Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf en op de arbeiders die zij tewerkstellen.
Men verstaat onder "arbeiders", de werklieden en de werksters.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 NOVEMBER 1994. - Paritair Comité voor het bouwbedrijf. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 november 1994. - Arbeidsduurvermindering (Overeenkomst geregistreerd op 23 december 1994 onder het nummer 36907/CO/124).
Titre
3 NOVEMBRE 1994. - Convention collective de travail du 3 novembre 1994 de la Commission paritaire de la construction. - Réduction de la durée du travail (Convention enregistrée le 23 décembre 1994, sous le numéro 36907/CO/124).
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (12)
Texte (12)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs des entreprises ressortissant à la Commission paritaire de la construction et aux ouvriers qu'ils occupent.
On entend par "ouvriers", les ouvriers et les ouvrières.
On entend par "ouvriers", les ouvriers et les ouvrières.
HOOFDSTUK II. - Arbeidsduurvermindering.
CHAPITRE II. - Réduction de la durée du travail.
Art.2. Onverminderd het aantal rustdagen vastgesteld in toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, zoals gewijzigd bij de programmawet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen, hebben de bij artikel 1 bedoelde arbeiders recht op 6 rustdagen voor 1995.
De data van de rustdagen voor 1995 zijn vastgesteld op 28 en 29 december 1995 en op 2, 3, 4 en 5 januari 1996.
De data van de rustdagen voor 1995 zijn vastgesteld op 28 en 29 december 1995 en op 2, 3, 4 en 5 januari 1996.
Art.2. Sans préjudice du nombre de jours de repos fixé en application de l'article 2 de l'arrêté royal n° 213 du 26 septembre 1983 relatif à la durée du travail dans les entreprises ressortissant à la Commission paritaire de la construction, modifié par la loi-programme du 29 décembre 1990 portant des dispositions sociales, les ouvriers visés à l'article 1er ont droit à 6 jours de repos pour 1995.
Les dates des jours de repos pour 1995 sont fixées aux 28 et 29 décembre 1995 et aux 2, 3, 4 et 5 janvier 1996.
Les dates des jours de repos pour 1995 sont fixées aux 28 et 29 décembre 1995 et aux 2, 3, 4 et 5 janvier 1996.
Art.3. Het is verboden de bij artikel 1 bedoelde arbeiders gedurende de bij artikel 2 voorziene rustdagen tewerk te stellen.
In afwijking van dit verbod mogen de arbeiders gedurende deze rustdagen worden tewerkgesteld :
1° wanneer de ondernemingen waarin ze tewerkgesteld zijn, gewoonlijk een periode van intense activiteit kennen op het ogenblik van de toekenning van de rustdagen;
2° wanneer zij belast zijn met de klantendienst bij handelaars in bouwmaterialen, met uitzondering van het vervoer;
3° in de gevallen waar arbeid op zondag is toegestaan bij artikel 12 van de arbeidswet van 16 maart 1971.
In afwijking van dit verbod mogen de arbeiders gedurende deze rustdagen worden tewerkgesteld :
1° wanneer de ondernemingen waarin ze tewerkgesteld zijn, gewoonlijk een periode van intense activiteit kennen op het ogenblik van de toekenning van de rustdagen;
2° wanneer zij belast zijn met de klantendienst bij handelaars in bouwmaterialen, met uitzondering van het vervoer;
3° in de gevallen waar arbeid op zondag is toegestaan bij artikel 12 van de arbeidswet van 16 maart 1971.
Art.3. Il est interdit d'occuper des ouvriers visés à l'article 1er pendant les jours de repos prévus par l'article 2.
Par dérogation à cette interdiction ces ouvriers peuvent être occupés pendant ces jours de repos :
1° lorsque les entreprises dans lesquelles ils sont occupés connaissent habituellement une période d'intense activité à l'époque de l'octroi des jours de repos;
2° lorsqu'ils sont chargés du service à la clientèle des négociants en matériaux de construction, à l'exclusion du transport;
3° dans les cas où le travail est autorisé le dimanche en vertu de l'article 12 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail.
Par dérogation à cette interdiction ces ouvriers peuvent être occupés pendant ces jours de repos :
1° lorsque les entreprises dans lesquelles ils sont occupés connaissent habituellement une période d'intense activité à l'époque de l'octroi des jours de repos;
2° lorsqu'ils sont chargés du service à la clientèle des négociants en matériaux de construction, à l'exclusion du transport;
3° dans les cas où le travail est autorisé le dimanche en vertu de l'article 12 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail.
Art.4. De arbeiders die gedurende de bij artikel 2 bedoelde rustdagen worden tewerkgesteld, hebben recht op inhaalrust. Deze inhaalrustdagen moeten worden toegekend :
1° binnen 7 maanden die volgen op de dag waarop arbeid werd verricht, in het geval de tewerkstelling is gebeurd in toepassing van artikel 3, tweede lid, 1°;
2° binnen 6 weken die volgen op de dag waarop arbeid werd verricht, in het geval de tewerkstelling is gebeurd in toepassing van artikel 3, tweede lid, 2° en 3°.
Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst, moet de werkgever het aantal niet-toegekende inhaalrustdagen vermelden op het bewijs van volledige werkloosheid C4.
1° binnen 7 maanden die volgen op de dag waarop arbeid werd verricht, in het geval de tewerkstelling is gebeurd in toepassing van artikel 3, tweede lid, 1°;
2° binnen 6 weken die volgen op de dag waarop arbeid werd verricht, in het geval de tewerkstelling is gebeurd in toepassing van artikel 3, tweede lid, 2° en 3°.
Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst, moet de werkgever het aantal niet-toegekende inhaalrustdagen vermelden op het bewijs van volledige werkloosheid C4.
Art.4. Les ouvriers occupés au travail pendant les jours de repos visés à l'article 2 ont droit au repos compensatoire. Ces jours de repos compensatoire doivent être octroyés :
1° dans les 7 mois qui suivent le jour au cours duquel il a été travaillé, dans le cas où l'occupation au travail s'est faite en application de l'article 3, alinéa 2, 1°;
2° dans les 6 semaines qui suivent le jour au cours duquel il a été travaillé, dans les cas où l'occupation au travail s'est faite en application de l'article 3, alinéa 2, 2° et 3°.
Lorsque le contrat de travail prend fin, l'employeur doit mentionner sur le certificat de chômage complet C4 le nombre de jours de repos compensatoire qui n'ont pas été octroyés.
1° dans les 7 mois qui suivent le jour au cours duquel il a été travaillé, dans le cas où l'occupation au travail s'est faite en application de l'article 3, alinéa 2, 1°;
2° dans les 6 semaines qui suivent le jour au cours duquel il a été travaillé, dans les cas où l'occupation au travail s'est faite en application de l'article 3, alinéa 2, 2° et 3°.
Lorsque le contrat de travail prend fin, l'employeur doit mentionner sur le certificat de chômage complet C4 le nombre de jours de repos compensatoire qui n'ont pas été octroyés.
Art.5. De in artikel 2 bedoelde rustdagen schorsen de uitvoering van de arbeidsovereenkomst en geven recht op een dagelijkse forfaitaire vergoeding die gelijk is aan de werkloosheidsuitkering, vermeerderd met de aanvullende werkloosheidsuitkering die door het Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf wordt toegekend.
Deze vergoeding valt ten laste van het Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf en wordt betaald door de organisaties die deze overeenkomst ondertekenen aan de arbeiders die. bij het begin van de rustperiode. door een arbeidsovereenkomst gebonden zijn aan een bij artikel 1 bedoelde werkgever alsook aan de arbeiders die in de 60 dagen voorafgaand aan het begin van de rustperiode ontslagen worden door een bij artikel 1 bedoelde werkgever, behalve omwille van dringende reden.
Deze vergoeding wordt prorata temporis toegekend aan de arbeiders die verbonden zijn geweest voor een bepaalde tijd van minstens 3 maanden en in volledige onvrijwillige werkloosheid zijn tijdens de periode van de rustdagen. De praktische uitvoeringsmodaliteiten zullen vastgesteld worden door de raad van bestuur van het Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf.
Deze vergoeding valt ten laste van het Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf en wordt betaald door de organisaties die deze overeenkomst ondertekenen aan de arbeiders die. bij het begin van de rustperiode. door een arbeidsovereenkomst gebonden zijn aan een bij artikel 1 bedoelde werkgever alsook aan de arbeiders die in de 60 dagen voorafgaand aan het begin van de rustperiode ontslagen worden door een bij artikel 1 bedoelde werkgever, behalve omwille van dringende reden.
Deze vergoeding wordt prorata temporis toegekend aan de arbeiders die verbonden zijn geweest voor een bepaalde tijd van minstens 3 maanden en in volledige onvrijwillige werkloosheid zijn tijdens de periode van de rustdagen. De praktische uitvoeringsmodaliteiten zullen vastgesteld worden door de raad van bestuur van het Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf.
Art.5. Les jours de repos visés à l'article 2 suspendent l'exécution du contrat de travail et donnent droit à une indemnité forfaitaire quotidienne égale à l'allocation de chômage, augmentée de l'allocation complémentaire de chômage octroyée par le Fonds de sécurité d'existence des ouvriers de la construction.
Cette indemnité est à charge du Fonds de sécurité d'existence des ouvriers de la construction et est payée par les organisations signataires de la présente conversion aux ouvriers qui, au début de la période de repos sont liés par un contrat de travail à un employeur visé à l'article 1er ainsi qu'aux ouvriers licenciés, sauf pour motif grave, par un employeur visé à l'article 1er dans les 60 jours précédant le début de la période de repos.
Cette indemnité est octroyée prorata temporis aux ouvriers qui ont été liés par un contrat de travail à durée déterminée d'au moins 3 mois et qui sont en chômage involontaire complet au moment de la période des jours de repos. Les modalités pratiques d'exécution seront établies par le conseil d'administration du Fonds de sécurité d'existence des ouvriers de la construction.
Cette indemnité est à charge du Fonds de sécurité d'existence des ouvriers de la construction et est payée par les organisations signataires de la présente conversion aux ouvriers qui, au début de la période de repos sont liés par un contrat de travail à un employeur visé à l'article 1er ainsi qu'aux ouvriers licenciés, sauf pour motif grave, par un employeur visé à l'article 1er dans les 60 jours précédant le début de la période de repos.
Cette indemnité est octroyée prorata temporis aux ouvriers qui ont été liés par un contrat de travail à durée déterminée d'au moins 3 mois et qui sont en chômage involontaire complet au moment de la période des jours de repos. Les modalités pratiques d'exécution seront établies par le conseil d'administration du Fonds de sécurité d'existence des ouvriers de la construction.
HOOFDSTUK III. - Bijzondere bepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions particulières.
Art.6. De patronale dienst bedoeld bij artikel 23 van de statuten van het Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf is belast met de administratieve, boekhoudkundige en financiële organisatie van de verrichtingen welke voortvloeien uit de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Art.6. L'office patronal visé à l'article 23 des statuts du Fonds de sécurité d'existence des ouvriers de la construction est chargé de l'organisation administrative comptable et financière des opérations résultant de l'application de la présente convention collective de travail.
Art.7. De opzeggingstermijn betekend door de werkgever wordt geschorst tijdens de rustdagen die in de eindejaarsperiode worden toegekend.
Art.7. Le préavis notifié par l'employeur est suspendu pendant les jours de repos octroyés dans la période de fin d'année.
HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur.
CHAPITRE IV. - Durée de validité.
Art. 8. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1995 en verstrijkt op 31 december 1995. Gezien om te worden gevoegd hij het koninklijk besluit van 23 juni 1995.
(Voor het K.B., zie %%1995-06-23/01%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
(Voor het K.B., zie %%1995-06-23/01%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Art. 8. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1995 et expire le 31 décembre 1995.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 23 juin 1995.
(Pour l'AR, voir %%1995-06-23/01%%).La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 23 juin 1995.
(Pour l'AR, voir %%1995-06-23/01%%).La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET