Artikel 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 3, is het fictief dagloon voor de inactiviteitsdagen die overeenkomstig de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers met (normale werkelijke arbeidsdagen) worden gelijkgesteld voor de handarbeider of voor de daarmede gelijkgestelde krachtens de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (...), gelijk aan 100 % van zijn overeenkomstig artikel 2 vastgesteld (gemiddeld dagbedrag). <KB 1998-09-23/30, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 02-11-1998> <KB 2004-06-22/31, art. 13, 1°, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2003> <KB 2005-12-22/79, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Het totaal van de fictieve lonen, zoals bepaald in vorig lid en de werkelijke bezoldigingen van het vakantiedienstjaar, mag in geen enkel geval het totaal van de werkelijke bezoldigingen overschrijden die in aanmerking hadden kunnen genomen worden voor hetzelfde dienstjaar, indien aan de werknemer geen inactiviteitsdagen zouden zijn toegekend die gelijkgesteld worden met (normale werkelijke arbeidsdagen). <KB 2004-06-22/31, art. 13, 2°, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 JANUARI 1995. - [Koninklijk besluit tot vaststelling voor de handarbeiders en ermee gelijkgestelden die verzekeringsplichtig zijn ten opzichte van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders [...] van het fictief loon voor de inactiviteitsdagen die met normale werkelijke arbeidsdagen worden gelijkgesteld door de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers.] <KB 2005-12-22/79, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 16-03-1995 en tekstbijwerking tot 31-03-2022)
Titre
9 JANVIER 1995. - [Arrêté royal fixant pour les travailleurs manuels et assimilés assujettis à la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs [...] la rémunération fictive afférente aux journées d'inactivité assimilées à des journées de travail effectif normal par la législation relative aux vacances annuelles des travailleurs salariés.] <AR 2005-12-22/79, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2003> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 16-03-1995 et mise à jour au 31-03-2022)
Dokumentinformationen
Numac: 1995022023
Datum: 1995-01-09
Info du document
Numac: 1995022023
Date: 1995-01-09
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1. Sans préjudice des dispositions de l'article 3, la rémunération journalière fictive afférente aux journées d'inactivité assimilées à des (journées de travail effectif normal) par la législation relative aux vacances annuelles des travailleurs salariés est égale, pour le travailleur manuel ou assimilé en vertu de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs (...), à 100 % de (sa rémunération quotidienne moyenne) déterminé conformément à l'article 2. <AR 1998-09-23/30, art. 3, 002; En vigueur : 02-11-1998> <AR 2004-06-22/31, art. 13, 1°, 003; En vigueur : 01-01-2003> <AR 2005-12-22/79, art. 2, 004; En vigueur : 01-01-2003>
Toutefois, le total des rémunérations fictives visées à l'alinéa 1er et des rémunérations effectives de l'exercice de vacances ne peut excéder le total des rémunérations effectives qui auraient pu être prises en considération pour le même exercice si le travailleur n'avait pas bénéficié de journées d'inactivité assimilées à des (journées de travail effectif normal). <AR 2004-06-22/31, art. 13, 2°, 003; En vigueur : 01-01-2003>
Toutefois, le total des rémunérations fictives visées à l'alinéa 1er et des rémunérations effectives de l'exercice de vacances ne peut excéder le total des rémunérations effectives qui auraient pu être prises en considération pour le même exercice si le travailleur n'avait pas bénéficié de journées d'inactivité assimilées à des (journées de travail effectif normal). <AR 2004-06-22/31, art. 13, 2°, 003; En vigueur : 01-01-2003>
Art.2. <KB 2004-06-22/31, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2003> Het gemiddeld dagbedrag is, in iedere tewerkstellingssituatie van een werknemer, gelijk aan het quotiënt van de deling met als deeltal 100/108 van het totaal der bezoldigingen die als basis gediend hebben voor de berekening van de bijdrage die voor de samenstelling van het vakantiegeld verschuldigd was en, met als deler het aantal bezoldigde dagen in toepassing van de wetgeving op de sociale zekerheid der werknemers.
Art.2. <AR 2004-06-22/31, art. 14, 003; En vigueur : 01-01-2003> La rémunération quotidienne moyenne, dans chaque situation d'occupation d'un travailleur, est égale au quotient de la division ayant, pour dividende, 100/108 du total des rémunérations qui ont servi de base au calcul de la cotisation due pour la constitution du pécule de vacances et pour diviseur, le nombre de journées rémunérées en application de la législation sur la sécurité sociale des travailleurs.
Art.3. Indien bij ontstentenis van bezoldigde dagen, het (gemiddeld dagbedrag) niet overeenkomstig artikel 2 kan worden vastgesteld, wordt het vakantiegeld van de arbeider voor de gelijkgestelde dagen berekend op basis van het (gemiddeld dagbedrag), vastgesteld op basis van de bezoldiging en de prestaties die voorafgingen aan de arbeidsongeschiktheid, die aanleiding gaf tot gelijkstelling [1 ...]1. <KB 2004-06-22/31, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.3. Si, à défaut de journées rémunérées, (la rémunération quotidienne moyenne) ne peut pas être déterminé conformément à l'article 2, le pécule de vacances du travailleur pour les journées assimilées est calculé sur la base de (la rémunération quotidienne moyenne), déterminé sur la base de la rémunération et des prestations de travail qui ont précédé l'inaptitude au travail ayant donné lieu à assimilation [1 ...]1. <AR 2004-06-22/31, art. 15, 003; En vigueur : 01-01-2003>
Änderungen
Art.4. [1 Voor de personen die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken in de zin van artikel 1bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, mag het in artikel 1 bedoelde fictief dagloon voor de met normale werkelijke arbeidsdagen gelijkgestelde dagen het bedrag van 110 euro en 39 cent niet overstijgen.
Vanaf het vakantiejaar 2022 wordt het hierboven vermelde bedrag elk vakantiejaar aangepast op grond van de evolutie van de waarde van de afgevlakte gezondheidsindex. De indexatie gebeurt als volgt: basisbedrag zoals hierboven vermeld vermenigvuldigd met de afgevlakte gezondheidsindex van de maand voorafgaand aan 1 januari van het vakantiejaar en gedeeld door de afgevlakte gezondheidsindex van de maand voorafgaand aan 1 januari van het voorgaande vakantiejaar.]1
Vanaf het vakantiejaar 2022 wordt het hierboven vermelde bedrag elk vakantiejaar aangepast op grond van de evolutie van de waarde van de afgevlakte gezondheidsindex. De indexatie gebeurt als volgt: basisbedrag zoals hierboven vermeld vermenigvuldigd met de afgevlakte gezondheidsindex van de maand voorafgaand aan 1 januari van het vakantiejaar en gedeeld door de afgevlakte gezondheidsindex van de maand voorafgaand aan 1 januari van het voorgaande vakantiejaar.]1
Art.4. [1 Pour les personnes liées par un contrat de travail ayant trait à la fourniture de prestations et/ou la production d'oeuvres de nature artistique au sens de l'article 1erbis, § 1er, de la loi du 27 juin 1969 revisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, la rémunération journalière fictive visée à l'article 1er pour les journées assimilées à des journées de travail effectif normal ne peut pas dépasser le montant de 110 euro et 39 cent.
A partir de l'année de vacances 2022, le montant mentionné ci-dessus est adapté chaque année de vacances en fonction de l'évolution, de la valeur de l'indice-santé lissé. L'indexation a lieu de la manière suivante : montant de base comme mentionné ci-dessus multiplié par l'indice-santé lissé du mois qui précède le 1er janvier de l'année de vacances et divisé par l'indice-santé lissé du mois qui précède le 1er janvier de l'année de vacances précédente.]1
A partir de l'année de vacances 2022, le montant mentionné ci-dessus est adapté chaque année de vacances en fonction de l'évolution, de la valeur de l'indice-santé lissé. L'indexation a lieu de la manière suivante : montant de base comme mentionné ci-dessus multiplié par l'indice-santé lissé du mois qui précède le 1er janvier de l'année de vacances et divisé par l'indice-santé lissé du mois qui précède le 1er janvier de l'année de vacances précédente.]1
Änderungen
Art.5. Dit besluit is voor de eerste maal van toepassing voor de berekening van het vakantiegeld voor het vakantiejaar 1995, vakantiedienstjaar 1994.
Art.5. Le présent arrêté est applicable pour la première fois au calcul du pécule de vacances de l'année de vacances 1995, exercice de vacances 1994.
Art. 6. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Notre Ministre des Affaires sociales est chargée de l'exécution du présent arrêté.