Artikel 1. In dit besluit :
1° wordt met de hoedanigheid " ondergedoken kind " de hoedanigheid bedoeld die wordt toegekend aan elk kind van minder dan 21 jaar op 10 mei 1940 of na deze datum geboren, dat gedwongen werd gedurende de in artikel 5 omschreven periode, clandestien te leven om zich te onttrekken aan anti-joodse maatregelen uitgevaardigd door de bezetter.
2° is " de Minister ", de Minister tot wiens bevoegdheid de oorlogsslachtoffers behoren.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 APRIL 1999. - Koninklijk besluit tot regeling van het statuut van het tijdens de tweede wereldoorlog ondergedoken joodse kind.
Titre
19 AVRIL 1999. - Arrêté royal réglant le statut de l'enfant juif caché pendant la seconde guerre mondiale.
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (15)
Texte (15)
HOOFDSTUK I. - De begunstigden.
CHAPITRE I. - Des bénéficiaires.
Article 1. Dans le présent arrêté :
1° la qualité d'" enfant caché " sous-entend la qualité reconnue à tout enfant âgé de moins de 21 ans au 10 mai 1940 ou né postérieurement à cette date, qui, afin de se soustraire aux effets des mesures anti-juives édictées par l'occupant, a été contraint de vivre dans la clandestinité, pendant une période précisée à l'article 5.
2° " Le Ministre " est le Ministre qui a les victimes de la guerre dans ses attributions.
1° la qualité d'" enfant caché " sous-entend la qualité reconnue à tout enfant âgé de moins de 21 ans au 10 mai 1940 ou né postérieurement à cette date, qui, afin de se soustraire aux effets des mesures anti-juives édictées par l'occupant, a été contraint de vivre dans la clandestinité, pendant une période précisée à l'article 5.
2° " Le Ministre " est le Ministre qui a les victimes de la guerre dans ses attributions.
Art. 2. De hoedanigheid van " ondergedoken kind " wordt toegekend aan de kinderen bedoeld in artikel 1, 1° onder voorwaarde dat zij hun gewone verblijfplaats in België hadden op 10 mei 1940 en de Belgische nationaliteit bezitten bij het indienen van de aanvraag.
Art. 2. La qualité d'" enfant caché " est reconnue aux enfants visés à l'article 1er, 1°, à la condition qu'ils aient possédé leur résidence habituelle en Belgique au 10 mai 1940 et qu'ils possèdent la nationalité belge au moment de l'introduction de la demande.
Art. 3. Uitgesloten van het voordeel van dit besluit, zijn de personen :
1° die veroordeeld werden wegens misdaad of wanbedrijf tegen de uitwendige of inwendige veiligheid van de Staat.
2° die hetzij veroordeeld werden tot een vrijheidsstraf van twee jaar of meer, hetzij vervallen zijn verklaard van hun burgerlijke rechten. De uitsluiting eindigt van rechtswege wanneer deze personen in eer hersteld zijn of hun burgerlijke rechten herwinnen.
1° die veroordeeld werden wegens misdaad of wanbedrijf tegen de uitwendige of inwendige veiligheid van de Staat.
2° die hetzij veroordeeld werden tot een vrijheidsstraf van twee jaar of meer, hetzij vervallen zijn verklaard van hun burgerlijke rechten. De uitsluiting eindigt van rechtswege wanneer deze personen in eer hersteld zijn of hun burgerlijke rechten herwinnen.
Art. 3. Sont exclues du bénéfice du présent arrêté les personnes :
1° qui ont été condamnées pour crime ou délit contre la sûreté extérieure ou intérieure de l'Etat;
2° qui ont été soit condamnées à une peine privative de liberté de deux ans ou plus, soit déchues de leurs droits civils. L'exclusion prend fin de plein droit lorsque ces personnes sont réhabilitées ou recouvrent leurs droits civils.
1° qui ont été condamnées pour crime ou délit contre la sûreté extérieure ou intérieure de l'Etat;
2° qui ont été soit condamnées à une peine privative de liberté de deux ans ou plus, soit déchues de leurs droits civils. L'exclusion prend fin de plein droit lorsque ces personnes sont réhabilitées ou recouvrent leurs droits civils.
HOOFDSTUK II. - De aanvraag en het onderzoek.
CHAPITRE II. - De la demande et de son instruction.
Art. 4. § 1. Om het voordeel van dit besluit te kunnen genieten, moeten de belanghebbenden een aanvraag indienen rechtstreeks bij de Dienst voor de Oorlogsslachtoffers of via een representatieve vereniging van de joodse gemeenschap, vergezeld, op straf van onontvankelijkheid, van een getuigschrift van goed zedelijk gedrag dat minder dan drie maanden voor de datum van de aanvraag is afgegeven. De aanvraag moet toekomen bij de Dienst voor de Oorlogsslachtoffers bij een ter post aangetekende brief, binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.
§ 2. De belanghebbenden leveren met alle rechtsmiddelen bewijs van hun hoedanigheid van ondergedoken kind en van de periode die ze alzo doorbrachten.
§ 2. De belanghebbenden leveren met alle rechtsmiddelen bewijs van hun hoedanigheid van ondergedoken kind en van de periode die ze alzo doorbrachten.
Art. 4. § 1er. Pour être admis au bénéfice du présent arrêté, les intéressés doivent introduire, directement au Service des victimes de la Guerre ou via une association représentative de la communauté juive, une demande accompagnée, à peine d'irrecevabilité, d'un certificat de bonnes conduite, vie et moeurs délivré moins de trois mois avant la date de la demande. La demande doit parvenir au Service des Victimes de la Guerre par pli recommandé à la poste, endéans le délai de douze mois à dater de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
§ 2. Les intéressés administrent par toutes voies de droit la preuve de leur qualité d'enfant caché et la durée de celle-ci.
§ 2. Les intéressés administrent par toutes voies de droit la preuve de leur qualité d'enfant caché et la durée de celle-ci.
Art. 5. Met clandestiniteit vóór 1 juli 1942 wordt geenszins rekening gehouden.
De uiterste datum die als einde van de clandestiniteit kan in aanmerking worden genomen is deze van de bevrijding van de streek waar het kind ondergedoken was.
De uiterste datum die als einde van de clandestiniteit kan in aanmerking worden genomen is deze van de bevrijding van de streek waar het kind ondergedoken was.
Art. 5. En aucun cas, il n'est tenu compte d'une période de clandestinité antérieure au 1er juillet 1942.
La date ultime de fin de clandestinité qui peut être prise en considération est celle de la libération de la partie du territoire dans laquelle l'enfant était caché.
La date ultime de fin de clandestinité qui peut être prise en considération est celle de la libération de la partie du territoire dans laquelle l'enfant était caché.
Art. 6. De Minister doet uitspraak over de aanvragen, die overeenkomstig artikel 4 werden ingediend na advies van de bevoegde kamer van de Commissie van nationale erkentelijkheid, daartoe opgericht en samengesteld uit :
- een voorzitter;
- een ambtenaar van de Dienst voor de Oorlogsslachtoffers;
- een afgevaardigde van een representatieve vereniging van ondergedoken kinderen.
- een voorzitter;
- een ambtenaar van de Dienst voor de Oorlogsslachtoffers;
- een afgevaardigde van een representatieve vereniging van ondergedoken kinderen.
Art. 6. Le Ministre statue sur les demandes introduites conformément à l'article 4 après avis de la chambre compétente de la Commission de reconnaissance nationale, constituée à cette fin, composée :
- d'un président;
- d'un fonctionnaire de l'Administration des Victimes de la Guerre;
- d'un délégué d'une association représentative d'enfants cachés.
- d'un président;
- d'un fonctionnaire de l'Administration des Victimes de la Guerre;
- d'un délégué d'une association représentative d'enfants cachés.
Art. 7. Elke beslissing, getroffen overeenkomstig artikel 6, kan herzien worden wegens dwaling in feite op in rechte of ten gevolge van het overleggen van nieuwe gegevens die de herziening wettigen.
Art. 7. Toute décision rendue conformément à l'article 6 peut être révisée lorsqu'elle est entachée d'erreur de fait ou de droit ou lorsque des éléments nouveaux sont produits et justifient la révision.
Art. 8. § 1. De herziening wordt gevorderd hetzij door de Minister die de belanghebbende ervan op de hoogte brengt, hetzij door deze zelf die een aanvraag richt aan de Dienst voor de Oorlogsslachtoffers.
Telkens doet de Minister, na een nieuw onderzoek en advies van de Commissie bedoeld in artikel 6, uitspraak bij een gemotiveerde beslissing die aan de belanghebbende betekend wordt.
De aanvragen en de betekening voorzien in dit artikel gebeuren bij een ter post aangetekend schrijven.
§ 2. Tenzij zij steunt op de overlegging van nieuwe gegevens, moet de herziening, op straffe van uitsluiting, gevorderd worden binnen een termijn van tien jaar vanaf de dag waarop de beslissing waarvan de herziening wordt gevorderd, definitief is geworden.
Telkens doet de Minister, na een nieuw onderzoek en advies van de Commissie bedoeld in artikel 6, uitspraak bij een gemotiveerde beslissing die aan de belanghebbende betekend wordt.
De aanvragen en de betekening voorzien in dit artikel gebeuren bij een ter post aangetekend schrijven.
§ 2. Tenzij zij steunt op de overlegging van nieuwe gegevens, moet de herziening, op straffe van uitsluiting, gevorderd worden binnen een termijn van tien jaar vanaf de dag waarop de beslissing waarvan de herziening wordt gevorderd, definitief is geworden.
Art. 8. § 1er. La révision est provoquée soit par le Ministre qui en informe l'intéressé soit par celui-ci qui adresse une demande au Service des Victimes de la Guerre.
Dans les deux cas, le Ministre statue, après nouvelle instruction et avis de la Commission visée à l'article 6, par décision motivée notifiée à l'intéressé.
Les demandes et la notification prévues par le présent article se font par lettre recommandée à la poste.
§ 2. Sauf, lorsqu'elle est fondée sur la production d'éléments nouveaux, la révision doit être provoquée, à peine de forclusion, dans un délai de dix ans à dater du jour où la décision qui en fait l'objet est devenue définitive.
Dans les deux cas, le Ministre statue, après nouvelle instruction et avis de la Commission visée à l'article 6, par décision motivée notifiée à l'intéressé.
Les demandes et la notification prévues par le présent article se font par lettre recommandée à la poste.
§ 2. Sauf, lorsqu'elle est fondée sur la production d'éléments nouveaux, la révision doit être provoquée, à peine de forclusion, dans un délai de dix ans à dater du jour où la décision qui en fait l'objet est devenue définitive.
Art. 9. § 1. Een aanvraag kan niet postuum worden ingediend.
§ 2. Het overlijden van de verzoeker stuit de procedure.
§ 2. Het overlijden van de verzoeker stuit de procedure.
Art. 9. § 1er. Aucune demande ne peut être introduite à titre posthume.
§ 2. Le décès du requérant interrompt la procédure.
§ 2. Le décès du requérant interrompt la procédure.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions finales.
Art. 10. De toekenning van de hoedanigheid van ondergedoken kind geeft aanleiding tot het opstellen van een kaart van eershalve toekenning van het statuut.
Art. 10. Toute décision d'attribution de la qualité d'enfant caché donne lieu à l'établissement d'une carte de reconnaissance à titre honorifique du statut.
Art. 11. Het genot van dit besluit kan noch een huidige of toekomstige financiële weerslag hebben, noch een recht inhouden op een ander statuut van nationale erkentelijkheid.
Art. 11. Le bénéfice du présent arrêté ne peut entraîner aucune incidence financière actuelle ou future et ne donner aucun droit à l'obtention d'un autre statut de reconnaissance nationale.
Art. 12. Onze Minister van Ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 april 1999.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Ambtenarenzaken,
A. FLAHAUT
Gegeven te Brussel, 19 april 1999.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Ambtenarenzaken,
A. FLAHAUT
Art. 12. Notre Ministre de la Fonction publique est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 19 avril 1999.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Fonction publique,
A. FLAHAUT
Donné à Bruxelles, le 19 avril 1999.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Fonction publique,
A. FLAHAUT