Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 MEI 1999. - Koninklijk besluit tot bepaling van de modaliteiten inzake het sluiten van een akkoord over de vierdagenweek om arbeidsorganisatorische redenen zoals bedoeld in artikel 36, § 2 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.
Titre
25 MAI 1999. - Arrêté royal déterminant les modalités de conclusion d'un accord sur la semaine de quatre jours pour des raisons relevant de l'organisation du travail, tel que visé à l'article 36, § 2 de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses.
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. § 1. De akkoorden met betrekking tot de invoering van de vierdagenweek om arbeidsorganisatorische redenen en met het oog op het bekomen van de voordelen zoals bepaald in artikel 39 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen moeten overeenkomstig de volgende procedure gesloten worden :
  - Elk ontwerp van akkoord houdende de invoering van de vierdagenweek om arbeidsorganisatorische redenen dat door de werkgever wordt gesloten, wordt aan elke werknemer schriftelijk meegedeeld.
  - Alle vermeldingen over zowel de inhoud als de modaliteiten van de voorgestelde maatregelen alsmede over het tewerkstellingsengagement moeten er worden in opgenomen.
  § 2. Gedurende acht dagen vanaf de schriftelijke mededeling voorzien in § 1 stelt de werkgever een register ter beschikking van de werknemers waarin deze hun opmerkingen mogen schrijven. Gedurende dezelfde termijn van acht dagen kan de werknemer of zijn afgevaardigde eveneens zijn opmerkingen overmaken aan het districtshoofd van de Inspectie van de Sociale Wetten waar de onderneming gevestigd is. Laatstgenoemde stuurt deze opmerkingen binnen de drie dagen door naar de Griffie van de Dienst van de Collectieve Arbeidsbetrekkingen. De naam van de werknemer mag niet medegedeeld of ruchtbaar gemaakt worden.
  Na deze termijn van acht dagen, wordt het akkoord, samen met het register, door de werkgever op de Griffie van de Dienst van de Collectieve Arbeidsbetrekkingen, neergelegd.
Article 1. § 1er. Les accords relatifs à l'instauration de la semaine de quatre jours pour des raisons relevant de l'organisation de travail et visant à obtenir les avantages prévus à l'article 39 de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses doivent être conclus conformément à la procédure suivante :
  - Tout projet d'accord portant instauration de la semaine de quatre jours pour des raisons relevant de l'organisation de travail conclu par l'employeur, est communiqué par écrit à chaque travailleur.
  - Toutes les mentions relatives aussi bien au contenu qu'aux modalités des mesures proposées ainsi qu'à l'engagement pour l'emploi doivent y figurer.
  § 2. Pendant huit jours à partir de la communication écrite prévue au § 1er, l'employeur met à la disposition des travailleurs un registre dans lequel ils peuvent noter leurs remarques. Pendant ce même délai de huit jours, le travailleur ou son délégué peut également transmettre ses remarques au chef de district de l'Inspection des Lois sociales du lieu d'établissement de l'entreprise. Ce dernier transmet ces remarques dans un délai de trois jours au Greffe du Service des Relations collectives de Travail. Le nom du travailleur ne peut être communiqué ou divulgué.
  Après ce délai de huit jours, l'accord, accompagné du registre, est déposé par l'employeur au Greffe du Service des Relations collectives de Travail.
Art.2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.2. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 3. Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 25 mei 1999.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET
  De Minister van Sociale Zaken,
  Mevr. M. DE GALAN
Art. 3. Notre Ministre de l'Emploi et du Travail est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 25 mai 1999.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi et du Travail,
  Mme M. SMET
  La Ministre des Affaires sociales,
  Mme M. DE GALAN