant en van 50 pct. voor de bemanning.
Art. 30. Pour le transbordement et/ou le transport des cargaisons sales, insalubres et incommodes suivantes, les indemnités citées ci-après sont réparties en parts égales entre tous les membres de l'équipage. Ces indemnités sont dues que l'exploitant du bateau obtienne des taux de frets majorés ou non.
Art. 30. Bij het verladen en/of het vervoer van de volgende vuile, ongezonde en hinderlijke ladingen, worden navermelde vergoedingen in gelijke delen onder al de bemanningsleden verdeeld. Deze vergoedingen zijn verschuldigd ongeacht of de scheepsexploitant verhoogde vrachtprijzen bekomt of niet.
Art.29. a) Les membres d'équipage, tant féminins que masculins des bateaux de navigation en estuaire reçoivent les indemnités mensuelles indivisibles suivantes : Capitaine : 10 700 F Timonier : 7 700 F Matelot-motoriste 6 200 F Matelot : 4 700 F
b) Deze vergoedingen zijn slechts verschuldigd indien er ten minste eenmaal per maand aan mondingsvaart wordt gedaan.
Art. 31. Lorsque les cales (citernes) doivent être nettoyées afin de pouvoir charger un autre produit et que l'équipage est invité à exécuter ces travaux, il est accordé en plus du salaire journalier normal ou sursalaire une indemnité supplémentaire par heure et par ouvrier, à raison de :
Art. 31. Indien de laadruimten (tanks) moeten worden schoongemaakt om een ander produkt te kunnen laden en de bemanningsleden deze werkzaamheden uitvoeren, wordt boven het normale dag- of overloon een bijkomende vergoeding per uur en per man toegekend ten bedrage van :
140 F voor gasolietanks;
175 F voor dieselolie- en chemicalièntanks;
180 F voor stookolietanks.
140 F voor gasolietanks;
175 F voor dieselolie- en chemicalièntanks;
180 F voor stookolietanks.
Art.30. Pour le transbordement et/ou le transport des cargaisons sales, insalubres et incommodes suivantes, les indemnités citées ci-après sont réparties en parts égales entre tous les membres de l'équipage. Ces indemnités sont dues que l'exploitant du bateau obtienne des taux de frets majorés ou non. Denomination Base de calcul Indemnites en fonction de la jauge
Änderungen
jusqu'a jusqu'a plus de 1 000 T 1 500 T 1 500 T ------------------------------------------------------------------------- Charbons pulverulents par affretement 1 900 F 2 400 F 2 900 F secs et par bateau Sel (en vrac) par affretement 950 F 1 200 F 1 450 F et par bateau -------------------------------------------------------------------------
Art.30. Bij het verladen en/of het vervoer van de volgende vuile, ongezonde en hinderlijke ladingen, worden navermelde vergoedingen in gelijke delen onder al de bemanningsleden verdeeld. Deze vergoedingen zijn verschuldigd ongeacht of de scheepsexploitant verhoogde vrachtprijzen bekomt of niet. Benaming Berekeningsbasis Vergoedingen in overeenstemmin met de scheepsmaten tot tot boven 1 000 T 1 500 T 1 500 T
Änderungen
Droge stofkolen per bevrachting en 1 900 F 2 400 F 2 900 F per schip Zout(los) per bevrachting en 950 F 1 200 F 1 450 F per schip ------------------------------------------------------------------------
Art. 33. Lorsqu'il est interdit de faire du feu en vertu des règlements locaux et que les travailleurs ne peuvent dès lors recevoir un repas chaud, l'employeur paie, à titre de compensation, une somme égale au montant fixé pour les repas chauds telle qu'elle est prévue à l'article 20 de l'arrêté royal du 28 novembre 1969, pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, modifié dernièrement par l'arrêté royal du 14 mars 1977 (Moniteur belge du 19 mars 1977).
Art. 33. Indien ten gevolge van ter plaatse heersende reglementen geen vuur mag worden gemaakt en de werknemers bijgevolg geen warme maaltijden kunnen genieten, betaalt de werkgever als compensatie een bedrag gelijk aan het bedrag dat voor warme maaltijden is voorzien in artikel 20 van het koninklijk besluit van 28 november 1969, tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders, zoals laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 maart 1977 (Belgisch Staatsblad van 19 maart 1977).
Art.31. Lorsque les cales (citernes) doivent être nettoyées afin de pouvoir charger un autre produit et que l'équipage est invité à exécuter ces travaux, il est accordé en plus du salaire journalier normal ou sursalaire une indemnité supplémentaire par heure et par ouvrier, à raison de : 140 F pour les citernes d'huile a gaz; 175 F pour les citernes d'huile diesel et de produits chimiques; 180 F pour les citernes d'huile a chauffer.
Art.31. Indien de laadruimten (tanks) moeten worden schoongemaakt om een ander produkt te kunnen laden en de bemanningsleden deze werkzaamheden uitvoeren, wordt boven het normale dag- of overloon een bijkomende vergoeding per uur en per man toegekend ten bedrage van :
Art. 34. Les salaires et les indemnités fixés aux articles 11, 22, 24, 26, 29, 30, 31 et 32 et la partie des salaires et indemnités plus élevés effectivement payés égale à ces salaires et indemnités, sont liés à l'indice des prix à la consommation, fixé mensuellement par le Ministère des Affaires économiques et publié au Moniteur belge.
Art. 34. De lonen en vergoedingen welke zijn vastgesteld bij de artikelen 11, 22, 24, 26, 29, 30, 31 en 32 en het gedeelte van de effectief betaalde hogere lonen en vergoedingen, zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen dat maandelijks wordt vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Zij staan tegenover het indexcijfer 113,66 en worden gestabiliseerd per indexschijven. Het indexcijfer 113,66 is de spil van de eerste stabilisatieschijf waarvan de hoogste en de laagste grens worden verkregen respectievelijk door de spil te vermenigvuldigen met en te delen door 1,02.
Telkens wanneer het indexcijfer de hoogste of de laagste grens van de van kracht zijnde stabilisatieschijf overschrijdt, wordt een nieuwe stabilisatieschijf opgemaakt waarvan de spil gelijk is aan de overschreden grens en worden de grenzen van de nieuwe stabilisatieschijf berekend zoals in voorgaand lid is aangegeven.
Bij toepassing van voorgaande bepalingen worden de volgende stabilisatieschijven opgemaakt :
Zij staan tegenover het indexcijfer 113,66 en worden gestabiliseerd per indexschijven. Het indexcijfer 113,66 is de spil van de eerste stabilisatieschijf waarvan de hoogste en de laagste grens worden verkregen respectievelijk door de spil te vermenigvuldigen met en te delen door 1,02.
Telkens wanneer het indexcijfer de hoogste of de laagste grens van de van kracht zijnde stabilisatieschijf overschrijdt, wordt een nieuwe stabilisatieschijf opgemaakt waarvan de spil gelijk is aan de overschreden grens en worden de grenzen van de nieuwe stabilisatieschijf berekend zoals in voorgaand lid is aangegeven.
Bij toepassing van voorgaande bepalingen worden de volgende stabilisatieschijven opgemaakt :
Art.33. Lorsqu'il est interdit de faire du feu en vertu des règlements locaux et que les travailleurs ne peuvent dès lors recevoir un repas chaud, l'employeur paie, à titre de compensation, une somme égale au montant fixé pour les repas chauds telle qu'elle est prévue à l'article 20 de l'arrêté royal du 28 novembre 1969, pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, modifié dernièrement par l'arrêté royal du 14 mars 1977 (Moniteur belge du 19 mars 1977).
Laagste grens As Hoogste grens
111,43 113,66 115,93
113,66 115,93 118,93
115,93 118,25 120,62
118,25 120,62 123,03
enz...
111,43 113,66 115,93
113,66 115,93 118,93
115,93 118,25 120,62
118,25 120,62 123,03
enz...
-
De lonen en vergoedingen en het gedeelte van de lonen en vergoedingen hierboven bedoeld, welke van kracht zijn tijdens de maand waarvan het indexcijfer de hoogste of laagste grens overschrijdt, worden vanaf de eerste dag van de volgende maand verhoogd of verlaagd met 2 pct. en vormen de nieuwe basisbedragen.
De vergoeding wordt steeds afgerond op één frank, van 1 tot 49 centiemen vallen weg, van 50 tot 99 centiemen worden afgerond op de hogere frank.
De vergoeding wordt steeds afgerond op één frank, van 1 tot 49 centiemen vallen weg, van 50 tot 99 centiemen worden afgerond op de hogere frank.
-
Art.33. Indien ten gevolge van ter plaatse heersende reglementen geen vuur mag worden gemaakt en de werknemers bijgevolg geen warme maaltijden kunnen genieten, betaalt de werkgever als compensatie een bedrag gelijk aan het bedrag dat voor warme maaltijden is voorzien in artikel 20 van het koninklijk besluit van 28 november 1969, tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders, zoals laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 maart 1977 (Belgisch Staatsblad van 19 maart 1977).
Art. 36. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er avril 1993 et est conclue pour une durée indéterminée.
La présente convention collective de travail peut être dénoncée soit par le groupe des représentants des employeurs, soit par le groupe des représentants des travailleurs siégeant au sein de la Commission paritaire de la batellerie, moyennant le respect d'un préavis de six mois à compter du premier du mois suivant celui pendant lequel la dénonciation a été faite.
La dénonciation se fait par lettre recommandée à la poste adressée au président de la Commission paritaire de la batellerie et aux organisations représentées au sein de cette commission.
La présente convention collective de travail peut être dénoncée soit par le groupe des représentants des employeurs, soit par le groupe des représentants des travailleurs siégeant au sein de la Commission paritaire de la batellerie, moyennant le respect d'un préavis de six mois à compter du premier du mois suivant celui pendant lequel la dénonciation a été faite.
La dénonciation se fait par lettre recommandée à la poste adressée au président de la Commission paritaire de la batellerie et aux organisations représentées au sein de cette commission.
Art. 36. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 april 1993 en is gesloten voor onbepaalde tijd.
Zij kan worden opgezegd hetzij door de groep van de werkgeversvertegenwoordigers hetzij door de groep van de werknemersvertegenwoordigers welke deel uitmaken van het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart, mits een opzeggingstermijn van zes maanden wordt in acht genomen te rekenen van de eerste van de maand die volgt op deze waarin de opzegging werd gedaan.
De opzegging geschiedt door een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart en aan de in dit comité vertegenwoordigde organisaties.
Zij kan worden opgezegd hetzij door de groep van de werkgeversvertegenwoordigers hetzij door de groep van de werknemersvertegenwoordigers welke deel uitmaken van het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart, mits een opzeggingstermijn van zes maanden wordt in acht genomen te rekenen van de eerste van de maand die volgt op deze waarin de opzegging werd gedaan.
De opzegging geschiedt door een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart en aan de in dit comité vertegenwoordigde organisaties.
Art.34. Les salaires et les indemnités fixés aux articles 11, 22, 24, 26, 29, 30, 31 et 32 et la partie des salaires et indemnités plus élevés effectivement payés égale à ces salaires et indemnités, sont liés à l'indice des prix à la consommation, fixé mensuellement par le Ministère des Affaires économiques et publié au Moniteur belge.
Ils correspondent à l'indice 113,66 et sont stabilisés par tranches d'indices. L'indice 113,66 est le pivot de la première tranche de stabilisation dont la limite supérieure et la limite inférieure sont obtenues respectivement en multipliant et en divisant le pivot par 1,02.
Chaque fois que l'indice dépasse la limite supérieure ou inférieure de la tranche de stabilisation en vigueur, il est établi une nouvelle tranche de stabilisation dont le pivot est égal à la limite dépassée et les limites de la nouvelle tranche de stabilisation sont calculées comme il est indiqué à l'alinéa précédent.
En application des dispositions qui précèdent, les tranches de stabilisation suivantes sont établies :
Ils correspondent à l'indice 113,66 et sont stabilisés par tranches d'indices. L'indice 113,66 est le pivot de la première tranche de stabilisation dont la limite supérieure et la limite inférieure sont obtenues respectivement en multipliant et en divisant le pivot par 1,02.
Chaque fois que l'indice dépasse la limite supérieure ou inférieure de la tranche de stabilisation en vigueur, il est établi une nouvelle tranche de stabilisation dont le pivot est égal à la limite dépassée et les limites de la nouvelle tranche de stabilisation sont calculées comme il est indiqué à l'alinéa précédent.
En application des dispositions qui précèdent, les tranches de stabilisation suivantes sont établies :
Änderungen
Limite inferieure Pivot Limite superieure 111,43 113,66 115,93 113,66 115,93 118,25 115,93 118,25 120,62 118,25 120,62 123,03 etc... --------------------------------------------------------------------
Art.34. De lonen en vergoedingen welke zijn vastgesteld bij de artikelen 11, 22, 24, 26, 29, 30, 31 en 32 en het gedeelte van de effectief betaalde hogere lonen en vergoedingen, zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen dat maandelijks wordt vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Zij staan tegenover het indexcijfer 113,66 en worden gestabiliseerd per indexschijven. Het indexcijfer 113,66 is de spil van de eerste stabilisatieschijf waarvan de hoogste en de laagste grens worden verkregen respectievelijk door de spil te vermenigvuldigen met en te delen door 1,02.
Telkens wanneer het indexcijfer de hoogste of de laagste grens van de van kracht zijnde stabilisatieschijf overschrijdt, wordt een nieuwe stabilisatieschijf opgemaakt waarvan de spil gelijk is aan de overschreden grens en worden de grenzen van de nieuwe stabilisatieschijf berekend zoals in voorgaand lid is aangegeven.
Bij toepassing van voorgaande bepalingen worden de volgende stabilisatieschijven opgemaakt : Laagste grens As Hoogste grens 111,43 113,66 115,93 113,66 115,93 118,93 115,93 118,25 120,62 118,25 120,62 123,03 enz...
Zij staan tegenover het indexcijfer 113,66 en worden gestabiliseerd per indexschijven. Het indexcijfer 113,66 is de spil van de eerste stabilisatieschijf waarvan de hoogste en de laagste grens worden verkregen respectievelijk door de spil te vermenigvuldigen met en te delen door 1,02.
Telkens wanneer het indexcijfer de hoogste of de laagste grens van de van kracht zijnde stabilisatieschijf overschrijdt, wordt een nieuwe stabilisatieschijf opgemaakt waarvan de spil gelijk is aan de overschreden grens en worden de grenzen van de nieuwe stabilisatieschijf berekend zoals in voorgaand lid is aangegeven.
Bij toepassing van voorgaande bepalingen worden de volgende stabilisatieschijven opgemaakt : Laagste grens As Hoogste grens 111,43 113,66 115,93 113,66 115,93 118,93 115,93 118,25 120,62 118,25 120,62 123,03 enz...
-