Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 JANUARI 1998. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 december 1991 betreffende de medische geschiktheid voor dienst op zee.
Titre
5 JANVIER 1998. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 23 décembre 1991 relatif à l'aptitude médicale au service en mer.
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (15)
Texte (14)
Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 23 december 1991 betreffende de medische geschiktheid voor dienst op zee worden de woorden "plaatsing in een organieke functie aan boord van een gecommissioneerde varende eenheid, voor de uitvoering van taken op zee, waarbij de vaaropdrachten kunnen variëren qua aard, duur en frequentie" vervangen door de woorden "tewerkstelling aan boord van een militaire varende eenheid".
Article 1. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 23 décembre 1991 relatif à l'aptitude médicale au service en mer, les mots " la mise à bord d'une unité navigante commissionnée dans une fonction organique, pour l'exécution de tâches en mer et dont les missions en mer peuvent varier en nature, durée et fréquence " sont remplacés par les mots " l'emploi à bord d'une unité navigante militaire ".
Art. 2. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid : "De medicatie die leidt tot ongeschiktheid voor de duur van de behandeling, is bepaald in een lijst die opgesteld wordt door de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee bedoeld in artikel 4. Deze commissie past deze lijst jaarlijks aan aan de medische behoeften."
Art. 2. L'article 2 du même arrêté est complété par l'alinéa suivant : " La médication entraînant l'inaptitude pour la durée du traitement est déterminée dans une liste établie par la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer visée à l'article 4. Cette commission adapte cette liste annuellement aux nécessités médicales. ".
Art. 3. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : "Artikel 3. De hoofdgeneesheer van het medisch centrum van de marine beslist over de medische geschiktheid voor dienst op zee en over het speciaal medisch profiel dat de kandidaat moet hebben voor de marine, op grond van de medische onderzoeken, uitgevoerd in het centrum voor rekrutering en selectie van de krijgsmacht en van de beoordeling van de militaire geneesheren van dit centrum wat de algemene medische geschiktheid van de kandidaat betreft.
Voor de militairen die naar de marine worden overgeplaatst, beslist de hoofdgeneesheer van het medisch centrum van de marine over hun medische geschiktheid voor dienst op zee op basis van de medische onderzoeken die verricht zijn in het medisch centrum van de marine."
Voor de militairen die naar de marine worden overgeplaatst, beslist de hoofdgeneesheer van het medisch centrum van de marine over hun medische geschiktheid voor dienst op zee op basis van de medische onderzoeken die verricht zijn in het medisch centrum van de marine."
Art. 3. L'article 3 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante : " Art. 3. Le médecin chef du centre médical de la marine décide de l'aptitude médicale au service en mer et du profil médical spécial que le candidat doit obtenir pour la marine, sur la base des examens médicaux effectués au centre de recrutement et de sélection des forces armées et de l'appréciation des médecins militaires de ce centre relative à l'aptitude médicale générale du candidat.
Pour les militaires transférés à la marine, le médecin chef du centre médical de la marine décide de leur aptitude médicale au service en mer sur la base des examens médicaux effectués au centre médical de la marine. ".
Pour les militaires transférés à la marine, le médecin chef du centre médical de la marine décide de leur aptitude médicale au service en mer sur la base des examens médicaux effectués au centre médical de la marine. ".
Art. 4. Een artikel 3bis, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd : "Artikel 3bis. De medische geschiktheid voor dienst op zee van de militair van de marine wordt bepaald op grond van controleonderzoeken, uitgevoerd in het medisch centrum van de marine of in andere medische instellingen.
De controleonderzoeken bedoeld in het eerste lid worden uitgevoerd om de vijf jaar voor de militair jonger dan dertig jaar, om de drie jaar voor de militair tussen dertig en negenendertig jaar en om de twee jaar voor de militair van veertig jaar of ouder.
Een controleonderzoek wordt eveneens uitgevoerd in de volgende gevallen :
1° op verzoek van de stafchef van de marine, van de commandant van de grote eenheid, van de korpscommandant of van de eenheidscommandant wanneer een van deze overheden van oordeel is dat een militair met dienst op zee niet meer medisch geschikt is voor de dienst op zee;
2° op verzoek van de eenheidsgeneesheer :
a) wanneer de militair met dienst op zee gedurende meer dan vier opeenvolgende weken om gezondheidsredenen afwezig is geweest;
b) wanneer hij van oordeel is dat de militair met dienst op zee een medisch probleem heeft dat een invloed kan hebben op diens medische geschiktheid voor dienst op zee;
3° op verzoek van de militair met dienst op zee via de eenheidsgeneesheer omdat hij van oordeel is dat zijn medische geschiktheid voor dienst op zee gewijzigd is;
4° op verzoek van de hoofdgeneesheer van het medisch centrum van de marine wanneer hij er direct of indirect van op de hoogte is gebracht dat een militair een medisch probleem heeft dat een weerslag kan hebben op zijn medische geschiktheid voor dienst op zee.".
De controleonderzoeken bedoeld in het eerste lid worden uitgevoerd om de vijf jaar voor de militair jonger dan dertig jaar, om de drie jaar voor de militair tussen dertig en negenendertig jaar en om de twee jaar voor de militair van veertig jaar of ouder.
Een controleonderzoek wordt eveneens uitgevoerd in de volgende gevallen :
1° op verzoek van de stafchef van de marine, van de commandant van de grote eenheid, van de korpscommandant of van de eenheidscommandant wanneer een van deze overheden van oordeel is dat een militair met dienst op zee niet meer medisch geschikt is voor de dienst op zee;
2° op verzoek van de eenheidsgeneesheer :
a) wanneer de militair met dienst op zee gedurende meer dan vier opeenvolgende weken om gezondheidsredenen afwezig is geweest;
b) wanneer hij van oordeel is dat de militair met dienst op zee een medisch probleem heeft dat een invloed kan hebben op diens medische geschiktheid voor dienst op zee;
3° op verzoek van de militair met dienst op zee via de eenheidsgeneesheer omdat hij van oordeel is dat zijn medische geschiktheid voor dienst op zee gewijzigd is;
4° op verzoek van de hoofdgeneesheer van het medisch centrum van de marine wanneer hij er direct of indirect van op de hoogte is gebracht dat een militair een medisch probleem heeft dat een weerslag kan hebben op zijn medische geschiktheid voor dienst op zee.".
Art. 4. Un article 3bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté : " Art. 3bis. L'aptitude médicale au service en mer du militaire de la marine est déterminée sur la base d'examens de contrôle, effectués au centre médical de la marine ou dans d'autres institutions médicales.
Les examens de contrôle visés à l'alinéa 1er sont effectués tous les cinq ans pour le militaire de moins de trente ans, tous les trois ans pour le militaire entre trente et trente-neuf ans, et tous les deux ans pour le militaire de quarante ans ou plus.
Un examen de contrôle est également effectué dans les cas suivants :
1° à la demande du chef d'état-major de la marine, du commandant de la grande unité, du chef de corps ou du commandant d'unité lorsqu'une de ces autorités estime qu'un militaire en service en mer n'est plus médicalement apte au service en mer;
2° à la demande du médecin d'unité :
a) lorsque le militaire en service en mer a été absent pour des raisons de santé pendant plus de quatre semaines consécutives;
b) lorsqu'il estime que le militaire en service en mer a un problème médical susceptible d'influencer son aptitude médicale au service en mer;
3° à la demande du militaire en service en mer, par la voie du médecin d'unité, parce qu'il estime que son aptitude médicale au service en mer a changé;
4° à la demande du médecin chef du centre médical de la marine lorsqu'il est informé, directement ou indirectement, qu'un militaire a un problème médical susceptible d'avoir une influence sur son aptitude médicale au service en mer. ".
Les examens de contrôle visés à l'alinéa 1er sont effectués tous les cinq ans pour le militaire de moins de trente ans, tous les trois ans pour le militaire entre trente et trente-neuf ans, et tous les deux ans pour le militaire de quarante ans ou plus.
Un examen de contrôle est également effectué dans les cas suivants :
1° à la demande du chef d'état-major de la marine, du commandant de la grande unité, du chef de corps ou du commandant d'unité lorsqu'une de ces autorités estime qu'un militaire en service en mer n'est plus médicalement apte au service en mer;
2° à la demande du médecin d'unité :
a) lorsque le militaire en service en mer a été absent pour des raisons de santé pendant plus de quatre semaines consécutives;
b) lorsqu'il estime que le militaire en service en mer a un problème médical susceptible d'influencer son aptitude médicale au service en mer;
3° à la demande du militaire en service en mer, par la voie du médecin d'unité, parce qu'il estime que son aptitude médicale au service en mer a changé;
4° à la demande du médecin chef du centre médical de la marine lorsqu'il est informé, directement ou indirectement, qu'un militaire a un problème médical susceptible d'avoir une influence sur son aptitude médicale au service en mer. ".
Art. 5. Een hoofdstuk Ibis, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd achter het artikel 3bis : "HOOFDSTUK Ibis. - Het medisch onderzoek van de kandidaten voor dienst op zee.
Afdeling 1. - Het medisch onderzoek voor eerste selectie.
Artikel 3ter. Het eigenlijk medisch onderzoek wordt voorafgegaan door een ondervraging van de kandidaat omtrent zijn persoonlijke, erfelijke en collaterale antecedenten.
De verklaringen van de belanghebbenden worden opgenomen in de daartoe bestemde vragenlijst van het protocol en vervolgens ondertekend door de ondervragende geneesheer en door de kandidaat.
Deze wordt gewaarschuwd dat iedere opzettelijk onvolledige of onjuiste verklaring voor hem een weigering van dienstneming of het nemen van tuchtsancties kan betekenen.
Artikel 3quater. Het onderzoek heeft betrekking op de klinische, fysiologische en psychische aspecten van de medische geschiktheid voor dienst op zee.
Het bestaat uit :
1° een algemeen klinisch onderzoek;
2° een radiologisch onderzoek van de wervelzuil en het bekken;
3° een grondig onderzoek van de visus (gezichtsscherpte, binoculair zicht, kleurenperceptie);
4° een bepaling van de gehoordrempel van elk oor op de frequenties 250, 500, 1000, 2000, 3000, 4000, 6000 en 8000 Hz volgens ISO-normen;
5° de laboratoriumonderzoeken die door de medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee, bedoeld in artikel 4, werden vastgelegd en die een medisch probleem kunnen aan het licht brengen dat ongeschiktheid voor dienst op zee kan veroorzaken;
6° alle onderzoeken, inclusief de psychotechnische en psychologische testen, die de leden van de medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee en de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee bedoeld in artikel 4, nodig achten;
7° indien nodig, de inobservatiestelling in een gespecialiseerde medische instelling.
Afdeling 1. - Het medisch onderzoek voor eerste selectie.
Artikel 3ter. Het eigenlijk medisch onderzoek wordt voorafgegaan door een ondervraging van de kandidaat omtrent zijn persoonlijke, erfelijke en collaterale antecedenten.
De verklaringen van de belanghebbenden worden opgenomen in de daartoe bestemde vragenlijst van het protocol en vervolgens ondertekend door de ondervragende geneesheer en door de kandidaat.
Deze wordt gewaarschuwd dat iedere opzettelijk onvolledige of onjuiste verklaring voor hem een weigering van dienstneming of het nemen van tuchtsancties kan betekenen.
Artikel 3quater. Het onderzoek heeft betrekking op de klinische, fysiologische en psychische aspecten van de medische geschiktheid voor dienst op zee.
Het bestaat uit :
1° een algemeen klinisch onderzoek;
2° een radiologisch onderzoek van de wervelzuil en het bekken;
3° een grondig onderzoek van de visus (gezichtsscherpte, binoculair zicht, kleurenperceptie);
4° een bepaling van de gehoordrempel van elk oor op de frequenties 250, 500, 1000, 2000, 3000, 4000, 6000 en 8000 Hz volgens ISO-normen;
5° de laboratoriumonderzoeken die door de medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee, bedoeld in artikel 4, werden vastgelegd en die een medisch probleem kunnen aan het licht brengen dat ongeschiktheid voor dienst op zee kan veroorzaken;
6° alle onderzoeken, inclusief de psychotechnische en psychologische testen, die de leden van de medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee en de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee bedoeld in artikel 4, nodig achten;
7° indien nodig, de inobservatiestelling in een gespecialiseerde medische instelling.
Art. 5. Un chapitre Ierbis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté après l'article 3bis : " CHAPITRE Ibis. - De l'examen médical des candidats au service en mer. ".
" Section 1. - De l'examen médical de sélection initiale. ".
" Art. 3ter. L'examen médical proprement dit est précédé d'un interrogatoire du candidat sur ses antécédents personnels, héréditaires et collatéraux.
Les déclarations des intéressés sont reproduites au questionnaire réservé à cet effet au protocole, contresigné ensuite par le médecin interrogateur et par le candidat.
Ce dernier est prévenu que toute déclaration volontairement incomplète ou inexacte l'expose au refus d'engagement ou à l'application de sanctions disciplinaires. ".
" Art. 3quater. L'examen porte sur les aspects cliniques, physiologiques et psychiques de l'aptitude médicale au service en mer.
Il consiste en :
1° un examen clinique général;
2° un examen radiologique de la colonne vertébrale et du bassin;
3° un examen approfondi de la vision (acuité visuelle, vision binoculaire, perception des couleurs);
4° une détermination du seuil d'audition de chaque oreille aux fréquences de 250, 500, 1000, 2000, 3000, 4000, 6000 et 8000 Hz selon les normes ISO;
5° les examens de laboratoire fixés par la commission médicale d'aptitude au service en mer visée à l'article 4, et permettant de déceler un problème médical susceptible d'engendrer une inaptitude au service en mer;
6° tous les examens, y compris les tests psychotechniques et psychologiques, estimés nécessaires par les membres de la commission médicale d'aptitude au service en mer et de la commission médicale d'aptitude au service en mer visées à l'article 4;
7° si nécessaire, la mise en observation dans une institution médicale spécialisée. ".
Section 2. - Des examens médicaux de contrôle pour le service en mer. ".
" Art. 3quinquies. Les dispositions des articles 3ter et 3quater et de l'annexe sont applicables aux examens médicaux de contrôle, à l'exception de la disposition de l'article 3quater, alinéa 2, 2°. ".
" Art. 3sexies. La surveillance de l'aptitude au service en mer est effectuée par le médecin d'unité.
Elle comprend une surveillance médico-psycho-physiologique permanente et des examens médicaux de contrôle.
La surveillance médico-psycho-physiologique a pour but de dépister à tout moment les affections susceptibles de rendre le militaire en service en mer inapte, temporairement ou pour une durée indéterminée, à accomplir les missions en mer correspondant à sa fonction.
Le médecin d'unité peut demander aux services qualifiés du service médical des forces armées, tout examen spécial jugé utile.
Lors d'un examen médical de contrôle, il sera tenu compte :
1° des complications médicales possibles;
2° des possibilités de soins à bord. ".
" Section 1. - De l'examen médical de sélection initiale. ".
" Art. 3ter. L'examen médical proprement dit est précédé d'un interrogatoire du candidat sur ses antécédents personnels, héréditaires et collatéraux.
Les déclarations des intéressés sont reproduites au questionnaire réservé à cet effet au protocole, contresigné ensuite par le médecin interrogateur et par le candidat.
Ce dernier est prévenu que toute déclaration volontairement incomplète ou inexacte l'expose au refus d'engagement ou à l'application de sanctions disciplinaires. ".
" Art. 3quater. L'examen porte sur les aspects cliniques, physiologiques et psychiques de l'aptitude médicale au service en mer.
Il consiste en :
1° un examen clinique général;
2° un examen radiologique de la colonne vertébrale et du bassin;
3° un examen approfondi de la vision (acuité visuelle, vision binoculaire, perception des couleurs);
4° une détermination du seuil d'audition de chaque oreille aux fréquences de 250, 500, 1000, 2000, 3000, 4000, 6000 et 8000 Hz selon les normes ISO;
5° les examens de laboratoire fixés par la commission médicale d'aptitude au service en mer visée à l'article 4, et permettant de déceler un problème médical susceptible d'engendrer une inaptitude au service en mer;
6° tous les examens, y compris les tests psychotechniques et psychologiques, estimés nécessaires par les membres de la commission médicale d'aptitude au service en mer et de la commission médicale d'aptitude au service en mer visées à l'article 4;
7° si nécessaire, la mise en observation dans une institution médicale spécialisée. ".
Section 2. - Des examens médicaux de contrôle pour le service en mer. ".
" Art. 3quinquies. Les dispositions des articles 3ter et 3quater et de l'annexe sont applicables aux examens médicaux de contrôle, à l'exception de la disposition de l'article 3quater, alinéa 2, 2°. ".
" Art. 3sexies. La surveillance de l'aptitude au service en mer est effectuée par le médecin d'unité.
Elle comprend une surveillance médico-psycho-physiologique permanente et des examens médicaux de contrôle.
La surveillance médico-psycho-physiologique a pour but de dépister à tout moment les affections susceptibles de rendre le militaire en service en mer inapte, temporairement ou pour une durée indéterminée, à accomplir les missions en mer correspondant à sa fonction.
Le médecin d'unité peut demander aux services qualifiés du service médical des forces armées, tout examen spécial jugé utile.
Lors d'un examen médical de contrôle, il sera tenu compte :
1° des complications médicales possibles;
2° des possibilités de soins à bord. ".
Afdeling 2. - Medische controleonderzoeken voor dienst op zee.
Art. 6. A l'article 5 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes : 1° au § 1er, les mots " se prononce sur l'aptitude au service en mer et détermine le profil médical spécial des candidats " sont remplacés par les mots " décide de l'aptitude médicale au service en mer des militaires suivants de la marine :
Art. 6. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden "doet uitspraak over de geschiktheid voor de dienst op zee en bepaalt het speciaal medisch profiel van de kandidaten" vervangen door de woorden "beslist over de medische geschiktheid voor dienst op zee van de volgende militairen van de marine :
1° de militair die door zijn eenheidsgeneesheer naar deze commissie wordt verwezen omdat deze eenheidsgeneesheer van oordeel is dat de militair met dienst op zee medisch ongeschikt zou kunnen zijn voor de dienst op zee;
2° de militair die door de hoofdgeneesheer van het medisch centrum van de marine naar deze commissie wordt verwezen omdat deze hoofdgeneesheer van oordeel is dat de militair met dienst op zee medisch ongeschikt zou kunnen zijn voor de dienst op zee;
3° de militair die de voorzitter van de medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee hierom verzoekt.";
2° in § 2, eerste lid, worden de woorden "door artikel 3 voorgeschreven medisch onderzoek of het personeel al dan niet geschikt is" vervangen door de woorden "recentste in artikel 3bis, eerste lid, bedoelde controleonderzoek, over de medische geschiktheid van de militair met dienst op zee";
3° paragraaf 2, vierde lid, wordt vervangen door het volgende lid :
"De eventuele beperkingen van de zeeactiviteiten moeten voor elk geval omschreven worden. Deze beperkingen hebben enkel betrekking op de medische bijstand op zee."
1° de militair die door zijn eenheidsgeneesheer naar deze commissie wordt verwezen omdat deze eenheidsgeneesheer van oordeel is dat de militair met dienst op zee medisch ongeschikt zou kunnen zijn voor de dienst op zee;
2° de militair die door de hoofdgeneesheer van het medisch centrum van de marine naar deze commissie wordt verwezen omdat deze hoofdgeneesheer van oordeel is dat de militair met dienst op zee medisch ongeschikt zou kunnen zijn voor de dienst op zee;
3° de militair die de voorzitter van de medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee hierom verzoekt.";
2° in § 2, eerste lid, worden de woorden "door artikel 3 voorgeschreven medisch onderzoek of het personeel al dan niet geschikt is" vervangen door de woorden "recentste in artikel 3bis, eerste lid, bedoelde controleonderzoek, over de medische geschiktheid van de militair met dienst op zee";
3° paragraaf 2, vierde lid, wordt vervangen door het volgende lid :
"De eventuele beperkingen van de zeeactiviteiten moeten voor elk geval omschreven worden. Deze beperkingen hebben enkel betrekking op de medische bijstand op zee."
Art. 7. L'article 7 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante : " Art. 7. La commission médicale pour l'aptitude au service en mer et la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer se composent chacune de trois membres dont un président.
Les membres des commissions visées à l'alinéa 1er sont officiers médecins du cadre actif et doivent avoir de l'expérience dans le service en mer.
Le président de la commission médicale pour l'aptitude au service en mer est le médecin chef du centre médical de la marine ou son suppléant. Le président de la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer est le conseiller médical du chef d'état-major de la marine ou son suppléant.
Le médecin d'unité ou le médecin chef du centre médical de la marine ayant renvoyé un militaire devant la commission médicale pour l'aptitude au service en mer ne peut pas être membre d'une des commissions visées à l'article 4, lorsque celle-ci traite l'affaire de ce militaire en service en mer.
Un membre de la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer ne peut pas avoir été membre de la commission médicale pour l'aptitude au service en mer pour une même affaire. ".
Les membres des commissions visées à l'alinéa 1er sont officiers médecins du cadre actif et doivent avoir de l'expérience dans le service en mer.
Le président de la commission médicale pour l'aptitude au service en mer est le médecin chef du centre médical de la marine ou son suppléant. Le président de la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer est le conseiller médical du chef d'état-major de la marine ou son suppléant.
Le médecin d'unité ou le médecin chef du centre médical de la marine ayant renvoyé un militaire devant la commission médicale pour l'aptitude au service en mer ne peut pas être membre d'une des commissions visées à l'article 4, lorsque celle-ci traite l'affaire de ce militaire en service en mer.
Un membre de la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer ne peut pas avoir été membre de la commission médicale pour l'aptitude au service en mer pour une même affaire. ".
Art. 7. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : "Artikel 7. De medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee en de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee zijn elk samengesteld uit drie leden onder wie een voorzitter.
De leden van de in het eerste lid bedoelde commissies zijn officier-geneesheer van het actief kader en moeten ervaring hebben in dienst op zee.
De voorzitter van de medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee is de hoofdgeneesheer van het medisch centrum van de marine of zijn plaatsvervanger. De voorzitter van de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee is de medische raadgever van de stafchef van de marine of zijn plaatsvervanger.
De eenheidsgeneesheer of de hoofdgeneesheer van het medisch centrum van de marine die een militair verwezen heeft naar de medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee mag geen lid zijn van een van de commissies bedoeld in artikel 4, wanneer deze de zaak behandelt van deze militair met dienst op zee.
Een lid van de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee mag geen lid geweest zijn van de medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee voor een zelfde zaak.".
De leden van de in het eerste lid bedoelde commissies zijn officier-geneesheer van het actief kader en moeten ervaring hebben in dienst op zee.
De voorzitter van de medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee is de hoofdgeneesheer van het medisch centrum van de marine of zijn plaatsvervanger. De voorzitter van de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee is de medische raadgever van de stafchef van de marine of zijn plaatsvervanger.
De eenheidsgeneesheer of de hoofdgeneesheer van het medisch centrum van de marine die een militair verwezen heeft naar de medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee mag geen lid zijn van een van de commissies bedoeld in artikel 4, wanneer deze de zaak behandelt van deze militair met dienst op zee.
Een lid van de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee mag geen lid geweest zijn van de medische commissie voor geschiktheid voor dienst op zee voor een zelfde zaak.".
Art. 8. Dans l'article 9 du même arrêté, les mots " force navale " sont remplacés par le mot " marine ".
Art. 8. In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt het woord "zeemacht" vervangen door het woord "marine".
Art. 9. L'article 16 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante : " Art. 16. Quiconque a connaissance de quelque fraude lors de la décision relative à l'aptitude médicale d'un militaire en service en mer, demande la révision de cette décision au ministre de la Défense nationale.
Cette demande doit être introduite dans les cinq années suivant la notification de la décision litigieuse à l'intéressé.
Si le ministre de la Défense nationale estime la demande de révision justifiée, il saisit le président de la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer.
Si la demande visée à l'alinéa 1er émane du militaire concerné par la décision et si le ministre de la Défense nationale estime la demande de révision non justifiée, il informe le demandeur de son refus motivé de saisir le président de la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer.
Un membre d'une des commissions visées à l'article 4 dont la décision est revue ne peut être membre de la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer qui revoit cette décision.
Dans le cas visé à l'alinéa 3, la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer décide en dernière instance. ".
Cette demande doit être introduite dans les cinq années suivant la notification de la décision litigieuse à l'intéressé.
Si le ministre de la Défense nationale estime la demande de révision justifiée, il saisit le président de la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer.
Si la demande visée à l'alinéa 1er émane du militaire concerné par la décision et si le ministre de la Défense nationale estime la demande de révision non justifiée, il informe le demandeur de son refus motivé de saisir le président de la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer.
Un membre d'une des commissions visées à l'article 4 dont la décision est revue ne peut être membre de la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer qui revoit cette décision.
Dans le cas visé à l'alinéa 3, la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service en mer décide en dernière instance. ".
Art. 9. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : "Artikel 16. Wie kennis heeft van enig bedrog bij de beslissing betreffende de medische geschiktheid van een militair voor dienst op zee, vraagt de minister van Landsverdediging om herziening van deze beslissing.
Deze aanvraag moet binnen de vijf jaar na de betekening van de omstreden beslissing aan de betrokkene ingediend worden.
Oordeelt de minister van Landsverdediging de aanvraag tot herziening gegrond, dan vat hij de voorzitter van de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee.
Komt de vraag bedoeld in het eerste lid uit van de militair op wie de beslissing betrekking had en oordeelt de minister van Landsverdediging de aanvraag tot herziening ongegrond, dan brengt hij de aanvrager op de hoogte van zijn gemotiveerde weigering de voorzitter van de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee te vatten.
Een lid van een van de commissies bedoeld in artikel 4 waarvan de beslissing herzien wordt, kan geen lid zijn van de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee die deze beslissing herziet.
In het geval bedoeld in het derde lid beslist de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee in laatste aanleg.".
Deze aanvraag moet binnen de vijf jaar na de betekening van de omstreden beslissing aan de betrokkene ingediend worden.
Oordeelt de minister van Landsverdediging de aanvraag tot herziening gegrond, dan vat hij de voorzitter van de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee.
Komt de vraag bedoeld in het eerste lid uit van de militair op wie de beslissing betrekking had en oordeelt de minister van Landsverdediging de aanvraag tot herziening ongegrond, dan brengt hij de aanvrager op de hoogte van zijn gemotiveerde weigering de voorzitter van de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee te vatten.
Een lid van een van de commissies bedoeld in artikel 4 waarvan de beslissing herzien wordt, kan geen lid zijn van de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee die deze beslissing herziet.
In het geval bedoeld in het derde lid beslist de medische commissie van beroep voor geschiktheid voor dienst op zee in laatste aanleg.".
Art. 10. L'annexe au même arrêté est remplacé par l'annexe au présent arrêté.
Art. 10. De bijlage bij hetzelfde besluit wordt vervangen door de bij dit besluit gevoegde bijl
ge.
ge.
Art. 11. Aussi longtemps que l'appellation " force navale " n'est pas modifiée en " marine " dans la loi du 21 décembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, il y a lieu de lire " force navale " chaque fois que l'appellation " marine " est utilisée dans le présent arrêté.
Art. 11. Zolang de benaming "zeemacht" niet gewijzigd is in "marine" in de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, moet telkens "zeemacht" gelezen worden wanneer de benaming "marine" gebruikt wordt in dit besluit.
Art. 12. Notre Ministre de la Défense nationale est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 5 janvier 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense nationale,
J.-P. PONCELET
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 5 janvier 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense nationale,
J.-P. PONCELET
Art. 12. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
ANNEXE.
BIJLAGE.
Art. N. Conditions médicales auxquelles doivent répondre les candidats au service en mer.
Art. N. Medische voorwaarden waaraan de kandidaten voor dienst op zee moeten voldoen.
Om geschikt te zijn voor dienst op zee, moet de kandidaat vrij zijn van de gebreken en ziekten die hem ongeschikt maken voor de militaire dienst of voor de dienstneming en de wederdienstneming in vredestijd.
Bovendien mag hij :
1° niet groter zijn dan 1 m 95;
2° niet manifest zwaarlijvig zijn, bewezen door een gewichtsindex van Quetelet van meer dan 31;
3° niet lijden aan een van de volgende aandoeningen.
Zeeziekte.
De zeeziekte wordt beoordeeld in functie van de in artikel 3octies, tweede lid, beschreven elementen. Bij anamnese of bij speciaal onderzoek mag de militair in dienst op zee geen symptomen van chronische zeeziekte vertonen.
Neuropsychische aandoeningen.
De organische aandoeningen van het zenuwstelsel veroorzaken een schorsing voor een onbepaalde duur of een tijdelijke schorsing van de geschiktheid tot de dienst op zee naargelang de mogelijkheid van geneesbaarheid.
De traumata van schedel en hersenen veroorzaken een schorsing voor een onbepaalde duur of een tijdelijke schorsing van de geschiktheid tot de dienst op zee naargelang de uitslagen van de neurologische en psychiatrische onderzoeken en naargelang de prognose door de gespecialiseerde dienst vooropgesteld.
Elke episode van evolutieve psychopathie of van duidelijke psychoneurose veroorzaakt een schorsing voor een onbepaalde duur van de geschiktheid tot de dienst op zee.
Epilepsie leidt tot ongeschiktheid tenzij er, zonder behandeling, sedert twee jaar geen aanvallen meer zijn geweest en een uitgebreid neurologisch onderzoek tot een aanvaardbare stabilisatie van de toestand doet besluiten.
Aandoeningen van het ademhalingsstelsel.
Het personeel met dienst op zee, behandeld voor longtuberculose, mag opnieuw geschikt voor de dienst op zee verklaard worden wanneer de afwezigheid van elke evolutie sedert minstens één jaar vaststaat.
Aandoeningen van de urogenitale organen.
De aanwezigheid van lithiasis brengt een tijdelijke schorsing van de geschiktheid voor de dienst op zee mede, totdat alle symptomen - organisch, functioneel en radiologisch - verdwenen zijn.
De posttraumatische nefrectomie heeft ongeschiktheid tot gevolg tot wordt vastgesteld dat de overblijvende nier de normale werking van het lichaam verzekert.
De nephrectomie in geval van nieraandoening heeft als gevolg een schorsing voor een onbepaalde duur van de geschiktheid voor de dienst op zee.
De gevallen van albuminurie, hematurie en van glucosurie worden beoordeeld in functie van hun pathologische betekenis.
Aandoeningen van de spijsverteringsorganen.
Gastrisch of duodenaal ulcus dat medicamenteus behandeld wordt, leidt tot ongeschiktheid totdat gedurende ten minste drie maanden geen symptomen meer zijn opgetreden, met dien verstande dat tijdens die periode geen curatieve medicatie is toegediend.
Gastrisch of duodenaal ulcus dat heelkundig verzorgd werd leidt tot :
1° geschiktheid nadat betrokkene sedert ten minste één jaar genezen is;
2° ongeschiktheid wanneer betrokkene een jaar na de operatie met belangrijke functionele gevolgen blijft kampen.
Een ulcereuze gastro-intestinale ziekte gekenmerkt door veelvuldige en kort opeenvolgende recidieven leidt tot ongeschiktheid.
De splenectomie leidt tot ongeschiktheid behalve indien ze posttraumatisch is en indien er geen verslechtering van de algemene fysieke toestand ontstaat.
Aandoeningen van het hematopoiëtische stelsel.
De splenectomie leidt tot ongeschiktheid behalve indien ze posttraumatisch is en indien er geen verslechtering van de algemene fysieke toestand ontstaat.
Aandoeningen van de cardiovasculaire organen.
Iedere duidelijke symptomatologie van organisch of functioneel welbepaald letsel heeft als gevolg een ongeschiktheid voor een onbepaalde duur voor de dienst op zee.
Het eerste myocardinfarct leidt tot ongeschiktheid, behalve indien drie maanden na het optreden van het infarct aan al de volgende voorwaarden voldaan is :
1° het infarct moet gunstig geëvolueerd zijn naar de stabilisatie van de algemene cardiovasculaire toestand;
2° een uitgebreid cardiologisch onderzoek toont aan dat er noch een aantasting van de ventriculaire functie, noch ritmestoornissen, noch tekenen van coronaire insufficiëntie bestaan;
3° ziekenhuisopname binnen zes uur blijft mogelijk gedurende de zeeactiviteiten.
Elk volgend myocardinfarct alsook het dragen van een pacemaker leidt tot ongeschiktheid voor onbepaalde duur.
Aandoeningen van de bewegingsorganen.
Iedere traumatische, constitutionele of reumatologische aandoening geeft aanleiding tot schorsing voor een onbepaalde duur of tijdelijke schorsing van de geschiktheid voor de dienst op zee naargelang de ziektegraad en de evolutie.
Endocrinologische aandoeningen.
Insulinedependente diabetes mellitus leidt tot ongeschiktheid.
Niet-insulinedependente diabetes mellitus, al dan niet behandeld met perorale anti-diabetica, leidt tot ongeschiktheid indien de aandoening onvoldoende gestabiliseerd is, inzonderheid indien herhaalde of ernstige stoornissen van het bewustzijn opgetreden zijn.
Zwangerschap.
Zwangerschap leidt tot ongeschiktheid tot het einde van derde maand volgend op het einde van de zwangerschap.
Om geschikt te zijn voor dienst op zee, moet de kandidaat vrij zijn van de gebreken en ziekten die hem ongeschikt maken voor de militaire dienst of voor de dienstneming en de wederdienstneming in vredestijd.
Bovendien mag hij :
1° niet groter zijn dan 1 m 95;
2° niet manifest zwaarlijvig zijn, bewezen door een gewichtsindex van Quetelet van meer dan 31;
3° niet lijden aan een van de volgende aandoeningen.
Zeeziekte.
De zeeziekte wordt beoordeeld in functie van de in artikel 3octies, tweede lid, beschreven elementen. Bij anamnese of bij speciaal onderzoek mag de militair in dienst op zee geen symptomen van chronische zeeziekte vertonen.
Neuropsychische aandoeningen.
De organische aandoeningen van het zenuwstelsel veroorzaken een schorsing voor een onbepaalde duur of een tijdelijke schorsing van de geschiktheid tot de dienst op zee naargelang de mogelijkheid van geneesbaarheid.
De traumata van schedel en hersenen veroorzaken een schorsing voor een onbepaalde duur of een tijdelijke schorsing van de geschiktheid tot de dienst op zee naargelang de uitslagen van de neurologische en psychiatrische onderzoeken en naargelang de prognose door de gespecialiseerde dienst vooropgesteld.
Elke episode van evolutieve psychopathie of van duidelijke psychoneurose veroorzaakt een schorsing voor een onbepaalde duur van de geschiktheid tot de dienst op zee.
Epilepsie leidt tot ongeschiktheid tenzij er, zonder behandeling, sedert twee jaar geen aanvallen meer zijn geweest en een uitgebreid neurologisch onderzoek tot een aanvaardbare stabilisatie van de toestand doet besluiten.
Aandoeningen van het ademhalingsstelsel.
Het personeel met dienst op zee, behandeld voor longtuberculose, mag opnieuw geschikt voor de dienst op zee verklaard worden wanneer de afwezigheid van elke evolutie sedert minstens één jaar vaststaat.
Aandoeningen van de urogenitale organen.
De aanwezigheid van lithiasis brengt een tijdelijke schorsing van de geschiktheid voor de dienst op zee mede, totdat alle symptomen - organisch, functioneel en radiologisch - verdwenen zijn.
De posttraumatische nefrectomie heeft ongeschiktheid tot gevolg tot wordt vastgesteld dat de overblijvende nier de normale werking van het lichaam verzekert.
De nephrectomie in geval van nieraandoening heeft als gevolg een schorsing voor een onbepaalde duur van de geschiktheid voor de dienst op zee.
De gevallen van albuminurie, hematurie en van glucosurie worden beoordeeld in functie van hun pathologische betekenis.
Aandoeningen van de spijsverteringsorganen.
Gastrisch of duodenaal ulcus dat medicamenteus behandeld wordt, leidt tot ongeschiktheid totdat gedurende ten minste drie maanden geen symptomen meer zijn opgetreden, met dien verstande dat tijdens die periode geen curatieve medicatie is toegediend.
Gastrisch of duodenaal ulcus dat heelkundig verzorgd werd leidt tot :
1° geschiktheid nadat betrokkene sedert ten minste één jaar genezen is;
2° ongeschiktheid wanneer betrokkene een jaar na de operatie met belangrijke functionele gevolgen blijft kampen.
Een ulcereuze gastro-intestinale ziekte gekenmerkt door veelvuldige en kort opeenvolgende recidieven leidt tot ongeschiktheid.
De splenectomie leidt tot ongeschiktheid behalve indien ze posttraumatisch is en indien er geen verslechtering van de algemene fysieke toestand ontstaat.
Aandoeningen van het hematopoiëtische stelsel.
De splenectomie leidt tot ongeschiktheid behalve indien ze posttraumatisch is en indien er geen verslechtering van de algemene fysieke toestand ontstaat.
Aandoeningen van de cardiovasculaire organen.
Iedere duidelijke symptomatologie van organisch of functioneel welbepaald letsel heeft als gevolg een ongeschiktheid voor een onbepaalde duur voor de dienst op zee.
Het eerste myocardinfarct leidt tot ongeschiktheid, behalve indien drie maanden na het optreden van het infarct aan al de volgende voorwaarden voldaan is :
1° het infarct moet gunstig geëvolueerd zijn naar de stabilisatie van de algemene cardiovasculaire toestand;
2° een uitgebreid cardiologisch onderzoek toont aan dat er noch een aantasting van de ventriculaire functie, noch ritmestoornissen, noch tekenen van coronaire insufficiëntie bestaan;
3° ziekenhuisopname binnen zes uur blijft mogelijk gedurende de zeeactiviteiten.
Elk volgend myocardinfarct alsook het dragen van een pacemaker leidt tot ongeschiktheid voor onbepaalde duur.
Aandoeningen van de bewegingsorganen.
Iedere traumatische, constitutionele of reumatologische aandoening geeft aanleiding tot schorsing voor een onbepaalde duur of tijdelijke schorsing van de geschiktheid voor de dienst op zee naargelang de ziektegraad en de evolutie.
Endocrinologische aandoeningen.
Insulinedependente diabetes mellitus leidt tot ongeschiktheid.
Niet-insulinedependente diabetes mellitus, al dan niet behandeld met perorale anti-diabetica, leidt tot ongeschiktheid indien de aandoening onvoldoende gestabiliseerd is, inzonderheid indien herhaalde of ernstige stoornissen van het bewustzijn opgetreden zijn.
Zwangerschap.
Zwangerschap leidt tot ongeschiktheid tot het einde van derde maand volgend op het einde van de zwangerschap.
-