Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 APRIL 1995. - Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 april 1995. - Onderbreking van de beroepsloopbaan (Overeenkomst geregistreerd op 30 mei 1995 onder nummer 38001/CO/120).
Titre
13 AVRIL 1995. - Convention collective de travail du 13 avril 1995 de la Commission paritaire de l'industrie textile et de la bonneterie. - Interruption de la carrière professionnelle (Convention enregistrée le 30 mai 1995, sous le numéro 38001/CO/120).
Tekst (10)
Texte (10)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. § 1. Met inachtneming van § 2 hierna is deze collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing op de arbeiders(sters) die zijn tewerkgesteld ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst en die worden bedoeld bij artikel 99, eerste lid van de herstelwet van 22 januari 1985, houdende sociale bepalingen, alsook op de werkgevers die hen tewerkstellen en onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk.
  § 2. Uitgesloten zijn, de werknemers vermeld in het koninklijk besluit van 10 februari 1965 tot aanwijzing van de personen die met een leidende functie of met een vertrouwenspost zijn bekleed in de particuliere sectors van 's lands bedrijfsleven, voor de toepassing van de wet betreffende de arbeidsduur.
Article 1. § 1er. Tout en tenant compte du § 2 ci-après, la présente convention collective de travail s'applique aux travailleurs occupés en exécution d'un contrat de travail et visés à l'article 99, alinéa 1er de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, ainsi qu'aux employeurs qui les occupent et qui tombent sous la compétence de la Commission paritaire de l'industrie textile et de la bonneterie.
  § 2. Sont exclus, les travailleurs visés par l'arrêté royal du 10 février 1965 désignant les personnes investies d'un poste de direction ou de confiance, dans les secteurs privés de l'économie nationale, pour l'application de la loi sur la durée du travail.
HOOFDSTUK II. - Beperkt recht op onderbreking van de beroepsloopbaan.
CHAPITRE II. - Droit limité de la carrière professionnelle.
Art.2. De in artikel 1 genoemde werknemers hebben het recht de bepalingen van de artikelen 100 en 102 van de voornoemde herstelwet van 22 januari 1985 te genieten, voor zover de desbetreffende onderbrekingsperioden in totaal niet meer bedragen dan drie jaar, berekend op grond van de loopbaan.
  Die onderbrekingsperioden mogen worden genomen met een minimum van drie maanden en een maximum van één jaar; de minimale duur van drie maanden is niet vereist wanneer het om een verlenging gaat.
Art.2. Les travailleurs visés à l'article 1er ont le droit de bénéficier des dispositions prévues aux articles 100 et 102 de la loi du 22 janvier 1985 précitée, pour autant que le total des périodes d'interruption prises dans ce cadre n'excède pas une durée de trois ans calculée sur la base de la carrière.
  Ces périodes d'interruption peuvent être prises pour une durée de trois mois minimum et d'un an maximum; la durée minimale de trois mois n'est pas exigée pour une prolongation.
Art.3.   Per kalenderjaar is het gemiddeld aantal werknemers die artikel 2 kunnen genieten, beperkt tot 1 pct. van het gemiddeld aantal werknemers dat tijdens het afgelopen kalenderjaar in de onderneming was tewerkgesteld.
  Het gemiddelde van de in de onderneming tewerkgestelde werknemers wordt verkregen door toepassing van de berekeningsmethode bepaald in artikel 4 van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen.
Art.3. Par année civile, le nombre moyen de travailleurs qui peuvent bénéficier de l'article 2 est limité à 1 p.c. du nombre moyen des travailleurs occupés dans l'entreprise au cours de l'année civile précédente.
  Le nombre moyen de travailleurs occupés dans l'entreprise est obtenu en appliquant la méthode de calcul prévue par l'article 4 de l'arrêté royal du 12 août 1994 relatif aux conseils d'entreprise et aux comités de sécurité et d'hygiène et d'embellissement des lieux de travail.
Art.4. De organisatieregels worden vastgesteld door de ondernemingsraad overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972 gesloten in de Nationale Arbeidsraad tot coördinatie van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden.
  Bij ontstentenis van een ondernemingsraad worden die regels vastgesteld in gemeen overleg tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging van de onderneming of, bij ontstentenis daarvan, in gemeen overleg de werkgever en de betrokken werknemers.
  De betrokken werknemers zijn de werknemers tewerkgesteld in de technische bedrijfseenheid in de zin van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven.
Art.4. Les règles d'organisation sont prévues par le Conseil d'entreprise conformément au prescrit de la convention collective de travail n° 9 du 9 mars 1972 conclue au sein du Conseil national du travail coordonnant les accords nationaux et les conventions collectives de travail relatifs aux conseils d'entreprise conclus au sein du Conseil national du travail.
  A défaut de Conseil d'entreprise, ces modalités sont fixées d'un commun accord entre l'employeur et la délégation syndicale de l'entreprise ou, à défaut de celle-ci, d'un commun accord entre l'employeur et les travailleurs concernés.
  Les travailleurs concernés sont les travailleurs occupés dans l'unité technique d'exploitation au sens de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie.
HOOFSTUK III. - Formaliteiten.
CHAPITRE III. - Formalités.
Art.5. § 1. De werknemer die het voordeel van deze collectieve arbeidsovereenkomst wenst te genieten, brengt twee maanden van tevoren zijn werkgever hiervan op de hoogte.
  Hij stelt zijn werkgever in kennis van de datum waarop de onderbreking van de beroepsloopbaan ingaat alsook van de duur van de onderbreking.
  De termijn van twee maanden kan in gemeen overleg tussen de werkgever en de werknemer worden verminderd.
  Dezelfde procedure geldt wanneer het om een verlenging gaat.
  § 2. Ingeval van vermindering van de arbeidsprestaties en overeenkomstig de bepalingen van artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt de arbeidsovereenkomst schriftelijk vastgesteld; dat geschrift vermeldt de overeengekomen deeltijdse arbeidsregeling en het overeengekomen werkrooster.
Art.5. § 1er. Le travailleur qui souhaite obtenir le bénéfice de la présente convention collective de travail en avertit son employeur deux mois à l'avance.
  Il lui communique la date à laquelle l'interruption de la carrière professionnelle prend cours et la durée de celle-ci.
  Le délai de deux mois peut être réduit de commun accord entre l'employeur et le travailleur.
  La même procédure est d'application en cas de prolongation.
  § 2. En cas de réduction des prestations de travail et conformément aux dispositions de l'article 11bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, le contrat de travail est constaté par écrit; cet écrit mentionne le régime de travail à temps partiel et l'horaire convenus.
HOOFDSTUK IV. - Eindbepaling.
CHAPITRE IV. - Disposition finale.
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten in toepassing van titel I van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling. Zij heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1995 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1996.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 30 mei 1997.
  (Voor het KB, zie %%1997-05-30/54%%).
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET
Art. 6. Cette convention collective de travail est conclue en application du Titre Ier de la loi du 3 avril 1995 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi. Elle produit ses effets le 1er janvier 1995 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 1996.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 30 mai 1997.
  (Pour l'AR, voir %%1997-05-30/54%%).
  La Ministre de l'Emploi et du Travail,
  Mme M. SMET