Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de revalidatiecentra die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.
De revalidatiecentra die een dienst uitmaken van een ziekenhuis of een opvoedingsinstelling en alsdusdanig onder de beheersverantwoordelijkheid van dit ziekenhuis of opvoedingsinstelling vallen, zijn uitgesloten van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 DECEMBER 1994. - Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 1994.
Titre
15 DECEMBRE 1994. - Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé. - Convention collective de travail du 15 décembre 1994. - Allocation de foyer et de résidence (Convention enregistrée le 21 juin 1995 sous le numéro 38155/CO/305.02).
Dokumentinformationen
Numac: 1994121554
Datum: 1994-12-15
Info du document
Numac: 1994121554
Date: 1994-12-15
Inhoud
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE Ier. - Champ d'application.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux travailleurs des centres de revalidation qui ressortissent à la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé.
Les centres de revalidation qui forment un service d'un hôpital ou d'une maison d'éducation et qui tombent à ce titre sous la responsabilité de gestion de cet hôpital ou de cette maison d'éducation sont exclus de l'application de la présente convention collective de travail.
Les centres de revalidation qui forment un service d'un hôpital ou d'une maison d'éducation et qui tombent à ce titre sous la responsabilité de gestion de cet hôpital ou de cette maison d'éducation sont exclus de l'application de la présente convention collective de travail.
HOOFDSTUK II. - Haardtoelage.
CHAPITRE II. - Allocation de foyer.
Art. 2. § 1. Een haardtoelage wordt toegekend :
1° aan de gehuwde, niet van tafel en bed gescheiden werknemers, behalve wanneer de toelage aan hun echtgenoot of echtgenote wordt toegekend;
2° aan de andere werknemers van beiderlei kunne die één of meer kinderen ten laste hebben voor welke hun kinderbijslagen worden toegekend en uitbetaald, behalve als zij samenwonen met een werknemer van het andere geslacht die de haardtoelage geniet.
§ 2. Zijn uitgesloten van het voordeel van de haardtoelage de werknemers wiens echtgenoot of echtgenote, die niet valt onder de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, van dit voordeel geniet welke zijn (haar) statuut ook weze.
§ 3. Als beide echtgenoten werknemers zijn van een instelling bedoeld in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt de haardtoelage toegekend aan degene die de laagste wedde geniet.
Bij gelijke jaarbedragen kunnen de echtgenoten met wederzijds akkoord bepalen wie van beiden begunstigde zal zijn van de haardtoelage.
§ 4. Nochtans wanneer één van de echtgenoten of beiden, zonder de eventueel toe te kennen haardtoelage in aanmerking. te nemen, het gewaarborgd minimumloon van toepassing in de instellingen bedoeld in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst gemeten, wordt de haardtoelage toegekend aan degene die de hoogste wedde heeft, indien deze laatste er recht op heeft overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 van deze overeenkomst. Bij gelijke jaarbedragen kunnen de echtgenoten met wederzijds akkoord bepalen wie van beiden begunstigde zal zijn van de haardtoelage.
§ 5. Voor de toepassing van §§ 3 en 4 wordt verstaan onder wedde: de toegekende jaarbedragen (100 pct.) die voorkomen in de uitgewerkte weddeschalen zoals deze zijn vastgesteld voor volledige arbeidsprestaties.
§ 6. De bepalingen van §§ 2, 3, 4 en 5 zijn eveneens van toepassing op de werknemers die samenwonen en die voldoen aan de voorwaarden vermeld in § 1, 2°.
§ 7. De vereffening van de haardtoelage is afhankelijk van verklaring op erewoord opgesteld door de werknemer volgens het als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst gevoegd model, en toegestuurd in twee exemplaren aan de personeelsdienst.
1° aan de gehuwde, niet van tafel en bed gescheiden werknemers, behalve wanneer de toelage aan hun echtgenoot of echtgenote wordt toegekend;
2° aan de andere werknemers van beiderlei kunne die één of meer kinderen ten laste hebben voor welke hun kinderbijslagen worden toegekend en uitbetaald, behalve als zij samenwonen met een werknemer van het andere geslacht die de haardtoelage geniet.
§ 2. Zijn uitgesloten van het voordeel van de haardtoelage de werknemers wiens echtgenoot of echtgenote, die niet valt onder de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, van dit voordeel geniet welke zijn (haar) statuut ook weze.
§ 3. Als beide echtgenoten werknemers zijn van een instelling bedoeld in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt de haardtoelage toegekend aan degene die de laagste wedde geniet.
Bij gelijke jaarbedragen kunnen de echtgenoten met wederzijds akkoord bepalen wie van beiden begunstigde zal zijn van de haardtoelage.
§ 4. Nochtans wanneer één van de echtgenoten of beiden, zonder de eventueel toe te kennen haardtoelage in aanmerking. te nemen, het gewaarborgd minimumloon van toepassing in de instellingen bedoeld in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst gemeten, wordt de haardtoelage toegekend aan degene die de hoogste wedde heeft, indien deze laatste er recht op heeft overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 van deze overeenkomst. Bij gelijke jaarbedragen kunnen de echtgenoten met wederzijds akkoord bepalen wie van beiden begunstigde zal zijn van de haardtoelage.
§ 5. Voor de toepassing van §§ 3 en 4 wordt verstaan onder wedde: de toegekende jaarbedragen (100 pct.) die voorkomen in de uitgewerkte weddeschalen zoals deze zijn vastgesteld voor volledige arbeidsprestaties.
§ 6. De bepalingen van §§ 2, 3, 4 en 5 zijn eveneens van toepassing op de werknemers die samenwonen en die voldoen aan de voorwaarden vermeld in § 1, 2°.
§ 7. De vereffening van de haardtoelage is afhankelijk van verklaring op erewoord opgesteld door de werknemer volgens het als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst gevoegd model, en toegestuurd in twee exemplaren aan de personeelsdienst.
Art. 2. § 1er. Une allocation de foyer est attribuée :
1° aux travailleurs mariés, non séparés de corps, à moins qu'elle ne soit attribuée à leur conjoint;
2° aux autres travailleurs des deux sexes ayant la charge d'un ou plusieurs enfants pour lesquels des allocations familiales leur sont attribuées et payées, sauf lorsqu'ils cohabitent avec un travailleur de l'autre sexe qui bénéficie d'une allocation de foyer.
§ 2. Sont exclus du bénéfice de l'allocation de foyer, les travailleurs dont l'époux ou l'épouse, qui ne tombent pas sous l'application de la présente convention collective de travail, bénéficient, quel que soit leur statut, de cet avantage.
§ 3. Au cas où les deux conjoints sont des travailleurs d'une institution visée à l'article 1er de la présente convention collective de travail, l'allocation de foyer est attribuée à celui des deux qui bénéficie de la rémunération la moins élevée.
A montants annuels égaux, les conjoints peuvent, d'un commun accord, désigner celui des deux qui sera bénéficiaire de l'allocation de foyer.
§ 4. Toutefois, si l'un des conjoints ou les deux bénéficient de la rémunération minimum garantie en vigueur dans les institutions visées à l'article 1er de la présente convention collective de travail, sans prendre en considération l'allocation de foyer à attribuer éventuellement, l'allocation de foyer est attribuée à celui des deux qui bénéficie de la rémunération la plus élevée, si ce dernier y a droit conformément aux dispositions de l'article 4 de la présente convention collective de travail. A montants égaux, les conjoints peuvent, d'un commun accord, désigner celui des deux qui sera bénéficiaire de l'allocation de foyer.
§ 5. Pour l'application des §§ 3 et 4, on entend par rémunération les montants annuels (100 p.c.) figurant dans les échelles de rémunérations établies, telle qu'elles sont fixées pour des prestations de travail complètes.
§ 6. Les dispositions des §§ 2, 3, 4 et 5 sont également applicables aux travailleurs qui cohabitent et qui remplissent les conditions visées au § 1er, 2°.
§ 7. La liquidation de l'allocation de foyer est subordonnée à une déclaration sur l'honneur, rédigée par le travailleur selon le modèle annexé à la présente convention collective de travail et transmise en deux exemplaires au service du personnel.
1° aux travailleurs mariés, non séparés de corps, à moins qu'elle ne soit attribuée à leur conjoint;
2° aux autres travailleurs des deux sexes ayant la charge d'un ou plusieurs enfants pour lesquels des allocations familiales leur sont attribuées et payées, sauf lorsqu'ils cohabitent avec un travailleur de l'autre sexe qui bénéficie d'une allocation de foyer.
§ 2. Sont exclus du bénéfice de l'allocation de foyer, les travailleurs dont l'époux ou l'épouse, qui ne tombent pas sous l'application de la présente convention collective de travail, bénéficient, quel que soit leur statut, de cet avantage.
§ 3. Au cas où les deux conjoints sont des travailleurs d'une institution visée à l'article 1er de la présente convention collective de travail, l'allocation de foyer est attribuée à celui des deux qui bénéficie de la rémunération la moins élevée.
A montants annuels égaux, les conjoints peuvent, d'un commun accord, désigner celui des deux qui sera bénéficiaire de l'allocation de foyer.
§ 4. Toutefois, si l'un des conjoints ou les deux bénéficient de la rémunération minimum garantie en vigueur dans les institutions visées à l'article 1er de la présente convention collective de travail, sans prendre en considération l'allocation de foyer à attribuer éventuellement, l'allocation de foyer est attribuée à celui des deux qui bénéficie de la rémunération la plus élevée, si ce dernier y a droit conformément aux dispositions de l'article 4 de la présente convention collective de travail. A montants égaux, les conjoints peuvent, d'un commun accord, désigner celui des deux qui sera bénéficiaire de l'allocation de foyer.
§ 5. Pour l'application des §§ 3 et 4, on entend par rémunération les montants annuels (100 p.c.) figurant dans les échelles de rémunérations établies, telle qu'elles sont fixées pour des prestations de travail complètes.
§ 6. Les dispositions des §§ 2, 3, 4 et 5 sont également applicables aux travailleurs qui cohabitent et qui remplissent les conditions visées au § 1er, 2°.
§ 7. La liquidation de l'allocation de foyer est subordonnée à une déclaration sur l'honneur, rédigée par le travailleur selon le modèle annexé à la présente convention collective de travail et transmise en deux exemplaires au service du personnel.
HOOFDSTUK III. - Standplaatstoelage.
CHAPITRE III. - Allocation de résidence.
Art. 3. Een standplaatstoelage wordt toegekend aan de werknemers die geen haardtoelage bekomen.
Art. 3. Une allocation de résidence est attribuée aux travailleurs qui n'obtiennent pas l'allocation de foyer.
HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions communes.
Art. 4. Het jaarlijks bedrag van de haardtoelage of van de standplaatstoelage wordt vastgesteld als volgt (aan 100 pct.) :
1. jaarlijkse lonen welke 623 402 F niet te boven gaan :
haardtoelage : 29 040 F;
standplaatstoelage : 14 520 F.
2. jaarlijkse lonen welke hoger zijn dan 623 402 F doch 710 718 F niet te boven gaan :
haardtoelage : 14 520 F;
standplaatstoelage : 7 260 F.
1. jaarlijkse lonen welke 623 402 F niet te boven gaan :
haardtoelage : 29 040 F;
standplaatstoelage : 14 520 F.
2. jaarlijkse lonen welke hoger zijn dan 623 402 F doch 710 718 F niet te boven gaan :
haardtoelage : 14 520 F;
standplaatstoelage : 7 260 F.
Art. 4. Le montant annuel de l'allocation de foyer ou de l'allocation de résidence est fixé comme suit (à 100 p.c.) :
1. rémunérations annuelles n'excédant pas 623 402 F :
allocation de foyer : 29 040 F;
allocation de résidence : 14 520 F.
2. rémunérations annuelles excédant 623 402 F sans dépasser 710 718 F :
allocation de foyer : 14 520 F;
allocation de résidence : 7 260 F.
1. rémunérations annuelles n'excédant pas 623 402 F :
allocation de foyer : 29 040 F;
allocation de résidence : 14 520 F.
2. rémunérations annuelles excédant 623 402 F sans dépasser 710 718 F :
allocation de foyer : 14 520 F;
allocation de résidence : 7 260 F.
Art. 5. De bezoldigingen van de werknemer wiens jaarlijks loon 623 402 F te boven gaat, mag niet kleiner zijn dan die welke hij zou bekomen ware zijn jaarlijks loon gelijk aan dit bedrag. In voorkomend geval wordt hem het verschil toegekend in de vorm van een gedeeltelijke haardtoelage of van een gedeeltelijke standplaatstoelage.
De bezoldiging van de werknemer wiens jaarlijks loon 710 718 F te boven gaat, mag niet kleiner zijn dan die welke hij zou bekomen ware zijn jaarlijks loon gelijk aan dit bedrag. In voorkomend geval wordt hem het verschil toegekend in de vorm van een gedeeltelijke haardtoelage of van een gedeeltelijke standplaatstoelage.
Onder bezoldiging moet worden verstaan het loon, verhoogd met de volledige of gedeeltelijke haardtoelage of de volledige of gedeeltelijke standplaatstoelage, verminderd met de afhouding voor de samenstelling van het overlevingspensioen (cfr. de afhouding voor het Rijkspersoneel welke voor het ogenblik 7,5 pct. bedraagt).
De bezoldiging van de werknemer wiens jaarlijks loon 710 718 F te boven gaat, mag niet kleiner zijn dan die welke hij zou bekomen ware zijn jaarlijks loon gelijk aan dit bedrag. In voorkomend geval wordt hem het verschil toegekend in de vorm van een gedeeltelijke haardtoelage of van een gedeeltelijke standplaatstoelage.
Onder bezoldiging moet worden verstaan het loon, verhoogd met de volledige of gedeeltelijke haardtoelage of de volledige of gedeeltelijke standplaatstoelage, verminderd met de afhouding voor de samenstelling van het overlevingspensioen (cfr. de afhouding voor het Rijkspersoneel welke voor het ogenblik 7,5 pct. bedraagt).
Art. 5. La rétribution du travailleur dont la rémunération annuelle dépasse 623 402 F ne peut pas être inférieure à celle qu'il obtiendrait si sa rémunération annuelle était égale à ce montant. S'il échet, la différence lui est attribuée sous forme d'allocation de foyer partielle ou d'allocation de résidence partielle.
La rétribution du travailleur dont la rémunération annuelle dépasse 710 718 F ne peut pas être inférieure à celle qu'il obtiendrait si sa rémunération annuelle était égale à ce montant. S'il échet, la différence lui est attribuée sous forme d'allocation de foyer partielle ou d'allocation de résidence partielle.
Par rétribution, il faut entendre la rémunération augmentée de l'allocation de foyer complète ou partielle ou de l'allocation de résidence complète ou partielle, diminuée de la retenue pour la constitution de la pension de survie (cfr. la retenue pour le personnel de l'Etat, qui est de 7,5 p.c. actuellement).
La rétribution du travailleur dont la rémunération annuelle dépasse 710 718 F ne peut pas être inférieure à celle qu'il obtiendrait si sa rémunération annuelle était égale à ce montant. S'il échet, la différence lui est attribuée sous forme d'allocation de foyer partielle ou d'allocation de résidence partielle.
Par rétribution, il faut entendre la rémunération augmentée de l'allocation de foyer complète ou partielle ou de l'allocation de résidence complète ou partielle, diminuée de la retenue pour la constitution de la pension de survie (cfr. la retenue pour le personnel de l'Etat, qui est de 7,5 p.c. actuellement).
Art. 6. De haardtoelage en de standplaatstoelage, alsook de grenslonen vastgesteld voor de toekenning ervan, worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, overeenkomstig de modaliteiten welke zijn vastgesteld bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
Zij worden beschouwd als zijnde in overeenstemming met het spilindexcijfer 102,02, basis 1988, vereffeningscoëfficiënt aan 100 pct.
Zij worden beschouwd als zijnde in overeenstemming met het spilindexcijfer 102,02, basis 1988, vereffeningscoëfficiënt aan 100 pct.
Art. 6. L'allocation de foyer et l'allocation de résidence, ainsi que les rémunérations plafonnées fixées pour leur attribution, sont liées à l'indice des prix à la consommation du Royaume, conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
Elles sont considérées comme étant mises en regard de l'indice pivot 102,02, base 1988, coefficient de liquidation à 100 p.c.
Elles sont considérées comme étant mises en regard de l'indice pivot 102,02, base 1988, coefficient de liquidation à 100 p.c.
Art. 7. De haardtoelage of de standplaatstoelage wordt toegekend aan de werknemers met onvolledige arbeidsprestaties, naar rata van deze arbeidsprestaties.
Het in aanmerking te nemen loon is het loon dat zou worden toegekend indien de deeltijdse betrekking van de werknemer een voltijdse betrekking was.
Het in aanmerking te nemen loon is het loon dat zou worden toegekend indien de deeltijdse betrekking van de werknemer een voltijdse betrekking was.
Art. 7. L'allocation de foyer ou l'allocation de résidence sont attribuées aux travailleurs assumant des fonctions à prestations incomplètes, au prorata de leurs prestations.
La rémunération à prendre en considération est celle qui serait octroyée si l'emploi à temps partiel exercé par le travailleur était un emploi à temps plein.
La rémunération à prendre en considération est celle qui serait octroyée si l'emploi à temps partiel exercé par le travailleur était un emploi à temps plein.
Art. 8. De haardtoelage of de standplaatstoelage wordt betaald terzelfder tijd als het loon van de maand waarop zij betrekking heeft.
Zij wordt betaald in dezelfde mate en volgens dezelfde modaliteiten als het loon wanneer dit niet voor een volledige maand verschuldigd is.
Wanneer zich in de loop van een maand een feit voordoet dat het recht op de haard- of standplaatstoelage wijzigt, zoals het is bepaald bij de artikelen 2 en 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt het voordeligste stelsel voor de volledige maand toegepast.
Zij wordt betaald in dezelfde mate en volgens dezelfde modaliteiten als het loon wanneer dit niet voor een volledige maand verschuldigd is.
Wanneer zich in de loop van een maand een feit voordoet dat het recht op de haard- of standplaatstoelage wijzigt, zoals het is bepaald bij de artikelen 2 en 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt het voordeligste stelsel voor de volledige maand toegepast.
Art. 8. L'allocation de foyer ou l'allocation de résidence sont payées en même temps que la rémunération du mois auquel elles se rapportent.
Elles sont payées dans la même mesure et selon les mêmes modalités que la rémunération, si celle-ci n'est pas due pour le mois entier.
La survenance dans le courant du cours d'un fait modifiant le droit à l'allocation de foyer ou de résidence, tel qu'il est défini aux articles 2 et 3 de la présente convention collective de travail, donne lieu à l'application du régime le plus favorable pour le mois entier.
Elles sont payées dans la même mesure et selon les mêmes modalités que la rémunération, si celle-ci n'est pas due pour le mois entier.
La survenance dans le courant du cours d'un fait modifiant le droit à l'allocation de foyer ou de résidence, tel qu'il est défini aux articles 2 et 3 de la présente convention collective de travail, donne lieu à l'application du régime le plus favorable pour le mois entier.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions finales.
Art. 9. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1994.
Zij zal van toepassing zijn vanaf de datum waarop het revalidatiecentrum dat valt onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst _ via een conventie met het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering _ een nieuwe en verhoogde dagforfaitprijs per patiënt uitbetaald krijgt, waarvan door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering bewezen wordt dat de haard- en standplaatsvergoeding conform de regelen vervat in deze collectieve arbeidsovereenkomst verrekend zijn.
Zij is gesloten voor onbepaalde tijd en kan geheel of gedeeltelijk worden herzien of opgezegd door elk van de partijen mits een opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 januari 1996.
(Voor het K.B., zie %%1996-01-22/60%%) De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Zij zal van toepassing zijn vanaf de datum waarop het revalidatiecentrum dat valt onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst _ via een conventie met het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering _ een nieuwe en verhoogde dagforfaitprijs per patiënt uitbetaald krijgt, waarvan door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering bewezen wordt dat de haard- en standplaatsvergoeding conform de regelen vervat in deze collectieve arbeidsovereenkomst verrekend zijn.
Zij is gesloten voor onbepaalde tijd en kan geheel of gedeeltelijk worden herzien of opgezegd door elk van de partijen mits een opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 januari 1996.
(Voor het K.B., zie %%1996-01-22/60%%) De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Art. 9. La présente convention collective de travail entre en vigueur à la date du 1er janvier 1994.
Elle sera d'application à partir de la date à laquelle le centre de revalidation qui tombe dans son champ d'application se voit attribuer - par le truchement d'une convention avec l'Institut national d'assurance maladie-invalidité - un nouveau prix forfaitaire journalier augmenté par patient, dont l'incorporation dans l'indemnité de foyer et de résidence, conformément aux règles reprises dans la présente convention collective de travail, est prouvée par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
Elle est conclue pour une durée indéterminée et peut être revue ou dénoncée complètement ou partiellement par chacune des parties moyennant un préavis de trois mois, notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 22 janvier 1996.
(Pour l'AR, voir %%1996-01-22/60%%) La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
Elle sera d'application à partir de la date à laquelle le centre de revalidation qui tombe dans son champ d'application se voit attribuer - par le truchement d'une convention avec l'Institut national d'assurance maladie-invalidité - un nouveau prix forfaitaire journalier augmenté par patient, dont l'incorporation dans l'indemnité de foyer et de résidence, conformément aux règles reprises dans la présente convention collective de travail, est prouvée par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
Elle est conclue pour une durée indéterminée et peut être revue ou dénoncée complètement ou partiellement par chacune des parties moyennant un préavis de trois mois, notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 22 janvier 1996.
(Pour l'AR, voir %%1996-01-22/60%%) La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
Bijlage.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 1994 tot toekenning van een haard- of standplaatstoelage aan sommige werknemers.
Verklaring op erewoord.
Deze verklaring op erewoord moet worden ingevuld door de mannelijke of vrouwelijke werknemers die het voordeel van een haardtoelage wensen te genieten.
Met deze verklaring op erewoord bevestigt de ondertekenende werknemer, aanvrager van een haardtoelage, dat hij voldoet aan sommige voorwaarden bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 1994, gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, houdende toekenning vanaf 1 januari 1994 van een haardtoelage.
Ondergetekende werknemer
Naam :
Voornamen ....
Adres .............
...
I. Verklaart zich in één van de drie volgende gevallen te bevinden :
1° gehuwd, niet van tafel en bed gescheiden;
2° alleenstaand (ongehuwd, gescheiden van tafel en bed, uit de echt gescheiden, weduwnaar of weduwe) met één of meer kinderen ten laste voor wie kinderbijslag wordt toegekend en uitbetaald en samenwonend met een persoon van het ander geslacht;
3° alleenstaand (ongehuwd, gescheiden van tafel en bed, uit de echt gescheiden, weduwnaar of weduwe) met één of meer kinderen ten laste voor wie kinderbijslag wordt toegekend en uitbetaald.
II. Verklaart dat zijn echtgenoot (geval 1°) of de persoon met wie hij samenwoont (geval 2°) (2) :
(3) O geen enkele beroepsactiviteit uitoefent en geen haardtoelage geniet;
O een beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige en geen haardtoelage geniet;
O een beroepsactiviteit uitoefent in de openbare sector (parastatalen inbegrepen) en er geen haardtoelage geniet;
O een beroepsactiviteit uitoefent in de private sector andere dan de sector van de autonome revalidatiecentra en er geen haardtoelage geniet;
O een beroepsactiviteit uitoefent in de sector van de autonome revalidatiecentra en er een wedde (4) heeft die tegelijkertijd lager is dan het gewaarborgd minimumloon van de sector van de autonome revalidatiecentra en dan de wedde van de ondertekenende werknemer;
O een beroepsactiviteit uitoefent in de sector van de autonome revalidatiecentra en er een wedde (4) heeft die tegelijkertijd lager dan of gelijk is aan het gewaarborgd minimumloon van de sector van de autonome revalidatiecentra en lager is dan de wedde van de ondertekenende werknemer;
O een beroepsactiviteit uitoefent in de sector van de autonome revalidatiecentra en
_ er een wedde (4) heeft gelijk aan deze van de ondertekenende werknemer;
_ aanvaardt, in akkoord met de ondertekenende werknemer, dat de haardtoelage exclusief aan laatstgenoemde zou worden toegekend;
O zich in geen enkel van de hierboven opgesomde gevallen bevindt en geen haardtoelage geniet.
III. De ondertekenende werknemer.
1° bevestigt dat bovenvermelde inlichtingen echt en juist zijn;
2° verbindt zich ten spoedigste op elk verzoek van zijn werkgever elk document te overhandigen tot staving van de juistheid van zijn verklaring betreffende zowel de wedde van de echtgenoot of van de persoon met wie hij samenwoont als betreffende het feit dat de echtgenoot of de persoon met wie hij samenwoont geen haardtoelage geniet;
3° verbindt zich onmiddellijk zijn werkgever in kennis te stellen van elke wijziging die in de bovenbeschreven toestand mocht tot standkomen;
4° verleent uitdrukkelijk aan zijn werkgever de toelating op zijn wedde elk bedrag in te houden dat de werkgever ten onrechte zou betaald hebben ingevolge een onjuiste verklaring. De modaliteiten van deze inhouding zullen in gemeen overleg worden vastgesteld; bij gebrek aan akkoord tussen partijen zullen deze inhoudingen gebeuren volgens de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.
Gedaan te ................................................. de ...........................................................
Handtekening van de aanvragende werknemer voorafgegaan door woorden "gelezen en goedgekeurd" eigenhandig geschreven.
(5) Handtekening van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende persoon, voorafgegaan door het woord "voor akkoord" eigenhandig geschreven._________________________________
(1) Naast de voorwaarden waarvan sprake in deze verklaring op erewoord is de toekenning van een haardtoelage ondergeschikt aan de voorwaarde dat de wedde van de werknemer een bepaald jaarbedrag niet overschrijdt.
(2) Niet in te vullen door de werknemers die zich in geval 3° van rubriek I bevinden. Deze werknemers gaan onmiddellijk over naar rubriek III.
(3) Gelieve met een kruis aan te duiden.
(4) Onder wedde wordt verstaan, de toegekende jaarbedragen (100 pct.) die voorkomen in de uitgewerkte weddeschalen zoals deze zijn vastgesteld voor volledige arbeidsprestaties.
(5) De handtekening van de echtgenoot of de persoon met wie de werknemer samenwoont is slechts in één geval vereist, namelijk wanneer de echtgenoot of de persoon met wie de werknemer samenwoont :
_ een beroepsactiviteit uitoefent in de sector van de autonome revalidatiecentra;
_ er geen haardtoelage geniet;
_ er een wedde ontvangt gelijk aan deze van de ondertekenende werknemer;
_ akkoord is dat de haardtoelage wordt toegekend aan de ondertekenende werknemer.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 januari 1996.
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Verklaring op erewoord.
Deze verklaring op erewoord moet worden ingevuld door de mannelijke of vrouwelijke werknemers die het voordeel van een haardtoelage wensen te genieten.
Met deze verklaring op erewoord bevestigt de ondertekenende werknemer, aanvrager van een haardtoelage, dat hij voldoet aan sommige voorwaarden bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 1994, gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, houdende toekenning vanaf 1 januari 1994 van een haardtoelage.
Ondergetekende werknemer
Naam :
Voornamen ....
Adres .............
...
I. Verklaart zich in één van de drie volgende gevallen te bevinden :
1° gehuwd, niet van tafel en bed gescheiden;
2° alleenstaand (ongehuwd, gescheiden van tafel en bed, uit de echt gescheiden, weduwnaar of weduwe) met één of meer kinderen ten laste voor wie kinderbijslag wordt toegekend en uitbetaald en samenwonend met een persoon van het ander geslacht;
3° alleenstaand (ongehuwd, gescheiden van tafel en bed, uit de echt gescheiden, weduwnaar of weduwe) met één of meer kinderen ten laste voor wie kinderbijslag wordt toegekend en uitbetaald.
II. Verklaart dat zijn echtgenoot (geval 1°) of de persoon met wie hij samenwoont (geval 2°) (2) :
(3) O geen enkele beroepsactiviteit uitoefent en geen haardtoelage geniet;
O een beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige en geen haardtoelage geniet;
O een beroepsactiviteit uitoefent in de openbare sector (parastatalen inbegrepen) en er geen haardtoelage geniet;
O een beroepsactiviteit uitoefent in de private sector andere dan de sector van de autonome revalidatiecentra en er geen haardtoelage geniet;
O een beroepsactiviteit uitoefent in de sector van de autonome revalidatiecentra en er een wedde (4) heeft die tegelijkertijd lager is dan het gewaarborgd minimumloon van de sector van de autonome revalidatiecentra en dan de wedde van de ondertekenende werknemer;
O een beroepsactiviteit uitoefent in de sector van de autonome revalidatiecentra en er een wedde (4) heeft die tegelijkertijd lager dan of gelijk is aan het gewaarborgd minimumloon van de sector van de autonome revalidatiecentra en lager is dan de wedde van de ondertekenende werknemer;
O een beroepsactiviteit uitoefent in de sector van de autonome revalidatiecentra en
_ er een wedde (4) heeft gelijk aan deze van de ondertekenende werknemer;
_ aanvaardt, in akkoord met de ondertekenende werknemer, dat de haardtoelage exclusief aan laatstgenoemde zou worden toegekend;
O zich in geen enkel van de hierboven opgesomde gevallen bevindt en geen haardtoelage geniet.
III. De ondertekenende werknemer.
1° bevestigt dat bovenvermelde inlichtingen echt en juist zijn;
2° verbindt zich ten spoedigste op elk verzoek van zijn werkgever elk document te overhandigen tot staving van de juistheid van zijn verklaring betreffende zowel de wedde van de echtgenoot of van de persoon met wie hij samenwoont als betreffende het feit dat de echtgenoot of de persoon met wie hij samenwoont geen haardtoelage geniet;
3° verbindt zich onmiddellijk zijn werkgever in kennis te stellen van elke wijziging die in de bovenbeschreven toestand mocht tot standkomen;
4° verleent uitdrukkelijk aan zijn werkgever de toelating op zijn wedde elk bedrag in te houden dat de werkgever ten onrechte zou betaald hebben ingevolge een onjuiste verklaring. De modaliteiten van deze inhouding zullen in gemeen overleg worden vastgesteld; bij gebrek aan akkoord tussen partijen zullen deze inhoudingen gebeuren volgens de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.
Gedaan te ................................................. de ...........................................................
Handtekening van de aanvragende werknemer voorafgegaan door woorden "gelezen en goedgekeurd" eigenhandig geschreven.
(5) Handtekening van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende persoon, voorafgegaan door het woord "voor akkoord" eigenhandig geschreven._________________________________
(1) Naast de voorwaarden waarvan sprake in deze verklaring op erewoord is de toekenning van een haardtoelage ondergeschikt aan de voorwaarde dat de wedde van de werknemer een bepaald jaarbedrag niet overschrijdt.
(2) Niet in te vullen door de werknemers die zich in geval 3° van rubriek I bevinden. Deze werknemers gaan onmiddellijk over naar rubriek III.
(3) Gelieve met een kruis aan te duiden.
(4) Onder wedde wordt verstaan, de toegekende jaarbedragen (100 pct.) die voorkomen in de uitgewerkte weddeschalen zoals deze zijn vastgesteld voor volledige arbeidsprestaties.
(5) De handtekening van de echtgenoot of de persoon met wie de werknemer samenwoont is slechts in één geval vereist, namelijk wanneer de echtgenoot of de persoon met wie de werknemer samenwoont :
_ een beroepsactiviteit uitoefent in de sector van de autonome revalidatiecentra;
_ er geen haardtoelage geniet;
_ er een wedde ontvangt gelijk aan deze van de ondertekenende werknemer;
_ akkoord is dat de haardtoelage wordt toegekend aan de ondertekenende werknemer.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 januari 1996.
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Art. N. Annexe à la convention collective de travail du 15 décembre 1994 octroyant une allocation de foyer ou de résidence à certains travailleurs.
Déclaration sur l'honneur.
La présente déclaration sur l'honneur est à compléter par tout travailleur de sexe masculin ou de sexe féminin postulant le paiement d'une allocation de foyer.
La présente déclaration sur l'honneur a pour objet de certifier que sont satisfaites dans le chef du travailleur signataire, demandeur d'une allocation de foyer, certaines des conditions auxquelles la convention collective de travail, conclue le 15 décembre 1994 au sein de la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé, subordonne, à partir du 1er janvier 1994 le bénéfice d'une allocation de foyer (1).
Le travailleur soussigné
Nom ..
Prénoms ..
Domicile ..
..
I. Certifie se trouver dans une des trois situations ci-après :
1° marié et non séparé de corps;
2° isolé (célibataire, séparé de corps, divorcé, veuf) ayant la charge d'un ou de plusieurs enfants pour lesquels des allocations familiales lui sont attribuées et payées et cohabitant avec une personne de l'autre sexe;
3° isolé (célibataire, séparé de corps, divorcé, veuf) ayant la garde d'un ou de plusieurs enfants pour lesquels des allocations familiales lui sont attribuées et payées.
II. Certifie que son conjoint (hypothèse 1° ci-dessus) ou son cohabitant (hypothèse 2° ci-dessus) (2) :
(3) O n'exerce aucune activité professionnelle et ne bénéficie d'aucune allocation de foyer;
O exerce une activité professionnelle comme travailleur indépendant et ne bénéficie d'aucune allocation de foyer;
O exerce une activité professionnelle dans le secteur public (parastataux y compris) et n'y bénéficie d'aucune allocation de foyer;
O exerce une activité professionnelle dans le secteur privé autre que le secteur des centres de revalidation autonome et n'y bénéficie d'aucune allocation de foyer;
O exerce une activité professionnelle dans le secteur des centres de revalidation autonome et y promérite une rémunération (4) tout à la fois supérieure au minimum garanti du secteur des centres de revalidation autonome et à la rémunération du travailleur signataire;
O exerce une activité professionnelle dans le secteur des centres de revalidation autonome et y promérite une rémunération (4) tout à la fois égale ou inférieure au minimum garanti du secteur des centres de revalidation autonome et inférieure à la rémunération du travailleur signataire;
O exerce une activité professionnelle dans le secteur des centres de revalidation autonome et
- y "promérite" une rémunération (4) égale à celle du travailleur signataire;
- accepte, en accord avec le travailleur signataire, que l'allocation de foyer soit allouée à ce dernier exclusivement;
O ne se trouve dans aucune des situations ci-avant et ne bénéficie d'aucune allocation de foyer.
III. Le travailleur soussigné
1° certifie que les renseignements précités sont sincères et exacts;
2° s'engage à transmettre dans les plus brefs délais à son employeur, à toute réquisition de ce dernier, tout document justificatif des éléments objet de la présente déclaration et relatifs tant à la rémunération du conjoint ou du cohabitant qu'à l'absence dans le chef de celui-ci de toute allocation de foyer;
3° s'engage à communiquer immédiatement à son employeur toute modification qui interviendrait dans la situation décrite ci-dessus;
4° autorise expressément son employeur à procéder à la retenue, sur sa rémunération, de toute somme lui payée indûment par ce dernier ensuite d'une déclaration sur l'honneur inexacte. Les modalités de ces retenues seront fixées de commun accord par les parties; à défaut de semblable accord, ces retenues seront régies par la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs.
Fait à .. le..............................
Signature du travailleur demandeur, à faire précéder de la mention manuscrite "lu et approuvé".
(5) Signature du conjoint ou du cohabitant du travailleur demandeur, précédée de la mention manuscrite "pour accord".
_______________________________
(1) Le bénéfice d'une allocation de foyer est subordonné, outre celles attestées par la présente déclaration sur l'honneur, à la condition que la rémunération du travailleur n'excède pas un plafond annuel.
(2) Ne doit pas être rempli par les travailleurs se trouvant dans l'hypothèse 3° de la rubrique I. Ces travailleurs passeront immédiatement à la rubrique III.
(3) Prière de cocher la case adéquate.
(4) Par rémunération, il faut entendre les montants annuels (100 p.c.), situés dans les échelles de rémunération développées, telles qu'elles sont fixées pour des prestations de travail complètes.
(5) La signature du conjoint ou du cohabitant du travailleur signataire est requise dans une seule hypothèse lorsque ledit conjoint ou cohabitant :
- exerce lui aussi une activité professionnelle dans le secteur des centres de revalidation autonome;
- n'y bénéficie d'aucune allocation de foyer;
- y promérite une rémunération égale à celle du travailleur signataire;
- accepte que l'allocation de foyer soit allouée à ce dernier.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 22 janvier 1996.
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
Déclaration sur l'honneur.
La présente déclaration sur l'honneur est à compléter par tout travailleur de sexe masculin ou de sexe féminin postulant le paiement d'une allocation de foyer.
La présente déclaration sur l'honneur a pour objet de certifier que sont satisfaites dans le chef du travailleur signataire, demandeur d'une allocation de foyer, certaines des conditions auxquelles la convention collective de travail, conclue le 15 décembre 1994 au sein de la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé, subordonne, à partir du 1er janvier 1994 le bénéfice d'une allocation de foyer (1).
Le travailleur soussigné
Nom ..
Prénoms ..
Domicile ..
..
I. Certifie se trouver dans une des trois situations ci-après :
1° marié et non séparé de corps;
2° isolé (célibataire, séparé de corps, divorcé, veuf) ayant la charge d'un ou de plusieurs enfants pour lesquels des allocations familiales lui sont attribuées et payées et cohabitant avec une personne de l'autre sexe;
3° isolé (célibataire, séparé de corps, divorcé, veuf) ayant la garde d'un ou de plusieurs enfants pour lesquels des allocations familiales lui sont attribuées et payées.
II. Certifie que son conjoint (hypothèse 1° ci-dessus) ou son cohabitant (hypothèse 2° ci-dessus) (2) :
(3) O n'exerce aucune activité professionnelle et ne bénéficie d'aucune allocation de foyer;
O exerce une activité professionnelle comme travailleur indépendant et ne bénéficie d'aucune allocation de foyer;
O exerce une activité professionnelle dans le secteur public (parastataux y compris) et n'y bénéficie d'aucune allocation de foyer;
O exerce une activité professionnelle dans le secteur privé autre que le secteur des centres de revalidation autonome et n'y bénéficie d'aucune allocation de foyer;
O exerce une activité professionnelle dans le secteur des centres de revalidation autonome et y promérite une rémunération (4) tout à la fois supérieure au minimum garanti du secteur des centres de revalidation autonome et à la rémunération du travailleur signataire;
O exerce une activité professionnelle dans le secteur des centres de revalidation autonome et y promérite une rémunération (4) tout à la fois égale ou inférieure au minimum garanti du secteur des centres de revalidation autonome et inférieure à la rémunération du travailleur signataire;
O exerce une activité professionnelle dans le secteur des centres de revalidation autonome et
- y "promérite" une rémunération (4) égale à celle du travailleur signataire;
- accepte, en accord avec le travailleur signataire, que l'allocation de foyer soit allouée à ce dernier exclusivement;
O ne se trouve dans aucune des situations ci-avant et ne bénéficie d'aucune allocation de foyer.
III. Le travailleur soussigné
1° certifie que les renseignements précités sont sincères et exacts;
2° s'engage à transmettre dans les plus brefs délais à son employeur, à toute réquisition de ce dernier, tout document justificatif des éléments objet de la présente déclaration et relatifs tant à la rémunération du conjoint ou du cohabitant qu'à l'absence dans le chef de celui-ci de toute allocation de foyer;
3° s'engage à communiquer immédiatement à son employeur toute modification qui interviendrait dans la situation décrite ci-dessus;
4° autorise expressément son employeur à procéder à la retenue, sur sa rémunération, de toute somme lui payée indûment par ce dernier ensuite d'une déclaration sur l'honneur inexacte. Les modalités de ces retenues seront fixées de commun accord par les parties; à défaut de semblable accord, ces retenues seront régies par la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs.
Fait à .. le..............................
Signature du travailleur demandeur, à faire précéder de la mention manuscrite "lu et approuvé".
(5) Signature du conjoint ou du cohabitant du travailleur demandeur, précédée de la mention manuscrite "pour accord".
_______________________________
(1) Le bénéfice d'une allocation de foyer est subordonné, outre celles attestées par la présente déclaration sur l'honneur, à la condition que la rémunération du travailleur n'excède pas un plafond annuel.
(2) Ne doit pas être rempli par les travailleurs se trouvant dans l'hypothèse 3° de la rubrique I. Ces travailleurs passeront immédiatement à la rubrique III.
(3) Prière de cocher la case adéquate.
(4) Par rémunération, il faut entendre les montants annuels (100 p.c.), situés dans les échelles de rémunération développées, telles qu'elles sont fixées pour des prestations de travail complètes.
(5) La signature du conjoint ou du cohabitant du travailleur signataire est requise dans une seule hypothèse lorsque ledit conjoint ou cohabitant :
- exerce lui aussi une activité professionnelle dans le secteur des centres de revalidation autonome;
- n'y bénéficie d'aucune allocation de foyer;
- y promérite une rémunération égale à celle du travailleur signataire;
- accepte que l'allocation de foyer soit allouée à ce dernier.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 22 janvier 1996.
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET