Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
28 JANUARI 2000. - Koninklijk besluit betreffende de medische geschiktheid voor duikactiviteiten en voor droge duiken (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-03-2000 en tekstbijwerking tot 01-03-2016)
Titre
28 JANVIER 2000. - Arrêté royal relatif à l'aptitude médicale à des activités de plongée et à des plongées sèches (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-03-2000 et mise à jour au 01-03-2016)
Dokumentinformationen
Numac: 2000007046
Datum: 2000-01-28
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2000007046
Date: 2000-01-28
Moniteur: Voir
Tekst (23)
Texte (23)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder :
1° "de kandidaat-duiker" : de militair of de burger die kandidaat is voor een functie als militair waaraan duikactiviteiten verbonden zijn;
2° "de kandidaat-droogduiker" : de militair of de burger die kandidaat is voor een functie als militair waaraan droge duiken verbonden zijn;
3° "de duiker" : de militair die een functie uitoefent waaraan duikactiviteiten verbonden zijn;
4° "de droogduiker" : de militair die een functie uitoefent waaraan droge duiken verbonden zijn;
5° "een duikactiviteit" : een activiteit die onder water uitgevoerd wordt door een duiker of een kandidaat-duiker die :
a) ofwel uitgerust is met een reservoir met geperste lucht, zuurstof of een gasmengsel;
b) ofwel verbonden blijft met de oppervlakte met slangen waardoor lucht of een gasmengsel wordt aangevoerd;
c) ofwel de adem inhoudt om meer dan drie meter diep te duiken;
6° "een droge duik" : elk verblijf in een hyperbare kamer waarin de druk boven de atmosferische druk wordt gebracht.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° "le candidat plongeur" : le militaire ou le civil qui est candidat pour une fonction comme militaire entraînant des activités de plongée;
2° "le candidat plongeur sec" : le militaire ou le civil qui est candidat pour une fonction comme militaire entraînant des plongées sèches;
3° "le plongeur" : le militaire exerçant une fonction entraînant des activités de plongée;
4° "le plongeur sec" : le militaire exerçant une fonction entraînant des plongées sèches;
5° ''une activité de plongée" : une activité effectuée sous l'eau par un plongeur ou un candidat plongeur :
a) soit équipé d'un réservoir d'air comprimé, d'oxygène ou d'un mélange gazeux;
b) soit restant relié à la surface par des tuyaux d'approvisionnement d'air ou de mélange gazeux;
c) soit retenant sa respiration pour plonger à plus de trois mètres de profondeur;
6° "une plongée sèche" : tout séjour dans une chambre hyperbare dans laquelle la pression est portée au-dessus de la pression atmosphérique.
Art. 2. De kandidaat-duiker en de kandidaat-droogduiker ondergaan een initieel medisch onderzoek om hun medische geschiktheid na te gaan om, volgens het geval, duikactiviteiten of droge duiken uit te voeren.
De duiker en de droogduiker ondergaan een medisch controle-onderzoek, hierna "het onderzoek" genoemd, om hun medische geschiktheid na te gaan om, volgens het geval, duikactiviteiten of droge duiken uit te voeren.
Art. 2. Le candidat plongeur et le candidat plongeur sec subissent un examen médical initial afin de vérifier leur aptitude médicale à effectuer, selon le cas, des activités de plongée ou des plongées sèches.
Le plongeur et le plongeur sec subissent un examen médical de contrôle, dénommé ci-après "l'examen", afin de vérifier leur aptitude médicale à effectuer, selon le cas, des activités de plongée ou des plongées sèches.
Art. 3. § 1. Het onderzoek omvat :
1° een medische ondervraging;
2° een algemeen klinisch onderzoek;
3° een tonale audiometrie volgens ISO-normen ter bepaling van de gehoordrempel op de frequenties 250, 500, 1000, 2000, 3000, 4000, 6000 en 8000 hertz;
4° een onderzoek van de integriteit en de beweeglijkheid van de trommelvliezen;
5° een onderzoek van de visus, in het bijzonder van de gezichtsscherpte, van het gezichtsveld, van het binoculair zicht en van de kleurenperceptie;
6° een submaximale inspanningsproef met gelijktijdige controle van de arteriële bloeddruk en van het elektrocardiogram;
7° een onderzoek van de longfunctie;
8° een urine-onderzoek;
9° een algemeen bloedonderzoek;
10° een proef in de hyperbare kamer tot een relatieve druk van 1,5 bar;
11° een grondig onderzoek van het gebit;
12° [1 in voorkomend geval, een elektro-encefalogram.]1
§ 2. Het initieel medisch onderzoek omvat :
1° het onderzoek;
2° een radiologisch onderzoek van de thorax, de gelaatssinussen, de lumbo-sacrale wervelzuil, de schouders, de heupen en de knieën;
3° een psychologisch onderzoek.
[1 4° een elektro-encefalogram.]1
§ 3. Indien de uitslag van het initieel medisch onderzoek of het onderzoek niet toelaat te beslissen over de medische geschiktheid, kan de hoofdgeneesheer van [2 de cel marine van het centrum voor medische expertise]2 bijkomende onderzoeken opleggen of de militair in kwestie in observatie stellen in een gespecialiseerde medische inrichting.
De onderzoeken bedoeld in § 1, 1° en 2°, worden uitgevoerd door geneesheren die gespecialiseerd zijn in de duikgeneeskunde.
Art. 3. § 1. L'examen comprend :
1° un interrogatoire médical;
2° un examen clinique général;
3° une audiométrie tonale suivant les normes ISO pour déterminer le seuil auditif aux fréquences 250, 500, 1000, 2000, 3000, 4000, 6000 et 8000 hertz;
4° un examen de l'intégrité et de la souplesse des tympans;
5° un examen de la vue, en particulier de l'acuité visuelle, du champ visuel, de la vision binoculaire et de la perception des couleurs;
6° une épreuve d'effort submaximal avec contrôle extemporané de la pression artérielle et de l'électrocardiogramme;
7° un examen de la fonction pulmonaire;
8° un examen d'urines;
9° un examen général du sang;
10° une épreuve en chambre hyperbare jusqu'à la pression relative de 1,5 bars;
11° un examen approfondi de la dentition;
12° [1 le cas échéant, un électroencéphalogramme.]1
§ 2. L'examen médical initial comprend :
1° l'examen;
2° un examen radiologique du thorax, des sinus, de la colonne lombo-sacrée, des épaules, des hanches et des genoux;
3° un examen psychologique.
[1 4° un électroencéphalogramme.]1
§ 3. Si le résultat de l'examen médical initial ou de l'examen ne permet pas de décider de l'aptitude médicale, le médecin chef [2 de la cellule marine du centre médical d'expertise]2 peut imposer des examens supplémentaires ou la mise en observation [1 de l'intéressé]1 dans une institution médicale spécialisée.
Les examens visés au § 1er, 1° et 2°, sont effectués par des médecins spécialisés dans la médecine de plongée.
Art. 4. § 1. De kandidaat-duiker en de kandidaat-droogduiker ondergaan het initieel medisch onderzoek voor zij enige duikactiviteit of droge duik uitvoeren.
De duiker en de droogduiker ondergaan het onderzoek jaarlijks.
§ 2. [1 ....]1.
§ 3. [1 Bovendien ondergaan de duiker en de droogduiker het onderzoek in de volgende gevallen :
1° op verzoek van een van de hiërarchische overheden van de militair, met een rang ten minste gelijk aan die van eenheidscommandant, wanneer deze meent dat de militair medisch ongeschikt is voor duikactiviteiten of droge duiken;
2° op verzoek van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer van de geneesheer-arbeidsinspecteur of een geneesheer van het medisch regionaal centrum, bevoegd voor de eenheid van de militair :
a) wanneer hij van oordeel is dat de militair een medisch probleem heeft dat een invloed kan hebben op diens medische geschiktheid voor duikactiviteiten of droge duiken;
b) wanneer de militair gedurende meer dan [2 achtentwintig opeenvolgende dagen]2 om gezondheidsredenen afwezig is geweest;
3° op verzoek van de militair via de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, omdat de militair van oordeel is dat zijn medische geschiktheid gewijzigd is;
4° op verzoek van de voorzitter van de commissie bedoeld in artikel 8, eerste lid, in het geval de militair in kwestie beroep aantekent tegen de beslissing bedoeld in artikel 6, § 2;
5° na een periode van tijdelijke medische ongeschiktheid;
6° na een beslissing tot medische ongeschiktheid voor dienst op zee, genomen door de militaire overheid die daartoe bevoegd is krachtens het koninklijk besluit van 23 december 1991 betreffende de medische geschiktheid voor dienst op zee;
7° na een beslissing tot medische ongeschiktheid als chauffeur of voor een bijzondere opdracht of functie.]1

Art. 4. § 1. Le candidat plongeur et le candidat plongeur sec subissent l'examen médical initial avant d'effectuer une activité de plongée ou une plongée sèche quelconque.
Le plongeur et le plongeur sec subissent l'examen annuellement.
§ 2. [1 ...]1.
§ 3. [1 En outre, le plongeur et le plongeur sec subissent l'examen dans les cas suivants :
1° à la demande d'une des autorités hiérarchiques du militaire, d'un rang au moins égal à celui de commandant d'unité, lorsque celle-ci estime que le militaire pourrait être médicalement inapte à des activités de plongée ou à des plongées sèches;
2° à la demande du conseiller en prévention-médecin du travail du médecin-inspecteur du travail ou d'un médecin du centre régional médical, compétent pour l'unité du militaire :
a) lorsqu'il estime que le militaire a un problème médical susceptible d'influencer son aptitude médicale à des activités de plongée ou à des plongées sèches;
b) lorsque le militaire a été absent pour motif de santé pendant plus de [2 vingt-huit jours consécutifs]2;
3° à la demande du militaire via le conseiller en prévention-médecin du travail, parce que le militaire estime que son aptitude médicale a changé;
4° à la demande du président de la commission visée à l'article 8, alinéa 1er, dans le cas où le militaire en question fait appel de la décision visée à l'article 6, § 2;
5° après une période d'inaptitude médicale temporaire;
6° après une décision d'inaptitude médicale au service en mer, prise par l'autorité militaire compétente en vertu de l'arrêté royal du 23 décembre 1991 relatif à l'aptitude médicale au service en mer;
7° après une décision d'inaptitude médicale comme chauffeur ou pour une mission ou une fonction particulière.]1

Art. 5. De kandidaat-duiker moet voldoen aan de medische voorwaarden vastgesteld in de bijlage I bij dit besluit.
De duiker moet voldoen aan de medische voorwaarden vastgesteld in de bijlage 2 bij dit besluit.
De kandidaat-droogduiker en de droogduiker moeten voldoen aan de medische voorwaarden vastgesteld in de bijlage 3 bij dit besluit.
Art. 5. Le candidat plongeur doit satisfaire aux conditions médicales fixées dans l'annexe I au présent arrêté.
Le plongeur doit satisfaire aux conditions médicales fixées dans l'annexe 2 au présent arrêté.
Le candidat plongeur sec et le plongeur sec doivent satisfaire aux conditions médicales fixées dans l'annexe 3 au présent arrêté.
Art. 6. § 1. De hoofdgeneesheer van [1 de cel marine van het centrum voor medische expertise]1, volgens het geval, over de medische geschiktheid voor duikactiviteiten of droge duiken van :
1° de duiker;
2° de kandidaat-duiker;
3° de droogduiker;
4° de kandidaat-droogduiker.
Hij beslist, volgens het geval, op basis van het initieel medisch onderzoek of het onderzoek.
Wie het initieel medisch onderzoek of het onderzoek waarvoor hij opgeroepen was, niet ondergaat, is automatisch medisch ongeschikt, volgens het geval, voor duikactiviteiten of voor droge duiken tot de hoofdgeneesheer van [1 de cel marine van het centrum voor medische expertise]1 beslist heeft over zijn medische geschiktheid op basis van het onderzoek of het initieel medisch onderzoek waarvoor hij opgeroepen was.
De resultaten van het onderzoek of het initieel onderzoek op grond waarvan de hoofdgeneesheer van [1 de cel marine van het centrum voor medische expertise]1 beslist, mogen geraadpleegd worden door de geneesheer van de militair in kwestie. Deze resultaten zijn hiertoe beschikbaar [2 in de cel marine van het centrum voor medische expertise]2 gedurende de vijftien werkdagen voorafgaand aan de zitting van de commissie.
§ 2. De hoofdgeneesheer van [1 de cel marine van het centrum voor medische expertise]1 neemt een van volgende beslissingen :
1° geschiktheid;
2° tijdelijke ongeschiktheid;
3° verlenging van de tijdelijke ongeschiktheid;
4° definitieve ongeschiktheid.
§ 3. De beslissing tot geschiktheid voor duikactiviteiten kan vergezeld zijn van een van volgende beperkingen :
1° beperking van de maximale duikdiepte;
2° beperking van de frequentie van de duikactiviteiten;
3° beperking van de duur van de duikactiviteiten;
4° beperking van de aard van de duikactiviteiten;
5° beperking van de geldigheidsduur van de beslissing;
6° beperking van de maximale druk.
De beslissing tot tijdelijke ongeschiktheid wordt genomen voor een bepaalde duur.
Art. 6. § 1. Le médecin chef [1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 décide, selon le cas, de l'aptitude médicale à des activités de plongée ou à des plongées sèches :
1° du plongeur;
2° du candidat plongeur;
3° du plongeur sec;
4° du candidat plongeur sec.
Il décide, selon le cas, sur la base de l'examen médical initial ou de l'examen.
Celui qui ne subit pas l'examen médical initial ou l'examen pour lequel il a été convoqué, est automatiquement médicalement inapte, selon le cas, à des activités de plongée ou à des plongées sèches jusqu'à ce que le médecin chef [1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 ait décidé de son aptitude médicale sur la base de l'examen ou de l'examen médical initial pour lequel il a été convoqué.
Les résultats de l'examen ou de l'examen initial sur la base desquels le médecin chef [1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 décide peuvent être consultés par le médecin du militaire en question. A cet effet, ces résultats sont disponibles [2 à la cellule marine du centre médical d'expertise]2 pendant les quinze jours ouvrables précédant la séance de la commission.
§ 2. Le médecin chef [1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 prend une des décisions suivantes :
1° l'aptitude;
2° l'inaptitude temporaire;
3° la prolongation de l'inaptitude temporaire;
4° l'inaptitude définitive.
§ 3. La décision d'aptitude à des activités de plongée peut être accompagnée d'une des limitations suivantes :
1° limitation de la profondeur de plongée maximale;
2° limitation de la fréquence des activités de plongée;
3° limitation de la durée des activités de plongée;
4° limitation de la nature des activités de plongée;
5° limitation de la durée de validité de la décision;
6° limitation de la pression maximale.
La décision d'inaptitude temporaire est prise pour une durée déterminée.
Art. 7. De hoofdgeneesheer van [1 de cel marine van het centrum voor medische expertise]1 betekent zijn gemotiveerde beslissing aan de betrokkene.
Is de betrokkene een militair, dan brengt de hoofdgeneesheer van [1 de cel marine van het centrum voor medische expertise]1 zijn gemotiveerde beslissing bovendien ter kennis van de korpscommandant van de militair [2 , alsmede van de hoofdgeneesheer van het medisch regionaal centrum en van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor de eenheid van de betrokken militair]2.
Art. 7. Le médecin chef [1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 notifie sa décision motivée à l'intéressé.
Si l'intéressé est un militaire, le médecin chef [1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 porte également sa décision motivée à la connaissance du chef de corps du militaire [2 , ainsi que du médecin chef du centre médical régional et du conseiller en prévention-médecin du travail compétents pour l'unité du militaire concerné]2.
Art. 8. [1 § 1. Er wordt een medische commissie van beroep voor de geschiktheid voor duikactiviteiten, hierna te noemen " de commissie ", opgericht, die bestaat uit drie leden, onder wie een voorzitter.
Op voorstel van de commandant van de medische component, wijst de directeur-generaal human resources de leden aan van de commissie, evenals een plaatsvervangend lid.
De leden van de commissie zijn officier-geneesheer van het actief kader.
Minstens een lid en het plaatsvervangende lid van de commissie moeten ervaring hebben in duikactiviteiten.
De voorzitter van de commissie is het lid met de meeste anciënniteit in de hoogste graad.
§ 2. Het secretariaat van de commissie wordt waargenomen door een secretaris die kan worden bijgestaan door andere personeelsleden van het departement van Defensie. Het personeel van het secretariaat van elke commissie wordt aangewezen door de voorzitter van de betrokken commissie.
§ 3. De leden van de commissie en de secretaris moeten de zaak kunnen behandelen in de taal van het taalstelsel van de belanghebbende.
§ 4. De bevoegheden van korpscommandant worden ten aanzien van de leden van de commissie en van het secretariaat uitgeoefend :
1° in administatief opzicht, door de voorzitter van de commissie;
2° in disciplinair opzicht, door de commandant van de medische component.]1

Art. 8. [1 Il est instauré une commission médicale d'appel d'aptitude aux activités de plongée, dénommée ci-après " la commission ", composée de trois membres dont un président.
Sur la proposition du commandant de la composante médicale, le directeur général human resources désigne les membres de la commission, ainsi qu'un membre suppléant.
Les membres de la commission sont officiers médecins du cadre actif.
Au moins un membre et le membre suppléant de la commission doivent avoir de l'expérience dans les activités de plongées.
Le président de la commission est le membre avec le plus d'ancienneté dans le grade le plus élevé.
§ 2. Le secrétariat de la commission est assuré par un secrétaire qui peut être assisté par d'autres membres du personnel du département de la Défense. Le personnel du secrétariat est désigné par le président de la commission concernée.
§ 3. Les membres de la commission et le secrétaire doivent être capables de traiter l'affaire dans la langue du régime linguistique de l'intéressé.
§ 4. Les attributions de chef de corps à l'égard des membres de la commission et du secrétariat sont exercées :
1° au point de vue administratif, par le président de la commission;
2° au point de vue disciplinaire, par le commandant de la composante médicale.]1

Art.8/1.[1 Elke persoon, waarvan de geschiktheid voor duikactiviteiten onderzocht wordt, kan elk lid van de commissie wraken [2 indien hij van mening is dat een wettige verdenking bestaat ten opzichte van een lid]2.
Dient zich te wraken elk lid van de commissie :
1° dat de echtgenoot of wettelijk samenwonende, of een bloed- of aanverwant tot de vierde graad is van de persoon, waarvan de geschiktheid voor duikactiviteiten onderzocht wordt;
2° dat [2 ...]2 van mening is dat hij de persoon, waarvan de geschiktheid voor duikactiviteiten onderzocht wordt, niet volkomen onpartijdig kan beoordelen.
Elke persoon, waarvan de geschiktheid voor duikactiviteiten onderzocht wordt, of het betrokken lid moet de wrakingsgrond doen gelden :
1° bij de voorzitter van de commissie indien de wrakingsgrond een lid van de commissie betreft;
2° bij de directeur-generaal human resources, indien de wrakingsgrond de voorzitter van de commissie betreft.
Indien de voorzitter van de commissie of de directeur-generaal human resources oordeelt dat de motivering ontoereikend is, kan hij de wraking verwerpen. De verwerping wordt schriftelijk gemotiveerd. Indien hij oordeelt dat de wrakingsgrond gegrond is, worden nieuwe leden aangewezen.
[2 De beslissing wordt overgemaakt aan de betrokkene door middel van elk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs, in voorkomend geval, vergezeld van de lijst van de nieuwe aangewezen leden.]2
De wrakingsgrond, gemotiveerd door een bewijs of een begin van bewijs, wordt door elk schriftelijk communicatiemiddel toegezonden tegen ontvangstbewijs ten laatste vijftien werkdagen vóór de zitting van de commissie.]1

Art.8/1.[1 Toute personne, dont l'aptitude aux activités de plongée est examinée, peut récuser tout membre de la commission [2 s'il estime qu'il existe une suspicion légitime à l'égard d'un membre]2.
Doit se récuser tout membre de la commission :
1° qui est le conjoint ou cohabitant légal, ou un parent ou allié jusqu'au quatrième degré de la personne, dont l'aptitude aux activités de plongée est examinée;
2° qui [2 ...]2 estime qu'il ne peut apprécier la personne, dont l'aptitude aux activités de plongée est examinée, en toute impartialité.
Toute personne, dont l'aptitude aux activités de plongée est examinée, ou le membre concerné doit faire valoir la cause de récusation :
1° auprès du président de la commission si la cause de récusation concerne un membre de la commission;
2° auprès du directeur général human resources si la cause de récusation concerne le président de la commission.
Si le président de la commission ou le directeur général human resources estime la motivation insuffisante, il peut rejeter la récusation. Le rejet est motivé par écrit. S'il estime la cause de récusation fondée, de nouveaux membres sont désignés.
[2 La décision est transmise au concerné par tout moyen de communication écrite avec accusé de réception, le cas échéant, accompagnée de la liste des nouveaux membres désignés.]2
La cause de récusation, motivée par une preuve ou un commencement de preuve, est envoyée par tout moyen de communication écrite avec accusé de réception au plus tard quinze jours ouvrables avant la séance de la commission.]1

Art. 9. De militair in kwestie kan tegen de beslissingen bedoeld in artikel 6, § 2, beroep aantekenen bij de commissie.
Dit beroep wordt gericht aan de voorzitter van de commissie [1 bij aangetekende zending]1 brief. Het moet ingesteld worden binnen de dertig kalenderdagen volgend op de betekening van de bestreden beslissing.
Dit beroep schort de bestreden beslissing niet op.
Art. 9. Le militaire en question peut faire appel des décisions visées à l'article 6, § 2, auprès de la commission.
Cet appel est adressé au président de la commission [1 par envoi recommandé]1. Il doit être fait dans les trente jours calendriers suivant la notification de la décision contestée.
Cet appel ne suspend pas la décision contestée.
Art. 10. De voorzitter van de commissie verzoekt de militair in kwestie te verschijnen voor de commissie. Deze mag zich laten bijstaan door een geneesheer van zijn keuze.
De commissie mag het advies inwinnen van de specialisten van haar keuze.
De militair in kwestie of zijn geneesheer mogen hun opmerkingen schriftelijk of mondeling kenbaar maken voor de commissie.
De voorzitter van de commissie kan de hoofdgeneesheer van [1 de cel marine van het centrum voor medische expertise]1 uitnodigen de beslissing bedoeld in artikel 6, § 2, toe te lichten.
Art. 10. Le président de la commission demande au militaire en question de comparaître devant la commission. Celui-ci peut se faire assister par le médecin de son choix.
La commission peut demander conseil aux spécialistes de son choix.
Le militaire en question ou son médecin peuvent porter à la connaissance de la commission leurs remarques par écrit ou oralement.
Le président de la commission peut inviter le médecin chef [1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 à commenter la décision visée à l'article 6, § 2.
Art. 11. § 1. Indien de militair op medische gronden beroep aantekent tegen de beslissing van de hoofdgeneesheer [1 in de cel marine van het centrum voor medische expertise]1, beslist de commissie, naargelang van het geval, op basis van een nieuw onderzoek of op basis van een nieuw initieel onderzoek.
De resultaten van het onderzoek of het initieel onderzoek op grond waarvan de commissie beslist, mogen geraadpleegd worden door de geneesheer van de militair in kwestie. Deze resultaten zijn hiertoe beschikbaar [2 in de cel marine van het centrum voor medische expertise]2 gedurende de vijftien werkdagen voorafgaand aan de zitting van de commissie.
§ 2. De commissie neemt een van de beslissingen bedoeld in artikel 6, § 2.
De commissie beslist bij meerderheid van stemmen van de leden.
Art. 11. § 1. Si le militaire fait appel de la décision prise par le médecin chef [1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 pour des motifs médicaux, la commission décide, selon le cas, sur la base d'un nouvel examen ou d'un nouvel examen initial.
Les résultats de l'examen ou de l'examen initial sur la base desquels la commission décide peuvent être consultés par le médecin du militaire en question. A cet effet, ces résultats sont disponibles [2 à la cellule marine du centre médical d'expertise ]2 pendant les quinze jours ouvrables précédant la séance de la commission.
§ 2. La commission prend une des décisions visées à l'article 6, § 2.
La commission décide à la majorité des voix des membres.
Art. 12. De voorzitter van de commissie betekent de gemotiveerde beslissing van de commissie aan de militair in kwestie.
Hij brengt deze gemotiveerde beslissing bovendien ter kennis van de korpscommandant van de militair [1 , van de hoofdgeneesheer van de cel marine van het centrum voor medische expertise, alsmede van de hoofdgeneesheer van het medisch regionaal centrum en van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor de eenheid van de betrokken militair]1.
Art. 12. Le président de la commission notifie la décision motivée de la commission au militaire en question.
Il porte cette décision motivée également à la connaissance du chef de corps du militaire [1 du médecin chef de la cellule marine du centre médical, ainsi que du médecin chef du centre médical régional et du conseiller en prévention-médecin du travail compétents pour l'unité du militaire concerné]1.
Art. 13. Indien de hoofdgeneesheer van [1 de cel marine van het centrum voor medische expertise]1 of de commissie oordeelt dat de militair in kwestie voor elke militaire dienst ongeschikt zou kunnen zijn, stelt hij de minister van [2 Defensie]2 of de militaire overheid aangeduid door de minister van [2 Defensie]2 in kennis van dit oordeel, met het oog op de behandeling van de zaak door de Militaire Commissie voor Geschiktheid en Reform.
In het geval bedoeld in het eerste lid, stelt hij eveneens de militair in kwestie in kennis van het feit dat zijn zaak zal behandeld worden door de Militaire Commissie voor Geschiktheid en Reform.
In het geval dat de hoofdgeneesheer van [1 de cel marine van het centrum voor medische expertise]1 oordeelt dat de militair in kwestie voor elke militaire dienst ongeschikt zou kunnen zijn, beslist de commissie pas over een eventueel beroep na de beslissing van de Militaire Commissie voor Geschiktheid en Reform en in voorkomend geval na de beslissing van de Militaire Commissie van Beroep voor Geschiktheid en Reform voor zover een van deze laatste commissies geen definitieve beslissing tot ongeschiktheid voor elke militaire dienst heeft genomen.
Art. 13. Si le médecin chef [1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 ou la commission est d'avis que le militaire en question pourrait être inapte à tout service militaire, il porte cet avis à la connaissance du ministre de la Défense ou de l'autorité militaire désignée par le ministre de la Défense en vue du traitement de l'affaire par la Commission militaire d'aptitude et de réforme.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, selon le cas, il porte également à la connaissance du militaire en question le fait que son affaire sera [2 traitée]2 par la Commission militaire d'aptitude et de réforme.
Dans le cas où le médecin chef [1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 estime que le militaire en question pourrait être inapte à tout service militaire, la commission ne décide d'un éventuel appel qu'après la décision de la Commission militaire d'aptitude et de réforme et le cas échéant après la décision de la Commission militaire d'aptitude et de réforme et pour autant qu'une de ces dernières commissions n'a pas pris une décision définitive d'inaptitude à tout service militaire.
Art. 14. De commissie houdt een geactualiseerde lijst bij van de geneesmiddelen waarvan de inname automatisch leidt tot tijdelijke medische ongeschiktheid voor duikactiviteiten en voor droge duiken voor de duur van de behandeling.
Evenwel is de inname van de geneesmiddelen bedoeld in het eerste lid toegelaten voor droge duiken indien aan de volgende voorwaarden gelijktijdig voldaan is :
1° de geneesmiddelen interfereren niet met de opname en eliminatie van inert gas;
2° de geneesmiddelen interfereren niet met de capaciteit tot drukegalisatie van de lichaamsholten;
3° de geneesmiddelen worden niet ingenomen voor een reden die voorkomt, volgens het geval, in de bijlage 1, 2 of 3 bij dit besluit.
De lijst bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennis gebracht van de betrokken militairen volgens de regels vastgesteld in het reglement bedoeld in artikel 16.
Art. 14. La commission tient à jour une liste actualisée des médicaments dont la prise entraîne automatiquement l'inaptitude médicale temporaire à des activités de plongée et à des plongées sèches pour la durée du traitement.
Toutefois, la prise des médicaments visée à l'alinéa 1er, est autorisée pour des plongées sèches si les conditions suivantes sont rencontrées simultanément :
1° les médicaments n'interfèrent pas avec la résorption et l'élimination de gaz inerte;
2° les médicaments n'interfèrent pas avec la capacité d'égalisation de pression entre les cavités corporelles;
3° les médicaments ne sont pas pris pour une raison reprise, selon le cas, dans l'annexe 1, 2 ou 3 au présent arrêté.
La liste visée à l'alinéa 1er, est portée à la connaissance des militaires selon les règles fixées dans le règlement visé à l'article 16.
Art. 15. Al wie kennis heeft van enig bedrog bij de beslissing van de hoofdgeneesheer van [1 de cel marine van het centrum voor medische expertise]1 of van de commissie, vraagt de minister van [3 Defensie]3 om herziening van deze beslissing.
Deze aanvraag moet binnen de vijf jaar na de betekening van de omstreden beslissing aan de betrokkene ingediend worden.
Oordeelt de minister van [3 Defensie]3 de aanvraag tot herziening gegrond, dan vat hij de voorzitter van de commissie.
De aanvraag tot herziening is gegrond onder meer indien enige handeling bewust gesteld werd met het oogmerk de beslissing van de commissie of van de hoofdgeneesheer van [1 de cel marine van het centrum voor medische expertise]1 in deze of gene zin zodanig te beïnvloeden of te wijzigen dat ze niet overeenstemt met de werkelijke toestand van de betrokken militair. In het bijzonder wordt elke bewust gestelde daad waardoor onderzoeksresultaten of een ander document hiertoe weggemaakt, verborgen, vernietigd, verduisterd of gewijzigd worden, als bedrieglijk beschouwd.
Gaat de vraag bedoeld in het eerste lid uit van de militair op wie de beslissing betrekking had en oordeelt de minister van [3 Defensie]3 de aanvraag tot herziening ongegrond, dan brengt hij de aanvrager op de hoogte van zijn gemotiveerde weigering de voorzitter van de commissie te vatten.
De [2 commandant van de medische component]2 vervangt de hoofdgeneesheer van het Centrum voor Duik- en Hyperbare Geneeskunde en een lid van de commissie waarvan de beslissing herzien wordt, door een ander militair geneesheer als lid van de commissie die deze beslissing herziet.
In het geval bedoeld in het derde lid beslist de commissie in laatste aanleg volgens de procedure bedoeld in de artikelen 10, 11, 12 en 13.
Art. 15. Toute personne ayant connaissance de quelque fraude lors de la décision du médecin chef [1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 ou de la commission, demande la révision de cette décision au ministre de la Défense.
Cette demande doit être introduite dans les cinq années suivant la notification de la décision litigieuse à l'intéressé.
Si le ministre de la Défense estime la demande de révision justifiée, il saisit le président de la commission.
La demande de révision est justifiée entre autres si un acte quelconque a été sciemment posé en vue d'influencer ou de modifier dans un sens ou dans un autre la décision de la commission ou du médecin chef [1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 de sorte qu'elle ne corresponde pas avec la situation réelle du militaire concerné. En particulier, tout acte posé sciemment par lequel des résultats d'examens ou un autre document est enlevé, caché, détruit, détourné ou modifié à cet effet, est considéré comme frauduleux.
Si la demande visée à l'alinéa 1er émane du militaire concerné par la décision et si le ministre de la Défense estime la demande de révision non justifiée, il informe le demandeur de son refus motivé de saisir le président de la commission.
Le [2 commandant de la composante médicale]2 remplace le médecin chef[1 de la cellule marine du centre médical d'expertise]1 et un membre de la commission dont la décision est revue par un autre médecin militaire comme membre de la commission qui revoit cette décision.
Dans le cas visé à l'alinéa 3, la commission décide en dernière instance selon la procédure visée aux articles 10,11,12 et 13.
Art. 16. De nadere regels betreffende duikactiviteiten en droge duiken worden door de chef [1 defensie]1 vastgesteld in een reglement.
Art. 16. Les modalités afférentes à ces activités de plongée sont fixées par le chef de [1 la défense]1 dans un règlement.
Art. 17. Zolang de benaming "zeemacht" niet gewijzigd is in "marine" in de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut der beroepsofficieren van de land-, de lucht-, de zeemacht en de medische dienst en der reserveofficieren van alle krijgsmachtdelen en van de medische dienst, moet telkens "zeemacht" gelezen worden wanneer de benaming "marine" gebruikt wordt in dit besluit.
Art. 17. Aussi longtemps que l'appellation "force navale" n'est pas modifiée en "marine" dans la loi du 1er mars 1958 relative au statut des officiers de carrière des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical, ainsi que des officiers de réserve de toutes les forces armées et du service médical, il y a lieu de lire "force navale" chaque fois que l'appellation "marine" est utilisée dans le présent arrêté.
Art. 18. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Notre Ministre de la Défense est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. - Medische voorwaarden waaraan de kandidaat-duiker moet voldoen.
1. Vrij zijn van de ziekten en lichaamsgebreken die aanleiding geven tot ongeschiktheid voor de militaire dienst, bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 5 november 1971 tot vaststelling van de keuringscriteria inzake medische geschiktheid voor de militaire dienst van de dienstplichtigen evenals voor de dienst van de andere militairen en van het personeel van de Rijkswacht, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 mei 1978 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 november 1991.
2. Vrij zijn van iedere niet-diabetische glucosurie die wordt veroorzaakt door een pathologische toestand met manifeste klinische gevolgen.
3. Vrij zijn van cryoglobulinemie.
4. Vrij zijn van de volgende psychische stoomissen :
1° een onvoldoende psychische maturiteit;
2° een onvoldoende emotionele stabiliteit;
3° psychische afwijkingen die de veiligheid van duikactiviteiten in het gedrang kunnen brengen;
4° iedere vorm van occasioneel druggebruik.
5. Vrij zijn van de volgende aandoeningen van het centraal zenuwstelsel en van de volgende antecedenten :
1° alle traumata van het centrale zenuwstelsel, uitgezonderd de hersenschudding onder de voorwaarden bepaald in het tweede lid;
2° elk antecedent van intracraniële chirurgie en van chirurgie ter hoogte van het ruggemerg;
3° alle niet-fysiologische afwijkingen van het elektro-encefalogram, al dan niet door bijzondere stimuli uitgelokt;
4° elk neurologisch decompressie-ongeval in de antecedenten, met of zonder sequelen;
5° alle vormen van migraine en andere cefalea;
6° spasmofilie.
Een hersenschudding in de antecedenten is toegelaten op voorwaarde dat de objectieve en subjectieve postcommotionele symptomen sinds drie maanden verdwenen zijn en een grondige neurologische en vestibulaire investigatie door een elektro-encefalogram en een elektronystagmografie niet tot contra-indicaties voor het duiken doet besluiten. In geval van hersenschudding met schedelfractuur moet bovendien minstens een jaar verstreken zijn sinds het trauma.
6. Vrij zijn van volgende aandoeningen van de gezichtsorganen en van de volgende antecedenten :
1° netvliesloslating, ongeacht een eventuele behandeling;
2° elk antecedent van corneaheelkunde ter verbetering van de visus die niet met een lasertechniek uitgeoefend is geweest;
3° elk antecedent van corneaheelkunde ter verbetering van de visus die met een laser werd uitgeoefend, maar waarvoor een oftalmoloog een ongunstig advies uitgebracht heeft of die minder dan een jaar geleden werd uitgevoerd.
7. Vrij zijn van de volgende aandoeningen van de oren en de bijorganen van het oor en van de volgende antecedenten :
1° elk sequeel van heelkundige interventie op trommelvlies of middenoor, tenzij een geneesheer-specialist in de neus- keel- en oorziekten een gunstig advies geeft betreffende de integriteit en de weerstand tegen drukveranderingen van de reconstructie;
2° elk antecedent van vestibulair decompressie-ongeval, met of zonder sequelen.
8. Vrij zijn van de volgende cardiovasculaire aandoeningen en geen van de volgende behandelingen volgen :
1° arteriële hypotensie indien deze aanleiding geeft tot syncopes of neiging tot syncopes;
2° elke congenitale hartaandoening gekenmerkt door een shunt, hoe klein ook, van het rechter naar het linker hart;
3° elke congenitale hartaandoening die een heelkundige interventie heeft genoodzaakt, met uitzondering van het atriumseptumdefect, het ventrikelseptumdefect en de open ductus arteriosus van Botali op voorwaarde dat de verbindingen integraal gesloten zijn en er geen enkele shunt, hoe klein ook, overblijft;
4° elke afwijking op het elektrocardiogram, uitgezonderd de goedaardige afwijkingen die geen enkele pathologische betekenis hebben, noch op korte, noch op lange termijn;
5° elke vasculaire aandoening gekenmerkt door shunts van veneus naar arterieel bloed, hoe klein ook;
6° onbehandelde uitgesproken varices van de onderste ledematen;
7° behandelde ernstige varices van de onderste ledematen waarbij de veneuze terugkeer belemmerd blijft;
8° het dragen van een pacemaker.
9. Vrij zijn van de volgende aandoeningen van de luchtwegen en van de volgende antecedenten :
1° een laryngocele;
2° alle vormen van pleurasequelen, van welke oorsprong ook;
3° elk antecedent van spontane pneumothorax;
4° antecedenten van barotraumatisme van de longen, al dan niet gepaard met gasembolie;
5° emfyseem;
6° longbulla, -cyste of -caviteit, hoe klein ook;
7° chronische bronchitis;
8° bronchiëctasieën;
9° bronchi met ventielstenose;
10° elk antecedent van longchirurgie;
11° een longtuberculose die nog geen volledig jaar inactief is en waarbij de eventuele radiologische sequelen een risico zouden kunnen vormen voor een barotraumatisme.
10. Vrij zijn van de volgende aandoeningen van de mondholte en van het spijsverteringskanaal en van de volgende antecedenten :
1° niet verzorgde cariës;
2° het ontbreken van een functionele integriteit van snijtanden, hoektanden en premolaren;
3° gastro-intestinale diverticulitis;
4° ieder antecedent van maag- of dundarmulcus, tenzij dit op niet-heelkundige wijze behandeld werd, de symptomen reeds minstens zes maanden zijn uitgebleven en de gastroscopie wijst op genezing.
Bovendien mag geen uitneembare tandprothese gedragen worden indien deze het fixeren van het mondstuk bemoeilijkt.
11. Vrij zijn van iedere cryo- en hydroallergie van de huid.
12. Vrij zijn van de volgende aandoeningen van het skelet en de bewegingsorganen en van volgende antecedenten :
1° juxta-articulaire, symptomatische of evoluerende osteonecroseletsels;
2° geheelde botfracturen waarbij op een recente radiografie een aanzienlijke callusvorming merkbaar is, die de veiligheid van duikactiviteiten in het gedrang kan brengen;
3° een antecedent van een breuk van het rotsbeen;
4° een niet volkomen geheelde botfractuur.
13. Vrij zijn van ziekten, gebreken en aandoeningen die :
1° de aanpassing aan het milieu onder water, aan de variaties van de hydrostatische druk en aan de koude kunnen belemmeren;
2° de veiligheid van de kandidaat en de mededuikers kan in het gedrang brengen;
3° het dragen en het gebruik van de duikuitrusting kunnen verhinderen of belemmeren;
4° kunnen verergeren ten gevolge van één of meerdere duikactiviteiten;
5° gekenmerkt zijn door een intrinsiek risico op een plotse medische aandoening.
14. Geen antecedent van decompressieongeval hebben, welke ook de ernst ervan mag geweest zijn en zelfs indien het ongeval geen sequelen naliet.
15. Het volgende minimum medisch profiel hebben :
[1 PSIVCAME
22212212]1

Bij de Marine moeten de kandidaten bovendien het volgende minimum speciaal medisch profiel hebben :
[1 GYKO
1122]1

16. Minimum 18 jaar en maximum 40 jaar oud zijn.
17. De gestalte en de biometrische afmetingen moeten verenigbaar zijn met de duikuitrustingen van de Krijgsmacht.
18. De gewichtsindex van Quetelet moet minimum 20 en maximum 25 zijn.
Evenwel kan de hoofdgeneesheer van het Centrum voor Hyperbare Geneeskunde toelaten dat de gewichtsindex van Quetelet van de militair in kwestie groter is dan 25 indien de militair in kwestie voldoet aan alle volgende voorwaarden :
1° de overschrijding van de gewichtsindex van Quetelet is niet te wijten aan een overdreven vetgehalte;
2° de overschrijding van de gewichtsindex van Quetelet is niet te wijten aan oedemen;
3° er zijn geen contra-indicaties om volkomen veilig te duiken.
19. Het indirect bepaald maximaal zuurstofverbruik bedraagt minstens 40 ml/Kg/min.
20. De drukbelastingsproef in de hyperbare kamer waarbij een relatieve druk van 1,5 bar binnen de tien minsten bereikt wordt, moet probleemloos verdragen worden.
21. Niet zwanger zijn en sinds ten minste zes maanden niet meer zwanger zijn.
22. Geen chirurgische ingreep ondergaan hebben waarbij de abdominale wand werd geopend in de loop van de laatste zes maanden.
Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 28 januari 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT
Art. N1. - Conditions médicales auxquelles doit satisfaire le candidat plongeur.
1. Etre exempt des maladies et infirmités entraînant l'inaptitude au service militaire visée à l'article 1er de l'arrêté royal du 5 novembre 1971 fixant les critères d'aptitude médicale au service militaire des miliciens ainsi qu'au service des autres militaires et du personnel de la gendarmerie, remplacé par l'arrêté royal du 16 mai 1978 et modifié par l'arrêté royal du 13 novembre 1991.
2. Etre exempt de toute glucosurie non diabétique causée par un état pathologique aux conséquences manifestes cliniques.
3. Etre exempt de cryoglobulinemie.
4. Etre exempt des troubles psychiques suivants :
1° maturité psychique insuffisante;
2° stabilité émotionnelle insuffisante;
3° anomalies psychiques pouvant mettre en péril la sécurité des activités de plongée;
4° toute Comme d'usage occasionnel de drogues.
5. Etre exempt des affections du système nerveux central et des antécédents suivants :
1° tout traumatisme du système nerveux central, à l'exception de la commotion cérébrale aux conditions déterminées à l'alinéa 2;
2° tout antécédent de chirurgie intracrânienne et de chirurgie au niveau de la moelle épinière;
3° toute anomalie non-physiologique de l'électroencéphalogramme, suscité ou non par des stimuli particuliers;
4° tout accident neurologique de décompression dans les antécédents avec ou sans séquelles;
5° toute forme de migraine et autres céphalées;
6° la spasmophilie.
Une commotion cérébrale dans les antécédents est admise à condition que tout symptôme objectif et subjectif post-commotionnel ait disparu depuis trois mois et qu'une investigation neurologique et vestibulaire élargie au moyen d'un électroencéphalogramme et d'une électronystagmographie ne fasse conclure à des contre-indications pour la plongée. Dans le cas d'une commotion cérébrale avec fracture du crâne, au moins un an doit s'être écoulé depuis le traumatisme.
6. Etre exempt des affections suivantes des organes de la vue et des antécédents suivants :
1° le décollement de la rétine, en dépit d'un traitement éventuel;
2° tout antécédent d'opération chirurgicale de la cornée visant l'amélioration de la vision et qui n'a pas été effectuée au moyen d'une technique laser;
3° tout antécédent d'opération chirurgicale de la cornée visant l'amélioration de la vision effectuée au moyen d'une technique laser, mais pour lequel un ophtalmologue a donné un avis défavorable ou qui a été effectuée il y a moins d'un an.
7. Etre exempt des affections suivantes des oreilles et des organes annexes de l'oreille et des antécédents suivants :
1° toute séquelle d'intervention chirurgicale sur le tympan ou l'oreille moyenne, à moins qu'un médecin-spécialiste en oto-rhino-laryngologie donne un avis favorable quant à l'intégrité et la résistance de la reconstruction contre des variations de pression;
2° tout antécédent d'accident vestibulaire de décompression, avec ou sans séquelles.
8. Etre exempt des affections cardio-vasculaires suivantes et ne pas suivre un des traitements suivants :
1° une hypertension artérielle si celle-ci donne lieu à des syncopes ou à des tendances syncopales;
2° toute affection cardiaque congénitale caractérisée par un shunt, aussi petit soit-il, du coeur droit vers le coeur gauche;
3° toute affection cardiaque congénitale ayant nécessité une intervention chirurgicale, à l'exception d'un défaut septal atrial, d'un défaut du septum ventriculaire et d'un ductus arteriosus de Botali à condition que les liaisons soient intégralement fermées et qu'il ne subsiste plus aucun shunt, aussi petit soit-il;
4° toute anomalie de l'électrocardiogramme, excepté les anomalies bénignes sans aucune signification pathologique, ni à long ni à court terme;
5° toute affection vasculaire caractérisée par des shunts véno-artériels, aussi petits soient-ils;
6° des varices prononcées non traitées des membres inférieurs;
7° des varices importantes traitées des membres inférieurs où la stase du retour veineux subsiste;
8° le port d'un pacemaker.
9. Etre exempt des affections des voies respiratoires suivantes et des antécédents suivants :
1° une laryngocèle;
2° toute forme de séquelle pleurale, quelle que soit son origine;
3° tout antécédent de pneumothorax spontané;
4° des antécédents de barotraumatisme pulmonaire, accompagné d'embolie gazeuse ou non;
5° l'emphysème;
6° les bulles, les kystes ou les cavités pulmonaires quelle que soit leur taille;
7° la bronchite chronique;
8° les bronchiectasies;
9° les sténoses bronchiques valvulaires;
10° tout antécédent de chirurgie pulmonaire;
11° une tuberculose pulmonaire inactive depuis moins d'une année complète et dont les séquelles radiologiques éventuelles pourraient former un risque d'un barotraumatisme.
10. Etre exempt des affections suivantes de la cavité buccale et du système digestif et des antécédents suivants :
1° les caries non-soignées;
2° le manque d'intégrité fonctionnelle des incisives, des canines et des prémolaires;
3° la diverticulite gastro-intestinale;
4° tout antécédent d'ulcère gastrique ou duodénal, à moins que celui-ci ne soit traité non-chirurgicalement, que les symptômes n'aient disparus depuis six mois au moins et que la gastroscopie indique la guérison.
En outre, une prothèse dentaire amovible ne peut être portée si celle-ci cause des problèmes pour fixer l'embouchure.
11. Etre exempt de toute allergie cryo et hydro de la peau.
12. Etre exempt des affections suivantes du squelette et des organes locomoteurs et des antécédents suivants :
1° des lésions d'ostéonécrose juxte-articulaires, symptomatiques ou évolutives;
2° les fractures osseuses guéries où une radiographie récente démontre la formation d'un cal considérable pouvant mettre en cause la sécurité des activités de plongée;
3° une fracture du rocher dans les antécédents;
4° une fracture osseuse qui n'est pas entièrement guérie.
13. Etre exempt des maladies, défauts et affections qui :
1° peuvent entraver l'adaptation au milieu subaquatique, aux variations de la pression hydrostatique et au froid;
2° peuvent mettre en cause la sécurité du candidat et des compagnons de plongée;
3° peuvent empêcher ou entraver le port et l'emploi de l'équipement de plongée;
4° peuvent s'aggraver suite à une ou plusieurs activités de plongée;
5° sont caractérisées par un risque intrinsèque d'affection médicale inopinée.
14. Ne pas avoir d'antécédent d'accident de décompression, quelle qu'en soit la gravité et même si l'accident n'a pas laissé de séquelles.
15. Avoir le profil médical minimum suivant :
[1 PSIVCAME
22212212]1

En outre, à la Marine, les candidats doivent avoir le profil médical spécial minimum suivant :
[1 GYKO
1122]1

16. Etre âgé de 18 ans au minimum et de 40 ans au maximum.
17. La taille et les mensurations biométriques doivent être compatibles avec les équipements de plongée des Forces armées.
18. L'indice pondéral de Quetelet doit être au minimum 20 et au maximum 25.
Toutefois, le médecin chef du Centre de médecine hyperbare peut permettre un indice pondéral de Quetelet supérieur à 25 si le militaire en question satisfait à toutes les conditions suivantes :
1° le dépassement de l'indice pondéral de Quetelet n'est pas causé par un taux graisseux exagéré;
2° le dépassement de l'indice pondéral de Quetelet n'est pas causé par des oedèmes;
3° il n'y a pas de contre-indication pour plonger en toute sécurité.
19. La consommation d'oxygène maximale déterminée indirectement est de 40 ml/Kg/min au moins.
20. L'épreuve d'hyperpression en chambre hyperbare ou une pression relative de 1,5 bars est atteinte endéans les dix minutes, doit être supportée sans problème.
21. Ne pas être enceinte et ne plus être enceinte depuis au moins six mois.
22. Ne pas avoir subi d'intervention chirurgicale lors de laquelle il y a eu ouverture de la paroi abdominale au cours des six derniers mois.
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 28 janvier 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
A. FLAHAUT
Art. N2. - Medische voorwaarden waaraan de duiker moet voldoen.
1. De militair die een functie uitoefent waaraan duikactiviteiten verbonden zijn, voldoet aan de medische eisen waaraan de kandidaat voor duikactiviteiten voldoet, met uitzondering van wat volgt.
2. Hij moet het volgende minimum medisch profiel hebben :
[1 PSIVCAME
22212212]1

Bij de Marine moet hij bovendien het volgende minimum speciaal medisch profiel hebben :
[1 GYKO
1222]1

3. Hij mag ouder zijn dan 40 jaar.
4. Hij mag antecedenten van decompressieongeval hebben, indien aan de volgende voorwaarden voldaan is :
1° er mogen geen sequelen overblijven;
2° volledig herstel is ingetreden;
3° na het volledige herstel is een periode van een jaar voorbij gegaan;
4° de precieze oorzaak van het decompressieongeval is gekend en zal zich, mits inachtneming van de gebruikelijke veiligheidsvoorschriften niet meer voordoen.
5. Hij mag een antecedent van longtuberculose hebben, indien aan de volgende voorwaarden voldaan is :
1° de longtuberculose is niet meer evolutief sinds ten minste een jaar;
2° de eventuele radiologische sequelen kunnen in geen enkel geval enig longbarotraumatisme induceren.
6. Hij mag een antecedent van niet-heelkundig behandeld maag- of dundarmulcus hebben indien aan de volgende voorwaarden voldaan is :
1° hij is sinds ten minste zes maanden vrij van symptomen;
2° de gastroscopie wijst op een volledige genezing.
7. Een niet-insulinodependente vorm van diabetes mag voorkomen, op voorwaarde dat hiervoor sedert minstens drie maanden geen enkele medicamenteuze behandeling meer vereist is.
Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 28 januari 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT
Art. N2. - Conditions médicales auxquelles doit satisfaire le plongeur.
1. Le militaire exerçant une fonction entraînant des activités de plongée satisfait aux conditions médicales auxquelles satisfait le candidat aux activités de plongée, à l'exception de ce qui suit.
2. Il doit avoir le profil médical minimum suivant :
[1 PSIVCAME
22212212]1

En outre, à la Marine, il doit avoir le profil médical spécial suivant :
[1 GYKO
1222]1

3. il peut être âgé de plus de 40 ans.
4. Il peut avoir des antécédents d'accident de décompression, si les conditions suivantes sont rencontrées :
1° il ne peut y subsister de séquelles;
2° un rétablissement complet est intervenu;
3° après le rétablissement complet, une période d'un an s'est écoulée;
4° la cause précise de l'accident de décompression est connue et ne se reproduira plus moyennant le respect des prescriptions de sécurité usuelles.
5. Il peut avoir un antécédent de tuberculose pulmonaire, si les conditions suivantes sont rencontrées :
1° la tuberculose pulmonaire n'est plus évolutive depuis un an au moins;
2° les séquelles radiologiques éventuelles ne peuvent en aucun cas induire un barotraumatisme pulmonaire quelconque.
6. Il peut avoir un antécédent d'ulcère gastrique ou duodénal traité non-chirurgicalement si les conditions suivantes sont rencontrées :
1° il est exempt de symptômes depuis au moins six mois;
2° la gastroscopie indique une guérison complète.
7. Une forme de diabète non-insulinodépendante peut exister, à condition qu'elle ne requière plus aucun traitement médicamenteux depuis au moins trois mois.
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 28 janvier 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
A. FLAHAUT
Art. N3. - Medische voorwaarden waaraan de droogduiker en de kandidaat-droogduiker moeten voldoen.
1. De militair die een droge duik uitvoert voldoet aan de medische eisen waaraan de militair voldoet die een functie uitoefent waaraan duikactiviteiten verbonden zijn, met uitzondering van wat volgt.
2. Hij moet het volgende minimum medisch profiel hebben :
PSIVCAME
33333212
Bij de Marine moet hij bovendien het volgende minimum speciaal medisch profiel hebben :
GYKO
5332
3. De ziekten, gebreken of afwijkingen die aanleiding geven tot ongeschiktheid voor duikactiviteiten omdat ze problemen kunnen stellen bij contact met water, bij blootstelling aan koude of bij het dragen en het gebruik van de duikuitrusting, geven geen aanleiding tot ongeschiktheid voor droge duiken.
4. Een gestabiliseerde trommelvliesperforatie is geen reden tot ongeschiktheid voor droge duiken.
Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 28 januari 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT
Art. N3. - Conditions médicales auxquelles doivent satisfaire le plongeur sec et le candidat plongeur sec.
1. Le militaire effectuant une plongée sèche satisfait aux conditions médicales auxquelles satisfait le militaire exerçant une fonction entraînant des activités de plongée, à l'exception de ce qui suit :
2. Il doit avoir le profil médical minimum suivant :
PSIVCAME
33333212
En outre, à la Marine, il doit avoir le profil médical spécial suivant :
GYKO
5332
3. Les maladies, infirmités ou anomalies entraînant l'inaptitude aux activités de plongée parce qu'elles peuvent causer des problèmes lors du contact avec l'eau, lors de l'exposition au froid ou lors du port ou de l'usage de l'équipement de plongée, n'entraînent pas l'inaptitude aux plongées sèches.
4. Une perforation tympanique stabilisée n'est pas une cause d'inaptitude aux plongées sèches.
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 28 janvier 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
A. FLAHAUT