Artikel 1. In artikel 10, § 1, van het ministerieel besluit van 29 november 1977 betreffende de procedure inzake bevordering van de officieren van het operationeel korps van de rijkswacht, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het 6°, wordt vervangen door de volgende bepaling:
"6° ter beschikking van internationale of supranationale instellingen is gesteld of in het buitenland in dienst is ;";
2° in het 7° worden de woorden "overeenkomstig de bepalingen betreffende de mobiliteit van de leden van de krijgsmacht" geschrapt.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 MAART 1997. - Ministerieel besluit tot wijziging van de ministeriële besluiten van 29 november 1977 betreffende de procedure inzake bevordering van de officieren van het operationeel korps van de rijkswacht en van 9 april 1979 betreffende de organisatie van de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht.
Titre
10 MARS 1997. - Arrêté ministériel modifiant les arrêtés ministériels du 29 novembre 1997 relatif à la procédure d'avancement des officiers du corps opérationnel de la gendarmerie et du 9 avril 1979 relatif à l'organisation du recrutement et de la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie.
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van het ministerieel besluit van 29 november 1977 betreffende de procedure inzake bevordering van de officieren van het operationeel korps van de rijkswacht.
CHAPITRE I. - Modifications de l'arrêté ministériel du 29 novembre 1977 relatif à la procédure d'avancement des officiers du corps opérationnel de la gendarmerie.
Article 1. A l'article 10, § 1er, de l'arrêté ministériel du 29 novembre 1977 relatif à la procédure d'avancement des officiers du corps opérationnel de la gendarmerie, sont apportées les modifications suivantes:
1° le 6° est remplacé par la disposition suivante:
"6° est mis à la disposition d'organisations internationales ou supranationales ou est en service à l'étranger;";
2° au 7° les mots ",conformément aux dispositions relatives à la mobilité des membres des forces armées" sont supprimés.
1° le 6° est remplacé par la disposition suivante:
"6° est mis à la disposition d'organisations internationales ou supranationales ou est en service à l'étranger;";
2° au 7° les mots ",conformément aux dispositions relatives à la mobilité des membres des forces armées" sont supprimés.
HOOFDSTUK II. -Wijzigingen van het ministerieel besluit van 9 april 1979 betreffende de organisatie van de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht.
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté ministériel du 9 avril 1979 relatif à l'organisation du recrutement et de la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie.
Art. 2. Artikel 35 van het ministerieel besluit van 9 april 1979 betreffende de organisatie van de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Art. 35. Aan de beoordelingsluiken van de persoonlijke kwaliteiten die betrekking hebben op de persoonlijkheidskenmerken en professionele bekwaamheden, de prestaties, en het potentieel, worden respectievelijk de belangrijkheidscoëfficiënten 3, 4 en 1 gekoppeld.
De commandant van de rijkswacht bepaalt de criteria en hun respectieve belangrijkheidscoëfficiënten.".
"Art. 35. Aan de beoordelingsluiken van de persoonlijke kwaliteiten die betrekking hebben op de persoonlijkheidskenmerken en professionele bekwaamheden, de prestaties, en het potentieel, worden respectievelijk de belangrijkheidscoëfficiënten 3, 4 en 1 gekoppeld.
De commandant van de rijkswacht bepaalt de criteria en hun respectieve belangrijkheidscoëfficiënten.".
Art. 2. L'article 35 de l'arrêté ministériel du 9 avril 1979 relatif à l'organisation du recrutement et de la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie, remplace par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, est remplacé par la disposition suivante:
"Art. 35. Les composantes d'évaluation des qualités personnelles qui ont trait aux caractéristiques personnelles ainsi qu'aux capacités professionnelles, aux prestations, et au potentiel, sont dotées respectivement d'un coefficient d'importance de 3, 4 et 1.
Le commandant de la gendarmerie fixe les critères et leur coefficient d'importance respectif.".
"Art. 35. Les composantes d'évaluation des qualités personnelles qui ont trait aux caractéristiques personnelles ainsi qu'aux capacités professionnelles, aux prestations, et au potentiel, sont dotées respectivement d'un coefficient d'importance de 3, 4 et 1.
Le commandant de la gendarmerie fixe les critères et leur coefficient d'importance respectif.".
Art. 3. In artikel 35bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, worden de woorden "tweede en derde" vervangen door de woorden "eerste en tweede".
Art. 3. Dans l'article 35bis du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, les mots "deuxième et troisième" sont remplacés par les mots "première et deuxième".
Art. 4. Artikel 35ter, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling:
"§ 2. Voor het bepalen van het algemeen beoordelingscijfer op het einde van het eerste en tweede opleidingsjaar, worden de cijfers voor de persoonlijke kwaliteiten en de studies respectievelijk voorzien van een belangrijkheidscoëfficiënt van 1 en 4.".
"§ 2. Voor het bepalen van het algemeen beoordelingscijfer op het einde van het eerste en tweede opleidingsjaar, worden de cijfers voor de persoonlijke kwaliteiten en de studies respectievelijk voorzien van een belangrijkheidscoëfficiënt van 1 en 4.".
Art. 4. L'article 35ter, § 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, est remplacé par la disposition suivante:
"§ 2. Pour établissement de la note générale d'évaluation à la fin des première et deuxième années de formation, les notes de qualités personnelles et d'études sont affectées respectivement du coefficient d'importance 1 et 4."
"§ 2. Pour établissement de la note générale d'évaluation à la fin des première et deuxième années de formation, les notes de qualités personnelles et d'études sont affectées respectivement du coefficient d'importance 1 et 4."
Art. 5. In artikel 36bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, wordt het woord "derde" vervangen door het woord "tweede".
Art. 5. Dans l'article 36bis du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, le mot "troisième" est remplacé par le mot "deuxième".
Art. 6. In artikel 38 van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt opgeheven;
2° in het tweede lid, worden de woorden "de andere opleidingsjaren" vervangen door de woorden "elk opleidingsjaar".
1° het eerste lid wordt opgeheven;
2° in het tweede lid, worden de woorden "de andere opleidingsjaren" vervangen door de woorden "elk opleidingsjaar".
Art. 6. A l'article 38 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, sont apportées les modifications suivantes:
1° l'alinéa 1er est abrogé;
2° à l'alinéa 2, les mots "les autres" sont remplacés par les mots "chacune des".
1° l'alinéa 1er est abrogé;
2° à l'alinéa 2, les mots "les autres" sont remplacés par les mots "chacune des".
Art. 7. Titel, II, hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, bevattende artikel 39, wordt opgeheven.
Art. 7. Le Titre II, chapitre II, section 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, comprenant l'article 39, est abrogé.
Art. 8. In artikel 40 van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "drie" wordt vervangen door het woord "twee";
2° de woorden "1,6 en 6" worden vervangen door de woorden "5 en 5".
1° het woord "drie" wordt vervangen door het woord "twee";
2° de woorden "1,6 en 6" worden vervangen door de woorden "5 en 5".
Art. 8. A l'article 40 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, sont apportées les modification suivantes:
1° le mots "trois" est remplacé par le mot "deux";
2° les mots "1,6 et 6" sont remplacés par les mots "5 et 5".
1° le mots "trois" est remplacé par le mot "deux";
2° les mots "1,6 et 6" sont remplacés par les mots "5 et 5".
Art. 9. Titel II, hoofdstuk III, afdeling 1, van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, die de artikelen 41 tot 44 bevat, wordt vervangen door de volgende bepalingen:
"HOOFDSTUK III. - De kandidaat-wachtmeesters.
Afdeling 1. - Regeling van de studies en examens.
Artikel 41. Aan de beoordelingsluiken van de persoonlijke kwaliteiten die betrekking hebben op de persoonlijkheidskenmerken en professionele bekwaamheden, de prestaties, en het potentieel, worden in de loop van de opleiding, respectievelijk de belangrijkheidscoëfficiënten 2, 4 en 3, gekoppeld.
Voor het eindcijfer inzake de persoonlijke kwaliteiten worden aan die beoordelingsluiken respectievelijk de belangrijkheidscoëfficiënten 2, 5 en 3 gekoppeld.
De commandant van de rijkswacht bepaalt de criteria en hun respectieve belangrijkheidscoëfficiënten.
Artikel 42. In de bijlage XI bij dit besluit wordt het minimum aantal uren besteed aan de opleidingsondercycli en stages, bedoeld in artikel 33, § 1, van het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht, vastgelegd.
Artikel 43. In de bijlage XII bij dit besluit wordt bepaald op welke tijdstippen de beoordeling van de persoonlijke kwaliteiten en de examens plaatshebben.
De examens die in de loop en op het einde van de opleiding worden georganiseerd, kunnen betrekking hebben op de activiteiten van het geheel van de opleidingsondercycli die die examens voorafgaan.
Artikel 44. § 1. Voor het bepalen van het globale studiecijfer, komt het eindexamen inzake de studies, voor 50% in aanmerking.
§ 2. De commandant van de rijkswacht bepaalt de belangrijkheidscoëfficiënten van de beoordelingen en examens, die niet bij dit besluit zijn vastgelegd.
Artikel 44bis. § 1. De commissie voor het eindexamen bedoeld in artikel 34, § 3, laatste lid, van het koninklijk besluit van 9 april 1979, is samengesteld als volgt:
1° voorzitter: een officier bij de rijkswacht van de koninklijke rijkswachtschool, tenminste bekleed met de graad van kapitein;
2° leden: ten minste twee hoofd- of keuronderofficieren bij de rijkswacht, waarvan ten minste één in dienst is bij een operationele eenheid;
3° secretaris: één of verscheidene hoofd- of keuronderofficieren bij de rijkswacht.
Ten minste één van de begeleidende opleiders is aanwezig tijdens de mondelinge gedeelten van het examen.
§ 2. De commandant van de rijkswacht of de door hem aangewezen overheid, wijst de leden van de examencommissie en hun plaatsvervanger aan.
§ 3. De commandant van de rijkswacht bepaalt de examenprocedure, de werkwijze van de examencommissie en het aantal leden ervan, rekening houdend met § 1.
§ 4. De stageverslagen opgesteld door de mentor worden de leden van de jury ter inzage gegeven.".
"HOOFDSTUK III. - De kandidaat-wachtmeesters.
Afdeling 1. - Regeling van de studies en examens.
Artikel 41. Aan de beoordelingsluiken van de persoonlijke kwaliteiten die betrekking hebben op de persoonlijkheidskenmerken en professionele bekwaamheden, de prestaties, en het potentieel, worden in de loop van de opleiding, respectievelijk de belangrijkheidscoëfficiënten 2, 4 en 3, gekoppeld.
Voor het eindcijfer inzake de persoonlijke kwaliteiten worden aan die beoordelingsluiken respectievelijk de belangrijkheidscoëfficiënten 2, 5 en 3 gekoppeld.
De commandant van de rijkswacht bepaalt de criteria en hun respectieve belangrijkheidscoëfficiënten.
Artikel 42. In de bijlage XI bij dit besluit wordt het minimum aantal uren besteed aan de opleidingsondercycli en stages, bedoeld in artikel 33, § 1, van het koninklijk besluit van 9 april 1979 betreffende de werving en vorming van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht, vastgelegd.
Artikel 43. In de bijlage XII bij dit besluit wordt bepaald op welke tijdstippen de beoordeling van de persoonlijke kwaliteiten en de examens plaatshebben.
De examens die in de loop en op het einde van de opleiding worden georganiseerd, kunnen betrekking hebben op de activiteiten van het geheel van de opleidingsondercycli die die examens voorafgaan.
Artikel 44. § 1. Voor het bepalen van het globale studiecijfer, komt het eindexamen inzake de studies, voor 50% in aanmerking.
§ 2. De commandant van de rijkswacht bepaalt de belangrijkheidscoëfficiënten van de beoordelingen en examens, die niet bij dit besluit zijn vastgelegd.
Artikel 44bis. § 1. De commissie voor het eindexamen bedoeld in artikel 34, § 3, laatste lid, van het koninklijk besluit van 9 april 1979, is samengesteld als volgt:
1° voorzitter: een officier bij de rijkswacht van de koninklijke rijkswachtschool, tenminste bekleed met de graad van kapitein;
2° leden: ten minste twee hoofd- of keuronderofficieren bij de rijkswacht, waarvan ten minste één in dienst is bij een operationele eenheid;
3° secretaris: één of verscheidene hoofd- of keuronderofficieren bij de rijkswacht.
Ten minste één van de begeleidende opleiders is aanwezig tijdens de mondelinge gedeelten van het examen.
§ 2. De commandant van de rijkswacht of de door hem aangewezen overheid, wijst de leden van de examencommissie en hun plaatsvervanger aan.
§ 3. De commandant van de rijkswacht bepaalt de examenprocedure, de werkwijze van de examencommissie en het aantal leden ervan, rekening houdend met § 1.
§ 4. De stageverslagen opgesteld door de mentor worden de leden van de jury ter inzage gegeven.".
Art. 9. Le Titre II, chapitre III, section 1re, du même arrêté, remplacée par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, comprenant les articles 41 à 44, est remplacée par les dispositions suivantes:
"CHAPITRE III. - Les candidats maréchaux des logis.
Section 1. - Régime des études et des examens.
Article 41. Les composantes d'évaluation des qualités personnelles qui ont trait aux caractéristiques personnelles ainsi qu'aux capacités professionnelles, aux prestations, et au potentiel, sont dotées respectivement d'un coefficient d'importance, en cours de formation, de 2, 4 et 3.
Pour la note finale relative aux qualités personnelles, ces composantes d'évaluation sont dotées respectivement d'un coefficient d'importance de 2, 5 et 3.
Le commandant de la gendarmerie fixe les critères et leur coefficient d'importance respectif.
Article 42. Dans l'annexe XI du présent arrêté est déterminé le nombre minimum d'heures consacrées aux sous-cycles de formation et aux stages visés à l'article 33, § 1er, de l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie.
Article 43. Dans l'annexe XII du présent arrêté sont déterminés les moments où interviennent la note des qualités personnelles et les examens.
Les examens qui sont organisés au cours et à la fin de la formation peuvent porter sur les activités de l'ensemble des sous-cycles de formation qui précèdent ces examens.
Article 44. § 1er. Pour l'établissement de la note globale d'études, l'examen final relatif aux études, intervient pour 50 %.
§ 2. Le commandant de la gendarmerie détermine les coefficients d'importance des évaluations et examens qui ne sont pas fixés au présent arrêté.
Article 44bis. § 1er. Le jury de l'examen final visé à l'article 34, § 3, dernier alinéa, de l'arrêté royal du 9 avril 1979, est constitué comme suit:
1° président: un officier de gendarmerie de l'école royale de gendarmerie, revêtu au moins du grade de capitaine;
2° membres: au moins deux sous-officiers d'élite ou supérieurs de gendarmerie, dont au moins un en service dans une unité opérationnelle;
3° secrétaire: un ou plusieurs sous-officiers supérieurs ou d'élite de gendarmerie.
Au moins un des formateurs accompagnants est présent aux parties orales de l'examen.
§ 2. Le commandant de la gendarmerie ou l'autorité qu'il désigne, désigne les membres du jury et leur suppléant.
§ 3. Le commandant de la gendarmerie détermine la procédure d'examen, les règles de fonctionnement du jury et le nombre de membres du jury, compte tenu du § 1er.
§ 4. Les rapports de stage établis par le mentor sont remis pour consultation aux membres du jury.".
"CHAPITRE III. - Les candidats maréchaux des logis.
Section 1. - Régime des études et des examens.
Article 41. Les composantes d'évaluation des qualités personnelles qui ont trait aux caractéristiques personnelles ainsi qu'aux capacités professionnelles, aux prestations, et au potentiel, sont dotées respectivement d'un coefficient d'importance, en cours de formation, de 2, 4 et 3.
Pour la note finale relative aux qualités personnelles, ces composantes d'évaluation sont dotées respectivement d'un coefficient d'importance de 2, 5 et 3.
Le commandant de la gendarmerie fixe les critères et leur coefficient d'importance respectif.
Article 42. Dans l'annexe XI du présent arrêté est déterminé le nombre minimum d'heures consacrées aux sous-cycles de formation et aux stages visés à l'article 33, § 1er, de l'arrêté royal du 9 avril 1979 relatif au recrutement et à la formation du personnel du corps opérationnel de la gendarmerie.
Article 43. Dans l'annexe XII du présent arrêté sont déterminés les moments où interviennent la note des qualités personnelles et les examens.
Les examens qui sont organisés au cours et à la fin de la formation peuvent porter sur les activités de l'ensemble des sous-cycles de formation qui précèdent ces examens.
Article 44. § 1er. Pour l'établissement de la note globale d'études, l'examen final relatif aux études, intervient pour 50 %.
§ 2. Le commandant de la gendarmerie détermine les coefficients d'importance des évaluations et examens qui ne sont pas fixés au présent arrêté.
Article 44bis. § 1er. Le jury de l'examen final visé à l'article 34, § 3, dernier alinéa, de l'arrêté royal du 9 avril 1979, est constitué comme suit:
1° président: un officier de gendarmerie de l'école royale de gendarmerie, revêtu au moins du grade de capitaine;
2° membres: au moins deux sous-officiers d'élite ou supérieurs de gendarmerie, dont au moins un en service dans une unité opérationnelle;
3° secrétaire: un ou plusieurs sous-officiers supérieurs ou d'élite de gendarmerie.
Au moins un des formateurs accompagnants est présent aux parties orales de l'examen.
§ 2. Le commandant de la gendarmerie ou l'autorité qu'il désigne, désigne les membres du jury et leur suppléant.
§ 3. Le commandant de la gendarmerie détermine la procédure d'examen, les règles de fonctionnement du jury et le nombre de membres du jury, compte tenu du § 1er.
§ 4. Les rapports de stage établis par le mentor sont remis pour consultation aux membres du jury.".
Art. 10. Artikel 27, eerste lid van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 22 mei 1995, wordt vervangen door de volgende bepaling: "Aan de beoordelingsluiken van de persoonlijke kwaliteiten die betrekking hebben op de persoonlijkheidskenmerken en professionele bekwaamheden, de prestaties, en het potentieel, worden respectievelijk de belangrijkheidscoëfficiënten 3, 4 en 1 gekoppeld."
Art. 10. L'article 27, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 22 mai 1995, est remplacé par la disposition suivante: "Les composantes d'évaluation des qualités personnelles qui ont trait aux caractéristiques personnelles ainsi qu'aux capacités professionnelles, aux prestations, et au potentiel, sont dotées respectivement d'un coefficient d'importance de 3, 4 et 1."
Art. 11. In het artikel 29 van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 22 mei 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse tekst, wordt het woord "apprécation" vervangen door het woord "évaluation";
2° het woord "beroepsbekwaamheden" wordt vervangen door de woorden "persoonlijke kwaliteiten".
1° in de Franse tekst, wordt het woord "apprécation" vervangen door het woord "évaluation";
2° het woord "beroepsbekwaamheden" wordt vervangen door de woorden "persoonlijke kwaliteiten".
Art. 11. Dans l'article 29 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 22 mai 1995, sont apportées les modifications suivantes:
1° le mot "appréciation" est remplacé par le mot "évaluation";
2° les mots "aptitudes professionnelles" sont remplacés par les mots "qualités personnelles".
1° le mot "appréciation" est remplacé par le mot "évaluation";
2° les mots "aptitudes professionnelles" sont remplacés par les mots "qualités personnelles".
Art. 12. In artikel 38 van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, wordt het woord "beroepsbekwaamheden" vervangen door de woorden "persoonlijke kwaliteiten"
Art. 12. Dans l'article 38 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, les mots "aptitudes professionnelles" sont remplacés par les mots "qualités personnelles".
Art. 13. In de Franse tekst van artikel 40 van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, wordt het woord "apprécation" vervangen door het woord "évaluation".
Art. 13. Dans l'article 40 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, le mot "appréciation" est remplacé par le mot "évaluation".
Art. 14. In artikel 45 van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, worden de woorden "lagere onderofficieren" vervangen door het woord "wachtmeesters".
Art. 14. A l'article 45 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, les mots "sous-officiers subalternes" sont remplacés par les mots "maréchaux des logis".
Art. 15. Artikel 46 van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Art. 46. De rangschikking van de kandidaat-wachtmeesters voor de benoeming in de graad van wachtmeester bij de rijkswacht op het einde van de opleiding, volgt de dalende orde van het algemeen beoordelingscijfer.".
"Art. 46. De rangschikking van de kandidaat-wachtmeesters voor de benoeming in de graad van wachtmeester bij de rijkswacht op het einde van de opleiding, volgt de dalende orde van het algemeen beoordelingscijfer.".
Art. 15. L'article 46 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, est remplacé par la disposition suivante:
"Art. 46. L'ordre de classement des candidats maréchaux des logis pour leur nomination au grade de maréchal des logis à l'issue de la formation, est l'ordre décroissant de la note générale d'évaluation.".
"Art. 46. L'ordre de classement des candidats maréchaux des logis pour leur nomination au grade de maréchal des logis à l'issue de la formation, est l'ordre décroissant de la note générale d'évaluation.".
Art. 16. In artikel 47 van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, wordt tussen de woorden "36" en "van" het woord "§ 3" ingevoegd.
Art. 16. Dans l'article 47 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, les mots ", § 3" sont insérés entre les mots "36" et "de".
Art. 17. Bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 22 mei 1995, wordt vervangen door de bij dit besluit gevoegde bijlage I.
Art. 17. L'annexe I du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 22 mai 1995, est remplacée par l'annexe I annexée au présent arrêté.
Art. 18. Bijlage VII van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, wordt opgeheven.
Art. 18. L'annexe VII du même arrêté, remplacée par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, est abrogée.
Art. 19. In de bijlagen VIII en IX van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in A, worden de woorden "tweede jaar" vervangen door de woorden "eerste jaar";
2° in B, worden de woorden "derde jaar" vervangen door de woorden "tweede jaar".
1° in A, worden de woorden "tweede jaar" vervangen door de woorden "eerste jaar";
2° in B, worden de woorden "derde jaar" vervangen door de woorden "tweede jaar".
Art. 19. Aux annexes VIII et IX du même arrêté, remplacées par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, sont apportées les modifications suivantes:
1° au A, les mots "deuxième année" sont remplacés par les mots "première année";
2° au B, les mots "troisième année" sont remplacés par les mots "deuxième année".
1° au A, les mots "deuxième année" sont remplacés par les mots "première année";
2° au B, les mots "troisième année" sont remplacés par les mots "deuxième année".
Art. 20. Bijlage X van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, wordt opgeheven.
Art. 20. L'annexe X du même arrêté, remplacée par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, est abrogée.
Art. 21. De bijlagen XI en XII van hetzelfde besluit, vervangen door het ministerieel besluit van 15 oktober 1993, worden vervangen door de bij dit besluit gevoegde bijlagen II en III.
Art. 21. Les annexes XI et XII du même arrêté, remplacées par l'arrêté ministériel du 15 octobre 1993, sont remplacées par les annexes II et III annexées au présent arrêté.
Art. 22. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997, met uitzondering van de artikelen 10 tot en met 13 en 17, die voor alle kandidaat-officieren uitwerking hebben met ingang van 1 september 1996.
Brussel, 10 maart 1997.
J. VANDE LANOTTE
Brussel, 10 maart 1997.
J. VANDE LANOTTE
Art. 22. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1997 à l'exception des articles 10 à 13 et 17, qui pour tous les candidats officiers, produisent leurs effets le 1er septembre 1996.
Bruxelles, le 10 mars 1997.
J. VANDE LANOTTE
Bruxelles, le 10 mars 1997.
J. VANDE LANOTTE
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. LEERPROGRAMMA VAN DE OPLEIDINGSCYCLI VAN OFFICIER.
A. Voorbereidende cyclus van de kandidaat-officieren - Eerste en tweede jaar.
A. Voorbereidende cyclus van de kandidaat-officieren - Eerste en tweede jaar.
Art. N1. Annexe 1. PROGRAMME DES CYCLES DE FORMATION D'OFFICIER.
A. Cycle préparatoire des candidats officiers - Première et deuxième année
A. Cycle préparatoire des candidats officiers - Première et deuxième année
Vakken Minimum aantal uren per jaar
Branches Nombre minimum d'heures par an
1. Lichamelijke opvoeding en sport 90
1. Education physique et sports 90
2. Praktische basisvorming 200
2. Formation pratique de base 200
De praktische basisvorming en de lichamelijke opvoeding en sport vormen samen één vakkengroep met een belangrijkheidscoëfficiënt die gelijk is aan 10% van de belangrijkheidscoëfficiënten van de andere vakken die in aanmerking genomen worden voor de berekening van het cijfer voor de studies.
B. Voorbereidende cyclus - Vakken onderwezen aan de School voor rijkswachtofficieren (art. 25 KB 9 april 1979).
B. Voorbereidende cyclus - Vakken onderwezen aan de School voor rijkswachtofficieren (art. 25 KB 9 april 1979).
La formation pratique de base et l'éducation physique et sports forment ensemble un groupe de branches dont le coefficient d'importance est de 10 % du total des coefficients d'importance des autres branches qui sont prises en considération pour le calcul de la note d'études.
B. Cycle préparatoire - Branches enseignées à l'Ecole des officiers de gendarmerie (art. 25 AR 9 avril 1979)
B. Cycle préparatoire - Branches enseignées à l'Ecole des officiers de gendarmerie (art. 25 AR 9 avril 1979)
Vakken/Groepen van vakken (*) Minimum aantal uren
Branches/Groupes de branches (*) Nombre minimum d'heures
1. Organisatie van de rijkswacht 9
1. Organisation de la gendarmerie 9
2. Deontologie 9
2. Deontologie 9
3. Statutaire bepalingen 18
3. Dispositions statutaires 18
4. Administratie en logistiek (*1) 9
4. Administration et logistique (*1) 9
5. Tweede landstaal (*2) 150
5. Deuxieme langue (*2) 150
6. Juridische opleiding (*3) 55
6. Formation juridique (*3) 55
7. Technische en praktische opleiding (*1) 65
7. Formation technique et pratique (*1) 65
(*) De vakken onderwezen aan de kandidaat-polytechnici tijdens elk jaar van de voorbereidende cyclus, vormen samen één vakkengroep met een belangrijkheidscoëfficiënt die gelijk is aan 10 % van het totaal van de belangrijkheidscoëfficiënten van de andere vakken die in aanmerking worden genomen voor de berekening van het cijfer voor de studies van de leerlingen van de polytechnische afdeling van de Koninklijke Militaire School.
De kandidaat-officieren-polytechnici volgen ten minste 75 uren "lichamelijke opvoeding en sport" per jaar; de andere kandidaat-officieren 40 uren gedurende de voorbereidende cyclus.
(*1) Aan de kandidaat-officieren sociale promotie worden evenwel ten minste 36 uren "aktuele politieke, economische, sociale en criminele vraagstellingen" onderwezen.
(*2) - Aan de gevorderden kan gedurende maximum 50 % van het geplande aantal uren, een aantal taal onderwezen worden.
- NIET voor de kandidaat-officieren-polytechnici.
(*3) De kandidaat-officieren, houders van een licentiaatsdiploma in de rechten, krijgen een aanvullende juridische opleiding.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 10 maart 1997.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
De kandidaat-officieren-polytechnici volgen ten minste 75 uren "lichamelijke opvoeding en sport" per jaar; de andere kandidaat-officieren 40 uren gedurende de voorbereidende cyclus.
(*1) Aan de kandidaat-officieren sociale promotie worden evenwel ten minste 36 uren "aktuele politieke, economische, sociale en criminele vraagstellingen" onderwezen.
(*2) - Aan de gevorderden kan gedurende maximum 50 % van het geplande aantal uren, een aantal taal onderwezen worden.
- NIET voor de kandidaat-officieren-polytechnici.
(*3) De kandidaat-officieren, houders van een licentiaatsdiploma in de rechten, krijgen een aanvullende juridische opleiding.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 10 maart 1997.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
(*) Les branches enseignées aux candidats officiers polytechniciens pendant chaque année du cycle préparatoire, forment ensemble un groupe de branches dont le coefficient d'importance est de 10 % du total des coefficients d'importance des autres branches qui sont pris en considération pour le calcul de la note d'études des élèves de la section polytechnique de l'Ecole royale militaire.
Les candidats officiers polytechniciens reçoivent un cours d'au moins 75 heures par an d'éducation physique et sports. Pour les autres candidats officiers ce nombre est de 40 heures lors du cycle préparatoire.
(*1) Les candidats officiers promotion sociale reçoivent cependant un cours d'au moins 36 heures sur "les questions actuelles politiques, économiques, sociales et criminelles".
(*2) - Une autre langue peut être enseignée, pendant maximum 50 % des heures prévues, aux plus avancés.
- PAS pour les candidats officiers polytechniciens.
(*3) Les candidats officiers titulaires d'un diplôme de licencié en droit, reçoivent une formation juridique complémentaire.
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 10 mars 1997.
Le Ministre de l'Intérieur,
J. VANDE LANOTTE
Les candidats officiers polytechniciens reçoivent un cours d'au moins 75 heures par an d'éducation physique et sports. Pour les autres candidats officiers ce nombre est de 40 heures lors du cycle préparatoire.
(*1) Les candidats officiers promotion sociale reçoivent cependant un cours d'au moins 36 heures sur "les questions actuelles politiques, économiques, sociales et criminelles".
(*2) - Une autre langue peut être enseignée, pendant maximum 50 % des heures prévues, aux plus avancés.
- PAS pour les candidats officiers polytechniciens.
(*3) Les candidats officiers titulaires d'un diplôme de licencié en droit, reçoivent une formation juridique complémentaire.
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 10 mars 1997.
Le Ministre de l'Intérieur,
J. VANDE LANOTTE
Art. N2. Bijlage 2.
Art. N2. Annexe.
MINIMUM AANTAL UREN VAN DE OPLEIDINGSONDERCYCLI
DUREE MINIMUM EN HEURES DES SOUS-CYCLES DE FORMATION
1. Integratie in het politioneel milieu : 60 Hr 11. 12.
1. L'integration en milieu policier : 60 Hr 11. 12.
Observatiestage
Stage d'observation
2. Het werk in de brigade : 60 Hr
2. Le travail a la brigade : 60 Hr La
3. Noden van de slachtoffers : 40 Hr Fysieke
3. Les besoins des victimes : 40 Hr L'entrai-
4. Harmonisch verloop van het leven in de Gewelds-
gemeenschap : 40 Hr
gemeenschap : 40 Hr
4. Le deroulement harmonieux de la vie en maitrise
societe: : 40 Hr nement
societe: : 40 Hr nement
5. Eerbied van de individuele rechten en
vrijheden: :100 Hr be- en
vrijheden: :100 Hr be- en
5. Le respect des droits et libertes
individuels: :100 Hr de physique
individuels: :100 Hr de physique
6. Verkeersveiligheid : 70 Hr
heer-
7. Eerbied voor het eigendom : 60 Hr mentale
heer-
7. Eerbied voor het eigendom : 60 Hr mentale
6. La securite de la circulation : 70 Hr et
8. Bijstand bij verkeersongevallen : 30 Hr
sing
Eerste opleidingsstage training
sing
Eerste opleidingsstage training
7. Le respect de la propriete : 60 Hr la
9. Nauwe contacten tussen de bevolking en
de rijkswachter : 60 Hr
de rijkswachter : 60 Hr
8. L'assistance lors des accidents de mental
la route : 30 Hr
violence
Premier stage de formation
la route : 30 Hr
violence
Premier stage de formation
10. Professionele aanpak van de lokale cri-
minaliteit : 30 Hr
minaliteit : 30 Hr
9. Des contacts etroits entre la population
et le gendarme : 60 Hr
et le gendarme : 60 Hr
Tweede opleidingsstage 90 Hr 90 Hr
10. Un traitement professionnel de la cri-
minalite locale : 30 Hr
minalite locale : 30 Hr
De stages in operationele eenheden moeten tenminste in totaal 400 Hr bedragen.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 10 maart 1997.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 10 maart 1997.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
Second stage de formation 90 Hr 90 Hr
-
Les stages dans des unités opérationnelles doivent au total compter 400 Hr minimum.
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 10 mars 1997.
Le Ministre de l'Intérieur,
J. VANDE LANOTTE
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 10 mars 1997.
Le Ministre de l'Intérieur,
J. VANDE LANOTTE
Art. N3. Bijlage 3. OPLEIDINGSCYCLUS VAN WACHTMEESTER.
OPLEIDINGSONDERCYLI DIE WORDEN AFGESLOTEN MET (EEN) EXAMEN(S) EN/OF EEN BEOORDELING VAN DE PERSOONLIJKE KWALITEITEN.
OPLEIDINGSONDERCYLI DIE WORDEN AFGESLOTEN MET (EEN) EXAMEN(S) EN/OF EEN BEOORDELING VAN DE PERSOONLIJKE KWALITEITEN.
Art. N3. Annexe 3. CYCLE DE FORMATION DE MARECHAL DES LOGIS.
SOUS-CYCLES DE FORMATION A l'ISSUE DESQUELS ONT LIEU UN (DES) EXAMEN(S) ET/OU UNE EVALUATION DES QUALITES PERSONNELLES
SOUS-CYCLES DE FORMATION A l'ISSUE DESQUELS ONT LIEU UN (DES) EXAMEN(S) ET/OU UNE EVALUATION DES QUALITES PERSONNELLES
Persoonlijke Fysieke en Ge-
kwaliteiten Studies mentale trai- welds-
ning beheer-
sing
kwaliteiten Studies mentale trai- welds-
ning beheer-
sing
Qualites Entrainement Maitrise
personnelles Etudes physique et de la
mental violence
personnelles Etudes physique et de la
mental violence
Na de ondercyclus 4 EXAMEN
A l'issue du sous-cycle 4 EXAMEN
Na de ondercylcus 8 CIJFER EXAMEN EXAMEN EXAMEN
A l'issue du sous-cycle 8 NOTE EXAMEN EXAMEN EXAMEN
Na de ondercyclus 10 EXAMEN
A l'issue du sous-cycle 10 EXAMEN
Op het einde van de op- EINDCIJFER EIND- EIND- EIND-
leiding EXAMEN EXAMEN EXAMEN
leiding EXAMEN EXAMEN EXAMEN
A la fin de la formation NOTE EXAMEN EXAMEN EXAMEN
FINALE FINAL FINAL FINAL
FINALE FINAL FINAL FINAL
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 10 maart 1997.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 10 mars 1997.
Le Ministre de l'Intérieur,
J. VANDE LANOTTE
Le Ministre de l'Intérieur,
J. VANDE LANOTTE