Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 FEBRUARI 1996. - Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de bevordering van de officieren van het operationeel korps van de rijkswacht.
Titre
25 FEVRIER 1996. - Arrêté royal modifiant certaines dispositions relatives à l'avancement des officiers du corps opérationnel de la gendarmerie.
Dokumentinformationen
Numac: 1996000052
Datum: 1996-02-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1996000052
Date: 1996-02-25
Moniteur: Voir
Tekst (15)
Texte (15)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 2 april 1976 betreffende de bevordering van keur- en hoofdonderofficieren van de rijkswacht tot de graad van onderluitenant van de rijkswacht en van lagere onderofficieren van de rijkswacht tot de graad van opperwachtmeester van de rijkswacht.
CHAPITRE I. - Modifications de l'arrêté royal du 2 avril 1976 relatif à l'accession des sous-officiers d'élite et supérieurs de gendarmerie au grade de sous-lieutenant de gendarmerie et des sous-officiers subalternes de gendarmerie au grade de maréchal des logis-chef de gendarmerie.
Artikel 1. Artikel 15, tweede lid, van het koninklijk besluit van 2 april 1976 betreffende de bevordering van keur- en hoofdonderofficieren van de rijkswacht tot de graad van onderluitenant van de rijkswacht en van lagere onderofficieren van de rijkswacht tot de graad van opperwachtmeester van de rijkswacht, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 december 1993, wordt opgeheven.
Article 1. L'article 15, alinéa 2, de l'arrêté royal du 2 avril 1976 relatif à l'accession des sous-officiers d'élite et supérieurs de gendarmerie au grade de sous-lieutenant de gendarmerie et des sous-officiers subalternes de gendarmerie au grade de maréchal des logis-chef de gendarmerie, modifié par l'arrêté royal du 30 décembre 1993, est abrogé.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 29 november 1977 betreffende de graden en de bevordering van de officieren van het operationeel korps van de rijkswacht
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté royal du 29 novembre 1977 relatif aux grades et à l'avancement des officiers du corps opérationnel de la gendarmerie.
Art. 2. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 29 november 1977 betreffende de graden en de bevordering van de officieren van het operationeel korps van de rijkswacht, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 september 1988, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 6. § 1. De officieren die houder zijn van een in België erkend diploma of studiegetuigschrift dat ten minste gelijkwaardig is met die welke in aanmerking worden genomen voor de aanwerving in de betrekkingen van niveau 1 bij de Rijksbesturen, genieten de anciënniteitsbijslag bedoeld in artikel 43 van de wet van 27 december 1973 betreffende het statuut van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht.
§ 2. De anciënniteitsbijslag bedraagt twee jaar, vermeerderd met de duur van de voorbereidende cyclus bedoeld in artikel 25 van het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht.
De officieren die houder zijn van één of meer diploma's of studiegetuigschriften met betrekking tot studies waarvan de gecumuleerde duur, te rekenen na het tweede jaar der kandidaturen, ten minste drie jaar bedraagt, genieten een bijkomende anciënniteitsbijslag van één jaar.
§ 3. De anciënniteitsbijslag wordt toegekend naar rata van één jaar bij de benoeming in de graad van kapitein en naar rata van het saldo bij de benoeming in de graad van luitenant.
§ 4. Bij afwijking van artikel 4, § 1, worden de officieren die een anciënniteitsbijslag genieten, bij de benoeming in de graad van luitenant gerangschikt vóór de officieren wier anciënniteit in de graad van onderluitenant dezelfde is als die welke wegens de werkelijk verkregen bijslag voor hun ancienniteitsrang zal worden vastgesteld.
§ 5. Bij afwijking van artikel 4, § 1, worden de officieren die een anciënniteitsbijslag genieten, bij de benoeming in de graad van kapitein en voor de latere bevorderingen gerangschikt onder de officieren wier anciënniteit in de graad van onderluitenant dezelfde is als die welke wegens de werkelijk verkregen anciënniteitsbijslag voor hun anciënniteitsrang zal worden verkregen. Die rangschikking geschiedt op grond van het beoordelingscijfer op basis waarvan de rangschikking werd opgesteld na hun basisopleiding bedoeld in de artikelen 22 tot 28quater van het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht.".
Art. 2. L'article 6 de l'arrêté royal du 29 novembre 1977 relatif aux grades et à l'avancement des officiers du corps opérationnel de la gendarmerie, modifié par l'arrêté royal du 21 septembre 1988, est remplacé par la disposition suivante :
" Article 6. § 1. Les officiers porteurs d'un diplôme ou d'un certificat d'études reconnu en Belgique au moins équivalent à ceux pris en considération pour le recrutement des agents de niveau 1 dans les Administrations de l'Etat, bénéficient de la bonification d'ancienneté visée à l'article 43 de la loi du 27 décembre 1973 relative au statut du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie.
§ 2. La bonification d'ancienneté est égale à deux ans, augmentés de la durée du cycle préparatoire, visé à l'article 25 de l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie.
Une année de bonification d'ancienneté supplémentaire est octroyée aux officiers titulaires d'un ou plusieurs diplômes ou certificats d'études sanctionnant un cycle d'études dont les années postérieures à la deuxième candidature, cumulées, sont au minimum de trois.
§ 3. La bonification d'ancienneté est attribuée à raison d'une année pour la nomination au grade de capitaine et à raison du solde pour la nomination au grade de lieutenant.
§ 4. Par dérogation à l'article 4, § 1er, pour la nomination au grade de lieutenant, les officiers bénéficiaires d'une bonification d'ancienneté sont classés avant les officiers dont l'ancienneté dans le grade de sous-lieutenant est la même que celle qui sera fixée pour leur prise de rang d'ancienneté en raison de la bonification d'ancienneté réellement obtenue.
§ 5. Par dérogation à l'article 4, § 1er, pour la nomination au grade de capitaine et pour l'avancement ultérieur, les officiers bénéficiaires d'une bonification d'ancienneté sont classés parmi les officiers dont l'ancienneté dans le grade de sous-lieutenant est la même que celle qui sera fixée pour leur prise de rang d'ancienneté en raison de la bonification d'ancienneté réellement obtenue, sur la base de la note d'appréciation qui a servi à déterminer leur classement après leur formation de base visée aux articles 22 à 28quater de l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie. ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht
CHAPITRE III. - Modifications de l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie.
Art. 3. Artikel 28bis, § 3, van het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 19 mei 1995, wordt opgeheven.
Art. 3. L'article 28bis, § 3, de l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie, inséré par l'arrêté royal du 19 mai 1995, est abrogé.
Art. 4. In artikel 42 van hetzelfde besluit gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 2 december 1994 en 19 mei 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

§ 1 wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 1. Worden aangesteld in de graad van onderluitenant :
1° de kandidaat-officieren en de kandidaat-officieren-polytechnici die voor de eerste twee jaren van de opleiding geslaagd zijn. De kandidaat-officieren-polytechnici aangesteld in de graad van onderluitenant worden evenwel gerangschikt vóór de andere kandidaat-officieren;
2° de kandidaat-officieren aangeworven op diploma, bij de aanvang van de beroepscyclus. Hun rangschikking volgt de dalende orde van het algemeen beoordelingscijfer dat zij voor de voorbereidende cyclus behaalden;
3° de kandidaat-officieren sociale promotie, bij de aanvang van de beroepscyclus. Zij worden onderling gerangschikt op grond van hun betrekkelijke anciënniteit in hun vorige graad. Zij worden evenwel gerangschikt na de kandidaat-officieren bedoeld in 2°.";

§ 2 wordt opgeheven.
Art. 4. A l'article 42 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 2 décembre 1994 et 19 mai 1995, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Sont commissionnés au grade de sous-lieutenant :
1° les candidats officiers et les candidats officiers polytechniciens qui ont accompli avec succès les deux premières années de formation. Les candidats officiers polytechniciens commissionnés au grade de sous-lieutenant sont toutefois classés avant les autres candidats officiers;
2° les candidats officiers recrutés sur diplôme, au début du cycle professionnel. Leur ordre de classement est l'ordre décroissant du total de la note d'appréciation générale du cycle préparatoire;
3° les candidats officiers promotion sociale, au début du cycle professionnel. L'ordre de classement entre eux est l'ordre de leur ancienneté relative dans leur grade précédent. Ils sont toutefois classés après les candidats officiers visés au 2°. ";
2° le § 2 est abrogé.
Art. 5. Artikel 45, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 september 1988, 12 oktober 1993 en 19 mei 1995, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 1. De rangschikking van alle kandidaat-officieren bij de benoeming in de graad van onderluitenant volgt de dalende orde van het algemeen beoordelingscijfer dat zij voor de beroepscyclus behaalden.
De kandidaat-officieren en de kandidaat-officieren aangeworven op diploma die in de tweede examenzittijd slagen, worden gerangschikt na de kandidaten die in de eerste examenzittijd slagen.
De kandidaat-officieren sociale promotie worden na de andere kandidaat-officieren gerangschikt."
Art. 5. L'article 45, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 21 septembre 1988, 12 octobre 1993 et 19 mai 1995, est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Pour la nomination au grade de sous-lieutenant, l'ordre de classement de tous les candidats officiers est l'ordre décroissant de la note d'appréciation générale du cycle professionnel.
Les candidats officiers et les candidats officiers recrutés sur diplôme ayant réussi lors de la deuxième session sont classés après ceux ayant réussi en première session.
Les candidats officiers promotion sociale sont classés après les autres candidats officiers. ".
HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions transitoires.
Art. 6. § 1. De officieren, licentiaten in de rechten die de anciënniteitsbijslag genieten bedoeld in artikel 43 van de wet van 27 december 1973 betreffende het statuut van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht, blijven onder de toepassing vallen van artikel 6, §§ 1, 2 en 3, van het koninklijk besluit van 29 november 1977 betreffende de graden en de bevordering van de officieren van het operationeel korps van de rijkswacht, zoals dat op hen toepassing vond vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
§ 2. Voor de officieren bedoeld in § 1, wordt de anciënniteitsbijslag toegekend naar rata van :
1° één jaar in de graad van onderluitenant en drie jaar in de graad van luitenant voor zij die tot de opleidingscyclus van officier werden toegelaten in september 1991;
2° twee jaar in de graden van onderluitenant en luitenant voor zij die tot de opleidingscyclus van officier werden toegelaten in september 1992;
3° drie jaar in de graad van onderluitenant en één jaar in de graad van luitenant voor zij die tot de opleidingscyclus van officier werden toegelaten in september 1993.
§ 3. Bij de benoeming in de graad van luitenant, worden de officieren bedoeld in § 1 gerangschikt na de officieren wier anciënniteit in de graad van onderluitenant dezelfde is als die welke wegens de werkelijk verkregen bijslag voor hun anciënniteitsrang zal worden vastgesteld.
§ 4. Artikel 6, § 5, van het koninklijk besluit van 29 november 1977 betreffende de graden en de bevordering van de officieren van het operationeel korps van de rijkswacht, ingevoegd bij dit besluit, is toepasselijk op de officieren licentiaten in de rechten bedoeld in § 1, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit, reeds in de graad van kapitein werden benoemd.
Art. 6. § 1. Les officiers licenciés en droit qui bénéficient de la bonification d'ancienneté visée à l'article 43 de la loi du 27 décembre 1973 relative au statut du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie, restent soumis à l'article 6, §§ 1er, 2 et 3, de l'arrêté royal du 29 novembre 1977 relatif aux grades et à l'avancement des officiers du corps opérationnel de la gendarmerie, tel qu'il leur était applicable avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
§ 2. Pour les officiers visés au § 1er, la bonification d'ancienneté se répartit à raison de :
1° un an dans le grade de sous-lieutenant et trois ans dans le grade de lieutenant pour ceux admis à la formation d'officier en septembre 1991;
2° deux ans dans les grades de sous-lieutenant et lieutenant pour ceux admis à la formation d'officier en septembre 1992;
3° trois ans dans le grade de sous-lieutenant et un an dans le grade de lieutenant pour ceux admis à la formation d'officier en septembre 1993.
§ 3. Pour la nomination au grade de lieutenant, les officiers visés au § 1er seront classés après les officiers dont l'ancienneté dans le grade de sous-lieutenant est la même que celle qui sera fixée pour leur prise de rang d'ancienneté en raison de la bonification d'ancienneté réellement obtenue.
§ 4. L'article 6, § 5, de l'arrêté royal du 29 novembre 1977 relatif aux grades et à l'avancement des officiers du corps opérationnel de la gendarmerie, inséré par le présent arrêté, s'applique aux officiers licenciés en droit visés au § 1er qui, au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté, ont déjà été nommés au grade de capitaine.
Art. 7. § 1. Voor hun aanstelling in de graad van onderluitenant volgt de rangschikking van de kandidaat-officieren licentiaten in de rechten, bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 19 mei 1995 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de basisopleiding van de officieren van de rijkswacht, de dalende orde van het algemeen beoordelingscijfer dat zij voor de cyclus van algemene en beroepsvorming behaalden. Ze worden evenwel gerangschikt voor de kandidaat-officieren aangesteld in de graad van onderluitenant op dezelfde datum.
§ 2. Voor de kandidaat-officieren bedoeld in § 1, is de anciënniteitsbijslag gelijk aan drie jaar, toegekend naar rata van zevenentwintig maanden in de graad van luitenant en negen maanden in de graad van kapitein.
Art. 7. § 1er. Pour leur commissionnement au grade de sous-lieutenant, l'ordre de classement des candidats-officiers, licenciés en droit, visés à l'article 10 de l'arrêté royal du 19 mai 1995 portant modification de certaines dispositions relatives à la formation de base des officiers de la gendarmerie, est l'ordre décroissant du total de la note d'appréciation générale du cycle de formation générale et professionnelle. Ils sont toutefois classés avant les candidats officiers commissionnés sous-lieutenant à la même date.
§ 2. Pour les candidats officiers visés au § 1er, la bonification d'ancienneté est égale à trois ans, répartis à concurrence de vingt-sept mois dans le grade de lieutenant et neuf mois dans le grade de capitaine.
Art. 8. De kandidaat-officieren polytechnici die vóór 31 juli 1995 tot een opleidingscyclus van officier werden toegelaten, blijven onderworpen aan de bepalingen inzake aanstelling die op hen toepasselijk waren vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 8. Les candidats officiers polytechniciens admis à un cycle de formation d'officier avant le 31 juillet 1995 restent soumis aux règles de commissionnement qui leur étaient applicables avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions finales.
Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 25 september 1995.
Art. 9. Le présent arrêté produit ses effets le 25 septembre 1995.
Art. 10. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 25 februari 1996.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
Art. 10. Notre Ministre de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 25 février 1996.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
J. VANDE LANOTTE