Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
29 JULI 1997. - [Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking.] <Opschrift vervangen door KB2001-03-08/41, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 29-04-2001> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-08-1997 en tekstbijwerking tot 07-02-2023)
Titre
29 JUILLET 1997. - [Arrêté royal portant exécution de la loi du 25 mai 2000 instaurant le régime volontaire de travail de la semaine de quatre jours et le régime du départ anticipé à mi-temps pour certains militaires et modifiant le statut des militaires en vue d'instaurer le retrait temporaire d'emploi par interruption de carrière.] <Intitulé remplacé par AR2001-03-08/41, art. 1, 002; En vigueur : 29-04-2001> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-08-1997 et mise à jour au 07-02-2023)
Dokumentinformationen
Numac: 1997007162
Datum: 1997-07-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1997007162
Date: 1997-07-29
Moniteur: Voir
Tekst (49)
Texte (49)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
CHAPITRE I. - Disposition générale.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt de medische dienst als een krijgsmachtdeel beschouwd.
Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder :
1° 4/5en regeling : de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek;
2° halftijdse regeling : de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap;
(3° wet : de wet van 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambstontheffing wegens loopbaanonderbreking.)
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, le service médical est considéré comme une force.
Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
1° régime 4/5èmes : le régime volontaire de travail de la semaine de quatre jours;
2° régime mi-temps : le régime du départ anticipé à mi-temps;
(3° loi : la loi du 25 mai 2000 instaurant le régime volontaire de travail de la semaine de quatre jours et le régime du départ anticipé à mi-temps pour certains militaires et modifiant le statut des militaires en vue d'instaurer le retrait temporaire d'emploi par interruption de carrière.)
HOOFDSTUK II. - Gemeenschappelijke bepalingen aan de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en aan de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap.
CHAPITRE II. - Dispositions communes au régime volontaire de travail de la semaine de quatre jours et au régime du départ anticipé à mi-temps.
Art. 2. De functies en eenheden of militaire organismen die uitgesloten zijn van de 4/5en en de halftijdse regeling zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit.
Art. 2. Les fonctions et unités ou organismes militaires exclus des régimes 4/5èmes et mi-temps sont repris à l'annexe 1 au présent arrêté.
Art. 3. De 4/5en en de halftijdse regeling, alsook de wijzigingen bedoeld in de artikelen 9 en 18, beginnen steeds de eerste dag van een maand.
Art. 3. Les régimes 4/5èmes et mi-temps, ainsi que les modifications visées aux articles 9 et 18, commencent toujours le premier jour d'un mois.
Art. 4. § 1. De aanvraag om prestaties te verrichten in de 4/5en regeling of de halftijdse regeling wordt ingediend met een formulier waarvan het model opgenomen is, volgens het geval, in bijlage 2 of 3 bij dit besluit. Een ontvangstbewijs wordt overhandigd aan de militair die zijn aanvraag ingediend heeft.
De aanvraag wordt minstens drie maanden voor de gewenste inwerkingtreding ingediend bij de korpscommandant die de bevoegde overheid is om vast te stellen dat de voorwaarden om het recht te openen om prestaties te verrichten in de bedoelde werkregelingen vervuld zijn. De korpscommandant kan evenwel de hierboven bedoelde termijn verminderen indien de betrokken militair het vraagt. zonder nochtans af te wijken van artikel 3.
§ 2. De militair die deel uitmaakt van een eenheid of militair organisme bedoeld in artikel 2 kan niettemin een aanvraag indienen met het oog op het verrichten van prestaties in de 4/5en regeling of in de halftijdse regeling.
Voor zover de werking van de dienst en de kaderbehoeften het toelaten, kan de korpscommandant de betrokken militair toestaan prestaties te verrichten in de gevraagde regeling.
Wanneer de korpscommandant de betrokken militair niet toegelaten heeft prestaties te verrichten in de gevraagde regeling, wordt de aanvraag overgemaakt aan de (directeur-generaal human resources), overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, § 2, tweede en derde lid, of, naargelang het geval, van artikel 17, § 1, tweede en derde lid.
Wanneer de (directeur-generaal human resources) het standpunt van de korpscommandant bevestigt, dan kan de betrokken militair binnen de vijftien werkdagen beroep aantekenen bij de minister van [1 Defensie]1.
Art. 4. § 1er. La demande d'effectuer des prestations dans le régime 4/5èmes ou le régime mi-temps est introduite au moyen d'un formulaire dont le modèle est repris, selon le cas, à l'annexe 2 ou 3 au présent arrêté. Un accusé de réception est délivré au militaire qui a introduit sa demande.
Au moins trois mois avant la prise d'effet souhaitée, la demande est introduite auprès du chef de corps, autorité compétente pour constater que les conditions d'ouverture du droit d'effectuer des prestations dans les régimes de travail visés sont remplies. Toutefois, lorsque le militaire concerné le demande, le chef de corps peut réduire le délai susvisé, sans déroger cependant à l'article 3.
§ 2. Le militaire qui fait partie d'une unité ou organisme militaire visé à l'article 2 peut néanmoins introduire une demande en vue d'effectuer des prestations dans le régime 4/5èmes ou dans le régime mi-temps.
Pour autant que le fonctionnement du service et les besoins d'encadrement le permettent, le chef de corps peut autoriser le militaire concerné à effectuer des prestations dans le régime demandé.
Lorsque le chef de corps n'a pas autorisé le militaire concerné à effectuer des prestations dans le régime demandé, la demande est transmise au (directeur général human resources), conformément aux dispositions de l'article 6, § 2, alinéas 2 et 3, ou de l'article 17, § 1er, alinéas 2 et 3, selon le cas.
Lorsque le (directeur général human resources) confirme le point de vue du chef de corps, le militaire concerné peut adresser dans les quinze jours ouvrables un recours au (Ministre de la Défense).
HOOFDSTUK III. - De vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek.
CHAPITRE III. - Du régime volontaire de travail de la semaine de quatre jours.
Afdeling 1. - De procedure van aanvraag en van hernieuwing, en de uitoefening van de 4/5en regeling.
Section 1. - De la procédure de demande et de renouvellement, et de l'exercice du régime 4/5èmes.
Art. 5. Deze regeling loopt ten einde op de laatste dag van een maand, behalve indien de regeling automatisch eindigt zonder opzegging, overeenkomstig de bepalingen van artikel 5, § 1, van (de wet).
Art. 5. Ce régime se termine le dernier jour d'un mois, sauf lorsque le régime prend automatiquement fin sans préavis, conformément aux dispositions de l'article 5, § 1er, de (la loi).
Art. 6. § 1. In zijn aanvraag preciseert de militair de dag van de week tijdens dewelke hij geen prestaties zal verrichten. Indien hij het wenst, kan hij verschillende dagen vermelden, met of zonder orde van voorkeur. Hij mag bij zijn aanvraag een document voegen dat de redenen preciseert waarom hij een bepaalde dag wenst of een eventuele orde van voorkeur.
§ 2. Binnen de vijftien werkdagen die volgen op de indiening van de aanvraag, betekent de korpscommandant aan de betrokken militair zijn akkoord met de gevraagde dag of met een van de gevraagde dagen. Indien een orde van voorkeur werd vermeld en hiervan werd afgeweken, motiveert de korpscommandant zijn beslissing.
Indien binnen de termijn bepaald in het eerste lid, de korpscommandant niet akkoord kan gaan met de dag of een van de gevraagde dagen omwille van redenen verbonden aan de werking van de dienst of aan de kaderbehoeften en geen oplossing kan gevonden worden met wederzijds akkoord, dan maakt hij zonder verwijl de aanvraag direct over aan de (directeur-generaal human resources) en stelt hij de betrokken militair ervan op de hoogte. De betrokken militair en de korpscommandant mogen er een document aan toevoegen waarop alle nadere gegevens hernomen zijn die ze nuttig achten.
Binnen de vijftien werkdagen neemt de (directeur-generaal human resources) een van de volgende twee beslissingen : ofwel tegemoet komen aan de aanvraag van de betrokkene ofwel het standpunt van de korpscommandant bevestigen. In dit laatste geval kan de betrokken militair een van de oplossingen kiezen die door de korpscommandant voorgesteld worden of zijn aanvraag intrekken door hierop een handgeschreven vermelding in deze zin aan te brengen. Hij kan eveneens binnen de vijftien werkdagen beroep aantekenen bij de minister van [1 Defensie]1.
§ 3. Na afloop van de procedure wordt een kopie van het aanvraagformulier overhandigd aan de betrokken militair. Op deze kopie worden uitdrukkelijk vermeld :
1° de begindatum van de 4/5en regeling;
2° de dag van de week tijdens dewelke de prestaties niet verricht worden.
Art. 6. § 1er. Dans sa demande, le militaire précise le jour de la semaine pendant lequel il n'effectuera pas de prestations. S'il le souhaite, il peut indiquer différents jours, avec ou sans ordre de priorité. Il peut joindre à sa demande un document qui précise les raisons pour lesquelles il souhaite un jour précis ou un éventuel ordre de priorité.
§ 2. Dans les quinze jours ouvrables qui suivent l'introduction de la demande, le chef de corps notifie au militaire concerné son accord sur le jour demandé, ou sur un des jours demandés. Si un ordre de priorité était mentionné et qu'il y a été dérogé, le chef de corps motive sa décision.
Si dans le délai fixé à l'alinéa 1er, le chef de corps ne peut marquer son accord sur le jour ou un des jours demandés pour des raisons liées au fonctionnement du service ou aux besoins d'encadrement, et qu'une solution ne peut être trouvée de commun accord, il transmet sans délai la demande directement au (directeur général human resources) et en informe le militaire concerné. Le militaire concerné et le chef de corps peuvent y joindre un document reprenant toutes les précisions qu'ils jugeraient utiles.
Dans les quinze jours ouvrables, le (directeur général human resources) prend une des deux décisions suivantes : soit accéder à la demande de l'intéressé, soit confirmer le point de vue du chef de corps. Dans ce dernier cas, le militaire concerné peut choisir un des jours proposés par le chef de corps, ou retirer sa demande en apportant sur celle-ci une mention manuscrite en ce sens. Il peut également adresser dans les quinze jours ouvrables un recours au (Ministre de la Défense).
§ 3. A l'issue de la procédure, une copie du formulaire de demande est remise au militaire concerné. Sur cette copie sont mentionnés explicitement :
1° la date de début du régime 4/5èmes;
2° le jour de la semaine pendant lequel des prestations ne sont pas effectuées.
Art. 7. Indien de dag bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, samenvalt met een dag gedurende dewelke de eenheid van de betrokken militair een verkorte dienstregeling toepast, dan heeft deze militair recht op de overdracht van de vermindering van dienstregeling waarvan hij zou genoten hebben, indien hij voltijds had gewerkt, volgens nadere regels waarover moet overeengekomen worden bij de behandeling van de aanvraag om in de 4/5en regeling te werken.
Art. 7. Lorsque le jour visé à l'article 6, § 3, 2°, coïncide avec une journée pendant laquelle l'unité du militaire concerné applique un horaire de travail réduit, ce militaire a droit au report de la diminution de l'horaire de travail dont il aurait bénéficié s'il travaillait à temps plein, selon des modalités à convenir lors du traitement de la demande de travail dans le régime 4/5èmes.
Art. 8. De aanvraag tot hernieuwing van de regeling voor een nieuwe periode van een jaar volgt de regels vastgelegd in de artikelen 4 en 6. Zij wordt evenwel minstens twee maanden vooraleer ze in werking treedt ingediend.
Art. 8. La demande de renouvellement du régime pour une nouvelle période d'un an suit les règles fixées aux articles 4 et 6. Toutefois, elle est introduite au moins deux mois avant la prise d'effet.
Art. 9. Tijdens de uitvoering van de 4/5en regeling, kan zowel de begunstigde als de korpscommandant voorstellen de dag te wijzigen gedurende dewelke de prestaties niet verricht worden. Indien het voorstel uitgaat van de begunstigde en geen oplossing kan gevonden worden met beider akkoord, zijn de beschikkingen van artikel 6, § 2, tweede en derde lid van toepassing.
De wijziging van de dag gedurende dewelke de prestaties niet verricht worden wordt geacteerd op het formulier waarvan het model opgenomen is in bijlage 2 bij dit besluit, waarvan een kopie overhandigd wordt aan de betrokkene. Dit formulier wordt eveneens gebruikt wanneer de (directeur-generaal human resources) moet gevat worden in uitvoering van artikel 6, § 2, derde lid.
Art. 9. Pendant l'exercice du régime 4/5èmes, tant le bénéficiaire que le chef de corps peut proposer une modification du jour pendant lequel des prestations ne sont pas effectuées. Lorsque la proposition émane du bénéficiaire et qu'une solution ne peut être trouvée de commun accord, les dispositions de l'article 6, § 2, alinéas 2 et 3, sont d'application.
La modification du jour pendant lequel des prestations ne sont pas effectuées est actée sur le formulaire, dont le modèle est repris à l'annexe 2 au présent arrêté, dont une copie est remise à l'intéressé. Ce formulaire est également utilisé lorsqu'il y a lieu de saisir le (directeur général human resources) en exécution de l'article 6, § 2, alinéa 3.
Art. 10. Het aantal dagen vakantieverlof waarop een militair in 4/5en regeling kan aanspraak maken, wordt verminderd met twintig percent.
Indien de dag bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, samenvalt met een feestdag of met een opgelegde compensatieverlofdag, wordt een overdracht uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 13.
Art. 10. Le nombre de jours de congé de vacances auquel peut prétendre un militaire dans le régime 4/5èmes est réduit de vingt pourcent.
Lorsque le jour visé à l'article 6, § 3, 2°, coïncide avec un jour férié ou un jour de congé de compensation imposé, un report est exercé conformément aux dispositions de l'article 13.
Afdeling 2. - De schorsing van de 4/5en regeling.
Section 2. - De la suspension du régime 4/5èmes.
Art. 11. De cursussen of professionele examens bedoeld in artikel 6. § 1, 1°, van (de wet) zijn :
1° de cursussen waarvoor een officier zich vrijwillig inschrijft.
2° (de basis stafvorming;)
3° (de vorming voor kandidaat-hoofdofficier) [1 ...]1;
4° de taalcursussen tot voorbereiding op het examen over de wezenlijke kennis van de tweede landstaal voor de bevordering tot de graad van majoor;
5° de cursussen of vormingen in het kader van de overgang van aanvullingsmilitairen in de hoedanigheid van beroepsmilitair binnen dezelfde personeelscategorie;
6° de cursussen of vormingen in het kader van de sociale promotie van beroepsmilitairen in de hoedanigheid van aanvullingsmilitair in de onmiddellijk hogere personeelscategorie;
7° de cursussen die voorbereiden op de toegangsproef tot de graad van eerste sergeant-majoor of op het (...) kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef.
Art. 11. Les cours ou examens professionnels visés à l'article 6, § 1er, 1°, de (la loi) sont :
1° les cours auxquels un officier s'inscrit volontairement;
2° (la formation de base d'état-major;)
3° (la formation pour candidat officier supérieur) [1 ...]1;
4° les cours de langue destinés à préparer l'examen sur la connaissance effective de la deuxième langue nationale pour l'avancement au grade de major;
5° les cours ou formations dans le cadre du passage de militaires de complément en qualité de militaire de carrière au sein de la même catégorie de personnel;
6° les cours ou formations dans le cadre de la promotion sociale de militaires de carrière en qualité de militaire de complément dans la catégorie de personnel immédiatement supérieure;
7° les cours qui préparent à l'épreuve d'accession au grade de premier sergent-major ou (à l'examen) de qualification au grade d'adjudant-chef.
Art. 12. De korpscommandant is de overheid die bevoegd is om de 4/5en regeling op te schorten overeenkomstig de bepalingen van artikelen 5, § 2 en 6, § 2, van (de wet).
De opzeggingstermijn (...) begint met de kennisgeving door de korpscommandant.
Art. 12. Le chef de corps est l'autorité compétente pour suspendre le régime 4/5èmes, conformément aux dispositions des articles 5, § 2 et 6, § 2, de (la loi).
La notification par le chef de corps fait courir le préavis (...).
Art. 13. De overdracht bedoeld in artikel 6, § 4, derde lid, van (de wet) wordt uitgevoerd per volledige dag of per halve dag in de loop van de beschouwde maand of van de volgende maand, zelfs na de afloop van de 4/5en regeling.
De betrokken militair en de korpscommandant, of de militaire overheid die hij hiertoe machtigt, leggen met beider akkoord de datum vast waarop de overdracht plaats heeft. In geval van onenigheid, kan de militair beroep aantekenen bij de minister van [1 Defensie]1.
Art. 13. Le report visé à l'article 6, § 4, alinéa 3, de (la loi) est exercé par jour entier ou par demi-jour au cours du mois considéré ou du mois qui le suit, même après l'expiration du régime 4/5èmes.
Le militaire concerné et le chef de corps, ou l'autorité militaire qu'il habilite à cette fin, fixent de commun accord la date à laquelle le report a lieu. En cas de désaccord, le militaire concerné peut adresser un recours au (Ministre de la Défense).
Afdeling 3. - Geldelijke bepalingen.
Section 3. - Dispositions pécuniaires.
Art. 14. Het bedrag van het weddecomplement bedoeld in artikel 8, § 2, eerste lid, van (de wet) wordt bepaald op (70,12 EUR) per maand en is gebonden aan de spilindex 138,01.
Voor de toepassing van de artikelen 2 en 5 van het koninklijk besluit van 23 maart 1961 betreffende de toelage aan militairen die de opleiding tot parachutist hebben ontvangen, wordt de verminderde wedde beschouwd als een volle wedde.
Art. 14. Le montant du complément de traitement visé à l'article 8, § 2, alinéa 1er, de (la loi) est fixé à (70,12 EUR) par mois et est lié à l'indice-pivot 138,01.
Pour l'application des articles 2 et 5 de l'arrêté royal du 23 mars 1961 relatif à l'allocation accordée aux militaires ayant reçu l'instruction de parachutiste, le traitement réduit est à considérer comme traitement entier.
Art. 15. § 1. In afwijking van (artikel 9 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003) houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het aktief kader beneden de rang van officier, wordt de periode gedurende dewelke de militair verminderde prestaties verricht in aanmerking genomen voor de toekenning van de tussentijdse verhogingen. Voor de duur van de periode van verminderde prestaties, worden de tussentijdse verhogingen toegekend alsof het volledige prestaties betrof. Bij afloop van de periode van verminderde prestaties blijven deze tussentijdse verhogingen verworven.
§ 2. Indien de 4/5en regeling ten einde loopt of opgeschort wordt, wordt de wedde voor voltijdse prestaties voor een onvolledige maand in dertigsten verdeeld overeenkomstig de bepalingen van (artikel 19 van het voornoemde koninklijk besluit van 18 maart 2003.)
De wedde aan tachtig percent voor dezelfde maand wordt eveneens in dertigsten verdeeld. Het aantal verschuldigde dertigsten is gelijk aan het verschil tussen het aantal dagen van de beschouwde maand en het aantal dagen dat voltijds bezoldigd werd. De in artikel 14, eerste lid, bedoelde weddecomplement wordt in dezelfde mate in dertigsten verdeeld als de wedde van tachtig percent.
§ 3. In afwijking van (de artikelen 24 en 36, § 1, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003) houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het aktief kader beneden de rang van officier, is de in aanmerking te nemen wedde de volle brutojaarwedde.
Art. 15. § 1er. En dérogation à (l'article 9 de l'arrêté royal du 18 mars 2003) relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier, la période durant laquelle le militaire effectue des prestations réduites est admissible pour l'octroi des augmentations intercalaires. Pour la durée de la période des prestations réduites, les augmentations intercalaires sont octroyées comme s'il s'agissait de prestations complètes. A l'expiration de la période des prestations réduites, ces augmentations intercalaires restent acquises.
§ 2. Lorsque le régime 4/5èmes prend fin ou est suspendu, le traitement à temps plein pour un mois incomplet est alors fractionné en trentièmes conformément aux dispositions de l'article 17 de l'arrêté royal précité du 4 juillet 1994.
Le traitement à quatre-vingts pourcent pour le même mois est également fractionné en trentièmes, le nombre de trentièmes dus étant égal à la différence entre le nombre de journées du mois considéré et le nombre de journées rémunérées à temps plein. Le complément de traitement visé à l'article 14, alinéa 1er, est fractionné en trentièmes dans la même mesure que le traitement à quatre-vingts pourcent.
§ 3. En dérogation aux (articles 24 et 36, § 1er, de l'arrêté royal du 18 mars 2003 ) relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier, le traitement à prendre en considération est le traitement annuel brut entier.
HOOFDSTUK IV. - De halftijdse vervroegde uitstap.
CHAPITRE IV. - Du départ anticipé à mi-temps.
Afdeling 1. - De aanvraagprocedure en de uitvoering van de halftijdse regeling.
Section 1. - De la procédure de demande et de l'exercice du régime mi-temps.
Art. 16. § 1. In zijn aanvraag stelt de militair een vaste verdeling voor over de dag, de week of de maand. De verdeling van de prestaties geschiedt in volledige of halve dagen, overeenkomstig de bepalingen van § 2.
§ 2. Volgens het gebruikte verdeelsysteem is de tijdseenheid om het werkschema op te stellen ofwel de dag, ofwel de week ofwel de maand. Het werkschema wordt herhaald per beschouwde tijdseenheid.
In de vaste verdeling over de dag bevat het werkschema een halve dag, hetzij de voormiddag, hetzij de namiddag. Deze halve dag verschilt niet van dag tot dag.
In de vaste verdeling over de week bevat het werkschema hetzij een halve dag per dag, hetzij twee volledige dagen en een halve dag, al dan niet opeenvolgend. Een afwisseling om de twee weken is evenwel toegelaten, zodat het werkschema van een van de twee weken twee volledige dagen en dat van de andere week drie volledige werkdagen telt.
In de vaste verdeling over de maand bevat het werkschema tien volledige dagen te verdelen over vier weken.
Art. 16. § 1er. Dans sa demande, le militaire propose une répartition fixée sur la journée, la semaine ou le mois. La répartition des prestations se fait par jours entiers ou par demi-jours, conformément aux dispositions du § 2.
§ 2. Selon le système de répartition utilisé, l'unité de temps servant à établir le calendrier de travail est soit la journée, soit la semaine, soit le mois. Le calendrier de travail se répète par unité de temps considérée.
Dans la répartition fixée sur la journée, le calendrier de travail comporte un demi-jour, soit l'avant-midi, soit l'après-midi. Ce demi-jour ne varie pas d'un jour à l'autre.
Dans la répartition fixée sur la semaine, le calendrier de travail comporte soit un demi-jour par jour, soit deux jours entiers et un demi-jour, consécutifs ou non. Toutefois, une alternance de deux semaines consécutives est autorisée, de telle sorte que le calendrier de travail de l'une des deux semaines comporte deux jours entiers et celui de l'autre semaine trois jours entiers de travail.
Dans la répartition fixée sur le mois, le calendrier de travail comporte dix jours entiers à répartir sur quatre semaines.
Art. 17. § 1. Binnen de vijftien werkdagen volgend op het indienen van de aanvraag, moet de verdeling bedoeld in artikel 16 vastgelegd worden met wederzijdse akkoord van de betrokken militair en de korpscommandant.
Indien geen akkoord gevonden is in de termijn bepaald in het eerste lid, maakt de korpscommandant de aanvraag rechtstreeks over aan de (directeur-generaal human resources) en stelt hij de betrokken militair ervan op de hoogte. De betrokken militair en de korpscommandant mogen er een document aan toevoegen waarop alle nadere gegevens hernomen zijn die ze nuttig achten.
Binnen de vijftien werkdagen neemt de (directeur-generaal human resources) een van de volgende twee beslissingen : ofwel tegemoet komen aan de aanvraag van de betrokkene ofwel het standpunt van de korpscommandant bevestigen. In dit laatste geval kan de betrokken militair een van de oplossingen kiezen die door de korpscommandant voorgesteld worden of zijn aanvraag intrekken door hierop een handgeschreven vermelding in deze zin aan te brengen. Hij kan eveneens binnen de vijftien werkdagen beroep aantekenen bij de minister van [1 Defensie]1.
§ 2. Na afloop van de procedure wordt een kopie van het aanvraagformulier overhandigd aan de betrokken militair. Op deze kopie worden uitdrukkelijk vermeld :
1° de datum waarop de halftijdse regeling begint;
2° het werkschema.
Art. 17. § 1er. Dans les quinze jours ouvrables qui suivent l'introduction de la demande, la répartition visée à l'article 16 doit être fixée de commun accord entre le militaire concerné et le chef de corps.
Si un accord n'a pas été trouvé dans le délai fixé à l'alinéa 1er, le chef de corps transmet la demande directement au (directeur général human resources)e et en informe le militaire concerné. Le militaire concerné et le chef de corps peuvent y joindre un document reprenant toutes les précisions qu'ils jugeraient utiles.
Dans les quinze jours ouvrables, le (directeur général human resources) prend une des deux décisions suivantes : soit accéder à la demande de l'intéressé, soit confirmer le point de vue du chef de corps. Dans ce dernier cas, le militaire concerné peut choisir une des solutions proposées par le chef de corps, ou retirer sa demande en apportant sur celle-ci une mention manuscrite en ce sens. Il peut également adresser dans les quinze jours ouvrables un recours au (Ministre de la Défense).
§ 2. A l'issue de la procédure, une copie du formulaire de demande est remise au militaire concerné. Sur cette copie sont mentionnés explicitement :
1° la date de début du régime mi-temps;
2° le calendrier de travail.
Art. 18. Tijdens de uitvoering van de halftijdse regeling kan zowel de begunstigde als de korpscommandant een wijziging voorstellen van de verdeling bedoeld in artikel 17, § 2, 2°, voor zover prestaties verricht zijn overeenkomstig deze verdeling gedurende minstens een jaar. Indien het voorstel uitgaat van de begunstigde en geen oplossing kan gevonden worden met wederzijds akkoord, zijn de bepalingen van artikel 17, § 1, tweede en derde lid, van toepassing.
De wijziging van de verdeling wordt geacteerd op het formulier waarvan het model opgenomen is in bijlage 3 bij dit besluit, waarvan een kopie overhandigd wordt aan de betrokkene. Dit formulier wordt eveneens gebruikt wanneer de (directeur-generaal human resources) moet gevat worden in uitvoering van artikel 17, § 1, derde lid.
Art. 18. Pendant l'exercice du régime mi-temps, tant le bénéficiaire que le chef de corps peut proposer une modification de la répartition visée à l'article 17, § 2, 2°, pour autant que des prestations aient été effectuées conformément à cette répartition pendant au moins un an. Lorsque la proposition émane du bénéficiaire et qu'une solution ne peut être trouvée de commun accord, les dispositions de l'article 17, § 1er, alinéas 2 et 3, sont d'application.
La modification de la répartition est actée sur le formulaire dont le modèle est repris à l'annexe 3 au présent arrêté, dont une copie est remise à l'intéressé. Ce formulaire est également utilisé lorsqu'il y a lieu de saisir le (directeur général human resources) en exécution de l'article 17, § 1er, alinéa 3.
Art. 19. Het aantal dagen vakantieverlof waarop een militair kan aanspraak maken in de halftijdse regeling wordt verminderd met vijftig percent.
Indien een dag tijdens dewelke geen prestaties moeten verricht worden, samenvalt met een feestdag of een opgelegde compensatieverlof, wordt een overdracht uitgevoerd overeenkomstig de beschikkingen van artikel 21.
Art. 19. Le nombre de jours de congé de vacances auquel peut prétendre un militaire dans le régime mi-temps est réduit de cinquante pourcent.
Lorsqu'un jour pendant lequel des prestations ne doivent pas être effectuées coïncide avec un jour férié ou un jour de congé de compensation imposé, un report est exercé conformément aux dispositions de l'article 21.
Afdeling 2. - De schorsing van de halftijdse regeling.
Section 2. - De la suspension du régime mi-temps.
Art. 20. De korpscommandant is de overheid die bevoegd is om de halftijdse regeling op te schorten overeenkomstig de bepalingen van artikel 14, § 1, tweede lid, van (de wet).
De opzeggingstermijn (...) begint bij de kennisgeving door de korpscommandant.
Art. 20. Le chef de corps est l'autorité compétente pour suspendre le régime mi-temps, conformément aux dispositions de l'article 14, § 1er, alinéa 2, de (la loi).
La notification par le chef de corps fait courir le préavis (...). 52
Art. 21. De overdracht bedoeld in artikel 14, § 2, tweede lid, van (de wet) wordt uitgevoerd per volledige dag of per halve dag in de loop van de beschouwde maand of van de volgende maand.
De bepalingen van artikel 13, tweede lid, zijn toepasselijk.
Art. 21. Le report visé à l'article 14, § 2, alinéa 2, de (la loi) est exercé par jour entier ou par demi-jour au cours du mois considéré ou du mois qui le suit.
Les dispositions de l'article 13, alinéa 2, sont applicables.
Afdeling 3. - Geldelijke bepalingen.
Section 3. - Dispositions pécuniaires.
Art. 22. Het bedrag van de maandelijkse toelage bedoeld in artikel 17, § 2, eerste lid, van (de wet) wordt bepaald op (295,99) en is gebonden aan de spilindex : 138,01.
Voor de toepassing van de artikelen 2 en 5 van het koninklijk besluit van 23 maart 1961 betreffende de toelage aan militairen die de opleiding tot parachutist hebben ontvangen, dient de wedde aan 50 % te worden beschouwd als volle wedde.
Art. 22. Le montant de l'allocation mensuelle visée à l'article 17, § 2, alinéa 1er, de (la loi) est fixé à (295,99 EUR) et est lié à l'indice-pivot 138,01.
Pour l'application des articles 2 et 5 de l'arrêté royal du 23 mars 1961 relatif à l'allocation accordée aux militaires ayant reçu l'instruction de parachutiste, le traitement à 50 % doit être considéré comme traitement entier.
Art. 23. § 1. In afwijking van (artikel 9 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003) houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het aktief kader beneden de rang van officier, wordt de periode gedurende dewelke de militair halftijdse prestaties verricht in aanmerking genomen voor de toekenning van de tussentijdse verhogingen. De periode van halftijdse prestaties wordt in beschouwing genomen als een periode van voltijdse prestaties voor de toekenning van de tussentijdse verhogingen. Bij afloop van de periode van halftijdse prestaties blijven deze tussentijdse verhogingen verworven.
§ 2. Indien de halftijdse regeling ten einde loopt of opgeschort wordt, wordt de wedde voor voltijdse prestaties voor een onvolledige maand in dertigsten verdeeld overeenkomstig de bepalingen van (artikel 19 van het voornoemde koninklijk besluit van 18 maart 2003.)
De wedde aan vijftig percent voor dezelfde maand wordt eveneens in dertigsten verdeeld. Het aantal verschuldigde dertigsten is gelijk aan het verschil tussen het aantal dagen van de beschouwde maand en het aantal dagen dat voltijds bezoldigd werd. De in artikel 22, eerste lid, bedoelde toelage wordt in dezelfde mate in dertigsten verdeeld als de wedde van vijftig percent.
§ 3. In afwijking van (de artikelen 24 en 36, § 1, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003) houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het aktief kader beneden de rang van officier, is de in aanmerking te nemen wedde de volle brutojaarwedde.
Art. 23. § 1er. En dérogation à (l'article 9 de l'arrêté royal du 18 mars 2003) relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier, la période durant laquelle le militaire effectue des prestations à mi-temps est admissible pour l'octroi des augmentations intercalaires. La période des prestations à mi-temps est prise en considération comme une période de prestations à temps plein en vue de l'octroi des augmentations intercalaires. A l'expiration de la période des prestations à mi-temps, ces augmentations intercalaires restent acquises.
§ 2. Lorsque le régime mi-temps prend fin ou est suspendu, le traitement à temps plein pour un mois incomplet est alors fractionné en trentièmes conformément aux dispositions de (l'article 19 de l'arrêté royal précité du 18 mars 2003).
Le traitement à cinquante pourcent pour le même mois est également fractionné en trentièmes, le nombre de trentièmes dus étant égal à la différence entre le nombre de journées du mois considéré et le nombre de journées rémunérées à temps plein. L'allocation visée à l'article 22, alinéa 1er, est fractionnée en trentièmes dans la même mesure que le traitement à cinquante pourcent.
§ 3. En dérogation à (l'article 19 de l'arrêté royal précité du 18 mars 2003) relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier, le traitement à prendre en considération est le traitement annuel brut entier.
HOOFDSTUK V. - De tijdelijke aanpassing van de bepalingen tot regeling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking.
CHAPITRE V. - De l'adaptation temporaire des dispositions réglant le retrait temporaire d'emploi par interruption de carrière.
Art. 24. § 1. De aanvraag tot tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking bedoeld in artikel 20, § 1, eerste lid, 1°, van (de wet), wordt ingediend en afgehandeld op de wijze voorzien voor elke aanvraag tot tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking. Zij moet evenwel uitdrukkelijk verwijzen naar het voormelde artikel 20 en er wordt geen duur op vermeld.
De tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking begint steeds de eerste dag van een maand.
§ 2. De aanvraag tot tijdelijke ambtsontheffing wegens persoonlijke aangelegenheden bedoeld in artikel 22 van (de wet), wordt ingediend en afgehandeld op de wijze voorzien voor elke aanvraag tot tijdelijke ambtsontheffing wegens persoonlijke aangelegenheden. Zij moet evenwel uitdrukkelijk verwijzen naar artikel 22 van het koninklijk besluit. Een maximale duur van vier jaar, uitgedrukt per volledige trimester. mag gevraagd worden.
Art. 24. § 1er. La demande d'un retrait temporaire d'emploi par interruption de carrière visée à l'article 20, § 1er, alinéa 1er, 1°, de (la loi) est introduite et traitée de la manière prévue pour toute demande de retrait temporaire d'emploi par interruption de carrière. Toutefois, elle doit faire référence explicite à l'article 20 précité et elle ne mentionne aucune durée.
Le retrait temporaire d'emploi par interruption de carrière commence toujours le premier jour d'un mois.
§ 2. La demande d'un retrait temporaire d'emploi pour convenances personnelles visé à l'article 22 de (la loi) est introduite et traitée de la manière prévue pour toute demande de retrait temporaire d'emploi pour convenances personnelles. Toutefois, elle doit faire référence explicite à l'article 22 de l'arrêté royal. Une durée maximale de quatre ans, exprimée par trimestre entier, peut être demandée.
Art. 25. De aanvraag tot heropneming in werkelijke dienst, bedoeld in artikel 23, § 1, van (de wet) moet ingediend worden minstens drie maand voor de gevraagde datum. De heropneming heeft steeds plaats de eerste dag van de maand.
Op aanvraag van de betrokken militair kan de minister van [1 Defensie]1 evenwel de termijn van drie maanden bedoeld in het eerste lid verminderen.
Art. 25. La demande de reprise en service actif visée à l'article 23, § 1er, de (la loi) doit être introduite au moins trois mois avant la date demandée. La reprise en force a toujours lieu le premier jour d'un mois.
A la demande du militaire concerné, le (Ministre de la Défense) peut toutefois réduire le délai de trois mois visé à l'alinéa 1er.
Art. 26. In afwijking van (artikel 9 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003) houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het aktief kader beneden de rang van officier, wordt de periode gedurende dewelke de militair zich bevindt in een tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking bedoeld in (artikel 20 van de wet) in aanmerking genomen voor de toekenning van de tussentijdse verhogingen. Bij afloop van deze periode blijven deze tussentijdse verhogingen verworven.
Art. 26. En dérogation à (l'article 9 de l'arrêté royal du 18 mars 2003) relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier, la période durant laquelle le militaire se trouve en retrait temporaire d'emploi par interruption de carrière visé à (l'article 20 de la loi) est admissible pour l'octroi des augmentations intercalaires. A l'expiration de cette période, ces augmentations intercalaires restent acquises.
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingsbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions modificatives.
Art. 27. Een titel IVbis, dat de artikelen 30bis en 30ter omvat, luidend als volgt, wordt in het koninklijk besluit van 4 juli 1994 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het aktief kader beneden de rang van officier ingevoegd :
" Titel IVbis. Bepalingen betreffende de onderbrekingsuitkering toegekend aan de militair in non-activiteit ten gevolge van een tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking "
Art. 30bis. § 1. Een onderbrekingsuitkering van 10 096 frank per maand wordt toegekend aan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbreekt.
§ 2. Het bedrag van de uitkering wordt evenwel tot 11 075 frank per maand verhoogd wanneer de loopbaanonderbreking ingaat binnen een termijn van drie jaar vanaf de geboorte of adoptie van een tweede kind waarvoor het personeelslid dat zijn loopbaan onderbreekt, of zijn echtgenoot die onder hetzelfde dak woont, kinderbijslag ontvangt.
Het bedrag van de uitkering wordt evenwel tot 12 018 frank per maand verhoogd wanneer de loopbaanonderbreking ingaat binnen een termijn van drie jaar vanaf de geboorte of adoptie van een derde of daaropvolgend kind waarvoor het personeelslid dat zijn loopbaan onderbreekt, of zijn echtgenoot die onder hetzelfde dak woont, kinderbijslag ontvangt.
De bedragen voorzien in het eerste of tweede lid blijven behouden, ook in geval van verlenging van de oorspronkelijke onderbrekingsperiode, tot maximaal de eerste dag van de maand volgend op de maand waarop het rechtgevend kind de leeftijd van drie jaar heeft bereikt of, in geval van adoptie, tot maximaal de eerste dag van de maand volgend op de maand gedurende dewelke de derde verjaardag van de homologatie van de adoptieakte wordt bereikt. In geval van overlijden van het kind dat het recht heeft geopend op dit bedrag blijft dit bedrag behouden voor de duur van de lopende loopbaanonderbrekingsperiode of tot dat het kind de leeftijd van drie jaar zou hebben bereikt of tot de derde verjaardag van de homologatie van de adoptieakte zou bereikt worden.
Indien een personeelslid tijdens een lopende loopbaanonderbreking een aanvraag doet tot het bekomen van een verhoogde uitkering zoals voorzien in het eerste of het tweede lid, kan deze verhoogde uitkering toegekend worden vanaf de eerste dag van de maand volgend op de aanvraag.
§ 3. Wanneer de in de vorige paragrafen voorziene uitkeringen niet voor een volledige maand verschuldigd zijn, worden ze verminderd naar verhouding van de werkelijke duur van de loopbaanonderbreking voor die maand.
§ 4. De in dit artikel bedoelde uitkeringen worden betaald door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening, behalve wanneer het personeelslid een beroepsactiviteit uitoefent, overeenkomstig de bepalingen van artikel 19 van de wet van 14 januari 1975 houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht. Wanneer de beroepsactiviteit evenwel een zelfstandige activiteit is, blijft de onderbrekingsuitkering betaald door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening gedurende de eerste twaalf maanden van deze activiteit.
§ 5. De bedragen bepaald in dit artikel blijven echter slechts verworven gedurende de eerste twaalf maanden van de loopbaanonderbreking. Na deze periode worden ze verminderd met vijf percent.
" Art. 30ter. De onderbrekingsuitkeringen zijn gekoppeld aan de spilindex 138,01.
Wanneer het overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, berekend bedrag der onderbrekingsuitkering een frankgedeelte bevat, wordt het tot de hogere of lagere frank afgerond naargelang het al dan niet 50 centimes bereikt. ".
Art. 27. Un Titre IVbis, comprenant les articles 30bis et 30ter, rédigé comme suit, est inséré dans l'arrêté royal du 4 juillet 1994 relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier :
" Titre IVbis. - Dispositions relatives à l'allocation d'interruption accordée au militaire en non-activité à la suite d'un retrait temporaire d'emploi par interruption de carrière. ".
" Art. 30bis. § 1er. Une allocation d'interruption de 10 096 francs par mois est accordée au membre du personnel qui interrompt sa carrière.
§ 2. Le montant de l'allocation est toutefois porté à 11 075 francs par mois, lorsque l'interruption de carrière prend cours dans un délai de trois ans à partir de la naissance ou de l'adoption d'un deuxième enfant, pour lequel le membre du personnel qui interrompt sa carrière, ou son conjoint vivant sous le même toit, percoit des allocations familiales.
Le montant de l'allocation est toutefois porté à 12 018 francs par mois lorsque l'interruption de carrière prend cours dans un délai de trois ans à partir de toute naissance ou adoption postérieure à celle d'un deuxième enfant, pour lequel le membre du personnel qui interrompt sa carrière ou son conjoint vivant sous le même toit, percoit des allocations familiales.
Les montants prévus aux alinéas 1er et 2 restent acquis, également en cas de prolongation de la période initiale d'interruption, au plus tard jusqu'au premier jour du mois suivant le mois au cours duquel l'enfant qui a ouvert le droit atteint l'âge de trois ans ou, en cas d'adoption, au plus tard jusqu'au premier jour du mois qui suit le mois au cours duquel le troisième anniversaire de l'homologation de l'acte d'adoption est atteint. En cas de décès de l'enfant qui a ouvert le droit à ce montant, ce dernier reste acquis jusqu'à la fin de la période d'interruption de carrière en cours ou jusqu'à ce que l'enfant eût atteint l'âge de trois ans ou le troisième anniversaire de l'homologation de l'acte d'adoption aurait été atteint.
Si un membre du personnel, pendant une interruption de carrière en cours, sollicite le bénéfice d'une allocation majorée telle que prévue aux alinéas 1er ou 2, cette allocation majorée peut être octroyée à partir du premier jour du mois qui suit la demande.
§ 3. Lorsque les allocations prévues aux paragraphes précédents ne sont pas dues pour un mois complet, elles sont réduites au prorata de la durée réelle de l'interruption de carrière pour ce mois.
§ 4. Les allocations visées dans le présent article sont payées par l'Office national de l'Emploi, sauf lorsque le membre du personnel exerce une activité professionnelle, conformément aux dispositions de l'article 19 de la loi du 14 janvier 1975 portant le règlement de discipline des forces armées. Toutefois, lorsque l'activité professionnelle est une activité indépendante, l'allocation d'interruption reste payée par l'Office national de l'Emploi pendant les douze premiers mois de l'exercice de cette activité.
§ 5. Les montants fixés au présent article ne restent cependant acquis que pendant les douze premiers mois de l'interruption de carrière. Après cette période, ils sont diminués de cinq pourcent. ".
" Art. 30ter. Les allocations d'interruption sont liées à l'indice-pivot 138,01.
Quand le montant de l'allocation d'interruption calculé conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public comporte une fraction de franc, il est arrondi au franc supérieur selon que la fraction de franc atteint ou n'atteint pas 50 centimes. ".
Art. 28. In artikel 246 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
" Onder gecontroleerde werkloosheid bedoeld in artikel 32, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wet, wordt eveneens verstaan, de periode gedurende dewelke de in artikel 32, eerste lid, 1°, van de genoemde gecoördineerde wet bedoelde werknemer, zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken in toepassing van artikel 14, 1°, van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut der beroepsofficieren van de land-, de lucht-, de zeemacht en de medische dienst en der reserveofficieren van alle krijgsmachtdelen en van de medische dienst, artikel 16, 1°, van de wet van 27 december 1961 houdende statuut van de onderofficieren van het actief kader der land-, lucht- en zeemacht en van de medische dienst en artikel 10, 1°, van de wet van 12 juli 1973 houdende statuut van de vrijwilligers van het actief kader der land-, lucht-, en zeemacht en van de medische dienst en een onderbrekingstoelage geniet waarvoor hem een bewijs van rechthebbende op een onderbrekingsuitkering wordt uitgereikt als bedoeld in artikel 281, § 3. Voor de werknemer die voor de onderbreking van zijn beroepsloopbaan niet beschouwd werd als een in artikel 86, § 1, van de gecoördineerde wet bedoelde uitkeringsgerechtigde, blijft de werkingssfeer van deze bepaling evenwel beperkt tot de sector van de geneeskundige verzorging. Die gelijkstelling wordt bovendien niet in aanmerking genomen voor het verlengen van de nabevallingsrust met toepassing van artikel 114, tweede lid, van de gecoördineerde wet. " .
Art. 28. Dans l'article 246 de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
" Par chômage contrôlé visé à l'article 32, alinéa 1er, 3°, de la loi coordonnée, il y a lieu d'entendre également la période pendant laquelle le travailleur visé à l'article 32, alinéa 1er, 1°, de ladite loi coordonnée a interrompu sa carrière professionnelle en vertu de l'article 14, 1°, de la loi du 1er mars 1958 relative au statut des officiers de carrière des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical, ainsi que des officiers de réserve de toutes les forces armées et du service médical, l'article 16, 1°, de la loi du 27 décembre 1961 portant statut des sous-officiers du cadre actif des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical et l'article 10, 1°, de la loi du 12 juillet 1973 portant statut des volontaires du cadre actif des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical et bénéficie d'une allocation d'interruption pour laquelle une attestation d'ayant-droit à une allocation d'interruption visée à l'article 281, § 3, lui est délivrée. Toutefois, pour le travailleur qui, avant l'interruption de sa carrière, n'avait pas la qualité de titulaire aux indemnités visées à l'article 86, § 1er, de la loi coordonnée, le champ d'application de cette disposition est limité au secteur des soins de santé. Cette assimilation n'est, en outre, pas prise en considération pour la prolongation du repos postnatal en application de l'article 114, alinéa 2, de la loi coordonnée. ".
HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions transitoires et finales.
Art. 29. De militair die in tijdelijke ambtsontheffing is wegens persoonlijke aangelegenheden op de datum van inwerkingtreding van dit besluit en die op zijn aanvraag voortijdig heropgenomen wordt in werkelijke dienst, kan geen tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking bedoeld in artikel 20 van (de wet) bekomen, voor de datum die oorspronkelijk bepaald was voor de afloop van zijn tijdelijke ambtsontheffing wegens persoonlijke aangelegenheden.
Art. 29. Le militaire en retrait temporaire d'emploi pour convenances personnelles à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, qui est repris prématurément en service actif à sa demande, ne peut obtenir un retrait temporaire d'emploi par interruption de carrière visé à l'article 20 de (la loi) avant la date initialement fixée pour l'expiration de son retrait temporaire d'emploi pour convenances personnelles.
Art. 30. (Opgeheven)
Art. 30. (Abrogé)
Art. 31. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 31. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 32. Onze Ministers van Tewerkstelling en Arbeid, van Sociale Zaken en van Landsverdediging zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 32. Nos Ministres de l'Emploi et du Travail, des Affaires sociales et de la Défense nationale sont charges de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. [1 Bijlage 1. - Lijst met functies die uitgesloten worden van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap.]1
Art. N1. [1 Annexe 1. Liste des fonctions exclues du régime volontaire de travail de la semaine de quatre jours et du régime du départ anticipé à mi-temps.]1
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 07-02-2023, p. 21082)
(Annexe non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. du 07-02-2023 p. 21081)
Art. N2. Bijlage 2. - Aanvraag tot opening - tot hernieuwing van het recht om prestaties te verrichten in de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 20-08-1997, p. 21278-21279).
Art. N2. Annexe 2. Demande d'ouverture - de renouvellement du droit d'effectuer des prestations dans le régime volontaire de travail de la semaine de quatre jours.
(Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. 20-08-1997, p. 21277 - 21278).
Gewijzigd door :
Modifiée par :
Art. N3. Bijlage 3. - Aanvraag tot opening - tot wijziging (na minstens een jaar) (1) van het recht prestaties te verrichten in de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 20-08-1997, p. 21281-21283).
Art. N3. Annexe 3. - Demande d'ouverture - de modification (après au moins un an) du droit d'effectuer des prestations dans le régime du départ anticipé à mi-temps.
(Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. 20-08-1997, p. 21280 - 21281).
Gewijzigd door :
Modifiée par :