Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 MEI 1995. - Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de basisopleiding van de officieren van de rijkswacht.
Titre
19 MAI 1995. - Arrêté royal portant modification de certaines dispositions relatives à la formation de base des officiers de la gendarmerie.
Dokumentinformationen
Numac: 1995000526
Datum: 1995-05-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1995000526
Date: 1995-05-19
Moniteur: Voir
Tekst (35)
Texte (34)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 7 februari 1957 betreffende de herhalingen gehouden in de tweede taal in de scholen van de krijgsmacht en de rijkswacht.
CHAPITRE I. - Modifications de l'arrêté royal du 7 février 1957 relatif aux répétitions faites en seconde langue dans les écoles des forces armées et de la gendarmerie.
Artikel 1. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 7 februari 1957 betreffende de herhalingen gehouden in de tweede taal in de scholen van de krijgsmacht en de rijkswacht, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 september 1988, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 6. Tijdens de in de artikelen 23 en 24 van het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht, bedoelde voorbereidende cyclus, worden, in de tweede taal, herhalingen gehouden van sommige gedeelten van de volgende vakken :
1° algemene inleiding tot het recht;
2° publiek recht.".
Article 1. L'article 6 de l'arrêté royal du 7 février 1957 relatif aux répétitions faites en seconde langue dans les écoles des forces armées et de la gendarmerie, modifié par l'arrêté royal du 21 septembre 1988, est remplacé par la disposition suivante :
"Article 6. Pendant le cycle préparatoire visé aux articles 23 et 24 de l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie, des répétitions sur certaines parties des branches suivantes ont lieu dans la seconde langue :
1° introduction générale au droit ;
2° droit public.".
Art. 2. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 september 1988 en 12 oktober 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 7. Aan de applicatieschool van de rijkswacht worden, in de tweede taal, herhalingen gehouden van sommige gedeelten van de volgende vakken :
1° strafrecht;
2° strafrechtspleging;
3° de operaties.".
Art. 2. L'article 7 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 21 septembre 1988 et 12 octobre 1993, est remplacé par la disposition suivante :
"Article 7. A l'école d'application de la gendarmerie, des répétitions sur certaines parties des branches suivantes ont lieu dans la seconde langue :
1° droit pénal ;
2° procédure pénale ;
3° les opérations.".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 2 april 1976 betreffende de bevordering van keur- en hoofdonderofficieren van de rijkswacht tot de graad van onderluitenant van de rijkswacht en van lagere onderofficieren van de rijkswacht tot de graad van opperwachtmeester van de rijkswacht.
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté royal du 2 avril 1976 relatif à l'accession des sous-officiers d'élite et supérieurs de gendarmerie au grade de sous-lieutenant de gendarmerie et des sous-officiers subalternes de gendarmerie au grade de maréchal des logis-chef de gendarmerie.
Art. 3. Artikel 7 van het koninklijk besluit van 2 april 1976 betref- fende de bevordering van keur- en hoofdonderofficieren van de rijkswacht tot de graad van onderluitenant van de rijkswacht en van lagere onderofficieren van de rijkswacht tot de graad van opperwachtmeester van de rijkswacht, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 december 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 7. De kandidaat-officieren sociale promotie volgen dezelfde opleiding als de kandidaat-officieren aangeworven op diploma, zoals bedoeld in de artikelen 25 en 26 van het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht en zijn onderworpen aan dezelfde voorwaarden om te slagen en aan dezelfde afwijzingsregeling.
De Minister van Binnenlandse Zaken kan evenwel bepaalde vakken differentiëren."
Art. 3. L'article 7 de l'arrêté royal du 2 avril 1976 relatif à l'accession des sous-officiers d'élite et supérieurs de gendarmerie au grade de sous-lieutenant de gendarmerie et des sous-officiers subalternes de gendarmerie au grade de maréchal des logis-chef de gendarmerie, modifié par l'arrêté royal du 30 décembre 1993, est remplacé par la disposition suivante :
"Article 7. Les candidats-officiers promotion sociale suivent la même formation que les candidats officiers recrutés sur diplôme, visée aux articles 25 et 26 de l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie. Ils sont soumis aux mêmes conditions de réussite et peuvent faire l'objet des mêmes mesures à prendre en cas d'échec.
Le Ministre de l'Intérieur peut toutefois différencier certaines branches.".
Art. 4. De artikelen 8 tot 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 december 1993, worden opgeheven.
Art. 4. Les articles 8 à 14 du même arrêté, modifiés par l'arrêté royal du 30 décembre 1993, sont abrogés.
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 29 november 1977 betreffende de graden en de bevordering van de officieren van het operationeel korps van de rijkswacht.
CHAPITRE III. - Modifications de l'arrêté royal du 29 novembre 1922 relatif aux grades et à l'avancement des officiers du corps opérationnel de la gendarmerie.
Art. 5. Artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 29 november 1977 betreffende de graden en de bevordering van de officieren van het operationeel korps van de rijkswacht, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 6. § 1. Om de anciënniteitsbijslag te kunnen genieten waarvan sprake in artikel 43 van de wet van 27 december 1973, moeten de officieren houder zijn van een in België erkend diploma dat ten minste gelijkwaardig is met die welke in aanmerking worden genomen voor de aanwerving in de betrekkingen van niveau 1 bij de Rijksbesturen."
Art. 5. L'article 6, § 1er, de l'arrêté royal du 29 novembre 1977 relatif aux grades et à l'avancement des officiers du corps opérationnel de la gendarmerie, est remplacé par la disposition suivante :
"Article 6. § 1. Pour pouvoir bénéficier de la bonification d'ancienneté dont question à l'article 43 de la loi du 27 décembre 1973, les officiers doivent être porteurs d'un diplôme reconnu en Belgique au moins équivalent à ceux pris en considération pour le recrutement des agents de niveau 1 dans les Administrations de l'Etat.".
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht.
CHAPITRE IV. - Modifications de l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie.
Art. 6. In het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht, wordt Titel II, Hoofdstuk I, die de artikelen 22 tot 28quater bevat, vervangen door de volgende bepalingen :
"
Art. 6. Dans l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie, le Titre II, Chapitre Ier, comprenant les articles 22 à 28quater, est remplacé par les dispositions suivantes :
"CHAPITRE I. - Les candidats officiers.
HOOFDSTUK I. - De kandidaat-officieren.
Section 1. - Les différentes parties de la formation.
Afdeling 1. - De verschillende delen van de opleiding.
Art. 22. La formation des candidats officiers comprend deux parties :
Art. 22. De opleiding van de kandidaat-officieren omvat twee delen : 1° de voorbereidende cyclus;
Section 2. - Le cycle préparatoire.
Afdeling 2. - De voorbereidende cyclus.
Art. 23. Le cycle préparatoire comprend : 1° des cours s'échelonnant sur deux années de formation à l'Ecole des officiers de gendarmerie.
Art. 23. De voorbereidende cyclus omvat : 1° cursussen aan de School voor rijkswachtofficieren die over twee opleidingsjaren gespreid zijn.
Het in deze school gegeven onderwijs omvat de cursussen onderwezen tijdens de twee kandidaturen van de afdeling "Alle Wapens" van de Koninklijke Militaire School, waarvan het programma bepaald is bij artikel 21, § l, van het koninklijk besluit van 14 november 1968 betreffende de organisatie van de Koninklijke Militaire School.
Dit programma wordt aangevuld met de volgende vakken :
a. lichamelijke opvoeding en sport;
b. praktische basisvorming;
2° de cursussen aan een universiteit, die voorkomen op het programma van de licenties bepaald door de Minister van Binnenlandse Zaken;
3° cursussen aan de School voor rijkswachtofficieren die over ten minste drie maanden gespreid zijn, zoals bedoeld in artikel 25, eerste lid.
De kandidaten worden regelmatig beoordeeld over de in 1°, derde lid, en 3° bedoelde vakken; de behaalde punten strekken enkel tot het vastleggen van het cijfer voor het dagelijks werk.
Tijdens deze opleidingsperiode worden stages georganiseerd; ze kunnen geheel of gedeeltelijk in een ander taalstelsel georganiseerd worden.
Art. 24. Le cycle préparatoire des candidats officiers polytechniciens comprend :
1° des cours à la section polytechnique de l'Ecole royale militaire qui sont répartis sur cinq années de formation et qui sont ceux du programme de cette section tel qu'il est fixé à l'article 1erbis, § 1er, de la loi du 18 mars 1838 organique de l'Ecole royale militaire ;
2° pendant la période visée au 1°, les cours visés à l'article 25, alinéa premier.
Le commandant de la gendarmerie organise la formation visée au 2° en concertation avec le commandant de l'Ecole royale militaire.
Les candidats sont régulièrement évalués sur les branches visées au 2°, les notes obtenues n'interviennent que dans l'établissement de la note du travail journalier.
Des stages sont organisés au cours de cette période de formation ; ils peuvent être organisés, en tout ou en partie, dans un autre régime linguistique.
Art. 24. De voorbereidende cyclus van de kandidaat-officieren- polytechnici omvat :
1° cursussen aan de polytechnische afdeling van de Koninklijke Militaire School die over vijf opleidingsjaren gespreid zijn en waarvan het programma bepaald is bij artikel 1bis, § 1, van de wet van 18 maart 1838 houdende organisatie van de Koninklijke Militaire School;
2° tijdens de onder 1° vermelde periode, de cursussen bedoeld in artikel 25, eerste lid.
De commandant van de rijkswacht organiseert de in 2° bedoelde opleiding in overleg met de commandant van de Koninklijke Militaire School.
De kandidaten worden regelmatig beoordeeld over de in 2° bedoelde vakken; de behaalde punten strekken enkel tot het vastleggen van het cijfer voor het dagelijks werk.
Tijdens deze opleidingsperiode worden stages georganiseerd; ze kunnen geheel of gedeeltelijk in een ander taalstelsel georganiseerd worden.
Art. 25. Le cycle préparatoire des candidats officiers recrutés sur diplôme, comprend des cours à l'Ecole des officiers de gendarmerie, échelonnés sur au moins trois mois.
A l'exception de la deuxième langue, les candidats sont régulièrement évalués sur les branches enseignées ; les notes obtenues n'interviennent que dans l'établissement de la note du travail journalier.
Art. 25. De voorbereidende cyclus van de kandidaat-officieren aange- worven op diploma, omvat cursussen aan de School voor rijkswachtofficieren die over ten minste drie maanden gespreid zijn.
Section 3. - Le cycle professionnel.
Afdeling 3. - De beroepscyclus.
Art. 26. Le cycle professionnel comprend des cours donnés à l'école d'application de l'Ecole des officiers de gendarmerie qui sont répartis sur au moins dix mois.
Art. 26. De beroepscyclus omvat cursussen aan de applicatieschool van de School voor rijkswachtofficieren die over ten minste 10 maanden gespreid zijn.
Section 4. - Règles concernant l'appréciation, les examens et la réussite.
Afdeling 4. - Regelen inzake de beoordeling, de examens en het slagen
Art. 27. Sans préjudice de l'appréciation des qualités morales indispensables, prévues à l'article 50, tous les candidats officiers sont notés, d'une part, sur leurs aptitudes professionnelles et, d'autre part, sur leurs études.
Art. 27. Onverminderd de in artikel 50 bedoelde beoordeling van de onontbeerlijke morele hoedanigheden, worden alle kandidaatofficieren beoordeeld, enerzijds, over hun beroepsbekwaamheden en, anderzijds, over hun studies.
Het cijfer voor de beroepsbekwaamheden resulteert uit de punten toegekend voor de persoonlijkheid en professionele bekwaamheden, de prestaties en het vooruitgangspotentieel.
Het studiecijfer behelst :
1° voor de kandidaat-officieren :
de vakken of groepen van vakken die tijdens elk jaar of deel van de voorbereidende cyclus onderwezen worden;
2° voor de kandidaat-officieren-polytechnici :
de vakken of groepen van vakken die tijdens elk jaar van de voorbereidende cyclus onderwezen worden;
3° voor de kandidaat-officieren aangeworven op diploma :
de vakken of groepen van vakken die tijdens de voorbereidende cyclus onderwezen worden;
4° voor alle kandidaat-officieren :
de vakken of groepen van vakken die tijdens de beroepscyclus onderwezen worden.
Het studiecijfer omvat de punten behaald voor het dagelijks werk en de examens.
Deze twee cijfers worden met een door de Minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde belangrijkheidscoëfficiënt vermenigvuldigd en resulteren in een algemeen beoordelingscijfer.
Art. 28. Les examens suivants sont présentés lors du cycle préparatoire :
1° par les candidats officiers :
a. un examen à l'issue de la première et deuxième année ;
b. les examens universitaires de la licence suivie ;
c. les examens visés au 3° ;
2° par les candidats officiers polytechniciens :
les mêmes examens de passage et final que subissent les autres candidats officiers de la section polytechnique de l'Ecole royale militaire ;
3° par les candidats officiers recrutés sur diplôme :
des examens qui portent sur les branches désignées par le Ministre de l'Intérieur.
Au cours du cycle professionnel, tous les candidats officiers présentent les examens suivants :
1° des examens qui portent sur les branches désignées par le Ministre de l'Intérieur. Ces examens sont présentés devant un jury ;
2° l'épreuve complémentaire sur la connaissance effective de la seconde langue nationale, visée à l'article 17bis de la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée.
Cette épreuve comprend :
a. un résumé écrit dans la seconde langue d'un texte rédigé en première langue. Ce texte a trait aux matières déterminées par le Ministre de l'Intérieur parmi celles qui sont enseignées au cours du cycle professionnel ;
b. un résumé oral dans la seconde langue d'un texte rédigé dans cette langue. Ce texte a également trait aux matières susdites. Cette partie est complétée par une brève conversation avec le jury, portant sur le sujet exposé par le candidat.
La note obtenue à cette épreuve complémentaire intervient dans l'établissement de la note d'études du cycle professionnel. Pour l'établissement de cette note d'études, cet examen intervient pour dix pour cent complémentaires ;
3° une épreuve d'aptitude physique.
Art. 28. Tijdens de voorbereidende cyclus worden de volgende examens afgelegd :
1° door de kandidaat-officieren :
a. een examen na afloop van het eerste en tweede jaar;
b. de universitaire examens van de gevolgde licentie;
c. de examens bedoeld in 3°;
2° door de kandidaat-officieren-polytechnici;
dezelfde overgangs- en eindexamens die de andere kandidaatofficieren van de polytechnische afdeling van de Koninklijke Militaire School afleggen;
3° door de kandidaat-officieren aangeworven op diploma :
examens die betrekking hebben op de door de Minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde vakken.
Tijdens de beroepscyclus leggen alle kandidaat-officieren de volgende examens af :
1° examens die betrekking hebben op de door de Minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde vakken. Deze examens worden afgenomen door een examencommissie;
2° het aanvullend examen over de tweede landstaal, bedoeld in artikel 17bis van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger.
Dit examen omvat :
a. een schriftelijke samenvatting in de tweede taal van een in de eerste taal gestelde tekst. Deze tekst heeft betrekking op de materies die door de Minister van Binnenlandse Zaken worden bepaald onder die welke tijdens de beroepscyclus onderwezen worden;
b. een mondelinge samenvatting in de tweede taal van een in die taal gestelde tekst. Deze tekst heeft eveneens betrekking op de voormelde materies. Dit gedeelte omvat ook een kort gesprek met de leden van de examencommissie over het door de kandidaat uiteengezette onderwerp.
Het voor dat aanvullend examen behaalde cijfer komt mede in aanmerking voor het bepalen van het studiecijfer van de beroepscyclus.
Voor het bepalen van dit studiecijfer komt dat examen voor een bijkomende tien percent in aanmerking;
3° een examen van lichamelijke geschiktheid.
Art. 28bis. § 1. Pour réussir le cycle préparatoire, il doit être satisfait aux conditions suivantes :
1° par les candidats officiers :
a. à la fin de chaque année de formation, obtenir la moitié des points pour les aptitudes professionnelles ;
b. en ce qui concerne les première et deuxième années :
- en ce qui concerne les cours enseignés pendant les deux candidatures à la section "Toutes Armes" de l'Ecole royale militaire : répondre chaque année aux critères de réussite applicables aux candidats officiers de cette section ;
- en ce qui concerne les branches complémentaires enseignées pendant l'année : obtenir la moitié des points pour l'ensemble de ces branches ;
c. en ce qui concerne les années de licence, réussir les examens universitaires ;
d. en ce qui concerne la période visée à l'article 23, 3° :
obtenir la moitié des points pour les aptitudes professionnelles et pour chaque branche ou groupe de branches ;
2° par les candidats officiers polytechniciens :
a. à la fin de chaque année de formation, obtenir la moitié des points pour les aptitudes professionnelles ;
b. en ce qui concerne les cours de la section polytechnique de l'Ecole royale militaire : répondre chaque année aux critères de réussite applicables aux autres candidats officiers de cette section ;
c. en ce qui concerne les branches visées à l'article 24, 2°, enseignées pendant l'année : obtenir la moitié des points pour l'ensemble de ces branches ;
3° par les candidats officiers recrutés sur diplôme :
à la fin du cycle, obtenir la moitié des points pour les aptitudes professionnelles et pour chaque branche ou groupe de branches.
Pour réussir le cycle professionnel tous les candidats officiers doivent satisfaire aux conditions suivantes :
1° obtenir la moitié des points pour les aptitudes professionnelles ;
2° obtenir la moitié des points pour les examens imposés par le Ministre de l'Intérieur ;
3° obtenir la moitié des points pour chaque branche ou groupe de branches ;
4° obtenir, à la fin du cycle, la moitié des points pour les études ;
5° obtenir la moitié des points pour l'épreuve d'aptitude physique.
§ 2. La décision de réussite ou d'échec est prise par le commandant de la gendarmerie ou par l'autorité que celui-ci désigne, sur la base des notes obtenues par les candidats et en application des critères de réussite fixés au § 1er.
Toutefois, la décision de réussite ou d'échec relative aux cours de la section polytechnique de l'Ecole royale militaire est prise par la commission de délibération visée à l'article 64 de l'arrêté royal du 14 novembre 1968 relatif à l'organisation de l'Ecole royale militaire et conformément aux règles fixées par cet article.
§ 3. Pour la nomination au grade de sous-lieutenant, l'ordre de classement de tous les candidats officiers est l'ordre décroissant de la note d'appréciation générale du cycle professionnel.
Art. 28bis. § 1. Om te slagen voor de voorbereidende cyclus moet aan de volgende voorwaarden voldaan worden :
1° door de kandidaat-officieren :
a. op het einde van elk opleidingsjaar, de helft der punten behalen voor de beroepsbekwaamheden;
b. wat het eerste en het tweede jaar betreft :
- wat de cursussen onderwezen tijdens de twee kandidaturen van de afdeling "Alle Wapens" van de Koninklijke Militaire School betreft : elk jaar voldoen aan de criteria om te slagen die toepasselijk zijn op de kandidaat-officieren van die afdeling;
- wat de tijdens het jaar onderwezen aanvullende vakken betreft : de helft der punten behalen voor het geheel dezer vakken;
c. wat de jaren van de licentie betreft : slagen voor de universitaire examens;
d. wat de periode bedoeld in artikel 23, 3°, betreft :
de helft der punten behalen voor de beroepsbekwaamheden en voor elk vak of elke groep van vakken;
2° door de kandidaat-officieren-polytechnici :
a. op het einde van elk opleidingsjaar, de helft der punten behalen voor de beroepsbekwaamheden;
b. wat de cursussen aan de polytechnische afdeling van de Koninklijke Militaire School betreft : elk jaar voldoen aan de criteria om te slagen die toepasselijk zijn op de andere kandidaat-officieren van die afdeling;
c. wat de tijdens het jaar onderwezen vakken, bedoeld in artikel 24, 2°, betreft : de helft der punten behalen voor het geheel dezer vakken;
3° door de kandidaat-officieren aangeworven op diploma :
op het einde van de cyclus, de helft der punten behalen voor de beroepsbekwaamheden en voor elk vak of elke groep van vakken.
Om te slagen voor de beroepscyclus, moeten alle kandidaat-officieren aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° de helft der punten behalen voor de beroepsbekwaamheden;
2° de helft der punten behalen voor de door de Minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde af te leggen examens;
3° de helft der punten behalen voor elk vak of elke groep van vakken;
4° op het einde van de cyclus, de helft der punten behalen voor de studies;
5° de helft der punten behalen voor het examen van lichamelijke geschiktheid.
§ 2. De beslissing over het slagen of zakken wordt genomen door de commandant van de rijkswacht of door de door hem aangewezen overheid, op basis van de door de kandidaten behaalde cijfers en met toepassing van de in § 1 vastgestelde criteria.
Evenwel wordt de beslissing over het slagen of zakken voor de cursussen aan de polytechnische afdeling van de Koninklijke Militaire School genomen door de deliberatiecommissie bedoeld in artikel 64 van het koninklijk besluit van 14 november 1968 betreffende de organisatie van de Koninklijke Militaire School en overeenkomstig de regels vastgelegd in dat artikel.
§ 3. De rangschikking van alle kandidaat-officieren voor de benoeming in de graad van onderluitenant, volgt de dalende orde van het algemeen beoordelingscijfer van de beroepscyclus.
Art. 28ter. § 1. Le Ministre de l'Intérieur détermine : 1° le nombre minimum d'heures consacrées aux branches visées à l'article 23, 1°, alinéa 3 et la nature des et le nombre minimum d'heures consacrées aux branches visées aux article 25, alinéa premier, et 26, alinéa 3 ;
2° les groupes de branches ;
3° les coefficients d'importance des différentes composantes d'appréciation des aptitudes professionnelles ;
4° le nombre de sessions des examens visés à l'article 28, alinéa 1er, 3°, et alinéa 2, 1° ;
5° la composition du jury visé à l'article 28, alinéa 2, 1°.
§ 2. Le commandant de la gendarmerie détermine la nature écrite ou orale des examens visés à l'article 28, alinéa premier, 3° et alinéa 2, 1°, et détermine la nature et les modalités d'organisation de l'épreuve d'aptitude physique visée à l'article 28bis, § 1er, alinéa 2, 5°.
Art. 28ter. § 1. De Minister van Binnenlandse Zaken bepaalt : 1° het minimum aantal uren besteed aan de vakken bedoeld in artikel 23, 1°, derde lid en de aard van en het minimum aantal uren besteed aan de vakken bedoeld in artikel 25, eerste lid en 26, derde lid;
Section 5. - Des mesures à prendre en cas d'échec.
Afdeling 5. - Maatregelen te nemen bij afwijzing.
Art. 28quater. § 1. Le candidat officier ou le candidat officier polytechnicien qui échoue au cours du cycle préparatoire, peut être autorisé par le commandant de la gendarmerie à recommencer l'une des années de formation.
Art. 28quater. § 1. De kandidaat-officier of de kandidaat-officier- polytechnicus die wordt afgewezen tijdens de voorbereidende cyclus, kan van de commandant van de rijkswacht toelating krijgen één der opleidingsjaren over te doen.
Gebeurt de afwijzing tijdens of op het einde van het eerste opleidingsjaar, dan kan de kandidaat-officier-polytechnicus ook de toelating krijgen de cyclus van kandidaat-officier te volgen.
Elke kandidaat-officier die wordt afgewezen op het einde van de beroepscyclus, kan van de commandant van de rijkswacht de toelating krijgen deze cyclus eenmaal over te doen.
§ 2. De in § 1 bedoelde toelatingen kunnen slechts gegeven of geweigerd worden na raadpleging van de door de commandant van de rijkswacht aangewezen hiërarchische chefs.
Betreft het een kandidaat-officier-polytechnicus, dan wint de commandant van de rijkswacht bovendien het advies in van de deliberatiecommissie bedoeld in artikel 28bis, § 2, tweede lid, en van de commandant van de Koninklijke Militaire School.
§ 3. De commandant van de rijkswacht beslist voor welk examen of examengedeelte de kandidaat zich opnieuw moet aanmelden en of hij de cursussen geheel of gedeeltelijk opnieuw moet volgen.
§ 4. De Minister van Binnenlandse Zaken stelt de procedure vast die gevolgd moet worden om de in § 1 bedoelde toelatingen te krijgen.".
Art. 7. A l'article 42 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 2 décembre 1994, sont apportées les modifications suivantes :
1° § 1er, 2°, est remplacé par la disposition suivante :
"2° les candidats officiers recrutés sur diplôme, au début du cycle professionnel." ;
2° au § 2, les mots "de perfectionnement" sont remplacés par le mot "professionnel".
Art. 7. In artikel 42 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, 2°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"2° de kandidaat-officieren aangeworven op diploma, bij de aanvang van de beroepscyclus.".
2° in § 2 wordt het woord "vervolmakingscyclus" vervangen door het woord "beroepscyclus".
Art. 8. A l'article 45, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 21 septembre 1988 et 12 octobre 1993, les mots "de perfectionnement" sont remplacés par le mot "professionnel".
Art. 8. In artikel 45, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 21 september 1988 en 12 oktober 1993, wordt het woord "vervolmakingscyclus" vervangen door het woord "beroepscyclus".
Art. 9. A l'annexe I du même arrêté, modifiée par l'arrêté royal du 22 septembre 1983, les mots "ou par la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, désinfectantes ou antiseptiques" sont insérés entre le mot "pénal" et ";".
Art. 9. In de bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 september 1983, worden tussen het woord "Strafwetboek" en ";" de woorden "of bij de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica, ingevoegd.
CHAPITRE V. - Dispositions transitoires.
HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen.
Art. 10. Les candidats-officiers, licenciés en droit, qui ont été admis en 1994 à un cycle de formation d'officier et qui ont réussi le cycle de formation générale et professionnelle, sont commissionnés au grade de sous-lieutenant au début du cycle préparatoire.
Art. 10. De kandidaat-officieren, licentiaat in de rechten, die tot de opleidingscyclus van officier werden toegelaten in 1994 en die met vrucht de cyclus van algemene en beroepscyclus volgden, worden aangesteld in de graad van onderluitenant bij de aanvang van de voorbereidende cyclus.
Art. 11. Les candidats-officiers polytechniciens qui, au moment de l'entrée en vigueur de cet arrêté, suivent le cycle de perfectionnement, sont dispensés d'interrogations et d'examens ultérieurs.
Art. 11. De kandidaat-officieren-polytechnici die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit de vervolmakingscyclus volgen, zijn vrijgesteld van verdere overhoringen en examens.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 1995.
Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 september 1
95.
Art. 13. Notre Ministre de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 19 mai 1995.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
J. VANDE LANOTTE
Art. 13. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 mei 1995.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
-