Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 MAART 2000. - [Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 26, 27, eerste lid, 2§, 30, 39, § 1, en § 4, tweede lid, 40, tweede lid, 40bis, tweede lid, 41, 43, tweede lid, en 47, § 1, vijfde lid, van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid.] <KB 2004-01-21/33, art. 13, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2004> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-03-2000 en tekstbijwerking tot 30-12-2025)
Titre
30 MARS 2000. - [Arrêté royal d'exécution des articles 26, 27, alinéa 1er, 2°, 30, 39, § 1er, et § 4, alinéa 2, 40, alinéa 2, 40bis, alinéa 2, 41, 43, alinéa 2, et 47, § 1er, alinéa 5, de la loi du 24 décembre 1999 en vue de la promotion de l'emploi.] <AR 2004-01-21/33, art. 13, 009; En vigueur : 01-01-2004> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-03-2000 et mise à jour au 30-12-2025)
Dokumentinformationen
Numac: 2000012174
Datum: 2000-03-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2000012174
Date: 2000-03-30
Moniteur: Voir
Tekst (24)
Texte (24)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
wet : de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid;
Minister : de Minister van Werkgelegenheid;
(a) kwartaal : het kwartaal bedoeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
b) [1 ...]1;
[1 ...]1;
(opgeheven) <KB 2004-01-21/33, art. 14, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
loi : la loi du 24 décembre 1999 en vue de la promotion de l'emploi;
Ministre : le Ministre de l'Emploi;
(a) trimestre : le trimestre visé à l'article 24 de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
b) [1 ...]1;
[1 ...]1;
(abrogé) <AR 2004-01-21/33, art. 14, 009; En vigueur : 01-01-2004>
Art. 1bis.
Art. 1bis.
Art. 2. <KB 2004-01-21/33, art. 16, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Voor de toepassing van dit besluit en van hoofdstuk VIII van titel II van de wet worden verstaan onder :
openbare werkgever : alle publiekrechtelijke rechtspersonen met uitzondering van :
a) de interprovinciales en intercommunales met commerciële of industriële activiteiten;
b) de openbare kredietinstellingen;
c) de autonome overheidsbedrijven;
private werkgever behorend tot de non-profitsector :
a) de werkgevers bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector;
b) de vennootschappen met een sociaal oogmerk waarvan de statuten bepalen dat de vennoten geen enkel vermogensvoordeel nastreven;
c) de werkgevers die zijn opgericht als ziekenfonds of als landsbond van ziekenfondsen;
werkgever uit de onderwijssector : de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen;
werkgever uit de private sector : alle natuurlijke personen of (...) rechtspersonen die niet behoren onder de werkgevers bedoeld in 1°, 2° of 3°. <KB 2006-09-27/39, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
Art. 2. <AR 2004-01-21/33, art. 16, 009; En vigueur : 01-01-2004> Pour l'application du présent arrêté et du chapitre VIII du titre II de la loi, on entend par :
employeur public : toute personne morale de droit public à l'exception :
a) des associations interprovinciales et intercommunales dont l'activité est commerciale ou industrielle;
b) des institutions publiques de crédit;
c) des entreprises publiques autonomes;
employeur privé appartenant au secteur non marchand :
a) tout employeur visé par l'article 1er de l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand;
b) toute société à finalité sociale dont les statuts stipulent que les associés ne recherchent aucun bénéfice patrimonial;
c) tout employeur constitué en mutualité ou en union de mutualités;
employeur du secteur de l'enseignement : les établissements d'enseignement organisés, subventionnés ou reconnus par les pouvoirs publics;
employeur du secteur privé : toute personne physique ou morale (...) qui ne fait pas partie des employeurs visés au 1°, 2° ou 3°. <AR 2006-09-27/39, art. 1, 010; En vigueur : 01-01-2006>
Art. 2bis. <INGEVOEGD bij KB 2004-01-21/33, art. 17; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Alle door de bevoegde Gewest- of Gemeenschapsoverheden ingerichte, gesubsidieerde of erkende types of vormen van onderwijs, cursussen, opleidingen of vormingen, alsook sectorale opleidingen, georganiseerd op grond van een beslissing van het bevoegd paritair comité, mogen door de betrokken jongere gevolgd worden in het kader van een startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet.
Art. 2bis. Tous types ou formes d'enseignement, de cours ou de formations organisés, subventionnés ou agréés par les autorités régionales ou communautaires compétentes, ainsi que des formations sectorielles organisées en vertu d'une décision de la commission paritaire compétente, peuvent être suivis par le jeune concerné dans le cadre d'une convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi.
Art. 2ter. <INGEVOEGD bij KB 2004-01-21/33, art. 18; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De opleiding, gevolgd in het kader van een startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet, moet op jaarbasis gemiddeld minstens 240 uren bedragen.
Art. 2ter. La formation suivie dans le cadre d'une convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi doit porter au minimum sur un total de 240 heures en moyenne par an.
Art. 2quater. <INGEVOEGD bij KB 2004-01-21/33, art. 19; Inwerkingtreding : 01-01-2004> In afwijking op de bepalingen van artikel 11bis, derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten mag de deeltijdse, minstens halftijdse tewerkstelling in het kader van een startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet, op jaarbasis vastgesteld worden, zonder dat de jaarlijkse gemiddelde conventionele arbeidsduur voor een voltijdse tewerkstelling, verminderd met de jaarlijkse gemiddelde duur van de opleiding, overschreden mag worden.
Duurt de startbaanovereenkomst minder dan 12 maanden, dan moet de jaarlijkse gemiddelde conventionele arbeidsduur voor een voltijdse tewerkstelling proportioneel verminderd worden voor de in het eerste lid voorziene vaststelling van de deeltijdse tewerkstelling.
De tijd die de betrokken jongere aan zijn opleiding besteedt wordt beschouwd als arbeidstijd voor de toepassing van de arbeidswet van 16 maart 1971.
Art. 2quater. Par dérogation aux dispositions de l'article 11bis, alinéa 3, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, l'occupation à temps partiel, à mi-temps au moins, dans le cadre d'une convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi peut être fixée sur une base annuelle, sans que la durée de travail conventionnelle annuelle moyenne pour un emploi à temps plein diminuée de la durée annuelle moyenne de la formation puisse être dépassée.
Lorsque la durée de la convention de premier emploi n'atteint pas les 12 mois, la durée de travail conventionnelle annuelle moyenne pour un emploi à temps plein doit être réduite proportionnellement en vue de la fixation de l'occupation à temps partiel prévue à l'alinéa 1er.
Le temps consacré à la formation est considéré comme temps de travail pour l'application de la loi du 16 mars 1971 sur le travail.
Art. 2quinquies. <INGEVOEGD bij KB 2004-01-21/33, art. 20; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Elke startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet, moet, naast de bepalingen van de arbeidsovereenkomst, minstens de volgende bepalingen bevatten :
de benaming, inhoud of finaliteit van de cursussen, opleiding of vorming;
de totale duur van de cursussen, opleiding of vorming;
de begindatum en de normaal voorziene einddatum van de cursussen, opleiding of vorming;
indien de cursussen, opleiding of vorming langer duren dan een jaar, te rekenen vanaf de begindatum van de startbaanovereenkomst : het aantal uren van de cursussen, opleiding of vorming op jaarbasis;
het uurrooster dat van toepassing is op de cursussen, opleiding of vorming, met gedetailleerde vermelding van de tijdstippen waarop de betrokken jongere deze cursussen, opleiding of vorming moet volgen;
de benaming van de onderwijs-, opleidings- of vormingsinstelling of, indien het om een bedrijfs- of beroepsopleiding gaat, van de bevoegde toezichthoudende overheidsdienst.
Art. 2quinquies. Toute convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi doit, hormis les dispositions du contrat de travail, comporter les mentions suivantes :
la dénomination, le contenu ou la finalité des cours ou de la formation;
la durée totale des cours ou de la formation;
la date de début et la date de fin normale envisagée des cours ou de la formation;
lorsque les cours ou la formation ont une durée qui excède une année, à compter de la date de début de la convention de premier emploi : le nombre d'heures de cours ou de formation sur base annuelle;
l'horaire applicable aux cours ou à la formation, mentionnant de façon détaillée les moments où le jeune concerné doit suivre ces cours ou cette formation;
la dénomination de l'établissement d'enseignement ou de formation ou, s'il s'agit d'une formation en entreprise ou professionnelle, la dénomination du service public de tutelle compétent.
Art. 2sexies. <INGEVOEGD bij KB 2004-01-21/33, art. 21; Inwerkingtreding : 01-01-2004> § 1. De werkgever die betrokken is bij een startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet, moet in het bezit zijn van een bewijs dat de jongere daadwerkelijk voor de cursussen, opleiding of vorming is ingeschreven of daadwerkelijk een bedrijfs- of beroepsopleiding gaat volgen.
Dit bewijs kan een inschrijvingsattest zijn, afgeleverd door de verantwoordelijke van de onderwijs-, opleidings- of vormingsinstelling, hetzij een overeenkomst inzake bedrijfs- of beroepsopleiding, geviseerd door de bevoegde toezichthoudende overheidsdienst.
§ 2. De jongere die betrokken is bij een startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet, moet op het einde van elk kwartaal aan de werkgever een attest bezorgen dat bewijst dat hij de cursussen, opleiding of vorming regelmatig volgt of dat hij zijn overeenkomst inzake bedrijfs- of beroepsopleiding regelmatig uitvoert.
Dit attest wordt afgeleverd door de verantwoordelijke van de onderwijs-, opleidings- of vormingsinstelling of door de bevoegde overheidsdienst die toezicht houdt op de bedrijfs- of beroepsopleiding.
§ 3. De in §§ 1 en 2 bedoelde attesten of stukken worden beschouwd als stavingsstukken in de zin van artikel 328 van de programmawet (I) van 24 december 2002.
Art. 2sexies. § 1er. L'employeur concerné par une convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi doit être en possession d'une preuve que le jeune a effectivement été inscrit aux cours ou à la formation ou qu'il suivra effectivement une formation en entreprise ou professionnelle.
Cette preuve peut avoir la forme d'une attestation d'inscription délivrée par le responsable de l'établissement d'enseignement ou de formation, soit d'un contrat ou d'une convention de formation en entreprise ou professionnelle visé par le service public de tutelle compétent.
§ 2. Le jeune concerné par une convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi doit, à la fin de chaque trimestre, fournir à l'employeur une attestation prouvant qu'il fréquente régulièrement les cours ou la formation ou qu'il exécute régulièrement son contrat ou sa convention de formation en entreprise ou professionnelle.
Cette attestation est délivrée par le responsable de l'établissement d'enseignement ou de formation ou par le service public compétent qui contrôle la formation en entreprise ou professionnelle.
§ 3. Les attestation ou pièces visées aux §§ 1er et 2 sont considérées comme des pièces justificatives au sens de l'article 328 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002.
Art. 2septies. <INGEVOEGD bij KB 2004-01-21/33, art. 22; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet, kan door de betrokken partijen in onderling akkoord verlengd worden wanneer de jongere niet slaagt in zijn opleiding, om hem de mogelijkheid te geven de volledige cyclus van de begonnen opleiding met vrucht te beëindigen.
Elke eventuele verlenging, overeengekomen in toepassing van het eerste lid, moet schriftelijk vastgesteld worden in een aanhangsel dat bij de startbaanovereenkomst gevoegd wordt, met vermelding van de begin- en einddatum van de verlenging.
De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing wanneer de arbeidsovereenkomst in het kader van de startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet, gesloten werd voor een bepaalde duur.
Art. 2septies. La convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi peut être prolongée de commun accord entre les parties concernées, lorsque le jeune ne réussit pas sa formation, afin de lui permettre de terminer avec fruit le cycle complet de la formation entamée.
Toute prolongation éventuelle convenue en application de l'alinéa 1er doit être constatée par écrit dans un avenant joint à la convention de premier emploi, indiquant la date de début et de fin de la prolongation.
Les dispositions de l'alinéa 1er ne sont pas d'application lorsque le contrat de travail dans le cadre d'une convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi a été conclu à durée déterminée.
Art. 2octies. <INGEVOEGD bij KB 2004-01-21/33, art. 23; Inwerkingtreding : 01-01-2004> § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 27, derde lid, van de wet, eindigt de startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet, wanneer de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet, eindigt.
§ 2. De startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet, wordt automatisch een startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 1°, van de wet,
hetzij wanneer de opleiding, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet, eindigt,
hetzij wanneer de jongere blijkens het in artikel 2sexies, § 2, bedoeld attest de cursussen, opleiding of vorming niet regelmatig volgt of dat hij zijn overeenkomst inzake bedrijfs- of beroepsopleiding niet regelmatig uitvoert.
De jongere volgt de cursussen opleiding of vorming niet regelmatig of voert zijn overeenkomst inzake bedrijfs- of beroepsopleiding niet regelmatig uit in de zin van het eerste lid, 2°, wanneer hij in de loop van een bepaald kwartaal ongewettigd afwezig is ten belope van meer dan 20 procent van het aantal uren dat normalerwijze in de loop van dat kwartaal aan de cursussen, opleiding of vorming of aan de uitvoering van de overeenkomst inzake bedrijfs- of beroepsopleiding besteed moet worden.
Alle afwezigheden worden beschouwd als ongewettigd, met uitzondering van :
deze veroorzaakt door periodes van verlof en onderbreking van de arbeid bedoeld in de artikelen 39, 41 tot 43 en 45 van de arbeidswet van 16 maart 1971;
deze veroorzaakt door periodes van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval;
deze toegelaten voor de werknemers krachtens artikel 30 van de wet van 3 juli 1978;
de afwezigheden toegelaten krachtens de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat;
deze veroorzaakt door periodes bedoeld in artikel 29 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
deze veroorzaakt door maatregelen van voorlopige vrijheidsberoving;
deze die het gevolg zijn van het presteren van overwerk in de gevallen en onder voorwaarden vastgesteld in artikel 26, § 1, 1° en 2°, van de wet van 16 maart 1971.
In de in het eerste lid bedoelde gevallen wordt de startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, van de wet, een startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 1°, van de wet, met ingang van de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de cursussen, opleiding of vorming eindigen of waarin de jongere de cursussen, opleiding of vorming niet regelmatig heeft gevolgd of zijn overeenkomst inzake bedrijfs- of beroepsopleiding niet regelmatig heeft uitgevoerd.
Art. 2octies. § 1er. Sans préjudice des dispositions de l'article 27, alinéa 3, de la loi, la convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi prend fin lorsque le contrat de travail visé à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi prend fin.
§ 2. La convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi devient automatiquement une convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 1°, de la loi,
soit lorsque la formation visée à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi prend fin,
soit lorsqu'il apparaît de l'attestation visée à l'article 2sexies, § 2, que le jeune ne fréquente pas régulièrement les cours ou la formation ou qu'il n'exécute pas régulièrement son contrat ou sa convention de formation en entreprise ou professionnelle.
Le jeune ne fréquente pas régulièrement les cours ou la formation ou n'exécute pas régulièrement son contrat ou sa convention de formation en entreprise ou professionnelle au sens de l'alinéa 1er, 2°, lorsque, au cours d'un certain trimestre, il s'absente irrégulièrement à concurrence de plus de 20 pourcent du nombre d'heures qu'il faut normalement consacrer au cours de ce trimestre aux cours ou à la formation ou à l'exécution du contrat ou de la convention de formation en entreprise ou professionnelle.
Toutes les absences sont considérées comme irrégulières, à l'exception de :
celles occasionnées par les périodes de congé et d'interruption de travail visées aux articles 39, 41 à 43 et 45 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail;
celles occasionnées par les périodes d'incapacité de travail résultant d'une maladie ou d'un accident;
celles autorisées pour les travailleurs en vertu de l'article 30 de la loi du 3 juillet 1978;
les absences autorisées en vertu de la loi du 19 juillet 1976 instituant un congé pour l'exercice d'un mandat politique;
celles occasionnées par les périodes visées à l'article 29 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
celles occasionnées par des mesures privatives de liberté à caractère préventif;
celles qui sont la conséquence de la prestation d'heures supplémentaires dans les cas et les conditions fixées à l'article 26, § 1er, 1° et 2°, de la loi du 16 mars 1971.
Dans les cas visés à l'alinéa 1er, la convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 2°, de la loi devient une convention de premier emploi visée à l'article 27, alinéa 1er, 1°, de la loi à partir du premier jour du trimestre qui suit le trimestre au cours duquel les cours ou la formation prennent fin ou au cours duquel le jeune n'a pas fréquenté régulièrement les cours ou la formation ou n'a pas régulièrement exécuté son contrat ou sa convention de formation en entreprise ou professionnelle.
Art. 3.
Art. 3.
Art. 4.
Art. 4.
Art. 5.
Art. 5.
Art. 6.
Art. 6.
Art. 7.
Art. 7.
Art. 7bis.
Art. 7bis.
Art. 7ter.
Art. 7ter.
Art. 8.
Art. 8.
Art. 8bis.
Art. 8bis.
Art. 8ter.
Art. 8ter.
Art. 8quater.
Art. 8quater.
Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2000.
Art. 10. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2000.
Art. 11. Onze Minister van Werkgelegenheid, Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Ambtenarenzaken en van Modernisering van de openbare besturen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Notre Ministre de l'Emploi, Notre Ministre des Affaires sociales et Notre Ministre de la Fonction publique et de la Modernisation de l'administration sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.