Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is toepasselijk op de werkgevers en op de werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de porseleinaarde- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen.
Met de "werklieden" worden de werklieden en werksters bedoeld.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 NOVEMBER 1995. - Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 november 1995. - Arbeidsvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 21 maart 1996 onder het nummer 41185/CO/102.05).
Titre
28 NOVEMBRE 1995. - Sous-commission paritaire de l'industrie des carrières de kaolin et de sable exploitées à ciel ouvert dans les provinces de Brabant, de Hainaut, de Liège, de Luxembourg et de Namur Convention collective de travail du 28 novembre 1995 Conditions de travail (Convention enregistrée le 21 mars 1996 sous le numéro 41185/CO/102.05).
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
HOOFDSTUK II. - Arbeidsduur.
HOOFDSTUK III. - Lonen.
HOOFDSTUK V.- Koppeling van de lonen en premies...
HOOFDSTUK VII.- Bijkomende werkloosheidsvergoed...
HOOFDSTUK VIII. - Eindejaarspremie.
HOOFDSTUK IX. - Premie voor de arbeidsvrede.
HOOFDSTUK X.- Tegemoetkoming van de werkgevers ...
HOOFDSTUK XI. - Werkzekerheid.
HOOFDSTUK XII. - Geldigheid.
Inhoud
CHAPITRE I. - Champ d'application.
CHAPITRE II. - Durée du travail.
CHAPITRE III. - Salaires.
CHAPITRE V. - Liaison des salaires et primes à ...
CHAPITRE VII. - Indemnité complémentaire de chô...
CHAPITRE VIII. - Prime de fin d'année.
CHAPITRE IX. - Prime de paix sociale.
CHAPITRE X. - Intervention des employeurs dans ...
CHAPITRE XI. - Sécurité d'emploi.
CHAPITRE XII. - Validité.
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux ouvriers des entreprises ressortissant à la Sous-commission paritaire de l'industrie des carrières de kaolin et de sable exploitées à ciel ouvert dans les provinces de Brabant, de Hainaut, de Liège, de Luxembourg et de Namur.
Par "ouvriers" sont visés les ouvriers et ouvrières.
Par "ouvriers" sont visés les ouvriers et ouvrières.
HOOFDSTUK II. - Arbeidsduur.
CHAPITRE II. - Durée du travail.
Art.2. De wekelijkse arbeidsduur werd verkort tot 36 uren op 1 januari 1984, een verkorting die gepaard ging met een loonaanpassing. De wekelijkse arbeidsprestaties kunnen evenwel worden gehandhaafd op 38 uren per week. In dit geval worden de gewerkte uren boven 36 uren per week opgenomen in de vorm van tegen het normale loon betaalde compenserende verlofdagen. De uren worden opgenomen per schijf van 8 samengevoegde uren binnen de 4 weken die volgen op de week waarin deze 8 uren worden bereikt. De termijn van 4 weken kan worden verlengd tot maximum 8 weken bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de ondernemingen in overleg met de vakorganisaties.
Art.2. La durée hebdomadaire du travail a été réduite à 36 heures au 1 janvier 1984 avec péréquation salariale. Les prestations hebdomadaires peuvent toutefois être maintenues à 38 heures par semaine. En ce cas, les heures prestées au-delà de 36 heures par semaine sont reprises sous forme de jours de repos compensatoires rémunérés au salaire normal. Les reprises d'heures s'effectuent par tranche de 8 heures cumulées et ce dans les 4 semaines qui suivent celle au cours de laquelle ce cumul de 8 heures est atteint. Le délai de 4 semaines peut être prorogé jusqu'à 8 semaines maximum par convention collective de travail conclue au sein des entreprises en accord avec les organisations syndicales.
HOOFDSTUK III. - Lonen.
CHAPITRE III. - Salaires.
Art. 3. De minimumuurlonen van de meerderjarige werklieden zijn vastgesteld als volgt op 1 januari 1996 in een arbeidstijdregeling van 38 uren per week, gekoppeld aan het indexcijfer 118,69, spil van de stabilisatieschijf 117,51 tot 119,88.
Art. 3. Les salaires horaires minimums des ouvriers majeurs sont fixés comme suit, au 1 janvier 1996, dans un régime de travail de 38 heures par semaine, à l'indice 118,69 pivot de la tranche de stabilisation 117,51 à 119,88.
Hulpwerklieden 322,19 F
Geoefenden 339,15 F
Geschoolden 356,09 F
Geoefenden 339,15 F
Geschoolden 356,09 F
Manoeuvres 322,19 F
Specialises 339,15 F
Qualifies 356,09 F
Specialises 339,15 F
Qualifies 356,09 F
Art.4. Op 1 januari 1996 worden de bedragen van de ploegenpremies (ingevoerd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december 1979 tot vaststelling van een ploegenpremie) als volgt vastgesteld :
17,13 F voor de namiddagploeg,
49,13 F voor de nachtploeg.
Zij gelden voor al dan niet opeenvolgende ploegen, voor zover er ten minste drie uur verschil is ten opzichte van de normale arbeidstijdregeling voor de dagarbeid, die in het arbeidsreglement is bepaald voor de namiddag. Onder nachtarbeid, verstaat men alle arbeid die begint om 20 uur.
17,13 F voor de namiddagploeg,
49,13 F voor de nachtploeg.
Zij gelden voor al dan niet opeenvolgende ploegen, voor zover er ten minste drie uur verschil is ten opzichte van de normale arbeidstijdregeling voor de dagarbeid, die in het arbeidsreglement is bepaald voor de namiddag. Onder nachtarbeid, verstaat men alle arbeid die begint om 20 uur.
Art.4. Au 1 janvier 1996, les montants des primes d'équipes (instaurées par la convention collective de travail du 10 décembre 1979 fixant une prime d'équipe) sont les suivants :
17,13 F pour l'équipe de l'après-midi,
49,13 F pour l'équipe de nuit.
Elles s'entendent pour des équipes tournantes ou non et pour autant qu'il y ait trois heures au moins de décalage par rapport à l'horaire normal de jour prévu au règlement de travail, en ce qui concerne l'après-midi. Par travail de nuit, on entend tout travail qui commence à partir de 20 heures.
17,13 F pour l'équipe de l'après-midi,
49,13 F pour l'équipe de nuit.
Elles s'entendent pour des équipes tournantes ou non et pour autant qu'il y ait trois heures au moins de décalage par rapport à l'horaire normal de jour prévu au règlement de travail, en ce qui concerne l'après-midi. Par travail de nuit, on entend tout travail qui commence à partir de 20 heures.
HOOFDSTUK V.- Koppeling van de lonen en premies aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
CHAPITRE V. - Liaison des salaires et primes à l'indice des prix à la consommation.
Art.5. De in de artikelen 3 en 4 vastgestelde lonen en premies zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk dat maandelijks wordt bepaald door het Ministerie van Economische Zaken en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art.5. Les salaires et primes fixés aux articles 3 et 4 sont rattachés à l'indice des prix à la consommation établi mensuellement, pour le Royaume, par le Ministère des Affaires économiques et publié au Moniteur belge.
Art.6. De in de artikelen 3 en 4 bedoelde lonen en premies stemmen op 1 januari 1996 overeen met het referteindexcijfer 118,69, dat de spil is van de stabilisatieschijf 117,51 tot 119,88.
Art.6. Les salaires et primes visés aux articles 3 et 4 correspondent au 1 janvier 1996 à l'indice de référence 118,69 pivot de la tranche de stabilisation 117,51 à 119,88.
Art.7. De in artikel 5 bedoelde lonen en premies blijven onveranderd per reeksen van het referteïndexcijfer, zodat de hogere of lagere grens van elke stabilisatieschijf gelijk is aan het spilindexcijfer, vermenigvuldigd met of gedeeld door de constante coëfficiënt 1,01.
Wanneer de derde decimaal van deze berekening gelijk is aan of hoger dan vijf, wordt de tweede decimaal van de grens afgerond op de hogere eenheid.
Wanneer zij lager is dan vijf, is zij te verwaarlozen.
Wanneer de derde decimaal van deze berekening gelijk is aan of hoger dan vijf, wordt de tweede decimaal van de grens afgerond op de hogere eenheid.
Wanneer zij lager is dan vijf, is zij te verwaarlozen.
Art.7. Les salaires et primes visés à l'article 5 sont stabilisés par tranches de l'indice de référence, de façon que la limite supérieure ou inférieure de chaque tranche de stabilisation soit égale à l'indice-pivot multiplié ou divisé par le coefficient constant 1,01.
Lorsque la troisième décimale de cette opération est égale ou supérieure à cinq, la deuxième décimale de la limite est arrondie à l'unité supérieure.
Lorsqu'elle est inférieure à cinq, elle est négligée.
Lorsque la troisième décimale de cette opération est égale ou supérieure à cinq, la deuxième décimale de la limite est arrondie à l'unité supérieure.
Lorsqu'elle est inférieure à cinq, elle est négligée.
Art.8. Wanneer het rekenkundig gemiddelde van het indexcijfer van de consumptieprijzen van de vorige vier maanden de grens van een stabilisatieschijf overschrijdt, wordt deze grens de spil van een nieuwe stabilisatieschijf, waarvan de grenzen worden berekend zoals is aangegeven in artikel 7.
Art.8. Lorsque la moyenne arithmétique de l'indice des prix à la consommation des quatre derniers mois dépasse la limite d'une tranche de stabilisation, cette limite devient le pivot d'une nouvelle tranche de stabilisation dont les limites sont calculées comme indiqué à l'article 7.
Art.9. De overschrijding van de grens van een stabilisatieschijf geeft aanleiding tot de aanpassing van de premies en van de laatste minimumuurlonen. Deze aanpassing geschiedt naar boven toe door ze te vermenigvuldigen met de coëfficiënt 1,01; zij geschiedt naar onder toe door ze te delen door de coëfficiënt 1,01.
Art.9. Le dépassement de la limite d'une tranche de stabilisation entraîne l'adaptation des primes et des derniers salaires horaires minimums. Cette adaptation se fait à la hausse en les multipliant par le coefficient 1,01; elle se fait à la baisse en les divisant par le coefficient 1,01.
Art.10. De aanpassingen van de lonen en premies gaan in op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het rekenkundig gemiddelde van het indexcijfer van de consumptieprijzen van de vorige vier maanden de grens van de stabilisatieschijf overschrijdt.
Art.10. Les adaptations de salaires et primes s'appliquent le premier jour du mois qui suit celui dont la moyenne arithmétique de l'indice des prix à la consommation des quatre derniers mois dépasse la limite de la tranche de stabilisation.
Art. 11. Bij toepassing van de bepalingen van de artikelen 6 tot 8, wordt de volgende tabel opgesteld :
Art. 11. Par application des dispositions des articles 6 à 8, le tableau suivant est établi :
Stabilisatieschijven
Laatste grens Spil Hoogste grens
__ __ __
117,51 118,69 119,88
118,69 119,88 121,08
etc. etc. etc.
Laatste grens Spil Hoogste grens
__ __ __
117,51 118,69 119,88
118,69 119,88 121,08
etc. etc. etc.
Tranches de stabilisation
Limite inferieure Pivot Limite superieure
_ _ _
117,51 118,69 119,88
118,69 119,88 121,08
etc. etc. etc.
Limite inferieure Pivot Limite superieure
_ _ _
117,51 118,69 119,88
118,69 119,88 121,08
etc. etc. etc.
Art.12. Ter gelegenheid van het feest "Sinte-Barbara" wordt aan iedere werkman een premie toegekend; het recht op deze premie en het bedrag ervan worden bepaald overeenkomstig de van kracht zijnde wetgeving op de feestdagen.
Art.12. A l'occasion de la fête de la "Sainte-Barbe", il est octroyé à chaque ouvrier une prime dont le droit et le montant sont déterminés conformément à la législation en vigueur sur les jours fériés légaux.
HOOFDSTUK VII.- Bijkomende werkloosheidsvergoeding.
CHAPITRE VII. - Indemnité complémentaire de chômage.
Art.13. Bij wijze van tegemoetkoming in de loonderving die het gevolg kan zijn van gedeeltelijke werkloosheid wordt, afgezien van de reden van de werkloosheid, met uitzondering van de technische werkloosheid, door de werkgevers aan de werklieden van de in artikel 1 bedoelde ondernemingen een dagelijkse vergoeding toegekend.
Deze vergoeding wordt betaald boven de door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening toegekende vergoeding en zij wordt gerechtvaardigd bij een formulier C3bis dat door de werkgever regelmatig wordt ondertekend.
Deze vergoeding wordt betaald boven de door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening toegekende vergoeding en zij wordt gerechtvaardigd bij een formulier C3bis dat door de werkgever regelmatig wordt ondertekend.
Art.13. A titre d'intervention dans la perte de salaire pouvant résulter de la mise en chômage partiel, quel que soit le motif du chômage à l'exception du chômage technique, une indemnité journalière est allouée par les employeurs aux ouvriers des entreprises visées à l'article 1.
Cette indemnité est payée complémentairement à celle octroyée par l'Office national de l'emploi et justifiée par un formulaire C3bis régulièrement signé par l'employeur.
Cette indemnité est payée complémentairement à celle octroyée par l'Office national de l'emploi et justifiée par un formulaire C3bis régulièrement signé par l'employeur.
Art.14. De bijkomende dagvergoeding wordt vastgesteld op :
200 F voor de werklieden die uit een fiscaal oogpunt een of meerdere personen ten laste hebben;
180 F voor de andere werklieden.
200 F voor de werklieden die uit een fiscaal oogpunt een of meerdere personen ten laste hebben;
180 F voor de andere werklieden.
Art.14. L'indemnité complémentaire journalière est fixée à :
200 F pour les ouvriers ayant une ou plusieurs personnes à charge du point de vue de la loi fiscale;
180 F pour les autres ouvriers.
200 F pour les ouvriers ayant une ou plusieurs personnes à charge du point de vue de la loi fiscale;
180 F pour les autres ouvriers.
Art.15. De bijkomende vergoeding is gedurende maximum honderd dagen per kalenderjaar verschuldigd.
Art.15. L'indemnité complémentaire est due, au maximum, pendant cent jours par année civile.
Art.16. De werkgever betaalt de bijkomende vergoeding op de dag van de loonuitbetaling die betrekking heeft op de arbeidsperiode waarin de werkloosheidsdagen liggen die er recht op geven.
Art.16. L'employeur paie l'indemnité complémentaire le jour de la paie relative à la période de travail dans laquelle se situent les jours de chômage y donnant droit.
HOOFDSTUK VIII. - Eindejaarspremie.
CHAPITRE VIII. - Prime de fin d'année.
Art.17. Een eindejaarspremie wordt uiterlijk op 20 december toegekend aan de werklieden die op 15 november in dienst van de onderneming waren. Deze premie bedraagt 9 pct. van de brutolonen die werden verdiend in de loop van de twaalf maanden voor 16 november van het lopende jaar.
Zij is niet verschuldigd aan de werkman die op 15 november vrijwillig de onderneming heeft verlaten of die werd ontslagen om dringende redenen.
Zij is verschuldigd aan de werkman die pensioengerechtigd of brugpensioengerechtigd is geworden in de loop van de twaalf vorige maanden, alsmede aan de rechtverkrijgenden van de werkman die overleden is in dezelfde periode en aan de werkman die werd ontslagen om alle andere dan dringende redenen.
De dagen die wegens arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte, van arbeidsongevallen en van ongevallen op de weg van en naar het werk door het ziekenfonds of de verzekeringsmaatschappij ten belope van maximum 300 dagen voor elke arbeidsongeschiktheid worden vergoed boven het gewaarborgd weekloon, worden gelijkgesteld met werkdagen voor de berekening van de eindejaarspremie.
Zij is niet verschuldigd aan de werkman die op 15 november vrijwillig de onderneming heeft verlaten of die werd ontslagen om dringende redenen.
Zij is verschuldigd aan de werkman die pensioengerechtigd of brugpensioengerechtigd is geworden in de loop van de twaalf vorige maanden, alsmede aan de rechtverkrijgenden van de werkman die overleden is in dezelfde periode en aan de werkman die werd ontslagen om alle andere dan dringende redenen.
De dagen die wegens arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte, van arbeidsongevallen en van ongevallen op de weg van en naar het werk door het ziekenfonds of de verzekeringsmaatschappij ten belope van maximum 300 dagen voor elke arbeidsongeschiktheid worden vergoed boven het gewaarborgd weekloon, worden gelijkgesteld met werkdagen voor de berekening van de eindejaarspremie.
Art.17. Une prime de fin d'année est octroyée au plus tard le 20 décembre aux ouvriers en service dans l'entreprise au 15 novembre.
Cette prime se chiffre à 9 p.c. des salaires bruts gagnés dans les douze mois précédents le 16 novembre de l'année en cours.
Elle n'est pas due à l'ouvrier qui, à la date du 15 novembre, a quitté volontairement l'entreprise ou a fait l'objet d'un renvoi pour motifs graves.
Elle est due à l'ouvrier admis à la pension ou la prépension dans les douze mois précédents comme aux ayants droit de l'ouvrier décédé pendant la même période et à l'ouvrier licencié pour tout autre motif que le motif grave.
Les jours indemnisés pour incapacité de travail due à la maladie, aux accidents du travail et sur le chemin du travail, par la mutualité ou la compagnie d'assurance, au-delà du salaire hebdomadaire garanti et à concurrence de 300 jours maximum par incapacité sont assimilés à des jours de travail pour le calcul de la prime de fin d'année.
Cette prime se chiffre à 9 p.c. des salaires bruts gagnés dans les douze mois précédents le 16 novembre de l'année en cours.
Elle n'est pas due à l'ouvrier qui, à la date du 15 novembre, a quitté volontairement l'entreprise ou a fait l'objet d'un renvoi pour motifs graves.
Elle est due à l'ouvrier admis à la pension ou la prépension dans les douze mois précédents comme aux ayants droit de l'ouvrier décédé pendant la même période et à l'ouvrier licencié pour tout autre motif que le motif grave.
Les jours indemnisés pour incapacité de travail due à la maladie, aux accidents du travail et sur le chemin du travail, par la mutualité ou la compagnie d'assurance, au-delà du salaire hebdomadaire garanti et à concurrence de 300 jours maximum par incapacité sont assimilés à des jours de travail pour le calcul de la prime de fin d'année.
HOOFDSTUK IX. - Premie voor de arbeidsvrede.
CHAPITRE IX. - Prime de paix sociale.
Art.18. In uitvoering van de bepalingen van artikel 10 van de statuten van het "Fonds voor sociale vrede in de porseleinaarde- en zandgroeven in het zuiden van België", vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 april 1986 en 26 januari 1988, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, houdende coördinatie van de beslissingen en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid "Fonds voor sociale vrede in de porseleinaarde- en zandgroeven in het zuiden van België" genoemd, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 9 mei 1988, wordt vanaf het sociaal dienstjaar 1991-1992 aan de in artikel 9, b en c, van de statuten bedoelde werklieden een premie voor de arbeidsvrede toegekend ten bedrage van 3.500 F, of 291,66 F per volledige maand tewerkstelling.
De premie wordt op 30 september van ieder jaar door het fonds aan de rechthebbenden betaald door toedoen van de VZW. "Sociaal Fonds voor de werklieden van het groefbedrijf" te Brussel.
De premie wordt op 30 september van ieder jaar door het fonds aan de rechthebbenden betaald door toedoen van de VZW. "Sociaal Fonds voor de werklieden van het groefbedrijf" te Brussel.
Art.18. En exécution des dispositions de l'article 10 des statuts du "Fonds de paix sociale des carrières de kaolin et de sable du sud de la Belgique", fixés par la convention collective de travail des 14 avril 1986 et 26 janvier 1988, conclue au sein de la Sous-commission paritaire de l'industrie des carrières de kaolin et de sable exploitées à ciel ouvert dans les provinces de Brabant, de Hainaut, de Liège, de Luxembourg et de Namur, portant coordination des décisions et des conventions collectives de travail concernant les statuts du fonds de sécurité d'existence dénommé "Fonds de paix sociale des carrières de kaolin et de sable du sud de la Belgique", rendue obligatoire par arrêté royal du 9 mai 1988, il est octroyé aux ouvriers visés à l'article 9, b et c, des statuts, à partir de l'exercice social 1991-1992, une prime de paix sociale d'un montant de 3.500 F, soit 291,66 F par mois entier d'occupation.
La prime est payée aux bénéficiaires par le fonds à l'intervention de l'ASBL. "Fonds social des ouvriers de l'industrie des carrières" à Bruxelles, le 30 septembre de chaque année.
La prime est payée aux bénéficiaires par le fonds à l'intervention de l'ASBL. "Fonds social des ouvriers de l'industrie des carrières" à Bruxelles, le 30 septembre de chaque année.
HOOFDSTUK X.- Tegemoetkoming van de werkgevers in de vervoerkosten van de werklieden en werksters.
CHAPITRE X. - Intervention des employeurs dans les frais de transport des ouvriers et ouvrières.
Art.19. Onverminderd de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19quinquies, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 22 december 1992, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19ter van 5 maart 1991 tot vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19 van 26 maart 1975, betreffende de financiële bijdrage van de werkgevers in de prijs van het vervoer van de werknemers, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 11 februari 1993, ontvangen de werklieden, ongeacht het vervoermiddel dat zij gebruiken, een bedrag gelijk aan minstens 50 pct. van de prijs van de treinkaart geldend als sociaal abonnement voor de afstand afgelegd langs de weg, tussen de woonplaats en de werkplaats, dit overeenkomstig de van toepassing zijnde tabellen die gevoegd zijn bij het koninklijk besluit getroffen in uitvoering van de wet van 27 juli 1962 tot vaststelling van werkgeversbijdrage en het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden.
Art.19. Sans préjudice de l'application de la convention collective de travail n° 19quinquies, conclue le 22 décembre 1992 au sein du Conseil national du travail, modifiant la convention collective de travail n° 19ter du 5 mars 1991, remplacant la convention collective de travail n° 19 du 26 mars 1975 concernant l'intervention financière de l'employeur dans le prix du transport des travailleurs, rendue obligatoire par l'arrêté royal du 11 février 1993, les ouvriers recoivent, quel que soit le moyen de transport utilisé, l'équivalent d'au moins 50 p.c. du prix de la carte train assimilée à l'abonnement social pour la distance parcourue par la route entre le domicile et le lieu du travail, ce en concordance au barème figurant en annexe de l'arrêté royal pris en exécution de la loi du 27 juillet 1962 établissant une intervention des employeurs dans la perte subie par la Société nationale des chemins de fer belges par l'émission d'abonnements pour ouvriers et employés.
Art.20. De terugbetaling heeft minstens maandelijks plaats.
Art.20. Le remboursement s'effectue au moins mensuellement.
Art.21. Deze bepalingen doen geen afbreuk aan het behoud van gunstiger toestanden die op het niveau van de ondernemingen bestaan.
Art.21. Ces dispositions ne peuvent faire obstacle au maintien de situations plus favorables existant au niveau des entreprises.
HOOFDSTUK XI. - Werkzekerheid.
CHAPITRE XI. - Sécurité d'emploi.
Art.22. De werkgevers verbinden er zich toe tijdens de duur van de collectieve arbeidsovereenkomst alles in het werk te stellen om niet te ontslaan om conjuncturele redenen. Over de problemen betreffende het behoud van de tewerkstelling zal er een paritair overleg plaats hebben in tegenwoordigheid van de gewestelijke vrijgestelden.
Art.22. Les employeurs s'engagent à mettre tout en oeuvre pendant la durée de la convention collective de travail pour ne pas recourir à des licenciements pour raisons conjoncturelles. Les problèmes relatifs au maintien de l'emploi feront l'objet d'une concertation paritaire en présence des permanents régionaux.
HOOFDSTUK XII. - Geldigheid.
CHAPITRE XII. - Validité.
Art. 23. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1996 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1996.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 augustus 1996.
(Voor het KB, zie %%1996-08-04/40%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 augustus 1996.
(Voor het KB, zie %%1996-08-04/40%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Art. 23. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1 janvier 1996 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 1996.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 4 août 1996.
(Pour l'AR, voir %%1996-08-04/40%%).
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 4 août 1996.
(Pour l'AR, voir %%1996-08-04/40%%).
La Ministre de l'Emploi et du Travail,
Mme M. SMET