Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 JUNI 2000. - Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Titre
30 JUIN 2000. - Loi modifiant la loi générale sur les douanes et accises et le Code des impôts sur les revenus 1992.
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (20)
Texte (20)
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITRE 1. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL II. - Wijzigingen van de algemene wet inzake douane en accijnzen.
TITRE II. - Modifications de la loi générale sur les douanes et accises.
Art. 2. Hoofdstuk XXIII van de Algemene wet inzake douane en accijnzen dat de artikelen 211 tot 219 bevat, wordt vervangen door de volgende bepalingen :
" Hoofdstuk XXIII. Recht van administratief beroep.
" Hoofdstuk XXIII. Recht van administratief beroep.
Art. 2. Le chapitre XXIII de la Loi générale sur les douanes et accises, contenant les articles 211 à 219, est remplacé par les dispositions suivantes :
"Chapitre XXIII. Droit de recours administratif.
"Chapitre XXIII. Droit de recours administratif.
Art. 211. § 1. Ieder persoon heeft het recht administratief beroep in te stellen tegen :
1° beschikkingen die hem rechtstreeks en individueel raken;
2° het niet nemen van een beschikking binnen de daartoe in de wetgeving bepaalde termijn of indien geen termijn is bepaald binnen twee maanden te rekenen vanaf de dag volgende op de dag van de afgifte ter post van de aangetekende brief waarbij de administratie wordt aangemaand een beschikking te nemen.
§ 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder "beschikking" : elke beslissing van de Administratie der douane en accijnzen die voor een of meer personen rechtsgevolgen heeft.
1° beschikkingen die hem rechtstreeks en individueel raken;
2° het niet nemen van een beschikking binnen de daartoe in de wetgeving bepaalde termijn of indien geen termijn is bepaald binnen twee maanden te rekenen vanaf de dag volgende op de dag van de afgifte ter post van de aangetekende brief waarbij de administratie wordt aangemaand een beschikking te nemen.
§ 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder "beschikking" : elke beslissing van de Administratie der douane en accijnzen die voor een of meer personen rechtsgevolgen heeft.
Art. 211. § 1er. Toute personne a le droit d'exercer un recours administratif contre :
1° les décisions qui le concernent directement et individuellement;
2° l'absence de décision dans le délai déterminé à cet effet par la législation ou, si aucun délai n'a été déterminé, dans les deux mois à dater du jour qui suit celui de la remise à la poste de la lettre recommandée mettant l'administration en demeure de prendre une décision.
§ 2. Pour l'application du présent chapitre, on entend par "décision" : toute décision de l'Administration des douanes et accises qui a des effets juridiques pour une ou plusieurs personnes.
1° les décisions qui le concernent directement et individuellement;
2° l'absence de décision dans le délai déterminé à cet effet par la législation ou, si aucun délai n'a été déterminé, dans les deux mois à dater du jour qui suit celui de la remise à la poste de la lettre recommandée mettant l'administration en demeure de prendre une décision.
§ 2. Pour l'application du présent chapitre, on entend par "décision" : toute décision de l'Administration des douanes et accises qui a des effets juridiques pour une ou plusieurs personnes.
Art. 212. Het recht van administratief beroep kan slechts worden uitgeoefend tegen beschikkingen van de gewestelijk directeur der douane en accijnzen of van een ambtenaar met een gelijkwaardige graad aangesteld door de minister.
Beslissingen van andere ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen moeten, voorafgaandelijk aan het uitoefenen van het recht van administratief beroep, worden voorgelegd aan de gewestelijk directeur der douane en accijnzen die in het geschil een beschikking zal treffen als bedoeld in artikel 211.
Beslissingen van andere ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen moeten, voorafgaandelijk aan het uitoefenen van het recht van administratief beroep, worden voorgelegd aan de gewestelijk directeur der douane en accijnzen die in het geschil een beschikking zal treffen als bedoeld in artikel 211.
Art. 212. Le droit de recours administratif ne peut être exercé que contre les décisions du directeur régional des douanes et accises ou d'un fonctionnaire de grade équivalent désigné par le ministre.
Les décisions d'autres agents de l'Administration des douanes et accises doivent, préalablement à l'exercice du droit de recours administratif, être soumises au directeur régional des douanes et accises qui statuera sur le litige par une décision telle que prévue à l'article 211.
Les décisions d'autres agents de l'Administration des douanes et accises doivent, préalablement à l'exercice du droit de recours administratif, être soumises au directeur régional des douanes et accises qui statuera sur le litige par une décision telle que prévue à l'article 211.
Art. 213. Het administratief beroep kan geen betrekking hebben op beschikkingen getroffen met toepassing van artikel 263.
Art. 213. Le recours administratif ne peut se rapporter aux décisions prises en application de l'article 263.
Art. 214. Het verzoekschrift tot administratief beroep moet worden gemotiveerd en op straffe van verval worden ingediend bij ter post aangetekende brief binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van verzending van de aangevochten beschikking of te rekenen van het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 211, § 1, 2°.
Art. 214. Le recours administratif doit être motivé et introduit sous peine de déchéance, par lettre recommandée à la poste dans un délai de trois mois à compter de la date d'expédition de la décision contestée ou à compter de l'expiration du délai visé à l'article 211, § 1er, 2°.
Art. 215. Aan de verzoeker wordt een ontvangstbewijs uitgereikt dat de datum van ontvangst van het verzoekschrift vermeldt.
Art. 215. Il est accusé réception au requérant en mentionnant la date de réception de son recours.
Art. 216. Het administratief beroep wordt ingesteld bij de directeur-generaal van de Administratie der douane en accijnzen.
Art. 216. Le recours administratif est introduit auprès du directeur général de l'Administration des douanes et accises.
Art. 217. Wanneer de verzoeker zulks in zijn verzoekschrift heeft gevraagd, wordt hij gehoord. Te dien einde wordt hij uitgenodigd zich binnen een termijn van dertig dagen aan te melden.
Art. 217. Si le requérant en a fait la demande dans sa requête en recours, il est entendu. A cet égard, il est invité à se présenter dans un délai de trente jours.
Art. 218. Zolang geen beslissing is gevallen, mag de verzoeker zijn oorspronkelijk verzoekschrift aanvullen met nieuwe, schriftelijk geformuleerde bezwaren, zelfs als die buiten de in artikel 214 gestelde termijn worden ingediend.
Art. 218. Aussi longtemps qu'une décision n'est pas intervenue, le requérant peut compléter sa requête en recours par des griefs nouveaux, libellés par écrit, même présentés en dehors du délai prévu à l'article 214.
Art. 219. De directeur-generaal of de door hem aangewezen ambtenaar, respectievelijk het college van ambtenaren, doet uitspraak bij met redenen omklede beslissing over het administratief beroep en geeft daarvan bij ter post aangetekende brief kennis aan de verzoeker. ".
Art. 219. Le directeur général ou, respectivement, le fonctionnaire ou le collège de fonctionnaires délégués par lui, statue par décision motivée sur le recours administratif et notifie sa décision au requérant par lettre recommandée à la poste. ".
Art. 3. In artikel 313 van dezelfde wet worden de paragrafen 4 en 5 opgeheven.
Art. 3. A l'article 313 de la même loi, les paragraphes 4 et 5 sont abrogés.
Art. 4. In artikel 314 van dezelfde wet worden de §§ 3 en 4 respectievelijk vervangen door de volgende bepalingen :
" § 3. Als van het dwangbevel eenmaal kennis is gegeven, kan de dadelijke uitwinning alleen worden opgeschort door een vordering in rechte. ".
" § 4. In geval van beroep tegen het vonnis dat de door de schuldenaar ingestelde eis heeft verworpen, kan de ontvanger der douane en accijnzen, gelet op de concrete gegevens van het dossier, met inbegrip van de financiële toestand van de schuldenaar, deze laatste kennis geven bij een ter post aangetekende brief van een verzoek tot het in consignatie geven van het geheel of een gedeelte van de verschuldigde bedragen. Aan de schuldenaar kan worden toegestaan dat die consignatie wordt vervangen door een zakelijke of persoonlijke zekerheid die wordt aangenomen door de Administratie der douane en accijnzen.
De gevorderde bedragen dienen in consignatie te worden gegeven of de zekerheid dient te worden gesteld binnen twee maanden vanaf de kennisgeving.
Bij gebreke van het in consignatie geven van de bedragen of het stellen van de zekerheid binnen de bepaalde termijn, dient de rechtsinstantie waarbij de voorziening is aanhangig gemaakt, binnen drie maanden te rekenen vanaf het verstrijken van die termijn, de voorziening niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij zij, op grond van een met redenen omkleed verzoekschrift ingediend door de schuldenaar binnen twee maanden vanaf de kennisgeving bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf, besluit, binnen dezelfde termijn van drie maanden, dat het door de met de invordering belaste ambtenaar gedane verzoek ongegrond is. ".
" § 3. Als van het dwangbevel eenmaal kennis is gegeven, kan de dadelijke uitwinning alleen worden opgeschort door een vordering in rechte. ".
" § 4. In geval van beroep tegen het vonnis dat de door de schuldenaar ingestelde eis heeft verworpen, kan de ontvanger der douane en accijnzen, gelet op de concrete gegevens van het dossier, met inbegrip van de financiële toestand van de schuldenaar, deze laatste kennis geven bij een ter post aangetekende brief van een verzoek tot het in consignatie geven van het geheel of een gedeelte van de verschuldigde bedragen. Aan de schuldenaar kan worden toegestaan dat die consignatie wordt vervangen door een zakelijke of persoonlijke zekerheid die wordt aangenomen door de Administratie der douane en accijnzen.
De gevorderde bedragen dienen in consignatie te worden gegeven of de zekerheid dient te worden gesteld binnen twee maanden vanaf de kennisgeving.
Bij gebreke van het in consignatie geven van de bedragen of het stellen van de zekerheid binnen de bepaalde termijn, dient de rechtsinstantie waarbij de voorziening is aanhangig gemaakt, binnen drie maanden te rekenen vanaf het verstrijken van die termijn, de voorziening niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij zij, op grond van een met redenen omkleed verzoekschrift ingediend door de schuldenaar binnen twee maanden vanaf de kennisgeving bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf, besluit, binnen dezelfde termijn van drie maanden, dat het door de met de invordering belaste ambtenaar gedane verzoek ongegrond is. ".
Art. 4. Dans l'article 314 de la même loi, les §§ 3 et 4 sont remplacés respectivement par les dispositions suivantes :
" § 3. Après la notification de la contrainte, l'exécution parée ne pourra être suspendue que par une action en justice. ".
" § 4. En cas d'appel du jugement qui a rejeté l'action en justice introduite par le débiteur, le receveur des douanes et accises peut, eu égard aux données concrètes du dossier, en ce compris la situation financière du débiteur, notifier à celui-ci, par pli recommandé à la poste, une demande de consignation de tout ou de partie des sommes dues. Le débiteur peut être autorisé à remplacer cette consignation par une sûreté réelle ou personnelle agréée par l'Administration des douanes et accises.
Les sommes réclamées doivent être consignées ou la sûreté constituée, dans les deux mois de la notification.
A défaut de consignation des sommes ou de constitution de la sûreté dans le délai imparti, la juridiction saisie du recours doit, dans les trois mois à compter de l'expiration de ce délai, déclarer le recours irrecevable à moins que, sur requête motivée du débiteur dans les deux mois de la notification visée à l'alinéa 1er de ce paragraphe, elle ne conclue, dans la même période de trois mois, que la demande formée par le fonctionnaire chargé du recouvrement n'est pas fondée. ".
" § 3. Après la notification de la contrainte, l'exécution parée ne pourra être suspendue que par une action en justice. ".
" § 4. En cas d'appel du jugement qui a rejeté l'action en justice introduite par le débiteur, le receveur des douanes et accises peut, eu égard aux données concrètes du dossier, en ce compris la situation financière du débiteur, notifier à celui-ci, par pli recommandé à la poste, une demande de consignation de tout ou de partie des sommes dues. Le débiteur peut être autorisé à remplacer cette consignation par une sûreté réelle ou personnelle agréée par l'Administration des douanes et accises.
Les sommes réclamées doivent être consignées ou la sûreté constituée, dans les deux mois de la notification.
A défaut de consignation des sommes ou de constitution de la sûreté dans le délai imparti, la juridiction saisie du recours doit, dans les trois mois à compter de l'expiration de ce délai, déclarer le recours irrecevable à moins que, sur requête motivée du débiteur dans les deux mois de la notification visée à l'alinéa 1er de ce paragraphe, elle ne conclue, dans la même période de trois mois, que la demande formée par le fonctionnaire chargé du recouvrement n'est pas fondée. ".
TITEL III. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
TITRE III. - Modifications du Code des impôts sur les revenus 1992.
Art. 5. Artikel 346 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld met het volgende lid;
" Ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag, stelt de administratie de belastingplichtige bij ter post aangetekende brief in kennis van de opmerkingen die hij heeft gemaakt overeenkomstig het derde lid van dit artikel, en waarmee zij geen rekening heeft gehouden, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen. ".
" Ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag, stelt de administratie de belastingplichtige bij ter post aangetekende brief in kennis van de opmerkingen die hij heeft gemaakt overeenkomstig het derde lid van dit artikel, en waarmee zij geen rekening heeft gehouden, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen. ".
Art. 5. L'article 346 du Code des impôts sur les revenus 1992 est complété par l'alinéa suivant :
" Au plus tard le jour de l'établissement de la cotisation, l'administration fait connaître au contribuable, par lettre recommandée à la poste, les observations que celui-ci a formulées conformément à l'alinéa 3 du présent article, et dont elle n'a pas tenu compte, en indiquant les motifs qui justifient sa décision. ".
" Au plus tard le jour de l'établissement de la cotisation, l'administration fait connaître au contribuable, par lettre recommandée à la poste, les observations que celui-ci a formulées conformément à l'alinéa 3 du présent article, et dont elle n'a pas tenu compte, en indiquant les motifs qui justifient sa décision. ".
Art. 6. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 352bis ingevoegd, luidende :
" Art. 352bis.- Ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag, stelt de administratie de belastingplichtige bij ter post aangetekende brief in kennis van de opmerkingen die hij heeft gemaakt overeenkomstig artikel 351, derde lid, en waarmee zij geen rekening heeft gehouden, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen. ".
" Art. 352bis.- Ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag, stelt de administratie de belastingplichtige bij ter post aangetekende brief in kennis van de opmerkingen die hij heeft gemaakt overeenkomstig artikel 351, derde lid, en waarmee zij geen rekening heeft gehouden, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen. ".
Art. 6. Un article 352bis rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
" Art. 352bis.- Au plus tard le jour de l'établissement de la cotisation, l'administration fait connaître au contribuable, par lettre recommandée à la poste, les observations que celui-ci a formulées conformément à l'article 351, troisième alinéa, et dont elle n'a pas tenu compte, en indiquant les motifs qui justifient sa décision. ".
" Art. 352bis.- Au plus tard le jour de l'établissement de la cotisation, l'administration fait connaître au contribuable, par lettre recommandée à la poste, les observations que celui-ci a formulées conformément à l'article 351, troisième alinéa, et dont elle n'a pas tenu compte, en indiquant les motifs qui justifient sa décision. ".
TITEL IV. - Inwerkingtreding.
TITRE IV. - Entrée en vigueur.
Art. 7. Artikel 2 is van toepassing op de inning van rechten en accijnzen die zijn ontstaan of, indien het geschil geen verband houdt met de inning van rechten en accijnzen, op de beschikkingen (die zijn getroffen vanaf de dag) waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. De artikelen 3 en 4 treden in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. De artikelen 5 en 6 treden in werking op 1 oktober 2000.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 30 juni 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 30 juni 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN.
Art. 7. L'article 2 est applicable à la perception des droits et des droits d'accises qui sont nés ou, si le litige n'a aucun lien avec la perception des droits et des droits d'accises, aux décisions prises à partir du jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge. Les articles 3 et 4 entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge. Les articles 5 et 6 entrent en vigueur le 1er octobre 2000.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 30 juin 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
M. VERWILGHEN.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 30 juin 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
M. VERWILGHEN.