Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten : de bevoegde ambtenaren van het Agentschap voor Onderwijsdiensten van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming;]1
[4 1° bis. Codex: de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;]4
2° directie : de directeur of zijn afgevaardigde; [2 Voor de deeltijdse vorming moet onder directie evenwel de directeur of zijn afgevaardigde van het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs waar de betrokken jongere is ingeschreven, worden verstaan.]2
3° huisonderwijs : het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om zelf dit onderwijs te organiseren en te bekostigen;
4° identificatienummer : identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen;
5° [2 instelling : school voor gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, centrum voor deeltijdse vorming of centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;]2
6° leerling : de leerplichtigen en de niet-leerplichtigen die regelmatig leerlingen zijn;
7° leerplicht : periode binnen dewelke men verplicht is onderwijs te volgen, zoals vastgelegd in artikel 1 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht;
8° leerplichtige : jongere onderworpen aan de leerplicht;
9° ouders : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen dan wel in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben;
10° schoolbestuur : de inrichtende macht zoals bedoeld in artikel 24, § 4 van de Grondwet, dit is de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen. [2 Voor de centra, vermeld in punt 5°, wordt onder schoolbestuur het centrumbestuur zoals gedefinieerd in artikel 3, 5°, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, verstaan.]2
[3 ...]3.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 SEPTEMBER 1997. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs [of in het stelsel van leren en werken]. <BVR2008-10-24/64, art. 23, 006; Inwerkingtreding : 01-09-2008> (NOTA : De bijlage van deze tekst (nooit gepubliceerd) wordt opgeheven bij BVR2007-07-06/44, art. 6; Inwerkingtreding : 01-09-2007) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-10-1997 en tekstbijwerking tot 02-10-2025)
Titre
16 SEPTEMBRE 1997. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au contrôle des inscriptions d'élèves de l'enseignement secondaire [ou dans le système d'apprentissage et de travail]. <AGF2008-10-24/64, art. 23, 006; En vigueur : 01-09-2008> (TRADUCTION) (NOTE : l'annexe de ce texte (non publiée) est abrogée par AGF2007-07-06/44, art. 6; En vigueur : 01-09-2007) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-10-1997 et mise à jour au 02-10-2025)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
HOOFDSTUK II. - De inschrijvingen.
Afdeling 1. - Plicht van de ouders van leerplic...
Afdeling 2. - Controle op de inschrijvingen.
Afdeling 3. [1 - Controle op het werkplekleren.]1
HOOFDSTUK III. - Sancties.
HOOFDSTUK IIIbis.
HOOFDSTUK IIIter. Voorwaarden voor het organise...
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE I. - Généralités.
CHAPITRE II. - Les inscriptions.
Section 1. - Devoirs des parents des élèves sco...
Section 2. - Contrôle des inscriptions.
Section 3. [1 Contrôle de l'apprentissage sur l...
CHAPITRE III. - Sanctions.
CHAPITRE IIIbis. Absences justifiées.
CHAPITRE IIIter. Conditions de l'organisation d...
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Tekst (42)
Texte (42)
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE I. - Généralités.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten (Agence de Services d'Enseignement) : les fonctionnaires compétents de "l'Agentschap voor Onderwijsdiensten" du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.]1
[4 1° bis. Code : le Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;]4
2° direction : le directeur ou son délégué; [2 Pour ce qui est de la formation à temps partiel, il faut toutefois entendre par " direction " le directeur ou son délégué du centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel où le jeune intéressé est inscrit.]2
3° enseignement à domicile : l'enseignement dispensé aux enfants soumis à l'obligation scolaire dont les parents ont décidé d'organiser et de payer cet enseignement eux-mêmes;
4° numéro d'identification : le numéro d'identification du Registre national des personnes physiques;
5° [2 établissement : l'école d'enseignement secondaire ordinaire ou spécial, centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, centre de formation à temps partiel ou centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises;]2
6° élève : les enfants scolarisables et les personnes non scolarisables qui sont des élèves réguliers;
7° obligation scolaire : la période dans laquelle on est obligé de suivre un enseignement, tel que défini à l'article 1er de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire;
8° enfant scolarisable : le jeune soumis à l'obligation scolaire;
9° parents : les personnes exerçant l'autorité parentale ou ayant la garde en justice ou de fait du mineur;
10° autorité scolaire : le pouvoir organisateur, tel que visé à l'article 24, § 4, de la Constitution; celui-ci est la personne morale ou physique responsable d'une ou de plusieurs écoles. [2 Pour ce qui est des centres visés au point 5°, il faut entendre par " autorité scolaire " l'autorité scolaire telle que définie à l'article 3, 5°, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande.]2
[3 ...]3.
1° [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten (Agence de Services d'Enseignement) : les fonctionnaires compétents de "l'Agentschap voor Onderwijsdiensten" du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.]1
[4 1° bis. Code : le Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;]4
2° direction : le directeur ou son délégué; [2 Pour ce qui est de la formation à temps partiel, il faut toutefois entendre par " direction " le directeur ou son délégué du centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel où le jeune intéressé est inscrit.]2
3° enseignement à domicile : l'enseignement dispensé aux enfants soumis à l'obligation scolaire dont les parents ont décidé d'organiser et de payer cet enseignement eux-mêmes;
4° numéro d'identification : le numéro d'identification du Registre national des personnes physiques;
5° [2 établissement : l'école d'enseignement secondaire ordinaire ou spécial, centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, centre de formation à temps partiel ou centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises;]2
6° élève : les enfants scolarisables et les personnes non scolarisables qui sont des élèves réguliers;
7° obligation scolaire : la période dans laquelle on est obligé de suivre un enseignement, tel que défini à l'article 1er de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire;
8° enfant scolarisable : le jeune soumis à l'obligation scolaire;
9° parents : les personnes exerçant l'autorité parentale ou ayant la garde en justice ou de fait du mineur;
10° autorité scolaire : le pouvoir organisateur, tel que visé à l'article 24, § 4, de la Constitution; celui-ci est la personne morale ou physique responsable d'une ou de plusieurs écoles. [2 Pour ce qui est des centres visés au point 5°, il faut entendre par " autorité scolaire " l'autorité scolaire telle que définie à l'article 3, 5°, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande.]2
[3 ...]3.
Art. 2. [1 Dit besluit is van toepassing op het gewoon en buitengewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs, de deeltijdse vorming en de leertijd.]1
Art. 2. [1 Le présent arrêté s'applique à l'enseignement secondaire ordinaire et spécial à temps plein, à l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, à la formation à temps partiel et à l'apprentissage.]1
HOOFDSTUK II. - De inschrijvingen.
CHAPITRE II. - Les inscriptions.
Afdeling 1. - Plicht van de ouders van leerplichtigen.
Section 1. - Devoirs des parents des élèves scolarisables.
Art. 3. > Uiterlijk vijftien kalenderdagen vóór de aanvang van elk schooljaar herinnert het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 [3 ...]3 via de [3 sociale]3 media alle ouders aan de leerplicht.
De ouders worden hierbij gewezen op :
1° het bestaan van de leerplicht voor hun kinderen en hun verantwoordelijkheid terzake;
2° hun vrijheid om voor hun kinderen te kiezen voor huisonderwijs of onderwijs in een [2 instelling]2 ;
3° de formaliteiten die bij een keuze voor huisonderwijs vervuld moeten worden, onder meer de mededeling aan het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 zoals bedoeld in artikel 10ter,;
4° hun vrijheid om, bij de keuze van onderwijs in een [2 instelling]2 , zelf een [2 instellingkeuze]2 te maken;
5° hun verplichting om, bij de keuze voor onderwijs in een [2 instelling]2 , ervoor te zorgen dat hun leerplichtige kinderen als leerling van een [2 instelling]2 zijn ingeschreven en die [2 instelling]2 regelmatig bezoeken; [2 Als de instelling waarin wordt ingeschreven een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen is, dan komt daarbij ook hun verplichting ervoor te zorgen dat hun leerplichtige kinderen aan de voorwaarde van werkplekleren voldoen;]2
6° de wijze waarop zij vrijstelling van leerplicht kunnen verkrijgen voor hun gehandicapte kinderen.
De ouders worden hierbij gewezen op :
1° het bestaan van de leerplicht voor hun kinderen en hun verantwoordelijkheid terzake;
2° hun vrijheid om voor hun kinderen te kiezen voor huisonderwijs of onderwijs in een [2 instelling]2 ;
3° de formaliteiten die bij een keuze voor huisonderwijs vervuld moeten worden, onder meer de mededeling aan het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 zoals bedoeld in artikel 10ter,;
4° hun vrijheid om, bij de keuze van onderwijs in een [2 instelling]2 , zelf een [2 instellingkeuze]2 te maken;
5° hun verplichting om, bij de keuze voor onderwijs in een [2 instelling]2 , ervoor te zorgen dat hun leerplichtige kinderen als leerling van een [2 instelling]2 zijn ingeschreven en die [2 instelling]2 regelmatig bezoeken; [2 Als de instelling waarin wordt ingeschreven een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen is, dan komt daarbij ook hun verplichting ervoor te zorgen dat hun leerplichtige kinderen aan de voorwaarde van werkplekleren voldoen;]2
6° de wijze waarop zij vrijstelling van leerplicht kunnen verkrijgen voor hun gehandicapte kinderen.
Art. 3. Au plus tard quinze jours calendrier avant chaque rentrée scolaire, [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 rappelle l'obligation scolaire aux parents par[3 ...]3 les médias [3 sociaux]3.
L'attention des parents est attirée sur :
1° l'existence de l'obligation scolaire pour leurs enfants et leur responsabilité en la matière;
2° leur liberté de choisir pour leurs enfants un enseignement à domicile ou un enseignement dans une [2 établissement]2;
3° les formalités à remplir au cas où ils optent pour l'enseignement à domicile, à savoir la communication [1 à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 telle que visée à l'article 10ter.
4° leur liberté de choisir eux-mêmes l'[2 établissement]2 lorsqu'ils [2 optent pour l'enseignement d'un établissement]2;
5° leur obligation, lorsqu'ils optent pour l'enseignement dans une [2 établissement]2 , de veiller à ce que leurs enfants scolarisables soient inscrites comme élève dans une [2 établissement]2 et que ceux-ci fréquentent régulièrement cette [2 établissement]2 ; [2 Si l'établissement dans lequel l'inscription est faite est un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, les parents ont également l'obligation de veiller à ce que leurs enfants scolarisables remplissent la condition en matière d'apprentissage sur le lieu du travail;]2
6° la façon dont ils peuvent obtenir une dispense de l'obligation scolaire pour leurs enfants handicapés.
L'attention des parents est attirée sur :
1° l'existence de l'obligation scolaire pour leurs enfants et leur responsabilité en la matière;
2° leur liberté de choisir pour leurs enfants un enseignement à domicile ou un enseignement dans une [2 établissement]2;
3° les formalités à remplir au cas où ils optent pour l'enseignement à domicile, à savoir la communication [1 à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 telle que visée à l'article 10ter.
4° leur liberté de choisir eux-mêmes l'[2 établissement]2 lorsqu'ils [2 optent pour l'enseignement d'un établissement]2;
5° leur obligation, lorsqu'ils optent pour l'enseignement dans une [2 établissement]2 , de veiller à ce que leurs enfants scolarisables soient inscrites comme élève dans une [2 établissement]2 et que ceux-ci fréquentent régulièrement cette [2 établissement]2 ; [2 Si l'établissement dans lequel l'inscription est faite est un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, les parents ont également l'obligation de veiller à ce que leurs enfants scolarisables remplissent la condition en matière d'apprentissage sur le lieu du travail;]2
6° la façon dont ils peuvent obtenir une dispense de l'obligation scolaire pour leurs enfants handicapés.
Art. 4. (Opgeheven)
Art. 4. (Abrogé)
Afdeling 2. - Controle op de inschrijvingen.
Section 2. - Contrôle des inscriptions.
Art. 5. Elke [2 directie [3 ...]3]2 vraagt bij de eerste inschrijving van elke leerling het identificatienummer. Als de ouders of de meerderjarige leerling dat identificatienummer niet wensen of niet kunnen geven, vraagt de [2 directie [3 ...]3]2 het identificatienummer aan het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1.
Art. 5. Lors de la première inscription de chaque élève, toute [2 direction [3 ...]3]2 demande le numéro d'identification de celui-ci. Si les parents ou l'élève majeur ne veulent ou ne peuvent pas donner ce numéro d'identification, la [2 direction [3 ...]3]2 le demande [1 à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1.
Art. 6. [1 Elke directie [3 ...]3 bezorgt voor het betrokken schooljaar aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk de dertiende schooldag een lijst met de identificatiegegevens van de leerlingen die uiterlijk de derde schooldag werden ingeschreven.
Onder identificatiegegevens van de leerling worden verstaan : voornamen, achternaam, geboortedatum, adres, geslacht, identificatienummer (indien mogelijk).]1
Onder identificatiegegevens van de leerling worden verstaan : voornamen, achternaam, geboortedatum, adres, geslacht, identificatienummer (indien mogelijk).]1
Art. 6. [1 Chaque direction [3 ...]3 transmet à l' "Agentschap voor Onderwijsdiensten" pour l'année scolaire en question, au plus tard le treizième jour scolaire, une liste reprenant les données d'identification des élèves inscrits au plus tard le troisième jour scolaire.
Par données d'identification de l'élève on entend : prénoms, nom, date de naissance, adresse, sexe, numéro d'identification (si possible).]1
Par données d'identification de l'élève on entend : prénoms, nom, date de naissance, adresse, sexe, numéro d'identification (si possible).]1
Art. 7. Door de vergelijking van alle ingestuurde lijsten met de namen en identificatienummer met uittreksels uit het Rijksregister gaat het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 voor het einde van de eerste trimester na welke leerplichtigen niet in een instelling zijn ingeschreven en welke leerlingen in meerdere instellingen zijn ingeschreven.
Art. 7. En comparant toutes les listes introduites des noms et des numéros d'identification avec des extraits du Registre national, [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 vérifie avant la fin du premier trimestre quels élèves scolarisables ne sont inscrits dans aucun établissement et quels sont inscrits dans plusieurs établissements.
Art. 8. Voor de leerlingen die in meerdere instellingen zijn ingeschreven onderzoekt het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 aan de hand van de aanwezigheidsregisters van de betrokken instellingen en aan de hand van de reglementering inzake [2 veranderingen van instelling]2 , welke inschrijving rechtsgeldig is.
Art. 8. Pour les élèves inscrits dans plusieurs établissements, [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 examine, sur la base des registres de présence des établissements concernés et la réglementation concernant [2 les transferts entre établissements]2 à l'appui, quelle inscription est valable.
Art. 9. § 1. Het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 verzoekt bij aangetekende brief aan de ouders wier leerplichtig kind niet in een instelling is ingeschreven, om uitleg omtrent het niet-ingeschreven zijn, en herinnert hen aan hun verplichtingen terzake.
§ 2. Als de ouders binnen acht kalenderdagen na het aangetekend schrijven geen antwoord hebben gegeven, maakt het departement daaromtrent een verslag op en stuurt het aan de procureur des konings.
§ 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, mag het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 opdragen om, alvorens toepassing te maken van het eerste lid, op een andere wijze met de ouders in contact te komen.
§ 2. Als de ouders binnen acht kalenderdagen na het aangetekend schrijven geen antwoord hebben gegeven, maakt het departement daaromtrent een verslag op en stuurt het aan de procureur des konings.
§ 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, mag het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 opdragen om, alvorens toepassing te maken van het eerste lid, op een andere wijze met de ouders in contact te komen.
Art. 9. § 1er. [1 L'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 demande, par lettre recommandée, aux parents de l'enfant scolarisable qui n'est pas inscrit dans un établissement, la raison pour laquelle celui-ci ne figure pas sur les listes d'inscription, et leur rappelle les obligations qui pèsent sur eux.
§ 2. Si les parents n'ont pas donné une réponse dans les huit jours civils de la lettre recommandée, le Département en établit un rapport et le transmet au procureur du Roi.
§ 3. [1 L'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 peut être chargé par le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement d'entrer en contact avec les parents d'une autre façon avant d'avoir recours à l'application du premier alinéa.
§ 2. Si les parents n'ont pas donné une réponse dans les huit jours civils de la lettre recommandée, le Département en établit un rapport et le transmet au procureur du Roi.
§ 3. [1 L'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 peut être chargé par le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement d'entrer en contact avec les parents d'une autre façon avant d'avoir recours à l'application du premier alinéa.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, bepaalt op welke wijze de gegevens voor de toepassing van dit besluit tussen de directies en het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 worden meegedeeld.
Art. 10. Le Ministre flamand ayant l'Enseignement dans ses attributions définit la façon dont les données sur l'application du présent arrêté sont communiquées entre les directions et [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1.
Afdeling 3. [1 - Controle op het werkplekleren.]1
Section 3. [1 Contrôle de l'apprentissage sur le lieu du travail.]1
Art. 10bis. [1 Vanaf het schooljaar 2009-2010 bezorgt elke directie [2 ...]2 voor het schooljaar in kwestie aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten, overeenkomstig de door dit Agentschap vastgelegde modaliteiten, alle vereiste gegevens die de controle op het werkplekleren mogelijk maken teneinde na te gaan welke jongeren niet voldoen aan de voorwaarde van werkplekleren.
Met betrekking tot jongeren die niet voldoen aan de voorwaarde van werkplekleren, gelden dezelfde procedurele bepalingen als die, vermeld in artikel 9 en 10, met dien verstande dat rekening wordt gehouden met de gevallen waarin de component werkplekleren tijdelijk niet wordt ingevuld als vermeld in artikel 6, § 3, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.]1
Met betrekking tot jongeren die niet voldoen aan de voorwaarde van werkplekleren, gelden dezelfde procedurele bepalingen als die, vermeld in artikel 9 en 10, met dien verstande dat rekening wordt gehouden met de gevallen waarin de component werkplekleren tijdelijk niet wordt ingevuld als vermeld in artikel 6, § 3, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.]1
Art. 10bis. [1 A partir de l'année scolaire 2009-2010, chaque direction [2 ...]2 transmet à l' " Agentschap voor Onderwijsdiensten ", conformément aux modalités fixées par ladite Agence, toutes les données requises permettant le contrôle de l'apprentissage sur le lieu du travail, afin de retracer les jeunes ne remplissant pas la condition en matière d'apprentissage sur le lieu du travail.
Aux jeunes qui ne remplissent pas la condition en matière d'apprentissage sur le lieu du travail s'appliquent les mêmes dispositions procédurales que celles visées aux articles 9 et 10, étant entendu qu'il est tenu compte des cas où la composante apprentissage sur le lieu du travail reste temporairement non concrétisée, tel qu'il est visé à l'article 6, § 3, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande.]1
Aux jeunes qui ne remplissent pas la condition en matière d'apprentissage sur le lieu du travail s'appliquent les mêmes dispositions procédurales que celles visées aux articles 9 et 10, étant entendu qu'il est tenu compte des cas où la composante apprentissage sur le lieu du travail reste temporairement non concrétisée, tel qu'il est visé à l'article 6, § 3, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande.]1
HOOFDSTUK III. - Sancties.
CHAPITRE III. - Sanctions.
Art. 11. [1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de instellingen die niet gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap en zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen alleen van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.]1
Art. 11. [1 Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux établissements qui ne sont pas financés ou subventionnés par la Communauté flamande et, dans le cas des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, ne s'appliquent qu'aux subdivisions structurelles duales ou aux subdivisions structurelles de démarrage.]1
Art. 12. § 1. Als een directie de verplichting voorzien in artikel 6 [2 en artikel 10bis]2 niet naleeft, stuurt het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 een aanmaning naar het betrokken schoolbestuur.
§ 2. Als de vereiste gegevens binnen tien kalenderdagen na de aanmaning niet aan het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 bezorgd zijn, wordt het betrokken schoolbestuur bij aangetekend schrijven in gebreke gesteld.
De ingebrekestelling verwijst naar de mogelijke sancties en bepaalt binnen welke termijn het schoolbestuur de nalatigheid ongedaan dient te maken met toevoeging van een rechtvaardiging voor de nalatigheid.
§ 2. Als de vereiste gegevens binnen tien kalenderdagen na de aanmaning niet aan het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 bezorgd zijn, wordt het betrokken schoolbestuur bij aangetekend schrijven in gebreke gesteld.
De ingebrekestelling verwijst naar de mogelijke sancties en bepaalt binnen welke termijn het schoolbestuur de nalatigheid ongedaan dient te maken met toevoeging van een rechtvaardiging voor de nalatigheid.
Art. 12. § 1er. Si une direction ne respecte pas l'obligation [2 prévue par les articles 6 et 10bis]2 , [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 fait sommation à l'autorité scolaire en question.
§ 2. Si les données requises ne sont pas transmises [1 à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 dans les dix jours civils de la sommation, l'autorité scolaire concernée est mise en demeure par lettre recommandée.
La mise en demeure se réfère aux sanctions éventuelles et définit le délai dans lequel l'autorité scolaire est tenue de redresser la négligence et de la justifier.
§ 2. Si les données requises ne sont pas transmises [1 à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 dans les dix jours civils de la sommation, l'autorité scolaire concernée est mise en demeure par lettre recommandée.
La mise en demeure se réfère aux sanctions éventuelles et définit le délai dans lequel l'autorité scolaire est tenue de redresser la négligence et de la justifier.
Art. 13. Van de schoolbesturen die tien kalenderdagen na het versturen van het aangetekend schrijven nog steeds in gebreke zijn, legt het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 het dossier met een voorstel van sanctie voor aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
Art. 13. Des autorités scolaires toujours en demeure dix jours civils de l'envoi de la lettre recommandée, un dossier avec une proposition de sanction est soumis par [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 au Ministre flamand compétent pour l'Enseignement.
Art. 14. § 1. Overeenkomstig artikel 3, § 1, vierde alinea van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht, en overeenkomstig [1 artikel 106 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]1, neemt de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs een beslissing omtrent de voorgestelde sanctie, na het betrokken schoolbestuur gehoord te hebben. Het betrokken schoolbestuur wordt daartoe bij aangetekend schrijven opgeroepen.
§ 2. De beslissing omtrent een sanctie wordt binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na het verhoor, of na het versturen van de oproeping ingeval het betrokken schoolbestuur niet verschenen is, bij aangetekend schrijven meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur.
Na het verstrijken van bedoelde termijn kan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, geen sanctie meer opleggen.
§ 2. De beslissing omtrent een sanctie wordt binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na het verhoor, of na het versturen van de oproeping ingeval het betrokken schoolbestuur niet verschenen is, bij aangetekend schrijven meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur.
Na het verstrijken van bedoelde termijn kan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, geen sanctie meer opleggen.
Art. 14. § 1er. Conformément à l'article 3, § 1er, quatrième alinéa, de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire, et conformément à [1 l'article 106 de la codification relative à l'enseignement secondaire]1, le Ministre flamand ayant l'Enseignement dans ses attributions prend une décision concernant la sanction proposée, après avoir entendu l'autorité scolaire. L'autorité scolaire concernée est convoquée par lettre recommandée.
§ 2. La décision concernant une sanction est communiquée par lettre recommandée à l'autorité scolaire concernée dans un délai de quinze jours civils de l'enquête, ou de la transmission de la convocation si l'autorité scolaire concernée n'a pas comparu.
Après expiration du terme visé, le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement ne peut plus imposer une sanction.
§ 2. La décision concernant une sanction est communiquée par lettre recommandée à l'autorité scolaire concernée dans un délai de quinze jours civils de l'enquête, ou de la transmission de la convocation si l'autorité scolaire concernée n'a pas comparu.
Après expiration du terme visé, le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement ne peut plus imposer une sanction.
HOOFDSTUK IIIbis.
CHAPITRE IIIbis. Absences justifiées.
Art. 14bis. [1 De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op de redenen van afwezigheid van leerlingen in instellingen, die als geldig worden beschouwd zoals vermeld in artikel 3, § 3, van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht. Door de vaststelling van die redenen wordt, binnen het raam van de definiëring van het begrip regelmatige leerling, voldaan aan de voorwaarden " behoudens in geval van gewettigde afwezigheid " zoals bepaald [2 artikel 252 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs ]2, voor wat het voltijds gewoon secundair onderwijs betreft, respectievelijk artikel 58, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, voor wat het deeltijds beroepssecundair onderwijs, de deeltijdse vorming en de leertijd betreft.
De bepalingen van dit hoofdstuk inzake wettiging van problematische afwezigheden hebben eveneens betrekking op problematische afwezigheden bij de component werkplekleren zoals bepaald in artikel 59, tweede lid, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de secundaire afdelingen van de ziekenhuisscholen.]1
De bepalingen van dit hoofdstuk inzake wettiging van problematische afwezigheden hebben eveneens betrekking op problematische afwezigheden bij de component werkplekleren zoals bepaald in artikel 59, tweede lid, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de secundaire afdelingen van de ziekenhuisscholen.]1
Art. 14bis. [1 Les dispositions du présent chapitre se rapportent aux motifs d'absence des élèves d'établissements considérés valables tels que visés à l'article 3, § 3, de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire. En fixant ces motifs, il est satisfait, dans le cadre de la définition du concept " élève régulier ", aux conditions " sauf en cas d'absence justifiée ", telles que prévues respectivement à [2 l'article 252 de la codification relative à l'enseignement secondaire]2, en ce qui concerne l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, et à l'article 58, alinéa premier, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, en ce qui concerne l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, la formation à temps partiel et l'apprentissage.
Les dispositions du présent chapitre en matière de justification des absences problématiques portent également sur les absences problématiques pour la composante apprentissage sur le lieu du travail telles que visées à l'article 59, alinéa deux, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande.
Les conditions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux sections d'enseignement secondaire des écoles hospitalières.]1
Les dispositions du présent chapitre en matière de justification des absences problématiques portent également sur les absences problématiques pour la composante apprentissage sur le lieu du travail telles que visées à l'article 59, alinéa deux, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande.
Les conditions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux sections d'enseignement secondaire des écoles hospitalières.]1
Art. 14ter. <INGEVOEGD bij BVR 2003-03-21/47, art. 1; Inwerkingtreding : 01-09-1999 voor wat het voltijds gewoon secundair onderwijs betreft; Inwerkingtreding : 01-09-2000 voor wat het buitengewoon secundair onderwijs betreft; Inwerkingtreding : 01-09-2002 voor de andere onderwijssoorten> (Wettiging van rechtswege van afwezigheden op basis van voorgelegde bewijsstukken) :
1° De afwezigheid om een van onderstaande redenen wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van voorlegging van, naargelang van het geval, hetzij een verklaring van de ouders of de meerderjarige leerling, hetzij een document met officieel karakter tot staving van de afwezigheid :
a) het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een bloed- of aanverwant of van een persoon die onder hetzelfde dak woont;
b) [8 ...]8;
c) de oproeping of dagvaarding voor een rechtbank;
d) de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de instelling door overmacht;
e) het onderworpen zijn aan de naleving van bijzondere maatregelen, opgelegd in het kader van de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdzorg;
f) het beleven van de feestdagen die inherent zijn aan de door de Grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van de leerling;
g) het afleggen van proeven voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs;
h) het deelnemen in het gewoon secundair onderwijs aan activiteiten met toepassing van het decreet van 30 maart 1999 houdende de leerlingenraden in het secundair onderwijs;
2° (...)
3° De afwezigheid wegens ziekte wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van de voorlegging van :
a) hetzij een attest, uitgereikt door een arts, voorzover het om één van volgende gevallen gaat :
1) een afwezigheid van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen;
2) een afwezigheid nadat de leerling in datzelfde schooljaar reeds viermaal afwezig is geweest op grond van het in b) gestelde;
3) een afwezigheid tijdens examenperiodes;
[3 4) een afwezigheid tijdens evaluatiemomenten buiten examenperiodes, indien de instelling bepaalt dat voor dergelijke afwezigheid een attest, uitgereikt door een arts, is vereist;]3
[3 5) [4 ...]4 ]3
b) hetzij een verklaring van de ouders of van de meerderjarige leerling tot staving van alle afwezigheden wegens ziekte waarvan de periode of de duur niet onder a) valt;
4° De afwezigheid in het voltijds gewoon secundair onderwijs toegestaan op basis van [5 het globale topsportconvenant dat van kracht is]5 tussen de Vlaamse regering, de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het onderwijs, [7 Sport Vlaanderen]7, het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité en de Bond voor Lichamelijke Opvoeding werd gesloten, en die als volgt is bepaald :
a) maximum honderddertig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen met topsportstatuut A, ingeschreven in een topsportstudierichting;
b) maximum veertig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen met topsportstatuut B en leerlingen met topsportstatuut A, niet ingeschreven in een topsportstudierichting;
c) maximum negentig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen met topsportstatuut A, ingeschreven in de eerste graad in een topsportschool;
d) [7 maximum honderddertig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen van de tweede of derde graad met een individueel flexibel leertraject als bedoeld in artikel 136/5 van de Codex Secundair Onderwijs;]7
[7 e) maximum negentig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen van de eerste graad met een individueel flexibel leertraject als bedoeld in artikel 136/5 van de Codex Secundair Onderwijs.]7
[2 De afwezigheid in een structuuronderdeel van het studiegebied ballet van het voltijds gewoon secundair onderwijs om deel te nemen aan balletoptreden, buitenlandse stages, concours of, doch uitsluitend voor het tweede leerjaar van de derde graad, audities af te leggen, op voorwaarde van voorlegging van een verklaring van de organisator tot staving van de afwezigheid. De afwezigheid per leerling is bepaald op maximum veertig halve lesdagen per schooljaar.]2
5° [1 [4 De afwezigheid ingevolge maatregelen bij schending van leefregels.]4 ]1
6° (...)
7° (...)
[6 Afwezigheden tijdens de werkplekcomponent van duale structuuronderdelen of de aanloopcomponent van aanloopstructuuronderdelen, als hier gebruik gemaakt wordt van een begeleide leerervaring in een onderneming, moeten in overeenstemming zijn met het arbeidsreglement.]6
1° De afwezigheid om een van onderstaande redenen wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van voorlegging van, naargelang van het geval, hetzij een verklaring van de ouders of de meerderjarige leerling, hetzij een document met officieel karakter tot staving van de afwezigheid :
a) het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een bloed- of aanverwant of van een persoon die onder hetzelfde dak woont;
b) [8 ...]8;
c) de oproeping of dagvaarding voor een rechtbank;
d) de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de instelling door overmacht;
e) het onderworpen zijn aan de naleving van bijzondere maatregelen, opgelegd in het kader van de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdzorg;
f) het beleven van de feestdagen die inherent zijn aan de door de Grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van de leerling;
g) het afleggen van proeven voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs;
h) het deelnemen in het gewoon secundair onderwijs aan activiteiten met toepassing van het decreet van 30 maart 1999 houdende de leerlingenraden in het secundair onderwijs;
2° (...)
3° De afwezigheid wegens ziekte wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van de voorlegging van :
a) hetzij een attest, uitgereikt door een arts, voorzover het om één van volgende gevallen gaat :
1) een afwezigheid van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen;
2) een afwezigheid nadat de leerling in datzelfde schooljaar reeds viermaal afwezig is geweest op grond van het in b) gestelde;
3) een afwezigheid tijdens examenperiodes;
[3 4) een afwezigheid tijdens evaluatiemomenten buiten examenperiodes, indien de instelling bepaalt dat voor dergelijke afwezigheid een attest, uitgereikt door een arts, is vereist;]3
[3 5) [4 ...]4 ]3
b) hetzij een verklaring van de ouders of van de meerderjarige leerling tot staving van alle afwezigheden wegens ziekte waarvan de periode of de duur niet onder a) valt;
4° De afwezigheid in het voltijds gewoon secundair onderwijs toegestaan op basis van [5 het globale topsportconvenant dat van kracht is]5 tussen de Vlaamse regering, de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het onderwijs, [7 Sport Vlaanderen]7, het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité en de Bond voor Lichamelijke Opvoeding werd gesloten, en die als volgt is bepaald :
a) maximum honderddertig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen met topsportstatuut A, ingeschreven in een topsportstudierichting;
b) maximum veertig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen met topsportstatuut B en leerlingen met topsportstatuut A, niet ingeschreven in een topsportstudierichting;
c) maximum negentig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen met topsportstatuut A, ingeschreven in de eerste graad in een topsportschool;
d) [7 maximum honderddertig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen van de tweede of derde graad met een individueel flexibel leertraject als bedoeld in artikel 136/5 van de Codex Secundair Onderwijs;]7
[7 e) maximum negentig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen van de eerste graad met een individueel flexibel leertraject als bedoeld in artikel 136/5 van de Codex Secundair Onderwijs.]7
[2 De afwezigheid in een structuuronderdeel van het studiegebied ballet van het voltijds gewoon secundair onderwijs om deel te nemen aan balletoptreden, buitenlandse stages, concours of, doch uitsluitend voor het tweede leerjaar van de derde graad, audities af te leggen, op voorwaarde van voorlegging van een verklaring van de organisator tot staving van de afwezigheid. De afwezigheid per leerling is bepaald op maximum veertig halve lesdagen per schooljaar.]2
5° [1 [4 De afwezigheid ingevolge maatregelen bij schending van leefregels.]4 ]1
6° (...)
7° (...)
[6 Afwezigheden tijdens de werkplekcomponent van duale structuuronderdelen of de aanloopcomponent van aanloopstructuuronderdelen, als hier gebruik gemaakt wordt van een begeleide leerervaring in een onderneming, moeten in overeenstemming zijn met het arbeidsreglement.]6
Änderungen
Art. 14ter. (Légitimation de droit des absences sur la base des preuves présentées) :
1° L'absence pour un des motifs mentionnés ci-dessous est considérée légitime, sur présentation, selon le cas, soit d'une déclaration des parents ou de l'élève majeur, soit d'un document à caractère officiel justifiant l'absence :
a) assister à une cérémonie funèbre ou à un mariage d'un parent ou allié ou d'une personne qui vit sous le même toit;
b) [8 ...]8;
c) la convocation ou l'assignation devant un tribunal;
d) l'inaccessibilité ou l'impénétrabilité de l'établissement par suite d'une force majeure;
e) respecter des mesures spéciales imposées dans le cadre de la protection de la jeunesse ou de l'aide spéciale à la jeunesse;
f) célébrer les jours fériés, conformément aux convictions philosophiques de l'élève, reconnues par la Constitution;
g) subir des épreuves devant le jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire à temps plein;
h) participer à des activités dans l'enseignement secondaire ordinaire en application du décret du 30 mars 1999 portant les conseils des délégués d'élèves dans l'enseignement secondaire;
2° (...)
3° l'absence pour cause de maladie est considérée légitime, sur présentation :
a) soit d'une attestation, délivrée par un médecin, pour autant qu'il s'agisse d'un des cas suivants :
1) une absence de plus de trois jours calendaires de suite;
2) une absence après que l'élève a déjà été absent quatre fois au cours de la même année scolaire en vertu des dispositions du point b);
3) une absence lors de périodes d'examens;
[3 4) une absence pendant des moments d'évaluation en dehors des périodes d'examen, si l'établissement décide qu'une attestation, délivrée par un médecin, est requise pour une telle absence;]3
[3 5) [4 ...]4 ]3
b) soit d'une déclaration des parents ou de l'élève majeur justifiant toute absence pour cause de maladie dont la période ou la durée ne relève pas de a);
4° L'absence dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein accordée sur la base [5 de la convention en matière de sport de haut niveau en vigueur]5 entre le gouvernement flamand, les associations représentatives des pouvoirs organisateurs de l'enseignement, [7 Sport Flandre]7, le Comité olympique et interfédéral belge et la Fédération pour l'Education physique, définie comme suit :
a) au maximum cent trente demi-jours de classe par année scolaire pour les élèves ayant le statut de sport de haute compétition A, inscrits dans une orientation d'études " sport de haut niveau ";
b) au maximum quarante demi-jours de classe par année scolaire pour les élèves ayant le statut de sport de haute compétition B et les élèves ayant le statut de sport de haute compétition A, non inscrits dans une orientation d'études " sport de haut niveau ";
c) au maximum quatre-vingt-dix demi-jours de classe par année scolaire pour les élèves ayant le statut de sport de haute compétition A, inscrits dans le premier degré d'une école de sport de haut niveau;
d) [7 cent trente demi-jours de classe au maximum par année scolaire pour les élèves du deuxième ou troisième degré qui suivent un parcours d'apprentissage individualisé flexible, visé à l'article 136/5 du Code de l'enseignement secondaire;]7
[7 e) quatre-vingt-dix demi-jours de classe au maximum par année scolaire pour les élèves du premier degré qui suivent un parcours d'apprentissage individualisé flexible conformément à l'article 136/5 du Code de l'enseignement secondaire.]7
[2 L'absence dans une subdivision structurelle de la discipline 'ballet' de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein pour participer à une représentation de ballet, des stages à l'étranger, des concours ou, mais uniquement pour la deuxième année du troisième degré, pour faire des auditions, sur présentation d'une déclaration de l'organisateur motivant l'absence. L'absence par élève est fixée à au maximum quarante demi-jours de cours par année scolaire.]2
5° [1 [4 L'absence suite à des mesures en cas d'infraction aux règles.]4 ]1
6° (...)
7° (...)
[6 Lorsqu'il s'agit d'une expérience d'apprentissage accompagnée dans une entreprise, les absences pendant la composante lieu de travail de subdivisions structurelles duales ou de subdivisions structurelles de démarrage, doivent être conformes au règlement de travail.]6
1° L'absence pour un des motifs mentionnés ci-dessous est considérée légitime, sur présentation, selon le cas, soit d'une déclaration des parents ou de l'élève majeur, soit d'un document à caractère officiel justifiant l'absence :
a) assister à une cérémonie funèbre ou à un mariage d'un parent ou allié ou d'une personne qui vit sous le même toit;
b) [8 ...]8;
c) la convocation ou l'assignation devant un tribunal;
d) l'inaccessibilité ou l'impénétrabilité de l'établissement par suite d'une force majeure;
e) respecter des mesures spéciales imposées dans le cadre de la protection de la jeunesse ou de l'aide spéciale à la jeunesse;
f) célébrer les jours fériés, conformément aux convictions philosophiques de l'élève, reconnues par la Constitution;
g) subir des épreuves devant le jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire à temps plein;
h) participer à des activités dans l'enseignement secondaire ordinaire en application du décret du 30 mars 1999 portant les conseils des délégués d'élèves dans l'enseignement secondaire;
2° (...)
3° l'absence pour cause de maladie est considérée légitime, sur présentation :
a) soit d'une attestation, délivrée par un médecin, pour autant qu'il s'agisse d'un des cas suivants :
1) une absence de plus de trois jours calendaires de suite;
2) une absence après que l'élève a déjà été absent quatre fois au cours de la même année scolaire en vertu des dispositions du point b);
3) une absence lors de périodes d'examens;
[3 4) une absence pendant des moments d'évaluation en dehors des périodes d'examen, si l'établissement décide qu'une attestation, délivrée par un médecin, est requise pour une telle absence;]3
[3 5) [4 ...]4 ]3
b) soit d'une déclaration des parents ou de l'élève majeur justifiant toute absence pour cause de maladie dont la période ou la durée ne relève pas de a);
4° L'absence dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein accordée sur la base [5 de la convention en matière de sport de haut niveau en vigueur]5 entre le gouvernement flamand, les associations représentatives des pouvoirs organisateurs de l'enseignement, [7 Sport Flandre]7, le Comité olympique et interfédéral belge et la Fédération pour l'Education physique, définie comme suit :
a) au maximum cent trente demi-jours de classe par année scolaire pour les élèves ayant le statut de sport de haute compétition A, inscrits dans une orientation d'études " sport de haut niveau ";
b) au maximum quarante demi-jours de classe par année scolaire pour les élèves ayant le statut de sport de haute compétition B et les élèves ayant le statut de sport de haute compétition A, non inscrits dans une orientation d'études " sport de haut niveau ";
c) au maximum quatre-vingt-dix demi-jours de classe par année scolaire pour les élèves ayant le statut de sport de haute compétition A, inscrits dans le premier degré d'une école de sport de haut niveau;
d) [7 cent trente demi-jours de classe au maximum par année scolaire pour les élèves du deuxième ou troisième degré qui suivent un parcours d'apprentissage individualisé flexible, visé à l'article 136/5 du Code de l'enseignement secondaire;]7
[7 e) quatre-vingt-dix demi-jours de classe au maximum par année scolaire pour les élèves du premier degré qui suivent un parcours d'apprentissage individualisé flexible conformément à l'article 136/5 du Code de l'enseignement secondaire.]7
[2 L'absence dans une subdivision structurelle de la discipline 'ballet' de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein pour participer à une représentation de ballet, des stages à l'étranger, des concours ou, mais uniquement pour la deuxième année du troisième degré, pour faire des auditions, sur présentation d'une déclaration de l'organisateur motivant l'absence. L'absence par élève est fixée à au maximum quarante demi-jours de cours par année scolaire.]2
5° [1 [4 L'absence suite à des mesures en cas d'infraction aux règles.]4 ]1
6° (...)
7° (...)
[6 Lorsqu'il s'agit d'une expérience d'apprentissage accompagnée dans une entreprise, les absences pendant la composante lieu de travail de subdivisions structurelles duales ou de subdivisions structurelles de démarrage, doivent être conformes au règlement de travail.]6
Änderungen
Art. 14quater. <INGEVOEGD bij BVR 2003-03-21/47, art. 1; Inwerkingtreding : 01-09-1999 voor wat het voltijds gewoon secundair onderwijs betreft; Inwerkingtreding : 01-09-2000 voor wat het buitengewoon secundair onderwijs betreft; Inwerkingtreding : 01-09-2002 voor de andere onderwijssoorten>
[2 [5 Een afwezigheid van een leerling wordt beschouwd als een problematische afwezigheid als die leerling minimaal één lesuur van de halve lesdag problematisch afwezig is. Problematische afwezigheden zijn:]5
a) alle afwezigheden bij het leren die niet onder toepassing vallen van de artikelen 14ter, 14quinquies en 14septies ;
b) alle afwezigheden bij het werkplekleren die niet onder toepassing vallen van hetzij artikel 6, § 3, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, hetzij het arbeidsreglement of, bij ontstentenis daarvan, de door de organisator van het werkplekleren vastgelegde regeling.]2
Wettiging van problematische afwezigheden.
[4 Vanaf vijf al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar die als problematische afwezigheid zijn geregistreerd, signaleert de instelling bovendien de problematische afwezigheden aan het centrum voor leerlingenbegeleiding en werkt ermee samen rond begeleiding van de jongere in kwestie. Van die begeleiding houdt de school een dossier bij, dat een onderdeel mag zijn van het leerlingendossier.]4
[3 Vanaf vijf al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar die als problematische afwezigheid zijn geregistreerd]3, moet bovendien aan volgende voorwaarden worden voldaan :
a) de instelling moet de problematische afwezigheden aan het centrum voor leerlingenbegeleiding signaleren;
b) overeenkomstig artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 tot vaststelling van de operationele doelstellingen voor de begeleiding van jongeren met leerplichtproblemen in de centra voor leerlingenbegeleiding moet de school samenwerken met het centrum voor leerlingenbegeleiding inzake de begeleiding van de desbetreffende jongere;
c) van de in b) vermelde begeleiding moet de school een dossier bijhouden. Dit mag een onderdeel zijn van het leerlingendossier.
Van zodra de duur van de als problematisch geregistreerde afwezigheid dertig al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar [2 ...]2 overschrijdt, brengt de instelling het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 hiervan op de hoogte. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, bepaalt de modaliteiten van deze mededeling.
[3 ...]3
[2 [5 Een afwezigheid van een leerling wordt beschouwd als een problematische afwezigheid als die leerling minimaal één lesuur van de halve lesdag problematisch afwezig is. Problematische afwezigheden zijn:]5
a) alle afwezigheden bij het leren die niet onder toepassing vallen van de artikelen 14ter, 14quinquies en 14septies ;
b) alle afwezigheden bij het werkplekleren die niet onder toepassing vallen van hetzij artikel 6, § 3, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, hetzij het arbeidsreglement of, bij ontstentenis daarvan, de door de organisator van het werkplekleren vastgelegde regeling.]2
Wettiging van problematische afwezigheden.
[4 Vanaf vijf al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar die als problematische afwezigheid zijn geregistreerd, signaleert de instelling bovendien de problematische afwezigheden aan het centrum voor leerlingenbegeleiding en werkt ermee samen rond begeleiding van de jongere in kwestie. Van die begeleiding houdt de school een dossier bij, dat een onderdeel mag zijn van het leerlingendossier.]4
[3 Vanaf vijf al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar die als problematische afwezigheid zijn geregistreerd]3, moet bovendien aan volgende voorwaarden worden voldaan :
a) de instelling moet de problematische afwezigheden aan het centrum voor leerlingenbegeleiding signaleren;
b) overeenkomstig artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 tot vaststelling van de operationele doelstellingen voor de begeleiding van jongeren met leerplichtproblemen in de centra voor leerlingenbegeleiding moet de school samenwerken met het centrum voor leerlingenbegeleiding inzake de begeleiding van de desbetreffende jongere;
c) van de in b) vermelde begeleiding moet de school een dossier bijhouden. Dit mag een onderdeel zijn van het leerlingendossier.
Van zodra de duur van de als problematisch geregistreerde afwezigheid dertig al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar [2 ...]2 overschrijdt, brengt de instelling het [1 Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 hiervan op de hoogte. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, bepaalt de modaliteiten van deze mededeling.
[3 ...]3
Änderungen
Art. 14quater. [2 [5 Une absence d'un élève est considérée comme une absence problématique si cet élève est absent de manière problématique pendant au moins une heure de cours d'un demi-jour de classe. Des absences problématiques sont :]5
a) toute absence lors de l'apprentissage qui ne relève pas des articles 14ter, 14quinquies et 14septies ;
b) toute absence lors de l'apprentissage sur le lieu du travail qui ne relève pas soit de l'article 6, § 3, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, soit du règlement de travail ou, à défaut, du règlement fixé par l'organisateur de l'apprentissage sur le lieu du travail.]2
Justification des absences problématiques.
[4 A partir de cinq demi-jours de classe par année scolaire, étalés ou non, qui sont enregistrés comme absences problématiques, l'établissement signale en outre les absences problématiques au centre d'encadrement des élèves et collabore avec lui pour l'encadrement de l'élève en question. L'école conserve un dossier de cet encadrement, qui peut faire partie du dossier de l'élève.]4
[3 A partir de cinq demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire qui ont été enregistrés comme problématiques]3 , les conditions suivantes doivent en plus être remplies :
a) l'établissement doit signaler l'absence problématique au centre d'encadrement des élèves;
b) conformément à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 fixant les objectifs opérationnels pour l'encadrement à dispenser par les centres d'encadrement des élèves aux jeunes éprouvant des difficultés à s'acquitter de l'obligation scolaire, l'école doit coopérer avec le centre d'encadrement des élèves concernant l'accompagnement du jeune concerné;
c) l'école doit tenir un dossier concernant l'accompagnement visé sous b). Celui-ci peut faire partie du dossier de l'élève.
Aussitôt que la durée de l'absence enregistrée comme problématique [2 dépasse les trente demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire]2 , l'établissement en informe [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1. La Ministre flamande compétente pour l'enseignement fixe les modalités de cette notification.
[3 ...]3
a) toute absence lors de l'apprentissage qui ne relève pas des articles 14ter, 14quinquies et 14septies ;
b) toute absence lors de l'apprentissage sur le lieu du travail qui ne relève pas soit de l'article 6, § 3, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, soit du règlement de travail ou, à défaut, du règlement fixé par l'organisateur de l'apprentissage sur le lieu du travail.]2
Justification des absences problématiques.
[4 A partir de cinq demi-jours de classe par année scolaire, étalés ou non, qui sont enregistrés comme absences problématiques, l'établissement signale en outre les absences problématiques au centre d'encadrement des élèves et collabore avec lui pour l'encadrement de l'élève en question. L'école conserve un dossier de cet encadrement, qui peut faire partie du dossier de l'élève.]4
[3 A partir de cinq demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire qui ont été enregistrés comme problématiques]3 , les conditions suivantes doivent en plus être remplies :
a) l'établissement doit signaler l'absence problématique au centre d'encadrement des élèves;
b) conformément à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 fixant les objectifs opérationnels pour l'encadrement à dispenser par les centres d'encadrement des élèves aux jeunes éprouvant des difficultés à s'acquitter de l'obligation scolaire, l'école doit coopérer avec le centre d'encadrement des élèves concernant l'accompagnement du jeune concerné;
c) l'école doit tenir un dossier concernant l'accompagnement visé sous b). Celui-ci peut faire partie du dossier de l'élève.
Aussitôt que la durée de l'absence enregistrée comme problématique [2 dépasse les trente demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire]2 , l'établissement en informe [1 l'Agentschap voor Onderwijsdiensten]1. La Ministre flamande compétente pour l'enseignement fixe les modalités de cette notification.
[3 ...]3
Änderungen
Art. 14quinquies. <INGEVOEGD bij BVR 2003-03-21/47, art. 1; Inwerkingtreding : 01-09-1999 voor wat het voltijds gewoon secundair onderwijs betreft; Inwerkingtreding : 01-09-2000 voor wat het buitengewoon secundair onderwijs betreft; Inwerkingtreding : 01-09-2002 voor de andere onderwijssoorten> Wettiging van afwezigheden ingevolge laattijdige inschrijvingen :
1° De afwezigheid in het voltijds secundair onderwijs tussen 1 september en uiterlijk 15 november wegens het volgen van lessen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs [1 , in de leertijd of in een deeltijdse vorming]1 wordt als gewettigd beschouwd;
2° [2 ...]2;
3° (...)
4° (...)
5° (...)
1° De afwezigheid in het voltijds secundair onderwijs tussen 1 september en uiterlijk 15 november wegens het volgen van lessen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs [1 , in de leertijd of in een deeltijdse vorming]1 wordt als gewettigd beschouwd;
2° [2 ...]2;
3° (...)
4° (...)
5° (...)
Art. 14quinquies. Justification des absences pour cause d'inscriptions tardives :
1° L'absence dans l'enseignement secondaire à temps plein entre le 1er septembre et le 15 novembre au plus tard en raison de cours suivis dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel [1 , dans l'apprentissage ou dans une formation à temps partiel]1 , est considérée légitime;
2° [2 ...]2;
3° (...)
4° (...)
5° (...)
1° L'absence dans l'enseignement secondaire à temps plein entre le 1er septembre et le 15 novembre au plus tard en raison de cours suivis dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel [1 , dans l'apprentissage ou dans une formation à temps partiel]1 , est considérée légitime;
2° [2 ...]2;
3° (...)
4° (...)
5° (...)
Art. 14sexies. (Opgeheven)
Art. 14sexies. (Abrogé)
Art. 14septies. Afwezigheden die niet onder toepassing vallen van de artikelen [1 14ter en 14quinquies en voor zover niet bij decreet of uitvoeringsreglementering geregeld]1 , kunnen worden gewettigd door de directeur van de instelling (of zijn afgevaardigde) of door de klassenraad, naargelang van het geval, die daartoe door de inrichtende macht bevoegd werd verklaard. Onder desbetreffende afwezigheden worden verstaan :
1° afwezigheden die verband houden met het gedurende een bepaalde periode van het schooljaar niet ingeschreven zijn in een instelling. [2 In afwijking van deze bepaling zijn desbetreffende afwezigheden gedurende een bepaalde periode van het schooljaar evenwel van rechtswege gewettigd als ze er het rechtstreekse gevolg van zijn [8 dat het door de leerling gekozen 7de leerjaar]8 of hoger beroepsonderwijs [9 ...]9 niet over een volledig schooljaar is gespreid;]2;
2° afwezigheden die verband houden met het gedurende een bepaalde periode van het schooljaar niet volgen van het lessenprogramma;
3° afwezigheden die verband houden met het niet volgen van bepaalde onderdelen van het lessenprogramma, op voorwaarde dat de betrokken leerling bedoelde onderdelen eerder heeft gevolgd én reeds houder is van een eindstudiebewijs van het secundair onderwijs;
4° afwezigheden in de opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs die verband houden met een spreiding van het lessenprogramma over twee schooljaren.
[3 5° de volgende afwezigheden tijdens de lesuren van een leerling die revalidatie behoeft verstrekt door schoolexterne hulpverleners binnen of buiten het schoolgebouw :
a) gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen, na een periode van ziekte, niet behorend tot punt b of c, of ongeval. In uitzonderlijke omstandigheden kan de maximumduur van 150 minuten overschreden worden, na gunstig advies van de arts van het centrum voor leerlingenbegeleiding, in overleg met de begeleidende klassenraad en de ouders. Het advies moet motiveren waarom de behandeling tijdens de lesuren noodzakelijk blijft en moet aantonen dat door die afwezigheid het leerproces van de leerling niet ernstig wordt benadeeld.
De school beschikt over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat :
1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lesuren moet plaatsvinden;
2) een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt;
3) [7 ...]7;
4) een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeld in het medisch attest, niet kan overschrijden.
b) [6 in het gewoon onderwijs gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen, voor leerlingen met een specifieke onderwijsgerelateerde behoefte waarvoor een handelingsgericht advies is gegeven als vermeld in artikel 2, 11°, g), van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding]6. [4 Voor leerlingen met een verslag kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen]4.
De school beschikt over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat :
1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lesuren moet plaatsvinden;
2) een advies, geformuleerd door het centrum voor leerlingenbegeleiding in overleg met de begeleidende klassenraad en de ouders. Dat advies moet motiveren waarom de problematiek van de leerling van die aard is dat het wettelijk voorziene zorgbeleid van een school daarop geen antwoord kan geven en dat de revalidatietussenkomsten niet beschouwd kunnen worden als schoolgebonden aanbod. Onder schoolgebonden aanbod wordt verstaan : het reguliere pedagogisch-didactische aanbod voor alle leerlingen, de aanvullende zorgmaatregelen op niveau van de school of scholengemeenschap, en de schoolexterne dienstverlening door personeel of diensten, gefinancierd of gesubsidieerd door het Beleidsdomein Onderwijs en Vorming;
3) een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker over de manier waarop de revalidatie het onderwijsaanbod voor de leerling in kwestie zal aanvullen en de manier waarop de informatie-uitwisseling zal verlopen. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en van het centrum voor leerlingenbegeleiding, met inachtneming van de privacywetgeving waaraan hij onderworpen is.
4) een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 3).
c) in het buitengewoon onderwijs gedurende maximaal 250 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.
De school beschikt over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat :
1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lesuren moet plaatsvinden;
2) [4 een inschrijvingsverslag of een verslag als vermeld in artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010]4;
3) [7 ...]7.
4) een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker over de manier waarop de revalidatie het onderwijsaanbod voor de leerling in kwestie zal aanvullen en de manier waarop de informatie-uitwisseling zal verlopen. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding, met inachtneming van de privacywetgeving waaraan hij onderworpen is;
5) een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 4).]3
[5 De bepalingen van dit artikel zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote enkel van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.]5
1° afwezigheden die verband houden met het gedurende een bepaalde periode van het schooljaar niet ingeschreven zijn in een instelling. [2 In afwijking van deze bepaling zijn desbetreffende afwezigheden gedurende een bepaalde periode van het schooljaar evenwel van rechtswege gewettigd als ze er het rechtstreekse gevolg van zijn [8 dat het door de leerling gekozen 7de leerjaar]8 of hoger beroepsonderwijs [9 ...]9 niet over een volledig schooljaar is gespreid;]2;
2° afwezigheden die verband houden met het gedurende een bepaalde periode van het schooljaar niet volgen van het lessenprogramma;
3° afwezigheden die verband houden met het niet volgen van bepaalde onderdelen van het lessenprogramma, op voorwaarde dat de betrokken leerling bedoelde onderdelen eerder heeft gevolgd én reeds houder is van een eindstudiebewijs van het secundair onderwijs;
4° afwezigheden in de opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs die verband houden met een spreiding van het lessenprogramma over twee schooljaren.
[3 5° de volgende afwezigheden tijdens de lesuren van een leerling die revalidatie behoeft verstrekt door schoolexterne hulpverleners binnen of buiten het schoolgebouw :
a) gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen, na een periode van ziekte, niet behorend tot punt b of c, of ongeval. In uitzonderlijke omstandigheden kan de maximumduur van 150 minuten overschreden worden, na gunstig advies van de arts van het centrum voor leerlingenbegeleiding, in overleg met de begeleidende klassenraad en de ouders. Het advies moet motiveren waarom de behandeling tijdens de lesuren noodzakelijk blijft en moet aantonen dat door die afwezigheid het leerproces van de leerling niet ernstig wordt benadeeld.
De school beschikt over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat :
1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lesuren moet plaatsvinden;
2) een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt;
3) [7 ...]7;
4) een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeld in het medisch attest, niet kan overschrijden.
b) [6 in het gewoon onderwijs gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen, voor leerlingen met een specifieke onderwijsgerelateerde behoefte waarvoor een handelingsgericht advies is gegeven als vermeld in artikel 2, 11°, g), van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding]6. [4 Voor leerlingen met een verslag kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen]4.
De school beschikt over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat :
1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lesuren moet plaatsvinden;
2) een advies, geformuleerd door het centrum voor leerlingenbegeleiding in overleg met de begeleidende klassenraad en de ouders. Dat advies moet motiveren waarom de problematiek van de leerling van die aard is dat het wettelijk voorziene zorgbeleid van een school daarop geen antwoord kan geven en dat de revalidatietussenkomsten niet beschouwd kunnen worden als schoolgebonden aanbod. Onder schoolgebonden aanbod wordt verstaan : het reguliere pedagogisch-didactische aanbod voor alle leerlingen, de aanvullende zorgmaatregelen op niveau van de school of scholengemeenschap, en de schoolexterne dienstverlening door personeel of diensten, gefinancierd of gesubsidieerd door het Beleidsdomein Onderwijs en Vorming;
3) een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker over de manier waarop de revalidatie het onderwijsaanbod voor de leerling in kwestie zal aanvullen en de manier waarop de informatie-uitwisseling zal verlopen. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en van het centrum voor leerlingenbegeleiding, met inachtneming van de privacywetgeving waaraan hij onderworpen is.
4) een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 3).
c) in het buitengewoon onderwijs gedurende maximaal 250 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.
De school beschikt over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat :
1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lesuren moet plaatsvinden;
2) [4 een inschrijvingsverslag of een verslag als vermeld in artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010]4;
3) [7 ...]7.
4) een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker over de manier waarop de revalidatie het onderwijsaanbod voor de leerling in kwestie zal aanvullen en de manier waarop de informatie-uitwisseling zal verlopen. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding, met inachtneming van de privacywetgeving waaraan hij onderworpen is;
5) een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 4).]3
[5 De bepalingen van dit artikel zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote enkel van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.]5
Änderungen
Art. 14septies. Les absences qui ne relèvent pas des articles [1 14ter et 14quinquies et pour autant qu'elles ne soient pas réglées par décret ou par une réglementation d'exécution]1 , peuvent être légitimées par le directeur de l'établissement (ou par son délégué) ou par le conseil de classe, selon le cas, qui ont été déclarés compétents à cet effet par le pouvoir organisateur. Par les absences concernées, il faut entendre :
1° les absences relatives à la non inscription dans un établissement pendant une certaine période. [2 Par dérogation à cette disposition, les absences concernées sont toutefois légitimées d'office pendant une certaine période de l'année scolaire, si elles résultent directement du fait, [8 que la 7e année d'études]8ou la formation de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5 [9 ...]9 que l'élève a choisie ne s'étale pas sur une année scolaire entière;]2 ;
2° les absences pendant un programme de cours pendant une certaine période de l'année scolaire;
3° les absences pendant certaines parties d'un programme de cours, à condition que l'élève concerné a déjà suivi les parties précitées et qu'il est déjà titulaire d'un certificat de fin d'études de l'enseignement secondaire;
4° les absences pendant la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire extraordinaire relatives à un étalement du programme des cours sur deux années.
[3 5° les absences suivantes pendant les périodes de cours d'un élève ayant besoin d'une rééducation dispensée par des intervenants extérieurs à l'école, au sein ou en dehors du bâtiment scolaire :
a) pendant au maximum 150 minutes par semaine, déplacement inclus, après une période de maladie, ne pas appartenant aux points b ou c, ou d'accident. Dans des circonstances exceptionnelles, la durée maximale de 150 minutes peut être dépassée, après avis favorable du médecin du centre d'encadrement des élèves, de concert avec le conseil de classe accompagnateur et les parents. L'avis doit motiver doit préciser le motif pour lequel le traitement reste nécessaire pendant les périodes de cours et doit démontrer que cette absence ne compromet pas gravement le processus d'apprentissage de l'élève.
L'école dispose d'un dossier qui contient au moins les éléments suivants :
1) une déclaration des parents décrivant pourquoi la rééducation doit avoir lieu pendant les périodes de cours;
2) une attestation médicale dont apparaît la nécessité, la fréquence et la durée de la rééducation;
3) [7 ...]7;
4) l'accord du directeur pour une période qui ne peut pas dépasser la durée du traitement visé par l'attestation médicale.
b) [6 dans l'enseignement ordinaire pendant au maximum 150 minutes par semaine, déplacement inclus, pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques qui ont obtenu un avis orienté action tel que visé à l'article 2, 11°, g), du décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves]6. [4 Pour les élèves possédant un rapport l'absence peut s'élever à au maximum 250 minutes par semaine, déplacement inclus]4.
L'école dispose d'un dossier qui contient au moins les éléments suivants :
1) une déclaration des parents décrivant pourquoi la rééducation doit avoir lieu pendant les périodes de cours;
2) un avis formulé par le centre d'encadrement des élèves, de concert avec le conseil de classe accompagnateur et les parents. Cet avis doit motiver pourquoi la problématique de l'élève est de telle nature que l'encadrement renforcé légal d'une école ne peut pas répondre à ses besoins et que les interventions de rééducation ne peuvent pas être considérées comme une offre propre à l'école. Par offre propre à l'école, on entend : l'offre pédagogique et didactique régulière pour tous les élèves, les mesures d'encadrement complémentaires au niveau de l'école ou du centre d'enseignement, et les services extérieurs à l'école fournis par le personnel ou les services, financés ou subventionnés par le Domaine politique de l'Enseignement et de la Formation;
3) un accord de coopération entre l'école et le professionnel de rééducation sur la manière dont la rééducation complétera l'offre d'enseignement pour l'élève en question et la manière dont l'échange d'informations se déroulera. A la fin de chaque année scolaire, le professionnel de rééducation soumet un rapport d'évaluation à la direction de l'école et du centre d'encadrement des élèves, dans le respect de la législation sur la protection de la vie privée à laquelle il est assujetti.
4) l'accord du directeur qui doit être renouvelé et motivé chaque année, tout en tenant compte du rapport d'évaluation dont il est question au point 3).
c) dans l'enseignement spécial pendant au maximum 250 minutes par semaine, déplacement inclus.
L'école dispose d'un dossier qui contient au moins les éléments suivants :
1) une déclaration des parents décrivant pourquoi la rééducation doit avoir lieu pendant les périodes de cours;
2) [4 un rapport d'inscription ou un rapport tel que visé à l'article 294 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010]4;
3) [7 ...]7;
4) un accord de coopération entre l'école et le professionnel de rééducation sur la manière dont la rééducation complétera l'offre d'enseignement pour l'élève en question et la manière dont l'échange d'informations se déroulera. A la fin de chaque année scolaire, le professionnel de rééducation soumet un rapport d'évaluation à la direction de l'école et du centre d'encadrement des élèves, dans le respect de la législation sur la protection de la vie privée à laquelle il est assujetti;
5) l'accord du directeur qui doit être renouvelé et motivé chaque année, tout en tenant compte du rapport d'évaluation dont il est question au point 4). .]3
[5 Pour ce qui est des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, les dispositions du présent article ne s'appliquent qu'aux subdivisions structurelles duales ou qu'aux subdivisions structurelles de démarrage.]5
1° les absences relatives à la non inscription dans un établissement pendant une certaine période. [2 Par dérogation à cette disposition, les absences concernées sont toutefois légitimées d'office pendant une certaine période de l'année scolaire, si elles résultent directement du fait, [8 que la 7e année d'études]8ou la formation de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5 [9 ...]9 que l'élève a choisie ne s'étale pas sur une année scolaire entière;]2 ;
2° les absences pendant un programme de cours pendant une certaine période de l'année scolaire;
3° les absences pendant certaines parties d'un programme de cours, à condition que l'élève concerné a déjà suivi les parties précitées et qu'il est déjà titulaire d'un certificat de fin d'études de l'enseignement secondaire;
4° les absences pendant la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire extraordinaire relatives à un étalement du programme des cours sur deux années.
[3 5° les absences suivantes pendant les périodes de cours d'un élève ayant besoin d'une rééducation dispensée par des intervenants extérieurs à l'école, au sein ou en dehors du bâtiment scolaire :
a) pendant au maximum 150 minutes par semaine, déplacement inclus, après une période de maladie, ne pas appartenant aux points b ou c, ou d'accident. Dans des circonstances exceptionnelles, la durée maximale de 150 minutes peut être dépassée, après avis favorable du médecin du centre d'encadrement des élèves, de concert avec le conseil de classe accompagnateur et les parents. L'avis doit motiver doit préciser le motif pour lequel le traitement reste nécessaire pendant les périodes de cours et doit démontrer que cette absence ne compromet pas gravement le processus d'apprentissage de l'élève.
L'école dispose d'un dossier qui contient au moins les éléments suivants :
1) une déclaration des parents décrivant pourquoi la rééducation doit avoir lieu pendant les périodes de cours;
2) une attestation médicale dont apparaît la nécessité, la fréquence et la durée de la rééducation;
3) [7 ...]7;
4) l'accord du directeur pour une période qui ne peut pas dépasser la durée du traitement visé par l'attestation médicale.
b) [6 dans l'enseignement ordinaire pendant au maximum 150 minutes par semaine, déplacement inclus, pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques qui ont obtenu un avis orienté action tel que visé à l'article 2, 11°, g), du décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves]6. [4 Pour les élèves possédant un rapport l'absence peut s'élever à au maximum 250 minutes par semaine, déplacement inclus]4.
L'école dispose d'un dossier qui contient au moins les éléments suivants :
1) une déclaration des parents décrivant pourquoi la rééducation doit avoir lieu pendant les périodes de cours;
2) un avis formulé par le centre d'encadrement des élèves, de concert avec le conseil de classe accompagnateur et les parents. Cet avis doit motiver pourquoi la problématique de l'élève est de telle nature que l'encadrement renforcé légal d'une école ne peut pas répondre à ses besoins et que les interventions de rééducation ne peuvent pas être considérées comme une offre propre à l'école. Par offre propre à l'école, on entend : l'offre pédagogique et didactique régulière pour tous les élèves, les mesures d'encadrement complémentaires au niveau de l'école ou du centre d'enseignement, et les services extérieurs à l'école fournis par le personnel ou les services, financés ou subventionnés par le Domaine politique de l'Enseignement et de la Formation;
3) un accord de coopération entre l'école et le professionnel de rééducation sur la manière dont la rééducation complétera l'offre d'enseignement pour l'élève en question et la manière dont l'échange d'informations se déroulera. A la fin de chaque année scolaire, le professionnel de rééducation soumet un rapport d'évaluation à la direction de l'école et du centre d'encadrement des élèves, dans le respect de la législation sur la protection de la vie privée à laquelle il est assujetti.
4) l'accord du directeur qui doit être renouvelé et motivé chaque année, tout en tenant compte du rapport d'évaluation dont il est question au point 3).
c) dans l'enseignement spécial pendant au maximum 250 minutes par semaine, déplacement inclus.
L'école dispose d'un dossier qui contient au moins les éléments suivants :
1) une déclaration des parents décrivant pourquoi la rééducation doit avoir lieu pendant les périodes de cours;
2) [4 un rapport d'inscription ou un rapport tel que visé à l'article 294 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010]4;
3) [7 ...]7;
4) un accord de coopération entre l'école et le professionnel de rééducation sur la manière dont la rééducation complétera l'offre d'enseignement pour l'élève en question et la manière dont l'échange d'informations se déroulera. A la fin de chaque année scolaire, le professionnel de rééducation soumet un rapport d'évaluation à la direction de l'école et du centre d'encadrement des élèves, dans le respect de la législation sur la protection de la vie privée à laquelle il est assujetti;
5) l'accord du directeur qui doit être renouvelé et motivé chaque année, tout en tenant compte du rapport d'évaluation dont il est question au point 4). .]3
[5 Pour ce qui est des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, les dispositions du présent article ne s'appliquent qu'aux subdivisions structurelles duales ou qu'aux subdivisions structurelles de démarrage.]5
Änderungen
Art. 14octies. <INGEVOEGD bij BVR 2003-03-21/47, art. 1; Inwerkingtreding : 01-09-1999 voor wat het voltijds gewoon secundair onderwijs betreft; Inwerkingtreding : 01-09-2000 voor wat het buitengewoon secundair onderwijs betreft; Inwerkingtreding : 01-09-2002 voor de andere onderwijssoorten> Alle wettigingen (en overeenkomstige bewijsstukken, die de noodzaak of opportuniteit aantonen,) alsook het dossier zoals bedoeld in artikel 14quater, c), moeten op de instelling ter inzage zijn voor de verificateurs.
[2 De bepalingen van dit artikel zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote enkel van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.]2
[2 De bepalingen van dit artikel zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote enkel van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.]2
Art. 14octies. Toutes les justifications (et documents justificatifs conformes) ainsi que le dossier tel que visé à l'article 14quater, c), doivent être déposés à l'établissement à l'inspection des vérificateurs.
[2 Pour ce qui est des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, les dispositions du présent article ne s'appliquent qu'aux subdivisions structurelles duales ou qu'aux subdivisions structurelles de démarrage.]2
[2 Pour ce qui est des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, les dispositions du présent article ne s'appliquent qu'aux subdivisions structurelles duales ou qu'aux subdivisions structurelles de démarrage.]2
Art. 14octies 1.
Art. 14octies 1.
HOOFDSTUK IIIter. Voorwaarden voor het organiseren van huisonderwijs.
CHAPITRE IIIter. Conditions de l'organisation d'un enseignement à domicile.
Art. 14novies. <INGEVOEGD bij BVR 2003-05-09/45, art. 4; Inwerkingtreding : 01-08-2003> De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de leerplichtigen en hun ouders die voor huisonderwijs kiezen.
Art. 14novies. Les dispositions du présent chapitre sont applicables aux enfants scolarisables et à leurs parents qui optent pour l'enseignement à domicile.
Art. 14decies. [1 Bij stopzetting van het huisonderwijs tijdens het schooljaar brengen de ouders de bevoegde dienst daarvan op de hoogte.]1
Art. 14decies. [1 En cas de cessation de l'enseignement à domicile au cours de l'année scolaire, les parents en informent le service compétent.]1
Art. 14undecies. <INGEVOEGD bij BVR 2003-05-09/45, art. 4; Inwerkingtreding : 01-08-2003> De leerplichtige voldoet niet aan de leerplicht wanneer aan [1 de bepalingen, vermeld in artikel 110/28 tot en met 110/32 van de codex, of artikel 14decies van dit besluit]1 niet is voldaan. In dat geval wordt dezelfde procedure gevolgd zoals bepaald in artikel 9 van dit besluit en is artikel 5 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht van toepassing.
Art. 14undecies. L'enfant scolarisable ne respecte pas l'obligation scolaire lorsque [1 les dispositions, telles que visées aux articles 110/28 à 110/32 du Code ou l'article 14decies du présent arrêté ne sont pas respectés]1. Dans ce cas la même procédure que celle prévue par l'article 9 du présent arrêté est suivie et l'article 5 de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire est applicable.
Art. 14undecies/1. [1 De controle door de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 110/31, § 1, van de codex wordt uitgevoerd na afspraak tussen de onderwijsinspectie en de ouders, waarna ook schriftelijke afspraken volgen over de organisatie en het verloop van de controle. [2 Om de afspraak vast te leggen, stelt de onderwijsinspectie drie data voor. Als de ouders weigeren om op een van deze data in te gaan, wordt dat beschouwd als het niet aanvaarden van een controle als vermeld in artikel 110/31, § 3, van de codex.]2
Ouders die voor huisonderwijs kiezen verbinden zich ertoe alle documenten te overhandigen die de uitvoering van de voormelde controle mogelijk moeten maken.
De voormelde controle kan uitgevoerd worden hetzij op de plaats waar het onderwijs wordt verstrekt, hetzij op een plaats die de onderwijsinspectie aanwijst [2 ...]2. [2 Als het volgens de onderwijsinspectie niet mogelijk is om de controle uit te voeren op de plaats waar het onderwijs wordt verstrekt en op de plaats die de onderwijsinspectie aanwijst, kan de onderwijsinspectie beslissen om de controle digitaal uit te voeren.]2
De voormelde controle wordt uitgevoerd door minstens twee onderwijsinspecteurs, die de mogelijkheid moeten krijgen om de betrokken leerplichtige inzake het huisonderwijs te observeren en te spreken.]1
Ouders die voor huisonderwijs kiezen verbinden zich ertoe alle documenten te overhandigen die de uitvoering van de voormelde controle mogelijk moeten maken.
De voormelde controle kan uitgevoerd worden hetzij op de plaats waar het onderwijs wordt verstrekt, hetzij op een plaats die de onderwijsinspectie aanwijst [2 ...]2. [2 Als het volgens de onderwijsinspectie niet mogelijk is om de controle uit te voeren op de plaats waar het onderwijs wordt verstrekt en op de plaats die de onderwijsinspectie aanwijst, kan de onderwijsinspectie beslissen om de controle digitaal uit te voeren.]2
De voormelde controle wordt uitgevoerd door minstens twee onderwijsinspecteurs, die de mogelijkheid moeten krijgen om de betrokken leerplichtige inzake het huisonderwijs te observeren en te spreken.]1
Art. 14undecies/1. [1 Le contrôle par l'inspection de l'enseignement, visé à l'article 110/31, § 1er, du Code est exercé de commun accord entre l'inspection de l'enseignement et les parents. Ensuite, l'organisation et l'exercice du contrôle sont réglés par écrit. [2 En vue de fixer le rendez-vous, l'inspection de l'enseignement propose trois dates. Si les parents refusent d'accepter l'une de ces dates, ils seront considérés comme n'acceptant pas un contrôle tel que visé à l'article 110/31, § 3, du code.]2
Les parents qui optent pour l'enseignement à domicile s'engagent à produire tous les documents qui rendent possible l'exercice du contrôle précité.
Le contrôle précité peut s'opérer ou bien à l'adresse où l'enseignement est dispensé ou bien en un lieu indiqué par l'inspection de l'enseignement [2 ...]2. [2 S'il n'est pas possible, selon de l'inspection de l'enseignement, d'effectuer le contrôle à l'adresse où l'enseignement est dispensé ni à l'endroit indiqué par l'inspection de l'enseignement, l'inspection de l'enseignement peut décider de procéder au contrôle par voie numérique.]2
Le contrôle précité est effectué par au moins deux inspecteurs de l'enseignement, qui doivent avoir la possibilité d'observer l'enfant scolarisable concerné suivant l'enseignement à domicile et de l'interroger s'ils l'estiment nécessaire.]1
Les parents qui optent pour l'enseignement à domicile s'engagent à produire tous les documents qui rendent possible l'exercice du contrôle précité.
Le contrôle précité peut s'opérer ou bien à l'adresse où l'enseignement est dispensé ou bien en un lieu indiqué par l'inspection de l'enseignement [2 ...]2. [2 S'il n'est pas possible, selon de l'inspection de l'enseignement, d'effectuer le contrôle à l'adresse où l'enseignement est dispensé ni à l'endroit indiqué par l'inspection de l'enseignement, l'inspection de l'enseignement peut décider de procéder au contrôle par voie numérique.]2
Le contrôle précité est effectué par au moins deux inspecteurs de l'enseignement, qui doivent avoir la possibilité d'observer l'enfant scolarisable concerné suivant l'enseignement à domicile et de l'interroger s'ils l'estiment nécessaire.]1
Art. 14undecies/2. [1 De onderwijsinspectie hanteert tijdens het controlebezoek de volgende criteria om te controleren of het verstrekte huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen, vermeld in artikel 110/28 van de codex:
1° de onderwijsdoelen van het huisonderwijs;
2° de afstemming van het verstrekte huisonderwijs op de leerbehoefte van de leerling;
3° de planning van het huisonderwijs;
4° de wijze waarop het huisonderwijs structuur krijgt;
5° de beschikbaarheid van leermiddelen;
6° de tijd die besteed wordt aan het huisonderwijs;
7° het voorzien van een evaluatie van de onderwijsdoelen;
[2 8° het nastreven van sociale participatie.]2
Aan de hand van de criteria, vermeld in het eerste lid, beoordeelt de onderwijsinspectie meer specifiek:
1° of voor de leerplichtigen die conform artikel 110/30 van de codex verplicht zijn een getuigschrift of diploma te behalen bij de examencommissie, via het huisonderwijs gewerkt wordt aan een voldoende evenwichtig aanbod van de basisvorming;
2° of het huisonderwijs heeft geleid tot meer kennis en vaardigheden;
3° of de vakken van de basisvorming van het examenprogramma, die voldoende gericht zijn op de daarin na te streven ontwikkelingsdoelen of te bereiken eindtermen, aan bod komen.]1
[2 Als de onderwijsinspectie bij een controle vaststelt, dat het verstrekte onderwijs kennelijk niet beantwoordt aan de minimumeisen, vermeld in artikel 110/28, tweede lid, van de codex, wordt binnen zes maanden na de controle een nieuwe afspraak gemaakt voor een controle als vermeld in artikel 14 undecies/1. De termijn wordt geschorst tijdens de duur van de kerst-, paas- en zomervakantie.]2
1° de onderwijsdoelen van het huisonderwijs;
2° de afstemming van het verstrekte huisonderwijs op de leerbehoefte van de leerling;
3° de planning van het huisonderwijs;
4° de wijze waarop het huisonderwijs structuur krijgt;
5° de beschikbaarheid van leermiddelen;
6° de tijd die besteed wordt aan het huisonderwijs;
7° het voorzien van een evaluatie van de onderwijsdoelen;
[2 8° het nastreven van sociale participatie.]2
Aan de hand van de criteria, vermeld in het eerste lid, beoordeelt de onderwijsinspectie meer specifiek:
1° of voor de leerplichtigen die conform artikel 110/30 van de codex verplicht zijn een getuigschrift of diploma te behalen bij de examencommissie, via het huisonderwijs gewerkt wordt aan een voldoende evenwichtig aanbod van de basisvorming;
2° of het huisonderwijs heeft geleid tot meer kennis en vaardigheden;
3° of de vakken van de basisvorming van het examenprogramma, die voldoende gericht zijn op de daarin na te streven ontwikkelingsdoelen of te bereiken eindtermen, aan bod komen.]1
[2 Als de onderwijsinspectie bij een controle vaststelt, dat het verstrekte onderwijs kennelijk niet beantwoordt aan de minimumeisen, vermeld in artikel 110/28, tweede lid, van de codex, wordt binnen zes maanden na de controle een nieuwe afspraak gemaakt voor een controle als vermeld in artikel 14 undecies/1. De termijn wordt geschorst tijdens de duur van de kerst-, paas- en zomervakantie.]2
Art. 14undecies/2. [1 Lors de la visite de contrôle, l'inspection de l'enseignement utilise les critères suivants pour contrôler si l'enseignement à domicile dispensé répond aux objectifs visés à l'article 110/28 du Code :
1° les objectifs pédagogiques de l'enseignement à domicile ;
2° l'adéquation entre l'enseignement à domicile fourni et les besoins d'apprentissage de l'élève ;
3° la planification de l'enseignement à domicile ;
4° la manière dont l'enseignement à domicile est structuré ;
5° la disponibilité des moyens didactiques ;
6° le temps consacré à l'enseignement à domicile ;
7° la mise en oeuvre d'une évaluation des objectifs pédagogiques.
[2 8° la poursuite de la participation sociale.]2
A l'aide des critères, visés au premier alinéa, l'inspection de l'enseignement évalue plus spécifiquement :
1° si, pour les élèves scolarisables qui, conformément à l'article 110/30 du Code, sont obligés d'obtenir un certificat ou un diplôme auprès du jury de la Communauté flamande, il est misé via l'enseignement à domicile sur une offre suffisamment équilibrée de la formation de base ;
2° si l'enseignement à domicile a mené à un élargissement des connaissances et aptitudes ;
3° si on donne les cours de la formation de base du programme d'examen, qui sont suffisamment orientés vers les objectifs de développement à poursuivre ou les objectifs finaux à atteindre.]1
[2 Si l'inspection de l'enseignement constate, lors d'un contrôle, que l'enseignement dispensé ne répond manifestement pas aux exigences minimales visées à l'article 110/28, alinéa 2, du code, un nouveau rendez-vous pour un contrôle tel que visé à l'article 14undecies/1 est fixé dans les six mois suivant le contrôle. Le délai est suspendu pendant la durée des vacances de Noël, de Pâques et d'été.]2
1° les objectifs pédagogiques de l'enseignement à domicile ;
2° l'adéquation entre l'enseignement à domicile fourni et les besoins d'apprentissage de l'élève ;
3° la planification de l'enseignement à domicile ;
4° la manière dont l'enseignement à domicile est structuré ;
5° la disponibilité des moyens didactiques ;
6° le temps consacré à l'enseignement à domicile ;
7° la mise en oeuvre d'une évaluation des objectifs pédagogiques.
[2 8° la poursuite de la participation sociale.]2
A l'aide des critères, visés au premier alinéa, l'inspection de l'enseignement évalue plus spécifiquement :
1° si, pour les élèves scolarisables qui, conformément à l'article 110/30 du Code, sont obligés d'obtenir un certificat ou un diplôme auprès du jury de la Communauté flamande, il est misé via l'enseignement à domicile sur une offre suffisamment équilibrée de la formation de base ;
2° si l'enseignement à domicile a mené à un élargissement des connaissances et aptitudes ;
3° si on donne les cours de la formation de base du programme d'examen, qui sont suffisamment orientés vers les objectifs de développement à poursuivre ou les objectifs finaux à atteindre.]1
[2 Si l'inspection de l'enseignement constate, lors d'un contrôle, que l'enseignement dispensé ne répond manifestement pas aux exigences minimales visées à l'article 110/28, alinéa 2, du code, un nouveau rendez-vous pour un contrôle tel que visé à l'article 14undecies/1 est fixé dans les six mois suivant le contrôle. Le délai est suspendu pendant la durée des vacances de Noël, de Pâques et d'été.]2
Art. 14duodecies. [1 Een aanvraag tot het hervatten van huisonderwijs, vermeld in artikel 1, § 6, zesde lid, van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht, wordt door de personen die het ouderlijke gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben ingediend bij de onderwijsinspectie met een aangetekende brief met ontvangstbevestiging.
De schriftelijke aanvraag, vermeld in het eerste lid, omvat :
1° de volledige identificatie van de betrokken leerplichtigen;
2° de gegevens van de school waar de betrokken leerplichtigen momenteel ingeschreven zijn;
3° de gegevens over de plaats waar het huisonderwijs zal worden verstrekt;
4° de gegevens over de personen die het huisonderwijs zullen verstrekken;
5° de motieven om het huisonderwijs te hervatten;
6° een omstandige beschrijving van de wijze waarop het huisonderwijs gerealiseerd zal worden, met inbegrip van een beschrijving van de wijze waarop de tekortkomingen, vastgesteld door de onderwijsinspectie die geleid hebben tot haar beslissing dat de leerling zich in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school moet inschrijven, zijn of worden weggewerkt.]1
De schriftelijke aanvraag, vermeld in het eerste lid, omvat :
1° de volledige identificatie van de betrokken leerplichtigen;
2° de gegevens van de school waar de betrokken leerplichtigen momenteel ingeschreven zijn;
3° de gegevens over de plaats waar het huisonderwijs zal worden verstrekt;
4° de gegevens over de personen die het huisonderwijs zullen verstrekken;
5° de motieven om het huisonderwijs te hervatten;
6° een omstandige beschrijving van de wijze waarop het huisonderwijs gerealiseerd zal worden, met inbegrip van een beschrijving van de wijze waarop de tekortkomingen, vastgesteld door de onderwijsinspectie die geleid hebben tot haar beslissing dat de leerling zich in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school moet inschrijven, zijn of worden weggewerkt.]1
Art. 14duodecies. [1 Une demande de reprise de l'enseignement à domicile, visée à l'article 1er, § 6, sixième alinéa, de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire, est déposée par les personnes exerçant l'autorité parentale ou assumant de droit ou de fait la garde de l'élève mineur auprès de l'inspection de l'enseignement par une lettre recommandée avec accusé de réception.
La demande écrite, visée au premier alinéa, comprend :
1° l'identification complète des enfants scolarisables intéressés;
2° les informations sur l'école où sont actuellement inscrits les enfants scolarisables intéressés;
3° les informations sur le lieu où l'enseignement à domicile sera dispensé;
4° les informations sur les personnes qui dispenseront l'enseignement à domicile;
5° les motifs pour la reprise de l'enseignement à domicile;
6° une description circonstanciée de la façon dont l'enseignement à domicile sera réalisé, y compris la description de la façon dont il est ou sera remédié aux manquements, identifiés par l'inspection de l'enseignement qui ont conduit à sa décision que l'élève doit s'inscrire dans une école agréée, financée ou subventionnée par la Communauté flamande.]1
La demande écrite, visée au premier alinéa, comprend :
1° l'identification complète des enfants scolarisables intéressés;
2° les informations sur l'école où sont actuellement inscrits les enfants scolarisables intéressés;
3° les informations sur le lieu où l'enseignement à domicile sera dispensé;
4° les informations sur les personnes qui dispenseront l'enseignement à domicile;
5° les motifs pour la reprise de l'enseignement à domicile;
6° une description circonstanciée de la façon dont l'enseignement à domicile sera réalisé, y compris la description de la façon dont il est ou sera remédié aux manquements, identifiés par l'inspection de l'enseignement qui ont conduit à sa décision que l'élève doit s'inscrire dans une école agréée, financée ou subventionnée par la Communauté flamande.]1
Art. 14terdecies. [1 § 1. De onderwijsinspectie onderzoekt of er voldoende garanties aanwezig zijn dat het huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen, vermeld in artikel 1, § 6, derde lid, van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht, en beslist over de mogelijkheid om het huisonderwijs te hervatten.
§ 2. Het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, wordt uitgevoerd op basis van de schriftelijke aanvraag, vermeld in artikel 14duodecies.
§ 3. De beslissing, vermeld in paragraaf 1, wordt gemotiveerd en binnen [2 dertig]2 kalenderdagen na de ontvangst van de schriftelijke aanvraag met een aangetekende brief aan de personen die het ouderlijke gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben betekend. De poststempel geldt als datum van de betekening.
[2 Als de onderwijsinspectie van oordeel is dat het voor het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, noodzakelijk is dat er een afspraak of bezoek aan de plaats waar het huisonderwijs zal worden verstrekt, wordt georganiseerd en het is niet mogelijk dit gesprek binnen de termijn van dertig dagen, vermeld in het eerste lid, te laten doorgaan, wordt de termijn verlengd met dertig dagen.]2
In afwijking van het eerste lid wordt de termijn waarin de inspectie een beslissing moet nemen, geschorst tijdens en voor de duur van de kerst-, paas- en zomervakantie.
§ 4. Een gebrek aan een beslissing binnen de in paragraaf 3 vermelde termijn, wordt geacht een toestemming voor de hervatting van huisonderwijs te zijn.]1
§ 2. Het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, wordt uitgevoerd op basis van de schriftelijke aanvraag, vermeld in artikel 14duodecies.
§ 3. De beslissing, vermeld in paragraaf 1, wordt gemotiveerd en binnen [2 dertig]2 kalenderdagen na de ontvangst van de schriftelijke aanvraag met een aangetekende brief aan de personen die het ouderlijke gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben betekend. De poststempel geldt als datum van de betekening.
[2 Als de onderwijsinspectie van oordeel is dat het voor het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, noodzakelijk is dat er een afspraak of bezoek aan de plaats waar het huisonderwijs zal worden verstrekt, wordt georganiseerd en het is niet mogelijk dit gesprek binnen de termijn van dertig dagen, vermeld in het eerste lid, te laten doorgaan, wordt de termijn verlengd met dertig dagen.]2
In afwijking van het eerste lid wordt de termijn waarin de inspectie een beslissing moet nemen, geschorst tijdens en voor de duur van de kerst-, paas- en zomervakantie.
§ 4. Een gebrek aan een beslissing binnen de in paragraaf 3 vermelde termijn, wordt geacht een toestemming voor de hervatting van huisonderwijs te zijn.]1
Art. 14terdecies. [1 § 1er. L'inspection de l'enseignement examine s'il y a suffisamment de garanties que l'enseignement à domicile répond aux objectifs, visés à l'article 1er, § 6, troisième alinéa, de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire, et décide sur la possibilité de reprendre l'enseignement à domicile.
§ 2. L'examen, visé au premier paragraphe, est exécuté sur la base de la demande écrite, visée à l'article 14duodecies.
§ 3. La décision, visée au premier paragraphe, est motivée et notifiée aux personnes exerçant l'autorité parentale ou assumant de droit ou de fait la garde de l'élève mineur par lettre recommandée dans les [2 trente]2 jours calendaires de la réception de la demande écrite. Le cachet de la poste fait office de date de notification.
[2 Si l'inspection de l'enseignement estime qu'il est nécessaire, dans le cadre de l'examen visé au paragraphe 1er, d'organiser un rendez-vous ou une visite à l'adresse où l'enseignement à domicile sera dispensé, et qu'il n'est pas possible de réaliser cet entretien dans le délai de trente jours visé à l'alinéa 1er, ce délai est prolongé de trente jours.]2
Par dérogation au premier alinéa, le délai dans lequel l'inspection doit prendre une décision, est suspendu pendant et pour la durée des vacances de Noël, de Pâques et d'été.
§ 4. Le défaut d'une décision dans un délai mentionné au paragraphe 3, est assimilé à une autorisation de reprise de l'enseignement à domicile.]1
§ 2. L'examen, visé au premier paragraphe, est exécuté sur la base de la demande écrite, visée à l'article 14duodecies.
§ 3. La décision, visée au premier paragraphe, est motivée et notifiée aux personnes exerçant l'autorité parentale ou assumant de droit ou de fait la garde de l'élève mineur par lettre recommandée dans les [2 trente]2 jours calendaires de la réception de la demande écrite. Le cachet de la poste fait office de date de notification.
[2 Si l'inspection de l'enseignement estime qu'il est nécessaire, dans le cadre de l'examen visé au paragraphe 1er, d'organiser un rendez-vous ou une visite à l'adresse où l'enseignement à domicile sera dispensé, et qu'il n'est pas possible de réaliser cet entretien dans le délai de trente jours visé à l'alinéa 1er, ce délai est prolongé de trente jours.]2
Par dérogation au premier alinéa, le délai dans lequel l'inspection doit prendre une décision, est suspendu pendant et pour la durée des vacances de Noël, de Pâques et d'été.
§ 4. Le défaut d'une décision dans un délai mentionné au paragraphe 3, est assimilé à une autorisation de reprise de l'enseignement à domicile.]1
Art. 14quaterdecies. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 14decies, kan de hervatting van het huisonderwijs ingaan vanaf een van de volgende tijdstippen :
1° de betekening van de toestemming van de inspectie, vermeld in artikel 14terdecies, § 3;
2° hetzij de vijfde kalenderdag na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 14terdecies, § 3.]1
1° de betekening van de toestemming van de inspectie, vermeld in artikel 14terdecies, § 3;
2° hetzij de vijfde kalenderdag na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 14terdecies, § 3.]1
Art. 14quaterdecies. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 14decies, la reprise de l'enseignement à domicile peut démarrer aux dates suivantes :
1° la notification de l'autorisation de l'inspection, visée à l'article 14terdecies, § 3;
2° le cinquième jour calendaire après l'expiration du délai, visé à l'article 14terdecies, § 3.]1
1° la notification de l'autorisation de l'inspection, visée à l'article 14terdecies, § 3;
2° le cinquième jour calendaire après l'expiration du délai, visé à l'article 14terdecies, § 3.]1
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 15. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1997.
Art. 15. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 1997.
Art. 16. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement est chargé de l'exécution du présent arrêté.