Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
a) het koninklijk besluit : het koninklijk besluit van 15 mei 1995 betreffende het in de handel brengen van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, van siergewassen, van groentegewassen en van teeltmateriaal van deze gewassen met uitzondering van groentezaad;
b) het Ministerie : het Ministerie van Middenstand en Landbouw, Bestuur van de kwaliteit van de grondstoffen en van de plantaardige sector (DG4), Bestuur aangewezen als verantwoordelijke officiële instantie;
c) de Minister : de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft;
d) de Dienst : één van de diensten ressorterend onder de Inspectie-generaal Planten en Plantaardige Producten (IG42) van voormeld Bestuur DG4;
e) referentielaboratoria : de laboratoria die afhangen van de Wetenschappelijke Instellingen bij het Bestuur voor Onderzoek en Ontwikkeling (DG6) van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, vermeld in bijlage III van dit besluit;
f) erkend laboratorium : elk op basis van hoofdstuk III van dit besluit erkend laboratorium;
g) schadelijke organismen : zijn organismen vermeld in bijlage I van dit besluit;
h) CAC (Conformitas Agraria Communitatis) : categorie van teeltmateriaal van fruitgewassen en van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt die voldoet aan de minimumeisen opgesteld op basis van de in dit besluit behandelde schema's en voorschriften.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 FEBRUARI 2000. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de schema's met de voorwaarden waaraan teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt moeten voldoen, van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers van deze materialen, van hun bedrijven en van de laboratoria, van de erkenning van de laboratoria en van uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de door leveranciers bij te houden lijsten van rassen van bovenvermelde gewassen (NOTA : opgeheven voor het Vlaams Gewest bij MB2016-08-25/04, art. 33; Inwerkingtreding : 01-01-2017)(NOTA : opgeheven voor het Waalse Gewest bij MB2016-09-26/15, art. 49; Inwerkingtreding : 01-01-2017)(NOTA : opgeheven voor het Brusselse Gewest bij MB2016-12-19/19, art. 48; Inwerkingtreding : 01-01-2017)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-05-2000 en tekstbijwerking tot 13-03-2015)
Titre
19 FEVRIER 2000. - Arrêté ministériel établissant les fiches indiquant les conditions auxquelles les matériels de multiplication de plantes fruitières et les plantes fruitières destinées à la production de fruits doivent satisfaire, instituant les mesures d'application relatives à la surveillance et au contrôle des fournisseurs desdits matériels, de leurs établissements et des laboratoires, agréant les laboratoires et fixant des mesures d'application pour les listes des variétés des plantes précitées, listes tenues par les fournisseurs (NOTE : abrogé pour la Région flamande par AM2016-08-25/04, art. 33; En vigueur : 01-01-2017) (NOTE : abrogé pour la Région wallonne par AM2016-09-26/15, art. 49; En vigueur : 01-01-2017)(NOTE : abrogé pour la Région Bruxelloise par AM2016-12-19/19, art. 48; En vigueur : 01-01-2017) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-05-2000 et mise à jour au 13-03-2015)
Dokumentinformationen
Numac: 2000016066
Datum: 2000-02-19
Info du document
Numac: 2000016066
Date: 2000-02-19
Inhoud
Tekst (38)
Texte (38)
HOOFDSTUK I. - Definities en schema's met de voorwaarden waaraan materiaal van fruitgewassen moet voldoen.
CHAPITRE I. - Définitions et fiches indiquant les conditions auxquelles les matériels fruitiers doivent satisfaire.
Definities.
Définitions.
Article 1. Aux fins du présent arrêté, on entend par :
a) l'arrêté royal : l'arrêté royal du 15 mai 1995 relatif à la commercialisation des plantes fruitières destinées à la production de fruits, des plantes ornementales, des plants de légumes et des matériels de multiplication de ces plantes à l'exception des semences de légumes;
b) le Ministère : le Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, Administration de la qualité des matières premières et du secteur végétal (DG4), Administration désignée en qualité d'organisme officiel responsable;
c) le Ministre : le Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions;
d) le Service : l'un des services dépendant de l'Inspection Générale des Végétaux et Produits Végétaux (IG42) de l'Administration DG4 susmentionnée;
e) laboratoires de référence : les laboratoires dépendant des Etablissements scientifiques de l'Administration de la Recherche et du Développement (DG6) du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, repris à l'annexe III du présent arrêté;
f) laboratoire agréé : tout laboratoire agréé sur base du chapitre III du présent arrêté;
g) organismes nuisibles : les organismes mentionnés dans l'annexe I du présent arrêté;
h) CAC (Conformitas Agraria Communitatis) : catégorie de matériels de multiplication de plantes fruitières et des plantes fruitières destinées à la production de fruits qui satisfait aux exigences minimales établies sur base des fiches et prescriptions traitées dans le présent arrêté.
a) l'arrêté royal : l'arrêté royal du 15 mai 1995 relatif à la commercialisation des plantes fruitières destinées à la production de fruits, des plantes ornementales, des plants de légumes et des matériels de multiplication de ces plantes à l'exception des semences de légumes;
b) le Ministère : le Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, Administration de la qualité des matières premières et du secteur végétal (DG4), Administration désignée en qualité d'organisme officiel responsable;
c) le Ministre : le Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions;
d) le Service : l'un des services dépendant de l'Inspection Générale des Végétaux et Produits Végétaux (IG42) de l'Administration DG4 susmentionnée;
e) laboratoires de référence : les laboratoires dépendant des Etablissements scientifiques de l'Administration de la Recherche et du Développement (DG6) du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, repris à l'annexe III du présent arrêté;
f) laboratoire agréé : tout laboratoire agréé sur base du chapitre III du présent arrêté;
g) organismes nuisibles : les organismes mentionnés dans l'annexe I du présent arrêté;
h) CAC (Conformitas Agraria Communitatis) : catégorie de matériels de multiplication de plantes fruitières et des plantes fruitières destinées à la production de fruits qui satisfait aux exigences minimales établies sur base des fiches et prescriptions traitées dans le présent arrêté.
Artikel 1. (VLAAMSE OVERHEID)
In dit besluit wordt verstaan onder :
a) het koninklijk besluit : het koninklijk besluit van 15 mei 1995 betreffende het in de handel brengen van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, van siergewassen, van groentegewassen en van teeltmateriaal van deze gewassen met uitzondering van groentezaad;
b) (de bevoegde entiteit : [1 het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij]1;
c) de Minister : de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft;
d) (...)
e) (referentielaboratoria : de laboratoria die door het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek aangewezen worden;)
f) erkend laboratorium : elk op basis van hoofdstuk III van dit besluit erkend laboratorium;
g) schadelijke organismen : zijn organismen vermeld in bijlage I van dit besluit;
h) CAC (Conformitas Agraria Communitatis) : categorie van teeltmateriaal van fruitgewassen en van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt die voldoet aan de minimumeisen opgesteld op basis van de in dit besluit behandelde schema's en voorschriften.
In dit besluit wordt verstaan onder :
a) het koninklijk besluit : het koninklijk besluit van 15 mei 1995 betreffende het in de handel brengen van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, van siergewassen, van groentegewassen en van teeltmateriaal van deze gewassen met uitzondering van groentezaad;
b) (de bevoegde entiteit : [1 het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij]1;
c) de Minister : de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft;
d) (...)
e) (referentielaboratoria : de laboratoria die door het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek aangewezen worden;)
f) erkend laboratorium : elk op basis van hoofdstuk III van dit besluit erkend laboratorium;
g) schadelijke organismen : zijn organismen vermeld in bijlage I van dit besluit;
h) CAC (Conformitas Agraria Communitatis) : categorie van teeltmateriaal van fruitgewassen en van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt die voldoet aan de minimumeisen opgesteld op basis van de in dit besluit behandelde schema's en voorschriften.
Article 1. (AUTORITE FLAMANDE)
Aux fins du présent arrêté, on entend par :
a) l'arrêté royal : l'arrêté royal du 15 mai 1995 relatif à la commercialisation des plantes fruitières destinées à la production de fruits, des plantes ornementales, des plants de légumes et des matériels de multiplication de ces plantes à l'exception des semences de légumes;
b) (l'entité compétente : [1 le Département Agriculture et Pêche du Ministère flamand de l'Agriculture et de la Pêche]1)
c) le Ministre : le Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions;
d) (...)
e) (laboratoires de référence : les laboratoires désignés par l'Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (Institut de Recherche pour l'Agriculture et la Pêche);)
f) laboratoire agréé : tout laboratoire agréé sur base du chapitre III du présent arrêté;
g) organismes nuisibles : les organismes mentionnés dans l'annexe I du présent arrêté;
h) CAC (Conformitas Agraria Communitatis) : catégorie de matériels de multiplication de plantes fruitières et des plantes fruitières destinées à la production de fruits qui satisfait aux exigences minimales établies sur base des fiches et prescriptions traitées dans le présent arrêté.
Aux fins du présent arrêté, on entend par :
a) l'arrêté royal : l'arrêté royal du 15 mai 1995 relatif à la commercialisation des plantes fruitières destinées à la production de fruits, des plantes ornementales, des plants de légumes et des matériels de multiplication de ces plantes à l'exception des semences de légumes;
b) (l'entité compétente : [1 le Département Agriculture et Pêche du Ministère flamand de l'Agriculture et de la Pêche]1)
c) le Ministre : le Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions;
d) (...)
e) (laboratoires de référence : les laboratoires désignés par l'Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (Institut de Recherche pour l'Agriculture et la Pêche);)
f) laboratoire agréé : tout laboratoire agréé sur base du chapitre III du présent arrêté;
g) organismes nuisibles : les organismes mentionnés dans l'annexe I du présent arrêté;
h) CAC (Conformitas Agraria Communitatis) : catégorie de matériels de multiplication de plantes fruitières et des plantes fruitières destinées à la production de fruits qui satisfait aux exigences minimales établies sur base des fiches et prescriptions traitées dans le présent arrêté.
Änderungen
Art. 1/1. [1 Het hoofd van het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij kan de aangelegenheden die conform dit besluit onder de bevoegdheid van het voormelde departement vallen, subdelegeren aan personeelsleden van het voormelde departement die onder zijn hiërarchisch gezag staan, tot op het meest functionele niveau.]1
Art. 1/1. [1 Le chef du Département Agriculture et Pêche du Ministère flamand de l'Agriculture et de la Pêche peut sous-déléguer les matières qui, conformément au présent arrêté, relèvent de la compétence du département précité, aux membres du personnel du département précité relevant de son autorité hiérarchique, jusqu'au niveau le plus fonctionnel.]1
Art.2. § 1. In dit hoofdstuk worden de in artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit bedoelde schema's vastgesteld, met inbegrip van de in artikel 11, § 3, van dat besluit bedoelde voorschriften inzake etikettering en/of plombering en verpakking. Deze schema's zijn in bijlage I van dit besluit voorgesteld.
§ 2. De schema's hebben betrekking op teeltmateriaal, onderstammen inbegrepen, al dan niet in het stadium van staand gewas en op daarvan afgeleide fruitgewassen van alle in bijlage I van het koninklijk besluit vermelde geslachten en soorten alsmede op de in artikel 4, § 1, 1°, c), van ditzelfde koninklijk besluit bedoelde onderstammen van andere geslachten en soorten ongeacht het toegepaste vermeerderingssysteem, hierna " het materiaal " genoemd.
§ 2. De schema's hebben betrekking op teeltmateriaal, onderstammen inbegrepen, al dan niet in het stadium van staand gewas en op daarvan afgeleide fruitgewassen van alle in bijlage I van het koninklijk besluit vermelde geslachten en soorten alsmede op de in artikel 4, § 1, 1°, c), van ditzelfde koninklijk besluit bedoelde onderstammen van andere geslachten en soorten ongeacht het toegepaste vermeerderingssysteem, hierna " het materiaal " genoemd.
Art.2. § 1. Le présent chapitre établit les fiches prévues à l'article 4, § 1 de l'arrêté royal, y compris les prescriptions concernant l'étiquetage et/ou la fermeture et l'emballage prévues à l'article 11, § 3 dudit arrêté. Ces fiches sont reprises en annexe I du présent arrêté.
§ 2. Les fiches concernent la culture sur pied et les matériels de multiplication des plantes fruitières (y compris les porte-greffes) et les plantes fruitières dérivées de tous les genres et espèces visés à l'annexe I de l'arrêté royal, ainsi que les porte-greffes d'autres genres et espèces visés à l'article 4, § 1, 1°, c), de ce même arrêté royal quel que soit le mode de multiplication utilisé, appelés ci-après " les matériels ".
§ 2. Les fiches concernent la culture sur pied et les matériels de multiplication des plantes fruitières (y compris les porte-greffes) et les plantes fruitières dérivées de tous les genres et espèces visés à l'annexe I de l'arrêté royal, ainsi que les porte-greffes d'autres genres et espèces visés à l'article 4, § 1, 1°, c), de ce même arrêté royal quel que soit le mode de multiplication utilisé, appelés ci-après " les matériels ".
Art.3. Het materiaal moet in voorkomend geval voldoen aan de relevante fytosanitaire eisen vastgesteld bij het koninklijk besluit van 3 mei 1994 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen.
Art.3. Les matériels doivent, le cas échéant, satisfaire aux conditions phytosanitaires pertinentes fixées par l'arrêté royal du 3 mai 1994 concernant la lutte contre les organismes nuisibles aux végétaux et aux produits végétaux.
Art.4. § 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 3 van dit besluit moet het materiaal, wanneer het om CAC-materiaal gaat, vrij zijn van, althans met het blote oog waarneembare, schadelijke organismen en ziekten die de kwaliteit van het materiaal aantasten, en van tekenen of symptomen van die schadelijke organismen of ziekten die de gebruikswaarde van het teeltmateriaal of de fruitgewassen schaden, en vooral van deze die in bijlage I van dit besluit voor de betrokken soorten of geslachten worden vermeld.
§ 2. Alle materiaal met, in het stadium van staand gewas, zichtbare tekenen of symptomen van de in § 1 van dit artikel bedoelde schadelijke organismen of ziekten moet, zodra deze tekenen of symptomen optreden, op adequate wijze worden behandeld of, zo nodig, worden verwijderd.
§ 3. Voor materiaal van citrusgewassen moet bovendien aan de volgende bepalingen worden voldaan :
1° het materiaal moet afkomstig zijn van uitgangsmateriaal dat :
- bij controle vrij is bevonden van symptomen van de voor dat materiaal in de bijlage I van dit besluit vermelde virussen, virusachtige organismen of ziekten;
- volgens adequate methoden individueel is getest op en vrij bevonden is van dergelijke virussen, virusachtige organismen of ziekten;
2° het moet sedert het begin van de laatste vegetatiecyclus bij controle nagenoeg vrij bevonden zijn van dergelijke virussen, virusachtige organismen of ziekten;
3° indien het entmateriaal betreft moet het materiaal geënt zijn op onderstammen die niet gevoelig zijn voor viroïden.
§ 2. Alle materiaal met, in het stadium van staand gewas, zichtbare tekenen of symptomen van de in § 1 van dit artikel bedoelde schadelijke organismen of ziekten moet, zodra deze tekenen of symptomen optreden, op adequate wijze worden behandeld of, zo nodig, worden verwijderd.
§ 3. Voor materiaal van citrusgewassen moet bovendien aan de volgende bepalingen worden voldaan :
1° het materiaal moet afkomstig zijn van uitgangsmateriaal dat :
- bij controle vrij is bevonden van symptomen van de voor dat materiaal in de bijlage I van dit besluit vermelde virussen, virusachtige organismen of ziekten;
- volgens adequate methoden individueel is getest op en vrij bevonden is van dergelijke virussen, virusachtige organismen of ziekten;
2° het moet sedert het begin van de laatste vegetatiecyclus bij controle nagenoeg vrij bevonden zijn van dergelijke virussen, virusachtige organismen of ziekten;
3° indien het entmateriaal betreft moet het materiaal geënt zijn op onderstammen die niet gevoelig zijn voor viroïden.
Art.4. § 1. Sans préjudice des dispositions de l'article 3 du présent arrêté, et s'il s'agit de matériels CAC, les matériels doivent être, au moins d'après l'examen visuel, effectivement indemnes d'organismes nuisibles et de maladies réduisant notablement la qualité, ainsi que de signes ou symptômes desdits organismes nuisibles et maladies qui réduisent l'utilité des matériels de multiplication ou des plantes fruitières, et en particulier indemnes de ceux énumérés dans l'annexe I du présent arrêté pour les genres ou les espèces en cause.
§ 2. Tous les matériels présentant des signes ou symptômes visibles des organismes nuisibles ou maladies visés au § 1 du présent article au stade de la culture sont convenablement traités dès l'apparition du signe ou du symptôme ou, le cas échéant, sont enlevés.
§ 3. Dans le cas des matériels de Citrus, les dispositions suivantes doivent également être respectées :
1° ils doivent être dérivés de matériels initiaux :
- qui auront été contrôlés et qui ne présentaient aucun des symptômes des virus, mycoplasmes ou maladies énumérés dans l'annexe I du présent arrêté;
- qui auront été testés individuellement selon les méthodes appropriées pour la détection de tels virus, mycoplasmes ou maladies et qui en étaient indemnes;
2° ils doivent avoir été contrôlés et être effectivement indemnes de tels virus, mycoplasmes ou maladies depuis le début du dernier cycle de végétation;
3° dans le cas de greffages ils doivent avoir été greffés sur des porte-greffes autres que ceux qui sont sensibles aux viroïdes.
§ 2. Tous les matériels présentant des signes ou symptômes visibles des organismes nuisibles ou maladies visés au § 1 du présent article au stade de la culture sont convenablement traités dès l'apparition du signe ou du symptôme ou, le cas échéant, sont enlevés.
§ 3. Dans le cas des matériels de Citrus, les dispositions suivantes doivent également être respectées :
1° ils doivent être dérivés de matériels initiaux :
- qui auront été contrôlés et qui ne présentaient aucun des symptômes des virus, mycoplasmes ou maladies énumérés dans l'annexe I du présent arrêté;
- qui auront été testés individuellement selon les méthodes appropriées pour la détection de tels virus, mycoplasmes ou maladies et qui en étaient indemnes;
2° ils doivent avoir été contrôlés et être effectivement indemnes de tels virus, mycoplasmes ou maladies depuis le début du dernier cycle de végétation;
3° dans le cas de greffages ils doivent avoir été greffés sur des porte-greffes autres que ceux qui sont sensibles aux viroïdes.
Art.5. § 1. CAC-materiaal moet de gepaste identiteit hebben en voldoende zuiver zijn wat geslacht of soort betreft, en onverminderd de tweede zin van artikel 9, § 1, 1° van het koninklijk besluit ook een gepaste identiteit hebben en voldoende zuiver zijn wat het ras betreft.
§ 2. Voor algemeen bekende rassen, als bedoeld in artikel 9, § 2, 1°, van het koninklijk besluit dient de leverancier de officiële benaming van het ras te gebruiken.
§ 3. Voor rassen waarover reeds een aanvraag voor kwekersrechten of officiële registratie als bedoeld in artikel 9, § 2, 1° van het koninklijk besluit is ingediend moet in afwachting dat de machtiging wordt afgeleverd de referentie van het kweekproduct of de voorgestelde benaming worden gebruikt.
§ 4. Voor rassen die op de lijsten van leveranciers voorkomen overeenkomstig artikel 9, § 2, 2°, van het koninklijk besluit, moet voor de in § 1 van dit artikel bedoelde vereisten ten aanzien van het ras van de gedetailleerde beschrijving in de lijsten van de leveranciers worden uitgegaan.
§ 2. Voor algemeen bekende rassen, als bedoeld in artikel 9, § 2, 1°, van het koninklijk besluit dient de leverancier de officiële benaming van het ras te gebruiken.
§ 3. Voor rassen waarover reeds een aanvraag voor kwekersrechten of officiële registratie als bedoeld in artikel 9, § 2, 1° van het koninklijk besluit is ingediend moet in afwachting dat de machtiging wordt afgeleverd de referentie van het kweekproduct of de voorgestelde benaming worden gebruikt.
§ 4. Voor rassen die op de lijsten van leveranciers voorkomen overeenkomstig artikel 9, § 2, 2°, van het koninklijk besluit, moet voor de in § 1 van dit artikel bedoelde vereisten ten aanzien van het ras van de gedetailleerde beschrijving in de lijsten van de leveranciers worden uitgegaan.
Art.5. § 1. Les matériels CAC doivent avoir l'identité appropriée et présenter un degré de pureté suffisant quant au genre ou à l'espèce et sans préjudice de la deuxième phrase de l'article 9, § 1, 1° de l'arrêté royal avoir aussi l'identité appropriée et présenter un degré de pureté suffisant quant à la variété.
§ 2. Dans le cas de variétés de connaissance commune visées à l'article 9, § 2, 1°, de l'arrêté royal, la dénomination officielle de la variété doit être utilisée par le fournisseur.
§ 3. Dans le cas de variétés qui font déjà l'objet d'une demande de droit d'obtention ou d'un enregistrement officiel au sens de l'article 9, § 2, 1° de l'arrêté royal la référence de l'obtention ou le nom proposé doit être utilisé jusqu'à la délivrance de l'autorisation.
§ 4. Dans le cas des variétés inscrites sur des listes tenues par des fournisseurs conformément à l'article 9, § 2, 2°, de l'arrêté royal, les prescriptions requises au § 1 du présent article quant à la variété doivent être fondées sur les descriptions détaillées figurant sur les listes tenues par les fournisseurs.
§ 2. Dans le cas de variétés de connaissance commune visées à l'article 9, § 2, 1°, de l'arrêté royal, la dénomination officielle de la variété doit être utilisée par le fournisseur.
§ 3. Dans le cas de variétés qui font déjà l'objet d'une demande de droit d'obtention ou d'un enregistrement officiel au sens de l'article 9, § 2, 1° de l'arrêté royal la référence de l'obtention ou le nom proposé doit être utilisé jusqu'à la délivrance de l'autorisation.
§ 4. Dans le cas des variétés inscrites sur des listes tenues par des fournisseurs conformément à l'article 9, § 2, 2°, de l'arrêté royal, les prescriptions requises au § 1 du présent article quant à la variété doivent être fondées sur les descriptions détaillées figurant sur les listes tenues par les fournisseurs.
Art.6. CAC-materiaal moet vrij zijn van alle mogelijke gebreken die de kwaliteit van het teeltmateriaal of fruitgewas verminderen.
Art.6. Les matériels CAC doivent être effectivement indemnes de tous défauts susceptibles de réduire leur qualité de matériels de multiplication ou de plantes entières.
Art.7. Voor prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal gelden de in artikel 4, artikel 5, § 1, en artikel 6 van in dit besluit vervatte eisen voor zover de in artikel 8 van in dit besluit bedoelde systemen inzake certificering niet strenger zijn.
Art.7. Dans le cas de matériels initiaux, de base ou certifiés, les conditions énoncées à l'article 4, à l'article 5, § 1, et à l'article 6 du présent arrêté sont applicables si les systèmes de certification visés à l'article 8 du présent arrêté n'imposent pas de conditions plus strictes.
Art. 8. Zolang door de Gemeenschap geen certificeringsregels zijn vastgesteld moeten prebasis-, basis-, en gecertificeerd materiaal voldoen aan de eisen die in de certificeringsreglementen voor grootfruit, aardbeien en kleinfruit, opgesteld door de Dienst, zijn vastgelegd.
Art. 8. Dans l'attente d'un système de certification communautaire les matériels initiaux, de base et certifiés doivent satisfaire aux conditions fixées par les règlements de certification pour grands fruits, fraisiers et petits fruits, établis par le Service.
Art. 8. (VLAAMSE OVERHEID)
Zolang door de Gemeenschap geen certificeringsregels zijn vastgesteld moeten prebasis-, basis-, en gecertificeerd materiaal voldoen aan de eisen die in de certificeringsreglementen voor grootfruit, aardbeien en kleinfruit, opgesteld door de (bevoegde entiteit), zijn vastgelegd.
Zolang door de Gemeenschap geen certificeringsregels zijn vastgesteld moeten prebasis-, basis-, en gecertificeerd materiaal voldoen aan de eisen die in de certificeringsreglementen voor grootfruit, aardbeien en kleinfruit, opgesteld door de (bevoegde entiteit), zijn vastgelegd.
Art. 8. (AUTORITE FLAMANDE)
Dans l'attente d'un système de certification communautaire les matériels initiaux, de base et certifiés doivent satisfaire aux conditions fixées par les règlements de certification pour grands fruits, fraisiers et petits fruits, établis par (l'entité compétente).
Dans l'attente d'un système de certification communautaire les matériels initiaux, de base et certifiés doivent satisfaire aux conditions fixées par les règlements de certification pour grands fruits, fraisiers et petits fruits, établis par (l'entité compétente).
Art. 9. § 1. Voor CAC-materiaal moet het in artikel 11, § 1, 1°, van het koninklijk besluit bedoelde document van de leverancier de waar vergezellen en vervaardigd zijn van een daartoe geschikt materiaal dat nog niet eerder is gebruikt en in ten minste één van de officiële talen van de Gemeenschap zijn gedrukt. Het dient de volgende gegevens te bevatten :
1° de vermelding " EG-kwaliteit ";
2° de aanduiding van de code van België : (BE);
3° de vermelding " Ministerie van Middenstand en Landbouw, Bestuur voor de Kwaliteit van de Grondstoffen en de Plantaardige Sector " of de code van dit bestuur : (DG 4);
4° het inschrijvings- of erkenningsnummer;
5° de naam van de leverancier;
6° het individueel volgnummer, weeknummer of serienummer;
7° de datum waarop het document van de leverancier is afgegeven;
8° de botanische benaming;
9° de benaming van het ras. In het geval van onderstammen : benaming of aanduiding van het ras;
10° de hoeveelheid;
11° de categorie : CAC;
12° bij de invoer uit een derde land op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit de naam van het land waar het materiaal werd geoogst.
§ 2. Wanneer het materiaal is vergezeld van een plantenpaspoort overeenkomstig het voornoemd koninklijk besluit van 3 mei 1994 kan het plantenpaspoort als het in § 1 van dit artikel bedoelde document van de leverancier gelden, mits daarop de vermelding " EG-kwaliteit " en de naam (of een code) van het Bestuur voor de kwaliteit van de grondstoffen en de plantaardige sector zijn aangebracht alsmede de benaming van het ras of de onderstam en de categorie. Deze gegevens mogen op het plantenpaspoort zelf vermeld worden maar dienen duidelijk van de overige tekst gescheiden te worden.
1° de vermelding " EG-kwaliteit ";
2° de aanduiding van de code van België : (BE);
3° de vermelding " Ministerie van Middenstand en Landbouw, Bestuur voor de Kwaliteit van de Grondstoffen en de Plantaardige Sector " of de code van dit bestuur : (DG 4);
4° het inschrijvings- of erkenningsnummer;
5° de naam van de leverancier;
6° het individueel volgnummer, weeknummer of serienummer;
7° de datum waarop het document van de leverancier is afgegeven;
8° de botanische benaming;
9° de benaming van het ras. In het geval van onderstammen : benaming of aanduiding van het ras;
10° de hoeveelheid;
11° de categorie : CAC;
12° bij de invoer uit een derde land op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit de naam van het land waar het materiaal werd geoogst.
§ 2. Wanneer het materiaal is vergezeld van een plantenpaspoort overeenkomstig het voornoemd koninklijk besluit van 3 mei 1994 kan het plantenpaspoort als het in § 1 van dit artikel bedoelde document van de leverancier gelden, mits daarop de vermelding " EG-kwaliteit " en de naam (of een code) van het Bestuur voor de kwaliteit van de grondstoffen en de plantaardige sector zijn aangebracht alsmede de benaming van het ras of de onderstam en de categorie. Deze gegevens mogen op het plantenpaspoort zelf vermeld worden maar dienen duidelijk van de overige tekst gescheiden te worden.
Art. 9. § 1. En ce qui concerne les matériels CAC, le document du fournisseur visé à l'article 11, § 1,1° de l'arrêt é royal doit accompagner le matériel et être d'un matériau approprié non réutilisé et être imprimé dans au moins une des langues officielles de la Communauté. Il doit comporter les rubriques suivantes :
1° la mention " qualité communautaire ";
2° l'indication du code de la Belgique :(BE);
3° la mention " Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, Administration de la Qualité des Matières Premières et du Secteur Végétal " ou le code de cette administration (DG 4);
4° le numéro d'enregistrement ou d'homologation;
5° le nom du fournisseur;
6° le numéro individuel de série, de semaine ou de lot;
7° la date de délivrance du document du fournisseur;
8° le nom botanique;
9° la dénomination de la variété. Dans le cas de porte-greffes, la dénomination de la variété ou sa désignation;
10° la quantité;
11° la catégorie : CAC;
12° dans le cas d'importations en provenance de pays tiers conformément à l'article 16 de l'arrêté royal, le nom du pays de récolte.
§ 2. Dans le cas où les matériels sont accompagnés d'un passeport phytosanitaire conformément à l'arrêté royal du 3 mai 1994 précité celui-ci peut constituer le document du fournisseur visé au § 1 du présent article. Néanmoins la mention " qualité communautaire " et une mention (ou un code) concernant l'Administration de la qualité des matières premières et du secteur végétal doit être indiquée ainsi qu'une référence à la dénomination de la variété ou du porte-greffe et à la catégorie. Ces informations peuvent figurer sur le passeport phytosanitaire proprement dit, mais séparément.
1° la mention " qualité communautaire ";
2° l'indication du code de la Belgique :(BE);
3° la mention " Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, Administration de la Qualité des Matières Premières et du Secteur Végétal " ou le code de cette administration (DG 4);
4° le numéro d'enregistrement ou d'homologation;
5° le nom du fournisseur;
6° le numéro individuel de série, de semaine ou de lot;
7° la date de délivrance du document du fournisseur;
8° le nom botanique;
9° la dénomination de la variété. Dans le cas de porte-greffes, la dénomination de la variété ou sa désignation;
10° la quantité;
11° la catégorie : CAC;
12° dans le cas d'importations en provenance de pays tiers conformément à l'article 16 de l'arrêté royal, le nom du pays de récolte.
§ 2. Dans le cas où les matériels sont accompagnés d'un passeport phytosanitaire conformément à l'arrêté royal du 3 mai 1994 précité celui-ci peut constituer le document du fournisseur visé au § 1 du présent article. Néanmoins la mention " qualité communautaire " et une mention (ou un code) concernant l'Administration de la qualité des matières premières et du secteur végétal doit être indiquée ainsi qu'une référence à la dénomination de la variété ou du porte-greffe et à la catégorie. Ces informations peuvent figurer sur le passeport phytosanitaire proprement dit, mais séparément.
Art. 9. (VLAAMSE OVERHEID)
§ 1. Voor CAC-materiaal moet het in artikel 11, § 1, 1°, van het koninklijk besluit bedoelde document van de leverancier de waar vergezellen en vervaardigd zijn van een daartoe geschikt materiaal dat nog niet eerder is gebruikt en in ten minste één van de officiële talen van de Gemeenschap zijn gedrukt. Het dient de volgende gegevens te bevatten :
1° de vermelding " EG-kwaliteit ";
2° de aanduiding van de code van België : (BE);
3° (de vermelding " Agentschap voor Landbouw en Visserij (ALV));
4° het inschrijvings- of erkenningsnummer;
5° de naam van de leverancier;
6° het individueel volgnummer, weeknummer of serienummer;
7° de datum waarop het document van de leverancier is afgegeven;
8° de botanische benaming;
9° de benaming van het ras. In het geval van onderstammen : benaming of aanduiding van het ras;
10° de hoeveelheid;
11° de categorie : CAC;
12° bij de invoer uit een derde land op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit de naam van het land waar het materiaal werd geoogst.
§ 2. Wanneer het materiaal is vergezeld van een plantenpaspoort overeenkomstig het voornoemd koninklijk besluit van 3 mei 1994 kan het plantenpaspoort als het in § 1 van dit artikel bedoelde document van de leverancier gelden, mits daarop de vermelding " EG-kwaliteit " en (het Agentschap voor Landbouw en Visserij) zijn aangebracht alsmede de benaming van het ras of de onderstam en de categorie. Deze gegevens mogen op het plantenpaspoort zelf vermeld worden maar dienen duidelijk van de overige tekst gescheiden te worden.
§ 1. Voor CAC-materiaal moet het in artikel 11, § 1, 1°, van het koninklijk besluit bedoelde document van de leverancier de waar vergezellen en vervaardigd zijn van een daartoe geschikt materiaal dat nog niet eerder is gebruikt en in ten minste één van de officiële talen van de Gemeenschap zijn gedrukt. Het dient de volgende gegevens te bevatten :
1° de vermelding " EG-kwaliteit ";
2° de aanduiding van de code van België : (BE);
3° (de vermelding " Agentschap voor Landbouw en Visserij (ALV));
4° het inschrijvings- of erkenningsnummer;
5° de naam van de leverancier;
6° het individueel volgnummer, weeknummer of serienummer;
7° de datum waarop het document van de leverancier is afgegeven;
8° de botanische benaming;
9° de benaming van het ras. In het geval van onderstammen : benaming of aanduiding van het ras;
10° de hoeveelheid;
11° de categorie : CAC;
12° bij de invoer uit een derde land op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit de naam van het land waar het materiaal werd geoogst.
§ 2. Wanneer het materiaal is vergezeld van een plantenpaspoort overeenkomstig het voornoemd koninklijk besluit van 3 mei 1994 kan het plantenpaspoort als het in § 1 van dit artikel bedoelde document van de leverancier gelden, mits daarop de vermelding " EG-kwaliteit " en (het Agentschap voor Landbouw en Visserij) zijn aangebracht alsmede de benaming van het ras of de onderstam en de categorie. Deze gegevens mogen op het plantenpaspoort zelf vermeld worden maar dienen duidelijk van de overige tekst gescheiden te worden.
Art. 9. (AUTORITE FLAMANDE)
§ 1. En ce qui concerne les matériels CAC, le document du fournisseur visé à l'article 11, § 1,1° de l'arrêt é royal doit accompagner le matériel et être d'un matériau approprié non réutilisé et être imprimé dans au moins une des langues officielles de la Communauté. Il doit comporter les rubriques suivantes :
1° la mention " qualité communautaire ";
2° l'indication du code de la Belgique :(BE);
3° (la mention " l'Agentschap voor Landbouw en Visserij " (ALV) ");
4° le numéro d'enregistrement ou d'homologation;
5° le nom du fournisseur;
6° le numéro individuel de série, de semaine ou de lot;
7° la date de délivrance du document du fournisseur;
8° le nom botanique;
9° la dénomination de la variété. Dans le cas de porte-greffes, la dénomination de la variété ou sa désignation;
10° la quantité;
11° la catégorie : CAC;
12° dans le cas d'importations en provenance de pays tiers conformément à l'article 16 de l'arrêté royal, le nom du pays de récolte.
§ 2. Dans le cas où les matériels sont accompagnés d'un passeport phytosanitaire conformément à l'arrêté royal du 3 mai 1994 précité celui-ci peut constituer le document du fournisseur visé au § 1 du présent article. Néanmoins la mention " qualité communautaire " et (l'Agentschap voor Landbouw en Visserij) doit être indiquée ainsi qu'une référence à la dénomination de la variété ou du porte-greffe et à la catégorie. Ces informations peuvent figurer sur le passeport phytosanitaire proprement dit, mais séparément.
§ 1. En ce qui concerne les matériels CAC, le document du fournisseur visé à l'article 11, § 1,1° de l'arrêt é royal doit accompagner le matériel et être d'un matériau approprié non réutilisé et être imprimé dans au moins une des langues officielles de la Communauté. Il doit comporter les rubriques suivantes :
1° la mention " qualité communautaire ";
2° l'indication du code de la Belgique :(BE);
3° (la mention " l'Agentschap voor Landbouw en Visserij " (ALV) ");
4° le numéro d'enregistrement ou d'homologation;
5° le nom du fournisseur;
6° le numéro individuel de série, de semaine ou de lot;
7° la date de délivrance du document du fournisseur;
8° le nom botanique;
9° la dénomination de la variété. Dans le cas de porte-greffes, la dénomination de la variété ou sa désignation;
10° la quantité;
11° la catégorie : CAC;
12° dans le cas d'importations en provenance de pays tiers conformément à l'article 16 de l'arrêté royal, le nom du pays de récolte.
§ 2. Dans le cas où les matériels sont accompagnés d'un passeport phytosanitaire conformément à l'arrêté royal du 3 mai 1994 précité celui-ci peut constituer le document du fournisseur visé au § 1 du présent article. Néanmoins la mention " qualité communautaire " et (l'Agentschap voor Landbouw en Visserij) doit être indiquée ainsi qu'une référence à la dénomination de la variété ou du porte-greffe et à la catégorie. Ces informations peuvent figurer sur le passeport phytosanitaire proprement dit, mais séparément.
Art.10. § 1. Als voorschriften inzake het etiketteren en/of plomberen van prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal gelden de Belgische regels inzake certificering zoals bedoeld in artikel 8 van dit besluit.
§ 2. Het etiket (dat dient aangebracht te worden aan de waar) moet alle in artikel 9, § 1, van dit besluit genoemde gegevens, met uitzondering van deze voor de punten 4°, 5° en 7° vermelden. Daarenboven dient het gebruik van een onderstam en eventuele tussenstam worden aangeduid door vermelding van de benaming of van het ras ervan. Bovendien moet na punt 11°, " categorie ", de vermelding " CAC " vervangen worden door " Gecertificeerd " vervolledigd met de aanduiding " VF " voor virusvrij materiaal dan wel " VT " voor virusgetoetst materiaal. Om de identiteit te certificeren van materiaal dat niet VF of niet VT is doch waarvan de rasechtheid gewaarborgd is door gekende afstamming wordt de vermelding " GI " (gegarandeerde identiteit) gebruikt.
§ 2. Het etiket (dat dient aangebracht te worden aan de waar) moet alle in artikel 9, § 1, van dit besluit genoemde gegevens, met uitzondering van deze voor de punten 4°, 5° en 7° vermelden. Daarenboven dient het gebruik van een onderstam en eventuele tussenstam worden aangeduid door vermelding van de benaming of van het ras ervan. Bovendien moet na punt 11°, " categorie ", de vermelding " CAC " vervangen worden door " Gecertificeerd " vervolledigd met de aanduiding " VF " voor virusvrij materiaal dan wel " VT " voor virusgetoetst materiaal. Om de identiteit te certificeren van materiaal dat niet VF of niet VT is doch waarvan de rasechtheid gewaarborgd is door gekende afstamming wordt de vermelding " GI " (gegarandeerde identiteit) gebruikt.
Art.10. § 1. Les prescriptions relatives à l'étiquetage et/ou à la fermeture des matériels désignés comme matériels initiaux, de base ou certifiés, sont celles figurant dans les systèmes belges de certification visés à l'article 8 du présent arrêté.
§ 2. L'étiquette (qui doit être attachée au matériel) doit comporter toutes les informations indiquées à l'article 9, § 1, du présent arrêté à l'exception des points 4°, 5° et 7°. De plus, l'usage d'un sujet porte-greffe et d'un sujet entre-greffe éventuel doit être indiqué par la dénomination de la variété ou sa désignation. Enfin, après le point 11°,,catégorie,, la mention " CAC " est remplacée par la mention " Certifié " suivie de la mention " VF " pour le matériel exempt de virus ou " VT " pour le matériel exempt de certains virus, selon le cas. Pour certifier l'identité des matériels ni VF, ni VT, mais dont l'identité variétale est garantie par une filiation connue la mention " GI " (identité garantie) est indiquée.
§ 2. L'étiquette (qui doit être attachée au matériel) doit comporter toutes les informations indiquées à l'article 9, § 1, du présent arrêté à l'exception des points 4°, 5° et 7°. De plus, l'usage d'un sujet porte-greffe et d'un sujet entre-greffe éventuel doit être indiqué par la dénomination de la variété ou sa désignation. Enfin, après le point 11°,,catégorie,, la mention " CAC " est remplacée par la mention " Certifié " suivie de la mention " VF " pour le matériel exempt de virus ou " VT " pour le matériel exempt de certains virus, selon le cas. Pour certifier l'identité des matériels ni VF, ni VT, mais dont l'identité variétale est garantie par une filiation connue la mention " GI " (identité garantie) est indiquée.
HOOFDSTUK II. - Toezicht op en controle van leveranciers en hun bedrijven.
CHAPITRE II. - Surveillance et contrôle des fournisseurs et de leurs établissements.
Art. 11. In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld bedoeld in artikel 6, § 4, van het koninklijk besluit met betrekking tot het toezicht op en de controle van de leveranciers, met uitzondering van die waarvan de werkzaamheden zich beperken tot het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen en van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, en van hun bedrijven. Deze maatregelen zijn van toepassing wanneer de controles bedoeld in artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit worden uitgevoerd door de leveranciers zelf of door leveranciers die door het Ministerie erkend zijn.
Art. 11. Le présent chapitre établit les règles d'exécution des mesures prévues à l'article 6, § 4 de l'arrêté royal, mesures relatives à la surveillance et au contrôle des fournisseurs, excepté ceux dont l'activité se limite à mettre sur le marché des matériels de multiplication de plantes fruitières et des plantes fruitières destinées à la production de fruits, et de leurs établissements. Les mesures en question sont applicables lorsque les contrôles visés à l'article 5, § 2, de l'arrêté royal sont effectués par les fournisseurs eux-mêmes ou par un fournisseur agréé par le Ministère.
Art. 11. (VLAAMSE OVERHEID)
In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld bedoeld in artikel 6, § 4, van het koninklijk besluit met betrekking tot het toezicht op en de controle van de leveranciers, met uitzondering van die waarvan de werkzaamheden zich beperken tot het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen en van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, en van hun bedrijven. Deze maatregelen zijn van toepassing wanneer de controles bedoeld in artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit worden uitgevoerd door de leveranciers zelf of door leveranciers die door (de bevoegde entiteit) erkend zijn.
In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld bedoeld in artikel 6, § 4, van het koninklijk besluit met betrekking tot het toezicht op en de controle van de leveranciers, met uitzondering van die waarvan de werkzaamheden zich beperken tot het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen en van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, en van hun bedrijven. Deze maatregelen zijn van toepassing wanneer de controles bedoeld in artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit worden uitgevoerd door de leveranciers zelf of door leveranciers die door (de bevoegde entiteit) erkend zijn.
Art. 11. (AUTORITE FLAMANDE)
Le présent chapitre établit les règles d'exécution des mesures prévues à l'article 6, § 4 de l'arrêté royal, mesures relatives à la surveillance et au contrôle des fournisseurs, excepté ceux dont l'activité se limite à mettre sur le marché des matériels de multiplication de plantes fruitières et des plantes fruitières destinées à la production de fruits, et de leurs établissements. Les mesures en question sont applicables lorsque les contrôles visés à l'article 5, § 2, de l'arrêté royal sont effectués par les fournisseurs eux-mêmes ou par un fournisseur agréé par (l'entité compétente).
Le présent chapitre établit les règles d'exécution des mesures prévues à l'article 6, § 4 de l'arrêté royal, mesures relatives à la surveillance et au contrôle des fournisseurs, excepté ceux dont l'activité se limite à mettre sur le marché des matériels de multiplication de plantes fruitières et des plantes fruitières destinées à la production de fruits, et de leurs établissements. Les mesures en question sont applicables lorsque les contrôles visés à l'article 5, § 2, de l'arrêté royal sont effectués par les fournisseurs eux-mêmes ou par un fournisseur agréé par (l'entité compétente).
Art. 12. Het Ministerie oefent regelmatig en ten minste eenmaal per jaar op een daartoe geschikt tijdstip, toezicht en controle uit bij de leveranciers en bedrijven om na te gaan of ze voldoen aan de bij het koninklijk besluit vastgestelde eisen en inzonderheid aan de in artikel 5, § 2, van dat besluit bepaalde principes, waarbij met de bijzondere aard van de activiteit, respectievelijk activiteiten van de leveranciers rekening wordt gehouden.
Art. 12. Le Ministère surveille et contrôle régulièrement, au moins une fois par an, à un moment approprié, les fournisseurs et leurs établissements, afin de s'assurer qu'ils satisfont aux normes établies dans l'arrêté royal et notamment aux principes définis à l'article 5, § 2, de cet arrêté, compte tenu de la nature particulière de la ou des activités desdits fournisseurs.
Art. 12. (VLAAMSE OVERHEID)
(De bevoegde entiteit) oefent regelmatig en ten minste eenmaal per jaar op een daartoe geschikt tijdstip, toezicht en controle uit bij de leveranciers en bedrijven om na te gaan of ze voldoen aan de bij het koninklijk besluit vastgestelde eisen en inzonderheid aan de in artikel 5, § 2, van dat besluit bepaalde principes, waarbij met de bijzondere aard van de activiteit, respectievelijk activiteiten van de leveranciers rekening wordt gehouden.
(De bevoegde entiteit) oefent regelmatig en ten minste eenmaal per jaar op een daartoe geschikt tijdstip, toezicht en controle uit bij de leveranciers en bedrijven om na te gaan of ze voldoen aan de bij het koninklijk besluit vastgestelde eisen en inzonderheid aan de in artikel 5, § 2, van dat besluit bepaalde principes, waarbij met de bijzondere aard van de activiteit, respectievelijk activiteiten van de leveranciers rekening wordt gehouden.
Art. 12. (AUTORITE FLAMANDE)
(L'entité compétente) surveille et contrôle régulièrement, au moins une fois par an, à un moment approprié, les fournisseurs et leurs établissements, afin de s'assurer qu'ils satisfont aux normes établies dans l'arrêté royal et notamment aux principes définis à l'article 5, § 2, de cet arrêté, compte tenu de la nature particulière de la ou des activités desdits fournisseurs.
(L'entité compétente) surveille et contrôle régulièrement, au moins une fois par an, à un moment approprié, les fournisseurs et leurs établissements, afin de s'assurer qu'ils satisfont aux normes établies dans l'arrêté royal et notamment aux principes définis à l'article 5, § 2, de cet arrêté, compte tenu de la nature particulière de la ou des activités desdits fournisseurs.
Art. 13. In verband met de identificatie van de kritische punten in het productieproces zoals bedoeld in artikel 5, § 2, eerste streepje van het koninklijk besluit en de registratie van gegevens zoals bedoeld in artikel 5, § 2, vierde streepje van ditzelfde koninklijk besluit, oefent het Ministerie toezicht en controle uit op de leverancier om ervoor te zorgen dat deze :
1° de nodige aandacht blijft besteden aan de volgende kritische punten naar gelang van het geval :
- de kwaliteit van fruitgewassen en van teeltmateriaal daarvan die worden gebruikt om het productieproces op gang te brengen,
- het uitzaaien, het uitplanten, het stekken en het aanplanten van fruitgewassen en teeltmateriaal daarvan,
- de naleving van de eisen vastgesteld in de artikelen 9, 10 en 11 van het koninklijk besluit van 3 mei 1994 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen,
- het teeltplan en de teeltmethode,
- de algemene gewasverzorging,
- de vermeerdering,
- de oogst,
- de hygiëne,
- de behandelingen,
- de verpakking,
- de opslag,
- het vervoer,
- het beheer;
2° gegevens registreert om een volledige informatie ter beschikking van het Ministerie te houden over :
a) de planten of andere voorwerpen,
- die zijn aangekocht om op het bedrijf te worden opgeslagen of geplant,
- die in productie zijn, of
- die aan derden worden verzonden, en
b) elke chemische behandeling die op de planten is toegepast, en de desbetreffende documenten gedurende ten minste een jaar bewaart;
3° persoonlijk beschikbaar is voor het Ministerie of daartoe een andere persoon aanwijst met voldoende technische ervaring inzake de productie van planten en de daarmee verband houdende fytosanitaire aangelegenheden;
4° voor zover nodig en op passende tijdstippen op een voor het Ministerie aanvaardbare wijze de nodige visuele inspecties verricht;
5° tot zijn bedrijf toegang verleent aan personen gemachtigd om voor het Ministerie op te treden, in het bijzonder voor controle en/of bemonstering, en inzage geeft in de onder 2° van dit artikel bedoelde registers en daarmee verband houdende documenten;
6° voor het overige met het Ministerie samenwerkt.
1° de nodige aandacht blijft besteden aan de volgende kritische punten naar gelang van het geval :
- de kwaliteit van fruitgewassen en van teeltmateriaal daarvan die worden gebruikt om het productieproces op gang te brengen,
- het uitzaaien, het uitplanten, het stekken en het aanplanten van fruitgewassen en teeltmateriaal daarvan,
- de naleving van de eisen vastgesteld in de artikelen 9, 10 en 11 van het koninklijk besluit van 3 mei 1994 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen,
- het teeltplan en de teeltmethode,
- de algemene gewasverzorging,
- de vermeerdering,
- de oogst,
- de hygiëne,
- de behandelingen,
- de verpakking,
- de opslag,
- het vervoer,
- het beheer;
2° gegevens registreert om een volledige informatie ter beschikking van het Ministerie te houden over :
a) de planten of andere voorwerpen,
- die zijn aangekocht om op het bedrijf te worden opgeslagen of geplant,
- die in productie zijn, of
- die aan derden worden verzonden, en
b) elke chemische behandeling die op de planten is toegepast, en de desbetreffende documenten gedurende ten minste een jaar bewaart;
3° persoonlijk beschikbaar is voor het Ministerie of daartoe een andere persoon aanwijst met voldoende technische ervaring inzake de productie van planten en de daarmee verband houdende fytosanitaire aangelegenheden;
4° voor zover nodig en op passende tijdstippen op een voor het Ministerie aanvaardbare wijze de nodige visuele inspecties verricht;
5° tot zijn bedrijf toegang verleent aan personen gemachtigd om voor het Ministerie op te treden, in het bijzonder voor controle en/of bemonstering, en inzage geeft in de onder 2° van dit artikel bedoelde registers en daarmee verband houdende documenten;
6° voor het overige met het Ministerie samenwerkt.
Art. 13. En ce qui concerne l'identification des points critiques du processus de production visé à l'article 5, § 2, premier tiret de l'arrêté royal et de la tenue des livres visée à l'article 5, § 2, quatrième tiret du même arrêté royal, le Ministère exerce une surveillance et un contrôle sur le fournisseur afin de s'assurer que celui-ci :
1° continue de tenir compte des points critiques ci-après, selon les cas :
- la qualité du matériel de multiplication et des plantes fruitières utilisés pour le démarrage du processus de production,
- le semis, le repiquage, le bouturage et la plantation du matériel de multiplication et des plantes,
- le respect des conditions établies aux articles 9, 10 et 11 de l'arrêté royal du 3 mai 1994 relatif à la lutte contre les organismes nuisibles aux végétaux et aux produits végétaux,
- le plan et la méthode de culture,
- l'entretien général des végétaux cultivés,
- les opérations de multiplication,
- les opérations de récolte,
- l'hygiène,
- les traitements,
- l'emballage,
- le stockage,
- le transport,
- les tâches administratives,
2° tient effectivement des livres qui permettent au Ministère de disposer d'informations complètes sur :
a) les plantes et autres objets :
- achetés à des fins de stockage ou de plantation sur place,
- en production ou
- expédiés à des tiers et
b) tout traitement chimique appliqué aux plantes, et conserve les pièces et documents y afférents pendant au moins un an;
3° se tient personnellement à la disposition du Ministère ou lui désigne une autre personne possédant une expérience technique adéquate de la production végétale et des questions sanitaires y afférentes;
4° procède aux observations visuelles nécessaires et opportunes de manière agréée par le Ministère;
5° garantit aux personnes habilitées à agir pour le compte du Ministère l'accès à ses installations, en particulier à des fins d'inspection et/ou d'échantillonnage, ainsi qu'aux livres et documents y afférents visés au point 2° du présent article;
6° coopère de toute autre manière avec le Ministère.
1° continue de tenir compte des points critiques ci-après, selon les cas :
- la qualité du matériel de multiplication et des plantes fruitières utilisés pour le démarrage du processus de production,
- le semis, le repiquage, le bouturage et la plantation du matériel de multiplication et des plantes,
- le respect des conditions établies aux articles 9, 10 et 11 de l'arrêté royal du 3 mai 1994 relatif à la lutte contre les organismes nuisibles aux végétaux et aux produits végétaux,
- le plan et la méthode de culture,
- l'entretien général des végétaux cultivés,
- les opérations de multiplication,
- les opérations de récolte,
- l'hygiène,
- les traitements,
- l'emballage,
- le stockage,
- le transport,
- les tâches administratives,
2° tient effectivement des livres qui permettent au Ministère de disposer d'informations complètes sur :
a) les plantes et autres objets :
- achetés à des fins de stockage ou de plantation sur place,
- en production ou
- expédiés à des tiers et
b) tout traitement chimique appliqué aux plantes, et conserve les pièces et documents y afférents pendant au moins un an;
3° se tient personnellement à la disposition du Ministère ou lui désigne une autre personne possédant une expérience technique adéquate de la production végétale et des questions sanitaires y afférentes;
4° procède aux observations visuelles nécessaires et opportunes de manière agréée par le Ministère;
5° garantit aux personnes habilitées à agir pour le compte du Ministère l'accès à ses installations, en particulier à des fins d'inspection et/ou d'échantillonnage, ainsi qu'aux livres et documents y afférents visés au point 2° du présent article;
6° coopère de toute autre manière avec le Ministère.
Art. 13. (VLAAMSE OVERHEID)
In verband met de identificatie van de kritische punten in het productieproces zoals bedoeld in artikel 5, § 2, eerste streepje van het koninklijk besluit en de registratie van gegevens zoals bedoeld in artikel 5, § 2, vierde streepje van ditzelfde koninklijk besluit, oefent (de bevoegde entiteit) toezicht en controle uit op de leverancier om ervoor te zorgen dat deze :
1° de nodige aandacht blijft besteden aan de volgende kritische punten naar gelang van het geval :
- de kwaliteit van fruitgewassen en van teeltmateriaal daarvan die worden gebruikt om het productieproces op gang te brengen,
- het uitzaaien, het uitplanten, het stekken en het aanplanten van fruitgewassen en teeltmateriaal daarvan,
- de naleving van de eisen vastgesteld in de artikelen 9, 10 en 11 van het koninklijk besluit van 3 mei 1994 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen,
- het teeltplan en de teeltmethode,
- de algemene gewasverzorging,
- de vermeerdering,
- de oogst,
- de hygiëne,
- de behandelingen,
- de verpakking,
- de opslag,
- het vervoer,
- het beheer;
2° gegevens registreert om een volledige informatie ter beschikking van (de bevoegde entiteit) te houden over :
a) de planten of andere voorwerpen,
- die zijn aangekocht om op het bedrijf te worden opgeslagen of geplant,
- die in productie zijn, of
- die aan derden worden verzonden, en
b) elke chemische behandeling die op de planten is toegepast, en de desbetreffende documenten gedurende ten minste een jaar bewaart;
3° persoonlijk beschikbaar is voor (de bevoegde entiteit) of daartoe een andere persoon aanwijst met voldoende technische ervaring inzake de productie van planten en de daarmee verband houdende fytosanitaire aangelegenheden;
4° voor zover nodig en op passende tijdstippen op een voor (de bevoegde entiteit) aanvaardbare wijze de nodige visuele inspecties verricht;
5° tot zijn bedrijf toegang verleent aan personen gemachtigd om voor (de bevoegde entiteit) op te treden, in het bijzonder voor controle en/of bemonstering, en inzage geeft in de onder 2° van dit artikel bedoelde registers en daarmee verband houdende documenten;
6° voor het overige met (de bevoegde entiteit) samenwerkt.
In verband met de identificatie van de kritische punten in het productieproces zoals bedoeld in artikel 5, § 2, eerste streepje van het koninklijk besluit en de registratie van gegevens zoals bedoeld in artikel 5, § 2, vierde streepje van ditzelfde koninklijk besluit, oefent (de bevoegde entiteit) toezicht en controle uit op de leverancier om ervoor te zorgen dat deze :
1° de nodige aandacht blijft besteden aan de volgende kritische punten naar gelang van het geval :
- de kwaliteit van fruitgewassen en van teeltmateriaal daarvan die worden gebruikt om het productieproces op gang te brengen,
- het uitzaaien, het uitplanten, het stekken en het aanplanten van fruitgewassen en teeltmateriaal daarvan,
- de naleving van de eisen vastgesteld in de artikelen 9, 10 en 11 van het koninklijk besluit van 3 mei 1994 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen,
- het teeltplan en de teeltmethode,
- de algemene gewasverzorging,
- de vermeerdering,
- de oogst,
- de hygiëne,
- de behandelingen,
- de verpakking,
- de opslag,
- het vervoer,
- het beheer;
2° gegevens registreert om een volledige informatie ter beschikking van (de bevoegde entiteit) te houden over :
a) de planten of andere voorwerpen,
- die zijn aangekocht om op het bedrijf te worden opgeslagen of geplant,
- die in productie zijn, of
- die aan derden worden verzonden, en
b) elke chemische behandeling die op de planten is toegepast, en de desbetreffende documenten gedurende ten minste een jaar bewaart;
3° persoonlijk beschikbaar is voor (de bevoegde entiteit) of daartoe een andere persoon aanwijst met voldoende technische ervaring inzake de productie van planten en de daarmee verband houdende fytosanitaire aangelegenheden;
4° voor zover nodig en op passende tijdstippen op een voor (de bevoegde entiteit) aanvaardbare wijze de nodige visuele inspecties verricht;
5° tot zijn bedrijf toegang verleent aan personen gemachtigd om voor (de bevoegde entiteit) op te treden, in het bijzonder voor controle en/of bemonstering, en inzage geeft in de onder 2° van dit artikel bedoelde registers en daarmee verband houdende documenten;
6° voor het overige met (de bevoegde entiteit) samenwerkt.
Art. 13. (AUTORITE FLAMANDE)
En ce qui concerne l'identification des points critiques du processus de production visé à l'article 5, § 2, premier tiret de l'arrêté royal et de la tenue des livres visée à l'article 5, § 2, quatrième tiret du même arrêté royal, (l'entité compétente) exerce une surveillance et un contrôle sur le fournisseur afin de s'assurer que celui-ci :
1° continue de tenir compte des points critiques ci-après, selon les cas :
- la qualité du matériel de multiplication et des plantes fruitières utilisés pour le démarrage du processus de production,
- le semis, le repiquage, le bouturage et la plantation du matériel de multiplication et des plantes,
- le respect des conditions établies aux articles 9, 10 et 11 de l'arrêté royal du 3 mai 1994 relatif à la lutte contre les organismes nuisibles aux végétaux et aux produits végétaux,
- le plan et la méthode de culture,
- l'entretien général des végétaux cultivés,
- les opérations de multiplication,
- les opérations de récolte,
- l'hygiène,
- les traitements,
- l'emballage,
- le stockage,
- le transport,
- les tâches administratives,
2° tient effectivement des livres qui permettent au Ministère de disposer d'informations complètes sur :
a) les plantes et autres objets :
- achetés à des fins de stockage ou de plantation sur place,
- en production ou
- expédiés à des tiers et
b) tout traitement chimique appliqué aux plantes, et conserve les pièces et documents y afférents pendant au moins un an;
3° se tient personnellement à la disposition du Ministère ou lui désigne une autre personne possédant une expérience technique adéquate de la production végétale et des questions sanitaires y afférentes;
4° procède aux observations visuelles nécessaires et opportunes de manière agréée par (l'entité compétente);
5° garantit aux personnes habilitées à agir pour le compte du Ministère l'accès à ses installations, en particulier à des fins d'inspection et/ou d'échantillonnage, ainsi qu'aux livres et documents y afférents visés au point 2° du présent article;
6° coopère de toute autre manière avec (l'entité compétente).
En ce qui concerne l'identification des points critiques du processus de production visé à l'article 5, § 2, premier tiret de l'arrêté royal et de la tenue des livres visée à l'article 5, § 2, quatrième tiret du même arrêté royal, (l'entité compétente) exerce une surveillance et un contrôle sur le fournisseur afin de s'assurer que celui-ci :
1° continue de tenir compte des points critiques ci-après, selon les cas :
- la qualité du matériel de multiplication et des plantes fruitières utilisés pour le démarrage du processus de production,
- le semis, le repiquage, le bouturage et la plantation du matériel de multiplication et des plantes,
- le respect des conditions établies aux articles 9, 10 et 11 de l'arrêté royal du 3 mai 1994 relatif à la lutte contre les organismes nuisibles aux végétaux et aux produits végétaux,
- le plan et la méthode de culture,
- l'entretien général des végétaux cultivés,
- les opérations de multiplication,
- les opérations de récolte,
- l'hygiène,
- les traitements,
- l'emballage,
- le stockage,
- le transport,
- les tâches administratives,
2° tient effectivement des livres qui permettent au Ministère de disposer d'informations complètes sur :
a) les plantes et autres objets :
- achetés à des fins de stockage ou de plantation sur place,
- en production ou
- expédiés à des tiers et
b) tout traitement chimique appliqué aux plantes, et conserve les pièces et documents y afférents pendant au moins un an;
3° se tient personnellement à la disposition du Ministère ou lui désigne une autre personne possédant une expérience technique adéquate de la production végétale et des questions sanitaires y afférentes;
4° procède aux observations visuelles nécessaires et opportunes de manière agréée par (l'entité compétente);
5° garantit aux personnes habilitées à agir pour le compte du Ministère l'accès à ses installations, en particulier à des fins d'inspection et/ou d'échantillonnage, ainsi qu'aux livres et documents y afférents visés au point 2° du présent article;
6° coopère de toute autre manière avec (l'entité compétente).
Art. 14. In verband met de uitwerking en toepassing van methoden voor toezicht op en controle van de kritische punten als bedoeld in artikel 5, § 2, tweede streepje, van het koninklijk besluit, wordt door het Ministerie toezicht en controle op de leverancier uitgeoefend om ervoor te zorgen dat hij, in voorkomend geval, de bovengenoemde methoden blijft toepassen, met als bijzondere aandachtspunten :
1° de beschikbaarheid en het daadwerkelijke gebruik van methoden om elk van de in artikel 13 van dit besluit genoemde kritische punten te controleren;
2° de betrouwbaarheid van die methoden;
3° de bruikbaarheid van deze methoden voor de evaluatie van de productie en afzetregelingen, de administratieve aspecten inbegrepen;
4° de bekwaamheid van het personeel van de leverancier om de controles uit te voeren.
1° de beschikbaarheid en het daadwerkelijke gebruik van methoden om elk van de in artikel 13 van dit besluit genoemde kritische punten te controleren;
2° de betrouwbaarheid van die methoden;
3° de bruikbaarheid van deze methoden voor de evaluatie van de productie en afzetregelingen, de administratieve aspecten inbegrepen;
4° de bekwaamheid van het personeel van de leverancier om de controles uit te voeren.
Art. 14. En ce qui concerne l'établissement et l'application des méthodes de surveillance et de contrôle des points critiques visés à l'article 5, § 2, deuxième tiret de l'arrêté royal, le Ministère exerce une surveillance et un contrôle sur le fournisseur afin de s'assurer que celui-ci poursuit l'application, s'il y a lieu, desdites méthodes, en accordant une attention particulière à :
1° l'existence et l'utilisation de méthodes de contrôle de chacun des points critiques cités à l'article 13 du présent arrêté;
2° la fiabilité de ces méthodes;
3° la convenance de ces méthodes pour l'appréciation du contenu des modalités de production et de commercialisation, y compris le volet administratif;
4° l'aptitude du personnel du fournisseur à effectuer ces contrôles.
1° l'existence et l'utilisation de méthodes de contrôle de chacun des points critiques cités à l'article 13 du présent arrêté;
2° la fiabilité de ces méthodes;
3° la convenance de ces méthodes pour l'appréciation du contenu des modalités de production et de commercialisation, y compris le volet administratif;
4° l'aptitude du personnel du fournisseur à effectuer ces contrôles.
Art. 14. (VLAAMSE OVERHEID)
In verband met de uitwerking en toepassing van methoden voor toezicht op en controle van de kritische punten als bedoeld in artikel 5, § 2, tweede streepje, van het koninklijk besluit, wordt door (de bevoegde entiteit) toezicht en controle op de leverancier uitgeoefend om ervoor te zorgen dat hij, in voorkomend geval, de bovengenoemde methoden blijft toepassen, met als bijzondere aandachtspunten :
1° de beschikbaarheid en het daadwerkelijke gebruik van methoden om elk van de in artikel 13 van dit besluit genoemde kritische punten te controleren;
2° de betrouwbaarheid van die methoden;
3° de bruikbaarheid van deze methoden voor de evaluatie van de productie en afzetregelingen, de administratieve aspecten inbegrepen;
4° de bekwaamheid van het personeel van de leverancier om de controles uit te voeren.
In verband met de uitwerking en toepassing van methoden voor toezicht op en controle van de kritische punten als bedoeld in artikel 5, § 2, tweede streepje, van het koninklijk besluit, wordt door (de bevoegde entiteit) toezicht en controle op de leverancier uitgeoefend om ervoor te zorgen dat hij, in voorkomend geval, de bovengenoemde methoden blijft toepassen, met als bijzondere aandachtspunten :
1° de beschikbaarheid en het daadwerkelijke gebruik van methoden om elk van de in artikel 13 van dit besluit genoemde kritische punten te controleren;
2° de betrouwbaarheid van die methoden;
3° de bruikbaarheid van deze methoden voor de evaluatie van de productie en afzetregelingen, de administratieve aspecten inbegrepen;
4° de bekwaamheid van het personeel van de leverancier om de controles uit te voeren.
Art. 14. (AUTORITE FLAMANDE)
En ce qui concerne l'établissement et l'application des méthodes de surveillance et de contrôle des points critiques visés à l'article 5, § 2, deuxième tiret de l'arrêté royal, (l'entité compétente) exerce une surveillance et un contrôle sur le fournisseur afin de s'assurer que celui-ci poursuit l'application, s'il y a lieu, desdites méthodes, en accordant une attention particulière à :
1° l'existence et l'utilisation de méthodes de contrôle de chacun des points critiques cités à l'article 13 du présent arrêté;
2° la fiabilité de ces méthodes;
3° la convenance de ces méthodes pour l'appréciation du contenu des modalités de production et de commercialisation, y compris le volet administratif;
4° l'aptitude du personnel du fournisseur à effectuer ces contrôles.
En ce qui concerne l'établissement et l'application des méthodes de surveillance et de contrôle des points critiques visés à l'article 5, § 2, deuxième tiret de l'arrêté royal, (l'entité compétente) exerce une surveillance et un contrôle sur le fournisseur afin de s'assurer que celui-ci poursuit l'application, s'il y a lieu, desdites méthodes, en accordant une attention particulière à :
1° l'existence et l'utilisation de méthodes de contrôle de chacun des points critiques cités à l'article 13 du présent arrêté;
2° la fiabilité de ces méthodes;
3° la convenance de ces méthodes pour l'appréciation du contenu des modalités de production et de commercialisation, y compris le volet administratif;
4° l'aptitude du personnel du fournisseur à effectuer ces contrôles.
Art. 15. Wat het nemen van monsters voor analyse in een erkend laboratorium als bedoeld in artikel 5, § 2, derde streepje van het koninklijk besluit betreft, wordt door het Ministerie toezicht en controle op de leverancier uitgeoefend om zich ervan te vergewissen dat, in voorkomend geval :
1° in de verschillende stadia van het productieproces en met de vereiste frequentie monsters worden genomen overeenkomstig hetgeen aan het Ministerie, op het tijdstip waarop de productiemethoden met het oog op de verlening van de erkenning werden gecontroleerd, is medegedeeld;
2° de monsters uit een technisch oogpunt op een juiste manier worden genomen en bij de monsterneming een statistisch betrouwbaar opzet wordt gevolgd waarbij met de te verrichten analyse rekening wordt gehouden;
3° de personen die de monsters nemen de daartoe nodige kwalificaties bezitten;
4° de monsters worden geanalyseerd door een laboratorium dat daartoe overeenkomstig artikel 17 van dit besluit is erkend.
1° in de verschillende stadia van het productieproces en met de vereiste frequentie monsters worden genomen overeenkomstig hetgeen aan het Ministerie, op het tijdstip waarop de productiemethoden met het oog op de verlening van de erkenning werden gecontroleerd, is medegedeeld;
2° de monsters uit een technisch oogpunt op een juiste manier worden genomen en bij de monsterneming een statistisch betrouwbaar opzet wordt gevolgd waarbij met de te verrichten analyse rekening wordt gehouden;
3° de personen die de monsters nemen de daartoe nodige kwalificaties bezitten;
4° de monsters worden geanalyseerd door een laboratorium dat daartoe overeenkomstig artikel 17 van dit besluit is erkend.
Art. 15. En ce qui concerne le prélèvement d'échantillons à des fins d'analyse dans un laboratoire agréé visé à l'article 5, § 2, troisième tiret de l'arrêté royal, le Ministère exerce une surveillance et un contrôle sur le fournisseur afin de s'assurer, s'il y a lieu, que :
1° des échantillons sont prélevés aux différents stades de la production tout en respectant la fréquence communiquée au Ministère au moment de la vérification des méthodes de production en vue de l'octroi de l'agrément;
2° le mode de prélèvement des échantillons est techniquement correct et s'appuie sur une formule fiable qui tient compte de la nature de l'analyse à effectuer;
3° les personnes qui prélèvent des échantillons ont la compétence requise à cet effet;
4° l'analyse des échantillons est confiée à un laboratoire qui a été agréé à cet effet en vertu de l'article 17 du présent arrêté.
1° des échantillons sont prélevés aux différents stades de la production tout en respectant la fréquence communiquée au Ministère au moment de la vérification des méthodes de production en vue de l'octroi de l'agrément;
2° le mode de prélèvement des échantillons est techniquement correct et s'appuie sur une formule fiable qui tient compte de la nature de l'analyse à effectuer;
3° les personnes qui prélèvent des échantillons ont la compétence requise à cet effet;
4° l'analyse des échantillons est confiée à un laboratoire qui a été agréé à cet effet en vertu de l'article 17 du présent arrêté.
Art. 15. (VLAAMSE OVERHEID)
Wat het nemen van monsters voor analyse in een erkend laboratorium als bedoeld in artikel 5, § 2, derde streepje van het koninklijk besluit betreft, wordt door (de bevoegde entiteit) toezicht en controle op de leverancier uitgeoefend om zich ervan te vergewissen dat, in voorkomend geval :
1° in de verschillende stadia van het productieproces en met de vereiste frequentie monsters worden genomen overeenkomstig hetgeen aan (de bevoegde entiteit), op het tijdstip waarop de productiemethoden met het oog op de verlening van de erkenning werden gecontroleerd, is medegedeeld;
2° de monsters uit een technisch oogpunt op een juiste manier worden genomen en bij de monsterneming een statistisch betrouwbaar opzet wordt gevolgd waarbij met de te verrichten analyse rekening wordt gehouden;
3° de personen die de monsters nemen de daartoe nodige kwalificaties bezitten;
4° de monsters worden geanalyseerd door een laboratorium dat daartoe overeenkomstig artikel 17 van dit besluit is erkend.
Wat het nemen van monsters voor analyse in een erkend laboratorium als bedoeld in artikel 5, § 2, derde streepje van het koninklijk besluit betreft, wordt door (de bevoegde entiteit) toezicht en controle op de leverancier uitgeoefend om zich ervan te vergewissen dat, in voorkomend geval :
1° in de verschillende stadia van het productieproces en met de vereiste frequentie monsters worden genomen overeenkomstig hetgeen aan (de bevoegde entiteit), op het tijdstip waarop de productiemethoden met het oog op de verlening van de erkenning werden gecontroleerd, is medegedeeld;
2° de monsters uit een technisch oogpunt op een juiste manier worden genomen en bij de monsterneming een statistisch betrouwbaar opzet wordt gevolgd waarbij met de te verrichten analyse rekening wordt gehouden;
3° de personen die de monsters nemen de daartoe nodige kwalificaties bezitten;
4° de monsters worden geanalyseerd door een laboratorium dat daartoe overeenkomstig artikel 17 van dit besluit is erkend.
Art. 15. (AUTORITE FLAMANDE)
En ce qui concerne le prélèvement d'échantillons à des fins d'analyse dans un laboratoire agréé visé à l'article 5, § 2, troisième tiret de l'arrêté royal, (l'entité compétente) exerce une surveillance et un contrôle sur le fournisseur afin de s'assurer, s'il y a lieu, que :
1° des échantillons sont prélevés aux différents stades de la production tout en respectant la fréquence communiquée au Ministère au moment de la vérification des méthodes de production en vue de l'octroi de l'agrément;
2° le mode de prélèvement des échantillons est techniquement correct et s'appuie sur une formule fiable qui tient compte de la nature de l'analyse à effectuer;
3° les personnes qui prélèvent des échantillons ont la compétence requise à cet effet;
4° l'analyse des échantillons est confiée à un laboratoire qui a été agréé à cet effet en vertu de l'article 17 du présent arrêté.
En ce qui concerne le prélèvement d'échantillons à des fins d'analyse dans un laboratoire agréé visé à l'article 5, § 2, troisième tiret de l'arrêté royal, (l'entité compétente) exerce une surveillance et un contrôle sur le fournisseur afin de s'assurer, s'il y a lieu, que :
1° des échantillons sont prélevés aux différents stades de la production tout en respectant la fréquence communiquée au Ministère au moment de la vérification des méthodes de production en vue de l'octroi de l'agrément;
2° le mode de prélèvement des échantillons est techniquement correct et s'appuie sur une formule fiable qui tient compte de la nature de l'analyse à effectuer;
3° les personnes qui prélèvent des échantillons ont la compétence requise à cet effet;
4° l'analyse des échantillons est confiée à un laboratoire qui a été agréé à cet effet en vertu de l'article 17 du présent arrêté.
HOOFDSTUK III. - Erkenning en controle van laboratoria.
CHAPITRE III. - Agrément et contrôle des laboratoires.
Art. 16. De referentielaboratoria (bijlage III) bepalen, in overeenkomst met de Dienst, de opsporingsmethoden en de methoden van monstername die door de erkende laboratoria moeten gevolgd worden, elk voor wat hun onderzoeksdomein betreft. Zij voeren, op aanvraag van de Dienst, vergelijkende ontledingen uit om zich van de gelijkvormigheid van de uitslagen van de erkende laboratoria te verzekeren. Bij de eerste aanvraag om erkenning en bij de hernieuwing van een erkenning van een laboratorium geeft het referentielaboratorium een advies aan de Dienst wat betreft de naleving van de hierna vermelde voorwaarden.
Art. 16. Les laboratoires de référence (annexe III) fixent, en accord avec le Service, les méthodes de détection et de prélèvement des échantillons à suivre par les laboratoires agréés, chacun en ce qui concerne leur domaine de recherche. Ils exécutent, à la demande du Service, des analyses de comparaison pour s'assurer de la conformité des résultats issus des laboratoires agréés. Lors de la première demande d'agrément et du renouvellement d'agrément d'un laboratoire, le laboratoire de référence remet un avis au Service quant au respect des conditions imposées ci-après.
Art. 16. (VLAAMSE OVERHEID)
De referentielaboratoria (bijlage III) bepalen, in overeenkomst met de (bevoegde entiteit), de opsporingsmethoden en de methoden van monstername die door de erkende laboratoria moeten gevolgd worden, elk voor wat hun onderzoeksdomein betreft. Zij voeren, op aanvraag van de (bevoegde entiteit), vergelijkende ontledingen uit om zich van de gelijkvormigheid van de uitslagen van de erkende laboratoria te verzekeren. Bij de eerste aanvraag om erkenning en bij de hernieuwing van een erkenning van een laboratorium geeft het referentielaboratorium een advies aan de (bevoegde entiteit) wat betreft de naleving van de hierna vermelde voorwaarden.
De referentielaboratoria (bijlage III) bepalen, in overeenkomst met de (bevoegde entiteit), de opsporingsmethoden en de methoden van monstername die door de erkende laboratoria moeten gevolgd worden, elk voor wat hun onderzoeksdomein betreft. Zij voeren, op aanvraag van de (bevoegde entiteit), vergelijkende ontledingen uit om zich van de gelijkvormigheid van de uitslagen van de erkende laboratoria te verzekeren. Bij de eerste aanvraag om erkenning en bij de hernieuwing van een erkenning van een laboratorium geeft het referentielaboratorium een advies aan de (bevoegde entiteit) wat betreft de naleving van de hierna vermelde voorwaarden.
Art. 16. (AUTORITE FLAMANDE)
Les laboratoires de référence (annexe III) fixent, en accord avec (l'entité compétente), les méthodes de détection et de prélèvement des échantillons à suivre par les laboratoires agréés, chacun en ce qui concerne leur domaine de recherche. Ils exécutent, à la demande (de l'entité compétente), des analyses de comparaison pour s'assurer de la conformité des résultats issus des laboratoires agréés. Lors de la première demande d'agrément et du renouvellement d'agrément d'un laboratoire, le laboratoire de référence remet un avis (à l'entité compétente) quant au respect des conditions imposées ci-après.
Les laboratoires de référence (annexe III) fixent, en accord avec (l'entité compétente), les méthodes de détection et de prélèvement des échantillons à suivre par les laboratoires agréés, chacun en ce qui concerne leur domaine de recherche. Ils exécutent, à la demande (de l'entité compétente), des analyses de comparaison pour s'assurer de la conformité des résultats issus des laboratoires agréés. Lors de la première demande d'agrément et du renouvellement d'agrément d'un laboratoire, le laboratoire de référence remet un avis (à l'entité compétente) quant au respect des conditions imposées ci-après.
Art. 17. De Dienst kan laboratoria erkennen om sommige opsporingen van schadelijke organismen uit te voeren of de rasechtheid te controleren. Om erkend te kunnen worden en te blijven moet een laboratorium bij de Dienst een aanvraag tot erkenning indienen en aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° elke objectiviteit en onpartijdigheid waarborgen,
2° bestuurd worden door een verantwoordelijke die bewijs kan leveren van voldoende praktijkervaring voor het betrokken onderzoeksdomein,
3° over het personeel, de inrichtingen en de uitrusting beschikken die nodig geacht worden voor de uitvoering van de ontledingen en de bepalingen waarvoor de erkenning is aangevraagd,
4° de verbintenis aangaan :
a) een officiële analyse methode te volgen of bij gebrek daaraan een methode voorgesteld door het referentielaboratorium,
b) elke wijziging van de gegevens die in de erkenning zijn opgenomen, aan de Dienst mede te delen,
c) aan de leveranciers de eventuele kosten voor de ontledingen van de monsters aan te rekenen,
d) een registerboek bij te houden waarin voor elk monster inzake de opsporing van de schadelijke organismen volgende gegevens worden ingeschreven :
- het staalnummer,
- de aard en omschrijving van het materiaal,
- de datum van de ontleding,
- de gevolgde methode,
- de uitslag van de ontleding,
- de validering van voormelde gegevens door de verantwoordelijke.
1° elke objectiviteit en onpartijdigheid waarborgen,
2° bestuurd worden door een verantwoordelijke die bewijs kan leveren van voldoende praktijkervaring voor het betrokken onderzoeksdomein,
3° over het personeel, de inrichtingen en de uitrusting beschikken die nodig geacht worden voor de uitvoering van de ontledingen en de bepalingen waarvoor de erkenning is aangevraagd,
4° de verbintenis aangaan :
a) een officiële analyse methode te volgen of bij gebrek daaraan een methode voorgesteld door het referentielaboratorium,
b) elke wijziging van de gegevens die in de erkenning zijn opgenomen, aan de Dienst mede te delen,
c) aan de leveranciers de eventuele kosten voor de ontledingen van de monsters aan te rekenen,
d) een registerboek bij te houden waarin voor elk monster inzake de opsporing van de schadelijke organismen volgende gegevens worden ingeschreven :
- het staalnummer,
- de aard en omschrijving van het materiaal,
- de datum van de ontleding,
- de gevolgde methode,
- de uitslag van de ontleding,
- de validering van voormelde gegevens door de verantwoordelijke.
Art. 17. Le Service peut agréer des laboratoires pour effectuer certaines détections d'organismes nuisibles ou des contrôles d'identité variétale. Pour pouvoir être agréé et le rester, un laboratoire doit introduire auprès du Service une demande d'agrément et remplir les conditions suivantes :
1° garantir toute objectivité et impartialité,
2° être dirigé par un responsable pouvant présenter des preuves de son expérience suffisante en la matière,
3° disposer du personnel, des installations et du matériel jugés nécessaires à l'exécution des analyses et déterminations pour lesquelles l'agrément est sollicité,
4° s'engager à :
a) suivre une méthode d'analyse officielle ou à défaut une méthode proposée par le laboratoire de référence,
b) communiquer au Service tout changement des données reprises dans l'agrément,
c) facturer aux fournisseurs les frais éventuels résultant de l'analyse des échantillons,
d) tenir un registre dans lequel pour chaque échantillon concernant la détection d'organismes nuisibles les indications suivantes sont inscrites :
- le numéro de l'échantillon,
- la nature et la description du matériel,
- la date de l'analyse,
- la méthode suivie,
- le résultat de l'analyse,
- la validation par le responsable des données énumérées ci-dessus.
1° garantir toute objectivité et impartialité,
2° être dirigé par un responsable pouvant présenter des preuves de son expérience suffisante en la matière,
3° disposer du personnel, des installations et du matériel jugés nécessaires à l'exécution des analyses et déterminations pour lesquelles l'agrément est sollicité,
4° s'engager à :
a) suivre une méthode d'analyse officielle ou à défaut une méthode proposée par le laboratoire de référence,
b) communiquer au Service tout changement des données reprises dans l'agrément,
c) facturer aux fournisseurs les frais éventuels résultant de l'analyse des échantillons,
d) tenir un registre dans lequel pour chaque échantillon concernant la détection d'organismes nuisibles les indications suivantes sont inscrites :
- le numéro de l'échantillon,
- la nature et la description du matériel,
- la date de l'analyse,
- la méthode suivie,
- le résultat de l'analyse,
- la validation par le responsable des données énumérées ci-dessus.
Art. 17. (VLAAMSE OVERHEID)
De (bevoegde entiteit) kan laboratoria erkennen om sommige opsporingen van schadelijke organismen uit te voeren of de rasechtheid te controleren. Om erkend te kunnen worden en te blijven moet een laboratorium bij de (bevoegde entiteit) een aanvraag tot erkenning indienen en aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° elke objectiviteit en onpartijdigheid waarborgen,
2° bestuurd worden door een verantwoordelijke die bewijs kan leveren van voldoende praktijkervaring voor het betrokken onderzoeksdomein,
3° over het personeel, de inrichtingen en de uitrusting beschikken die nodig geacht worden voor de uitvoering van de ontledingen en de bepalingen waarvoor de erkenning is aangevraagd,
4° de verbintenis aangaan :
a) een officiële analyse methode te volgen of bij gebrek daaraan een methode voorgesteld door het referentielaboratorium,
b) elke wijziging van de gegevens die in de erkenning zijn opgenomen, aan de (bevoegde entiteit) mede te delen,
c) aan de leveranciers de eventuele kosten voor de ontledingen van de monsters aan te rekenen,
d) een registerboek bij te houden waarin voor elk monster inzake de opsporing van de schadelijke organismen volgende gegevens worden ingeschreven :
- het staalnummer,
- de aard en omschrijving van het materiaal,
- de datum van de ontleding,
- de gevolgde methode,
- de uitslag van de ontleding,
- de validering van voormelde gegevens door de verantwoordelijke.
De (bevoegde entiteit) kan laboratoria erkennen om sommige opsporingen van schadelijke organismen uit te voeren of de rasechtheid te controleren. Om erkend te kunnen worden en te blijven moet een laboratorium bij de (bevoegde entiteit) een aanvraag tot erkenning indienen en aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° elke objectiviteit en onpartijdigheid waarborgen,
2° bestuurd worden door een verantwoordelijke die bewijs kan leveren van voldoende praktijkervaring voor het betrokken onderzoeksdomein,
3° over het personeel, de inrichtingen en de uitrusting beschikken die nodig geacht worden voor de uitvoering van de ontledingen en de bepalingen waarvoor de erkenning is aangevraagd,
4° de verbintenis aangaan :
a) een officiële analyse methode te volgen of bij gebrek daaraan een methode voorgesteld door het referentielaboratorium,
b) elke wijziging van de gegevens die in de erkenning zijn opgenomen, aan de (bevoegde entiteit) mede te delen,
c) aan de leveranciers de eventuele kosten voor de ontledingen van de monsters aan te rekenen,
d) een registerboek bij te houden waarin voor elk monster inzake de opsporing van de schadelijke organismen volgende gegevens worden ingeschreven :
- het staalnummer,
- de aard en omschrijving van het materiaal,
- de datum van de ontleding,
- de gevolgde methode,
- de uitslag van de ontleding,
- de validering van voormelde gegevens door de verantwoordelijke.
Art. 17. (AUTORITE FLAMANDE)
(L'entité compétente) peut agréer des laboratoires pour effectuer certaines détections d'organismes nuisibles ou des contrôles d'identité variétale. Pour pouvoir être agréé et le rester, un laboratoire doit introduire auprès du Service une demande d'agrément et remplir les conditions suivantes :
1° garantir toute objectivité et impartialité,
2° être dirigé par un responsable pouvant présenter des preuves de son expérience suffisante en la matière,
3° disposer du personnel, des installations et du matériel jugés nécessaires à l'exécution des analyses et déterminations pour lesquelles l'agrément est sollicité,
4° s'engager à :
a) suivre une méthode d'analyse officielle ou à défaut une méthode proposée par le laboratoire de référence,
b) communiquer (à l'entité compétente) tout changement des données reprises dans l'agrément,
c) facturer aux fournisseurs les frais éventuels résultant de l'analyse des échantillons,
d) tenir un registre dans lequel pour chaque échantillon concernant la détection d'organismes nuisibles les indications suivantes sont inscrites :
- le numéro de l'échantillon,
- la nature et la description du matériel,
- la date de l'analyse,
- la méthode suivie,
- le résultat de l'analyse,
- la validation par le responsable des données énumérées ci-dessus.
(L'entité compétente) peut agréer des laboratoires pour effectuer certaines détections d'organismes nuisibles ou des contrôles d'identité variétale. Pour pouvoir être agréé et le rester, un laboratoire doit introduire auprès du Service une demande d'agrément et remplir les conditions suivantes :
1° garantir toute objectivité et impartialité,
2° être dirigé par un responsable pouvant présenter des preuves de son expérience suffisante en la matière,
3° disposer du personnel, des installations et du matériel jugés nécessaires à l'exécution des analyses et déterminations pour lesquelles l'agrément est sollicité,
4° s'engager à :
a) suivre une méthode d'analyse officielle ou à défaut une méthode proposée par le laboratoire de référence,
b) communiquer (à l'entité compétente) tout changement des données reprises dans l'agrément,
c) facturer aux fournisseurs les frais éventuels résultant de l'analyse des échantillons,
d) tenir un registre dans lequel pour chaque échantillon concernant la détection d'organismes nuisibles les indications suivantes sont inscrites :
- le numéro de l'échantillon,
- la nature et la description du matériel,
- la date de l'analyse,
- la méthode suivie,
- le résultat de l'analyse,
- la validation par le responsable des données énumérées ci-dessus.
Art. 18. De erkende laboratoria zijn onderworpen aan het toezicht van de Dienst. Dit omvat onder meer de juistheid na te gaan van de aan de leveranciers verstrekte ontledingsuitslagen en ten allen tijde het onder artikel 17 vernoemde register te mogen raadplegen.
Art. 18. Les laboratoires agréés sont soumis à la surveillance du Service. Ceci comprend le contrôle de l'exactitude des résultats d'analyses remis au client et la consultation à tout moment du registre de laboratoire dont il est question à l'article 17.
Art. 18. (VLAAMSE OVERHEID)
De erkende laboratoria zijn onderworpen aan het toezicht van de (bevoegde entiteit). Dit omvat onder meer de juistheid na te gaan van de aan de leveranciers verstrekte ontledingsuitslagen en ten allen tijde het onder artikel 17 vernoemde register te mogen raadplegen.
De erkende laboratoria zijn onderworpen aan het toezicht van de (bevoegde entiteit). Dit omvat onder meer de juistheid na te gaan van de aan de leveranciers verstrekte ontledingsuitslagen en ten allen tijde het onder artikel 17 vernoemde register te mogen raadplegen.
Art. 18. (AUTORITE FLAMANDE)
Les laboratoires agréés sont soumis à la surveillance (de l'entité compétente). Ceci comprend le contrôle de l'exactitude des résultats d'analyses remis au client et la consultation à tout moment du registre de laboratoire dont il est question à l'article 17.
Les laboratoires agréés sont soumis à la surveillance (de l'entité compétente). Ceci comprend le contrôle de l'exactitude des résultats d'analyses remis au client et la consultation à tout moment du registre de laboratoire dont il est question à l'article 17.
Art. 19. De erkenning wordt afgeleverd door de Dienst voor een periode van maximum 2 jaar. De aanvraag voor hernieuwing moet ingediend worden bij de Dienst tenminste drie maanden voor het verstrijken van de erkenning. De Dienst kan volledig of gedeeltelijk de erkenning herroepen in geval van het niet-respecteren van de in artikel 17 genoemde voorwaarden, zonder dat het erkend laboratorium uit dien hoofde enige vergoeding ten laste van de Staat kan eisen.
Art. 19. L'agrément est délivré par le Service pour une période maximale de 2 ans. La demande de renouvellement doit être introduite auprès du Service, au moins trois mois avant l'expiration de l'agrément. Le Service peut révoquer totalement ou partiellement l'agrément en cas de non-respect des conditions énumérées à l'article 17 sans que le laboratoire agréé puisse réclamer de ce chef une indemnité quelconque à charge de l'Etat.
Art. 19. (VLAAMSE OVERHEID)
De erkenning wordt afgeleverd door de (bevoegde entiteit) voor een periode van maximum 2 jaar. De aanvraag voor hernieuwing moet ingediend worden bij de (bevoegde entiteit) tenminste drie maanden voor het verstrijken van de erkenning. De (bevoegde entiteit) kan volledig of gedeeltelijk de erkenning herroepen in geval van het niet-respecteren van de in artikel 17 genoemde voorwaarden, zonder dat het erkend laboratorium uit dien hoofde enige vergoeding ten laste van (het Vlaamse Gewest) kan eisen.
De erkenning wordt afgeleverd door de (bevoegde entiteit) voor een periode van maximum 2 jaar. De aanvraag voor hernieuwing moet ingediend worden bij de (bevoegde entiteit) tenminste drie maanden voor het verstrijken van de erkenning. De (bevoegde entiteit) kan volledig of gedeeltelijk de erkenning herroepen in geval van het niet-respecteren van de in artikel 17 genoemde voorwaarden, zonder dat het erkend laboratorium uit dien hoofde enige vergoeding ten laste van (het Vlaamse Gewest) kan eisen.
Art. 19. (AUTORITE FLAMANDE)
L'agrément est délivré par (l'entité compétente) pour une période maximale de 2 ans. La demande de renouvellement doit être introduite auprès (de l'entité compétente), au moins trois mois avant l'expiration de l'agrément. (L'entité compétente) peut révoquer totalement ou partiellement l'agrément en cas de non-respect des conditions énumérées à l'article 17 sans que le laboratoire agréé puisse réclamer de ce chef une indemnité quelconque à charge de (la Région flamande).
L'agrément est délivré par (l'entité compétente) pour une période maximale de 2 ans. La demande de renouvellement doit être introduite auprès (de l'entité compétente), au moins trois mois avant l'expiration de l'agrément. (L'entité compétente) peut révoquer totalement ou partiellement l'agrément en cas de non-respect des conditions énumérées à l'article 17 sans que le laboratoire agréé puisse réclamer de ce chef une indemnité quelconque à charge de (la Région flamande).
Art.20. De bestaande laboratoria beschikken over een termijn van 3 maanden vanaf de datum van de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad om hun aanvraag tot erkenning in te dienen.
Art.20. Les laboratoires existants disposent d'un délai de 3 mois à partir de la date de publication du présent arrêté au Moniteur belge pour introduire une demande d'agrément.
HOOFDSTUK IV. - Door de leveranciers bij te houden lijsten van rassen van fruitgewassen.
CHAPITRE IV. - Listes des variétés de plantes fruitières à tenir par les fournisseurs.
Art.21. In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld met betrekking tot de lijsten van rassen van fruitgewassen en teeltmateriaal daarvan die krachtens artikel 9, § 2, 2°, van het koninklijk besluit moeten worden bijgehouden.
Art.21. Le présent chapitre fixe les mesures d'application pour les listes des variétés de plantes fruitières et de matériels de multiplication de plantes fruitières tenues par les fournisseurs conformément à l'article 9, § 2, 2°, de l'arrêté royal.
Art.22. § 1. In de door de leveranciers bij te houden lijsten worden vermeld :
a) de naam van het ras en, in voorkomend geval, de algemeen bekende synoniemen;
b) gegevens over de instandhouding van het ras en het toegepaste vermeerderingssysteem;
c) een beschrijving van het ras, tenminste aan de hand van de kenmerken en de uitingsvormen zoals gespecifieerd in bijlage II van dit besluit;
d) voor zover mogelijk, gegevens over de verschillen van het ras ten opzichte van rassen die er het sterkst op gelijken.
§ 2. Punten b) en d) van § 1 van dit artikel zijn niet van toepassing op leveranciers van wie de werkzaamheden zich beperken tot het in de handel brengen van fruitgewassen en teeltmateriaal van fruitgewassen.
a) de naam van het ras en, in voorkomend geval, de algemeen bekende synoniemen;
b) gegevens over de instandhouding van het ras en het toegepaste vermeerderingssysteem;
c) een beschrijving van het ras, tenminste aan de hand van de kenmerken en de uitingsvormen zoals gespecifieerd in bijlage II van dit besluit;
d) voor zover mogelijk, gegevens over de verschillen van het ras ten opzichte van rassen die er het sterkst op gelijken.
§ 2. Punten b) en d) van § 1 van dit artikel zijn niet van toepassing op leveranciers van wie de werkzaamheden zich beperken tot het in de handel brengen van fruitgewassen en teeltmateriaal van fruitgewassen.
Art.22. § 1. Les listes tenues par les fournisseurs comprennent les éléments suivants :
a) le nom de la variété ainsi que, le cas échéant, ses synonymes courants;
b) des indications concernant la sélection conservatrice de la variété et le système de multiplication appliqué;
c) des descriptions de la variété, au moins sur la base des caractères et de leurs niveaux d'expression, tels qu'ils sont spécifiés à l'annexe II du présent arrêté;
d) des indications, dans la mesure du possible, de la manière dont la variété diffère des autres variétés qui lui ressemblent le plus.
§ 2. Les points b) et d) du § 1 du présent article ne s'appliquent pas aux fournisseurs dont l'activité se limite à la mise sur le marché de plantes fruitières ou de matériels de multiplication de plantes fruitières.
a) le nom de la variété ainsi que, le cas échéant, ses synonymes courants;
b) des indications concernant la sélection conservatrice de la variété et le système de multiplication appliqué;
c) des descriptions de la variété, au moins sur la base des caractères et de leurs niveaux d'expression, tels qu'ils sont spécifiés à l'annexe II du présent arrêté;
d) des indications, dans la mesure du possible, de la manière dont la variété diffère des autres variétés qui lui ressemblent le plus.
§ 2. Les points b) et d) du § 1 du présent article ne s'appliquent pas aux fournisseurs dont l'activité se limite à la mise sur le marché de plantes fruitières ou de matériels de multiplication de plantes fruitières.
Art.23. In bijlage II van dit besluit zijn de kenmerken van de rassen en de uitingsvormen daarvan opgenomen die de leveranciers kunnen gebruiken bij de beschrijving van de rassen die zij in de handel wensen te brengen.
Art.23. L'annexe II du présent arrêté reprend les caractères des variétés et leurs niveaux d'expression utilisables par les fournisseurs pour décrire les variétés qu'ils comptent mettre sur le marché.
HOOFDSTUK V. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions générales.
Art. 24. Voor fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt stelt de Dienst technische reglementen betreffende de kwaliteitscontrole op en houdt toezicht op de naleving ervan.
Art. 24. Pour les matériels de multiplication de plantes fruitières et les plantes fruitières le Service établit des règlements techniques par rapport à la qualité et en assure l'application.
Art. 24. (VLAAMSE OVERHEID)
Voor fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt stelt de (bevoegde entiteit) technische reglementen betreffende de kwaliteitscontrole op en houdt toezicht op de naleving ervan.
Voor fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt stelt de (bevoegde entiteit) technische reglementen betreffende de kwaliteitscontrole op en houdt toezicht op de naleving ervan.
Art. 24. (AUTORITE FLAMANDE)
Pour les matériels de multiplication de plantes fruitières et les plantes fruitières (l'entité compétente) établit des règlements techniques par rapport à la qualité et en assure l'application.
Pour les matériels de multiplication de plantes fruitières et les plantes fruitières (l'entité compétente) établit des règlements techniques par rapport à la qualité et en assure l'application.
Inbreuken.
Infractions.
Art.25. De inbreuken op de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft in overeenstemming met hetgeen is bepaald in de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt.
Art.25. Les infractions aux dispositions du présent arrêté sont recherchées, constatées, poursuivies et punies conformément aux dispositions de la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage.
Art.26. De volgende ministeriële besluiten worden opgeheven :
1° Ministerieel besluit van 20 juni 1972 betreffende de uitvoeringsmodaliteiten van het koninklijk besluit van 12 juni 1972 tot inrichting van de keuring van aardbeiplantsoenen gewijzigd door het ministerieel besluit van 20 mei 1981.
2° Ministerieel besluit van 30 januari 1975 betreffende de uitvoeringsmodaliteiten van het koninklijk besluit van 30 januari 1975 tot inrichting van de keuring van fruitgewassen gewijzigd door de ministeriële besluiten van 28 januari 1976 en van 10 juni 1976.
3° Ministerieel besluit van 20 juli 1995 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de door leveranciers bijgehouden lijsten van rassen van voor de fruitteelt bestemde fruitgewassen en teeltmateriaal daarvan.
4° Ministerieel besluit van 9 augustus 1995 tot vaststelling van de schema's met de voorwaarden waaraan teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, moeten voldoen.
5° Ministerieel besluit van 9 oktober 1995 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers van teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, en hun bedrijven, overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 mei 1995 betreffende het in de handel brengen van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, van siergewassen, van groentegewassen en van teeltmateriaal van deze gewassen met uitzondering van groentezaad.
1° Ministerieel besluit van 20 juni 1972 betreffende de uitvoeringsmodaliteiten van het koninklijk besluit van 12 juni 1972 tot inrichting van de keuring van aardbeiplantsoenen gewijzigd door het ministerieel besluit van 20 mei 1981.
2° Ministerieel besluit van 30 januari 1975 betreffende de uitvoeringsmodaliteiten van het koninklijk besluit van 30 januari 1975 tot inrichting van de keuring van fruitgewassen gewijzigd door de ministeriële besluiten van 28 januari 1976 en van 10 juni 1976.
3° Ministerieel besluit van 20 juli 1995 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de door leveranciers bijgehouden lijsten van rassen van voor de fruitteelt bestemde fruitgewassen en teeltmateriaal daarvan.
4° Ministerieel besluit van 9 augustus 1995 tot vaststelling van de schema's met de voorwaarden waaraan teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, moeten voldoen.
5° Ministerieel besluit van 9 oktober 1995 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers van teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, en hun bedrijven, overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 mei 1995 betreffende het in de handel brengen van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, van siergewassen, van groentegewassen en van teeltmateriaal van deze gewassen met uitzondering van groentezaad.
Art.26. Sont abrogés les arrêtés ministériels suivants :
1° L'arrêté ministériel du 20 juin 1972 concernant les modalités d'exécution de l'arrêté royal du 12 juin 1972 organisant le contrôle de plants de fraisiers modifié par l'arrêté ministériel du 20 mai 1981.
2° L'arrêté ministériel du 30 janvier 1975 concernant les modalités d'exécution de l'arrêté royal du 30 janvier 1975 organisant le contrôle des plantes fruitières modifié par les arrêtés ministériels du 28 janvier 1976 et du 10 juin 1976.
3° L'arrêté ministériel du 20 juillet 1995 fixant les mesures d'application pour les listes des variétés de plantes fruitières destinées à la production de fruits et de matériels de multiplication de ces plantes, listes tenues par les fournisseurs.
4° L'arrêté ministériel du 9 août 1995 établissant les fiches indiquant les conditions auxquelles les matériels de multiplication de plantes fruitières et les plantes fruitières destinées à la production de fruits doivent satisfaire.
5° L'arrêté ministériel du 9 octobre 1995 instituant les mesures d'application relatives à la surveillance et au contrôle des fournisseurs des matériels de multiplication de plantes fruitières et des plantes fruitières destinées à la production de fruits, et de leurs établissements, dans le cadre de l'arrêté royal du 15 mai 1995 relatif à la commercialisation des plantes fruitières destinées à la production de fruits, des plantes ornementales, des plants de légumes et des matériels de multiplication de ces plantes à l'exception des semences de légumes.
1° L'arrêté ministériel du 20 juin 1972 concernant les modalités d'exécution de l'arrêté royal du 12 juin 1972 organisant le contrôle de plants de fraisiers modifié par l'arrêté ministériel du 20 mai 1981.
2° L'arrêté ministériel du 30 janvier 1975 concernant les modalités d'exécution de l'arrêté royal du 30 janvier 1975 organisant le contrôle des plantes fruitières modifié par les arrêtés ministériels du 28 janvier 1976 et du 10 juin 1976.
3° L'arrêté ministériel du 20 juillet 1995 fixant les mesures d'application pour les listes des variétés de plantes fruitières destinées à la production de fruits et de matériels de multiplication de ces plantes, listes tenues par les fournisseurs.
4° L'arrêté ministériel du 9 août 1995 établissant les fiches indiquant les conditions auxquelles les matériels de multiplication de plantes fruitières et les plantes fruitières destinées à la production de fruits doivent satisfaire.
5° L'arrêté ministériel du 9 octobre 1995 instituant les mesures d'application relatives à la surveillance et au contrôle des fournisseurs des matériels de multiplication de plantes fruitières et des plantes fruitières destinées à la production de fruits, et de leurs établissements, dans le cadre de l'arrêté royal du 15 mai 1995 relatif à la commercialisation des plantes fruitières destinées à la production de fruits, des plantes ornementales, des plants de légumes et des matériels de multiplication de ces plantes à l'exception des semences de légumes.
Bijlagen.
Annexes.
Art. N1. Bijlage 1. Lijst van de kwaliteit aantastende schadelijke organismen en ziekten, specifiek volgens geslacht en soort.
Art. N1. Annexe 1. Liste d'organismes et maladies nuisibles quant à la qualifié, spécifiques selon les différents genres et espèces.
| Geslachten of soorten | Specifieke schadelijke organismen en ziekten |
| - Citrus aurantifolia | Insecten, mijten en nematoden, in alle stadia |
| (Christm) Swing. | van hun ontwikkeling : |
| - Citrus Limon L. Burm. F | - Aleurothrixus floccosus (Mashell) |
| - Citrus paradisi Macf | - Meloidogyne spp. |
| - Citrus reticulata | - Parabemisia myricae (Kuwana) |
| Blanco | - Tylenchulus semipenetrans |
| - Citrus sinensis (L.) | Schimmels : |
| Osbeck | - Phytophthora spp. |
| Virussen en virusachtige organismen, in | |
| Het bijzonder : | |
| - Citrus leaf rugose | |
| - Ziekten die psorosisachtige symptomen | |
| veroorzaken bij jonge bladeren zoals : | |
| psorosis, ringspot, cristacortis, | |
| impietratura, concave gum | |
| - Infectious variegation | |
| - Viroiden zoals exocortis, | |
| cachexia-xyloporosis | |
| - Corylus avellana | Insecten, mijten en nematoden, in alle stadia |
| van hun ontwikkeling: | |
| - Epidiaspis leperii | |
| - Eriophis avellanae | |
| - Pseudaulacaspis pentagona | |
| - Quadraspidiotus perniciosus | |
| Bacterien : | |
| -Agrobacterium tumefaciens | |
| -Xan thomonas campestris pv. corylina | |
| Schimmels : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Nectria galligena | |
| - Phyllactinia guttata | |
| - Verticillium spp. | |
| Virussen en virusachtige organismen, in het | |
| bijzonder : | |
| - Apple mosaic virus | |
| - Hazel maculatura lineare MLO | |
| - Cydonia Miller | Insecten, mijten en nematoden, in alle |
| - Pyrus communis L. | stadia van hun ontwikkeling : |
| - Anarsia lineatella | |
| - Eriosoma lanigerum | |
| - Schildluizen, in het bijzonder : Epidiaspis | |
| leperij, Pseudalacaspis pentagona, | |
| Quadraspidiotus perniciosus | |
| Bacterien : | |
| -Agrobaterium tumefaciens | |
| -Pseudomonas syringae pv. Syringae | |
| Schimmels : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Nectria galligena | |
| - Phytophthora spp. | |
| - Rosellinia necatrix | |
| - Verticillium spp. | |
| Virussen en virusachtige organismen : | |
| Alle | |
| - Fragaria x ananassa | Insecten, mijten en nematoden, in alle stadia |
| Duch | van hun ontwikkeling : |
| - Aphelenchoides spp. | |
| - Ditylenchus dipsaci | |
| - Tarsonemidae | |
| Schimmels : | |
| - Phytophthora cactorum | |
| - Verticillium spp. | |
| Virussen en virusachtige organismen, in het | |
| bijzonder : | |
| - Strawberry green petal MLO | |
| - Juglans regia L. | Insecten, mijten en nematoden, in alle stadia |
| van hun ontwikkeling : | |
| - Schildluizen, in het bijzonder : Epidiaspis | |
| leperii, Pseudaulacaspis pentagona, | |
| Quadraspidiotus perniciosus | |
| Bacterien : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Xanthomonas campestris pv. juglandi | |
| Schimmels : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Nectria galligena | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Phytophthora spp. | |
| Virussen en virusachtige organismen, in het | |
| bijzonder : | |
| - Cherry leaf roll virus | |
| - Malus Miller | Insecten, mijten en nematoden, in alle stadia |
| van hun ontwikkeling : | |
| - Anarsia lineatella | |
| - Eriosoma lanigerum | |
| - Schildluizen, in het bijzonder : Epidiaspis | |
| leperii, Pseudaulacaspis pentagona, | |
| Quadraspidiotus perniciosus | |
| Bacterien : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Pseudomonas syringae pv. syringae | |
| Schimmels : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Nectria galligena | |
| - Phytophthora cactorum | |
| - Rosellinia necatrix | |
| - Venturia spp. | |
| - Verticillium spp. | |
| Virussen en virusachtige organismen : | |
| Alle | |
| - Olea europa | Insecten, mijten en nematoden, in alle stadia |
| van hun ontwikkeling : | |
| - Eusophera pinguis | |
| - Meloidogyne spp. | |
| - Saissetia oleae | |
| Bacterien : | |
| - Pseudomonas syringae pv. savastanoi | |
| Schimmels : | |
| - Verticillium dahliae | |
| Virussen en virusachtige organismen : | |
| Alle | |
| - Pistacia vera | Schimmels : |
| - Verticillium spp. | |
| Virussen en virusachtige organismen : | |
| Alle | |
| - Prunus domestica L. | Insecten, mijten en nematoden, in alle stadia |
| - Prunus salicina | van hun ontwikkeling : |
| - Aculops fockeui | |
| - Capnodis tenebrionis | |
| - Eriophyes similis | |
| - Meloidogyne spp. | |
| - Schildluizen, in het bijzonder : Epidiaspis | |
| leperii, Pseudaulacaspis pentagona, | |
| Quadraspidiotus perniciosus | |
| Bacterien : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Pseudomonas syringae pv. mors prunorum | |
| - Pseudomnas syringae pv. syringae | |
| Schimmels : | |
| - Armillariella, mellea | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Nectria galligena | |
| - Rosellinia necatrix | |
| - Verticillium spp. | |
| Virussen en virusachtige organismen, in het | |
| bijzonder : | |
| - Prune dwarf virus | |
| - Prunus necrotic ringspot virus | |
| - Prunus armeniaca (L.) | Insecten, mijten en nematoden, in alle stadia |
| - Prunus amygdalus Batsch | van hun ontwikkeling : |
| - Prunus persica (L.) | - Anarsia lineatella |
| Batsch | - Capnodis tenebrionis |
| - Meloidogyne spp. | |
| - Schildluizen, in het bijzonder : Epidiaspis | |
| leperii, Pseudaulacaspis pentagona, | |
| Quadraspidiotus perniciosus | |
| Bacterien : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Pseudomonas syringae pv. mors prunorum | |
| - Pseudomonas syringae pv. syringae | |
| Schimmels : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Nectria galligena | |
| - Rosellinia necatrix | |
| - | - Taphrina deformans |
| - Verticillium spp. | |
| Virussen en virusachtige organismen, in het | |
| bijzonder : | |
| - Prune dwarf virus | |
| - Primus necrotic ringspot virus | |
| - Prunus avium L. | Insecten, mijten en nematoden, in alle stadia |
| - Prunus cerasus | van hun ontwikkeling : |
| - Capnodis tenebrionis | |
| - Meloidogyne spp. | |
| - Schildluizen, in het bijzonder : Epidiaspis | |
| leperii, Pseudaulacaspis pentagona, | |
| Quadraspidiotus perniciosus | |
| Bacterien : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Pseudomonas syringae pv. mors prunorum | |
| - Pseudomonas syringae pv. syringae | |
| Schimmels : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Nectria galligena | |
| - Rosellinia necatrix | |
| - Verticillium spp. | |
| Virussen en virusachtige organismen, in het | |
| bijzonder : | |
| - Prune dwarf virus | |
| - Prunus necrotic ringspot virus | |
| - Ribes | Insecten, mijten en nematoden, in alle stadia |
| van hun ontwikkeling : | |
| - Aphelenchoides spp. | |
| - Cecidophyopsis ribis | |
| Bacterien : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| Schimmels : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Nectria cinnabarina | |
| - Rosellinia necatrix | |
| - Verticilium spp. | |
| Virussen en virusachtige organismen, in het | |
| bijzonder : | |
| - Black currant reversion | |
| - Black currant infectious variegation agent | |
| - Rubus | Insecten, mijten en nematoden, in alle stadia |
| van hun ontwikkeling : | |
| - Aceria essigi | |
| Bacterien : | |
| - Agrobacterium rhizogenes | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Rhodococcus fascians | |
| Schimmels : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Didymella applanata | |
| - Peronospora rubi | |
| - Phytophthora fragariae var. rubi | |
| - Verticillum spp. | |
| Virussen en virusachtige organismen, in het | |
| bijzonder : | |
| - Raspberry bushy dwarf virus | |
| - Raspberry leaf curl virus |
| Genres ou especes | Organismes nuisibles et maladies spécifiques |
| - Citrus aurantifolia (Christm) Swing. | Insectes, acariens et nématodes à tous les stades de leur développement : |
| - Citrus Limon L. Burm F. | - Aleurothrixus floccosus (Mashell) |
| - Citrus paradisi Macf | - Meloidogyne spp. |
| - Citrus reticulata Blanco | - Parabemisia myricae (Kuwana) |
| - Citrus sinensis (L.) Osbeck | - Tylenchulus semipenetrans |
| Champignons : | |
| - Phytophthora spp. | |
| Virus et organismes analogues, et particulièrement : | |
| - Citrus leaf rugose | |
| - Maladies induisant des symptomes de type | |
| psorosis telles que : psorosis, ringspot, | |
| cristacortis, impietratura, concave gum. | |
| - Infectious variegation | |
| - Viroides tels que : exocortis, cachexia-xyloporosis | |
| - Corylus avellana | Insectes, acariens et nématodes à tous les stades de leur développement : |
| - Epidiaspis leperii | |
| - Eriophis avellanae | |
| - Pseudaulacaspis pentogona | |
| - Quadraspidiotus perniciosus | |
| Bacteries : | |
| - Agrobacterium turnefaciens | |
| - Xanthomonas campestris pv. corylina Champignons : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Nectria galligena | |
| - Phyllactinia guttata | |
| - Verticillium spp. | |
| Virus et organismes analogues, et | |
| particulierement : | |
| - Apple mosaic virus | |
| - Hazel maculatura lineare MLO | |
| - Cydonia Miller | Insectes, acariens et nématodes à tous les stades de leur développement : |
| - Pyrus communis L. | |
| - Anarsia lineatella | |
| - Eriosoma lanigerum | |
| - Cochenilles, particulierement : Epidiaspis | |
| leperii, Pseudaulacaspis pentagona, | |
| Quadraspidiotus perniciosus. | |
| Bacteries : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Pseudomonas syringae pv. syringae Champignons : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Nectria galligena | |
| - Phytophthora spp. | |
| - Rosellinia necatrix | |
| - Verticillium spp. | |
| Virus et organismes analogues : | |
| Tous | |
| - Fragaria x ananassa Duch | Insectes, acariens et nématodes à tous les stades de leur développement : |
| - Aphelenchoides spp. | |
| - Ditylenchus dipsaci | |
| - Tarsonemidae | |
| Champignons : | |
| - Phytophthora cactorum | |
| - Verticilium spp. | |
| Virus et organismes analogues, et | |
| particulierement : | |
| - Strawberry green petal MLO | |
| - Juglans regia L. | Insectes, acariens et nématodes à tous les stades de leur développement : |
| - Cochenilles, particulierement : Epidiaspis | |
| leperii, Pseudaulacaspis pentagona, | |
| Quadraspidiotus perniciosus | |
| Bacteries : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Xanthomonas campestris pv. juglandi | |
| Champignons : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Nectria galligena | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Phytophthora spp. | |
| Virus et organismes analogues, et | |
| particulierement : | |
| - Cherry leaf roll virus | |
| - Malus Miller | Insectes, acariens et nématodes a tous les stades de leur développement : |
| - Anarsia lineatella | |
| - Eriosoma lanigerum | |
| - Cochenilles, particulierement : Epidiaspis | |
| leperii, Pseudaulacaspis pentagona, | |
| Quadraspidiotus perniciosus | |
| Bacteries : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Pseudomonas syringae pv. syringae | |
| Champignons : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Nectria galligena | |
| - Phytophthora cactorum | |
| - Rosellinia necatrix | |
| - Venturia spp. | |
| - Verticillium spp. | |
| Virus et organismes analogues : | |
| Tous | |
| - Olea europea | Insectes, acariens et nematodes a tous les stades |
| de leur developpement : | |
| - Eusophera pinguis | |
| - Meloidogyne spp. | |
| - Saissetia oleae | |
| Bacteries : | |
| - Pseudomonas syringae pv. savastanoi | |
| Champignons : | |
| - Verticillium dahliae | |
| Virus et organismes analogues : | |
| Tous | |
| - Pistacia vera | Champignons : |
| - Verticillium spp. | |
| Virus et organismes analogues : | |
| Tous | |
| - Prunus domestica L. | Insectes, acariens et nématodes à tous les stades de leur développement : |
| - Prunus salicina | |
| - Aculops fockeui | |
| - Capnodis tenebrionis | |
| - Eriophyes similis | |
| - Meloidogyne spp. | |
| - Cochenilles, particulierement Epidiaspis | |
| leperii, Pseudaulacaspis pentogona, | |
| Quadraspidiotus perniciosus | |
| Bacteries : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Pseudomonas synringae pv. mors prunorum | |
| - Pseudomonas syringae pv. syringae | |
| Champignons : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Nectria galligena | |
| - Rosellinia necatrix | |
| - Verticillium spp. | |
| Virus et organismes analogues, et | |
| particulierement : | |
| - Prune dwarf virus | |
| - Prunus necrotic ringspot virus | |
| - Prunus armeniaca (L.) | Insectes, acariens et nématodes à tous les stades de leur développement : |
| - Prunus amygdalus Batsch | |
| - Prunus persia (L.) Batsch | - Anarsia lineatella |
| - Capnodis tenebrionis | |
| - Meloidogyne spp. | |
| - Cochenilles, particulierement : Epidiaspis | |
| leperii, Pseudaulacaspis pentagona, | |
| Quadraspidiotus perniciosus | |
| Bacteries : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Pseudomonas syringae pv. mors prunorum | |
| - Pseudomonas syringae pv. syringae | |
| Champignons : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Chondrostereum purpuroum | |
| - Nectria galligena | |
| - Rosellinia necatrix | |
| - Taphrina deformans | |
| - Verticillium spp. | |
| Virus et organismes analogues, et | |
| particulierement : | |
| - Prune dwarf virus | |
| - Prunus necrotic ringspot virus | |
| - Prunus avium L. | Insectes, acariens et nématodes à tous les stades de leur développement : |
| - Prunus cerasus | |
| - Capnodis tenebrionis | |
| - Meloidogyne spp. | |
| - Cochenilles, particulierement : Epidiaspis | |
| leprii, Pseudaulacaspis pentagona, | |
| Quadraspidiotus, perniciosus | |
| Bacteries : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Pseudomonas syringae pv. mors prunorum | |
| - Pseudomonas syringae pv. syringae | |
| Champignons : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Chondrostereum purpureum | |
| - Nectria galligena | |
| - Rosellinia necatrix | |
| - Verticillium spp. | |
| Virus et organismes analogues, et | |
| particulierement : | |
| - Prune dwarf virus | |
| - Prunus necrotic ringspot virus | |
| - Ribes | Insectes, acariens et nématodes à tous les stades de leur développement : |
| - Aphelenchoides spp. | |
| - Cecidophyopsis ribis | |
| Bactéries : | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| Champignons : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Nectria cinnabarina | |
| - Rosellinia necatrix | |
| - Verticillium spp. | |
| Virus et organismes analogues, et | |
| particulièrement : | |
| - Black currant reversion | |
| - Black curant infectious variegation agent | |
| - Rubus | Insectes, acariens et nématodes à tous les stades de leur développement : |
| - Aceria essigi | |
| Bactéries : | |
| - Agrobacterium rhizogenes | |
| - Agrobacterium tumefaciens | |
| - Rhodococcus fascians | |
| Champignons : | |
| - Armillariella mellea | |
| - Didymella applanata | |
| - Peronospora rubi | |
| - Phytophthora fragariae var. rubi | |
| - Verticillium spp. | |
| Virus et organismes analogues et particulièrement : | |
| - Raspberry bushy dwarf virus | |
| - Raspberry leaf curl virus |
Art. N2. Bijlage II. - Raskenmerken en uitingsvormen.
Art. N2. Annexe 2. Caractères de variétés et leurs niveaux d'expression.
| Citrus sp. |
| Jonge scheut : anthocyaankleuring van de top (10 tot 15 cm vanaf de top) |
| ontbrekend |
| aanwezig |
| Vrucht : vorm van het distale einde |
| ingezonken |
| afgeplat |
| afgerond |
| licht uitgestulpt |
| sterk uitgestulpt |
| Vrucht kleur van de schil |
| groen |
| groen tot geel |
| geel |
| geel tot oranje |
| oranje |
| oranje tot rood |
| roze |
| rood |
| paars |
| Rijptijd van de vrucht |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Corylus avellana L. |
| Tijdstip van het uitlopen (twee bladeren uit de knop) |
| zeer vroeg |
| zeer vroeg tot vroeg |
| vroeg |
| vroeg tot midden |
| midden |
| midden tot laat |
| laat |
| laat tot zeer laat |
| zeer laat |
| Bloeitijd mannelijke bloemen |
| zeer vroeg |
| zeer vroeg tot vroeg |
| vroeg |
| vroeg tot midden |
| midden |
| midden tot laat |
| laat |
| laat tot zeer laat |
| zeer laat |
| Bloeitijd vrouwelijke bloemen |
| zeer vroeg |
| zeer vroeg tot vroeg |
| vroeg |
| vroeg tot midden |
| midden |
| midden tot laat |
| laat |
| laat tot zeer laat |
| zeer laat |
| Omhulsel : lengte ten opzichte van de lengte van de vrucht |
| korter |
| gelijk |
| langer |
| Omhulsel : insnijding |
| zwak |
| midden |
| sterk |
| Omhulsel : vertanding van de insnijdingen |
| zwak |
| midden |
| sterk |
| Vrucht : grootte |
| zeer klein |
| klein |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Vrucht : vorm |
| bolvormig |
| kegelvormig |
| eivormig |
| kort cilindervormig |
| lang cilindervormig |
| Rijptijd |
| zeer vroeg |
| zeer vroeg tot vroeg |
| vroeg |
| vroeg tot midden |
| midden |
| midden tot laat |
| laat |
| laat tot zeer laat |
| zeer laat |
| Vrucht : percentage kern (gewicht) |
| zeer laag |
| laag |
| midden |
| hoog |
| zeer hoog |
| Cydonia |
| Plant : habitus |
| opgaand |
| halfopgaand |
| gespreid |
| Bladschijf : vorm |
| elliptisch |
| omgekeerd eivormig |
| eivormig |
| rond |
| Vrucht : algemene vorm |
| bolvormig |
| eivormig |
| peervormig |
| ingesnoerd |
| onregelmatig |
| langwerpig |
| Fragaria x Ananassa Duch. |
| Bloeiwijze : stand ten opzichte van de bladeren |
| daarbeneden |
| gelijk |
| daarboven |
| Vrucht : grootte |
| zeer klein |
| klein |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Vrucht : meest voorkomende vorm |
| niervorming |
| afgeplat bolvormig |
| rond |
| kegelvormig |
| dubbelkegelvormig |
| bijna cilindrisch |
| wigvormig |
| eivormig |
| hartvormig |
| Vrucht : kleur |
| witachtig geel |
| lichtoranje |
| oranje |
| oranjerood |
| rood |
| paars |
| donkerpaars |
| Rijptijd : (50 % van de planten met rijpe vruchten) |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden laat |
| zeer laat |
| Frequentie vruchtdracht |
| niet doordragend |
| halfdoordragend |
| volledig doordragend |
| Juglans regia L. |
| Tijdstip van het uitlopen |
| zeer vroeg |
| zeer vroeg tot vroeg |
| vroeg |
| vroeg tot midden |
| midden |
| midden tot laat |
| laat |
| laat tot zeer laat |
| zeer laat |
| Boom : type vrouwelijk bloemstelsel |
| enkelvoudig |
| samengesteld |
| Boom : vertakkingswijze vrouwelijke bloemtakken |
| onbepaald |
| bepaald |
| Rijptijd |
| vroeg |
| vroeg tot midden |
| midden |
| midden tot laat |
| laat |
| Malus Mill. |
| Boom : groeikracht |
| zwak |
| midden |
| sterk |
| Vrucht : vorm |
| bolvormig |
| bol/kegelvormig |
| kort bol/kegelvormig |
| afgeplat |
| afgeplat bolvormig |
| kegelvormig |
| lang kegelvormig |
| afgeknot kegelvormig |
| ellipsvormig |
| ellips/kegelvormig (ovaal) |
| langwerpig |
| langwerpig kegelvormig |
| langwerpig ingesnoerd |
| Vrucht : dekkleur van de schil |
| oranje |
| rood |
| paars |
| bruinachtig |
| Begin van de bloei (10 % van de bloemen open) |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Onderstamrassen |
| Boom : groeikracht (in het moerbed) |
| zwak |
| midden |
| sterk |
| Boom : aantal basale scheuten (in het moerbed) |
| zeer weinig |
| weinig |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Olea europea L. |
| Vrucht : vorm |
| langwerpig |
| elliptisch |
| bolvormig |
| Vrucht : stekeltje |
| afwezig |
| aanwezig |
| Vrucht : vorm van de basis |
| afgerond |
| afgeplat |
| ingezonken |
| Vrucht : omvang steelholte |
| smal |
| midden |
| breed |
| Prunus amygdalus Batsch |
| Begin van de bloei |
| zeer vroeg |
| zeer vroeg tot vroeg |
| vroeg |
| vroeg tot midden |
| midden |
| midden tot laat |
| laat |
| laat tot zeer laat |
| zeer laat |
| Bloem : kleur de kroonbladen |
| wit |
| roze-wit |
| roze |
| donkerroze |
| Rijptijd |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Droge vrucht : vorm de punt |
| afgeplat |
| afgerond |
| spits |
| Pit : vorm |
| smal elliptisch |
| elliptisch |
| breed elliptisch |
| zeer breed elliptisch |
| Prunus armeniaca L. |
| Vrucht : grootte |
| klein |
| midden |
| groot |
| Vrucht : diepte van de steelholte |
| ondiep |
| midden |
| diep |
| Vrucht : basiskleur van de schil |
| wit |
| creme tot geel |
| lichtoranje |
| oranje |
| donkeroranje |
| Vrucht : kleur van het vruchtvlees |
| wit |
| creme |
| lichtoranje |
| oranje |
| donkeroranje |
| Begin van de bloei (sommige bloemen volledig geopend) |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| Rijptijd |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Prunus avium L. |
| Prunus cerasus L. |
| Bloei |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Vrucht : grootte |
| zeer klein |
| klein midden |
| groot |
| zeer groot |
| Vrucht : kleur van de schil |
| geel |
| oranjerood |
| vermiljoen op lichtgele ondergrond |
| vermiljoen |
| paars |
| zwart |
| Vrucht : rijptijd |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Prunus domestica L. |
| Vrucht : grootte (fysiologisch rijpe vruchten) |
| zeer klein |
| klein |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Vrucht : algemene vorm in profiel (fysiologisch rijpe vruchten) |
| afgeplat rond |
| rond |
| langwerpig |
| slank |
| Vrucht : basiskleur van de schil (dauw niet verwijderd; fysiologisch |
| rijpe vruchten) |
| witachtig (doorschijnend) |
| groen |
| geelachtig groen |
| geel |
| oranjegeel |
| rood |
| paars |
| violetblauw |
| Vrucht : kleur van het vruchtvlees (fysiologisch rijpe vruchten) |
| witachtig |
| geel |
| geelachtig groen |
| groen |
| oranje |
| rood |
| Steen : vasthechting aan het vruchtvlees (fysiologisch rijpe vruchten) |
| geen |
| matig |
| sterk |
| Steen : grootte in verhouding tot de vrucht (fysiologisch rijpe vruchten) |
| klein |
| midden |
| groot |
| Rijptijd |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Prunus persica (L.) Batsch |
| Boom : type |
| normaal |
| spur |
| Bloeiende scheut : anthocyaninekleuring |
| ontbrekend |
| aanwezig |
| Begin van de bloei |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Bloem : vorm |
| roosvormig |
| klokvormig |
| Kroonblad : grootte |
| zeer klein |
| klein |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Bladsteel : honingklieren |
| ontbrekend |
| aanwezig |
| Bladsteel : vorm van de honingklieren |
| rond |
| niervormig |
| Vrucht : beharing |
| ontbrekend |
| aanwezig |
| Vrucht : basiskleur van het vruchtvlees |
| wit |
| geel tot oranjegeel |
| rood |
| Steen : vasthechting aan het vruchtvlees |
| ontbrekend |
| aanwezig |
| Rijptijd |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Prunus salicina Lindl. |
| Vrucht : grootte |
| zeer klein |
| klein |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Vrucht : basiskleur van de schil |
| witachtig (doorschijnend) |
| groen |
| geelachtig groen |
| geel |
| oranje tot geel |
| rood |
| paars |
| violetblauw |
| donkerblauw |
| Vrucht : kleur van het vruchtvlees |
| witachtig |
| geel |
| geelachtig groen |
| groen |
| oranje |
| rood |
| Bloeitijd |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Rijptijd |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Pyrus communis L. |
| Bloei (tijdstip volle bloei) |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Vrucht : grootte |
| zeer klein |
| klein |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Vrucht : vorm in profiel (lengtedoorsnede) |
| concaaf |
| recht |
| convex |
| Vrucht : lengte in verhouding tot de maximumdiameter |
| zeer kort |
| kort |
| midden |
| lang |
| zeer lang |
| Vrucht : basiskleur van de schil (bij rijpe vruchten) |
| groen |
| geelgroen |
| geel |
| rood |
| Vrucht : lengte van de steel |
| kort |
| midden |
| lang |
| Plukrijpheid |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Ribes silvestre Mert en Koch (rode bes) |
| Ribes niveum Lindl. (witte bes) |
| Rijptijd |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Vruchttros : lengte (met inbegrip van de steel) |
| zeer kort |
| kort |
| midden |
| lang |
| zeer lang |
| Bes : grootte |
| zeer klein |
| klein |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Bes : kleur |
| wit |
| witachtig geel |
| roze |
| rood |
| Ribes uva-crispa L. |
| (kruisbes) |
| Plant : vorm |
| eivormig |
| bolvormig |
| liggend elliptisch |
| Vrucht : grootte |
| zeer klein |
| klein |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Vrucht : vorm |
| bolvormig |
| elliptisch |
| peervormig |
| Vrucht : kleur |
| geel |
| geelgroen |
| groen met witte nuance |
| groen |
| rood |
| Vrucht : rijptijd |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Ribes nigrum L. (zwarte bes) |
| Plant : verhouding hoogte/diameter |
| klein |
| midden |
| groot |
| Vrucht : grootte |
| zeer klein |
| klein |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Vrucht : rijptijd |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Rubus subgenus Eubatus Sect. Moriferi en Ursini en hybriden |
| Plant : groeiwijze |
| opgaand |
| opgaand tot halfopgaand |
| halfopgaand |
| halfopgaand tot kruipend |
| kruipend |
| Slapende twijg : stekels |
| ontbrekend |
| aanwezig |
| Vrucht : grootte |
| zeer klein |
| klein |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Begin rijptijd |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Rubus idaeus L. (framboos) |
| Plant : aantal jonge scheuten |
| zeer klein |
| klein |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Enkel rassen die in de zomer vrucht dragen op de twijgen van het |
| voorgaande jaar : |
| Slapende twijg : kleur |
| grijsbruin |
| grijsbruin tot bruin |
| bruin |
| bruin tot paarsbruin |
| paarsbruin |
| Vrucht : kleur |
| geel |
| lichtrood |
| middenrood |
| donkerrood |
| oranje |
| paars |
| zwart |
| Vrucht : grootte |
| zeer klein |
| klein |
| midden |
| groot |
| zeer groot |
| Vrucht : verhouding lengte/breedte |
| even lang als breed |
| langer dan breed |
| veel langer dan breed |
| Belangrijkste vruchtdracht |
| in de zomer op twijgen van het voorgaande jaar |
| in de herfst op twijgen van hetzelfde jaar |
| Tijdstip van de rijping op twijgen van het voorgaande jaar |
| zeer vroeg |
| vroeg |
| midden |
| laat |
| zeer laat |
| Citrus sp. |
| Jeune pousse : pigmentation anthocyanique du sommet (10 a 15 an du sommet) |
| absente |
| presente |
| Fruit : forme de l'extremite distale |
| en creux |
| tronquee |
| arrondie |
| legerement protuberante |
| fortement protuberante |
| Fruit : couleur de la surface |
| verte |
| verte a jaune |
| jaune |
| jaune a orange |
| orange |
| orange a rouge |
| rose |
| rouge |
| pourpre |
| Epoque de maturite du fruit |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive tres tardive |
| Corylus avellana L. |
| Epoque de debourrement (quand deux feuilles emergent du bourgeon) |
| tres precoce |
| tres precoce a precoce |
| precoce |
| precoce a moyennement precoce |
| moyennement precoce |
| moyennement precoce a tardive |
| tardive |
| tardive a tres tardive |
| tres tardive |
| Epoque de la floraison male |
| tres precoce |
| tres precoce a precoce |
| precoce |
| precoce a moyennement precoce |
| moyennement precoce |
| moyennement precoce a tardive |
| tardive |
| tardive a tres tardive |
| tres tardive |
| Epoque de la floraison femelle |
| tres precoce |
| tres precoce a precoce |
| precoce |
| precoce a moyennement precoce |
| moyennement precoce |
| moyennement precoce a tardive |
| tardive |
| tardive a tres tardive |
| tres tardive |
| Involucre : longueur par rapport a la longueur du fruit |
| plus court |
| de même longueur |
| plus long |
| Involucre : echancrure |
| faible |
| moyenne |
| forte |
| Involucre: dentelure du bord, des echancrures |
| faible |
| moyenne |
| forte |
| Fruit : grosseur |
| tres petit |
| petit |
| moyen |
| gros |
| tres gros |
| Fruit: forme generale |
| globuleux |
| conique |
| ovoide |
| subcylindrique court |
| subcylindrique long |
| Epoque de maturite |
| tres precoce |
| tres precoce a precoce |
| precoce |
| precoce a moyennement precoce |
| moyennement precoce |
| moyennement precoce a tardive |
| tardive |
| tardive a tres tardive |
| tres tardive |
| Fruit : pourcentage d'amandon (en poids) |
| tres faible |
| faible |
| moyen |
| eleve |
| tres eleve |
| Cydonia |
| Plante : port |
| erige |
| demi-erige |
| etale |
| Limbe: forme |
| elliptique |
| obovale |
| ovale |
| arrondi |
| Fruit : forme generale |
| globuleux |
| ovale |
| pyriforme |
| retreci |
| irregulier |
| oblong |
| Fragaria x Ananassa Duch. |
| Inflorescence : position par rapport au feuillage |
| en-dessous |
| au même niveau |
| au-dessus |
| Fruit: grosseur |
| tres petit |
| petit |
| moyen |
| gros |
| tres gros |
| Fruit : forme la plus frequente |
| reniforme |
| aplati |
| globuleux |
| conique |
| biconique |
| presque cylindrique |
| cuneiforme |
| ovoide |
| cordiforme |
| Fruit : couleur |
| jaune blanchatre |
| orange pale |
| orange |
| rouge orange |
| rouge |
| pourpre |
| pourpre fonce |
| Epoque de maturite : (50 % des plantes avec des fruits murs) |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Remontee |
| non remontante |
| partiellement remontante |
| remontante |
| Juglans regia L. |
| Epoque de debourrement |
| tres precoce |
| tres precoce a precoce |
| precoce |
| precoce a moyenne |
| moyenne |
| moyenne a tardive |
| tardive |
| tardive a tres tardive |
| tres tardive |
| Arbre : type de l'inflorescence femelle |
| simple |
| en groupes |
| Arbre : type de ramification des rameaux avec fleurs femelles |
| indetermine |
| determine |
| Epoque de maturite |
| precoce |
| precoce a moyenne |
| moyenne |
| moyenne a tardive |
| tardive |
| Malus Mill. |
| Arbre : vigueur |
| faible |
| moyenne |
| forte |
| Fruit : forme |
| globuleuse |
| conique globuleuse |
| conique globuleuse trapue |
| aplatie |
| globuleuse aplatie |
| conique |
| conique allongee |
| conique tronquee |
| ellipsoide |
| conique ellipsoide (ovale) |
| oblongue |
| conique oblongue |
| oblongue retrecie |
| Fruit : couleur du lavis de l'epiderme |
| orange |
| rouge |
| violette |
| brunatre |
| Epoque de debut de floraison (10 % des fleurs épanouies) |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Varietes porte-greffes |
| Arbre : vigueur (en marcottiere) |
| faible |
| moyenne |
| forte |
| Arbre : nombre de rameaux basaux (en marcottiere) |
| tres petit |
| petit |
| moyen |
| grand |
| tres grand |
| Olea europea L. |
| Fruit : forme |
| allonge |
| elliptique |
| globuleux |
| Fruit : mucron |
| absent |
| present |
| Fruit : forme de la base |
| arrondie |
| tronquee |
| deprimee |
| Fruit: largeur de la cuvette pedonculaire |
| etroite |
| moyenne |
| large |
| Prunus amygdalus Batsch |
| Epoque de debut de floraison |
| tres precoce |
| tres precoce a precoce |
| precoce |
| precoce a moyenne |
| moyenne |
| moyenne a tardive |
| tardive |
| tardive a tres tardive |
| tres tardive |
| Fleur : couleur des petales |
| blancs |
| blanc rose |
| roses |
| rose fonce |
| Epoque de maturite |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Fruit sec: forme du sommet |
| aplati |
| arrondi |
| pointu |
| Amandon : forme |
| elliptique etroit |
| elliptique |
| elliptique large |
| elliptique tres large |
| Prunus armeniaca L. |
| Fruit : taille |
| petit |
| moyen |
| gros |
| Fruit : profondeur de la cavite pedonculaire |
| peu profonde |
| moyenne |
| profonde |
| Fruit : couleur de fond de la peau |
| blanche |
| creme a jaune |
| orange clair |
| orange |
| orange fonce |
| Fruit : couleur de la chair |
| blanche |
| creme |
| orange clair |
| orange |
| orange fonce |
| Epoque de debut de floraison (quand l'arbre presente quelques fleurs pleinement epanouies) |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| Epoque de maturite |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Prunus avium L. |
| Prunus cerasus L. |
| Epoque de floraison |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Fruit : grosseur |
| tres petit |
| petit |
| moyen |
| gros |
| tres gros |
| Fruit: couleur de l'epiderme |
| jaune |
| rouge orange |
| vermillon sur fond jaune pale |
| vermillon |
| pourpre |
| noir |
| Fruit: epoque de maturite |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Prunus domestica L. |
| Fruit: taille (a la maturite physiologique) |
| tres petit |
| petit |
| moyen |
| gros |
| tres gros |
| Fruit : forme generale en vue de profil (a la maturite physiologique) |
| arrondie aplatie |
| arrondie |
| oblongue |
| allongee |
| Fruit : couleur de fond de l'epiderme (avec la pruine, a la maturite physiologique) |
| blanchatre (transparent) |
| verte |
| vert jaunatre |
| jaune |
| jaune orange |
| rouge |
| violette |
| bleu violace |
| Fruit : couleur de la chair (a la maturite physiologique) |
| blanchatre |
| jaune |
| vert jaunatre |
| verte |
| orangee |
| rouge |
| Noyau : adherence a la chair (a la maturite physiologique) |
| non adherant |
| semi-adherant |
| adherant |
| Noyau : taille par rapport au fruit (a la maturite physiologique) |
| petit |
| moyen |
| grand |
| Epoque de maturite |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Prunus persica (L.) Batsch |
| Arbre : type |
| normal |
| Rameau mixte : pigmentation anthocyanique |
| absente |
| presente |
| Epoque de debut de floraison |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Fleur : forme |
| rosacee |
| campanulee |
| Petale: taille |
| tres petit |
| petit |
| moyen |
| gros |
| tres gros |
| Petiole : nectaries |
| absente |
| presente |
| Petiole : forme des nectaries |
| circulaire |
| reniforme |
| Fruit: pubescence |
| absente |
| presente |
| Fruit : couleur de fond de la chair |
| blanche |
| jaune a jaune orange |
| rouge |
| Noyau : adherence a la chair |
| absente |
| presente |
| Epoque de maturite |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Prunus salicina Lindl. |
| Fruit : taille |
| tres petit |
| petit |
| moyen |
| grand |
| tres grand |
| Fruit: couleur de fond de la peau |
| blanchatre (transparente) |
| verte |
| vert jaunatre |
| jaune |
| orange a jaune |
| rouge |
| pourpre |
| bleu violace |
| bleu fonce |
| Fruit: couleur de la chair |
| blanchatre |
| jaune |
| vert jaunatre |
| verte |
| orange |
| rouge |
| Epoque de floraison |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Epoque de maturite |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Pyrus communis L. |
| Epoque de pleine floraison |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Fruit : grosseur |
| tres petit |
| petit |
| moyen |
| gros |
| tres gros |
| Fruit: profil (en section longitudinale) |
| concave |
| droit |
| convexe |
| Fruit: longueur par rapport au plus grand diametre |
| tres court |
| court |
| intermediaire |
| allonge |
| tres allonge |
| Fruit : couleur de fond de l'epiderme (a maturite) |
| vert |
| jaune-vert |
| jaune |
| rouge |
| Fruit : longueur du pedoncule |
| court |
| moyen |
| long |
| Epoque de maturite de recolte |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Ribes silvestre Mert et Koch et |
| Ribes niveum Lindl. (groseiller a grappes) |
| Epoque de maturite |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Grappe : longueur (pedoncule inclus) |
| tres courte |
| courte |
| moyenne |
| longue |
| tres longue |
| Baie : taille |
| tres petite |
| petite |
| moyenne |
| grosse |
| tres grosse |
| Baie : couleur |
| blanche |
| jaune blanchatre |
| rose |
| rouge |
| Ribes uva-crispa L. |
| (groseilliers a maquereau) |
| Plante : forme |
| ovoide |
| globuleuse |
| ellipsoide transverse |
| Fruit : taille |
| tres petit |
| petit |
| moyen |
| gros |
| tres gros |
| Fruit : forme |
| globuleux |
| ellipsoide |
| pyriforme |
| Fruit : couleur |
| jaune |
| vert-jaune |
| verte avec teinte blanche |
| verte |
| rouge |
| Fruit : epoque de maturite des fruits |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Ribes nigrum L. (cassis) |
| Plante : rapport hauteur/diametre |
| petit |
| moyen |
| grand |
| Fruit : taille |
| tres petit |
| petit |
| moyen |
| grand |
| tres grand |
| Epoque de maturite des fruits |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Rubus subgenus Eubatus Sect. Moriferi et Ursini (ronce fruitiere) et hybrides |
| Plante : port |
| dresse |
| dresse a demi-dresse |
| demi-dresse |
| demi-dresse a etale |
| etale |
| Canne dormante : epines |
| absentes |
| presentes |
| Fruit : taille |
| tres petit |
| petit |
| moyen |
| grand |
| tres grand |
| Epoque de debut de maturite |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
| Rubus ideaus L. (framboisier) |
| Canne : nombre de jeunes pousses |
| tres faible |
| faible |
| moyen |
| eleve |
| tres eleve |
| Seulement les varietes dont la recolte principale est sur la canne de l'annee precedente en ete |
| Canne dormante : couleur |
| brun grisatre |
| brun grisatre a brune |
| brune |
| brune a brun grisatre |
| brun-pourpre |
| Fruit : couleur |
| jaune |
| rouge clair |
| rouge vif |
| rouge sombre |
| orange |
| pourpre |
| noir |
| Fruit : grosseur |
| tres petit |
| petit |
| moyen |
| gros |
| tres gros |
| Fruit : rapport longueur/largeur |
| aussi long que large |
| plus long que large |
| beaucoup plus long que large |
| Recolte principale |
| sur la canne de l'année precedente en ete |
| sur la jeune canne en automne |
| Epoque de maturite sur cannes de l'année precedente |
| tres precoce |
| precoce |
| moyenne |
| tardive |
| tres tardive |
Art. N3. Bijlage III. - Referentielaboratoria.
Art. N3. Annexe 3. Laboratoires de référence.
| Type van schadelijke organismen | Laboratoria |
| Mycologie | DEPARTEMENT GEWASBESCHERMING, CLO-GENT |
| Bacteriologie | DEPARTEMENT GEWASBESCHERMING, CLO-GENT |
| Virologie | DEPARTEMENT LUTTE BIOLOGIQUE ET RESSOURCES |
| PHYTOGENETIQUES (D.3 -CRA-GEMBLOUX) | |
| - SECTION DE LUTTE BIOLOGIQUE ET INTEGREE | |
| EN PHYTOPATHOLOGIE ET EN ZOOLOGIE APPLIQUEE | |
| Nematologie | DEPARTEMENT GEWASBESCHERMING, CLO-GENT |
| Entomologie en acarologie | DEPARTEMENT GEWASBESCHERMING, CLO-GENT |
| Andere dierlijke vijanden | DEPARTEMENT LUTTE BIOLOGIQUE ET RESSOURCES |
| PHYTOGENETIQUES (D.3 -CRA-GEMBLOUX) | |
| - SECTION DE LUTTE BIOLOGIQUE ET INTEGREE | |
| EN PHYTOPATHOLOGIE ET EN ZOOLOGIE APPLIQUEE | |
| Rasechtheid | DEPARTEMENT DE BIOTECHNOLOGIE |
| (D.1 - CRA-GEMBLOUX) - SECTION BIOLOGIE | |
| MOLECULAIRE |
Art. N3. (VLAAMSE OVERHEID) (Opgeheven)
| Types d'organismes nuisibles | Laboratoires |
| Mycologie | DEPARTEMENT GEWASBESCHERMING, CLO-GENT |
| Bactériologie | DEPARTEMENT GEWASBESCHERMING, CLO-GENT |
| Virologie | DEPARTEMENT LUTTE BIOLOGIQUE ET RESSOURCES |
| PHYTOGENETIQUES (D.3 -CRA-GEMBLOUX) | |
| - SECTION DE LUTTE BIOLOGIQUE ET INTEGREE | |
| EN PHYTOPATHOLOGIE ET EN ZOOLOGIE APPLIQUEE | |
| Nématologie | DEPARTEMENT GEWASBESCHERMING, CLO-GENT |
| Entomologie et acarologie | DEPARTEMENT GEWASBESCHERMING, CLO-GENT |
| Autres ravageurs animauxn | DEPARTEMENT LUTTE BIOLOGIQUE ET RESSOURCES |
| PHYTOGENETIQUES (D.3 -CRA-GEMBLOUX) | |
| - SECTION DE LUTTE BIOLOGIQUE ET INTEGREE | |
| EN PHYTOPATHOLOGIE ET EN ZOOLOGIE APPLIQUEE | |
| Identité variétale | DEPARTEMENT DE BIOTECHNOLOGIE |
| (D.1 - CRA-GEMBLOUX) - SECTION BIOLOGIE | |
| MOLECULAIRE |
Art. N3. (AUTORITE FLAMANDE) (Abrogé)