Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 MEI 1995. - Ministerieel besluit tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de basisopleiding van de officieren van de rijkswacht.
Titre
22 MAI 1995. - Arrêté ministériel portant modification de certaines dispositions relatives à la formation de base des officiers de la gendarmerie.
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van het ministerieel besluit van 2 april 1976 betreffende de bevordering van keur- en hoofdonderofficieren van de rijkswacht tot de graad van onderluitenant van de rijkswacht en van lagere onderofficieren van de rijkswacht tot de graad van opperwachtmeester van de rijkswacht.
CHAPITRE I. - Modifications de l'arrêté ministériel du 2 avril 1976 relatif à l'accession des sous-officiers d'élite et supérieurs de gendarmerie au grade de sous-lieutenant de gendarmerie et des sous-officiers subalternes de gendarmerie au grade de maréchal des logis-chef de gendarmerie.
Artikel 1. In het ministerieel besluit van 2 april 1976 betreffende de bevordering van keur- en hoofdonderofficieren van de rijkswacht tot de graad van onderluitenant van de rijkswacht en van lagere onderofficieren van de rijkswacht tot de graad van opperwachtmeester van de rijkswacht, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 26 februari 1980, 21 januari 1981, 12 juli 1988 en 31 december 1993, worden de artikelen 17 en 19 en de bijlage I opgeheven.
Article 1. Dans l'arrêté ministériel du 2 avril 1976 relatif à l'accession des sous-officiers d'élite et supérieurs de gendarmerie au grade de sous-lieutenant de gendarmerie et des sous-officiers subalternes de gendarmerie au grade de maréchal des logis-chef de gendarmerie, modifié par les arrêtés ministériels des 26 février 1980, 21 janvier 1981, 12 juillet 1988 et 31 décembre 1993, les articles 17 et 19 et l'annexe I, sont abrogés.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het ministerieel besluit van 9 april 1979 betreffende de organisatie van de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht.
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté ministériel du 9 avril 1979 relatif à l'organisation du recrutement et de la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie.
Art. 2. In het ministerieel besluit van 9 april 1979 betreffende de organisatie van de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 en de ministeriële besluiten van 22 september 1983, 27 november 1985, 18 december 1986, 22 juni 1987, 21 september 1988, 5 mei I993, 15 oktober 1993 en 15 december 1994, wordt Titel II, Hoofdstuk I, dat de artikelen 27 tot 34 bevat, vervangen door de volgende bepalingen :
"
"
Art. 2. Dans l'arrêté ministériel du 9 avril 1979 relatif à l'organisation du recrutement et de la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie, modifié par l'arrêté royal du 15 octobre 1979 et les arrêtés ministériels des 22 septembre 1983, 27 novembre 1985, 18 décembre 1986, 22 juin 1987, 21 septembre 1988, 5 mai 1993, 15 octobre 1993 et 15 décembre 1994, le Titre II, Chapitre Ier, comprenant les articles 27 à 34, est remplacé par les dispositions suivantes :
"
"
HOOFDSTUK I. - De kandidaat-officieren.
CHAPITRE I. - Les candidats-officiers.
Afdeling 1. - Regeling van de studies en examens.
Section 1. - Régime des études et des examens.
Art. 27. De beoordelingsluiken van de beroepsbekwaamheden hebben betrekking op de persoonlijkheid en professionele bekwaamheden, de prestaties en het vooruitgangspotentieel, waaraan respectievelijk de belangrijkheidscoëfficiënten 3, 4 en 1 worden gekoppeld.
De commandant van de rijkswacht bepaalt de criteria en hun respectieve belangrijkheidscoëfficiënten.
De commandant van de rijkswacht bepaalt de criteria en hun respectieve belangrijkheidscoëfficiënten.
Art. 27. Les composantes d'appréciation des aptitudes professionnelles ont trait à la personnalité et aux capacités professionnelles, aux prestations et au potentiel de progrès, dotés respectivement d'un coefficient d'importance de 3, 4 et 1.
Le commandant de la gendarmerie fixe les critères et leur coefficient d'importance respectif.
Le commandant de la gendarmerie fixe les critères et leur coefficient d'importance respectif.
Art. 28. In bijlage 1 bij dit besluit worden de aard van de vakken, de groepen van vakken en het minimum aantal uren vastgelegd, besteed aan de vakken, bedoeld in artikel 28ter, § 1, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht en artikel 7 van het koninklijk besluit van 2 april 1976 betreffende de bevordering van keur- en hoofdonderofficieren van de rijkswacht tot de graad van onderluitenant van de rijkswacht en van lagere onderofficieren van de rijkswacht tot de graad van opperwachtmeester van de rijkswacht.
Art. 28. Dans l'annexe I du présent arrêté sont déterminés la nature des branches, les groupes de branches et le nombre minimum d'heures consacrées aux branches visées à l'article 28ter, § 1er, 1° et 2°, de l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie et à l'article 7 de l'arrêté royal du 2 avril 1976 relatif â l'accession des sous-officiers d'élite et supérieurs de gendarmerie au grade de sous-lieutenant de gendarmerie et des sous-officiers subalternes de gendarmerie au grade de maréchal des logis-chef de gendarmerie.
Art. 29. Voor het bepalen van het al dan niet jaarlijks algemeen beoordelingscijfer, komen de cijfers voor de beroepsbekwaamheden voor ten minste 20 % in aanmerking.
De commandant van de rijkswacht bepaalt de belangrijkheidscoëfficiënten van het dagelijks werk en de examens, die niet bij dit besluit vastgesteld worden.
Tijdens de beroepscyclus komen de examens voor ten minste 25 % van het algemeen beoordelingscijfer in aanmerking.
De commandant van de rijkswacht bepaalt de belangrijkheidscoëfficiënten van het dagelijks werk en de examens, die niet bij dit besluit vastgesteld worden.
Tijdens de beroepscyclus komen de examens voor ten minste 25 % van het algemeen beoordelingscijfer in aanmerking.
Art. 29. Pour l'établissement de la note générale d'appréciation annuelle ou non, la note obtenue pour les aptitudes professionnelles intervient pour au moins 20 %.
Le commandant de la gendarmerie détermine les coefficients d'importance du travail journalier et des examens, qui ne sont pas fixés au présent arrêté.
En ce qui concerne le cycle professionnel, les examens interviennent pour au moins 25 % dans l'établissement de la note générale d'appréciation.
Le commandant de la gendarmerie détermine les coefficients d'importance du travail journalier et des examens, qui ne sont pas fixés au présent arrêté.
En ce qui concerne le cycle professionnel, les examens interviennent pour au moins 25 % dans l'établissement de la note générale d'appréciation.
Art. 30. De examens bedoeld in artikel 28, eerste lid, 3°, en tweede lid, 1°, van het koninklijk besluit van 9 april 1979, omvatten respectievelijk één examenzittijd en twee examenzittijden.
Art. 30. Les examens visés à l'article 28, alinéa premier, 3° et alinéa 2, 1°, de l'arrêté royal du 9 avril 1979, comportent respectivement une session et deux sessions d'examen.
Art. 31. De examens bedoeld in artikel 28, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 9 april 1979, hebben betrekking op de volgende vakken :
1° statutaire bepalingen;
2° juridische opleiding.
De examens die tijdens de beroepscyclus afgelegd moeten worden, hebben betrekking op de volgende vakken :
1° de rijkswacht als organisatie - bedrijfsmatig werken;
2° operationeel politiemanagement.
1° statutaire bepalingen;
2° juridische opleiding.
De examens die tijdens de beroepscyclus afgelegd moeten worden, hebben betrekking op de volgende vakken :
1° de rijkswacht als organisatie - bedrijfsmatig werken;
2° operationeel politiemanagement.
Art. 31. Les examens visés à l'article 28, alinéa premier, 3°, de l'arrêté royal du 9 avril 1979, portent sur les branches suivantes :
1° dispositions statutaires ;
2° formation juridique.
Les examens à présenter au cours du cycle professionnel portent sur les branches suivantes :
1° la gendarmerie en tant qu'organisation - mise en oeuvre des techniques de gestion ;
2° management opérationnel de police.
1° dispositions statutaires ;
2° formation juridique.
Les examens à présenter au cours du cycle professionnel portent sur les branches suivantes :
1° la gendarmerie en tant qu'organisation - mise en oeuvre des techniques de gestion ;
2° management opérationnel de police.
Art. 32. De examencommissie bedoeld in artikel 28, tweede lid, 1°, van het koninklijk besluit van 9 april 1979, is samengesteld als volgt :
1° voorzitter : een kolonel of luitenant-kolonel bij de rijkswacht;
2° ten minste twee officieren bij de rijkswacht in dienst bij een operationele eenheid.
De voorzitter en de leden moeten de grondige kennis bezitten van de taal waarin de kandidaat het examen aflegt.
De commandant van de rijkswacht of de door hem aangewezen overheid wijst de voorzitter en de leden van de examencommissie en hun plaatsvervanger aan. Hij bepaalt ook de examenprocedure en de werkwijze van de examencommissie.
1° voorzitter : een kolonel of luitenant-kolonel bij de rijkswacht;
2° ten minste twee officieren bij de rijkswacht in dienst bij een operationele eenheid.
De voorzitter en de leden moeten de grondige kennis bezitten van de taal waarin de kandidaat het examen aflegt.
De commandant van de rijkswacht of de door hem aangewezen overheid wijst de voorzitter en de leden van de examencommissie en hun plaatsvervanger aan. Hij bepaalt ook de examenprocedure en de werkwijze van de examencommissie.
Art. 32. Le jury visé à l'article 28, alinéa 2, 1°, de l'arrêté royal du 9 avril 1979, est constitué comme suit :
1° président : un colonel ou un lieutenant-colonel de gendarmerie ;
2° au moins deux officiers de gendarmerie, en service dans une unité opérationnelle.
Le président et les membres doivent posséder la connaissance approfondie de la langue dans laquelle le candidat présente l'examen.
Le commandant de la gendarmerie ou l'autorité qu'il désigne, nomme le président et les membres du jury ainsi que leur suppléant. Il détermine la procédure d'examen et les règles de fonctionnement du jury.
1° président : un colonel ou un lieutenant-colonel de gendarmerie ;
2° au moins deux officiers de gendarmerie, en service dans une unité opérationnelle.
Le président et les membres doivent posséder la connaissance approfondie de la langue dans laquelle le candidat présente l'examen.
Le commandant de la gendarmerie ou l'autorité qu'il désigne, nomme le président et les membres du jury ainsi que leur suppléant. Il détermine la procédure d'examen et les règles de fonctionnement du jury.
Art. 33. Het aanvullend examen over de tweede landstaal, dat bepaald is bij artikel 17bis van de wet van 30 juli 1938, slaat op de materies waarvan sprake in artikel 7 van het koninklijk besluit van 7 februari 1957 betreffende de herhalingen gehouden in de tweede taal in de scholen van de krijgsmacht en van de rijkswacht.
Art. 33. L'épreuve complémentaire sur la seconde langue nationale, prévue à l'article 17bis de la loi du 30 juillet 1938, porte sur les matières mentionnées à l'article 7 de l'arrêté royal du 7 février 1957 relatif aux répétitions faites en seconde langue dans les écoles des forces armées et de la gendarmerie.
Afdeling 2. - De aanstelling in een graad tijdens de opleiding.
Section 2. - La commission à un grade durant la formation.
Art. 34. § 1. Voor zover zij nog niet met deze graden bekleed zijn, worden de kandidaat-officieren die de in artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 april 1979 bedoelde opleidingscyclus volgen en de kandidaat-officieren-polytechnici, aangesteld in de graad van brigadier bij de aanvang van het eerste opleidingsjaar en in de graad van wachtmeester bij de aanvang van het tweede semester van hetzelfde jaar.
Zij worden aangesteld in de graad van adjudant bij de aanvang van het tweede opleidingsjaar.
§ 2. Voor zover zij nog niet met deze graden bekleed zijn, worden de kandidaat-officieren aangeworven op diploma, aangesteld in de graad van :
1° brigadier, bij de aanvang van de voorbereidende cyclus;
2° wachtmeester, na afloop van de eerste zes weken van deze cyclus;
3° adjudant, na afloop van de eerste twee maanden van deze cyclus.".
Zij worden aangesteld in de graad van adjudant bij de aanvang van het tweede opleidingsjaar.
§ 2. Voor zover zij nog niet met deze graden bekleed zijn, worden de kandidaat-officieren aangeworven op diploma, aangesteld in de graad van :
1° brigadier, bij de aanvang van de voorbereidende cyclus;
2° wachtmeester, na afloop van de eerste zes weken van deze cyclus;
3° adjudant, na afloop van de eerste twee maanden van deze cyclus.".
Art. 34. § 1. Pour autant qu'ils ne soient pas encore titulaires de ces grades, les candidats-officiers qui suivent le cycle de formation visé à l'article 23 de l'arrêté royal du 9 avril 1979 et les candidats-officiers polytechniciens sont commissionnés au grade de brigadier au début de la première année de formation et au grade de maréchal des logis au début du deuxième semestre de la même année.
Ils sont commissionnés au grade d'adjudant au début de la deuxième année de formation.
§ 2. Pour autant qu'ils ne soient pas encore titulaires de ces grades, les candidats-officiers recrutés sur diplôme, sont commissionnés au grade de :
1° brigadier, au début du cycle préparatoire ;
2° maréchal des logis, à l'issue des six premières semaines de ce cycle ;
3° adjudant, à l'issue des deux premiers mois de ce cycle.".
Ils sont commissionnés au grade d'adjudant au début de la deuxième année de formation.
§ 2. Pour autant qu'ils ne soient pas encore titulaires de ces grades, les candidats-officiers recrutés sur diplôme, sont commissionnés au grade de :
1° brigadier, au début du cycle préparatoire ;
2° maréchal des logis, à l'issue des six premières semaines de ce cycle ;
3° adjudant, à l'issue des deux premiers mois de ce cycle.".
Art. 3. De bijlagen II, III, IV en V bij hetzelfde besluit, worden opgeheven.
Art. 3. Les annexes II, III, IV et V du même arrêté, sont abrogées.
HOOFDSTUK III. - Slotbepaling.
CHAPITRE III. - Disposition finale.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 september 1995. Brussel, 22 mei 1995.
J. VANDE LANOTTE
J. VANDE LANOTTE
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 1995.
Bruxelles, le 22 mai 1995.
J. VANDE LANOTTE
Bruxelles, le 22 mai 1995.
J. VANDE LANOTTE
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N1. Bijlage I. Leerprogramma van de opleidingscycli van officier.
Art. N1. Annexe I. Programme des cycles de formation d'officier.
Art. 1N1. A. Voorbereidende cyclus van de kandidaatofficieren. - Eerste en tweede jaar.
Art. 1N1. A. Cycle préparatoire des candidats-officiers. - Première et deuxième année.
Vakken Minimum aantal uren
per jaar
1. Lichamelijke opvoeding en sport 90
2. Praktische basisvorming 200
per jaar
1. Lichamelijke opvoeding en sport 90
2. Praktische basisvorming 200
Branches Nombre minimum
d'heures par an
1. Education physique et sports 90
2. Formation pratique de base 200
d'heures par an
1. Education physique et sports 90
2. Formation pratique de base 200
De praktische basisvorming en de lichamelijke opvoeding en sport vormen samen één vakkengroep met een belangrijksheidscoëfficiënt die gelijk is aan 10 % van het totaal van de belangrijksheidscoëfficiënten van de andere vakken die in aanmerking genomen worden voor de berekening van het cijfer voor de studies.
La formation pratique de base et l'éducation physique et sports forment ensemble un groupe de branches dont le coefficient d'importance est de 10 % du total des coefficients d'importance des autres branches qui sont pris en considération pour le calcul de la note d'études.
Art. 2N1. B. Voorbereidende cyclus. - Vakken onderwezen aan de School voor rijkswachtofficieren (art. 25 KB 9 april 1979).
Art. 2N1. B. Cycle préparatoire. - Branches enseignées à l'Ecole des officiers de gendarmerie (art. 25 AR 9 avril 1979).
Vakken/Groepen van vakken (*) Minimum aantal uren
1. Organisatie van de rijkswacht 9
2. Deontologie 9
3. Statutaire bepalingen 18
4. Administratie en logistiek (*1) 9
5. Tweede landstaal (*2) 150
6. Juridische opleiding (*3) 55
7. Technische en praktische opleiding (*1) 65
8. Lichamelijke opvoeding en sport 40 (*4)
9. Karakteriele vorming 70 (*5)
1. Organisatie van de rijkswacht 9
2. Deontologie 9
3. Statutaire bepalingen 18
4. Administratie en logistiek (*1) 9
5. Tweede landstaal (*2) 150
6. Juridische opleiding (*3) 55
7. Technische en praktische opleiding (*1) 65
8. Lichamelijke opvoeding en sport 40 (*4)
9. Karakteriele vorming 70 (*5)
Branches/Groupes de branches (*) Nombre minimum
d'heures
1. Organisation de la gendarmerie 9
2. Deontologie 9
3. Dispositions statutaires 18
4. Administration et logistique (*1) 9
5. Deuxieme langue (*2) 150
6. Formation juridique (*3) 55
7. Formation technique et
pratique (*1) 65
8. Education physique et sports 40 (*4)
9. Formation caracterielle 70 (*5)
(*) Les branches enseignees aux candidats-officiers
polytechniciens pendant chaque année du cycle
preparatoire, forment ensemble un groupe de branches
dont le coefficient d'importance est de 10 % du total des
coefficients d'importance des autres branches qui sont
pris en considération pour le calcul de la note d'etudes
des eleves de la section polytechnique de l'Ecole royale
militaire.
(*1) Les candidats-officiers promotion sociale recoivent
cependant un cours d'au moins 36 heures sur "les
questions actuelles politiques, economiques, sociales et
criminelles".
(*2) - Une autre langue peut être enseignee, pendant
maximum 50 % des heures prevues, aux plus avances.
- PAS pour les candidats-officiers polytechniciens.
(*3) Les candidats-officiers titulaires d'un diplôme de
licencie en droit, reçoivent une formation juridique
complementaire.
(*4) 75 heures par an pour les candidats officiers
polytechniciens.
(*5) 60 heures de "formation pratique de base" pour les
candidats-officiers polytechniciens.
d'heures
1. Organisation de la gendarmerie 9
2. Deontologie 9
3. Dispositions statutaires 18
4. Administration et logistique (*1) 9
5. Deuxieme langue (*2) 150
6. Formation juridique (*3) 55
7. Formation technique et
pratique (*1) 65
8. Education physique et sports 40 (*4)
9. Formation caracterielle 70 (*5)
(*) Les branches enseignees aux candidats-officiers
polytechniciens pendant chaque année du cycle
preparatoire, forment ensemble un groupe de branches
dont le coefficient d'importance est de 10 % du total des
coefficients d'importance des autres branches qui sont
pris en considération pour le calcul de la note d'etudes
des eleves de la section polytechnique de l'Ecole royale
militaire.
(*1) Les candidats-officiers promotion sociale recoivent
cependant un cours d'au moins 36 heures sur "les
questions actuelles politiques, economiques, sociales et
criminelles".
(*2) - Une autre langue peut être enseignee, pendant
maximum 50 % des heures prevues, aux plus avances.
- PAS pour les candidats-officiers polytechniciens.
(*3) Les candidats-officiers titulaires d'un diplôme de
licencie en droit, reçoivent une formation juridique
complementaire.
(*4) 75 heures par an pour les candidats officiers
polytechniciens.
(*5) 60 heures de "formation pratique de base" pour les
candidats-officiers polytechniciens.
(*) De vakken onderwezen aan de kandidaat-officieren-polytechnici
tijdens elk jaar van de voorbereidende cyclus, vormen samen een
vakkengroep met een belangrijkheidscoefficient die gelijk is aan 10 %
van het totaal van de belangrijkheidscoefficienten van de andere vakken
die in aanmerking worden genomen voor de berekening van het cijfer
voor de studies van de leerlingen van de polytechnische afdeling van de
Koninklijke Militaire School.
(*1) Aan de kandidaat-officieren sociale promotie worden evenwel ten
minste 36 uren "aktuele politieke, economische, sociale en criminele
vraagstellingen" onderwezen.
(*2) - Aan de gevorderden kan gedurende maximum 50 % van het geplande
aantal uren, een andere taal onderwezen worden.
- NIET voor de kandidaat-officieren-polytechnici.
(*3) De kandidaat-officieren, houders van een licentiaatsdiploma in de
rechten, krijgen een "aanvullende juridische opleiding".
(*4) 75 uren per jaar voor de kandidaat-officieren-polytechnici.
(*5) 60 uren per jaar "praktische basisvorming" voor de kandidaat-
officieren-polytechnici.
tijdens elk jaar van de voorbereidende cyclus, vormen samen een
vakkengroep met een belangrijkheidscoefficient die gelijk is aan 10 %
van het totaal van de belangrijkheidscoefficienten van de andere vakken
die in aanmerking worden genomen voor de berekening van het cijfer
voor de studies van de leerlingen van de polytechnische afdeling van de
Koninklijke Militaire School.
(*1) Aan de kandidaat-officieren sociale promotie worden evenwel ten
minste 36 uren "aktuele politieke, economische, sociale en criminele
vraagstellingen" onderwezen.
(*2) - Aan de gevorderden kan gedurende maximum 50 % van het geplande
aantal uren, een andere taal onderwezen worden.
- NIET voor de kandidaat-officieren-polytechnici.
(*3) De kandidaat-officieren, houders van een licentiaatsdiploma in de
rechten, krijgen een "aanvullende juridische opleiding".
(*4) 75 uren per jaar voor de kandidaat-officieren-polytechnici.
(*5) 60 uren per jaar "praktische basisvorming" voor de kandidaat-
officieren-polytechnici.
-
Art. 3N1. C. Beroepscyclus.
Art. 3N1. C. Cycle professionnel.
Vakken/Groepen van vakken Minimum aantal uren
Algemeen politiemanagement
1. Veiligheidskunde 45
2. De rijkswacht als organisatie 9
3. Bedrijfsmatig werken 74
4. Personeelsmanagement 52
5. Logistiek management 15
6. Interne en arbeidsveiligheid 6
7. Informatica 18
8. Communicatie en sociale vaardigheden 115
Algemeen politiemanagement
1. Veiligheidskunde 45
2. De rijkswacht als organisatie 9
3. Bedrijfsmatig werken 74
4. Personeelsmanagement 52
5. Logistiek management 15
6. Interne en arbeidsveiligheid 6
7. Informatica 18
8. Communicatie en sociale vaardigheden 115
Branches/Groupes de branches Nombre minimum
d'heures
Management generale de police
1. Sciences de la securite 45
2. La gendarmerie en tant
qu'organisation 9
3. Mise en oeuvre des techniques
de gestion 74
4. Management des ressources
humaines 52
5. Management logistique 15
6. Securite interne et securite du
travail 6
7. Informatique 18
8. Communication et aptitudes
sociales 115
Management operationnel de police
9. Bases legales et reglementaires 158
La documentation et l'information
operationnelles 35
Les operations 515
Education physique et sports
10. Education physique et sports 145
d'heures
Management generale de police
1. Sciences de la securite 45
2. La gendarmerie en tant
qu'organisation 9
3. Mise en oeuvre des techniques
de gestion 74
4. Management des ressources
humaines 52
5. Management logistique 15
6. Securite interne et securite du
travail 6
7. Informatique 18
8. Communication et aptitudes
sociales 115
Management operationnel de police
9. Bases legales et reglementaires 158
La documentation et l'information
operationnelles 35
Les operations 515
Education physique et sports
10. Education physique et sports 145
Operationeel politiemanagement
9. Wettelijke en reglementaire basis 158
De operationele documentatie en informatie 35
De operaties 515
9. Wettelijke en reglementaire basis 158
De operationele documentatie en informatie 35
De operaties 515
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 22 mai 1995.
Le Ministre de l'Intérieur,
J. VANDE LANOTTE
Le Ministre de l'Intérieur,
J. VANDE LANOTTE
Lichamelijke opvoeding en sport
10. Lichamelijke opvoeding en sport 145
10. Lichamelijke opvoeding en sport 145
-
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 mei 1995.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
-