Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 OKTOBER 1996. - Besluit van de Vlaamse regering tot aanpassing van de regeling houdende de aanmoediging in het Vlaamse Gewest van de wedertewerkstelling van uitkeringsgerechtigde volledig werklozen of van de daarmee gelijkgestelde personen door middel van herverdeling van de arbeid. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 15-02-1997 en tekstbijwerking tot 04-04-1997)
Titre
22 OCTOBRE 1996. - Arrêté du Gouvernement flamand adaptant le régime encourageant en Région flamande la remise au travail de chômeurs complets indemnisés ou de personnes y assimilées à l'aide de la redistribution du travail (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 15-02-1997 et mise à jour au 04-04-1997)
Dokumentinformationen
Numac: 1997035150
Datum: 1996-10-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1997035150
Date: 1996-10-22
Moniteur: Voir
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Art. 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 februari 1995 houdende de aanmoediging in het Vlaamse Gewest van de wedertewerkstelling van uitkeringsgerechtigde volledig werklozen of van de daarmee gelijkgestelde personen door middel van herverdeling van de arbeid wordt vervangen door de volgende bepalingen :
" Artikel 1.
goedgekeurd bedrijfsplan :
het bedrijfsplan tot herverdeling van de arbeid, zoals bepaald in Titel IV van het koninklijk besluit van 24 december 1993,
a) goedgekeurd door de federale minister van Tewerkstelling en Arbeid, en
b) bevattende, door de onderneming aangetoonde, specifieke maatregelen inzake vrijwillige verminderde arbeidsduur.
erkende CAO. :
de collectieve arbeidsovereenkomst die afspraken inzake vrijwillige verminderde arbeidsduur bevat en waarvan het substantieel effect op de werkgelegenheid door de Vlaamse regering werd erkend;
erkend document inzake arbeidsherverdeling :
het aan de Vlaamse regering medegedeelde plan van de met het personeel overlegde vrijwillige verminderde arbeidsduur in ondernemingen die minder dan vijftig werknemers tewerkstelden per 31 december 1994, waar geen vakbondsafvaardiging bestaat en waarvan het substantieel effect op de werkgelegenheid door de Vlaamse regering werd erkend;
voltijdse arbeidsregeling :
de voltijdse arbeidsregeling op de werknemer van toepassing en bepaald in het arbeidsreglement dat in de onderneming van toepassing is of in elk ander document dat hiertoe wordt bijgehouden wanneer de werkgever geen arbeidsreglement moet opmaken;
verminderde arbeidsduur :
de arbeidsregeling die op de werknemer van toepassing is en waarbij de arbeidsduur ten minste 50 % en ten hoogste 80 % van de voltijdse arbeidsregeling bedraagt;
volledige loopbaanonderbreking :
de onderbreking van de beroepsloopbaan zoals bepaald in artikel 100 tot 101bis van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, zoals gewijzigd;
gedeeltelijke loopbaanonderbreking :
de vermindering van de arbeidsprestaties met een vijfde, een vierde, een derde of de helft van het normaal aantal uren van een voltijdse betrekking zoals bedoeld bij artikel 102 tot 103 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen;
kind ten laste :
het kind waarvoor kinderbijslag of wezentoelage wordt uitbetaald aan de werknemer (m/v) of aan de persoon met wie hij wettelijk of feitelijk samenwoont;
opleiding :
- de beroepsopleiding zoals bepaald door het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding en georganiseerd door de in datzelfde besluit, Titel III, Hoofdstuk II vermelde centra.
- elke andere vorm van onderwijs en opleiding georganiseerd, gefinancierd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse overheid en waarvan het programma ten minste 120 uren op jaarbasis omvat;
10° het starten als zelfstandige :
de voltijdse loopbaanonderbreking opgenomen voor het starten van een activiteit als zelfstandige;
11° palliatieve zorgen :
de palliatieve verzorging van een persoon zoals bepaald in artikel 100bis en artikel 102bis van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, zoals gewijzigd;
12° vrijwilligerswerk :
het geheel van activiteiten, behalve bestuursfuncties, die in een gestructureerd verband vrijwillig en onbezoldigd worden uitgeoefend door natuurlijke personen die zich daadwerkelijk inzetten voor het welzijn en de ontwikkeling van individuen of groepen;
13° sociaal-cultureel werk :
het opnemen van een bestuursfunctie in of namens het sociaal-cultureel werk erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse minister van Cultuur;
14° de administratie :
de administratie Werkgelegenheid van het departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw. "
Article 1. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er février 1995 encourageant en Région flamande la remise au travail de chômeurs complets indemnisés ou de personnes y assimilées à l'aide de la redistribution du travail, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Article 1er.
plan d'entreprise approuvé :
le plan d'entreprise de redistribution du travail tel que défini au Titre IV de l'arrêté royal du 24 décembre 1993,
a) approuvé par le Ministre fédéral de l'Emploi et du Travail, et
b) contenant des mesures spécifiques, démontrées par l'entreprise, relatives aux prestations réduites volontaires.
CCT reconnue :
la convention collective de travail réglant la réduction volontaire du temps de travail et dont les incidences substantielles sur l'emploi sont reconnues par le Gouvernement flamand;
document reconnu relatif à la redistribution du travail :
le plan communiqué au Gouvernement flamand relatif à la réduction volontaire du temps de travail convenue avec le personnel au sein d'entreprises occupant moins de 50 travailleurs au 31 décembre 1994 et qui n'ont pas de délégation syndicale, les incidences sur l'emploi étant reconnues par le Gouvernement flamand;
régime de travail à temps plein :
le régime de travail à temps plein applicable au travailleur et prévu dans le règlement du travail en vigueur dans l'entreprise ou dans tout autre document qui en tient lieu lorsque l'employeur n'est pas tenu d'établir un règlement du travail;
prestations réduites :
le régime de travail applicable au travailleur et dont la durée correspond à 50 % au minimum et à 80 % au maximum du régime de travail à temps plein;
interruption complète de la carrière :
l'interruption de la carrière professionnelle visée aux articles 100 à 101bis de la loi du 22 janvier 1985 de redressement contenant des dispositions sociales, telle que modifiée;
interruption partielle de la carrière :
la réduction des prestations de travail par un cinquième, un quart, un tiers ou la moitié du nombre normal d'heures d'un emploi à temps plein, telle que visée aux articles 102 à 103 de la loi du 22 janvier 1985 de redressement contenant des dispositions sociales;
enfant à charge :
l'enfant pour lequel des allocations familiales ou une allocation d'orphelin sont accordées au travailleur (h/f) ou à la personne avec qui il/elle cohabite légalement ou de fait;
formation :
- la formation professionnelle visée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 1988 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle et organisée par les centres mentionnés au Titre III, Chapitre II, du même arrêté;
- toute autre forme d'enseignement ou de formation organisée, subventionnée ou agréée par le Gouvernement flamand, dont le programme couvre au moins 120 heures sur une base annuelle;
10° démarrer en tant qu'indépendant :
l'interruption de la carrière à temps plain prise avant de démarrer une activité d'indépendant;
11° soins palliatifs :
les soins palliatifs portés à une personne, selon les dispositions prévues aux articles 100bis et 102bis de la loi du 22 janvier 1985 de redressement contenant des dispositions sociales, telle que modifiée;
12° bénévolat :
l'ensemble des activités, hormis les fonctions administratives, qui sont exercées bénévolement et à titre gracieux dans un contexte structuré par des personnes physiques qui s'engagent effectivement pour l'aide sociale et l'épanouissement d'individus ou de groupes;
13° travail socio-culturel :
se charger d'une fonction administrative dans ou au nom du travail socio-culturel, agréé et subventionné par le Ministre flamand de la Culture;
14° l'administration :
l'administration de l'Emploi du département de l'Economie, de l'Emploi, des Affaires intérieures et de l'Agriculture. "
Art. 2. Art. 3 van het voormelde besluit van 1 februari 1995 wordt vervangen door de volgende bepalingen :
" § 1. Binnen de perken van de daartoe bestemde kredieten kan aan de werknemer, tewerkgesteld in het Vlaamse Gewest, een aanmoedigingspremie worden toegekend indien hij in het kader van een goedgekeurd bedrijfsplan, een erkende CAO. of een erkend document inzake arbeidsherverdeling, zijn arbeidsduur vermindert met ten minste 20 % van een voltijdse arbeidsregeling en na vermindering nog ten minste 50 % van de voltijdse arbeidsregeling werkt.
§ 2. De in § 1 vermelde verminderde arbeidsduur moet ingaan uiterlijk op 31 december 1997. De aanmoedigingspremie kan gedurende maximum twee jaar toegekend worden.
Voor het bepalen van de maximumduur van twee jaar wordt ten vroegste gerekend vanaf 1 maart 1994 en ten laatste vanaf 31 december 1997.
§ 3. De in § 1 vermelde werknemer moet tijdens de periode van zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de verminderde arbeidsduur ononderbroken verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst in dezelfde onderneming en in dezelfde arbeidsregeling.
De werknemer mag, onverminderd artikel 8 en 9, op de datum waarop de verminderde arbeidsduur start niet in loopbaanonderbreking zijn.
§ 4. De aanmoedigingspremie bij verminderde arbeidsduur kan niet gecombineerd worden met een tweede deeltijdse of voltijdse tewerkstelling in hoofde van de werknemer, met de uitoefening van een winstgevende activiteit tenzij en voor zover deze reeds werd uitgeoefend voor de aanvang van de verminderde arbeidsduur, met een uitkering in het kader van de werkloosheidsreglementering, noch met een onderbrekingsuitkering, noch met een aanmoedigingspremie bij loopbaanonderbreking zoals bedoeld in artikel 5. "
Art. 2. L'article 3 de l'arrêté précité du 1er février 1995, est remplacé par les dispositions suivantes :
" § 1er. Dans les limites des crédits prévus à cet effet, le travailleur occupé en Région flamande peut bénéficier d'une prime d'encouragement s'il passe, dans le cadre d'un plan d'entreprise approuvé, d'une CCT ou d'un document reconnu sur la redistribution du travail, d'un régime de travail à temps plein à des prestations réduites à raison de 20 % au minimum et de 50 % au maximum d'un régime à temps plein.
§ 2. Les prestations réduites visées au § 1er doivent prendre cours au plus tard le 31 décembre 1997. La prime d'encouragement peut être accordée pendant deux ans au maximum.
Pour la détermination de la durée maximale de deux ans, on compte au plus tôt à partir du 1er mars 1994 et au plus tard à partir du 31 décembre 1997.
§ 3. Le travailleur visé au § 1er doit être lié, sans interruption, pendant les six mois précédant immédiatement le début des prestations réduites, par un contrat de travail dans la même entreprise et sous le même régime de travail.
Sans préjudice des dispositions prévues aux articles 8 et 9, le travailleur ne peut avoir bénéficié d'une interruption de carrière à la date où les prestations réduites prennent cours.
§ 4. La prime d'encouragement accordée pour prestations réduites ne peut être cumulée avec une seconde occupation à temps partiel ou à temps plein dans le chef du travailleur, avec l'exercice d'une activité lucrative à moins que et pour autant que celle-ci ait déjà été exercée avant le début des prestations réduites, avec une allocation octroyée dans le cadre de la réglementation sur le chômage, ni avec une prime d'encouragement accordée pour l'interruption de carrière telle que visée à l'article 5. "
Art. 3. Art. 5 §§ 1, 2, 3 en 7 van het voormelde besluit van 1 februari 1995 worden vervangen door de volgende bepalingen :
" Art. 5, § 1. Binnen de perken van de daartoe bestemde kredieten kan aan de werknemer tewerkgesteld in het Vlaamse Gewest een aanmoedigingspremie worden toegekend indien hij volledig of gedeeltelijk de loopbaan onderbreekt om :
- een opleiding te volgen;
- kinderen ten laste, tot het bereiken van de leeftijd van acht jaar, op te vangen;
- palliatieve zorgen te verstrekken;
- te starten als zelfstandige;
- vrijwilligerswerk te verrichten;
- sociaal-cultureel werk te verrichten.
§ 2. De bij § 1 vermelde loopbaanonderbreking moet ingaan uiterlijk op 31 december 1997. De aanmoedigingspremie kan gedurende maximum twee jaar toegekend worden.
Voor het bepalen van de maximumduur van twee jaar wordt ten vroegste gerekend vanaf 1 maart 1994 en ten laatste vanaf 31 december 1997.
§ 3. De in § 1 vermelde werknemer moet tijdens de periode van zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de loopbaanonderbreking ononderbroken verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst in dezelfde onderneming en in dezelfde arbeidsregeling.
§ 7. De aanmoedigingspremie bij loopbaanonderbreking kan niet gecombineerd worden met een tweede deeltijdse of voltijdse tewerkstelling in hoofde van de werknemer, met de uitoefening van een winstgevende activiteit tenzij deze gepaard gaat met het starten van een activiteit als zelfstandige, met een uitkering in het kader van de werkloosheidsreglementering, noch met een aanmoedigingspremie bij verminderde arbeidsduur zoals bedoeld in artikel 3.
De uitkering van de aanmoedigingspremie voor een loopbaanonderbreking opgenomen voor het starten van een activiteit als zelfstandige wordt beperkt tot de duur van uitkering van de federale onderbrekingsuitkering. "
Art. 3. L'article 5, §§ 1er, 2, 3 et 7 de l'arrêté précité du 1er février 1995, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 5. § 1er. Dans les limites des crédits prévus à cet effet, le travailleur occupé en Région flamande peut bénéficier d'une prime d'encouragement s'il prend une interruption complète ou partielle de la carrière afin :
- de suivre une formation;
- d'assurer l'accueil des enfants à charge jusqu'à l'âge de trois ans;
- de donner des soins palliatifs;
- de démarrer en tant qu'indépendant;
- de travailler bénévolement;
- de faire du travail socio-culturel.
§ 2. L'interruption de la carrière visée au § 1er doit prendre cours au plus tard le 31 décembre 1997. La prime d'encouragement est accordée pendant deux ans au maximum.
Pour la détermination de la durée maximale de deux ans, on compte au plus tôt à partir du 1er mars 1994 et au plus tard à partir du 31 décembre 1997.
§ 3. Le travailleur visé au § 1er doit être lié, sans interruption, pendant les six mois précédant immédiatement le début de l'interruption de la carrière, par un contrat de travail dans la même entreprise et sous le même régime de travail.
§ 7. La prime d'encouragement en cas d'interruption de la carrière, ne peut être cumulée avec une seconde occupation à temps partiel ou à temps plein dans le chef du travailleur, avec l'exercice d'une activité lucrative, sauf si cette activité s'accompagne d'une activité en tant qu'indépendant, d'une allocation octroyée dans le cadre de la réglementation sur le chômage, ou d'une prime d'encouragement pour prestations réduites telles que visées à l'article 3.
L'allocation de la prime d'encouragement pour prestations réduites prise avant le début de l'activité en tant qu'indépendant, est limitée à la période pendant laquelle l'allocation d'interruption fédérale est octroyée. "
Art. 4. Artikel 5 van het voormelde besluit van 1 februari 1995 wordt aangevuld met volgende bepalingen :
" Art. 5. § 8. De aanmoedigingspremie blijft behouden voor het overeenstemmende bedrag indien de werknemer overstapt van een volledige loopbaanonderbreking naar een gedeeltelijke loopbaanonderbreking of van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking naar een andere gedeeltelijke loopbaanonderbreking of naar een volledige loopbaanonderbreking. "
Art. 4. L'article 5 de l'arrêté précité du 1er février 1995, est complété par les dispositions suivantes :
" Art. 5. § 8. La prime d'encouragement se maintient pour le montant correspondant si le travailleur passe d'une interruption complète de la carrière à une interruption partielle de la carrière ou d'une interruption partielle de la carrière à une autre interruption partielle de la carrière ou à une interruption complète de la carrière. "
Art. 5. Artikel 6 van het voormelde besluit van 1 februari 1995 wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 6. De aanmoedigingspremie bedraagt bruto per volledige kalendermaand :
- 5 000 frank voor de werknemer die tewerkgesteld is in een arbeidsregeling die minimaal 75 % bedraagt van de voltijdse arbeidsregeling en die volledige loopbaanonderbreking opneemt;
- 3 000 frank voor de werknemer die tewerkgesteld is in een arbeidsregeling die minimaal 50 % bedraagt van de voltijdse arbeidsregeling en die volledige loopbaanonderbreking opneemt;
- 3 000 frank voor de werknemer die een gedeeltelijke loopbaanonderbreking opneemt en die de arbeidsprestaties vermindert met een derde of de helft van het normaal aantal arbeidsuren van een voltijdse betrekking;
- 2 000 frank voor de werknemer die een gedeeltelijke loopbaanonderbreking opneemt en die de arbeidsprestaties vermindert met een vierde of een vijfde van het normaal aantal arbeidsuren van een voltijdse betrekking. "
Art. 5. L'article 6 de l'arrêté précité du 1er février 1995, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 6. La prime d'encouragement brute s'élève par mois civil :
- à 5 000 francs pour le travailleur occupé dans un régime qui correspond au moins à 75 % d'un emploi à temps plein et qui prend une interruption de carrière complète;
- à 3 000 francs pour le travailleur occupé dans un régime qui correspond au moins à 50 % d'un emploi à temps plein et qui prend une interruption de carrière complète;
- à 3 000 francs pour le travailleur qui prend une interruption partielle de la carrière et qui réduit la durée du travail d'un tiers ou de la moitié du nombre normal d'heures de travail d'un emploi à temps plein;
- à 2 000 francs pour le travailleur qui prend une interruption partielle de la carrière et qui réduit la durée du travail d'un quart ou d'un cinquième du nombre normal d'heures de travail d'un emploi à temps plein. "
Art. 6. Art. 9 van het voormelde besluit van 1 februari 1995 wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 9. In afwijking van artikel 3, § 1 en § 3, heeft de werknemer, die bij uitputting van de wettelijk voorziene mogelijkheden om de arbeidsprestaties te verminderen, bij toepassing van artikel 107bis van de herstelwet van 22 januari 1985, het recht opneemt om naar een deeltijdse arbeidsovereenkomst over te gaan, aanspraak op een aanmoedigingspremie voor verminderde arbeidsduur. "
Art. 6. L'article 9 de l'arrêté précité du 1er février 1995, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 9. Par dérogation à l'article 3, §§ 1er et 3, le travailleur qui, en application de l'article 107bis de la loi du 22 février 1985 de redressement, se sert du droit de passer à une convention de travail à mi-temps en cas d'épuisement des moyens légaux de réduction de la durée du travail, a droit à une prime d'encouragement pour prestations réduites. "
Art. 7. Art. 10 van het voormelde besluit van 1 februari 1995 wordt vervangen door de volgende bepalingen :
" Art. 10. De aanvraag voor het toekennen van de aanmoedigingspremie wordt ingediend bij de administratie door de werknemer die aanspraak maakt op de aanmoedigingspremie.
De aanvraag bestaat uit :
-het ingevulde aanvraagformulier, als model bij dit besluit gevoegd;
-wat de aanmoedigingspremie voor verminderde arbeidsduur betreft : het attest waaruit de goedkeuring van het bedrijfsplan, de erkenning van het substantieel effect op de werkgelegenheid van de CAO. of het document inzake arbeidsherverdeling blijkt;
-indien de onderneming beschikt over een goedgekeurd bedrijfsplan dient het bewijs te worden geleverd dat het bedrijfsplan specifieke maatregelen inzake vrijwillige verminderde arbeidsduur bevat;
-wat de aanmoedigingspremie voor loopbaanonderbreking betreft :
-een kopie van de onderbrekingsuitkeringskaart waarop de ingangsdatum en de duur van de onderbrekingsperiode vermeld is;
-en het bewijs dat aan de voorwaarden gesteld in artikel 5 voldaan is door het voorleggen van :
-hetzij een attest van de VDAB., de onderwijs- of vormingsinstelling waaruit de inschrijving voor, de aanvangsdatum, de duur en het aantal lesuren van de opleiding blijken;
-hetzij een uittreksel uit het bevolkingsregister waaruit de domiciliëring, de kinderen ten laste en hun geboortedatum blijken;
-hetzij een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die een palliatieve verzorging behoeft en waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard deze palliatieve verzorging te verlenen, zonder dat hierbij de identiteit van de patiënt wordt vermeld en het bewijs van vervanging;
-hetzij het bewijs dat de werknemer start als zelfstandige;
-hetzij het bewijs van het vrijwilligerswerk;
-hetzij het bewijs van de bestuursfunctie in het sociaal-cultureel werk;
-het bewijs van vervanging voor de werknemer die een gedeeltelijke loopbaanonderbreking opneemt en de arbeidsprestaties vermindert met een vijfde of een vierde van het normaal aantal arbeidsuren van een voltijdse betrekking. "
Art. 7. L'article 10 de l'arrêté précité du 1er février 1995, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 10. La demande d'octroi d'une prime d'encouragement est adressée à l'administration par le travailleur qui y a droit.
La demande comprend :
- le formulaire de demande dûment rempli;
- pour ce qui concerne la prime d'encouragement pour prestations réduites : l'attestation certifiant l'approbation du plan d'entreprise ou la reconnaissance des incidences substantielles sur l'emploi de la CCT ou du document en matière de redistribution du travail.
- si l'entreprise dispose d'un plan d'entreprise approuvé, la preuve doit être fournie que le plan d'entreprise contient des mesures spécifiques relatives aux prestations réduites volontaires;
- pour ce qui concerne la prime d'encouragement pour interruption de carrière :
- une copie de la carte d'allocation d'interruption qui mentionne la date de début de la période d'interruption ainsi que la durée;
- la preuve que les conditions énoncées à l'article 5 sont remplies, par la production :
- soit d'une attestation du VDAB certifiant l'inscription à la formation professionnelle, sa date de début, sa durée et le nombre d'heures de cours;
- soit un extrait du registre de la population attestant le domicile, les enfants à charge et leurs dates de naissance;
- soit un certificat livré par le médecin traitant de la personne qui a besoin de soins palliatifs, et certifiant que le travailleur est prêt à donner ces soins palliatifs sans que l'identité du patient soit mentionnée, ainsi que la preuve du remplacement;
- soit la preuve que le travailleur démarre une activité en tant qu'indépendant;
- soit la preuve du bénévolat;
- soit la preuve de la fonction administrative dans le travail socio-culturel;
- soit la preuve du remplacement du travailleur qui prend une interruption partielle de la carrière et qui réduit la durée du travail d'un cinquième ou d'un quart du nombre normal d'heures de travail d'un emploi à temps plein. "
Art. 8. Art. 11 van het voormelde besluit van 1 februari 1995 wordt vervangen door de volgende bepaling :
Art. 11. § 1. Om geldig te zijn dient de aanvraag tot het bekomen van de aanmoedigingspremie ingediend te worden binnen 6 maanden na aanvang van de loopbaanonderbreking of van de verminderde arbeidsduur.
§ 2. In afwijking van § 1 worden de aanvragen waarvan de aanvangsdatum van de verminderde arbeidsduur of van de loopbaanonderbreking valt tussen 1 januari 1995 en de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad ontvankelijk beschouwd indien zij worden ingediend uiterlijk voor het verstrijken van de maand volgend op de maand van bekendmaking.
§ 3. Na betalingsopdracht door de administratie wordt de premie voor het voorbije kwartaal aan de rechthebbende werknemer uitgekeerd.
Art. 8. L'art. 11 de l'arrêté précité du 1er février 1995 est remplacé par la disposition suivante :
''Art. 11. § 1er. Pour être valable, la demande d'obtention d'une prime d'encouragement doit être introduite dans les 6 mois après le début de l'interruption de la carrière ou des prestations réduites.
§ 2. Par dérogation au § 1er, les demandes dont la date initiale des prestations réduites ou de l'interruption de la carrière tombe entre le 1er janvier 1995 et la publication du présent arrêté au Moniteur belge, sont considérées recevables si elles sont introduites au plus tard avant l'expiration du mois qui suit celui de la publication.
§ 3. Après ordonnancement par l'administration, la prime se rapportant au trimestre écoulé est payée au travailleur ayant droit. "
Art. 9. Het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 1996 tot voortzetting van de maatregelen houdende de aanmoediging in het Vlaamse Gewest van de wedertewerkstelling van uitkeringsgerechtigde volledig werklozen of van de daarmee gelijkgestelde personen door middel van herverdeling van de arbeid, wordt opgeheven.
Art. 9. L'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 1996 portant continuation des mesures encourageant en Région flamande la remise au travail de chômeurs complets indemnisés ou de personnes y assimilées à l'aide de la redistribution du travail, est abrogé.
Art. 10. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van artikel 1, 1°, b), dat in werking treedt op 1 november 1996.
Art. 10. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1996, à l'exception de l'article 1, 1°, b), qui entre en vigueur le 1er novembre 1996.
Art. 11. De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 22 oktober 1996.
De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling,
Th. KELCHTERMANS
Art. 11. Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 22 octobre 1996.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
L. VAN DEN BRANDE
Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi,
Th. KELCHTERMANS