Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 DECEMBER 1999. - Ministerieel besluit houdende vaststelling, voor het dienstjaar 2000, van de specifieke voorwaarden en regelen die gelden voor de vaststelling van de prijs per verpleegdag, het budget van financiële middelen en het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten. (NOTA : raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-1999 en tekstbijwerking tot 25-10-2000)
Titre
23 DECEMBRE 1999. - Arrêté ministériel fixant, pour l'exercice 2000, les conditions et les règles spécifiques qui régissent la fixation du prix de la journée d'hospitalisation, le budget des moyens financiers et le quota de journées d'hospitalisation des hôpitaux et services hospitaliers. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-12-1999 et mise à jour au 25-10-2000)
Dokumentinformationen
Numac: 1999024089
Datum: 1999-12-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999024089
Date: 1999-12-23
Moniteur: Voir
Tekst (55)
Texte (55)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I.- Dispositions générales.
Artikel 1. De bepalingen van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en regelen voor de vaststelling van de prijs per verpleegdag, het budget en de onderscheiden bestanddelen ervan, alsmede van de regelen voor de vergelijking van de kosten en voor de vaststelling van het quotum van de verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 21 april 1987, 11 augustus 1987, 7 november 1988, 12 oktober 1989, 20 december 1989, 23 juni 1990, 10 juli 1990, 28 november 1990, 26 februari 1991, 20 maart 1991, 10 april 1991, 20 november 1991, 19 oktober 1992, 30 oktober 1992, 30 december 1993, 23 juni 1994, 19 juli 1994, 28 december 1994, 27 december 1995, 30 december 1996, 8 september 1997, 10 december 1997, 29 december 1997, 26 augustus 1998, 30 december 1998, 24 maart 1999, 15 juni 1999, 22 juni 1999, en 23 december 1999, worden voor het dienstjaar 2000 geconcretiseerd door en aangevuld met de bepalingen van dit besluit.
Article 1. Les dispositions de l'arrêté ministériel du 2 août 1986 fixant pour les hôpitaux et les services hospitaliers les conditions et les règles de fixation du prix de la journée d'hospitalisation, du budget et de ses éléments constitutifs, ainsi que les règles de comparaison du coût et de la fixation du quota des journées d'hospitalisation, modifié par les arrêtés ministériels des 21 avril 1987, 11 août 1987, 7 novembre 1988, 12 octobre 1989, 20 décembre 1989, 23 juin 1990, 10 juillet 1990, 28 novembre 1990, 26 février 1991, 20 mars 1991, 10 avril 1991, 20 novembre 1991, 19 octobre 1992, 30 octobre 1992, 30 décembre 1993, 23 juin 1994, 19 juillet 1994, 28 décembre 1994, 27 décembre 1995, 30 décembre 1996, 8 septembre 1997, 10 décembre 1997, 29 décembre 1997, 26 août 1998, 30 décembre 1998, 24 mars 1999, 15 juin 1999, 22 juin 1999, et 23 décembre 1999, sont, pour l'exercice 2000, concrétisées et complétées par les dispositions figurant dans le présent arrêté.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt bedoeld met :
  1° "het koninklijk besluit van 30 juli 1986" : het koninklijk besluit van 30 juli 1986 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 13 december 1966 tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend:
  2° "het ministerieel besluit van 2 augustus 1986" : het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en de onderscheiden bestanddelen ervan, alsmede van de regelen voor de vergelijking van de kosten en voor de vaststelling van het quotum van de verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 21 april 1987, 11 augustus 1987, 7 november 1988, 12 oktober 1989, 20 december 1989, 23 juni 1990, 10 juli 1990, 28 november 1990, 26 februari 1991, 20 maart 1991, 10 april 1991, 20 november 1991, 19 oktober 1992, 30 oktober 1992, 30 december 1993, 23 Juni 1994, 19 juli 1994, 28 december 1994, 27 december 1995, 30 december 1996, 8 september 1997, 10 december 1997, 29 december 1997, 26 augustus 1998, 30 december 1998, 24 maart 1999, 15 juni 1999, 22 juni 1999, en 23 december 1999;
  3° "het ministerieel besluit van 2 mei 1995" : het ministerieel besluit van 2 mei 1995 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 1994 houdende vaststelling, voor het dienstjaar 1995, van de specifieke voorwaarden en regelen die gelden voor de vaststelling van de prijs per verpleegdag, het Budget van financiële middelen en het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten;
  4° "het ministerieel besluit van 27 december 1995" : het ministerieel besluit van 27 december 1995 houdende vaststelling, voor het dienstjaar 1996, van de specifieke voorwaarden en regelen die gelden voor de vaststelling van de prijs per verpleegdag, het budget van financiële middelen en het quotum van verpleegdagen voor ziekenhuizen en de ziekenhuisdiensten;
  5° "het ministerieel besluit van 29 december 1997" : het ministerieel besluit van 29 december 1997 houdende vaststelling, voor het dienstjaar 1998, van de specifieke voorwaarden en regelen die gelden voor de vaststelling van de prijs per verpleegdag, het budget van financiële middelen en het quotum van verpleegdagen voor ziekenhuizen en de ziekenhuisdiensten;
  6° "het ministerieel besluit van 27 juli 1998" : het ministerieel besluit van 27 juli 1998 tot wijziging van het ministerieel besluit van 29 december 1997 houdende vaststelling, voor het dienstjaar 1998, van de specifieke voorwaarden en regelen die gelden voor de vaststelling van de prijs per verpleegdag, het budget van financiële middelen en het quotum van verpleegdagen voor ziekenhuizen en de ziekenhuisdiensten;
  7° "het ministerieel besluit van 30 december 1998" : het ministerieel besluit van 30 december 1998 houdende vaststelling, voor het dienstjaar 1999, van de specifieke voorwaarden en regelen die gelden voor de vaststelling van de prijs per verpleegdag, het budget van financiële middelen en het quotum van verpleegdagen voor ziekenhuizen en de ziekenhuisdiensten.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° "l'arrêté royal du 30juillet 1986" : l'arrêté royal du 30 juillet 1986 modifiant l'arrêté royal du 13 décembre 1966 déterminant le taux et certaines conditions d'octroi des subventions pour la construction, le reconditionnement, l'équipement et l'appareillage d'hôpitaux;
  2° "l'arrêté ministériel du 2 août 1986" : l'arrêté ministériel du 2 août 1986 fixant pour les hôpitaux et les services hospitaliers les conditions et règles de fixation du prix de la journée d'hospitalisation, du budget et de ses éléments constitutifs, ainsi que les règles de comparaison du coût et de la fixation du quota des journées de hospitalisation, modifié par les arrêtés ministériels des 21 avril 1987, 11 août 1987, 7 novembre 1988,12 octobre 1989, 20 décembre 1989, 23 juin 1990, 10 juillet 1990, 28 novembre 1990, 26 février 1991, 20 mars 1991, 10 avril 1991, 20 novembre 1991, 19 octobre 1992, 30 octobre 1992, 30 décembre 1993, 23 juin 1994, 19 juillet 1994, 28 décembre 1994, 27 décembre 1995, 30 décembre 1996, 8 septembre 1997, 10 décembre 1997, 29 décembre 1997, 26 août 1998, 30 décembre 1998, 24 mars 1999, 15 juin 1999, 22 juin 1999, et 23 décembre 1999;
  3° "l'arrêté ministériel du 2 mai 1995" : l'arrêté ministériel du 2 mai 1995 modifiant l'arrêté ministériel du 28 décembre 1994 fixant, pour l'exercice 1995, les conditions et règles spécifiques qui régissent la fixation du prix de la journée d'hospitalisation, le budget des moyens financiers et le quota de journées d'hospitalisation des hôpitaux et services hospitaliers;
  4° "l'arrêté ministériel du 27 décembre 1995" : l'arrêté ministériel du 27 décembre 1995 fixant, pour l'exercice 1996, les conditions et les règles spécifiques qui régissent la fixation du prix de la journée d'hospitalisation, le budget des moyens financiers et le quota de journées d'hospitalisation des hôpitaux et services hospitaliers;
  5° "l'arrêté ministériel du 29 décembre 1997" : l'arrêté ministériel du 29 décembre 1997 fixant, pour l'exercice 1998, les conditions et les règles spécifiques qui régissent la fixation du prix de la journée d'hospitalisation, le budget des moyens financiers et le quota de journées d'hospitalisation des hôpitaux et services hospitaliers;
  6° "L'arrêté ministériel du 27 juillet 1998" : l'arrêté ministériel du 27 juillet 1998 modifiant l'arrêté ministériel du 29 décembre 1997 fixant, pour l'exercice 1998, les conditions et les règles spécifiques qui régissent la fixation du prix de la journée d'hospitalisation, le budget des moyens financiers et le quota de journées d'hospitalisation des hôpitaux et services hospitaliers;
  7° "L'arrêté ministériel du 30 décembre 1998" : l'arrêté ministériel du 30 décembre 1998 fixant, pour l'exercice 1999, les conditions et les règles spécifiques qui régissent la fixation du prix de la journée d'hospitalisation, le budget des moyens financiers et le quota de journées d'hospitalisation des hôpitaux et services hospitaliers.
HOOFDSTUK II. - Vaststelling van het budget.
CHAPITRE II. - Fixation du budget.
AFDELING 1. - Deel A van het budget van alle ziekenhuizen.
SECTION 1. - Partie A du budget pour tous les hôpitaux.
ONDERAFDELING 1. - Onderdeel A1 van het budget.
SOUS-SECTION 1. - Sous-partie A1 du budget.
Art. 3. § 1. Het percentage bedoeld in artikel 16, § 2 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 kan, volgens nader te bepalen regels, op 70 % gebracht worden ingeval van toepassing van het koninklijk besluit van 30 juli 1986.
  § 2. Het Onderdeel A1 van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen wordt met een bedrag van 5 frank per verpleegdag verhoogd, om de investeringslasten van het ziekenhuis te dekken, die voortkomen uit de invoering van de SIS-kaart en de informaticaproblemen met betrekking van de overgang van het jaar 2000.
Art. 3. § 1. Le pourcentage visé à l'article 16, § 2, de l'arrêté ministériel du 2 août 1986 peut, selon des règles à préciser, être porté à 70 % en cas d'application de l'arrêté royal du 30 juillet 1986.
  § 2. La Sous-partie A1 du budget des moyens financiers des hôpitaux est augmentée d'un montant de 5 francs par journée d'hospitalisation, en vue de couvrir les coûts d'investissements supportés par l'hôpital dans le cadre de l'introduction de la carte SIS et des problèmes informatiques résultant du passage à l'an 2000.
ONDERAFDELING 2. - Onderdeel A2 van het budget.
SOUS-SECTION 2. - Sous-partie A2 du budget.
Art. 4. Het in artikel 21, § 2 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 bedoelde intrestvoet wordt op 5,60 % vastgesteld.
Art. 4. Le taux d'intérêt visé à l'article 21, § 2 de l'arrêté ministériel du 2 août 1986 est fixé à 5,60 %.
AFDELING 2. - Deel B van het budget.
Section 2. - partie B du budget.
ONDERAFDELING 1. - Algemene ziekenhuizen, behalve die erkend onder kenletter Sp.
SOUS-SECTION 1. Hôpitaux généraux hormis ceux agréés sous l'index Sp.
RUBRIEK 1. - Onderdeel B1 van het budget.
RUBRIQUE 1. - Sous-partie B1 du budget.
Art. 5. Om Onderdeel B1 van het budget van financiële middelen vast te stellen wordt het dienstjaar 1993 weerhouden voor de toepassing van het artikel 37, § 1 en het dienstjaar 1994 voor de toepassing van de artikelen 31, 33, 34, 37, § 2, en 38 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986.
Art. 5. Pour la fixation de la Sous-partie B1 du budget des moyens financiers, l'exercice 1993 est retenu pour l'application de l'article 37, § 1er et l'exercice 1994 est retenu pour l'application des articles 31, 33, 34,37, § 2, et 38 de l'arrêté ministériel du 2 août 1986.
Art. 6. § 1. Het Onderdeel B1 van het budget van financiële middelen wordt met een bedrag van 2 frank per dag verhoogd om de gelijkwaardige organisatie voor de openbare sector te dekken.
  § 2. Het Onderdeel B1 van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen wordt verhoogd met een bedrag per verpleegdag te bepalen door de Minister die de verpleegdagprijs onder zijn bevoegdheid heeft, om de bijkomende kosten te dekken die voortkomen uit de ophaling en verwerking van het ziekenhuis afval.
Art. 6. § 1. La Sous-partie B1 du budget des moyens financiers des hôpitaux est augmentée de 2 francs par journée en vue de couvrir les frais d'affiliation à la Confédération du secteur non marchand ou tout autre organisme équivalent pour le secteur public.
  § 2. La Sous-partie B1 du budget des moyens financiers des hôpitaux est augmentée d'un montant par journée d'hospitalisation, à déterminer par le Ministre qui a la fixation du prix de journée dans ses attributions, en vue de couvrir les coûts supplémentaires résultant de la collecte et du traitement des déchets hospitaliers.
RUBRIEK 2. - Onderdeel B2 van het budget.
RUBRIQUE 2. - Sous-partie B2 du budget.
Art. 7. § 1. Om Onderdeel B2 van het budget van financiële middelen vast te stellen wordt het dienstjaar 1994 weerhouden voor de toepassing van de artikelen 42, § 9 en 43, § 3, 1° en 2°, c) en d), het dienstjaar 1997 voor de toepassing van de artikelen 42, § 8 en 43, § 3, 2°, a.4), en het dienstjaar 1998 voor de toepassing van het artikel 43, § 2, 1°, a) van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986.
  § 2. Het dienstjaar 1997 is het referentiejaar voor de toepassing van de bepalingen vermeld in de bijlage 3 en in punt 2 van de bijlage 9 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986.
Art. 7. § 1. Pour la fixation de la Sous-partie B2, l'exercice 1994 est retenu pour l'application des articles 42, § 9 et 43, § 3,1° et 2°, c) et l'exercice 1997 est retenu pour l'application des articles 42, § 8 et 43, § 3, 2°, a.4), et l'exercice 1998 est retenu pour l'application de l'article 43, § 2, 1°, de l'arrêté ministériel du 2 août 1986.
  § 2. L'exercice 1997 constitue l'exercice de référence pour l'application des dispositions reprises à l'annexe 3 et au point 2 de l'annexe 9 à l'arrêté ministériel du 2 août 1986.
Art. 8. § 1. Voor de ziekenhuizen die beschikken over erkende C, D, E en H*-bedden wordt Onderdeel B2 van het budget van financiële middelen per 1 Januari 2000 verhoogd met een bedrag gelijk aan 0,5 bijkomende VTE-personeelsleden per 30 erkend C, D, E, H*-bedden, vermenigvuldigd met 1 350 000 fr. (index op 1 januari 1999) om de bijkomende mobiele equipe van personeelsleden, niet verbonden aan een architecturale, structurele of functionele eenheid te financieren.
  § 2. Om het voordeel van de bepaling bedoeld in § 1 te behouden, moeten de betrokken ziekenhuizen het bewijs dat het door voorvermelde bepaling gefinancierd personeel wel degelijk aangeworven is, overmaken aan het Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer der ziekenhuizen voor 1 maart 2000.
Art. 8. § 1. Pour les hôpitaux disposant de lits C, D, E et H* agréés, la Sous-partie B2 du budget des moyens financiers est augmentée au 1er janvier 2000, en vue de financer l'équipe mobile supplémentaire de membres de personnel non liée à une unité architecturale, structurelle ou fonctionnelle, d'un montant correspondant à 0,5 personne BIP supplémentaire par 30 lits C, D, E et H* agréés, multiplié par 1350 000 frs. (index au 1er janvier 1999).
  § 2. Pour conserver le bénéfice de la disposition reprise au § 1er, les hôpitaux concernés devront transmettre à l'Administration des Etablissements de Soins - Comptabilité et Gestion des Hôpitaux - avant le 1er mars 2000 la preuve de l'engagement effectif du personnel financé par cette disposition.
Art. 9. De bedragen toegekend bij toepassing van artikel 1 van het ministerieel besluit van 2 mei 1995, artikel 8, § 1 van het ministerieel besluit van 29 december 1997, artikel 1 van het ministerieel besluit van 27 juli 1998 en artikelen 8 en 9bis van het ministerieel besluit van 30 december 1998 blijven toegekend voor het dienstjaar 2000.
Art. 9. Les montants octroyés en application de l'article 1er de l'arrêté ministériel du 2 mai 1995, de l'article 8, § 1er de l'arrêté ministériel du 29 décembre 1997, de l'article 1er de l'arrêté ministériel du 27 juillet 1998 et des articles 8 et 9bis de l'arrêté ministériel du 30 décembre 1998 restent alloués pour l'exercice 2000.
Art. 9bis. <INGEVOEGD bij MB 2000-09-29/33, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2000> § 1. Onderdeel B2 wordt vanaf 1 juli 2000 met 1 300 000 BEF vermeerderd.
  Het in het vorige lid vermelde bedrag wordt per erkenningsnummer toegekend.
  Deze financiering wordt toegekend ter dekking van de kosten voor de indienstneming van een voltijds equivalent verpleegkundig personeelslid en dat ter vervanging van een voltijds equivalent verpleegkundig personeelslid specifiek belast met de begeleiding van intreders en herintreders behorend tot de categorie van het verpleegkundig personeel alsook van de studenten verpleegkunde en verloskunde.
  De financiering kan worden herzien op basis van het verslag zoals voorzien in § 3, teneinde rekening te houden met de reële werklast die gepaard gaat met de begeleiding van de voormelde doelgroepen.
  De totale arbeidsduur van de vervanger of vervangers in dienst genomen ter vervanging van het voltijds equivalent verpleegkundig personeelslid belast met de in het vorige lid bedoelde begeleiding moet gelijk zijn aan een voltijdse tewerkstelling.
  De vervanger of vervangers moeten in de verpleegeenheden worden tewerkgesteld.
  Het verpleegkundig personeel dat specifiek belast is met de begeleiding van de doelgroepen vertegenwoordigt een voltijds equivalente functie, die kan worden opgesplitst in 2 of meer deeltijdse functies.
  Deze personeelsleden moeten bovendien aan de volgende voorwaarden voldoen :
  -over een diploma of titel van gegradueerde verpleegkundige beschikken;
  - minstens 10 jaar anciënniteit hebben in de functie van gegradueerde verpleegkundige in een verpleegeenheid;
  - over pedagogische kwaliteiten beschikken.
  Deze personeelsleden vallen onder de verantwoordelijkheid van het hoofd van het verpleegkundig departement.
  De voorkeur gaat hierbij uit naar personen die een opleiding gevolgd hebben of ervaring hebben in een leidende of pedagogische functie.
  § 2. Om het voordeel van de financiering te kunnen genieten, moeten de ziekenhuizen de volgende gegevens vóór 1 oktober 2000 aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu; Bestuur van de Gezondheidszorg; Dienst Boekhouding en Beheer van de Ziekenhuizen; Rijksadministratief Centrum; Vesaliusgebouw; 1010 Brussel bezorgen :
  1. de identiteit van de personen belast met de begeleiding;
  2. een afschrift van de arbeidsovereenkomst van de in dienst genomen persoon of personen;
  3. voor de private ziekenhuizen het schriftelijk advies van de Ondernemingsraad en voor de openbare ziekenhuizen het schriftelijk advies van het Overlegcomité over de aanwijzing van de persoon of personen belast met de begeleiding alsmede over de compenserende indienstneming.
  § 3. Teneinde te kunnen nagaan of de middelen terecht werden toegekend, dienen de ziekenhuizen een verslag te bezorgen met het aantal personen die werden begeleid en met een beschrijving van de specifieke activiteiten die werden opgezet om die personen beter op te vangen.
  Dat verslag moet, vanaf het boekjaar 2000, worden toegestuurd, volgens de procedure vastgelegd in de jaarlijks van toepassing zijnde omzendbrief aan de beheerders van de ziekenhuizen, aan de in vorige alinea vermelde dienst Boekhouding en Beheer van de ziekenhuizen, samen met de gegevens die worden overgezonden overeenkomstig het koninklijk besluit van 14 augustus 1987 houdende bepalingen van de regels volgens dewelke bepaalde statistische gegevens moeten worden medegedeeld aan de Minister die bevoegd is voor de Volksgezondheid.
Art. 9bis. § 1. La sous-partie B2 est augmentée, à partir du 1er juillet 2000, d'un montant égal à 1 300 000 BEF.
  Le montant mentionné à l'alinéa précédent est octroyé par numéro d'agrément.
  Ce financement est accordé pour couvrir le coût relatif à l'engagement d'un travailleur infirmier équivalent temps plein en remplacement d'un équivalent temps plein membre du personnel infirmier chargé spécifiquement d'accompagner les débutants qui appartiennent à la catégorie du personnel infirmier, les personnes qui reprennent le travail et qui appartiennent à la catégorie du personnel infirmier ainsi que les étudiants infirmiers et accoucheurs.
  Ce financement pourra être revu sur base du rapport tel que prévu au § 3, afin de tenir compte de la charge de travail réelle liée à l'accompagnement de ces groupes cibles.
  La durée totale du travail du ou des remplacant(s) de l'équivalent temps plein membre du personnel infirmier chargé de l'accompagnement visé à l'alinéa précédent doit correspondre à une occupation à temps plein.
  Le ou les remplacant(s) doit(doivent) être occupé(s) dans les unités de soins.
  Le personnel infirmier chargé spécifiquement d'accompagner les groupes cibles représente un équivalent temps plein qui peut être divisé en 2 ou plusieurs temps partiels.
  Ces personnes doivent, en outre, répondre aux conditions suivantes :
  - posséder un diplôme ou un titre d'infirmier(e) gradué(e);
  - compter au moins 10 ans d'ancienneté dans la fonction d'infirmier(e) gradué(e) dans une unité de soins;
  - avoir des qualités pédagogiques.
  Ces personnes relèvent de la responsabilité du chef du département infirmier.
  La préférence doit être donnée aux personnes qui disposent d'une formation ou d'une expérience dans une fonction dirigeante ou pédagogique.
  § 2. Pour conserver le bénéfice du financement, les hôpitaux doivent transmettre au Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement, Administration des soins de santé, Service Comptabilité et gestion des hôpitaux, Cité Administrative de l'Etat, Quartier Vésale, 1010 Bruxelles, avant le 1er octobre 2000 :
  1. l'identité des personnes chargées de l'accompagnement;
  2. une copie de contrat de travail de la ou des personne(s) embauchée(s);
  3. l'avis écrit du Conseil d'entreprise pour les hôpitaux privés ou du Comité de concertation compétent pour les hôpitaux publics sur la désignation de la/des personne(s) chargée(s) de l'accompagnement et sur l'embauche compensatoire.
  § 3. Pour contrôler l'adéquation des moyens accordés, les hôpitaux doivent transmettre un rapport contenant le nombre de personnes qui ont fait l'objet d'un accompagnement ainsi que la description des activités spécifiques mises en oeuvre pour améliorer l'accueil de ces personnes.
  Ce rapport doit être adressé, à partir de l'exercice 2000, simultanément avec les données transmises en application de l'arrêté royal du 14 août 1987 déterminant les règles suivant lesquelles certaines données statistiques doivent être communiquées au Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, suivant la procédure fixée dans la circulaire annuelle d'application envoyée aux gestionnaires des hôpitaux - au Service Comptabilité et Gestion des hôpitaux mentionné à l'alinéa précédent.
RUBRIEK 3. - Onderdeel B4 van het budget.
RUBRIQUE 3. - Sous-partie B4 du budget.
Art. 10. Onverminderd artikel 48, §§ 6, 14, 16, 17, 18, 23 en 24 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986, wordt het Onderdeel B4 van het budget van financiële middelen op de waarde op 31 december 1999 vastgesteld.
Art. 10. Sans préjudice de l'application de l'article 48, §§6,14,16,17, 18, 23 et 24 de l'arrêté ministériel du 2 août 1986, la Sous-partie B4 du budget des moyens financiers est fixée à la valeur au 31 décembre 1999.
RUBRIEK 4. - Onderdeel B5 van het budget.
RUBRIQUE 4. Sous-partie B5 du budget.
Art. 11. Onderdeel B5 van het budget van financiële middelen wordt vastgesteld op zijn waarde per 31 december 1999.
Art. 11. La Sous-partie B5 du budget des moyens financiers est fixée à sa valeur au 31 décembre 1999.
RUBRIEK 5. - Onderdeel B6 van het budget.
RUBRIQUE 5. - Sous-partie B6 du budget.
Art. 12. Onderdeel B6 van het budget van financiële middelen wordt vastgesteld op zijn waarde per 31 december 1999.
Art. 12. La Sous-partie B6 du budget des moyens financiers est fixée à sa valeur au 31 décembre 1999.
RUBRIEK 6. - Gemeenschappelijke bepalingen voor Deel B met uitzondering van Onderdeel B6.
RUBRIQUE 6. - Dispositions communes pour la Partie B excepté la Sous partie B6.
Art. 13. Het in punt 5 van de bijlage 4 bij het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 bedoelde percentage wordt op 0 % vastgesteld.
Art. 13. Le pourcentage visé au point 5 de l'annexe 4 à l'arrêté ministériel du 2 août 1986 est fixé à 0 %.
ONDERAFDELING 2. - Ziekenhuizen en diensten erkend onder kenletter Sp.
SOUS-SECTION 2. - Hôpitaux et services agrées sous l'Index Sp.
RUBRIEK 1. - Onderdelen B1 en B2 van het budget
RUBRIQUE 1. - Sous-parties B1 et B2 du budget.
Art. 14. Onderdelen B1 en B2 van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen en diensten erkend onder kenletter Sp worden vastgesteld op de bedragen die overeenstemmen met de waarde op 31 december 1999.
Art. 14. Les Sous-parties B1 et B2 du budget des moyens financiers des hôpitaux et services agréés sous l'index Sp sont fixées aux montants correspondant à la valeur au 31 décembre 1999.
Art. 15. § 1.De bepalingen van artikel 6 (en in artikel 9bis) van dit besluit zijn eveneens van toepassing op de ziekenhuizen en diensten erkend onder kenletter Sp.
  § 2. Het Onderdeel B2 van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen en diensten erkend onder kenletter Sp wordt per 1 januari 2000 verhoogd met een bedrag gelijk aan 0,5 bijkomende VTE-personeelsleden per 30 erkende Sp-bedden, vermenigvuldigd met 1 350 000 fr. (index op 1 januari 1999), om de bijkomende mobiele equipe van personeelsleden, niet verbonden aan een architecturale, structurele of functionele eenheid te financieren.
  Om het voordeel van de bepaling bedoeld in § 2 te behouden, moeten de betrokken ziekenhuizen het bewijs dat het door voorvermelde bepaling gefinancierd personeel wel degelijk aangeworven is, overmaken aan het Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer der ziekenhuizen voor 1 maart 2000.
Art. 15. § 1. Les dispositions reprises à l'article 6 (et à l'article 9bis) du présent arrêté sont applicables aux hôpitaux et services agréés sous l'index Sp.
  § 2. La Sous-partie B2 du budget des moyens financiers des hôpitaux et services Sp agréés sous l'index Sp est augmentée au 1er janvier 2000, en vue de financer l'équipe mobile supplémentaire de membres de personnel non liée à une unité architecturale, structurelle ou fonctionnelle, d'un montant correspondant à 0,5 personne ETP supplémentaire par 30 lits Sp agréés, multiplié par 1.350.000 frs. (index au 1er janvier 1999)
  Pour conserver le bénéfice de la disposition reprise au § 2, les hôpitaux concernés devront transmettre à l'Administration des Etablissements de Soins - Comptabilité et Gestion des Hôpitaux - avant le 1 mars 2000 la preuve de l'engagement effectif du personnel financé par cette disposition.
RUBRIEK 2. - Onderdeel B4 van het budget.
RUBRIQUE 2. - Sous-partie B4 du budget.
Art. 16. Onverminderd artikel 48, §§ 6, 16, 17 en 23 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986, wordt het Onderdeel B4 van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen en diensten erkend onder kenletter Sp op de waarde op 31 december 1999 vastgesteld.
Art. 16. Sans préjudice de l'application de l'article 48, §§ 6,16,17 et 23 de l'arrêté ministériel du 2 août 1986, la Sous-partie B4 du budget des moyens financiers des hôpitaux et services agréés sous l'index Sp est fixée au montant correspondant à la valeur au 31 décembre 1999.
RUBRIEK 3. - Onderdeel B5 van het budget.
RUBRIQUE 3. - Sous-partie B5 du budget.
Art. 17. Onderdeel B5 van het budget van financiële middelen wordt vastgesteld op zijn waarde per 31 december 1999.
Art. 17. La Sous-partie B5 du budget des moyens financiers est fixée à sa valeur au 31 décembre 1999.
RUBRIEK 4. - Onderdeel B6 van het budget.
RUBRIQUE 4. - Sous-partie B6 du budget.
Art. 18. Onderdeel B6 van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen en diensten erkend onder kenletter Sp wordt vastgesteld op zijn waarde per 31 december 1999.
Art. 18. La Sous-partie B6 du budget des moyens financiers des hôpitaux et services agréés sous l'index Sp est fixée au montant correspondant à sa valeur au 31 décembre 1999.
ONDERAFDELING 3. - Psychiatrische Ziekenhuizen.
SOUS-SECTION 3. - Hôpitaux psychiatriques.
RUBRIEK 1. - Onderdeel B1 van het budget.
RUBRIQUE 1. - Sous-parties B1 du budget.
Art. 19. Onderdeel B1 van het budget van financiële middelen van de psychiatrische ziekenhuizen wordt vastgesteld op zijn waarde per 31 december 1999.
Art. 19. La Sous-partie B1 du budget des moyens financiers des hôpitaux psychiatriques est fixée au montant correspondant à sa valeur au 31 décembre 1999.
Art. 20. De bepalingen van artikel 6 van dit besluit zijn eveneens van toepassing op de psychiatrische ziekenhuizen.
Art. 20. Les dispositions reprises à l'article 6 du présent arrêté sont également applicables aux hôpitaux psychiatriques.
RUBRIEK 2. - Onderdeel B2 van het budget.
RUBRIQUE 2. - Sous-partie B2 du budget.
Art. 21. Onderdeel B2 van het budget van financiële middelen van de psychiatrische ziekenhuizen wordt vastgesteld op zijn waarde per 31 december 1999.
Art. 21. La Sous-partie B2 du budget des moyens financiers des hôpitaux psychiatriques est fixée au montant correspondant à sa valeur au 31 décembre 1999.
Art. 22. § 1. Het Onderdeel B2 van het budget van financiële middelen van de psychiatrische ziekenhuizen wordt per 1 januari 2000 verhoogd met een bedrag gelijk aan 0,5 bijkomende VTE-personeelsleden per 30 erkende T-bedden, vermenigvuldigd met 1 350 000 fr (index op 1 januari 1999), om de bijkomende mobiele equipe van personeelsleden, niet verbonden aan een architecturale, structurele of functionele eenheid te financieren.
  § 2. Om het voordeel van de bepaling bedoeld in § 1 te behouden, moeten de betrokken ziekenhuizen het bewijs dat het door voorvermelde bepaling gefinancierd personeel wet degelijk aangeworven is, overmaken aan het Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer van de ziekenhuizen voor 1 maart 2000.
Art. 22. § 1. La Sous-partie B2 du budget des moyens financiers des hôpitaux psychiatriques est augmentée au 1 janvier 2000 d'un montant correspondant à 0,50 ETP supplémentaire par 30 lits T agréés, multiplié par 1 350 000 frs (index au 1er Janvier 1999) en vue de financer une équipe mobile supplémentaire de membres de personnel non liée à une unité architecturale, structurelle ou fonctionnelle.
  § 2. Pour conserver le bénéfice de la disposition reprise au § 1er, les hôpitaux concernes devront transmettre à l'Administration des Etablissements de Soins - Comptabilité et Gestion des Hôpitaux - avant le 1er mars 2000 la preuve de l'engagement effectif du personnel financé par cette disposition.
Art. 22bis. <INGEVOEGD bij MB 2000-09-29/33, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2000> De bepalingen van artikel 9bis van dit besluit zijn eveneens op de psychiatrische ziekenhuizen van toepassing.
Art. 22bis. Les dispositions reprises à l'article 9bis du présent arrêté sont également applicables aux hôpitaux psychiatriques.
RUBRIEK 3. - Onderdeel B4 van het budget.
RUBRIQUE 3. - Sous-partie B4 du budget.
Art. 23. Onverminderd artikel 48, §§ 2, 16 en 23 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986, wordt het Onderdeel B4 van het budget van financiële middelen op de waarde op 31 december 1999 vastgesteld.
Art. 23. Sans préjudice de l'application de l'article 48, §§ 2,16 et 23, la Sous-partie B4 du budget des moyens financiers des hôpitaux psychiatriques est fixée au montant correspondant à la valeur au 31 décembre 1999.
RUBRIEK 4. - Onderdeel B5 van het budget.
RUBRIQUE 4. - Sous-partie B5 du budget.
Art. 24. Onderdeel B5 van het budget van financiële middelen wordt vastgesteld op zijn waarde per 31 december 1999.
Art. 24. La Sous-partie B5 du budget des moyens financiers est fixée à sa valeur au 31 décembre 1999.
RUBRIEK 5. - Onderdeel B6 van het budget.
RUBRIQUE 5. - Sous-partie B6 du budget.
Art. 25. Onderdeel B6 van het budget van financiële middelen wordt vastgesteld op zijn waarde per 31 december 1999.
Art. 25. La Sous-partie B6 du budget des moyens financiers est fixée à sa valeur au 31 décembre 1999.
HOOFDSTUK III. - Vaststelling van het quotum van verpleegdagen.
CHAPITRE III. - Fixation du quota de journées d'hospitalisation.
Art. 26. Het quotum van verpleegdagen wordt voor de algemene ziekenhuizen vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het artikel 53 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986.
Art. 26. Le quota de journées d'hospitalisation est, pour les hôpitaux généraux, fixé conformément aux dispositions de l'article 53 de l'arrêté ministériel du 2 août 1986.
Art. 27. Voor de psychiatrische ziekenhuizen wordt het quotum van verpleegdagen vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het artikel 54 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986.
Art. 27. Pour les hôpitaux psychiatriques, le quota de journées d'hospitalisation est fixé conformément aux dispositions de l'article 54 de l'arrêté ministériel du 2 août 1986.
Art. 28. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2000 met uitzondering van het artikel 6, § 2 die in werking treedt op 1 maart 2000.
  Brussel, 23 december 1999.
  F. VANDENBROUCKE
Art. 28. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2000 à l'exception de l'article 6, § 2 qui entre en vigueur le 1er mars 2000.
  Bruxelles, le 23 décembre 1999.
  F. VANDENBROUCKE