Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de revalidatiecentra die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.
De revalidatiecentra die een dienst uitmaken van een ziekenhuis of een opvoedingsinstelling en alsdusdanig onder de beheersverantwoordelijkheid van dit ziekenhuis of opvoedingsinstelling vallen, zijn uitgesloten van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 DECEMBER 1994. - Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 1994.
Titre
15 DECEMBRE 1994. - Sous-commission paritaire. - pour les établissements et les services de santé. - Convention collective de travail du 15 décembre 1994.
Dokumentinformationen
Numac: 1994121557
Datum: 1994-12-15
Info du document
Numac: 1994121557
Date: 1994-12-15
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux travailleurs des centres de revalidation qui ressortissent à la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé.
Les centres de revalidation qui forment un service d'un hôpital ou d'une maison d'éducation et qui tombent à ce titre sous la responsabilité de gestion de cet hôpital ou de cette maison d'éducation sont exclus de l'application de la présente convention collective de travail.
Les centres de revalidation qui forment un service d'un hôpital ou d'une maison d'éducation et qui tombent à ce titre sous la responsabilité de gestion de cet hôpital ou de cette maison d'éducation sont exclus de l'application de la présente convention collective de travail.
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst doet geen afbreuk aan de bepalingen die voor de werknemers gunstiger zijn, daar waar dergelijke toestand bestaat.
Art. 2. La présente convention collective de travail ne porte pas préjudice aux dispositions plus favorables pour les travailleurs, lorsqu'il existe une telle situation.
Art. 3. § 1. Het gewaarborgd minimumloon van het werkliedenpersoneel van eenentwintig jaar of ouder wordt vastgesteld op 253,65 F in een arbeidstijdregeling van 38 uren per week.
§ 2. Het gewaarborgd minimumloon van het bediendenpersoneel van eenentwintig jaar of ouder, dat volledige arbeidsprestaties verricht wordt vastgesteld op 41 767 F.
§ 2. Het gewaarborgd minimumloon van het bediendenpersoneel van eenentwintig jaar of ouder, dat volledige arbeidsprestaties verricht wordt vastgesteld op 41 767 F.
Art. 3. § 1er. La rémunération minimum garantie du personnel ouvrier âgé de vingt et un ans ou plus est fixée à 253,65 F dans un régime de travail de 38 heures par semaine.
§ 2. La rémunération minimum garantie du personnel employé de vingt et un ans ou plus, accomplissant des prestations de travail à temps plein, est fixée à 41 767 F.
§ 2. La rémunération minimum garantie du personnel employé de vingt et un ans ou plus, accomplissant des prestations de travail à temps plein, est fixée à 41 767 F.
Art. 4. Het gewaarborgd minimumloon van de personeelsleden van minder dan eenentwintig jaar wordt respectievelijk vastgesteld op :
95 pct. op twintig jaar;
90 pct. op negentien jaar;
85 pct. op achttien jaar;
80 pct. op zeventien jaar;
75 pct. op zestien jaar en jonger,
van het gewaarborgd minimumloon bepaald in artikel 3.
95 pct. op twintig jaar;
90 pct. op negentien jaar;
85 pct. op achttien jaar;
80 pct. op zeventien jaar;
75 pct. op zestien jaar en jonger,
van het gewaarborgd minimumloon bepaald in artikel 3.
Art. 4. La rémunération minimum garantie des membres du personnel âgés de moins de vingt et un ans est fixée à respectivement :
95 p.c. à vingt ans;
90 p.c. à dix-neuf ans;
85 p.c. à dix-huit ans;
80 p.c. à dix-sept ans;
75 p.c. à seize ans et moins,
de la rémunération minimum garantie fixée à l'article 3.
95 p.c. à vingt ans;
90 p.c. à dix-neuf ans;
85 p.c. à dix-huit ans;
80 p.c. à dix-sept ans;
75 p.c. à seize ans et moins,
de la rémunération minimum garantie fixée à l'article 3.
Art. 5. Voor het bediendenpersoneel dat met onvolledige dienstbetrekking is tewerkgesteld, wordt het gewaarborgd minimum maandloon, bepaald in de artikelen 3, § 2 en 4, berekend naar rato van de duur van de maandelijkse arbeidsprestaties.
Art. 5. Pour le personnel employé occupé à temps partiel, la rémunération minimum mensuelle garantie, fixée aux articles 3, § 2 et 4, est calculée proportionnellement à la durée de la prestation de travail mensuelle.
Art. 6. Het in artikel 3 bepaalde loon is gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, overeenkomstig de modaliteiten welke zijn vastgesteld bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.
Het wordt beschouwd als zijnde in overeenstemming met het spilindexcijfer 102,02, basis 1988, vereffeningscoëfficiënt aan 100 pct.
Het wordt beschouwd als zijnde in overeenstemming met het spilindexcijfer 102,02, basis 1988, vereffeningscoëfficiënt aan 100 pct.
Art. 6. La rémunération fixée à l'article 3 est liée à l'indice des prix à la consommation du Royaume, conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public.
Elle est considérée comme étant mise en regard de l'indice-pivot 102,02, base 1988, coefficient de liquidation à 100 p.c.
Elle est considérée comme étant mise en regard de l'indice-pivot 102,02, base 1988, coefficient de liquidation à 100 p.c.
Art. 7. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1994.
Zij zal van toepassing zijn vanaf de datum waarop het revalidatiecentrum dat valt onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst - via een conventie met het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering - een nieuwe en verhoogde dagforfaitprijs per patiënt uitbetaald krijgt, waarvan door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering bewezen wordt dat het gewaarborgd minimumloon conform de regelen vervat in deze collectieve arbeidsovereenkomst verrekend is.
Zij is afgesloten voor onbepaalde tijd en kan geheel of gedeeltelijk worden herzien of opgezegd door elk van de partijen mits een opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en diensten.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt, voor de revalidatiecentra vermeld onder artikel 1, de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 1992 gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de waarborg van een minimumloon, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 26 maart 1993.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 29 januari 1996.
(Voor het K.B., zie %%1996-01-29/39%%) De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Zij zal van toepassing zijn vanaf de datum waarop het revalidatiecentrum dat valt onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst - via een conventie met het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering - een nieuwe en verhoogde dagforfaitprijs per patiënt uitbetaald krijgt, waarvan door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering bewezen wordt dat het gewaarborgd minimumloon conform de regelen vervat in deze collectieve arbeidsovereenkomst verrekend is.
Zij is afgesloten voor onbepaalde tijd en kan geheel of gedeeltelijk worden herzien of opgezegd door elk van de partijen mits een opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en diensten.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt, voor de revalidatiecentra vermeld onder artikel 1, de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 1992 gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de waarborg van een minimumloon, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 26 maart 1993.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 29 januari 1996.
(Voor het K.B., zie %%1996-01-29/39%%) De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Art. 7. La présente convention collective de travail entre en vigueur à la date du 1er janvier 1994.
Elle sera d'application à partir de la date à laquelle le centre de revalidation qui tombe dans son champ d'application se voit attribuer - par le truchement d'une convention avec l'Institut national d'assurance maladie-invalidité - un nouveau prix forfaitaire journalier augmenté par patient, dont l'incorporation dans la rémunération minimum garanti, conformément aux règles reprises dans la présente convention collective de travail, est prouvée par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
Elle est conclue pour une durée indéterminée et peut être revue ou dénoncée complètement ou partiellement par chacune des parties moyennant un préavis de trois mois, notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé.
La présente convention collective de travail remplace, pour les centres de revalidation mentionnés à l'article 1er, la convention collective de travail du 19 mai 1992 conclue au sein de la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé, relative à la garantie d'une rémunération minimum, rendue obligatoire par arrêté royal du 26 mars 1993.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 29 janvier 1996.
(Pour l'AR, voir %%1996-01-29/39%%) La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
Elle sera d'application à partir de la date à laquelle le centre de revalidation qui tombe dans son champ d'application se voit attribuer - par le truchement d'une convention avec l'Institut national d'assurance maladie-invalidité - un nouveau prix forfaitaire journalier augmenté par patient, dont l'incorporation dans la rémunération minimum garanti, conformément aux règles reprises dans la présente convention collective de travail, est prouvée par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
Elle est conclue pour une durée indéterminée et peut être revue ou dénoncée complètement ou partiellement par chacune des parties moyennant un préavis de trois mois, notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé.
La présente convention collective de travail remplace, pour les centres de revalidation mentionnés à l'article 1er, la convention collective de travail du 19 mai 1992 conclue au sein de la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé, relative à la garantie d'une rémunération minimum, rendue obligatoire par arrêté royal du 26 mars 1993.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 29 janvier 1996.
(Pour l'AR, voir %%1996-01-29/39%%) La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET