Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 DECEMBER 1999. - Wet betreffende steunmaatregelen ten gunste van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-12-1999 en tekstbijwerking tot 30-12-2015)
Titre
3 DECEMBRE 1999. - Loi relative à des mesures d'aide en faveur d'entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine. - (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-12-1999 et mise à jour au 30-12-2015)
Dokumentinformationen
Numac: 1999021582
Datum: 1999-12-03
Info du document
Numac: 1999021582
Date: 1999-12-03
Inhoud
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE I. - Généralités.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art.2. Voor de toepassing van deze wet moet worden verstaan onder:
1° "dioxinecrisis": het geheel van buitengewone gebeurtenissen gevormd door de infiltratie van door dioxines verontreinigde grondstoffen in de diervoederketen, in België vastgesteld in 1999, door de maatregelen die de overheid ingevolge deze vaststelling heeft genomen om te beletten dat potentieel gecontamineerde, voor menselijke consumptie of vervoedering bestemde producten van dierlijke oorsprong in de handel komen of blijven of om in het belang van de volksgezondheid of het dierenwelzijn te zorgen voor de vernietiging van dieren of producten die werden geblokkeerd, en door de verstoring van de relevante markten ingevolge deze verontreiniging of deze maatregelen;
2° "landbouwbedrijf": elke onderneming waarvan de hoofdactiviteit bestaat in de teelt van pluimvee, varkens of runderen of de productie van eieren of melk;
3° "Protocol": het protocol gesloten op 25 augustus 1999 tussen de Staat en de Belgische Vereniging van Banken betreffende de toekenning van overbruggingskredieten aan landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis;
4° "Verdrag": het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
5° "Commissie": de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
6° "Fonds": het Fonds voor de schadeloosstelling van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis, opgericht door artikel 9.
1° "dioxinecrisis": het geheel van buitengewone gebeurtenissen gevormd door de infiltratie van door dioxines verontreinigde grondstoffen in de diervoederketen, in België vastgesteld in 1999, door de maatregelen die de overheid ingevolge deze vaststelling heeft genomen om te beletten dat potentieel gecontamineerde, voor menselijke consumptie of vervoedering bestemde producten van dierlijke oorsprong in de handel komen of blijven of om in het belang van de volksgezondheid of het dierenwelzijn te zorgen voor de vernietiging van dieren of producten die werden geblokkeerd, en door de verstoring van de relevante markten ingevolge deze verontreiniging of deze maatregelen;
2° "landbouwbedrijf": elke onderneming waarvan de hoofdactiviteit bestaat in de teelt van pluimvee, varkens of runderen of de productie van eieren of melk;
3° "Protocol": het protocol gesloten op 25 augustus 1999 tussen de Staat en de Belgische Vereniging van Banken betreffende de toekenning van overbruggingskredieten aan landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis;
4° "Verdrag": het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
5° "Commissie": de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
6° "Fonds": het Fonds voor de schadeloosstelling van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis, opgericht door artikel 9.
Art.2. Pour l'application de la présente loi, il y a lieu d'entendre par:
1° "crise de la dioxine": l'ensemble des événements extraordinaires constitués par l'entrée de matières premières contaminées par des dioxines dans la chaîne alimentaire animale, constatée en Belgique en 1999, par les mesures prises par les autorités publiques suite à cette constatation en vue d'empêcher la commercialisation de produits d'origine animale potentiellement contaminés destinés à la consommation humaine ou animale ou en vue d'assurer l'élimination d'animaux ou de produits ayant fait l'objet de mesures de blocage dans l'intérêt de la santé publique ou du bien-être animal, et par la perturbation des marchés concernés en raison de cette contamination ou de ces mesures;
2° "entreprise agricole": toute entreprise dont l'activité principale consiste en relevage de volaille, porcs ou bovins ou en la production d'oeufs ou de lait;
3° "Protocole": le protocole conclu le 25 août 1999 entre l'Etat et l'Association belge des Banques relatif à l'octroi de crédits de soudure à des entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine;
4° "Traité": le Traité instituant la Communauté européenne;
5° "Commission": la Commission des Communautés européennes;
6° "Fonds": le Fonds d'indemnisation d'entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine, institué par l'article 9.
1° "crise de la dioxine": l'ensemble des événements extraordinaires constitués par l'entrée de matières premières contaminées par des dioxines dans la chaîne alimentaire animale, constatée en Belgique en 1999, par les mesures prises par les autorités publiques suite à cette constatation en vue d'empêcher la commercialisation de produits d'origine animale potentiellement contaminés destinés à la consommation humaine ou animale ou en vue d'assurer l'élimination d'animaux ou de produits ayant fait l'objet de mesures de blocage dans l'intérêt de la santé publique ou du bien-être animal, et par la perturbation des marchés concernés en raison de cette contamination ou de ces mesures;
2° "entreprise agricole": toute entreprise dont l'activité principale consiste en relevage de volaille, porcs ou bovins ou en la production d'oeufs ou de lait;
3° "Protocole": le protocole conclu le 25 août 1999 entre l'Etat et l'Association belge des Banques relatif à l'octroi de crédits de soudure à des entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine;
4° "Traité": le Traité instituant la Communauté européenne;
5° "Commission": la Commission des Communautés européennes;
6° "Fonds": le Fonds d'indemnisation d'entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine, institué par l'article 9.
Art.3. Voor de toepassing van deze wet kan de Koning, tegen de voorwaarden die Hij vaststelt:
1° ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit bestaat in de productie van andere producten van dierlijke oorsprong die voorkomen in de lijst opgenomen als Bijlage I bij het Verdrag, gelijkstellen met landbouwbedrijven;
2° ondernemingen die akker- of tuinbouw combineren met één of meerdere activiteiten bedoeld in artikel 2, 2°, gelijkstellen met landbouwbedrijven;
3° de gevallen bepalen waarin, omwille van bindingen op functioneel, financieel of beheersvlak, meerdere entiteiten of exploitatie-eenheden dienen te worden beschouwd als één enkel landbouwbedrijf.
1° ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit bestaat in de productie van andere producten van dierlijke oorsprong die voorkomen in de lijst opgenomen als Bijlage I bij het Verdrag, gelijkstellen met landbouwbedrijven;
2° ondernemingen die akker- of tuinbouw combineren met één of meerdere activiteiten bedoeld in artikel 2, 2°, gelijkstellen met landbouwbedrijven;
3° de gevallen bepalen waarin, omwille van bindingen op functioneel, financieel of beheersvlak, meerdere entiteiten of exploitatie-eenheden dienen te worden beschouwd als één enkel landbouwbedrijf.
Art.3. Pour l'application de la présente loi, le Roi peut, aux conditions qu'il fixe:
1° assimiler à des entreprises agricoles des entreprises dont l'activité principale consiste en la production d'autres produits d'origine animale repris sur la liste figurant à l'Annexe I au Traité;
2° assimiler à des entreprises agricoles des entreprises qui combinent les grandes cultures ou l'horticulture avec une ou plusieurs activités visées à l'article 2,2°;
3° définir les cas dans lesquels, en raison de liens fonctionnels ou financiers ou de liens sur le plan de la gestion, plusieurs entités ou unités d'exploitation doivent être considérées comme une seule entreprise agricole.
1° assimiler à des entreprises agricoles des entreprises dont l'activité principale consiste en la production d'autres produits d'origine animale repris sur la liste figurant à l'Annexe I au Traité;
2° assimiler à des entreprises agricoles des entreprises qui combinent les grandes cultures ou l'horticulture avec une ou plusieurs activités visées à l'article 2,2°;
3° définir les cas dans lesquels, en raison de liens fonctionnels ou financiers ou de liens sur le plan de la gestion, plusieurs entités ou unités d'exploitation doivent être considérées comme une seule entreprise agricole.
HOOFDSTUK II. - Schadeloosstelling van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis.
CHAPITRE II. - Indemnisation d'entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine.
Art.4. Binnen de grenzen toegestaan door de Commissie krachtens artikel 87 van het Verdrag en tegen de voorwaarden bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, kan de Staat steun toekennen aan landbouwbedrijven teneinde alle of een deel van de schade te dekken die deze bedrijven hebben geleden ten gevolge van de dioxinecrisis, in de mate waarin deze schade niet wordt gedekt door andere federale of gewestelijke overheidssteun.
De in het eerste lid bedoelde steun zal de vorm aannemen van een vergoeding in contanten, volgens de nadere regels bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
De in het eerste lid bedoelde steun zal de vorm aannemen van een vergoeding in contanten, volgens de nadere regels bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
Art.4. Dans les limites autorisées par la Commission en vertu de l'article 87 du Traité et aux conditions définies par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, l'Etat peut accorder des aides à des entreprises agricoles en vue de couvrir tout ou partie du dommage subi par ces entreprises à cause de la crise de la dioxine, dans la mesure où ce dommage n'est pas couvert par d'autres aides publiques fédérales ou régionales.
Les aides visées à l'alinéa 1 prendront la forme d'une indemnité en espèces, selon les modalités définies par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
Les aides visées à l'alinéa 1 prendront la forme d'une indemnité en espèces, selon les modalités définies par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
Art.5. Een landbouwbedrijf komt enkel in aanmerking voor steun met toepassing van artikel 4 voorzover het:
1° het bewijs levert van de geleden schade en van een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen deze schade en de dioxinecrisis;
2° aantoont dat de gevraagde steun in subsidie-equivalent de geleden schade niet overtreft, rekening houdend, in voorkomend geval, met alle andere federale en regionale overheidssteun die het bedrijf reeds heeft bekomen omwille van de dioxinecrisis, en met de vergoedingen die het heeft verkregen of waarop het recht heeft krachtens verzekeringspolissen of bij wege van schadevergoeding ingevolge contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid van derden;
3° geen onregelmatigheden heeft begaan ten aanzien van de maatregelen genomen door de overheid is het kader van de dioxinecrisis;
4° de voorwaarden van economische zelfstandigheid ten aanzien van afnemers van vee en leveranciers vervult zoals bepaald bij een in Ministerraad Overleg koninklijk besluit.
1° het bewijs levert van de geleden schade en van een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen deze schade en de dioxinecrisis;
2° aantoont dat de gevraagde steun in subsidie-equivalent de geleden schade niet overtreft, rekening houdend, in voorkomend geval, met alle andere federale en regionale overheidssteun die het bedrijf reeds heeft bekomen omwille van de dioxinecrisis, en met de vergoedingen die het heeft verkregen of waarop het recht heeft krachtens verzekeringspolissen of bij wege van schadevergoeding ingevolge contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid van derden;
3° geen onregelmatigheden heeft begaan ten aanzien van de maatregelen genomen door de overheid is het kader van de dioxinecrisis;
4° de voorwaarden van economische zelfstandigheid ten aanzien van afnemers van vee en leveranciers vervult zoals bepaald bij een in Ministerraad Overleg koninklijk besluit.
Art.5. Une entreprise agricole est éligible au bénéfice d'une aide en application de l'article 4 pour autant qu'elle:
1° fournisse la preuve du dommage subi et d'un lien de causalité direct entre ce dommage et la crise de la dioxine;
2° établisse que l'aide demandée ne dépasse pas en équivalent-subvention le dommage subi, compte tenu, le cas échéant, de toutes les autres aides publiques fédérales et régionales que l'entreprise a déjà obtenues en raison de la crise de la dioxine et de toutes les indemnités qu'elle a reçues ou auxquelles elle a droit en vertu de polices d'assurances ou à titre de dommages-intérêts du chef de la responsabilité contractuelle ou extra-contractuelle de tiers;
3° n'ait pas commis d'irrégularités au regard des mesures prises par les autorités publiques dans le cadre de la crise de la dioxine;
4° remplisse les conditions d'indépendance économique à l'égard des preneurs de bétail et des fournisseurs, telles que définies par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
1° fournisse la preuve du dommage subi et d'un lien de causalité direct entre ce dommage et la crise de la dioxine;
2° établisse que l'aide demandée ne dépasse pas en équivalent-subvention le dommage subi, compte tenu, le cas échéant, de toutes les autres aides publiques fédérales et régionales que l'entreprise a déjà obtenues en raison de la crise de la dioxine et de toutes les indemnités qu'elle a reçues ou auxquelles elle a droit en vertu de polices d'assurances ou à titre de dommages-intérêts du chef de la responsabilité contractuelle ou extra-contractuelle de tiers;
3° n'ait pas commis d'irrégularités au regard des mesures prises par les autorités publiques dans le cadre de la crise de la dioxine;
4° remplisse les conditions d'indépendance économique à l'égard des preneurs de bétail et des fournisseurs, telles que définies par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
Art.6. § 1. Bij een in Ministerraad overlegd besluit bepaalt de Koning:
1° de procedure voor de aanvraag van steun bedoeld in artikel 4 en voor het onderzoek van de betreffende aanvragen;
2° de nadere regels volgens welke de landbouwbedrijven de elementen aangegeven in artikel5, 1° en 2°, moeten aantonen;
3° de nadere regels voor de berekening van het subsidie-equivalent van de verschillende vormen van overheidssteun toegekend omwille van de dioxinecrisis en van de schade die de landbouwbedrijven tengevolge daarvan hebben geleden.
§ 2. De schade geleden tengevolge van de dioxinecrisis kan forfaitair worden bepaald op grond van objectieve indicatoren, behalve in het geval van landbouwbedrijven gebonden door contracten met gegarandeerde afnameprijzen voor dieren die zij fokken of vetmesten, of voor producten van dierlijke oorsprong die zij produceren, voor zover de dieren of producten onder de toepassing van deze contracten vallen.
1° de procedure voor de aanvraag van steun bedoeld in artikel 4 en voor het onderzoek van de betreffende aanvragen;
2° de nadere regels volgens welke de landbouwbedrijven de elementen aangegeven in artikel5, 1° en 2°, moeten aantonen;
3° de nadere regels voor de berekening van het subsidie-equivalent van de verschillende vormen van overheidssteun toegekend omwille van de dioxinecrisis en van de schade die de landbouwbedrijven tengevolge daarvan hebben geleden.
§ 2. De schade geleden tengevolge van de dioxinecrisis kan forfaitair worden bepaald op grond van objectieve indicatoren, behalve in het geval van landbouwbedrijven gebonden door contracten met gegarandeerde afnameprijzen voor dieren die zij fokken of vetmesten, of voor producten van dierlijke oorsprong die zij produceren, voor zover de dieren of producten onder de toepassing van deze contracten vallen.
Art.6. § 1er. Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le Roi définit:
1° la procédure applicable aux demandes d'aides visées à l'article 4 et à l'examen de ces demandes;
2° les modalités selon lesquelles les entreprises agricoles doivent établir les éléments visés à l'article 5,1° et 2°;
3° les modalités de calcul de l'équivalent-subvention des différentes formes d'aides publiques octroyées en raison de la crise de la dioxine et du dommage subi par les entreprises agricoles à cause de celle-ci.
§ 2. Le dommage subi à cause de la crise de la dioxine peut être déterminé sur une base forfaitaire à partir d'indicateurs objectifs, sauf dans le cas d'entreprises agricoles liées par des contrats comportant des prix d'achat garantis pour des animaux qu'elles élèvent ou engraissent ou pour des produits d'origine animale qu'elles produisent, pour autant que ces animaux ou ces produits relèvent du champ d'application de ces contrats.
1° la procédure applicable aux demandes d'aides visées à l'article 4 et à l'examen de ces demandes;
2° les modalités selon lesquelles les entreprises agricoles doivent établir les éléments visés à l'article 5,1° et 2°;
3° les modalités de calcul de l'équivalent-subvention des différentes formes d'aides publiques octroyées en raison de la crise de la dioxine et du dommage subi par les entreprises agricoles à cause de celle-ci.
§ 2. Le dommage subi à cause de la crise de la dioxine peut être déterminé sur une base forfaitaire à partir d'indicateurs objectifs, sauf dans le cas d'entreprises agricoles liées par des contrats comportant des prix d'achat garantis pour des animaux qu'elles élèvent ou engraissent ou pour des produits d'origine animale qu'elles produisent, pour autant que ces animaux ou ces produits relèvent du champ d'application de ces contrats.
Art.7. Steun met toepassing van artikel 4 kan niet worden uitgekeerd vooraleer de begunstigde schriftelijk, zonder voorbehoud en onherroepelijk, heeft verzaakt aan elk recht en elke vordering tegen de Staat omwille van schade geleden ten gevolge van de dioxinecrisis, noch, zo de begunstigde hiervoor reeds tegen de Staat een vordering tot schadevergoeding bij de rechtbanken had ingesteld, vooraleer de begunstigde afstand van rechtsvordering heeft betekend aan de Staat.
Deze eventuele verzaking gebeurt op het ogenblik dat de begunstigde volledig inzicht heeft in net bedrag van de steun die hem door de Staat wordt aangeboden.
Deze eventuele verzaking gebeurt op het ogenblik dat de begunstigde volledig inzicht heeft in net bedrag van de steun die hem door de Staat wordt aangeboden.
Art.7. Il ne peut être procédé au versement d'une aide en application de l'article 4 avant que le bénéficiaire n'ait renoncé par écrit, sans réserve et de manière irrévocable, à tout droit et toute action confie l'Etat en raison de dommages subis à cause de la crise de la dioxine ni, si le bénéficiaire avait déjà introduit une action en dommages-intérêts de ce chef contre l'Etat devant les tribunaux, avant que le bénéficiaire n'ait signifié le désistement d'action à l'Etat.
Cette renonciation éventuelle s'opère au moment où le bénéficiaire a pleinement connaissance du montant de l'aide que l'Etat lui propose.
Cette renonciation éventuelle s'opère au moment où le bénéficiaire a pleinement connaissance du montant de l'aide que l'Etat lui propose.
Art.8. Tegen de voorwaarden bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit kan de Staat dadingen aangaan in het kader van rechtsgeschillen betreffende de vergoeding van schade die ondernemingen beweren te hebben geleden ten gevolge van de dioxinecrisis.
Art.8. Aux conditions définies par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, l'Etat peut transiger dans le cadre de litiges portant sur l'indemnisation de dommages que des entreprises prétendent avoir subis à cause de la crise de la dioxine.
HOOFDSTUK III. - Financiering.
CHAPITRE III. - Financement.
Art.11. In artikel 104 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een 4°ter ingevoegd, luidend als volgt:
"4°ter. giften voorzien in artikel 10, 1°, van de wet van 3 december 1999 betreffende steunmaatregelen ten gunste van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis".
"4°ter. giften voorzien in artikel 10, 1°, van de wet van 3 december 1999 betreffende steunmaatregelen ten gunste van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis".
Art.11. Dans l'article 104 du Code des impôts sur les revenus 1992, a il est inséré un 4°ter, rédigé comme suit:
"4°ter. les libéralités prévues à l'article 10,1°, de la loi du 3 décembre 1999 relative à des mesures d'aide en faveur d'entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine"
"4°ter. les libéralités prévues à l'article 10,1°, de la loi du 3 décembre 1999 relative à des mesures d'aide en faveur d'entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine"
Art.12. Bij een in Ministerraad overlegd besluit kan de Koning aan objectief bepaalde categorieën van ondernemingen in de landbouwsector en rechtstreekse en onrechtstreekse leveranciers en afnemers van dergelijke ondernemingen een solidariteitsbijdrage ten bate van het Fonds opleggen waarvan Hij de berekeningsbasis, het tarief en de inningsmodaliteiten bepaalt.
Een bijdrage opgelegd met toepassing van lid 1 kan niet worden geheven op producten ingevoerd uit andere Lidstaten van de Europese Economische Ruimte. Dergelijke bijdrage is met als beroepskost aftrekbaar inzake inkomstenbelasting.
Elk besluit dat krachtens dit artikel wordt vastgesteld, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de (twaalf maanden) na de datum van zijn inwerkingtreding. <W 2001-07-09/36, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 19-04-2001>
Een bijdrage opgelegd met toepassing van lid 1 kan niet worden geheven op producten ingevoerd uit andere Lidstaten van de Europese Economische Ruimte. Dergelijke bijdrage is met als beroepskost aftrekbaar inzake inkomstenbelasting.
Elk besluit dat krachtens dit artikel wordt vastgesteld, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de (twaalf maanden) na de datum van zijn inwerkingtreding. <W 2001-07-09/36, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 19-04-2001>
Art.12. Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le Roi peut imposer à des catégories objectivement définies d'entreprises relevant du secteur agricole et à des fournisseurs et clients directs et indirects de telles entreprises une cotisation de solidarité au profit du Fonds dont il fixe l'assiette, le taux et les modalités de perception.
Une cotisation imposée en application de l'alinéa 1er ne peut grever des produits importés d'autres Etats membres de l'Espace économique européen. Une telle cotisation n'est pas déductible à titre de frais professionnels en matière d'impôt sur les revenus.
Tout arrêté pris en vertu du présent Article est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les (douze mois) de sa date d'entrée en vigueur. <L 2001-07-09/36, art. 3, 003; En vigueur : 19-04-2001>
Une cotisation imposée en application de l'alinéa 1er ne peut grever des produits importés d'autres Etats membres de l'Espace économique européen. Une telle cotisation n'est pas déductible à titre de frais professionnels en matière d'impôt sur les revenus.
Tout arrêté pris en vertu du présent Article est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les (douze mois) de sa date d'entrée en vigueur. <L 2001-07-09/36, art. 3, 003; En vigueur : 19-04-2001>
Art.13. Op gezamenlijke voordracht van de ministers bevoegd voor Landbouw en Begroting stelt de Koning het bijzonder reglement betreffende het beheer van het Fonds vast.
De uitvoering van de betalingen van het Fonds kan worden opgedragen aan een gespecialiseerde instelling.
De uitvoering van de betalingen van het Fonds kan worden opgedragen aan een gespecialiseerde instelling.
Art.13. Sur la proposition conjointe des ministres qui ont l'Agriculture et le Budget dans leurs attributions, le Roi établit le règlement spécial relatif à la gestion du Fonds.
L'exécution des paiements du Ponds peut être confiée à une institution spécialisée.
L'exécution des paiements du Ponds peut être confiée à une institution spécialisée.
HOOFDSTUK IV. - Andere steunmaatregelen.
CHAPITRE IV. - Autres mesures d'aide.
Art.15. De kredieten die in uitvoering van het Protocol zijn toegekend door kredietinstellingen die ertoe zijn toegetreden, genieten de Staatswaarborg ten belope van 50 % van hoofdsom en interesten (inclusief nalatigheidsinteresten) van elk krediet van zodra het betrokken kredietdossier door het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau is goedgekeurd, of wordt geacht te zijn goedgekeurd, overeenkomstig het Protocol.
Het totaalbedrag van de in lid 1 bedoelde kredieten mag niet hoger zijn dan 25 000 000 000 (vijfentwintig miljard) Belgische frank in hoofdsom.
Het totaalbedrag van de in lid 1 bedoelde kredieten mag niet hoger zijn dan 25 000 000 000 (vijfentwintig miljard) Belgische frank in hoofdsom.
Art.15. Les crédits octroyés en exécution du Protocole par des établissements de crédit ayant adhéré à celui-ci, bénéficient de la garantie de l'Etat à concurrence de 50 % du montant principal et des intérêts (y compris les intérêts de retard) de chaque crédit dès que le dossier de crédit en question a été approuvé par le Bureau d'intervention et de restitution belge, ou est réputé approuvé par celui-ci, conformément au Protocole.
Le montant total des crédits visés à l'alinéa 1er ne peut dépasser 25 000 000 000 (vingt-cinq milliards) de francs belges en principal.
Le montant total des crédits visés à l'alinéa 1er ne peut dépasser 25 000 000 000 (vingt-cinq milliards) de francs belges en principal.
Art.16. Binnen de grenzen toegestaan door de Commissie krachtens artikel 87 van het Verdrag en tegen de voorwaarden bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, kan de Staat voorschotten of vergoedingen toekennen aan ondernemingen wier producten van dierlijke oorsprong zijn vernietigd, in beslag genomen of uit de handel genomen ingevolge maatregelen die de Belgische overheid heeft genomen in het kader van de dioxinecrisis.
Art.16. Dans les limites autorisées par la Commission en vertu de l'article 87 du Traité et aux conditions définies par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, l'Etat peut accorder des avances ou indemnités à des entreprises dont des produits d'origine animale ont été détruits, saisis ou retirés du commerce à la suite de mesures prises par les autorités publiques belges dans le cadre de la crise de la dioxine.
HOOFDSTUK V. - Controlemaatregelen.
CHAPITRE V. - Mesures de contrôle.
Art.17. Het totaalbedrag van de federale overheidssteun die een onderneming ontvangt omwille van de dioxinecrisis, ongeacht of deze ook steun omvat toegekend met toepassing van deze wet, mag in subsidie-equivalent met de schade overtreffen die de onderneming heeft geleden ten gevolge van de dioxinecrisis, rekening houdend, in voorkomend geval, met alle gewestelijke overheidssteun die de onderneming omwille daarvan bekomt, en met alle vergoedingen die zij ontvangt krachtens verzekeringspolissen of bij wege van schadevergoeding ingevolge contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid van derden.
De regels bepaald krachtens artikel 6 zijn van toepassing op de vaststelling van het subsidie-equivalent van de verschillende vormen van overheidssteun toegekend omwille van de dioxinecrisis en van de schade die de ondernemingen ten gevolge daarvan hebben geleden.
De regels bepaald krachtens artikel 6 zijn van toepassing op de vaststelling van het subsidie-equivalent van de verschillende vormen van overheidssteun toegekend omwille van de dioxinecrisis en van de schade die de ondernemingen ten gevolge daarvan hebben geleden.
Art.17. Le montant total des aides publiques fédérales qu'une entreprise reçoit en raison de la crise de la dioxine, que ces aides comprennent ou non des aides octroyées en application de la présente loi, ne peut pas en équivalent-subvention dépasser le dommage subi par l'entreprise à cause de la crise de la dioxine, compte tenu, le cas échéant, de toutes les aides publiques régionales que l'entreprise obtient en raison de celle-ci et de toutes les indemnités qu'elle reçoit en vertu de polices d'assurances ou à titre de dommages-intérêts du chef de la responsabilité contractuelle ou extracontractuelle de tiers.
Les règles arrêtées en vertu de l'article 6 s'appliquent à la détermination de l'équivalent-subvention des différentes formes d'aides publiques octroyées en raison de la crise de la dioxine et du dommage subi par les entreprises à cause de celle-ci.
Les règles arrêtées en vertu de l'article 6 s'appliquent à la détermination de l'équivalent-subvention des différentes formes d'aides publiques octroyées en raison de la crise de la dioxine et du dommage subi par les entreprises à cause de celle-ci.
Art.18. De naleving van artikel 17 maakt het voorwerp uit van controles uitgevoerd door de ambtenaren en agenten van het ministerie van Middenstand en Landbouw aangeduid door de minister bevoegd voor Landbouw, volgens de nadere regels bepaald door de Koning. Deze ambtenaren en agenten kunnen van de betrokken ondernemingen alle nodige inlichtingen vorderen; zij kunnen overgaan tot een controle van hun rekeningen en boeken ter plaatse.
Art.18. Le respect de l'article 17 fait l'objet de contrôles effectués par les fonctionnaires et agents du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture désignés par le ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions selon les modalités fixées par le Roi. Ces fonctionnaires et agents peuvent requérir les entreprises en question de leur fournir toutes les informations nécessaires; ils peuvent procéder à un contrôle de leurs comptes et livres sur place.
Art.19. Het eventuele overschot van de overheidssteun die een onderneming omwille van de dioxinecrisis heeft ontvangen ten opzichte van de schade die zij ten gevolge daarvan heeft geleden, wordt toegerekend op de ontvangen federale steun, in omgekeerde chronologische volgorde, en moet aan het Fonds worden teruggestort, vermeerderd met nalatigheidsinteresten aan Euribor op drie maanden. De terugvordering ervan geschiedt door toedoen van de administratie bevoegd voor de invordering van de belasting over de toegevoegde waarde. De artikelen 94 en 95 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, zijn van toepassing op deze terugvordering.
Art.19. L'excédent éventuel des aides publiques qu'une entreprise a reçues en raison de la crise de la dioxine par rapport au dommage qu'elle a subi à cause de celle-ci est imputé sur les aides fédérales reçues en ordre chronologique inverse et doit être restitué au Fonds, majoré d'intérêts de retard au taux Euribor à trois mois. Le recouvrement en est poursuivi par l'administration qui a le recouvrement de la taxe sur la valeur ajoutée dans ses attributions. Les articles 94 et 95 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, sont applicables à ce recouvrement.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art.20. § 1. Worden gestraft met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van 50 (vijftig) tot 10 000 (tienduizend) Belgische frank of met één van deze straffen alleen, zij die de controles uitgevoerd met toepassing van artikel 18 hinderen, weigeren aan de betrokken ambtenaren of agenten de informatie te verstrekken die zij gehouden zijn hun mee te delen, of hun bewust verkeerde of onvolledige informatie verstrekken.
§ 2. De Koning kan strafsancties bepalen voor inbreuken op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van deze wet die Hij aanduidt. Deze sancties mogen een gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 10 000 (tienduizend) Belgische frank niet overschrijden.
§ 3. De bepalingen van het Eerste Boek van de Strafwetboek zijn van toepassing op de inbreuken bedoeld in §§ 1 en 2.
§ 2. De Koning kan strafsancties bepalen voor inbreuken op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van deze wet die Hij aanduidt. Deze sancties mogen een gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 10 000 (tienduizend) Belgische frank niet overschrijden.
§ 3. De bepalingen van het Eerste Boek van de Strafwetboek zijn van toepassing op de inbreuken bedoeld in §§ 1 en 2.
Art.20. § 1er. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de 50 (cinquante) à 10 000 (dix mille) francs belges ou d'une de ces peines seulement, ceux qui font obstacle aux contrôles effectués en application de l'article 18, refusent de donner aux fonctionnaires ou agents concernés les informations qu'ils sont tenus de leur fournir ou leur donnent sciemment des informations inexactes ou incomplètes.
§ 2. Le Roi peut prévoir des sanctions pénales pour les infractions aux dispositions des arrêtés d'exécution delà présente loi qu'il désigne. Ces sanctions ne peuvent excéder une peine d'emprisonnement de six mois et une amende de 10 000 (dix mille) francs belges.
§ 3. Les dispositions du Livre premier du Code pénal sont applicables aux infractions visées aux §§ 1 et 2.
§ 2. Le Roi peut prévoir des sanctions pénales pour les infractions aux dispositions des arrêtés d'exécution delà présente loi qu'il désigne. Ces sanctions ne peuvent excéder une peine d'emprisonnement de six mois et une amende de 10 000 (dix mille) francs belges.
§ 3. Les dispositions du Livre premier du Code pénal sont applicables aux infractions visées aux §§ 1 et 2.
Art. 21. Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 15, dat in werking treedt met ingang van 25 augustus 1999, en van artikel 16, dat in werking treedt met ingang van 1 juli 1999.
Art. 21. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception de l'article 15, qui produit ses effets le 25 août 1999, et de l'article 16, qui produit ses effets le 1er juillet 1999.