Artikel 1. (zie NOTA in TITEL) Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de revalidatiecentra die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.
De revalidatiecentra die een dienst uitmaken van een ziekenhuis of een opvoedingsinstelling en alsdusdanig onder de beheersverantwoordelijkheid van dit ziekenhuis of opvoedingsinstelling vallen, zijn uitgesloten van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 DECEMBER 1994. - Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 1994. - Eindejaarstoelage (Overeenkomst geregistreerd op 21 juni 1995 onder het nummer 38156/CO/305.02). (NOTA 1 : Opgeheven voor de revalidatiecentra, onder voorbehoud van de uitvoering van de bepalingen beschreven in artikel 11 van CAO 2000-12-07/45, door CAO 2000-12-07/45, art. 10 ; Inwerkingtreding : 01-10-2003) (NOTA 2 : Opgeheven voor de revalidatiecentra, onder voorbehoud van de uitvoering van de bepalingen beschreven in artikel 13 van CAO 2000-12-07/46, door CAO 2000-12-07/46, art. 12 ; Inwerkingtreding : 01-10-2004) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-03-1996 en tekstbijwerking tot 21-10-1997)
Titre
15 DECEMBRE 1994. - Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé. - Convention collective de travail du 15 décembre 1994. - Allocation de fin d'année (Convention enregistrée le 21 juin 1995 sous le numéro 38156/CO/305.02). (NOTE 1 : Abrogé pour les centres de revalidation, sous réserve de l'exécution des dispositions contenues dans l'article 11 de CCT 2000-12-07/45, par CCT 2000-12-07/45, art. 10; En vigueur : 2003-10-01) (NOTE 2 : Abrogé pour les centres de revalidation, sous réserve de l'exécution des dispositions contenues dans l'article 13 de CCT 2000-12-07/46, par CCT 2000-12-07/46, art. 12; En vigueur : 2004-10-01) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-03-1996 et mise à jour au 16-05-2002)
Dokumentinformationen
Numac: 1994121560
Datum: 1994-12-15
Info du document
Numac: 1994121560
Date: 1994-12-15
Tekst (4)
Texte (4)
Article 1. (voir NOTE sous TITRE) La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux travailleurs des centres de revalidation qui ressortissent à la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé.
Les centres de revalidation qui forment un service d'un hôpital ou d'une maison d'éducation et qui tombent à ce titre sous la responsabilité de gestion de cet hôpital ou de cette maison d'éducation sont exclus de l'application de la présente convention collective de travail.
Les centres de revalidation qui forment un service d'un hôpital ou d'une maison d'éducation et qui tombent à ce titre sous la responsabilité de gestion de cet hôpital ou de cette maison d'éducation sont exclus de l'application de la présente convention collective de travail.
Art. 2. (zie NOTA in TITEL) § 1. Het bedrag van de eindejaarstoelage bestaat uit eer forfaitair gedeelte en een veranderlijk gedeelte.
1° Het forfaitair gedeelte bedraagt 8 000 F, overeenkomstig hel indexcijfer van oktober 1987. Dit forfaitaire deel van de eindejaarstoelage moet worden aangepast aan het indexcijfer der consumptie prijzen. Derhalve wordt het bedrag van het forfaitair gedeelte van hel in aanmerking genomen jaar bekomen door het forfaitair gedeelte toegekend tijdens het vorig jaar te verhogen met een percentage dal afhangt van de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen. Dit percentage wordt bekomen door het indexcijfer dat van kracht is in oktober van het in aanmerking genomen jaar te delen door hel indexcijfer dat van kracht was in oktober van het vorig jaar. Het percentage wordt berekend tot op 4 decimalen.
2° Het veranderlijk gedeelte bedraagt 2,5 pct. van het geïndexeerd baremiek bruto jaarloon van de werknemer. Het geïndexeerd baremiek bruto jaarloon is dit welk tot grondslag diende voor de berekening van de bezoldiging van de maand oktober van het in aanmerking genomen jaar, desgevallend met inbegrip van de haard- of standplaatsvergoeding, maar met uitsluiting van alle andere premies, toeslagen of vergoedingen.
§ 2. Het volledig bedrag van de eindejaarstoelage wordt toegekend aan de werknemer die een functie uitoefent die het uitvoeren van werkelijke of daarmee gelijkgestelde volledige arbeidsprestaties omvat en die zijn gehele loon heeft of zou hebben genoten tijdens de gehele referentieperiode.
De gelijkgestelde arbeidsprestaties zijn deze bedoeld in de artikelen 16 en 41 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie der loonarbeiders.
§ 3. (De referentieperiode is de periode gaande van 1 januari tot en met 30 september van het betrokken jaar. Iedere gepresteerde of daarmee gelijkgestelde maand tijdens de referentieperiode geeft recht op 1/9e van de toegekende toelage.
Onder maand wordt verstaan iedere verbintenis die is aangegaan voor de 16e of beëindigd na de 15e van de lopende maand.)
§ 4. Wanneer de werknemer de gehele toelage niet kan genieten in het kader van volledige arbeidsprestaties omdat hij in dienst werd genomen tijdens of de inrichting heeft verlaten in de loop van de referentieperiode, wordt het bedrag van de toelage vastgesteld prorata de verrichte arbeidsprestaties tijdens de referentieperiode. Het bedrag van de toelage voor de deeltijds tewerkgestelde werknemer wordt berekend prorata van de duur van de arbeidsprestaties die in de loop van de referentieperiode zijn gepresteerd.
§ 5. De eindejaarstoelage wordt in éénmaal uitbetaald op het einde van de maand december van het in aanmerking genomen jaar.
De eindejaarstoelage is niet verschuldigd:
- wanneer de werknemer wordt ontslagen wegens dringende redenen;
- wanneer de werknemer wordt ontslagen tijdens de proefperiode;
- wanneer de werknemer arbeidsprestaties heeft verricht in het kader van een vervangingscontract en de vervangen werknemer de eindejaarstoelage geheel of gedeeltelijk ontvangt;
- wanneer de werknemer arbeidsprestaties verricht in het kader van een studentenovereenkomst.
De werknemers die zich in een proefperiode bevinden op het ogenblik van de betaling van de toelage van het in aanmerking genomen jaar, hebben geen recht op de toelage.
1° Het forfaitair gedeelte bedraagt 8 000 F, overeenkomstig hel indexcijfer van oktober 1987. Dit forfaitaire deel van de eindejaarstoelage moet worden aangepast aan het indexcijfer der consumptie prijzen. Derhalve wordt het bedrag van het forfaitair gedeelte van hel in aanmerking genomen jaar bekomen door het forfaitair gedeelte toegekend tijdens het vorig jaar te verhogen met een percentage dal afhangt van de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen. Dit percentage wordt bekomen door het indexcijfer dat van kracht is in oktober van het in aanmerking genomen jaar te delen door hel indexcijfer dat van kracht was in oktober van het vorig jaar. Het percentage wordt berekend tot op 4 decimalen.
2° Het veranderlijk gedeelte bedraagt 2,5 pct. van het geïndexeerd baremiek bruto jaarloon van de werknemer. Het geïndexeerd baremiek bruto jaarloon is dit welk tot grondslag diende voor de berekening van de bezoldiging van de maand oktober van het in aanmerking genomen jaar, desgevallend met inbegrip van de haard- of standplaatsvergoeding, maar met uitsluiting van alle andere premies, toeslagen of vergoedingen.
§ 2. Het volledig bedrag van de eindejaarstoelage wordt toegekend aan de werknemer die een functie uitoefent die het uitvoeren van werkelijke of daarmee gelijkgestelde volledige arbeidsprestaties omvat en die zijn gehele loon heeft of zou hebben genoten tijdens de gehele referentieperiode.
De gelijkgestelde arbeidsprestaties zijn deze bedoeld in de artikelen 16 en 41 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie der loonarbeiders.
§ 3. (De referentieperiode is de periode gaande van 1 januari tot en met 30 september van het betrokken jaar. Iedere gepresteerde of daarmee gelijkgestelde maand tijdens de referentieperiode geeft recht op 1/9e van de toegekende toelage.
Onder maand wordt verstaan iedere verbintenis die is aangegaan voor de 16e of beëindigd na de 15e van de lopende maand.)
§ 4. Wanneer de werknemer de gehele toelage niet kan genieten in het kader van volledige arbeidsprestaties omdat hij in dienst werd genomen tijdens of de inrichting heeft verlaten in de loop van de referentieperiode, wordt het bedrag van de toelage vastgesteld prorata de verrichte arbeidsprestaties tijdens de referentieperiode. Het bedrag van de toelage voor de deeltijds tewerkgestelde werknemer wordt berekend prorata van de duur van de arbeidsprestaties die in de loop van de referentieperiode zijn gepresteerd.
§ 5. De eindejaarstoelage wordt in éénmaal uitbetaald op het einde van de maand december van het in aanmerking genomen jaar.
De eindejaarstoelage is niet verschuldigd:
- wanneer de werknemer wordt ontslagen wegens dringende redenen;
- wanneer de werknemer wordt ontslagen tijdens de proefperiode;
- wanneer de werknemer arbeidsprestaties heeft verricht in het kader van een vervangingscontract en de vervangen werknemer de eindejaarstoelage geheel of gedeeltelijk ontvangt;
- wanneer de werknemer arbeidsprestaties verricht in het kader van een studentenovereenkomst.
De werknemers die zich in een proefperiode bevinden op het ogenblik van de betaling van de toelage van het in aanmerking genomen jaar, hebben geen recht op de toelage.
Art. 2. (voir NOTE sous TITRE) § 1er. Le montant de l'allocation de fin d'année se compose d'une partie forfaitaire et d'une partie variable.
1° La partie forfaitaire s'établit à 8 000 F, compte tenu de l'indice d'octobre 1987. Cette partie forfaitaire de l'allocation de fin d'année doit être adaptée à l'indice des prix à la consommation. Le montant de la partie forfaitaire de l'année prise en considération est dès lors obtenu en augmentant la partie forfaitaire accordée pour l'année précédente d'un pourcentage qui dépend de l'évolution de l'indice des prix à la consommation. Ce pourcentage est obtenu en divisant l'indice en vigueur du mois d'octobre de l'année prise en considération par l'indice qui était en vigueur au mois d'octobre de l'année précédente. Le pourcentage est calculé jusqu'à 4 décimales.
2° La partie variable est de 2,5 p.c. de la rémunération barémique annuelle brute indexée du travailleur. La rémunération barémique annuelle brute indexée est celle qui a servi de base au calcul de la rémunération du mois d'octobre de l'année prise en considération, l'indemnité de foyer ou de résidence comprise le cas échéant, mais à l'exclusion de toutes les autres primes, suppléments ou indemnités.
§ 2. Le montant complet de l'allocation de fin d'année est accordé au travailleur qui exerce une fonction comportant des prestations complètes effectives ou assimilées et qui a ou aurait bénéficié de sa rémunération complète pendant toute la période de référence.
Les prestations assimilées sont celles visées aux articles 16 et 41 de l'arrêté royal du 30 mars 1967 déterminant les modalités générales d'exécution des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés.
§ 3. (La période de référence est celle qui s'étend du 1er janvier au 30 septembre inclus de l'année considérée. Tout mois de prestations ou mois y assimilé dans la période de référence donne droit à 1/9ème de l'allocation accordée.
Par mois, on entend chaque engagement pris avant le 16ème ou qui a pris fin après le 15ème jour du mois en cours.)
§ 4. Lorsque le travailleur ne peut pas bénéficier de l'allocation entière dans le cadre de prestations complètes, parce qu'il a été engagé pendant la période de référence ou a quitté l'établissement dans le courant de celle-ci, le montant de l'allocation est fixé au prorata des prestations effectuées pendant la période de référence. Le montant de l'allocation pour le travailleur occupé à temps partiel est calculé au prorata de la durée des prestations effectuées pendant la période de référence.
§ 5. L'allocation de fin d'année est payée en une fois à la fin du mois de décembre de l'année prise en considération.
L'allocation de fin d'année n'est pas due :
- lorsque le travailleur est licencié pour motifs graves;
- lorsque le travailleur est licencié pendant la période d'essai;
- lorsque le travailleur a effectué des prestations dans le cadre d'un contrat de remplacement et que le travailleur remplacé bénéficie de l'allocation de fin d'année complète ou partielle;
- lorsque le travailleur effectue des prestations dans le cadre d'un contrat d'occupation d'étudiants.
Les travailleurs qui se trouvent en période d'essai au moment du paiement de l'allocation de l'année considérée n'ont pas droit à l'allocation.
1° La partie forfaitaire s'établit à 8 000 F, compte tenu de l'indice d'octobre 1987. Cette partie forfaitaire de l'allocation de fin d'année doit être adaptée à l'indice des prix à la consommation. Le montant de la partie forfaitaire de l'année prise en considération est dès lors obtenu en augmentant la partie forfaitaire accordée pour l'année précédente d'un pourcentage qui dépend de l'évolution de l'indice des prix à la consommation. Ce pourcentage est obtenu en divisant l'indice en vigueur du mois d'octobre de l'année prise en considération par l'indice qui était en vigueur au mois d'octobre de l'année précédente. Le pourcentage est calculé jusqu'à 4 décimales.
2° La partie variable est de 2,5 p.c. de la rémunération barémique annuelle brute indexée du travailleur. La rémunération barémique annuelle brute indexée est celle qui a servi de base au calcul de la rémunération du mois d'octobre de l'année prise en considération, l'indemnité de foyer ou de résidence comprise le cas échéant, mais à l'exclusion de toutes les autres primes, suppléments ou indemnités.
§ 2. Le montant complet de l'allocation de fin d'année est accordé au travailleur qui exerce une fonction comportant des prestations complètes effectives ou assimilées et qui a ou aurait bénéficié de sa rémunération complète pendant toute la période de référence.
Les prestations assimilées sont celles visées aux articles 16 et 41 de l'arrêté royal du 30 mars 1967 déterminant les modalités générales d'exécution des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés.
§ 3. (La période de référence est celle qui s'étend du 1er janvier au 30 septembre inclus de l'année considérée. Tout mois de prestations ou mois y assimilé dans la période de référence donne droit à 1/9ème de l'allocation accordée.
Par mois, on entend chaque engagement pris avant le 16ème ou qui a pris fin après le 15ème jour du mois en cours.)
§ 4. Lorsque le travailleur ne peut pas bénéficier de l'allocation entière dans le cadre de prestations complètes, parce qu'il a été engagé pendant la période de référence ou a quitté l'établissement dans le courant de celle-ci, le montant de l'allocation est fixé au prorata des prestations effectuées pendant la période de référence. Le montant de l'allocation pour le travailleur occupé à temps partiel est calculé au prorata de la durée des prestations effectuées pendant la période de référence.
§ 5. L'allocation de fin d'année est payée en une fois à la fin du mois de décembre de l'année prise en considération.
L'allocation de fin d'année n'est pas due :
- lorsque le travailleur est licencié pour motifs graves;
- lorsque le travailleur est licencié pendant la période d'essai;
- lorsque le travailleur a effectué des prestations dans le cadre d'un contrat de remplacement et que le travailleur remplacé bénéficie de l'allocation de fin d'année complète ou partielle;
- lorsque le travailleur effectue des prestations dans le cadre d'un contrat d'occupation d'étudiants.
Les travailleurs qui se trouvent en période d'essai au moment du paiement de l'allocation de l'année considérée n'ont pas droit à l'allocation.
Art. 3. (zie NOTA in TITEL) De toepassing van artikel 2 heeft de nietigheid tot gevolg van alle eventuele afspraken en/of overeenkomsten met dezelfde toedracht die door de centra buiten het hogergenoemd paritair subcomité waren aangegaan.
Verbintenissen echter, die bij de in voege treding van deze collectieve arbeidsovereenkomst, voor de werknemers gunstiger zijn worden gehandhaafd daar waar ze bestaan, zonder dat ze evenwel met de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen gecumuleerd worden.
Verbintenissen echter, die bij de in voege treding van deze collectieve arbeidsovereenkomst, voor de werknemers gunstiger zijn worden gehandhaafd daar waar ze bestaan, zonder dat ze evenwel met de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen gecumuleerd worden.
Art. 3. (voir NOTE sous TITRE) L'application de l'article 2 entraîne la nullité de tous les engagements pris et/ou conventions conclues éventuellement par les centres en dehors de la sous-commission paritaire susmentionnée et ayant la même portée.
Les engagements qui seraient plus favorables pour les travailleurs lors de l'entrée en vigueur de la présente convention collective de travail seront toutefois maintenus là où ils existent, mais sans qu'ils ne puissent être cumulés avec les avantages prévus par la présente convention collective de travail.
Les engagements qui seraient plus favorables pour les travailleurs lors de l'entrée en vigueur de la présente convention collective de travail seront toutefois maintenus là où ils existent, mais sans qu'ils ne puissent être cumulés avec les avantages prévus par la présente convention collective de travail.
Art. 4. (zie NOTA in TITEL) Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1994.
Zij zal van toepassing zijn vanaf de datum waarop het revalidatiecentrum dat valt onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst - via een conventie met het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering - een nieuwe en verhoogde dagforfaitprijs per patiënt uitbetaald krijgt, waarvan door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, bewezen wordt dat de eindejaarstoelage conform de regelen vervat in deze collectieve arbeidsovereenkomst verrekend is.
Zij is afgesloten voor onbepaalde tijd en kan geheel of gedeeltelijk worden herzien of opgezegd door elk van de partijen mits een opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 januari 1996.
(Voor het K.B., zie %%1996-01-22/62%%) De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Zij zal van toepassing zijn vanaf de datum waarop het revalidatiecentrum dat valt onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst - via een conventie met het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering - een nieuwe en verhoogde dagforfaitprijs per patiënt uitbetaald krijgt, waarvan door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, bewezen wordt dat de eindejaarstoelage conform de regelen vervat in deze collectieve arbeidsovereenkomst verrekend is.
Zij is afgesloten voor onbepaalde tijd en kan geheel of gedeeltelijk worden herzien of opgezegd door elk van de partijen mits een opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 januari 1996.
(Voor het K.B., zie %%1996-01-22/62%%) De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Art. 4. (voir NOTE sous TITRE) La présente convention collective de travail entre en vigueur à la date du 1er janvier 1994.
Elle sera d'application à partir de la date à laquelle le centre de revalidation qui tombe dans son champ d'application se voit attribuer par le truchement d'une convention avec l'Institut national d'assurance maladie-invalidité - un nouveau prix forfaitaire journalier augmenté par patient, dont l'incorporation dans l'allocation de fin d'année, conformément aux règles reprises dans la présente convention collective de travail, est prouvée par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
Elle est conclue pour une durée indéterminée et peut être revue ou dénoncée complètement ou partiellement par chacune des parties moyennant un préavis de trois mois, notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 22 janvier 1996.
(Pour l'AR, voir %%1996-01-22/62%%) La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
Elle sera d'application à partir de la date à laquelle le centre de revalidation qui tombe dans son champ d'application se voit attribuer par le truchement d'une convention avec l'Institut national d'assurance maladie-invalidité - un nouveau prix forfaitaire journalier augmenté par patient, dont l'incorporation dans l'allocation de fin d'année, conformément aux règles reprises dans la présente convention collective de travail, est prouvée par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
Elle est conclue pour une durée indéterminée et peut être revue ou dénoncée complètement ou partiellement par chacune des parties moyennant un préavis de trois mois, notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 22 janvier 1996.
(Pour l'AR, voir %%1996-01-22/62%%) La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET