Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 MAART 1999. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen.
Titre
16 MARS 1999. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 21 avril 1983 fixant les modalités de l'agréation des médecins spécialistes et des médecins généralistes.
Dokumentinformationen
Numac: 1999022277
Datum: 1999-03-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999022277
Date: 1999-03-16
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 3. Het secretariaat van de Raad wordt waargenomen door een ambtenaar, aangewezen door de Minister. ".
Article 1. L'article 5, § 3, de l'arrêté royal du 21 avril 1983 fixant les modalités de l'agréation des médecins spécialistes et des médecins généralistes, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Le secrétariat du Conseil est assuré par un fonctionnaire désigné par le Ministre. ".
Art. 2. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 4° wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 4° tien artsen, erkend als geneesheer-specialist, te benoemen uit een lijst van dubbeltallen voorgedragen door de representatieve beroepsverenigingen, en twee artsen hetzij erkende geneesheren-specialisten, hetzij kandidaat-geneesheren-specialisten, die de kandidaat-geneesheren-specialisten vertegenwoordigen te benoemen uit een lijst van dubbeltallen voorgedragen door de representatieve beroepsverenigingen. ";
  2° punt 6° wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 6° tien artsen, erkend als huisarts, te benoemen uit een lijst van dubbeltallen voorgedragen door de representatieve beroepsverenigingen en twee artsen, hetzij erkende huisartsen, hetzij kandidaat-huisartsen, die de kandidaat-huisartsen vertegenwoordigen en te benoemen uit een lijst van dubbeltallen voorgedragen door de representatieve beroepsverenigingen. ".
Art. 2. A l'article 6, § 1er, du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° le 4° est remplacé par la disposition suivante :
  " 4° de dix docteurs en médecine, agréés comme médecins spécialistes nommés sur une liste double proposée par les associations professionnelles représentatives et de deux docteurs en médecine, chirurgie et accouchements, soit médecins spécialistes agréés, soit candidats médecins spécialistes, représentant les candidats médecins spécialistes et nommés sur une liste double proposée par les associations professionnelles représentatives. ";
  2° le 6° est remplacé par la disposition suivante :
  " 6° de dix docteurs en médecine, agréés comme médecins généralistes, posés sur une liste double par les associations professionnelles représentatives, et de deux docteurs en médecine, soit médecins généralistes agréés, soit candidats généralistes, représentant les candidats généralistes et proposés sur une liste double par les associations professionnelles représentatives. ".
Art. 3. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Het stageplan is vergezeld van een attest dat aantoont dat de kandidaat door een faculteit geneeskunde aanvaard is voor de discipline waarin hij opgeleid wil worden. ".
Art. 3. L'article 10 du même arrêté est complété par la disposition suivante :
  " Le plan de stage est accompagné d'une attestation qui prouve que le candidat est retenu par une faculté de médecine pour la discipline dans laquelle il compte se former. ".
Art. 4. Artikel 21, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een punt 4°, luidend als volgt :
  " 4° van een attest dat aantoont dat de kandidaat met vrucht een specifieke universitaire opleiding heeft gevolgd; voor de kandidaat-specialisten moet deze opleiding gelijktijdig hebben plaatsgevonden met de eerste twee jaar van hun opleiding. ".
Art. 4. L'article 21, 2e alinéa du même arrêté est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° d'une attestation qui prouve que le candidat a suivi avec fruit une formation universitaire spécifique; pour les candidats spécialistes, cette formation doit avoir coïncidé avec les deux premières années de la formation. ".
Art. 5. Artikel 39 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 39. § 1. De erkenning als stagemeester of als stagedienst voor de opleiding van geneesheer-specialisten wordt verleend voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar.
  § 2. De erkenning als stagemeester of als stagedienst voor de opleiding van huisartsen wordt de eerste maal verleend voor een termijn van twee jaar.
  De erkenning kan daarna verlengd worden voor een periode van vijf jaar indien de stagemeester tijdens die eerste twee jaar ten minste één kandidaat-huisarts heeft opgeleid en/of gedurende één jaar seminaries voor huisartsen heeft geleid.
  Verdere verlengingen van vijf jaar zijn mogelijk indien de stagemeester in de voorgaande periode van vijf jaar ten minste één kandidaat-huisarts voor een periode van zes maand heeft opgeleid en/of gedurende één jaar seminaries voor huisartsen heeft geleid.
  § 3. De aanvraag tot hernieuwing moet zes maanden vóór het verstrijken van de termijn worden ingediend.
  De procedurevoorschriften van de artikelen 34, 35, 36, 37 en 38 gelden ook voor de aanvraag tot hernieuwing.
  Indien bij het verstrijken van de termijn geen beslissing is getroffen, blijft de erkenning gelden tot de Minister over de aanvraag om hernieuwing heeft beslist. ".
Art. 5. L'article 39 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 39. § 1er. L'agréation comme maître de stage ou comme service de stage pour la formation de médecins spécialistes est accordée pour une période renouvelable de cinq ans.
  § 2. L'agréation comme maître de stage ou comme service de stage pour la formation de médecins généralistes est en premier lieu accordée pour un délai de deux ans.
  L'agréation peut ensuite être prolongée pour une période de cinq ans si, pendant ces deux premières années, le maître de stage a formé au moins un candidat généraliste et/ou s'il a dirigé, pendant une année, des séminaires pour candidats généralistes.
  Des prorogations ultérieures de cinq ans sont possibles si, pendant la période antérieure de cinq ans, le maître de stage a formé au moins un candidat généraliste durant une période de six mois et/ou s'il dirige pendant une année des séminaires pour candidats généralistes.
  § 3. La demande de renouvellement doit être introduite six mois avant l'expiration de la période.
  La procédure définie aux articles 34, 35, 36, 37 et 38 est également applicable pour la demande de renouvellement.
  Si, à l'expiration de cette période, aucune décision n'est intervenue, l'agréation est prorogée jusqu'à la décision du Ministre sur la demande de renouvellement. ".
Art. 6. Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 16 maart 1999.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
  M. COLLA
Art. 6. Notre Ministre de la Santé publique et des Pensions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 16 mars 1999.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Santé publique et des Pensions,
  M. COLLA