Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
29 APRIL 1996. - Wet houdende sociale bepalingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-04-1996 en tekstbijwerking tot 29-07-2025)
Titre
29 AVRIL 1996. - Loi portant des dispositions sociales. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-04-1996 et mise à jour au 29-07-2025)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepaling. TITEL II. - Sociale zaken. HOOFDSTUK I. - Arbeidsongevallen. Afdeling 1. - Dodelijk arbeidsongeval. Afdeling 2. - De zwakke weggebruikers. Afdeling 3. - De financiering van het Fonds voo... Afdeling 4. - Terugvordering van ten onrechte b... Afdeling 5. - Betaalde sportbeoefenaars. Afdeling 6. - Toezicht en strafbepalingen. Afdeling 7. - Verzekeringstussenpersonen. Afdeling 8. - Toepassingsgebied. HOOFDSTUK II. - Beroepsziekten. HOOFDSTUK III. - Gezinsbijslag. HOOFDSTUK IV. - Kruispuntbank van de sociale ze... HOOFDSTUK V. - Sociale zekerheid. HOOFDSTUK VI. - Overzeese sociale zekerheid. HOOFDSTUK VII. - Zeelieden ter koopvaardij. HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van de wet van 30 m... HOOFDSTUK IX. - Geneeskundige verzorging en uit... Afdeling 1. - Sociale voordelen. Afdeling 2. - Medische verkiezingen. Afdeling 3.- Structuur van het RIZIV. Afdeling 4. - Gegevensuitwisseling. HOOFDSTUK X. - Wet op de ziekenhuizen. HOOFDSTUK XI. - Objectieve aansprakelijkheid. HOOFDSTUK XII. - Multipartite-structuur betref... TITEL III. - Diverse bepalingen. TITEL IV. - Volksgezondheid. HOOFDSTUK I. - Medisch aanbod en evaluatie. HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet op de ziek... HOOFDSTUK III. - Wijziging van de wet tot opric... HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de wet op de gene... HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 5 sep... HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 15 a... HOOFDSTUK- VII. - Wijzigingen van de wet van 13... TITEL V. - Pensioenen. TITEL VI. - Wetenschappelijk onderzoek. TITEL VII. - Meerjarenplan voor de werkgelegenh... TITEL VIII. - Arbeidskostvermindering.
Inhoud
TITRE I. - Disposition générale. TITRE II. - Affaires sociales. CHAPITRE I. - Accidents du travail. Section 1. - Accident mortel du travail. Section 2. - Les usagers vulnérables. Section 3. - Le financement du Fonds des accide... Section 4. - Répétition des prestations payées ... Section 5. - Sportifs rémunérés. Section 6. - Surveillance et sanctions. Section 7. - Intermédiaires d'assurances. Section 8.- Champ d'application. CHAPITRE II. - Maladies professionnelles. CHAPITRE III. - Prestations familiales. CHAPITRE IV. - Banque-carrefour de la sécurité ... CHAPITRE V. - Sécurité sociale. CHAPITRE VI. - Sécurité sociale d'outre-mer. CHAPITRE VII. - Marins de la marine marchande. CHAPITRE VIII. - Modification de la loi du 30 m... CHAPITRE IX. - Soins de santé et indemnités. Section 1. - Des avantages sociaux. Section 2. - Elections médicales. Section 3. - Structures de l'INAMI. Section 4. - Echange de données. CHAPITRE X. - Loi sur les hôpitaux. CHAPITRE XI. - Responsabilité objective. CHAPITRE XII. - (De la Structure multipartite ... Titre III. - Dispositions diverses. TITRE IV. - Santé publique. CHAPITRE I. - Offre médicale et évaluation. CHAPITRE II. - Modification de la loi sur les h... CHAPITRE III. - Modification de la loi créant d... CHAPITRE IV. - Modification de la loi sur les m... CHAPITRE V. - Modifications de la loi du 5 sept... CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 15 av... CHAPITRE VII. - Modifications de la loi du 13 j... TITRE V. - Pensions. TITRE VI. - Recherche scientifique. TITRE VII. - Plan pluriannuel pour l'emploi. Titre VIII. - Réduction du coût du travail.
Tekst (236)
Texte (236)
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITRE I. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt hoofdzakelijk een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, behalve artikelen 15, 23, 40 en 87, 1°, die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle principalement une matière visée à l'article 78 de la Constitution, à l'exception des articles 15, 23, 40 et 87 1°, qui règlent une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
TITEL II. - Sociale zaken.
TITRE II. - Affaires sociales.
HOOFDSTUK I. - Arbeidsongevallen.
CHAPITRE I. - Accidents du travail.
Afdeling 1. - Dodelijk arbeidsongeval.
Section 1. - Accident mortel du travail.
Art.2. Artikel 13 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 13. § 1. De kinderen van de getroffene, die wees zijn van vader of moeder, ontvangen elk een rente die gelijk is aan 15 % van het basisloon zonder dat het totaal 45 % van dit loon mag overschrijden.
  § 2. De kinderen van de echtgenoot van de getroffene, die wees zijn van vader of moeder, ontvangen elk een rente die gelijk is aan 15 % van het basisloon zonder dat het totaal 45 % van dit loon mag overschrijden zo hun afstamming vaststaat op het ogenblik van het overlijden van de getroffene.
  § 3. De bij § 1 en § 2 bedoelde kinderen, die wees zijn van vader en moeder, ontvangen elk een rente die gelijk is aan 20 % van het basisloon zonder dat het totaal 60 % van dit loon mag overschrijden.
  § 4. Kinderen van wie de afstamming slechts ten aanzien van één van hun ouders vaststaat, worden voor de toepassing van dit artikel met wezen gelijkgesteld.
  § 5. Gerechtelijke vaststelling van afstamming komt voor de toepassing van dit artikel slechts in aanmerking voor zover de procedure tot vaststelling van de afstamming werd ingeleid vóór de datum van het overlijden ten gevolge van een arbeidsongeval, behalve indien het kind verwekt maar nog niet geboren was.
  § 6. De rente die bij toepassing van § 2 en § 3 wordt toegekend aan de kinderen van de echtgenoot van de getroffene, wordt verminderd met het bedrag van de rente die aan voornoemde kinderen wegens een ander dodelijk arbeidsongeval wordt toegekend. Het totaal bedrag van de aldus verminderde rente en van de andere rente mag evenwel niet lager zijn dan het bedrag van de rente toegekend aan de kinderen van de getroffene.".
Art.2. L'article 13 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 13. § 1. Les enfants de la victime, orphelins de père ou de mère, reçoivent chacun une rente égale à 15 % de la rémunération de base, sans que l'ensemble ne puisse dépasser 45 % de ladite rémunération.
  § 2. Les enfants du conjoint de la victime, orphelins de père ou de mère, reçoivent chacun une rente égale à 15 % de la rémunération de base, sans que l'ensemble ne puisse dépasser 45 % de ladite rémunération, si leur filiation est établie au moment du décès de la victime.
  § 3. Les enfants visés au § 1 et au § 2, orphelins de père et de mère reçoivent chacun une rente égale à 20 % de la rémunération de base sans que l'ensemble ne puisse dépasser 60 % de ladite rémunération.
  § 4. Les enfants dont la filiation n'est établie qu'à l'égard d'un seul de leurs parents sont assimilés à des orphelins pour l'application du présent article.
  § 5. L'établissement judiciaire de la filiation n'entre en ligne de compte pour l'application du présent article que dans la mesure où la procédure d'établissement de fa filiation a été entamée avant la date du décès consécutif à l'accident du travail, sauf si l'enfant était conçu mais n'était pas encore né.
  § 6. La rente accordée en application du § 2 et du § 3 aux enfants du conjoint de la victime est diminuée du montant de la rente accordée à ces enfants du chef d'un autre accident mortel du travail. Le montant total de la rente ainsi diminuée et de l'autre rente ne peut toutefois être inférieur au montant de la rente accordée aux enfants de la victime.".
Art.3. Artikel 14, § 4, van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "§ 4. Ingeval van samenloop van de belangen van de geadopteerde kinderen met die van de andere kinderen mag de rente toegekend aan de geadopteerde kinderen niet hoger zijn dan deze toegekend aan de andere kinderen.".
Art.3. L'article 14, § 4, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "§ 4. En cas de concours des intérêts des enfants adoptés et de ceux des autres enfants, la rente accordée aux enfants adoptés ne peut être supérieure à celle accordée aux autres enfants.".
Art.4. Artikel 15, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "§ 1. De vader en de moeder van de getroffene die op het tijdstip van het overlijden noch echtgenoot, noch rechthebbende kinderen nalaat, ontvangen ieder een lijfrente gelijk aan 20 % van het basisloon.
  Laat de getroffene op het tijdstip van het overlijden een echtgenoot zonder rechthebbende kinderen na, dan is de rente voor ieder van de in het vorige lid bedoelde rechtverkrijgenden gelijk aan 15 % van het basisloon.
  De adoptanten hebben dezelfde rechten als de ouders van de getroffene.
  Gerechtelijke vaststelling van afstamming komt voor de toepassing van dit artikel slechts in aanmerking voor zover de procedure tot vaststelling van de afstamming werd ingeleid vóór de datum van het overlijden ten gevolge van een arbeidsongeval.".
Art.4. L'article 15, § 1, de la même loi, modifié par la loi du 1er août 1985, est remplacé par la disposition suivante :
  "§ 1. Le père et la mère de la victime qui, au moment du décès, ne laisse ni conjoint ni enfants bénéficiaires reçoivent chacun une rente viagère égale à 20 % de la rémunération de base.
  Si la victime laisse au moment du décès, un conjoint sans enfants bénéficiaires, la rente pour chacun des ayants droit visés à l'alinéa précédent est égale à 15 % de la rémunération de base.
  Les adoptants ont les mêmes droits que les parents de la victime.
  L'établissement judiciaire de la filiation n'entre en ligne de compte pour l'application du présent article que dans la mesure où la procédure d'établissement de la filiation a été entamée avant la date du décès consécutif à l'accident du travail.".
Art.5. Artikel 16, zesde lid, van dezelfde wet wordt vervangen door het volgende lid :
  "Met kleinkinderen worden gelijkgesteld, voor zover zij nog niet gerechtigd zijn op rente wegens hetzelfde dodelijk arbeidsongeval, de kinderen waarvoor uit hoofde van de prestaties van de getroffene of van de echtgenoot kinderbijslag werd genoten, zelfs zo hun vader en moeder nog in leven zijn. Laat de getroffene geen rechthebbende kinderen na, dan ontvangt ieder van hen een rente gelijk aan 15 % van het basisloon, zonder dat het totaal 45 % van het basisloon mag overschrijden. Indien de getroffene rechthebbende kinderen of kleinkinderen nalaat, worden de met kleinkinderen gelijkgestelde kinderen geacht een staak te vormen. De rente toegekend aan deze staak wordt bepaald op 15 % en wordt verdeeld per hoofd.".
Art.5. L'article 16, alinéa 6, de la même loi est remplacé par l'alinéa suivant :
  "Sont assimilés aux petits-enfants, pour autant qu'ils n'aient pas encore droit à une rente suite au même accident mortel du travail, les enfants pour lesquels des allocations familiales sont accordées du chef des prestations de la victime ou du conjoint, même si leurs père et mère sont encore en vie. Si la victime ne laisse pas d'enfants bénéficiaires chacun d'eux reçoit une rente égale à 15 % de la rémunération de base, sans que l'ensemble ne puisse dépasser 45 % de ladite rémunération. Si la victime laisse des enfants ou petits-enfants bénéficiaires, les enfants assimilés aux petits-enfants sont réputés former une souche. La rente accordée à cette souche est fixée à 15 % et est partagée par tête.".
Art.6. Artikel 18, derde lid, van dezelfde wet wordt vervangen door het volgende lid :
  "Voor de toepassing van dit artikel wordt elke staak als een eenheid beschouwd in het geval bedoeld in artikel 16, derde, vierde en zesde lid.".
Art.6. L'article 18, alinéa 3, de la même loi est remplacé par l'alinéa suivant :
  "Pour l'application du présent article, chaque souche est considérée comme une unité, dans le cas visé à l'article 16, alinéas 3, 4 et 6.".
Art.7. De artikelen 2, 3 en 4 hebben uitwerking met ingang van 13 juni 1979 en zijn van toepassing op de overlijdens die zich voordeden vanaf deze datum.
  In afwijking van het voorgaande lid, treden de nieuwe bepalingen van de artikelen 13, §§ 4 en 5, en 15, § 1, vierde lid, van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, in werking op de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en slechts voor de ongevallen, overkomen vanaf deze datum.
Art.7. Les articles 2, 3 et 4 produisent leurs effets le 13 juin 1979 et sont applicables aux décès survenus depuis cette date.
  Par dérogation à l'alinéa précèdent, les nouvelles dispositions des articles 13, §§ 4 et 5, et 15, § 1, alinéa 4, de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail entrent en vigueur à la date de leur publication au Moniteur belge et concernent uniquement les accidents survenus à partir de cette date.
Afdeling 2. - De zwakke weggebruikers.
Section 2. - Les usagers vulnérables.
Art.8. In Hoofdstuk 11 van dezelfde wet wordt een afdeling 6bis ingevoegd, luidend als volgt :
  "Afdeling 6bis. Samenloop met de vergoeding toegekend overeenkomstig artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplicht aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.
  Art. 48bis. § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, is de verzekeraar verplicht de vergoedingen die voortvloeien uit deze wet te betalen binnen de in de artikelen 41 en 42 gestelde termijnen.
  § 2. De overeenkomstig artikel 29bis van de voornoemde wet van 21 november 1989 toegekende vergoeding, die geen betrekking kan hebben op de vergoeding van de lichamelijke schade zoals zij gedekt is door deze wet, mag samengevoegd worden met de krachtens deze wet toegekende vergoedingen.
  Art. 48ter. De verzekeraar en het Fonds voor arbeidsongevallen kunnen een rechtsvordering instellen tegen de verzekeraar die de aansprakelijkheid dekt van de eigenaar of van de houder van het motorvoertuig of tegen het Gemeenschappelijk Waarborgfonds bedoeld in artikel 80 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen tot beloop van de krachtens artikel 48bis, § 1, gedane uitkeringen, de ermee overeenstemmende kapitalen, alsmede de bedragen en kapitalen bedoeld in de artikelen 51bis, 51ter en 59quinquies en van het gedeelte van de prestaties bedoeld in artikel 42bis, tweede lid.
  Ze kunnen die vordering instellen op dezelfde wijze als de getroffene of zijn rechthebbenden en worden gesubrogeerd in de rechten die de getroffene of zijn rechthebbenden bij niet-vergoeding overeenkomstig artikel 48bis, § 1, hadden kunnen uitoefenen krachtens artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.".
Art.8. Dans le Chapitre II de la même loi, il est inséré une section 6bis, rédigée comme suit :
  "Section 6bis. Concours avec la réparation accordée en vertu de l'article 29bis de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs.
  Art. 48bis. § 1. Sans préjudice des dispositions de l'article 29bis de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs, l'assureur reste tenu du paiement des indemnités résultant de la présente loi dans les délais fixés aux articles 41 et 42.
  § 2. La réparation accordée conformément à l'article 29bis de la loi précitée du 21 novembre 1989 qui ne peut se rapporter à l'indemnisation des dommages corporels telle qu'elle est couverte par la présente loi, peut se cumuler avec les indemnités résultant de la présente loi.
  Art. 48ter. L'assureur et le Fonds des accidents du travail peuvent exercer une action contre l'assureur qui couvre la responsabilité du propriétaire ou du détenteur du véhicule automoteur ou contre le Fonds commun de garantie visé à l'article 80 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, jusqu'à concurrence des débours effectués en vertu de l'article 48bis, § 1, des capitaux y correspondant, ainsi que des montants et capitaux visés aux articles 51bis, 51ter et 59quinquies et de la partie des prestations visées à l'article 42bis, alinéa 2.
  Ils peuvent exercer cette action de la même façon que la victime ou ses ayants droit et être subrogés dans les droits que la victime ou ses ayants droit, en cas de non-indemnisation conformément à l'article 48bis, § 1, auraient pu exercer en vertu de l'article 29bis de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs.".
Art.9. Artikel 8 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1995.
Art.9. L'article 8 produit ses effets le 1er janvier 1995.
Afdeling 3. - De financiering van het Fonds voor arbeidsongevallen.
Section 3. - Le financement du Fonds des accidents du travail.
Art.10. Artikel 58, § 1, 14°, van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.10. L'article 58, § 1, 14°, de la même loi est abrogé.
Art.11. Artikel 58, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr 530 van 31 maart 1987, wordt vervangen door het volgende lid :
  " De bepalingen van de artikelen 51, 52 en 52bis zijn niet van toepassing op de taak bedoeld bij § 1, 2°. Ze zijn slechts van toepassing op de taak bedoeld bij § 1, 3°, inzoverre het Fonds de schadeloosstelling toekent wanneer de verzekeraar in gebreke blijft.".
Art.11. L'article 58, § 2, alinéa 1, de la même loi, modifié par l'arrêté royal n° 530 du 31 mars 1987, est remplacé par l'alinéa suivant :
  "Les dispositions des articles 51, 52 et 52bis ne sont pas applicables à la mission visée au § 1, 2°. Elles ne sont applicables à la mission visée au § 1, 3°, que dans la mesure où le Fonds accorde la réparation lorsque l'assureur reste en défaut de s'acquitter.".
Art.12. Artikel 58bis, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr 530 van 31 maart 1987, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "§ 2. De bepalingen van de artikelen 51, 52 en 52bis zijn niet van toepassing op de taken bedoeld bij § 1, 2°, 3° en 5°.".
Art.12. L'article 58bis, § 2, de la même loi, inséré par l'arrêté royal n° 530 du 31 mars 1987, est remplacé par la disposition suivante :
  "§ 2. Les dispositions des articles 51, 52 et 52bis ne sont pas applicables aux missions visées au § 1, 2°, 3° et 5°.".
Art.13. In dezelfde wet een artikel 58ter ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 58ter. De door het Fonds gevestigde reservefondsen en waarborgsommen worden gedekt overeenkomstig de bepalingen van artikel 12, § 2, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.".
Art.13. Un article 58ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  "Art. 58ter. Les réserves et cautionnements constitués par le Fonds sont couverts conformément aux dispositions de l'article 12, § 2, de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public.".
Art.14. In artikel 59 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr 530 van 31 maart 1987 en bij de wet van 30 maart 1994 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de 1° wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "1° een bijdrage ten laste van de werkgevers voor :
  a) de werknemers en de daarmee gelijkgestelden die gedeeltelijk onderworpen zijn aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
  b) de werknemers die onderworpen zijn aan de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden;
  c) de werknemers die onderworpen zijn aan de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de zeelieden ter koopvaardij.";
  2° artikel 59 wordt aangevuld met een 12°, luidend als volgt :
  "12° een aandeel in de jaarlijkse verdeling van de inkomsten bedoeld bij artikel 5, eerste lid, 2°, d), van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
  ";
  3° artikel 59 wordt aangevuld met een 13°, luidend als volgt :
  "13° de administratieve geldboeten, bedoeld bij artikel 91bis, § 1.".
Art.14. A l'article 59 de la même loi, modifié par l'arrêté royal n° 530 du 31 mars 1987 et par la loi du 30 mars 1994, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le 1° est remplacé par la disposition suivante :
  "1° une cotisation à la charge des employeurs pour :
  a) les travailleurs et les personnes assimilées qui sont partiellement assujettis à la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
  b) les travailleurs assujettis à l'arrêté-loi du 10 janvier 1945 concernant la sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés;
  c) les travailleurs assujettis à l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande.";
  2° l'article 59 est complété par un 12°, rédigé comme suit :
  "12° une quote-part dans la répartition annuelle des ressources visée à l'article 5, alinéa 1er, 2°, d) de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
  ";
  3° l'article 59 est complété par un 13°, rédigé comme suit :
  "13° les amendes administratives visées à l'article 91bis, § 1.".
Art.15. In artikel 64 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr 530 van 31 maart 1987, worden tussen de woorden "10°, " en "59bis, ", de woorden "12°, 13° " ingevoegd.
Art.15. A l'article 64 de la même loi, inséré par l'arrêté royal n° 530 du 31 mars 1987, les mots "12°, 13°" sont insérés entre les mots "10°," et "59bis,".
Art.16. De artikelen 10 en 14, 1° en 2°, hebben uitwerking met ingang van 1 januari 1995.
Art.16. Les articles 10 et 14, 1° et 2°, produisent leurs effets le 1er janvier 1995.
Afdeling 4. - Terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringen.
Section 4. - Répétition des prestations payées indûment.
Art.17. In artikel 60bis van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 december 1990, wordt een § 3 ingevoegd, luidend als volgt :
  "§ 3. Van de beslissing tot terugvordering wordt, op straffe van nietigheid, kennis gegeven aan de schuldenaren, bij een ter post aangetekend schrijven.
  Hierin wordt, op straffe van nietigheid, vermeld :
  -de vaststelling van het onverschuldigde;
  -het totale bedrag van het onverschuldigde, evenals de berekeningswijze ervan;
  -de bepalingen in strijd waarmee de betalingen werden verricht;
  -de in aanmerking genomen verjaringstermijn en de motivering ervan;
  -de mogelijkheid om, op straffe van verval, binnen de drie maanden vanaf de derde dag volgend op het ter post neerleggen van het aangetekend schrijven de beslissing te betwisten voor de bevoegde arbeidsrechtbank;
  -de mogelijkheid om, onverminderd de rechtsvordering ingesteld bij de arbeidsrechtbank, een verzoek in te dienen bij het Fonds om een gehele of een gedeeltelijke verzaking aan de terugvordering te verkrijgen.
  Het ter post neerleggen van het aangetekend schrijven alsmede alle daaropvolgende daden van invordering stuiten de verjaring.
  De beslissing tot terugvordering kan slechts uitgevoerd worden na het verstrijken van drie maanden volgend op de derde dag na het ter post neerleggen van het aangetekend schrijven. Wanneer de belanghebbende een aanvraag tot verzaking heeft ingediend, wordt de terugvordering opgeschort tot het Beheerscomité van het Fonds voor arbeidsongevallen over deze aanvraag uitspraak heeft gedaan.".
Art.17. Dans l'article 60bis de la même loi, modifié par la loi du 29 décembre 1990, il est inséré un § 3, rédigé comme suit :
  "§ 3. A peine de nullité, la décision de répétition est notifiée aux débiteurs par lettre recommandée à la poste.
  Y sont mentionnés, à peine de nullité :
  - la constatation de l'indu;
  - le montant global de l'indu, ainsi que son mode de calcul;
  - les dispositions en violation desquelles les paiements ont été effectués;
  - le délai de prescription pris en considération et sa motivation;
  - la possibilité de contester la décision devant le tribunal du travail compétent, sous peine de déchéance, dans les trois mois à compter du troisième jour qui suit le dépôt à la poste de la lettre recommandée;
  - la possibilité d'introduire, sans préjudice de l'action intentée devant le tribunal du travail, une requête au Fonds en vue d'obtenir une renonciation totale ou partielle à la répétition.
  Le dépôt à la poste de la lettre recommandée, ainsi que tous actes ultérieurs de recouvrement interrompent la prescription.
  La décision de répétition ne peut être exécutée qu'à l'expiration du délai de trois mois qui suit le troisième jour après le dépôt de la lettre recommandée à la poste. Lorsque l'intéressé a introduit une demande de renonciation, la répétition est suspendue jusqu'à ce que le Comité de gestion du Fonds des accidents du travail se soit prononcé sur cette demande.".
Afdeling 5. - Betaalde sportbeoefenaars.
Section 5. - Sportifs rémunérés.
Art.18. Artikel 58, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr 530 van 31 maart 1987 en de wetten van 29 december 1990 en 30 maart 1994, wordt aangevuld als volgt :
  "18° de schadeloosstelling te verzekeren van de arbeidsongevallen die zijn overkomen aan de betaalde sportbeoefenaars van wie de werkgevers ambtshalve bij het Fonds zijn verzekerd overeenkomstig artikel 86.".
Art.18. L'article 58, § 1, de la même loi, modifié par l'arrêté royal n° 530 du 31 mars 1987 et par les lois des 29 décembre 1990 et 30 mars 1994, est complété comme suit :
  "18° d'assurer la réparation des dommages résultant des accidents du travail survenus aux sportifs rémunérés dont l'employeur est assuré d'office auprès du Fonds en vertu de l'article 86.".
Art.19. In artikel 59, 3°, van dezelfde wet, ingevoegd door het koninklijk besluit nr 530 van 31 maart 1987 worden na de woorden, "artikel 81, tweede lid " de woorden "artikel 86, tweede lid" toegevoegd.
Art.19. Dans l'article 59, 3°, de la même loi, inséré par l'arrêté royal n° 530 du 31 mars 1987, sont ajoutés les mots "et à l'article 86 alinéa 2" après les mots "à l'article 81, alinéa 2".
Art.20. In Hoofdstuk IV van dezelfde wet wordt een afdeling 3 ingevoegd, waarbij de artikelen 85 en 86 opgeheven door het koninklijk besluit nr 39 van 31 maart 1982, opnieuw worden opgenomen in de volgende lezing :
  "Afdeling 3. - Betaalde sportbeoefenaars.
  Art. 85. § 1. Als betaalde sportbeoefenaars worden beschouwd, de sportbeoefenaars die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst.
  § 2. Als werkgevers worden beschouwd, de personen die de onder § 1 bedoelde sportbeoefenaars tewerkstellen.
  Art.86. De werkgever, bedoeld in artikel 85, § 2, die geen verzekering heeft afgesloten overeenkomstig artikel 49, is ambtshalve verzekerd bij het Fonds voor arbeidsongevallen. De ambtshalve verzekering begint ten vroegste op 1 januari 1972 en eindigt op 31 december 1995. De ambtshalve aansluiting van de werkgever bij het Fonds voor arbeidsongevallen stuit evenwel de verjaring van de rechtsvordering tot betaling van de verzekeringspremies.
  De Koning bepaalt het bedrag van de premies die aan het Fonds verschuldigd zijn, alsmede de grondslag waarop die premies worden berekend en de wijze waarop zij wordt geïnd.
  Het Fonds kan, onder de door de Koning bepaalde voorwaarden, geheel of gedeeltelijk van de invordering van de premies verzaken.".
Art.20. Au chapitre IV de la même loi, est inséré une section 3 contenant les articles 85 et 86, abrogés par l'arrêté royal n° 39 du 31 mars 1982, qui sont rétablis dans la rédaction suivante :
  "Section 3. - Sportifs rémunérés.
  Art. 85. § 1. Sont considérés comme sportifs rémunérés, les sportifs liés par un contrat de travail.
  § 2. Sont considérés comme employeurs, les personnes qui occupent les sportifs visés au § 1er.
  Art. 86. L'employeur, visé à l'article 85, § 2, qui n'a pas contracté une assurance conformément à l'article 49, est assuré d'office auprès du Fonds des accidents du travail. L'assurance d'office prend cours au plus tôt au 1er janvier 1972 et prend fin au 31 décembre 1995. L'affiliation d'office de l'employeur auprès du Fonds des accidents du travail interrompt toutefois la prescription de l'action en paiement des primes d'assurance.
  Le Roi détermine le taux des primes qui sont dues au Fonds, ainsi que leur base de calcul et leurs modalités de perception.
  Le Fonds peut, aux conditions fixées par le Roi, renoncer en tout ou en partie au recouvrement des primes.".
Art.21. De artikelen 18,19 en 20 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 1972.
Art.21. Les articles 18, 19 et 20 produisent leurs effets le 1er janvier 1972.
Afdeling 6. - Toezicht en strafbepalingen.
Section 6. - Surveillance et sanctions.
Art.22. Artikel 87 van dezelfde wet. gewijzigd bij het koninklijk besluit nr 530 van 31 maart 1987 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 87. Onverminderd de plichten van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Koning aangewezen ambtenaren toezicht op de uitvoering van deze wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan.
  Onverminderd de bepalingen van deze wet oefenen deze ambtenaren dit toezicht uit, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie.
  Voor de medische controle kan het Fonds voor arbeidsongevallen ook een beroep doen op geneesheren onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten bepaald door de Koning.".
Art.22. L'article 87 de la même loi, modifié par l'arrêté royal n° 530 du 31 mars 1987, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 87. Sans préjudice des devoirs incombant aux officiers de police judiciaire, les agents désignés par le Roi surveillent l'exécution de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.
  Sans préjudice des dispositions de la présente loi, ces agents exercent cette surveillance conformément aux dispositions de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail.
  Pour le contrôle médical, le Fonds des accidents du travail peut également faire appel à des médecins dans les conditions et suivant les modalités fixées par le Roi.".
Art.23. Artikel 88 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 88. De in artikel 87 bedoelde ambtenaren mogen bovendien, bij de uitoefening van hun opdracht :
  1° op gelijk welk ogenblik van de dag of van de nacht, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnengaan in alle inrichtingen, gedeelten van inrichtingen of lokalen waar verzekeringsinstellingen of instellingen met rentedienst gevestigd zijn evenals verzekeringstussenpersonen die onder de bepalingen van deze wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan vallen; tot de bewoonde lokalen hebben zij evenwel alleen toegang wanneer de rechter in de politierechtbank vooraf toestemming heeft verleend;
  2° elk onderzoek, elke controle en enquête instellen alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen, dat de wetsen reglementsbepalingen werkelijk worden nageleefd en met name :
  a) de in artikel 91ter bedoelde personen ondervragen over alle feiten die nuttig zijn voor de uitoefening van het toezicht;
  b) zich, zonder verplaatsing, alle boeken, registers documenten schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers met sociale gegevens ter inzage doen voorleggen die ingevolge deze wet en de uitvoeringsbesluiten dienen te worden opgemaakt, bijgehouden of bewaard en uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopieën of fotocopieën ervan nemen of zich deze kosteloos laten verstrekken of zelfs gelijk welke van de in dit littera bedoelde informatiedragers tegen ontvangstbewijs in beslag nemen;
  c) zich, zonder verplaatsing, alle andere boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers ter inzage doen voorleggen die zij nodig achten voor het volbrengen van hun opdracht en uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopieën of fotocopieën ervan nemen of zich deze kosteloos laten verstrekken of zelfs gelijk welke van de in dit littera bedoelde informatiedragers tegen ontvangstbewijs in beslag nemen;
  d) de aanplakking gelasten van de documenten die ingevolge deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan moeten worden aangeplakt.".
Art.23. L'article 88 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 88. Les agents visés à l'article 87 peuvent également, dans l'exercice de leur mission :
  1° pénétrer librement à toute heure du jour et de la nuit, sans avertissement préalable, dans tous les établissements, parties d'établissements ou locaux où sont établis des organismes assureurs ou des établissements chargés du service des rentes, ainsi que des intermédiaires d'assurances soumis aux dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution; toutefois, dans des locaux habités, ils ne peuvent pénétrer qu'avec l'autorisation préalable du juge au tribunal de police;
  2° procéder à tous examens, contrôles et enquêtes et recueillir toutes informations qu'ils estiment nécessaires pour s'assurer que les dispositions légales et réglementaires sont effectivement observées, et, notamment :
  a) interroger les personnes visées à l'article 91ter sur tous les faits dont la connaissance est utile à l'exercice de la surveillance;
  b) se faire produire, sans déplacement, pour en prendre connaissance tous livres, registres, documents, disques, bandes ou n'importe quels autres supports d'information contenant des données sociales dont l'établissement, la tenue ou la conservation sont prescrits par la présente loi et ses arrêtés d'exécution et en prendre des extraits, des duplicata, des impressions, des listages, des copies ou des photocopies ou se faire fournir ceux-ci, sans frais ou même saisir n'importe quels supports d'information visés par ce littera, contre récépissé;
  c) se faire produire, sans déplacement, pour en prendre connaissance, tous autres livres, registres, documents, disques, bandes ou n'importe quels autres supports d'information qu'ils jugent nécessaires à l'accomplissement de leur mission et en prendre des extraits, des duplicata, des impressions, des listages, des copies ou des photocopies ou se faire fournir ceux-ci sans frais ou même saisir n'importe quels supports d'information visés par ce littera, contre récépissé;
  d) ordonner l'affichage des documents dont l'apposition est prévue par la présente loi ou ses arrêtés d'exécution.".
Art.24. Artikel 89 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 89. De in artikel 87 bedoelde ambtenaren hebben het recht waarschuwingen te geven, voor de overtreder een termijn te bepalen om zich in orde te stellen en processen-verbaal op te maken.
  Deze processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is, voor zover een afschrift ervan ter kennis wordt gebracht van de overtreder en, in voorkomend geval, van zijn werkgever binnen een termijn van veertien dagen die een aanvang neemt de dag na de vaststelling van de overtreding. Wanneer de vervaldag die in deze termijn is begrepen, een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, dan wordt die verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
  Voor de toepassing van de termijn bedoeld in het vorige lid, vormt het geven aan de overtreder van een waarschuwing of het verlenen van een termijn om zich in regel te stellen geen vaststelling van de overtreding.".
Art.24. L'article 89 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 89. Les agents visés à l'article 87 ont le droit de donner des avertissements, de fixer au contrevenant un délai destiné à lui permettre de se mettre en règle et de dresser des procès-verbaux.
  Ces procès-verbaux font foi jusqu'à preuve du contraire, pour autant qu'une copie en soit communiquée au contrevenant et, le cas échéant, à son employeur, dans un délai de quatorze jours prenant cours le lendemain du jour de la constatation de l'infraction. Lorsque le jour de l'échéance, qui est compris dans ce délai, est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, il est reporté au premier jour ouvrable suivant.
  Pour l'application du délai visé à l'alinéa précédent, l'avertissement donné au contrevenant ou la fixation d'un délai pour se mettre en ordre n'emporte pas la constatation de l'infraction.".
Art.25. In de artikelen 88bis, 90 en 91 van dezelfde wet worden de woorden "en beambten" geschrapt.
Art.25. Dans les articles 88bis, 90 et 91 de la même loi, les mots "fonctionnaires et" sont supprimés.
Art.26. In dezelfde wet wordt een artikel 91bis ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 91bis. § 1. Wanneer de in artikel 87 bedoelde ambtenaren aan een verzekeringsinstelling of een instelling met rentedienst een termijn hebben opgelegd om zich met de wet en de besluiten en verordeningen ter uitvoering ervan in regel te stellen, kunnen zij, wanneer de verzekeringsinstelling of een instelling met rentendienst in gebreke blijft, haar een administratieve geldboete opleggen, waarvan het bedrag niet minder dan 1000 frank en niet meer dan 3 % van de technische en financiële opbrengsten met een maximum van 50 miljoen frank mag bedragen, volgens een barema dat bij ministerieel besluit wordt vastgelegd na advies van het Beheerscomité van het Fonds voor arbeidsongevallen. In geval van herhaling binnen een termijn van vijf jaar wordt dit maximum verhoogd tot 5 % van de technische en financiële opbrengsten zonder dat het bedrag 75 miljoen frank mag overschrijden.
  De geldboete mag worden berekend in een dagbedrag.
  De geldboete wordt ten voordele van het Fonds voor arbeidsongevallen geïnd. Onverminderd het recht van dagvaarding voor de bevoegde rechter, kan het bedrag van de verschuldigde geldboete worden ingevorderd bij dwangbevel door de zorg van het Bestuur van de BTW, Registratie en Domeinen en volgens de procedure geregeld door het Wetboek van Registratie-, hypotheek- en griffierechten.
  § 2. Administratieve geldboetes mogen slechts worden opgelegd nadat de verzekeringsinstelling of instelling met rentedienst in haar verweer is gehoord, minstens behoorlijk opgeroepen.".
Art.26. Un article 91bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  "Art. 91bis. § 1er. Lorsque les agents visés à l'article 87 fixent un délai à un organisme assureur ou à un établissement chargé des services des rentes afin qu'il se mette en règle avec la loi et les arrêtés et règlements d'exécution de celle-ci, ils peuvent, si l'organisme ou l'établissement reste en défaut, infliger à celui-ci une amende administrative dont le montant ne peut être inférieur à 1 000 francs ni excéder 3 % des produits techniques et financiers, avec un maximum de 50 millions de francs, suivant un barème fixé par arrêté ministériel après avis du Comité de gestion du Fonds des accidents du travail. En cas de récidive dans un délai de cinq ans, ce maximum est porté à 5 % des produits techniques et financiers, sans que le montant puisse excéder 75 millions de francs.
  L'amende peut être calculée à raison d'un montant journalier.
  L'amende est recouvrée au bénéfice du Fonds des accidents du travail. Sans préjudice du droit de citer devant le juge compétent, le montant de l'amende due peut être recouvré par voie de contrainte, à la diligence de l'Administration de la TVA, de l'Enregistrement et des Domaines et selon la procédure organisée par le Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe.
  § 2. Il ne peut être infligé d'amendes administratives qu'après que l'organisme assureur ou l'établissement chargé du service des rentes ait été entendu en sa défense, à tout le moins dûment convoqué.".
Art.27. Artikel 91ter van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit. nr 39 van 31 maart 1982 en gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 91ter. § 1. Onverminderd de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek, worden met gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met geldboete van 1 000 tot 10 000 frank of met één van die straffen alleen gestraft :
  1° de beheerders, commissarissen, directeurs, zaakvoerders of lasthebbers van verzekeringsinstellingen of van instellingen met rentedienst, die wetens en willens onjuiste verklaringen afleggen aan de in artikel 87 genoemde ambtenaren of die weigeren de ter uitvoering van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan gevraagde inlichtingen te verstrekken;
  2° de beheerders, commissarissen directeurs, zaakvoerders of lasthebbers van verzekeringsinstellingen of van instellingen met rentedienst die niet hebben voldaan aan de verplichtingen die hen door of krachtens deze wet zijn opgelegd;
  3° de beheerders, commissarissen, directeurs zaakvoerders of lasthebbers van een verzekeringsinstelling of van een instelling met rentedienst en al wie, als verzekeringstussenpersoon, heeft meegewerkt aan het afsluiten of het uitvoeren van een contract dat strijdig is met de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  § 2. De verzekeringstussenpersonen die het door deze wet geregelde toezicht verhinderen, worden gestraft onder de voorwaarden bepaald bij artikel 15, § 3, van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen.".
Art.27. L'article 91ter de la même loi, inséré par l'arrêté royal n° 39 du 31 mars 1982 et modifié par la loi du 1er août 1985, est remplacé par la disposition suivante :
  Art. 91ter. § 1 ans préjudice des articles 269 à 274 du Code pénal, sont punis d'un emprisonnement de huit jours à un mois et d'une amende de 1 000 à 10 000 francs ou d'une de ces peines seulement :
  1° les administrateurs, commissaires, directeurs, gérants ou mandataires d'organismes assureurs ou d'établissements chargés du service des rentes qui sciemment et volontairement ont fait des déclarations inexactes aux agents visés à l'article 87 ou qui ont refusé de fournir les renseignements demandés en exécution de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution;
  2° les administrateurs, commissaires, directeurs, gérants ou mandataires d'organismes assureurs ou d'établissements chargés du service des rentes qui ne se sont pas conformés aux obligations qui leur sont imposées par ou en vertu de la présente loi;
  3° les administrateurs, commissaires, directeurs, gérants ou mandataires d'un organisme assureur ou d'un établissement chargé du service des rentes et tous ceux qui, en qualité d'intermédiaire d'assurances, ont participé à la conclusion ou à l'exécution d'un contrat contraire aux dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.
  § 2. Les intermédiaires d'assurances qui font obstacle à la surveillance organisée par la présente loi sont punis dans les conditions prévues par l'article 15, § 3, de la loi du 27 mars 1995 relative à l'intermédiation en assurances et à la distribution d'assurances.".
Art.28. In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 91quater dat artikel 91quinquies wordt, een nieuw artikel 91quater ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 91quater. Onverminderd de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek,
  1° worden met gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met geldboete van 26 tot 500 frank of met één van die straffen alleen gestraft, de werkgever, zijn aangestelden of lasthebbers die niet hebben voldaan aan de verplichtingen die hen door of krachtens deze wet zijn opgelegd;
  2° worden, onder de voorwaarden bepaald bij artikel 15, 2°, van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie gestraft, alle niet in artikel 91ter bedoelde personen die het krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan geregelde toezicht verhinderen.".
Art.28. Il est inséré dans la même loi, à la place de l'article 91quater qui devient l'article 51quinquies, un article 91quater nouveau, rédigé comme suit :
  "Art. 91quater. Sans préjudice des articles 269 à 274 du Code pénal,
  1° sont punis d'un emprisonnement de huit jours à un mois et d'une amende de 26 à 500 francs ou d'une de ces peines seulement, l'employeur, ses préposés ou ses mandataires qui ne se sont pas conformés aux obligations qui leur sont imposées par ou en vertu de la présente loi;
  2° est punie, dans les conditions prévues par l'article 15, 2°, de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail, toute personne non visée à l'article 91ter qui met obstacle à la surveillance organisée en vertu de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.".
Afdeling 7. - Verzekeringstussenpersonen.
Section 7. - Intermédiaires d'assurances.
Art.29. In dezelfde wet wordt een artikel 90bis ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 90bis. § 1. Niemand mag in België de werkzaamheden omschreven in artikel 2, § 1, van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen uitoefenen inzake de arbeidsongevallenverzekering, bedoeld in deze wet, zonder ingeschreven te zijn in het register van de verzekeringstussenpersonen bijgehouden door de Controledienst voor de Verzekeringen.
  § 2. Onverminderd de in artikel 91ter bedoelde strafbepalingen, kan de Minister tot wiens bevoegdheid Sociale Zaken behoort de verzekeringstussenpersonen die hebben deelgenomen aan het sluiten of het uitvoeren van een overeenkomst strijdig met de bepalingen van deze wet, doen schorsen of schrappen uit dit register voor wat de in deze wet bedoelde werkzaamheden in het kader van de arbeidsongevallenverzekering betreft.
  Tegen een beslissing tot schorsing of schrapping is beroep mogelijk bij de Raad van State volgens de procedure ingesteld door artikel 7 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen.
  § 3. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Controledienst voor de verzekeringen en de Verzekeringscommissie, de procedure van schorsing en schrapping uit dit register.".
Art.29. Un article 90bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  "Art. 90bis. § 1, Nul ne peut exercer en Belgique les activités définies à l'article 2, § 1er, de la loi du 27 mars 1995 relative à l'intermédiation en assurances et à la distribution d'assurances en matière d'assurance contre les accidents du travail, telle que visée par la présente loi, s'il n'est pas inscrit au registre des intermédiaires d'assurances tenu par l'Office de contrôle des assurances.
  § 2. Sans préjudice des sanctions pénales visées à l'article 91ter, le Ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions peut faire suspendre ou faire radier de ce registre, pour les activités d'assurance contre les accidents du travail visées par la présente loi, les intermédiaires d'assurances qui ont participé à la conclusion ou à l'exécution d'un contrat contraire aux dispositions de la présente loi.
  La décision de suspension ou de radiation peut faire l'objet d'un recours devant le Conseil d'Etat conformément a la procédure fixée en vertu de l'article 7 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances.
  § 3. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, après avis de l'Office de contrôle des assurances et de la Commission des assurances, la procédure de suspension et de radiation du registre.".
Afdeling 8. - Toepassingsgebied.
Section 8.- Champ d'application.
Art.30. Artikel 106 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  "Aangaande de vaste personeelsleden van de hierna aangeduide instellingen alsook van de instellingen waarvan zij de verplichtingen hebben overgenomen, treden de artikelen 49 en 50 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 betreffende de verplichte verzekering in werking op 22 mei 1983 voor de Nederlandse Radio- en Televisieuitzendingen in België, Omroep van de Vlaamse Gemeenschap, op 1 mei 1982 voor de "RadioTélévision belge de la Communauté francaise" en op 1 juli 1982 voor het "Belgisches Rundfunkund Fernsehzentrum der Deutschsprachigen Gemeinschaft.".
Art.30. L'article 106 de la même loi est complété par l'alinéa suivant :
  "Concernant les membres du personnel permanent des organismes cités ci-après, ainsi que des organismes dont ils ont repris les obligations, les articles 49 et 50 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail relatives à l'obligation d'assurance entrent en vigueur le 22 mai 1983 pour la "Nederlandse Radio- en Televisieuitzendingen in België, Omroep van de Vlaamse Gemeenschap", le 1er mai 1982 pour la Radio-Télévision belge de la Communauté française et le 1er juillet 1982 pour le "Belgisches Rundfunk- und Fernsehzentrum der Deutschsprachigen Gemeinschaft.".
Art.31. Artikel 30 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1972.
Art.31. L'article 30 produit ses effets le 1er janvier 1972.
HOOFDSTUK II. - Beroepsziekten.
CHAPITRE II. - Maladies professionnelles.
Art.32. Artikel 5bis van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, ingevoegd bij de wet van 29 december 1990, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 5bis. De Koning bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden het Fonds voor de beroepsziekten geheel of gedeeltelijk kan afzien van de terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringen.".
Art.32. L'article 5bis des lois relatives à la réparation des dommages résultant des maladies professionnelles, coordonnées le 3 juin 1970 inséré par la loi du 29 décembre 1990, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 5bis. Le Roi détermine dans quels cas et dans quelles conditions le Fonds des maladies professionnelles peut renoncer totalement ou partiellement à la récupération de prestations payées indûment.".
Art.33. In artikel 35, tweede lid, van dezelfde wetten, wordt het woord "zestig" vervangen door het woord "honderd twintig".
Art.33. A l'article 35, alinéa 2, des mêmes lois, le mot "soixante" est remplacé par le mot "cent vingt".
Art.34. In artikel 35bis, vierde lid, van dezelfde wetten, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr 529 van 31 maart 1987, worden de woorden "of zestig dagen vóór de datum van het medisch onderzoek, waarop ingevolge een herziening van ambtswege door het Fonds, een verergering wordt vastgesteld" geschrapt.
Art.34. A l'article 35bis, alinéa 4, des mêmes lois, inséré par l'arrêté royal n° 529 du 31 mars 1987, les mots "ou soixante jours avant la date de l'examen médical lors duquel, suite à une révision d'office opérée par le Fonds, l'aggravation a été constatée" sont supprimés.
Art.35. Artikel 41, vijfde lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "De geneeskundige verzorging bedoeld in artikel 31, 5°, wordt door het Fonds voor de beroepsziekten toegekend ten vroegste vanaf honderdtwintig dagen vóór de datum van indiening van de aanvraag op voorwaarde dat deze ontvankelijk is.".
Art.35. L'article 41, alinéa 5, des mêmes lois, modifié par la loi du 1er août 1985, est remplacé par la disposition suivante :
  "Les soins de santé visés à l'article 31, 5°, sont accordés par le Fonds des maladies professionnelles au plus tôt à partir du cent vingtième jour avant la date d'introduction de la demande, à la condition que celle-ci soit recevable.".
Art.36. Artikel 44, § 2, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 30 december 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "§ 2. Van de beslissing tot terugvordering wordt, op straffe van nietigheid, kennis gegeven aan de schuldenaren bij een ter post aangetekend schrijven.
  Hierin wordt, op straffe van nietigheid, vermeld :
  -de vaststelling van het onverschuldigde;
  -het totale bedrag van het onverschuldigde, evenals de berekeningswijze ervan;
  -de bepalingen in strijd waarmee de betalingen werden verricht;
  -de in aanmerking genomen verjaringstermijn en de motivering ervan;
  -de mogelijkheid om, op straffe van verval, binnen de dertig dagen vanaf de derde dag volgend op het ter post neerleggen van het aangetekend schrijven beroep in te stellen bij de bevoegde arbeidsrechtbank;
  -de mogelijkheid om, onverminderd het instellen van een beroep bij de arbeidsrechtbank, een verzoek in te dienen bij het Fonds voor de beroepsziekten om een gehele of gedeeltelijke verzaking van de terugvordering te verkrijgen.
  Het ter post neerleggen van het aangetekend schrijven alsmede alle daaropvolgende daden van invordering stuiten de verjaring.
  De beslissing tot terugvordering kan slechts uitgevoerd worden na het verstrijken van dertig dagen vanaf de derde dag volgend op het ter post neerleggen van het aangetekend schrijven. Wanneer de belanghebbende een aanvraag tot verzaking heeft ingediend, wordt de terugvordering geschorst tot het Beheerscomité van het Fonds voor de beroepsziekten over deze aanvraag uitspraak heeft gedaan.".
Art.36. L'article 44, § 2, des mêmes lois, modifié par la loi du 30 décembre 1992, est remplacé par la disposition suivante :
  "§ 2. A peine de nullité, la décision de répétition est notifiée aux débiteurs par lettre recommandée à la poste.
  Y sont mentionnés, à peine de nullité :
  - la constatation de l'indu;
  - le montant global de l'indu, ainsi que son mode de calcul;
  - les dispositions en violation lesquelles les paiements ont été effectués;
  - le délai de prescription pris en considération, ainsi que sa motivation;
  - la possibilité d'introduire un recours auprès du tribunal du travail compétent, à peine de déchéance, dans les trente jours à compter du troisième jour qui suit le dépôt, à la poste, de la lettre recommandée;
  - la possibilité d'introduire au Fonds des maladies professionnelles sans préjudice de l'action intentée devant le tribunal du travail, une demande de renonciation totale ou partielle à la récupération. Le dépôt à la poste de la lettre recommandée, ainsi que tous actes ultérieurs de recouvrement interrompent la prescription.
  La décision de répétition ne peut être exécutée qu'à l'expiration du délai de trente jours qui suit le troisième jour après le dépôt de la lettre recommandée à la poste.
  Lorsque l'intéressé a introduit une demande de renonciation, la récupération est suspendue jusqu'à ce que le Comité de gestion du Fonds des maladies professionnelles se soit prononcé sur cette demande.".
Art.37. Artikel 48ter van dezelfde wetten, ingevoegd bij de wet van 1 augustus 1985, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 48ter. Wanneer een persoon, die zich niet bevindt in de situatie bedoeld in artikel 48quater en die aangetast is door een beroepsziekte, de in artikel 32 gestelde voorwaarden vervult en eveneens aan het beroepsrisico van deze ziekte is blootgesteld geweest gedurende een periode in de loop waarvan hij niet behoorde tot een categorie van personen als bedoeld in artikel 2 of niet verzekerd was krachtens artikel 3, kan de Koning, op de wijze die Hij bepaalt, de in deze wetten voorziene voordelen beperken voor de beroepsziekten die Hij met name aanduidt.".
Art.37. L'article 48ter des mêmes lois, inséré par la loi du 1er août 1985, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 48ter. Lorsqu'une personne, qui ne se trouve pas dans la situation visée par l'article 48quater et qui est atteinte d'une maladie professionnelle, remplit les conditions énoncées à l'article 32 et a également été exposée au risque professionnel de cette maladie pendant une période au cours de laquelle elle n'appartenait pas à une catégorie de personnes visée à l'article 2 ou n'était pas assurée en vertu de l'article 3, le Roi peut de la manière qu'il détermine, limiter, pour les maladies professionnelles qu'il cite nommément, les avantages prévus par les présentes lois.".
Art.38. In dezelfde wetten wordt een artikel 48quater ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 48quater. Wanneer de door een beroepsziekte getroffene voor dezelfde beroepsziekte rechten kan doen gelden in het kader van deze wetten en van de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadeloosstelling voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, wordt de gehele schadeloosstelling waarop de getroffene of zijn rechthebbenden aanspraak kunnen maken, uitsluitend toegekend op grond van de wetgeving waaronder de getroffene het laatst aan het bedoelde beroepsrisico blootgesteld was, vóór de datum van de aanvraag die aanleiding geeft tot de eerste schadeloosstelling.
  Indien het slachtoffer, op het ogenblik van de laatste blootstelling waarvan sprake is in het eerste lid, onder het toepassingsgebeid van beide wetgevingen viel, wordt de gehele schadeloosstelling uitsluitend toegekend op grond van de wetgeving waaronder het blootgesteld was door het uitoefenen van zijn voornaamste beroepsactiviteit.".
Art.38. Un article 48quater, rédigé comme suit, est inséré dans les mêmes lois :
  "Art. 48quater. Lorsqu'une personne, victime d'une maladie professionnelle, peut pour cette maladie professionnelle, faire valoir des droits à la fois dans le cadre des présentes lois et de la loi du 3 juillet 1967 sur la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public, l'entièreté de la réparation à laquelle peut prétendre cette victime ou à laquelle peuvent prétendre ses ayants droit est accordée exclusivement sur la base de la législation sous laquelle la victime a été exposée, en dernier lieu, au risque professionnel en question, avant la date de la demande qui donne lieu à la première réparation.
  Si, au moment de la dernière exposition dont il est question à l'alinéa 1er, la victime entrait dans le champ d'application des deux législations la totalité de la réparation du dommage sera accordée exclusivement sur la base de la législation sous le régime de laquelle elle était exposée de par l'exercice de son activité professionnelle principale.".
Art.39. Artikel 52, tweede lid, eerste zin, van dezelfde wetten wordt vervangen door de volgende zin :
  "Het Fonds voor de beroepsziekten kan ook ambtshalve uitspraak doen over de herziening van reeds toegekende vergoedingen wegens een tijdelijke arbeidsongeschiktheid.".
Art.39. L'article 52, alinéa 2, première phrase, des mêmes lois est remplacé par la phrase suivante :
  "Le Fonds des maladies professionnelles peut également statuer d'office sur la révision d'indemnités acquises en raison d'une incapacité temporaire de travail.".
Art.40. Artikel 53 van dezelfde wetten gewijzigd bij de wet van 30 december 1992, wordt aangevuld met het volgende lid :
  "Tegen een beslissing inzake al of niet afzien van de terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringen is geen beroep mogelijk.".
Art.40. L'article 53 des mêmes lois, modifié par la loi du 30 décembre 1992, est complété par l'alinéa suivant :
  "Aucun recours n'est possible contre une décision de renoncer ou non à la récupération de prestations payées indûment.".
Art.41. Artikel 56 van dezelfde wetten, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 528 van 31 maart 1987, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 56. Het Fonds voor de beroepsziekten wordt gestijfd :
  1° door een aandeel in de jaarlijkse verdeling van de inkomsten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, d), van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
  2° door een solidariteitsbijdrage te storten door de werkgevers voor :
  a) de werknemers, die gedeeltelijk onderworpen zijn aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
  b) de werknemers die onderworpen zijn aan de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden;
  c) de werknemers die onderworpen zijn aan de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de zeelieden ter koopvaardij;
  d) degenen die, ten gevolge van lichamelijke ongeschiktheid tot werken of werkloosheid, vakherscholing of -scholing genieten, die door of krachtens een wet of decreet werd ingericht;
  e) de leerjongens, leermeisjes en stagiairs;
  3° door een bijdrage van de vrijwillig verzekerden;
  4° door een bijdrage van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten bedoeld bij artikel 6, 5°, van deze wetten, waarvan het bedrag en de inningsmodaliteiten worden vastgesteld door de Koning.".
Art.41. L'article 56 des mêmes lois, modifié par l'arrêté royal n° 528 du 31 mars 1987, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 56. Le Fonds des maladies professionnelles est alimenté :
  1° par une quotité dans la répartition annuelle des ressources, visée à l'article 5, alinéa 1er, 2°, d), de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
  2° par une cotisation de solidarité à verser par les employeurs pour
  a) les travailleurs assujettis en partie à la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
  b) les travailleurs assujettis à l'arrêté-loi du 10 janvier 1945 concernant la sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés;
  c) les travailleurs assujettis à l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande;
  d) les personnes qui, par suite d'incapacité physique de travail ou de chômage, se soumettent à une réadaptation ou à une adaptation professionnelle organisée par ou en vertu d'une loi ou d'un décret;
  e) les apprentis et stagiaires;
  3° par une cotisation à verser par les assurés libres;
  4° par une cotisation des administrations provinciales et locales visées à l'article 6, 5°, des présentes lois, dont le montant et les modalités de perception sont fixés par le Roi.".
Art.42. Artikel 57 van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 30 maart 1976 en de koninklijke besluiten nr. 96 van 28 september 1982, nr. 134 van 30 december 1982 en nr 528 van 31 maart 1987, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 57. De in artikel 56, 2°, bedoelde solidariteitsbijdrage beloopt 1,10 % van het loon van de bedoelde personen.
  Het begrip loon wordt bepaald in artikel 2 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers. Evenwel kan de Koning het aldus bepaalde begrip, bij in Ministerraad overlegd besluit, uitbreiden of beperken.".
Art.42. L'article 57 des mêmes lois, modifié par la loi du 30 mars 1976 et les arrêtés royaux n° 96 du 28 septembre 1982, n° 134 du 30 décembre 1982 et n° 528 du 31 mars 1987, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 57. La cotisation de solidarité prévue à l'article 56, 2°, est fixée à 1,10 % de la rémunération des personnes visées.
  La notion de rémunération est définie à l'article 2 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs. Toutefois, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, étendre ou restreindre cette notion.".
Art.43. Artikel 38, § 3, 6°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 134 van 30 december 1982, het koninklijk besluit nr. 528 van 31 maart 1987 en de wet van 30 maart 1994, wordt vervangen door de volgende tekst :
  "6° 1,10 % van het bedrag van het loon van de werknemers, als solidariteitsbijdrage bestemd voor het Fonds voor de beroepsziekten;
  ".
Art.43. L'article 38, § 3, 6°, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, modifié par l'arrêté royal n° 134 du 30 décembre 1982, l'arrêté royal n° 528 du 31 mars 1987 et par la loi du 30 mars 1994, est remplacé par le texte suivant :
  "6° 1,10 % du montant de la rémunération du travailleur, comme cotisation de solidarité destinée au Fonds des maladies professionnelles;
  ".
Art.44. Artikel 61 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen wordt aangevuld met het volgende lid :
  "De vergoedingen die evenwel uitbetaald werden tot 31 maart 1994 inbegrepen en die tengevolge van de retroactiviteit bepaald in het eerste lid onverschuldigd blijken, zijn niet terugvorderbaar.".
Art.44. L'article 61 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales, est complété par l'alinéa suivant :
  "Cependant, les indemnités payées jusqu'au 31 mars 1994 inclus qui à la suite de la rétroactivité visée à l'alinéa 1er, se révéleront indues, né sont pas récupérables.".
Art.45. (Een artikel 20quinquies, luidend als volgt, wordt in de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadeloostelling voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar het werk en voor beroepsziekten in de overheidsssector ingevoegd : (Err. B.St. 20-08-1996, art. 21737)
  "Art. 20quinquies.) Wanneer de door een beroepsziekte getroffene voor dezelfde beroepsziekte rechten kan doen gelden in het kader van deze wet en van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, wordt de gehele schadeloosstelling waarop de getroffene of zijn rechthebbenden aanspraak kunnen maken, uitsluitend toegekend op grond van de wetgeving waaronder de getroffene het laatst aan het bedoelde beroepsrisico blootgesteld was, vóór de datum van de aanvraag die aanleiding geeft tot de eerste schadeloosstelling.
  Indien het slachtoffer op het ogenblik van de laatste blootstelling waarvan sprake in het eerste lid, onder het toepassingsgebied van beide wetgevingen viel, wordt de gehele schadeloosstelling uitsluitend toegekend op grond van de wetgeving waaronder het blootgesteld was door het uitoefenen van zijn voornaamste beroepsactiviteit.".
Art.45. (Un article 20quinquies, rédigé comme suit, est inséré dans la loi du 3 juillet 1967 sur la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public : (Err. M.B. 20-08-1996, p. 21737)
  "Art. 20quinquies.) Lorsqu'une personne, victime d'une maladie professionnelle peut, pour cette maladie, faire valoir des droits à la fois dans le cadre de la présente loi et des lois relatives à la réparation des dommages résultant des maladies professionnelles, coordonnées le 3 juin 1970, la totalité de la réparation à laquelle peut prétendre cette victime ou à laquelle peuvent prétendre ses ayants droit est accordée exclusivement sur la base de la législation sous laquelle la victime a été exposée, en dernier lieu, au risque professionnel de la maladie en question, avant la date de la demande qui donne lieu à la première réparation.
  Si, au moment de la dernière exposition dont il est question à l'alinéa premier, la victime entrait dans le champ d'application des deux législations, la totalité de la réparation du dommage sera accordée exclusivement sur la base de la législation sous le régime de laquelle elle était exposée de par l'exercice de son activité professionnelle principale.".
Art.46. Dit hoofdstuk treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van : -de artikelen 32 en 40 die uitwerking hebben met ingang van 19 januari 1991;
  -de artikelen 34 en 39 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 1996;
  -artikel 44 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 1994;
  -de artikelen 41, 42 en 43 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 1995;
  -de artikelen 33 en 35 die van toepassing zijn op alle aanvragen die ingediend worden vanaf de eerste dag van de zesde maand die volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Art.46. Le présent chapitre entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception : - des articles 32 et 40 qui produisent leurs effets le 19 janvier 1991;
  - des articles 34 et 39 qui produisent leurs effets le 1er janvier 1996;
  - de l'article 44 qui produit ses effets le 1er janvier 1994;
  - des articles 41, 42 et 43 qui produisent leurs effets le 1er janvier 1995;
  - des articles 33 et 35 qui sont applicables aux demandes introduites à partir du premier jour du sixième mois suivant la publication de la présente loi au Moniteur belge.
HOOFDSTUK III. - Gezinsbijslag.
CHAPITRE III. - Prestations familiales.
Art.47. In het artikel 15 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 oktober 1960, worden het vierde en het vijfde lid vervangen door de volgende bepalingen :
  "Van deze laatste bepaling kan echter worden afgeweken wanneer het personeel van een werkgever verdeeld is over zetels of bijhuizen die gevestigd zijn hetzij in verschillende provincies, hetzij in een provincie en in het Brussels Gewest.
  In dit geval moet de aansluiting bij eenzelfde compensatiekas of de Rijksdienst geschieden ten bate van al de arbeiders die verbonden zijn aan de zetels of bijhuizen die gevestigd zijn hetzij in eenzelfde provincie, hetzij in het Brussels Gewest.".
Art.47. A l'article 15 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, modifié par l'arrêté royal du 25 octobre 1960, les alinéas 4 et 5 sont remplacés par les dispositions suivantes :
  "Il peut toutefois être dérogé à cette dernière disposition lorsque le personnel d'un employeur se trouve réparti entre des sièges ou succursales situés, soit dans des provinces différentes, soit dans une province et dans la Région bruxelloise.
  Dans ce cas, l'affiliation à la même caisse de compensation ou à l'Office national doit être effectuée pour tous les travailleurs attachés aux sièges ou succursales établis, soit dans une même province, soit dans la Région bruxelloise."
Art.48. Artikel 18, tweede lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wetten van 1 augustus 1985 en 22 december 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "De openbare instellingen bedoeld in artikel 3, 2°, die krachtens een wet, een besluit of, bij gebrek hieraan, krachtens hun statuten indien het gaat om een autonoom overheidsbedrijf, verplicht zijn zelf de gezinsbijslag te verlenen, moeten zich slechts bij een kinderbijslaginstelling aansluiten, indien die verplichting niet geldt ten aanzien van al hun personeelsleden."
Art.48. L'article 18, alinéa 2, des mêmes lois, modifié par les lois des 1er août 1985 et 22 décembre 1989, est remplacé par la disposition suivante :
  "Les établissements publics visés à l'article 3, 2°, qui sont obligés d'accorder eux-mêmes les prestations familiales en vertu d'une loi, d'un arrêté ou, à défaut, en vertu de leurs statuts s'il s'agit d'une entreprise publique autonome, ne doivent s'affilier à un organisme d'allocations familiales que si cette obligation ne concerne pas l'ensemble de leur personnel."
Art.49. In dezelfde wetten wordt een artikel 56undecies ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 56undecies. Is rechthebbende op kinderbijslag tegen de bedragen bepaald in artikel 40, de werknemer die geniet van :
  a) een vervroegd pensioen ten laste van de "Radio-Télévision belge" van de Franse Gemeenschap;
  b) een toelage betreffende een verlof ter voorbereiding van de opruststelling ten laste van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen.
  De werknemer bedoeld in het eerste lid moet bovendien in de loop van de twaalf maanden die de gebeurtenis bedoeld in het eerste lid onmiddellijk voorafgaan, de voorwaarden hebben vervuld om aanspraak te maken op minstens zes maandelijkse forfaitaire bijslagen krachtens deze wetten.
  De in dit artikel bedoelde kinderbijslag wordt slechts toegekend in zoverre er geen ander recht bestaat op kinderbijslag voor hetzelfde kind krachtens deze wetten.
  De Koning kan, in het eerste lid, de hierin bedoelde opsomming aanvullen.".
Art.49. Un article 56undecies, rédigé comme suit, est inséré dans les mêmes lois :
  " Art 56undecies. Est attributaire des allocations familiales aux taux prévus à l'article 40, le travailleur qui bénéficie :
  a) d'une pension anticipée à la charge de la Radiotélévision belge de la Communauté française;
  b) d'une allocation relative à un congé préparatoire à la pension à la charge de la Société nationale des Chemins de fer belges.
  Le travailleur visé à l'alinéa 1er doit, en outre, avoir satisfait aux conditions pour prétendre à au moins six allocations forfaitaires mensuelles en vertu des présentes lois, au cours des douze mois précédant immédiatement l'événement visé à l'alinéa 1er.
  Les allocations familiales visées à cet article ne sont accordées que pour autant qu'il n'y ait pas d'autre droit aux allocations familiales pour le même enfant en vertu des présentes lois.
  Le Roi peut compléter, dans l'alinéa 1er, l'énumération qui y est visée."
Art.50. Artikel 57bis van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 30 juni 1981, het koninklijk besluit nr 534 van 31 maart 1987 en de wet van 22 december 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art.57bis. De Koning bepaalt de periodes welke voor de toepassing van de artikelen 55, vierde lid, 56, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, eerste lid, 4°, 56bis, § 1, 56quater, eerste lid, 2°, 56decies, § 1, 56undecies, tweede lid, of 57, tweede lid, worden gelijkgesteld met de periodes waarover de werknemer de voorwaarden heeft vervuld om aanspraak te maken op de forfaitaire maandelijkse bijslag.
  De Minister die de Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft kan in behartigenswaardige gevallen, de periode bepaald in de artikelen 55, vierde lid, 56, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, eerste lid, 4°, 56bis, § 1, 56quater, eerste lid, 2°, 56decies, § 1, 56undecies, tweede lid, of 57, tweede lid inkorten.".
Art.50. L'article 57bis des mêmes lois, modifié par la loi du 30 juin 1981, l'arrêté royal n° 534 du 31 mars 1987 et la loi du 22 décembre 1989, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 57bis. Le Roi détermine les périodes qui, pour l'application des articles 55, alinéa 4, 56, § 1, alinéa 1er, 3°, et § 2, alinéa 1er, 4°, 56bis, § 1, 56quater, alinéa 1er, 2°, 56decies, § 1, 56undecies alinéa 2, ou 57 alinéa 2, sont assimilées à des périodes pour lesquelles le travailleur à satisfait aux conditions pour prétendre aux allocations forfaitaires mensuelles.
  Le Ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions peut, dans des cas dignes d'intérêt, réduire la période déterminée par les articles 55, alinéa 4, 56, § 1, alinéa 1er, 3°, et § 2, alinéa 1er, 4°, 56bis, § 1, 56quater, alinéa 1er, 2°, 56decies, § 1, 56undecies, alinéa 2, ou 57, alinéa 2.".
Art.51. Artikel 62 van dezelfde wetten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten nr. 7 van 18 april 1967 en nr. 68 van 10 november 1967, de wetten van 4 juli 1969, 14 juni 1985 en 1 augustus 1985, het koninklijk besluit nr. 534 van 31 maart 1987 en de wet van 5 augustus 1992 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 62. § 1. De kinderbijslag wordt ten behoeve van het kind toegekend tot 31 augustus van het kalenderjaar in de loop waarvan het de leeftijd van 18 jaar bereikt.
  De Koning kan, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de toekenning van de in het eerste lid bedoelde kinderbijslag afhankelijk maken van de inschrijving in een schoolinrichting.
  § 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, wordt de kinderbijslag toegekend tot 25 jaar ten behoeve van de leerjongen of het leermeisje onder de door de Koning bepaalde voorwaarden.
  De Koning kan eveneens bepalen tijdens welke periodes en onder welke voorwaarden het recht op kinderbijslag wordt toegekend ten behoeve van de leerling, wanneer de leerovereenkomst of verbintenis verbroken wordt of het voorwerp is van een weigering of van een intrekking van de erkenning.
  § 3. Onverminderd de bepalingen van § 1, wordt de kinderbijslag onder de door de Koning bepaalde voorwaarden, verleend tot 25 jaar ten behoeve van het kind dat onderwijs volgt of een stage doorloopt om in een ambt te kunnen worden benoemd.
  De Koning bepaalt eveneens onder welke voorwaarden de uitoefening van een winstgevende bedrijvigheid geen beletsel is voor de toepassing van deze paragraaf.
  § 4. Onverminderd de bepalingen van § 1, wordt de kinderbijslag verleend ten behoeve van het kind van minder dan 25 jaar dat geen verplichte cursussen meer volgt en dat regelmatig een verhandeling bij het einde van hogere studiën, voorbereidt. De Koning bepaalt onder welke voorwaarden en gedurende welke periode die kinderbijslag wordt toegekend.
  § 5. Onverminderd de bepalingen van § 1, wordt de kinderbijslag toegekend tot de leeftijd van 25 jaar ten voordele van het niet meer leerplichtige kind dat ingeschreven is als werkzoekende en studies of een leertijd beëindigd heeft; de Koning bepaalt de periode en de toekenningsvoorwaarden van deze kinderbijslag."
Art.51. L'article 62 des mêmes lois, modifié par les arrêtés royaux n° 7 du 18 avril 1967 et n° 68 du 10 novembre 1967, les lois des 4 juillet 1969, 14 juin 1985 et 1er août 1985, l'arrêté royal n° 534 du 31 mars 1987 et la loi du 5 août 1992, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 62. § 1. Les allocations familiales sont accordées en faveur de l'enfant jusqu'au 31 août de l'année civile au cours de laquelle il atteint l'âge de 18 ans.
  Le Roi peut, dans les conditions qu'il détermine, lier l'octroi des allocations familiales visées à l'alinéa 1er à l'inscription scolaire.
  § 2. Sans préjudice des dispositions du § 1 les allocations familiales sont accordées jusqu'à l'âge de 25 ans en faveur de l'apprenti dans les conditions fixées par le Roi.
  Le Roi peut également déterminer les périodes et les conditions d'octroi du droit aux allocations familiales en faveur de l'apprenti lorsque le contrat ou l'engagement d'apprentissage est rompu ou fait l'objet d'un refus ou d'un retrait d'agréation.
  § 3. Sans préjudice des dispositions du § 1, les allocations familiales sont accordées jusqu'à l'âge de 25 ans, dans les conditions déterminées par le Roi, en faveur de l'enfant qui suit des cours ou effectue un stage pour pouvoir être nommé à une charge.
  Le Roi détermine également dans quelles conditions l'exercice d'une activité lucrative ne fait pas obstacle à l'application du présent paragraphe.
  § 4. Sans préjudice des dispositions du § 1, les allocations familiales sont accordées en faveur de l'enfant âgé de moins de 25 ans qui ne suit plus de cours obligatoires et qui prépare régulièrement un mémoire de fin d'études supérieures. Le Roi détermine les conditions et la période durant laquelle lesdites allocations familiales sont accordées.
  § 5. Sans préjudice des dispositions du § 1, les allocations familiales sont accordées jusqu'à l'âge de 25 ans en faveur de l'enfant n'étant plus soumis à l'obligation scolaire, inscrit comme demandeur d'emploi et qui a terminé des études ou un apprentissage; le Roi détermine la période et les conditions d'octroi desdites allocations familiales.".
Art.52. In artikel 78 van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 30 juni 1981, de koninklijke besluiten nr. 207 van 13 september 1983 en nr. 277 van 14 februari 1984, de wet van 1 augustus 1985 en de koninklijke besluiten van 22 maart 1989 en 23 december 1993, wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
  "De forfaitaire maandelijkse bijdrage bedoeld in het eerste lid is verschuldigd door de betrokken werkgever voor elke werknemer bedoeld in artikel 56undecies, eerste lid, al dan niet rechthebbend op gezinsbijslag."
Art.52. Dans l'article 78 des mêmes lois, modifié par la loi du 30 juin 1981, les arrêtés royaux n° 207 du 13 septembre 1983 et n° 277 du 14 février 1984, la loi du 1er août 1985 et les arrêtés royaux des 22 mars 1989 et 23 décembre 1993, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  "La cotisation forfaitaire mensuelle visée à l'alinéa 1er est due par l'employeur concerné, pour chaque travailleur visé à l'article 56undecies, alinéa 1er, attributaire ou non des prestations familiales."
Art.53. Artikel 79, derde lid, van dezelfde wetten, gewijzigd door het koninklijk besluit nr 277 van 14 februari 1984, wordt aangevuld als volgt :
  "Het koninklijk besluit tot wijziging van het bedrag van de bijdragen kan ten hoogste twee jaar vóór de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad terugwerken."
Art.53. L'article 79, alinéa 3, des mêmes lois, modifié par l'arrêté royal no 277 du 14 février 1984, est complété comme suit :
  "L'arrêté royal modifiant le montant des cotisations peut rétroagir deux ans au plus avant la date de sa publication au Moniteur belge."
Art.54. Artikel 86, tweede lid, van dezelfde wetten wordt vervangen door het volgende lid :
  "Onverminderd artikel 78, derde lid, zijn de werkgevers bovendien van bijdragen ontslagen uit hoofde van de personen die zij gewoonlijk minder dan achttien dagen per jaar of minder dan twee uren per dag tewerkstellen."
Art.54. L'article 86, alinéa 2, des mêmes lois est remplacé par l'alinéa suivant :
  "Sans préjudice de l'article 78, alinéa 3, les employeurs sont, en outre, dispensés de payer des cotisations du chef de personnes qu'ils occupent habituellement au travail moins de dix-huit jours par an ou moins de deux heures par jour."
Art.55. In artikel 101 van dezelfde wetten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de Nederlandse tekst van de inleidende zin van het derde lid, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989 en 26 juni 1992, worden de woorden "kinderbijslag en kraamgeld" vervangen door het woord "gezinsbijslag";
  2° het derde lid, 2°, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "2° aan de gewezen personeelsleden van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, BELGACOM, DE POST, de Regie der Luchtwegen de Regie voor Maritiem Transport en de instellingen die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid bepaald in het vierde lid, die gerechtigd zijn op kinderbijslag krachtens de artikelen 56 of 57;";
  3° het derde lid, 3°, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "3° aan de wezen die gerechtigd zijn op kinderbijslag krachtens artikel 56bis, zo deze verschuldigd is door de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, BELGACOM, DE POST, de Regie der Luchtwegen, de Regie voor Maritiem Transport en de instellingen die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid bepaald in het vierde lid, krachtens de uitvoeringsbepalingen van artikel 71, § 1bis;
  ";
  4° het derde lid, 4°, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "4° aan de personen die gerechtigd zijn op kinderbijslag krachtens artikel 56quater, zo deze verschuldigd is door de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, BELGACOM, DE POST, de Regie der Luchtwegen, de Regie voor Maritiem Transport en de instellingen die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid bepaald in het vierde lid krachtens de uitvoeringsbepalingen van artikel 71, § 1bis;
  ";
  5° in het derde lid, 7°, gewijzigd bij de wet van 26 juni 1992 worden tussen de woorden "tijdelijke" en "door de bevoegde Gemeenschappen;
  " de woorden "of vervanger" ingevoegd;
  6° tussen het derde lid en het vierde lid, worden de volgende leden ingevoegd :
  "Onverminderd het vorig lid kan de Koning de Rijksdienst machtigen om de gezinsbijslag uit te betalen die verschuldigd is aan het personeel van de werkgevers bedoeld in artikel 3, 1° en 2°, op aanvraag van de desbetreffende werkgever.
  De Koning kan de Rijksdienst ook toestemming verlenen tot het uitkeren van de gezinsbijslag verschuldigd op grond van de artikelen 56, 56bis, 56quater en 57 uit hoofde van ziekte, overlijden of pensionering van bepaalde categorieën van voormalige personeelsleden van overheidsinstellingen bedoeld in de wetten betreffende de afschaffing en de herstructurering van instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten, gecoördineerd op 13 maart 1991, die effectief ontbonden zijn."
Art.55. A l'article 101 des mêmes lois, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le texte néerlandais de la phrase liminaire de l'alinéa 3 modifié par les lois des 22 décembre 1989 et 26 juin 1992, les mots "kinderbijslag en kraamgeld" sont remplacés par le mot "gezinsbijslag";
  2° l'alinéa 3, 2°, modifié par la loi du 22 décembre 1989, est remplacé par la disposition suivante :
  "2° aux anciens membres du personnel de l'Etat, des Communautés, des Régions, de BELGACOM, de LA POSTE, de la Régie des voies aériennes, de la Régie des transports maritimes et des institutions ayant fait usage de la faculté prévue à l'alinéa 4, qui ont droit aux allocations familiales en vertu de l'article 56 ou 57;";
  3° l'alinéa 3, 3°, modifié par la loi du 22 décembre 1989, est remplace par la disposition suivante :
  "3° aux orphelins qui ont droit aux allocations familiales en vertu de l'article 56bis, si celles-ci sont dues par l'Etat, les Communautés, les Régions, BELGACOM, LA POSTE, la Régie des voies aériennes, la Régie des transports maritimes et les institutions ayant fait usage de la faculté prévue à l'alinéa 4, en vertu des dispositions prises en exécution de l'article 71, § 1bis;
  ";
  4° l'alinéa 3, 4°, modifié par la loi du 22 décembre 1989, est remplacé par la disposition suivante :
  "4° aux personnes qui ont droit aux allocations familiales en vertu de l'article 56quater, si celles-ci sont dues par l'Etat, les Communautés, les Régions, BELGACOM, LA POSTE, la Régie des voies aériennes, la Régie des transports maritimes et les institutions ayant fait usage de la faculté prévue à l'alinéa 4, en vertu des dispositions prises en exécution de l'article 71, § 1bis;
  ";
  5° à l'alinéa 3, 7°, modifié par la loi du 26 juin 1992 les mots "ou remplaçant" sont insérés entre les mots "temporaire" et "par les Communautés compétentes;
  ";
  6° les alinéas suivants sont insérés entre l'alinéa 3 et l'alinéa 4 :
  "Sans préjudice de l'alinéa précèdent, le Roi peut autoriser l'Office national à procéder au paiement des prestations familiales dues au personnel des employeurs visés à l'article 3, 1° et 2°, à la demande de l'employeur concerné.
  Le Roi peut également autoriser l'Office national à procéder au paiement des prestations familiales dues en application des articles 56, 56bis, 56quater et 57 en raison de la maladie, du décès ou de la mise à là pension de certaines catégories d'anciens membres du personnel d'organismes publics visés par les lois relatives à la suppression et à la restructuration d'organismes d'intérêt public et des services de l'Etat coordonnées le 13 mars 1991, dont la dissolution est effective."
Art.56. Artikel 106, derde lid, tweede zin, van dezelfde wetten, gewijzigd door de wet van 5 augustus 1978 en het koninklijk besluit nr. 122 van 30 december 1982, wordt opgeheven.
Art.56. L'article 106, alinéa 3, seconde phrase, des mêmes lois, modifié par la loi du 5 août 1978 et l'arrêté royal n° 122 du 30 décembre 1982, est abrogé.
Art.57. Artikel 107, § 4, van dezelfde wetten, gewijzigd door de wet van 29 december 1990, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "§ 4. Het fonds wordt gefinancierd met alle geldmiddelen die het wordt toegewezen door of krachtens een wet."
Art.57. L'article 107, § 4, des mêmes lois, modifié par la loi du 29 décembre 1990, est remplacé par la disposition suivante :
  "§ 4. Le fonds est financé par toutes ressources qui lui sont allouées par ou en vertu d'une loi."
Art. 57bis. <INGEVOEGD bij KB 1997-01-27/34, art. 11; Inwerkingtreding : 01-01-1997> In afwijking van artikel 23 van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling, wordt een bedrag van 325 000 000 fr. voorafgenomen van het saldo van de werkgeversbijdragen voor de bevordering van de initiatieven van kinderopvang, voorzien bij artikel 23 van dezelfde wet.
  Dit bedrag wordt toegewezen aan het Fonds voor collectieve uitrusting en diensten ingesteld bij artikel 107 van de gecoördineerde wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders bij de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers en is bestemd voor de financiering van de diensten bedoeld in de koninklijke besluiten van 20 mei 1974 tot vaststelling, wat de diensten voor gezinshulp betreft, van de wijze waarop het Fonds voor collectieve uitrusting en diensten werkt en van de regelen voor het verlenen van tegemoetkomingen, van 25 september 1974 tot vaststelling, wat de bewaarplaatsen voor kinderen van 0 tot 3 jaar betreft, van de wijze waarop het Fonds voor collectieve uitrusting en diensten werkt en van de regelen voor het verlenen van tegemoetkomingen, en van 17 juli 1991 tot vaststelling, wat de instellingen en diensten betreft die de opvang van zieke kinderen en de opvang buiten de normale werktijden van werknemerskinderen van 0 tot 3 jaar organiseren, van de wijze waarop het Fonds voor collectieve uitrusting en diensten werkt en van de regels voor het verlenen van tegemoetkomingen.
  De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het bedrag van 325 000 000 frank, bedoeld in het eerste lid, brengen op maximum 650 000 000 frank, onder de voorwaarde dat de Gemeenschappen in hun begroting van 1998 de nodige bepalingen hebben opgenomen voor de verdere financiering in 1998 van deze initiatieven. (NOTA : het KB 1997-09-23/36, art. 1, beschikt, met uitwerking vanaf 1 juli 1997 : " Het bedrag van 325 000 000 frank, bedoeld in het eerste lid van artikel 57bis van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen, wordt gebracht op 650 000 000 frank. ")
Art. 57bis. Par dérogation à l'article 23 de la loi du 3 avril 1995 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi, un montant de 325 000 000 de francs est prélevé du solde de la cotisation patronale pour la promotion d'initiatives en matière d'accueil des enfants, prévue par l'article 23 de la même loi.
  Ce montant est affecté au Fonds d'équipements et de services collectifs institué par l'article 107 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés et destiné à financer les services visés aux arrêtés royaux de 20 mai 1974 fixant, en ce qui concerne les services d'aides familiales, le mode de fonctionnement du Fonds d'équipements et de services collectifs, ainsi que les modalités d'octroi de subventions, du 25 septembre 1974 fixant, en ce qui concerne les institutions de garde d'enfants âgés de 0 à 3 ans, le mode de fonctionnement du Fonds d'équipements et de services collectifs, ainsi que les modalités d'octroi des interventions et du 17 juillet 1991 fixant, en ce qui concerne les institutions et services qui organisent l'accueil d'enfants malades et l'accueil en dehors des heures régulières de travail, d'enfants de travailleurs salariés âgés de 0 à 3 ans, le mode de fonctionnement du Fonds d'équipements et de services collectifs, ainsi que les modalités d'octroi des interventions.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en conseil des Ministre, porter le montant de 325 000 000 de francs visé à l'alinéa 1er à un montant maximal de 650 000 000 de francs sous la condition que les communautés aient repris dans leur budget de 1998 les dispositions nécessaires au financement ultérieur en 1998 de ces initiatives. (NOTE : l'AR 1997-09-23/36, art. 1, dispose, avec effet au 1er juillet 1997 : " Le montant de 325 000 000 francs, visé à l'alinéa 1er de l'article 57bis de la loi du 29 avril 1996 portant des dispositions sociales, est porté à un montant de 650 000 000 francs. ")
Art. 57ter. <INGEVOEGD bij W 1998-02-22/43, art. 55, 003; Inwerkingtreding : 13-03-1998> Vanuit het reservefonds van de Rijksdienst voor Kinderbijslag bedoeld in artikel 106 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslagen voor loonarbeiders, wordt een bedrag van 650 miljoen frank overgeheveld naar het Fonds voor Collectieve uitrustingen en diensten bedoeld in artikel 107 van dezelfde samengeordende wetten.
  (opgeheven) <W 1999-01-15/30, art. 23, 004; Inwerkingtreding : 13-03-1998>
Art. 57ter. Un montant de 650 millions de francs est transféré du fonds de réserve de l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés visé à l'article 106 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, au Fonds des Equipements et Services collectifs visé à l'article 107 des mêmes lois coordonnées.
  (abrogé) <L 1999-01-15/30, art. 23, 004; En vigueur : 13-03-1998>
Art.58. Artikel 111 van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wetten van 26 juni 1992 en 30 december 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 111. De gezinsbijslag, betaald door de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers met toepassing van artikel 101, derde lid, 2°, 3°, 4°, 7° en 8°, vierde en vijfde lid, en de daarop betrekking hebbende administratiekosten worden door de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten of de bij artikel 3, 2°, bedoelde openbare instellingen aan de Rijksdienst terugbetaald volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten.
  De overheid belast met de terugbetaling van de gezinsbijslag betaald door de Rijksdienst met toepassing van artikel 101, vijfde lid, wordt door de Koning aangewezen."
Art.58. L'article 111 des mêmes lois, modifié par les lois des 26 juin 1992 et 30 décembre 1992, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 111. Les prestations familiales payées par l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés en application de l'article 101, alinéa 3, 2°, 3°, 4°, 7° et 8°, alinéas 4 et 5, ainsi que les frais d'administration y afférents sont remboursés à l'Office national par l'Etat, les Communautés, les Régions ou les établissements publics visés à l'article 3, 2°, selon les modalités fixées par le Roi.
  L'autorité chargée du remboursement des prestations familiales payées par l'Office national en application de l'article 101, alinéa 5, est désignée par le Roi."
Art.59. Artikel 1, tweede lid, van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag, gewijzigd bij de wet van 20 juli 1991, wordt vervangen door het volgende lid :
  "De natuurlijke persoon bedoeld in het eerste lid moet werkelijk en ononderbroken verbleven hebben in België gedurende minstens de laatste vijf jaar die de indiening van de aanvraag om gewaarborgde gezinsbijslag voorafgaan.
  Van deze voorwaarde worden vrijgesteld :
  1° de persoon die onder de toepassing valt van de Verordening (EEG) nr. 1408/71 van 14 juni 1971 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de toepassing van de sociale verzekeringsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen;
  2° de staatloze;
  3° de vluchteling in de zin van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van de vreemdelingen."
Art.59. L'article 1er, alinéa 2, de la loi du 20 juillet 1971 instituant des prestations familiales garanties, modifié par la loi du 20 juillet 1991, est remplacé par l'alinéa suivant :
  "La personne physique visée à l'alinéa 1er doit avoir résidé effectivement en Belgique de manière non interrompue pendant au moins les cinq dernières années qui précèdent l'introduction de la demande de prestations familiales garanties.
  Sont dispensés de cette condition :
  1° la personne qui tombe sous l'application du Règlement (CEE) n° 1408/71 du 14 juin 1971 du Conseil des Communautés européennes relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés, ainsi qu'aux membres de leur famille, qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté;
  2° l'apatride;
  3° le réfugié au sens de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers."
Art.60. In artikel 3, laatste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr 6 van 11 oktober 1978, worden de woorden "artikel 2, tweede lid" vervangen door de woorden "artikel 2, vierde lid".
Art.60. Dans l'article 3, dernier alinéa, de la même loi, inséré par l'arrêté royal n° 6 du 11 octobre 1978, les mots "article 2, alinéa 2" sont remplacés par les mots "article 2, alinéa 4".
Art.61. In artikel 3bis, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr. 242 van 31 december 1983 en gewijzigd bij de wet van 29 december 1990, worden de woorden "artikel 1 en artikel 2 eerste lid, 1°, tweede en derde lid" vervangen door de woorden "artikel 1 en artikel 2, eerste lid, 1°, tweede en vierde lid".
Art.61. Dans l'article 3bis, alinéa 1er, de la même loi, inséré par l'arrêté royal n° 242 du 31 décembre 1983 et modifié par la loi du 29 décembre 1990, les mots "article 1er et à l'article 2, alinéa 1er, 1° alinéas 2 et 3" sont remplacés par les mots "article 1er et à l'article 2, alinéa 1er, 1°, alinéas 2 et 4".
Art.62. Opgeheven worden :
  -het koninklijk besluit van 20 mei 1974 tot vaststelling, wat de diensten voor gezinshulp betreft, van de wijze waarop het Fonds voor collectieve uitrusting en diensten werkt en van de regelen voor het verlenen van tegemoetkomingen;
  -het koninklijk besluit van 25 september 1974 tot vaststelling, wat de bewaarplaatsen voor kinderen van 0 tot 3 jaar betreft, van de wijze waarop het Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten werkt en van de regelen voor het verlenen van tegemoetkomingen;
  -het koninklijk besluit van 17 juli 1991 tot vaststelling, wat de instellingen en diensten betreft die de opvang van zieke kinderen en de opvang buiten de normale werktijden van werknemerskinderen van 0 tot 3 jaar organiseren, van de wijze waarop het Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten werkt en van de regels voor het verlenen van tegemoetkomingen.
  (De leningen toegekend krachtens artikel 3, § 1, a), van het koninklijk besluit van 25 september 1974 worden binnen de in artikel 3, § 3, b), van hetzelfde besluit bedoelde termijnen terugbetaald door de betrokken instellingen aan het Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten.) <W 1999-01-15/30, art. 22, 004; Inwerkingtreding : 01-01-1997>
Art.62. Sont abrogés :
  - l'arrêté royal du 20 mai 1974 fixant en ce qui concerne les services d'aides familiales, le mode de fonctionnement du fonds d'équipements et de services collectifs, ainsi que les modalités d'octroi des interventions;
  - l'arrêté royal du 25 septembre 1974 fixant, en ce qui concerne les institutions de garde d'enfants âgés de 0 à 3 ans, le mode de fonctionnement du fonds d'équipements et de services collectifs, ainsi que les modalités d'octroi des interventions;
  - l'arrêté royal du 17 juillet 1991 fixant, en ce qui concerne les institutions et services qui organisent l'accueil d'enfants malades et l'accueil en dehors des heures régulières de travail, d'enfants de travailleurs salariés âgés de 0 à 3 ans, le mode de fonctionnement du fonds d'équipements et de services collectifs, ainsi que les modalités d'octroi des interventions.
  (Les prêts accordés en vertu de l'article 3, § 1er, a), de l'arrêté royal du 25 septembre 1974 seront remboursés, dans les délais visés à l'article 3, § 3, b), du même arrêté royal, par les institutions concernées au Fonds d'équipements et de services collectifs.) <L 1999-01-15/30, art. 22, 004; En vigueur : 01-01-1997>
Art.63. Dit hoofdstuk treedt in werking op de dag van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
  1° artikel 48 dat uitwerking heeft met ingang van 4 september 1992;
  2° de artikelen 49, 50, 52 en 54 die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 1993;
  3° artikel 55, 2°, 3° en 4°, dat uitwerking heeft met ingang van 4 september 1992, behalve waar het de instellingen beoogt die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid bepaald in artikel 101, vierde lid, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders in welk geval het uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 1995;
  4° artikel 55, 5°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 1990;
  5° artikel 55, in zoverre het een artikel 101, vierde lid, invoegt, en artikel 58, in zoverre het verwijst naar de toepassing van deze laatste bepaling, die uitwerking hebben met ingang van 1 oktober 1995;
  (6° de artikelen 56, 57 en 57bis die uitwerking hebben vanaf 1 januari 1997 en het artikel 62 dat in werking treedt op 1 juli 1997.
  De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit de datum van 1 juli 1997 vervangen door deze van 1 januari 1998.) <KB 1997-01-27/34, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1997>
  7° artikel 59 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 1994.
Art.63. Le présent chapitre entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge, à l'exception :
  1° de l'article 48 qui produit ses effets le 4 septembre 1992;
  2° des articles 49, 50, 52 et 54 qui produisent leurs effets le 1er juillet 1993;
  3° de l'article 55, 2°, 3° et 4°, qui produit ses effets le 4 septembre 1992, sauf en ce qu'il vise les institutions ayant fait usage de la faculté prévue à l'article 101, alinéa 4, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés auquel cas il produit ses effets le 1er octobre 1995;
  4° de l'article 55, 5°, qui produit ses effets le 1er avril 1990;
  5° de l'article 55, dans la mesure où il insère un article 101, alinéa 4 et de l'article 58, dans la mesure où il fait référence à l'application de cette dernière disposition, qui produisent leurs effets le 1er octobre 1995;
  (6° des articles 56, 57 et 57bis qui produisent leurs effets le 1er janvier 1997 et de l'article 62 qui entre en vigueur le 1er juillet 1997.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en conseil des Ministres, remplacer la date du 1er juillet 1997 par celle du 1er janvier 1998.) <AR 1997-01-27/34, art. 10, 002; En vigueur : 01-01-1997>
  7° de l'article 59 qui produit ses effets le 1er janvier 1994.
HOOFDSTUK IV. - Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
CHAPITRE IV. - Banque-carrefour de la sécurité sociale.
Art.64. In artikel 2, eerste lid, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het littera b), worden tussen de woorden "de sociale secretariaten voor werkgevers" en ", die erkend zijn om mee te werken" de woorden "en de tariferingsdiensten van de apothekersverenigingen" ingevoegd;
  2° er wordt een onderdeel d) toegevoegd, luidend als volgt :
  "d) de personen die door de in a), b) en c) bedoelde instellingen van sociale zekerheid worden belast met het bijhouden van een bijzonder repertorium van de personen bedoeld in artikel 6, tweede lid, 2°."
Art.64. A l'article 2, alinéa 1er, 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au littera b), les mots "et les offices de tarification des associations de pharmaciens" sont insérés entre les mots "les secrétariats sociaux d'employeurs" et "agréés pour collaborer à l'application de la sécurité sociale";
  2° un point d), rédigé comme suit, est ajouté :
  "d) les personnes chargées par les institutions de sécurité sociale visées aux a), b) et c) de tenir à jour un répertoire particulier des personnes visé à l'article 6, alinéa 2, 2°."
Art.65. In dezelfde wet, wordt een artikel 9bis ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 9bis. § 1. Er wordt een pensioengegevensbank ingesteld met betrekking tot de wettelijke ouderdoms-, rust-, anciënniteits- en overlevingspensioenen alsook met betrekking tot alle andere als zodanig geldende Belgische en buitenlandse voordelen en tot de voordelen bedoeld als aanvulling van een pensioen, zelfs als dit laatste niet is verworven, en toegekend, hetzij bij toepassing van wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, hetzij bij toepassing van bepalingen die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst, een ondernemingsreglement, een collectieve ondernemings- of sectoriële overeenkomst.
  § 2. De pensioengegevensbank wordt opgebouwd op basis van de inlichtingen die worden ingezameld op grond van artikel 191, eerste lid, 7°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
  § 3. De pensioengegevensbank bevat de gegevens vereist voor de toepassing van de bepalingen inzake cumulatie van de voordelen bedoeld in § 1, alsook alle nuttige gegevens met het oog op de uitvoering van de volgende bepalingen :
  1° artikel 191, eerste lid, 7°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  2° artikel 68 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen;
  3° artikelen 270 tot 275 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992.
  De pensioengegevensbank kan door de Kruispuntbank tevens gebruikt worden voor de in artikel 5, tweede lid, bedoelde doelstellingen.
  § 4. De pensioengegevensbank wordt, ieder voor zijn opdrachten, beheerd door de Rijksdienst voor pensioenen en het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. Het beheer van de gegevensbank en de inzameling van de gegevens die erin worden opgenomen geschiedt met inachtneming van de regels vastgesteld door het Algemeen Coordinatiecomité."
Art.65. Dans la même loi, il est inséré un article 9bis, rédigé comme suit :
  "Art. 9bis. § 1. Il est institué une banque de données de pension relative aux pensions légales de vieillesse, de retraite, d'ancienneté et dé survie ou à tous autres avantages belges et étrangers tenant lieu de pareille pension, ainsi qu'aux avantages destinés à compléter une pension, même si celle-ci n'est pas acquise et allouée, soit en vertu des dispositions légales, réglementaires ou statutaires, soit en vertu de dispositions découlant d'un contrat de travail d'un règlement d'entreprise, d'une convention collective d'entreprise ou de secteur.
  § 2. La banque de données de pension est créée à partir des informations collectées en vertu de l'article 191, alinéa 1er, 7°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
  § 3. La banque de données de pension contient les données requises pour l'application des dispositions en matière de cumul des avantages visés au § 1, ainsi que toutes les données utiles en vue de l'exécution dés dispositions suivantes :
  1° article 191, alinéa 1er, 7°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
  2° article 68 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales;
  3° articles 270 à 275 du Code des impôts sur les revenus 1992.
  La banque de données de pension peut également être utilisée par la Banque-carrefour pour les objectifs visés à l'article 5, alinéa 2.
  § 4. La banque de données de pension est gérée, chacun pour ses missions, par l'Office national des pensions et l'Institut national d'assurance maladie-invalidité. La gestion de la banque de données et la collecte des données qui y sont stockées s'opère dans le respect des règles fixées par le Comité général de coordination."
Art.66. Artikel 19 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 19. De artikelen 10 tot en met 15 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, zijn eveneens van toepassing op de verenigingen al dan niet met rechtspersoonlijkheid, en op alle instellingen of openbare besturen, ten opzichte van de hen betreffende sociale gegevens van persoonlijke aard die zijn opgenomen in de sociale gegevensbanken of in de Kruispuntbank."
Art.66. L'article 19 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 19. Les articles 10 à 15 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, sont également applicables aux associations dotées ou non de la personnalité civile et à toutes institutions où administrations publiques, à l'égard des données sociales à caractère personnel qui les concernent et qui sont enregistrées dans les banques de données sociales ou dans la Banque-carrefour."
Art.67. Artikel 20 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 20. § 1. De artikelen 2 tot en met 5 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen zijn van toepassing op de eenzijdige bestuurshandelingen van de instellingen van sociale zekerheid waarbij de rechten van de gerechtigden op sociale zekerheid of van hen die er aanspraak op maken worden bepaald, beoordeeld of gewijzigd.
  De Koning kan, bij in Ministerraad overlegd besluit en na advies van het Toezichtscomité, afwijkingen bepalen van het eerste lid.
  § 2. In afwijking van artikel 12, § 3 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens delen de instellingen van sociale zekerheid en de Kruispuntbank de verbeteringen en verwijderingen van sociale gegevens van persoonlijke aard uitsluitend mee aan de persoon waarop de gegevens betrekking hebben. De instellingen van sociale zekerheid delen deze verbeteringen en verwijderingen eveneens mee aan de Kruispuntbank. De Kruispuntbank deelt de verbeteringen en verwijderingen mee aan de instellingen van sociale zekerheid waarvoor uit het repertorium van de personen bedoeld in artikel 6 blijkt dat ze deze gegevens bewaren."
Art.67. L'article 20 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 20. § 1. Les articles 2 à 5 de la loi du 29 juillet 1991 relative à la motivation formelle des actes administratifs sont applicables aux actes administratifs unilatéraux des institutions de sécurité sociale permettant de déterminer, d'apprécier ou de modifier les droits des bénéficiaires de la sécurité sociale ou de ceux qui demandent à en bénéficier.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et après avis du Comité de surveillance, prévoir des dérogations à l'alinéa premier.
  § 2. Par dérogation à l'article 12, § 3, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, les institutions de sécurité sociale et la Banque-carrefour communiquent les corrections et effacements de données sociales à caractère personnel uniquement à la personne à laquelle les données ont trait. Les institutions de sécurité sociale communiquent également ces corrections et effacements à la Banque-carrefour. La Banque-carrefour communique ces corrections et effacements aux institutions de sécurité sociale qui, d'après le répertoire des personnes visé à l'article 6, conservent ces données.".
Art.68. In artikel 44, zesde lid van dezelfde wet worden de woorden "De Commissie kan de genoemde termijn eenmaal verlengen met ten hoogste dertig dagen", ingevoegd bij de wet van 8 december 1992, opgeheven.
Art.68. A l'article 44, alinéa 6, de la même loi, les mots "La Commission peut prolonger ce délai une seule fois de trente jours au maximum", insérés par la loi du 8 décembre 1992, sont supprimés.
Art.69. Artikel 60, 2°, van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.69. L'article 60, 2°, de la même loi est abrogé.
Art.70. Artikel 62, 2°, van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.70. L'article 62, 2°, de la même loi est abrogé.
Art.71. In artikel 87 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, worden de woorden "niveau 1 onder arbeidsovereenkomst" vervangen door de woorden "niveau 1 of 2+ onder arbeidsovereenkomst van bepaalde of onbepaalde duur";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.71. A l'article 87 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "niveau 1 sous contrat de travail" sont remplacés par les mots "niveau 1 ou 2+ sous contrat de travail à durée déterminée ou indéterminée";
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art.72. Artikel 89, eerste lid, van dezelfde wet wordt door de volgende bepaling vervangen :
  "De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden bepalen waaronder het overeenkomstig artikel 87 onder arbeidsovereenkomst aangeworven informaticapersoneel kan vragen om in het statutair personeel van de Kruispuntbank te worden opgenomen."
Art.72. L'article 89, alinéa 1er, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, déterminer les conditions selon lesquelles le personnel informatique, engagé sous contrat de travail conformément à l'article 87, peut demander à être intégré dans le personnel statutaire de la Banque-carrefour."
Art.73. Artikel 90 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.73. L'article 90 de la même loi est abrogé.
HOOFDSTUK V. - Sociale zekerheid.
CHAPITRE V. - Sécurité sociale.
Art.74. In artikel 39, eerste lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1978, worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar".
Art.74. Dans l'article 39, alinéa 1er, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, modifié par la loi du 4 août 1978, les mots "trois ans" sont remplacés par les mots "cinq ans".
Art.75. In artikel 42, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1978 en tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar".
Art.75. Dans l'article 42, alinéa 1er, modifié par la loi du 4 août 1978 et alinéa 2, de la même loi, les mots "trois ans" sont remplacés par les mots "cinq ans".
Art.76. In artikel 12, § 4, eerste en tweede lid, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985, worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar".
Art.76. Dans l'article 12, § 4, alinéas 1er et 2, de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande, modifiés par la loi du 1er août 1985, les mots "trois ans" sont remplacés par les mots "cinq ans".
Art.77. In artikel 12bis, § 5, eerste lid, van dezelfde besluitwet, ingevoegd bij de wet van 11 juli 1956 en gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985, worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar".
Art.77. Dans l'article 12bis, § 5, alinéa 1er, du même arrêté-loi inséré par la loi du 11 juillet 1956 et modifié par la loi du 1er août 1985, lés mots "trois ans" sont remplacés par les mots "cinq ans".
Art.78. In artikel 6, eerste en tweede lid, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen gewijzigd bij het koninklijk besluit nr 502 van 31 december 1986 en de wetten van 22 december 1989 en 20 juli 1991, worden de woorden "drie jaren" vervangen door de woorden "vijf jaar".
Art.78. Dans l'article 6, alinéas 1er et 2, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, modifiés par l'arrêté royal n° 502 du 31 décembre 1986 et des lois des 22 décembre 1989 et 20 juillet 1991, les mots "trois ans" sont remplacés par les mots "cinq ans".
Art.79. In artikel 121 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 oktober 1960 en de wet van 10 oktober 1967, worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar".
Art.79. Dans l'article 121 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, modifié par l'arrêté royal du 25 octobre 1960 et la loi du 10 octobre 1967, les mots "trois ans" sont remplacés par les mots "cinq ans".
Art.80. In artikel 155 van dezelfde samengeordende wetten, gewijzigd bij de wet van 2 mei 1958 en het koninklijk besluit van 25 oktober 1960, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "van artikel 36, van artikel 37 of " geschrapt;
  2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
  "De publieke rechtsvordering wegens de overtreding bedoeld in het eerste lid verjaart door verloop van vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan."
Art.80. A l'article 155 des mêmes lois coordonnées, modifié par la loi du 2 mai 1958 et l'arrêté royal du 25 octobre 1960, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, les mots "de l'article 36, de l'article 37 ou" sont supprimés;
  2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
  "L'action publique résultant de l'infraction visée à l'alinéa 1er se prescrit par cinq ans à compter du fait qui a donné naissance à action."
Art.81. In artikel 59, vierde en vijfde lid, van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, worden de woorden "drie jaren" vervangen door de woorden "vijf jaar".
Art.81. Dans l'article 59, alinéas 4 et 5, des lois relatives à la réparation des dommages résultant des maladies professionnelles coordonnées le 3 juin 1970, les mots "trois ans" sont remplacés par les mots "cinq ans".
Art.82. Artikel 69, derde lid, van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985, wordt vervangen door het volgende lid :
  "De schuldvorderingen van het Fonds voor arbeidsongevallen ten laste van de schuldenaars bedoeld in artikel 59, 4°, verjaren na vijf jaar."
Art.82. L'article 69, alinéa 3, de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, modifié par la loi du 1er août 1985, est remplacé par l'alinéa suivant :
  "Les créances du Fonds des accidents du travail à charge des débiteurs visés à l'article 59, 4°, se prescrivent par cinq ans."
Art.83. In artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit nr 33 van 30 maart 1982 betreffende een inhouding op invaliditeitsuitkeringen, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr 52 van 2 juli 1982, worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar".
Art.83. Dans l'article 3, alinéa 1er, de l'arrêté royal n° 33 du 30 mars 1982 relatif à une retenue sur des indemnités d'invalidité modifié par l'arrêté royal n° 52 du 2 juillet 1982, les mots "trois ans" sont remplacés par les mots "cinq ans".
Art.84. De artikelen 74 tot 83 treden in werking op de eerste dag van het kwartaal volgend op dat waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art.84. Les articles 74 à 83 entrent en vigueur le premier jour du trimestre qui suit celui au cours duquel la présente loi aura été publiée au Moniteur belge.
HOOFDSTUK VI. - Overzeese sociale zekerheid.
CHAPITRE VI. - Sécurité sociale d'outre-mer.
Art.85. In artikel 8 van de wet van 16 juni 1960, die de organismen belast met het beheer van de sociale zekerheid van de werknemers van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi onder de controle en de waarborg van de Belgische Staat plaatst, en de waarborg draagt door de Belgische Staat van de maatschappelijke prestaties ten gunste van deze werknemers verzekerd, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid, gewijzigd bij de wet van 21 september 1964, wordt vervangen door de volgende bepaling : "De kosten van geneeskundige verstrekkingen worden terugbetaald voor zover en in de mate dat er in een tegemoetkoming wordt voorzien door de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en haar uitvoeringsbesluiten en rekening houdende met de overeenkomsten, akkoorden en als zodanig geldende documenten of met de honoraria die door de Koning zijn vastgesteld ter uitvoering van artikel 52 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel.";
  2° het artikel wordt aangevuld met de volgende bepaling :
  "Onder "leden van hun gezin" bedoeld in het eerste lid, a), d), of f), moet worden begrepen : de personen die worden beschouwd als personen ten laste van de gerechtigden met toepassing van de bepalingen betreffende de verzekering geneeskundige verzorging van de voornoemde wet, gecoördineerd op 14 juli 1994."
Art.85. A l'article 8 de la loi du 16 juin 1960 plaçant sous le contrôle et la garantie de l'Etat belge les organismes gérant la sécurité sociale des employés du Congo belge et du Ruanda-Urundi et portant garantie par l'Etat belge des prestations sociales en faveur de ceux-ci, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 2, modifié par la loi du 21 septembre 1964, est remplacé par la disposition suivante: "Les frais relatifs aux prestations de santé sont remboursés pour autant que et dans la mesure où leur remboursement est prévu par la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnisés, coordonnée le 14 juillet 1994, et par ses arrêtés d'exécution et tenant compte des conventions, accords, documents en tenant lieu ou des honoraires fixés par le Roi en exécution de l'article 52 de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier.";
  2° l'article est complété par la disposition suivante :
  "Par "membres de leur famille" visés à l'alinéa 1er, a), d) ou f), il y a lieu d'entendre : les personnes qui sont considérées comme des personnes à la charge des titulaires en application des dispositions relatives à l'assurance soins de santé de la loi précitée, coordonnée le 14 juillet 1994.".
Art.86. In artikel 18bis, § 2, a), van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 22 februari 1971, worden de woorden "tot op 21-jarige leeftijd" vervangen door "tot op 25-jarige leeftijd".
Art.86. Dans l'article 18bis, § 2, a), de la même loi, inséré par la loi du 22 février 1971, les mots "jusqu'à l'âge de 21 ans" sont remplacés par les mots "jusqu'à l'âge de 25 ans".
Art.87. In artikel 10 van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, vierde lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Bovendien doet zij uitspraak over de beroepen tegen de beslissingen van de Dienst inzake de krachtens de artikelen 57 en 57bis aangegane verzekeringscontracten.";
  2° § 2, tweede lid, wordt opgeheven.
Art.87. A l'article 10 de la loi du 17 juillet 1963 relative à la sécurité sociale d'outre-mer, modifié par la loi du 10 octobre 1967, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1, alinéa 4 est remplacé par la disposition suivante :
  "En outre, il statue sur les recours formes contre les décisions rendues par l'Office en matière de contrats d'assurances conclus en vertu des articles 57 et 57bis.";
  2° le § 2, alinéa 2, est abrogé.
Art.88. Afdeling 3 van hoofdstuk I van dezelfde wet die artikel 11 bevat, opgeheven door de wet van 21 december 1994, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  "Afdeling 3. - Adviserend geneesheren.
  - Art. 11. § 1. De adviserend geneesheren van de Dienst voor de Overzeese sociale zekerheid worden belast met het uitoefenen van het toezicht op de ongeschiktheid en op de gezondheidszorgverstrekkingen en dit overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn voor de sociale zekerheid van de werknemers van Belgisch-Congo en van Ruanda-Urundi waarvan de verstrekkingen gewaarborgd zijn door de wet van 16 juni 1960 die de organismen belast met het beheer van de sociale zekerheid van de werknemers van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi onder de controle en de waarborg van de Belgische Staat plaatst, en die waarborg draagt door de Belgische Staat van de maatschappelijke uitkeringen ten gunste van deze werknemers verzekerd, overeenkomstig deze wet en overeenkomstig de bepalingen van de contracten inzake de terugbetaling van de geneeskundige verstrekkingen, afgesloten krachtens artikel 57 van deze wet.
  Zij worden bovendien belast met de volgende opdrachten :
  1° als zij het, om gezondheidsredenen, nodig achten om vrijstelling te verlenen van de voorwaarde tot verblijf in België of in een Lidstaat van de Europese Unie aan vreemdelingen die eraan onderworpen zijn overeenkomstig de artikelen 33 en 46 van deze wet, overeenkomstig artikel 8bis van de genoemde wet van 16 juni 1960 en overeenkomstig artikel 69, tweede lid van de programmawet van 2 juli 1981;
  2° bevestigen dat een kind onbekwaam is om een winstgevende activiteit uit te oefenen wegens zijn lichamelijke en geestelijke staat voor de toepassing van de artikelen 28bis, § 1, b), en 35, § 2, tweede lid, van deze wet en van de artikelen 3, eerste lid, c), 4, 5, 6, 7 en 18bis, § 2, b), van bovengenoemde wet van 16 juni 1960.
  § 2. Het statuut en de bezoldiging van de adviserend geneesheren worden bepaald door de Koning na raadpleging van het Beheerscomité van de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid.
  De adviserend geneesheren mogen, zonder de toestemming van dit beheerscomité die steeds kan worden ingetrokken, geen andere medische activiteit uitoefenen.".
Art.88. La section 3 du chapitre Ier de la même loi comprenant l'article 11, abrogée par la loi du 21 décembre 1994, est rétablie dans la rédaction suivante :
  "Section 3. - Des médecins-conseils.
  Art. 11. § 1. Les médecins-conseils de l'Office de sécurité sociale d'outre-mer sont chargés d'exercer le contrôle de l'incapacité et des prestations de santé, conformément aux dispositions régissant la sécurité sociale des employés du Congo belge et du Ruanda-Urundi dont les prestations sont garanties par la loi du 16 juin 1960 plaçant sous le contrôle et la garantie de l'Etat belge les organismes gérant la sécurité sociale des employés du Congo belge et du Ruanda-Urundi et portant garantie par l'Etat belge des prestations assurées en faveur de ceux-ci, conformément à la présente loi et conformément aux stipulations des contrats concernant le remboursement des soins de santé conclus en vertu de l'article 57 de la présente loi.
  Ils sont chargés, en outre, des missions suivantes :
  1° s'ils le jugent nécessaire pour des raisons de santé, dispenser de la condition de résidence en Belgique ou dans un Etat membre de l'Union européenne, les étrangers qui y sont soumis conformément aux articles 33 et 46 de la présente loi, à l'article 8bis de la loi du 16 juin 1960 précitée et à l'article 69, alinéa 2, de la loi-programme du 2 juillet 1981;
  2° reconnaître qu'un enfant est incapable d'exercer une activité lucrative en raison de son état physique et mental, en vue de l'application des articles 28bis, § 1, b), et 35, § 2, alinéa 2, de la présente loi et des articles 3, alinéa 1er, c), 4, 5, 6, 7 et 18bis, § 2, b), de la loi du 16 juin 1960 précitée.
  § 2. Le statut et la rémunération des médecins-conseils sont fixés par le Roi après consultation du Comité de gestion de l'Office de sécurité sociale d'outre-mer.
  Les médecins-conseils ne peuvent, sans autorisation, toujours révocable, de ce comité de gestion, exercer d'autre activité médicale.".
Art.89. Artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 februari 1970, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 27. Wanneer het totaal bedrag der bijdragen dat voor de laatste zesendertig maanden verzekeringsdeelneming is gestort, kleiner is dan het maximum bedrag dat voor die periode betaald had kunnen worden uitgaande van een overeenkomstig artikel 19 vermeerderde maximummaandbijdrage van 3 000 frank, wordt de in artikel 26 bedoelde wezenbijslag verminderd door deze met de verhouding tussen die bedragen te vermenigvuldigen.
  Wanneer de bijdragen op grond van artikel 18 § 1, a) of b), werden gestort, dan wordt voor de toepassing van de regel, gesteld in het eerste lid, uitgegaan van een overeenkomstig artikel 19 vermeerderde maximummaandbijdrage van respectievelijk 2 700 frank en 2 400 frank.
  Wanneer de bijdragen op grond van artikel 18, § 2, tweede lid, de aldaar voorgeschreven andere bestemming kregen, dan wordt voor de toepassing van de regel, gesteld in het eerste lid, uitgegaan van een overeenkomstig artikel 19 vermeerderde maximum maandbijdrage van 2 400 frank."
Art.89. L'article 27 de la même loi, modifié par la loi du 16 février 1970, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 27. Lorsque le montant total des cotisations versées pour les trente-six derniers mois de participation à l'assurance est inférieur au montant maximal qui aurait pu être payé pour cette période sur la base d'une cotisation mensuelle maximale de 3 000 francs, majorée conformément à l'article 19, l'allocation d'orphelin prévue à l'article 26 est diminuée en la multipliant par le rapport de ces montants.
  Lorsque les cotisations ont été versées en vertu de l'article 18, § 1, a) ou b), la règle énoncée à l'alinéa 1er. est appliquée sur la base d'une cotisation mensuelle maximale de respectivement 2 700 francs et 2 400 francs, majorée conformément à l'article 19.
  Lorsque les cotisations ont été réaffectées en vertu de l'article 18, § 2 alinéa 2, la règle énoncée à l'alinéa 1er est appliquée sur la base d'une cotisation mensuelle maximale de 2 400 francs, majorée conformément à l'article 19.".
Art.90. In artikel 28bis, § 1, a), van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 februari 1971, worden de woorden "tot op 21-jarige leeftijd" vervangen door de woorden "tot op 25-jarige leeftijd".
Art.90. Dans l'article 28bis, § 1, a), de la même loi, inséré par la loi du 22 février 1971, les mots "jusqu'à l'âge de 21 ans" sont remplacés par les mots "jusqu'à l'âge de 25 ans".
Art.91. Artikel 29 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 11 februari 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "§ 1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn toepasselijk op de verzekerde die als arbeidsongeschikt werd erkend in de zin van § 2 of § 3.
  § 2. Als arbeidsongeschikt wordt erkend, de verzekerde die niet in staat is door zijn werk in zijn behoeften te voorzien ten gevolge van een ziekte die zich manifesteert of van een ongeval, ander dan een arbeidsongeval, dat zich voordoet in de loop van een tijdvak van deelneming aan de verzekering.
  § 3. Als arbeidsongeschikt wordt erkend, de verzekerde die haar beroepsactiviteit stopzet tijdens een tijdvak van moederschapsrust.
  De prenatale rust neemt een aanvang, op vraag van de verzekerde ten vroegste zeven weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum.
  De verzekerde geeft daartoe aan de Dienst een geneeskundig getuigschrift af, waarbij wordt verklaard dat ze normaal moet bevallen op het einde van de gevraagde bevallingsrust. Indien de bevalling plaats heeft na de datum die door de geneesheer is voorzien, wordt de prenatale rust verlengd tot aan de werkelijke datum van de bevalling.
  De postnatale rust strekt zich uit over het tijdvak van acht weken na de bevalling; dat tijdvak kan worden verlengd met een tijdspanne die overeenstemt met de periode tijdens welke de verzekerde aan het werk is gebleven vanaf de zevende week vóór de bevalling."
Art.91. L'article 29 de la même loi, modifié par la loi du 11 février 1976, est remplacé par la disposition suivante :
  "§ 1. Les dispositions du présent chapitre sont applicables à l'assuré qui est reconnu incapable de travailler au sens du § 2 ou du § 3.
  § 2. Est reconnu incapable de travaillera l'assuré qui est hors d'état de subvenir à ses besoins par son travail, à la suite d'une maladie qui se manifeste ou d'un accident, autre qu'un accident du travail, survenu au cours d'une période de participation à l'assurance.
  § 3. Est reconnue incapable de travailler, l'assurée qui cesse d'exercer son activité professionnelle pendant une période de repos de maternité.
  Le repos prénatal débute à la demande de l'assurée, au plus tôt sept semaines avant la date présumée de l'accouchement.
  A cet effet, l'assurée remet à l'Office un certificat médical attestant que l'accouchement doit normalement se produire à la fin de la période de repos sollicitée. Si l'accouchement se produit après la date prévue par le médecin, le repos prénatal est prolongé jusqu'à la date réelle de l'accouchement.
  Le repos postnatal s'étend à la période de huit semaines qui suivent l'accouchement; cette période peut être prolongée d'un délai qui correspond à la période pendant laquelle l'assurée a continué le travail à parer de la septième semaine précédant l'accouchement.".
Art.92. Artikel 30, 1°, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 februari 1971, wordt vervangen door de volgende tekst :
  "1° de verzekerde moet aan de verzekering hebben deelgenomen gedurende de zes maanden die voorafgaan aan de maand waarin de arbeidsongeschiktheid een aanvang neemt.
  De verzekeringsdeelneming moet de duur, bedoeld in het eerste lid, niet bereiken, wanneer deze onderbroken wordt ten gevolge van de stopzetting, na een ongeval, van de beroepsactiviteit die de verzekeringsdeelneming mogelijk heeft gemaakt;
  ".
Art.92. L'article 30, 1°, de la même loi, modifié par la loi du 22 février 1971, est remplacé par le texte suivant :
  "1° l'assuré doit avoir participé à l'assurance pendant les six mois qui précèdent le mois où l'incapacité de travail débute.
  La participation à l'assurance ne doit pas atteindre la durée visée à l'alinéa 1er, lorsque son interruption résulte de la cessation, à la suite d'un accident, de l'activité professionnelle qui permettait d'y participer;
  "
Art.93. Artikel 31, 1°, a) en b), van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende tekst:
  "a) in een fout die opzettelijk gepleegd werd door de verzekerde;
  b) in een ongeval overkomen naar aanleiding van een lichaamsoefening tijdens een sportcompetitie of -exhibitie, waarvoor de inrichter toegangsgeld ontvangt en waarvoor de deelnemers in om het even welke vorm een bezoldiging ontvangen;".
Art.93. L'article 31, 1°, a) et b), de la même loi est remplacé par le texte suivant :
  "a) dans une faute commise délibérément par l'assuré;
  b) dans un accident survenu à l'occasion d'un exercice physique pratiqué au cours d'une compétition ou exhibition sportive pour lesquelles l'organisateur perçoit un droit d'entrée et pour lesquelles les participants reçoivent une rémunération sous quelque forme que ce soit; ".
Art.94. Artikel 32 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art94. L'article 32 de la même loi est abrogé.
Art.95. In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 13 april 1965, 16 februari 1970, 22 februari 1971 en 11 februari 1976 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, eerste lid, wordt als volgt aangevuld :
  "Na een ononderbroken periode van een jaar worden de genoemde bedragen verhoogd tot respectievelijk 8 250 frank en 6 000 frank";
  2° § 2, eerste lid, 1° en 2°, wordt vervangen door de volgende bepalingen :
  "1° de kinderen van de verzekerde, de gemeenschappelijke kinderen van de echtgenoten en de kinderen van de echtgenoot. De genoemde kinderen moeten ten laste zijn van de verzekerde;
  2° de geadopteerde kinderen van de verzekerde of van de echtgenoot die ten laste zijn van de verzekerde.";
  3° in § 2, derde lid, worden de woorden tot op 21 jarige leeftijd " vervangen door de woorden "tot op 25-jarige leeftijd";
  4° in § 2bis, worden het eerste en het tweede lid opgeheven;
  5° in § 2bis, derde lid, wordt het woord "evenzo" geschrapt;
  6° in § 3, worden de woorden "dertig dagen" vervangen door de woorden "negentig dagen".
Art.95. A l'article 35 de la même loi, modifie par les lois des 13 avril 1965, 16 février 1970, 22 février 1971 et 11 février 1976, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1, alinéa 1er, est complété comme suit :
  "Après une période ininterrompue d'un an, les montants précités sont portés, respectivement, à 8 250 francs et 6 000 francs";
  2° le § 2, alinéa 1er, 1° et 2°, est remplacé par les dispositions suivantes :
  "1° des enfants de l'assuré, des enfants communs des époux et des enfants du conjoint. Les enfants précités doivent être à la charge de l'assuré;
  2° des enfants adoptifs de l'assuré ou du conjoint qui sont à la charge de l'assuré.";
  3° au § 2, alinéa 3, les mots "jusqu'à l'âge de 21 ans" sont remplacés par les mots "jusqu'à l'âge de 25 ans";
  4° au § 2bis, les alinéas 1er et 2 sont abrogés;
  5° au § 2bis, alinéa 3, les mots "de même" sont supprimés;
  6° dans le § 3, les mots "trente jours" sont remplacés par les mots "nonante jours".
Art.96. In artikel 36 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "ter uitvoering van de wetgeving op de sociale zekerheid der werknemers" vervangen door de woorden "krachtens een Belgische of vreemde wetgeving inzake sociale zekerheid" en worden de woorden "of gerechtigd is te genieten" geschrapt;
  2° in § 1, worden het tweede en het derde lid vervangen door de volgende leden :
  "De Koning bepaalt de voorwaarden waarop de beroepsinkomsten van de invaliden, die met het oog op een versnelde revalidatie de arbeid hervatten voor hun algehele genezing, niet worden afgehouden, voor de duur van ten hoogste één jaar, van de uitkeringen bepaald in artikel 35, § 1. In dit geval is het bedrag van die uitkeringen vastgesteld op 5 500 frank of 4 000 frank, naargelang van het geval.
  Indien de verzekerde tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid aanspraak kan maken op uitkeringen inzake ouderdomspensioen ten laste van de fondsen beoogd in het eerste lid, maar er de vereffening niet van vraagt, wordt het bedrag van de uitkeringen die hij zou kunnen verkrijgen, afgetrokken van de toelagen bedoeld in artikel 35 § 1, te rekenen van de dertiende maand van de ongeschiktheid. Het bedrag van die uitkeringen wordt berekend op de normale pensioengerechtigde leeftijd indien deze gelegen is na de eerste twaalf maanden. Zoniet wordt het bedrag berekend op de leeftijd die bereikt werd op het einde van de twaalfde maand.";
  3° § 1 wordt aangevuld door de volgende bepaling :
  "De bijslagen worden niet meer toegekend wanneer de verzekerde een rustpensioen geniet ten laste van de fondsen bedoeld in het eerste lid.";
  4° in § 2, a), worden de woorden "na raadpleging van de technische commissie" vervangen door de woorden "na advies van het Beheerscomité".
Art.96. A l'article 36 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1, alinéa 1er, les mots "en exécution de la législation relative à la sécurité sociale des travailleurs" sont remplacés par les mots "en vertu d'une législation belge ou étrangère en matière de sécurité sociale" et les mots "ou est en droit de bénéficier" sont supprimés;
  2° dans le § 1, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par les alinéas suivants :
  "Le Roi détermine les conditions dans lesquelles les revenus professionnels des invalides qui, afin d'accélérer leur rééducation, reprennent le travail avant leur entière guérison ne sont pas déduits pour la durée d'un an au plus, des prestations prévues par l'article 35, § 1. Dans ce cas, le montant de ces prestations est fixé à 5 500 francs ou 4 000 francs, selon le cas.
  Si au cours d'une période d'incapacité de travail, l'assuré peut prétendre à des prestations en matière de pension de retraite à la charge des fonds visés 'à l'alinéa 1er, mais n'en demande pas la liquidation, le montant des prestations qu'il pourrait obtenir est déduit des allocations visées à l'article 35, § 1, à compter du treizième mois de l'incapacité. Le montant de ces prestations est calculé à l'âge normal d'entrée en jouissance de la pension si celui-ci se situe après les douze premiers mois. Sinon, le montant est calculé à l'âge atteint à la fin du douzième mois.";
  3° le § 1 est complété par la disposition suivante :
  "Les allocations ne sont plus attribuées lorsque l'assuré obtient le bénéfice d'une pension de retraite à la charge des fonds visés à l'alinéa 1er";
  4° dans le § 2, a), les mots "après consultation de la commission technique" sont remplacés par les mots "après avis du Comité de gestion".
Art.97. De artikelen 37 en 38 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 februari 1970 en 22 februari 1971, worden opgeheven.
Art.97. Les articles 37 et 38 de la même loi, modifié par les lois des 16 février 1970 et 22 février 1971, sont abrogés.
Art.98. In artikel 38bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 februari 1971, worden de woorden "en 38, eerste lid" geschrapt.
Art.98. Dans l'article 38bis, de la même loi, inséré par la loi du 22 février 1971, les mots "et à l'article 38, premier alinéa" sont supprimes.
Art.99. Artikel 39 van dezelfde wet, opgeheven door de wet van 11 februari 1976, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  "Art. 39. De Koning kan de bedragen, bedoeld in artikel 35, wijzigen bij een in Ministerraad overlegd besluit."
Art.99. L'article 39 de la même loi, abrogé par la loi du 11 février 1976, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 39. Le Roi peut modifier les montants visés à l'article 35 par arrêté délibéré en Conseil des Ministres."
Art.100. Artikel 40 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 februari 1970, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 40. Wanneer het totaal bedrag der bijdragen, dat gestort werd gedurende de laatste zesendertig maanden van verzekeringsdeelneming voor de maand waarin de arbeidsongeschiktheid een aanvang neemt, kleiner is dan het maximum bedrag dat voor die periode gestort had kunnen worden uitgaande van een overeenkomstig artikel 19 vermeerderde maximummaandbijdrage van 3000 frank worden de uitkeringen bepaald in de artikelen 35, § 1, en 36, § 1, tweede lid, verminderd door ze te vermenigvuldigen met de verhouding tussen die bedragen.
  Wanneer de bijdragen werden gestort op grond van artikel 18, § 1, a), of wanneer ze op grond van artikel 18, § 2, tweede lid, de aldaar voorgeschreven bestemming kregen, dan wordt voor de toepassing van de regel, gesteld in het eerste lid, uitgegaan van een overeenkomstig artikel 19 vermeerderde maximummaandbijdrage van 2 700 frank of 2 400 frank, naargelang het geval.".
Art.100. L'article 40 de la même loi, modifié par la loi du 16 février 1970, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 40. Lorsque le montant total des cotisations versées pendant les trente-six derniers mois de participation à l'assurance précédant le mois au cours duquel débute l'incapacité de travail n'atteint pas le montant maximal qui aurait pu être verse pour cette période sur la base d'une cotisation mensuelle maximale de 3 000 francs, majorée conformément à l'article 19, les prestations prévues aux articles 35, § 1er, et 36, § 1, alinéa 2, sont diminuées en les multipliant par le rapport de ces montants.
  Lorsque les cotisations ont été versées en vertu de l'article 18, § 1, a), ou lorsqu'elles ont été réaffectées en vertu de l'article 18, § 2, alinéa 2 la règle énoncée à l'alinéa 1er est appliquée sur la base d'une cotisation mensuelle maximale de 2 700 francs ou 2 400 francs, selon le cas, majorée conformément à l'article 19."
Art.101. In artikel 40bis van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 16 februari 1970, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen door het volgende lid :
  "Wanneer de verzekerde gedurende de laatste zesendertig maanden van verzekeringsdeelneming vóór de maand waarin de arbeidsongeschiktheid een aanvang neemt, telkens een overeenkomstig artikel 19 vermeerderde bijdrage van 4 000 frank heeft gestort, worden de toelagen bepaald in de artikelen 35, § 1, en 36, § 1, tweede lid, met 20 % verhoogd.";
  2° in het tweede lid worden de woorden "de ziekte werd opgedaan of het ongeval zich heeft voorgedaan" vervangen door de woorden "de arbeidsongeschiktheid een aanvang neemt";
  3° het artikel wordt aangevuld met de volgende bepaling :
  "Wanneer de bijdragen werden gestort op grond van artikel 18, § 1, a), of wanneer ze op grond van artikel 18, § 2, tweede lid, de aldaar voorgeschreven bestemming kregen, dan wordt de overeenkomstig artikel 19 vermeerderde maximummaandbijdrage respectievelijk gebracht op :
  a) 3 600 frank en 3 200 frank voor de toepassing van de regel gesteld in het eerste lid;
  b) 2 700 frank en 2 400 frank voor de toepassing van de regel gesteld in het tweede lid."
Art.101. A l'article 40bis de la même loi, inséré par la loi du 16 février 1970, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
  "Lorsque, pour chacun des trente-six derniers mois de participation à l'assurance précédant le mois au cours duquel débute l'incapacité de travail, l'assuré a versé une cotisation de 4 000 francs majorée conformément à l'article 19, les allocations prévues aux articles 35, § 1, et 36, § 1, alinéa 2, sont majorées de 20 %.";
  2° à l'alinéa 2, les mots "la maladie a été contractée ou l'accident est survenu" sont remplacés par les mots "débute l'incapacité de travail";
  3° l'article est complété par la disposition suivante :
  "Lorsque les cotisations ont été versées en vertu de l'article 18, § 1 a), ou lorsqu'elles ont été réaffectées en vertu de l'article 18, § 2, alinéa 2 la cotisation mensuelle maximale, majorée conformément à l'article 19, est portée, respectivement :
  a) à 3 600 francs et 3 200 francs pour l'application de la règle énoncée à l'alinéa 1er;
  b) à 2 700 francs et 2 400 francs pour l'application de la règle énoncée à l'alinéa 2.".
Art.102. In artikel 42, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "de raad van beheer van de Dienst na advies van de technische commissie" vervangen door de woorden "het beheerscomité van de Dienst".
Art.102. Dans l'article 42, alinéa 2, de la même loi les mots "le conseil d'administration de l'Office, après avis de la commission technique" sont remplacés par les mots "le comité de gestion de l'Office";
Art.103. Artikel 44, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Onder gezin moet worden begrepen de personen die worden beschouwd als personen ten laste van gerechtigden bij toepassing van de bepalingen betreffende de verzekering geneeskundige verzorging van de wet betreffende de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.".
Art.103. L'article 44, alinéa 2, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "Par famille, il y a lieu d'entendre les personnes qui sont considérées comme des personnes à la charge des titulaires en application des dispositions relatives à l'assurance soins de santé de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994."
Art.104. In artikel 48, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "in het tweede lid van artikel 31, 1°" vervangen door de woorden "in artikel 31, 1°, b) en c)".
Art.104. Dans l'article 48, alinéa 1, de la même loi, les mots "à l'alinéa 2 de l'article 31, 1°" sont remplacés par les mots "à l'article 31 1°,b) et c)".
Art.105. Artikel 49 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 49. De kosten voor geneeskundige verstrekkingen worden door de Dienst voor de Overzeese Sociale Zekerheid ten laste van het Invaliditeitsfonds terugbetaald voor zover en in de mate dat er een tegemoetkoming wordt voorzien door de wet betreffende de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 en haar uitvoeringsbesluiten, en rekening houdende met de overeenkomsten, akkoorden en als zodanig geldende documenten of met de honoraria die door de Koning werden vastgesteld ter uitvoering van artikel 52 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel."
Art.105. L'article 49 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 49. Les frais relatifs aux prestations de santé sont remboursés par l'Office de sécurité sociale d'outre-mer, à la charge du Fonds des invalidités, pour autant que et dans la mesure où leur remboursement est prévu par la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 et ses arrêtés d'exécution, et tenant compte des conventions, accords, documents en tenant lieu ou des honoraires fixés par le Roi en exécution de l'article 52 de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier."
Art.106. Artikel 57, derde lid, van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.106. L'article 57, alinéa 3, de la même loi est abrogé.
Art.107. Artikel 61 van dezelfde wet, opgeheven door de wet van 10 oktober 1967, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  "Art. 61. § 1. Het recht op terugvordering van de ten onrechte betaalde uitkeringen, waarin deze wet en de wet van 16 juni 1960 voorzien, verjaart na zes maanden te rekenen van de datum waarop de uitbetaling is geschied.
  Wanneer het onverschuldigde zijn oorsprong vindt in de toekenning of vermeerdering van een uitkering in een Belgisch of buitenlands stelsel van sociale zekerheid, verjaart het recht op terugvordering na zes maanden te rekenen van de datum van de beslissing tot toekenning of vermeerdering van die uitkering.
  De termijn, vastgesteld in het eerste en het tweede lid, wordt gebracht op vijf jaar, wanneer de onverschuldigde sommen werden verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledig afgelegde verklaringen.
  Dit geldt eveneens ten aanzien van de sommen die ten onrechte werden uitbetaald wegens het niet afleggen, door de schuldenaar, van een verklaring die is opgelegd door een wetsbepaling of verordende bepaling of die volgt uit een vroeger aangegane verbintenis.
  De bepalingen van deze paragraaf vormen evenwel geen beletsel voor de terugvordering van het onverschuldigde, in de zin van artikel 1410, § 4, van het gerechtelijk wetboek op de vervallen sommen die bij het ontstaan van de schuld niet aan de gerechtigde werden uitbetaald.
  § 2. Met uitzondering van de gevallen beoogd in § 1, derde lid, dooft de terugvordering van de ten onrechte betaalde uitkeringen uit bij het overlijden van degene aan wie ze betaald werden, indien op dat ogenblik de eis tot terugbetaling van het onverschuldigde hem niet betekend was.
  Deze bepaling vormt evenwel geen beletsel tot de terugvordering van het onverschuldigde op de vervallen sommen die niet aan de overledene betaald werden.
  § 3. De beslissing tot terugvordering kan slechts uitgevoerd worden na verloop van een maand. Zij wordt aan de schuldenaar kenbaar gemaakt bij een ter post aangetekend schrijven.
  Hierin worden, op straffe van nietigheid, vermeld :
  -de vaststelling van het onverschuldigde evenals het totale bedrag en de berekeningswijze ervan;
  -de bepalingen in strijd waarmee de betalingen werden verricht;
  -de in aanmerking genomen verjaringstermijn en de motivering ervan;
  -het eventueel toepassen van de bepalingen van artikel 1410, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek;
  -de mogelijkheid voor de schuldenaar om binnen de gestelde termijn een beroep te doen op de bepalingen van § 4 en § 5.
  Het ter post neerleggen van het aangetekend schrijven stuit de verjaring.
  § 4. De belanghebbende kan, op straffe van verval, binnen de negentig dagen na de aanbieding van het aangetekend schrijven beroep aantekenen bij de bevoegde arbeidsrechtbanken.
  § 5. Het Beheerscomité van de Dienst kan geheel of gedeeltelijk afzien van de terugvordering, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de belanghebbende. Dit verzoek, dat schorsend werkt, moet, op straffe van verval, ingediend worden binnen de negentig dagen na de aanbieding van het aangetekend schrijven.
  § 6. De Koning kan de bepalingen van dit artikel wijzigen teneinde ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen die de terugvordering van het onverschuldigde regelen in de wetgeving betreffende de sociale zekerheid van de werknemers.".
Art.107. L'article 61 de la même loi, abrogé par la loi du 10 octobre 1967, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 61. § 1. L'action en répétition des prestations payées indûment, prévue par la présente loi et par celle du 16 juin 1960 se prescrit par six mois à compter de la date à laquelle le paiement a été effectué.
  Lorsque le paiement indu trouve son origine dans l'octroi ou la majoration d'un avantage accordé dans un régime de sécurité sociale belge ou étranger, l'action en répétition se prescrit par 6 mois à compter de la date de la décision octroyant ou majorant cet avantage.
  Le délai fixé aux alinéas 1er et 2 est porté à cinq ans lorsque les sommes indues ont été obtenues par des manoeuvres frauduleuses ou par des déclarations fausses ou sciemment incomplètes.
  Il en est de même en ce qui concerne les sommes payées indûment parce que le débiteur n'a pas produit une déclaration qui est prescrite par une disposition légale ou réglementaire ou qui résulte d'un engagement souscrit antérieurement.
  Toutefois, les dispositions du présent paragraphe ne font pas obstacle à la récupération de l'indu, au sens de l'article 1410, § 4, du Code judiciaire, sur les sommes échues qui n'ont pas été payées au bénéficiaire au moment de la naissance de la dette.
  § 2. Sauf dans les cas visés au § 1, alinéa 3, l'action en répétition de prestations payées indûment s'éteint au décès de celui à qui elles ont été payées si à ce moment la réclamation du paiement indu ne lui avait pas été notifiée.
  Toutefois, cette disposition ne fait pas obstacle à la répétition de l'indu sur les sommes échues non payées au défunt.
  § 3. La décision de répétition ne peut être exécutée qu'après expiration d'un délai d'un mois. Elle est notifiée au débiteur par lettre recommandée à la poste.
  Cette lettre doit mentionner, à peine de nullité, :
  - la détermination de l'indu, ainsi que le montant total et la manière dont il a été calculé;
  - les dispositions en contradiction desquelles les paiements ont été effectués;
  - le délai de prescription qui a été pris en considération et la motivation;
  - l'application éventuelle des dispositions de l'article 1410, § 4, du Code judiciaire;
  - la possibilité pour le débiteur d'invoquer les dispositions du § 4 et du § 5.
  Le dépôt à la poste de la lettre recommandée interrompt la prescription.
  § 4. L'intéressé peut, à peine de nullité, endéans les nonante jours après la présentation de la lettre recommandée, intenter une action auprès des tribunaux du travail compétents.
  § 5. Le Comité de gestion de l'Office peut renoncer entièrement ou partiellement à la récupération, soit de sa propre initiative, soit à la demande de l'intéressé. Cette demande, qui a un effet suspensif, doit, à peine de déchéance, être introduite dans les nonante jours après la présentation de la lettre recommandée.
  § 6. Le Roi peut modifier les dispositions du présent article afin de les mettre en concordance avec les dispositions réglant la répétition de l'indu dans la législation relative à fa sécurité sociale des travailleurs salariés."
Art.108. In artikel 64 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 22 februari 1971, 11 februari 1976 en 20 juli 1990 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid, f), wordt vervangen door de volgende tekst :
  "f) zijn militaire dienst of burgerdienst heeft vervuld;
  "
  2° in het vierde lid worden de woorden "de ziekte werd opgedaan of in de loop waarvan het ongeval zich heeft voorgedaan " vervangen door de woorden "de arbeidsongeschiktheid een aanvang neemt";
  3° het vijfde lid wordt opgeheven.
Art.108. A l'article 64 de la même loi modifié par les lois des 22 février 1971, 11 février 1976 et 20 juillet 1990, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa l, f), est remplacé par le texte suivant :
  "f) a accompli son service militaire ou son service civil;
  ";
  2° dans l'alinéa 4, les mots "la maladie a été contractée ou au cours duquel l'accident est survenu" sont remplacés par les mots "débute l'incapacité de travail";
  3° l'alinéa 5 est abrogé.
Art.109. Artikel 68 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 februari 1970 en 11 februari 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 68. § 1. De Koning bepaalt de vorm van en de termijn waarbinnen de aanvraag om uitkeringen inzake ouderdoms- en overlevingsverzekering, toegekend krachtens deze wet en de wet van 16 juni 1960, moet ingediend worden.
  § 2. De Koning kan de ingangsdatum wijzigen van de uitkeringen toegekend aan de rechthebbende van een overleden gerechtigde.
  § 3. De Koning bepaalt de vervallen en niet betaalde uitkeringen waarvan de betaling na het overlijden van de gerechtigde mag plaats vinden, de personen aan wie zij worden betaald, de volgorde waarin die personen geroepen zijn om ze te genieten, alsmede de formaliteiten die moeten worden vervuld voor het bekomen van deze uitkeringen en de termijn binnen welke de eventuele aanvraag moet worden ingediend."
Art.109. L'article 68 de la même loi, modifié par les lois des 16 février 1970 et 11 février 1976, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 68. § 1. Le Roi détermine les formes et le délai dans lesquels la demande de prestations en matière d'assurance vieillesse et de survie, attribuées en vertu de la présente loi et de la loi du 16 juin 1960 doit être introduite.
  § 2. Le Roi peut modifier la date de l'entrée en jouissance des prestations attribuées aux ayants droit d'un bénéficiaire décédé.
  § 3. Le Roi détermine les arrérages échus et non liquidés dont le paiement peut s'effectuer après le décès du bénéficiaire, les personnes auxquelles ils sont payés, l'ordre dans lequel ces personnes sont appelées à en bénéficier, ainsi que les formalités à accomplir en vue d'obtenir ces prestations et le délai dans lequel la demande éventuelle doit être introduite."
Art.110. De artikelen 69 en 70 evenals artikel 71, van dezelfde wet gewijzigd bij de wet van 22 februari 1971, worden opgeheven.
Art.110. Les articles 69 et 70, ainsi que l'article 71, de la même loi, modifié par la loi du 22 février 1971, sont abrogés.
Art.111. De terugvorderingen van het onverschuldigde, bedoeld in artikel 61 van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid zoals opnieuw opgenomen door artikel 107 van deze wet, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet in uitvoering zijn, doven van rechtswege uit wanneer het totaal van de reeds terugbetaalde sommen het bedrag bereikt of overschreden heeft van het onverschuldigde dat betrekking heeft op een periode van zes maanden.
Art.111. Les répétitions de l'indu, visées à l'article 61 de la loi du 17 juillet 1963 relative à la sécurité sociale d'outre-mer tel qu'il est rétabli par l'article 107 de la présente loi, qui sont en cours au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, prennent fin de plein droit lorsque le total des sommes déjà remboursées a atteint ou dépassé le montant de l'indu afférent à une période de six mois.
Art.112. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit, de bepalingen van de wetten van 16 juni 1960 die de organismen belast met het beheer van de sociale zekerheid van de werknemers van Belgisch-Congo en RuandaUrundi onder de controle en de waarborg van de Belgische Staat plaatst, en dat waarborg draagt door de Belgische Staat van de maatschappelijke prestaties ten gunste van deze werknemers verzekerd en van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid wijzigen die betrekking hebben op enerzijds de kinderbijslagen en de toelagen aan kinderen van zieken en invaliden en anderzijds op de toekenningsvoorwaarden van de wezenuitkeringen, teneinde ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders.
  Hiertoe stelt hij vast :
  1° wat de kinderbijslagen en de toelagen aan kinderen van zieken en invaliden betreft :
  a) de band tussen de verzekerde en het rechthebbende kind;
  b) het bedrag, met inbegrip van de regelen die de beginen einddatum van de bijslagen vastleggen;
  c) de voorwaarden waaraan het kind moet voldoen na de leeftijd van 18 jaar;
  d) de bijzondere bepalingen inzake bedrag, leeftijd en toekenningsvoorwaarden indien het kind niet beschikt over al zijn lichamelijke of geestelijke vermogens;
  e) de regelingen inzake de cumulatie met de wezenuitkeringen ten laste van de Dienst;
  f) de personen aan wie de bijslagen of de toelagen worden betaald;
  2° wat de wezenuitkeringen betreft :
  a) de voorwaarden waaraan het kind moet voldoen na de leeftijd van 18 jaar;
  b) de bijzondere bepalingen inzake leeftijd en toekenningsvoorwaarden indien het kind niet beschikt over al zijn lichamelijke of geestelijke vermogens;
  c) de personen aan wie de uitkeringen worden uitbetaald.
Art.112. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, modifier les dispositions de la loi du 16 juin 1960 plaçant sous le contrôle et la garantie de l'Etat belge, les organismes gérant la sécurité sociale des employés du Congo belge et du Ruanda-Urundi et portant garantie par l'Etat belge des prestations sociales en faveur de ceux-ci et de la loi du 17 juillet 1963 relative à la sécurité sociale d'outremer se rapportant, d'une part, aux allocations familiales et aux allocations aux enfants de malades et d'invalides et, d'autre part, aux conditions d'octroi des prestations d'orphelin afin de les mettre en concordance avec les dispositions des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés.
  A cet effet, il détermine :
  1° en ce qui concerne les allocations familiales et les allocations aux enfants de malades et d'invalides :
  a) le lien entre l'assuré et l'enfant bénéficiaire;
  b) le montant, y compris les règles fixant la date du début et de la fin des allocations;
  c) les conditions auxquelles l'enfant doit satisfaire postérieurement à l'âge de 18 ans;
  d) les dispositions particulières en matière de montant, âge et conditions d'octroi lorsque l'enfant ne dispose pas de toutes ses capacités physiques ou mentales;
  e) les règles en matière de cumul avec les prestations d'orphelin à charge de l'Office;
  f) les personnes auxquelles les allocations sont payées;
  2° en ce qui concerne les prestations d'orphelin :
  a) les conditions auxquelles l'enfant doit satisfaire postérieurement à l'âge de 18 ans;
  b) les dispositions particulières en matière d'âge et de conditions d'octroi lorsque l'enfant ne dispose pas de toutes ses capacités physiques ou mentales;
  c) les personnes auxquelles les prestations sont payées.
Art.113. In artikel 43 van de programmawet van 24 december 1993 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, 1°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "1° persoonlijk aandeel van één jaar : het geheel van de persoonlijke aandelen bedoeld in :
  a) artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit van 3 november 1993 tot uitvoering van artikel 37 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  b) artikel 2 van het koninklijk besluit van 20 december 1993 tot uitvoering van artikel 37, § 18, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, met betrekking tot sommige zelfstandigen;
  c) artikel 8 van de wet van 16 juni 1960 die de organismen belast met het beheer van de sociale zekerheid van de werknemers van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi onder de controle en de waarborg van de Belgische Staat plaatst, en die waarborg draagt door de Belgische Staat van de maatschappelijke prestaties ten gunste van deze werknemers verzekerd en artikel 49 van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, voor zover deze betrekking hebben op zorgen verstrekt in België.
  De hierboven vermelde persoonlijke aandelen moeten betrekking hebben op de tijdens dat kalenderjaar terugbetaalde verstrekkingen die door een rechthebbende daadwerkelijk ten laste zijn genomen.
  Uitgesloten zijn evenwel :
  -de persoonlijke aandelen die betrekking hebben op de farmaceutische produkten bedoeld in artikel 34, 5° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  -de persoonlijke aandelen die betrekking hebben op de opnames bedoeld in artikel 34, 6°, van dezelfde gecoördineerde wet en dit vanaf 1 januari 1996;
  -de verblijfskosten verbonden aan de verstrekkingen bedoeld in artikel 34, 11° en 18°, van dezelfde wet.
  Wanneer een fiscaal gezin verscheidene rechthebbenden omvat, stemt het persoonlijk aandeel van één jaar overeen met de som van de aandelen die betrekking hebben op de tijdens dat jaar terugbetaalde verstrekkingen die daadwerkelijk door alle rechthebbenden samen ten laste worden genomen.";
  2° § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "§ 3. Het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid storten de in § 2 vermelde bedragen terug voor rekening van de Administratie der directe belastingen in een bijzonder fonds, dat voor het overige wordt gelijkgesteld met een terugbetalingsfonds als bedoeld in artikel 37 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
  De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de regels van uitvoering van het eerste lid, met inbegrip van de berekeningswijze der nalatigheidsinteresten en andere administratieve kosten in geval van laattijdige storting door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering of de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid.".
Art.113. A l'article 43 de la loi-programme du 24 décembre 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1, 1°, est remplacé par la disposition suivante :
  "1° intervention personnelle d'une année : l'ensemble des interventions personnelles visées :
  a) à l'article 1, 3°, de l'arrêté royal du 3 novembre 1993 portant exécution de l'article 37 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
  b) à l'article 2 de l'arrête royal du 20 décembre 1993 portant exécution de l'article 37, § 18, de la loi relative l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, en ce qui concerne certains travailleurs indépendants;
  c) à l'article 8 de la loi du 16 juin 1960 plaçant sous le contrôle et la garantie de l'Etat belge les organismes gérant la sécurité sociale des employés du Congo belge et du Ruanda-Urundi et portant garantie par l'Etat belge des dispositions sociales assurées en faveur de ceux-ci et à l'article 49 de la loi du 17 juillet 1963 relative à la sécurité sociale d'outremer, lorsqu'elles se rapportent à des soins prodigués en Belgique.
  Les interventions personnelles visées ci-dessus doivent se rapporter aux prestations remboursées durant cette année civile et avoir été effectivement prises en charge par un bénéficiaire.
  Sont toutefois exclus :
  - les interventions personnelles relatives aux prestations visées à l'article 34, 5°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
  - les interventions personnelles relatives aux admissions viseurs à l'article 34, 6° de la même loi coordonnée et ce, à partir du 1er janvier 1996;
  - les frais d'hébergement liés aux prestations visées à l'article 34, 11° et 18°, de la même loi.
   Lorsqu'un ménage fiscal comporte plusieurs bénéficiaires, l'intervention personnelle d'une année correspond à la somme des interventions relatives aux prestations remboursées durant cette année et effectivement prises en charge par l'ensemble des bénéficiaires.";
  2° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
  "§ 3. L'Institut national d'assurance maladie-invalidité et l'Office de sécurité sociale d'outre-mer remboursent les montants visés au § 2 au compte de l'Administration des contributions directes, sur un fonds particulier, qui pour le surplus est assimilé à un fonds de restitution au sens de l'article 37 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991.
  Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les règles d'exécution de l'alinéa 1er, en ce compris le mode de calcul des intérêts de retard et autres frais administratifs en cas de versement tardif par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité ou par l'Office de sécurité sociale d'outre-mer.".
Art.114. Dit hoofdstuk treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt met uitzondering van artikel 88 dat uitwerking heeft met ingang van 1 maart 1995 en artikel 113 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 1994.
  De bepalingen van de artikelen 35 tot 40bis van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, zoals die van kracht waren voor de wijzigingen door deze wet, blijven van toepassing op de prestaties van de ziekteen invaliditeitsverzekering, toegekend aan de verzekerden die op de datum van inwerkingtreding van deze wet genieten van een rust- of weduwepensioen of van een wezenrente, ten laste van het Pensioenfonds en het Solidariteits- en perequatiefonds.
  Het tweede lid is echter niet van toepassing op de vrouwelijke verzekerde die op deze datum deelneemt aan de verzekering en uit dien hoofde een ziektetoelage geniet en die eveneens weduwetoelagen geniet.
Art.114. Le présent chapitre entre en vigueur le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la présente loi aura été publiée au Moniteur belge, à l'exception de l'article 88 qui produit ses effets le 1er mars 1995 et l'article 113 qui produit ses effets le 1er janvier 1994.
  Les dispositions des articles 35 à 40bis de la loi du 17 juillet 1963 relative à la sécurité sociale d'outremer, telles qu'elles étaient d'application avant les modifications de la présente loi, restent applicables aux prestations de l'assurance maladie-invalidité accordées aux assurés qui, a la date d'entrée en vigueur de cette loi, sont bénéficiaires d'une pension de retraite ou de veuve ou d'une rente d'orphelins, à charge du Fonds des pensions et du Fonds de solidarité et de péréquation.
  L'alinéa 2 ne s'applique toutefois pas à l'assurée qui, à cette date participe à l'assurance et, à ce titre, bénéficie d'une allocation dé maladie et qui est également bénéficiaire de prestations de veuve.
HOOFDSTUK VII. - Zeelieden ter koopvaardij.
CHAPITRE VII. - Marins de la marine marchande.
Art.115. Artikel 31 van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen, wordt opgeheven.
Art.115. L'article 31 de la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses, est abrogé.
Art.116. Artikel 3, § 3bis, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr. 401 van 18 april 1986 en gewijzigd bij de wet van 30 december 1988, wordt opgeheven.
Art.116. L'article 3, § 3bis, de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande, inséré par l'arrêté royal no 401 du 18 avril 1986 et modifié par la loi du 30 décembre 1988, est abrogé.
Art.117. De inhouding bepaald in artikel 39, § 1, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1989, is niet verschuldigd voor de zeelieden ter koopvaardij.
Art.117. La retenue prévue à l'article 39, § 1, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, modifié par l'arrêté royal du 1er mars 1989, n'est pas due pour les marins de la marine marchande.
Art.118. _ In artikel 43, § 3, eerste lid, van de programmawet van 24 december 1993, worden tussen de woorden "Het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering" en de woorden "en de dienst van overzeese sociale zekerheid" de woorden "de Hulp- en voorzorgskas voor zeevarenden" ingevoegd.
Art.118. Dans l'article 43, § 3, alinéa 1, de la loi programme du 24 décembre 1993, les mots ", la Caisse de secours et prévoyance des marins" sont insérés entre les mots "L'Institut national d'assurance maladie invalidité" et les mots "et l'Office de sécurité sociale d'outre-mer".
Art.119. Artikel 3, § 1, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij, gewijzigd door de wet van 1 augustus 1985, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "§ 1. De sociale zekerheidsbijdragen worden berekend op basis van het loon van de zeeman. De Koning kan, bij in een Ministerraad overlegd besluit en na advies van het beheerscomité van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden, voor de categorieën zeelieden en onder de voorwaarden die hij bepaalt, vrijstelling verlenen van de betaling van het geheel of een gedeelte van de bijdragen verschuldigd door de reder."
Art.119. L'article 3, § 1 de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande, modifié par la loi du 1 août 1985, est remplacé par la disposition suivante :
  "§ 1. Les cotisations de sécurité sociale sont calculées sur la base de la rémunération du marin. Le Roi peut par arrête délibéré en Conseil des Ministres et après avis du Comité dé gestion de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins, pour les catégories de marins et sous ses conditions qu'il détermine, dispenser du paiement de la totalité ou d'une partie des cotisations dues par l'armateur."
Art.120. De artikelen 115 tot 118 hebben uitwerking met ingang van l januari 1994. De Koning bepaalt de datum waarop artikel 119 in werking treedt.
Art.120. Les articles 115 à 118 produisent leurs effets le 1er janvier 1994. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de l'article119.
HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.
CHAPITRE VIII. - Modification de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales.
Art.121. In artikel 109, § 1, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid, 1°, eerste lid, wordt aangevuld als volgt :
  ", met een minimum van 375 frank per maand voor personen wier echtgenoot eveneens beroepsinkomsten heeft.";
  2° het derde lid wordt vervangen door volgende tekst :
  "Voor de werknemers voor wie de sociale zekerheidsbijdragen worden berekend op het loon, vermeerderd met 8 %, ingevolge artikel 19, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, houdt men voor de toepassing van het vorige lid rekening met het loon aan 108 %.";
  3° een vierde lid wordt toegevoegd luidend als volgt:
  "Onder personen wier echtgenoot eveneens beroepsinkomsten heeft moet worden verstaan de echtgenoot die, overeenkomstig de reglementering inzake bedrijfsvoorheffing, persoonlijk beroepsinkomsten heeft die meer bedragen dan het bedrag dat als grondslag dient voor de vermindering van die bedrijfsvoorheffing voor andere gezinslasten met betrekking tot de echtgenoot die persoonlijk beroepsinkomsten heeft."
Art.121. A l'article 109, § 1, de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales, modifié par la loi du 20 décembre 1995 sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 2,1°, alinéa l, est complété comme suit :
  "avec un minimum de 375 francs par mois pour les personnes dont le conjoint bénéficie également de revenus professionnels.";
  2° l'alinéa 3 est remplace par le texte suivant :
  "Pour les travailleurs, dont les cotisations pour la sécurité sociale sont calculées sur le salaire majoré de 8 %, en vertu de l'article 19, § 1, alinéa 2, de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, il est tenu compte du salaire à 108 % pour l'application de l'alinéa précédent.";
  3° un alinéa 4 est ajouté, libellé comme suit :
  "Par personne dont le conjoint a également des revenus professionnels, on entend le conjoint qui, conformément à la réglementation applicable en matière de précompte professionnel, a des revenus professionnels propres dont le montant dépasse le plafond fixé pour l'application de la réduction du précompte professionnel pour autres charges de famille, accordée lorsque le conjoint bénéficie de revenus professionnels propres.".
HOOFDSTUK IX. - Geneeskundige verzorging en uitkeringen.
CHAPITRE IX. - Soins de santé et indemnités.
Afdeling 1. - Sociale voordelen.
Section 1. - Des avantages sociaux.
Art.122. In artikel 54, § 1, derde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, wordt de laatste zin vervangen door de volgende tekst :
  "De representatieve organisaties van apothekers kunnen eveneens een door de Koning erkende pensioenkas oprichten volgens dezelfde voorwaarden. De door de Koning vastgestelde erkenningsvoorwaarden behelzen tenminste de verplichting voorafgaandelijk van de erkenning te genieten vereist bij de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, evenals de verplichting aan de aangeslotenen uitkeringen te waarborgen die worden gefinancierd onder andere door een solidariteitsbijdrage die wordt afgehouden van de door de aangeslotenen gedane stortingen.".
Art.122. Dans l'article 54, § 1, alinéa 3, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 tel que modifié par la loi du 20 décembre 1995, la dernière phrasé est remplacée par le texte suivant :
  "Les organisations représentatives des pharmaciens peuvent également créer une caisse de pensions agréée par le Roi selon les mêmes conditions. Les conditions d'agrément fixées par le Roi comprennent au moins l'obligation de bénéficier préalablement de l'agrément exigé par la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurance ainsi que l'obligation de garantir aux affiliés des prestations financées entre autres par une cotisation de solidarité prélevée sur les versements effectués par les affiliés.".
Afdeling 2. - Medische verkiezingen.
Section 2. - Elections médicales.
Art.123. Artikel 211 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 211. § 1. Overeenkomstig de door de Koning vastgestelde modaliteiten organiseert het Instituut om de vier jaar verkiezingen op basis van welke de vertegenwoordiging van de representatieve beroepsorganisaties van de geneesheren wordt geregeld in de door de Koning aangeduide organen van het Instituut.
  De verkiezingen zijn geheim en geschieden volgens het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging. De eerste verkiezingen hebben plaats op uiterlijk 30 juni 1997.
  De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden waaraan de beroepsorganisaties van de geneesheren moeten voldoen om als representatief erkend te worden. Daarenboven bepaalt Hij voor elk orgaan de verhouding van de algemeen geneeskundigen en de geneesherenspecialisten, inzonderheid rekening houdende met de opdracht van dat orgaan.
  § 2. De Koning bepaalt de data waarop uiterlijk een kiessysteem zoals dat waarin is voorzien voor de beroepsorganisaties van de geneesheren en waarvan Hij de modaliteiten vaststelt, wordt verruimd tot de beroepsorganisaties van tandartsen alsook de in artikel 26 bedoelde organisaties van beroepen of inrichtingen.".
Art.123. L'article 211 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 211. § 1. Conformément aux modalités fixées par le Roi, l'institut organise tous les quatre ans des élections réglant la représentation des organisations professionnelles représentatives des médecins, au sein des organes de l'Institut désignés par le Roi.
  Les élections sont secrètes et sont organisées selon le système de la représentation proportionnelle. Les premières élections auront lieu au plus tard le 30 juin 1997.
  Le Roi fixe, par arrête délibéré en Conseil des ministres, les conditions auxquelles doivent répondre les organisations professionnelles des médecins pour être reconnues comme représentatives. De plus, Il détermine pour chaque organe, la proportion entre médecins-généralistes et médecins-spécialistes, compte tenu plus particulièrement de la mission de cet organe.
  § 2. Le Roi détermine les dates auxquelles, au plus tard, un système d'élections semblable à celui prévu pour les organisations professionnelles des médecins et dont I1 détermine les modalités, est étendu aux organisations professionnelles des dentistes, ainsi qu'aux organisations des professions ou institutions visées à l'article 26.".
Afdeling 3.- Structuur van het RIZIV.
Section 3. - Structures de l'INAMI.
Art.124. Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 13. Het dagelijks beheer van het Instituut wordt onder het gezag van het Algemeen comité en de beheersorganen van de bijzondere diensten uitgeoefend door de administrateur-generaal bijgestaan door de adjunctadministrateur-generaal. Zij worden terzijde gestaan door een directiecomité samengesteld uit de ambtenaren bedoeld in artikel 177, tweede lid, voor de leiding van de in titels III, IV en VII voorziene bijzondere diensten."
Art.124. L'article 13 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 13. Sous l'autorité du Comité général et des organes de gestion des services spéciaux, la gestion journalière de l'Institut est exercée par l'administrateur général, assisté par l'administrateur général adjoint. Ils sont assistes par un comité de direction composé des fonctionnaires visés à l'article 177, alinéa 2, pour la direction des services spéciaux prévus aux titres III, IV et VII.".
Art.125. In artikel 23 van dezelfde wet, wordt § 5 vervangen door de volgende bepaling :
  § 5. De samenstelling en de werkingsregelen van het College van geneesheren-directeurs worden door de Koning bepaald. Het college wordt voorgezeten door een geneesheer-ambtenaar of door een geneesheer, expert inzake revalidatie en herscholing, die wordt benoemd door de Koning. De Koning stelt de wedde alsmede de vergoeding van de voorzitter vast.".
Art.125. A l'article 23 de la même loi, le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
  "§ 5. La composition et les règles de fonctionnement du Collège des médecins-directeurs sont fixées par le Roi. Ce collège est présidé par un médecin, fonctionnaire ou par un médecin, expert en matière de revalidation et rééducation, lequel est nommé par le Roi. Le Roi fixe le traitement, ainsi que l'indemnité accordée au président.".
Art.126. Artikel 177 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 177. - Het personeel van het Instituut staat onder leiding van de administrateur-generaal, bijgestaan door de adjunct-administrateur-generaal.
  Zij worden in hun opdrachten terzijde gestaan door een directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige verzorging en een directeur-generaal van de Dienst voor uitkeringen alsmede door een geneesheer-directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige controle en een directeurgeneraal van de Dienst voor administratieve controle. Deze ambtenaren voeren de titel van leidend ambtenaar. Onder het gezag van de administrateur-generaal alsmede van de adjunctadministrateur-generaal oefenen zij de leiding uit van de betrokken diensten.
  De in dit artikel vermelde ambtenaren worden benoemd door de Koning, die hun wedde vaststelt.".
Art.126. L'article 177 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 177. Le personnel de l'Institut est dirigé par l'administrateur général, assisté par l'administrateur général adjoint.
  Ils sont assistés, dans l'accomplissement de leur mission, par un directeur général du Service des soins de santé et un directeur général du Service des indemnités, ainsi que par un médecin-directeur général du Service du contrôle médical et un directeur général du Service du contrôle administratif. Ces fonctionnaires portent le titre de fonctionnaire dirigeant. Ils dirigent les services concernés sous l'autorité de l'administrateur général, ainsi que de celle de l'administrateur général adjoint.
  Les fonctionnaires mentionnés dans le présent article sont nommes par le Roi, qui fixe leur traitement.".
Art.127. De artikelen 178 en 179 van dezelfde wet worden opgeheven.
Art.127. Les articles 178 et 179 de la même loi sont abrogés.
Art.128. Artikel 181 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 181. De administrateur-generaal, bijgestaan door de adjunct-administrateur-generaal, oefent de bevoegdheden uit inzake dagelijks beheer welke door het Algemeen comité en de beheersorganen van de bijzondere diensten zijn omschreven in hun huishoudelijk reglement.
  De administrateur-generaal en de adjunct-administrateurgeneraal wonen ambtshalve de vergaderingen bij van de beheersorganen van het Instituut en van de raden, colleges commissies en comités die werkzaam zijn in de schoot van het Instituut.
  De administrateur-generaal van het Instituut is belast met de uitvoering van de beslissingen van het Algemeen Comité en van de andere beheersorganen.
  Hij staat in voor het secretariaat van het Algemeen Comité.
  De administrateur-generaal vertegenwoordigt het Instituut in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen. Hij stelt de vorderingen bij de rechtscolleges in, overeenkomstig de beslissingen genomen met toepassing van de artikelen 12, 10°, 16, § 1, 5°, 80, 8°,141, § 1, eerste lid, 17° en 161, 10°. Hij gaat geen persoonlijke verbintenissen aan en is enkel verantwoordelijk voor de uitvoering van zijn opdrachten.
  Ingeval de administrateur-generaal verhinderd is worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de adjunctadministrateur-generaal en ingeval deze verhinderd is door een door het Algemeen Comité aangewezen ambtenaar van het Instituut.
  Voor een vlotte afhandeling van de zaken kunnen de beheersorganen, onder de voorwaarden die zij vaststellen, de administrateur-generaal machtigen een gedeelte van zijn bevoegdheden over te dragen aan de ambtenaren bedoeld in artikel 177, tweede lid.".
Art.128. L'article 181 de la même loi est remplacé par la disposition suivant :
  "Art. 181. L'administrateur général, assisté par l'administrateur général adjoint, exerce les pouvoirs de gestion journalière tels qu'ils sont définis par le Comité général et par les organes de gestion des services spéciaux dans leur règlement d'ordre intérieur.
  L'administrateur général et l'administrateur général adjoint assistent de droit aux réunions des organes de gestion de l'Institut et des conseils, collèges, commissions et comités qui fonctionnent au sein de l'Institut.
  L'administrateur général de l'Institut est chargé de l'exécution des décisions du Comité général et des autres organes de gestion.
  Il assure le secrétariat du Comité général.
  L'administrateur général représente l'Institut dans les actes judiciaires et extrajudiciaires. Il saisit les instances juridictionnelles, conformément aux décisions prises en application des articles 12, 10°, 16, § 1, 5°, 80, 8°, 141, § 1, alinéa 1, 17° et 161, 10°. Il ne prend aucune obligation personnelle et n'est responsable que de l'exécution de sa mission.
  En cas d'empêchement de l'administrateur général, ses pouvoirs sont exercés par l'administrateur général adjoint et, en cas d'empêchement de ce dernier, par un fonctionnaire de Institut désigne par le Comité général.
  Pour faciliter l'expédition des affaires, les organes de gestion peuvent, dans les conditions qu'ils déterminent, autoriser l'administrateur général à déléguer une partie de ses pouvoirs aux fonctionnaires visés à l'article 177, alinéa 2.".
Art.129. Artikel 182 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 182. § 1. De directeur-generaal van de Dienst voor uitkeringen bedoeld in artikel 17, tweede lid, is belast met de uitvoering van de beslissingen van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen waartoe hij overeenkomstig artikel 181, zevende lid, werd gemachtigd.
  Hij woont de vergaderingen van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen bij en staat in voor het secretariaat ervan.
  Hij woont ambtshalve de vergaderingen bij van de raden en commissies die werkzaam zijn in de schoot van de Dienst of kan zich daarop doen vertegenwoordigen door de ambtenaar die hij aanwijst.
  Ingeval bovenvermelde directeur-generaal van de Dienst voor uitkeringen verhinderd is, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door een door het Algemeen comité aangewezen ambtenaar van genoemde dienst.
  § 2. De directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige verzorging bedoeld in artikel 177, tweede lid, is belast met de uitvoering van de beslissingen van de Algemene Raad en van het Verzekeringscomité van de Dienst voor geneeskundige verzorging waartoe hij overeenkomstig artikel 181, zevende lid, werd gemachtigd.
  Hij woont de vergaderingen van de Algemene Raad en van het Verzekeringscomité bij en staat in voor het secretariaat ervan.
  Hij woont ambtshalve de vergaderingen bij van de raden, de colleges, commissies en comités die werkzaam zijn in de schoot van de Dienst of kan zich daarop doen vertegenwoordigen door de ambtenaar die hij aanwijst.
  Ingeval bovenvermelde directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige verzorging verhinderd is, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door een door het Algemeen Comité aangewezen ambtenaar van genoemde dienst.
  § 3. De directeur-generaal van de Dienst voor uitkeringen en die van de Dienst voor geneeskundige verzorging, vermeld in §§ 1 en 2 wonen de vergaderingen van het Algemeen Comité bij.".
Art.129. L'article 182 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 182. § 1. Le directeur général du Service des indemnités, visé à l'article 177, alinéa 2, est chargé de l'exécution des décisions du Comité de gestion du Service des indemnités, conformément à l'autorisation qui lui a été accordée en vertu de l'article 181, alinéa 7.
  Il assiste aux séances du Comité de gestion du Service des indemnités et en assure le secrétariat.
  Il assiste de droit aux séances des conseils et commissions qui fonctionnent au sein du Service ou il peut s'y faire représenter par le fonctionnaire qu'il désigne.
  En cas d'empêchement du directeur général précité du Service des indemnités,. ses pouvoirs sont exercés par un fonctionnaire dudit service désigné par le Comité général.
  § 2. Le directeur général du Service des soins de santé visé à l'article 177, alinéa 2, est chargé de l'exécution des décisions du Conseil général et du Comité de l'assurance du Service des soins de santé, conformément à l'autorisation qui lui a été accordée en vertu de l'article 181 alinéa 7.
  Il assiste aux séances du Conseil général et du Comité de l'assurance et en assure le secrétariat.
  Il assiste de droit aux séances des conseils, collèges, commissions et comités qui fonctionnent au sein du Service ou il peut s'y faire représenter par le fonctionnaire qu'il désigne.
  En cas d'empêchement du directeur général précité du Service des soins de santé ses pouvoirs sont exerces par un fonctionnaire dudit service désigné par le Comité général.
  § 3. Le directeur général du Service des indemnités et celui du Service des soins de santé mentionnés aux §§ 1er et 2, assistent aux séances du Comité général.".
Art.130. Artikel 183 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 183. De geneesheer directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige controle en de directeur-generaal van de Dienst voor administratieve controle, zijn belast met de uitvoering van de beslissingen van hun Comités, waartoe zij overeenkomstig artikel 181, zevende lid, werden gemachtigd.
  Zij wonen de vergaderingen bij van het Comité van hun Dienst en staan in voor het secretariaat ervan.
  Ingeval bovenvermelde geneesheer-directeur-generaal en de directeurgeneraal verhinderd zijn, worden hun bevoegdheden uitgeoefend door een door het Algemeen Comité aangewezen ambtenaar van de betrokken dienst.".
Art.130. L'article 183 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 183. Le médecin directeur général du Service du contrôle médical et le directeur général du Service du contrôle administratif sont chargés de l'exécution des décisions de leurs Comités, conformément à l'autorisation qui leur a été accordée en vertu de l'article 181, alinéa 7.
  Ils assistent aux séances du Comité de leur service et en assurent le secrétariat.
  En cas d'empêchement du médecin directeur général ou du directeur général précités, leurs pouvoirs sont exercés par un fonctionnaire du service concerne, désigné par le Comité général.".
Art.131. <W 1998-02-22/43, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 13-03-1998> In de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wordt een artikel 6bis ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 6bis. - § 1. De Rijksdienst voor sociale zekerheid wordt belast met de inning en de invordering van de bijdragen ingesteld in overeenstemming met de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden.
  § 2. Voor de uitvoering van deze opdracht wordt een administratieve cel samengesteld, bestaande uit personeel van het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers.
  Deze cel beschikt over een organiek en een taalkader, verschillend van dit van de Rijksdienst.
  § 3. Op voorstel van de Minister die de Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit beslissen dat deze cel ophoudt te bestaan en deze betrekkingen, voorzien in zijn bijzonder kader, integreren in het organiek kader van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.".
Art.131. <L 1998-02-22/43, art. 60, 003; En vigueur : 13-03-1998> Dans la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, un article 6bis, rédigé comme suit, est inséré :
  "Art. 6bis. - § 1er. L'Office national de sécurité sociale est chargé de la perception et du recouvrement des cotisations établies conformément à l'arrêté-loi du 10 janvier 1945 concernant la sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés.
  § 2. Pour l'exécution de cette mission, une cellule administrative, comprenant du personnel du Fonds national de retraite des ouvriers mineurs, est constituée.
  Cette cellule dispose d'un cadre organique et linguistique distinct de celui de l'Office.
  § 3. Sur proposition du Ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions, le Roi peut, par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, dissoudre cette cellule et intégrer les emplois prévus dans son cadre spécial au cadre organique de l'Office national de sécurité sociale.".
Art.132. In artikel 7 §1, van dezelfde wet, worden de woorden "van de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden en" geschrapt.
Art.132. Dans l'article 7, § 1, de la même loi, les mots "à l'arrêté-loi du 10 janvier 1945 concernant la sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés et" sont supprimés.
Art.133. In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1971, wordt de laatste zin geschrapt.
Art.133. Dans l'article 13 de la même loi, modifié par la loi du 5 juillet 1971, la dernière phrase est supprimée.
Art.134. <W 1998-02-22/43, art. 61, 003; Inwerkingtreding : 13-03-1998> In artikel 2 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, wordt een § 3bis ingevoegd, luidend als volgt :
  "§ 3bis. Onverminderd § 3 wordt het Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers, bedoeld in artikel 3, § 1, van de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de Mijnwerkers en ermee gelijkgestelden, afgeschaft.
  Zijn diensten, evenals zijn personeel, worden overgenomen door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering die het voortzetten zullen verzekeren respectievelijk van de opdrachten die tot op die datum door voornoemd Fonds werden vervuld betreffende de inning en de invordering van de bijdragen ingesteld in overeenstemming met de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden en de toepassing van de bepalingen betreffende het invaliditeitspensioen waarin voornoemde besluitwet voorziet.
  De passiva en activa, de rechten en verplichtingen van het Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers worden door het Rijksinstituut voor Ziekte- en invaliditeitsverzekering overgenomen.
  De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden en de datum voor de overdracht van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde diensten en personeel.".
Art.134. <L 1998-02-22/43, art. 61, 003; En vigueur : 13-03-1998> A l'article 2 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, un § 3bis, rédigé comme suit est inséré :
  "§ 3bis. Sans préjudice du § 3, le Fonds national de retraite des ouvriers mineurs visé à l'article 3, § 1er, de l'arrêté-loi du 10 janvier 1945 concernant la sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés est supprimé.
  Ses services et son personnel sont absorbés par l'Office national de sécurité sociale et par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité qui continueront à assurer respectivement les missions remplies, jusqu'à cette date, par ledit Fonds en ce qui concerne la perception et le recouvrement des cotisations établies conformément à l'arrêté-loi du 10 janvier 1945 concernant la sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés et l'application des dispositions relatives aux pensions d'invalidité prévues par l'arrêté-loi précité.
  Le passif et l'actif, les droits et obligations du Fonds national de retraite des ouvriers mineurs sont repris par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
  Le Roi fixe, par arrêté délibéré en conseil des ministres, les conditions et la date de transfert des services et du personnel visés par l'alinéa 2 du présent article."
Art.135. <W 1998-02-22/43, art. 62, 003; Inwerkingtreding : 13-03-1998> In de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt een artikel 78bis ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 78bis. - § 1. De Dienst voor Uitkeringen wordt belast met de toepassing van de bepalingen betreffende het invaliditeitspensioen waarin voorzien door de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden.
  § 2. Er wordt een Beheerscomité opgericht met als naam "Beheerscomité voor de mijnwerkers".
  Dit comité is samengesteld, in gelijk aantal, uit de vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van alle werknemers en werkgevers.
  De Koning stelt het aantal werkende en plaatsvervangende vertegenwoordigers vast en benoemt ze. Hij benoemt de voorzitter. Hij bepaalt de werkingsregelen van het Beheerscomité.
  Twee regeringscommissarissen, die de Koning benoemt respectievelijk op voordracht van de Minister die Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die Financiën onder zijn bevoegdheid heeft, wonen de vergaderingen van het comité bij met raadgevende stem.
  De Administrateur-generaal bedoeld in § 4 wordt door de Koning benoemd en hij wordt onder het gezag van dit Beheerscomité geplaatst.
  § 3. Voor de uitvoering van de opdracht bedoeld in § 1 wordt een administratieve cel samengesteld, bestaande uit personeel van de centrale administratie van het Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers en van de Voorzorgskassen.
  Deze cel beschikt over een personeelsformatie en taalkaders verschillend van die van de andere diensten van het instituut.
  § 4. Er wordt een betrekking van administrateur-generaal gecreëerd om de leiding te verzekeren van de cel bedoeld in § 3.".
Art.135. <L 1998-02-22/43, art. 62, 003; En vigueur : 13-03-1998> Dans la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, un article 78bis, rédigé comme suit, est inséré :
  "Art. 78bis. - § 1er. Le service des indemnités est chargé de l'application des dispositions relatives aux pensions d'invalidité prévues par l'arrêté-loi du 10 janvier 1945 concernant la sécurité sociale des ouvriers mineurs et assimilés.
  § 2. Il est créé un Comité de gestion dénommé "Comité de gestion pour les ouvriers mineurs".
  Ce comité est composé, en nombre égal, de représentants des organisations représentatives de l'ensemble des travailleurs salariés et des employeurs.
  Le Roi détermine le nombre de mandats effectifs et suppléants et nomme les membres dudit comité. Il nomme le président. Il détermine les règles de fonctionnement du Comité de gestion.
  Deux commissaires du Gouvernement, nommés par le Roi sur présentation respectivement du Ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions et du Ministre qui a les Finances dans ses attributions, assistent aux réunions du comité avec voix consultative.
  L'Administrateur général visé au § 4 est nommé par le Roi et il est placé sous l'autorité de ce Comité de gestion.
  § 3. Pour l'exécution de la mission visée au § 1er, une cellule administrative comprenant du personnel de l'administration centrale du Fonds national de retraite des ouvriers mineurs et des Caisses de prévoyance est constituée.
  Cette cellule dispose d'un cadre organique et des cadres linguistiques distincts de celui des autres services de l'Institut.
  § 4. Il est créé un emploi d'Administrateur général pour assurer la direction de la cellule visée au § 3.".
Art.136. De leden van het personeel van het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers, worden overgeplaatst naar de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
  Zij behouden de graad, de anciënniteit en de wedde die hen is toegekend op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel.
Art.136. Les membres du personnel du Fonds national de retraite des ouvriers mineurs sont transférés à l'Office national de sécurité sociale et à l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
  Ils conservent le grade, l'ancienneté et le traitement qui leur étaient accordés au moment de l'entrée en vigueur du présent article.
Art.137. In de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoördineerd op 28 juni 1971, wordt een artikel 65bis ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 65bis. De Rijksdienst voor Jaarlijkse vakantie neemt de bevoegdheden en taken over van het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers inzake de toepassing van de bepalingen betreffende de jaarlijkse vakantie, de bijkomende vakantie, het vakantiegeld en de kosteloze reisbiljetten van de mijnwerkers en gelijkgestelden.".
Art.137. Dans les lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, coordonnées le 28 juin 1971, un article 65bis, rédigé comme suit, est inséré :
  "Art. 65bis. L'Office national des vacances annuelles reprend les attributions et les tâches du Fonds national de retraite des ouvriers mineurs quant à l'application des dispositions relatives aux vacances annuelles, aux congés complémentaires, au pécule de vacances et aux titres de voyage gratuit des ouvriers mineurs et assimilés.".
Art.138. In het koninklijk besluit nr 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, wordt een artikel 41quinquies ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 41quinquies. De Rijksdienst voor pensioenen neemt de bevoegdheden en taken over van het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers inzake de toepassing van de bepalingen betreffende de renten bedoeld in hoofdstuk I van de wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood.".
Art.138. Dans l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés, un article 41quinquies, rédigé comme suit, est inséré :
  "Art. 41quinquies. L'Office national des pensions reprend les attributions et les tâches du Fonds national de retraite des ouvriers mineurs quant à l'application des dispositions relatives aux rentes visées au chapitre 1er de la loi du 28 mai 1971 réalisant l'unification et l'harmonisation des régimes de capitalisation institués dans le cadre des lois relatives à l'assurance en vue de la vieillesse et du décès prématuré.".
Art.139. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de andere modaliteiten met betrekking tot de toepassing van deze afdeling.
Art.139. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les autres modalités relatives à l'application de la présente section.
Art.140. La date d'entrée en vigueur des dispositions de la présente section est déterminée par le Roi.
  (NOTE : Entrée en vigueur de l'article 137 fixée le 01-01-1999 par AR 1998-12-02/30, art. 1)
  (NOTE : Entrée en vigueur de l'article 136 fixée le 19-12-1998 par AR 1998-11-27/34, art. 4)
  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 131 à 135 fixée le 01-01-1999 par AR 1998-12-08/30, art. 7)
  (NOTE : Entrée en vigueur de l'article 138 fixée le 01-01-1999 par AR 1998-12-07/30, art. 4)
Afdeling 4. - Gegevensuitwisseling.
Section 4. - Echange de données.
Art.142. In artikel 206 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 ingevoegd luidend als volgt :
  "§ 2. Het Instituut deelt aan de technische cel bedoeld in artikel 155 van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen de gevalideerde facturatiebestanden mee met betrekking tot de tijdens ieder kalenderjaar verrichte opnamen. De Koning bepaalt de termijn en de modaliteiten voor de overdracht van die gegevens. ".
Art.142. A l'article 206 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, modifié par la loi du 20 décembre 1995, dont le texte actuel formera le § 1, il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
  "§ 2. L'Institut transmet à la cellule technique visée à l'article 155 de la loi du 29 avril 1996 portant des dispositions sociales les fichiers de facturation validés en relation avec les admissions réalisées durant chaque année civile. Le Roi détermine le délai et les modalités de transmission de ces données.".
HOOFDSTUK X. - Wet op de ziekenhuizen.
CHAPITRE X. - Loi sur les hôpitaux.
Art.143. In artikel 15 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° van de bestaande tekst zullen de eerste en de tweede volzin voortaan respectievelijk § 1 en § 2 van het artikel vormen;
  2° in § 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "De medische activiteit moet kwalitatief getoetst worden ," worden aangevuld met de woorden "zowel intern als extern";
  b) § 1 wordt aangevuld met de volgende bepaling:
  "Tevens dient een interne registratie in het ziekenhuis te worden opgezet. Op basis van deze registratie en voor de door de Koning aangeduide diensten of functies, dient een rapport te worden opgesteld over de kwaliteit van de medische activiteit.";
  3° in § 2 van dit artikel worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) tussen de woorden " Bovendien moeten " en " de nodige organisatorische structuren " worden de woorden ", per door de Koning aangeduide dienst of functie, " ingevoegd;
  b) § 2 wordt aangevuld met de volgende bepaling:
  "De Koning bepaalt de samenstelling en de werking van voormelde structuren, met dien verstande dat geneesheren die de desbetreffende ziekenhuisactiviteit uitoefenen, in deze structuren zitting moeten hebben.";
  4° het artikel wordt aangevuld met de volgende bepalingen:
  "§ 3. De in § 2 bedoelde toetsing kan betrekking hebben op criteria inzake infrastructuur, mankracht, de medische praktijkvoering voor het geheel van de dienst of de functie, alsook op de resultaten hiervan.
  § 4. De Koning kan, voor de toepassing van de §§ 1, 2 en 3 van dit artikel, nadere regelen bepalen. ".
Art.143. A l'article 15 de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le texte actuel des première et deuxième phrases constituera désormais, respectivement, le § 1 et le § 2 de l'article;
  2° au § 1, sont apportées les modifications suivantes :
  a) les mots "l'activité médicale doit faire l'objet d'une évaluation qualitative" sont complétés par les mots "aussi bien interne qu'externe";
  b) le § 1 est complété par la disposition suivante :
  "En outre, un enregistrement interne doit être mis sur pied à l'hôpital. Sur la base de cet enregistrement et pour ce qui concerne les services ou fonctions désignés par le Roi, un rapport doit être rédigé sur la qualité de l'activité médicale.";
  3° au § 2 de cet article, sont apportées les modifications suivantes :
  a) les mots "par service ou fonction, désignés par le Roi" sont insérés entre les mots "il faut créer" et les mots "les structures d'organisation";
  b) le § 2 est complété par la disposition suivante :
  "Le Roi fixe la composition et le fonctionnement des structures précitées, étant entendu que des médecins exerçant l'activité hospitalière concernée doivent siéger dans ces structures.";
  4° l'article est complété par les dispositions suivantes :
  "§ 3. L'évaluation visée au § 2 peut porter sur des critères en matière d'infrastructure, de personnel, de pratique médicale pour l'ensemble du service ou de la fonction, ainsi que sur leurs résultats.
  § 4. Le Roi peut préciser des règles d'application des §§ 1, 2 et 3 du présent article. ".
Art.144. In artikel 16 van dezelfde wet worden tussen de woorden " De hoofdgeneesheer neemt " en "de noodzakelijke initiatieven " de woorden ", overeenkomstig regelen die de Koning nader kan omschrijven," ingevoegd.
Art.144. Dans l'article 16 de la même loi, les mots ", conformément à des règles pouvant être précisées par le Roi," sont insérés entre les mots "Le médecin en chef prend" et les mots "les initiatives nécessaires".
Art.145. In artikel 17quater van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt opgeheven;
  2° het eerste en het tweede lid van de bestaande tekst zullen voortaan respectievelijk § 1 en § 2 van het artikel vormen;
  3° in § 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "De verpleegkundige activiteit moet kwalitatief getoetst worden " worden aangevuld met de woorden " zowel intern als extern";
  b) § 1 wordt aangevuld met volgende bepaling:
  "Tevens dient een interne registratie in het ziekenhuis te worden opgezet. Op basis van deze registratie en voor de door de Koning aangeduide diensten of functies, dient een rapport te worden opgesteld over de kwaliteit van de verpleegkundige activiteit.";
  4° in § 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) tussen de woorden "De Koning richt " en " de nodige organisatorische structuren" worden de woorden ", voor de door Hem aangeduide diensten of functies," ingevoegd;
  b) § 2 wordt aangevuld met de volgende bepaling:
  "De Koning bepaalt de samenstelling en werking van voormelde structuren met dien verstande dat verpleegkundigen die de desbetreffende ziekenhuisactiviteit uitoefenen in deze structuren zitting moeten hebben. ";
  5° het artikel wordt aangevuld met de volgende bepalingen:
  "§ 3. De in § 2 bedoelde toetsing kan betrekking hebben op criteria inzake infrastructuur, mankracht, de wijze van verpleegkundige praktijkvoering voor het geheel van de dienst of functie, alsook op de resultaten hiervan.
  § 4. De Koning kan, voor de toepassing van de §§1, 2 en 3 van dit artikel, nadere regelen bepalen.".
Art.145. A l'article 17quater de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 3 est abrogé;
  2° le texte actuel des premier et deuxième alinéas constituera désormais, respectivement, le § 1 et le § 2 de l'article;
  3° au § 1er, sont apportées les modifications suivantes :
  a) les mots "l'activité infirmière doit faire l'objet d'une évaluation qualitative" sont complétés par les mots "aussi bien interne qu'externe";
  b) le § 1 est complété par la disposition suivante :
  "En outre, un enregistrement interne doit être mis sut pied à l'hôpital. Sur la base de cet enregistrement et pour ce qui concerne les services ou fonctions désignés par le Roi, un rapport doit être rédigé sur la qualité de l'activité infirmière.";
  4° au § 2 sont apportées les modifications suivantes :
  a) les mots ", pour les services ou fonctions désignés par Lui," sont insérés entre les mots "Le Roi crée" et les mots "les structures d'organisation nécessaires";
  b) le § 2 est complété par la disposition suivante :
  "Le Roi fixe la composition et le fonctionnement des structures précitées, étant entendu que des infirmière(e)s exerçant l'activité hospitalière concernée doivent siéger dans ces structures.";
  5° l'article est complété par les dispositions suivantes :
  "§ 3. L'évaluation visée au § 2 peut porter sur des critères en matière d'infrastructure, de personnel, de pratique infirmière pour l'ensemble du service ou de la fonction, ainsi que sur leurs résultats.
  § 4. Le Roi peut préciser des règles d'application des §§ 1, 2 et 3 du présent article.".
Art.146. In artikel 17quinquies van dezelfde wet worden tussen de woorden "Het hoofd van het verpleegkundig departement neemt" en "de noodzakelijke initiatieven" de woorden ", overeenkomstig regelen die de Koning nader kan omschrijven" ingevoegd.
Art.146. Dans l'article 17quinquies de la même loi, les mots ", conformément à des règles pouvant être précisées par le Roi," sont insérés entre les mots "Le chef du département infirmier prend" et les mots "les initiatives nécessaires.".
Art.147. De laatste zin van artikel 17octies van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.147. La dernière phrase de l'article 17octies de la même loi est abrogée.
Art.148. In artikel 70 van dezelfde wet worden de woorden "van de artikelen 10 tot 17 " vervangen door de woorden " van de artikelen 10 tot 17octies ".
Art.148. Dans l'article 70 de la même loi, les mots "des articles 10 à 17" sont remplacés par les mots "des articles 10 à 17octies."
Art.149. Artikel 86 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  "De Koning kan de bepalingen van de vorige leden, geheel of gedeeltelijk en met de aanpassingen die nodig mochten blijken, uitbreiden tot de in artikel 44 bedoelde medische of medisch-technische diensten die buiten ziekenhuisverband zijn opgericht. "
Art.149. L'article 86 de la même loi est complété par l'alinéa suivant :
  "Le Roi peut étendre, en tout ou en partie et moyennant les adaptations qui s'imposeraient, les dispositions des alinéas précédents aux services médicaux ou médico-techniques visés à l'article 44 et créés en dehors d'un contexte hospitalier."
Art.150. In artikel 115 van dezelfde wet wordt na het woord "ziekenhuizen" de woorden"en de in het laatste lid van artikel 86 bedoelde diensten" ingevoegd.
Art.150. Dans l'article 115 de la même loi, après le mot "hôpitaux" sont insérés les mots "et les services visés au dernier alinéa de l'article 86".
HOOFDSTUK XI. - Objectieve aansprakelijkheid.
CHAPITRE XI. - Responsabilité objective.
Art.151. Artikel 8, zevende lid, van de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen, wordt vervangen door de volgende bepaling:
  "Kunnen niet genieten van de uitkeringen bepaald in deze wet:
  a) in de mate van zijn fout, de brandstichter of de dader van de ontploffing;
  b) de verzekeraar die de benadeelde persoon vergoed heeft in het kader van een verzekering met vergoedend karakter en die zijn subrogatierecht uitoefent bedoeld in artikel 41 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;
  c) iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, andere dan de benadeelde persoon of zijn rechthebbenden, evenals iedere instelling die of ieder organisme dat beschikt over een wettelijk of conventioneel subrogatierecht of over een eigen recht tegen de persoon die aansprakelijk is voor het ongeval. Het subrogatierecht toegekend aan de verzekeringsinstelling krachtens artikel 136, § 2, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen en het eigen recht van de verzekeraar van arbeidsongevallen krachtens artikel 47 van de wet van 10 april 1971 op arbeidsongevallen kunnen echter uitgeoefend worden na volledige vergoeding van de benadeelde persoon of zijn rechthebbenden door de verzekeraar van de objectieve aansprakelijkheid. "
Art.151. L'article 8, alinéa 7, de la loi du 30 juillet 1979 relative à la prévention des incendies et des explosions, ainsi que à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile dans ces mêmes circonstances, est remplacé par la disposition suivante :
  "Ne peut bénéficier des indemnités prévues par la présente loi :
  a) dans la mesure de sa faute, l'auteur de l'incendie ou de l'explosion;
  b) l'assureur qui a indemnise la personne lésée dans le cadre d'une assurance à caractère indemnitaire et qui exerce son droit de subrogation visé à l'article 41 de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d'assurance terrestre;
  c) toute personne physique ou morale, autre que la personne lésée ou ses ayants droit, ainsi que toute institution ou tout organisme disposant d'un droit de subrogation légale ou conventionnelle ou d'un droit propre contre la personne responsable du sinistre. Toutefois, le droit de subrogation attribué à l'organisme assureur en vertu de l'article 136, § 2, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités et le droit propre de l'assureur des accidents du travail en vertu de l'article 47 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail peuvent être exercés après indemnisation complète de la personne lésée ou de ses ayants droit par l'assureur de la responsabilité objective.".
Art.152. Artikel 151 heeft uitwerking met ingang van 31 december 1994.
Art.152. L'article 151 produit ses effets le 31 décembre 1994.
HOOFDSTUK XII. - Multipartite-structuur betreffende het ziekenhuisbeleid.
CHAPITRE XII. - (De la Structure multipartite en matière de politique hospitalière).
Art.153. (§ 1. Bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu en het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, wordt een multipartite-structuur betreffende het ziekenhuisbeleid, hierna " Multipartite-structuur " genoemd, opgericht.) <W 2002-08-22/39, art. 50, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  § 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
  1° " (Federale Overheidsdienst)": (de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu); <W 2002-08-22/39, art. 58, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  2° "Instituut": het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;
  3° [1 " Minimale Klinische Gegevens " : de patiëntgegevens en medische gegevens die geregistreerd worden op basis van de reglementering met betrekking tot de mededeling van ziekenhuisgegevens aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;]1
  [2 4° "minimale verpleegkundige gegevens": de verpleegkundige gegevens die krachtens artikel 92 van de gecoördineerde wet op de ziekenhuizen door de ziekenhuizen moeten worden geregistreerd en meegedeeld aan de minister die bevoegd is voor de Volksgezondheid;
   5° "personeelsgegevens": personeelsgegevens die krachtens artikel 92 van de gecoördineerde wetten op de ziekenhuizen door de ziekenhuizen moeten worden geregistreerd en medegedeeld aan de minister die bevoegd is voor Volksgezondheid.]2

  
Art.153. (§ 1. Il est institué auprès du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement et de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité une Structure multipartite en matière de politique hospitalière, dénommée ci-après " Structure multipartite.) <L 2002-08-22/39, art. 50, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  § 2. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
  1° ("Service public fédéral") : (le Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement); <L 2002-08-22/39, art. 58, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  2° "Institut" : l'Institut national d'assurance maladie-invalidité;
  3° [1 3° " Résumé Clinique Minimum " : les données du patient et les données médicales enregistrées en vertu de la réglementation relative à la communication des données hospitalières au Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;]1
  [2 4° "résumé infirmier minimum": les données infirmières qui doivent, en vertu de l'article 92 des lois coordonnées sur les hôpitaux, être enregistrées par les hôpitaux et communiquées au ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;
   5° "données de personnel": les données relatives au personnel qui doivent, en vertu de l'article 92 des lois coordonnées sur les hôpitaux, être enregistrées par les hôpitaux et communiquées au ministre qui a la Santé publique dans ses attributions.]2

  
Art.154. <W 2002-08-22/39, art. 51, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002> De ministers bevoegd voor de Volksgezondheid en Sociale Zaken, kunnen de Multipartite-structuur om advies verzoeken over :
  1° elke reglementering inzake het gebruik en het verspreiden van de gegevens inzake de ziekenhuisactiviteit die worden gekoppeld door de Technische cel, bedoeld in artikel 155 van deze wet;
  2° de registratie, de verzameling, de verwerking en het gebruik van de statistische gegevens die verband houden met de medische activiteiten, als bedoeld in artikel 86 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987;
  3° de maatregelen die moeten worden genomen om de betrouwbaarheid en het vertrouwelijk karakter van de sub 2° bedoelde gegevens te verzekeren, ondermeer betreffende de methodologie bedoeld in artikel 86ter, § 3, 1°, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987;
  4° het aanbod, de erkenningsnormen en de financiering met betrekking tot de ziekenhuisactiviteiten, onverminderd de procedures tot vaststelling en wijziging van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, als bedoeld in artikel 35 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  5° het instellen van financiële reglementeringen en stimuli tot bevordering van de doelmatigheid van de activiteiten van het ziekenhuis en van de ziekenhuisgeneesheren, onverminderd de procedures tot vaststelling en wijziging van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, als bedoeld in artikel 35 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
  Voor zover een advies, bedoeld in 4° en 5°, van het eerste lid, is goedgekeurd met een meerderheid van elk der categorieën van leden, bedoeld in artikel 159, 2°, 3°, en 4°, van deze wet, dan dient, in afwijking van andere wettelijke bepalingen terzake, geen enkel ander orgaan bedoeld in de wet op de ziekenhuizen, nog een advies te verlenen.
Art.154. <L 2002-08-22/39, art. 51, 010; En vigueur : 10-09-2002> Les ministres qui ont la Santé publique et les Affaires sociales dans leurs attributions peuvent solliciter l'avis de la Structure multipartite sur :
  1° toute réglementation en matière d'utilisation et de diffusion des données concernant l'activité hospitalière couplées par la Cellule technique, visée à l'article 155 de la présente loi;
  2° l'enregistrement, la collecte, le traitement et l'utilisation des données statistiques relatives aux activités médicales, visées à l'article 86 de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987;
  3° les mesures à prendre afin de garantir la fiabilité et la confidentialité des données visées au 2°, notamment la méthodologie visée à l'article 86ter, § 3, 1°, de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987;
  4° l'offre, les normes d'agrément et le financement en ce qui concerne les activités hospitalières, sans préjudice des procédures fixant et modifiant la nomenclature des prestations médicales, visées à l'article 35 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
  5° l'instauration de réglementations financières et d'incitants visant à promouvoir l'efficacité des activités de l'hôpital et des médecins hospitaliers, sans préjudice des procédures fixant et modifiant la nomenclature des prestations médicales, visées à l'article 35 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
  Si un avis, visé au 4° et 5° de l'alinéa 1, a été approuvé à la majorité dans chaque catégorie de membres, visés à l'article 159, 2°, 3° et 4°, de la présente loi, aucun autre organe visé dans la loi sur les hôpitaux ne doit, par dérogation aux autres dispositions légales en la matière, formuler un avis.
Art. 154bis. <INGEVOEGD bij W 2002-08-22/39, art. 52; Inwerkingtreding : 10-09-2002> De Multipartite-structuur heeft een opdracht tot evaluatie van, en informatie aangaande, de medische praktijk in de ziekenhuizen, voor zover deze verband houdt met het genereren van de uitgaven.
  Zij kan, voor de evaluatie bedoeld in het eerste lid, kennis nemen van gegevens per ziekenhuis, op het vlak van de verstrekkingen en behandelde aandoeningen.
  Zij stelt jaarlijks een verslag op ten behoeve van de ministers die bevoegd zijn voor Volksgezondheid en voor Sociale Zaken, waarin de regeling inzake de referentiebedragen wordt geëvalueerd.
  De Koning kan voorwaarden en regelen bepalen krachtens welke aan de Multipartite-structuur gegevens worden bezorgd waarbij de identiteit van het betrokken ziekenhuis bekend is.
  De in het eerste lid bedoelde evaluatie kan ondermeer aanleiding geven tot een informatie- en sensibiliseringsactie vanwege de Multipartite-structuur ten aanzien van de ziekenhuizen.
  De resultaten van de evaluaties, bedoeld in dit artikel, kunnen worden bezorgd aan de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.
  Ingevolge de evaluaties, bedoeld in dit artikel, kan de Multipartite-structuur voorstellen uitbrengen ten aanzien van de ministers die de Volksgezondheid en Sociale Zaken onder hun bevoegdheid hebben, met betrekking tot maatregelen teneinde onverantwoorde verschillen inzake medische praktijk te verminderen.
  De Multipartite-structuur kan met betrekking tot de bedoelde evaluatie opdrachten toevertrouwen aan de organisatorische structuren bedoeld in artikel 15, § 2, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987.
  De Koning kan met betrekking tot de uitvoering van dit artikel nadere regels bepalen.
Art. 154bis. La Structure multipartite assure un rôle d'évaluation et d'information en ce qui concerne la pratique médicale dans les hôpitaux, pour autant que celle-ci génère des dépenses.
  Elle peut, dans le cadre de l'évaluation visée à l'alinéa 1, prendre connaissance des données par rapport aux prestations et aux affections traités par hôpital.
  Elle établit annuellement à l'attention des ministres qui ont la Santé publique et les Affaires sociales dans leurs attributions, un rapport d'évaluation du système des montants de référence.
  Le Roi peut fixer des conditions et des règles suivant lesquelles des données, où l'identité de l'hôpital concerné est connue, sont transmises à la Structure multipartite.
  L'évaluation visée à l'alinéa 1 peut notamment donner lieu à une action d'information et de sensibilisation à l'intention des hôpitaux, initiée par la Structure multipartite.
  Les résultats des évaluations, visées dans le présent article, peuvent être transmis au Service d'évaluation et de contrôle médicaux de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.
  A la suite des évaluations, visées au le présent article, la Structure multipartite peut formuler des propositions à l'intention des ministres qui ont la Santé publique et les Affaires sociales dans leurs attributions, concernant les mesures visant à atténuer les différences injustifiées en matière de pratique médicale.
  La Structure multipartite peut, en ce qui concerne l'évaluation précitée, confier des missions aux structures d'organisation, visées à l'article 15, § 2, de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987.
  Le Roi peut préciser des règles en ce qui concerne l'exécution du présent article.
Art. 154ter. <INGEVOEGD bij W 2002-08-22/39, art. 53; Inwerkingtreding : 10-09-2002> § 1. De Multipartite-structuur brengt, met betrekking tot het ziekenhuisbeleid, advies uit in de volgende aangelegenheden :
  1° het instellen of wijzigen van reglementeringen op financieel vlak, voor zover deze gelijktijdig aanleiding geven tot een financiering door zowel het budget van financiële middelen, bedoeld in artikel 87 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, als door de nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen, bedoeld in artikel 35 van de wet betreffende de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en dit onverminderd de procedures tot vaststelling en wijziging van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, zoals bedoeld in artikel 35 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  2° [1 ...]1
  (3° rapporten inzake health technology assessment, opgesteld door het Federaal Kenniscentrum bedoeld in titel III, hoofdstuk 2, van de programmawet van 24 december 2002 voor het in aanmerking nemen van bedoelde apparatuur of technieken voor terugbetaling door de verzekering geneeskundige verzorging of voor programmatie en erkenning, al of niet in het kader van een medische of medisch-technische dienst of in het kader van de ziekenhuiswet;) <W 2002-12-24/31, art. 290, 011; Inwerkingtreding : 31-12-2002>
  (4°) de vergoeding van het geneesmiddelenverbruik met betrekking tot de gehospitaliseerde patiënt; <W 2002-12-24/31, art. 290, 011; Inwerkingtreding : 31-12-2002>
  4° (NOTA : ten gevolge van W 2002-12-24/31, art. 290, 011; Inwerkingtreding : 31-12-2002, dat een nieuw 3° heeft ingevoegd, dient waarschijnlijk "5°" hier gelezen te worden in plaats van "4°") de algemene regelen betreffende de financiering van het endoscopisch en viscerosynthesemateriaal en alle andere medische producten in het ziekenhuis;
  5° (NOTA : ten gevolge van W 2002-12-24/31, art. 290, 011; Inwerkingtreding : 31-12-2002, dat een nieuw 3° heeft ingevoegd, dient waarschijnlijk "6°" hier gelezen te worden in plaats van "5°") de methodologie voor de evaluatie van het opnamebeleid.
  Voor zover een advies, bedoeld in 1°, 4° en 5°, (NOTA : er dient hier waarschijnlijk rekening te worden gehouden met een impliciete wijziging van de nummering door W 2002-12-24/31, art. 290, 011; Inwerkingtreding : 31-12-2002) van het eerste lid, goedgekeurd is met een meerderheid van elk der categorieën van leden, bedoeld in artikel 159, 2°, 3°, en 4°, van deze wet, dan dient, in afwijking van andere wettelijke bepalingen terzake geen enkel ander orgaan bedoeld in de wet op de ziekenhuizen nog een advies te verlenen.
  Twee jaar na de benoeming van de leden van de Commissie, bedoeld in artikel 86ter van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, brengt de multipartite-structuur een evaluatieverslag uit met betrekking tot de functie van de verzekeringsinstellingen inzake de controles op de registratie, het opnamebeleid en de medische praktijk.
  
Art. 154ter. § 1. La Structure multipartite formule, en ce qui concerne la politique hospitalière, des avis sur les matières suivantes :
  1° l'instauration ou la modification de réglementations d'ordre financier, pour autant que celles-ci débouchent simultanément sur un financement tant par le budget des moyens financiers, visé à l'article 87 de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987, que par la nomenclature des prestations médicales, visée à l'article 35 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 et ce, sans préjudice des procédures de fixation et de modification de la nomenclature des prestations médicales, visée à l'article 35 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
  2° [1 ...]1
  (3° les rapports en matière de health technology assessment , établis par le Centre fédéral d'expertise, tel que visé au titre III, chapitre 2, de la loi-programme du 24 décembre 2002, pour la prise en compte des appareils et des techniques en question pour le remboursement dans le cadre de l'assurance soins de santé ou de leur programmation et agrément, et ce dans le cadre ou non d'un service médical ou médico-technique ou dans le cadre de la loi sur les hôpitaux;) <L 2002-12-24/31, art. 290, 011; En vigueur : 31-12-2002>
  (4°) l'indemnisation de la consommation médicamenteuse des patients hospitalisés; <L 2002-12-24/31, art. 290, 011; En vigueur : 31-12-2002>
  4° (NOTE : compte tenu de L 2002-12-24/31, art. 290, 011; En vigueur : 31-12-2002, qui a inséré un nouveau 3°, il faut sans doute lire 5° au lieu de 4°) les règles générales concernant le financement du matériel endoscopique et de viscérosynthèse et de tous les autres produits médicaux utilisés à l'hôpital;
  5° (NOTE : compte tenu de L 2002-12-24/31, art. 290, 011; En vigueur : 31-12-2002, qui a inséré un nouveau 3°, il faut sans doute lire 6° au lieu de 5°) la méthodologie pour l'évaluation de la politique d'admission.
  Si un avis, visé aux 1°, 4° et 5°, (NOTE : il y a sans doute lieu de tenir compte d'une modification implicite de la numérotation par L 2002-12-24/31, art. 290, 011; En vigueur : 31-12-2002, qui a inséré un nouveau 3°) de l'alinéa 1, a été approuvé à la majorité dans chaque catégorie de membres, visés à l'article 159, 2°, 3° et 4°, de la présente loi, aucun autre organe visé dans la loi sur les hôpitaux ne doit, par dérogation à d'autres dispositions légales en la matière, formuler un avis.
  Deux ans après la nomination des membres de la Commission, visée à l'article 86ter de la loi sur les hôpitaux coordonnée le 7 août 1987, la Structure multipartite rédige un rapport d'évaluation sur la fonction des organismes assureurs en ce qui concerne les contrôles de l'enregistrement, la politique en matière d'admissions et la pratique médicale.
  
Art. 154quater. <INGEVOEGD bij W 2002-08-22/39, art. 54; Inwerkingtreding : 10-09-2002> De multipartite-structuur heeft tot taak een overleg op gang te brengen, in haar midden, hetzij op verzoek van tenminste één van hogervermelde ministers, hetzij op eigen initiatief, over alle vraagstukken die verband houden met de samenhang van de activiteiten, adviezen en beslissingen van de organen van de Federale Overheidsdienst enerzijds en van het Instituut anderzijds, wat het ziekenhuisbeleid betreft.
Art. 154quater. La Structure multipartite a pour mission d'initier une concertation en son sein, soit à la demande d'au moins un des ministres précités, soit de sa propre initiative, au sujet de toutes les questions qui touchent aux problèmes de la cohérence des activités ainsi que des avis et des décisions formules, d'une part, par les organes du Service public fédéral et, d'autre part, par l'Institut, en ce qui concerne la politique hospitalière.
Art.155. Bij (de Federale Overheidsdienst) en het Instituut wordt een technische cel opgericht voor de verwerking van gegevens met betrekking tot de ziekenhuizen. <W 2002-08-22/39, art. 58, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  De technische cel is samengesteld uit een gelijk aantal personeelsleden van (de Federale Overheidsdienst) en het Instituut. Ze wordt geleid door twee geneesheren waarvan de ene behoort tot het personeel van (de Federale Overheidsdienst) en de andere tot het personeel van het Instituut. <W 2002-08-22/39, art. 58, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wijst een lid of een vertegenwoordiger aan die de technische cel bijstaat in het uitoefenen van haar opdrachten.
  (De personeelsleden van de technische cel worden aangeduid door de Koning.) <W 2002-12-24/31, art. 291, 011; Inwerkingtreding : 31-12-2002>
Art.155. Il est créé au sein du (Service public fédéral) et de l'Institut une cellule technique pour le traitement de données relatives aux hôpitaux. <L 2002-08-22/39, art. 58, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  La cellule technique est composée d'un nombre égal de membres du personnel du (Service public fédéral) et de l'Institut. Elle est dirigée par deux médecins, dont l'un fait partie du personnel du Ministère et l'autre du personnel de l'Institut. <L 2002-08-22/39, art. 58, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  La Commission de la protection de la vie privée désigne un membre ou un représentant pour assister la cellule technique dans l'accomplissement de ses missions.
  (Les membres du personnel de la cellule technique sont désignés par le Roi.) <L 2002-12-24/31, art. 291, 011; En vigueur : 31-12-2002>
Art.156. § 1. (De technische cel heeft tot taak gegevens met betrekking tot de ziekenhuizen, zoals bedoeld in § 2, te verzamelen, te koppelen, te valideren, anoniem te maken (...). Daarnaast stelt de technische cel de gegevens ter beschikking volgens de modaliteiten beschreven in § 3 (en § 4). <W 2002-12-24/31, art. 292, 011; Inwerkingtreding : 01-02-2004>
  Onder anonieme gegevens wordt hier verstaan deze die niet in verband kunnen worden gebracht met een natuurlijke of rechtspersoon die is of kan worden geïdentificeerd.) <W 2000-08-12/62, art. 43, A), 008; Inwerkingtreding : 10-09-2000>
  (§ 2.) Deze gegevens worden door (de Federale Overheidsdienst) en het Instituut ter beschikking gesteld met het oog enerzijds op de analyse van verbanden die bestaan tussen de uitgaven van de verzekering voor de geneeskundige verzorging en de behandelde aandoening en anderzijds op de uitwerking van financieringsregels, erkenningsnormen en kwaliteitsvoorwaarden in het kader van een doelmatig gezondheidsbeleid. <W 1999-12-24/36, art. 96, 2°, 007; Inwerkingtreding : 10-01-2000> <W 2002-08-22/39, art. 58, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  Inzonderheid zal de opdracht van de technische cel betrekking hebben op gegevens opgeleverd door de combinatie van de informatie uit de Minimale Klinische Gegevens, die haar (voor ieder dienstjaar) door (de Federale Overheidsdienst) worden meegedeeld binnen de termijn en op de wijze bepaald door de Koning en van de informatie betreffende de facturering bij de verzekeringsinstellingen, die haar (voor ieder dienstjaar) door het Instituut worden meegedeeld. (De aan de technische cel meegedeelde gegevens bevatten geen identificatie van natuurlijke personen.) <W 1999-12-24/36, art. 96, 5°, 007; Inwerkingtreding : 10-01-2000> <W 2000-08-12/62, art. 43, B), 008; Inwerkingtreding : 10-09-2000> <W 2002-08-22/39, art. 58, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de opdracht uitbreiden tot andere vormen van (gegevens met betrekking tot de ziekenhuizen waarbij geen natuurlijke persoon is geïdentificeerd). <W 2000-08-12/62, art. 43, C), 008; Inwerkingtreding : 10-09-2000>
  (De Koning bepaalt de wijze waarop de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen aan de in artikel 155 bedoelde technische cel, vanaf het begrotingsjaar 1995, de noodzakelijke informatie voor de samenvoeging van de (...) minimale klinische en financiële gegevens mededelen.) <W 1998-02-22/43, art. 198, 003; Inwerkingtreding : 13-03-1998> <W 2000-08-12/62, art. 43, D), 008; Inwerkingtreding : 10-09-2000>
  § 3. (De technische cel zal enkel anonieme gegevens ter beschikking stellen behoudens de hierna vermelde uitzonderingen.
  (Alle gegevens die nodig zijn voor de analyse van verbanden die bestaan tussen de uitgaven van de verzekering voor geneeskundige verzorging en de behandelde aandoening en anderzijds voor de uitwerking van financieringsregels, erkenningsnormen en kwaliteitsvoorwaarden in het kader van een doelmatig gezondheidsbeleid, worden rechtstreeks ter beschikking gesteld van de federale overheidsdienst, het Instituut en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg.
  De federale overheidsdienst, het Instituut en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg gebruiken de in het vorige lid bedoelde gegevens enkel in het kader van hun wettelijke of krachtens de wet voorziene opdrachten.
  Het laatste lid van deze paragraaf is van toepassing op elke mededeling van gegevens aan leden van advies- of beheersorganen van de federale overheidsdienst, het Instituut of het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg.
  De Koning kan nadere regelen bepalen voor de toepassing van het tweede en derde lid.
  Voor de in het tweede en derde lid bedoelde terbeschikkingstelling en gebruik van bedoelde gegevens, is geen machtiging vereist, en dit noch in het kader van [1 de regelgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens]1 noch in het kader van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van de Kruispuntbank van Sociale Zekerheid.) <W 2006-12-13/35, art. 35, 1°, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op welke wijze en onder welke voorwaarden anonieme gegevens of gegevens waarbij de rechtspersoon is of kan worden geïdentificeerd, verzameld door de technische cel, aan andere personen dan die vermeld in het tweede lid kunnen worden ter beschikking gesteld, rekening houdende met de aard en de doelstelling van de aanvraag van de gegevens. In geen geval mogen aan die personen gegevens waarbij een natuurlijke persoon is of kan worden geïdentificeerd worden meegedeeld.) <W 2000-08-12/62, art. 43, E), 008; Inwerkingtreding : 10-09-2000>
  (§ 4. Elke overdracht van persoonsgegevens vanuit de technische cel, (zoals bedoeld in § 3, laatste lid) vereist een principiële machtiging van (de afdeling gezondheid van het sectoraal comité van de sociale zekerheid en van de gezondheid) bedoeld in artikel 37 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid. <W 2006-12-13/35, art. 35, 2°, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2007> <W 2007-03-01/37, art. 67, 1°, 029; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  De technische cel stelt halfjaarlijks een rapport op met de aard en bestemming van de overgedragen gegevens. Dit rapport wordt meegedeeld aan de ministers, het Kenniscentrum bedoeld in titel III, hoofdstuk 2, van de programmawet van 24 december 2002, de Multipartitestructuur bedoeld in artikel 153 en (de in het vorig lid bedoelde afdeling gezondheid van het sectoraal comité van de sociale zekerheid en van de gezondheid).) <W 2002-12-24/31, art. 292, 011; Inwerkingtreding : 01-02-2004> <W 2007-03-01/37, art. 67, 2°, 029; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  
Art.156. § 1. (La cellule technique a pour tache de collecter, relier, valider, anonymiser (...) les données relatives aux hôpitaux, telles que visées au § 2. En outre, la cellule technique rend les données disponibles suivant les modalités définies au § 3 (et au § 4). <L 2002-12-24/31, art. 292, 011; En vigueur : 01-02-2004>
  Par données anonymes, on entend ici les données qui ne peuvent être mises en relation avec une personne physique ou morale, qui est ou peut être identifiée.) <L 2000-08-12/62, art. 43, A), 008; En vigueur : 10-09-2000>
  (§ 2.) Ces données sont mises à sa disposition par (le Service public fédéral) et par l'Institut, d'une part en vue d'une analyse des relations entre les dépenses de l'assurance soins de santé et l'affection traitée et, d'autre part en vue de l'élaboration de règles de financement, de normes d'agrément et de critères de qualité dans le cadre d'une politique de santé adéquate. <L 1999-12-24/36, art. 96, 2°, 007; En vigueur : 10-01-2000> <L 2002-08-22/39, art. 58, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  En particulier, cette mission se basera sur les données résultant de la combinaison des informations du Résumé Clinique Minimum, qui lui sont transmises (pour chaque exercice,) par (le Service public fédéral) dans le délai et selon les modalités déterminées par te Roi et des informations relatives à la facturation aux organismes assureurs, qui lui sont transmises (pour chaque exercice,) par l'Institut. (Les données communiquées à la cellule technique ne comportent pas d'identification de personnes physiques.) <L 1999-12-24/36, art. 96, 5°, 007; En vigueur : 10-01-2000> <L 2000-08-12/62, art. 43, B), 008; En vigueur : 10-09-2000> <L 2002-08-22/39, art. 58, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, étendre cette mission à d'autres types de (données relatives aux hôpitaux qui n'identifient pas une personne physique). <L 2000-08-12/62, art. 41, C), 008; En vigueur : 10-09-2000>
  (Le Roi fixe les modalités selon lesquelles les hôpitaux et les organismes assureurs sont tenus de transmettre à la cellule technique visée à l'article 155, à partir de l'exercice budgétaire 1995, les informations nécessaires a la fusion des données cliniques minimum et financières (...).) <L 1998-02-22/43, art. 198, 003; En vigueur : 13-03-1998> <L 2000-08-12/62, art. 43, D), 008; En vigueur : 10-09-2000>
  § 3. (La cellule technique ne mettra à disposition que des données anonymes, sauf les exceptions mentionnées ci-après.
  (Toutes les données qui sont nécessaires d'une part, à l'analyse des liens qui existent entre les dépenses de l'assurance soins de santé et l'affection traitée, et d'autre part, à l'élaboration des règles de financement, de normes d'agrément et de conditions de qualité dans le cadre d'une politique de santé efficiente, sont directement mises à la disposition du service public fédéral, de l'Institut et du Centre d'expertise des soins de santé.
  Le service public fédéral, l'Institut et le Centre d'expertise fédéral des soins de santé utilisent les données visées à l'alinéa précédent, uniquement dans le cadre de leurs missions légales ou en vertu de la loi.
  Le dernier alinéa du présent paragraphe s'applique à toutes les communications des données à des membres d'organes d'avis ou de gestion du service fédéral, de l'Institut ou du Centre d'expertise fédéral des soins de santé.
  Le Roi peut déterminer des règles plus précises quant à l'application des alinéas 2 et 3.
  Pour la mise à disposition et l'utilisation telles que visées aux alinéas 2 et 3, aucune autorisation n'est requise, ni dans le cadre de [1 la réglementation en matière de traitement de données à caractère personnel]1, ni dans le cadre de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la Sécurité sociale.) <L 2006-12-13/35, art. 35, 1°, 013; En vigueur : 01-01-2007>
  Le Roi détermine par arrêté, délibéré en Conseil des ministres, les modalités et conditions selon lesquelles des données anonymes ou des données par lesquelles la personne morale est ou peut être identifiée, collectées par la cellule technique, peuvent être mises à la disposition de personnes autres que celles mentionnées à l'alinéa 2, compte tenu de la nature et de l'objectif de la demande de données. En aucun cas des données par lesquelles une personne physique est ou peut être identifiée, ne peuvent être communiquées à ces personnes.) <L 2000-08-12/62, art. 41, E), 008; En vigueur : 10-09-2000>
  (§ 4. Toute transmission de données à caractère personnel par la cellule technique, (telle que visée au § 3, dernier alinéa), requiert une autorisation de principe (de la section santé du comité sectoriel de la sécurité sociale et de la santé) visé à l'article 37 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la sécurité sociale. <L 2006-12-13/35, art. 35, 2°, 013; En vigueur : 01-01-2007> <L 2007-03-01/37, art. 67, 1°, 029; En vigueur : 24-03-2007>
  La cellule technique rédige un rapport semestriel présentant la nature et la destination des données transmises. Ce rapport est communiqué aux ministres, au Centre d'expertise visé au titre III, chapitre 2, de la loi-programme du 24 décembre 2002, à la Structure multipartite visée à l'article 153 (ainsi qu'à la section santé du comité sectoriel de la sécurité sociale et de la santé visée à l'alinéa précité).) <L 2002-12-24/31, art. 292, 011; En vigueur : 01-02-2004> <L 2007-03-01/37, art. 67, 2°, 029; En vigueur : 24-03-2007>
  
Art. 156bis. <INGEVOEGD bij W 2002-12-24/31, art. 293; Inwerkingtreding : 31-12-2002> [1 De technische cel heeft, voor de gegevens en volgens door de Koning te bepalen nadere regels bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de bevoegdheid andere dan de in artikel 156 bepaalde gegevens te koppelen, in verband met de in de artikelen 263 en 264 van de programmawet van 24 december 2002 bedoelde opdrachten alsmede voor de in artikel 278, vijfde lid, van dezelfde wet bedoelde instellingen. De Koning bepaalt volgens dezelfde procedure de datum van inwerkingtreding van deze bevoegdheid van de technische cel, die voor de koppeling ten behoeve van het Intermutualistisch Agentschap is beperkt tot koppelingen met de in artikel 278, vijfde lid, van dezelfde wet bedoelde representatieve steekproef. De bevoegdheid van de technische cel om andere gegevens dan de voormelde representatieve steekproef te koppelen met de in artikel 156 bepaalde gegevens ten behoeve van het Intermutualistisch Agentschap wordt volgens dezelfde procedure bepaald door de Koning na advies van de Multipartite-structuur betreffende het ziekenhuisbeleid.]1
  (De technische cel kan eveneens, volgens de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld, de gegevens koppelen die noodzakelijk zijn voor de berekening van de normatieve verdeelsleutel bedoeld in artikel 196 van de voormelde gecoördineerde wet van 14 juli 1994.) <W 2008-07-24/35, art. 128, 016; Inwerkingtreding : onbepaald >
  
Art. 156bis. [1 La cellule technique a, pour les données et suivant les modalités à déterminer par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres et après avis de la Commission de la protection de la vie privée, la compétence de coupler des données autres que les données définies dans l'article 156, en rapport avec les missions définies dans les articles 263 et 264 de la loi-programme du 24 décembre 2002 et pour les institutions définies dans l'article 278, alinéa 5, de la même loi. Le Roi détermine suivant la même procédure la date d'entrée en vigueur de cette compétence de la cellule technique, qui pour le couplage au profit de l'Agence Intermutualiste est limitée aux couplages avec l'échantillon représentatif visé à l'article 278, alinéa 5, de la même loi. La compétence de la cellule technique de coupler d'autres données que celles de l'échantillon représentatif précité avec les données visées à l'article 156 en faveur de l'Agence Intermutualiste est déterminée par le Roi suivant la même procédure, après avis de la Structure multipartite en matière de politique hospitalière.]1
  (La cellule technique peut également, selon des modalités à fixer par le Roi, coupler les données nécessaires au calcul de la clé de répartition normative visée à l'article 196 de la loi coordonnée le 14 juillet 1994 susvisée.) <L 2008-07-24/35, art. 128, 016; En vigueur : indéterminée >
  
Art.157. [1 De federale overheidsdienst stelt aan het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg de minimale verpleegkundige gegevens en de personeelsgegevens die nodig zijn voor het verrichten van wetenschappelijke studies binnen het kader van de wettelijk voorziene opdrachten, rechtstreeks ter beschikking.
   Deze terbeschikkingstelling van gegevens blijft beperkt tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de betrokken wetenschappelijke studie.
   Voor de in dit artikel bedoelde terbeschikkingstelling en gebruik van bedoelde gegevens, is geen machtiging vereist, en dit noch in het kader van de regelgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens, noch in het kader van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van de Kruispuntbank van Sociale Zekerheid.]1

  
Art.157. [1 Le service public fédéral met directement à la disposition du Centre d'expertise fédéral des soins de santé le résumé infirmier minimum ainsi que les données de personnel nécessaires à la réalisation d'études scientifiques dans le cadre de ses missions légales.
   Cette mise à disposition de données se limite aux données nécessaires à la réalisation de l'étude scientifique concernée.
   Ni la mise à disposition ni l'utilisation de ces données, visées dans le présent article, ne requièrent d'autorisation, que ce soit dans le cadre de la réglementation relative au traitement des données à caractère personnel, ou dans le cadre de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la Sécurité sociale.]1

  
Art.158. De Koning bepaalt de verdeelsleutel volgens welke de kosten die verband houden met de verzameling, de verwerking (...) van de gegevens bedoeld in artikel 156 ten laste worden gelegd van (de Federale Overheidsdienst) en het Instituut. <W 2002-08-22/39, art. 58, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002> <W 2002-12-24/31, art. 294, 011; Inwerkingtreding : 31-12-2002>
Art.158. Le Roi détermine la clé de répartition selon laquelle les coûts relatifs à la collecte, au traitement (...) des données visées à l'article 156 sont mis à charge du (Service public fédéral) et de l'Institut. <L 2002-08-22/39, art. 58, 010; En vigueur : 10-09-2002> <L 2002-12-24/31, art. 294, 011; En vigueur : 31-12-2002>
Art.159. De [Multipartite-structuur] is samengesteld uit: <W 2002-08-22/39, art. 59, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  1° een voorzitter [en een ondervoorzitter], benoemd door de Koning op voordracht van de Minister die de Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft; <W 2002-08-22/39, art. 55, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002> <W 2002-08-22/39, art. 59, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  2° [zes] werkende en [zes] plaatsvervangende leden, geneesheren; deze leden worden benoemd door de Koning uit de lijsten met kandidaten voorgedragen door de representatieve beroepsorganisaties van de geneesheren. Iedere lijst telt een dubbel aantal kandidaten ten opzichte van het aantal mandaten die aan deze organisaties moeten worden verleend; <W 2002-08-22/39, art. 55, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  [1 2°/1 twee werkende en twee plaatsvervangende leden verpleegkundigen; deze leden worden benoemd door de Koning uit de lijsten met kandidaten voorgedragen door de beroepsorganisaties van de verpleegkundigen. Iedere lijst telt een dubbel aantal kandidaten ten opzichte van het aantal mandaten die aan deze organisaties moeten worden verleend.]1
  3° [zes] werkende en [zes] plaatsvervangende leden benoemd door de Koning uit de lijsten met kandidaten voorgedragen door de verzekeringsinstellingen. Iedere lijst telt een dubbel aantal kandidaten ten opzichte van het aantal mandaten die aan deze instellingen moeten worden verleend; <W 2002-08-22/39, art. 55, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  4° [zes] werkende en [zes] plaatsvervangende leden benoemd door de Koning uit de lijsten met kandidaten voorgedragen door de organisaties van ziekenhuizen. Iedere lijst telt een dubbel aantal kandidaten ten opzichte van het aantal mandaten die aan deze federaties moeten worden verleend; <W 2002-08-22/39, art. 55, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  5° [vijf] werkende en [vijf] plaatsvervangende deskundigen benoemd door de Koning op grond van hun specifieke bekwaamheid inzake organisatie en financiering van de ziekenhuizen op voordracht van de Ministers van Sociale Zaken en Volksgezondheid: <W 2002-08-22/39, art. 55, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  [ twee werkende leden en plaatsvervangende leden, waarvan telkens één de Federale Overheidsdienst en het Instituut vertegenwoordigen;] <W 2002-08-22/39, art. 55, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  [ een werkend lid en een plaatsvervanger die het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg vertegenwoordigen en die worden voorgesteld door de raad van bestuur van het Kenniscentrum;] <W 2002-12-24/31, art. 295, 011; Inwerkingtreding : 31-12-2002>
  - één werkend lid, zijnde de voorzitter of zijn afgevaardigde, van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen en één plaatsvervanger die lid is van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen;
  - [...] <W 2002-08-22/39, art. 55, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  - één werkend lid, zijnde de voorzitter of zijn afgevaardigde, van de Commissie voor Begrotingscontrole van het Instituut en één plaatsvervanger die lid is van dezelfde commissie;
  6° vier werkende en vier plaatsvervangende leden benoemd door de Koning op voordracht van de regering;
  7° één werkende vertegenwoordiger en een plaatsvervangende vertegenwoordiger van de Inspectie van Financiën, benoemd door de Koning op voordracht van de Minister die de Begroting onder zijn bevoegdheid heeft.
  [Van de totaliteit der leden bedoeld in 2°, 3°, en 4°, dienen tenminste twee derden lid te zijn van hetzij de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, hetzij van de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen. Laatst bedoelde leden dienen geneesheren-specialisten te zijn.] <W 2002-08-22/39, art. 55, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  
Art.159. La [Structure multipartite] est composée : <L 2002-08-22/39, art. 59, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  1° d'un président [et un vice-président], nommé par le Roi sur la proposition du Ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions et du Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions; <L 2002-08-22/39, art. 55, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  2° de [six] membres effectifs et [six] membres suppléants médecins; ces membres sont nommés par le Roi parmi les listes des candidats présentés par les organisations professionnelles représentatives du corps médical. Chaque liste comporte un nombre de candidatures double de celui des mandats à attribuer à ces organisations; <L 2002-08-22/39, art. 55, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  [1 2°/1 de deux membres effectifs et deux membres suppléants infirmiers; ces membres sont nommés par le Roi sur les listes de candidats présentées par les organisations professionnelles des infirmiers. Chaque liste compte un nombre double de candidats par rapport au nombre de mandats à attribuer à ces organisations.]1
  3° de [six] membres effectifs et [six] suppléants nommés par le Roi parmi les listes de candidats présentées par les organismes assureurs. Chaque liste comporte un nombre de candidatures double de celui des mandats à attribuer à ces organismes; <L 2002-08-22/39, art. 55, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  4° de [six] membres effectifs et [six] suppléants nommés par le Roi parmi les listes de candidats présentées par les organisations d'hôpitaux. Chaque liste comporte un nombre de candidatures double de celui des mandats à attribuer à ces fédérations; <L 2002-08-22/39, art. 55, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  5° de [cinq] experts effectifs et [cinq] suppléants nommés par le Roi en fonction de leur compétence spécifique en matière d'organisation et dé financement des hôpitaux, sur la proposition des Ministres des Affaires sociales et de la Santé publique : <L 2002-08-22/39, art. 55, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  [ deux membres effectifs et deux membres suppléants, dont un représentant du Service public fédéral et de l'Institut;] <L 2002-08-22/39, art. 55, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  [ un membre effectif et un membre suppléant qui représentent le Centre fédéral d'expertise des soins de santé et qui sont proposés par le conseil d'administration de celui-ci;] <L 2002-12-24/31, art. 295, 011; En vigueur : 31-12-2002>
  - un membre effectif, à savoir le président du Conseil national des établissements hospitaliers ou son représentant et un membre suppléant qui est membre du Conseil national des établissements hospitaliers;
  - [...] <L 2002-08-22/39, art. 55, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  - un membre effectif, à savoir le président de la Commission de contrôle budgétaire de l'Institut ou son représentant et un membre suppléant qui est membre de la même commission;
  6° de quatre membres effectifs et quatre suppléants nommés par le Roi sur proposition du Gouvernement;
  7° d'un représentant effectif et d'un représentant suppléant de l'inspection des Finances nommés par le Roi sur proposition du Ministre qui a le Budget dans ses attributions.
  [Sur l'ensemble des membres visés aux 2°, 3° et 4°, deux tiers au moins doivent être membres, soit du Conseil national des établissements hospitaliers, soit de la Commission nationale médico-mutualiste. Ces derniers doivent être des médecins spécialistes.] <L 2002-08-22/39, art. 55, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  
Art.160. Bedoelde leden hebben een hernieuwbaar mandaat van zes jaar.
  Om de voorzetting van de werkzaamheden te verzekeren, zetten de leden, waarvan het mandaat ten einde loopt, hun ambt verder tot zij vervangen worden.
  In geval het werkende lid verhinderd is neemt het plaatsvervangend lid deel aan de vergaderingen.
Art.160. Les membres susvisés ont un mandat de six ans renouvelable.
  Pour assurer la continuité des activités, les membres dont la durée du mandat est arrivée à expiration, en poursuivent cependant l'exercice jusqu'à leur remplacement.
  Le membre suppléant assiste aux réunions en cas d'empêchement du membre effectif.
Art.161. Bij het uitvoeren van haar opdracht kan de (Multipartite-structuur) een beroep doen op deskundigen en op vertegenwoordigers van andere personeelscategorieën die tussenkomen in de ziekenhuisactiviteit, evenals werkgroepen oprichten die belast worden met een welomschreven opdracht. <W 2002-08-22/39, art. 59, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
Art.161. En vue de remplir sa mission, la (Structure multipartite) peut faire appel à des experts et à des représentants des autres catégories du personnel intervenant dans l'activité hospitalière, ainsi qu'instituer des groupes de travail chargés d'une mission précise. <L 2002-08-22/39, art. 59, 010; En vigueur : 10-09-2002>
Art.162. Voor de uitoefening van haar activiteit wordt de (Multipartite-structuur) bijgestaan door een secretariaat. <W 2002-08-22/39, art. 59, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  Dit secretariaat bestaat uit een gelijk aantal ambtenaren van (de Federale Overheidsdienst) en van het Instituut. De Minister van Sociale Zaken en de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft stellen samen een in het vorig lid bedoelde ambtenaar aan als secretaris van de structuur. <W 2002-08-22/39, art. 58, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  De (Multipartite-structuur) stelt haar intern reglement op en legt dit ter goedkeuring voor aan de Ministers die Sociale Zaken en Volksgezondheid onder hun bevoegdheid hebben. <W 2002-08-22/39, art. 59, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
  (De Koning kan nadere regels bepalen inzake de administratieve onderbouwing van de Multipartite-structuur en diens afdelingen, alsmede inzake de financiering ervan.
  De Koning kan binnen de Multipartite-structuur afdelingen inrichten, die ieder onder delegatie en toezicht van de multipartite-structuur een gedeelte van de bevoegdheden bedoeld in artikel 154, 154bis, 154ter en 154quater uitoefenen. De multipartite-structuur bepaalt in het huishoudelijk reglement de regelen inzake samenstelling van de afdelingen.) <W 2002-08-22/39, art. 56, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
Art.162. La (Structure multipartite) est assistée, dans l'exercice de ses activités, par un secrétariat. Ce secrétariat se compose en nombre égal, de fonctionnaires du (Service public fédéral) et de fonctionnaires de l'Institut. <L 2002-08-22/39, art. 58 et 59, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  Le Ministre des Affaires sociales et le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions désignent conjointement un fonctionnaire visé à l'alinéa précèdent comme secrétaire de la structure.
  La (Structure multipartite) établit son règlement d'ordre intérieur et le soumet pour approbation aux Ministres qui ont les Affaires sociales et la Santé publique dans leurs attributions. <L 2002-08-22/39, art. 59, 010; En vigueur : 10-09-2002>
  (Le Roi peut préciser des règles en matière de soutien administratif de la Structure multipartite et de ses sections, ainsi que du financement de celles-ci.
  Le Roi peut subdiviser la Structure multipartite en sections, chacune d'elles exerçant une partie des compétences visées à l'article 154, 154bis, 154ter et 154quarter, sous délégation et supervision de la Structure multipartite. La Structure multipartite détermine dans son règlement d'ordre intérieur les règles relatives à la composition des sections.) <L 2002-08-22/39, art. 56, 010; En vigueur : 10-09-2002>
Art.163. Het koninklijk besluit van 28 maart 1995 houdende oprichting van een (Multipartite-structuur) tussen de ziekenhuisbeheerders, geneesheren en verzekeringsinstellingen en houdende oprichting van een gegevensbank betreffende de ziekenhuissector, wordt opgeheven. <W 2002-08-22/39, art. 59, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002>
Art.163. L'arrêté royal du 28 mars 1995 portant création d'une (Structure multipartite) entre les gestionnaires d'hôpitaux, les médecins et les organismes assureurs, ainsi que d'une banque de données relatives au secteur hospitalier, est abrogé. <L 2002-08-22/39, art. 59, 010; En vigueur : 10-09-2002>
Art.164. <W 2002-08-22/39, art. 57, 010; Inwerkingtreding : 10-09-2002> De Koning kan nadere regels bepalen inzake de werking van de Multipartite-structuur.
Art.164. <L 2002-08-22/39, art. 57, 010; En vigueur : 10-09-2002> Le Roi peut préciser des règles concernant le fonctionnement de la Structure multipartite.
TITEL III. - Diverse bepalingen.
Titre III. - Dispositions diverses.
Art.165. § 1. In artikel 33 van de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in § 1 worden na de woorden "werkgeversbijdragen " de woorden " van sociale zekerheid " ingevoegd en worden de woorden " vastgesteld in artikel 38, § 3, 1° tot 7°, en § 3bis van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers " geschrapt,
  2° dit artikel wordt aangevuld met een § 5, luidend als volgt:
  " § 5. Voor de in § 1 bedoelde werknemers gelden dezelfde bepalingen inzake jaarlijkse vakantie als voor de in het koninklijk besluit nr 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, bedoelde gesubsidieerde contractuelen. "
  § 2. Het aldus gewijzigde artikel heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1996.
Art.165. § 1. A l'article 33 de la loi du 22 décembre 1995 portant des mesures visant à exécuter le plan pluriannuel pour l'emploi sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1, les mots "de sécurité sociale" sont ajoutés après les mots "cotisations patronales" et les mots "fixées à l'article 38, § 3, 1° à 7° et § 3bis de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés" sont supprimés;
  2° cet article est complété par un § 5, libellé comme suit :
  "§ 5. Pour les travailleurs visés au § 1, les mêmes dispositions en matière de vacances annuelles que pour les contractuels subventionnés visés à l'arrêté royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant création d'un régime de contractuels subventionnés par l'Etat auprès de certains pouvoirs locaux sont d'application."
  § 2. L'article ainsi modifié produit ses effets le 1 janvier 1996.
Art.166. Artikel 34 van dezelfde wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1996.
Art.166. L'article 34 de la même loi produit ses effets le 1 janvier 1996.
Art.167. § 1. Artikel 38, § 3bis, negende lid van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, wordt aangevuld als volgt:
  "en van de werknemers die rechthebbende zijn op kinderbijslag ingevolge een tewerkstelling in toepassing van artikel 33 van de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid".
  § 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1996.
Art.167. § 1er. L'article 38, § 3bis, alinéa 9 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés est complète comme suit :
  "et des travailleurs attributaires d'allocations familiales à la suite d'un emploi en application de l'article 33 de la loi du 22 décembre 1995 portant des mesures visant à exécuter le plan pluriannuel pour l'emploi".
  § 2. Cet article produit ses effets le 1er janvier 1996.
Art.168. §1. In artikel 60, § 7, tweede lid van de organieke wet van .8 juli 1976 betreffende de Openbare Centra voor maatschappelijk welzijn, worden na de woorden " of een ander openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn" de woorden "een vereniging waarvan sprake in Hoofdstuk XII van deze wet of een openbaar ziekenhuis dat van rechtswege aangesloten is bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten ,", ingevoegd.
  § 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1996.
Art.168. § 1er. A l'article 60, § 7, alinéa 2 de la loi organique du 8 juillet 1976 des Centres publics d'aide sociale, il y a lieu d'ajouter, après les mots "ou un autre centre public d'aide sociale", les mots "une association au sens du Chapitre XII de la présente loi ou un hôpital public, affilié de plein droit à l'Office national de Sécurité sociale des Administrations provinciales et locales".
  § 2. Cet article produit ses effets le 1er janvier 1996.
TITEL IV. - Volksgezondheid.
TITRE IV. - Santé publique.
HOOFDSTUK I. - Medisch aanbod en evaluatie.
CHAPITRE I. - Offre médicale et évaluation.
Art.169. In hoofdstuk IIbis van het koninklijk besluit nr 78 van l0 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, wordt een artikel 35octies ingevoegd, luidend als volgt:
  " Art. 35octies. § 1. Bij het Ministerie van Sociale zaken Volksgezondheid en Leefmilieu wordt een PlanningscommissieMedisch aanbod opgericht.
  § 2. De opdracht van deze Commissie bestaat erin :
  - de behoeften inzake medisch aanbod na te gaan met betrekking tot de beroepen vermeld in de artikelen 2, §1, en 3. Bij het bepalen van deze behoeften dient rekening gehouden te worden met de evolutie van de behoeften inzake medische zorgen de kwaliteit van de zorgenverstrekking, en de demografische en de sociologische evolutie van de betrokken beroeren. Een eerste rapport zal neergelegd worden bij de Ministers van Volksgezondheid en Sociale Zaken ten laatste op 15 mei 1996, inzake behoeften, bevattend voorstellen van een globaal aantal en van een verdeling, onder andere per Gemeenschap;
  - op een continue wijze de weerslag evalueren die de bepaling van deze behoeften heeft op de toegang tot de studies voor de beroepen bedoeld in de artikelen 2, §1, en 3;
  - jaarlijks een verslag opstellen ten behoeve van de Ministers van Volksgezondheid en Sociale Zaken betreffende de relatie tussen de behoeften, studies, en de doorstroming tot de stages, met het oog op het verkrijgen van de bijzondere beroepstitels bedoeld in artikel 35ter.
  § 3. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de samenstelling en de werking van de Planningscommissie. De Planningscommissie kan zich laten bijstaan door experten.
  De Planningscommissie wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Minister van Volksgezondheid. Het secretariaat wordt waargenomen door een ambtenaar van Volksgezondheid, aangewezen door de Minister.
  § 4. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit en op voorstel van de Minister van Volksgezondheid, de opdrachten van de Planningscommissie uitbreiden tot andere beroepen vermeld in artikel 35ter."
Art.169. Dans le chapitre IIbis de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice de l'art de guérir, de l'art infirmier, des professions paramédicales et des commissions médicales, un article 35octies est inséré, libellé comme suit :
  "Art. 35octies. § 1er. Une Commission de planification offre médicale est instituée auprès du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement.
  § 2. La mission de cette Commission consiste à :
  - examiner les besoins en matière d'offre médicale en ce qui concerne les professions visées aux articles 2, § 1, et 3. Pour déterminer ces besoins, il sera tenu compte de l'évolution des besoins relatifs aux soins médicaux, de la qualité des prestations de soins et de l'évolution démographique et sociologique des professions concernées. Un premier rapport sera déposé au plus tard le 15 mai 1996 à l'intention des Ministres de la Santé Publique et des Affaires sociales, concernant les besoins, comportant des propositions de chiffre global et de répartition notamment par Communauté;
  - évaluer de manière continue l'incidence qu'a l'évaluation de ces besoins sur l'accès aux études pour les professions visées aux articles 2, § 1, et 3;
  - adresser annuellement aux Ministres de la Santé publique et des Affaires sociales un rapport sur la relation entre les besoins, les études et le passage à l'accès aux stages requis afin d'obtenir les titres professionnels particuliers, vises par l'article 35ter.
  § 3. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, la composition et le fonctionnement de la Commission de planification. La Commission de planification peut se faire aider par des experts.
  La Commission de planification est présidée par un représentant du Ministre de la Santé publique. Le secrétariat est assuré par un fonctionnaire de la Santé publique, désigné par le Ministre.
  § 4. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et sur proposition du Ministre de la Santé Publique, étendre les missions de la Commission de planification aux autres professions visées à l'article 35ter."
Art.170. In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 35nonies ingevoegd, luidend als volgt:
  " Art. 35nonies. § 1. Op gezamenlijk voorstel van de Ministers van Volksgezondheid en Sociale Zaken, bij een in Ministerraad overlegd besluit, en dit voor de beroepen vermeld in de artikelen 2, § 1, en 3:
  1° bepaalt de Koning, na advies van de Planningscommissie, het globaal aantal kandidaten, opgesplitst per Gemeenschap, dat jaarlijks na het bekomen van het diploma bedoeld in de artikelen 2, § 1, en 3, toegang geeft tot het verkrijgen van de bijzondere beroepstitels die het voorwerp uitmaken van de erkenning bedoeld in artikel 35ter;
  2° legt de Koning de criteria vast voor de selectie van de kandidaten voor het verkrijgen van de bijzondere beroepstitels die het voorwerp uitmaken van de erkenning bedoeld in artikel 35ter.
  § 2. De in §1, 1°, bedoelde maatregel:
  1° kan ten vroegste uitwerking hebben na een termijn die gelijk is aan de duur van de studies die nodig zijn voor het behalen van de in de artikelen 2, §1, en 3 bedoelde diploma's;
  2° wordt door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit opgeschort, indien blijkt onder andere uit het rapport van de Planningscommissie bedoeld in artikel 35octies, § 2, dat de vastgestelde behoeften per Gemeenschap niet worden overschreden onder meer ten gevolge van de maatregelen genomen per Gemeenschap inzake aanbodsbeheersing.
  § 3. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit en na advies van de Planningscommissie op voorstel van de Minister van Volksgezondheid en van de Minister van Sociale Zaken, per Gemeenschap het aantal kandidaten bepalen dat toegang heeft tot de diverse beroepstitels of groep van bijzondere beroepstitels.
  § 4. De Koning kan op voorstel van de Minister van Volksgezondheid en bij een in Ministerraad overlegd besluit, mits de nodige aanpassingen, de bepalingen van §§ 1, 2 en 3 uitbreiden tot andere beroepen vermeld in artikel 35ter. "
Art.170. Dans le même chapitre du même arrêté royal est inséré un article 35nonies, libellé comme suit :
  "Art. 35nonies. § 1. Sur proposition conjointe des Ministres de la Santé publique et des Affaires sociales, par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres, et pour les professions visées aux articles 2, § 1 et 3 :
  1° le Roi détermine, après avis de la Commission de planification, le nombre global de candidats, réparti par Communauté, qui, après avoir obtenu le diplôme visé aux articles 2, § 1, et 3, ont annuellement accès à l'attribution des titres professionnels particuliers, faisant l'objet de l'agrément visé à l'article 35ter;
  2° le Roi fixe les critères pour la sélection des candidats à l'obtention des titres professionnels particuliers qui font l'objet de l'agrément visé par l'article 35ter.
  § 2. La mesure visée au § 1, 1° :
  1° ne peut produire ses effets qu'après un délai égal à la durée des études nécessaires à l'obtention des diplômes visés aux articles 2, § 1, et 3;
  2° est suspendue par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, s'il ressort notamment du rapport de la Commission de planification, visée à l'article 35octies, § 2, que les besoins fixés par Communauté ne sont pas dépassés entre autres à la suite des mesures prises par Communauté en ce qui concerne la maîtrise des besoins.
  § 3. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres et après avis de la Commission de planification, sur proposition du Ministre de la Santé publique et du Ministre des Affaires sociales, déterminer par Communauté le nombre de candidats ayant accès aux différents titres professionnels ou groupes de titres professionnels particuliers.
  § 4. Le Roi peut, sur proposition du Ministre de la Santé publique et par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, étendre les dispositions prévues aux §§ 1, 2 et 3, moyennant les adaptations nécessaires, aux autres professions visées à l'article 35ter."
Art.171. In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 35decies ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 35decies. De Koning kan, op gezamenlijk voorstel van de Ministers van Volksgezondheid en Sociale Zaken, bij een in Ministerraad overlegd besluit, regels bepalen met betrekking tot het einde van de erkenning bedoeld in artikel 35ter voor de beoefenaars vermeld in de artikelen 2, § 1, en 3. "
Art.171. Dans le même chapitre du même arrêté royal est inséré un article 35decies, libellé comme suit :
  "Art. 35decies. Le Roi peut, sur proposition conjointe des Ministres de la Santé publique et des Affaires sociales et par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, déterminer les règles relatives à l'arrêt de l'agrément visé à l'article 35ter pour des praticiens visés aux articles 2, § 1, et 3."
Art.172. In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 35undecies ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 35undecies. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit, op voorstel van de Minister van Volksgezondheid en de Minister van Sociale zaken, ten aanzien van de dragers van een bijzondere beroepstitel als bedoeld in artikel 35ter, en volgens de procedure die Hij omschrijft:
  1. de medewerking aan een programma van evaluatie van de medische praktijk opleggen;
  2. algemene regels inzake de evaluatie van de medische praktijk bepalen;
  3. voorzien in maatregelen van opschorting van erkenning, bedoeld in artikel 35ter, indien de betrokken beroepsbeoefenaars de in 1 en 2 bepaalde regels niet naleven.
Art.172. Dans le même chapitre du même arrêté royal est inséré un article 35undecies, libellé comme suit :
  "Art. 35undecies. - Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, sur proposition du Ministre de la Santé publique et du Ministre des Affaires sociales, vis-à-vis des porteurs d'un titre particulier visé à l'article 35ter et selon la procédure qu'il prescrit :
  1. imposer la collaboration à un programme d'évaluation de la pratique médicale;
  2. déterminer les règles générales concernant l'évaluation de la pratique médicale;
  3. prévoir des mesures de suspension de l'agrément, prévu à l'article 35ter, si les prestataires concernés ne suivent pas les règles déterminées aux 1 et 2.
Art.173. In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 35duodecies ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 35duodecies. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit, normen uitvaardigen inzake de inhoudelijke, functionele en structurele aspekten van de praktijkvoering van de beoefenaars bedoeld in artikel 35ter. Hij kan voorzien in maatregelen van opschorting van erkenning bedoeld in artikel 35ter, indien de betrokken beroepsbeoefenaars de bedoelde normen niet toepassen."
Art.173. Dans le même chapitre du même arrêté royal est inséré un article 35duodecies, rédigé comme suit :
  "Art. 35duodecies. - Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, décréter des normes relatives au contenu et aux aspects fonctionnels et structurels concernant la pratique des praticiens prévus à l'article 35ter. Il peut prévoir des mesures de suspension de l'agrément, prévu à l'article 35ter, si les prestataires concernes n'appliquent pas les normes visées."
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet op de ziekenhuizen.
CHAPITRE II. - Modification de la loi sur les hôpitaux.
Art.174. In artikel 6 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, worden de woorden "en van andere, door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit te bepalen groepen." toegevoegd.
Art.174. Dans l'article 6 de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987, sont insérés les mots "et d'autres groupes désignés par le Roi par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres.".
Art.175. In dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 8 van de titel 1, hoofdstuk 1, vervangen door de volgende tekst:
  "Afdeling 8. - Samenwerkingsverbanden tussen verzorgingsinstellingen en diensten ".
Art.175. Dans la même loi l'intitulé de la section 8 du titre Ier chapitre I, est remplacé par le texte qui suit :
  "Section 8. - Associations d'institutions de soins et de services".
Art.176. In dezelfde wet wordt artikel 9bis, vervangen door de volgende bepaling:
  "Art. 9bis. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit, en na de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling programmatie en erkenning, gehoord te hebben, de toepassing van de bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk, en met de nodige aanpassingen, uitbreiden tot de samenwerkingsverbanden inzake verzorgingsdomeinen door Hem nader omschreven, tussen verzorgingsinstellingen en diensten zoals deze door Hem nader worden omschreven. ".
Art.176. Dans la même loi l'article 9bis est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 9bis. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres après avoir entendu le Conseil National des Etablissements Hospitaliers, section programmation et agrément, étendre en tout ou en partie avec les adaptations nécessaires, l'application des dispositions de la présente loi aux associations, relatives aux domaines de soins qu'il précise, entre établissements de soins et services précisés par Lui.".
Art.177. In artikel 35 van dezelfde wet, wordt het woord "psychiatrisch" geschrapt.
Art.177. A l'article 35 de la même loi, le mot "psychiatrique" est suppri mé.
HOOFDSTUK III. - Wijziging van de wet tot oprichting van begrotingsfondsen.
CHAPITRE III. - Modification de la loi créant des fonds budgétaires.
Art.178. De derde kolom van artikel 25.1 van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt als volgt gewijzigd:
  "Inspectie der apotheken: bezoldiging van statutairen en contractuelen, erelonen, zitpenningen; vermogensuitgaven en werkingskosten; studies en onderzoeken; opstellen en verspreiden van informatie; onderzoek en controle van de kwaliteit van de geneesmiddelen. "
Art.178. La troisième colonne de l'article 25.1 du tableau annexe a la loi organique du 27 décembre 1990 créant les fonds budgétaires, est modifiée comme suit :
  "Inspection des pharmacies : traitements statutaires et contractuels, honoraires, jetons de présence; dépenses patrimoniales et frais de fonctionnement; études et enquêtes; rédaction et distribution d'information; examen et contrôle de la qualité des médicaments."
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de wet op de geneesmiddelen.
CHAPITRE IV. - Modification de la loi sur les médicaments.
Art.179. Artikel 5 van de wet op de geneesmiddelen van 25 maart 1964 wordt vervangen door de volgende bepaling:
  "Art. 5. § 1. De Minister van Volksgezondheid coördineert en regelt de informatie over de geneesmiddelen, die door het Ministerie van Volksgezondheid en door erkende organisaties wordt verstrekt. De informatie heeft betrekking op alle aspekten van het geneesmiddel en zijn gebruik inzonderheid het goed therapeutisch gebruik en op de verhoudingen nut/risico en kwaliteit/prijs. De verspreiding van onafhankelijke informatie gebeurt door deskundigen aangewezen door de Minister en is gericht aan de beoefenaars bedoeld in het koninklijk besluit nr 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies.
  § 2. De Koning kan elke vorm van organisatie erkennen welke tot stand komt op initiatief van de Orden der Geneesheren, der Dierenartsen en der Apothekers, op initiatief van de belanghebbende beroepsorganisaties, of van gelijk welke wetenschappelijke vereniging, en die bestemd is om op systematische wijze in de medisch-pharmaceutische voorlichting omtrent de geneesmiddelen te voorzien. De Koning stelt de voorwaarden inzake erkenning vast. "
Art.179. L'article 5 de la loi sur les médicaments du 25 mars 1964 est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 5. § 1. Le Ministre de la Santé publique coordonne et règle l'information sur les médicaments, fournie par le Ministère de la Santé publique et les organismes agréés. Cette information se rapporte à tous les aspects du médicament et son utilisation, notamment sur le bon usage thérapeutique et sur les rapports effets/risques et qualité/prix. La diffusion de 1' information indépendante se fait par des experts désignés par le Ministre et est adressée aux prestataires visés à l'arrêté royal n° 78 relatif à l'exercice de l'art de guérir, de l'art infirmier, des professions paramédicales et des commissions médicales.
  § 2. Le Roi peut agréer toute forme d'organisation qui est due à l'initiative des Ordres des Médecins, des Médecins-vétérinaires et des Pharmaciens, à celle des organisations professionnelles intéressées ou à celle de tout organisme scientifique et qui est destinée à assurer de façon systématique l'information médico-pharmaceutique relative aux médicaments. Le Roi définit les règles relatives à l'agrément."
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel.
CHAPITRE V. - Modifications de la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes.
Art.180. Artikel 5 van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, gewijzigd bij de wet van 13 juli 1981 wordt vervangen door de volgende bepaling:
  "Art. 5. § 1. De keuring wordt verricht door dierenartsen, personeelsleden van het Instituut voor veterinaire keuring.
  § 2. Om de ononderbroken uitvoering te waarborgen van de keurings- en controletaken die door of krachtens deze wet aan dierenartsen zijn voorbehouden, kan de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, onder de voorwaarden door de Koning bepaald, een beroep doen op de medewerking van andere dierenartsen.
  § 3. Bij de uitoefening van hun taak kunnen de dierenartsen bedoeld in dit artikel, bijgestaan worden door technische helpers, personeelsleden van het Instituut voor veterinaire keuring."
Art.180. L'article 5 de la loi du 5 septembre 1952 relative l'expertise et au commerce des viandes, modifié par la loi du 13 juillet 1981, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 5. § 1. L'expertise est effectuée par des médecins vétérinaires membres du personnel de l'Institut d'expertise vétérinaire.
  § 2. En vue de garantir l'exécution continue des missions d'expertise et de contrôle qui sont réservées par ou en vertu de la présente loi à des médecins vétérinaires, le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut, dans les conditions fixées par le Roi, faire appel à la collaboration d'autres médecins vétérinaires.
  § 3. Lors de l'exécution de leurs tâches, les médecins vétérinaires visés au présent article, peuvent être assistés par des aides techniques membres du personnel de l'Institut d'expertise vétérinaire."
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel.
CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 15 avril 1965 concernant l'expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier et modifiant la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce de viandes.
Art.181. Artikel 5 van de wet van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, gewijzigd bij de wet van 13 juli 1981, wordt vervangen door de volgende bepaling:
  "Art. 5. § 1. De keuring wordt verricht door dierenartsen, personeelsleden van het Instituut voor veterinaire keuring.
  § 2. Om de ononderbroken uitvoering te waarborgen van de keurings- en controletaken die door of krachtens deze wet aan dierenartsen zijn voorbehouden, kan de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, onder de voorwaarden door de Koning bepaald, een beroep doen op de medewerking van andere dierenartsen.
  § 3. Bij de uitoefening van hun taak kunnen de keurders en de dierenartsen bedoeld in dit artikel, bijgestaan worden door technische helpers, personeelsleden van het Instituut voor veterinaire keuring. ".
Art.181. L'article 5 de la loi du 15 avril 1965 concernant l'expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier et modifiant la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes, modifié par la loi du 13 juillet 1981, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 5. § 1. L'expertise est effectuée par des médecins vétérinaires, membres du personnel de l'Institut d'expertise vétérinaire.
  § 2. En vue de garantir l'exécution continue des missions d'expertise et de contrôle qui sont réservées par ou en vertu de la présente loi à des médecins vétérinaires, le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions peut, dans les conditions fixées par le Roi, faire appel à la collaboration d'autres médecins vétérinaires.
  § 3. Lors de l'exécution de leurs tâches, les experts et les médecins vétérinaires vises au présent article, Peuvent être assistés par des aides techniques, membres du personnel de l'Institut d'expertise vétérinaire."
HOOFDSTUK- VII. - Wijzigingen van de wet van 13 juli 1981 tot oprichting van een Instituut voor veterinaire keuring.
CHAPITRE VII. - Modifications de la loi du 13 juillet 1981 portant création d'un Institut d'expertise vétérinaire.
Art.182. De artikelen 4 en 36, § 3, van de wet van 13 juli 1981 tot oprichting van een Instituut voor veterinaire keuring, worden opgeheven.
Art.182. Les articles 4 et 36, § 3, de la loi du 13 juillet 1981 portant création d'un Institut d'expertise vétérinaire, sont abrogés.
TITEL V. - Pensioenen.
TITRE V. - Pensions.
Art.183. De benoemingsbesluiten van de Staatssecretaris voor Pensioenen aangaande de bij de Rijkskas voor Rust- en Overlevingspensioenen aangeworven statutaire ambtenaren tussen 1 januari 1982 en 31 maart 1987 worden bekrachtigd.
Art.183. Les arrêtés de nomination du Secrétaire d'Etat aux Pensions concernant les agents statutaires recrutés par la Caisse nationale des pensions de retraite et de survie entre le 1er janvier 1982 et le 31 mars 1987 sont ratifiés.
TITEL VI. - Wetenschappelijk onderzoek.
TITRE VI. - Recherche scientifique.
Art.184. In de zin van deze titel, wordt onder werkgever verstaan:
  a) de universiteiten en de gelijkgestelde onderwijsinrichtingen;
  b) de wetenschappelijke inrichtingen beheerd door de Federale Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten of, wat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
  [1 c) Sciensano]1
  De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit het begrip van werkgever uitbreiden tot andere inrichtingen of diensten erkend of gesubsidieerd door de Federale Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten of, voor het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en die activiteiten van wetenschappelijk onderzoek verrichten.
  
Art.184. Au sens du présent titre, il y a lieu d'entendre par employeur :
  a) les universités et établissements d'enseignement y assimilés;
  b) les institutions scientifiques gérées par l'Etat fédéral, les Communautés ou les Régions ou, en ce qui concerne la Région de Bruxelles-Capitale, la Commission communautaire commune.
  [1 c) Sciensano]1
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, étendre la notion d'employeur à d'autres établissements ou services agréés ou subventionnés par l'Etat fédéral, les Communautés ou les Régions ou pour la Région de Bruxelles Capitale, par la Commission communautaire commune et poursuivant des activités de recherche scientifique.
  
Art.185. § 1. De werkgevers bedoeld in artikel (184) hebben voor iedere bijkomende netto aanwerving voor activiteit van wetenschappelijk onderzoek recht op een vrijstelling van de werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid bepaald bij artikel 38, § 3, [2 1° of 2° of 3°]2 en § 3bis van de voormelde wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, voor zover zij de overeenkomst toepassen gesloten tussen hen en de Minister tot wiens bevoegdheid Wetenschapsbeleid behoort en de Minister tot wiens bevoegdheid Sociale Zaken behoort. <W 1999-12-24/43, art. 21, 006; Inwerkingtreding : 06-02-2000>
  [1 [3 Er wordt voor de berekening van de vermindering geen rekening gehouden met de loonmatigingsbijdrage bedoeld in artikel 38, § 3bis, eerste lid, van voornoemde wet van 29 juni 1981, die niet werd berekend op de werkgeversbijdragen bedoeld in artikel 38, § 3, 1° of 2° of 3° en 8°, en § 3bis, eerste en tweede lid, van dezelfde wet, noch met de patronale bijdragen verschuldigd op het deel van het basisloon dat het door de Koning bepaalde grensbedrag per kwartaal overschrijdt, zoals bepaald in artikel 38, § 1, tweede lid, van dezelfde wet.
   In geval de overschrijding een gevolg is van meerdere tewerkstellingen, zoals bepaald in artikel 2, eerste lid, 1°, van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, bij eenzelfde werkgever, worden de verschuldigde bijdragen die per tewerkstelling niet mogen overschreden worden evenredig verdeeld over de tewerkstellingen volgens de verhouding van het basisloon van de tewerkstelling in het kwartaal en het totale basisloon van al de tewerkstellingen van de werknemer samen over het kwartaal.]3
]1

  § 2. Worden beschouwd voor wetenschappelijk onderzoek te zijn tewerkgesteld, de personeelsleden, met uitsluiting van het administratief personeel dat niet rechtstreeks betrokken is bij het onderzoek en van het bewakings-, onderhouds- en keukenpersoneel, waarvoor de werkgever het bewijs aanvoert dat ze tewerkgesteld zijn voor wetenschappelijk onderzoek, volgens de voorwaarden vastgelegd in de paragrafen 3 en 4.
  § 3. De in paragraaf 1 bedoelde overeenkomst zal het volgende vastleggen:
  a) de functies en/of categorieën van werknemers waarvoor de werkgever de bovengenoemde vrijstelling kan verkrijgen;
  b) het aantal personen, in voltijds equivalent, die reeds werken in de instelling (CE) en de functies uitoefenen of behoren tot de categorieën sub a);
  c) het aantal in voltijds equivalent, de functie of de categorie tot welke de persoon(en) behoort (behoren) waarvoor de vrijstelling wordt aangevraagd;
  d) de datum waarop de overeenkomst uitwerking heeft.
  § 4. Elke latere aanwerving van personen waarvoor het voordeel van de bepalingen van deze titel zou worden gevraagd, zal het voorwerp uitmaken van een aanhangsel aan de oorspronkelijke overeenkomst en waarvoor dezelfde voorwaarden zullen gelden als voor de oorspronkelijke overeenkomst.
  § 5. Jaarlijks wordt bij de overeenkomst een door de Federale Diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden een eensluidend verklaard afschrift gevoegd van de inlichtingen die de werkgever aan die diensten heeft verstrekt voor het opmaken van de inventaris van het wetenschappelijk en technologisch personeel, bijgewerkt op de laatste dag van het vorige boekjaar.
  § 6. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit, wat men moet verstaan onder netto bijkomende aanwerving alsook de toekenningsmodaliteiten voor de vrijstelling van de werkgeversbijdrage bedoeld in § 1.
  § 7. (De overeenkomst bedoeld in § 1 wordt afgesloten voor een maximumduur van twee jaar. Deze overeenkomst kan evenwel uitdrukkelijk worden verlengd. De duur van elke verlenging is maximaal dezelfde als die van de oorspronkelijke overeenkomst.) <W 2006-12-27/30, art. 192, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  
Art.185. § 1er. Les employeurs visés à l'article [1 84] ont droit pour tout engagement net supplémentaire dans des activités de recherche scientifique à une exonération des cotisations patronales de sécurité sociale fixées par l'article 38, § 3, [2 1° ou 2° ou 3°]2° et § 3bis de la loi précitée du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, pour autant qu'ils appliquent une convention conclue entre eux et le Ministre ayant la Politique scientifique dans ses attributions et le Ministre ayant les Affaires sociales dans ses attributions. <L 1999-12-24/43, art. 21, 006; En vigueur : 06-02-2000>
  [1 [3 Pour le calcul de la réduction il n'est pas tenu compte de la cotisation de modération salariale visée à l'article 38, § 3bis, alinéa 1er, de la loi du 29 juin 1981 précitée, qui n'aurait pas été calculée sur la base des cotisations patronales visées à l'article 38, § 3, 1° ou 2° ou 3° et 8°, et § 3bis, alinéas 1er et 2, de cette même loi, ni des cotisations patronales dues sur la partie du salaire de base qui dépasse le montant limite trimestriel déterminé par le Roi, comme prévu à l'article 38, § 1, alinéa 2, de la même loi.
   Si le dépassement se produit suite à plusieurs occupations, comme prévu à l'article 2, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, chez un même employeur, alors le montant limite est réparti proportionnellement entre les occupations selon la proportion du salaire de base de l'occupation dans le trimestre et le salaire de base global de l'ensemble de toutes les occupations du travailleur dans le trimestre.]3
]1

  § 2. Sont considérés comme, personnel affecté à des activités de recherche scientifique, les membres du personnel, à l'exclusion du personnel administratif non directement lié aux travaux de recherche, du personnel de surveillance, d'entretien et de cuisine, pour lesquels l'employeur peut apporter des éléments de preuve de leur affectation à la recherche scientifique, selon les modalités fixées aux paragraphes 3 et 4.
  § 3. La convention visée au paragraphe 1er déterminera notamment :
  a) les fonctions et/ou catégories de travailleurs pour lesquelles l'employeur peut obtenir l'exonération précitée;
  b) le nombre de personnes, en équivalent temps plein, déjà en activité dans l'institution (CE) et qui exercent les fonctions ou appartiennent aux catégories sub a);
  c) le nombre en équivalent temps plein la fonction ou la catégorie à laquelle appartiennent la ou les personnes pour lesquelles la mesure d'exonération est demandée;
  d) la date de prise de cours de la convention.
  § 4. Tout engagement ultérieur de personnes pour lequel le bénéfice des dispositions du présent titre serait sollicité, fera l'objet d'un avenant à la convention initiale, répondant aux mêmes conditions que celle-ci.
  § 5. Annuellement, est jointe à la convention, une copie certifiée cor forme par les Services fédéraux des Affaires scientifiques, techniques et culturelles, des informations que l'employeur a fournies à ses services pour l'établissement de l'inventaire du personnel scientifique et technologique, actualisé au dernier jour de l'exercice précédent.
  § 6. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, ce qu'il faut entendre par engagement net supplémentaire ainsi que les modalités d'octroi de l'exonération de la cotisation patronale visée au § 1er.
  § 7. (La convention visée au § 1er est conclue pour une durée maximum de deux ans. Cette convention peut toutefois être explicitement prolongée. La durée de chaque prolongation est au maximum la même que celle de la convention originale.) <L 2006-12-27/30, art. 192, 014; En vigueur : 01-01-2007>
  
Art.187. De voordelen van deze titel zijn niet van toepassing op de werknemers tewerkgesteld in een programma voor wedertewerkstelling, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 2°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
Art.187. Les avantages du présent titre ne s'appliquent pas aux travailleurs engages dans le cadre d'un programme de remise au travail, tel que visé à l'article 6, § 1, IX, 2°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
Art.188. De werkgevers die van de voordelen van de bepalingen van deze titel genieten, kunnen voor dezelfde werknemer niet het voordeel genieten:
  a) van de bepalingen van het koninklijk besluit van 21 januari 1987 houdende nieuwe maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector;
  b) van de bepalingen van hoofdstuk 11 van titel III van de programmawet van 30 december 1988;
  c) van de bepalingen van hoofdstuk VII van titel III van diezelfde wet;
  d) van de bepalingen van het koninklijk besluit nr 495 van 31 december 1986 tot invoering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd in hoofde van deze jongeren;
  e) van de bepalingen van de titels III, IV en VII van het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, zoals bekrachtigd door de wet van 30 maart 1994;
  f) van de bepalingen van hoofdstuk II van titel IV van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen;
  g) van de bepalingen van titel I van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling.
Art188. Les employeurs qui bénéficient des dispositions du présent titre ne peuvent bénéficier pour ce même travailleur :
  a) des dispositions de l'arrêté royal du 21 janvier 1987 portant des nouvelles mesures en vue de promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand;
  b) des dispositions du chapitre II du titre III de la loi programme du 30 décembre 1988;
  c) des dispositions du chapitre VII du titre III de la même loi;
  d) des dispositions de l'arrêté royal n° 495 du 31 décembre 1986 instaurant un système associant le travail et la formation pour les jeunes de 18 à 25 ans et portant diminution temporaire des cotisations patronales de sécurité sociale dues dans le chef de ces jeunes;
  e) des dispositions des titres III, IV et VII de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, tel que confirmé par la loi du 30 mars 1994;
  f) des dispositions du chapitre II du titre IV de la loi du 2l décembre 1994 portant des dispositions sociales et diverses;
  g) des dispositions du titre leur de la loi du 3 avril 1995 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi.
Art.189. <INGEVOEGD bij W 1999-12-24/43, art. 22, 006; Inwerkingtreding : 06-02-2000> De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking met ingang van 1 januari 1996 en houden op van kracht te zijn op 31 december 1997, einddatum voor de ondertekening van de in artikel 185 bedoelde oorspronkelijke overeenkomst.
  De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit en volgens de door Hem bepaalde voorwaarden en nadere regels, de mogelijkheid bieden om tijdens de periode van 1 januari 2000 tot 31 december 2001 bijkomende overeenkomsten, met een maximumduur van twee jaar, af te sluiten.
Art189. Les dispositions de ce chapitre produisent leurs effets le 1er janvier 1996 et cessent d'être en vigueur le 31 décembre 1997, date finale pour la signature de la convention initiale visée à l'article 185.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et selon les conditions et modalités déterminées par Lui, offrir la possibilité de conclure pendant la période du 1er janvier 2000 au 31 décembre 2001 des conventions supplémentaires, d'une durée maximale de deux ans.
TITEL VII. - Meerjarenplan voor de werkgelegenheid.
TITRE VII. - Plan pluriannuel pour l'emploi.
Art.190. In artikel 89 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, wordt een § 2bis ingevoegd luidend als volgt:
  "§ 2bis. Het in § 2 vermelde bedrag, dat ingeschreven dient te worden in de begroting van het departement Wetenschapsbeleid om de aanwerving te dekken van bijkomende onderzoekers in de universiteiten en de federale wetenschappelijke instellingen, wordt, in de vorm van subsidies, toegekend onder de voorwaarden die door de Koning worden bepaald.
  De Koning kan de minister tot wiens bevoegdheid Wetenschapsbeleid behoort belasten met de toekenning van de in het vorige lid bedoelde subsidies. ".
Art.190. Dans l'article 89 de la loi du 21 décembre 1994 portant des dispositions sociales et diverses, modifié par la loi du 20 décembre 1995, il est inséré un § 2bis, rédigé comme suit :
  "§ 2bis. Le montant mentionné au § 2, à inscrire au budget du département de la Politique scientifique pour couvrir l'engagement de chercheurs supplémentaires dans les universités et les établissements scientifiques fédéraux, est octroyé sous la forme de subventions aux conditions fixées par le Roi.
  Le Roi peut charger le ministre ayant la Politique scientifique dans ses attributions de l'octroi des subventions visées à l'alinéa précédent."
TITEL VIII. - Arbeidskostvermindering.
Titre VIII. - Réduction du coût du travail.
Art. 191. Artikel 5 van de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid wordt vervangen door volgende bepaling:
  " De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk."
Art. 191. L'article 5 de la loi du 22 décembre 1995 portant des mesures visant à exécuter le plan pluriannuel pour l'emploi est remplacé par la disposition suivante :
  "Le Roi fixe par arrêté délibéré en Conseil des ministres la date d'entrée en vigueur du présent chapitre."