Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 DECEMBER 1994. - Wet houdende sociale en diverse bepalingen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-04-1995 en tekstbijwerking tot 20-12-2016)
Titre
21 DECEMBRE 1994. - Loi portant des dispositions sociales et diverses. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-04-1995 et mise à jour au 20-12-2016)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
TITEL I. - SOCIALE ZAKEN. HOOFDSTUK I. - Begrotingsmaatregelen. HOOFDSTUK II. - Het beheer van de sociale zeker... HOOFDSTUK III. - Geneeskundige verzorging. Afdeling 1. - De commissies van akkoorden. Afdeling 2. - Het sociaal statuut van de genees... Afdeling 3. - Bijzondere bepalingen inzake klin... Afdeling 4. - Financiële verantwoordelijkheid v... Afdeling 5. - De commissie voor de controle op ... Afdeling 6. - Nomenclatuur inzake medische beel... Afdeling 7. - Financiële verantwoordelijkheid v... Afdeling 8. - Sociale vrijstelling van het remg... Afdeling 9. - Het persoonlijk aandeel. HOOFDSTUK IV. - Wet op de ziekenhuizen. HOOFDSTUK V. - Gezinsbijslag. HOOFDSTUK VI. - Beroepsziekten. HOOFDSTUK VII. - Wachtregister van de kandidaat... HOOFDSTUK VIII. - Dienst voor de overzeese soci... TITEL II. - PENSIOENEN. TITEL III. - VOLKSGEZONDHEID. HOOFDSTUK I. - Instituut voor veterinaire keuring. HOOFDSTUK II. - Retributies betreffende gevaarl... TITEL IV. - TEWERKSTELLING EN ARBEID. HOOFDSTUK I. - Begrotingsmaatregelen. HOOFDSTUK II. - Banenplan ter bevordering van d... HOOFDSTUK III. - Harmonisering van de inhouding... HOOFDSTUK IV. - Loopbaanonderbreking. HOOFDSTUK V. - Betaald educatief verlof. HOOFDSTUK VI. - Wijziging van de wet van 5 maar... HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van de arbeidswet ... Afdeling 1. - Wijzigingen van de arbeidswet van... Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 8 apri... HOOFDSTUK VIII. - Nationale Arbeidsraad. HOOFDSTUK IX. - Collectief ontslag. TITEL V. - ALTERNATIEVE FINANCIERING VAN DE SOC... TITEL VI. - PLAATSELIJKE WERKGELEGENHEIDSAGENTS... TITEL VII. - VASTGOEDBELEGGINGSVENNOOTSCHAPPEN ... TITEL VIII. - HERVORMING VAN HET APPARAAT VOOR ... HOOFDSTUK I. - Het Instituut voor de nationale ... HOOFDSTUK II. - Het verzamelen en verwerken van... HOOFDSTUK III. - Het Nationaal Instituut voor d... HOOFDSTUK IV. - Het Federaal Planbureau. HOOFDSTUK V. - Wijzigings- en opheffingsbepalin... HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding. TITEL IX. - DIVERSE BEPALINGEN. HOOFDSTUK I. - Justitie. Afdeling 1. - Krijgsgerechten. Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 18 juli ... Afdeling 3. - Privé-leven. Afdeling 4. - Strafregister - Informatisering. HOOFDSTUK II. - Binnenlandse Zaken. Afdeling 1. - Wijziging van de nieuwe gemeentewet. Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 1 august... HOOFDSTUK III. - Ambtenarenzaken. Afdeling 1. - Wijziging van de wet inzake ambte... Afdeling 2. - Loonmatiging in de overheidssector. Afdeling 3. - In-de-plaatsstelling inzake door ... Afdeling 4. - Betrekkingen tussen de overheid e... Afdeling 5. - Uitzendarbeid. Afdeling 6. - Diverse wijzigings- en opheffings... HOOFDSTUK IV. - Financiën. Afdeling 1. - Verlenging en uitbreiding van de ... Afdeling 2. - Opheffing van artikel 86 van de w... Afdeling 3. - Wijziging van ee regeling voor eu... Afdeling 4. - Nationale Loterij. HOOFDSTUK V. - Financiën en Economische Zaken. Afdeling 1. - Wijziging van artikel 1 van de we... Afdeling 2. - Wijziging van de regeling op de K... Afdeling 3. - Bepaling betreffende de participa... HOOFDSTUK VI. - Economische Zaken. HOOFDSTUK VII. - Landbouw. Afdeling 1. - Wijzigingen van de dierengezondhe... Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 24 dec... Afdeling 3. - Wijzigingen van de organieke wet ... HOOFDSTUK VIII. - Volksgezondheid. HOOFDSTUK IX. - Economische overheidsbedrijven. Afdeling 1. - Organisatie van de technische med... Afdeling 2. - Pensioenfonds van Belgacom.
Inhoud
TITRE I. - AFFAIRES SOCIALES. CHAPITRE I. - Mesures budgétaires. CHAPITRE II. - De la gestion de la sécurité soc... CHAPITRE III. - Soins de santé. Section 1. - Des commissions d'accords. Section 2. - Du statut social des médecins. Section 3. - Dispositions particulières relativ... Section 4. - De la responsabilité financière de... Section 5. - De la commission de contrôle de la... Section 6. - Nomenclature en imagerie médicale. Section 7. - De la responsabilité financière de... Section 8. - De l'immunisation sociale du ticke... Section 9. - De l'intervention personnelle. CHAPITRE IV. - Loi sur les hôpitaux. CHAPITRE V. - Des prestations familiales. CHAPITRE VI. - Maladies professionnelles. CHAPITRE VII. - Registre d'attente des candidat... CHAPITRE VIII. - Office de sécurité sociale d'o... TITRE II. - PENSIONS. TITRE III. - SANTE PUBLIQUE. CHAPITRE I. - Institut d'expertise vétérinaire. CHAPITRE II. - Redevances relatives aux substan... TITRE IV. - EMPLOI ET TRAVAIL. CHAPITRE I. - Mesures budgétaires. CHAPITRE II. - Plan d'embauche pour la promotio... CHAPITRE III. - Harmonisation des retenues sur ... CHAPITRE IV. - Interruption de carrière. CHAPITRE V. - Congé-éducation payé. CHAPITRE VI. - Modification de la loi du 5 mars... CHAPITRE VII. - Modifications de la loi du 16 m... Section 1. - Modifications de la loi du 16 mars... Section 2. - Modification de la loi du 8 avril ... CHAPITRE VIII. - Conseil national du travail. CHAPITRE IX. - Licenciement collectif. TITRE V. - FINANCEMENT ALTERNATIF DE LA SECURIT... TITRE VI. - AGENCES LOCALES POUR L'EMPLOI. TITRE VII. - SOCIETES D'INVESTISSEMENT A CAPITA... TITRE VIII. - REFORME DE L'APPAREIL STATISTIQUE... CHAPITRE I. - L'Institut des comptes nationaux. CHAPITRE II. - La collecte et le traitement des... CHAPITRE III. - L'Institut national de statisti... CHAPITRE IV. - Le Bureau fédéral du Plan. CHAPITRE V. - Dispositions modificatives et abr... CHAPITRE VI. - Entrée en vigueur. TITRE IX. - DISPOSITIONS DIVERSES. CHAPITRE I. - Justice. Section 1. - Juridictions militaires. Section 2. - Modification de la loi du 18 juill... Section 3. - Vie privée. Section 4. - Casier judiciaire - Informatisation. CHAPITRE II. - Intérieur. Section 1. - Modification de la nouvelle loi co... Section 2. - Modification de la loi du 1er août... CHAPITRE III. - Fonction publique. Section 1. - Modification de la loi sur la fonc... Section 2. - Modération salariale dans le secte... Section 3. - Subrogation en matière de frais su... Section 4. - Relations entre les autorités publ... Section 5. - Travail intérimaire. Section 6. - Dispositions modificatives et abro... CHAPITRE IV. - Finances. Section 1. - Prorogation et extension des compé... Section 2. - Abrogation de l'article 86 de la l... Section 3. - Modification de la réglementation ... Section 4. - Loterie nationale. CHAPITRE V. - Finances et Affaires économiques. Section 1. - Modifications de l'article 1 de la... Section 2. - Modification du régime de la Centr... Section 3. - Disposition relative à la particip... CHAPITRE VI. - Affaires économiques. CHAPITRE VII. - Agriculture. Section 1. - Modifications de la loi du 24 mars... Section 2. - Modifications de la loi du 24 déce... Section 3. - Modifications de la loi organique ... CHAPITRE VIII. - Santé publique. CHAPITRE IX. - Entreprises publiques économiques. Section 1. - Organisation du concours technique... Section 2. - Fonds de pension de Belgacom.
Tekst (283)
Texte (283)
TITEL I. - SOCIALE ZAKEN.
TITRE I. - AFFAIRES SOCIALES.
HOOFDSTUK I. - Begrotingsmaatregelen.
CHAPITRE I. - Mesures budgétaires.
Artikel 1. § 1. Een bedrag van 400 miljoen frank wordt afgenomen van de opbrengst van de sociale zekerheidsbijdragen die voor het jaar 1994 worden toegekend aan de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers.
  Dit bedrag wordt toegewezen aan de Rijksdienst voor pensioenen.
  § 2. De minister van Sociale Zaken is ertoe gemachtigd het in § 1 bedoelde bedrag in schijven over te dragen volgens de kasbehoeften en binnen de perken van de beschikbare middelen van de betrokken sociale-zekerheidsinstellingen.
Article 1. § 1. Un montant de 400 millions de francs est prélevé du produit des cotisations de sécurité sociale attribuées pour l'année 1994 à l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés.
  Ce montant est affecté à l'Office national des pensions.
  § 2. Le ministre des Affaires sociales est autorisé à transférer le montant visé au § 1 par tranches, selon les besoins de trésorerie et dans les limites des disponibilités des organismes de sécurité sociale concernés.
Art.2. § 1. Een bedrag van 1 900 miljoen frank wordt afgenomen van de opbrengst van de sociale zekerheidsbijdragen die voor het jaar 1994 worden toegekend aan het Fonds voor arbeidsongevallen.
  Dit bedrag wordt toegewezen aan de Rijksdienst voor pensioenen.
  § 2. De minister van Sociale Zaken is ertoe gemachtigd het in § 1 bedoelde bedrag in schijven over te dragen volgens de kasbehoeften en binnen de perken van de beschikbare middelen van de betrokken sociale-zekerheidsinstellingen.
Art.2. § 1. Un montant de 1 900 millions de francs est prélevé du produit des cotisations de sécurité sociale attribuées pour l'année 1994 au Fonds des accidents du travail.
  Ce montant est affecté à l'Office national des pensions.
  § 2. Le ministre des Affaires sociales est autorisé à transférer le montant visé au § 1 par tranches, selon les besoins de trésorerie et dans les limites des disponibilités des organismes de sécurité sociale concernés.
Art.3. § 1. Een bedrag van 2 000 miljoen frank wordt afgenomen van de opbrengst van de sociale zekerheidsbijdragen die voor het jaar 1994 worden toegekend aan het Fonds voor beroepsziekten.
  Dit bedrag wordt toegewezen ten belope van 1 500 miljoen frank aan de Rijksdienst voor pensioenen en ten belope van 500 miljoen frank aan de sector geneeskundige verzorging van de algemene regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
  § 2. De minister van Sociale Zaken is ertoe gemachtigd het in § 1 bedoelde bedrag in schijven over te dragen volgens de kasbehoeften en binnen de perken van de beschikbare middelen van de betrokken sociale-zekerheidsinstellingen.
Art.3. § 1. Un montant de 2 000 millions de francs est prélevé du produit des cotisations de sécurité sociale attribuées pour l'année 1994 au Fonds des maladies professionnelles.
  Ce montant est affecté à concurrence de 1 500 millions de francs à l'Office national des pensions et à concurrence de 500 millions de francs au secteur soins de santé du régime général de l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités.
  § 2. Le ministre des Affaires sociales est autorisé à transférer le montant visé au § 1 par tranches, selon les besoins de trésorerie et dans les limites des disponibilités des organismes de sécurité sociale concernés.
Art.4. § 1. Een bedrag van 2 000 miljoen frank wordt afgenomen van de opbrengst van de sociale zekerheidsbijdragen die voor het jaar 1994 worden toegekend aan de sector uitkeringen van de algemene regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
  Dit bedrag wordt toegewezen aan de sector geneeskundige verzorging van de algemene regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
  § 2. De minister van Sociale Zaken is ertoe gemachtigd het in § 1 bedoelde bedrag in schijven over te dragen volgens de kasbehoeften en binnen de perken van de beschikbare middelen van de betrokken sociale-zekerheidsinstellingen.
Art.4. § 1. Un montant de 2 000 millions de francs est prélevé du produit des cotisations de sécurité sociale attribuées pour l'année 1994 au secteur indemnités du régime général de l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités.
  Ce montant est affecté au secteur soins de santé du régime général de l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités.
  § 2. Le ministre des Affaires sociales est autorisé à transférer le montant visé au § 1 par tranches, selon les besoins de trésorerie et dans les limites des disponibilités des organismes de sécurité sociales concernés.
Art.5. Voor 1995 wordt een bedrag van 500 miljoen frank afgenomen op de inhouding bedoeld in artikel 19, § 1, van de wetten betreffnde de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoördineerd op 28 juni 1971.
  Dit bedrag wordt toegewezen aan de Rijksdienst voor pensioenen en zal worden ingehouden op de bedragen die kunnen worden gestort, ter uitvoering van artikel 22bis van dezelfde wetten, aan het bijzonder Fonds ter bevordering van de jaarlijkse vakantie der werknemers.
Art.5. Pour l'année 1995, un montant de 500 millions de francs est prélevé sur la retenue visée à l'article 19, § 1, des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, coordonnées le 28 juin 1971.
  Ce montant est affecté à l'Office national des pensions et sera retenu sur les montants qui peuvent être versés, en exécution de l'article 22bis des mêmes lois, au Fonds spécial pour la promotion des vacances annuelles des travailleurs salariés.
Art.6. Artikel 202 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt aangevuld als volgt :
  " In afwijking van de bepalingen van het eerste lid, kan de Koning bijzondere regelen bepalen voor de storting van de voorschotten die betrekking hebben op de uitkeringen. "
Art.6. L'article 202 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, est complété par ce qui suit :
  " Par dérogation aux dispositions de l'alinéa premier, le Roi peut déterminer des modalités particulières pour le versement des avances correspondant aux indemnités. "
Art.7. Voor de toepassing van artikel 14 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, worden niet als loon beschouwd :
  1° de maaltijdscheques toegekend in de periode 1990-1992 aan de volgende categorieën van personeelsleden, rechtstreeks of onrechtstreeks bezoldigd ten laste van de Franse Gemeenschap :
  - de personeelsleden bedoeld in artikel 79 van de wetten op het lager onderwijs gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 20 augustus 1957, bij de wet van 1 april 1960 op de Diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de psycho-medisch-sociale centra, zoals gewijzigd bij de wet van 22 juni 1964 betreffende het statuut van de personeelsleden van het rijksonderwijs, alsook voor het wetenschappelijk personeel van de universitaire instellingen;
  - de leden van het personeel bedoeld bij de wet van 1 april 1960 op de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de psycho-medisch-sociale centra, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 467 van 1 oktober 1986;
  - het personeel dat een weddetoelage of een wachtweddetoelage geniet krachtens de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid artikel 26;
  - het administratief personeel, meesters-, vak- en dienstpersoneel van het onderwijs van de Franse Gemeenschap, bedoeld bij de wet van 22 juni 1964 betreffende het statuut van het personeel van het rijksonderwijs, alsook voor het administratief, technisch en werkliedenpersoneel van de universitaire instellingen waarop de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instellingen toepasselijk is;
  - het academisch personeel van de universitaire instellingen;
  2° de maaltijdcheques toegekend in 1990 aan de volgende categorieën van personeelsleden, rechtstreeks of onrechtstreeks bezoldigd ten laste van de Vlaamse Gemeenschap :
  - de leden van de inspectiedienst van het gesubsidieerd kleuter- en lager onderwijs bedoeld in artikel 79 van de wetten op het lager onderwijs, gecoördineerd op 20 augustus 1957;
  - de gesubsidieerde personeelsleden van de gesubsidieerde onderwijsinstellingen bedoeld in de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
  - de gesubsidieerde personeelsleden van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra bedoeld in de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra;
  - de leden van de inspectiedienst bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra;
  - de leden van de inspectiedienst bedoeld in artikel 1, eerste lid, 3°, van de wet van 22 juni 1964 betreffende het statuut der personeelsleden van het Rijksonderwijs;
  - de personeelsleden bedoeld in artikel 55, § 1, van het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het gemeenschapsonderwijs;
  - de personeelsleden van de Hogere Zeevaartschool te Oostende en te Antwerpen en de personeelsleden van de Hogere Radio-Navigatieschool te Oostende;
  3° de eindejaarstoelagen toegekend in 1991 en 1992 aan de in 2° bedoelde werknemers.
Art.7. Pour l'application de l'article 14 de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, ne sont pas considérés comme rémunération :
  1° les titres-repas accordés en 1990-1992 aux catégories de personnel suivantes, rémunérées directement ou indirectement à charge de la Communauté française :
  - les membres du personnel visés par l'article 79 des lois sur l'enseignement primaire coordonnées par l'arrêté royal du 20 août 1957, par la loi du 1er avril 1960 sur les Offices d'orientation scolaire et professionnelle et les Centres psycho-médico-sociaux telle que modifiée par la loi du 22 juin 1964 relative au statut des membres du personnel de l'enseignement de l'Etat, ainsi qu'aux membres du personnel scientifique des établissements universitaires;
  - les membres du personnel visés par la loi du 1er avril 1960 sur les Offices d'orientation scolaire et professionnelle et les Centres psycho-médico-sociaux, telle que modifiée par l'arrêté royal n° 467 du 1er octobre 1986;
  - le personnel bénéficiant d'une subvention-traitement ou subvention-traitement d'attente en vertu de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, notamment l'article 26;
  - les membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service de l'enseignement de la Communauté française visés par la loi du 22 juin 1964 relative au statut des membres du personnel de l'enseignement de l'Etat, ainsi qu'aux membres du personnel administratif, technique et ouvrier des institutions universitaires auxquelles s'applique la loi du 27 juillet 1971 sur le financement et le contrôle des institutions universitaires;
  - les membres du personnel académique des établissements universitaires;
  2° les titres-repas accordés en 1990 aux catégories de personnel suivantes, rémunérées directement ou indirectement à charge de la Communauté flamande :
  - les membres du service d'inspection de l'enseignement maternel et primaire subventionné visé à l'article 79 des lois sur l'enseignement primaire, coordonnées le 20 août 1957;
  - les membres du personnel subventionnés des établissements d'enseignement subventionnés visés par la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement;
  - les membres du personnel subventionnés des centres psycho-médico-sociaux subventionnés visés par la loi du 1er avril 1960 relative aux centres psycho-médico-sociaux;
  - les membres du service d'inspection visé à l'article 13 de l'arrêté royal du 13 août 1992 organique des centres psycho-médico-sociaux;
  - les membres du service d'inspection visé à l'article 1, alinéa 1, 3°, de la loi du 22 juin 1964 relative au statut des membres du personnel de l'enseignement de l'Etat;
  - les membres du personnel visés à l'article 55, § 1, du décret spécial du 19 décembre 1988 relatif au Conseil autonome de l'enseignement communautaire;
  - les membres du personnel de l'Ecole supérieure de navigation à Ostende et à Anvers et aux membres du personnel de l'Ecole supérieure de Radionavigation à Ostende;
  3° les allocations de fin d'année accordées en 1991 et 1992 aux travailleurs visés au point 2°.
HOOFDSTUK II. - Het beheer van de sociale zekerheid.
CHAPITRE II. - De la gestion de la sécurité sociale.
Art.8. In artikel 5 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid de werknemers, gewijzigd bij de wet van 30 maart 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin van het eerste lid, 2°, tweede lid, worden de woorden : " Te dien einde zorgt de Rijksdienst onder andere voor : " vervangen door de woorden " Te dien einde zorgt de Rijksdienst, onder het gezag van het Beheerscomité van de Sociale zekerheid, onder andere voor : ";
  2° in het tweede, vierde en vijfde lid wordt het woord " Beheerscomité " vervangen door de woorden " Beheerscomité van de sociale zekerheid ".
Art.8. A l'article 5 de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, modifié par la loi du 30 mars 1994, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans la phrase introductive de l'alinéa 1, 2°, alinéa 2, les mots " Pour ce faire, l'Office veille, entre autres, à : " sont remplacés par les mots " Pour ce faire, l'Office veille, sous l'autorité du Comité de gestion de la sécurité sociale, entre autres, à : ";
  2° aux alinéas 2, 4 et 5, les mots " Comité de gestion " sont remplacés par les mots " Comité de gestion de la sécurité sociale ".
Art.9. In artikel 3 van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, worden tussen de woorden " van elke instelling " en " op lijsten " de woorden " en de leden van het beheerscomité van de sociale zekerheid, bedoeld in artikel 4ter, tweede lid, 2° " ingevoegd.
Art.9. A l'article 3 de la loi du 25 avril 1963 sur la gestion des organismes d'intérêt public de sécurité sociale et de prévoyance sociale, entre les mots " chaque organisme " et les mots " sur des listes ", sont insérés les mots " et les membres du Comité de gestion de la sécurité sociale visés à l'article 4ter, alinéa 2, 2° ".
Art.10. Artikel 4ter van dezelfde wet, inevoegd bij de wet van 30 maart 1994, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 4ter. -
  Voor het uitvoeren van de opdracht bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der werknemers, wordt een Beheerscomité van de sociale zekerheid ingesteld.
  Dit Beheerscomité is samengesteld uit :
  1° een voorzitter;
  2° een gelijk aantal vertegenwoordigers van de representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties, die stemgerechtigd zijn;
  3° vijf vertegenwoordigers van de overheid, die stemgerechtigd zijn;
  4° twee vertegenwoordigers van het Nationaal Intermutualistisch College, met raadgevende stem.
  De Koning benoemt de voorzitter, die de voorwaarden bedoeld in artikel 5 moet vervullen en de vertegenwoordigers van de overheid. Hij stelt na advies van de werkgevers- en werknemersorganisaties, die verzocht zijn kandidaten voor te dragen, het aantal leden vast, bedoeld in het tweede lid, 2°. De Koning benoemt ook de vertegenwoordigers van het Nationaal Intermutualistisch College, op voordracht van dit laatste.
  De Koning kan voor alle leden, bedoeld in het tweede lid, plaatsvervangers benoemen.
  De regeringscommissarissen aangewezen door de minister bevoegd voor Sociale Voorzorg en de minister bevoegd voor Begroting, wonen de vergaderingen van het beheerscomité van de sociale zekerheid bij, met raadgevende stem.
  Het secretariaat wordt waargenomen door de Rijksdienst voor sociale zekerheid. "
Art.10. L'article 4ter de la même loi, inséré par la loi du 30 mars 1994, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4ter. -
  Pour l'exécution de la mission définie à l'article 5, alinéa 1, 2°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, un Comité de gestion de la sécurité sociale est institué.
  Ce Comité de gestion se compose :
  1° d'un président;
  2° d'un nombre égal de représentants des organisations représentatives des travailleurs et des employeurs, qui ont voix délibérative;
  3° de cinq représentants des pouvoirs publics, qui ont voix délibérative;
  4° de deux représentants du Collège national intermutualiste, qui ont voix consultative.
  Le Roi nomme le président, lequel doit remplir les conditions prévues à l'article 5 et les représentants des pouvoirs publics. Il détermine, après avis des organisations représentatives des employeurs et des travailleurs appelées à présenter des candidats, le nombre des membres visés à l'alinéa 2, 2°, Le Roi nomme aussi les représentants du Collège national intermutualiste, sur présentation de ce dernier.
  Le Roi peut nommer des membres suppléants, pour tous les membres visés à l'alinéa 2.
  Les commissaires du Gouvernement désignés par le ministre qui a la Prévoyance sociale dans ses attributions et le ministre qui a la Budget dans ses attributions assistent aux réunions du Comité de gestion de la sécurité sociale, avec voix consultative.
  Le secrétariat est assuré par l'Office national de sécurité sociale. "
Art.11. Artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 december 1990, wordt aangevuld als volgt :
  " Dit artikel is van toepassing op het Beheerscomité van de sociale zekerheid, de vertegenwoordigers van de overheid, bedoeld in artikel 4ter, tweede lid, 3°, uitgezonderd. "
Art.11. L'article 6 de la même loi, modifié par la loi du 29 décembre 1990, est complété comme suit :
  " Cet article est applicable au Comité de gestion de la sécurité sociale, excepté aux représentants des pouvoirs publics visés à l'article 4ter, alinéa 2, 3° ".
Art.12. Artikel 8ter, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 maart 1994, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 8ter. -
  Bij het Beheerscomité van de sociale zekerheid wordt een comité voor advies opgericht, samengesteld uit de leidende ambtenaren van de door de Koning aangewezen openbare instellingen voor sociale zekerheid, of hun vertegenwoordigers, alsmede uit de secretaris-generaal van het ministerie van Sociale Voorzorg. De Koning kan de samenstelling van het comité voor advies aanvullen.
  Het comité voor advies staat het Beheerscomité van de sociale zekerheid bij in de uitvoering van zijn opdracht.
  Het comité wijst in zijn midden een voorzitter aan, overeenkomstig de bepalingen vervat in zijn huishoudelijk reglement. Het secretariaat wordt waargenomen door de Rijksdienst voor sociale zekerheid.
  De Koning kan de opdracht van het comité voor advies nader bepalen. "
Art.12. L'article 8ter de la même loi, inséré par la loi du 30 mars 1994, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 8ter. -
  Il est créé auprès du Comité de gestion de la sécurité sociale un comité consultatif composé des fonctionnaires dirigeants des institutions publiques de sécurité sociale désignés par le Roi, ou de leurs représentants, ainsi que du secrétaire général du Ministère de la Prévoyance sociale. le Roi peut compléter la composition du comité consultatif.
  Le comité consultatif assiste le Comité de gestion de la sécurité sociale dans l'exécution de sa mission.
  Le comité désigne en son sein un président, conformément aux dispositions de son règlement d'ordre intérieur. Le secrétaire est assuré par l'Office national de sécurité sociale.
  Le Roi peut préciser la mission du comité consultatif ".
Art.13. Artikel 19bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 maart 1994, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 19bis. -
  Het Beheerscomité van de sociale zekerheid stelt zijn huishoudelijk reglement op, dat inzonderheid :
  1° de regelen bepaalt in verband met de bijeenroeping van het Beheerscomité, op verzoek van de minister van Sociale Voorzorg of de minister van Tewerkstelling en Arbeid of de minister van Pensioenen, de voorzitter of van twee leden;
  2° de regelen bepaalt in verband met het voorzitterschap van het Beheerscomité, in geval van afwezigheid of verhindering van de voorzitter;
  3° de aanwezigheid voorschrijft van ten minste de helft van de vertegenwoordigers van de meest representatieve werkgeversorganisaties, van de meest representatieve werknemersorganisaties en van de vertegenwoordigers van de overheid om op geldige wijze te beraadslagen en te beslissen;
  4° de wijze van stemmen bepaalt in het Beheerscomité, met dien verstande dat de voorstellen slechts kunnen worden goedgekeurd wanneer zij de meerderheid van de stemmen behalen van de leden van het beheerscomité, met inbegrip van de stemmen van alle leden bedoeld in artikel 4ter, tweede lid, 3°;
  5° de betrekking bepaalt tussen het Beheerscomité en het comité voor advies, onder meer de eventuele vertegenwoordiging van de leden van laatstgenoemd Comité in het beheerscomité;
  6° bepaalt onder welke voorwaarden het Beheerscomité voor het onderzoek van speciale vraagstukken een beroep kan doen op bijzonder bevoegde personen;
  7° in de mogelijkheid voorziet dat de leden van het Beheerscomité zich laten bijstaan door technische raadgevers;
  8° bepaalt welke handelingen behoren tot het dagelijks beheer. "
Art.13. L'article 19bis de la même loi, inséré par la loi du 30 mars 1994, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 19bis. -
  Le Comité de gestion de la sécurité sociale fixe son règlement d'ordre intérieur qui prévoit notamment :
  1° les règles concernant la convocation du Comité de gestion à la demande du ministre de la Prévoyance sociale ou du ministre de l'Emploi et du Travail ou du ministre des Pensions, du président ou de deux membres;
  2° les règles relatives à la présidence du Comité de gestion, en cas d'absence ou d'empêchement du président;
  3° la présence d'au moins la moitié des représentants des organisations les plus représentatives d'employeurs, des organisations les plus représentatives de travailleurs et des représentants de l'autorité pour délibérer et décider valablement;
  4° la manière de voter au Comité de gestion, étant entendu que les propositions ne peuvent être approuvées que si elles obtiennent la majorité des voix des membres du Comité de gestion, y compris les voix de tous les membres visés à l'article 4ter, alinéa 2, 3°;
  5° les relations entre le Comité de gestion et le comité consultatif, notamment la représentation éventuelle des membres de ce dernier comité au Comité de gestion;
  6° les conditions dans lesquelles le Comité de gestion peut faire appel à des personnes spécialement compétentes pour l'examen de questions particulières;
  7° la possibilité pour les membres du Comité de gestion de se faire assister par des techniciens;
  8° la détermination des actes de gestion journalière. "
Art.14. In artikel 23, vierde lid, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de wet van 30 maart 1994, worden de woorden " 37,83 pct. " en " 24,76 pct. " respectievelijk vervangen door de woorden " 37,94 pct. " en " 24,87 pct. ".
Art.14. A l'article 23, alinéa 4, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, les mots " 37,83 p.c. " et " 24,76 p.c. " sont remplacés, respectivement, par les mots " 37,94 p.c. " et " 24,87 p.c. ".
HOOFDSTUK III. - Geneeskundige verzorging.
CHAPITRE III. - Soins de santé.
Afdeling 1. - De commissies van akkoorden.
Section 1. - Des commissions d'accords.
Art.15. Artikel 50, § 2, derde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt vervangen als volgt :
  " De Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen en de Nationale Commissie tandheelkundigen-ziekenfondsen worden voorgezeten door een voorzitter die door de Koning wordt benoemd, na advies van de betrokken commissie. "
Art.15. L'article 50, § 2, alinéa 3, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, est remplacé par ce qui suit :
  " La Commission nationale médico-mutualiste et la Commission nationale dento-mutualiste sont présidées par un président nommé par le Roi, après avis de la commission concernée. "
Afdeling 2. - Het sociaal statuut van de geneesheren.
Section 2. - Du statut social des médecins.
Art.16. § 1. In artikel 54, § 1, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " renten of pensioenen waarborgen " vervangen door de woorden " renten, pensioenen of een kapitaal waarborgen ".
  § 2. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit artikel.
Art.16. § 1. A l'article 54, § 1, alinéa 2, de la même loi, les mots " des rentes ou des pensions " sont remplacés par les mots " des rentes, des pensions ou un capital ".
  § 2. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur du présent article.
Afdeling 3. - Bijzondere bepalingen inzake klinische biologie.
Section 3. - Dispositions particulières relatives à la biologie clinique.
Art.17. Artikel 63, tweede lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld als volgt :
  " Er kan ook rekening worden gehouden met het feit dat deze activiteiten, alhoewel uitgeoefend in centra gelegen op verschillende plaatsen, één geheel vormen in het kader van de procedures noodzakelijk ter uitvoering van hun taken of, in voorkomend geval, op vraag van dezelfde voorschrijvers. De Koning bepaalt wat dient te worden verstaan onder de gemeenschappelijke uitvoeringsprocedures. "
Art.17. L'article 63, alinéa 2, de la même loi, est complété par ce qui suit :
  " Il peut être tenu compte aussi du fait que ces activités, bien qu'exercées dans des centres situés dans des lieux différents, le sont en commun dans le cadre de procédures nécessaires à l'exécution de leurs tâches ou, le cas échéant, à la demande de prescripteurs communs. Le Roi détermine ce qu'il faut entendre par procédures d'exécution en commun. "
Art.18. In artikel 67 van dezelfde wet wordt het woord " kwaliteitscontrole " vervangen door het woord " controle ".
Art.18. A l'article 67 de la même loi, les mots " contrôle de qualité " sont remplacés par le mot " contrôle ".
Afdeling 4. - Financiële verantwoordelijkheid van de voorschrijvende geneesheren.
Section 4. - De la responsabilité financière des médecins prescripteurs.
Art.19. Artikel 77, § 2, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De Koning kan, na advies van de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen, uitgebracht binnen een termijn die Hij vaststelt, bepalen dat de in artikel 60 bedoelde forfaitaire honoraria die Hij aanwijst, noch aan de verzekering voor geneeskundige verzorging, noch aan fde rechthebbende mogen worden aangerekend, indien de voorschriften die aanleiding geven tot die honoraria, uitgaan van geneesheren wier voorschrijfgedrag de normen overschrijdt die door de Koning zijn vastgesteld op grond van de criteria en parameters die Hij bepaalt. In dit geval zijn de hiervoren bedoelde forfaitaire honoraria ten laste van de voorschrijvende geneesheren, volgens de door de Koning te bepalen regelen. "
Art.19. L'article 77, § 2, de la même loi, est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le Roi peut, après avis de la Commission nationale médico-mutualiste formulé dans un délai qu'Il détermine, arrêter que les honoraires forfaitaires visés à l'article 60 qu'Il désigne, ne peuvent être portés en compte à l'assurance soins de santé ni aux bénéficiaires, lorsque les prestations qui donnent lieu à ces honoraires émanent de médecins dont le comportement en matière de prescriptions dépasse les normes fixées par le Roi sur la base de critères et paramètres qu'Il détermine. Dans ce cas, les honoraires forfaitaires précités sont à charge des médecins prescripteurs selon les modalités fixées par le Roi. "
Afdeling 5. - De commissie voor de controle op de overconsumptie.
Section 5. - De la commission de contrôle de la surconsommation.
Art.20. § 1. Artikel 142, § 1, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Deze Commissie wordt onderverdeeld in tien provinciale afdelingen en twee regionale afdelingen voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
  De provinciale afdeling van Luik neemt kennis van de zaken die in het Frans en in het Duits worden behandeld.
  In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad neemt een van de afdelingen kennis van de zaken die in het Nederlands worden behandeld en de andere neemt kennis van de zaken die in het Frans worden behandeld.
  De zetel van alle afdelingen is gevestigd in de lokalen van de hoofdzetel van het Instituut te Brussel. "
  § 2. Dit artikel treedt in werking op 1 januari 1995.
Art.20. § 1. L'article 142, § 1, alinéa 2, de la même loi, est remplacé par ce qui suit :
  " Cette commission se compose de dix sections provinciales et de deux sections régionales pour la région bilingue de Bruxelles-Capitale.
  La section provinciale de Liège connaît des affaires traitées en langues française et en langue allemande.
  Dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, une des sections connaît des affaires traitées en langue française et l'autre connaît des affaires traitées en langue néerlandaise.
  Toutes les sections ont leur siège dans les locaux du siège central de l'Institut à Bruxelles. "
  § 2. Le présent article entre en vigueur le 1er janvier 1995.
Afdeling 6. - Nomenclatuur inzake medische beeldvorming.
Section 6. - Nomenclature en imagerie médicale.
Art.21. In hoofdstuk V van titel III van dezelfde wet wordt een nieuwe afdeling XIIbis ingevoegd, die de artikelen 69bis, 69ter, 69quater, 69quinquies, 69sexies, 69septies en 69octies bevat, luidend als volgt :
  " Afdeling XIIbis : Bepalingen in verband met nomenclatuur van de medische beeldvorming en andere verstrekkingen.
  Art. 69bis. In artikel 14, g), van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1984, 23 mei 1985, 30 januari 1986, 31 januari 1986, 7 januari 1987, 22 juli 1988 en 21 december 1988, wordt de omschrijving en de betrekkelijke waarde van de verstrekking nr. 1204 432353-432364 als volgt gewijzigd en de volgende toepassingsregel toegevoegd :
  " Invasieve obstetrische procedure (amniocentese, foetale punctie, cordocentese) onder echografische controle K 40.
  Het honorarium voor verstrekking nr. 432353-432364 omvat ook het honorarium voor de begeleidende echografie(ën). "
  Art. 69ter. In artikel 17 van de bijlage bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 30 januari 1986, 28 november 1986, 7 januari 1987 et 22 juli 1988, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  § 1. In § 1, 2°, wordt de verstrekking nr. 5012 450553-450564 geschrapt.
  § 2. In § 1, 3° :
  1° wordt de betrekkelijke waarde " N 80 " van de verstrekking nr. 5054 451533-451544 veranderd in " N 64 ";
  2° wordt de betrekkelijke waarde " N 120 " van de verstrekking nr. 5056 451570-451581 veranderd in " N 96 ";
  3° wordt de betrekkelijke waarde " N 145 " van de verstrekking nr. 5057 451592-451603 veranderd in " N 116 ".
  § 3. In § 1, 5°, wordt in het eerste lid van de toepassingsregel die volgt op de verstrekking nr. 5101 453530-453541, de verstrekking nr. 450553-450564 geschrapt.
  § 4. In § 1, 6°, worden de verstrekkingen nrs. 5115 454090-454101 en 5116 454112-454123 geschrapt.
  § 5. In § 1, 7° :
  1° wordt de betrekkelijke waarde " N 50 " van de verstrekking nr. 5147 455350-455361 veranderd in " N 60 ";
  2° wordt de betrekkelijke waarde " N 10 " van de verstrekking nr. 5148 455372-455383 veranderd in " N 5 ";
  3° wordt de betrekkelijke waarde " N 90 " van de verstrekking nr. 5149 455394-455405 veranderd in " N 80 ";
  4° wordt de betrekkelijke waarde " N 55 " van de verstrekking nr. 5153 455475-455486 veranderd in " N 80 ";
  5° wordt de betrekkelijke waarde " N 15 " van de verstrekking nr. 5154 455490-455501 veranderd in " N 7 ";
  6° wordt de betrekkelijke waarde " N 145 " van de verstrekking nr. 5155 455512-455523 veranderd in " N 108 ";
  7° wordt de betrekkelijke waarde " N 50 " van de verstrekking nr. 5156 455534-455545 veranderd in " N 60 ";
  8° worden de verstrekkingen nrs. 5157 455556-455560 en 5158 455571-455582 geschrapt;
  9° wordt de betrekkelijke waarde " N 12,5 " van de verstrekking nr. 5162 455652-455663 veranderd in " N 7 ";
  10° wordt de betrekkelijke waarde " N 105 " van de verstrekking nr. 5163 455674-455685 veranderd in " N 83 ".
  § 6. In § 1, 8° :
  1° wordt de betrekkelijke waarde " N 28 " van de verstrekking nr. 5180-456013-456024 veranderd in " N 26 ";
  2° wordt de betrekkelijke waarde " N 14 " van de verstrekking nr. 5181-456035-456046 veranderd in " N 13 ";
  3° wordt de betrekkelijke waarde " N 9 " van de verstrekking nr. 5182-456050-456061 veranderd in " N 8 ";
  4° wordt de betrekkelijke waarde " N 50 " van de verstrekking nr. 5183-456072-456083 veranderd in " N 45 ";
  5° wordt de betrekkelijke waarde " N 45 " van de verstrekking nr. 5184-456094-456105 veranderd in " N 41 ";
  6° wordt de verstrekking nr. 5189-456190-456201 geschrapt.
  § 7. In § 1, 9° :
  1° wordt de betrekkelijke waarde " N 60 " van de verstrekking nr. 5206-456632-456643 veranderd in " N 80 ";
  2° wordt de betrekkelijke waarde " N 12,5 " van de verstrekking nr. 5207-456654-456665 veranderd in " N 7 ";
  3° wordt de betrekkelijke waarde " N 120 " van de verstrekking nr. 5208-456676-456680 veranderd in " N 108 ";
  4° worden de verstrekkingen nrs. 5209-456691-456702, 5210-456713-456724 en 5211-456735-456746 gechrapt;
  5° wordt de betrekkelijke waarde " N 60 " van de verstrekking nr. 5212-456750-456761 veranderd in " N 30 ";
  6° wordt de betrekkelijke waarde " N 10 " van de verstrekking nr. 5213-456772-456783 veranderd in " N 5 ";
  7° wordt de betrekkelijke waarde " N 80 " van de verstrekking nr. 5214-456794-456805 veranderd in " N 50 ";
  8° wordt de betrekkelijke waarde " N 60 " van de verstrekking nr. 5215-456816-456820 veranderd in " N 80 ";
  9° wordt de betrekkelijke waarde " N 12,5 " van de verstrekking nr. 5216-456831-456842 veranderd in " N 7 ";
  10° wordt de betrekkelijke waarde " N 120 " van de verstrekking nr. 5217-456853-456864 veranderd in " N 101 ";
  11° wordt de betrekkelijke waarde " N 12,5 " van de verstrekking nr. 5219-456890-456901 veranderd in " N 7 ";
  12° wordt de betrekkelijke waarde " N 140 " van de verstrekkking nr. 5220-456912-456923 veranderd in " N 101 ";
  13° worden in het vierde en het zesde lid van de toepassingsregel die volgt op de vestrekkingen nr. 5220-456912-456923, de verstrekkingen nrs. 456691-456702, 456713-456724, 456735-456746 geschrapt;
  § 8. In § 1, 10° :
  1° wordt de verstrekking nr. 5250-457015-457026 geschrapt;
  2° wordt de verstrekking nr. 457096-457100 geschrapt en vervangen door de volgende verstrekkingen en toepassingsregelen :
  " 457096-457100.
  Bidimensionele echografische zwangerschapsevaluatie met protocol en documenten, maximum één keer per kwartaal N 45.
  De verstrekking 457096-457100 omvat een basisechografie met het oog op de evaluatie van de foetus en de placenta en het opsporen van eventuele foetale anomalieën tijdens elk kwartaal van de zwangerschap.
  457811-457822.
  Functioneel echografisch onderzoek dat een biometrie en een biofysisch profiel van de foetus omvat, alsmede het meten van de ombilicale bloedstroom in geval van gedocumenteerd hoog obstetrisch of foetaal risico N 70.
  457833-457844.
  Systematische echografische exploratie van alle foetale orgaanstelsels met protocol en documenten in geval van ernstige aangeboren misvorming of bewezen risico N 135.
  De verstrekking 457833-457844 omvat uitgebreid onderzoek van het centraal zenuwstelsel, de wervelzuil, het cardiovasculair en urogenitaal stelsel, het locomotorisch stelsel, het gelaat, de oropharynx, de gastro-intestinale tractus, de lever en galblaas, het diafragma en de buikwand, met fotodocumentatie en protocol en mag slechts worden vergoed na voorafgaand akkoord van de adviserend geneesheer. "
  3° punt b) 1 wordt aangevuld met de volgende verstrekking en toepassingsregel :
  " 457450-457461.
  Bidimensionele echografie met protocol en documenten, verkregen na inbrengen van endoluminale sonde (in het spijsverteringskanaal, de blaas, de vagina) N 60.
  De verstrekking 457450-457461 mag in voorkomend geval worden gecumuleerd met de desbetreffende endoscopie. "
  4° de tekst die begint met de woorden " Per dag en per patiënt... " en die eindigt met de woorden " ... of een andere geneesheer van hetzelfde specialisme " wordt vervangen door de volgende bepalingen :
  " Per dag en per patiënt mag door de geneesheren van hetzelfde specialisme slechts één enkele van de verstrekkingen nrs. 457192-457203, 457214-457225, 457236-457240, 457251-457262, 457273-457284, 457295-457306, 457310-457321, 457332-457343, 457354-457365, 457376-457380, 457391-457402, 457413-457424, 457435-457446, 457612-457623, 476416-476420, 457450-457461, 476490-476501, 476512-476523, 476534-476545 in rekening worden gebracht.
  De verstrekkingen nrs. 457192-457203, 457214-457225, 457236-457240, 457251-457262, 457273-457284, 457295-457306, 457310-457321, 457332-457343, 457354-457365, 457376-457380, 457391-457402, 457413-457424, 457435-457446, 457450-457461 mogen niet gecumuleerd worden met het honorarium voor de raadpleging van de geneesheer die deze verstrekkingen uitvoert of van een andere geneesheer van hetzelfde specialisme. "
  § 9. § 1, 11°, wordt aangevuld met de volgende verstrekking :
  " 458312-458323.
  Bioptische punctie onder medische beeldvormingscontrole K 40. "
  § 10. § 5 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 5. Voor elke behandeling moet een verslag worden opgemaakt door de geneesheer-specialist voor röntgendiagnose, of, als het gaat om verstrekkingen inzake röntgendiagnose die hem toegankelijk zijn, door de algemeen geneeskundige, of door de geneesheer-specialist die bevoegd is, om in zijn specialisme, de röntgendiagnose als verwante behandeling voor zijn eigen patiënten, toe te passen, zoals is voorgeschreven in § 14, 3), behalve als het gaat om de verstrekkingen nrs. 456013-456024, 456035-456046, 456050-456061, 456072-456083, 456094-456105, 456116-456120, 456131-456142 die door een tandheelkundige of door een geneesheer, specialist voor stomatologie, voor zijn eigen patiënten zijn uitgevoerd. "
  § 11. § 6 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 6. De geneesheren die zijn erkend als specialist voor een andere discipline dan röntgendiagnose, mogen, voor de zieken die zij in het raam van hun specialisme verzorgen, de röntgendiagnoseverstrekkingen aanrekenen die zijn opgenomen in § 1, 1° tot en met 9° en 11°, en die verwant zijn met dat specialisme.
  De geneesheren die zijn erkend als specialist in een andere discipline dan röntgendiagnose, mogen de verstrekkingen die zijn opgenomen in § 1, 10°, en die verwant zijn met hun specialisme aanrekenen.
  Voor de verstrekkingen beoogd in de twee bovenstaande alinea's ontvangen vorengenoemde geneesheren honoraria die worden vastgeseld op grond van betrekkelijke waarden, gelijk aan 65 pct. van de in de nomenclatuur vermelde waarden, met uitzondering van de volgende verstrekkingen, opgenomen onder de punten A en B :
  A. Verstrekkingen waarvoor de honoraria worden vastgesteld op grond van de betrekkelijke waarden gelijk aan 85 pct. van de in de nomenclatuur vermelde waarden :
  1° de verstrekkingen die zijn opgenomen in § 1 waarvoor het teken ° staat;
  2° de volgende verstrekkingen opgenomen in § 1 :
  a) 450015-450026, 450030-450041, 450052-450063, 450074-450085, 450133-450144, 457391-457402, 458150-458161, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor gynecologie en verloskunde;
  b) 450531-450542, 450575-450586, 450590-450601, 450634-450645, 450671-450682, 450715-450726, 450752-450763, 457376-457380, 457391-457402, 457413-457424, 457450-457461, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor urologie;
  c) 451135-451146, 451393-451404, 451430-451441, 451710-451721, 451754-451765, 451791-451802, 451813-451824, 451850-451861, 457295-457306, 457310-457321, 457450-457461, 458290-458301, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor gastro-enterologie;
  d) 452690-452701, 452712-452723, 452771-452782, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor pneumologie;
  e) 453235-453246, 453515-453526, 453530-453541, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor cardiologie;
  f) 454156-454160, 454193-454204, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor neurologie;
  g) de verstrekkingen, vermeld onder de littera c), d), e), f), als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor inwendige geneeskunde;
  h) 454016-454020, 454031-454042, 454053-454064, 454075-454086, 454090-454101, 454112-454123, 454134-454145, 454156-454160, 454193-454204, 454215-454226, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor neurochirurgie;
  i) 455232-455243, 455254-455265, 455276-455280, 455350-455361, 455372-455383, 455394-455405, 455416-455420, 455475-455486, 455490-455501, 455512-455523, 455534-455545, 455556-455560, 455571-455582, 455593-455604, 455615-455626, 459071-459082, 459115-459126, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor reumatologie of voor orthopedie of voor fysiotherapie en fysische geneeskunde;
  j) 451614-451625, 451776-451780, 453250-453261, 453272-453283, 453294-453305, 453316-453320, 453331-453342, 453353-453364, 453375-453386, 453736-453740, 453751-453762, 453810-453821, 458010-458021, 458032-458043, 458054-458065, 458076-458080, 458091-458102, 458231-458242, 459071-459082, 459115-459126, 459196-459200, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor heelkunde;
  k) 452793-452804, 452830-452841, 455630-455641, 455652-455663, 455674-455685, 455696-455700, 456153-456164, 456175-456186, 458135-458146, 458172-458183, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor otorhinolaryngologie;
  l) 455630-455641, 455652-455663, 455674-455685, 456153-456164, 456175-456186, 458135-458146, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor stomatologie;
  m) 452690-452701, 452712-452723, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor anesthesiologie.
  B. Verstrekkingen waarvoor de honoraria vastgesteld blijven op basis van 100 pct. van de in de nomenclatuur vermelde waarden :
  a) 457096-457100, 457811-457822, 457833-457844, 458312-458323, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor gynecologie en verloskunde;
  b) 458312-458323, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor urologie, of voor gastro-enterologie, of voor pneumologie of voor heelkunde;
  c) 453073-453084, 453095-453106, 453110-453121, 453132-453143, 453714-453725, 453832-453843, 453795-453806, 458312-458323, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor cardiologie of voor inwendige geneeskunde;
  d) 456212-456223, 457214-457225, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor oftalmologie;
  e) 456013-456024, 456035-456046, 456050-456061, 456072-456083, 456094-456105, 456116-456120, 456131-456142, 458113-458124, als ze worden verricht door een geneesheer-specialist voor stomatologie of door een tandheelkundige. "
  § 12. § 9 wordt aangevuld als volgt :
  " of in analoge of gedigitaliseerde vorm op een magnetische of optische drager vastgelegd. "
  § 13. § 11 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 11. De radiografische en radioscopische vestrekkingen zijn voorbehouden voor de geneesheren wier toestellen en lokalen beantwoorden aan de veiligheidscriteria die zijn bepaald in het koninklijk besluit van 28 februari 1963 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van de ioniserende stralingen.
  Voor die verstrekkingen mag derhalve door de verzekering geen tegemoetkoming worden verleend wanneer ze worden verricht door geneesheren wier toestellen en lokalen niet beantwoorden aan vorengenoemde veiligheidscriteria.
  Om te laten vaststellen dat die criteria worden nageleefd moeten geneesheren op elk verzoek van de geneesheren-inspecteurs van de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering een getuigschrift voorleggen dat is opgemaakt door een instelling die door het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid en door de minister die Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, is erkend voor de controle inzake ioniserende stralingen als bedoeld in artikel 74 van evengenoemd algemeen reglement. Dat getuigschrift moet het bewijs leveren dat de toestellen en lokalen, overeenkomstig vorengenoemd algemeen reglement, de driemaandelijkse of jaarlijkse controle hebben ondergaan die is vastgesteld respectievelijk voor de inrichtingen van klasse II en klasse III bedoeld in artikel 3, b) en c), van evengenoemd algemeen reglement en dat ze beantwoorden aan de vastgestelde veiligheidscriteria. "
  § 14. § 12 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 12. Om te mogen worden aangerekend moeten de verstrekkingen die zijn verricht door een geneesheer-specialist voor röntgendiagnose aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1. Zij moeten zijn voorgeschreven door een geneesheer die de patiënt in behandeling heeft, hetzij in het kader van de algemene geneeskunde, hetzij in het kader van een geneeskundig specialisme met uitzondering van de radiologie, ofwel door een tandheelkundige die de patiënt in behandeling heeft in het kader van de tandverzorging.
  Het voorschrift dient te beantwoorden aan de naderde regelen die hieronder zijn gespecifieerd.
  2. Op het voorschrift moeten worden vermeld :
  - de naam en de voornaam van de patiënt;
  - de naam, de voornaam, het adres en het identificatienummer van de voorschrijver;
  - de datum van het voorschrift;
  - de handtekening van de voorschrijver.
  Het voorschrift dient een explicitering te bevatten van de diagnostische vraagstelling naar de radioloog toe en een aanduiding van het gewenste type van onderzoek.
  3. Van het onderzoek moet een schriftelijk protocol worden opgesteld en bewaard.
  Dit protocol dient gestructureerd te zijn als een antwoord op de diagnostische vraagstelling en de verantwoording in te houden van de gebruikte technieken en procedures.
  4. Op het getuigschrift voor verstrekte hulp moeten de naam, de voornaam en het identificatienummer van de voorschrijver vermeld staan. De verstrekkingen die zijn uitgevoerd naar aanleiding van eenzelfde voorschrift moeten gegroepeerd zijn op het getuigschrift voor verstrekte hulp.
  5. De radioloog moet de voorschriften twee jaar bewaren. De voorschriften moeten chronologisch worden opgeborgen op basis van de datum waarop de verstrekking is uitgevoerd. Zij zijn ter verificatie eisbaar zelfs buiten elke enquête, door de Orde, de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en de gerechtelijke instanties.
  Een dubbel van het protocol dient samen met het voorschrift te worden bewaard. "
  Art. 69quater. In artikel 20, § 1, e), van de bijlage bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 30 januari 1986, 7 januari 1987 en 22 juli 1988, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de betrekkelijke waarde " K 18 " van de verstrekking nr. 475650-475661 wordt veranderd in " K 15 ";
  2° de betrekkelijke waarde " K 63 " van de verstrekking nr. 475731-475742 wordt veranderd in " K 50 ";
  3° de verstrekkingen nrs. 5551 476431-476442 en 5552 476453-476464 worden geschrapt;
  4° de volgende verstrekkingen worden bijgevoegd :
  " 476490-476501.
  Transthoracale mono- en bidimensionele echografie (met respectievelijk ten minste 3 en 2 coupes en registratie op papier en/of magneetband) K 51.
  476512-476523.
  Transthoracale mono- en bidimensionele echocardiografie (met respectievelijk ten minste 3 en 2 coupes en registratie op papier en/of magneetband), gecombineerd met registratie van minimum 3 snelheden in continue of gepulseerde Doppler K 90.
  476534-476545.
  Transthoracale mono- en bidimensionele echografie (met respectievelijk ten minste 3 en 2 coupes en registratie op papier en/of magneetband), gecombineerd met de kleurenregistratie ervan van minimum 3 snelheden in continue of gepulseerde Doppler K 100. "
  5° wordt de eerste toepassingsregel volgend op verstrekking nr. 475775-475786 vervangen door de volgende bepaling :
  " De verstrekkingen nrs. 476416-476420, 476490-476501, 476512-476523 en 476534-476545 mogen niet worden gecumuleerd met de verstrekkingen nrs. 475672-475683, 475694-475705, 475716-475720, 475731-475742 en 475753-475764. "
  6° worden de volgende toepassingsregels toegevoegd :
  " De verstrekkingen nrs. 476173-476184, 476490-476501 en 475775-475786 zijn onderling niet cumuleerbaar.
  De verstrekking nr. 476173-476184 kan slechts als supplement worden aangerekend bij de verstrekkingen nrs. 453073-453084, 453095-453106.
  De verstrekkingen nrs. 476490-476501, 476512-476523 en 476534-476545 zijn onderling niet cumuleerbaar. "
  Art. 69quinquies. In artikel 21 van de bijlage bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninlijk besluit van 30 januari 1986, worden de omschrijving van de verstrekkingen 5950 532416-532420 en 5951 532512-532523 en de toepassingsregel daaropvolgend vervangen door de volgende omschrijvingen en toepassingsregelen :
  " 5950 532416-532420.
  Algemene PUVA-behandeling in een bestralingskabine onder continue monitoring van de UVA-intensiteit (in mW/cm2), met protocol dat de toegediende UVA-dosis (in Joules/cm2) per zitting en cumulatief vermeldt, per zitting K 15.
  De verstrekking 532416-532420 is uitsluitend vergoedbaar voor gevallen van lichen ruber planus, mycosis fungoïdis, parapsoriasis, psoriasis en door lichttesten aangetoonde lichtgevoeligheid.
  5951 532512-532523.
  PUVA-behandeling van dermatologische aandoeningen, met controle van de patiënt en dosimetrie, bij elke zitting, door de geneesheer-specialist voor dermatologie : lokale behandeling (één of meer streken), per zitting K 5.
  De verstrekkingen 532416-532420 en 532512-532523 mogen noch onderling, noch met de raadplegingen of andere handelingen inzake fysiotherapie worden gecumuleerd. "
  Art. 69sexies. In artikel 24, § 3, van de bijlage van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 januari 1985, 23 mei 1985, 14 oktober 1985, 30 januari 1986, 31 januari 1986, 7 januari 1987, 22 juli 1988, 21 december 1988 en 22 maart 1989, wordt de term " Voor het jaar 1990 zal het forfait worden aangepast als volgt : " vervangen door de volgende tekst :
  " Voor het jaar 1990 zal het forfaitair honorarium voor dringende verstrekkingen voor in een ziekenhuis opgenomen patiënten worden getarifeerd onder het volgend codenummer en de volgende omschrijving :
  - 591183.
  Forfaitair honorarium, gekoppeld aan de continuïteit van de verzorging per verpleegdag in een algemeen ziekenhuis in één of meer van de acute diensten : A, C, D, E, G, H, I, K, L, M, N of S, voorbehouden voor de geneesheren, specialisten voor klinische biologie of voor nucleaire geneeskunde, of voor de apothekers en licentiaten in de wetenschappen die door de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, zijn erkend om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten.
  Het zal worden berekend op de volgende manier : "
  Art. 69septies. In artikel 26, § 9, van de bijlage bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 januari 1985, 30 en 31 januari 1986, 28 november 1986, 7 januari 1987, 22 juli 1988 en 21 december 1988, moet in de lijst de verstrekking nummer 450553-450564 worden geschrapt.
  Art. 69octies. De bepalingen van deze afdeling hebben uitwerking vanaf 1 januari 1990.
  De Koning kan wijzigingen aanbrengen in deze bepalingen. " (Bij arrest nr 37/96 van 13 juni 1996, B.St. 29-06-1996, p. 17905, heeft Arbitragehof dit artikel vernietigd ; Opheffing : 02-06-1991)
Art.21. Au titre III, chapitre V, de la même loi, est insérée une nouvelle section XIIbis, comprenant les articles 69bis, 69ter, 69quater, 69quinquies, 69sexies, 69septies et 69octies, rédigée comme suit :
  " Section XIIbis : Dispositions relatives à la nomenclature de l'imagerie médicale et autres prestations.
  Art. 69bis. A l'article 14, g), de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités modifié par les arrêtés royaux des 14 novembre 1984, 23 mai 1985, 30 janvier 1986, 31 janvier 1986, 7 janvier 1987, 22 juillet 1988 et 21 décembre 1988, le libellé et la valeur relative de la prestation n° 1204 432353-432364 sont modifiés comme suit et la règle d'application suivante est ajoutée :
  " Procédure obstétricale invasive (amniocentèse, ponction foetale, cordocentèse) sous contrôle échographique K 40.
  Les honoraires pour la prestation n° 432353-432364 comprennent aussi les honoraires pour la (les) échographie(s) qui l'accompagne(nt). "
  Art. 69ter. A l'article 17 de l'annexe au même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 30 janvier 1986, 28 novembre 1986, 7 janvier 1987 et 22 juillet 1988, sont apportées les modifications suivantes :
  § 1. Au § 1, 2°, la prestation n° 5012 450553-450564 est supprimée.
  § 2. Au § 1, 3° :
  1° la valeur relative " N 80 " de la prestation n° 5054 451533-451544 est modifiée en " N 64 ";
  2° la valeur relative " N 120 " de la prestation n° 5056 451570-451581 est modifiée en " N 96 ";
  3° la valeur relative " N 145 " de la prestation n° 5057 451592-451603 est modifiée en " N 116 ".
  § 3. Au § 1, 5°, dans le premier alinéa de la règle d'application qui suit la prestation n° 5101 453530-453541, la prestation n° 450553-450564 est supprimée.
  § 4. Au § 1, 6°, les prestations n°s 5115 454090-454101 et 5116 454112-454123 sont supprimées.
  § 5. Au § 1, 7° :
  1° la valeur relative " N 50 " de la prestation n° 5147 455350-455361 est modifiée en " N 60 ";
  2° la valeur relative " N 10 " de la prestation n° 5148 455372-455383 est modifiée en " N 5 ";
  3° la valeur relative " N 90 " de la prestation n° 5149 455394-455405 est modifiée en " N 80 ";
  4° la valeur relative " N 55 " de la prestation n° 5153 455475-455486 est modifiée en " N 80 ";
  5° la valeur relative " N 15 " de la prestation n° 5154 455490-455501 est modifiée en " N 7 ";
  6° la valeur relative " N 145 " de la prestation n° 5155 455512-455523 est modifiée en " N 108 ";
  7° la valeur relative " N 50 " de la prestation n° 5156 455534-455545 est modifiée en " N 60 ";
  8° les prestations n°s 5157 455556-455560 et 5158 455571-455582 sont supprimées;
  9° la valeur relative " N 12,5 " de la prestation n° 5162 455652-455663 est modifiée en " N 7 ";
  10° la valeur relative " N 105 " de la prestation n° 5163 455674-455685 est modifiée en " N 83 ".
  § 6. Au § 1, 8° :
  1° la valeur relative " N 28 " de la prestation n° 5180-456013-456024 est modifiée en " N 26 ";
  2° la valeur relative " N 14 " de la prestation n° 5181-456035-456046 est modifiée en " N 13 ";
  3° la valeur relative " N 9 " de la prestation n° 5182-456050-456061 est modifiée en " N 8 ";
  4° la valeur relative " N 50 " de la prestation n° 5183-456072-456083 est modifiée en " N 45 ";
  5° la valeur relative " N 45 " de la prestation n° 5184-456094-456105 est modifiée en " N 41 ";
  6° la prestation n° 5189-456190-456201 est supprimée.
  § 7. Au § 1, 9° :
  1° la valeur relative " N 60 " de la prestation n° 5206-456632-456643 est modifiée en " N 80 ";
  2° la valeur relative " N 12,5 " de la prestation n° 5207-456654-456665 est modifiée en " N 7 ";
  3° la valeur relative " N 120 " de la prestation n° 5208-456676-456680 est modifiée en " N 108 ";
  4° les prestations n°s 5209-456691-456702, 5210-456713-456724 et 5211-456735-456746 sont supprimées;
  5° la valeur relative " N 60 " de la prestation n° 5212-456750-456761 est modifiée en " N 30 ";
  6° la valeur relative " N 10 " de la prestation n° 5213-456772-456783 est modifiée en " N 5 ";
  7° la valeur relative " N 80 " de la prestation n° 5214-456794-456805 est modifiée en " N 50 ";
  8° la valeur relative " N 60 " de la prestation n° 5215-456816-456820 est modifiée en " N 80 ";
  9° la valeur relative " N 12,5 " de la prestation n° 5216-456831-456842 est modifiée en " N 7 ";
  10° la valeur relative " N 120 " de la prestation n° 5217-456853-456864 est modifiée en " N 101 ";
  11° la valeur relative " N 12,5 " de la prestation n° 5219-456890-456901 est modifiée en " N 7 ";
  12° la valeur relative " N 140 " de la prestation n° 5220-456912-456923 est modifiée en " N 101 ";
  13° dans les quatrième et sixième alinéas des règles d'application qui suivent la prestation n° 5220-456912-456923, les prestations n°s 456691-456702, 456713-456724, 456735-456746 sont supprimées.
  § 8. Au § 1, 10° :
  1° la prestation n° 5250-457015-457026 est supprimée;
  2° la prestation n° 457096-457100 est supprimée et remplacée par les prestations et les règles d'application suivantes :
  " 457096-457100.
  Evaluation échographique bidimensionnelle de la grossesse avec protocole et documents, maximum une fois par trimestre N 45.
  La prestation 457096-457100 comporte une échographie de base en vue de l'évaluation du foetus et du placenta et la détection d'anomalies foetales éventuelles durant chaque trimestre de la grossesse.
  457811-457822.
  Examen échographique fonctionnel comprenant une biométrie et un profil biophysique du foetus ainsi qu'une mesure du flux sanguin ombilical en cas de haut risque obstétrical ou foetal documenté N 70.
  457833-457844.
  Exploration échographique systématique de tous les systèmes d'organes foetaux avec protocole et documents en cas de malformation congénitale grave ou de risque prouvé N 135.
  La prestation 457833-457844 comprend un examen approfondi du système nerveux central, de la colonne vertébrale, du système cardiovasculaire et urogénital, du système locomoteur, du visage, de l'oropharynx, du tractus gastro-intestinal, du foie et de la vésicule biliaire, du diaphragme et de la paroi abdominale avec documentation photographique et protocole et ne peut être remboursée qu'après accord préalable du médecin-conseil. "
  3° le point b) 1 est complété par la prestation et la règle d'application suivantes :
  " 457450-457461.
  Echographie bidimensionnelle avec protocole et documents, obtenus après introduction d'une sonde endoluminale (dans le tube digestif, la vessie, le vagin) N 60.
  La prestation 457450-457461 peut être cumulée avec l'endoscopie y afférente, s'il échet. "
  4° le texte commençant par les mots " Par jour et par patient... " et se terminant par les mots " ... ou d'un autre médecin de la même spécialité " est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Par jour et par patient, les médecins de la même spécialité ne peuvent porter en compte qu'une seule des prestations n°s 457192-457203, 457214-457225, 457236-457240, 457251-457262, 457273-457284, 457295-457306, 457310-457321, 457332-457343, 457354-457365, 457376-457380, 457391-457402, 457413-457424, 457435-457446, 457612-457623, 476416-476420, 457450-457461, 476490-476501, 476512-476523, 476534-476545.
  Les prestations n°s 457192-457203, 457214-457225, 457236-457240, 457251-457262, 457273-457284, 457295-457306, 457310-457321, 457332-457343, 457354-457365, 457376-457380, 457391-457402, 457413-457424, 457435-457446, 457450-457461 ne peuvent être cumulées avec les honoraires pour la consultation du médecin qui effectue ces prestations ou d'un autre médecin de la même spécialité. "
  § 9. Le § 1, 11°, est complété par la prestation suivante :
  " 458312-458323.
  Ponction-biopsie sous contrôle d'imagerie médicale K 40. "
  § 10. Le § 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. Chaque acte doit être accompagné d'un rapport établi par le médecin spécialiste en radiodiagnostic, ou, lorsqu'ils s'agit de prestations de radiodiagnostic qui lui ont accessibles, par le médecin de médecine générale, ou par le médecin spécialiste qualifié pour appliquer, dans sa spécialité, le radiodiagnostic, à titre connexe pour ses propres patients, tel que prescrit au § 14, 3); ceci sauf s'il s'agit des prestations n°s 456013-456024, 456035-456046, 456050-456061, 456072-456083, 456094-456105, 456116-456120, 456131-456142 effectuées par un praticien de l'art dentaire ou par un médecin spécialiste en stomatologie pour ses propres patients. "
  § 11. Le § 6 est remplacé par ce qui suit :
  " § 6. Les médecins agréés au titre de spécialiste dans une discipline autre que la radiologique sont autorisés, pour les malades qu'ils soignent dans le cadre de leur spécialité, à porter en compte les prestations de radiodiagnostic reprises au § 1, 1° à 9° et 11°, connexes à cette spécialité.
  Les médecins agréés au titre de spécialiste dans une discipline autre que la radiologie sont autorisés à porter en compte les prestations reprises au § 1, 10°, connexes à leur spécialité.
  Pour les prestations visées aux deux alinéas précédentes, les médecins susvisés reçoivent des honoraires fixés en prenant comme base des valeurs relatives égales à 65 p.c. des valeurs inscrites dans la nomenclature, à l'exception des prestations suivantes, mentionnées sous les points A et B :
  A. Prestations pour lesquelles les honoraires sont fixés en prenant comme base des valeurs relatives égales à 85 p.c. des valeurs inscrites dans la nomenclature :
  1° les prestations reprises au § 1 précédées du signe °;
  2° les prestations suivantes reprises au § 1 :
  a) 450015-450026, 450030-450041, 450052-450063, 450074-450085, 450133-450144, 457391-457402, 458150-458161, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en gynécologie obstétrique;
  b) 450531-450542, 450575-450586, 450590-450601, 450634-450645, 450671-450682, 450715-450726, 450752-450763, 457376-457380, 457391-457402, 457413-457424, 457450-457461, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en urologie;
  c) 451135-451146, 451393-451404, 451430-451441, 451710-451721, 451754-451765, 451791-451802, 451813-451824, 451850-451861, 457295-457306, 457310-457321, 457450-457461, 458290-458301, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en gastro-entérologie;
  d) 452690-452701, 452712-452723, 452771-452782, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en pneumologie;
  e) 453235-453246, 453515-453526, 453530-453541, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en cardiologie;
  f) 454156-454160, 454193-454204, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en neurologie;
  g) les prestations reprises sous les littera c), d), e), f), lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en médecine interne;
  h) 454016-454020, 454031-454042, 454053-454064, 454075-454086, 454090-454101, 454112-454123, 454134-454145, 454156-454160, 454193-454204, 454215-454226 lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en neurochirurgie;
  i) 455232-455243, 455254-455265, 455276-455280, 455350-455361, 455372-455383, 455394-455405, 455416-455420, 455475-455486, 455490-455501, 455512-455523, 455534-455545, 455556-455560, 455571-455582, 455593-455604, 455615-455626, 459071-459082, 459115-459126, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste soit en rhumatologie, soit en orthopédie, soit en physiothérapie et médecine physique;
  j) 451614-451625, 451776-451780, 453250-453261, 453272-453283, 453294-453305, 453316-453320, 453331-453342, 453353-453364, 453375-453386, 453736-453740, 453751-453762, 453810-453821, 458010-458021, 458032-458043, 458054-458065, 458076-458080, 458091-458102, 458231-458242, 459071-459082, 459115-459126, 459196-459200, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en chirurgie;
  k) 452793-452804, 452830-452841, 455630-455641, 455652-455663, 455674-455685, 455696-455700, 456153-456164, 456175-456186, 458135-458146, 458172-458183, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en oto-rhinolaryngologie;
  l) 455630-455641, 455652-455663, 455674-455685, 456153-456164, 456175-456186, 458135-458146, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en stomatologie;
  m) 452690-452701, 452712-452723 lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en anesthésiologie.
  B. Prestations pour lesquelles les honoraires restent fixés en prenant comme base 100 p.c. des valeurs inscrites à la nomenclature :
  a) 457096-457100, 457811-457822, 457833-457844, 458312-458323, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en gynécologie-obstétrique;
  b) 458312-458323, lorsqu'elle est effectuée par un médecin spécialiste en urologie, ou en gastro-entérologie ou en pneumologie ou en chirurgie;
  c) 453073-453084, 453095-453106, 453110-453121, 453132-453143, 453714-453725, 453832-453843, 453795-453806, 458312-458323, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en cardiologie ou en médecine interne;
  d) 456212-456223, 457214-457225, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en ophtalmologie;
  e) 456013-456024, 456035-456046, 456050-456061, 456072-456083, 456094-456105, 456116-456120, 456131-456142, 458113-458124, lorsqu'elles sont effectuées par un médecin spécialiste en stomatologie ou un praticien de l'art dentaire. "
  § 12. Le § 9 est complété par ce qui suit :
  " ou fixée sous forme analogue ou digitalisée sur un support magnétique, optique ou autre. "
  § 13. Le § 11 est remplacé par ce qui suit :
  " § 11. Les prestations radiographiques et radioscopiques sont réservées aux médecins dont les appareils et les locaux répondent aux critères de sécurité énoncés à l'arrêté royal du 28 février 1963 portant règlement général de la protection de la population et des travailleurs contre le danger des radiations ionisantes.
  Ces prestations ne peuvent, par conséquent, donner lieu à intervention de l'assurance quand elles sont effectuées par des médecins dont les appareils et les locaux ne répondent pas aux critères de sécurité précités.
  Pour établir que ces critères de sécurité sont respectés, les médecins sont tenus de produire, sur toute demande des médecins-inspecteurs du Service du contrôle médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité, un certificat établi par un organisme agréé par le ministre de l'Emploi et du Travail et par le ministre ayant la Santé publique dans ses attributions, pour le contrôle en matière de radiations ionisantes, au sens de l'article 74 du règlement général précité. Ce certificat doit attester que les appareils et locaux ont, conformément au règlement général précité, fait l'objet du contrôle trimestriel ou annuel prévu respectivement pour les établissements de classe II et de classe III visés à l'article 3, b) et c) dudit règlement général et qu'ils répondent bien aux critères de sécurité prévus. "
  § 14. Le § 12 est remplacé par ce qui suit :
  " § 12. Pour pouvoir être portées en compte, les prestations effectuées par un médecin spécialiste en radiodiagnostic doivent répondre aux conditions suivantes :
  1. Avoir été prescrites par un médecin ayant ce patient en traitement soit dans le cadre de la médecine générale soit dans le cadre d'une spécialité médicale à l'exclusion de la radiologie ou par un praticien de l'art dentaire ayant le patient en traitement dans le cadre des soins dentaires.
  La prestation doit répondre aux modalités spécifiées ci-après.
  2. Doivent être mentionnés sur la prescription :
  - le nom et le prénom du patient;
  - le nom, le prénom, l'adresse et le numéro d'identification du prescripteur;
  - la date de la prescription;
  - la signature du prescripteur.
  La prescription doit comporter une explication de la demande de diagnostic à l'adresse du radiologue et une indication du type d'examen souhaité.
  3. Un protocole écrit de l'examen doit être établi et conservé.
  Ce protocole doit être structuré comme une réponse à la demande de diagnostic, et doit contenir la justification des techniques et procédés utilisés.
  4. L'attestation de soins doit porter les nom, prénom et numéro d'identification du prescripteur. Les prestations qui sont effectuées à l'occasion d'une même prescription doivent être groupées sur l'attestation de soins.
  5. Les prescriptions doivent être gardées pendant deux ans par le radiologue. Elles doivent être classées par ordre chronologique sur la base de la date d'exécution de la prestation. Elles sont exigibles pour vérification, même en dehors de toute enquête, par l'Ordre, le Service du contrôle médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité et les instances judiciaires.
  Un double du protocole doit être gardé avec la prescription. "
  Art. 69quater. A l'article 20, § 1, e), de l'annexe au même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 30 janvier 1986, 7 janvier 1987 et 22 juillet 1988, sont apportées les modifications suivantes :
  1° la valeur relative " K 18 " de la prestation n° 475650-475661 est modifiée en " K 15 ";
  2° la valeur relative " K 63 " de la prestation n° 475731-475742 est modifiée en " K 50 ";
  3° les prestations n°s 5551 476431-476442 et 5552 476453-476464 sont supprimées;
  4° les prestations suivantes sont ajoutées :
  " 476490-476501.
  Echographie mono- et bidimensionnelle transthoracale (avec respectivement et au moins 3 et 2 coupes et enregistrement sur papier et/ou bande magnétique) K 51.
  476512-476523.
  Echocardiographie mono- et bidimensionnelle transthoracale (avec respectivement au moins 3 et 2 coupes et enregistrement sur papier et/ou bande magnétique) combinée avec enregistrement de 3 vitesses minimum en Doppler continu ou pulsé K 90.
  476534-476545.
  Echographie mono- et bidimensionnelle transthoracale (avec respectivement au moins 3 et 2 coupes et enregistrement sur papier et/ou bande magnétique) combinée avec leur enregistrement couleur de 3 vitesses minimum en Doppler continu ou pulsé K 100. "
  5° la première règle d'application qui suit la prestation n° 475775-475786 est remplacée par la disposition suivante :
  " Les prestations n°s 476416-476420, 476490-476501, 476512-476523 et 476534-476545 ne sont pas cumulables avec les prestations n°s 475672-475683, 475694-475705, 475716-475720, 475731-475742 et 475753-475764. "
  6° les règles d'application suivantes sont ajoutées :
  " Les prestations n°s 476173-476184, 476490-476501 et 475775-475786 ne sont pas cumulables entre elles.
  La prestation n° 476173-476184 ne peut être portée en compte qu'en supplément des prestations n°s 453073-453084, 453095-453106.
  Les prestations n°s 476490-476501, 476512-476523 et 476534-476545 ne sont pas cumulables entre elles. "
  Art. 69quinquies. A l'article 21 de l'annexe au même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 30 janvier 1986, le libellé des prestations 5950 532416-532420 et 5951 532512-532523 et la règle d'application qui les suit sont remplacés par les libellés et les règles d'application suivantes :
  " 5950 532416-532420.
  Traitement général par PUVA en cabine d'irradiation sous monitoring continu de l'intensité UVA (en mW/cm2) avec protocole mentionnant la dose UVA administrée (en Joules/cm2) par séance et cumulativement, par séance K 15.
  La prestation 532416-532420 n'est remboursable que dans les cas de lichen ruber plan, mycose fongoïde, parapsoriasis, psoriasis et sensibilité à la lumière démontrée par des tests de lumière.
  5951 532512-532523.
  Traitement PUVA d'affections dermatologiques, avec contrôle du patient et dosimétrie, à chaque séance, par le médecin spécialiste en dermatologie : traitement local (une ou plusieurs régions), par séance K 5.
  Les prestations 532416-532420 et 532512-532523 ne sont pas cumulables entre elles ni avec les consultations ou autres actes de physiothérapie. "
  Art. 69sexies. A l'article 24, § 3, de l'annexe au même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 9 janvier 1985, 23 mai 1985, 14 octobre 1985, 30 janvier 1986, 31 janvier 1986, 7 janvier 1987, 22 juillet 1988, 21 décembre 1988 et 22 mars 1989, les termes " Pour l'année 1990, le forfait sera adapté de la manière suivante : " sont remplacés par le texte suivant :
  " Pour l'année 1990, les honoraires forfaitaires pour prestations d'urgence en faveur de patients hospitalisés seront tarifés sous le numéro de code et le libellé suivants :
  - 591183.
  Honoraires forfaitaires liés à la continuité des soins par journée d'hospitalisation dans un hôpital général au sein de l'un ou de plusieurs des services aigus suivants : A, C, D, E, G, H, I, K, L, M, N ou S, réservés aux seuls médecins spécialistes en biologie clinique ou en médecine nucléaire ou aux pharmaciens et licenciés en sciences agréés par le ministre ayant la Santé publique dans ses attributions pour effectuer des prestations de biologie clinique.
  Ils seront adaptés de la manière suivante : "
  Art. 69septies. A l'article 26, § 9, de l'annexe au même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 9 janvier 1985, 30 et 31 janvier 1986, 28 novembre 1986, 7 janvier 1987, 22 juillet 1988 et 21 décembre 1988, il y a lieu de supprimer dans la liste le numéro de prestation 450553-450564.
  Art. 69octies. Les dispositions de la présente section produisent leurs effets au 1er janvier 1990.
  Le Roi peut apporter des modifications à ces dispositions. "
Afdeling 7. - Financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen.
Section 7. - De la responsabilité financière des organismes assureurs.
Art.22. Het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 tot uitvoering van artikel 204, § 2, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt bekrachtigd.
Art.22. L'arrêté royal du 12 août 1994 portant exécution de l'article 204, § 2, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, est confirmé.
Afdeling 8. - Sociale vrijstelling van het remgeld.
Section 8. - De l'immunisation sociale du ticket modérateur.
Art.23. In artikel 43 van de programmatwet van 24 december 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, 1°, worden de woorden " de in artikel 23, 5°, van die wet vermelde verstrekkingen " vervangen door " de verstrekkingen bedoeld in artikel 34, 5°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 en de verblijfskosten verbonden aan de verstrekkingen bedoeld in artikel 34, 11°, 14° en 18° van dezelfde wet. ";
  2° een nieuwe § 4bis wordt ingevoegd, luidende :
  " § 4bis. De verzekeringsinstellingen en andere rechtspersonen die tussenkomen in het persoonlijk aandeel van één jaar geven hiervan aangifte aan de Administratie der directe belastingen, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde uitvoeringsregelen en modaliteiten. Deze tussenkomst wordt afgetrokken van de som die diezelfde Administratie dient terug te storten of te verrekenen op grond van § 2. "
Art.23. A l'article 43 de la loi-programme du 24 décembre 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1, 1°, les termes " aux prestations visées à l'article 23, 5°, de cette loi " sont remplaces par les termes " aux prestations visées à l'article 34, 5°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 et des frais d'hébergement liés aux prestations visées à l'article 34, 11°, et 18° de la même loi ";
  2° il est inséré un nouveau § 4bis, libellé comme suit :
  " § 4bis. Les organismes assureurs et autres personnes morales qui interviennent dans l'intervention personnelle d'une année en font la déclaration à l'Administration des contributions directes, conformément aux règles et modalités d'exécution fixées par le Roi. Cette intervention est déduite du montant que cette même administration doit rembourser ou imputer sur la base du § 2. "
Afdeling 9. - Het persoonlijk aandeel.
Section 9. - De l'intervention personnelle.
Art.24. In de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt een artikel 37bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 37bis. § 1. Het persoonlijk aandeel van de rechthebbende, behalve van de rechthebbende die de in artikel 37, §§ 1 en 2, bedoelde verhoogde verzekeringstegemoetkoming geniet, in het honorarium voor sommige verstrekkingen beoogd in de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen wordt als volgt vastgesteld :
  A. 30 pct. van het honorarium voor de raadplegingen van de algemeen geneeskundige en bijkomend honorarium voor dringende raadpleging uit artikel 2, I, A, van bedoelde bijlage onder de codenummers :
  101010, 101032, 101054, 102454, 102476, 102410, 102432, 104650 en 104355.
  B. 35 pct. van het honorarium voor de bezoeken en bijkomend honorarium voor dringend bezoek uit artikel 2, I, A, van bedoelde bijlage onder de volgende codenummers :
  - bezoeken van de algemeen geneeskundige :
  103110, 103213, 103235, 103316 tot 103353, 104510 tot 104576, 104591 tot 104635, 103132, 103412, 103434, 103515 tot 103552, 104215 tot 104274 en 104296 tot 104333.
  - bezoeken van de geneesheer, specialist voor kindergeneeskunde :
  103751, 103773, 103795, 103810, 103832, 103854, 103876, 103891, 104812, 104834, 104856 en 104871.
  C. 40 pct. van het honorarium voor de raadplegingen van de geneesheren-specialisten en bijkomend honorarium voor dringende raadplegingen uit artikel 2, I, A, van bedoelde bijlage onder de codenummers :
  102012, 102034, 102174 tot 102211, 102071 tot 102152, 103014, 102491 en 102513.
  D. 35 pct. met een maximum van 200 frank per verstrekking, van het honorarium voor toezicht op de in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden, beoogd in artikel 25, § 1, van bedoelde bijlage.
  E. 15 pct., met een maximum van 350 frank per verstrekking, van het honorarium voor de volgende verstrekkingen verleend aan niet in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden :
  1° de verstrekkingen bedoeld onder de codenummers :
  350055, 350512, 350571, 350593, 351035, 353253, 355390 tot 355434, 355471 tot 355515 en 355596 tot 355913, opgenomen in artikel 11 van bedoelde bijlage.
  2° de verstrekking bedoeld onder het codenummer 214211 opgenomen in artikel 13 van bedoelde bijlage.
  3° de verstrekkingen bedoeld onder de codemummers :
  220091, 220290, 230333, 243633, 248511 tot 248916, 248953, 248975, 227091, 227452, 228152, 254995 tot 255076, 255113, 255135, 256594, 257294, 257316, 257596 tot 257670, 257692, 257714, 257736, 257773, 257795, 257913, 257935, 258296, 258510, 258613, 258812, 258834, 260271, 260293, 260330, 261531, 261914 tot 261995, 262356, 262371, 280173 tot 280210, 280770, 300252 en 300274, opgenomen in artikel 14 van bedoelde bijlage.
  4° de verstrekkingen bedoeld onder de codenummers :
  442212, 442234, 442411 tot 442492, 442610 tot 442654, 442816 tot 442853, 442934 en 442971, opgenomen in artikel 18 van bedoelde bijlage.
  5° de verstrekkingen bedoeld onder de codenummers 470050, 471015 tot 471052, 471251 tot 471413, 471516, 471575, 471715 tot 471752, 471811, 472076, 472113, 472135, 472194 tot 472253, 472356, 472371, 472415 tot 472474, 472511 tot 472533, 473012 tot 473196, 473233, 473255, 473351 tot 473454, 473491, 473594 tot 473631, 474095 tot 474191, 474235 tot 474272, 474353, 474493, 474530 tot 474596, 475031, 475075, 475090, 475112, 475311, 475333, 475451, 475532 tot 475576, 475650, 475753, 475812, 475834, 475856 tot 475893, 476011 tot 476070, 476276 tot 476313, 476114 tot 476254, 476615, 476630, 477116, 477131, 477190 tot 477256 en 477315 tot 477536 opgenomen in artikel 20 van bedoelde bijlage.
  6° de verstrekkingen bedoeld onder de codenummers 532011, 532114 en 532534 tot 532571 opgenomen in artikel 21 van bedoelde bijlage.
  7° alle verstrekkingen opgenomen in de artikelen 22, I, 32 en 33 van bedoelde bijlage.
  F. 300 frank voor het consultancehonorarium beoogd in artikel 17 van bedoelde bijlage, onder het codenummer 460670.
  G. 250 frank voor het consultancehonorarium beoogd in artikel 17 van bedoelde bijlage, onder het codenummer 460703.
  H. 300 frank voor de forfaitaire honoraria beoogd in artikel 24, § 3, van bedoelde bijlage onder het codenummer 591102.
  § 2. Het persoonlijk aandeel van de rechthebbende, behalve van de rechthebbende die de in artikel 37, §§ 1 en 2, bedoelde verhoogde verzekeringstegemoetkoming geniet in de forfaitaire honoraria voor de klinische biologie verleend aan niet in een ziekenhuis opgenomen patiënten en bedoeld in de artikelen 2, § 2, a), en 3, § 2, van het koninklijk besluit van 24 september 1992 tot vaststelling van nadere regelen betreffende de forfaitaire honoraria voor sommige verstrekkingen inzake klinische biologie, verleend aan niet in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden alsmede de onderaanneming van deze verstrekkingen, wordt als volgt vastgesteld :
  450 frank voor de volgnummers 591334, 591356 en 591371.
  § 3. Het persoonlijk aandeel van de rechthebbende, behalve van de rechthebbende die de in artikel 37, §§ 1 en 2, bedoelde verhoogde verzekeringstegemoetkoming geniet, wordt verhoogd met een aandeel van 1 000 frank de eerste dag van zijn opneming in een ziekenhuis of van zijn verblijf in een revalidatie- of vakherscholingscentrum in de zin van het koninklijk besluit van 20 augustus 1980 tot vaststelling van het bedrag van de vermindering van de verzekeringstegemoetkoming in geval van opneming in een ziekenhuis of van verblijf in een revalidatiecentrum. "
Art.24. Dans la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, il est inséré un article 37bis, rédigé comme suit :
  " Art. 37bis. § 1. L'intervention personnelle du bénéficiaire, à l'exception du bénéficiaire de l'intervention majorée de l'assurance prévue à l'article 37, §§ 1 et 2, dans les honoraires pour certaines prestations visées à l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, est fixée comme suit :
  A. 30 p.c. des honoraires pour les consultations du médecin généraliste et suppléments d'urgence visés à l'article 2, I, A, de ladite annexe sous les numéros de codes :
  101010, 101032, 101054, 102454, 102476, 102410, 102432, 104650 et 104355.
  B. 35 p.c. des honoraires pour les visites et suppléments d'urgence visés à l'article 2, I, A, de ladite annexe sous les numéros de codes suivants :
  - visites du médecin généraliste :
  103110, 103213, 103235, 103316 à 103353, 104510 à 104576, 104591 à 104635, 103132, 103412, 103434, 103515 à 103552, 104215 à 104274 et 104296 à 104333.
  - visites du médecin spécialiste en pédiatrie :
  103751, 103773, 103795, 103810, 103832, 103854, 103876, 103891, 104812, 104834, 104856 et 104871.
  C. 40 p.c. des honoraires pour les consultations des médecins spécialistes et suppléments d'urgence visés à l'article 2, I, A, de ladite annexe sous les numéros de codes :
  102012, 102034, 102174 à 102211, 102071 à 102152, 103014, 102491 et 102513.
  D. 35 p.c. avec un maximum de 200 francs par prestation, des honoraires de surveillance des bénéficiaires hospitalisés visés à l'article 25, § 1, de ladite annexe.
  E. 15 p.c., avec un maximum de 350 francs par prestation, des honoraires pour les prestations suivantes, dispensées à des bénéficiaires non hospitalisés :
  1° les prestations visées sous les numéros de codes :
  350055, 350512, 350571, 350593, 351035, 353253, 355390 à 355434, 355471 à 355515 et 355596 à 355913, repris à l'article 11 de ladite annexe.
  2° la prestation visée sous le numéro de code 214211 repris à l'article 13 de ladite annexe.
  3° les prestations visées sous les numéros de codes :
  220091, 220290, 230333, 243633, 248511 à 248916, 248953, 248975, 227091, 227452, 228152, 254995 à 255076, 255113, 255135, 256594, 257294, 257316, 257596 à 257670, 257692, 257714, 257736, 257773, 257795, 257913, 257935, 258296, 258510, 258613, 258812, 258834, 260271, 260293, 260330, 261531, 261914 à 261995, 262356, 262371, 280173 à 280210, 280770, 300252 et 300274, repris à l'article 14 de ladite annexe.
  4° les prestations visées sous les numéros de codes :
  442212, 442234, 442411 à 442492, 442610 à 442654, 442816 à 442853, 442934 et 442971, repris à l'article 18 de ladite annexe.
  5° les prestations visées sous les numéros de codes 470050, 471015 à 471052, 471251 à 471413, 471516, 471575, 471715 à 471752, 471811, 472076, 472113, 472135, 472194 à 472253, 472356, 472371, 472415 à 472474, 472511 à 472533, 473012 à 473196, 473233, 473255, 473351 à 473454, 473491, 473594 à 473631, 474095 à 474191, 474235 à 474272, 474353, 474493, 474530 à 474596, 475031, 475075, 475090, 475112, 475311, 475333, 475451, 475532 à 475576, 475650, 475753, 475812, 475834, 475856 à 475893, 476011 à 476070, 476276 à 476313, 476114 à 476254, 476615, 476630, 477116, 477131, 477190 à 477256 et 477315 à 477536 repris à l'article 20 de ladite annexe.
  6° les prestations visées sous les numéros de codes 532011, 532114 et 532534 à 532571 repris à l'article 21 de ladite annexe.
  7° toutes les prestations reprises aux articles 22, I, 32 et 33 de ladite annexe.
  F. 300 francs pour les honoraires de consultance visés à l'article 17 de ladite annexe sous le numéro de code 460670.
  G. 250 francs pour les honoraires de consultance visés à l'article 17 de ladite annexe sous le numéro de code 460703.
  H. 300 francs pour les honoraires forfaitaires visés à l'article 24, § 3, de ladite annexe sous le numéro de code 591102.
  § 2. L'intervention personnelle du bénéficiaire, à l'exception du bénéficiaire de l'intervention majorée de l'assurance prévue à l'article 37, §§ 1 et 2, dans les honoraires forfaitaires pour la biologie clinique dispensée à des patients non hospitalisés, et visés aux articles 2, § 2, a), et 3, § 2, de l'arrêté royal du 24 septembre 1992 fixant des modalités relatives aux honoraires forfaitaires pour certaines prestations de biologie clinique dispensées à des bénéficiaires non hospitalisés ainsi qu'à la sous-traitance de ces prestations, est fixée comme suit :
  450 francs pour les numéros 591334, 591356 et 591371.
  § 3. L'intervention personnelle du bénéficiaire, à l'exception du bénéficiaire de l'intervention majorée de l'assurance prévue à l'article 37, §§ 1 et 2, est majorée d'une quote-part de 1 000 francs le premier jour de son hospitalisation ou de son séjour dans un centre de rééducation fonctionnelle et professionnelle, au sens de l'arrêté royal du 20 août 1980 fixant le montant de la réduction de l'intervention de l'assurance en cas d'hospitalisation ou de séjour dans un centre de rééducation. "
Art.25. In dezelfde wet wordt een artikel 37ter ingevoegd luidende :
  " Art. 37ter. De bepalingen van artikel 37bis hebben uitwerking op 1 oktober 1993 met uitzondering van de bepalingen van § 1, A, B en C die uitwerking hebben op 1 januari 1994.
  De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, wijzigingen aanbrengen in de bepalingen van het voormelde artikel 37bis. "
Art.25. Dans la même loi, il est inséré un article 37ter, rédigé comme suit :
  " Art. 37ter. Les dispositions de l'article 37bis produisent leurs effets au 1er octobre 1993 à l'exception des dispositions du § 1, A, B et C qui produisent leurs effets au 1er janvier 1994.
  Le Roi peut apporter par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, des modifications aux dispositions de l'article 37bis susvisé. "
HOOFDSTUK IV. - Wet op de ziekenhuizen.
CHAPITRE IV. - Loi sur les hôpitaux.
Art.26. Het opschrift van afdeling 8 van de titel I, hoofdstuk I, ingevoegd bij de wet van 30 december 1988, wordt aangevuld als volgt :
  " en samenwerkingsverband inzake palliatieve verzorging ".
Art.26. L'intitulé de la section 8 du titre I, chapitre I, inséré par la loi du 30 décembre 1988, est complété comme suit :
  " et association en matière de soins palliatifs ".
Art.27. In artikel 9bis van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, ingevoegd bij de wet van 30 december 1988, worden tussen de woorden " psychiatrische instellingen en diensten " en " zoals deze door Hem nader worden omschreven " de woorden " evenals tot de samenwerkingsverbanden inzake palliatieve verzorging tussen verzorgingsinstellingen en diensten " ingevoegd.
Art.27. A l'article 9bis de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987, inséré par la loi du 30 décembre 1988, les mots " , ainsi qu'aux associations entre établissements de soins et services en matière de soins palliatifs " sont insérés entre les mots " d'institutions et de services psychiatriques " et " précisées par Lui ".
Art.28. In dezelfde wet, wordt een artikel 40bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 40bis. De Koning kan, per toestel van de in artikel 38 bedoelde lijst van de zware medische apparatuur, nadere regelen bepalen inzake het aantal dat mag ingebruik genomen worden. "
Art.28. Il est inséré dans la même loi un article 40bis, rédigé comme suit :
  " Art. 40bis. Le Roi peut fixer, par appareil figurant sur la liste de l'appareillage médical lourd, visé à l'article 38, des règles plus précises concernant le nombre d'appareils pouvant être mis en service. "
Art.29. In dezelfde wet worden een artikel 44bis en 44ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 44bis. Het aantal hartcatheterisatiediensten voor invasief onderzoek, het aantal hartcatheterisatiediensten voor interventionele cardiologie, het aantal diensten voor chronische hemodialyse in een ziekenhuis en het aantal diensten voor collectieve autodialyse worden beperkt tot het aantal dat, op het ogenblik van de bekendmaking van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, in het Belgisch Staatsblad, erkend was overeenkomstig de desbetreffende vigerende erkenningsnormen.
  Teneinde rekening te kunnen houden met de technische en wetenschappelijke evolutie terzake, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden en modaliteiten omschrijven onder dewelke mag afgeweken worden van de in het vorig lid bedoelde blokkering.
  Art. 44ter. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, per soort van dienst bedoeld in artikel 44, andere dan deze bedoeld in artikel 44bis, nadere regelen bepalen inzake het maximum aantal diensten dat uitgebaat mag worden. "
Art.29. Il est inséré dans la même loi un article 44bis et un article 44ter, rédigés comme suit :
  " Art. 44bis. Le nombre de services de cathétérisme cardiaque pour examens invasifs, le nombre de services de cathétérisme cardiaque pour la cardiologie interventionnelle, le nombre de services d'hémodialyse chronique en milieu hospitalier et le nombre de services d'autodialyse collective sont limités au nombre de services qui, à la date de la publication de la loi du 21 décembre 1994 portant des dispositions sociales et diverses, au Moniteur belge, étaient agréés conformément aux normes d'agrément y afférentes en vigueur.
  Afin de tenir compte de l'évolution scientifique ou technologique en la matière, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, définir les conditions et les modalités selon lesquelles il peut être dérogé au blocage visé à l'alinéa précédent.
  Art. 44ter. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer, par type de services autres que ceux visés à l'article 44bis, des règles plus précises concernant le nombre maximal pouvant être mis en service. "
Art.30. In artikel 69, 3°, van dezelfde wet worden de woorden " en fusies " vervangen door de woorden " , fusies en associaties ".
Art.30. A l'article 69, 3°, de la même loi, les mots " et des fusions " sont remplacés par les mots " , des fusions et des associations ".
Art.31. In dezelfde wet worden een artikel 76ter en 76quater ingevoegd, luidende :
  " Art. 76ter. Het aantal ziekenhuisafdelingen voor diagnose van wiegedood wordt beperkt tot het aantal dat, op het ogenblik van de bekendmaking van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, in het Belgisch Staatsblad, erkend was overeenkomstig de desbetreffende vigerende erkenningsnormen.
  Teneinde rekening te kunnen houden met de technische en wetenschappelijke evolutie terzake, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden en modaliteiten omschrijven onder dewelke mag afgeweken worden van de in het vorig lid bedoelde blokkering.
  Art. 76quater. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, per soort van afdeling, andere dan deze bedoeld in artikel 76ter, en per soort van functie, nadere regelen bepalen inzake het maximum aantal dat uitgebaat mag worden. "
Art.31. Il est inséré dans la même loi un article 76ter et un article 76quater, rédigés comme suit :
  " Art. 76ter. Le nombre de sections hospitalières pour le diagnostic de la mort subite du nourrisson est limité au nombre de sections qui, à la date de la publication de la loi du 21 décembre 1994 portant des dispositions sociales et diverses, au Moniteur belge, étaient agréées conformément aux normes d'agrément y afférentes en vigueur.
  Afin de tenir compte de l'évolution scientifique ou technologique en la matière, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, définir les conditions et modalités selon lesquelles il peut être dérogé au blocage visé à l'alinéa précédent.
  Art. 76quater. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer, par type de sections autres que celles visées à l'article 76ter et par type de fonctions, des règles plus précises concernant le nombre maximal pouvant être mise en service. "
Art.32. § 1. Titel III, hoofdstuk V van dezelfde wet, wordt aangevuld met een afdeling 7, luidende :
  " Afdeling 7. - Associaties van ziekenhuizen.
  Art. 107ter. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit en de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen gehoord, de bepalingen van dit hoofdstuk, geheel of gedeeltelijk en met aanpassingen, uitbreiden tot de in artikel 69, 3°, bedoelde associaties. "
  § 2. Paragraaf 1 treedt in werking op 1 januari 1996. Niettemin kan de Koning de inwerkingtreding bepalen op een vroegere datum.
Art.32. § 1. Le titre III, chapitre V de la même loi, est complété par une section 7, rédigée comme suit :
  " Section 7. - Associations d'hôpitaux.
  Art. 107ter. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres et après avoir entendu le Conseil national des établissements hospitaliers, étendre en tout ou en partie et avec des adaptations, les dispositions de ce chapitre aux associations visées à l'article 69, 3°. "
  § 2. Le § 1 entre en vigueur le 1er janvier 1996. Toutefois, le Roi peut fixer l'entrée en vigueur à une date antérieure.
Art.33. § 1. In artikel 34, 6°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden tussen de woorden " in een ziekenhuis " en " ter observatie " de woorden " of in een ziekenhuisdienst die afhangen van een associatie van ziekenhuizen, bedoeld in artikel 69, 3°, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, " ingevoegd.
  § 2. Paragraaf 1 treedt in werking op 1 januari 1996. Niettemin kan de Koning de inwerkingtreding bepalen op een vroegere datum.
Art.33. § 1. A l'article 34, 6°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, les mots " ou admission dans un service hospitalier qui dépend d'une association d'hôpitaux, visée à l'article 69, 3°, de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987, " sont insérés entre les mots " l'hospitalisation " et " pour mise en observation ".
  § 2. Le § 1 entre en vigueur le 1er janvier 1996. Toutefois, le Roi peut fixer l'entrée en vigueur à une date antérieure.
HOOFDSTUK V. - Gezinsbijslag.
CHAPITRE V. - Des prestations familiales.
Art.34. In de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, samengeordend op 19 december 1939, wordt een artikel 32bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 32bis. De Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten neemt te zijnen laste de kosten van de medische onderzoeken uitgevoerd te zijnen behoeve met toepassing van de artikelen 47, 62, § 3, en 63 en de daaraan verbonden administratiekosten. "
Art.34. Dans les lois relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, coordonnées le 19 décembre 1939, est inséré un article 32bis rédigé comme suit :
  " Art. 32bis. L'Office national de sécurité sociale des administrations provinciales et locales prend à sa charge le coût des expertises médicales effectuées en sa faveur en application des articles 47, 62, § 3, et 63 et les frais administratifs y afférents. "
Art.35. Artikel 101, laatste lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, wordt vervangen door de volgende leden :
  " De Rijksdienst neemt te zijnen laste de kosten van de medische onderzoeken, uitgevoerd met toepassing van de bepalingen van de bepalingen van de artikelen 47, 56septies, 62, § 3, en 63 en de daaraan verbonden administratiekosten, ten behoeve van de bij de artikelen 18bis, 19, 31 en 33 bedoelde kinderbijslaginstellingen.
  De Rijksdienst neemt de kosten van de medische onderzoeken en de daaraan verbonden administratiekosten niet te zijnen laste wanneer deze onderzoeken uitgevoerd werden in het raam van de betalingen van de gezinsbijslag gedaan met toepassing van het derde lid, 2°, 3°, 4°, 7° en 8°. "
Art.35. L'article 101, dernier alinéa, des mêmes lois, modifié par la loi du 22 décembre 1989, est remplacé par les alinéas suivants :
  " L'Office national prend à sa charge le coût des expertises médicales effectuées en application des dispositions des articles 47, 56septies, 62, § 3, et 63, et les frais administratifs y afférents, en faveur des organismes d'allocations familiales visés aux articles 18bis, 31 et 33.
  L'Office national ne prend pas à sa charge le coût des expertises médicales et des frais administratifs y afférents lorsque ces expertises sont réalisées dans le cadre des paiements de prestations familiales effectués en application de l'alinéa 3, 2°, 3°, 4°, 7° et 8°. "
Art.36. De artikelen 34 en 35 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 1994.
Art.36. Les articles 34 et 35 produisent leurs effets le 1er janvier 1994.
HOOFDSTUK VI. - Beroepsziekten.
CHAPITRE VI. - Maladies professionnelles.
Art.37. In artikel 16, eerste lid, 3°, van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, worden de woorden " artikel 32, tweede lid " vervangen door de woorden " artikel 32, vierde lid ".
Art.37. A l'article 16, alinéa 1, 3°, des lois relatives à la réparation des dommages résultant des maladies professionnelles, coordonnées le 3 juin 1970, les mots " article 32, alinéa 2 " sont remplacés par les mots " article 32, alinéa 4 ";.
Art.38. Artikel 32 van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 29 december 1990, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 32. Schadeloosstelling voor beroepsziekten en voor ziekten zoals bedoeld in artikel 30bis is verschuldigd wanneer de door deze ziekte getroffen persoon aan het beroepsrisico van deze ziekte blootgesteld geweest is gedurende de ganse periode of een deel van de periode in de loop waarvan hij behoorde tot een der categorieën van personen bedoeld in artikel 2 of gedurende welke hij krachtens artikel 3 verzekerd was.
  Er is een beroepsrisico, zoals bedoeld in het eerste lid, indien de blootstelling aan de schadelijke invloed inherent is aan de beroepsuitoefening en beduidend groter is dan de blootstelling van de bevolking in het algemeen, en indien deze blootstelling volgens algemeen aanvaarde medische inzichten, van aard is om de ziekte te veroorzaken.
  De Koning kan voor sommige beroepsziekten en voor ziekten zoals bedoeld in artikel 30bis, op voorstel van het Beheerscomité en na advies van de Technische Raad, blootstellingscriteria vastleggen.
  Ieder werk dat gedurende de in het eerste lid bedoelde perioden is verricht in de bedrijfstakken, beroepen of categorieën van ondernemingen die de Koning op advies van de Technische Raad opsomt per beroepsziekte, wordt vermoed de getroffene aan dat risico te hebben blootgesteld, tenzij het tegendeel bewezen wordt.
  Voor een ziekte zoals bedoeld in artikel 30bis moeten het slachtoffer of zijn rechthebbenden het bewijs leveren dat het slachtoffer gedurende de in het eerste lid bedoelde perioden aan het beroepsrisico was blootgesteld. "
Art.38. L'article 32 des lois précitées, modifiée par la loi du 29 décembre 1990, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 32. La réparation des dommages résultant d'une maladie professionnelle ou d'une maladie au sens de l'article 30bis est due lorsque la personne, victime de cette maladie, a été exposée au risque professionnel de ladite maladie pendant tout ou partie de la période au cours de laquelle elle appartenait à une des catégories de personnes visées à l'article 2 ou pendant la période au cours de laquelle elle a été assurée en vertu de l'article 3.
  Il y a risque professionnel au sens de l'alinéa 1, lorsque l'exposition à l'influence nocive est inhérente à l'exercice de la profession et est nettement plus grande que celle subie par la population en général et dans la mesure où cette exposition est, selon les connaissances médicales généralement admises, de nature à provoquer la maladie.
  Le Roi peut, pour certaines maladies professionnelles et pour des maladies au sens de l'article 30bis, fixer des critères d'exposition sur proposition du Comité de gestion et après avis du Conseil technique.
  Est présume, jusqu'à preuve du contraire, avoir exposé la victime au risque, tout travail effectué pendant les périodes visées à l'alinéa 1 dans les industries, professions ou catégories d'entreprises énumérées par le Roi, par maladie professionnelle, sur avis du Conseil technique.
  Pour une maladie au sens de l'article 30bis, il incombe à la victime ou à ses ayants droit de fournir la preuve de l'exposition au risque professionnel pendant les périodes visées à l'alinéa 1. "
Art.39. In artikel 35bis van dezelfde wetten, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 529 van 31 maart 1987 en de wet van 30 maart 1994, wordt het volgende lid tussen het eerste en het tweede lid ingevoegd :
  " Nochtans kan de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid die op 31 december 1993 toegekend was aan een slachtoffer van een beroepsziekte die de leeftijd van 65 jaar bereikt heeft vóór 1 januari 1994 slechts verminderd worden indien de lichamelijke arbeidsongeschiktheid verminderd is. "
Art.39. A l'article 35bis des mêmes lois, modifié par l'arrêté royal n° 529 du 31 mars 1987 et la loi du 30 mars 1994, l'alinéa suivant est inséré entre le premier et le deuxième alinéa :
  " Toutefois, le taux d'incapacité permanente de travail reconnu au 31 décembre 1993 à une victime de maladie professionnelle ayant atteint l'âge de 65 ans avant le 1er janvier 1994 ne peut être diminué que si l'invalidité physique est diminuée. "
HOOFDSTUK VII. - Wachtregister van de kandidaat politieke vluchtelingen.
CHAPITRE VII. - Registre d'attente des candidats réfugiés politiques.
Art.40. Artikel 5 van de wet van 08 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, gewijzigd bij de wetten van 15 januari 1990, 19 juli 1991, 8 december 1992 en 24 mei 1994, wordt aangevuld met een 11°, luidende :
  " 11° de Kruispuntbank van de sociale zekerheid en de instellingen van sociale zekerheid zoals bepaald in artikel 2, eerste lid, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid. "
Art.40. L'article 5 de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, modifié par les lois des 15 janvier 1990, 19 juillet 1991, 8 décembre 1992 et 24 mai 1994, est complété par un 11°, rédigé comme suit :
  " 11° la Banque carrefour de la sécurité sociale et les institutions de sécurité sociale, telles que définies à l'article 2, alinéa 1, 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque carrefour de la sécurité sociale. "
HOOFDSTUK VIII. - Dienst voor de overzeese sociale zekerheid.
CHAPITRE VIII. - Office de sécurité sociale d'outre-mer.
Art.41. § 1. In afwijking van artikel 8, tweede lid, van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, zoals het van toepassing was vóór de wijziging bij deze wet, worden de bedragen van der rijkstoelage bestemd voor het stelsel van de overzeese sociale zekerheid, vervangen door een enig en vast bedrag van 1 979,2 miljoen frank voor 1985, van 2 479,4 miljoen frank voor 1987, van 2 479,4 miljoen frank voor 1988, van 2 546,0 miljoen frank voor 1989, van 2 546,0 miljoen frank voor 1990, van 2 546,0 miljoen frank voor 1991 en van 5 215,0 miljoen frank voor 1992.
  § 2. De door de Staat toegekende voorschotten aan het Solidariteits- en perequatiefonds van de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid zijn voor hem definitief verworven.
Art.41. § 1. Par dérogation à l'article 8, alinéa 2, de la loi du 17 juillet 1963 relative à la sécurité sociale d'outre-mer, tel qu'il était en vigueur avant sa modification par la présente loi, les montants de l'intervention de l'Etat destinés au régime de sécurité sociale d'outre-mer sont remplacés par un montant unique et fixe de 1 979,2 millions de francs pour 1985, de 2 479,4 millions de francs pour 1987, de 2 479,4 millions de francs pour 1988, de 2 546,0 millions de francs pour 1989, de 2 546,0 millions de francs pour 1990, de 2 546,0 millions de francs pour 1991 et de 5 215,0 millions de francs pour 1992.
  § 2. Les avances octroyées par l'Etat au Fonds de solidarité et de péréquation de l'Office de sécurité sociale d'outre-mer lui sont définitivement acquises.
Art.42. Artikel 1 van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, gewijzigd bij de wet van 25 februari 1964, het koninklijk besluit nr. 66 van 10 november 1967, de wetten van 12 december 1968, 10 februari 1981, 15 januari 1990 en 29 december 1990, wordt aangevuld als volgt :
  " De Dienst voor de overzeese sociale zekerheid. "
Art.42. L'article 1 de la loi du 25 avril 1963 sur la gestion des organismes d'intérêt public de sécurité sociale et de prévoyance sociale, modifié par la loi du 25 février 1964, par l'arrêté royal n° 66 du 10 novembre 1967, par les lois des 12 décembre 1968, 10 février 1981, 15 janvier 1990 et 29 décembre 1990, est complété par ce qui suit :
  " l'Office de sécurité sociale d'outre-mer. "
Art.43. In artikel 2 van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, gewijzigd bij de wet van 15 januari 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de §§ 1, 2 en 3 worden de woorden " een Raad van beheer " en " de Raad van beheer " telkens vervangen door de woorden " het Beheerscomité ";
  2° in § 1, derde lid, worden de woorden " de Raad " vervangen door de woorden " het Beheerscomité ";
  3° in § 1, zesde lid, worden tussen de woorden " Veertien leden " en " van wie " de woorden " die alleen stemgerechtigd zijn en " ingevoegd.
Art.43. A l'article 2 de la loi du 17 juillet 1963 relative à la sécurité sociale d'outre-mer, modifié par la loi du 15 janvier 1990, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans les §§ 1, 2 et 3, les mots " un Conseil d'administration " et " le Conseil d'administration " sont remplacés chaque fois par les mots " le Comité de gestion ";
  2° dans le § 1, alinéa 3, les mots " du Conseil " sont remplacés par les mots " du Comité de gestion ";
  3° dans le § 1, alinéa 6, les mots " qui ont seuls voix délibérative et " sont insérés entre les mots " Quatorze membres " et " dont ".
Art.44. Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 4. - De Koning bepaalt de door de Dienst toe te passen tarieven en barema's. "
Art.44. L'article 4 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4. - Le Roi fixe les tarifs et barèmes à appliquer par l'Office. "
Art.45. In artikel 5, § 1, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " de Raad van beheer " vervangen door de woorden " het Beheerscomité ".
Art.45. A l'article 5, § 1, alinéa 2, de la même loi, les mots " le Conseil d'administration " sont remplacés par les mots " le Comité de gestion ".
Art.46. Artikel 8, zevende lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Voor wat het Solidariteits- en Perequatiefonds betreft, bevat het aandeel bedoeld in het eerste lid, voor elk boekjaar het verschil tussn het totale bedrag van de uitgaven ten laste van dit fonds en dit van zijn inkomsten. "
Art.46. L'article 8, alinéa 7, de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " En ce qui concerne le Fonds de solidarité et de péréquation, la quote-part visée à l'alinéa 1 comprend, pour chaque exercice, la différence entre le montant total des dépenses mises à charge de ce fonds et celui de ses recettes. "
Art.47. In hoofdstuk I van dezelfde wet wordt afdeling 3, die het artikel 11 bevat, opgeheven.
Art.47. Au chapitre I de la même loi, la section 3, contenant l'article 11, est abrogée.
Art.48. In artikel 13, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " na advies van de Technische Commissie " vervangen door de woorden " na advies van het Beheerscomité ".
Art.48. A l'article 13, alinéa 2, de la même loi, les mots " après avis de la Commission technique " sont remplacés par les mots " après avis du Comité de gestion ".
Art.49. Artikel 15, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 februari 1970, wordt vervangen als volgt :
  " De Koning bepaalt het minimum en maximum bedrag van de maandelijkse bijdragen, met dien verstande dat de maandelijkse minimumbijdrage niet minder dan 1 500 frank en de maandelijkse maximumbijdrage niet meer dan 10 000 frank mag bedragen. "
Art.49. L'article 15, alinéa 2, de la même loi, modifié par la loi du 16 février 1970, est remplacé par ce qui suit :
  " Le Roi fixe le montant minimum et maximum des cotisations mensuelles, étant entendu que la cotisation mensuelle minimum ne peut être inférieure à 1 500 francs et la cotisation mensuelle maximum supérieure à 10 000 francs. "
Art.50. In artikel 18, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 februari 1970, 22 februari 1971 en 20 juli 1990, worden de volgende wijzigigen aangebracht :
  1° § 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De personen van vreemde nationaliteit hebben de mogelijkheid hun deelneming te beperken tot de ouderdoms- en overlevingsverzekering. In dat geval storten ze :
  a) hetzij een maandelijkse bijdrage die ten belope van 77,78 pct. wordt besteed aan het financieren van de ouderdoms- en weduwenrenten ten laste van het Pensioenfonds en ten belope van 22,22 pct. aan het financieren van de prestaties ten laste van het Solidariteits- en Perequatiefonds;
  b) hetzij een maandelijkse bijdrage die ten belope van 87,5 pct. wordt besteed aan het financieren van de ouderdoms- en weduwenrenten ten laste van het Pensioenfonds en ten belope van 12,5 pct. aan het financieren van de wezenuitkeringen zoals bepaald in de artikelen 24 tot 26.
  De Koning bepaalt het minimum en maximum bedrag van de maandelijkse bijdragen bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat de maandelijkse minimumbijdrage niet minder dan 1 200 frank en de maandelijkse maximumbijdrage niet meer dan 10 000 frank mag bedragen. ";
  2° in § 2, eerste lid, worden de woorden " die onderdanen zijn van een Lidstaat van de Europese Economische Gemeenschap " vervangen door de woorden " die onderdanen zijn van een Lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte ".
Art.50. A l'article 18, § 1, de la même loi, modifié par les lois des 16 février 1970, 22 février 1971 et 20 juillet 1990, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1 est remplacé par ce qui suit :
  " § 1. Les personnes de nationalité étrangère ont la faculté de ne participer qu'à l'assurance vieillesse et de survie. Dans ce cas, elles versent :
  a) soit une cotisation mensuelle qui est affectée à raison de 77,78 p.c. au financement des rentes de retraite et de veuve qui sont à charge du Fonds des pensions, et à raison de 22,22 p.c. au financement des prestations qui sont à la charge du Fonds de solidarité et de péréquation;
  b) soit une cotisation mensuelle qui est affectée à raison de 87,5 p.c. au financement des rentes de retraite et de veuve qui sont à charge du Fonds des pensions, et à raison de 12,5 p.c. au financement des allocations d'orphelins prévues aux articles 24 à 26.
  Le Roi fixe le montant minimum et maximum des cotisations mensuelles visées à l'alinéa 1, étant entendu que la cotisation mensuelle minimum ne peut être inférieure à 1 200 francs et la cotisation mensuelle maximum supérieure à 10 000 francs. ";
  2° au § 2, alinéa 1, les mots " qui sont ressortissants d'un Etat membre de la Communauté économique européenne " sont remplaces par les mots " qui sont ressortissants d'un Etat membre de l'Union européenne ou de l'Espace économique européen ".
Art.51. De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking op een door de Koning vast te stellen datum, met uitzondering van artikel 41 dat in werking treedt op 31 december 1994.
Art.51. Les dispositions du présent chapitre entrent en vigueur à la date fixée par le Roi, à l'exception de l'article 41 qui entre en vigueur le 31 décembre 1994.
TITEL II. - PENSIOENEN.
TITRE II. - PENSIONS.
Art.52. In artikel 67, § 1, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, wordt het cijfer " 7 000 " vervangen door het cijfer " 8 000 ".
Art.52. A l'article 67, § 1, de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales, le chiffre " 7 000 " est remplacé par le chiffre " 8 000 ".
Art.53. In artikel 68 van dezelfde wet worden het vierde, vijfde, zesde en zevende lid vervangen als volgt :
  " Artikel 52, 7°, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 is van toepassing op de krachtens dit artikel verrichte afhouding.
  De Koning bepaalt :
  1° wat verstaan moet worden onder alleenstaande begunstigde en onder begunstigde met gezinslast in de zin van dit artikel;
  2° welke instellingen met de afhouding worden belast en in welke gevallen de afhouding aan het Fonds voor het evenwicht van de pensioenstelsels wordt gestort;
  3° de wijze waarop de door de instelling te innen afhouding wordt vastgesteld en de berekeningselementen waarmee hierbij rekening moet worden gehouden;
  4° de pensioenen waarop de afhouding daadwerkelijk wordt verricht en de volgorde waarin deze afhouding tot beloop van het geheel of een gedeelte op deze pensioenen moet worden toegepast. "
Art.53. A l'article 68 de la même loi, le quatrième, cinquième, sixième et septième alinéas sont remplacés par ce qui suit :
  " L'article 52, 7°, du Code des impôts sur les revenus 1992 est applicable aux retenues effectuées en vertu de cet article.
  Le Roi détermine :
  1° ce qu'il faut entendre par bénéficiaire isolé et bénéficiaire avec charge de famille dans le sens de cet article;
  2° les institutions chargées de la perception de la retenue et les cas pour lesquels la retenue doit être versée au Fonds d'équilibre des régimes de pension;
  3° de quelle façon la retenue à percevoir par l'institution sera fixée et les éléments de calcul qui devront être pris en considération;
  4° les pensions sur lesquelles la retenue doit réellement être effectuée et dans quel ordre de priorité cette retenue doit être appliquée en totalité ou en partie sur ces pensions. "
Art.54. In artikel 11 van de wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood, gewijzigd bij de wet van 26 juni 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het 7° wordt vervangen als volgt :
  " 7° het maximumbedrag dat, in functie van de in artikel 2 bedoelde reserves, het aantal lopende verzekeringen, het aantal brevetten en een vast bedrag, als beheerskosten in de winst- en verliesrekening betreffende het beheer van de reserves mag worden ingeschreven. ";
  2° een 8° wordt toegevoegd, luidende :
  " 8° het bedrag van een eventueel voorschot op het batig saldo van de winst- en verliesrekening van het jaar, zoals bedoeld in artikel 10, dat aan de Rijksdienst voor pensioenen moet worden overgedragen. "
Art.54. A l'article 11 de la loi du 28 mai 1971 réalisant l'unification et l'harmonisation des régimes de capitalisation institués dans le cadre es lois relatives à l'assurance en vue de la vieillesse et du décès prématuré, modifié par la loi du 26 juin 1992, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le 7° est remplacé par ce qui suit :
  " 7° le montant maximum qui, en fonction des réserves visées à l'article 2, du nombre d'assurances en cours, le nombre de brevets et d'un montant fixe, peut être inscrit à titre de frais de gestion dans le compte des pertes et profits de la gestion des réserves ";
  2° un 8° est ajouté, rédigé comme suit :
  " 8° le montant d'un acompte éventuel sur le solde bénéficiaire du compte de profits et pertes de l'année, visé à l'article 10, qui doit être versé à l'Office national des pensions. "
Art.55. De artikelen 52 en 54 hebben uitwerking met ingang van respectievelijk 1 januari 1994 en 10 juli 1992.
  Artikel 53 treedt in werking op 1 januari 1995.
Art.55. Les articles 52 et 54 produisent leurs effets respectivement le 1er janvier 1994 et le 10 juillet 1992.
  L'article 53 entre en vigueur le 1er janvier 1995.
TITEL III. - VOLKSGEZONDHEID.
TITRE III. - SANTE PUBLIQUE.
HOOFDSTUK I. - Instituut voor veterinaire keuring.
CHAPITRE I. - Institut d'expertise vétérinaire.
Art.56. In artikel 6 van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, vervangen bij de wet van 13 juli 1981, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste en het tweede lid worden vervangen als volgt :
  " Rechten kunnen worden geïnd lastens de exploitant van een inrichting aangehaald in artikel 14 en lastens de natuurlijke of rechtspersoon die vlees of voedingsmiddelen die vlees bevatten invoert. Deze rechten kunnen de kosten dekken die voortvloeien uit keuringen, onderzoeken en gezondheidscontroles evenals uit de behandeling van de aanvragen tot erkenning en de laboratoriumanalyses aangehaald in artikel 3, tweede lid. ";
  2° de volgende leden worden toegevoegd :
  " Ingeval de in dit artikel bedoelde rechten niet worden betaald door de exploitant van een slachthuis, zelfs indien de betaling het voorwerp uitmaakt van een betwisting voor de rechtbanken, kan de minister bevoegd voor de Volkgezondheid, de uitvoering van de keuring, aangehaald in artikel 2, in het betrokken slachthuis opschorten en de erkenning van de inrichting opschorten vanaf de vijftiende werkdag volgend op die waarop de ingebrekestelling bij ter post aangetekende brief werd betekend.
  De ingebrekestelling herneemt de tekst van de voorgaande alinea.
  De ministeriële beslissingen nemen van rechtswege een einde op de werkdag volgend op die waarop de verschuldigde rechten effectief op de rekening van het Instituut voor veterinaire keuring werden gecrediteerd. "
Art.56. A l'article 6 de la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes, remplacé par la loi du 13 juillet 1981, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les alinéas 1 et 2 sont remplacés par ce qui suit :
  " Des droits peuvent être prélevés à charge de l'exploitant d'un établissement visé à l'article 14 et à charge de la personne physique ou morale qui importe des viandes ou des denrées alimentaires à base de viande. Ces droits peuvent couvrir les frais résultant des expertises, examens et contrôles sanitaires ainsi que du traitement des demandes d'agrément et des analyses de laboratoires visées à l'article 3, alinéa 2. ";
  2° les alinéas suivants sont ajoutés :
  " En cas de non-paiement par l'exploitant d'un abattoir, des droits visés au présent article, même si le paiement fait l'objet d'une contestation devant les tribunaux, le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut suspendre l'exécution de l'expertise visée à l'article 2 dans l'abattoir concerné et suspendre l'agrément de l'établissement à partir du quinzième jour ouvrable qui suit celui de la notification de la mise en demeure par lettre recommandée à la poste.
  La mise en demeure reproduit le texte de l'alinéa précédent.
  Les décisions ministérielles cessent leurs effets de plein droit le jour ouvrable qui suit celui où les droits dus ont été crédités effectivement au compte de l'Institut d'expertise vétérinaire. "
HOOFDSTUK II. - Retributies betreffende gevaarlijke stoffen.
CHAPITRE II. - Redevances relatives aux substances dangereuses.
Art.57. § 1. Stoffen in de betekenis van dit artikel zijn de gevaarlijke stoffen, de preparaten, de bestaande stoffen en de bestrijdingsmiddelen voor niet-landbouwkundig gebruik, gereglementeerd in :
  - het koninklijk besluit van 5 juni 1975 betreffende het bewaren, het verkopen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen voor niet-landbouwkundig gebruik;
  - het koninklijk besluit van 19 maart 1981 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen en preparaten met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan;
  - het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende reglementering van het in de handel brengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of voor zijn leefmilieu;
  - het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het op de markt brengen of he gebruik ervan;
  - verordening (EEG) nr. 2455/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de in- en uitvoer van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen;
  - verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad van 23 maart 1993 inzake de beoordeling en de beperking van de risico's van bestaande stoffen.
  § 2. Wat betreft de stoffen aangehaald in § 1, kan de Koning aan het betalen van retributies onderwerpen :
  1° de registratie, de erkenning en de gegevensverstrekking;
  2° de certificaten en de vergunningen;
  3° de notificaties;
  4° de controles;
  5° de wijzigingen en de derogaties bij 1°, 2° en 3°.
  § 3. De retributies aangehaald in § 2 zijn ten laste van de aanvrager voor wat betreft de registratie, de notificatie en de certificaten en vergunningen. Ze zijn ten laste van de fabrikanten voor de stoffen geproduceerd in België en van de invoerders voor de stoffen ingevoerd in het land, en dit voor wat de controles betreft.
  § 4. Deze retributies zijn uitsluitend bestemd ter financiering van de personeels-, administratie- en werkingskosten, kosten voor studies, investeringen en toezicht en alle kosten van om het even welke aard voortvloeiend uit de toepassing en de controle van de bepalingen van :
  - de hiervoor opgesomde koninklijke besluiten en verordeningen;
  - het koninklijk besluit van 27 oktober 1988 betreffende de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de uitvoering ervan bij proeven op scheikundige stoffen.
  Zij worden gestort op een speciale rekening van de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu.
  § 5. De Koning stelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de bedragen en de wijze van betaling van de retributies vast.
  § 6. Er wordt een verplichting ingesteld zich bekend te maken en gegevens te verstrekken voor iedere fabrikant of importeur die in de drie jaar vóór 5 juni 1993 bestaande stoffen als zodanig of in preparaten heeft geproduceerd of ingevoerd zoals bepaald in verordening (EEG) nr 793/93 van de Raad van 23 maart 1993 inzake de beoordeling en de beperking van de risico's van bestaande stoffen en dit in een hoeveelheid van meer dan 10 ton per jaar, met uitzondering van de stoffen opgesomd in bijlage II van dezelfde verordening. Onverminderd het bepaalde in voornoemde verordening bepaalt de Koning de nadere regelen betreffende deze verplichting zich bekend te maken en gegevens te verstrekken.
Art.57. § 1. Constituent des substances au sens d présent article, les substances dangereuses, les préparations, les substances existantes et les pesticides à usage non agricole, réglementées par :
  - l'arrêté royal du 5 juin 1975 relatif à la conservation, au commerce et à l'utilisation des pesticides à usage non agricole;
  - l'arrêté royal du 19 mars 1981 réglementant la classification, l'emballage et l'étiquetage des substances et préparations dangereuses en vue de leur mise sur le marché ou de leur emploi;
  - l'arrêté royal du 24 mai 1982 réglementant la mise sur le marché de substances pouvant être dangereuses pour l'homme ou son environnement;
  - l'arrêté royal du 11 janvier 1993 réglementant la classification l'emballage et l'étiquetage des préparations dangereuses en vue de leur mise sur le marché ou de leur emploi;
  - le règlement (CEE) n° 2455/92 du Conseil du 23 juillet 1992 concernant les exportations et importations de certains produits chimiques dangereux;
  - le règlement (CEE) n° 793/93 du Conseil du 23 mars 1993 concernant l'évaluation et le contrôle des risques présentés par les substances existantes.
  § 2. En ce qui concerne les substances visées au § 1, le Roi peut soumettre au paiement de redevances :
  1° l'enregistrement, l'agréation, la transmission de données;
  2° les certificats et les autorisations;
  3° les notifications;
  4° les contrôles;
  5° les modifications et dérogations aux 1°, 2°, 3°.
  § 3. Les redevances visées au § 2 sont à charge du demandeur en ce qui concerne l'enregistrement, la notification et les certificats et autorisations. Elles sont à charge des fabricants pour les substances fabriquées en Belgique et des importateurs pour les substances importées dans le pays en ce qui concerne les contrôles.
  § 4. Ces redevances sont exclusivement destinées à couvrir les coûts en personnel, les frais administratifs et de fonctionnement, les coûts des études, d'investissements et de contrôles ainsi que tous les coûts, de quelque nature qu'ils soient, découlant de l'application et du contrôle des dispositions :
  - des arrêtés royaux et des règlements susvisés;
  - de l'arrêté royal du 27 octobre 1988 relatif à l'application des principes de bonnes pratiques de laboratoire et à la vérification de sa mise en application pour les essais effectués sur les substances chimiques.
  Elles sont versées sur un compte spécial du budget du Ministère de la Santé publique et de l'Environnement.
  § 5. Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les montants et les modes de paiement de ces rétributions.
  § 6. Il est instauré l'obligation de se faire connaître et de communiquer des informations à charge de tout fabricant ou importateur, qui, dans les trois ans précédant la date du 5 juin 1993, a fabriqué ou importé des substances existantes, telles quelles ou dans des préparations, conformément aux dispositions du règlement (CEE) n° 793/93 du Conseil du 23 mars 1993 concernant l'évaluation et le contrôle des risques présentés par les substances existantes, et ce, en quantité supérieure à 10 tonnes par an, à l'exclusion des produits énumérés dans l'annexe II du même règlement. Sans préjudice des dispositions prévues par le règlement susvisé, le Roi fixe les modalités relatives à ces obligations de se faire connaître et de communiquer des informations.
TITEL IV. - TEWERKSTELLING EN ARBEID.
TITRE IV. - EMPLOI ET TRAVAIL.
HOOFDSTUK I. - Begrotingsmaatregelen.
CHAPITRE I. - Mesures budgétaires.
Art.59. In afwijking van artikel 26 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid van de werknemers, wordt de rijkstoelage voor de uitgaven voor de werkloosheidsuitkeringen voor de jaren 1993 en 1994 vastgesteld op 10 442 miljoen frank.
Art.59. Par dérogation à l'article 26 de la loi du 29 juin 1981 portant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, la subvention de l'Etat pour les dépenses en allocation de chômage est fixée à 10 442 millions de francs pour les années 1993 et 1994.
HOOFDSTUK II. - Banenplan ter bevordering van de tewerkstelling van werkzoekenden.
CHAPITRE II. - Plan d'embauche pour la promotion du recrutement des demandeurs d'emploi.
Art.65. De bepalingen van hoofdstuk VII van titel III van de programmawet van 30 december 1988, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 1989, 29 december 1990, 30 december 1992 en 30 maart 1994 en het koninklijk besluit van 24 december 1993, worden opgeheven.
  (lid 2 opgeheven) <W 2002-12-24/31, art. 362, 027; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Art.65. Les dispositions du chapitre VII du titre III de la loi-programme du 30 décembre 1988, modifiées par les lois du 6 juillet 1989, 29 décembre 1990, 30 décembre 1992, 30 mars 1994 et l'arrêté royal du 24 décembre 1993, sont abrogés.
  (alinéa 2 abrogé) <L 2002-12-24/31, art. 362, 027; En vigueur : 01-01-2004>
Art.66. Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces wordt aangevuld met een derde lid, luidende :
  " De Koning kan, na advies van de Nationale Arbeidsraad, de halftijdse stages algemeen of gedeeltelijk verplicht stellen en daartoe de bepalingen van dit koninklijk besluit wijzigen. "
Art.66. L'article 1 de l'arrêté royal n° 230 du 21 décembre 1983 relatif au stage et à l'insertion professionnelle des jeunes est complété par un troisième alinéa, rédigé comme suit :
  " Le Roi peut, après avoir pris l'avis du Conseil national du travail, rendre obligatoires, en tout ou en partie, les stages à mi-temps et modifier à cet effet les dispositions du présent arrêté. "
HOOFDSTUK III. - Harmonisering van de inhoudingen op het conventioneel brugpensioen.
CHAPITRE III. - Harmonisation des retenues sur la prépension conventionnelle.
Art.68. Het koninklijk besluit nr. 33 van 30 maart 1982 betreffende een inhouding op invaliditeitsuitkeringen en brugpensioenen, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 52 van 2 juli 1982, bij de wetten van 22 januari 1985 en van 30 maart 1994 en bij de koninklijke besluiten van 13 april 1989, 24 april 1990, 1 maart 1991, 27 januari 1992 en 23 december 1993, en 24 augustus 1994, wordt gewijzigd als volgt :
  1° in het opschrift worden de woorden " en brugpensioenen " geschrapt;
  2° artikel 1, eerste lid, 2°, 3° en 5°, vierde lid, en zesde tot negende lid, wordt opgeheven;
  3° in artikel 1, tweede lid, wordt de volzin " In het geval van halftijds brugpensioen wordt dit bedrag gehalveerd. " geschrapt;
  4° in artikel 5 worden de woorden " Onze minister van Tewerkstelling en Arbeid " geschrapt en worden de woorden " Onze staatssecretaris voor Pensioenen " vervangen door de woorden " onze minister van Pensioenen ".
Art.68. L'arrêté royal n° 33 du 30 mars 1982 relatif à une retenue sur des indemnités d'invalidité et des prépensions, modifié par l'arrêté royal n° 52 du 2 juillet 1982, par les lois du 22 janvier 1985 et du 30 mars 1994 et par les arrêtés royaux du 13 avril 1989, 24 avril 1990, 1 mars 1991, 27 janvier 1992 et 23 décembre 1993 et 24 août 1994, est modifié comme suit :
  1° dans l'intitulé, les mots " et des prépensions " sont supprimés;
  2° à l'article 1, le premier alinéa, 2°, 3° et 5°, et les alinéas 4 et 6 à 9, sont abrogés;
  3° dans l'article 1, deuxième alinéa, la phrase " Dans le cas de la prépension mi-temps, ce montant est réduit de moitié " est supprimée;
  4° dans l'article 5, les mots " Notre ministre de l'Emploi et du Travail " sont supprimés et les mots " Notre secrétaire d'Etat aux Pensions " sont remplacés par les mots " Notre ministre des Pensions ".
Art.69. Artikel 50 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, wordt opgeheven.
Art.69. L'article 50 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales est abrogé.
Art.70. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
Art.70. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur du présent chapitre.
HOOFDSTUK IV. - Loopbaanonderbreking.
CHAPITRE IV. - Interruption de carrière.
Art.71. Artikel 99, derde lid, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, vervangen door het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986, wordt vervangen als volgt :
  " De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, onder de nadere regelen en voorwaarden die Hij bepaalt, de bij deze afdeling bepaalde voordelen uitbreiden tot het vastbenoemd of het tijdelijk personeel van de besturen en andere diensten van de administraties en van de organismen van openbaar nut die krachtens de bepalingen van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, beheersautonomie verkregen hebben. "
Art.71. L'article 99, alinéa 3, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales remplacé par l'arrête royal n° 424 du 1er août 1986, est remplacé par ce qui suit :
  " Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, aux conditions particulières et selon les modalités qu'Il détermine, étendre les avantages prévus par la présente section au personnel définitif ou temporaire des administrations et autres services des ministères et des organismes d'intérêt public qui ont obtenu une autonomie de gestion en vertu des dispositions de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques. "
Art.72. Artikel 100, eerste lid, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, vervangen door het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986, wordt vervangen als volgt :
  " Een uitkering wordt toegekend aan de werknemers die met zijn werkgever overeenkomt de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig te schorsen, ofwel de toepassing vraagt van een collectieve arbeidsovereenkomst die in een dergelijke schorsing voorziet, ofwel beroep doet op de bepalingen van artikel 100bis. Behalve in geval van een beroep op artikel 100bis, dient de werknemer vervangen te worden door een vergoede volledige werklozen die uitkeringen geniet voor alle dagen van de week. "
Art.72. L'article 100, premier alinéa, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 portant des dispositions sociales, remplacé par l'arrêté royal n° 424 du 1er août 1986, est remplacé par ce qui suit :
  " Une allocation est accordée au travailleur qui convient avec son employeur de suspendre totalement l'exécution de son contrat de travail, ou qui demande l'application d'une convention collective de travail prévoyant une telle suspension, ou qui fait appel aux dispositions de l'article 100bis. Le travailleur doit, sauf en cas d'appel aux dispositions de l'article 100bis, être remplace par un chômeur complet indemnisé qui bénéficie d'allocations pour tous les jours de la semaine. "
Art.73. In dezelfde wet wordt een artikel 100bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 100bis. § 1. Een werknemer heeft recht op de volledige schorsing van zijn arbeidsovereenkomst, in geval van palliatieve verzorging van een persoon.
  § 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder palliatieve verzorging verstaan, elke vorm van bijstand en inzonderheid medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand aan en verzorging van personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevinden.
  § 3. De periode tijdens welke de werknemer zijn arbeidsovereenkomst kan schorsen, wordt vastgesteld op 1 maand. Deze periode kan met één maand verlengd worden.
  § 4. Het bewijs van de in § 2 aangehaalde reden van de schorsing van de arbeidsovereenkomst is ten laste van de werknemer.
  De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad ovelegd besluit, de nadere regelen met betrekking tot het leveren van dit bewijs. "
Art.73. Il est inséré dans la même loi un article 100bis, rédigé comme suit :
  " Art. 100bis. § 1. Un travailleur a droit à la suspension complète de son contrat de travail en cas de soins palliatifs donnés à une personne.
  § 2. Pour l'application de cet article, on entend par soins palliatifs, toute forme d'assistance, notamment médicale, sociale, administrative et psychologique, ainsi que les soins donnés à des personnes souffrant d'une maladie incurable et se trouvant en phrase terminale.
  § 3. La période pendant laquelle le travailleur peut suspendre son contrat de travail est fixée à un mois. Cette période peut être prolongée d'un mois.
  § 4. La preuve de la raison de la suspension du contrat de travail, visée au § 2, est à charge du travailleur.
  Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités relatives à la fourniture de cette preuve. "
Art.74. Artikel 102, § 1, eerste lid, vandezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986, wordt vervangen als volgt :
  " Een uitkering wordt toegekend aan de werknemer die met zijn werkgever overeenkomt om zijn arbeidsprestaties te verminderen, ofwel de toepassing vraagt van een collectieve arbeidsovereenkomst die in een dergelijke regeling voorziet, ofwel een beroep doet op de bepalingen van artikel 102bis. Behalve in geval van een beroep op de bepalingen van artikel 102bis, dient de werknemer vervangen te worden door een volledig uitkeringsgerechtigde werkloze die uitkeringen geniet voor alle dagen van de week. "
Art.74. L'article 102, § 1, premier alinéa, de la même loi, remplacé par l'arrêté royal n° 424 du 1 août 1986, est remplacé par ce qui suit :
  " Une allocation est octroyée au travailleur qui convient avec son employeur de réduire ses prestations de travail, ou qui demande l'application d'une convention collective de travail prévoyant une telle réglementation, ou qui fait appel aux dispositions de l'article 102bis. Le travailleur doit, sauf en cas d'appel aux dispositions de l'article 102bis, être remplacé par un chômeur complet indemnisé percevant des allocations pour tous les jours de la semaine. "
Art.75. In dezelfde wet wordt een artikel 102bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 102bis. Een werknemer heeft recht op een vermindering van zijn arbeidsprestaties voor de palliatieve verzorging van een persoon, onder de voorwaarden bepaald bij artikel 100bis, §§ 2 tot en met 4. "
Art.75. Il est inséré dans la même loi un article 102bis, rédigé comme suit :
  " Art. 102bis. Un travailleur a droit à une réduction de ses prestations de travail en cas de soins palliatifs portés à une personne, selon les dispositions et conditions prévues à l'article 100bis §§ 2 à 4 inclus. "
HOOFDSTUK V. - Betaald educatief verlof.
CHAPITRE V. - Congé-éducation payé.
Art.76. § 1. Na advies van de Nationale Arbeidsraad, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, uiterlijk vóór 31 maart 1995 het geheel of een gedeelte van de bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 6 " Toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers ", behoudens de bepalingen van de artikelen 131 tot en met 136 van de herstelwet van 22 januari 1985, wijzigen, aanpassen of aanvullen, teneinde, enerzijds, de toekomstige uitgaven van het stelsel van betaald educatief verlof beter te beheersen en, anderzijds, een regeling uit te vaardigen voor een snellere aanzuivering van de schulden van het verleden.
  De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van deze paragraaf genomen besluiten. Indien de Wetgevende Kamers deze besluiten niet hebben bekrachtigd uiterlijk op 31 maart 1996 houden de ter uitvoering van deze paragraaf genomen besluiten op gelding te hebben vanaf 1 september 1996.
  § 2. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 6, van de herstelwet van 22 januari 1985, coördineren met de bepalingen uit te vaardigen op grond van § 1.
  Daartoe kan hij :
  1° de volgorde, de nummering van de te coördineren bepalingen en, in het algemeen, de teksten naar de vorm wijzigen;
  2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen met de nieuwe nummering overeenbrengen;
  3° de redactie van de te coördineren bepalingen wijzigen teneinde ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen, zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in deze bepalingen vervat zijn.
Art.76. § 1. Après avis du Conseil national du travail, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil es ministres, au plus tard avant le 31 mars 1995, modifier, adapter ou compléter en tout ou en partie les dispositions du chapitre IV, section 6 " Octroi du congé-éducation payé dans le cadre de la formation permanente des travailleurs ", à l'exception des dispositions des articles 131 à 136 de la loi de redressement du 22 janvier 1985, afin, d'une part, de mieux maîtriser les dépenses futures du régime du congé-éducation payé et, d'autre part, d'établir des règles visant un apurement plus rapides des dettes du passé.
  Le Roi déposera immédiatement un projet de loi ratifiant les arrêtés pris en exécution de ce paragraphe auprès des Chambres législatives si celles-ci sont en session, sinon lors de l'ouverture de la prochaine session. Si les Chambres législatives n'ont pas ratifié ces arrêtés le 31 mars 1996 au plus tard, les arrêtés pris en exécution de ce paragraphe ne seront plus d'application à partir du 1er septembre 1996.
  § 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, coordonner les dispositions du chapitre IV, section 6, de la loi de redressement du 22 janvier 1985, avec les dispositions à promulguer sur la base du § 1.
  Il peut à cet effet :
  1° modifier l'ordre, la numérotation des dispositions à coordonner et, en général, la forme des textes;
  2° faire correspondre les références qui figurent dans les dispositions à coordonner avec la nouvelle numérotation;
  3° modifier la rédaction des dispositions à coordonner afin de les faire correspondre mutuellement et d'apporter une unité dans la terminologie, sans faire de tort aux principes contenus dans ces dispositions.
HOOFDSTUK VI. - Wijziging van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten.
CHAPITRE VI. - Modification de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales.
Art.77. In de wet van 5 maart 1952 betreffnde de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, gewijzigd bij de wet van 24 december 1993, wordt een artikel 1bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 1bis. - De verhoging bepaald bij artikel 1 bedraagt negenhonderdnegentig decimes voor de strafrechtelijke geldboeten, bedoeld in :
  1° artikel 27, 1°, inleidende zin, en 2°, inleidende zin, en artikel 29 van het koninklijk besluit nr. 34 van 20 juli 1967 betreffende de tewerkstelling van werknemers van vreemde nationaliteit;
  2° de artikelen 15, 2°, en 16, van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie;
  3° artikel 11, § 2, eerste en tweede lid, § 3, eerste en tweede lid, en § 4 van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten;
  4° artikel 172, § 1, inleidende zin, § 2, en artikel 173 van de programmawet van 22 december 1989;
  5° artikel 92 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen. "
Art.77. Il est inséré dans la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales, modifiée par la loi du 24 décembre 1993, un article 1bis rédigé comme suit :
  " Art. 1bis. - La majoration visée à l'article 1 s'élève à neuf cent nonante décimes pour les amendes pénales visées :
  1° à l'article 27, 1°, dans la phrase introductive, et 2°, dans la phrase introductive et à l'article 29 de l'arrêté royal n° 34 du 20 juillet 1967 relatif à l'occupation de travailleurs de nationalité étrangère;
  2° aux articles 15, 2°, et 16 de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail;
  3° à l'article 11, § 2, alinéas 1 et 2, § 3, alinéas 1 et 2, et § 4 de l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux;
  4° à l'article 172, § 1, dans la phrase introductive, § 2, et à l'article 173 de la loi-programme du 22 décembre 1989;
  5° à l'article 92 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales. "
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van de arbeidswet van 16 maart 1971 en van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen.
CHAPITRE VII. - Modifications de la loi du 16 mars 1971 sur le travail et la loi du 8 avril 1965 instituant les règlements de travail.
Afdeling 1. - Wijzigingen van de arbeidswet van 16 maart 1971.
Section 1. - Modifications de la loi du 16 mars 1971 sur le travail.
Art.78. Artikel 20bis, § 1, van de arbeidswet van 16 maart 1971, ingevoegd bij de wet van 22 januari 1985, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten overeenkomstig de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, of het arbeidsreglement in de ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld minder dan vijftig werknemers tewerkstellen en die geen vakbondsafvaardiging hebben opgericht, kan de overschrijding van de bij artikel 19 vastgestelde grenzen toestaan.
  Het arbeidsreglement en, in voorkomend geval, de collectieve arbeidsovereenkomst vermelden ten minste :
  1° de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur alsmede het aantal arbeidsuren dat over de referteperiode, waarvan de duur één jaar niet mag overschrijden, moet worden gepresteerd;
  2° het aantal uren dat beneden of boven de dagelijkse grens van de arbeid, zoals vastgesteld in het uurrooster vermeld in het arbeidsreglement, mag worden gepresteerd, zonder dat de uren die meer of minder worden gepresteerd twee uren mogen overschrijden en zonder dat de dagelijkse arbeidsduur negen uren mag overschrijden;
  3° het aantal uren dat beneden of boven de wekelijkse grens van de arbeid, zoals vastgesteld in het uurrooster vermeld in het arbeidsreglement, mag worden gepresteerd, zonder dat de uren die meer of minder worden gepresteerd vijf uren mogen overschrijden en zonder dat de wekelijkse arbeidsduur vijfenveertig uren mag overschrijden.
  De nieuwe uurroosters die voortvloeien uit de toepassing van het eerste lid moeten het voorwerp uitmaken van een aanpassing van het arbeidsreglement overeenkomstig de beginselen van het tweede lid volgens de bepalingen van artikel 6, 1°, van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen. "
Art.78. L'article 20bis, § 1, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, inséré par la loi du 22 janvier 1985, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1. Une convention collective de travail conclue conformément à la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires, ou le règlement de travail dans les entreprises qui occupent habituellement en moyenne moins de cinquante travailleurs et qui n'ont pas institué de délégation syndicale, peut autoriser le dépassement des limites fixées à l'article 19.
  Le règlement de travail et, le cas échéant, la convention collective de travail indiquent au moins :
  1° la durée hebdomadaire moyenne de travail ainsi que le nombre d'heures de travail à prester sur la période de référence, dont la durée ne peut excéder une année;
  2° le nombre d'heures qui pourront être prestées en deçà ou au-delà de la limite journalière de travail fixée dans l'horaire mentionné dans le règlement de travail, sans que les heures prestées en moins ou en plus puissent excéder deux heures et sans que la durée journalière de travail puisse excéder neuf heures;
  3° le nombre d'heures qui pourront être prestées en deçà ou au-delà de la limite hebdomadaire de travail fixée dans l'horaire mentionné dans le règlement de travail, sans que les heures prestées en plus ou en moins puissent excéder cinq heures et sans que la durée hebdomadaire de travail puisse excéder quarante-cinq heures.
  Les nouveaux horaires qui résultent de l'application de l'alinéa 1 doivent faire l'objet d'une adaptation du règlement de travail conformément aux principes prévus à l'alinéa 2 selon les dispositions de l'article 6, 1°, de la loi du 8 avril 1965 instituant les règlements de travail. "
Art.79. Artikel 26bis, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr. 225 van 7 december 1983 en gewijzigd bij de wetten van 22 januari 1985 en 10 juni 1993, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De overschrijdingen bedoeld in de artikelen 22, 1° en 2°, 23, 24, 25, en 26, § 1, 3°, en § 2, zijn enkel toegelaten op voorwaarde dat gedurende een periode van een trimester, gemiddeld niet langer dan veertig uren per week wordt gewerkt.
  Die bepaling is eveneens van toepassing op de overschrijdingen begaan in strijd met de bepalingen van deze wet of van andere wetsbepalingen.
  De referteperiode van een trimester kan worden verlengd tot ten hoogste een jaar :
  - door de Koning;
  - door een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten overeenkomstig de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
  - of bij ontstentenis, door het arbeidsreglement in de ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld minder dan vijftig werknemers tewerkstellen en die geen vakbondsafvaardiging hebben opgericht.
  In geval van toepassing van de door artikel 20bis bepaalde afwijking, is de periode bedoeld in het eerste lid, voor de toepassing van de artikelen 25 en 26, dezelfde als de periode vastgesteld door de collectieve arbeidsovereenkomst of het arbeidsreglement.
  Om dit gemiddelde te berekenen, wordt geen rekening gehouden met de overschrijdingen van de in de artikelen 19 en 20 vastgestelde grenzen die voortvloeien uit de toepassing van artikel 26, § 1, 1° en 2°.
  De rustdagen bepaald bij de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, alsmede door of krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst, de periodes van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst bepaald in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de rustdagen toegekend met toepassing van artikel 29, § 4, van deze wet, gelden als arbeidsduur voor de berekening van de gemiddelde arbeidsduur, bedoeld in het eerste lid.
  In de loop van de refertepeiode, mag op geen enkel ogenblik de totale duur van de verrichte arbeid de toegelaten gemiddelde arbeidsduur over dezelfde referteperiode, vermenigvuldigd met het aantal weken of delen van een week die reeds in deze referteperiode verlopen zijn, overschreven worden met meer dan vijfenzestig uren.
  Onder trimester in de zin van dit artikel wordt verstaan de periode gedekt door de uitbetalingen waarvan de sluitingsdag in eenzelfde kalenderkwartaal is gelegen. "
Art.79. L'article 26bis, § 1, de la même loi, inséré par l'arrêté royal n° 225 du 7 décembre 1983 et modifié par les lois des 22 janvier 1985 et 10 juin 1993, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1. Les dépassements visés aux articles 22, 1° et 2°, 23, 24, 25 et 26, § 1, 3°, et § 2, ne sont autorisés qu'à condition que, pendant une période d'un trimestre, il ne soit pas travaillé en moyenne plus de quarante heures par semaine.
  Cette disposition est aussi applicable aux dépassements commis en infraction aux dispositions de la présente loi ou à d'autres dispositions légales.
  La période de référence d'un trimestre peut être prolongée à un an maximum :
  - par le Roi;
  - par convention collective de travail conclue conformément à la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires;
  - ou, à défaut, par le règlement de travail dans les entreprises qui occupent habituellement en moyenne moins de cinquante travailleurs et qui n'ont pas institué de délégation syndicale.
  En cas d'application de la dérogation prévue à l'article 20bis, la période visée à l'alinéa 1 est, pour l'application des articles 25 et 26, la même que celle fixée par la convention collective de travail ou le règlement de travail.
  Il ne sera pas tenu compte dans le calcul de cette moyenne des dépassements des limites fixées par les articles 19 et 20 qui résultent de l'application de l'article 26, § 1, 1° et 2°.
  Les jours de repos prévus par la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés, ainsi que par ou en vertu d'une convention collective de travail, les périodes de suspension de l'exécution du contrat de travail prévues par la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et les jours de repos accordés en application de l'article 29, § 4, de la présente loi comptent comme temps de travail pour le calcul de la durée moyenne de travail visée à l'alinéa 1.
  A aucun moment dans le courant de la période de référence, la durée totale du travail presté ne peut dépasser de plus de 65 heures la durée moyenne de travail autorisée sur la même période de référence, multipliée par le nombre de semaines ou de fractions de semaine déjà écoulée dans cette période de référence.
  On entend par trimestre, au sens du présent article, la période couverte par les paies dont le jour de clôture se situe dans le même trimestre civil. "
Art.80. In artikel 6, eerste lid, 1°, vierde lid, a), van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, gewijzigd bij de wet van 22 januari 1985, worden de woorden " een jaar " vervangen door de woorden " een referteperiode ".
Art.80. A l'article 6, alinéa 1, 1°, alinéa 4, a), de la loi du 8 avril 1965 instituant les règlements de travail, modifié par la loi du 22 janvier 1985, les mots " l'année " sont remplacés par les mots " une période de référence ".
Art.81. In dezelfde wet wordt een artikel 26ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 26ter. - Voor de toepassing van de artikelen 20bis en 26bis wordt het gemiddelde van vijftig werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld worden, bepaald overeenkomstig de regels vastgesteld bij of krachtens artikel 1, § 4, b), van de wet van 10 juni 1952 betreffende de gezondheid en de veiligheid van de werknemers alsmede de salubriteit van het werk en van de werkplaatsen. De referteperiode is die welke het trimester voorafgaat waarin de wijzigingsprocedure van het arbeidsreglement aangevangen is. "
Art.81. Il est inséré dans la même loi un article 26ter, rédigé comme suit :
  " Art. 26ter. - Pour l'application des articles 20bis et 26bis, la moyenne de cinquante travailleurs occupés habituellement est déterminée conformément aux règles prévues par ou en vertu de l'article 1, § 4, b), de la loi du 10 juin 1952 concernant la santé et la sécurité des travailleurs ainsi que la salubrité du travail et des lieux de travail. La période de référence est celle qui précède le trimestre dans lequel la procédure de modification du règlement de travail doit être entamée. "
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen.
Section 2. - Modification de la loi du 8 avril 1965 instituant les règlements de travail.
Art.82. In artikel 12 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, gewijzigd bij de wet van 23 juni 1981, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde en het vierde lid worden vervangen als volgt :
  " Gedurende een termijn van vijftien dagen te rekenen van de dag van de aanplakking, houdt de werkgever een register ter beschikking van de werknemers waarin zij, individueel of door toedoen van een personeelsafvaardiging of door toedoen van de vakbondsafvaardiging, hun opmerkingen kunnen optekenen.
  Gedurende dezelfde termijn van vijftien dagen kunnen de werknemers of hun afgevaardigden bedoeld in het vorige lid, hun opmerkingen ook bij een behoorlijk ondertekend schrijven toezenden aan de ambtenaar door de Koning aangewezen krachtens artikel 21. Hun naam mag niet medegedeeld of ruchtbaar gemaakt worden. "
  2° het negende lid wordt vervangen als volgt :
  " Indien hij daarin niet slaagt, zendt de door de Koning aangewezen ambtenaar onmiddellijk een afschrift van het proces-verbaal van niet-verzoening over aan de Voorzitter van het bevoegd paritair comité. Voor de ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld minder dan 50 werknemers tewerkstellen en die geen vakbondsafvaardiging hebben opgericht, moet deze ambtenaar in het proces-verbaal van niet-verzoening, indien het geschil betrekking heeft op de toepassing van de afwijking bedoeld in artikel 20bis of op de verlenging van de referentieperiode van een trimester, bedoeld in artikel 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971, melding maken enerzijds van de door de werkgever aangevoerde motieven die de invoering van deze afwijking of van deze verlenging rechtvaardigen en van de door de werkgever vermelde positieve gevolgen voor de werkgelegenheid of voor de vermindering van de periodes van volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst en van de regeling van gedeeltelijke arbeid geregeld door of krachtens artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst, en anderzijds van de opmerkingen van de werknemers die hetzij opgetekend zijn in dat register van de opmerkingen, hetzij hem rechtstreeks toegezonden zijn, hetzij gemaakt zijn tijdens de verzoeningspogingen betreffende deze afwijkingen of deze verlenging. "
  3° het twaalfde lid wordt vervangen als volgt :
  " Indien voor een bedrijfstak geen paritair comité bestaat, maakt de door de Koning aangewezen ambtenaar de zaak aanhangig bij de Nationale Arbeidsraad. "
Art.82. A l'article 12 de la loi du 8 avril 1965 instituant les règlements de travail, modifié par la loi du 23 juin 1981, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les alinéas 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
  " Pendant un délai de quinze jours commençant le jour de l'affichage, l'employeur tient à la disposition des travailleurs un registre où ceux-ci peuvent consigner leurs observations soit individuellement, soit à l'intervention d'une délégation du personnel, soit à l'intervention de la délégation syndicale.
  Pendant le même délai de quinze jours, les travailleurs ou les délégués prévus à l'alinéa précédent peuvent aussi adresser leurs observations au fonctionnaire désigné par le Roi en vertu de l'article 21, par écrit dûment signé. Leur nom ne peut être communiqué, ni divulgué. "
  2° l'alinéa 9 est remplacé par ce qui suit :
  " S'il n'y parvient pas, le fonctionnement désigné par le Roi transmet, immédiatement, une copie du procès-verbal de non-conciliation au président de la commission paritaire compétente. Pour les entreprises qui occupent habituellement en moyenne moins de cinquante travailleurs et qui n'ont pas institué de délégation syndicale, lorsque le désaccord porte sur l'application de la dérogation visée à l'article 20bis ou sur la prolongation de la période de référence d'un trimestre visée à l'article 26bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, ce fonctionnaire mentionne, dans le procès-verbal de non-conciliation, d'une part les motifs invoqués par l'employeur pour justifier l'introduction de cette dérogation ou de cette prolongation et les conséquences positives avancées par l'employeur sur l'emploi ou sur la diminution des périodes de suspension totale de l'exécution du contrat et des régimes de travail à temps réduit régis par ou en vertu de l'article 51 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et, d'autre part, les remarques faites par les travailleurs soit dans le registre des observations, soit qui lui ont été adressées directement, soit invoquées au cours de la conciliation concernant cette dérogation ou cette prolongation. "
  3° l'alinéa 12 est remplacé par ce qui suit :
  " Si, pour une branche d'activité, il n'existe pas de commission paritaire, le fonctionnaire désigné par le Roi saisit le Conseil national du travail. "
Art.83. In dezelfde wet wordt een artikel 12ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 12ter. - De werkgever mag geen handeling stellen die ertoe strekt eenzijdig een einde te maken aan de arbeidsovereenkomst van de werknemer die in het kader van de bepalingen van artikel 20bis, § 1, laatste lid, en artikel 26bis, § 1, derde lid, opmerkingen heeft gemaakt in het register bepaald bij artikel 12, derde lid, van deze wet, gedurende een periode van zes maanden die aanvangt op het ogenblik waarop de opmerkingen ingeschreven werden in het register, behalve om redenen die vreemd zijn aan het inschrijven van deze opmerkingen.
  De werkgever dient te bewijzen dat zulke redenen voorhanden zijn.
  Zo de ingeroepen reden tot staving van het ontslag niet beantwoordt aan he bepaalde in het eerste lid of bij ontstentenis van reden, moet de werkgever een forfaitaire vergoeding betalen gelijk aan het loon voor zes maanden, onverminderd de vergoedingen verschuldigd in geval van verbreking van de arbeidsovereenkomst. "
Art.83. Il est inséré dans la même loi, un article 12ter, rédigé comme suit :
  " Art. 12ter. - L'employeur ne peut faire un acte tendant à mettre fin unilatéralement au contrat de travail du travailleur qui a fait, dans le cadre des dispositions de l'article 20bis, § 1, dernier alinéa, et de l'article 26bis, § 1, troisième alinéa, des observations dans le registre prévu à l'alinéa 3 de l'article 12 de la présente loi, pendant une période de six mois qui commence au moment où les observations ont été consignées dans le registre, sauf pour des motifs étrangers au fait de consigner ces observations.
  La charge de ces motifs incombe à l'employeur.
  Si le motif invoqué à l'appui du licenciement ne répond pas aux prescriptions de l'alinéa 1, ou à défaut de motif, l'employeur est tenu de payer une indemnité forfaitaire égale à la rémunération de six mois, sans préjudice des indemnités dues au travailleur en cas de rupture du contrat de travail. "
Art.84. Artikel 15, vijfde lid, van dezelfde wet gewijzigd bij de wet van 26 juni 1992, wordt aangevuld als volgt :
  " Binnen dezelfde termijn wordt eveneens een afschrift gezonden naar de voorzitter van het bevoegde paritair comité, wanneer in een onderneming die gewoonlijk gemiddeld minder dan vijftig werknemers tewerkstelt en die geen vakbondsafvaardiging heeft opgericht, toepassing wordt gemaakt van artikel 20bis van de arbeidswet of van de mogelijkheid om de referentieperiode te verlengen door het arbeidsreglement zoals bepaald in artikel 26bis, § 1, van dezelfde wet. "
Art.84. L'article 15, alinéa 5, de la même loi, modifiée par la loi du 26 juin 1992, est complété comme suit :
  " Une copie est également envoyée, dans le même délai, au président de la commission paritaire compétente, lorsque, dans une entreprise qui occupe habituellement moins de cinquante travailleurs et qui n'a pas institué de délégation syndicale, il est fait application de l'article 20bis de la loi sur le travail ou de la possibilité de prolonger la période de référence par le règlement de travail, prévue à l'article 26bis, § 1, de la même loi. "
HOOFDSTUK VIII. - Nationale Arbeidsraad.
CHAPITRE VIII. - Conseil national du travail.
Art.85. In artikel 2, § 1, van de wet van 29 mei 1952 tot inrichting van de Nationale Arbeidsraad, wordt het woord " vierentwintig " vervangen door het woord " zesentwintig ".
Art.85. A l'article 2, § 1, de la loi du 29 mai 1952 portant création du Conseil national du travail, les mots " vingt-quatre " sont remplacés par les mots " vingt-six ".
Art.86. Artikel 2, § 2, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " De leden die de meest representatieve werkgeversorganisaties uit de nijverheid, de landbouw, de handel, het ambachtswezen en de niet-commerciële sector vertegenwoordigen, (worden gekozen op een door die organisaties) voorgedragen dubbele lijst van kandidaten, van wie een bepaald aantal de kleine ondernemingen alsmede de familiebedrijven vertegenwoordigen. " (Erratum, zie B.St. 26-09-1994)
Art.86. L'article 2, § 2, deuxième alinéa, de la même loi, est remplacé par ce qui suit :
  " Les membres qui représentent les organisations patronales les plus représentatives de l'industrie, de l'agriculture, du commerce, de l'artisanat et du secteur non marchand sont choisis sur une double liste de candidats présentée par ces organisations, dont un certain nombre de candidats représentent les petites entreprises ainsi que les entreprises familiales. "
Art.87. Tussen het tweede en het derde lid van § 2 van artikel 2 van de wet van 29 mei 1952, wordt een lid ingevoegd, luidende :
  " De Koning kan, op voorstel van de Nationale Arbeidsraad, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de nadere regelen vastleggen van de uitbreiding van de samenstelling van de Nationale Arbeidsraad tot de meest representatieve werkgeversorganisaties die de niet-commerciële sector vertegenwoordigen. "
Art.87. Il est inséré entre le deuxième et le troisième alinéa du § 2 de l'article 2 de la loi du 29 mai 1952, un alinéa rédigé comme suit :
  " Le Roi peut, sur proposition du Conseil national du travail et par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer les modalités de l'élargissement de la composition du Conseil national du travail aux organisations patronales les plus représentatives qui représentent le secteur non marchand. "
HOOFDSTUK IX. - Collectief ontslag.
CHAPITRE IX. - Licenciement collectif.
Art.88. Artikel 18, eerste lid, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel wordt vervangen als volgt :
  " De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het collectief ontslag van werknemers afhankelijk stellen van een voorafgaande toestemming, overeenkomstig de regelgeving van de Europese Unie. "
Art.88. L'article 18, alinéa 1, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier est remplace par ce qui suit :
  " Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, soumettre le licenciement collectif de travailleurs à autorisation préalable, en application de la réglementation de l'Union européenne. "
TITEL V. - ALTERNATIEVE FINANCIERING VAN DE SOCIALE ZEKERHEID.
TITRE V. - FINANCEMENT ALTERNATIF DE LA SECURITE SOCIALE.
TITEL VI. - PLAATSELIJKE WERKGELEGENHEIDSAGENTSCHAPPEN.
TITRE VI. - AGENCES LOCALES POUR L'EMPLOI.
Art.91. Artikel 31, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij artikel 3 van de wet van 30 maart 1994, wordt opgeheven.
Art.91. L'article 31, alinéa 3, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par l'article 3 de la loi du 30 mars 1994, est abrogé.
Art.92. Artikel 38 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 6 van de wet van 28 juli 1992, bij artikel 1 van de wet van 6 augustus 1993 en bij artikel 7 van de wet van 6 juli 1994, wordt aangevuld als volgt :
  " 13° de vergoedingen verkregen voor prestaties geleverd in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen. ".
Art.92. L'article 38 du même Code, modifié par l'article 6 de la loi du 28 juillet 1992, par l'article 1 de la loi du 6 août 1993 et par l'article 7 de la loi du 6 juillet 1994, est complété par ce qui suit :
  " 13° les indemnités obtenues pour des prestations fournies dans le cadre des agences locales pour l'emploi. ".
Art.93. Het opschrift van titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling IIquater, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 30 maart 1994, wordt vervangen als volgt :
  " Onderafdeling 2quater. - Vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen ".
Art.93. L'intitulé du titre II, chapitre III, section première, sous-section IIquater, du même Code, inséré par l'article 6 de la loi du 30 mars 1994, est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-section IIquater. - Réduction pour dépenses payées pour des prestations dans le cadre des agences locales pour l'emploi ".
Art.94. Artikel 145.21. van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 7 van de wet van 30 maart 1994, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 145.21. - Binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 145.2. en 145.22., wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de uitgaven tot ten hoogste 73 000 frank die geen beroepskosten zijn en die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor prestaties, te verrichten door een werkloze in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen.
  Voor het bepalen van het bedrag van de in het eerste lid vermelde uitgaven wordt alleen rekening gehouden met de nominale waarde van de PWA-cheques vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen. "
Art.94. L'article 145.21. du même Code, inséré par l'article 7 de la loi du 30 mars 1994, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 145.21. - Dans les limites et aux conditions prévues par les articles 145.2. et 145.22., il est accordé une réduction d'impôt calculée sur les dépenses jusqu'à concurrence de 73 000 francs au plus, qui ne constituent pas des frais professionnels et qui sont effectivement payées pendant la période imposable pour des prestations, à fournir par un chômeur dans le cadre des agences locales pour l'emploi.
  Pour déterminer le montant des dépenses visées à l'alinéa 1, il n'est tenu compte que de la valeur nominale des chèques-ALE visés par la réglementation relative aux agences locales pour l'emploi. "
Art.95. In artikel 146, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 10 van de wet van 30 maart 1994, worden de woorden " met inbegrip van de door de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen betaalde vergoedingen tot het beloop van het maximumbedrag vastgesteld in de ter zake geldende regeling " geschrapt.
Art.95. Dans l'article 146, 3°, du même Code, modifié par l'article 10 de la loi du 30 mars 1994, les mots " en ce compris les indemnités payées par les agences locales pour l'emploi, à concurrence du montant maximum fixé par la réglementation applicable en la matière ", sont supprimés.
Art.96. Artikel 154, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 12 van de wet van 30 maart 1994, wordt vervangen als volgt :
  " 3° wanneer het inkomen uitsluitend uit werkloosheidsuitkeringen bestaat en het bedrag van die uitkeringen niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen, indien de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt; ".
Art.96. L'article 154, 3°, du même Code, modifie par l'article 12 de la loi du 30 mars 1994, est remplacé par ce qui suit :
  " 3° lorsque le revenu se compose exclusivement d'allocations de chômage et que le montant de ces allocations n'excède pas le montant maximum de l'allocation légale de chômage, le cas échéant en ce compris le complément d'ancienneté accordé aux chômeurs âgés, lorsque le contribuable a atteint l'âge de 50 ans au plus tard le 1er janvier de l'exercice d'imposition; ".
Art.97. In artikel 243, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij artikel 36 van de wet van 6 juli 1994, worden de woorden " 145.17. tot 145.20. " vervangen door de woorden " 145.17. tot 145.23. ".
Art.97. A l'article 243, alinéa 3, du même Code, remplacé par l'article 36 de la loi du 6 juillet 1994, les mots " 145.17. à 145.20. " sont remplacés par les mots " 145.17. à 145.23. ".
Art.98. De artikelen 91 tot 97 treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1995.
Art.98. Les articles 91 à 97 entrent en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 1995.
TITEL VII. - VASTGOEDBELEGGINGSVENNOOTSCHAPPEN MET VAST KAPITAAL OF VASTGOED BEVAKS.
TITRE VII. - SOCIETES D'INVESTISSEMENT A CAPITAL FIXE EN BIENS IMMOBILIERS OU SICAFI.
Art.99. In artikel 46, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 28 juli 1992, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
  " Het eerste lid, 2°, is niet van toepassing wanneer de verkrijger van de inbreng een door de Commissie voor he Bank- en Financiewezen erkende vastgoedbeleggingsvenootschap met vast kapitaal is. "
Art.99. Dans l'article 46, § 1, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 28 juillet 1992, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1 et 2 :
  " L'alinéa 1, 2°, n'est pas applicable lorsque le bénéficiaire de l'apport est une société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers agréée par la Commission bancaire et financière. "
Art.100. Artikel 203, tweede lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt :
  " 3° door een belegginsgsvennootschap, namelijk een vennootschap die het gemeenschappelijk beleggen van kapitaal tot doel heeft; ".
Art.100. L'article 203, alinéa 2, 3°, du même Code, est remplacé par ce qui suit :
  " 3° par une société d'investissement, à savoir une société dont l'objet consiste dans le placement collectif de capitaux; ".
Art.101. Artikel 210, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 6 augustus 1993, wordt aangevuld met een 5°, luidende :
  " 5° bij de erkenning als vastgoedbeleggingsvennootschap met vast kapitaal door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen. ".
Art.101. L'article 210, § 1, du même Code, remplacé par la loi du 6 août 1983, est complété par un 5°, rédigé comme suit :
  " 5° en cas d'agrément en tant que société d'investissement a capital fixe en biens immobiliers par la Commission bancaire et financière. "
Art.102. Artikel 211, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 6 augustus 1993, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Het eerste lid is evenmin van toepassing op verrichtingen waaraan een door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen erkende vastgoedbeleggingsvennootschap met vast kapitaal deelneemt. "
Art.102. L'article 211, § 1, du même Code, remplace par la loi du 6 août 1993, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " L'alinéa 1 ne s'applique pas non plus aux opérations auxquelles prend part une société d'investissement à capital fixe en biens immobiliers agréée par la Commission bancaire et financière. "
Art.103. In artikel 216 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij artikel 35 van de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij artikel 29 van de wet van 6 juli 1994 houdende fiscale bepalingen, wordt een 1°bis ingevoegd, luidende :
  " 1°bis 19,5 pct. voor wat de belastbare bedragen betreft bij een in de artikelen 210, § 1, 5°, en 211, § 1, derde lid, vermelde verrichting; "
Art.103. Dans l'article 216 du même Code, remplacé par l'article 35 de la loi du 28 décembre 1992 et modifié par l'article 29 de la loi du 6 juillet 1994 portant des dispositions fiscales, il est inséré un 1°bis, rédigé comme suit :
  " 1°bis à 19,5 p.c. en ce qui concerne les sommes imposables à l'occasion d'une opération visée aux articles 210, § 1, 5°, et 211, § 1, alinéa 3; "
Art.104. In artikel 231, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 26 van de wet van 28 juli 1992, wordt een tweede lid ingevoegd, luidende :
  " Het eerste lid is niet van toepassing wanneer een door de Commissie voor he Bank- en Financiewezen erkende vastgoedbeleggingsvennootschap met vast kapitaal heeft deelgenomen aan voormelde verrichting. "
Art.104. Dans l'article 231, § 2, du même Code, inséré par l'article 26 de la loi du 28 juillet 1992, il est inséré un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " L'alinéa 1 n'est pas applicable lorsqu'une société d'investissement en biens immobiliers à capital fixe agréée par la Commission bancaire et financière a pris part à l'opération susvisée. "
Art.105. In artikel 246 van hetzelfde Wetboek wordt een tweede lid ingevoegd, luidende :
  " In het in artikel 231, § 2, tweede lid, vermelde geval, wordt de belasting berekend tegen het in artikel 216, 1°bis, bepaalde tarief, onverminderd de toepassing van artikel 218; ".
Art.105. Dans l'article 246 du même Code, il est inséré un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Dans le cas prévu à l'article 231, § 2, alinéa 2, l'impôt est calculé au taux prévu à l'article 216, 1°bis, sans préjudice de l'application de l'article 218; ".
Art.106. In artikel 463bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 juli 1993 en gewijzigd bij de wet van 30 maart 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, eerste streepje, worden de woorden " de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, laatste lid, en 246, 1° " vervangen door de woorden " de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, derde lid en 246, eerste lid ";
  2° in het tweede lid, gewijzigd bij de wet van 30 maart 1994, worden de woorden " de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, derde lid, en 246, 1° " vervangen door de woorden " de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, derde lid, en 246, eerste lid ".
Art.106. Dans l'article 463bis, § 1, du même Code, inséré par la loi du 22 juillet 1993 et modifié par la loi du 30 mars 1994, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1, premier tiret, les mots " aux articles 157 à 168, 175 à 177, 218, 226, 243, dernier alinéa, et 246, 1° " sont remplacés par les mots " aux articles 157 à 168, 175 à 177, 218, 226, 243, alinéa 3, et 246, alinéa 1 ";
  2° dans l'alinéa 2, modifié par la loi du 30 mars 1994, les mots " aux articles 157 à 168, 175 à 177, 218, 226, 243, alinéa 3, et 246, 1° " sont remplacés par les mots " aux articles 157 à 168, 175 à 177, 218, 226, 243, alinéa 3, et 246, alinéa 1 ".
TITEL VIII. - HERVORMING VAN HET APPARAAT VOOR DE STATISTIEK EN DE ECONOMISCHE VOORUITZICHTEN VAN DE FEDERALE REGERING.
TITRE VIII. - REFORME DE L'APPAREIL STATISTIQUE ET DE PREVISION ECONOMIQUE DU GOUVERNEMENT FEDERAL.
HOOFDSTUK I. - Het Instituut voor de nationale rekeningen.
CHAPITRE I. - L'Institut des comptes nationaux.
Art.107. Er wordt een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid opgericht, genaamd " Instituut voor de nationale rekeningen ", afgekort " INR ".
  De zetel van het INR is gevestigd in het arrondissement Brussel-Hoofdstad. Het Instituut werkt onder het gezag van de minister van Economische Zaken.
Art.107. Il est créé un établissement public doté de la personnalité juridique, dénommé " Institut des comptes nationaux ", en abrégé " l'ICN ".
  Le siège de l'ICN est établi dans l'arrondissement de Bruxelles-Capitale. L'Institut fonctionne sous l'autorité du ministre des Affaires économiques.
Art.108. Het INR heeft tot taak met de medewerking van de instellingen bedoeld in artikel 109, hierna geassocieerde instellingen genoemd, doch onder zijn eigen verantwoordelijkheid, [1 de volgende economische statistieken, analyses en vooruitzichten]1 op te stellen :
  a) de reële nationale rekeningen;
  b) de financiële nationale rekeningen;
  c) de jaarlijkse en driemaandelijkse rekeningen van de openbare besturen;
  d) de driemaandelijkse nationale rekeningen;
  e) de bruto regionale produkten;
  f) de statistieken van de buitenlandse handel, zowel binnen als buiten de Europese Unie, alsook de statistieken betreffende de doorvoer;
  g) [2 de economische vooruitzichten die vereist zijn voor het opstellen van de begrotingen, ook economische begroting genoemd, en de meerjarige begrotingskaders van de verschillende overheden;]2
  h) de input-outputtabellen, met eventuele bijbehorende sectoriële rekeningen;
  [1 i) de prijsobservatie en -analyse;]1
  [2 j) de statistieken inzake de procedure bij buitensporige tekorten;]2
  [3 k) de berekening van een set aanvullende indicatoren voor het meten van levenskwaliteit, menselijke ontwikkeling, sociale vooruitgang en de duurzaamheid van onze economie alsook de integratie ervan in de bestaande publicaties van de gebruikelijke economische indicatoren. Deze set aanvullende indicatoren moet voldoen aan de volgende principes :
   - de aanvullende indicatoren worden ingedeeld in een zo beperkt mogelijk aantal categorieën of hoofdindicatoren;
   - de indeling van de aanvullende indicatoren wordt gebaseerd op de indeling gehanteerd in het finale rapport Sponsorship Group on Measuring Progress, Well-being and Sustainable Development van het European Statistical System Committee;
   - de selectie van indicatoren wordt in het bijzonder gebaseerd op de werkzaamheden "GDP and beyond" in het kader van de Europesee Unie (Eurostat; Quality of Life). Deze selectie kan eventueel worden aangevuld met indicatoren die specifiek nuttig zijn voor de Federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten;
   - de uitwerking van die aanvullende indicatoren gebeurt op basis van de participatie van de bevoegde overheidsdiensten en het Belgische middenveld en in overleg met de diensten van Eurostat en de OESO;
   - voor elk van de geselecteerde indicatoren dient de set van indicatoren te worden weergegeven per inkomenscategorie van de bevolking. Hiertoe moet de bevolking onderverdeeld worden in voor de betreffende indicatoren relevante categorieën.]3

  [2 Een gevoeligheidsanalyse en een vergelijking met de vooruitzichten van de Europese Commissie, en desgevallend ook van andere onafhankelijke instellingen, worden bij de bekendmaking van de in het eerste lid, letter g), bedoelde vooruitzichten gevoegd.
   Om de drie jaar laat het INR, door een wetenschappelijk Comité dat voor een deel samengesteld is uit leden extern aan het INR, een evaluatie uitvoeren van de in het eerste lid, letter g), bedoelde vooruitzichten. Het resultaat van de evaluatie wordt bekendgemaakt en geïntegreerd in de daaropvolgende macro-economische vooruitzichten. Indien uit deze evaluatie een betekenisvolle afwijking blijkt over een periode van minstens vier opeenvolgende jaren, worden de nodige maatregelen genomen en openbaar gemaakt.]2

  
Art.108. L'ICN a pour mission d'établir, avec le concours des organismes visées à l'article 109, dénommés ci-après autorités associées, mais sous sa propre responsabilité, [1 les statistiques, analyses et prévisions économiques suivantes]1 :
  a) les comptes nationaux réels;
  b) les comptes nationaux financiers;
  c) les comptes annuels et trimestriels des administrations publiques;
  d) les comptes nationales trimestriels;
  e) les produits régionaux bruts;
  f) les statistiques du commerce extérieur, au sein de l'Union européenne et en dehors de celle-ci, ainsi que celles du transit;
  g) [2 les prévisions économiques exigées pour l'établissement des budgets, appelées aussi budget économique, et les cadres budgétaires pluriannuels des différents pouvoirs;]2
  h) les tableaux des entrées et sorties, y compris éventuellement certains compte sectoriels satellites;
  [1 i) l'observation et l'analyse des prix;]1
  [2 j) les statistiques relatives à la procédure concernant les déficits excessifs;]2
  [3 k) le calcul d'une série d'indicateurs complémentaires en vue de mesurer la qualité de vie, le développement humain, le progrès social et la durabilité de notre économie, ainsi que leur intégration dans les publications existantes reprenant les indicateurs économiques traditionnels. A cet égard, il y a lieu de tenir compte des principes suivants :
   - les indicateurs complémentaires sont regroupés en un nombre aussi restreint que possible de catégories ou d'indicateurs principaux;
   - la classification des indicateurs complémentaires est basée sur la classification utilisée dans le rapport final du Groupe de parrainage sur la mesure du progrès, du bien-être et du développement durable du Comité du système statistique européen;
   - la sélection des indicateurs se base en particulier sur les travaux "GDP and beyond" réalisés dans le cadre de l'Union européenne (Eurostat; Quality of Life). Cette sélection peut éventuellement être complétée par des indicateurs présentant une utilité spécifique pour l'Etat fédéral, les communautés et les régions;
   - l'élaboration de ces indicateurs complémentaires se fait sur base de la participation des services publics compétents et de la société civile belge et en concertation avec les services d'Eurostat et de l'OCDE;
   - pour chacun des indicateurs sélectionnés, il convient de répartir la série d`indicateurs par catégorie de revenus au sein de la population. A cet effet, la population doit être subdivisée en différentes catégories pertinentes au regard des indicateurs concernés.]3

  [2 Une analyse de sensibilité ainsi qu'une comparaison avec les prévisions de la Commission européenne, et le cas échéant d'autres organismes indépendants, sont jointes à la publication des prévisions visées à l'alinéa 1er, littera g).
   L'ICN fait réaliser, tous les trois ans, par un comité scientifique composé en partie de membres externes à l'ICN, une évaluation des prévisions visées à l'alinéa 1er, littera g), dont le résultat est rendu public et pris en compte dans les prévisions macroéconomiques ultérieures. Si cette évaluation révèle un écart significatif sur une période d'au moins quatre années successives, les mesures nécessaires sont prises et rendues publiques.]2

  
Art.109. § 1. Het Nationaal Instituut voor de Statistiek verzamelt de statistische basisgegevens die het INR nodig heeft om zijn opdrachten te vervullen, met uitzondering van die bedoeld in artikel 108, f), van deze wet en die welke de Nationale Bank van België reeds verzamelt krachtens de wet.
  § 2. Het INR vertrouwt aan het Federaal Planbureau het opstellen toe van de statistische tabellen en van de vooruitzichten bedoeld in artikel 108, g) en h) van deze wet. Het Federaal Planbureau baseert zich daarbij meer bepaald op gegevens verzameld dor het Nationaal Instituut voor de Statistiek en opgesteld door het INR.
  § 3. Het INR vertrouwt aan de Nationale Bank van België het opstellen toe van de statistische tabellen bedoeld in artikel 108, a), b), d) en e) van deze wet. De Nationale Bank van België baseert zich daarbij meer bepaald op gegevens verzameld door het Nationaal Instituut voor de Statistiek en opgesteld door het INR.
  Het INR vertrouwt aan de Nationale Bank van België, in nauwe samenwerking met het Federaal Planbureau, het opstellen toe van de statistische tabellen bedoeld in artikel 108, c), van deze wet. De Nationale Bank baseert zich daarbij meer bepaald op gegevens verzameld door het Nationaal Instituut voor de Statistiek en opgesteld door het INR.
  Het INR vertrouwt aan de Nationale Bank van België het opstellen toe van de statistische tabellen bedoeld in artikel 108, f), van deze wet.
  [2 Het INR vertrouwt aan de Nationale Bank van België het opstellen toe van de statistieken bedoeld in artikel 108, eerste lid, letter j). De Nationale Bank van België baseert zich daarbij zowel op gegevens verzameld door het Nationaal Instituut voor de Statistiek en opgesteld door het INR, als op gegevens die de rapporteringsplichtige entiteiten rechtstreeks aan het INR overmaken.]2
  [1 § 4. Het INR vertrouwt aan de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, het uitvoeren toe van de analyses bedoeld in artikel 108, i), van deze wet.]1
  [3 § 5. Het INR vertrouwt aan het Federaal Planbureau de berekening toe van de nieuwe set aanvullende indicatoren, als bedoeld in artikel 108, eerste lid, k).]3
  
Art.109. § 1. L'Institut national de statistique procède à la collecte des données statistiques de base nécessaires à la réalisation des missions de l'ICN, à l'exception de celles qui sont visées à l'article 108, f), de la présente loi et de celles que la Banque nationale de Belgique collecte déjà en vertu de la loi.
  § 2. L'ICN confie au Bureau fédéral du plan l'élaboration des tableaux statistiques et des prévisions visés à l'article 108, g) et h) de la présente loi. Pour ce faire, le Bureau fédéral du Plan se base notamment sur des données collectées par l'Institut national de statistique et établies par l'ICN.
  § 3. L'ICN confie à la Banque nationale de Belgique l'élaboration des tableaux statistiques visés à l'article 108, a), b), d) et e), de la présente loi. Pour ce faire, la Banque nationale de Belgique se base notamment sur des données collectées par l'Institut national de statistique et établies par l'ICN.
  L'ICN confie à la Banque nationale de Belgique, en étroite collaboration avec le Bureau fédéral du plan, l'élaboration des tableaux statistiques visés à l'article 108, c), de la présente loi. Pour ce faire, la Banque nationale de Belgique se base notamment sur des données collectées par l'Institut national de statistique et établies par l'ICN.
  L'ICN confie à la Banque nationale de Belgique l'élaboration des tableaux statistiques visés à l'article 108, f), de la présente loi.
  [2 L'ICN confie à la Banque nationale de Belgique l'élaboration des statistiques visées à l'article 108, alinéa 1er, littera j). Pour ce faire, la Banque nationale de Belgique se base sur des données collectées par l'Institut national de statistique et établies par l'ICN, et sur les données directement transmises à l'ICN par les entités qui doivent les rapporter.]2
  [1 § 4. L'ICN confie au Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, l'élaboration des analyses visées à l'article 108, i), de la présente loi.]1
  [3 § 5. L'ICN confie au Bureau fédéral du Plan le calcul de la nouvelle série d'indicateurs complémentaires visée à l'article 108, alinéa 1er, k).]3
  
Art.110. Het INR stuurt en coördineert de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 109 en zorgt tevens voor de optimale samenwerking tussen de geassocieerde instellingen.
  De wijze waarop de opdrachten worden toevertrouwd aan de geassocieerde instellingen wordt bepaald in een bestek, dat wordt opgemaakt door de Raad van bestuur van het INR en goedgekeurd door de minister van Economische Zaken.
  Het bestek omvat ten minste bepalingen betreffende de methodologische referentienormen, de uitvoeringstermijnen van de opdrachten, de toewijzing van de kosten voor de publikatie van de statistieken en vooruitzichten, algemene richtlijnen voor de methode van uitvoering, het inzagerecht van het INR en de wijze van samenwerking met de geassocieerde instellingen.
Art.110. L'ICN dirige et coordonne la réalisation des tâches visées à l'article 109 et veille à assurer la collaboration optimale entre les autorités associées.
  Les modalités selon lesquelles ces tâches sont confiées aux autorités associées sont déterminées par un cahier de charges arrêté par le conseil d'administration de l'ICN et approuvé par le ministre des Affaires économiques.
  Le cahier des charges comporte au moins des dispositions relatives aux normes méthodologiques de référence, aux délais de réalisation des tâches, à la prise en charge des frais de publication des statistiques et prévisions, aux directives générales concernant la méthode d'exécution, au droit de regard de l'ICN et aux modes de collaboration avec les autorités associées.
Art.111. [1 § 1. Elke geassocieerde instelling en elke statistische dienst die wordt opgericht door de gemeenschappen en gewesten en die beschikt over de hoedanigheid van statistische autoriteit, waarvan de voorwaarden waaraan moet worden voldaan bepaald worden in hoofdstuk V van het Samenwerkingsakkoord van 15 juli 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de nadere regels voor de werking van het Interfederaal Instituut voor de Statistiek, van de raad van bestuur en de Wetenschappelijke Comités van het Instituut voor de Nationale Rekeningen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 20 oktober 2014, heeft op elk ogenblik het recht de statistische tabellen en vooruitzichten die werden opgemaakt door de andere geassocieerde instellingen in het kader van de opdrachten bedoeld in artikel 109 te raadplegen en hergebruiken, zelfs indien deze voorlopig zijn.
   § 2. Elke geassocieerde instelling heeft, in het kader van de uitvoering van zijn opdrachten zoals bepaald in artikel 109, op elk ogenblik het recht de vertrouwelijke gegevens die door de andere geassocieerde instellingen werden ingezameld in het kader van de hoger vernoemde opdrachten te raadplegen en hergebruiken.
   § 3. Elke geassocieerde instelling en elke statistische dienst die wordt opgericht door de gemeenschappen en gewesten en die beschikt over de hoedanigheid van statistische autoriteit moet tegenover derden de verplichtingen naleven die voortvloeien uit het statistisch geheim, overeenkomstig de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek en de voorwaarden die worden vastgelegd in hoofdstuk V van het samenwerkingsakkoord bedoeld in paragraaf 1.
   § 4. De leden, waarnemers en experts die aan de vergaderingen van de raad van bestuur van het INR of aan de vergaderingen van de wetenschappelijke comités deelnemen moeten eveneens de verplichtingen naleven die voortvloeien uit het statistisch geheim overeenkomstig de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek.]1

  
Art.111. [1 § 1er. Chacune des autorités associées et chacun des services statistiques institués par les Communautés et Régions et disposant de la qualité d'autorité statistique, dont les conditions pour revêtir d'une telle qualité sont mentionnées dans le chapitre V de l'Accord de coopération du 15 juillet 2014 entre l'Etat fédéral, la Région flamande, la Région wallonne, la Région de Bruxelles-Capitale, la Communauté flamande, la Communauté française, la Communauté germanophone, la Commission communautaire commune de Bruxelles-Capitale et la Commission communautaire française concernant les modalités de fonctionnement de l'Institut intérfédéral de statistique, du conseil d'administration et des Comités scientifiques de l'Institut des comptes nationaux, publié au Moniteur belge du 20 octobre 2014, a en permanence le droit de consulter et réutiliser les tableaux statistiques et prévisions, même provisoires, établis par les autres autorités associées dans le cadre des missions visées à l'article 109.
   § 2. Chacune des autorités associées a en permanence le droit, dans le cadre de l'exécution de ses missions visées à l'article 109, de consulter et réutiliser les données confidentielles recueillies par les autres autorités associées dans le cadre desdites missions.
   § 3. Les autorités associées et chacun des services statistiques institués par les Communautés et Régions disposant de la qualité d'autorité statistique sont tenus à l'égard des tiers aux obligations résultant du secret statistique, conformément aux dispositions de la loi du 4 juillet 1962 relative à la statistique publique ainsi qu'aux conditions fixées dans le chapitre V de l'accord de coopération visé au premier paragraphe.
   § 4. Les membres, observateurs et experts qui assistent aux réunions du conseil d'administration de l'ICN ou aux réunions des comités scientifiques sont également tenus de respecter les obligations résultant du secret statistique conformément aux dispositions de la loi du 4 juillet 1962 relative à la statistique publique.]1

  
Art.112. De statistische tabellen en de vooruitzichten opgemaakt door het INR worden zonder verwijl medegedeeld aan de minister van Economische Zaken. Ze worden regelmatig gepubliceerd op initiatief van het INR.
Art.112. Les tableaux statistiques et les prévisions établis par l'ICN sont communiqués sans délai au ministre des Affaires économiques. Ils font l'objet d'une publication régulière, à l'initiative de l'ICN.
Art.113. [1 § 1. Het INR wordt bestuurd door een raad van bestuur waarvan de samenstelling en de werking geregeld worden in het samenwerkingsakkoord bedoeld in artikel 111, § 1.
   § 2. Van de twaalf leden waaruit de raad van bestuur is samengesteld, zijn van rechtswege lid :
   1° de voorzitter van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die erin zetelt als vertegenwoordiger van de minister bevoegd voor Economie;
   2° de gouverneur van de Nationale Bank van België;
   3° de commissaris van het plan;
   4° de directeur-generaal van het Nationaal Instituut voor de Statistiek.
   § 3. De andere leden van de raad van bestuur hebben een mandaat van vier jaar dat hernieuwbaar is. Wanneer een lid om welke reden ook voortijdig ophoudt deel uit te maken van de raad van bestuur, voltooit de persoon die als zijn vervanger werd aangewezen het lopende mandaat.
   § 4. De raad van bestuur zetelt geldig indien een meerderheid van de leden aanwezig is.
   Wanneer er geen consensus wordt bereikt, beslist de raad bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.
   § 5. De raad van bestuur bepaalt zijn huishoudelijk reglement.]1

  
Art.113. [1 § 1er. L'ICN est géré par un conseil d'administration dont la composition et le fonctionnement sont réglés par l'accord de coopération visé à l'article 111, § 1er.
   § 2. Parmi les douze membres qui composent le conseil d'administration, sont membres de droit :
   1° le président du Service Public Fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie qui y siège en tant que représentant du ministre ayant l'Economie dans ses attributions;
   2° le gouverneur de la Banque nationale de Belgique;
   3° le commissaire au plan;
   4° le directeur général de l'Institut national de statistique.
   § 3. Le mandat des autres membres du conseil d'administration est d'une durée de quatre ans et peut être renouvelé. Lorsqu'un membre cesse de faire partie du conseil pour quelque raison que ce soit avant le terme normal de son mandat, la personne désignée pour le remplacer achève le mandat en cours.
   § 4. Le conseil d'administration siège valablement en présence de la majorité de ses membres.
   En l'absence de consensus, les décisions sont prises à la majorité des voix des membres présents. En cas de parité, la voix du président est prépondérante.
   § 5. Le conseil d'administration arrête son règlement d'ordre intérieur.]1

  
Art.114. § 1. De Raad van bestuur doet al het nodige opdat het INR zijn opdrachten zou kunnen uitvoeren en waakt over de goede werking ervan.
  Hij kan een of meer van zijn leden belasten met de uitvoering van specifieke beslissingen of opdrachten, met inbegrip van de vertegenwoordiging van het IRN bij internationale instellingen.
  Onder voorbehoud van het bepaalde in het tweede lid hierboven, vertegenwoordigt de Raad van bestuur het INR in alle gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen.
  § 2. De Raad van bestuur kan coördinatiecellen samenstellen, die in het bijzonder moeten toezien op het goede verloop van het geheel of een gedeelte van elke opdracht van het INR, onder meer door harmonisering van de werkmethoden gebruikt door de geassocieerde instellingen. De cellen kunnen zich laten bijstaan door externe experts met raadgevende bevoegdheid.
Art.114. § 1. Le conseil d'administration accomplit tous les actes nécessaires à la réalisation des missions de l'ICN et veille au bon fonctionnement de ce dernier.
  Il peut charger un ou plusieurs de ses membres de l'exécution de décisions particulières ou de la réalisation de missions, en ce compris la représentation de l'ICN au sein d'organisations internationales.
  Sous réserve des dispositions de l'alinéa 2 ci-avant, le conseil d'administration représente l'ICN dans tous les actes judiciaires et extrajudiciaires.
  § 2. Le conseil d'administration peut constituer des cellules de coordination spécialement chargées de veiller au bon déroulement de tout ou partie de chacune des missions de l'ICN, notamment par l'harmonisation des méthodes de travail adoptées par les autorités associées. Les cellules peuvent s'adjoindre, à titre consultatif, des experts extérieurs.
Art.116. [1 § 1. Bij het INR worden vier wetenschappelijke comités opgericht : het wetenschappelijk comité voor de nationale rekeningen, het wetenschappelijk comité voor de overheidsrekeningen, het wetenschappelijk comité voor de economische begroting en het wetenschappelijk comité voor de prijsobservatie en -analyse.
   Het wetenschappelijk comité voor de nationale rekeningen is bevoegd voor de opdrachten bedoeld in artikel 108, eerste lid, a), b), c), d), e) en h).
   Het wetenschappelijk comité voor de economische begroting is bevoegd voor de opdracht bedoeld in artikel 108, eerste lid, g).
   Het wetenschappelijk comité voor de prijsobservatie en -analyse is bevoegd voor de opdracht bedoeld in artikel 108, eerste lid, i).
   Het wetenschappelijk comité voor de overheidsrekeningen is bevoegd voor de opdracht bedoeld in artikel 108, eerste lid, j). Het onderzoekt de vragen om advies zoals bepaald in artikel 32, eerste lid van het samenwerkingsakkoord bedoeld in artikel 111, § 1.
   Deze vier comités hebben als opdracht advies te verstrekken over de wetenschappelijke waarde en de objectiviteit van de door het INR toegepaste methoden en van de resultaten van zijn werkzaamheden. Het INR kan deze comités te allen tijde raadplegen betreffende kwesties die binnen hun respectieve bevoegdheden vallen.
   Het INR raadpleegt deze comités wanneer het de gebruikte methodologie in een belangrijke mate wijzigt, al naargelang hun respectieve bevoegdheden. Het INR moet ze eveneens raadplegen nadat het in eerste lezing de in artikel 108, eerste lid, a), c), e), g), h), i) en j) bedoelde economische statistieken, analyses en vooruitzichten heeft aangenomen. Indien de raad van bestuur na beraadslaging van oordeel is dat hij geen gevolg kan geven aan een volledig of gedeeltelijk ongunstig advies van het comité, moet hij dit advies bij de betrokken statistische tabellen, analyses of vooruitzichten voegen.
   Voor de taken bedoeld in artikel 108, eerste lid, k), worden de publicaties van de resultaten jaarlijks in een publieke zitting van de Kamer van volksvertegenwoordigers besproken. De Kamer evalueert de evolutie van de resultaten, evenals de indeling en methodologie van de aanvullende indicatoren. Een samenvatting van de resultaten maakt deel uit van het jaarverslag van de Nationale Bank van België betreffende de financiële en economische ontwikkelingen in binnen- en buitenland.
   § 2. Met uitzondering van de door de respectieve gewest- en gemeenschapsregeringen aangewezen leden, worden de leden van de wetenschappelijke comités benoemd door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit.
   § 3. De samenstelling en de werking van de wetenschappelijke comités worden geregeld in het samenwerkingsakkoord bedoeld in artikel 111, § 1.
   § 4. Het mandaat van de leden van de comités duurt vier jaar en is hernieuwbaar. Wanneer een lid om welke reden ook voortijdig ophoudt deel uit te maken van een comité, voltooit de persoon die hetzij door de Koning, hetzij door de betrokken gewest- of gemeenschapsregering wordt aangewezen om hem te vervangen, zijn mandaat.]1

  
Art.116. [1 § 1er. Il est constitué auprès de l'ICN quatre comités scientifiques : le comité scientifique sur les comptes nationaux, le comité scientifique des comptes des administrations publiques, le comité scientifique sur le budget économique et le comité scientifique pour l'observation et l'analyse des prix.
   Le comité scientifique sur les comptes nationaux est compétent pour se prononcer sur les missions visées à l'article 108, alinéa 1er, a), b), c), d), e) et h).
   Le comité scientifique sur le budget économique est compétent pour se prononcer sur la mission visée à l'article 108, alinéa 1er, g).
   Le comité scientifique pour l'observation et l'analyse des prix est compétent pour se prononcer sur les missions visées à l'article 108, alinéa 1er, i).
   Le comité scientifique des comptes des administrations publiques est compétent pour se prononcer sur la mission visée à l'article 108, alinéa 1er, j). Il examine les demandes d'avis réglées à l'article 32, alinéa 1er de l'accord de coopération visé à l'article 111, § 1er.
   Ces quatre comités ont pour mission d'émettre un avis sur la valeur scientifique et l'objectivité des méthodes adoptées par l'ICN et des résultats de ses travaux. L'ICN peut consulter ces comités à tout moment, sur des questions relevant de leurs compétences respectives.
   L'ICN consulte ces comités lorsqu'il apporte une modification importante à la méthodologie utilisée, selon leurs compétences respectives. Il doit également les consulter après avoir adopté en première lecture les tableaux statistiques, analyses et prévisions économiques visés à l'article 108, alinéa 1er, a), c), e), g), h), i) et j). Si, le conseil d'administration, après en avoir délibéré, estime ne pas pouvoir donner suite à un avis totalement ou partiellement défavorable du comité, il annexe cet avis aux tableaux statistiques, analyses ou prévisions qu'il arrête.
   Dans le cadre des tâches prévues à l'article 108, alinéa 1er, k), les publications des résultats font chaque année l'objet d'un débat en séance publique de la Chambre des représentants. Cette dernière évalue l'évolution des résultats, ainsi que la répartition et la méthodologie des indicateurs complémentaires. Une synthèse des résultats est publiée dans le rapport annuel de la Banque nationale de Belgique sur les développements économiques et financiers en Belgique et à l'étranger.
   § 2. A l'exception des membres désignés par les Gouvernements respectifs des Régions et des Communautés, les membres des comités scientifiques sont nommés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres.
   § 3. La composition et le fonctionnement des comités scientifiques sont réglés par l'accord de coopération visé à l'article 111, § 1er.
   § 4. Les membres des comités sont désignés pour une période de quatre ans, renouvelable. Lorsqu'un membre cesse de faire partie d'un comité, pour quelque raison que ce soit, avant le terme normal de son mandat, la personne désignée pour le remplacer, soit par le Roi soit par le Gouvernement concerné des régions ou des communautés, achève son mandat.]1

  
Art.118. [1 § 1. De financiering van de kosten van de werking van het INR wordt geregeld in artikel 35 van het samenwerkingsakkoord bedoeld in artikel 111, § 1.
   De werkingskosten van het INR die ten laste zijn van de federale overheid worden ingeschreven op de begroting van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
   De federale overheid vergoedt jaarlijks en vooraf de Nationale Bank van België voor de kosten van de bijkomende taken die specifiek voortvloeien uit het opstellen van de statistieken bedoeld in artikel 108, eerste lid, j. De federale overheid en de Nationale Bank van België komen overeen over het bedrag van de vergoeding en de modaliteiten van de betaling.
   § 2. Het secretariaat van het INR heeft zijn zetel in de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. De werking, de samenstelling en de rol van het secretariaat worden bepaald in het samenwerkingsakkoord bedoeld in artikel 111, § 1.]1

  
Art.118. [1 § 1er. Le financement des coûts de fonctionnement de l'ICN est réglé par l'article 35 de l'accord de coopération visé à l'article 111, § 1er.
   Les coûts de fonctionnement de l'ICN qui sont à charge de l'Etat fédéral, sont inscrits au budget du SPF Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie.
   L'Etat fédéral rémunère chaque année et par anticipation à la Banque Nationale de Belgique les coûts des tâches additionnelles qui découlent directement de l'élaboration des statistiques visées à l'article 108, alinéa 1er, j. L'Etat et la Banque Nationale de Belgique conviennent du montant de cette indemnité et des modalités de paiement.
   § 2. Le secrétariat de l'ICN a son siège au SPF Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie. Le fonctionnement, la composition et le rôle du secrétariat sont réglés par l'accord de coopération visé à l'article 111, § 1er.]1

  
Art.119. Elke geassocieerde instelling kan, ongeacht enige andersluidende bepaling die betrekking heeft op het statuut van haar personeel, personeelsleden detacheren bij het INR, zo het Instituut erom verzoekt.
  Personeelsleden die worden gedetacheerd, behouden alle administratieve en geldelijke voordelen die verbonden zijn aan de normale uitoefening van hun functies in de geassocieerde instelling, welke ook de aard van hun rechtsverhouding met deze instelling zij.
Art.119. Chacune des autorités associées peut, nonobstant toute disposition contraire régissant le statut de ses agents, détacher des membres de son personnel auprès de l'ICN, si l'Institut en fait la demande.
  Les agents détachés conservent tous les avantages administratifs et pécuniaires attachés à l'exercice normal de leurs fonctions au sein de l'autorité associée, quelle que soit la nature de leur relation juridique avec celle-ci.
Art.120. Het INR maakt jaarlijks, ten laatste tegen 31 maart, een activiteitenrapport op evenals de rekeningen over het voorbije jaar.
  Het activiteitenrapport wordt overgezonden aan de minister van Economische Zaken evenals aan de geassocieerde instellingen.
  De jaarrekeningen worden overgezonden aan de minister van Economische Zaken en onderworpen aan de controle van het Rekenhof.
Art.120. L'ICN établit chaque année, au plus tard le 31 mars, un rapport d'activités ainsi que les comptes de l'année précédente.
  Le rapport d'activités est transmis au ministre des Affaires économiques ainsi qu'aux autorités associées.
  Les comptes annuels sont transmis au ministre des Affaires économiques, et soumis au contrôle de la Cour des Comptes.
HOOFDSTUK II. - Het verzamelen en verwerken van gegevens.
CHAPITRE II. - La collecte et le traitement des informations.
Art.121. Voor de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk I van deze titel bepaalt de Koning welke informatie door de natuurlijke personen en door de publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen aan de Nationale Bank van België moet worden meegedeeld en stelt Hij de wijze vast waarop die mededeling gebeurt.
Art.121. En vue de l'application des dispositions du chapitre I du présent titre, le Roi détermine quelles informations doivent être communiquées par les personnes physiques et morales, de droit public et de droit privé, à la Banque nationale de Belgique, et Il règle les modalités de cette communication.
Art.122. Voor de toepassing van de artikelen 2, 15 en 18 tot 23 van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek, worden het INR en de geassocieerde instellingen gelijkgesteld met het Nationaal Instituut voor de statistiek wanneer ze handelen ter uitvoering van deze wet. De leden van de Raad van bestuur van het INR en de personeelsleden van de geassocieerde instellingen, handelend in het kader van deze wet, hebben dezelfde rechten en verplichtingen als de personeelsleden van het Nationaal Instituut voor de statistiek. Schendingen van de artikelen 111 en 128 van deze wet alsook van de besluiten genomen krachtens artikel 121 hierboven worden gelijkgesteld met schendingen van de artikelen 18 (, 21bis) en 22 van de bovengenoemde wet van 4 juli 1962. <W 2008-12-22/33, art. 92, 1°, 032; Inwerkingtreding : 08-01-2009>
  (De leden van de Raad van Bestuur van het INR bepalen de nadere regelen van toezending van de processen-verbaal voor de overtredingen vastgesteld door de geassocieerde instellingen op basis van artikel 21bis van bovengenoemde wet van 4 juli 1962, aan de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek, aan het openbaar ministerie en aan de overtreder.
  De Raad van Bestuur van het INR kan de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek richtlijnen meedelen betreffende het algemeen beleid inzake de administratieve sanctionering van de inbreuken aan onderhavige wet, onverminderd de bijzondere beslissingsbevoegdheid toevertrouwd aan deze laatste door artikel 21octies van voormelde wet van 4 juli 1962, rekening houdend met alle elementen uit het dossier waarover hij beschikt.) <W 2008-12-22/33, art. 92, 2°, 032; Inwerkingtreding : 08-01-2009>
Art.122. Pour l'application des articles 2, 15, et 18 à 23 de la loi du 4 juillet 1962 relative à la statistique publique, l'ICN et les autorités associées, lorsqu'elles agissent en exécution de la présente loi, sont assimilées à l'Institut national de statistique. Les membres du conseil d'administration de l'ICN et les agents des autorités associées, agissant dans le cadre de la présente loi, bénéficient des mêmes prérogatives et sont soumis aux mêmes obligations que les agents de l'Institut national de statistique. Les violations des articles 111 et 128 de la présente loi et des arrêtés pris en vertu de l'article 121 ci-avant sont assimilées à des violations des articles 18 (, 21bis) et 22 de la loi du 4 juillet 1962 précitée. <L 2008-12-22/33, art. 92, 1°, 032; En vigueur : 08-01-2009>
  (Les membres du Conseil d'administration de l'ICN fixent les modalités de transmission des procès verbaux des infractions constatées par les autorités associées, sur la base de l'article 21bis de la loi du 4 juillet 1962 précitée, au fonctionnaire dirigeant de l'Institut national de Statistique, au ministère public et au contrevenant.
  Le Conseil d'administration de l'ICN peut communiquer au fonctionnaire dirigeant de l'Institut national de Statistique des directives concernant la politique générale de sanction administrative des infractions à la présente loi, sans préjudice de la compétence décisionnelle particulière confié à ce dernier par l'article 21octies de la loi du 4 juillet 1962 précitée, compte tenu de l'ensemble des éléments du dossier dont il dispose.) <L 2008-12-22/33, art. 92, 2°, 032; En vigueur : 08-01-2009>
HOOFDSTUK III. - Het Nationaal Instituut voor de statistiek.
CHAPITRE III. - L'Institut national de statistique.
HOOFDSTUK IV. - Het Federaal Planbureau.
CHAPITRE IV. - Le Bureau fédéral du Plan.
Art.124. Er wordt een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid opgericht, het Federaal Planbureau genoemd.
  Het Federaal Planbureau wordt ondergebracht in de categorie A van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. Voor de toepassing van deze wet staat die instelling onder het gezamenlijk gezag van de Eerste minister en de minister van Economische Zaken.
  Het Federaal Planbureau krijgt de richtlijnen voor zijn werkzaamheden van de Ministerraad.
Art.124. Il est créé un organisme d'intérêt public, doté de la personnalité juridique, dénommé Bureau fédéral du Plan.
  Le Bureau fédéral du Plan est classé dans la catégorie A de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public. Pour l'application de la présente loi, il relève conjointement de l'autorité du Premier ministre et du ministre des Affaires économiques.
  Le Bureau fédéral du Plan reçoit du Conseil des ministres les directives concernant ses activités.
Art.125. In artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, worden onder categorie A, in de juiste alfabetische volgorde, de woorden " Federaal Planbureau " ingevoegd.
Art.125. A l'article 1 de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, sont insérés sous la catégorie A et dans l'ordre alphabétique, les mots " Bureau fédéral du Plan ".
Art.126. Het Federaal Planbureau beschikt over een jaarlijkse toelage ten laste van de Staat, die wordt ingeschreven op de begroting van het ministerie van Economische Zaken.
Art.126. Le Bureau fédéral du Plan bénéficie d'une subvention annuelle à charge de l'Etat, laquelle est inscrite au budget du Ministère des Affaires économiques.
Art.127. § 1. Het Federaal Planbureau wordt ermee belast de sociaal-economische evolutie en de factoren die deze evolutie bepalen, te analyseren en te voorzien en de gevolgen van de keuzes inzake economisch en sociaal beleid in te schatten ten einde de rationaliteit, de doeltreffendheid en de transparantie ervan te verbeteren.
  Het Federaal Planbureau voert eveneens structurele analyses uit op middellange en lange termijn en voornamelijk op economisch en sociaal vlak en op het vlak van het leefmilieu.
  Het Federaal Planbureau brengt minstens eenmaal per jaar verslag uit aan de Centrale Raad voor het bedrijfsleven en aan de Nationale Arbeidsraad over zijn studies betreffende de evolutie van de economie op middellange termijn. Op verzoek van de Wetgevende Kamers, de Centrale Raad voor het bedrijfsleven of de Nationale Arbeidsraad, kan het overgaan tot elke andere vorm van evaluatie van het economisch, sociaal en ecologisch beleid bepaald door de federale overheid.
  § 2. Het Federaal Planbureau wordt belast met de uitwisseling van prognosegegevens met betrekking tot het gewestelijke, federale en internationale niveau. Die opdracht behelst het economische en sociale vlak alsook het milieu.
  [1 Voor wat de mobiliteit aangaat, bezorgt het Federaal Planbureau de FOD Mobiliteit en Vervoer statistische inlichtingen. Het ontwikkelt en onderhoudt een geïntegreerde gegevensbank met vervoersindicatoren en opmaak van satellietrekeningen voor transport. Op vraag van en in overleg met de FOD Mobiliteit en Vervoer maakt het ook regelmatig transportsimulaties met een impactanalyse en analyseert het de beleidsopties. Deze diensten worden verleend op basis van een samenwerkingsakkoord tussen beide partijen dat een beschrijving geeft van het jaarlijkse werkprogramma, de uitvoeringswijze en de timing waarmee de diensten worden gerealiseerd, en de wijze waarop de informatie wordt gecommuniceerd.]1
  § 3. Het Federaal Planbureau verleent bovendien zijn medewerking aan het Instituut voor de nationale rekeningen, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk I van deze titel.
  (§ 4. Het Federaal Planbureau wordt belast met het deelnemen aan de coördinatie en de uitvoering van de verschillende aspecten van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling zoals gedefinieerd door de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling.) <W 1997-05-05/35, art. 20, 011; Inwerkingtreding : 28-06-1997>
  (§ 5. Het Federaal Planbureau wordt belast met het secretariaat van de Studiecommissie voor de vergrijzing opgericht bij artikel 6 van de wet van 5 september 2001 [2 tot oprichting van een Vergrijzingscommissie]2 en de deelname aan de uitvoering van de aan haar toevertrouwde opdracht.) <W 2001-09-05/30, art. 39, 022; Inwerkingtreding : 14-09-2001>
  
Art.127. § 1. Le Bureau fédéral du Plan est chargé d'analyser et de prévoir l'évolution socio-économique, les facteurs qui déterminent cette évolution et d'évaluer les conséquences des choix de politique économique et sociale en vue d'en améliorer la rationalité, l'efficacité et la transparence.
  Le Bureau fédéral du Plan procède également à des analyses structurelles à moyen et à long terme, principalement dans les domaines économiques, sociaux et environnementaux.
  Une fois par an au moins, le Bureau fédéral du Plan fait rapport au Conseil central de l'économie et au Conseil national du travail, sur ses études relatives à l'évolution à moyen terme de l'économie. A la demande des Chambres législatives, du Conseil central de l'économie ou du Conseil national du travail, il peut procéder à toute autre forme d'évaluation des politiques économiques, sociales et écologiques arrêtées par l'autorité fédérale.
  § 2. Le Bureau fédéral du Plan est chargé d'une mission d'échange de données prévisionnelles, sous leurs aspects régionaux, fédéraux et internationaux. Cette mission s'étend aux domaines économique, social et environnemental.
  [1 En matière de mobilité, le Bureau fédéral du Plan fournit au SPF Mobilité et Transports des informations statistiques, avec développement et entretien d'une base de données intégrée d'indicateurs de transport et calcul de comptes satellites transport. De plus, il réalise régulièrement des simulations de transport avec analyse d'impact et des analyses de politiques, à la demande et en concertation avec le SPF Mobilité et Transports. Ces prestations sont fournies sur base d'un accord de collaboration conclu entre les 2 parties, décrivant notamment le programme de travail annuel, les modalités et le timing de réalisation des prestations, et les modalités de la communication des informations.]1
  § 3. En outre, le Bureau fédéral du Plan prête son concours à l'Institut des comptes nationaux conformément aux dispositions du chapitre I du présent titre.
  [§ 4. Le Bureau fédéral du Plan est chargé de participer à la coordination et à la mise en oeuvre des différents aspects de la politique fédérale de développement durable telle que définie par la loi du 5 mai 1997 relative à la coordination de la politique fédérale en matière de développement durable.] <L 1997-05-05/35, art. 20, 011; En vigueur : 28-06-1997>
  (§ 5. Le Bureau fédéral du plan est chargé du secrétariat du Comité d'étude sur le vieillissement créé par l'article 6 de la loi du 5 septembre 2001 [2 portant création d'un Comité d'étude sur le vieillissement]2 et de la participation à l'exécution de la mission confiée à lui.) <L 2001-09-05/30, art. 39, 022; En vigueur : 14-09-2001>
  
Art.128. Voor de uitvoering van artikel 127, §§ 1 en 2, van deze titel, verstrekt het Nationaal Instituut voor de statistiek aan het Federaal Planbureau alle nodige inlichtingen voor de uitvoering van zijn opdrachten.
  Het Federaal Planbureau en zijn personeelsleden zijn tegenover derden onderworpen aan de verplichtingen voortvloeiend uit het statistisch geheim, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek.
  De federale besturen, openbare ondernemingen en instellingen verstrekken aan het Federaal Planbureau alle nodige inlichtingen voor de uitvoering van zijn opdrachten.
  In het kader van de uitvoering van zijn opdrachten coördineert en harmoniseert het Federaal Planbureau de verzamelde, uitgewerkte of gebruikte statistische en prognostische informatie. Het stelt deze ter beschikking van de administraties en openbare instellingen, volgens de nadere regelen bepaald door de Koning.
Art.128. Pour l'exécution de l'article 127, §§ 1 et 2, du présent titre, l'Institut national de statistique fournit au Bureau fédéral du Plan tous les renseignements nécessaires à l'accomplissement de ses missions.
  Le Bureau fédéral du Plan et ses agents sont tenus à l'égard des tiers aux obligations résultant du secret statistique, conformément aux dispositions de la loi du 4 juillet 1962 relative à la statistique publique.
  Les administrations, les entreprises et les organismes publics fédéraux fournissent au Bureau fédéral du Plan toutes les informations nécessaires à l'accomplissement de ses missions.
  Dans le cadre de l'exécution de ses missions, le Bureau fédéral du Plan coordonne et harmonise les informations statistiques et prévisionnelles collectées, élaborées ou utilisées. Il les met à la disposition des administrations et organismes publics, selon les modalités fixées par le Roi.
Art.129. Het Federaal Planbureau omvat ten minste twee en ten hoogste drie algemene directies.
  De Koning stelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, na raadpleging van de Centrale Raad voor het bedrijfsleven, de andere nadere regelen vast die nodig zijn voor de organisatie en de werking van het Federaal Planbureau.
Art.129. Le Bureau fédéral du Plan comprend au moins deux et au plus trois directions générales.
  Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, après consultation du Conseil central de l'économie, le Roi arrête les autres modalités d'organisation et de fonctionnement du Bureau fédéral du Plan.
Art.130. § 1. De leden van het Planbureau en de personeelsleden van het Planbureau worden op de datum van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk aan het Federaal Planbureau overgedragen, bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, genomen op de gezamenlijke voordracht van de Eerste minister en de minister van Economische Zaken.
  Deze overdrachten worden niet beschouwd als een nieuwe benoeming.
  De Koning bepaalt de nadere regelen voor de overdracht van dit personeel.
  Zij behouden tenminste hun hoedanigheid, hun graad en hun administratieve en geldelijke anciënniteit. Ze behouden ook de toelagen, de vergoedingen of premies en andere voordelen waarvan zij bij het Planbureau het genot hadden, overeenkomstig de reglementering krachtens welke deze verleend werden.
  § 2. Het Federaal Planbureau treedt in de rechten en verplichtingen van de Staat die verbonden zijn met de werking van het Planbureau, dat werd opgericht door de wet van 15 juli 1970 houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie.
  De besluiten en maatregelen genomen ter uitvoering van voornoemde wet van 15 juli 1970 blijven van toepassing, zolang zij niet gewijzigd of opgeheven worden. De wijzigingen of opheffingen van de ter uitvoering van de wet van 15 juli 1970 genomen maatregelen mogen geen afbreuk doen aan de rechten van het personeel.
  § 3. De eigendom van de goederen die verbonden zijn met de werking van het Planbureau wordt, bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, aan het Federaal Planbureau overgedragen.
Art.130. § 1. Les membres du Bureau du Plan et les membres du personnel du Bureau du Plan, sont transférés à la date d'entrée en vigueur du présent chapitre, au Bureau fédéral du Plan, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, pris sur la proposition conjointe du Premier ministre et du ministre des Affaires économiques.
  Ces transferts ne constituent pas de nouvelles nominations.
  Le Roi détermine les modalités de transfert de ce personnel.
  Ils conservent au moins leur qualité, leur grade et leur ancienneté administrative et pécuniaire. Ils conservent également les allocations, les indemnités ou les primes et les autres avantages dont ils bénéficiaient au Bureau du Plan conformément à la réglementation qui les leur octroyait.
  § 2. Le Bureau fédéral du Plan est subrogé dans les droits et obligations de l'Etat, qui sont liés au fonctionnement du Bureau du Plan créé par la loi du 15 juillet 1970 portant organisation de la planification et de la décentralisation économique.
  Les arrêtés et mesures prises en exécution de la loi du 15 juillet 1970 précitée restent d'application aussi longtemps qu'ils ne sont pas modifiés ou abrogés. Les modifications ou abrogations des mesures prises en exécution de la loi du 15 juillet 1970 ne peuvent pas porter atteinte aux droits du personnel.
  § 3. La propriété des biens liés au fonctionnement du Bureau du Plan, est transférée au Bureau fédéral du Plan par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
Art.131. De artikelen 1 tot en met 8 van de wet van 15 juli 1970 houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie, evenals hoofdstuk I van de wet van 20 januari 1978 tot organisatie van de associatie der holdings bij de economische planning en tot wijziging van het statuut der portefeuillemaatschappijen, worden opgeheven voor wat betreft de federale Staat.
  In alle andere wets- en reglementsbepalingen waarin de woorden " het Planbureau " worden vermeld, dienen deze woorden te worden gelezen als " het Federaal Planbureau ".
Art.131. Les articles 1 à 8 de la loi du 15 juillet 1970 portant organisation de la planification et de la décentralisation économique ainsi que le chapitre I de la loi du 20 janvier 1978 organisant l'association des holdings à la planification économique et modifiant le statut des sociétés à portefeuille, sont abrogés en ce qui concerne l'Etat fédéral.
  Dans toutes les autres dispositions légales et réglementaires où figurent les mots " Bureau du Plan ", il y a lieu de lire les mots " le Bureau fédéral du plan ".
HOOFDSTUK V. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions modificatives et abrogatoires.
Art.132. In de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985, wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 2bis. - De gegevens die het Nationaal Instituut voor de statistiek in zijn bezit heeft voor zuiver statistische doeleinden, hetzij rechtstreeks ingezameld bij de aangevers krachtens de artikelen 1, 5, 9, 10 en 12 van deze wet, hetzij onrechtstreeks uit administratieve bestanden krachtens artikel 24bis, worden geregeld en beschermd door deze wet, ongeacht alle andersluidende wettelijke bepalingen. "
Art.132. Il est inséré dans la loi du 4 juillet 1962 relative à la statistique publique, modifiée par la loi du 1er août 1985, un article 2bis, rédigé comme suit :
  " Art. 2bis. - Les informations détenues par l'Institut national de statistique à des fins d'investigation purement statistique, relevées directement auprès des déclarants en vertu des articles 1, 5, 9, 10 et 12 de la présente loi ou indirectement dans des fichiers administratifs en vertu de l'article 24bis, sont régies et protégées par la présente loi, nonobstant toute disposition légale contraire. "
Art.133. Artikel 14, § 2, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De Koning regelt de samenstelling van het coördinatiecomité. Het omvat ten minste de voorzitter en de ondervoorzitter van de Hoge Raad van de statistiek alsmede de directeur-generaal van het Nationaal Instituut voor de statistiek.
  De Gewest- en Gemeenschapsregeringen zijn vertegenwoordigd in het comité volgens de nadere regelen bepaald in een samenwerkingsakkoord. "
Art.133. L'article 14, § 2, de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le Roi règle la composition du comité de coordination. Celui-ci comprend au moins le président et le vice-président du Conseil supérieur de statistique ainsi que le directeur général de l'Institut national de statistique.
  Les Gouvernements des régions et des communautés sont représentés au sein du comité, selon les modalités déterminées par un accord de coopération. "
Art.134. In artikel 20 van dezelfde wet worden de woorden " uit de personen bedoeld onder 1 van artikel 19 " vervangen door de woorden " uit de personeelsleden van het Nationaal Instituut voor de statistiek ".
Art.134. A l'article 20 de la même loi, les mots " parmi les personnes visées sous le 1 de l'article 19 " sont remplacés par les mots " parmi les agents de l'Institut national de statistique ".
Art.135. Artikel 22, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld met een 4°, luidende :
  " 4° hij die de verplichtingen of verbodsbepalingen betreffende de inzameling van statistische gegevens, opgelegd door een rechtsbepaling die rechtstreeks van toepassing is en uitgaat van een instelling van de Europese Unie, niet nakomt. "
Art.135. L'article 22, alinéa 1, de la même loi est complété par un 4°, rédigé comme suit :
  " 4° celui qui viole les obligations de faire ou de ne pas faire imposées, en matière de collecte de données statistiques, par un acte juridique directement applicable émanant d'un organe de l'Union européenne. "
HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE VI. - Entrée en vigueur.
Art.136. De artikelen 107 tot 135 treden in werking op 1 januari 1995.
Art.136. Les articles 107 à 135 entrent en vigueur le 1er janvier 1995.
TITEL IX. - DIVERSE BEPALINGEN.
TITRE IX. - DISPOSITIONS DIVERSES.
HOOFDSTUK I. - Justitie.
CHAPITRE I. - Justice.
Afdeling 1. - Krijgsgerechten.
Section 1. - Juridictions militaires.
Art.137. In het opschrift van hoofdstuk II van titel II van de wet van 15 juni 1899 houdende titels I en II van het Wetboek van strafrechtspleging voor het leger, worden de woorden " bestendige krijgsraden " vervangen door de woorden " De bestendige krijgsraad ".
Art.137. A l'intitulé du chapitre II du titre II de la loi du 15 juin 1899 comprenant les titres I et II du Code de procédure pénale militaire, les mots " conseils de guerre permanents " sont remplacés par les mots " Le conseil de guerre permanent ".
Art.138. Artikel 45 van de wet van 15 juni 1899 houdende titels I en II van het Wetboek van strafrechtspleging voor het leger, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 45. Voor heel het Koninkrijk is er één bestendige krijgsraad met zetel te Brussel.
  De bestendige krijgsraad kan zijn zittingen houden in heel het Koninkrijk en zelfs daarbuiten. "
Art.138. L'article 45 de la loi du 15 juin 1899 comprenant les titres I et II du Code de procédure pénale militaire, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 45. Il y a pour tout le Royaume un conseil de guerre permanent siégeant à Bruxelles.
  Le conseil de guerre permanent peut tenir ses audiences dans tout le Royaume et même en dehors de celui-ci. "
Art.139. In artikel 49 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, worden de woorden " bij de krijgsraden " vervangen door de woorden " bij de krijgsraad ";
  2° in § 1, tweede lid, worden de woorden " te Luik " geschrapt;
  3° in § 2, tweede lid, worden de woorden " van de krijgsauditoraten " vervangen door de woorden " van het krijgsauditoraat ";
  4° in § 2 worden het derde lid en de eerste zin van het vierde lid geschrapt;
  5° Paragraaf 2, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De helft van de burgerlijke leden van de krijgsraad en hun plaatsvervangers moeten door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het licentiaat in de rechten in de Nederlandse taal hebben afgelegd; de andere helft van die magistraten moeten door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het licentiaat in de rechten in de Franse taal hebben afgelegd. ";
  6° in § 3, eerste lid, worden de woorden " de burgerlijke leden van de krijgsraden " vervangen door de woorden " de burgerlijke leden van de krijgsraad ".
Art.139. A l'article 49 de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1, alinéa 1, les mots " aux conseil de guerre " sont remplacés par les mots " au conseil de guerre ";
  2° au § 1, alinéa 2, les mots " de Liège " sont supprimés;
  3° au § 2, alinéa 2, les mots " la moitié des magistrats des auditorats militaires " sont remplacés par les mots " la moitié des magistrats de l'auditorat militaire ";
  4° au § 2, l'alinéa 3 et la première phrase de l'alinéa 4 sont supprimés;
  5° le § 2 est complété par l'alinéa suivant :
  " La moitié des membres civils du conseil de guerre et leurs suppléants doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens de la licence en droit en langue néerlandaise; l'autre moitié de ces magistrats doivent justifier par leur diplôme qu'ils ont subi les examens de la licence en droit en langue française. ";
  6° au § 3, alinéa 1, les mots " les membres civils des conseils de guerre " sont remplacés par les mots " les membres civils du conseil de guerre ".
Art.140. In artikel 53, § 3, eerste lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, worden de woorden " en de krijgsraad " ingevoegd na de woorden " de hoven ".
Art.140. A l'article 53, § 3, alinéa 1, de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, les mots " et du conseil de guerre " sont insérés après les mots " à l'exception des cours ".
Art.141. In artikel 54, § 2, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) Na het eerste lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  " De hoofdgriffier van de krijgsraad moet het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse en de Franse taal. De helft van het aantal griffiers bij de krijgsraad moet het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands, de andere helft van de kennis van het Frans. Dat bewijs wordt geleverd hetzij overeenkomstig de bepalingen van artikel 55 van de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, gecoördineerd bij het besluit van de Regent van 31 december 1949, hetzij overeenkomstig § 6 van artikel 53. ";
  b) Het huidige tweede lid, waarin de woorden " te Luik " worden geschrapt, wordt het derde lid.
Art.141. A l'article 54, § 2, de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, sont apportées les modifications suivantes :
  a) Après l'alinéa 1 est inséré un alinéa nouveau, rédigé comme suit :
  " Le greffier en chef du conseil de guerre doit justifier de la connaissance de la langue française et de la langue néerlandaise. La moitié du nombre des greffiers au conseil de guerre doit justifier de la connaissance de la langue néerlandaise, l'autre moitié de la connaissance de la langue française. Cette justification est faite soit conformément aux dispositions de l'article 55 des lois sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires, coordonnées par l'arrêté du Régent du 31 décembre 1949, soit conformément au § 6 de l'article 53. ";
  b) L'actuel alinéa 2, où les mots " de Liège " sont supprimés, devient l'alinéa 3.
Art.142. In artikel 45bis van de wet van 15 juni 1899 houdende titels I en II van het Wetboek van strafrechtspleging voor het leger, worden de woorden " de bestendige krijgsraden " vervangen door de woorden " de bestendige krijgsraad ".
Art.142. A l'article 45bis de la loi du 15 juin 1899 comprenant les titres I et II du Code de procédure pénale militaire, les mots " les conseils de guerre permanents " sont remplacés par les mots " le conseil de guerre permanent ".
Art.143. Artikel 315 van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld als volgt :
  " Als een militair magistraat wordt benoemd of aangewezen bij het openbaar ministerie van de rechtbank van eerste aanleg of van de arbeidsrechtbank, heeft hij rang vanaf de datum van zijn benoeming of aanwijzing in die hoedanigheid bij de krijgsraad.
  Als een lid van de griffie van een krijgsraad wordt benoemd tot lid van de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, het vredegerecht of de politierechtbank, heeft hij rang vanaf de datum van zijn benoeming in die hoedanigheid bij dezelfde krijgsraad. "
Art.143. L'article 315 du Code judiciaire est complété par ce qui suit :
  " Lorsqu'un magistrat militaire est nommé ou désigné au ministère public du tribunal de première instance ou du tribunal du travail, il prend rang à la date de sa nomination ou de sa désignation en cette qualité au conseil de guerre.
  Lorsqu'un membre du greffe d'un conseil de guerre est nommé membre du greffe du tribunal de première instance, du tribunal du travail, du tribunal de commerce, de la justice de paix ou du tribunal de police, il prend rang à la date de sa nomination en cette qualité audit conseil de guerre. "
Art.144. De artiken 14 en 15 van de wet van 20 december 19368 tot wijziging van de wetten van 3 april 1953 inzake de gerechtlijke organisatie, van 15 juni 1899 houdende titel II van het Wetboek van strafrechtspleging voor het leger, en van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek, worden opgeheven.
Art.144. Les articles 14 et 15 de la loi du 20 décembre 1968 modifiant les lois du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, du 15 juin 1899 comprenant le titre II du Code de procédure pénale militaire, et du 10 octobre 1967 contenant le Code judiciaire, sont abrogés.
Art.145. De toepassing van de artikelen 137 tot 144 van deze wet kan geen afbreuk doen aan de wedden, weddeverhogingen, weddebijslagen en pensioenen van de magistraten, griffiers en personeel van de griffies van de krijgsgerechten die thans in functie zijn.
Art.145. L'application des articles 137 à 144 de la présente loi ne peut porter atteinte aux traitements, majorations et suppléments et traitement et pensions des magistrats, des greffiers et du personnel des greffes des juridictions militaires en fonction.
Art.146. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van de artikelen 137 tot 145 en ten laatste op 1 maart 1995.
Art.146. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur des articles 137 à 145 et au plus tard à la date du 1er mars 1995.
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op de politie- en inlichtingendiensten.
Section 2. - Modification de la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignements.
Art.147. In artikel 65, § 2, tweede lid, van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op de politie- en inlichtingendiensten, gewijzigd bij de wet van 15 december 1993, worden tussen de woorden " van een Vast Comité " en de woorden " wordt op verlof gesteld " de woorden " of tot hoofd van een Dienst enquêtes " ingevoegd.
Art.147. A l'article 65, § 2, alinéa 2, de la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignements, modifié par la loi du 15 décembre 1993, les mots " ou chef d'un Service d'enquêtes " sont insérés entre les mots " d'un Comité permanent " et les mots " est mis en congé ".
Afdeling 3. - Privé-leven.
Section 3. - Vie privée.
Art.148. In de artikelen 6, eerste lid, en 8, § 1, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, dienen de woorden " vastgestelde doeleinden ingevolge de wet " te worden geïnterpreteerd als de machtiging die aan de Koning wordt gegeven om de doeleinden en de omstandigheden vast te stellen binnen welke de persoonsgegevens mogen worden verwerkt, overeenkomstig de andere bepalingen van de wet van 8 december 1992.
Art.148. Aux articles 6, alinéa 1, et 8, § 1, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, les mots " fins déterminées en vertu de la loi " doivent être interprétés comme constituant une habilitation donnée au Roi pour déterminer les objectifs en vue desquels et les circonstances dans lesquelles les données à caractère personnel peuvent être traitées, conformément aux autres dispositions de la loi du 8 décembre 1992.
Afdeling 4. - Strafregister - Informatisering.
Section 4. - Casier judiciaire - Informatisation.
Art.149. Artikel 7, 2° van het Kieswetboek van 12 april 1894, gewijzigd bij artikel 4 van de wet van 5 juli 1976, wordt vervangen als volgt :
  " 2° Zij die tot een gevangenisstraf van meer dan vier maanden zijn veroordeeld, met uitsluiting van degenen die veroordeeld zijn op grond van de artikelen 419 en 420 van het Strafwetboek.
  De onbekwaamheid duurt zes jaar wanneer de straf meer dan vier maanden tot minder dan drie jaar bedraagt en twaalf jaar wanneer de straf ten minste drie jaar bedraagt. "
Art.149. L'article 7, 2°, du Code électoral du 12 avril 1894, modifié par l'article 4 de la loi du 5 juillet 1976, est remplacé par ce qui suit :
  " 2° Ceux qui ont été condamnés à une peine d'emprisonnement de plus de quatre mois, à l'exception de ceux qui ont été condamnés sur la base des articles 419 et 420 du Code pénal.
  La durée de l'incapacité est de six ans si la peine est de plus de quatre mis à moins de trois ans, et de douze ans si la peine est de trois ans au moins. "
Art.150. Artikel 15, § 1, 3° en 4°, van de gecoördineerde dienstplichtwetten van 30 april 1962, wordt vervangen als volgt :
  " 3° hij die tot een gevangenisstraf van meer dan vier maanden is veroordeeld wegens een als misdaad of poging tot misdaad gekwalificeerd feit, of wegens alle wanbedrijven omschreven bij de artikelen 373, 377, 379 tot 381, 383 tot 386, 463, 464, 466, 491, 493, 494 en 496 van het Strafwetboek;
  4° hij die tot een gevangenisstraf van meer dan vier maanden is veroordeeld. "
Art.150. Les 3° et 4° de l'article 15, § 1, des lois coordonnées sur la milice du 30 avril 1962 sont remplacés par ce qui suit :
  " 3° celui qui a été condamné à une peine de plus de quatre mois d'emprisonnement, du chef d'un fait qualifié crime ou tentative de crime ou du chef de tous délits prévus aux articles 373, 377, 379 à 381, 383 à 386, 463, 464, 466, 491, 493, 494 et 496 du Code pénal;
  4° celui qui a été condamné à une peine de plus de quatre mois d'emprisonnement. "
Art.151. Artikel 24, § 1, 2° en 3°, van de wetten houdende het statuut van de gewetensbezwaarden, gecoördineerd op 20 februari 1980, gewijzigd bij de wet van 20 april 1989, wordt vervangen als volgt :
  " 2° hij die tot een gevangenisstraf van meer dan vier maanden is veroordeeld wegens een als misdaad of poging tot misdaad gekwalificeerd feit, of wegens alle wanbedrijven omschreven bij de artikelen 373, 377, 379 tot 381, 383 tot 386, 463, 464, 466, 491, 493, 494 en 496 van het Strafwetboek;
  3° hij die tot een gevangenisstraf van meer dan vier maanden is veroordeeld. "
Art.151. Les 2° et 3° de l'article 24, § 1, des lois portant le statut des objecteurs de conscience, coordonnées le 20 février 1980, modifiées par la loi du 20 avril 1989, sont remplacés par ce qui suit :
  " 2° celui qui a été condamné à une peine de plus de quatre mois d'emprisonnement, du chef d'un fait qualifié crime ou tentative de crime ou du chef de tous délits prévus aux articles 373, 377, 379 à 381, à 386, 463, 464, 466, 491, 493, 494 et 496 du Code pénal;
  3° celui qui a été condamné à une peine de plus de quatre mois d'emprisonnement. "
HOOFDSTUK II. - Binnenlandse Zaken.
CHAPITRE II. - Intérieur.
Afdeling 1. - Wijziging van de nieuwe gemeentewet.
Section 1. - Modification de la nouvelle loi communale.
Art.152. In artikel 140 van de nieuwe gemeentewet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het derde en het vierde lid wordt het volgende lid ingevoegd :
  " Voor de bijdrage in de wedde gebeurt die inhouding bij wijze van maandelijkse voorschotten, op de door de Koning bepaalde wijze ";
  2° in het laatste lid wordt het woord " voorschotten " vervangen door het woord " uitgaven ".
Art.152. A l'article 140 de la nouvelle loi communale, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 3 et 4 :
  " Pour la contribution au traitement, cette retenue s'effectue au moyen d'avances mensuelles, de la manière fixée par le Roi ";
  2° dans le dernier alinéa le mot " débours " est remplacé par le mot " dépenses ".
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, de wet van 6 augustus 1993 houdende sociale en diverse bepalingen, en de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.
Section 2. - Modification de la loi du 1er août 1985 portant dispositions sociales, de la loi du 6 août 1993 portant des dispositions sociales et diverses, et de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales.
Art.153. Artikel 69 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, wordt aangevuld als volgt :
  " De Koning stelt bovendien de voorwaarden vast waaronder de minister van Binnenlandse Zaken, binnen de grenzen van de daartoe beschikbare kredieten, een toelage toekent aan de lokale besturen voor de opleiding van de gemeentelijke politieagenten en voor de coördinatie van de politietaken, ook samen met andere politiediensten.
  Wanneer de toelage dient om de opleiding van gemeentelijke politieagenten te financieren, kan zij eveneens worden toegekend aan de erkende trainings- en opleidingscentra. "
Art.153. L'article 69 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales, est complété comme suit :
  " Le Roi détermine en outre les conditions auxquelles le ministre de l'Intérieur octroie aux autorités locales, dans la limite des crédits disponibles à cet effet, une allocation pour la formation des policiers communaux et pour la coordination des tâches de police, y compris avec d'autres services de police.
  Lorsqu'elle est destinée à financer la formation des policiers communaux, l'allocation peut également être octroyée aux centres d'entraînement et d'instruction agréés. "
Art.154. Artikel 1, § 2quater, eerste lid, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, ingevoegd bij de wet van 30 maart 1994, wordt aangevuld als volgt :
  " , voor de verwezenlijking van de initiatieven inzake criminaliteitspreventie, voor de werving en de opleiding van de gemeentelijke politieagenten en voor het uitwerken van maatregelen tot coördinatie van de politietaken.
  Wanneer de toelage dient om de opleiding van gemeentelijke politieagenten te financieren, kan zij eveneens worden toegekend aan de erkende trainings- en opleidingscentra. "
Art.154. L'article 1, § 2quater, alinéa 1, de la loi du 1er août 1985 portant dispositions sociales, inséré par la loi du 30 mars 1994, est complété comme suit :
  " , pour la réalisation d'initiatives relatives à la prévention de la criminalité, pour le recrutement et la formation des policiers communaux et pour la mise en place de mesures de coordination des tâches policières.
  Lorsqu'elle est destinée à financer la formation des policiers communaux, l'allocation peut également être octroyée aux centres d'entraînement et d'instruction agréés. "
Art.155. Artikel 68 van de wet van 6 augustus 1993 houdende sociale en diverse bepalingen, wordt opgeheven.
Art.155. L'article 68 de la loi du 6 août 1993 portant des dispositions sociales et diverses, est abrogé.
HOOFDSTUK III. - Ambtenarenzaken.
CHAPITRE III. - Fonction publique.
Afdeling 1. - Wijziging van de wet inzake ambtenarenzaken.
Section 1. - Modification de la loi sur la fonction publique.
Art.156. In artikel 9, eerste lid, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, worden de woorden " de secretaris-generaal van het ministerie van Ambtenarenzaken " ingevoegd tussen de woorden " de vaste wervingssecretaris " en de woorden " de administrateur-generaal van de Dienst van Algemeen Bestuur ".
Art.156. A l'article 9, alinéa 1, de la loi du 22 juillet 1993 portant certaines mesures en matière de fonction publique, les mots " le secrétaire général du Ministère de la Fonction publique " sont insérés entre les mots " le secrétaire permanent au recrutement " et les mots " l'administrateur général du Service d'administration générale. "
Art.157. In artikel 13 van dezelfde wet wordt het tweede streepje vervangen als volgt :
  " - ofwel het bezigen van de vastbenoemde en stagedoende personeelsleden in hun overheidsdienst of in een andere overheidsdienst dan die waartoe ze behoren. "
Art.157. A l'article 13 de la même loi, le second tiret est remplacé par ce qui suit :
  " - soit l'utilisation des membres du personnel statutaire et stagiaire dans leur service public ou dans un service public autre que celui auquel ils appartiennent. "
Art.158. Artikel 14, tweede lid, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt :
  " De betrekking waarin de personeelsleden kunnen worden gebezigd, moet definitief vacant zijn of een betrekking zijn voorzien door het koninklijk besluit vermeld in artikel 4, § 4, op voorwaarde dat dit koninklijk besluit niet voorziet in de toekenning van een premie ter uitvoering van artikel 94 van de programmawet van 30 december 1988. "
Art.158. L'article 14, alinéa 2, de la même loi, est remplacé par ce qui suit :
  " L'emploi dans lequel les membres du personnel peuvent être utilisés doit, soit être définitivement vacant, soit être un emploi prévu par l'arrêté royal visé à l'article 4, § 4, à condition que cet arrêté royal ne prévoie pas l'octroi d'une prime en exécution de 1988. "
Afdeling 2. - Loonmatiging in de overheidssector.
Section 2. - Modération salariale dans le secteur public.
Art.159. De akkoorden die moeten worden gesloten ter uitvoering van het protocol nr. 59/1 van 13 juni 1991 van het Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten, betreffende het intersectorieel akkoord van sociale programmatie voor de jaren 1991-1994 kunnen tot na de datum van 31 december 1994 worden gesloten.
  De assimilatieprocedure bedoeld in artikel 5, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij artikel 90 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, is voor de in het eerste lid bedoelde akkoorden niet vereist.
Art.159. Les accords à prendre en exécution du protocole n° 59/1 du 13 juin 1991 du Comité commun à l'ensemble des services publics, concernant l'accord intersectoriel de programmation sociale pour les années 1991-1994, peuvent être conclus au-delà de la date du 31 décembre 1994.
  La procédure d'assimilation visée à l'article 5, § 2, alinéa 2, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, confirmé par l'article 90 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales, n'est pas requise pour les accords visés à l'alinéa 1.
Afdeling 3. - In-de-plaatsstelling inzake door de Staat gedragen kosten.
Section 3. - Subrogation en matière de frais supportés par l'Etat.
Art.160. (§ 1.) De Staat treedt van rechtswege in de rechten en vorderingen van de begunstigden ten opzichte van aansprakelijke derden die ten laste van de Staat zijn uitgegeven, voor geneeskundige kosten, voor de wedden, toelagen en vergoedingen die ten gunste van het personeelslid voorgeschoten zijn tijdens de periode van afwezigheid om gezondheidsredenen die het gevolg is van de schadeverwekkende handeling en voor alle andere door de Staat gedragen kosten.
  Deze in-de-plaatsstelling geldt voor het geheel der bedragen die, krachtens de Belgische of vreemde wetgeving, verschuldigd zijn als gehele of gedeeltelijke vergoeding van de schade die het personeelslid door toedoen van de aansprakelijke derden, opgelopen heeft.
  (§ 2. § 1 is van toepassing op het geheel van de federale overheidsdiensten, ongeacht zij al dan niet rechtspersoonlijkheid bezitten.) <W 1995-12-20/31, art. 74, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Art.160. (§ 1.) L'Etat est subrogé de plein droit dans les droits et actions des bénéficiaires à l'égard de tiers responsables, à concurrence des montants dépensés à charge de l'Etat, pour les frais médicaux, pour les traitements, allocations et indemnités déboursés en faveur du membre du personnel pendant la période d'absence pour motif de santé qui résulte de l'acte dommageable et pour les autres frais supportés par l'Etat.
  Cette subrogation vaut pour la totalité des sommes qui sont dues en vertu de la législation belge ou étrangère, en réparation totale ou partielle des dommages causés au membre du personnel par les tiers responsables.
  (§ 2. Le § 1er est applicable à l'ensemble des services publics fédéraux, qu'ils soient ou non dotés de la personnalité juridique.) <L 1995-12-20/31, art. 74, 003; En vigueur : 01-01-1995>
Afdeling 4. - Betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden.
Section 4. - Relations entre les autorités publiques et les syndicats.
Art.161. In artikel 1 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, gewijzigd bij de wetten van 20 juni 1975, 19 juli 1983, 6 juli 1989, 21 maart 1991 en 22 juli 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, 3°, worden de woorden " bedoeld in de artikelen 108, 108bis en 108ter van de Grondwet " vervangen door de woorden " bedoeld in de artikelen 162 en 165 van de Grondwet ";
  2° § 1 wordt aangevuld met een 6°, luidende :
  " 6° instellingen bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993 ";
  3° in § 2, 1°, worden de woorden " personeel van de diensten van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat, en leden en personeel van het Rekenhof " vervangen door de woorden
  " personeel van de diensten van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat, leden en personeel van het Rekenhof, en leden, griffiers en personeel van het Vast Comité van toezicht op de politiediensten en van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingendiensten alsmede het hoofd, de leden en het pesoneel van de aan elk van die Comités verbonden Dienst enquêtes, bedoeld in de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten ";
  4° § 2, 8°, wordt opgeheven;
  5° in § 3, 2°, worden de woorden " de Nationale Maatschappij van buurtspoorwegen " geschrapt.
Art.161. A l'article 1 de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités, modifié par les lois des 20 juin 1975, 19 juillet 1983, 6 juillet 1989, 21 mars 1991 et 22 juillet 1993, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 1, 3°, les mots " visés aux articles 108, 108bis et 108ter de la Constitution " sont remplacés par les mots " visés aux articles 162 et 165 de la Constitution ";
  2° le § 1 est complété par un 6°, rédigé comme suit :
  " 6° des institutions visées à l'article 60 de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux Institutions bruxelloises, modifié par la loi spéciale du 16 juillet 1993 ";
  3° au § 2, 1°, les mots " au personnel des services de la Chambre des représentants et du Sénat, ni aux membres de la Cour des comptes ainsi qu'a son personnel " sont remplacés par les mots
  " au personnel des services de la Chambre des représentants et du Sénat, aux membres et au personnel de la Cour des comptes, et aux membres, greffiers et personnel du Comité permanent de contrôle des services de police et du Comité permanent de contrôle des services de renseignements ainsi qu'aux chef, membres et personnel du Service d'enquêtes attaché à chacun de ces Comités, visés par la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignements ";
  4° le § 2, 8°, est abrogé;
  5° le § 3, 2°, est abrogé.
Afdeling 5. - Uitzendarbeid.
Section 5. - Travail intérimaire.
Art.162. In artikel 48 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, worden de woorden " voorwaarden en regels " ingevoegd tussen de woorden " andere procedures " en de woorden " vastleggen dan deze bedoeld bij de artikelen 1 en 32 van deze wet ".
Art.162. A l'article 48 de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs, les mots " conditions et modalités " sont insérés entre les mots " d'autres procédures " et les mots " que celles prévues aux articles 1 et 32 de la présente loi ".
Art.163. In de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, wordt een artikel 75bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 75bis. De inwerkingtreding van artikel 75 wordt verdaagd tot de datum waarop de Koning de in artikel 48 van voormelde wet van 24 juli 1987 bedoelde procedures, voorwaarden en regels zal hebben vastgesteld. "
Art.163. Il est inséré dans la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales un article 75bis, rédigé comme suit :
  " Art. 75bis. L'entrée en vigueur de l'article 75 est différée à la date à laquelle le Roi aura fixé les procédures, conditions et modalités visées à l'article 48 de la loi du 24 juillet 1987 précitée. "
Art.164. De overeenkomsten die afgesloten zouden zijn op grond van artikel 75 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen en waarvan de uitvoering aan de gang is op de datum waarop deze wet in werking treedt, hebben uitwerking tot aan het einde van de vervanging waarvan in die overeenkomsten sprake is.
Art.164. Les contrats qui auraient été conclus sur la base de l'article 75 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales et qui sont en cours d'exécution à la date d'entrée en vigueur de la présente loi, produisent leurs effets jusqu'au terme du remplacement assuré par lesdits contrats.
Afdeling 6. - Diverse wijzigings- en opheffingsbepalingen.
Section 6. - Dispositions modificatives et abrogatoires diverses.
Art.165. In artikel 159, eerste lid, van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen, worden de woorden " die behoort tot de Diensten van de Eerste minister " vervangen door de woorden " die behoort tot het ministerie van Ambtenarenzaken ".
Art.165. A l'article 159, alinéa 1, de la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses, les mots " appartenant aux Services du Premier ministre sont remplacés par les mots " appartenant au ministère de la Fonction publique ".
Art.166. Opgeheven worden :
  1° de wetten van 3 augustus 1919 en 27 mei 1947 tot verzekering van de wederopneming der gemobiliseerde Belgen in hun bediening en tot toekenning aan de oorlogsinvaliden, oudstrijders, leden van de weerstand, politieke gevangenen, oorlogsweduwen en -wezen, gedeporteerden, arbeidsweigeraars en andere slachtoffers van de oorlogen 1914-1918 en 1940-1945 van een prioriteitsrecht voor de toegang tot de openbare betrekkingen, zoals gecoördineerd bij het besluit van de Regent van 19 juni 1947, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1957, 1 december 1969, 12 december 1983 en 22 december 1989, het koninklijk besluit nr. 103 van 20 oktober 1982 en de koninklijke besluiten van 27 juni 1962 en 12 april 1965;
  2° de artikelen 3, 4 en 7 van het koninklijk besluit nr. 4 van 28 januari 1953 waarbij verschillende in oorlogstijd geldende wetsbepalinen op de leden van het expeditiekorps van Korea van toepassing worden verklaard;
  3° artikel 6 van de wetten betreffende het personeel van Afrika, gecoördineerd op 21 mei 1964, gewijzigd bij de wetten van 2 april 1965 en 22 juli 1969 en het koninklijk besluit nr. 103 van 20 oktober 1982;
  4° het koninklijk besluit nr. 3 van 18 april 1967 ter bevordering van een gemakkelijke werving, in overheidsdienst, van personen ontslagen wegens geheel of gedeeltelijke sluiting van steenkolenmijnen, gewijzigd bij de wet van 4 juni 1970 en het koninklijk besluit van 28 juli 1969;
  5° (opgeheven) <W 1995-12-20/31, art. 75, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  6° artikel 33 van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de krijgsmacht;
  7° artikel 21, § 2, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen.
Art.166. Sont abrogés :
  1° les lois du 3 août 1919 et du 27 mai 1947 assurant la réintégration des Belges mobilisés dans les fonctions et emplois publics et accordant aux invalides de guerre, anciens combattants, membres de la résistance, prisonniers politiques, veuves et orphelins de guerre, déportes, réfractaires au travail et autres victimes de la guerre 1914-1948 et 1940-1945, des droits de priorité pour l'accession aux emplois publics, coordonnées par l'arrêté du Régent du 19 juin 1947, modifié par les lois du 20 décembre 1957, 1er décembre 1969, 12 décembre 1983 et 22 décembre 1989, l'arrêté royal n° 103 du 20 octobre 1982 et les arrêtés royaux du 27 juin 1962 et 12 avril 1965;
  2° les articles 3, 4 et 7 de l'arrêté royal n° 4 du 28 janvier 1953 rendant applicables aux membres du corps expéditionnaires pour la Corée diverses dispositions légales du temps de guerre;
  3° l'article 6 des lois relatives au personnel d'Afrique, coordonnées le 21 mai 1964, modifiées par les lois du 2 avril 1965 et 22 juillet 1969 et l'arrêté royal n° 103 du 20 octobre 1982;
  4° l'arrêté royal n° 3 du 18 avril 1967 facilitant le recrutement ou l'engagement, dans les services publics, de personnes licenciées à la suite de la fermeture totale ou partielle des charbonnages, modifié par la loi du 4 juin 1970 et l'arrêté royal du 28 juillet 1969;
  5° (abrogé) <L 1995-12-20/31, art. 75, 003; En vigueur : 01-01-1995>
  6° l'article 33 de la loi du 13 juillet 1976 relative aux effectifs en officiers et aux statuts du personnel des forces armées;
  7° l'article 21, § 2, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions fiscales et autres.
HOOFDSTUK IV. - Financiën.
CHAPITRE IV. - Finances.
Afdeling 1. - Verlenging en uitbreiding van de bevoegdheden van de Koning inzake de verkoop van activa.
Section 1. - Prorogation et extension des compétences du Roi en matière de vente d'actifs.
Art.167. In artikel 98, in fine, van de wet van 22 juli 1993 houdende fiscale en financiële bepalingen, worden de woorden " Nationale Maatschappij voor krediet aan de nijverheid, het Centraal Bureau voor hypothecair krediet en de Nationale Investeringsmaatschappij " vervangen door de woorden " Nationale Maatschappij voor krediet aan de nijverheid en het Centraal Bureau voor hypothecair krediet ".
Art.167. A l'article 98, in fine, de la loi du 22 juillet 1993 portant des dispositions fiscales et financières, les termes " Société nationale de crédit à l'industrie, de l'Office central de crédit hypothécaire et de la Société nationale d'investissement " sont remplacés par les termes " Société nationale de crédit à l'industrie et Office central de crédit hypothécaire ".
Art.168. Artikel 99 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 99. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de Algemene Spaar- en Lijfrentekas-Holding gelasten aan elke Belgische of buitenlandse natuurlijke of rechtspersoon in een of meer schijven alle of een deel van de deelnemingen over te dragen die zij bezit in het maatschappelijk kapitaal van het Nationaal Instituut voor landbouwkrediet en de Nationale Kas voor beroepskrediet, alsmede in iedere andere vennootschap of instelling, waarvan de overdracht toegelaten is door artikel 98 of door een bepaling met gelijkaardige draagwijdte en waarvan de Staat vooraf zijn deelneming heeft overgedragen aan de Algemene Spaar- en Lijfrentekas-Holding. "
Art.168. L'article 99 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 99. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, prescrire à la Caisse générale d'épargne et de retraite-Holding, la cession à toute personne physique ou morale, belge ou étrangère, en une ou plusieurs fois, de tout ou partie des participations qu'elle détient dans le capital social de l'Institut national du crédit agricole et de la Caisse nationale de crédit professionnel, ainsi que dans toute autre société ou institution, dont la cession est autorisée par l'article 98 ou une disposition de portée similaire et dont l'Etat aura préalablement transféré sa participation à la Caisse générale d'épargne et de retraite-Holding. "
Art.169. Met het oog op de voorbereiding en de totstandbrenging van de in de artikelen 98 en 99 van de wet van 22 juli 1993 houdende fiscale en financiële bepalingen, bepaalde overdrachten, kan de Koning, bij in Ministerraad overlegde besluiten :
  1° de regelen vastleggen ter voorbereiding en voor de totstandkoming van de nodige verrichtingen, met inbegrip van :
  a) de overdrachten of omwisselingen van schuldvorderingen, roerende waarden of verhandelbare rechten en de overdrachten van overeenkomsten, alsook alle vormen van overdracht in het kader van een verrichting van effectisering;
  b) elke afschaffing van bestaande waarborgen of oprichting van nieuwe waarborgsystemen door de Staat voor de verrichtingen van voornoemde entiteiten;
  c) de afstand van het voorkeurrecht van de aandeelhouders of obligatiehouders in geval van :
  - kapitaalverhoging,
  - inschrijving op een converteerbare lening,
  - inschrijving op een lening met inschrijvingsrecht;
  d) de kapitaalverhogingen tegen inbreng van schuldvorderingen, roerende waarden of verhandelbare rechten;
  e) alle fusies of splitsingen, inbrengen of overdrachten van een bedrijfstak of een algemeenheid van goederen, inbreng of overdracht van een portefeuille van schuldvorderingen, al dan niet in het kader van een verrichting die aanleiding geeft tot de uitgifte van verhandelbare effecten;
  f) de uitgifte van obligaties, converteerbare obligaties, omwisselbare obligaties of inschrijvingsrechten en van al dan niet stemrecht verlenende verhandelbare rechten of roerende waarden die al dan niet het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen;
  g) elke ontbinding of vereffening van de openbare financiële instellingen vermeld in artikel 99 van voornoemde wet van 22 juli 1993, alsook van hun publiekrechtelijke dochters of kleindochters en alle publiekrechtelijke vennootschappen waarin zij rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen bezitten;
  h) iedere oprichting of deelneming in de hoedanigheid van oprichter van vennootschappen of entiteiten met het oog op de latere overdracht van de effecten;
  2° de bepalingen wijzigen betreffende de benaming, oprichting, organisatie, taak, werkwijze, financiering, controle, ontbinding en vereffening van de openbare financiële instellingen vermeld in de artikelen 98 en 99 van voornoemde wet van 22 juli 1993, alsook van hun publiekrechtelijke dochters of kleindochters en van alle publiekrechtelijke vennootschappen waarin zij rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen bezitten, alsmede alle vormen en modaliteiten van erkenning van vennootschappen, werkzaam in de kredietsector, door de openbare financiële instellingen bedoeld in de artikelen 98 en 99.
Art.169. En vue de la préparation et de la réalisation des cessions prévues par les articles 98 et 99 de la loi du 22 juillet 1993 portant des dispositions fiscales et financières, le Roi peut, par arrêtés délibérés en Conseil des ministres :
  1° régler les modalités préparatoires et de réalisation des opérations nécessaires, en ce compris :
  a) des cessions ou échanges de créances, valeurs mobilières ou droits négociables et des transferts de contrat, ainsi que de toutes formes de cession dans le cadre d'une opération de titrisation;
  b) toute suppression des garanties existantes ou création de systèmes de garantie nouveaux par l'Etat pour les opérations des entités précitées;
  c) la renonciation au droit de préférence des actionnaires ou obligataires en cas :
  - d'augmentation de capital;
  - de souscription d'un emprunt convertible;
  - de souscription d'un emprunt avec droit de souscription;
  d) des augmentations de capital contre apport de créances, valeurs mobilières ou droits négociables;
  e) toutes fusions ou scissions, apports ou cessions de branche d'activité ou d'universalité, apport ou cession de portefeuille de créances, dans le cadre ou non d'une opération donnant lieu à l'émission d'effets négociables;
  f) l'émission d'obligations, d'obligations convertibles, d'obligations échangeables ou droits de souscription et de tous droits négociables ou valeurs mobilières, avec ou sans droit de vote, représentatifs ou non du capital social;
  g) toute dissolution ou liquidation des institutions publiques financières visées à l'article 99 de la loi du 22 juillet 1993 précitée, ainsi que de leurs filiales ou sous-filiales de droit public et de toutes sociétés de droit public dans lesquelles elles détiennent des participations directes ou indirectes;
  h) toute constitution ou participation en qualité de fondateur de sociétés ou entités en vue du transfert ultérieur de ses titres;
  2° modifier les dispositions relatives à la dénomination, la création, l'organisation, les missions, le fonctionnement, le financement, le contrôle, la dissolution et la liquidation des institutions publiques financières visées aux articles 98 et 99 de la loi du 22 juillet 1993 précitée, ainsi que leurs filiales et sous-filiales de droit public et de toutes sociétés de droit public dans lesquelles elles détiennent des participations directes ou indirectes ainsi que toutes formes et modalités d'agrément de sociétés opérant dans le secteur du crédit par les institutions publiques financières visées aux articles 98 et 99.
Art.170. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, en teneinde de markt van het hypothecaire krediet op een meer efficiënte wijze te organiseren en de overdracht voorzien in artikel 98 van bovengenoemde wet van 22 juli 1993 voor te bereiden, het koninklijk besluit nr. 225 van 7 januari 1936 tot reglementering van de hypothecaire leningen en tot inrichting van de controle op de ondernemingen van hypothecaire leningen, bevestigd door de wet van 4 mei 1936, de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en het koninklijk besluit nr. 226 van 7 januari 1936 houdende instelling van een Centraal Bureau voor hypothecair krediet, bevestigd door de wet van 4 mei 1936, wijzigen en coördineren, met inbegrip van de oprichting van nieuwe instellingen van organisatie of van toezicht en de afschaffing van de bestaande waarborgen of de oprichting van nieuwe waarborgsystemen door de Staat voor de verrichtingen van de betrokken entiteiten.
Art.170. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, et aux fins d'organiser de manière plus efficiente le marché du crédit hypothécaire et de préparer la cession prévue à l'article 98 de la loi du 22 juillet 1993 précitée, modifier et coordonner l'arrêté royal n° 225 du 7 janvier 1936 réglementant les prêts hypothécaires et organisant le contrôle des entreprises de prêts hypothécaires, confirmé par la loi du 4 mai 1936, la loi du 4 août 1992 relative au crédit hypothécaire, la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, et l'arrêté royal n° 226 du 7 janvier 1936 instituant un Office central de crédit hypothécaire, confirmé par la loi du 4 mai 1936, en ce compris par la création d'institutions nouvelles d'organisation ou de contrôle et par la suppression des garanties existantes ou la création de systèmes de garantie nouveaux par l'Etat des opérations des entités concernées.
Art.171. De Koning kan, bij een in Ministerraard overlegd besluit, de wet van 17 juni 1991 tot organisatie van de openbare kredietsector en van het bezit van de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen, coördineren en, teneinde over te gaan tot de aanpassing van de organisatie van de openbare kredietsector in het kader van de reeds verwezenlijkte of nog uit te voeren overdrachten van deelnemingen in bepaalde openbare kredietinstellingen of privaatrechtelijke financiële vennootschappen, dezelfde wet wijzigen.
Art.171. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, coordonner la loi du 17 juin 1991 portant organisation du secteur public du crédit et de la détention des participations du secteur public dans certaines sociétés financières de droit privé et, aux fins de procéder au réaménagement de l'organisation du secteur public du crédit dans le cadre des cessions de participations dans certains établissements publics de crédit ou sociétés financières de droit privé déjà réalisées ou encore à intervenir, modifier la même loi.
Art.172. § 1. De bij de artikelen 169 tot 171 aan de Koning verleende bevoegdheden vervallen op 31 juli 1995.
  § 2. De krachtens deze bevoegdheden genomen besluiten kunnen de geldende wetsbepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen en vervangen of ervan afwijken.
  § 3. Wanneer de bij deze wet verleende bevoegdheden zijn vervallen, kunnen deze besluiten enkel bij wet worden opgeheven, aangevuld, gewijzigd of vervangen.
  § 4. De ontwerpbesluiten bedoeld in de artikelen 169 tot 171 worden besproken in een verslag aan de Koning en voor advies voorgelegd aan de afdeling wetgeving van de Raad van State.
  De met toepassing van de artikelen 169 tot 171 genomen koninklijke besluiten zullen onverwijld aan de wetgevende Kamers worden medegedeeld.
Art.172. § 1. Les pouvoirs accordés au Roi par les articles 169 à 171 expirent le 31 juillet 1995.
  § 2. Les arrêtés pris en vertu de ces pouvoirs peuvent abroger, compléter, modifier et remplacer les dispositions légales en vigueur ou y déroger.
  § 3. Après l'expiration des pouvoirs attribués par la présente loi, ces arrêtés ne peuvent être abrogés, complétés, modifiés ou remplacés que par une loi.
  § 4. Les projets d'arrêtés visés aux articles 169 à 171 font l'objet d'un rapport au Roi et sont soumis à l'avis de la section de législation du Conseil d'Etat.
  Les arrêtés royaux pris en exécution des articles 169 à 171 seront communiqués sans délai aux Chambres législatives.
Afdeling 2. - Opheffing van artikel 86 van de wet van 6 augustus 1993 houdende sociale en diverse bepalingen.
Section 2. - Abrogation de l'article 86 de la loi du 6 août 1993 portant des dispositions sociales et diverses.
Art.173. Artikel 86 van de wet van 6 augustus 1993 houdende sociale en diverse bepalingen, wordt opgeheven.
Art.173. L'article 86 de la loi du 6 août 1993 portant des dispositions sociales et diverses est abrogé.
Afdeling 3. - Wijziging van ee regeling voor euro-obligaties.
Section 3. - Modification de la réglementation applicable aux euro-obligations.
Art.174. Artikel 34, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten, ingevoegd bij de wet van 4 december 1990 en gewijzigd bij de wet van 22 maart 1993, wordt vervangen als volgt :
  " Onder euro-obligaties wordt verstaan, de obligaties, kasbons en andere leningsbewijzen die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° de emissie waarvan ze deel uitmaken, overschrijdt een door de Koning vast te stellen bedrag;
  2° ze worden vast overgenomen en geplaatst door een syndicaat van tenminste vier niet verbonden leden die elk hun zetel hebben in een verschillende Staat. De Koning kan dit aantal herzien rekening houdend met de evolutie van de markt;
  3° ze worden voor een aanzienlijk deel aangeboden in meerdere Staten andere dan die van de zetel van de uitgevende instelling onder voorwaarden die zowel institutionele als privé-beleggers kunnen interesseren;
  4° ze kunnen alleen worden onderschreven of in eerste instantie alleen worden gekocht door of door bemiddeling van een kredietinstelling of een beursvennootschap;
  5° de uitgevende instelling heeft zich ertoe verbonden hun opneming aan te vragen in de officiële notering van een effectenbeurs van de Europese Gemeenschap (ofwel van een effectenbeurs van buiten de Europese Gemeenschap waar gelijkaardige toelatingsvoorwaarden van toepassing zijn als die bepaald in richtlijn 79/279/EEG van de Raad van 5 maart 1979 tot coördinatie van de voorwaarden voor de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs);
  6° een afdoende informatie die beantwoordt aan de gangbare internationale marktpraktijk, moet op het ogenblik van de uitgifte ter beschikking zijn van de beleggers. "
Art.174. L'article 34, § 1, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 185 du 9 juillet 1935 sur le contrôle des banques et le régime des émissions de titres et valeurs, inséré par la loi du 4 décembre 1990 et modifié par la loi du 22 mars 1993, est remplacé par ce qui suit :
  " Par euro-obligations, on entend les obligations, bons de caisse et autres titres d'emprunt qui remplissent simultanément les conditions suivantes :
  1° l'émission dont ils font partie excède un montant à déterminer par le Roi;
  2° ils sont pris ferme et distribués par un syndicat composé d'au moins quatre membres non liés et ayant chacun leur siège dans un Etat diffèrent. Le Roi peut revoir ce nombre en fonction de l'évolution de la pratique du marché;
  3° ils sont offerts de façon significative dans plusieurs Etats autres que celui du siège de l'émetteur, à des conditions susceptibles d'intéresser des investisseurs privés et institutionnels;
  4° ils ne peuvent être souscrits ou initialement acquis que par un établissement de crédit ou par une société de bourse, ou par leur intermédiaire;
  5° l'émetteur s'est engagé à demander leur inscription à la cote officielle d'une bourse de valeurs mobilières de la Communauté européenne (ou d'une bourse de valeurs mobilières, située en dehors de la Communauté européenne, dont les conditions d'admission sont équivalents à celles prévues par la directive 79/279/CEE du Conseil du 5 mars 1979 portant coordination des conditions d'admission de valeurs mobilières à la cote officielle d'une bourse de valeurs);
  6° une information conforme aux usages en vigueur sur les marchés internationaux de capitaux est mise à disposition des épargnants, au montant de l'émission. "
Afdeling 4. - Nationale Loterij.
Section 4. - Loterie nationale.
Art.175. De Nationale Loterij zal in 1994 aan de Staat een buitengewone bijdrage storten waarvan het bedrag op vijftien miljard frank is bepaald.
  De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de nadere regelen voor de betaling van die bijdrage.
Art.175. La Loterie nationale versera à l'Etat, en 1994, une redevance exceptionnelle dont le montant est fixé à quinze milliards de francs.
  Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités de paiement de cette redevance.
Art.176. In de wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 2 wordt aangevuld als volgt :
  " Artikel 1965 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing noch op de openbare loterijen noch op de vormen van weddenschappen, wedstrijden en kansspelen die bij de wet zijn toegestaan en die door de Nationale Loterij worden georganiseerd met toepassing van dit artikel. ";
  2° in hoofdstuk II wordt een artikel 18bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 18bis. - Met het oog op de toepassing van dit hoofdstuk, is de minister van Financiën gemachtigd om een deel van de winst van een bepaald boekjaar te bestemmen vooraleer dat boekjaar is afgesloten.
  Met dat doel kan de Raad van bestuur van de Nationale Loterij voorschotten ter beschikking stellen van de minister van Financiën.
  Deze voorschotten mogen op 30 juni en op 31 december van het betreffend boekjaar niet hoger zijn dan respectievelijk 50 pct. en 80 pct. van het winstbedrag geraamd bij het opstellen van de jaarbegroting van de Nationale Loterij. ";
  3° in hoofdstuk II wordt een artikel 18ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 18ter. - De minister van Financiën kan de Nationale Loterij opdragen om, op haar kosten, het administratief beheer waar te nemen van de verrichtingen betreffende de verdeling en de bestemming van haar winsten. ";
  4° artikel 22 wordt aangevuld als volgt :
  " In afwijking van artikel 12, § 2, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 4 van 18 april 1967, mogen de door de Nationale Loterij onder staatswaarborg aangegane leningen gebruikt worden tot nakoming van haar wettelijke verplichtingen. "
Art.176. A la loi du 22 juillet 1991 relative à la Loterie nationale, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'article 2 est complété comme suit :
  " L'article 1965 du Code civil n'est applicable ni aux loteries publiques, ni aux formes de paris, concours et jeux de hasard autorisés par la loi, organisés par la Loterie nationale en application du présent article. ";
  2° un article 18bis, rédigé comme suit, est inséré dans le chapitre II :
  " At. 18bis. - En vue de l'application du présent chapitre, le ministre des Finances est autorisé à affecter une partie du bénéfice d'un exercice déterminé avant la clôture de celui-ci.
  A cette fin, le Conseil d'administration de la Loterie nationale peut mettre des avances à la disposition du ministre des Finances.
  Ces avances ne peuvent pas excéder au 30 juin et au 31 décembre de l'exercice concerné respectivement 50 p.c. et 80 p.c. du montant du bénéfice estimé lors de l'établissement du budget annuel de la Loterie nationale. ";
  3° un article 18ter, rédigé comme suit, est inséré dans le chapitre II :
  " Art. 18ter. - Le ministre des Finances peut charger la Loterie nationale d'assumer, aux frais de celle-ci, la gestion administrative des opérations relatives à la répartition et à l'affectation de ses bénéfices. ";
  4° l'article 22 est complété comme suit :
  " Par dérogation à l'article 12, § 2, de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, modifié par l'arrêté royal n° 4 du 18 avril 1967, les emprunts contractés par le Loterie nationale sous la garantie de l'Etat peuvent être utilisés à la réalisation de toutes ses obligations légales. "
HOOFDSTUK V. - Financiën en Economische Zaken.
CHAPITRE V. - Finances et Affaires économiques.
Afdeling 1. - Wijziging van artikel 1 van de wet op de handelspraktijken.
Section 1. - Modifications de l'article 1 de la loi sur les pratiques du commerce.
Art.177. In artikel 1 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, wordt het laatste lid aangevuld als volgt :
  " Onder de voorwaarden en rekening houdend met de aanpassingen die Hij bepaalt, kan de Koning evenwel sommige bepalingen van deze wet van toepassing verklaren op voornoemde effecten en andere financiële instrumenten of op categorieën daarvan. "
Art.177. A l'article 1 de la loi du 14 juillet 1991 relative aux pratiques du commerce et à l'information et la protection du consommateur, le dernier alinéa est complété comme suit :
  " Dans les conditions et compte tenu des adaptations qu'Il détermine, le Roi peut toutefois déclarer certaines dispositions de la présente loi applicables aux valeurs mobilières et autres instruments financiers précités ou à des catégories d'entre eux. "
Afdeling 2. - Wijziging van de regeling op de Kredietrisicocentrale om er ook de verzekeringsondernemingen in onder te brengen.
Section 2. - Modification du régime de la Centrale des risques de crédit en vue d'y englober les entreprises d'assurance.
Art.178. In artikel 91, § 1, tweede lid, 4°, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, worden de woorden " financiële instellingen " vervangen door de woorden " financiële instellingen en verzekeringsondernemingen ".
Art.178. A l'article 91, § 1, alinéa 2, 4°, de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, les mots " établissements financiers " sont remplacés par les mots " établissements financiers et entreprises d'assurance ".
Art.179. In artikel 92, eerste lid, 2°, tweede zin, van dezelfde wet, worden de woorden " tot de financiële instellingen " vervangen door de woorden " tot de financiële instellingen en de verzekeringsondernemingen ".
Art.179. A l'article 92, alinéa 1, 2°, deuxième phrase, de la même loi, les mots " aux établissements financiers " sont remplacés par les mots " aux établissements financiers et aux entreprises d'assurance ".
Afdeling 3. - Bepaling betreffende de participatie van gemeenten in bedrijven voor produktie, vervoer en distributie van energie.
Section 3. - Disposition relative à la participation de communes dans des entreprises de production, de transport et de distribution d'énergie.
Art.180. De gemeenten kunnen rechtstreeks of onrechtstreeks participeren in bedrijven voor produktie, vervoer en distributie van energie.
  De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden en de nadere regels voor die participaties vaststellen.
Art.180. Les communes peuvent prendre des participations directes ou indirectes dans des sociétés de production, de transport et de distribution d'énergie.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer les conditions et les modalités de ces prises de participations.
HOOFDSTUK VI. - Economische Zaken.
CHAPITRE VI. - Affaires économiques.
Art.181. § 1. Er wordt een Fonds voor de organisatie van internationale tentoonstellingen opgericht, dat een begrotingsfonds vormt in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
  § 2. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990, wordt de rubriek 32 - Economische Zaken, aangevuld als volgt :
  " Benaming van het organiek begrotingsfonds.
  32-8 - Fonds voor de organisatie van internationale tentoonstellingen.
  Aard van de toegewezen ontvangsten.
  Ontvangsten voortvloeiend uit stortingen van derden evenals alle andere ontvangsten verwezenlijkt ingevolge de uitoefening van de opdracht van de Commissariaten-generaal van de Belgische Regering bij internationale tentoonstellingen.
  Aard van de toegestane uitgaven.
  Allerhande kosten, met inbegrip van het herstel van de schade berokkend aan derden, voortvloeiend uit de deelneming van België aan internationale tentoonstellingen. "
Art.181. § 1. Il est créé un Fonds pour l'organisation d'expositions internationales, qui constitue un fonds budgétaire au sens de l'article 45 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991.
  § 2. Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des Fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990, la rubrique 32 - Affaires économiques, est complétée comme suit :
  " Dénomination du fonds budgétaire organique.
  32-8 - Fonds pour l'organisation d'expositions internationales.
  Nature des recettes affectées.
  Recettes provenant des remboursements de tiers ainsi que toutes autres recettes réalisées suite à l'exécution de la mission des Commissariats généraux du Gouvernement belge auprès des expositions internationales.
  Nature des dépenses autorisées.
  Frais généralement quelconques, y compris la réparation de dommages causés aux tiers, à résulter de la participation de la Belgique aux expositions internationales. "
Art.182. § 1. De Fondsen voor de Wereldtentoonstellingen te Sevilla in 1992 en voor de Internationale Tentoonstelling te Taejon in 1993 worden afgeschaft.
  § 2. Artikel 1 van de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 wordt opgeheven.
  § 3. In de tabel gevoegd bij dezelfde wet worden de rubrieken 32-4 en 32-6 geschrapt.
Art.182. § 1. Les Fonds prévus pour l'Exposition mondiale de Séville de 1992 et pour l'Exposition internationale de Taejon de 1993 sont supprimés.
  § 2. L'article 1 de la loi du 24 décembre 1993 créant des Fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 est abrogé.
  § 3. Au tableau annexé à la même loi, les rubriques 32-4 et 32-6 sont supprimées.
Art.183. In de tabel gevoegd bij dezelfde wet wordt in de rubriek 32-2 het gedeelte " Aard van de toegestane uitgaven " vervangen door de volgende bepaling : " Dekking van de beoordelings-, accreditatie-, certificatie-, toezichts- en controlekosten van de laboratoria van de keurings- en certificatieinstellingen ter uitvoering van de opdracht van het Fonds. "
Art.183. Au tableau annexé à la même loi, sous la rubrique 32-2, la partie " Nature des dépenses autorisées " est remplacée par la disposition suivante : " Couverture des frais d'évaluation, d'accréditation, de certification, de surveillance et de contrôle des laboratoires des organismes de contrôle et des organismes de certification en exécution de la mission du Fonds. "
HOOFDSTUK VII. - Landbouw.
CHAPITRE VII. - Agriculture.
Afdeling 1. - Wijzigingen van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987.
Section 1. - Modifications de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux.
Art.184. Artikel 9bis van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, ingevoegd bij de wet van 29 december 1990, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 9bis. - De Koning kan de lijst vaststellen van de ziekten waarvoor alsmede, in voorkomend geval, de voorwaarden waaronder de minister gemachtigd is, in geval van ernstig gevaar voor besmetting en tot de uitroeiing van de besmetting van dieren, elke bestrijdingsmaatregel te nemen, met inbegrip van de opeising van ondernemingen, goederen en personen, de slachting of afmaking van dieren en de bepaling van de bestemming van dieren, dierlijke produkten en andere voorwerpen. "
Art.184. L'article 9bis de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux, inséré par la loi du 29 décembre 1990, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 9bis. - Le Roi peut fixer la liste des maladies pour lesquelles ainsi que, le cas échéant, les conditions dans lesquelles, le ministre est autorisé, en cas de danger grave de contamination et jusqu'à l'éradication de la contamination, à prendre toute mesure de lutte, y compris la réquisition d'entreprises, de biens et de personnes et l'abattage ou la mise à mort d'animaux et la détermination de la destination d'animaux, produits animaux ou autres objets. "
Art.185. In artikel 32, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten 29 december 1990, 20 juli 1991 en 6s augustus 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, tweede zin, wordt de volgende tekst ingevoegd na de woorden " en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke produkten " :
  " evenals met betrekking tot het onderzoek en de controle op de aanwezigheid van residu's van verboden of niet-gewenste stoffen ";
  2° het tweede lid, 2°, wordt vervangen als volgt :
  " 2° de retributies en de rechten geheven met het oog op de uitvoering van de jaarlijkse programma's in het kader van het Fonds, op de uitvoering van de controles op het verkeer, de invoer, uitvoer en doorvoer van dieren en dierlijke produkten en op de uitvoering van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten, alsmede van de maatregelen die deze ordening aanvullen. ";
  3° het tweede lid wordt aangevuld als volgt :
  " 6° de betaling van de monsternemingen of, in voorkomend geval, van de analyses, voorzien bij artikel 7 van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of produktiestimulerende werking, uitgevoerd door of voor rekening van het ministerie van Landbouw. ";
  4° tussen het zevende en het achtste lid worden de volgende nieuwe leden ingevoegd :
  " De koninklijke besluiten betreffende de verplichte bijdragen worden opgeheven wanneer zij door de wetgever niet werden bekrachtigd in het jaar volgend op dat van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Het koninklijk besluit van 11 december 1987 betreffende de verplichte bijdragen aan het Fonds voor de gezondheid en de produktie van de dieren, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 8 april 1989, 23 november 1990 en 19 april 1993, wordt bekrachtigd met ingang van 1 januari 1988 wat de nationale dieren betreft. Wat de ingevoerde dieren betreft, worden de verplichte bijdragen, die met ingang van 1 januari 1988 werden betaald met toepassing van het koninklijk besluit van 11 december 1987, terugbetaald aan de schuldeisers die het bewijs leveren dat de door hen betaalde verplichte bijdragen betrekking hadden op ingevoerde dieren, dat deze verplichte bijdragen door hen nie werden doorberekend aan de producent of dat hun doorberekening werd ongedaan gemaakt en dat zij de verplichte bijdragen voor de nationale dieren volledig betaald hebben.
  Het koninklijk besluit van 14 juni 1993 betreffende de verplichte bijdragen aan het Fonds voor de gezondheid en de produktie van de dieren, vastgesteld volgens de sanitaire risico's verbonden aan bedrijven waar varkens worden gehouden wordt bekrachtigd vanaf de datum van zijn inwerkingtreding.
  De Koning bepaalt, na het advies van de Raad van het Fonds, het bedrag van de retributies en rechten evenals de nadere regelen voor de inning ervan. ";
  5° in het achtste lid worden tussen de woorden " van deze wet " en de woorden " worden het bedrag " de volgende woorden ingevoegd : " en de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of produktiestimulerende werking ".
Art.185. A l'article 32, § 2, de la même loi, modifiée par les lois des 29 décembre 1990, 20 juillet 1991 et 6 août 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1, deuxième phrase, le texte suivant est inséré après les mots " et de la qualité des animaux et des produits animaux " :
  " de même qu'en ce qui concerne la recherche et le contrôle de la présence de résidus de substances interdites ou non souhaitées ";
  2° l'alinéa 2, 2°, est remplacé par ce qui suit :
  " 2° les rétributions et les droits perçus en vue de l'application des programmes annuels dans le cadre du Fonds, en vue de l'exécution des contrôles de la circulation, de l'importation, de l'exportation et du transit d'animaux et de produits animaux et en vue de l'exécution de l'organisation commune des marchés dans le secteur du lait et des produits laitiers ainsi que des mesures complétant cette organisation ";
  3° l'alinéa 2 est complété par ce qui suit :
  " 6° les paiements des prélèvements d'échantillons ou, le cas échéant, des analyses, prévus à l'article 7 de la loi du 15 juillet 1985 relative à l'utilisation de substances à effet hormonal, à effet anti-hormonal, à effet beta-adrénergique ou à effet stimulateur de production chez les animaux, effectués par ou pour le compte du Ministère de l'Agriculture. ";
  4° de nouveaux alinéas sont insérés entre l'alinéa 7 et l'alinéa 8, rédigés comme suit :
  " Les arrêtés royaux relatifs aux cotisations obligatoires sont abrogés lorsqu'ils n'ont pas été confirmés par le législateur dans l'année qui suit celle de leur publication au Moniteur belge. L'arrêté royal du 11 décembre 1987 relatif aux cotisations obligatoires au Fonds de la santé et de la production des animaux, modifié par les arrêtés royaux des 8 avril 1989, 23 novembre 1990 et 19 avril 1993, est confirmé à partir du 1er janvier 1988 en ce qui concerne les animaux nationaux. En ce qui concerne les animaux importés, les cotisations obligatoires, qui à partir du 1er janvier 1988 ont été payées en application de l'arrêté royal du 11 décembre 1987, sont remboursées aux créanciers qui apportent la preuve que des cotisations obligatoires payées par eux concernaient des animaux importés, que ces cotisations obligatoires n'ont pas été répercutées par eux sur le producteur ou que leur répercussion a été annulée et qu'ils ont payé toutes les cotisations obligatoires pour les animaux nationaux.
  L'arrêté royal du 14 juin 1993 relatif aux cotisations obligatoires au Fonds de la santé et de la production des animaux fixées d'après les risques sanitaires liés aux exploitations où sont détenus des porcs est confirmé à partir de la date de son entrée en vigueur.
  Le Roi, après avis du Conseil du Fonds, détermine le montant des rétributions et des droits ainsi que les modalités de leur perception ";
  5° à l'alinéa 8, les mots " et de la loi du 15 juillet 1985 relative à l'utilisation de substances à effet hormonal, a effet anti-hormonal, à effet beta-adrénergique ou à effet stimulateur de production chez les animaux, " sont insérés entre les mots " de la présente loi " et les mots " , le montant ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977.
Section 2. - Modifications de la loi du 24 décembre 1976 relative aux propositions budgétaires 1976-1977.
Art.186. Het opschrift van hoofdstuk VI van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977, en het opschrift van afdeling 1 van dat hoofdstuk worden vervangen als volgt :
  " Hoofdstuk VI. - Verplichte bijdragen en retributies, Afdeling 1. Oprichting van een Begrotingsfonds voor de grondstoffen. "
Art.186. L'intitulé du chapitre VI de la loi du 24 décembre 1976 relative aux propositions budgétaires 1976-1977, et l'intitulé de la section 1 de ce chapitre sont remplacés par ce qui suit :
  " Chapitre VI. - Cotisations obligatoires et rétributions. Section 1. Création d'un Fonds budgétaire des matières premières. "
Art.187. Artikel 82 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 82. - De Koning kan een verplichte bijdrage opleggen ten laste van natuurlijke of rechtspersonen die landbouwbestrijdingsmiddelen, grondstoffen of gemedicineerde diervoerders voortbrengen of verhandelen.
  Hij kan eveneens een retributie opleggen voor elke verrichting van de administratie in verband met :
  - de toepassing van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt;
  - de toepassing van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten;
  - de toepassing van de wet van 21 juni 1983 betreffende gemedicineerde diervoeders.
  De geldsommen, als retributie of verplichte bijdrage verschuldigd, zijn bestemd voor de financiering van de opdrachten die voortvloeien uit de drie bovenvermelde wetten en het desbetreffend wetenschappelijk onderzoek.
  De Koning bepaalt de opdrachten en de samenstelling van de Raad van het Fonds voor de grondstoffen.
  Het koninklijk besluit genomen krachtens het eerste lid wordt opgeheven wanneer het door de werkgever niet wordt bekrachtigd in het jaar volgend op dat van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. ".
Art.187. L'article 82 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 82. - Le Roi peut imposer une cotisation obligatoire à charge des personnes physiques ou morales qui produisent ou commercialisent des pesticides à usage agricole, des matières premières ou des aliments médicamenteux pour animaux.
  Il peut également imposer une rétribution pour chaque intervention de l'administration concernant :
  - l'application de la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage;
  - l'application de la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime;
  - l'application de la loi du 21 juin 1983 relative aux aliments médicamenteux pour animaux.
  Les sommes qui sont dues à titre de rétribution ou de cotisation obligatoire sont destinées à financer les missions résultant des trois lois précitées ainsi que la recherche scientifique y afférente.
  Le Roi détermine les missions et la composition du Conseil du Fonds des matières premières.
  L'arrêté royal pris en vertu de l'alinéa 1 est abrogé lorsqu'il n'a pas été confirmé par le législateur dans l'année qui suit celle de sa publication au Moniteur belge. ".
Afdeling 3. - Wijzigingen van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen - rubriek 31.
Section 3. - Modifications de la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires - rubrique 31.
Art.188. In de tabel gevoegd bij de wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, gewijzigd bij de wet van 6 augustus 1993, worden in de subrubriek " 31-1 Fonds voor de gezondheid en de produktie van de dieren " van de rubriek " 31-Landbouw ", de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° onder de vermelding " Aard van de toegewezen ontvangsten " :
  1) wordt na de woorden " of verhandelen; " de volgende tekst ingevoegd : " de retributies en de ontvangen rechten met het oog o de uitvoering van de jaarlijkse programma's in het kader van het Fonds, met het oog op de uitvoering van de controles op het verkeer, de invoer, uitvoer en doorvoer van dieren en dierlijke produkten ";
  2) wordt de volgende tekst toegevoegd : " betalingen van de monsternemingen of van de analyses, bepaald in artikel 7 van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of produktie-stimulerende werking, uitgevoerd door of voor rekening van het ministerie van Landbouw. ";
  2° onder de vermelding " Aard van de gemachtigde uitgaven " :
  worden tussen de woorden " dierlijke produkten " en de woorden " en met betrekking tot " de volgende woorden ingevoegd : " , met betrekking tot het onderzoek naar en de controle op de aanwezigheid van residu's van verboden of niet-gewenste stoffen ".
Art.188. Dans le tableau annexé à la loi du 27 décembre 1990 créant les fonds budgétaires, modifié par la loi du 6 août 1993, dans la sous-rubrique " 31-1 Fonds de la santé et de la production des animaux " de la rubrique " 31-Agriculture ", les modifications suivantes sont apportées :
  1° sous la mention " Nature des recettes affectées " :
  1) il est inséré après les mots " commercialisent des animaux; " le texte suivant : " les rétributions et les droits perçus en vue de l'application des programmes annuels du Fonds, en vue de l'exécution des contrôles de la circulation, de l'importation, de l'exportation et du transit d'animaux et de produits animaux ";
  2) il est rajouté le texte suivant : " paiements des prélèvements d'échantillons ou des analyses, prévus à l'article 7 de la loi du 15 juillet 1985 relative à l'utilisation de substances à effet hormonal, à effet anti-hormonal, à effet beta-adrénergique ou à effet stimulateur de production chez les animaux, effectués par ou pour le compte du Ministère de l'Agriculture ";
  2° sous la mention " Nature des dépenses autorisées " :
  il est inséré entre les mots " produits animaux " et les mots " , et en ce qui concerne " les mots " , en ce qui concerne la recherche et le contrôle de la présence de résidus de substances interdites ou non souhaitées ".
Art.189. In dezelfde tabel gevoegd bij dezelfde wet, worden in de subrubriek " 31-2 Fytopharmaceutisch fonds " van de rubriek " 31-Landbouw " de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° onder de vermelding " Benaming van het organiek begrotingsfonds ", wordt de benaming van de subrubriek 31-2 vervangen als volgt :
  " 31-2 Fonds voor de grondstoffen ";
  2° onder de vermelding " Aard van de toegewezen ontvangsten ", wordt de tekst vervangen als volgt :
  " Verplichte bijdragen ten laste van natuurlijke of rechtspersonen die landbouwbestrijdingsmiddelen, grondstoffen of gemedicineerde diervoeders fabriceren of verhandelen; bijdrage van de EG in de uitgaven in het kader van de verrichte opdrachten; ontvangsten van de Rijkslaboratoria belast met de ontleding van de grondstoffen; administratieve boeten; retributies voor de verrichtingen van de admnistratie in het kader van de toepassing van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten en van de wet van 21 juni 1983 betreffende gemedicineerde diervoeders. ";
  3° onder de vermelding " Aard van de gemachtigde uitgaven ", wordt de tekst vervangen als volgt :
  " Financiering van de opdrachten die voortvloeien uit genoemde wetten van 11 juli 1969, 28 maart 1975 en 21 juni 1983 en van het desbetreffend wetenschappelijk onderzoek. "
Art.189. Dans le même tableau annexé à la même loi, dans la sous-rubrique " 31-2 Fonds phytopharmaceutique " de la rubrique " 31-Agriculture " les modifications suivantes sont apportées :
  1° sous la mention " Dénomination du fonds budgétaire organique ", la dénomination de la rubrique 31-2 est remplacée comme suit :
  " 31-2 Fonds des matières premières ";
  2° sous la mention " Nature des recettes affectées ", le texte est remplacé par ce qui suit :
  " Cotisations obligatoires à charge des personnes physiques ou morales qui produisent ou commercialisent des pesticides à usage agricole, des matières premières ou des aliments médicamenteux pour animaux; concours des CE aux dépenses exposées dans le cadre des missions effectuées; recettes des laboratoires de l'Etat chargés de l'analyse des matières premières; amendes administratives; rétributions pour les interventions de l'administration dans le cadre de l'application de la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage, de la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime et de la loi du 21 juin 1983 relative aux aliments médicamenteux pour animaux ";
  3° sous la mention " Nature des dépenses autorisées ", le texte est remplacé par ce qui suit :
  " Financement des missions résultant des lois des 11 juillet 1969, 28 mars 1975 et 21 juin 1983 précitées ainsi que de la recherche scientifique y afférente. "
HOOFDSTUK VIII. - Volksgezondheid.
CHAPITRE VIII. - Santé publique.
Art.190. Het " Instituut voor hygiëne en epidemiologie ", hierna " het Instituut " te noemen, wordt omgevormd tot een instelling met rechtspersoonlijkheid van categorie A in de zin van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.
Art.190. L'" Institut d'hygiène et d'épidémiologie ", dénommé ci-après " l'Institut ", est transformé en un organisme doté de la personnalité juridique de catégorie A au sens de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public.
Art.191. § 1. Het Instituut heeft de volgende opdracht :
  1° de studie van de wetenschappelijke hygiëneproblemen in verband met de preventie en correctie van factoren die de gezondheid en het welzijn van de mens kunnen aantasten;
  2° de epidemiologische studie van agressiefactoren en hun mechanisme en de middelen ter bestrijding van die factoren;
  3° het verrichten van onderzoek ter ondersteuning van de actie van de federale overheid op het gebied van leefmilieu.
  § 2. Het Instituut kan opdrchten vervullen voor de Gemeenschappen, de Gewesten en andere derden, op hun verzoek en voor hun rekening.
Art.191. § 1. L'Institut a pour mission :
  1° l'étude des problèmes scientifiques d'hygiène relatifs à la prévention et la correction des facteurs susceptibles d'altérer la santé et le bien-être de l'être humain;
  2° l'étude épidémiologique des facteurs d'agression et de leur mécanisme et les moyens de lutte contre ces facteurs;
  3° la réalisation d'études à l'appui de l'action des autorités fédérales dans le domaine de l'environnement.
  § 2. L'Institut peut réaliser des taches pour les Communautés, les Régions et d'autres tiers, à leur demande et pour le compte de ceux-ci.
Art.192. Het Instituut hangt af van de minister die bevoegd is voor Volksgezondheid en Leefmilieu.
  Het dagelijks bestuur van het Instituut is opgedragen aan het hoofd van de instelling.
  De minister kan sommige uitvoeringsbevoegdheden overdragen aan het hoofd van de instelling alsook aan de ambtenaren van het Instituut die hij aanwijst.
Art.192. L'Institut relève du ministre qui a la Santé publique et l'Environnement dans ses attributions.
  L'administration journalière de l'Institut est confiée au chef d'établissement.
  Le ministre peut déléguer certains pouvoirs d'exécution au chef d'établissement ainsi qu'aux fonctionnaires de l'Institut qu'il désigne.
Art.193. De Koning regelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de organisatie en de werking van het Instituut.
Art.193. Le Roi règle, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, l'organisation et le fonctionnement de l'Institut.
Art.194. De Koning regelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de overdracht van de statutaire en contractuele personeelsleden van de Wetenschappelijke Inrichting " Instituut voor hygiëne en epidemiologie " aan het Instituut.
  Deze personeelsleden worden overgedragen met hun graad of een gelijkwaardige graad en in hun hoedanigheid.
  Zij behouden te minste de bezoldiging en de anciënniteit die zij hadden of verkregen zuden hebben indien zij in de wetenschappelijke inrichting het ambt hadden blijven uitoefenen dat zij bij hun overdracht bekleedden.
Art.194. Le Roi règle par arrêté délibéré en Conseil des ministres le transfert à l'Institut des membres des personnels statutaires et contractuel de l'établissement scientifique " Institut d'hygiène et d'épidémiologie ".
  Les membres de ces personnels sont transférés dans leur grade ou un grade équivalent et en leur qualité.
  Ils conservent au moins la rétribution et l'ancienneté qu'ils avaient ou auraient obtenues s'ils avaient continué à exercer dans l'établissement scientifique la fonction dont ils étaient titulaires au moment de leur transfert.
Art.195. § 1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de retributies vaststellen die ten gunste van het Instituut worden geïnd van :
  1° de aanvragers van een machtiging tot het verrichten van proefnemingen met of het commercialiseren van produkten met genetisch gemodificeerde stoffen en de aanvragers van wetenschappelijke adviezen betreffende de beoordeling van de risico's van die produkten;
  2° (Opgeheven) <W 2001-12-30/30, art. 47, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  3° de aanvragers van controles op sera, vaccins, antigenen en geneesmiddelen die van menselijk bloed of plasma zijn afgeleid.
  Die retributies zijn bestemd om de kosten van de administratie, de werking, de vergunning, het toezicht en controle van het Instituut te dekken.
  De Koning stelt het bedrag en de betaalwijze van die retributies vast.
  § 2. De Koning kan bovendien de retributies vaststellen die door derden moeten worden betaald voor analyses die het Instituut voor hun rekening verricht.
Art.195. § 1. Le Roi peut déterminer, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les redevances qui sont perçues au profit de l'Institut à charge :
  1° des demandeurs d'une autorisation en vue de l'expérimentation ou de la mise sur le marché de produits à base de substances génétiquement modifiées et des demandeurs d'avis scientifiques relatifs à l'évaluation des risques de ces produits;
  2° (Abrogé) <L 2001-12-30/30, art. 47, 024; En vigueur : 01-01-2002>
  3° des demandeurs de contrôles de sérums, vaccins, antigènes et médicaments dérivés du sang ou du plasma humains.
  Ces redevances sont destinées à couvrir les frais d'administration, de fonctionnement, d'autorisation, de surveillance et de contrôle effectués par l'Institut.
  Le Roi détermine le montant et les modalités de paiement de ces redevances.
  § 2. Le Roi peut en outre déterminer les redevances à payer par des tiers pour les travaux d'analyse effectués par l'Institut pour le compte de ceux-ci.
Art.196. Het Instituut wordt gefinancierd door :
  a) de kredieten die hiertoe zijn ingeschreven op de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en van Volksgezondheid en Leefmilieu, alsmede toelagen en overeenkomsten in het kader van de steun aan het wetenschappelijk onderzoek;
  b) de vergoedingen die door derden voor bijzondere opdrachten worden betaald;
  c) de opbrengst van de retributies die krachtens artikel 178 zijn geïnd;
  d) de inkomsten van de verkoop van produkten, brochues of ander drukwerk of van de vervreemding van goederen die deel uitmaken van het eigen vermogen van het Instituut;
  e) de opbrengst van leningen;
  f) de schenkingen en legaten.
Art.196. L'Institut est financé par :
  a) les crédits inscrits à cette fin au budget du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement, ainsi que des subsides et contrats dans le cadre du soutien à la recherche scientifique;
  b) les rétributions payées par des tiers pour des missions particulières;
  c) le produit des redevances perçues en vertu de l'article 178;
  d) les recettes provenant de la vente de produits, brochures ou autres imprimés ou l'aliénation de biens faisant partie du patrimoine propre de l'Institut;
  e) le produit d'emprunts;
  f) les dons et legs.
Art.197. Het Instituut is gemachtigd leningen aan te gaan met de instemming van de ministers van Financiën en van Begroting.
Art.197. L'Institut est autorise à contracter des emprunts moyennant l'accord des ministres des Finances et du Budget.
Art.198. Het Instituut kan de nodige uitrusting en installaties verwerven of huren en een beroep doen op elke andere medewerking om zijn opdrachten uit te voeren. De nodige diensten, uitrusting en installaties kunnen door de Staat ter beschikking van het Instituut worden gesteld om niet of tegen betaling.
Art.198. L'Institut peut acquérir ou louer l'équipement et les installations nécessaires et s'assurer tout autre concours pour lui permettre d'exécuter ses missions. L'Etat peut mettre à la disposition de l'Institut soit à titre gratuit, soit à titre onéreux, les services, l'équipement et les installations nécessaires.
Art.199. Het Instituut neemt de goederen, rechten en plichten over die het eigen vermogen van de Wetenschappelijke Inrichting uitmaken ter uitvoering van het koninklijk besluit van 14 oktober 1987 waarbij de rechtspersoonlijkheid aan het Instituut voor hygiëne en epidemiologie voor het beheer van zijn eigen vermogen wordt verleend.
Art.199. L'Institut reprend les biens, droits et obligations constituant le patrimoine propre de l'établissement scientifique en exécution de l'arrêté royal du 14 octobre 1987 accordant la personnalité juridique à l'Institut d'hygiène et d'épidémiologie pour la gestion de son patrimoine propre.
Art.200. In artikel 1 van de wet van 16 maart 1954, worden onder kategorie A, in de juiste alfabetische volgorde, de woorden " Instituut voor hygiëne en epidemiologie " ingevoed.
Art.200. A l'article 1 de la loi du 16 mars 1954, sont insérés dans la catégorie A, à leur place dans l'ordre alphabétique, les mots " Institut d'hygiène et d'épidémiologie ".
Art.201. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de datum van inwerkingtreding van de artikelen 190 tot 200.
Art.201. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, la date de l'entrée en vigueur des articles 190 à 200.
HOOFDSTUK IX. - Economische overheidsbedrijven.
CHAPITRE IX. - Entreprises publiques économiques.
Afdeling 1. - Organisatie van de technische medewerking van de operatoren voor de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke bewakingsmaatregelen.
Section 1. - Organisation du concours techniques des opérateurs à l'exécution de mesures de surveillance judiciaire.
Art.202. In de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven wordt een artikel 70bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 70bis. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit, de technische middelen waarmee Belgacom en de door Hem aangewezen uitbaters van de niet-gereserveerde diensten, in voorkomend geval, eventueel gezamenlijk, moeten instaan om het opsporen, afluisteren, kennisnemen en opnemen van privé-telecommunicaties onder de voorwaarden bepaald door de wet van 30 juni 1994 ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer tegen het afluisteren, kennisnemen en opnemen van privé-commnicatie en -telecommunicatie, mogelijk te maken. "
Art.202. Il est inséré dans la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, un article 70bis, rédigé comme suit :
  " Art. 70bis. - Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les moyens techniques par lesquels Belgacom et les exploitants des services non réservés qu'Il désigne doivent permettre, le cas échéant, éventuellement conjointement, le repérage, les écoutes, la prise de connaissance et l'enregistrement des télécommunications privées dans les conditions prévues par la loi du 30 juin 1994 relative à la protection de la vie privée contre les écoutes, la prise de connaissance et l'enregistrement de communications et de télécommunications privées. "
Art.203. Artikel 95, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " 5° het eindapparaat de middelen ondoeltreffend maakt die het opsporen, afluisteren, kennisnemen en opnemen van privé-telecommunicatie onder de voorwaarden bepaald door de artikelen 88bis en 90ter tot 90decies van het Wetboek van Strafvordering mogelijk maken. "
Art.203. L'article 95, alinéa 1, de la même loi est complété comme suit :
  " 5° l'appareil terminal rend inefficaces les moyens permettant, dans les conditions prévues aux articles 88bis et 90ter à 90decies du Code d'instruction criminelle, le repérage, les écoutes, la prise de connaissance et l'enregistrement des télécommunications privées. "
Art.204. De artikelen 203 en 204 van deze wet treden in werking op de datum van inwerkingtreding van de wet van 30 juni 1994 ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer tegen het afluisteren, kennisnemen en opnemen van privé-communicatie en -telecommunicatie.
Art.204. Les articles 203 et 204 de la présente loi entreront en vigueur à la date d'entrée en vigueur de la loi du 30 juin 1994 relative à la protection de la vie privée contre les écoutes, la prise de connaissance et l'enregistrement de communications et de télécommunications privées.
Afdeling 2. - Pensioenfonds van Belgacom.
Section 2. - Fonds de pension de Belgacom.
Art. 205. In de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van smmige economische overheidsbedrijven, wordt een artikel 59/6 ingevoegd, luidende :
  Art. 59/6. Overeenkomstig artikel 22 van de wet van 19 juli 1930 houdende oprichting van de Regie van Telegraaf en Telefoon en de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 117 van 27 februari 1935 tot vaststelling van het statuut der pensioenen van het personeel der zelfstandige openbare inrichtingen en de regieën ingesteld door de Staat, kan de Koning Belgacom ertoe machtigen een pensioenfonds in te stellen met rechtspersoonlijkheid, onderworpen aan de belasting van de rechtspersonen evenals aan de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, met uitzondering van artikel 9, met dien verstande dat Belgacom de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt voor de lasten voortvloeiende uit de betaling van de rustpensioenen van haar statutair en gewezen statutair personeel.
  De statuten van het pensioenfonds, het beleggingreglement, de beheersovereenkomst gesloten tussen Belgacom en het pensioenfonds en de wijze van controle door een Regeringscommissaris, evenals hun latere wijzigingen, worden aan de minister onder wie Belgacom ressorteert en aan de minister van Pensioenen ter goedkeuring voorgelegd. "
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Art. 205. Il est inséré dans la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques un article 59/6, rédigé comme suit :
  " Art. 59/6. - Conformément à l'article 22 de la loi du 19 juillet 1930 créant la Régie des Télégraphes et Téléphones et aux dispositions de l'arrêté royal n° 117 du 27 février 1935 établissant le statut des pensions du personnel des établissements publics autonomes et des régies instituées par l'Etat, le Roi peut habiliter Belgacom à créer un fonds de pension possédant la personnalité juridique, soumis à l'impôt des personnes morales ainsi qu'à la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, à l'exception de son article 9, sous réserve de la responsabilité finale de Belgacom de supporter les charges provenant du paiement des pensions de retraite des membres et anciens membres statutaires de son personnel.
  Les statuts du fonds de pension, le règlement de placement, la convention de gestion établie entre Belgacom et le fonds de pension et les modalités de contrôle par un commissaire du Gouvernement, ainsi que leurs modifications ultérieures, sont soumis à l'approbation du ministre dont relève Belgacom et du ministre des Pensions. "
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.