Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
31 AUGUSTUS 1999. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.
Titre
31 AOUT 1999. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente.
Dokumentinformationen
Numac: 2000035148
Datum: 1999-08-31
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2000035148
Date: 1999-08-31
Moniteur: Voir
Tekst (61)
Texte (63)
Artikel 1. Het opschrift van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage wordt vervangen door wat volgt:
"Besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage."
Article 1. L'intitulé de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente est remplacé par ce qui suit:
"Arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente".
Art. 2. In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt:
"Het besluit is echter niet van toepassing op de leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel en de inrichtende machten die ze tewerkstellen."
Art. 2. A l'article 1er du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 1994, la deuxième phrase est remplacée par ce qui suit:
"Toutefois, l'arrêté ne s'applique pas aux membres du personnel de maîtrise, gens de métier et de service et aux pouvoirs organisateurs qui les emploient."
Art. 3. In artikel 2 van het hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 9 juli 1996 en 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in § 1, 2°, worden in punt 1 de woorden ", het aanvullend secundair beroepsonderwijs" geschrapt;
§ 1, 3°, punt 4, wordt vervangen door wat volgt:
"4. het hoger onderwijs voor sociale promotie van het korte type;
";
in § 1, 3°, wordt punt 5 geschrapt;
in § 1 wordt 4° opgeheven;
in § 2 wordt 4° vervangen door wat volgt:
"4° "vacature": elke volledige of onvolledige betrekking die vacant is, of waarvan de titularis of zijn vervanger afwezig is voor een periode van ten minste 10 werkdagen. De betrekkingen moeten op 1 september organiek kunnen worden ingericht en op voormelde datum effectief ingericht zijn. Betrekkingen die slechts na 1 september worden ingericht, moeten in ieder geval worden onderworpen aan de bepalingen van dit besluit;
";
in § 2, wordt 5° vervangen door wat volgt:
"5° "betrekking niet vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling":
a) in het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en de centra: een betrekking is vanaf 1 januari van het school- of dienstjaar in kwestie, niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat die betrekking bekleedt, de twee volgende voorwaarden vervult:
1. het heeft ten minste 720 dagen dienstanciënniteit verworven in hoofdambt op:
- 31 augustus van het voorgaande jaar voor de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra, het administratief personeel, het personeel van de semi-internaten en van de opvangcentra;
- 30 juni van het voorgaande jaar voor de andere personeelsleden;
2. het heeft uiterlijk op 31 december van het school- of dienstjaar in kwestie de hierna vermelde leeftijd bereikt:
- 24 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel, het sociaal personeel, het administratief personeel;
- 24 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het basisonderwijs;
- 28 jaar voor de leden van het psychologisch personeel, het medisch personeel en het orthopedagogisch personeel;
- 26 jaar voor de leden van het technisch personeel van de centra die een ambt bekleden van psycho-pedagogisch werker, paramedisch werker of maatschappelijk werker, voor de werkleiders voor de sociale discipline, paramedische discipline en de methodologische informatie en documentatie, en voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel op lager secundair niveau;
- 28 jaar voor de leden van het technisch personeel van de centra die een wervingsambt bekleden van psycho-pedagogisch consulent, voor de werkleiders van de psycho-pedagogische discipline, de directeurs van de centra en voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel op hoger secundair niveau.
Voor het personeelslid dat deze voorwaarden vervult, blijven de bovenstaande bepalingen geldig over de school- of dienstjaren heen.
b) in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie;
een betrekking is vanaf 1 september van het schooljaar in kwestie niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat die betrekking bekleedt een dienstanciënniteit heeft van ten minste 720 dagen in hoofdambt gespreid over tenminste drie schooljaren.
Het personeelslid moet deze dienstanciënniteit bereiken op:
- 31 augustus van het voorgaande schooljaar voor de leden van het ondersteunend personeel en het opvoedend hulppersoneel van het gewoon voltijds secondair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs, en voor het administratief personeel;
- 30 juni van het voorgaand schooljaar voor de andere personeelsleden.
Voor het personeelslid dat deze voorwaarden vervult, blijven de bovenstaande bepalingen geldig over de schooljaren heen.";
in § 2, 6°, tweede lid, worden de woorden "of academiejaar" geschrapt;
in § 2, 8°, worden de woorden ", het aanvullend secundair beroepsonderwijs" geschrapt;
§ 4 wordt opgeheven;
10° een § 8 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
"§ 8. Voor de toepassing van dit besluit worden de autonome internaten beschouwd als instellingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoren.";
11° een § 9 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
"§ 9. Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het gewoon voltijds secundair onderwijs bij een vermindering van het aantal punten voor het ondersteunend personeel of een betrekking of betrekkingen uit hetzij de groep van het opvoedend hulppersoneel en opvoeder, hetzij de groep van het administratief personeel en administratief medewerker door deze vermindering niet meer kan worden instandgehouden, op basis van criteria die worden onderhandeld in het lokaal comité.";
12° een § 10 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
"§ 10. Voor de toepassing van dit besluit moet in het gewoon voltijds secundair onderwijs bij een vermindering van het aantal punten voor het ondersteunend personeel rekening worden gehouden met het feit dat in een instelling de personeelsleden van het ondersteunend personeel, administratief personeel en/of opvoedend hulppersoneel uit tenminste 50 % opvoeders en/of opvoedend hulppersoneel moeten bestaan.";
13° een § 11 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
"§ 11. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder pedagogische entiteit verstaan: een entiteit die bestaat uit enerzijds één instelling met een eerste graad en anderzijds één instelling met een tweede, een derde en eventueel een vierde graad van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht en die in hetzelfde gebouwencomplex is gelegen.".
Art. 3. A l'article 2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994, 9 juillet 1996 et 22 septembre 1998, les modifications suivantes sont ajoutées:
au § 1er, 2° les mots "l'enseignement secondaire professionnel complémentaire" sont supprimés;
le § 1er, 3°, point 4, est remplacé par ce qui suit:
"4. l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court;
";
au § 1er, 3°, le point 5 est supprimé;
au § 1er, le point 4° est abrogé;
au § 2, le point 4° est remplacé par ce qui suit:
"4° "vacance d'emploi": tout emploi complet ou incomplet qui est vacant, ou dont le titulaire ou son remplaçant est absent pour une période d'au moins 10 jours ouvrables. Il faut que les emplois soient organiquement organisables au 1er septembre et organisés effectivement à cette même date. Les emplois n'étant organisés qu'après le 1er septembre, seront de toute fa}on soumis à l'application du présent arrêté;
";
au § 2, le point 5° est remplacé par ce qui suit:
"5° emploi non susceptible de réaffectation ou de remise au travail":
a) dans l'enseignement fondamental, l'enseignement artistique à temps partiel et les centres: un emploi n'est plus susceptible de réaffectation ou de remise au travail à partir du 1er janvier de l'année scolaire ou de l'exercice en question, si le membre du personnel occupant cet emploi, remplit les deux conditions suivantes:
1. il compte au moins 720 jours d'ancienneté de service acquis en fonction principale:
- au 31 août de l'année précédente pour les membres du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux, du personnel administratif, du personnel des semi-internats et des centres d'accueil;
- au 30 juin de l'année précédente pour les autres membres du personnel;
2. il a atteint au plus tard le 31 décembre de l'année scolaire ou de l'exercice en question l'âge cité ci-après:
- 24 ans pour les membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel social, du personnel administratif;
- 24 ans pour les membres du personnel directeur et enseignant de l'enseignement fondamental;
- 28 ans pour les membres du personnel psychologique, médical et orthopédagogique;
- 26 ans pour les membres du personnel technique des centres qui occupent un emploi d'auxiliaire psychopédagogique, d'auxiliaire paramédical ou d'assistant social, pour les chefs de travaux pour la discipline sociale, paramédicale ou l'information et la documentation méthodologiques, et pour les membres du personnel directeur et enseignant au niveau de l'enseignement secondaire inférieur;
- 28 ans pour les membres du personnel technique des centres qui occupent un emploi de recrutement de conseil psychopédagogique, pour les chefs de travaux de la discipline psychopédagogique, les directeurs des centres et pour les membres du personnel directeur et enseignant au niveau de renseignement secondaire supérieur.
Pour le membre du personnel remplissant ces conditions, les dispositions susmentionnées restent valables à travers les années scolaires ou exercices.
b) dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'enseignement secondaire spécial et l'enseignement de promotion sociale;
à partir du 1er septembre de l'année scolaire en question, l'emploi n'est plus susceptible de réaffectation ou de remise au travail, si le membre du personnel occupant ce poste a acquis une ancienneté de service d'au moins 720 jours en fonction principale étalés sur trois années scolaires au moins.
Le membre du personnel doit acquérir cette ancienneté de service le:
- 31 août de l'année scolaire précédente pour les membres du personnel d'appui et du personnel auxiliaire d'éducation de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, et pour les personnels administratifs;
- 30 juin de l'année scolaire précédente pour les autres personnels.
Pour le membre du personnel remplissant ces conditions, les dispositions précédentes restent valables à travers les années scolaires.";
au § 2, 6°, deuxième alinéa, les mots "ou année académique" sont supprimés;
au § 2, 8° les mots ", l'enseignement secondaire professionnel complémentaire" sont supprimés;
le § 4 est supprimé;
10° il est ajouté un § 8, rédigé comme suit:
"§ 8. Pour l'application du présent arrêté, les internats autonomes sont considérés comme des établissements de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein n'appartenant pas à un centre d'enseignement.";
11° il est ajouté un § 9, rédigé comme suit:
"§ 9. Pour l'application du présent arrêté, le pouvoir organisateur dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein décide lors d'une diminution du nombre de points pour le personnel d'appui s'il n'est plus possible, à cause de cette réduction, de maintenir un emploi ou des emplois soit de la catégorie des personnels auxiliaires d'éducation soit des éducateurs, soit de la catégorie des personnels administratifs et des collaborateurs administratifs sur la base des critères négociés au sein du comité local.";
12° il est ajouté un § 10, rédigé comme suit:
"§ 10. Pour l'application du présent arrêté, l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein doit tenir compte du fait que, lors d'une réduction du nombre de points pour le personnel d'appui, 50 % au moins des membres du personnel d'appui, du personnel administratif et/ou auxiliaire d'éducation dans un établissement doivent consister en éducateurs et/ou personnel auxiliaire d'éducation.";
"§ 11. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par entité pédagogique: une entité qui se compose d'une part d'un établissement organisant un premier degré et d'autre part un établissement organisant un deuxième, troisième et éventuellement un quatrième degré de l'enseignement secondaire, qui appartient au même pouvoir organisateur et est situé dans le même complexe."
Art. 4. In titel I, hoofdstuk III, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen door wat volgt:
"Afdeling 2. - Gewoon basisonderwijs".
Art. 4. Dans le Titre Ier, Chapitre III du même arrêté, l'intitulé de la section 2 est remplacé par ce qui suit:
"Section 2 - Enseignement fondamental ordinaire".
Art. 5. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in § 1, punt 1, wordt de eerste zin vervangen door wat volgt:
"Voor het basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd: het ambt, zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs en van het administratief en opvoedend hulppersoneel.";
in § 2, eerste lid, worden de woorden "kleuter, lager en" geschrapt;
in § 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Deze bepaling geldt niet als het gaat om het ambt van leermeester godsdienst of het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer en in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs niet door een leermeester godsdienst."
Art. 5. A l'article 4 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
au § 1er, point 1, la première phrase est remplacée par ce qui suit:
"Pour l'enseignement fondamental, la "même fonction" est définie comme suit: la fonction telle que reprise dans la réglementation organisant le classement et la répartition des fonctions du personnel directeur et enseignant dans l'enseignement fondamental et du personnel administratif et auxiliaire d'éducation.";
au § 2, premier alinéa, les mots "maternel, primaire et" sont supprimés;
au § 2, le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit:
"La présente disposition n'est pas applicable s'il s'agit de la fonction de maître ou professeur de religion ou de la fonction de maître de morale non confessionnelle. En outre, le maître de morale non confessionnelle et dans l'enseignement communautaire et l'enseignement officiel subventionné le maître ou professeur de religion ne peuvent l'invoquer."
Art. 6. In Titel I, hoofdstuk III, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen door wat volgt:
"Afdeling 3. - Gewoon voltijds secundair onderwijs, deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs".
Art. 6. Au Titre Ier, Chapitre III du même arrêté, l'intitulé de la section 3 est remplacé par ce qui suit:
"Section 3. - Enseignement secondaire ordinaire à temps plein, enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel et enseignement secondaire professionnel à temps partiel".
Art. 7. Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 5. § 1. Voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd:
l° Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het ondersteunend personeel, het opvoedend hulp- en administratief personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
Voor het ambt van directeur moet een onderscheid gemaakt worden tussen het ambt van directeur van een instelling met een derde graad en het ambt van directeur van een instelling zonder derde graad. Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt voor de beide ambten;
Als het een ambt van leraar betreft:
a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten en, voor technische vakken, kunstvakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar. Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit;
b) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken, kunstvakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid:
- ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs. Deze bepaling geldt niet voor het vak niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leraar belast met het vak niet-confessionele zedenleer;
- ofwel dat vak of deze specialiteit als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling geldt voor de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. Als de instelling in kwestie behoort tot een scholengemeenschap, geldt de toepassing van deze bepaling eveneens voor alle instellingen van deze scholengemeenschap.
Een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten.
Met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs, wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus.
In afwijking van 1° en 3° van deze paragraaf wordt in het gewoon voltijds secundair onderwijs voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel, met uitzondering van de personeelsleden van de internaten, volgend onderscheid gemaakt:
a) de ambten van het opvoedend hulppersoneel en het ambt van opvoeder vormen "hetzelfde ambt";
b) de ambten van het administratief personeel en het ambt van administratief medewerker vormen "hetzelfde ambt".
Deze bepaling geldt niet voor de verdeling van de opdrachten en de terbeschikkingstelling in instellingen die, op basis van artikel 98, 4°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, hun personeelsleden in dienst houden volgens het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs en voor hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs.
Voor de personeelsleden van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het beroepssecundair onderwijs is de overgang naar het algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs:
a) verplicht als de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat zowel in het beroepssecundair onderwijs als in de andere onderwijsvormen een vereist bekwaamheidsbewijs is voor dit ambt, vak of deze specialiteit;
b) verplicht als de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in het beroepssecundair onderwijs en in de andere onderwijsvormen een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is voor dit ambt, vak of deze specialiteit;
c) niet mogelijk als het bekwaamheidsbewijs waarover de betrokken personeelsleden beschikken wel een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in het beroepssecundair onderwijs, maar niet in de andere onderwijsvormen.
In afwijking van de bepaling onder b) kan de inrichtende macht na onderling akkoord met het betrokken personeelslid een onderscheid maken tussen het beroepssecundair onderwijs en de drie andere onderwijsvormen, behalve als het betrokken personeelslid reeds in één van deze drie onderwijsvormen fungeert als vastbenoemde in dit leervak.
Als de betrokken partijen het niet eens worden over de vraag of een onderscheid moet worden gemaakt tussen het beroepssecundair onderwijs enerzijds en de andere drie onderwijsvormen anderzijds, kan de partij die zich benadeeld acht tegen uiterlijk 15 september van het schooljaar in kwestie een gefundeerd bezwaarschrift indienen bij de bevoegde Vlaamse reaffectatiecommissie, opgericht krachtens artikel 16 van dit besluit.
In afwachting van de beslissing van de Vlaamse reaffectatiecommissie geldt de verplichting van b).
§ 2. Voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt het "ander ambt" als volgt gedefinieerd: elk ambt, met uitzondering van "hetzelfde ambt" in de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs.
Deze bepaling is niet van toepassing voor het ambt van godsdienstleraar. In het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs kan de godsdienstleraar deze bepaling niet inroepen.
In een ambt van de categorie van het opvoedend hulppersoneel volstaat het echter dat het terbeschikkinggestelde personeelslid een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs bezit, als de terbeschikkingstelling uitgesproken is in een ambt van die categorie.
§ 3. Voor de personeelsleden die een erkende navorming genoten hebben en die hierdoor een andere onderwijsbevoegdheid verworven hebben, wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid in functie van deze nieuwe onderwijsbevoegdheid zowel voor de voorafgaande maatregelen aan de terbeschikkingstelling als bij de reaffectatie of de wedertewerkstelling. Bij de voorafgaande maatregelen en bij de terbeschikkingstelling kunnen zij hetzelfde ambt slechts opeisen van vastbenoemde personeelsleden met een kleinere dienstancienniteit als ze opnieuw vast benoemd zijn in dat nieuwe ambt of vak."
Art. 7. L'article 5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 1994, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 5. § 1er. Pour l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel et l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, la "même fonction" est définie comme suit:
La fonction telle qu'elle est reprise dans la réglementation organisant le classement et la répartition des fonctions du personnel directeur et enseignant et du personnel d'appui, du personnel administratif et du personnel auxiliaire d'éducation dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel et l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
Pour la fonction de directeur, il faut faire une distinction entre la fonction de directeur d'un établissement organisant un troisième degré et la fonction de directeur d'un établissement sans troisième degré. Cette distinction n'est pas faite si le membre du personnel intéressé est porteur du titre requis pour les deux fonctions;
S'il s'agit d'une fonction d'enseignant:
a) une charge d'enseignement dans la même branche ou les mêmes spécialités et, pour les cours techniques, artistiques ou pratiques, dans les branches appartenant à la même spécialité, dont le membre du personnel était titulaire au 30 juin de l'année scolaire précédente. Cette disposition n'est applicable que si le membre du personnel auquel la notion "même fonction" doit être appliquée, est porteur du titre requis ou jugé suffisant ou est censé être porteur du titre requis ou jugé suffisant pour ce cours et éventuellement pour cette spécialité;
b) une charge d'enseignement dans toute branche ou spécialité, autre que celle visée par a) et, pour les cours techniques, artistiques ou pratiques, dans les branches qui appartiennent à la même spécialité, pour lesquelles le membre du personnel:
- ou bien, est porteur du titre requis ou, par mesure transitoire, est censé être porteur du titre requis. Cette disposition n'est pas applicable au cours de morale non confessionnelle. En outre, elle ne peut être invoquée par un professeur chargé du cours de morale non confessionnelle.
- ou bien, s'il était nommé définitivement à cette branche ou spécialité, sur base d'un titre jugé suffisant ou d'un titre qui, par mesure transitoire, est censé être suffisant, l'a enseignée pour une période ininterrompue de six mois au moins au cours des cinq dernières années scolaires précédant le moment auquel les dispositions du présent arrêté sont appliquées. Cette disposition est applicable aux établissements appartenant au pouvoir organisateur qui a accordé la nomination à titre définitif ou qui a repris d'un autre pouvoir organisateur l'établissement dans lequel le membre du personnel était nommé à titre définitif, soit par une simple reprise, soit par une fusion d'établissements. Si l'établissement en question appartient à un centre d'enseignement, la présente disposition s'applique également à tous les établissements de ce centre d'enseignement.
Une fonction qui rapporte au moins une échelle de traitement égale, même si le nombre de prestations qui égalent des prestations complètes, ne sont pas les mêmes dans les deux fonctions.
A l'exception de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, aucune distinction n'est faite entre les différents niveaux d'enseignement pour l'application de la notion la "même fonction" aux membres du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif.
Par dérogation aux points 1° et 3° du présent paragraphe, on opère dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein la distinction suivante pour l'application de la notion "même fonction" aux membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif et du personnel d'appui, à l'exception des personnels des internats:
a) les fonctions du personnel auxiliaire d'éducation et la fonction d'éducateur forment la "même fonction".
b) les fonctions du personnel administratif et la fonction du collaborateur administratif forment la "même fonction".
La présente disposition n'est pas valable pour la répartition des charges et la mise en disponibilité dans des établissements qui, sur la base de l'article 98, 4°, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, maintiennent leurs personnels en service conformément à l'arrêté royal du 15 avril 1977 fixant les règles et conditions pour le calcul du nombre d'emplois dans certaines fonctions du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif des établissements d'enseignement secondaire et supérieur, à l'exception de l'enseignement universitaire.
Pour les membres du personnel de la catégorie du personnel directeur et enseignant de l'enseignement secondaire professionnel, le passage à l'enseignement secondaire général, technique et artistique:
a) est obligatoire si les personnels concernés sont porteurs d'un titre de capacité qui est requis dans l'enseignement secondaire professionnel comme dans les autres formes d'enseignement pour cette fonction, branche ou spécialité;
b) est obligatoire si les personnels concernés sont porteurs d'un titre de capacité qui est un titre requis ou jugé suffisant dans renseignement secondaire professionnel et un titre jugé suffisant dans les autres formes d'enseignement pour cette fonction, branche ou spécialité;
c) est impossible si le titre de capacité dont disposent les personnels concernés est un titre requis ou jugé suffisant dans l'enseignement secondaire professionnel, mais ne l'est pas pour les autres formes d'enseignement.
Par dérogation à la disposition sous b), le pouvoir organisateur peut, de commun accord avec le membre du personnel intéressé, faire une distinction entre renseignement secondaire professionnel et les trois autres formes d'enseignement, sauf si le membre du personnel est déjà nommé à titre définitif dans cette branche dans une de ces trois formes d'enseignement.
Si les parties intéressées ne se mettent pas d'accord sur la demande si une distinction doit être faite entre l'enseignement secondaire professionnel d'une part et les trois autres formes d'enseignement d'autre part, la partie qui s'estime être lésée peut introduire, au plus tard le 15 septembre de l'année scolaire en question, une réclamation motivée auprès de la Commission flamande de réaffectation, instauré conformément à l'article 16 du présent arrêté.
En attendant la décision de la Commission flamande de réaffectation, l'obligation reprise au point b) est d'application.
§ 2. Pour l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel et l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, la "même fonction" est définie comme suit: toute fonction, à l'exception de la "même fonction" dans les différents niveaux d'enseignement et centres, pour laquelle le membre du personnel intéressé est porteur du titre requis ou, par mesure transitoire, est censé être porteur du titre requis.
Cette disposition n'est pas applicable à la fonction de maître ou professeur de religion. Dans l'enseignement communautaire et dans l'enseignement officiel subventionné, le maître ou professeur de religion ne peut invoquer cette disposition.
Dans une fonction de la catégorie du personnel auxiliaire d'éducation, il suffit néanmoins que le membre du personnel mis en disponibilité soit porteur du titre de capacité jugé suffisant si la mise en disponibilité est prononcée dans une fonction de cette catégorie.
§ 3. Pour les personnels qui ont suivi une formation continue agréée et ont ainsi acquis une autre capacité d'enseignement, la notion "même fonction" est étendue en fonction de cette nouvelle capacité d'enseignement tant pour les mesures préalables à la mise en disponibilité que pour la réaffectation ou la remise au travail. Lors de l'application des mesures préalables et de la mise en disponibilité, ils ne peuvent revendiquer la même fonction des membres du personnel définitifs ayant moins d'ancienneté de service que s'ils sont renommés à titre définitif dans la nouvelle fonction ou branche."
Art. 8. In titel I, hoofdstuk III, afdeling 4 van hetzelfde besluit wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen door wat volgt:
"Onderafdeling 1. - Buitengewoon basisonderwijs".
Art. 8. Au titre Ier, Chapitre III, section 4 du même arrêté, l'intitulé de la sous-section 1re est remplacé par ce qui suit:
"Sous-section 1re. - Enseignement fondamental spécial".
Art. 9. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in § 1, eerste zin worden de woorden "kleuter-, lager en" geschrapt;
in § 1, punt 2 worden de woorden "kleuter-, lager," geschrapt;
in § 2, eerste zin worden de woorden "kleuter-, lager en" geschrapt;
in § 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Deze bepaling geldt niet voor het ambt van leermeester godsdienst of het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer betreft. Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer en in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs niet door een leermeester godsdienst.".
Art. 9. A l'article 6 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 1998, les modifications suivantes sont apportées:
au § 1er, première phrase, les mots "maternel, primaire et" sont supprimés;
au § 1er, point 2, les mots "maternel, primaire" sont supprimés;
au § 2, première phrase, les mots "maternel, primaire et" sont supprimés;
au § 2, le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit:
"La présente disposition n'est pas valable pour la fonction de maître ou professeur de religion ou la fonction de maître de morale non confessionnelle. En outre, un maître de morale non confessionnelle et dans l'enseignement communautaire et dans l'enseignement officiel subventionné un maître ou professeur de religion ne peuvent l'invoquer.".
Art. 10. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in § 1 wordt punt 3 vervangen door wat volgt:
"3. en als het een ambt van leraar betreft:
a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken, artistieke vakken, technische vakken en beroepspraktijk, praktijk, kunstvakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar. Voor de opleidingsvorm 3 en 4 van het buitengewoon secundair onderwijs, de beroepsgerichte vorming die behoort tot dezelfde specialiteit. Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid, voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast een vereist of voldoende geachtbekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit;
b) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit, die niet onder a) valt, voor de opleidingsvorm 3 en 4 van het buitengewoon secundair onderwijs en voor de technische vakken, artistieke vakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid:
- ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs. Deze bepaling geldt niet voor het vak niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer of een leraar belast met het vak niet-confessionele zedenleer en in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs niet door een godsdienstleraar;
- ofwel dat vak, als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan betrokkene vast benoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen,";
in § 1 wordt punt 5 vervangen door wat volgt:
"5. Met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs, wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch, het psychologisch en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus.".
Art. 10. A l'article 7 du présent arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
au § 1er, le point 3 est remplacé par ce qui suit:
"3. et s'il s'agit de la fonction de professeur:
a) une charge d'enseignement dans la même branche ou dans les mêmes spécialités, et pour les cours techniques, cours artistiques, cours techniques et pratique professionnelle, pratique, cours artistiques ou cours pratiques, dans les branches qui appartiennent à la même spécialité dont le membre du personnel était titulaire au 30 juin de l'année scolaire précédente. Pour les formes d'enseignement 3 et 4 de l'enseignement secondaire spécial, la formation professionnelle qui appartient à la même spécialité. La présente disposition n'est d'application que si le membre du personnel, auquel la notion "même fonction" doit être appliquée, possède un titre requis ou jugé suffisant ou est censé être en possession d'un titre requis ou jugé suffisant pour cette branche et éventuellement pour cette spécialité;
b) une charge d'enseignement dans toute branche ou toute spécialité, qui ne relève pas du point a), pour les formes d'enseignement 3 et 4 de l'enseignement secondaire spécial et pour les cours techniques, cours artistiques ou cours pratiques, les cours qui appartiennent à la même spécialité pour laquelle le membre du personnel:
- ou bien possède le titre requis ou, par mesure transitoire, est censé être porteur du titre de capacité requis. La présente disposition ne s'applique pas à la branche morale non confessionnelle. En outre, le maître de morale non confessionnelle ou le professeur chargé de la branche morale non confessionnelle et dans l'enseignement communautaire et l'enseignement officiel subventionné le maître ou professeur de religion ne peuvent l'invoquer;
- ou bien, s'il était nommé à titre définitif à cette branche, sur la base d'un titre jugé suffisant ou un titre censé être suffisant par mesure transitoire, l'a enseignée pendant une période ininterrompue de six mois au moins au cours des cinq dernières années scolaires précédant la date à laquelle les dispositions du présent arrêté deviennent applicables. L'application de la présente disposition est limitée aux établissements dépendant du pouvoir organisateur qui a accordé la nomination définitive ou qui a repris d'un autre pouvoir organisateur l'établissement auquel l'intéressé était nommé à titre définitif, soit par une simple reprise, soit par une fusion d'établissements;
";
au § 1er, le point 5 est remplacé par ce qui suit:
"5. A l'exception de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, il n'est fait aucune distinction entre les différents niveaux d'enseignement pour l'application de la notion "même fonction" aux membres du personnel auxiliaire d'éducation, paramédical, psychologique et administratif.".
Art. 11. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in § 1 wordt punt 3, a), vervangen door wat volgt:
"a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, artistieke vakken of kunstvakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar. Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid waarvoor het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel deze specialiteit;
";
in § 1 wordt punt 5 vervangen door wat volgt:
"5. Met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus."
Art. 11. A l'article 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 1994, les modifications suivantes sont apportées:
au § 1er, le point 3, a), est remplacé par ce qui suit:
"a) une charge d'enseignement dans la même branche ou la même spécialité et, pour les cours techniques, artistiques ou pratiques, dans les branches appartenant à la même spécialité, dont le membre du personnel était titulaire au 30 juin de l'année scolaire précédente. La présente disposition n'est applicable que si le membre du personnel auquel la notion "même fonction" doit être appliquée, est porteur du titre requis ou jugé suffisant ou est censé être porteur du titre requis ou jugé suffisant pour ce cours et éventuellement pour cette spécialité;
au § 1er, le point 5 est remplacé par ce qui suit:
"5. A l'exception de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, il n'est fait aucune distinction entre les différents niveaux d'enseignement pour l'application de la notion "même fonction" aux membres du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif."
Art. 12. In titel I, hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 6 vervangen door wat volgt:
"Afdeling 6. - Onderwijs voor sociale promotie".
Art. 12. Au titre I, chapitre III du même arrêté, l'intitulé de la section 6 est remplacé par ce qui suit:
"Section 6. - Enseignement de promotion sociale".
Art. 13. Artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 9. § 1. Voor het onderwijs voor sociale promotie, wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd:
A. In het secundair onderwijs voor sociale promotie:
1. Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs voor sociale promotie. Voor het ambt van directeur moet een onderscheid gemaakt worden tussen het ambt van directeur van een instelling met een derde graad en het ambt van directeur van een instelling zonder derde graad. Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereiste titel beschikt voor de beide ambten;
2. Als het een ambt van leraar betreft:
a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar. Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel specialiteit;
b) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid:
- ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;
-ofwel dat vak of deze specialiteit als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan betrokkene vast benoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen.
3. Een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten;
4. wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het ondersteunend personeel, opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs.
B. In het hoger onderwijs voor sociale promotie:
1. Het ambt, zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel van het hoger onderwijs voor sociale promotie;
2. Als het een ambt van leraar betreft:
a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, in de vakken die behoren tot de zelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar;
b) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, dat het betrokken personeelslid, indien het hiervoor vast benoemd was, rekening houdend met de reglementering inzake de bekwaamheidsbewijzen, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit;
3. Een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten;
4. Wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het ondersteunend personeel, opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus, met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs.
§ 2. Voor het onderwijs voor sociale promotie wordt het "ander ambt" als volgt gedefinieerd: elk ambt, met uitzondering van "hetzelfde ambt" in de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt.
In een ambt van de categorie van het opvoedend hulppersoneel en het ondersteunend personeel volstaat het echter dat het terbeschikkinggestelde personeelslid een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bij overgangsmaatregel vereist bekwaamheidsbewijs bezit, als de terbeschikkingstelling uitgesproken is in een ambt van deze categorie.
§ 3. Voor de personeelsleden die een erkende navorming genoten hebben en die hierdoor een andere onderwijsbevoegdheid verworven hebben, wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid in functie van deze nieuwe onderwijsbevoegdheid zowel voor de voorafgaande maatregelen aan de terbeschikkingstelling als bij de reaffectatie of de wedertewerkstelling. Bij de voorafgaande maatregelen en bij de terbeschikkingstelling kunnen zij hetzelfde ambt slechts opeisen van vastbenoemde personeelsleden met een kleinere dienstanciënniteit als ze opnieuw vast benoemd zijn in dat nieuwe ambt of vak."
Art. 13. L'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 1994, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 9. § 1er. Pour l'enseignement de promotion sociale, la notion "même fonction" est définie comme suit:
A. Dans l'enseignement secondaire de promotion sociale:
1. La fonction telle qu'elle est reprise dans la réglementation organisant le classement et la répartition des fonctions du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif et du personnel d'appui dans l'enseignement secondaire de promotion sociale. Pour la fonction de directeur, il faut faire une distinction entre la fonction de directeur d'un établissement organisant un troisième degré et la fonction de directeur d'un établissement sans troisième degré. Cette distinction n'est pas faite si le membre du personnel intéressé est porteur du titre requis pour les deux fonctions;
2. S'il s'agit d'une fonction d'enseignant:
a) une charge d'enseignement dans la même branche ou les mêmes spécialités et, pour les cours techniques ou pratiques, dans les branches appartenant à la même spécialité, dont le membre du personnel était titulaire au 30 juin de l'année scolaire précédente. La présente disposition n'est applicable que si le membre du personnel auquel la notion "même fonction" doit être appliquée, est porteur du titre requis ou jugé suffisant ou est censé être porteur du titre requis ou jugé suffisant pour ce cours et éventuellement pour cette spécialité;
b) une charge d'enseignement dans toute branche ou spécialité, autre que celle visée par a) et, pour les cours techniques ou pratiques, dans les branches qui appartiennent à la même spécialité, pour lesquelles le membre du personnel:
- ou bien, est porteur du titre requis ou, par mesure transitoire, est censé être porteur du titre requis.
- ou bien, s'il était nommé définitivement à cette branche ou spécialité, sur base d'un titre jugé suffisant ou d'un titre censé être suffisant par mesure transitoire, l'a enseignée pour une période ininterrompue de six mois au moins au cours des cinq dernières années scolaires précédant la date à laquelle les dispositions du présent arrêté deviennent applicables. L'application de la présente disposition est limitée aux établissements appartenant au pouvoir organisateur qui a accordé la nomination à titre définitif ou qui a repris d'un autre pouvoir organisateur l'établissement dans lequel le membre du personnel était nommé à titre définitif, soit par une simple reprise, soit par une fusion d'établissements.
3. Une fonction qui procure au moins une échelle de traitement égale, même si le nombre de prestations qui égalent des prestations complètes, ne sont pas les mêmes dans les deux fonctions;
4. A l'exception de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, il n'est fait aucune distinction entre les différents niveaux d'enseignement pour l'application de la notion "même fonction" aux membres du personnel d'appui, du personnel auxiliaire éducation et du personnel administratif.".
B. Dans l'enseignement supérieur de promotion sociale.
1. La fonction telle qu'elle est reprise dans la réglementation organisant le classement et la répartition des fonctions du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif et du personnel d'appui dans l'enseignement supérieur de promotion sociale.
2. S'il s'agit d'une fonction de professeur:
a) une charge d'enseignement dans la même branche ou spécialité et, pour les cours techniques ou la pratique professionnelle ou les cours pratiques, dans les branches appartenant à la même spécialité, dont le membre du personnel était titulaire au 30 juin de l'année scolaire précédente.
b) une charge d'enseignement dans toute branche ou spécialité, autre que celle visée par a) et, pour les cours techniques, la pratique professionnelle ou les cours pratiques, dans les branches qui appartiennent à la même spécialité, que le membre du personnel a enseigné s'il était nommé définitivement, conformément à la réglementation sur les titres de capacité, pour une période ininterrompue de six mois au moins au cours des cinq dernières années scolaires précédant la date à laquelle les dispositions du présent arrêté deviennent applicables;
3. Une fonction qui procure au moins une échelle de traitement égale, même si le nombre de prestations égalant des prestations complètes ne sont pas les mêmes dans les deux fonctions;
4. A l'exception de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, il n'est fait aucune distinction entre les différents niveaux d'enseignement pour l'application de la notion "même fonction" aux membres du personnel d'appui, du personnel auxiliaire éducation et du personnel administratif.";
§ 2. Pour l'enseignement de promotion sociale, la notion "autre fonction" est définie comme suit: chaque fonction, à l'exception de la "même fonction" dans les différents niveaux d'enseignement et centres pour laquelle le membre du personnel possède le titre requis.
Dans une fonction de la catégorie du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel d'appui, il suffit néanmoins que le membre du personnel mis en disponibilité soit porteur d'un titre de capacité jugé suffisant ou d'un titre requis par mesure transitoire, si la mise en disponibilité est prononcée dans une fonction de cette catégorie.
§ 3. Pour les personnels ayant suivi une formation continue agréée et ont ainsi acquis une autre capacité d'enseignement, la notion "même fonction" est étendue en fonction de cette nouvelle capacité d'enseignement tant pour les mesures préalables à la mise en disponibilité que lors de la réaffectation ou de la remise au travail. Lors de l'application des mesures préalables et de la mise en disponibilité, ils ne peuvent revendiquer la même fonction des membres du personnel définitifs ayant moins d'ancienneté de service que s'ils sont renommés à titre définitif dans la nouvelle fonction ou branche."
Art. 14. In artikel 11 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt:
"§ 2. Voor de toepassingen van de bepalingen van dit besluit dient onder "wedertewerkstelling" van een ter beschikking gesteld personeelslid te worden verstaan: de toewijzing aan dit personeelslid van een betrekking in een "ander ambt".
De verplichtingen inzake wedertewerkstelling zijn voor de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in een ambt van de personeelscategorie in de linker kolom van onderstaande tabellen, beperkt tot de ambten van de personeelscategorieën in de rechter kolom.
De verplichting tot wedertewerkstelling geldt evenwel niet als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in een wervingsambt, een betrekking in een selectie- of bevorderingsambt zou moeten worden toegewezen of als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in een selectieambt, een betrekking in een bevorderingsambt zou moeten worden toegewezen.
Art. 14. A l'article 11 du même arrêté, le § 2 est remplacé par ce qui suit:
"§ 2. Pour les applications des dispositions du présent arrêté, il faut entendre par "remise au travail" d'un membre du personnel mis en disponibilité: la désignation d'un membre du personnel à un emploi d'une "autre fonction".
Les obligations de remise au travail sont limitées, pour les personnels mis en disponibilité dans une fonction de la catégorie des personnels reprise dans la colonne gauche des tableaux suivants, aux fonctions des catégories des personnels reprises dans la colonne droite.
L'obligation d'une remise au travail ne peut conduire à devoir attribuer une fonction de sélection ou de promotion à un membre du personnel mis en disponibilité dans une fonction de recrutement ou une fonction de promotion à un membre du personnel mis en disponibilité dans une fonction de sélection.
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
alle personeelsleden ter wervingsambten van het:
beschikking gesteld in de - bestuurs- en onderwijzend
categorie van het bestuurs- en personeel;
onderwijzend personeel - opvoedend hulppersoneel, met
uitzondering van deze
behorend tot het gewoon voltijds
secundair onderwijs;
- administratief personeel, met
uitzondering van deze
behorend tot het gewoon voltijds
secundair onderwijs;
- ondersteunend personeel, met
uitzondering van deze
behorend tot het gewoon voltijds
secundair onderwijs;
- psychologisch personeel;
- paramedisch personeel;
- sociaal personeel;
- orthopedagogisch personeel;
- medisch personeel;
- technisch personeel
en daarenboven:
directeur secundair onderwijs zonder
directeur secundair onderwijs derde graad
met derde graad
en daarenboven:
coordinator
directeur secundair onderwijs onderdirecteur
adjunct-directeur
en daarenboven:
technisch adviseur-coordinator technisch adviseur
de personeelsleden ter beschikking wervingsambten van:
gesteld in de categorie van het - het bestuurs- en onderwijzend
opvoedend hulppersoneel/het ambt personeel;
van opvoeder - opvoedend hulppersoneel;
- administratief personeel;
- ondersteunend personeel;
- psychologisch/paramedisch/
medisch/sociaal en orthopedagogisch
personeel;
- technisch personeel.
en daarenboven:
opvoeder-huismeester;
beheerder directiesecretaris
en daarenboven:
opvoeder-huismeester
directiesecretaris
en daarenboven:
directiesecretaris
opvoeder-huismeester
de personeelsleden ter - paramedisch/medisch/
beschikking gesteld in de psychologisch/sociaal/
categorieen van het orthopedagogisch personeel;
paramedisch/medisch/psychologisch/
sociaal/orthopedagogisch personeel
- administratief personeel met
uitzondering van deze behorend tot
het gewoon voltijds secundair
onderwijs;
- opvoedend hulppersoneel met
uitzondering van deze behorend tot
het gewoon voltijds secundair
onderwijs;
- ondersteunend personeel met
uitzondering van deze behorend tot
het gewoon voltijds secundair
onderwijs;
- wervingsambten van:
* het bestuurs- en onderwijzend
personeel;
* het technisch personeel.
de personeelsleden ter beschikking wervingsambten van:
gesteld in de categorie van het
administratief personeel/het ambt
van administratief medewerker
- het bestuurs- en onderwijzend
personeel;
- administratief personeel;
- opvoedend hulppersoneel;
- ondersteunend personeel;
- technisch personeel;
- psychologisch/paramedisch/
medisch/sociaal en orthopedagogisch
personeel
de personeelsleden ter beschikking wervingsambten van:
gesteld in de categorie van het
technisch personeel
- het bestuurs- en onderwijzend
personeel;
- opvoedend hulppersoneel, met
uitzondering van deze behorend tot
het voltijds secundair onderwijs;
- administratief personeel, met
uitzondering van deze behorend tot
het voltijds secundair onderwijs;
- ondersteunend personeel met
uitzondering van deze behorend tot
het gewoon voltijds secundair
onderwijs;
- psychologisch/paramedisch/
medisch/sociaal en orthopedagogisch
personeel;
- technisch personeel
de personeelsleden die ter wervingsambten, rekening houdend
beschikking gesteld zijn omdat met de beslissing van de
zij door een beslissing van de pensioencommissie van de
administratieve gezondheidsdienst administratieve gezondheidsdienst,
definitief ongeschikt verklaard van:
werden om op normale en
regelmatige wijze hun ambt uit
te oefenen, doch geschikt bevonden
werden om tewerkgesteld te
worden onder bepaalde voorwaarden - het bestuurs- en onderwijzend
personeel;
- opvoedend hulppersoneel;
- administratief personeel;
- ondersteunend personeel;
- psychologisch personeel;
- paramedisch personeel;
- sociaal personeel;
- orthopedagogisch personeel;
- medisch personeel;
- technisch personeel.
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
tous les personnels mis en fonctions de recrutement du:
disponibilite dans la catégorie du - personnel directeur et enseignant;
personnel directeur et enseignant - personnel auxiliaire d'education,
a l'exception des membres du
personnel appartenant a
l'enseignement secondaire ordinaire
a temps plein;
- personnel administratif, a
l'exception des membres du
personnel appartenant a
l'enseignement secondaire
ordinaire a temps plein;
- personnel d'appui, a l'exception
des membres du personnel
appartenant a l'enseignement
secondaire ordinaire a temps
plein;
- personnel psychologique;
- personnel paramedical;
- personnel social;
- personnel orthopedagogique;
- personnel medical;
- personnel technique
et en plus:
le directeur de l'enseignement
le directeur de l'enseignement secondaire sans troisieme degre
secondaire avec un troisieme degre
et en plus:
le coordinateur
le directeur de l'enseignement le sous-directeur
secondaire le directeur adjoint
et en plus:
le conseiller technique
le conseiller technique-coordinateur
tous les membres du personnel mis fonctions de recrutement du:
en disponibilite dans la categorie - personnel directeur et enseignant;
du personnel auxiliaire - personnel auxiliaire d'education;
d'education/la fonction d'educateur - personnel administratif;
- personnel d'appui;
- personnel psychologique/
paramedical/medical/social et
orthopedagogique;
- personnel technique
et en plus:
l'educateur-econome
l'administrateur le secretaire de direction
et en plus:
l'educateur-econome
le secretaire de direction
et en plus:
le secretaire de direction
l'educateur-econome
les membres du personnel mis en - personnel paramedical/medical/
disponibilite dans les categories psychologique/social et
du personnel paramedical/medical/ orthopedagogique;
psychologique/social/ - personnel administratif, a
orthopedagogique l'exception des membres du
personnel appartenant a
l'enseignement secondaire
ordinaire a temps plein;
- personnel auxiliaire d'education,
a l'exception des membres du
personnel appartenant a
l'enseignement secondaire ordinaire
a temps plein;
- personnel d'appui, a l'exception
des membres du personnel appartenant
a l'enseignement secondaire
ordinaire
- fonctions de recrutement du:
*personnel directeur et enseignant
*personnel technique
les membres du personnel mis en fonctions de recrutement du:
disponibilite dans la categorie - personnel directeur et enseignant
du personnel - personnel administratif;
administratif/la fonction de - personnel auxiliaire d'education;
collaborateur administratif - personnel d'appui;
- personnel technique;
- personnel psychologique/
paramedical/medical/social
et orthopedagogique;
les membres du personnel mis en fonctions de recrutement du:
disponibilite dans la categorie - personnel directeur et enseignant;
du personnel technique - personnel auxiliaire d'education,
a l'exception des membres du
personnel appartenant a
l'enseignement secondaire ordinaire
a temps plein;
- personnel administratif, a
l'exception des membres du
personnel appartenant a
l'enseignement secondaire ordinaire
a temps plein;
- personnel d'appui, a l'exception
des membres du personnel appartenant
a l'enseignement secondaire
ordinaire a temps plein;
- personnel psychologique/
paramedical/medical/social et
orthopedagogique
- personnel technique
les membres du personnel mis en fonctions de recrutement, en tenant
disponibilite parce qu'une decision compte de la décision de la
du service administratif de sante commission des pensions du service
leur declare definitivement inaptes administratif de sante, du:
a exercer leur fonction d'une fa}on - personnel directeur et enseignant;
normale et reguliere mais leur - personnel auxiliaire d'education;
permet a certaines conditions d'etre - personnel administratif;
mis au travail - personnel d'appui;
- personnel psychologique;
- personnel paramedical;
- personnel social;
- personnel orthopedagogique;
- personnel medical;
- personnel technique;
Art. 15. In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
§ 1 wordt vervangen door wat volgt:
"§ 1. Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit worden voor de berekening van de dienstanciënniteit de volgende diensten in aanmerking genomen: alle diensten, gepresteerd in het gemeenschapsonderwijs met uitsluiting van de diensten aan een hogeschool na 1 januari 1999 of aan een universiteit, en berekend zoals bepaald in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en alle gesubsidieerde diensten gepresteerd in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra met uitsluiting van het universitair onderwijs en met uitsluiting van de diensten gepresteerd na 1 januari 1999 aan een hogeschool en berekend zoals bepaald in artikel 6 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
Voor de toepassing van deze bepaling worden de perioden die gelijkgesteld zijn met dienstactiviteit, gelijkgesteld met gefinancierde of gesubsidieerde diensten";
§ 3 wordt vervangen door wat volgt:
"§ 3. De dienst- en ambtsanciënniteit bij de terbeschikkingstelling, de reaffectatie en de wedertewerkstelling worden in aanmerking genomen vanaf:
21 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het ondersteunend, het paramedisch, het sociaal en het administratief personeel;
21 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het basisonderwijs;
23 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op lager secundair niveau in het deeltijds kunstonderwijs;
25 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op hoger secundair niveau in het deeltijds kunstonderwijs en voor het psychologisch, het medisch en het orthopedagogisch personeel;
24 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie,
23 jaar voor de leden van het technisch personeel die een ambt van maatschappelijk werker, paramedisch werker, psycho-pedagogisch werker of van werkleider voor de sociale discipline, voor de paramedische discipline of voor de methodologische informatie en documentatie bekleden;
25 jaar voor de leden van het technisch personeel die een ambt van psycho-pedagogisch-consulent, van werkleider voor de psycho-pedagogische discipline of een ambt van directeur van de centra bekleden."
Art. 15. A l'article 12 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 1994, les modifications suivantes sont apportées:
le § 1er est remplacé par ce qui suit:
"§ 1er. Pour l'application des dispositions du présent arrêté, les services suivants sont pris en considération pour le calcul de l'ancienneté de service:
tous les services, accomplis dans l'enseignement communautaire à l'exception des services rendus dans un institut supérieur après le 1er janvier 1999 ou dans une université, et calculés conformément aux dispositions de l'article 4 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire et tous les services subventionnés accomplis dans l'enseignement subventionné et dans les centres subventionnés à l'exception de l'enseignement universitaire et à l'exception des services prestés après le 1er janvier 1999 dans un institut supérieur et calculés conformément à l'article 6 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné.
Pour l'application de la présente disposition, les périodes assimilées à une activité de service sont assimilées à des services financés ou subventionnés";
le § 3 est remplacé par ce qui suit:
"§ 3. L'ancienneté de service et de fonction lors d'une mise en disponibilité, d'une réaffectation et d'une remise au travail est prise en considération à partir de:
21 ans pour les membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel d'appui, du personnel paramédical, social et du personnel administratif;
21 ans pour les membres du personnel directeur et enseignant dans l'enseignement fondamental;
23 ans pour les membres du personnel directeur et enseignant occupant une fonction de recrutement au niveau de l'enseignement secondaire inférieur dans l'enseignement artistique à temps partiel;
25 ans pour les membres du personnel directeur et enseignant occupant une fonction de recrutement au niveau de l'enseignement secondaire supérieur dans l'enseignement artistique à temps partiel et pour le personnel psychologique, médical et orthopédagogique;
24 ans pour les membres du personnel directeur et enseignant dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'enseignement secondaire spécial et l'enseignement de promotion sociale;
23 ans pour les membres du personnel technique occupant une fonction d'assistant social, d'auxiliaire paramédical, d'auxiliaire psychopédagogique, ou, de chef de travaux pour la discipline sociale, paramédicale ou l'information et la documentation méthodologiques;
25 ans pour les membres du personnel technique qui occupent une fonction de conseil psychopédagogique, de chef de travaux de la discipline psychopédagogique, ou une fonction de directeur des centres"."
Art. 16. In Titel I van hetzelfde besluit wordt na artikel 12 een hoofdstuk Vbis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"HOOFDSTUK Vbis. - De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap.
Art. 12bis. § 1. Dit hoofdstuk is enkel van toepassing op instellingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs die behoren tot een scholengemeenschap, zoals bedoeld in het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs.
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt per scholengemeenschap een reaffectatiecommissie opgericht.
§ 3. De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de inrichtende machten van de scholen van de scholengemeenschap enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit in overleg en streeft daarbij naar consensus. Als de vertegenwoordigers van de inrichtende machten geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, nemen de vertegenwoordigers van de inrichtende machten de uiteindelijke beslissing.
Elke scholengemeenschap stelt een huishoudelijk reglement op houdende het aantal leden en de werking van haar reaffectatiecommissie.
§ 4. In elke reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen. In het gesubsidieerd onderwijs kan aan de secretaris van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap op zijn verzoek een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs worden toegekend voor de periode vanaf 1 september tot en met 15 september. De secretaris coördineert de uitwisseling van de gegevens over enerzijds de vacatures zoals bepaald in artikel 25bis, § 3, en anderzijds de terbeschikkinggestelde personeelsleden. Hij is ertoe gehouden alle beschikbare informatie over de vacatures te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare informatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mee te delen aan de inrichtende machten die erom verzoeken.
§ 5. De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft de volgende bevoegdheden:
Verzamelen van gegevens betreffende de vacatures en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden;
Reaffecteren van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap;
Wedertewerkstellen binnen dezelfde categorie van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap.
Voor de toepassing van deze bepaling worden de categorieën van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel als één categorie beschouwd;
Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap.
De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling.
§ 6. De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap geen vervangende toewijzing heeft gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap doorgestuurd naar de voorzitter van de voor het net bevoegde reaffectatiecommissie, die naar gelang van het geval de reaffectatiecommissie van de scholengroep is, of de interprovinciale reaffectatiecommissie."
Art. 16. Dans le Titre Ier du même arrêté, il est inséré après l'article 12 un chapitre Vbis, rédigé comme suit:
"CHAPITRE Vbis. - La commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Art. 12bis. § 1er. Le présent chapitre n'est applicable qu'aux établissements de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel appartenant à un centre d'enseignement, tels que visés au décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental.
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, une commission de réaffectation est créée par centre d'enseignement.
§ 3. La commission de réaffectation du centre d'enseignement se compose d'un nombre égal de représentants des pouvoirs organisateurs des écoles du centre d'enseignement d'une part et des organisations syndicales représentatives d'autre part. Cette commission exerce sa compétence en concertation et s'efforce à atteindre un consensus. Si les représentants des pouvoirs organisateurs ne se mettent pas d'accord avec les représentants des organisations syndicales représentatives, ce sont les représentants des pouvoirs organisateurs qui prennent la décision finale.
Chaque centre d'enseignement établit un règlement d'ordre intérieur fixant la composition et le fonctionnement de sa commission de réaffectation.
§ 4. Chacune des commissions de réaffectation du centre d'enseignement comprend un président et un secrétaire, désignés tous deux par cette commission de réaffectation. Dans l'enseignement subventionné, le secrétaire de la commission de réaffectation du centre d'enseignement peut, à sa demande, obtenir un congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement pour la période du 1er septembre au 15 septembre inclus.
Le secrétaire coordonne l'échange des données sur les vacances d'emploi telles que visées à l'article 25bis, § 3, d'une part et sur les personnels mis en disponibilité d'autre part. Il est obligé de fournir tous les renseignements disponibles sur les vacances d'emploi aux membres du personnel mis en disponibilité qui en font la demande et de communiquer tous les renseignements disponibles sur les membres du personnel mis en disponibilité aux pouvoirs organisateurs qui en font la demande.
§ 5. La commission de réaffectation du centre d'enseignement a les compétences suivantes:
La réunion de données sur les vacances d'emploi et les personnels mis en disponibilité;
La réaffectation de personnels mis en disponibilité au sein des établissements du centre d'enseignement;
La remise au travail dans la même catégorie des personnels mis en disponibilité au sein des établissements du centre d'enseignement.
Pour l'application de la présente disposition, les catégories du personnel auxiliaire d'education, du personnel administratif et du personnel d'appui sont censées être une seule catégorie;
Le traitement des réclamations introduites contre les réaffectations et les remises au travail prononcées par la commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Les réaffectations et les remises au travail qui s'avèrent contraires au décret ou à la réglementation sont immédiatement annulées et, si possible, remplacees par une nouvelle réaffectation ou remise au travail.
§ 6. Les réclamations des personnels pour qui la commission de reaffectation du centre d'enseignement n'a trouvé aucune désignation de substitution, sont transmises, assorties du dossier et de l'avis de la commission de réaffectation du centre d'enseignement, au président de la commission de réaffectation compétente pour le réseau en question, qui est, suivant le cas, la commission de réaffectation du groupe d'écoles ou la commission interprovinciale de réaffectation."
Art. 17. In Titel I van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk Vter ingevoegd, dat luidt als volgt:
"HOOFDSTUK Vter. - De reaffectatiecommissie van de scholengroep van het gemeenschapsonderwijs.
Art. 12ter. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt per scholengroep een reaffectatiecommissie opgericht.
§ 2. 1° In elke reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor:
a) het gewoon basisonderwijs;
b) het buitengewoon basisonderwijs.
In tweede orde wordt weder tewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs.
In elke reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor:
a) het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
b) het buitengewoon secundair onderwijs.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
In derde orde wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs.
In elke reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het onderwijs voor sociale promotie.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
In elke reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het deeltijds kunstonderwijs.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
Nadat de reaffectaties en wedertewerkstellingen vermeld in 1° tot en met 4° zijn gerealiseerd, wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit over de categorieën en onderwijsniveaus heen.
§ 3. De reaffectatiecommissie van de scholengroep bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de scholengroep enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit in overleg en streeft daarbij naar consensus.
Als de vertegenwoordigers van de scholengroep geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, zijn het de vertegenwoordigers van de scholengroep die de uiteindelijke beslissing nemen.
Elke scholengroep stelt een huishoudelijk reglement op houdende het aantal leden en de werking van haar reaffectatiecommissie.
§ 4. In elke reaffectatiecommissie van de scholengroep fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen. Aan de secretaris van de reaffectatiecommissie van de scholengroep kan op zijn verzoek een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs worden toegekend voor de periode vanaf 1 september tot en met 15 september.
De secretaris coördineert de uitwisseling van de gegevens over enerzijds de vacatures en anderzijds de terbeschikkinggestelde personeelsleden. Hij is ertoe gehouden alle beschikbare informatie- over de vacatures te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare informatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mee te delen aan de instellingen van de scholengroep die erom verzoeken.
§ 5. De reaffectatiecommissie van de scholengroep heeft de volgende bevoegdheden:
Verzamelen van gegevens betreffende de vacatures en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden;
Reaffecteren en wedertewerkstellen zoals bepaald in § 2;
Behandelen van de resterende bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, zoals bedoeld in artikel 12bis, § 6;
Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengroep;
De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling;
Tewerkstelling van terbeschikkinggestelde personeelsleden als administratieve hulp voor het basisonderwijs, zoals bepaald in artikel 52.
§ 6. De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie de reaffectatiecommissie van de scholengroep geen vervangende toewijzing heeft gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de reaffectatiecommissie van de scholengroep doorgestuurd naar de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie.
§ 7. Na de werkzaamheden van de reaffectatiecommissie van de scholengroep moeten de volgende gegevens doorgestuurd worden naar de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie:
de reaffectaties en wedertewerkstellingen die de reaffectatiecommissie van de scholengroep heeft doorgevoerd;
de nog niet volledig gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van de scholengroep;
de resterende vacatures in de scholengroep."
Art. 17. Dans le Titre Ier du présent arrêté, il est inséré un Chapitre Vter, rédigé comme suit:
"CHAPITRE Vter. - La commission de réaffectation du groupe d'écoles de l'enseignement communautaire.
Art. 12ter. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, il est créé une commission de réaffectation par groupe d'écoles.
§ 2. 1° Dans chaque commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour:
a) l'enseignement fondamental ordinaire;
b) l'enseignement fondamental spécial.
En deuxième lieu, les remises au travail sont opérées suivant les dispositions du présent arrêté entre l'enseignement fondamental ordinaire et l'enseignement fondamental spécial.
Dans chaque commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour:
a) l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la peche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
b) l'enseignement secondaire spécial.
Puis, les remises au travail sont réalisées au sein de la même catégorie.
En dernier lieu, on procède aux remises au travail suivant les dispositions du présent arrêté entre l'enseignement secondaire ordinaire et l'enseignement secondaire spécial.
Dans chaque commission de réaffectation, les réaffectations sont d'abord opérées séparément pour l'enseignement de promotion sociale.
Puis, on procède aux réaffectations dans la même catégorie.
Dans chaque commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont d'abord opérées séparément pour l'enseignement artistique à temps partiel.
Puis, on procède aux réaffectations dans la même catégorie.
Après réalisation des réaffectations et remises au travail visées aux points l° à 4° inclus, les remises au travail sont entamées suivant les dispositions du présent arrêté dans tous les niveaux et catégories d'enseignement.
§ 3. La commission de réaffectation du groupe d'écoles se compose d'un nombre égal de représentants du groupe d'écoles d'une part et des organisations syndicales représentatives d'autre part. La commission exerce sa compétence en concertation et s'efforce d'atteindre un consensus. Si les représentants du groupe d'écoles ne se mettent pas d'accord avec les représentants des organisations syndicales représentatives, ce sont les représentants du groupe d'écoles qui prennent la décision finale.
Chaque groupe d'écoles établit un règlement d'ordre intérieur fixant la composition et le fonctionnement de sa commission de réaffectation.
§ 4. Chacune des commissions de réaffectation comprend un président et un secrétaire, désignés tous deux par cette commission de réaffectation. Le secrétaire de la commission de réaffectation du groupe d'écoles peut, à sa demande, obtenir un congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement pour la période du 1er septembre au 15 septembre inclus.
Le secrétaire coordonne l'échange des données sur les vacances d'emploi d'une part et sur les personnels mis en disponibilité d'autre part. Il est obligé de fournir tous les renseignements disponibles sur les vacances d'emploi aux membres du personnel mis en disponibilité qui en font la demande et de communiquer tous les renseignements disponibles sur les membres du personnel mis en disponibilité aux établissements du groupe d'écoles qui en font la demande.
§ 5. La commission de réaffectation du groupe d'écoles a les compétences suivantes:
La réunion de données sur les vacances d'emploi et les personnels mis en disponibilité;
La réaffectation et la remise au travail telles que fixées au § 2;
Le traitement des réclamations restantes introduites contre les réaffectations et les remises au travail prononcées par la commission de réaffectation du centre d'enseignement, telles que visées à l'article 12bis, § 6;
Le traitement des réclamations introduites contre les réaffectations et les remises au travail prononcées par la commission de réaffectation du groupe d'écoles;
Les réaffectations et les remises au travail qui s'avèrent contraires au décret ou à la réglementation sont immédiatement annulées et, si possible, remplacees par une nouvelle réaffectation ou remise au travail;
La mise au travail de personnels mis en disponibilité comme aide administratif pour l'enseignement fondamental, telle que fixée à l'article 52.
§ 6. Les réclamations des personnels pour qui la commission de réaffectation du groupe d'écoles n'a trouvé aucune désignation de substitution, sont transmises, assorties du dossier et de l'avis de la commission de réaffectation du groupe d'écoles, au président de la commission interprovinciale de réaffectation.
§ 7. Dès l'achèvement des opérations de la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les données suivantes doivent être communiquées au président de la commission interprovinciale de réaffectation:
les réaffectations et les remises au travail effectuées par la commission de réaffectation du groupe d'écoles;
les personnels du groupe d'écoles qui ne sont pas encore complètement réaffectés ou remis au travail;
les vacances d'emploi restantes dans le groupe d'écoles."
Art. 18. Artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 13. § 1. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het gemeenschapsonderwijs.
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit worden zonale reaffectatiecommissies opgericht respectievelijk voor:
Het basisonderwijs;
De centra.
De instellingen en centra worden voor de twee onderscheiden niveaus per onderwijsnet en, voor het gesubsidieerd vrij onderwijs, per karakter van het verstrekte onderwijs, ingedeeld in geografische zones.
Voor het gesubsidieerd officieel onderwijs wordt geen rekening gehouden met het karakter van het verstrekte onderwijs.
§ 3. De representatieve verenigingen van de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs en de centra van eenzelfde net en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs, met onderwijs van eenzelfde karakter, stellen, ieder voor hun net, na overleg met de representatieve vakorganisaties de afbakening van deze zones vast en leggen deze ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs.
Als de vertegenwoordigers van de representatieve verenigingen van de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, elk voor hun eigen net, geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, doen zij een voorstel tot afbakening van de geografische zone aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, die de uiteindelijke beslissing neemt.
§ 4. Voor het basisonderwijs kunnen maximaal vijf reaffectatiezones per net worden opgericht. Voor de centra omvat een reaffectatiezone alle centra in het net.
§ 5. In elke zonale reaffectatiecommissie voor het basisonderwijs wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor:
het gewoon basisonderwijs;
het buitengewoon basisonderwijs.
In tweede orde wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs.
§ 6. De zonale reaffectatiecommissie bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de representatieve vereniging van de inrichtende machten enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit in overleg en streeft daarbij naar consensus.
Als de vertegenwoordigers van de representatieve verenigingen van de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, elk voor hun eigen net, geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, nemen de vertegenwoordigers van de inrichtende macht de uiteindelijke beslissing.
De hierboven vermelde vertegenwoordigers van de representatieve verenigingen van inrichtende machten leggen, elk voor hun eigen net, na overleg met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties een voorstel van huishoudelijk reglement, houdende het aantal leden en de werking van deze commissies, ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs.
§ 7. In elke zonale reaffectatiecommissie fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen. Aan de secretarissen van de zonale reaffectatiecommissies van het basisonderwijs kan op hun verzoek een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs worden toegekend voor een periode van 4 weken, te nemen vóór 1 oktober.
De secretaris van de zonale reaffectatiecommissie coördineert de werkzaamheden vanaf 16 augustus tot het einde van de werkzaamheden. Hij is ertoe gehouden alle beschikbare informatie over de vacatures in de instellingen en gesubsidieerde centra te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare informatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mede te delen aan de inrichtende machten die erom verzoeken.
§ 8. Onverminderd de bepalingen van § 5 hebben de zonale reaffectatiecommissies de volgende bevoegdheden:
l° Meedelen van gegevens betreffende vacatures in de instellingen en de gesubsidieerde centra en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden;
Reaffecteren of wedertewerkstellen van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de zone. Voor het gesubsidieerd officieel onderwijs wordt geen rekening gehouden met het karakter van het verstrekte onderwijs;
Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de zonale reaffectatiecommissie.
De reaffectaties of wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de reglementering, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling.
§ 9. De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie geen vervangende toewijzing is gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de zonale reaffectatiecommissie doorgestuurd naar de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie.
§ 10. Na de werkzaamheden van de zonale reaffectatiecommissie moeten de volgende gegevens doorgestuurd worden naar de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie:
de reaffectaties en wedertewerkstellingen die in de zone zijn doorgevoerd;
de nog niet volledig gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van de zone;
de resterende vacatures in de zone."
Art. 18. L'article 13 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 1998, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 13. § 1er. Le présent chapitre n'est pas applicable à l'enseignement communautaire.
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, des commissions zonales de réaffectation sont constituées respectivement pour:
l'enseignement fondamental;
les centres.
Les établissements et les centres sont répartis en zones géographiques pour les deux différents niveaux par réseau d'enseignement et, pour l'enseignement libre subventionné, par caractère de l'enseignement dispensé.
Pour l'enseignement officiel subventionné, il n'est pas tenu compte du caractère de l'enseignement dispensé.
§ 3. Les associations représentatives des pouvoirs organisateurs de l'enseignement subventionné et les centres d'un seul réseau et pour l'enseignement libre subventionné, dispensant un enseignement d'un seul caractère, délimitent, chacun pour son propre réseau, de concert avec les organisations syndicales représentatives, ces zones, et les soumettent pour entérinement au Ministre flamand compétent pour l'enseignement.
Si les représentants des associations représentatives des pouvoirs organisateurs de l'enseignement subventionné, chacun pour son propre réseau, ne se mettent pas d'accord avec les représentants des organisations syndicales représentatives, ils soumettent une proposition de délimitation de la zone géographique au Ministre flamand compétent pour l'enseignement, qui prend la décision finale.
§ 4. Pour l'enseignement fondamental, cinq zones, de réaffectation au maximum peuvent être créées. Pour les centres, une zone de réaffectation englobe tous les centres du réseau.
§ 5. Dans chaque commission zonale de réaffectation pour l'enseignement fondamental, il est d'abord réaffecté séparément pour:
l° l'enseignement fondamental ordinaire
l'enseignement fondamental spécial.
Deuxièmement, les remises au travail sont entamées suivant les dispositions du présent arrêté entre l'enseignement fondamental ordinaire et spécial.
§ 6. La commission zonale de réaffectation se compose d'un nombre égal de représentants de l'association représentative des pouvoirs organisateurs d'une part et des organisations syndicales représentatives d'autre part. Cette commission exerce sa compétence en concertation et s'efforce à atteindre un consensus.
Si les représentants des associations représentatives des pouvoirs organisateurs de l'enseignement subventionné, chacune pour son propre réseau, ne se mettent pas d'accord avec les représentants des organisations syndicales représentatives, ce sont les représentants du pouvoir organisateur qui prennent la décision finale.
Les représentants précités des associations représentatives des pouvoirs organisateurs soumettent, chacun pour son propre réseau et de concert avec les représentants des organisations syndicales représentatives, une proposition de règlement d'ordre intérieur fixant la composition et le fonctionnement de ces commissions, à l'enterinement du Ministre flamand compétent pour l'enseignement.
§ 7. Chaque commission zonale de réaffectation comprend un président et un secrétaire, désignés tous deux par cette commission de réaffectation. Les secrétaires des commissions zonales de réaffectation de l'enseignement fondamental peuvent, à leur demande, obtenir un congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement pour une période de quatre semaines, à prendre avant le 1er octobre.
Le secrétaire de la commission zonale de réaffectation coordonne les opérations à partir du 16 août jusqu'à la fin de ces opérations. Il est obligé de fournir tous les renseignements disponibles sur les vacances d'emploi dans les établissements et les centres subventionnés aux membres du personnel mis en disponibilité qui en font la demande et de communiquer tous les renseignements disponibles sur les membres du personnel mis en disponibilité aux pouvoirs organisateurs qui en font la demande.
§ 8. Sans préjudice des dispositions du § 5, les commissions zonales de réaffectation ont les compétences suivantes:
La communication de données sur les vacances d'emploi dans les établissements et les centres subventionnés et sur les personnels mis en disponibilité;
La réaffectation et la remise au travail de personnels mis en disponibilité au sein de la zone. Pour l'enseignement officiel subventionné, il n'est pas tenu compte du caractère de l'enseignement dispensé;
Le traitement des réclamations introduites contre les réaffectations et les remises au travail prononcées par la commission zonale de réaffectation.
Les réaffectations et les remises au travail qui s'avèrent contraires au décret ou à la réglementation sont immédiatement annulées et, si possible, remplacées par une nouvelle réaffectation ou remise au travail.
§ 9. Les réclamations des personnels pour lesquels aucune désignation de substitution n'est trouvée, sont transmises, assorties du dossier et de l'avis de la commission zonale de réaffectation, au président de la commission interprovinciale de réaffectation.
§ 10. Après les opérations de la commission zonale de réaffectation, les données suivantes doivent être transmises au président de la commission interprovinciale de réaffectation:
les réaffectations et les remises au travail effectuées dans la zone;
les personnels de la zone qui ne sont pas encore complètement réaffectés ou remis au travail;
les vacances d'emploi restantes au sein de la zone."
Art. 19. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in § 1, tweede lid, worden de woorden "de zonale reaffectatiecommissies" vervangen door de woorden "de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap, de zonale reaffectatiecommissies en de reaffectatiecommissies van de scholengroep";
in § 2, eerste lid en tweede lid, worden de woorden "de Autonome Raad voor" geschrapt;
in § 2, derde lid, worden de woorden "De Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs" vervangen door de woorden "Het Gemeenschapsonderwijs";
in § 2 wordt aan het vierde lid een zin toegevoegd, die luidt als volgt:
"Aan het gesubsidieerd officieel onderwijs wordt een tweede secretaris toegekend, aan wie eveneens een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs kan worden toegekend.";
§ 3 wordt vervangen door wat volgt:
"§ 3. De interprovinciale reaffectatiecommissies hebben de volgende bevoegdheden:
Per onderwijsniveau en afzonderlijk voor het gewoon en buitengewoon onderwijs reaffecteren en wedertewerkstellen van terbeschikkinggestelde personeelsleden die niet in de inrichtende macht, in de scholengemeenschap, in de zone of in de scholengroep gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden;
Over de onderwijsniveaus heen wedertewerkstellen van terbeschikkinggestelde personeelsleden die niet in de inrichtende macht, in de scholengemeenschap, in de zone of in de scholengroep en niet in hun niveau in de interprovinciale reaffectatiecommissie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden;
Tewerkstelling van terbeschikkinggestelde personeelsleden als administratieve hulp voor het basisonderwijs, zoals bepaald in artikel 52;
Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de inrichtende macht, de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, de zonale reaffectatiecommissie of de reaffectatiecommissie van de scholengroep en die door deze reaffectatiecommissies niet opgelost konden worden;
Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de interprovinciale reaffectatiecommissie.
De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling.
in § 5 worden de woorden "de zones" vervangen door de woorden "de inrichtende machten, de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap, de zonale reaffectatiecommissies en de reaffectatiecommissies van de scholengroep"."
Art. 19. A l'article 14 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
au § 1er, deuxième alinéa, les mots "les commissions zonales de réaffectation" sont remplacés par les mots "les commissions de réaffectation du centre d'enseignement, les commissions zonales de réaffectations et les commissions de réaffectation du groupe d'écoles";
au § 2, premier alinéa, les mots "du conseil autonome" et au § 2, deuxième alinéa, les mots "le conseil autonome de" sont supprimés;
au § 2, troisième alinéa, les mots "Le conseil autonome de l'enseignement communautaire" sont remplacés par les mots "l'Enseignement communautaire";
au § 2, il est ajouté au quatrième alinéa une phrase, rédigée comme suit:
"A l'enseignement officiel subventionné, il est attribué un deuxième secrétaire, auquel peut également être accordé un congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement.";
le § 3 est remplacé par ce qui suit:
"§ 3. Les commissions interprovinciales de réaffectation ont les compétences suivantes:
La réaffectation et la remise au travail par niveau d'enseignement et séparément pour l'enseignement ordinaire et l'enseignement spécial de membres du personnel mis en disponibilité qui n'ont pas pu être réaffecté ou remis au travail au sein du pouvoir organisateur, du centre d'enseignement, de la zone ou du groupe d'écoles;
La remise au travail, à travers les niveaux, de membres du personnel mis en disponibilité qui n'ont pas pu être réaffectés ou remis au travail au sein du pouvoir organisateur, du centre d'enseignement, de la zone ou du groupe d'écoles et à leur niveau dans la commission interprovinciale de réaffectation;
La mise au travail de personnels mis en disponibilité comme aide administratif pour l'enseignement fondamental, telle que fixée à l'article 52;
Le traitement des réclamations introduites contre les réaffectations et les remises au travail prononcées par le pouvoir organisateur, la commission de réaffectation du centre d'enseignement, la commission zonale de réaffectation ou la commission de réaffectation du groupe d'écoles et qui n'ont pas pu être résolues par ces commissions de réaffectation.
Le traitement des reclamations introduites contre les réaffectations et les remises au travail prononcées par la commission interprovinciale de réaffectation.
Les réaffectations et les remises au travail qui s'avèrent contraires au décret ou à la réglementation sont immédiatement annulees et, si possible, remplacées par une nouvelle réaffectation ou remise au travail.
au § 5, les mots "les zones" sont remplacés par les mots "les pouvoirs organisateurs, les commissions de réaffectation du centre d'enseignement, les commissions zonales de réaffectation et les commissions de réaffectation du groupe d'ecoles"."
Art. 20. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in het derde lid worden de woorden "algemene administratieve diensten" vervangen door de woorden "afdeling Begroting en Gegevensbeheer";
in het vierde lid worden de woorden "de Autonome Raad voor het gemeenschapsonderwijs" vervangen door de woorden "het Gemeenschapsonderwijs";
aan het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt:
"Als de Vlaamse reaffectatiecommissie personeelsleden uit of naar het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs reaffecteert of wedertewerkstelt, kan een vertegenwoordiger van de representatieve vereniging van de inrichtende machten van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs lid zijn van deze reaffectatiecommissie."
Art. 20. A l'article 15 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
au troisième alinéa, les mots "des services administratifs généraux" sont remplacés par les mots "de la Division du Budget et de la Gestion des Données";
au quatrième alinéa, les mots "le conseil autonome de l'enseignement communautaire" sont remplacés par les mots "l'Enseignement communautaire";
au cinquième alinéa, il est ajouté une phrase, rédigée comme suit:
"Si la commission flamande de réaffectation procède à une réaffectation ou remise au travail des personnels du ou à l'enseignement libre non confessionnel subventionné, un représentant de l'association représentative des pouvoirs organisateurs de l'enseignement libre non confessionnel subventionné peut être membre de cette commission de réaffectation."
Art. 21. In artikel 17, § 2, van hetzelfde besluit worden in het eerste lid de woorden "van de zonale" vervangen door de woorden "van de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap, de zonale reaffectatiecommissies, de reaffectatiecommissies van de scholengroep".
Art. 21. Dans le premier alinéa de l'article 17, § 2, du même arrêté, le mot "zonales" est remplacé par les mots "du centre d'enseignement, des commissions zonales de réaffectation, des commissions de réaffectation du groupe d'écoles".
Art. 22. In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in het eerste lid worden de woorden "school- of academiejaar" vervangen door het woord "schooljaar";
in het tweede lid worden de woorden "school- of academiejaar vervangen door het woord "schooljaar";
aan de bestaande tekst van artikel 18, die § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
"§ 2. In afwijking van § 1 geldt deze paragraaf voor de betrekkingen van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs.
Bij het begin van het schooljaar verdeelt de inrichtende macht de betrekkingen van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel op de volgende manier:
De inrichtende macht wijst per instelling en in "hetzelfde ambt" de betrekkingen toe aan de vastbenoemde titularissen voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht waarvan de betrokken personeelsleden vastbenoemde titularis waren op het einde van het voorafgaande schooljaar;
De inrichtende macht is verplicht een dreigende terbeschikkingstelling ten laste te laten komen van de vastbenoemde titularis in "hetzelfde ambt" met de kleinste dienstanciënniteit, rekening houdend met artikel 2, § 9. Hierbij moet ook steeds rekening gehouden worden met artikel 2, § 10. Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders en/of personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel onder 50 % van het aantal personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel van de instelling zou dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker of in een ambt van het administratief personeel ter beschikking gesteld;
Als voor één van de vastbenoemde titularissen een terbeschikkingstelling dreigt, moet de inrichtende macht voor ze de terbeschikkingstelling uitspreekt, de in artikel 20 vermelde maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling nemen.
De bepalingen van deze paragraaf gelden niet voor de personeelsleden die, op basis van artikel 98, 4°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, in dienst worden gehouden volgens het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs en voor hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs. Op deze personeelsleden zijn de bepalingen van § 1 van toepassing.";
een § 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
"§ 3. Voor de toepassing van dit artikel vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van l5 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee ze een administratieve eenheid vormt. Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden die behoren tot de categorieën van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs."."
Art. 22. A l'article 18 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
au premier alinéa, les mots "l'année scolaire ou académique" sont remplacés par les mots "l'année scolaire";
au deuxième alinéa, les mots "l'année scolaire ou académique" sont remplacés par les mots "l'année scolaire";
au texte existant de l'article 18, qui constituera le § 1er, il est ajouté un § 2, rédigé comme suit:
"§ 2. Par dérogation au § 1er, le présent paragraphe est d'application aux emplois du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif et du personnel d'appui dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein.
Au début de l'année scolaire, le pouvoir organisateur répartit les emplois du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif et du personnel d'appui de la fa}on suivante:
Le pouvoir organisateur designe par établissement et dans "la même fonction" les emplois aux titulaires nommés à titre definitif pour un même volume pondéré de la charge dont les personnels concernés étaient titulaires définitifs à la fin de l'année scolaire précédente;
En cas d'une mise en disponibilité imminente, le pouvoir organisateur est obligé de placer en position de disponibilité le titulaire nommé à titre définitif dans la "même fonction" ayant l'ancienneté de service la plus réduite, compte tenu de l'article 2, § 9. Il faut également tenir compte de l'article 2, § 10. Si, par cette mise en disponibilité, le nombre d'éducateurs et/ou de membres du personnel auxiliaire d'éducation baissait au-dessous de 50 % du nombre de membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif et du personnel d'appui de l'établissement, le titulaire définitif ayant l'ancienneté de service la plus réduite dans la fonction de collaborateur administratif ou dans la fonction du personnel administratif est mis en disponibilité.
Si un des titulaires définitifs est menacé d'une mise en disponibilité, le pouvoir organisateur est tenu de prendre les mesures prealables a la mise en disponibilité prévues à l'article 20 avant de prononcer ladite mise en disponibilité.
Les dispositions du présent paragraphe ne sont pas applicables aux personnels qui, sur la base de l'article 98, 4°, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, sont maintenus en service conformément à l'arrête royal du 15 avril 1977 fixant les règles et conditions pour le calcul du nombre d'emplois dans certaines fonctions du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif des établissements d'enseignement secondaire et supérieur, à l'exception de l'enseignement universitaire. A ces personnels les dispositions du § 1er sont d'application.";
Il est ajouté un § 3, rédigé comme suit:
"§ 3. Pour l'application du présent article, la "Middenschool" intégrée, visée à l'article 7 de l'arrêté royal du 15 décembre 1982 fixant les appellations et la structure des établissements d'enseignement secondaire de l'Etat, constitue un établissement unique avec l'établissement avec lequel elle forme une unité administrative. Cette disposition s'applique également à l'unité pédagogique, excepté pour ce qui est des membres du personnel appartenant aux catégories du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif et du personnel d'appui, dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein."."
Art. 23. In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in § 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"A. In het gemeenschapsonderwijs:
Stelt een inrichtende macht een personeelslid slechts ter beschikking nadat ze onder alle personeelsleden behorend tot dezelfde instelling in de opgegeven volgorde en voorzover dit nodig is om een terbeschikkingstelling te vermijden:
de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen, verminderd heeft tot het minimum aantal lesuren vereist voor een betrekking met volledige prestaties;
een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen. Hierbij moet in voorkomend geval rekening gehouden worden niet artikel 2, § 10. Als door voormelde beëindiging van de tijdelijke aanstelling van een personeelslid het aantal opvoeders en/of personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel onder 50 % van het aantal personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en/of het ondersteunend personeel van de instelling zou dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker of in een ambt van het administratief personeel ter beschikking gesteld;
een einde gesteld heeft aan de diensten van de vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;
een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in "hetzelfde ambt".
Voor de toepassing van deze bepaling vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee ze een administratieve eenheid vormt.
B. In het gesubsidieerd onderwijs:
Stelt een inrichtende macht een personeelslid slechts ter beschikking nadat ze, onder alle personeelsleden behorend tot dezelfde instelling of tot de instellingen die deze inrichtende macht tot stand gebracht heeft op het grondgebied van dezelfde gemeente en die voor het gewoon secundair onderwijs behoren tot een zelfde scholengemeenschap, in de opgegeven volgorde en voor zover dit nodig is om een terbeschikkingstelling te vermijden:
de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet, verminderd heeft tot het minimum aantal lesuren vereist voor een betrekking met volledige prestaties;
de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" in een andere instelling als hoofdambt uitoefenen, verminderd heeft tot het aantal lesuren vereist voor een betrekking met volledige prestaties;
een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen. Deze bepaling is in het voltijds secundair onderwijs beperkt tot de instelling zelf, als het gaat om een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni 1998 titularis was van een betrekking van het opvoedend hulppersoneel en/of het administratief personeel in toepassing van artikel 98, 4°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Hierbij moet in voorkomend geval rekening gehouden worden met artikel 2, § 10. Als door voormelde beëindiging van de tijdelijke aanstelling van een personeelslid het aantal opvoeders en/of personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel onder 50 % van het aantal personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en/of het ondersteunend personeel van de instelling zou dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker of in een ambt van het administratief personeel ter beschikking gesteld;
een einde gesteld heeft aan de diensten van de vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;
een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in "hetzelfde ambt".";
aan § 2, eerste lid, eerste streepje, worden de volgende woorden toegevoegd: ", die "hetzelfde ambt" uitoefenen;
";
aan § 2, eerste lid, derde streepje, worden de volgende woorden toegevoegd: "in hetzelfde ambt.";
een § 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
"§ 3. Het personeelslid dat behoort tot een instelling en centrum van het gesubsidieerd vrij onderwijs en dat niet akkoord gaat met een nieuwe affectatie als gevolg van de toepassing van de maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling, wordt in afwijking van § 1 en § 2 terbeschikkinggesteld aan de instelling of het centrum van affectatie.".
Art. 23. A l'article 20 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 7 décembre 1994, les modifications suivantes sont apportées:
au § 1er, le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit:
"A. Dans l'enseignement communautaire:
Un pouvoir organisateur ne place un membre de son personnel en position de disponibilité qu'après avoir, parmi l'ensemble de ses personnels appartenant au même établissement, dans l'ordre indiqué et pour autant qu'il soit nécessaire afin d'éviter une mise en disponibilité:
réduit les prestations de ses membres du personnel exer}ant la "même fonction" jusqu'au nombre minimum de périodes exigé pour un emploi à prestations complètes;
mis fin aux prestations des personnels temporaires qui exercent la même fonction. Le cas échéant, il faut tenir compte de l'article 2, § 10. Si, par la cessation précitée de la désignation temporaire, le nombre d'éducateurs et/ou de membres du personnel auxiliaire d'éducation baissait au-dessous de 50 % du nombre de membres du personnel auxiliaire d'education, du personnel administratif et/ou du personnel d'appui de l'établissement, le titulaire définitif ayant l'ancienneté de service la plus réduite dans la fonction de collaborateur administratif ou dans la fonction du personnel administratif est mis en disponibilité;
mis fin aux prestations des personnels nommés à titre définitif qui exercent la "même fonction" en tant que fonction accessoire;
mis fin aux prestations des personnels temporaires qui par voie de remise au travail ou réaffectation ont été engagés dans la "même fonction".
Pour l'application de la présente disposition, la "Middenschool" intégrée, visée à l'article 7 de l'arrêté royal fixant les appellations et la structure des établissements d'enseignement secondaire de l'Etat, constitue un etablissement unique avec l'établissement avec lequel elle forme une unité administrative.
B. Dans l'enseignement subventionné:
Un pouvoir organisateur ne place un membre de son personnel en position de disponibilité qu'après avoir, parmi l'ensemble de ses personnels appartenant au même établissement ou aux établissements créés par ce pouvoir organisateur sur le territoire de la même commune et faisant partie, pour l'enseignement secondaire ordinaire, du même centre d'enseignement, dans l'ordre indiqué et pour autant qu'il soit nécessaire afin d'éviter une mise en disponibilité;
réduit les prestations de ses membres du personnel exer}ant la "même fonction" dans l'établissement où la réduction des prestations se produit, jusqu'au nombre minimum de périodes exigé pour un emploi à prestations complètes;
réduit les prestations des personnels qui exercent la même fonction en fonction principale dans un autre établissement, jusqu'au nombre minimum de périodes exigé pour une fonction à prestations complètes;
mis fin aux prestations des personnels temporaires qui exercent, la "même fonction". La présente disposition est limitée à l'établissement même dans l'enseignement secondaire à temps plein, s'il s'agit d'un membre du personnel temporaire qui était titulaire le 30 juin 1998 d'un emploi du personnel auxiliaire d'éducation et/ou du personnel administratif par application de l'article 98, 4° du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental. Le cas échéant, il faut tenir compte de l'article 2, § 10. Si, par la cessation précitée de la désignation temporaire d'un membre du personnel, le nombre d'éducateurs et/ou de membres du personnel auxiliaire d'éducation baissait au-dessous de 50 % du nombre de membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif et du personnel d'appui de l'établissement, le titulaire définitif ayant l'ancienneté de service la plus réduite dans la fonction de collaborateur administratif ou dans la fonction du personnel administratif est mis en disponibilité;
mis fin aux prestations des personnels nommés à titre définitif qui exercent la "même fonction" en tant que fonction accessoire;
mis fin aux prestations des personnels temporaires qui, par voie de remise au travail ou réaffectation, ont été engagés dans la "même fonction";
au § 2, premier alinéa, premier tiret, les mots suivants sont ajoutés: ", qui exercent la "même fonction";";
au § 2, premier alinéa, troisième tiret, les mots suivants sont ajoutés: ", dans la même fonction.";
il est ajouté un § 3, rédigé comme suit:
"§ 3. Le membre du personnel qui appartient à un etablissement et centre de l'enseignement libre subventionné et qui n'est pas d'accord avec la nouvelle affectation par suite à l'application des mesures préalables à la mise en disponibilité, est placé, par dérogation aux §§ 1er et 2, en position de disponibilité dans l'établissement ou le centre d'affectation.".
Art. 24. In artikel 21, § 2, van hetzelfde besluit wordt het woord "Gemeenschapsonderwijs" vervangen door het woord "gemeenschapsonderwijs".
Art. 24. Dans l'article 21, § 2, du même arrêté, le mot "Enseignement communautaire" est remplace par le mot "enseignement communautaire".
Art. 25. In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in § 2, 1°, worden de woorden "kleuter-, lager en" geschrapt;
in § 2 wordt 2° vervangen door wat volgt:
"2° in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs:
a) voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs: in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet: degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft.
Voor de toepassing van dit artikel vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee ze een administratieve eenheid vormt. Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden die behoren tot de categorieën van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs;
b) voor het gesubsidieerd officieel onderwijs: in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet: degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft. In instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren, gebeurt de terbeschikkingstelling naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel der instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert. Eens de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur.
Bij de terbeschikkingstelling in een ambt van het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs moet de inrichtende macht steeds rekening houden met artikel 2, § 9 en § 10.
Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders en/of personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel onder 50 % van het aantal personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en/of het ondersteunend personeel van de instelling zou dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker of in een ambt van het administratief personeel ter beschikking gesteld.";
in § 2 wordt 4° vervangen door wat volgt:
"4° in het onderwijs voor sociale promotie:
a) voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs: in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet: degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft;
b) voor het gesubsidieerd officieel onderwijs: naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel der instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert: degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft. Eens de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur.".
Art. 25. A l'article 22 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
au § 2, 1., les mots "maternel, primaire et" sont supprimés;
au § 2, le 2. est remplacé par ce qui suit:
"2. dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel et l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel:
a) pour l'enseignement communautaire et pour l'enseignement libre subventionné: dans l'établissement où la diminution des prestations, se produit: celui qui a le moins d'ancienneté de service.
Pour l'application du présent article, la "Middenschool" intégrée, visée à l'article 7 de l'arrêté royal du 15 décembre 1982 fixant les appellations et la structure des établissements d'enseignement secondaire de l'Etat, constitue un établissement unique avec l'établissement avec lequel elle forme une unité administrative. Cette disposition s'applique également à l'unité pédagogique, excepté pour ce qui est des personnels appartenant aux catégories du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif et du personnel d'appui dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein;
b) pour l'enseignement officiel subventionné: dans l'établissement où la diminution des prestations se produit: celui qui a le moins d'ancienneté de service. Dans des établissements n'appartenant pas au centre d'enseignement, la mise en disponibilité s'opère au choix dans l'établissement où se produit la réduction des prestations ou dans l'ensemble des établissements qu'organise le pouvoir organisateur sur le territoire de la même commune. Dès que le choix est fait, il reste valable pour une période de six ans pour tous les membres du personnel de toutes les catégories ou pour la législature en cours ou la législature nouvelle.
Lors de la mise en disponibilité dans une fonction du personnel d'appui dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, le pouvoir organisateur est obligé de tenir compte de l'article 2, §§ 9 et 10.
Si, par la mise en disponibilité précitée, le nombre d'éducateurs et/ou de membres du personnel auxiliaire d'éducation baissait au-dessous de 50 % du nombre de membres du personnel auxiliaire d'education, du personnel administratif et/ou du personnel d'appui de l'établissement, le titulaire définitif ayant l'ancienneté de service la plus réduite dans la fonction de collaborateur administratif ou dans une fonction du personnel administratif est mis en disponibilité.";
au § 2, le point 4° est remplacé par ce qui suit:
"4° dans l'enseignement de promotion sociale:
a) pour l'enseignement communautaire et pour l'enseignement libre subventionné: dans l'établissement ou la diminution des prestations se produit: celui qui a le moins d'ancienneté de service.
b) pour l'enseignement officiel subventionné: dans l'établissement où la diminution des prestations se produit ou dans l'ensemble des établissements qu'organise le pouvoir organisateur sur le territoire de la même commune: celui qui a le moins d'ancienneté de service. Dès que le choix est fait, il reste valable pour une période de six ans pour tous les membres du personnel de toutes les catégories ou pour la législature en cours ou la législature nouvelle.".
Art. 26. In artikel 23, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 22 september 1998, wordt punt 9 geschrapt.
Art. 26. A l'article 23, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés des 7 décembre 1994 et 22 septembre 1998, le point 9 est supprimé.
Art. 27. In artikel 25, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 7 december 1994 en 22 september 1998, wordt punt 9 geschrapt.
Art. 27. _ A l'article 25, § 2, du même arrêté, modifié par les arrêtés des 7 décembre 1994 et 22 septembre 1998, le point 9 est supprimé.
Art. 28. In Titel II, hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde besluit wordt een artikel 25bis tot en met 25quater ingevoegd, die luiden als volgt:
"Art. 25bis. § 1. Dit artikel geldt voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs:
voor instellingen die behoren tot een scholengemeenschap;
voor instellingen die vanaf 1 september 1999 tot een scholengemeenschap behoren en die na 1 september 1999 worden gesloten en niet worden betrokken bij een herstructurering;
voor instellingen die uiterlijk op 1 september 1999 gefuseerd zijn met een instelling van hetzelfde net die tot een scholengemeenschap behoort;
voor instellingen die na 1 september 1999 fuseren met een instelling die tot een scholengemeenschap behoort.
§ 2. Met het oog op de reaffectatie en de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap moeten de inrichtende machten die tot een scholengemeenschap behoren, aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap de volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren: de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt. Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het onderwijs voor sociale promotie of in het deeltijds kunstonderwijs.
§ 3. De inrichtende machten moeten tevens aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap per aangetekende brief of tegen bewijs van ontvangst de betrekkingen meedelen, die uitgeoefend worden of die vanaf 1 september zullen worden uitgeoefend door tijdelijke personeelsleden. Dat geldt niet als het gaat om een betrekking die wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni 1998 titularis was van een betrekking van het opvoedend hulppersoneel en/of het administratief personeel in toepassing van artikel 98, 4°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs of de betrekkingen die zijn ingenomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de inrichtende macht in het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen.
Als op de uiterste datum van indienen van de voormelde gegevens er vacatures zijn waarvoor nog geen tijdelijk personeelslid is aangesteld, dan moeten ook de gegevens betreffende deze vacatures worden meegedeeld.
§ 4. De gegevens vermeld in de § 2 en § 3 moeten worden meegedeeld in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 5 september.
§ 5. De voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap levert een ondertekend en gedateerd document af, dat in de instelling bewaard wordt en dat geldt als bewijs voor het tijdig indienen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap van de in de § 2 en § 3 vermelde gegevens.
§ 6. Na de werkzaamheden van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap moeten de volgende gegevens worden doorgestuurd naar de voor het net bevoegde reaffectatiecommissie, zijnde al naar gelang het geval de reaffectatiecommissie van de scholengroep of de interprovinciale reaffectatiecommissie:
de reaffectaties en wedertewerkstellingen die de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft doorgevoerd;
de nog niet volledig gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van de scholengemeenschap;
de vacatures in de scholengemeenschap die worden ingenomen door personeelsleden die niet vrij zijn van reaffectatie.
Als het gaat om een net overschrijdende scholengemeenschap worden per net de hiervoor vermelde gegevens aan de voor dat net bevoegde reaffectatiecommissie doorgestuurd.
Art. 25ter. § 1. Dit artikel geldt voor de instellingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs die niet ressorteren onder artikel 25bis, § 1.
§ 2. Met het oog op de reaffectatie en de wedertewerkstelling en de werking van de bevoegde reaffectatiecommissie moeten de inrichtende machten aan de bevoegde reaffectatiecommissie volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die niet behoren tot een scholengemeenschap: de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt. Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het onderwijs voor sociale promotie of in het deeltijds kunstonderwijs.
§ 3. De inrichtende machten moeten tevens aan de bevoegde reaffectatiecommissie per aangetekende brief of tegen bewijs van ontvangst de betrekkingen meedelen, die worden uitgeoefend of die vanaf 1 september zullen worden uitgeoefend door tijdelijke personeelsleden. Dat geldt niet als het gaat om een betrekking die wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni 1998 titularis was van een betrekking van het opvoedend hulppersoneel en/of het administratief personeel in toepassing van artikel 98, 4°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs of de betrekkingen die zijn ingenomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de inrichtende macht in het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen.
Als op de uiterste datum van indienen van de voormelde gegevens er vacatures zijn waarvoor nog geen tijdelijk personeelslid is aangesteld, dan moeten ook de gegevens betreffende deze vacatures worden meegedeeld.
§ 4. De gegevens vermeld in § 2 en § 3 moeten worden meegedeeld in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 5 september.
§ 5. De voorzitter van de bevoegde reaffectatiecommissie levert een ondertekend en gedateerd document af, dat in de instelling bewaard wordt en dat geldt als bewijs voor het tijdig indienen aan de bevoegde reaffectatiecommissie van de in § 2 en § 3 vermelde gegevens.
§ 6. De inrichtende macht van in § 1 vermelde instellingen van het gemeenschapsonderwijs moet de in § 2 en § 3 vermelde gegevens meedelen aan de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengroep.
De inrichtende macht van in § 1 vermelde instellingen van het gesubsidieerd onderwijs moet de in § 2 en § 3 vermelde gegevens meedelen aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie.
§ 7. Bij wijze van inlichting moeten de inrichtende machten en de terbeschikkinggestelde en niet gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs de in § 2 vermelde gegevens meedelen aan de interprovinciale reaffectatiecommissie van het gesubsidieerd vrij onderwijs.
§ 8. De inrichtende machten van het vrij niet-confessioneel onderwijs moeten de in § 2 en § 3 vermelde gegevens meedelen aan de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie.
Art. 25quater. De werkwijze, vermeld in artikel 25ter, geldt eveneens voor:
l° de instellingen van het buitengewoon secundair onderwijs;
de instellingen van het deeltijds kunstonderwijs;
de instellingen van het onderwijs voor sociale promotie;
de instellingen van het basisonderwijs en de centra in het gemeenschapsonderwijs;
de instellingen van het basisonderwijs in het gesubsidieerd onderwijs die de laatste schooldag van september als teldag hebben. In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober.".
Art. 28. Au titre II, chapitre II, section 2 du même arrêté est inseré un 25bis jusqu'à 25quater inclus, rédigé comme suit:
"Art. 25bis. § 1er. Le présent article s'applique pour l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel:
aux établissements appartenant à un centre d'enseignement;
aux établissements qui appartiennent à un centre d'enseignement à compter du 1er septembre 1999 et qui sont fermés après le 1er septembre 1999 et ne sont pas impliqués dans une restructuration;
aux établissements qui sont fusionnés le 1er septembre 1999 au plus tard avec un établissement du même réseau qui appartient à un centre d'enseignement;
aux établissements qui sont fusionnés après le 1er septembre 1999 avec un établissement appartenant à un centre d'enseignement.
§ 2. En vue de la réaffectation et du fonctionnement de la commission de réaffectation du centre d'enseignement, les pouvoirs organisateurs appartenant à un centre d'enseignement sont tenus de fournir à la commission de réaffectation du centre d'enseignement les données suivantes sur leurs membres du personnel mis en disponibilité dans les établissements appartenant au centre d'enseignement: le nom et les prénoms, le sexe, la date de naissance, l'adresse, les titres de capacité et les etablissements ou jurys les ayant attribués, l'ancienneté de service, la fonction dans laquelle l'intéressé est mis en disponibilité avec mention du nombre d'heures, l'établissement ayant mis en disponibilité l'interessé, les établissements dans lesquels il continue éventuellement a exercer une fonction et le volume des prestations qu'il y accomplit. Il faut également signaler si le membre du personnel désire être réaffecté dans l'enseignement spécial avec mention du type, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'enseignement de promotion sociale ou l'enseignement artistique à temps partiel.
§ 3. Les pouvoirs organisateurs sont également obligés de notifier par lettre recommandée ou contre récépissé à la commission de réaffectation du centre d'enseignement les fonctions qui sont exercées ou qui seront exercées à compter du 1er septembre par des personnels temporaires. La disposition ne vaut pas s'il s'agit d'une fonction qui est exercée par un membre du personnel temporaire qui, au 30 juin 1998, était titulaire d'une fonction du personnel auxiliaire d'éducation et/ou du personnel administratif par application de l'article 98, 4° du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, ou des fonctions exercées par des personnels engagés par voie de réaffectation ou de remise de travail par le pouvoir organisateur dans le cadre des droits et obligations.
Si, à la date limite d'introduction des donnees précitées, il existe des vacances d'emploi pour lesquelles aucun membre du personnel temporaire n'est encore designé, les renseignements sur ces emplois vacants doivent également être transmis.
§ 4. Les données visées aux §§ 2 et 3 doivent être fournies dans la période à partir du 1er août et en tout cas avant le 5 septembre.
§ 5. Le président de la commission de réaffectation du centre d'enseignement délivre un document signé et daté, qui est conservé dans l'établissement et fait foi de preuve pour l'introduction à temps à la commission de réaffectation du centre d'enseignement des données visées aux §§ 2 et 3.
§ 6. Après les opérations de la commission de réaffectation du centre d'enseignement, les données suivantes doivent être transmises à la commission de réaffectation compétente pour le réseau, étant, le cas échéant, la commission de réaffectation du groupe d'écoles ou la commission interprovinciale de réaffectation:
les réaffectations et les remises au travail opérées par la commission de réaffectation du centre d'enseignement;
les personnels du centre d'enseignement qui ne sont pas complètement réaffectés ou remis au travail;
les emplois vacants dans le centre d'enseignement occupés par des personnels qui ne sont pas soustraits à la réaffectation;
S'il s'agit d'un centre d'enseignement transréseaux, les données précitées sont communiquées par réseau à la commission de réaffectation compétente pour le réseau en question.
Art. 29. In artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in de plaats van § 1, die § 1bis wordt, wordt een nieuwe § 1 ingevoegd, die luidt als volgt:
"§ 1. Dit artikel is van toepassing op instellingen van het gesubsidieerd basisonderwijs, met uitzondering van de instellingen die de laatste schooldag van september als teldag hebben, en de gesubsidieerde centra.";
in § 2, derde lid, wordt de laatste zin opgeheven;
§ 3 wordt vervangen door wat volgt:
"§ 3. De gegevens vermeld in § 1bis en § 2 moeten voor de verschillende onderwijsniveaus voor de hierna vermelde data worden meegedeeld:
Het basisonderwijs: in de periode vanaf 1 juli en uiterlijk voor 15 augustus;
De centra: in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 15 september."
Art. 25ter. § 1er. Le présent article s'applique à l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la peche maritime à temps partiel et l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ne relevant pas de l'article 25bis, § 1er.
§ 2. En vue de la réaffectation et de la remise au travail et du fonctionnement de la commission de réaffectation compétente, les pouvoirs organisateurs sont tenus de fournir à la commission de réaffectation compétente les données suivantes sur leurs membres du personnel mis en disponibilité dans les établissements appartenant à un centre d'enseignement: le nom et les prénoms, le sexe, la date de naissance, l'adresse, les titres de capacité et les établissements ou jurys les ayant attribués, l'ancienneté de service, la fonction dans laquelle l'intéressé est mis en disponibilité avec mention du nombre d'heures, l'établissement ayant mis en disponibilite l'intéressé, les etablissements dans lesquels il continue éventuellement à exercer une fonction et volume des prestations qu'il y accomplit. Il faut également signaler si le membre du personnel désire être réaffecté dans l'enseignement spécial avec mention du type, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'enseignement de promotion sociale ou l'enseignement artistique à temps partiel.
§ 3. Les pouvoirs organisateurs sont également obligés de notifier par lettre recommandée ou contre récépissé à la commission de réaffectation compétente les fonctions qui sont exercées ou qui seront exercées à compter du 1er septembre par des personnels temporaires. La disposition ne vaut pas s'il s'agit d'une fonction qui est exercée par un membre du personnel temporaire qui, au 30 juin 1998, était titulaire d'une fonction du personnel auxiliaire d'éducation et/ou du personnel administratif par application de l'article 98, 4° du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, ou des fonctions exercées par des personnels engagés par voie de réaffectation ou de remise de travail par le pouvoir organisateur dans le cadre des droits et obligations.
Si, à la date limite d'introduction des données précitées, il existe des vacances d'emploi pour lesquelles aucun membre du personnel temporaire n'est encore désigné, les renseignements sur ces emplois vacants doivent également être communiqués.
§ 4. Les données visées aux §§ 2 et 3 doivent être fournies dans la période à partir du 1er août et, en tout cas, avant le 5 septembre.
§ 5. Le président de la commission de réaffectation du centre d'enseignement délivre un document signé et daté, qui est conservé dans l'établissement et fait foi de preuve pour l'introduction à temps à la commission de réaffectation compétente des données visées aux §§ 2 et 3.
§ 6. Le pouvoir organisateur des établissements visés au § 1er de l'enseignement communautaire doit communiquer les données mentionnées aux §§ 2 et 3 au président de la commission de réaffectation du groupe d'ecoles.
Le pouvoir organisateur des établissements visés au § 1er de l'enseignement subventionné doit communiquer les données mentionnées aux §§ 2 et 3 au président de la commission interprovinciale de réaffectation.
§ 7. A titre d'information, les pouvoirs organisateurs et les personnels mis en disponibilité non réaffectés ou remis au travail de l'enseignement libre non confessionnel subventionné doivent communiquer les donnees visées au § 2 à la commission interprovinciale de réaffectation de l'enseignement libre subventionné.
§ 8. Les pouvoirs organisateurs de l'enseignement libre non confessionnel doivent communiquer les données visées aux §§ 2 et 3 au président de la commission flamande de réaffectation.
Art. 30. Artikel 27 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 27. § 1. De toewijzingen door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs en aan de inrichtende macht met een gewone brief, gaan in uiterlijk op 15 september, in uitzonderlijke omstandigheden kan van deze datum worden afgeweken.
§ 2. De toewijzingen door de zonale reaffectatiecommissie, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief en aan de inrichtende macht met een gewone brief, gaan in uiterlijk op de volgende data en in uitzonderlijke omstandigheden op een latere datum:
Het basisonderwijs: op 1 september;
De centra: op 1 oktober."
Art. 25quater. La procédure, visée à l'article 25ter, a lieu également pour:
les établissements de l'enseignement secondaire spécial;
les établissements de l'enseignement artistique à temps partiel;
les établissements de l'enseignement de promotion sociale;
les établissements de l'enseignement fondamental et les centres dans l'enseignement communautaire;
les établissements de l'enseignement fondamental dans l'enseignement subventionné ayant la dernière journée scolaire de septembre comme jour de comptage. Par dérogation aux dispositions de l'article 25ter, § 4, les données doivent être communiquées au président de la commission interprovinciale de réaffectation avant le cinquième jour ouvrable d'octobre.".
Art. 31. In titel II, hoofdstuk II, afdeling 3, van hetzelfde besluit wordt een artikel 27bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 27bis. De toewijzingen door de reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs, gaan in uiterlijk op de volgende data en in uitzonderlijke omstandigheden op een latere datum:
Het basisonderwijs: reaffectatie en wedertewerkstelling binnen het zelfde niveau op 1 september. Wedertewerkstelling over de niveaus heen op 15 september;
Het gewoon secundair onderwijs: op 15 september;
Het buitengewoon secundair onderwijs: op 15 september;
Het onderwijs voor sociale promotie: op 15 september;
Het deeltijds kunstonderwijs: op 15 september;
De centra: op 15 september."
Art. 29. A l'article 26 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 7 décembre 1994 et 22 septembre 1998, les modifications suivantes sont apportées:
au lieu du § 1er, qui devient § 1bis, il est inséré un nouveau § 1er, rédigé comme suit:
"§ 1er. Le présent article est applicable aux établissements de l'enseignement fondamental subventionné, à l'exception des établissements ayant le dernier jour scolaire de septembre comme jour de comptage, et aux centres subventionnés.";
au § 2, troisième alinéa, la dernière phrase est supprimée;
le § 3 est remplacé par ce qui suit:
"§ 3. Les données visées aux §§ 1er bis et 2 doivent être communiquées pour les différents niveaux d'enseignement avant les dates mentionnées ci-après:
l° L'enseignement fondamental: dans la période du 1er juillet au 15 août au plus tard;
Les centres: dans la période à compter du 1er août et, en tout cas, avant le 15 septembre.".
Art. 32. In artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in § 1 worden punt 9 en punt 10 geschrapt;
in § 2 worden de woorden "15 november" vervangen door de woorden "1 december".
Art. 30. L'article 27, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 1998, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 27. § 1er. Les désignations par la commission de réaffectation du centre d'enseignement, communiquées au membre du personnel par lettre recommandée ou contre récépissé et au pouvoir organisateur par lettre ordinaire, prennent cours le 15 septembre au plus tard. Dans des circonstances exceptionnelles, il peut être dérogé de cette date.
§ 2. Les désignations par la commission zonale de réaffectation, communiquées au membre du personnel par lettre recommandée et au pouvoir organisateur par lettre ordinaire, prennent cours aux dates suivantes et dans des circonstances exceptionnelles à une date ultérieure:
L'enseignement fondamental: le 1er septembre;
Les centres: le 1er octobre."
Art. 33. In artikel 29, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
het derde streepje wordt vervangen door wat volgt:
"- het volgen of geven van erkende nascholing of navorming;
";
een zesde streepje wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"- het volledig afstand doen van wachtgeld of van wachtgeldtoelage.";
een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De ziekten of gebrekkigheden of het feit dat op het personeelslid de bepalingen van toepassing zijn van artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971 schorten de periode voor het berekenen van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage niet op."
Art. 31. Au titre II, chapitre II, section 3, du même arrêté, il est inséré un article 27bis, rédigé comme suit:
"Art. 27bis. Les désignations par la commission de réaffectation du groupe d'écoles dans l'enseignement communautaire, communiquées au membre du personnel par lettre recommandée ou contre récépissé, prennent cours aux dates suivantes et dans des circonstances exceptionnelles à une date ultérieure:
L'enseignement fondamental: réaffectation et remise au travail au sein du même niveau le 1er septembre. Remise au travail à travers les niveaux le 15 septembre;
L'enseignement secondaire ordinaire: le 15 septembre;
L'enseignement secondaire spécial: le 15 septembre;
L'enseignement de promotion sociale: le 15 septembre;
L'enseignement artistique à temps partiel: le 15 septembre;
Les centres: le 15 septembre.".
Art. 34. In artikel 29 van hetzelfde besluit wordt § 4 vervangen door wat volgt:
"§ 4. Na de hierboven opgesomde periodes van opschorting wordt het wachtgeld of de wachtgeldtoelage berekend op grond van de initiële activiteitswedde of activiteitsweddentoelage. Behoudens bij volledige afstand van wachtgeld of wachtgeldtoelage wordt de initiële activiteitswedde of activiteitsweddentoelage evenwel verhoogd met de nieuw verworven anciënniteit gedurende deze periode van opschorting."
Art. 32. A l'article 28 du même arrêté, modifié par les arrêtes du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994 et 22 septembre 1998, les modifications suivantes sont apportées:
au § 1er, les points 9 et 10 sont supprimés;
au § 2, les mots "15 novembre" sont remplacés par les mots "1er décembre".
Art. 35. In artikel 31, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden "of academiejaar" geschrapt.
Art. 33. A l'article 29, § 3 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
le troisième tiret est remplacé par ce qui suit:
" - de la participation à une formation continue ou la formation en cours de carrière agréée";
il est ajouté un sixième tiret, rédigé comme suit:
" - du fait de renoncer au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente.";
il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit:
"Les maladies ou infirmités ou le fait que les dispositions de l'article 39 de la loi sur le travail du 16 mars 1971 sont applicables au membre du personnel, ne suspendent pas la période pour le calcul du traitement d'attente ou de la subvention-traitement d'attente.".
Art. 36. In titel IV van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen door wat volgt:
"HOOFDSTUK II. - Het basisonderwijs".
Art. 34. Dans l'article 29 du même arrêté, le § 4 est remplace par ce qui suit:
"§ 4. Après les périodes de suspension énumérées ci-dessus, le traitement d'attente ou la subvention-traitement d'attente est calculé sur la base du traitement d'activité initial ou de la subvention-traitement d'activité initiale. Sauf lors d'une renonciation totale du traitement d'attente ou de la subvention-traitement d'attente, le traitement d'activité initial ou la subvention-traitement d'activité initiale est augmenté toutefois de l'ancienneté nouvellement acquise pendant cette période de suspension.".
Art. 37. In titel IV, hoofdstuk II, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen door wat volgt:
"Afdeling 1. - Het gewoon basisonderwijs".
Art. 35. A l'article 31, § 2, du même arrêté, les mots ", de l'année académique" sont supprimés.
Art. 38. In artikel 34 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
§ 1 wordt vervangen door wat volgt:
"§ 1. Elke inrichtende macht is:
A. In het gemeenschapsonderwijs:
Verplicht om, bij het toewijzen van een betrekking van het ambt van onderwijzer bij voorrang een beroep te doen:
a) eerst op elke directeur van een lagere school of van een basisschool die ze ter beschikking heeft gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs. Als deze inrichtende macht zelf verscheidene directeurs ter beschikking heeft gesteld, begint ze opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en, bij gelijke dienst anciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
b) dan op elke directeur van een lagere school of van een basisschool ter beschikking gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, en van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs in een lagere school of in een basisschool die ze van een andere in richtende macht heeft overgenomen.
Verplicht om, bij het toewijzen van een betrekking in hetzelfde ambt in de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen:
a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
b) elke directeur van een lagere school die bij haar ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld in een lagere school die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, zelfs als ze nadien het hogervermeld personeelslid heeft vast benoemd in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester
c) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang. Deze verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt.
Verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, bedoeld bij artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, één van de directeurs in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.
Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid.
Verplicht de bepalingen van 1° tot en met 4° in de hiervoor vermelde volgorde eerst uit te voeren in de instelling waar het betrokken personeelslid ter beschikking gesteld is.
Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dit geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden.
Vrij om en in willekeurige volgorde:
a) één van de terbeschikkinggestelde personen in dienst te nemen, ongeacht het net of karakter en ongeacht het onderwijsniveau of het centrum;
b) een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren, op verzoek van welk personeelslid ook dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld in artikel 1;
c) een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
B. In het gesubsidieerd onderwijs:
Verplicht om, bij het toewijzen van een betrekking van het ambt van onderwijzer bij voorrang een beroep te doen:
a) eerst op elke directeur van een lagere school of van een basisschool die ze ter beschikking heeft gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs. Als deze inrichtende macht zelf verscheidene directeurs ter beschikking heeft gesteld, begint ze opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en, bij gelijke dienstanciënniteit diegene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
b) dan op elke directeur van een lagere school of van een basisschool ter beschikking gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c en van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs in een lagere school of in een basisschool die ze van een andere in richtende macht heeft overgenomen.
Verplicht om, bij het toewijzen van een betrekking in hetzelfde ambt in de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen;
a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciën-niteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
b) elke directeur van een lagere school die bij haar ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld in een lagere school die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, zelfs als ze nadien het hogervermeld personeelslid heeft vast benoemd in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;
c) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang. Deze verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt.
Verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, bedoeld bij artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, één van de directeurs in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.
Vrij om en in willekeurige volgorde:
a) één van de terbeschikkinggestelde personen in dienst te nemen, ongeacht het net of karakter en ongeacht het onderwijsniveau of het centrum;
b) een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren, op verzoek van welk personeelslid ook dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld in artikel 1;
c) een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
Verplicht om de betrekking toe te wijzen bij wijze van reaffectatie of bij wijze van wedertewerkstelling in dezelfde categorie aan een persoon die ter beschikking is gesteld in een instelling die behoort tot dezelfde reaffectatiezone waartoe ook de instelling behoort waar de vacature zich voordoet.
Verplicht om de betrekking toe te wijzen aan een persoon die in hetzelfde ambt ter beschikking gesteld is bij een inrichtende macht van hetzelfde net, die wat het gesubsidieerd vrij onderwijs betreft onderwijs van hetzelfde karakter verstrekt.
Verplicht om, in dezelfde volgorde, maar zonder rekening te houden met de dienstanciënniteit de personeelsleden die niet bij wijze van reaffectatie in dienst geroepen konden worden, wedertewerk te stellen.";
§ 3 wordt vervangen door wat volgt:
"§ 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet in principe elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen. In onderling akkoord tussen het personeelslid en de inrichtende macht kan hiervan worden afgeweken.
In het gemeenschapsonderwijs gebeurt de toewijzing, zowel voor de vacante als voor de niet-vacante betrekkingen, eerst in betrekkingen die niet moeten worden toegewezen aan tijdelijke personeelsleden waarop de bepalingen van artikel 23, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs van toepassing zijn."
Art. 36. Dans le titre IV du même arrêté, l'intitulé du chapitre II est remplacé par ce qui suit:
"CHAPITRE II. - L'enseignement fondamental"
Art. 39. In titel IV, hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen door wat volgt:
"Afdeling 2. - Het buitengewoon basisonderwijs".
Art. 37. Dans le titre IV, chapitre II, du même arrêté, l'intitulé de la section 1re est remplacé par ce qui suit:
"Section 1re. - L'enseignement fondamental ordinaire".
Art. 40. In artikel 35 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
§ 1 wordt vervangen door wat volgt:
"§ 1. Elke inrichtende macht is:
A. In het gemeenschapsonderwijs:
verplicht om in de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opvouw in dienst te nemen:
a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
b) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang. Deze verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt.
Verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een betrekking van adjunct-directeur, bedoeld bij artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, één van de directeurs in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.
Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid.
Verplicht de bepalingen van 1° tot en met 3° in de hiervoor vermelde volgorde eerst uit te voeren in de instelling waar het betrokken personeelslid terbeschikking is gesteld.
Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dit geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden.
Vrij om en in willekeurige volgorde:
a) één van de terbeschikkinggestelde personen in dienst te nemen, ongeacht het net of karakter en ongeacht het onderwijsniveau of het centrum;
b) een mutatie of nieuwe affectatie toe te staan, op verzoek van welk personeelslid ook dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld in artikel 1;
c) een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
B. In het gesubsidieerd onderwijs:
verplicht om in de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen:
a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
b) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang. Deze verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk variante betrekking van directeur zich voordoet de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt.
Verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een betrekking van adjunct-directeur, bedoeld bij artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, één van de directeurs in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.
Vrij om en in willekeurige volgorde:
a) één van de terbeschikkinggestelde personen in dienst te nemen, ongeacht het net of karakter en ongeacht het onderwijsniveau of het centrum;
b) een mutatie of nieuwe affectatie toe te staan, op verzoek van welk personeelslid ook dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld in artikel 1;
c) een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
Verplicht om de betrekking toe te wijzen bij wijze van reaffectatie of bij wijze van wedertewerkstelling in dezelfde categorie aan een persoon die ter beschikking is gesteld in een instelling die behoort tot dezelfde reaffectatiezone waartoe ook de instelling behoort waar de vacature zich voordoet.
Verplicht om de betrekking toe te wijzen aan een persoon die in hetzelfde ambt ter beschikking gesteld is bij een inrichtende macht van hetzelfde net, die wat het gesubsidieerd vrij onderwijs betreft, onderwijs van hetzelfde karakter verstrekt.
Verplicht om in dezelfde volgorde, maar zonder rekening te houden met de dienstanciënniteit de personeelsleden die niet bij wijze van reaffectatie in dienst geroepen konden worden, wedertewerk te stellen.
Als een personeelslid ter beschikking gesteld in het gewoon basisonderwijs, verzocht heeft om een betrekking toegewezen te krijgen in het buitengewoon basisonderwijs, is de inrichtende macht verplicht bij wijze van wedertewerkstelling de betrekking toe te wijzen aan dit personeelslid.";
§ 3 wordt vervangen door wat volgt:
"§ 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet in principe elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen. In onderling akkoord tussen het personeelslid en de inrichtende macht kan hiervan worden afgeweken.
In het gemeenschapsonderwijs gebeurt de toewijzing, zowel voor de vacante als voor de niet-vacante betrekkingen, eerst in betrekkingen die niet moeten worden toegewezen aan tijdelijke personeelsleden waarop de bepalingen van artikel 23, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs van toepassing zijn."
Art. 38. A l'article 34 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 1998, les modifications suivantes sont apportées:
le § 1er est remplacé par ce qui suit:
"§ 1er. Tout pouvoir organisateur est:
A. Dans l'enseignement communautaire:
Tenu, lors de l'attribution d'un emploi dans la fonction d'instituteur primaire, de faire appel en priorité:
a) en premier lieu, à tous les directeurs d'une école primaire ou fondamentale qu'il a mis en disponibilité par application des dispositions légales tendant à supprimer les quatrièmes degrés ou de l'article 22, litteras a et c, des fois coordonnées sur l'enseignement primaire ou encore des dispositions de l'arrêté royal portant les premières mesures de rationalisation et de programmation de l'enseignement primaire ordinaire. Si le pouvoir organisateur a lui-même procédé à la mise en disponibilité de plusieurs directeurs, il commence à rappeler en service celui qui a le plus d'ancienneté de service et, à ancienneté de service égale, celui qui a le plus d'ancienneté de fonction; à ancienneté de fonction égale, il accorde la priorité au membre du personnel le plus âgé;
b) puis à tous les directeurs d'une école primaire ou d'une école fondamentale mis en disponibilité par application des dispositions légales tendant à supprimer les quatrièmes degrés ou de l'article 22, litteras a et c, des lois coordonnées sur l'enseignement primaire, ou encore des dispositions de l'arrêté royal portant les premières mesures de rationalisation de l'enseignement primaire ordinaire dans une école primaire ou dans une école fondamentale qu'il a reprise d'un autre pouvoir organisateur.
Tenu, lors de l'attribution d'un emploi dans la même fonction et dans l'ordre déterminé ci-après, limité aux prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, de reprendre:
a) toute personne qu'il a mise en disponibilité dans la même fonction. Si le pouvoir organisateur a mis plusieurs personnes en disponibilité, il rappelle d'abord en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âgé;
b) tout directeur d'école primaire qu'il a mis en disponibilité en vertu des dispositions légales supprimant les quatrièmes degrés ou de l'article 22, litteras a et c, des lois coordonnées sur l'enseignement primaire, ou encore des dispositions de l'arrêté royal portant les premières mesures de rationalisation de l'enseignement primaire ordinaire, ou qui a été mis en disponibilité dans une école primaire reprise d'un autre pouvoir organisateur, même s'il a par la suite nommé ce membre du personnel à titre définitif dans une des fonctions d'instituteur, de maître de religion, de maître de morale non confessionnelle, de maître d'éducation physique ou de maître spécial;
c) toute personne mise en disponibilité dans la même fonction dans un établissement repris d'un autre pouvoir organisateur par simple reprise ou par fusion d'établissements. Si plusieurs personnes entrent en ligne de compte et s'il s'agit d'une fonction de recrutement, il rappelle d'abord en service celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction ou, à ancienneté de fonction égale, le membre du personnel le plus âgé. Cette obligation n'a pas lieu lorsqu'un emploi temporairement vacant doit être offert à un directeur mis en disponibilité qui, par application de l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, est chargé de la fonction de directeur adjoint, excepté lorsque l'emploi de directeur est temporairement vacant dans l'école où le membre du personnel exerce la fonction intérimaire de directeur adjoint.
Tenu, lors de l'attribution d'une fonction de directeur adjoint, visé a l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, d'engager, au choix, un des directeurs mis en disponibilité par défaut d'emploi à la suite de la fusion volontaire.
Libre d'engager, à titre de remise au travail dans la même catégorie, un des membres du personnel des établissements du pouvoir organisateur mis en disponibilité. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant l'accord du membre du personnel mis en disponibilité.
Tenu d'appliquer d'abord les dispositions citées aux points 1° à 4° inclus dans l'ordre mentionné ci-dessus dans l'établissement où le membre du personnel intéressé est mis en disponibilité.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles. Cette obligation n'a pas lieu lorsque l'emploi devant être conféré est un emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur confère le poste en question à un de ses membres du personnel.
Libre, et dans quel ordre que se soit:
a) d'engager une des personnes mises en disponibilité, quel que soit le réseau, le caractère, le niveau d'enseignement ou le centre;
b) de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation, à la demande de tout membre du personnel des catégories de personnels visées à l'article 1er;
c) de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribues, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission interprovinciale de réaffectation.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de réaffectation.
B. Dans l'enseignement subventionné:
Tenu, lors de l'attribution d'un emploi dans la fonction d'instituteur primaire, de faire appel en priorité:
a) en premier lieu, à tous les directeurs d'une école primaire ou fondamentale qu'il a mis en disponibilité par application des dispositions légales tendant à supprimer les quatrièmes degrés ou de l'article 22, litteras a et c, des lois coordonnées sur l'enseignement primaire ou encore des dispositions de l'arrêté royal portant les premières mesures de rationalisation et de programmation de l'enseignement primaire ordinaire. Si le pouvoir organisateur a lui-même procédé à la mise en disponibilité de plusieurs directeurs, il commence à rappeler en service celui qui a le plus d'ancienneté de service et, à ancienneté de service égale, celui qui a le plus d'ancienneté de fonction; à ancienneté de fonction égale, il accorde la priorité au membre du personnel le plus âgé;
b) puis à tous les directeurs d'une école primaire ou d'une école fondamentale mis en disponibilité par application des dispositions légales tendant à supprimer les quatriemes degrés ou de l'article 22, litteras a et c, des lois coordonnées sur l'enseignement primaire, ou encore des dispositions de l'arrêté royal portant les premières mesures de rationalisation de l'enseignement primaire ordinaire dans une école primaire ou dans une école fondamentale qu'il a reprise d'un autre pouvoir organisateur.
Tenu, lors de l'attribution d'un emploi dans la même fonction et dans l'ordre déterminé ci-après, limité aux prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, de reprendre:
a) toute personne qu'il a mise en disponibilité dans la même fonction. Si le pouvoir organisateur a mis plusieurs personnes en disponibilité, il rappelle d'abord en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âgé;
b) tout directeur d'école primaire qu'il a mis en disponibilité en vertu des dispositions légales supprimant les quatrièmes degrés ou de l'article 22, litteras a et c, des lois coordonnées sur l'enseignement primaire, ou encore des dispositions de l'arrêté royal portant les premières mesures de rationalisation de l'enseignement primaire ordinaire, ou qui a été mis en disponibilité dans une école primaire reprise d'un autre pouvoir organisateur, même s'il a par la suite nommé ce membre du personnel à titre définitif dans une des fonctions d'instituteur, de maître de religion, de maître de morale non confessionnelle, de maître d'éducation physique ou de maître spécial;
c) toute personne mise en disponibilité dans la même fonction dans un établissement repris d'un autre pouvoir organisateur par simple reprise ou par fusion d'établissements. Si plusieurs personnes entrent en ligne de compte et s'il s'agit d'une fonction de recrutement, il rappelle d'abord en service celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction ou, à ancienneté de fonction égale, le membre du personnel le plus âgé. Cette obligation n'a pas lieu lorsqu'un emploi temporairement vacant doit être offert à un directeur mis en disponibilite qui, par application de l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, est chargé de la fonction de directeur adjoint, excepté lorsque l'emploi de directeur est temporairement vacant dans l'école où le membre du personnel exerce la fonction intérimaire de directeur adjoint.
Tenu, lors de l'attribution d'une fonction de directeur adjoint, visé à l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, d'engager, au choix, un des directeurs mis en disponibilité par défaut d'emploi à la suite de la fusion volontaire.
Libre, et dans quel ordre que se soit:
a) d'engager une des personnes mises en disponibilité, quel que soit le réseau, le caractère, le niveau d'enseignement ou le centre;
b) de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation, à la demande de tout membre du personnel des catégories visées à l'article 1er;
c) de designer un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Tenu d'attribuer l'emploi par réaffectation ou remise au travail, dans la même catégorie, à une personne mise en disponibilité dans un établissement de la même zone de réaffectation de l'établissement où un emploi est vacant.
Tenu d'attribuer l'emploi à une personne mise en disponibilité dans la même fonction auprès d'un pouvoir organisateur du même réseau qui, dans l'enseignement libre subventionné, dispense un enseignement de même caractère.
Tenu de remettre au travail, dans le même ordre, sans toutefois tenir compte de l'ancienneté de service, les membres du personnel qui n'ont pu être réaffectés.";
le § 3 est remplacé par ce qui suit:
"§ 3. Si un pouvoir organisateur dispose de plusieurs vacances d'emploi dans la même fonction, chaque réaffectation et chaque remise au travail doivent en principe d'abord avoir lieu dans des emplois vacants et ensuite dans des emplois non vacants. Moyennant l'accord entre le membre du personnel et le pouvoir organisateur, il peut être, dérogé à cette règle.
Dans l'enseignement communautaire, l'attribution, pour les emplois vacants comme pour les emplois non vacants, a d'abord lieu dans les emplois ne devant pas être conférés à des membres du personnel temporaires auxquels s'appliquent les dispositions de l'article 23, § 2, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire.".
Art. 41. In titel IV, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen door wat volgt:
"HOOFDSTUK III. - Het secundair onderwijs met uitzondering van het onderwijs voor sociale promotie."
Art. 39. Dans le titre IV, chapitre II, du même arrêté, l'intitulé de la section 2 est remplacé par ce qui suit:
"Section 2. - L'enseignement fondamental spécial".
Art. 42. In titel IV, hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen door wat volgt:
"Afdeling 1. - Het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs."
Art. 40. A l'article 35 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994 et 22 septembre 1998, les modifications suivantes sont apportées:
le § 1er est remplacé par ce qui suit:
"§ 1er. Tout pouvoir organisateur est:
A. Dans l'enseignement communautaire:
Tenu de reprendre en service dans l'ordre indiqué ci-après et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée:
a) toute personne qu'il a mise en disponibilité dans la même fonction. Si le pouvoir organisateur a mis plusieurs personnes en disponibilité, il commence par rappeler en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âgé;
b) toute personne mise en disponibilité dans la même fonction dans un établissement repris d'un autre pouvoir organisateur par simple reprise ou par fusion d'établissements. Si plusieurs personnes entrent en ligne de compte et s'il s'agit d'une fonction de recrutement, il rappelle d'abord en service celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction ou, à ancienneté de fonction égale, le membre du personnel le plus âgé. Cette obligation n'a pas lieu lorsqu'un emploi temporairement vacant doit être offert à un directeur mis en disponibilité qui, par application de l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, est charge de la fonction de directeur adjoint, excepté lorsque l'emploi de directeur est temporairement vacant dans l'école où le membre du personnel exerce la fonction intérimaire de directeur adjoint.
Tenu, lors de l'attribution d'un emploi de directeur adjoint, visé à l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, d'engager, au choix, un des directeurs mis en disponibilité par défaut d'emploi à la suite de la fusion volontaire.
Libre d'engager, à titre de remise au travail dans la même catégorie, un des membres du personnel des établissements du pouvoir organisateur mis en disponibilité. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant l'accord du membre du personnel mis en disponibilité.
Tenu d'appliquer d'abord les dispositions citées aux points 1° à 3° inclus dans l'ordre mentionné ci-dessus dans l'etablissement où le membre du personnel intéressé est mis en disponibilité.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles. Cette obligation n'a pas lieu lorsque l'emploi devant être conféré est un emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur confère le poste en question à un de ces membres du personnel.
Libre, et dans quel ordre que se soit:
a) d'engager une des personnes mises en disponibilité, quel que soit le réseau, le caractere, le niveau d'enseignement ou le centre;
b) de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation, à la demande de tout membre du personnel des catégories visées à l'article 1er;
c) de designer un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission interprovinciale de réaffectation.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribues, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de reaffectation.
B. Dans l'enseignement subventionné:
Tenu de reprendre en service dans l'ordre indiqué ci-après et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée:
a) toute personne qu'il a mise en disponibilité dans la même fonction. Si le pouvoir organisateur a mis plusieurs personnes en disponibilite, il rappelle d'abord en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âge;
b) toute personne mise en disponibilité dans la même fonction dans un etablissement repris d'un autre pouvoir organisateur par simple reprise ou par fusion d'établissements. Si plusieurs personnes entrent en ligne de compte et s'il s'agit d'une fonction de recrutement, il rappelle d'abord en service celle qui a le plus d'anciennete de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction ou, à ancienneté de fonction égale, le membre du personnel le plus âgé. Cette obligation n'a pas lieu lorsqu'un emploi temporairement vacant doit être offert à un directeur mis en disponibilité qui, par application de l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, est chargé de la fonction de directeur adjoint, excepté lorsque l'emploi de directeur est temporairement vacant dans l'école où le membre du personnel exerce la fonction interimaire de directeur adjoint.
Tenu, lors de l'attribution d'une fonction de directeur adjoint, visé à l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, d'engager, au choix, un des directeurs mis en disponibilité par défaut d'emploi à la suite de la fusion volontaire.
Libre, et dans quel ordre que se soit:
a) d'engager une des personnes mises en disponibilité, quel que soit le réseau, le caractère, le niveau d'enseignement ou le centre;
b) de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation, à la demande de tout membre du personnel des catégories visées à l'article 1er;
c) de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Tenu d'attribuer l'emploi par réaffectation ou remise au travail, dans la même catégorie, à une personne mise en disponibilité dans un établissement de la même zone de réaffectation de l'établissement où un emploi est vacant.
Tenu d'attribuer l'emploi à une personne mise en disponibilité dans la même fonction auprès d'un pouvoir organisateur du même réseau qui, dans l'enseignement libre subventionné, dispense un enseignement de même caractère.
Tenu de remettre au travail, dans le même ordre, sans toutefois tenir compte de l'ancienneté de service, les membres du personnel qui n'ont pu être réaffectés.
Si un membre du personnel en disponibilité dans l'enseignement fondamental ordinaire a demandé un emploi dans l'enseignement fondamental spécial, le pouvoir organisateur est tenu de le remettre au travail dans cet emploi.";
le § 3 est remplacé par ce qui suit:
"§ 3. Si un pouvoir organisateur dispose de plusieurs vacances d'emploi dans la même fonction, chaque réaffectation et chaque remise au travail doivent en principe d'abord avoir lieu dans des emplois vacants et ensuite dans des emplois non vacants. Moyennant accord mutuel entre le membre du personnel et le pouvoir organisateur, il peut être dérogé à cette règle.
Dans l'enseignement communautaire, l'attribution, pour les emplois vacants comme pour les emplois non vacants, a d'abord lieu dans les emplois ne devant pas être conféres à des membres du personnel temporaires auxquels s'appliquent les dispositions de l'article 23, § 2, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire.".
Art. 43. Artikel 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 36. § 1. Dit artikel geldt niet voor de personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel.
§ 2. A. Instellingen die behoren tot een scholengemeenschap:
Elke inrichtende macht is in volgende volgorde:
a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling of pedagogische entiteit van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling of pedagogische entiteit. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken.
Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk dan wordt aan het oudste personeelslid eerst een betrekking toegewezen.
Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde behoort. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.
Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan één van haar personeelsleden.
In volgende volgorde:
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid in dienst te houden of aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
Verplicht in het gemeenschapsonderwijs om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
B. Instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren.
Elke inrichtende macht is in volgende volgorde:
l° a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling of pedagogische entiteit van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling of pedagogische entiteit. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van deze inrichtende macht die vóór 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van deze inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken.
Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk dan wordt aan het oudste personeelslid eerst een betrekking toegewezen.
Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.
Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden die:
a) door de reaffectatiecommissie van de scholengroep voor wat het gemeenschapsonderwijs betreft;
b) door de interprovinciale reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs, met uitzondering van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs, betreft;
c) door de Vlaamse reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs betreft;
worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan één van haar personeelsleden.
In volgende volgorde:
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
In het gemeenschapsonderwijs verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
C. Instellingen van netoverschrijdende scholengemeenschappen.
Elke inrichtende macht is in volgende volgorde:
a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling of pedagogische entiteit van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling of pedagogische entiteit. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken.
Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk dan wordt aan het oudste personeelslid eerst een betrekking toegewezen.
Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur.
Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan één van haar personeelsleden.
Als de instelling waar het terbeschikkinggestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden.
In volgende volgorde:
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
Verplicht in het gemeenschapsonderwijs om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
§ 3. Als aan de bepalingen in § 2 wordt voldaan, kan een inrichtende macht een wedde of een weddentoelage bekomen voor een tijdelijk aangesteld personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking bij aangetekende brief aangegeven is aan de bevoegde reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure.
Deze wedde of weddentoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies in deze betrekking.
Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de inrichtende macht dit personeelslid in dienst nemen.
§ 4. De wedde of weddentoelage wordt eveneens behouden van 1 september tot uiterlijk 15 september voor elke persoon die aangeworven is of in dienst wordt gehouden in een betrekking waarin een personeelslid ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in de scholengemeenschap of scholengroep ingevolge de bepalingen van dit besluit in dienst moest worden genomen.
§ 5. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet in principe elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen, vervolgens in niet-vacante betrekkingen, in onderling akkoord tussen de inrichtende macht en het personeelslid kan hiervan worden afgeweken.
Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.
§ 6. De personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.
§ 7. Een ter beschikking gesteld personeelslid dat reeds in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden naar een andere instelling buiten deze drie instellingen.
§ 8. Voor de toepassing van dit artikel vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee zij één administratieve eenheid vormt. Dit geldt eveneens voor de pedagogische entiteit."
Art. 41. Dans le titre IV du même arrêté, l'intitulé du chapitre III est remplacé par ce qui suit:
"CHAPITRE III. - L'enseignement secondaire, excepté l'enseignement de promotion sociale".
Art. 44. In hetzelfde besluit wordt een artikel 36bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 36bis. § 1. In afwijking van artikel 36 is dit artikel van toepassing op de personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel worden de categorieën van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel bij wedertewerkstelling beschouwd als één categorie.
§ 3. A. Instellingen die tot een scholengemeenschap behoren.
Elke inrichtende macht, en in volgende volgorde:
Kan in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, dit personeelslid bij wijze van tewerkstelling en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst houden voor zover zij in deze instelling in "hetzelfde ambt" een betrekking van ten minste 63 punten kan oprichten. Deze tewerkstelling wordt ten aanzien van het personeelslid beschouwd als een reaffectatie.
De inrichtende macht moet de puntenwaarde van deze betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid bereikt. Deze verplichting geldt enkel voor zover de inrichtende macht over voldoende punten beschikt.
Het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit wordt eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk dan heeft het oudste personeelslid voorrang;
Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in vacante betrekkingen in instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Deze reaffectatie gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het terbeschikkinggestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.
Als het personeelslid wordt gereaffecteerd in een betrekking met een puntenwaarde die verschilt van die waarvoor hij werd ter beschikking gesteld, wordt volgend principe toegepast:
a) is de puntenwaarde van de betrekking lager dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt. Deze verplichting geldt enkel voorzover de inrichtende macht over voldoende punten beschikt;
b) is de puntenwaarde van de betrekking hoger dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking verminderen tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt;
Is binnen "hetzelfde ambt" verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden die in instellingen van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoren virtueel ter beschikking gesteld zijn, in toepassing van artikel 98, 5°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking slechts opnemen voorzover zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt wordt dadelijk aan de nieuwe instelling geaffecteerd;
Is binnen "hetzelfde ambt" verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden van instellingen van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoren, zoals bedoeld in artikel 60, § 2, 2°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking slechts opnemen voorzover zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt dadelijk aan de nieuwe instelling geaffecteerd;
Is vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een vacante betrekking. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een vacante betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur.
Deze wedertewerkstelling gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het terbeschikkinggestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.
Als het personeelslid wordt wedertewerkgesteld in een betrekking met een puntenwaarde die verschilt van die waarvoor hij werd ter beschikking gesteld, wordt volgend principe toegepast:
a) is de puntenwaarde van de betrekking lager dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt. Deze verplichting geldt enkel voorzover de inrichtende macht over voldoende punten beschikt;
b) is de puntenwaarde van de betrekking hoger dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking verminderen tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt;
Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een niet-vacante betrekking. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Is vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een niet-vacante betrekking. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een niet-vacante betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur.
Is verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden in "hetzelfde ambt" van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie, in dienst te nemen in een vacante betrekking. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Deze reaffectatie gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het terbeschikkinggestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.
Als het personeelslid wordt gereaffecteerd in een betrekking met een puntenwaarde die verschilt van die waarvoor hij werd ter beschikking gesteld, wordt volgend principe toegepast:
a) is de puntenwaarde van de betrekking lager dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de scholengemeenschap de puntenwaarde van de betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt. Deze verplichting geldt enkel voorzover de scholengemeenschap over voldoende punten beschikt;
b) is de puntenwaarde van de betrekking hoger dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de scholengemeenschap de puntenwaarde van de betrekking verminderen tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt.
Is verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen in een vacante betrekking. Deze wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een vacante betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur. Deze wedertewerkstelling gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het terbeschikkinggestelde personeelslid/ vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.
Als het personeelslid wordt wedertewerkgesteld in een betrekking met een puntenwaarde die verschilt van die waarvoor hij werd ter beschikking gesteld, wordt volgend principe toegepast:
a) is de puntenwaarde van de betrekking lager dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de scholengemeenschap de puntenwaarde van de betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt. Deze verplichting geldt enkel voorzover de scholengemeenschap over voldoende punten beschikt;
b) is de puntenwaarde van de betrekking hoger dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de scholengemeenschap de puntenwaarde van de betrekking verminderen tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt.
10° Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een niet-vacante betrekking. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
11° Is verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen in een niet-vacante betrekking. Deze wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een niet-vacante betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur.
12° Is binnen "hetzelfde ambt" verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden die in instellingen van de scholengemeenschap virtueel ter beschikking gesteld zijn, in toepassing van artikel 98, 5°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tij personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking slechts opnemen voorzover zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt gemuteerd en aan de nieuwe instelling geaffecteerd.
13° Is binnen "hetzelfde ambt" verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden van instellingen van de scholengemeenschap, zoals bedoeld in artikel 60, § 2, 2°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking slechts opnemen voorzover zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid.
14° Kan een nieuwe betrekking oprichten, als hierna de scholengemeenschap over nog voldoende niet-aangewende punten beschikt. In deze betrekking wordt één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren, in dienst genomen in eerste instantie bij wijze van reaffectatie en in tweede instantie bij wijze van wedertewerkstelling.
15° Is in volgende volgorde:
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
16° Is verplicht in het gemeenschapsonderwijs om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
17° Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
18° Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
B. Instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren.
Elke inrichtende macht en in volgende volgorde:
Kan in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld in "hetzelfde ambt", dit personeelslid bij wijze van tewerkstelling en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst houden voorzover ze in deze instelling een betrekking van ten minste 63 punten kan oprichten. Deze tewerkstelling wordt ten aanzien van het personeelslid beschouwd als een reaffectatie.
De inrichtende macht moet de puntenwaarde van deze betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid bereikt. Deze verplichting geldt enkel voorzover de inrichtende macht over voldoende punten beschikt.
Het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit wordt eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk dan heeft het oudste personeelslid voorrang.
Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van deze inrichtende macht die vóór 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in vacante betrekkingen in instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren.
Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Deze reaffectatie gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het terbeschikkinggestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.
Als het personeelslid wordt gereaffecteerd in een betrekking met een puntenwaarde die verschilt van die waarvoor hij werd ter beschikking gesteld, wordt volgend principe toegepast:
a) is de puntenwaarde van de betrekking lager dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt. Deze verplichting geldt enkel voor zover de inrichtende macht over voldoende punten beschikt;
b) is de puntenwaarde van de betrekking hoger dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking verminderen tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt.
Is binnen "hetzelfde ambt" verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden die in instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren virtueel ter beschikking gesteld zijn, in toepassing van artikel 98, 5°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking slechts opnemen voorzover zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt dadelijk aan de nieuwe instelling geaffecteerd.
Is binnen "hetzelfde ambt" verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden van instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, zoals bedoeld in artikel 60, § 2, 2°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking slechts opnemen voorzover zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt dadelijk aan de nieuwe instelling geaffecteerd.
Is vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren of van een instelling van deze inrichtende macht die voor 1 september 1999 werd gesloten, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een vacante betrekking. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een vacante betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur.
Deze wedertewerkstelling gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het terbeschikkinggestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.
Als het personeelslid wordt wedertewerkgesteld in een betrekking met een puntenwaarde die verschilt van die waarvoor hij werd ter beschikking gesteld, wordt volgend principe toegepast:
a) is de puntenwaarde van de betrekking lager dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt. Deze verplichting geldt enkel voor zover de inrichtende macht over voldoende punten beschikt;
b) is de puntenwaarde van de betrekking hoger dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking verminderen tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt.
Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die voor 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in niet-vacante betrekkingen. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Is vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren of van een instelling van deze inrichtende macht die vóór 1 september 1999 werd gesloten, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een niet-vacante betrekking. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een niet-vacante betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur.
Is verplicht in het gemeenschapsonderwijs om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Is verplicht in het gesubsidieerd onderwijs, met uitzondering van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs, om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
10° Is verplicht in het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs, om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
11° Is in volgende volgorde:
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
12° Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
C. Instellingen van netoverschrijdende scholengemeenschappen.
Elke inrichtende macht en in volgende volgorde:
Kan in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, dit personeelslid bij wijze van tewerkstelling en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst houden voorzover ze in deze instelling in "hetzelfde ambt" een betrekking van ten minste 63 punten kan oprichten. Deze tewerkstelling wordt ten aanzien van het personeelslid beschouwd ais een reaffectatie.
De inrichtende macht moet de puntenwaarde van deze betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid bereikt. Deze verplichting geldt enkel voorzover de inrichtende macht over voldoende punten beschikt.
Het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit wordt eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk dan heeft het oudste personeelslid voorrang.
Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in vacante betrekkingen in instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Deze reaffectatie gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het terbeschikkinggestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.
Als het personeelslid wordt gereaffecteerd in een betrekking met een puntenwaarde die verschilt van die waarvoor hij werd ter beschikking gesteld, wordt volgend principe toegepast:
a) is de puntenwaarde van de betrekking lager dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt. Deze verplichting geldt enkel voorzover de inrichtende macht over voldoende punten beschikt;
b) is de puntenwaarde van de betrekking hoger dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking verminderen tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt.
Is binnen "hetzelfde ambt" verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden die in instellingen van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoren virtueel ter beschikking gesteld zijn, in toepassing van artikel 98,5°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking slechts opnemen voorzover zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt dadelijk aan de nieuwe instelling geaffecteerd.
Is binnen "hetzelfde ambt" verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden van instellingen van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoren, zoals bedoeld in artikel 60, § 2, 2°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking slechts opnemen voorzover zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt dadelijk aan de nieuwe instelling geaffecteerd.
Is vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een vacante betrekking. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een vacante betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur.
Deze wedertewerkstelling gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het terbeschikkinggestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.
Als het personeelslid wordt wedertewerkgesteld in een betrekking met een puntenwaarde die verschilt van die waarvoor hij werd ter beschikking gesteld, wordt volgend principe toegepast:
a) is de puntenwaarde van de betrekking lager dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt. Deze verplichting geldt enkel voorzover de inrichtende macht over voldoende punten beschikt;
b) is de puntenwaarde van de betrekking hoger dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking verminderen tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt.
Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in niet-vacante betrekkingen. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Is vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een niet-vacante betrekking. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een niet-vacante betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur.
Is verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden in "hetzelfde ambt" van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie, in dienst te nemen in een vacante betrekking. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Deze reaffectatie gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het terbeschikkinggestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.
Als het personeelslid wordt gereaffecteerd in een betrekking met een puntenwaarde die verschilt van die waarvoor hij werd ter beschikking gesteld, wordt volgend principe toegepast:
a) is de puntenwaarde van de betrekking lager dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de scholengemeenschap de puntenwaarde van de betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt. Deze verplichting geldt enkel voorzover de scholengemeenschap over voldoende punten beschikt;
b) is de puntenwaarde van de betrekking hoger dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de scholengemeenschap de puntenwaarde van de betrekking verminderen tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt.
Als de instelling waar het terbeschikkinggestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie te aanvaarden.
Is verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen in een vacante betrekking. Deze wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een vacante betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur.
Deze wedertewerkstelling gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het terbeschikkinggestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.
Als het personeelslid wordt wedertewerkgesteld in een betrekking met een puntenwaarde die verschilt van die waarvoor hij werd ter beschikking gesteld, wordt volgend principe toegepast:
a) is de puntenwaarde van de betrekking lager dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de scholengemeenschap de puntenwaarde van de betrekking aanzuiveren met niet-aangewende punten tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt. Deze verplichting geldt enkel voorzover de scholengemeenschap over voldoende punten beschikt;
b) is de puntenwaarde van de betrekking hoger dan de puntenwaarde van het terbeschikkinggestelde personeelslid, dan moet de scholengemeenschap de puntenwaarde van de betrekking verminderen tot ze de vereiste puntenwaarde bereikt.
Als de instelling waar het ter beschikking gesteld personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt wedertewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de wedertewerkstelling te aanvaarden.
10° Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikkinggesteld zijn in "hetzelfde ambt" in instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de ter beschikking werd uitgesproken, in dienst te nemen in niet-vacante betrekkingen. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Als de instelling waar het ter beschikking gesteld personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie te aanvaarden.
11° Is verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen in een niet-vacante betrekking. Deze wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een niet-vacante betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur.
Als de instelling waar het ter beschikking gesteld personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt wedertewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de wedertewerkstelling te aanvaarden.
12° Is binnen "hetzelfde ambt" verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden die in instellingen van de scholengemeenschap virtueel ter beschikking gesteld zijn, in toepassing van artikel 98, 5°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking slechts opnemen voorzover zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt gemuteerd en aan de nieuwe instelling geaffecteerd.
13° Is binnen "hetzelfde ambt" verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden van instellingen van de scholengemeenschap, zoals bedoeld in artikel 60, § 2, 2°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking slechts opnemen voorzover zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid.
14° Kan een nieuwe betrekking oprichten, als hierna de scholengemeenschap over nog voldoende niet-aangewende punten beschikt. In deze betrekking wordt één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren, in dienst genomen in eerste instantie bij wijze van reaffectatie en in tweede instantie bij wijze van wedertewerkstelling.
15° Is in volgende volgorde:
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
16° Is verplicht in het gemeenschapsonderwijs om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
17° Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
18° Is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
§ 4. Als aan de bepalingen in § 3 wordt voldaan, kan een inrichtende macht een wedde of een weddentoelage bekomen voor een tijdelijk aangesteld personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking bij aangetekende brief aangegeven is aan de bevoegde reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure.
Deze wedde of weddentoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies in deze betrekking.
Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de inrichtende macht dit personeelslid in dienst nemen.
§ 5. De wedde of weddentoelage wordt eveneens behouden van 1 september tot uiterlijk 15 september voor elke persoon die aangeworven is of in dienst wordt gehouden in een betrekking waarin een personeelslid ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in de scholengemeenschap of scholengroep ingevolge de bepalingen van dit besluit in dienst moest worden genomen.
§ 6. Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.
§ 7. De personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid gemeten moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.
§ 8. Voor de toepassing van dit artikel vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee zij één administratieve eenheid vormt".
Art. 42. Dans le titre IV, chapitre III, du même arrêté, l'intitule de la section Ire est remplacé par ce qui suit:
"Section 1re. - L'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de pêche maritime à temps partiel et l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel".
Art. 45. In artikel 37 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
§ 1 wordt vervangen door wat volgt:
"§ 1. Elke inrichtende macht is:
A. In het gemeenschapsonderwijs:
a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in de instelling waar het betrokken personeelslid ter beschikking is gesteld. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan kan van deze volgorde worden afgeweken.
Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk dan wordt aan het oudste personeelslid eerst een betrekking toegewezen.
Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in instellingen van de inrichtende macht en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden.
In volgende volgorde:
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
B. In het gesubsidieerd onderwijs:
a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken.
Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden die:
a) door de interprovinciale reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs, met uitzondering van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs, betreft;
b) door de Vlaamse reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs betreft, worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan één van haar personeelsleden.
In volgende volgorde:
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 1, § 2, 5°.
Verplicht om de betrekking toe te wijzen aan een persoon die in hetzelfde ambt ter beschikking gesteld is bij een inrichtende macht van hetzelfde net, die wat het gesubsidieerd vrij onderwijs betreft onderwijs van hetzelfde karakter verstrekt.
Verplicht om in dezelfde volgorde, maar zonder rekening te houden met de dienstanciënniteit de personeelsleden die niet bij wijze van reaffectatie in dienst geroepen konden worden, wedertewerk te stellen.
Als een personeelslid verzocht heeft om weder tewerkgesteld te worden in het buitengewoon secundair onderwijs, is de inrichtende macht verplicht het betrokken personeelslid wedertewerk te stellen.
in § 2, eerste lid, wordt het woord "zonale" vervangen door het woord "bevoegde";
§ 3 wordt vervangen door wat volgt:
"§ 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet in principe elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen. In onderling akkoord tussen het personeelslid en de inrichtende macht kan hiervan worden afgeweken.
Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur."
Art. 43. L'article 36 du même arrêté est remplacé par ce qui suit:
"Art. 36. § 1er. Le présent article n'est pas applicable aux membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif et du personnel d'appui.
§ 2. A. Etablissements appartenant à un centre d'enseignement:
Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant:
a) Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement ou d'une entité pédagogique du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans ledit établissement ou ladite entité pédagogique. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire à une fonction de sélection ou de promotion.
b) Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire à une fonction de sélection ou de promotion.
Moyennant l'accord du pouvoir organisateur et du membre du personnel intéressé, il peut être dérogé à cet ordre.
S'il s'agit d'une fonction de recrutement, le pouvoir organisateur rappelle d'abord en service le membre du personnel qui a le plus d'ancienneté de service et, à ancienneté de service égale, celui qui a le plus d'ancienneté de fonction. A ancienneté de fonction égale, il accorde la priorité au membre du personnel le plus âgé.
Libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même categorie. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant l'accord du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu pour un emploi occupé par un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité des établissements du centre d'enseignement qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail dans la même catégorie, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Cette obligation n'a pas lieu lorsque l'emploi devant être conféré est un emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur confère le poste en question à un de ses membres du personnel. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire à une fonction de selection ou de promotion, a l'exception des emplois de directeur ou de directeur adjoint que le pouvoir organisateur a conférés à un de ses membres du personnel.
Dans l'ordre suivant:
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission interprovinciale de réaffectation.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de réaffectation.
B. Etablissements n'appartenant pas à un centre d'enseignement:
Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant:
a) Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement ou d'une entité pédagogique du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans ledit établissement ou ladite entité pédagogique. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et pour les membres du personnel désignés a titre intérimaire ou temporaire à une fonction de sélection ou de promotion.
b) Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou auprès d'un établissement de ce pouvoir organisateur ayant été fermé avant le 1er septembre 1999, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans un etablissement de ce pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires designés pour une durée ininterrompue et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire à une fonction de sélection ou de promotion.
Moyennant l'accord du pouvoir organisateur et du membre du personnel intéressé, il peut être dérogé à cet ordre.
S'il s'agit d'une fonction de recrutement, le pouvoir organisateur rappelle d'abord en service le membre du personnel qui a le plus d'ancienneté de service et, à ancienneté de service égale, celui qui a le plus d'ancienneté de fonction. A ancienneté de fonction égale, il accorde la priorité au membre du personnel le plus âgé.
Libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant l'accord du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu pour un emploi occupé par un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue.
Tenu d'engager les membres du personnel qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail:
a) par la commission de réaffectation du groupe d'écoles pour ce qui est de l'enseignement communautaire;
b) par la commission interprovinciale de réaffectation pour ce qui est de l'enseignement subventionné, à l'exception de l'enseignement libre non confessionnel subventionné;
c) par la commission flamande de réaffectation pour ce qui est de l'enseignement libre non confessionnel. Cette règle ne s'applique pas lorsque l'emploi devant être conféré est un emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur confère le poste en question à un de ses membres du personnel. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire à une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception des emplois de directeur ou de directeur adjoint que le pouvoir organisateur a conférés a un de ses membres du personnel.
Dans l'ordre indiqué ci-après:
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de designer ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission interprovinciale de réaffectation.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de réaffectation.
C. Etablissements de centres d'enseignement transréseaux:
Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre établi ci-après:
a) Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement ou d'une entité pédagogique du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans ledit établissement ou ladite entite pédagogique. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire à une fonction de sélection ou de promotion.
b) Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire à une fonction de sélection ou de promotion.
Moyennant l'accord du pouvoir organisateur et du membre du personnel intéressé, il peut être dérogé à cet ordre.
S'il s'agit d'une fonction de recrutement, le pouvoir organisateur rappelle d'abord en service le membre du personnel qui a le plus d'ancienneté de service et, à ancienneté de service égale, celui qui a le plus d'ancienneté de fonction. A ancienneté de fonction égale, il accorde la priorité au membre du personnel le plus âgé.
Libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même categorie. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant l'accord du membre du personnel mis en disponibilite. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu pour un emploi occupé par un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité des établissements du centre d'enseignement qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail dans la même catégorie, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Cette obligation n'a pas lieu lorsque l'emploi devant être conféré est un emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur confère le poste en question à un de ses membres du personnel. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire à une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception des emplois de directeur ou de directeur adjoint que le pouvoir organisateur a conférés à un de ses membres du personnel.
Si l'établissement où est affecté le membre du personnel en disponibilité appartient à un autre réseau que l'établissement auprès duquel le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la réaffectation ou la remise au travail.
Dans l'ordre suivant:
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission interprovinciale de réaffectation.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de réaffectation.
§ 3. En respectant les dispositions prévues au § 2, un pouvoir organisateur peut obtenir un traitement ou une subvention-traitement pour un temporaire occupant un emploi susceptible de réaffectation ou de remise au travail, pourvu que l'emploi soit déclaré par lettre recommandée à la commission de réaffectation compétente, conformément à la procédure prescrite.
Ce traitement ou cette subvention-traitement est accordé jusqu'à la date initiale de la réaffectation ou de la remise au travail dans l'emploi concerné par les commissions de réaffectation.
Si un membre du personnel en disponibilité est attribué, le pouvoir organisateur et tenu de l'engager.
§ 4. En outre, le traitement ou la subvention-traitement est maintenu du 1er septembre au 15 septembre pour toute personne recrutée ou maintenue en service dans un emploi où un membre du personnel en disponibilité dans la même fonction du centre d'enseignement ou du groupe d'écoles devait être engagé par application des dispositions du présent arreté.
§ 5. Si un pouvoir organisateur dispose de plusieurs vacances d'emploi dans la même fonction, chaque réaffectation et chaque remise au travail doivent en principe d'abord avoir lieu dans des emplois vacants et ensuite dans des emplois non vacants. Moyennant l'accord entre le membre du personnel et le pouvoir organisateur, il peut être dérogé à cette règle.
Pour les emplois vacants comme pour les emplois non vacants, l'attribution a d'abord lieu dans les emplois ne devant pas être occupés par un membre du personnel temporaire désigné pour une durée ininterrompue.
§ 6. Les membres du personnel en disponibilité par défaut d'emploi qui bénéficient d'une autre forme de mise en disponibilite, d'un congé ou d'une absence, doivent être réaffectés ou remis au travail s'ils ne sont pas immédiatement disponibles.
§ 7. Un membre du personnel en disponibilité qui est en fonction dans trois établissements et accomplit au moins les quatre cinquièmes d'une charge complète, ne doit pas être réaffecté ou remis au travail dans un autre établissement que les trois précités.
§ 8. Pour l'application du présent article, la "Middenschool" intégrée, visée à l'article 7 de l'arrêté royal du 15 décembre 1982 fixant les appellations et la structure des établissements d'enseignement secondaire de l'Etat, constitue un seul établissement avec l'établissement avec lequel elle forme une unité administrative.
Cette disposition vaut également pour l'entité pédagogique.".
Art. 46. In artikel 38 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
§ 1 wordt vervangen door wat volgt:
§ 1. Elke inrichtende macht is:
A. In het gemeenschapsonderwijs:
Verplicht bij wijze van reaffectatie in de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen:
a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt en die prioritaire rechten heeft op reaffectatie, in toepassing van artikel 69 van het besluit van de Vlaamse Executieve van 31 juli 1990, houdende de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene die de grootste ambtsanciënniteit heeft; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
b) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt en die geen prioritaire rechten heeft op reaffectatie. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene die de grootste ambtsanciënniteit heeft; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
c) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen en die prioritaire rechten heeft op reaffectatie, in toepassing van artikel 69 van het besluit van de Vlaamse Executieve van 31 juli 1990, houdende de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
d) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen en die geen prioritaire rechten heeft op reaffectatie. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang.
De bepalingen van dit punt worden in de hier vermelde volgorde in eerste instantie nageleefd in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld. In onderling akkoord tussen inrichtende macht en personeelslid kan van deze bepaling worden afgeweken.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in instellingen van de inrichtende macht en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
Vrij om en in willekeurige volgorde:
a) één van de terbeschikkinggestelde personen in dienst te nemen, ongeacht het net of karakter en ongeacht het onderwijsniveau of het centrum;
b) een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren, op verzoek van welk personeelslid ook dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld in artikel 1;
c) een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
B. In het gesubsidieerd onderwijs:
Verplicht bij wijze van reaffectatie in de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen:
a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt en die prioritaire rechten heeft op reaffectatie, in toepassing van artikel 69 van het besluit van de Vlaamse Executieve van 31 juli 1990, houdende de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
b) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt en die geen prioritaire rechten heeft op reaffectatie. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
c) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen en die prioritaire rechten heeft op reaffectatie, in toepassing van artikel 69 van het besluit van de Vlaamse Executieve van 31 juli 1990, houdende de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
d) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen en die geen prioritaire rechten heeft op reaffectatie. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang.
Vrij om en in willekeurige volgorde:
a) één van de terbeschikkinggestelde personen in dienst te nemen, ongeacht het net of karakter en ongeacht het onderwijsniveau of het centrum;
b) een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren, op verzoek van welk personeelslid ook dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld in artikel 1;
c) een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
Verplicht om de betrekking toe te wijzen aan een persoon die in hetzelfde ambt ter beschikking gesteld is bij een inrichtende macht van hetzelfde net, die wat het gesubsidieerd vrij onderwijs betreft onderwijs van hetzelfde karakter verstrekt.
Verplicht om in dezelfde volgorde maar zonder rekening te houden met de dienstanciënniteit de personeelsleden die niet bij wijze van reaffectatie in dienst geroepen konden worden, wedertewerk te stellen.";
§ 3 wordt vervangen door wat volgt:
"§ 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet in principe elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen. In onderling akkoord tussen het personeelslid en de inrichtende macht kan hiervan worden afgeweken.
In het gemeenschapsonderwijs gebeurt de toewijzing, zowel voor de vacante als voor de niet-vacante betrekkingen, eerst in betrekkingen die niet moeten worden toegewezen aan tijdelijke personeelsleden waarop de bepalingen van artikel 23, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs van toepassing zijn."
Art. 44. Dans le même arrêté est inséré un article 36bis, rédigé comme suit:
"Art. 36bis. § 1er. Par dérogation à l'article 36, le présent article s'applique aux membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif et du personnel d'appui.
§ 2. Pour l'application du présent article, les catégories des personnels auxiliaire d'éducation, administratif et d'appui sont considérées, lors d'une remise au travail, comme une seule catégorie.
§ 3. A. Etablissements appartenant à un centre d'enseignement:
Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant:
Libre, dans l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité par défaut d'emploi, de maintenir ce membre du personnel en service à titre de mise au travail et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, pour autant qu'il puisse créer, dans cet établissement et dans "la même fonction", un emploi d'au moins 63 points. A l'egard du membre du personnel, cette mise au travail est considérée comme une réaffectation.
Le pouvoir organisateur doit apurer la pondération de cet emploi avec des points non utilisés jusqu'à ce que la pondération requise du membre du personnel en disponibilité soit atteinte. Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le pouvoir organisateur dispose de suffisamment de points.
Le pouvoir organisateur rappelle d'abord en service le membre du personnel qui a le plus d'ancienneté de service et, à ancienneté de service égale, celui qui a le plus d'ancienneté de fonction. A ancienneté de fonction égale, il accorde la priorité au membre du personnel le plus âgé;
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, à des emplois auprès d'établissements du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Cette réaffectation s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération.
Lorsque le membre du personnel est réaffecté dans un emploi ayant une pondération qui diffère de celle pour laquelle il a été mis en disponibilité, le principe suivant est appliqué:
a) si la ponderation de l'emploi est inférieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le pouvoir organisateur doit apurer la pondération de l'emploi avec des points non utilisés jusqu'à ce que la pondération requise soit atteinte; Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le centre d'enseignement dispose de suffisamment de points;
b) si la pondération de l'emploi est supérieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le pouvoir organisateur doit réduire la ponderation de l'emploi jusqu'à ce qu'elle corresponde à la pondération requise;
Tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel virtuellement mis en disponibilité auprès d'etablissements du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, par application de l'article 98, 5°, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif a l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'à condition que sa pondération corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilisés pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel. Le membre du personnel qui accepte l'emploi est immédiatement affecté au nouvel établissement.
Tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel d'établissements du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, tels que visés à l'article 60, § 2, 2° du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'à condition que sa pondération corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilisés pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel. Le membre du personnel qui accepte l'emploi est immédiatement affecté au nouvel établissement;
Libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilite des établissements du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie à un emploi vacant. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant l'accord du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi vacant occupé par un membre du personnel désigné à titre temporaire pour une durée ininterrompue.
Cette remise au travail s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération.
Lorsque le membre du personnel est remis au travail dans un emploi ayant une pondération qui diffère de celle pour laquelle il a été mis en disponibilité, le principe suivant est appliqué:
a) si la pondération de l'emploi est inférieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le pouvoir organisateur doit apurer la pondération de l'emploi avec des points non utilisés jusqu'à ce que la pondération requise soit atteinte. Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le pouvoir organisateur dispose de suffisamment de points;
b) si la pondération de l'emploi est supérieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le pouvoir organisateur doit réduire la pondération de l'emploi jusqu'à ce qu'elle corresponde à la pondération requise.
Tenu d'engager à un emploi non vacant les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie, dans un emploi non vacant. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant l'accord du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi non vacant occupé par un membre du personnel désigné à titre temporaire pour une durée ininterrompue.
Tenu d'engager à un emploi vacant les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" des établissements appartenant au centre d'enseignement et qui sont attribués, à titre de reaffectation, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Cette réaffectation s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération.
Lorsque le membre du personnel est réaffecté dans un emploi ayant une pondération qui diffère de celle pour laquelle il a été mis en disponibilité, le principe suivant est appliqué:
a) si la pondération de l'emploi est inférieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le centre d'enseignement doit apurer la pondération de l'emploi avec des points non utilisés jusqu'à ce que la pondération requise soit atteinte. Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le centre d'enseignement dispose de suffisamment de points;
b) si la pondération de l'emploi est supérieure à la ponderation du membre du personnel en disponibilité, le centre d'enseignement doit réduire la pondération de l'emploi jusqu'à ce qu'elle corresponde à la pondération requise.
Tenu d'engager à un emploi vacant les membres du personnel mis en disponibilité des établissements appartenant au centre d'enseignement et qui sont attribués, à titre de remise au travail dans la même catégorie, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Cette remise au travail peut également avoir lieu dans un emploi vacant occupé par un membre du personnel désigné à titre temporaire pour une durée ininterrompue.
Cette remise au travail s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération.
Lorsque le membre du personnel est remis au travail dans un emploi ayant une pondération qui diffère de celle pour laquelle il a été mis en disponibilité, le principe suivant est appliqué:
a) si la pondération de l'emploi est inférieure à la ponderation du membre du personnel en disponibilité, le centre d'enseignement doit apurer la pondération de l'emploi avec des points non utilisés jusqu'à ce que la pondération requise soit atteinte. Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le centre d'enseignement dispose de suffisamment de points;
b) si la pondération de l'emploi est supérieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le centre d'enseignement doit réduire la pondération de l'emploi jusqu'à ce qu'elle corresponde à la pondération requise.
10° Tenu d'engager à un emploi non vacant les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'établissements appartenant au centre d'enseignement et qui sont attribués par la commission de réaffectation du centre d'enseignement à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel désignés pour une durée ininterrompue.
11° Tenu d'engager à un emploi non vacant les membres du personnel mis en disponibilité des etablissements appartenant au centre d'enseignement et qui sont attribués, à titre de remise au travail dans la même categorie, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Cette remise au travail peut également avoir lieu dans un emploi non vacant occupé par un membre du personnel désigné à titre temporaire pour une durée ininterrompue.
12° Tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel virtuellement mis en disponibilité auprès d'établissements du centre d'enseignement, par application de l'article 98, 5°, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'a condition que sa pondération corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilisés pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel. Le membre du personnel qui accepte l'emploi est muté et affecté au nouvel établissement.
13° Tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel d'établissements du centre d'enseignement, tels que vises à l'article 60, § 2, 2° du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif a l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'à condition que sa pondération corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilisés pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel. Le membre du personnel qui accepte l'emploi est immédiatement affecté au nouvel établissement.
14° Peut créer un nouvel emploi si, après cela, le centre d'enseignement dispose encore de suffisamment de points non utilisés. Un des membres du personnel en disponibilité des établissements appartenant au centre d'enseignement est engagé à cet emploi, prioritairement à titre de réaffectation et en deuxième lieu à titre de remise au travail.
15° Dans l'ordre indiqué ci-après:
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
16° Tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles.
17° Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission interprovinciale de réaffectation.
18° Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, a titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de réaffectation.
B. Etablissements n'appartenant pas à un centre d'enseignement:
Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant:
Libre, dans l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité dans le même emploi, de maintenir ce membre du personnel en service à titre de mise au travail et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, pour autant qu'il puisse créer dans cet établissement un emploi d'au moins 63 points. A l'égard du membre du personnel, cette mise au travail est considérée comme une réaffectation.
Le pouvoir organisateur doit apurer la pondération de cet emploi avec des points non utilisés jusqu'à ce que la pondération requise du membre du personnel en disponibilité soit atteinte. Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le pouvoir organisateur dispose de suffisamment de points.
Le pouvoir organisateur rappelle d'abord en service le membre du personnel qui a le plus d'ancienneté de service et, à ancienneté de service égale, celui qui a le plus d'ancienneté de fonction. A ancienneté de fonction égale, il accorde la priorité au membre du personnel le plus âgé.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou auprès d'un établissement de ce pouvoir organisateur ayant été fermé avant le 1er septembre 1999, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, à des emplois vacants auprès d'établissements du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Cette réaffectation s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération.
Lorsque le membre du personnel est réaffecté dans un emploi ayant une pondération qui diffère de celle pour laquelle il a été mis en disponibilité, le principe suivant est appliqué:
a) si la pondération de l'emploi est inférieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le pouvoir organisateur doit apurer la pondération de l'emploi avec des points non utilisés jusqu'à ce que la pondération requise soit atteinte. Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le centre d'enseignement dispose de suffisamment de points;
b) si la pondération de l'emploi est supérieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le pouvoir organisateur doit réduire la pondération de l'emploi jusqu'à ce qu'elle corresponde a la pondération requise.
Tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel virtuellement mis en disponibilité auprès d'établissements du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement, par application de l'article 98, 5°, du décret du l4 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'à condition que sa pondération corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilisés pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel. Le membre du personnel qui accepte l'emploi est immédiatement affecté au nouvel établissement;
Tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel d'établissements du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement, tels que visés à l'article 60, § 2, 2°, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'à condition que sa pondération corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilises pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel. Le membre du personnel qui accepte l'emploi est immédiatement affecté au nouvel établissement.
Libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou d'un établissement de ce pouvoir organisateur ayant été fermé avant le I" septembre 1999, à titre de remise au travail dans la même catégorie à un emploi vacant. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant l'accord du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi vacant occupé par un membre du personnel désigné à titre temporaire pour une durée ininterrompue.
Cette remise au travail s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération.
Lorsque le membre du personnel est remis au travail dans un emploi ayant une pondération qui diffère de celle pour laquelle il a été mis en disponibilité, le principe suivant est appliqué:
a) si la pondération de l'emploi est inferieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le pouvoir organisateur doit apurer la ponderation de l'emploi avec des points non utilisés jusqu'à ce que la pondération requise soit
atteinte. Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le pouvoir organisateur dispose de suffisamment de points;
b) si la pondération de l'emploi est supérieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le pouvoir organisateur doit réduire la pondération de l'emploi jusqu'à ce qu'elle corresponde à la pondération requise.
Tenu d'engager à un emploi non vacant les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou d'un établissement de ce pouvoir organisateur ayant été fermé avant le 1er septembre 1999, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou d'un établissement de ce pouvoir organisateur ayant été fermé avant le 1 septembre 1999, à titre de remise au travail dans la même catégorie, dans un emploi non vacant. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant l'accord du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi non vacant occupé par un membre du personnel désigné à titre temporaire pour une durée ininterrompue.
Tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Tenu, dans l'enseignement subventionné, à l'exception de l'enseignement libre non confessionnel subventionné, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission interprovinciale de réaffectation. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
10° Tenu, dans l'enseignement libre non confessionnel subventionné, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de réaffectation. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
11° Dans l'ordre suivant:
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
12° Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de réaffectation.
C. Etablissements de centres d'enseignement transréseaux:
Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre établi ci-après:
Libre, dans l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité par défaut d'emploi, de maintenir ce membre du personnel en service à titre de mise au travail et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, pour autant qu'il puisse créer, dans cet établissement et dans "la même fonction", un emploi d'au moins 63 points. A l'égard du membre du personnel, cette mise au travail est considérée comme une réaffectation.
Le pouvoir organisateur doit apurer la pondération de cet emploi avec des points non utilisés jusqu'à ce que la pondération requise du membre du personnel en disponibilité soit atteinte. Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le pouvoir organisateur dispose de suffisamment de points.
Le pouvoir organisateur rappelle d'abord en service le membre du personnel qui a le plus d'ancienneté de service et, à ancienneté de service égale, celui qui a le plus d'ancienneté de fonction. A ancienneté de fonction égale, il accorde la priorité au membre du personnel le plus âgé.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, à des emplois auprès d'établissements du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Cette réaffectation s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération.
Lorsque le membre du personnel est réaffecte dans un emploi ayant une pondération qui diffère de celle pour laquelle il a été mis en disponibilité, le principe suivant est appliqué:
a) si la pondération de l'emploi est inférieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le pouvoir organisateur doit apurer la pondération de l'emploi avec des points non utilisés jusqu'à ce que la pondération requise soit atteinte. Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le pouvoir organisateur dispose de suffisamment de points;
b) si la pondération de l'emploi est supérieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le pouvoir organisateur doit réduire la pondération de l'emploi jusqu'à ce qu'elle corresponde à la pondération requise.
Tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel virtuellement mis en disponibilité auprès d'établissements du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, par application de l'article 98, 5°, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'à condition que sa pondération corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilisés pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel. Le membre du personnel qui accepte l'emploi est immédiatement affecté au nouvel établissement.
Tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel d'établissements du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, tels que visés à l'article 60, § 2, 2°, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'à condition que sa pondération corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilisés pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel. Le membre du personnel qui accepte l'emploi est immédiatement affecté au nouvel établissement.
Libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie à un emploi vacant. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant l'accord du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi vacant occupé par un membre du personnel désigné à titre temporaire pour une durée ininterrompue.
Cette remise au travail s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération.
Lorsque le membre du personnel est remis au travail dans un emploi ayant une pondération qui diffère de celle pour laquelle il a été mis en disponibilité, le principe suivant est appliqué:
a) si la pondération de l'emploi est inférieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le pouvoir organisateur doit apurer la pondération de l'emploi avec des points non utilisés jusqu'à ce que la pondération requise soit atteinte. Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le pouvoir organisateur dispose de suffisamment de points;
b) si la pondération de l'emploi est supérieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le pouvoir organisateur doit réduire la pondération de l'emploi jusqu'à ce qu'elle corresponde à la pondération requise.
Tenu d'engager a un emploi non vacant les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie, dans un emploi non vacant. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant l'accord du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi non vacant occupé par un membre du personnel désigné à titre temporaire pour une durée ininterrompue.
Tenu d'engager à un emploi vacant les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" des etablissements appartenant au centre d'enseignement et qui sont attribués, à titre de réaffectation, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Cette réaffectation s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilite et ensuite dans un emploi d'une autre pondération.
Lorsque le membre du personnel est réaffecté dans un emploi ayant une pondération qui diffère de celle pour laquelle il a été mis en disponibilite, le principe suivant est appliqué:
a) si la pondération de l'emploi est inférieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le centre d'enseignement doit apurer la pondération de l'emploi avec des points non utilises jusqu'à ce que la pondération requise soit atteinte. Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le centre d'enseignement dispose de suffisamment de points;
b) si la pondération de l'emploi est supérieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le centre d'enseignement doit réduire la pondération de l'emploi jusqu'à ce qu'elle corresponde à la pondération requise.
Si l'établissement ou est affectée membre du personnel en disponibilité appartient a un autre réseau que l'établissement auprès duquel le membre du personnel est réaffecté, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la réaffectation;
Tenu d'engager à un emploi vacant les membres du personnel mis en disponibilité des établissements appartenant au centre d'enseignement et qui sont attribués, à titre de remise au travail dans la même catégorie, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Cette remise au travail peut également avoir lieu dans un emploi vacant occupé par un membre du personnel désigne à titre temporaire pour une durée ininterrompue.
Cette remise au travail s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre ponderation.
Lorsque le membre du personnel est remis au travail dans un emploi ayant une pondération qui diffère de celle pour laquelle il a été mis en disponibilité, le principe suivant est appliqué: a) si la pondération de l'emploi est inférieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le centre d'enseignement doit apurer la pondération de l'emploi avec des points non utilisés jusqu'à ce que la pondération requise soit atteinte. Cette obligation ne vaut que dans la mesure où le centre d'enseignement dispose de suffisamment de points;
b) si la pondération de l'emploi est supérieure à la pondération du membre du personnel en disponibilité, le centre d'enseignement doit reduire la pondération de l'emploi jusqu'a ce qu'elle corresponde à la pondération requise.
Si l'établissement où est affecté le membre du personnel en disponibilite appartient à un autre réseau que l'établissement auprès duquel le membre du personnel est remis au travail, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la remise au travail.
10° Tenu d'engager à un emploi non vacant les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'établissements appartenant au centre d'enseignement et qui sont attribués par la commission de réaffectation du centre d'enseignement à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Si l'établissement où est affecté le membre du personnel en disponibilité appartient à un autre réseau que l'établissement auquel le membre du personnel est réaffecté, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la réaffectation.
11° Tenu d'engager à un emploi non vacant les membres du personnel mis en disponibilité des établissements appartenant au centre d'enseignement et qui sont attribués, à titre de remise au travail dans la même catégorie, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Cette remise au travail peut également avoir lieu dans un emploi non vacant occupé par un membre du personnel désigné à titre temporaire pour une durée ininterrompue.
Si l'établissement où est affecté le membre du personnel en disponibilité appartient à un autre réseau que l'établissement auquel le membre du personnel est remis au travail, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la remise au travail.
12° Tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel virtuellement mis en disponibilité auprès d'établissements du centre d'enseignement, par application de l'article 98, 5°, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'à condition que sa pondération corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilisés pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel. Le membre du personnel qui accepte l'emploi est muté et affecté au nouvel établissement.
13° Tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel d'établissements du centre d'enseignement, tels que visés à l'article 60, § 2, 2°, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'à condition que sa pondération corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilisés pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel.
14° Peut créer un nouvel emploi si, après cela, le centre d'enseignement dispose encore de suffisamment de points non utilisés. Un des membres du personnel en disponibilité des établissements appartenant au centre d'enseignement est engagé à cet emploi, en premier lieu à titre de réaffectation et en deuxième lieu à titre de remise au travail.
15° Dans l'ordre indiqué ci-après:
a) libre de proceder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
16° Tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles.
17° Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de reaffectation ou de remise au travail, par la commission interprovinciale de réaffectation.
18° Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de réaffectation.
§ 4. En respectant les dispositions prévues au § 3, un pouvoir organisateur peut obtenir un traitement ou une subvention-traitement pour un temporaire occupant un emploi susceptible de réaffectation ou de remise au travail, pourvu que l'emploi soit déclaré par lettre recommandée à la commission de réaffectation compétente, conformément à la procédure prescrite.
Ce traitement ou cette subvention-traitement est accordé jusqu'à la date initiale de la réaffectation ou de la remise au travail dans l'emploi concerné par les commissions de réaffectation.
Si un membre du personnel en disponibilité est attribué, le pouvoir organisateur et tenu de l'engager.
§ 5. En outre, le traitement ou la subvention-traitement est maintenu du 1er septembre au 15 septembre au plus tard pour toute personne recrutée ou maintenue en service dans un emploi dans lequel un membre du personnel en disponibilité dans la même fonction du centre d'enseignement ou du groupe d'écoles devait être engagé par application des dispositions du présent arrêté.
§ 6. Pour les emplois vacants comme pour les emplois non vacants, l'attribution a d'abord lieu dans un emploi qui n'est pas occupé par un temporaire désigné pour une durée ininterrompue.
§ 7. Les membres du personnel en disponibilité par défaut d'emploi qui bénéficient d'une autre forme de mise en disponibilité, d'un congé ou d'une absence, doivent être réaffectés ou remis au travail, même s'ils ne sont pas immédiatement disponibles.
§ 8. Pour l'application du présent article, la "Middenschool" intégrée, visée à l'article 7 de l'arrêté royal du 15 décembre 1982 fixant les appellations et la structure des établissements d'enseignement secondaire de l'Etat, constitue un seul établissement avec l'établissement avec lequel elle forme une unité administrative.
Art. 47. In titel IV van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk IV vervangen door wat volgt:
"HOOFDSTUK IV. - Het onderwijs voor sociale promotie".
Art. 45. A l'article 37 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 1994, les modifications suivantes sont apportées:
le § 1er est remplacé par ce qui suit:
"§ 1er. Tout pouvoir organisateur est:
A. Dans l'enseignement communautaire:
a) Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans l'établissement ou le membre du personnel concerné est mis en disponibilité. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire à une fonction de sélection ou de promotion.
b) Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans un établissement de ce pouvoir organisateur. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire à une fonction de sélection ou de promotion.
Moyennant l'accord du pouvoir organisateur et du membre du personnel intéressé, il peut être dérogé à cet ordre.
S'il s'agit d'une fonction de recrutement, le pouvoir organisateur rappelle d'abord en service le membre du personnel qui a le plus d'ancienneté de service et, à ancienneté de service égale, celui qui a le plus d'ancienneté de fonction. A ancienneté de fonction égale, il accorde la priorité au membre du personnel le plus âgé.
Libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur, à titre de remise au travail dans la même catégorie. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant l'accord du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu pour un emploi qui est occupé par un membre du personnel désigné a titre temporaire pour une durée ininterrompue.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles. Cette obligation n'a pas lieu lorsque l'emploi devant être conféré est un emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur confère le poste en question à un de ses membres du personnel.
Dans l'ordre suivant:
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission interprovinciale de réaffectation.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de réaffectation.
B. Dans l'enseignement subventionné:
a) Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans l'établissement en question. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupes par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
b) Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans un établissement de ce pouvoir organisateur. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des temporaires designés pour une durée ininterrompue.
Moyennant l'accord du pouvoir organisateur et du membre du personnel intéressé, il peut être dérogé à cet ordre.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail:
a) par la commission interprovinciale de réaffectation pour ce qui est de l'enseignement subventionné, à l'exception de l'enseignement libre non confessionnel subventionné;
b) par la commission flamande de réaffectation pour ce qui est de l'enseignement libre non confessionnel.
Cette obligation n'a pas lieu lorsque l'emploi devant être conféré est un emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur confère le poste en question à un de ses membres du personnel. Cette obligation vaut également pour les emplois qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire à une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception des emplois de directeur ou de directeur adjoint que le pouvoir organisateur a conférés à un de ses membres du personnel.
Dans l'ordre indiqué ci-après:
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Tenu de conférer l'emploi à une personne mise en disponibilité dans la même fonction auprès d'un pouvoir organisateur du même réseau dispensant, pour ce qui est de l'enseignement libre subventionné, un enseignement du même caractere.
Tenu de remettre au travail, dans le même ordre mais sans tenir compte de l'ancienneté de service, les membres du personnel n'ayant pas pu être rappelés en service à titre de réaffectation.
Si un membre du personnel a demandé à être remis au travail dans l'enseignement secondaire spécial, le pouvoir organisateur est tenu de le remettre au travail.
au § 2, premier alinéa, le mot "zonale" est remplacé par le mot "compétente";
le § 3 est remplacé par ce qui suit:
"§ 3. Si un pouvoir organisateur dispose de plusieurs vacances d'emploi dans la même fonction, toute réaffectation ou remise au travail doit en principe s'effectuer d'abord dans des emplois vacants et ensuite dans des emplois non vacants. Moyennant l'accord du pouvoir organisateur et du membre du personnel intéressé, il peut être dérogé à cette règle.
Pour les emplois vacants comme pour les emplois non vacants, l'attribution a d'abord lieu dans un emploi ne devant pas être occupé par un membre du personnel temporaire désigné pour une durée ininterrompue.".
Art. 48. Artikel 39 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 39. § 1. Elke inrichtende macht is:
Verplicht bij wijze van reaffectatie in de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen:
a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt en die prioritaire rechten heeft op reaffectatie, in een instelling die vóór 1 september 1999 werd gesloten. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene die de grootste ambtsanciënniteit heeft; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
b) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt en die, geen prioritaire rechten heeft op reaffectatie. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene die de grootste ambtsanciënniteit heeft; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
c) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen en die prioritaire rechten heeft op reaffectatie. Deze bepaling geldt alleen voor het gesubsidieerd onderwijs. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang;
d) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen en die geen prioritaire rechten heeft op reaffectatie. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang.
Vrij om en in willekeurige volgorde:
a) één van de terbeschikkinggestelde personen in dienst te nemen, ongeacht het net of karakter en ongeacht het onderwijsniveau of het centrum;
b) de mutatie toe te staan, op verzoek van welk personeelslid ook dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld in artikel 1;
c) een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;
d) een personeelslid aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven heeft.
Verplicht om de betrekking toe te wijzen aan een persoon die in hetzelfde ambt ter beschikking is gesteld in een instelling die behoort tot dezelfde reaffectatiezone waartoe ook de instelling behoort waar de vacature zich voordoet.
Verplicht om in dezelfde volgorde maar zonder rekening te houden met de dienstanciënniteit de personeelsleden die niet bij wijze van reaffectatie in dienst geroepen konden worden, wedertewerk te stellen.
De verplichting tot wedertewerkstelling geldt evenwel niet als aan een personeelslid ter beschikking gesteld in een wervingsambt, een betrekking in een selectie- of bevorderingsambt zou moeten worden toegewezen of als aan een personeelslid ter beschikking gesteld in een selectieambt, een betrekking in een bevorderingsambt zou moeten worden toegewezen.
Als het personeelslid verzocht heeft om wedertewerkgesteld te worden in het onderwijs met beperkt leerplan of voor sociale promotie, is de inrichtende macht verplicht het betrokken personeelslid wedertewerk te stellen, voorzover de vacature zich voordoet in het ambt van leraar algemene vakken, van leraar bijzondere vakken of in een ambt behorend tot de categorie van het opvoedend hulppersoneel of ondersteunend personeel.
§ 2. Als een bevoegd bestuursorgaan of een inrichtende macht over verscheidene vacatures in hetzelfde ambt beschikt, dient ze bij reaffectatie en wedertewerkstelling bij voorrang betrekkingen toe te wijzen die definitief vacant zijn.
§ 3. De personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.
§ 4. Een ter beschikking gesteld personeelslid dat reeds in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult, moet niet worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld naar een andere instelling buiten deze drie instellingen."
Art. 46. A l'article 38 du même arrêté, modifié par le Gouvernement flamand du 7 décembre 1994, les modifications suivantes sont apportées:
le § 1er est remplacé par ce qui suit:
"§ 1er. Tout pouvoir organisateur est:
A. Dans l'enseignement communautaire:
Tenu d'engager par réaffectation, dans l'ordre suivant et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée:
a) toute personne qu'il a mise en disponibilité dans la même fonction et qui peut faire valoir des droits prioritaires à la réaffectation par application de l'article 69 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 organisant l'enseignement artistique à temps partiel, orientations d'études Musique, Arts de la Parole et Danse. Si le pouvoir organisateur a mis plusieurs personnes en disponibilité, il rappelle d'abord en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âgé;
b) toute personne qu'il a mise en disponibilité dans la même fonction et qui ne peut faire valoir de droits prioritaires à la réaffectation. Si le pouvoir organisateur a mis plusieurs personnes en disponibilité, il commence par rappeler en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âgé;
c) toute personne mise en disponibilité dans la même fonction dans un établissement repris d'un autre pouvoir organisateur par simple reprise ou par fusion d'établissements et qui peut faire valoir des droits prioritaires à une réaffectation, par application de l'article 69 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 organisant l'enseignement artistique à temps partiel, orientations d'études Musique, Arts de la Parole et Danse. Si plusieurs personnes entrent en ligne de compte, il commence par rappeler en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âgé;
d) toute personne mise en disponibilité dans la même fonction dans un établissement repris d'un autre pouvoir organisateur par simple reprise ou par fusion d'établissements et qui ne peut pas faire valoir de droits prioritaires à la réaffectation. Si plusieurs personnes entrent en ligne de compte, il commence par rappeler en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction ou, à ancienneté de fonction égale, le membre du personnel le plus âgé.
Les dispositions de ce point doivent être respectées dans l'ordre précité et en premier lieu dans l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité. Moyennant l'accord du pouvoir organisateur et du membre du personnel intéressé, il peut être dérogé à cette disposition.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité auprès d'établissements du pouvoir organisateur et qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de reaffectation du groupe d'écoles.
Dans l'ordre suivant:
a) libre d'engager une des personnes en disponibilité, quel que soit le réseau ou le caractère et quel que soit le niveau d'enseignement ou le centre;
b) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation, à la demande de quel membre du personnel que ce soit appartenant à une des catégories de personnels, visées à l'article 1er;
c) libre de désigner un membre du personnel remplissant les conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission interprovinciale de réaffectation.
Tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de réaffectation.
A. Dans l'enseignement subventionné:
Tenu d'engager par réaffectation, dans l'ordre suivant et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée:
a) toute personne qu'il a mise en disponibilité dans la même fonction et qui peut faire valoir des droits prioritaires à la réaffectation par application de l'article 69 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 organisant l'enseignement artistique à temps partiel, orientations d'études Musique, Arts de la Parole et Danse. Si le pouvoir organisateur a mis plusieurs personnes en disponibilité, il rappelle d'abord en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âgé;
b) toute personne qu'il a mise en disponibilité dans la même fonction et qui ne peut pas faire valoir de droits prioritaires à la réaffectation. Si le pouvoir organisateur a mis plusieurs personnes en disponibilité, il commence par rappeler en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'anciennete de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âgé;
c) toute personne mise en disponibilité dans la même fonction dans un établissement repris d'un autre pouvoir organisateur par simple reprise ou par fusion d'établissements et qui peut faire valoir des droits prioritaires à une réaffectation, par application de l'article 69 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 organisant l'enseignement artistique à temps partiel, orientations d'études Musique, Arts de la Parole et Danse. Si plusieurs personnes entrent en ligne de compte, il commence par rappeler en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté ne service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âgé;
d) toute personne mise en disponibilité dans la même fonction dans un établissement repris d'un autre pouvoir organisateur par simple reprise ou par fusion d'établissements et qui ne peut pas faire valoir de droits prioritaires à la réaffectation. Si plusieurs personnes entrent en ligne de compte, il commence par rappeler en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction ou, à ancienneté de fonction égale, le membre du personnel le plus âgé.
Libre, dans n'importe quel ordre:
a) d'engager une des personnes en disponibilité, quel que soit le réseau ou le caractere et quel que soit le niveau d'enseignement ou le centre;
b) de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation, à la demande de quel membre du personnel que ce soit appartenant à une des catégories de personnels, visées à l'article 1er;
c) de désigner un membre du personnel remplissant les conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Tenu d'attribuer l'emploi à une personne en disponibilité dans la même fonction auprès d'un pouvoir organisateur du même réseau, dispensant, pour ce qui est de l'enseignement libre subventionné, un enseignement du même caractère.
Tenu de remettre au travail dans le même ordre, sans toutefois tenir compte de l'ancienneté de service, les membres du personnel qui n'ont pu être réaffectés.";
le § 3 est remplacé par ce qui suit:
"§ 3. Si un pouvoir organisateur dispose de plusieurs vacances d'emploi dans la même fonction, toute réaffectation ou remise au travail doit en principe s'effectuer d'abord dans des emplois vacants et ensuite dans des emplois non vacants. Moyennant l'accord du pouvoir organisateur et du membre du personnel intéressé, il peut être dérogé à cette règle.
Dans l'enseignement communautaire, pour les emplois vacants comme pour les emplois non vacants, l'attribution a d'abord lieu dans des emplois ne devant pas être occupés par des temporaires auxquels s'appliquent les dispositions de l'article 23, § 2, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire."
Art. 49. In artikel 40 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in § 1, punt 1, a, worden de woorden "tot toegang voor de Fondsen voor schoolgebouwen" vervangen door de woorden "voor toegang tot de Fondsen voor schoolgebouwen";
in § 2, eerste lid worden tussen het woord "reaffectatiecommissie" en het woord "overeenkomstig" de woorden "en voor het gemeenschapsonderwijs aan de interprovinciale reaffectatiecommissie" ingevoegd.
Art. 47. Dans le titre IV du même arrêté, l'intitulé du chapitre IV est remplacé par ce qui suit:
"CHAPITRE IV - L'enseignement de promotion sociale."
Art. 50. In artikel 41 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
aan § 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Deze bepaling geldt ook voor de reaffectatie en wedertewerkstelling die niet verplicht is volgens de voorschriften van dit besluit.";
in § 2, derde liggend streepje worden de woorden "of academiejaar" geschrapt;
in § 2, wordt het vijfde liggend streepje vervangen door wat volgt:
"- doordat de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, de reaffectatiecommissie van de scholengroep, de zonale, de interprovinciale of de Vlaamse reaffectatiecommissie een nieuwe beslissing van toewijzing neemt;
"
aan § 2, worden twee streepjes toegevoegd, die luiden als volgt:
"- door een benoeming, mutatie, nieuwe affectatie of toelating tot de proeftijd van betrokken personeelslid;
- door de terugkeer van de titularis of van het personeelslid dat de titularis vervangt.";
een § 4 en een § 5 worden toegevoegd, die luiden als volgt:
"§ 4. Een personeelslid kan vragen aan de inrichtende macht waar hij gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, om de reaffectatie of wedertewerkstelling op te schorten voor de volledige duur van een andere vacature die hem wordt aangeboden overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
§ 5. Een reaffectatie of wedertewerkstelling in een betrekking van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel kan worden beëindigd als het betrokken personeelslid bij de inrichtende macht waar het vast benoemd is een reaffectatie of wedertewerkstelling krijgt voor tenminste de duur van een volledig schooljaar.
De reaffectatie of wedertewerkstelling wordt beëindigd voor de volledige opdracht als het gaat om een betrekking die slechts kan worden toegewezen aan één enkel personeelslid zoals bepaald in het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs en voor hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs en van het koninklijk besluit nr. 66 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel worden bepaald in de inrichtingen voor buitengewoon onderwijs met uitzondering van de internaten of semi-internaten.
De reaffectatie of wedertewerkstelling wordt beëindigd voor ten minste een halftijdse opdracht als het gaat om een betrekking die kan worden toegewezen aan één of twee personeelsleden zoals bepaald in het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs en voor hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs, en van het koninklijk besluit nr. 66 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel worden bepaald in de inrichtingen voor buitengewoon onderwijs met uitzondering van de internaten of semi-internaten en van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs.".
Art. 48. L'article 39 du même arrêté est remplacé par ce qui suit:
"Art. 39. § 1er. Tout pouvoir organisateur est:
Tenu d'engager par réaffectation, dans l'ordre suivant et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée:
a) toute personne qu'il a mise en disponibilité dans la même fonction et qui peut faire valoir des droits prioritaires à la réaffectation, auprès d'un établissement ayant été fermé avant le 1er septembre 1999. Si le pouvoir organisateur a mis plusieurs personnes en disponibilité, il rappelle d'abord en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âgé;
b) toute personne qu'il a mise en disponibilité dans la même fonction et qui ne peut pas faire valoir de droits prioritaires à la réaffectation. Si le pouvoir organisateur a mis plusieurs personnes en disponibilité, il commence par rappeler en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de Service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âgé;
c) toute personne mise en disponibilité dans la même fonction dans un établissement repris d'un autre pouvoir organisateur par simple reprise ou par fusion d'établissements et qui peut faire valoir des droits prioritaires à une réaffectation. Cette disposition s'applique uniquement à l'enseignement subventionné. Si plusieurs personnes entrent en ligne de compte et s'il s'agit d'une fonction de recrutement, le pouvoir organisateur rappelle d'abord en service la personne qui a le plus d'ancienneté de service ou, à ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction. En cas d'égalité d'ancienneté de fonction, la priorité revient au membre du personnel le plus âgé;
d) toute personne mise en disponibilité dans la même fonction dans un établissement repris d'un autre pouvoir organisateur par simple reprise ou par fusion d'établissements et qui ne peut pas faire valoir de droits prioritaires à la réaffectation. Si plusieurs personnes entrent en ligne de compte, le pouvoir organisateur commence par rappeler en service, pour une fonction de recrutement, celle qui a le plus d'ancienneté de service ou, a ancienneté de service égale, celle qui a le plus d'ancienneté de fonction ou, à ancienneté de fonction égale, le membre du personnel le plus âgé.
Libre, dans n'importe quel ordre:
a) d'engager une des personnes en disponibilité, quel que soit le réseau ou le caractère et quel que soit le niveau d'enseignement ou le centre;
b) d'autoriser la mutation, à la demande de quel membre du personnel que ce soit appartenant à une des catégories de personnels, visées à l'article 1er;
c) de désigner un membre du personnel remplissant les conditions de l'article 2, § 2, 5°;
d) de désigner un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue.
Tenu d'attribuer l'emploi à une personne en disponibilité dans la même fonction auprès d'un établissement appartenant à la même zone de réaffectation que celle de l'établissement où il y a une vacance d'emploi.
Tenu de remettre au travail dans le même ordre, sans toutefois tenir compte de l'ancienneté de service, les membres du personnel qui n'ont pu être réaffectés.
La remise au travail n'est pas obligatoire quand le membre du personnel mis en disponibilité dans une fonction de recrutement devrait obtenir un emploi dans une fonction de sélection ou de promotion ou quand un membre du personnel en disponibilite dans une fonction de sélection devrait obtenir un emploi dans une fonction de promotion.
Si le membre du personnel a demandé à être remis au travail dans l'enseignement à horaire réduit ou de promotion sociale, le pouvoir organisateur est tenu de le remettre au travail, à condition qu'il y ait une vacance d'emploi dans une fonction de professeur de cours généraux, de professeur de cours spéciaux ou dans une fonction de la catégorie du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui.
§ 2. Si un organe de direction compétent ou un pouvoir organisateur dispose de plusieurs vacances d'emploi dans une même fonction, il est tenu de confier par priorité les emplois définitivement vacants, par réaffectation et remise au travail.
§ 3. Les membres du personnel en disponibilité par défaut d'emploi qui bénéficient d'une autre forme de disponibilité, d'un congé ou d'une absence, doivent être réaffectés ou remis au travail même s'ils ne sont pas immédiatement disponibles.
§ 4. Un membre du personnel en disponibilité qui est en fonction dans trois établissements et accomplit au moins les quatre cinquièmes d'une charge complète, ne doit pas être réaffecté ou remis au travail dans un autre établissement que les trois précités."
Art. 51. Artikel 42 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 42. § 1. De inrichtende machten en wat betreft het gemeenschapsonderwijs eveneens de instellingshoofden kunnen tegen:
de toewijzingen van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap bij de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap een bezwaarschrift indienen;
de toewijzingen van de reaffectatiecommissie van de scholengroep bij de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengroep een bezwaarschrift indienen;
de toewijzingen van de zonale reaffectatiecommissie bij de voorzitter van de zonale reaffectatiecommissie een bezwaarschrift indienen;
de toewijzingen door de interprovinciale reaffectatiecommissie bij de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie een bezwaarschrift indienen;
de reaffectaties en de wedertewerkstellingen door de Vlaamse reaffectatiecommissie een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie.
De bezwaarschriften moeten per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs worden ingediend binnen een termijn van vijf werkdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de toewijzing. In het bezwaarschrift moet de inrichtende macht de redenen van haar bezwaar aanvoeren en omstandig motiveren. De inrichtende macht moet binnen dezelfde termijn eveneens een afschrift van het bezwaarschrift bezorgen aan het betrokken personeelslid.
§ 2. Als een reaffectatiecommissie een bezwaarschrift aanvaardt, moet ze een vervangende reaffectatie of wedertewerkstelling aanbieden. Als dit niet mogelijk is, wordt het bezwaarschrift samen met haar advies doorgestuurd naar de voorzitter van de daaropvolgende reaffectatiecommissie, zoals bepaald in dit besluit.
§ 3. De bevoegde administratie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Onderwijs, zal de bezwaarschriften ingediend bij de Vlaamse reaffectatiecommissie samen met haar advies ter beoordeling voorleggen aan de Vlaamse reaffectatiecommissie.
§ 4. Het indienen van een bezwaarschrift schort de reaffectatie of de wedertewerkstelling niet op, tenzij de voorzitter van de bevoegde reaffectatiecommissie anders beslist."
Art. 49. A l'article 40 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
au § 1er, point 1, a, de la version néerlandaise, les mots "tot toegang voor de Fondsen voor schoolgebouwen" sont remplacés par les mots "voor toegang tot de Fondsen voor schoolgebouwen";
au § 2, premier alinéa, les mots "et, pour ce qui est de l'enseignement communautaire, à la commission interprovinciale de réaffectation," sont insérés entre les mots "à la commission de réaffectation zonale" et le mot "selon".
Art. 52. In artikel 43 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht:
in § 3, tweede lid, worden de woorden "in het gesubsidieerd onderwijs" geschrapt;
§ 4 wordt opgeheven.
Art. 50. A l'article 41 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 1998, les modifications suivantes sont apportées:
au § 1er est ajouté un second alinéa, rédigé comme suit:
"Cette disposition s'applique également à la réaffectation et la remise au travail n'étant pas obligatoire selon les dispositions du présent arrêté.";
au § 2, troisième tiret, les mots "ou académique" sont supprimés;
au § 2, le cinquième tiret est remplacé par ce qui suit:
" - la commission de réaffectation du centre d'enseignement, la commission de réaffectation du groupe d'écoles ou la commission zonale, interprovinciale ou flamande de réaffectation prend une nouvelle décision d'attribution;
";
au § 2 sont ajoutés deux tirets rédigés comme suit:
" - le membre du personnel intéressé est nommé ou muté, obtient une nouvelle affectation ou est admis au stage;
- le titulaire ou le membre du personnel qui le remplace revient en service.";
un § 4 et un § 5 rédigés comme suit sont ajoutés:
"§ 4. Un membre du personnel peut demander au pouvoir organisateur où il est réaffecté ou remis au travail, que la réaffectation ou la remise au travail soit suspendue pour la durée complète d'une autre vacance d'emploi qui lui est proposée conformément aux dispositions du présent arrêté.
§ 5. Une réaffectation ou remise au travail dans un emploi du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif et du personnel d'appui peut prendre fin lorsque le membre du personnel intéressé est réaffecté ou remis au travail, pour une durée minimum d'une année scolaire entière, auprès du pouvoir organisateur ou il est nommé à titre définitif.
La réaffectation ou la remise au travail prend fin pour la charge entière, s'il s'agit d'un emploi qui ne peut être attribué qu'à un seul membre du personnel, tel que fixé à l'arrêté royal du 15 avril 1977 fixant les règles et les conditions de calcul du nombre d'emplois dans certaines fonctions du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif des etablissements d'enseignement secondaire et d'enseignement superieur, à l'exception de l'enseignement universitaire, ainsi qu'à l'arrêté royal n° 66 du 20 juillet 1982 fixant la fa}on de déterminer les fonctions du personnel administratif et du personnel auxiliaire d'éducation dans les établissements d'enseignement spécial, à l'exception des internats ou semi-internats.
La réaffectation ou la remise au travail prend fin pour une demi-charge, s'il s'agit d'un emploi qui peut être attribué à un ou deux membres du personnel, tel que fixé à l'arrêté royal du 15 avril 1977 fixant les règles et les conditions de calcul du nombre d'emplois dans certaines fonctions du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif des établissements d'enseignement secondaire et d'enseignement supérieur, à l'exception de l'enseignement universitaire, à l'arrêté royal n° 66 du 20 juillet 1982 fixant la fa}on de déterminer les fonctions du personnel administratif et du personnel auxiliaire d'éducation dans les établissements d'enseignement spécial, à l'exception des internats ou semi-internats et au décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental."
Art. 53. Artikel 44 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 44. § 1. Het personeelslid dat gereaffecteerd of wedertewerkgesteld wordt, kan binnen een termijn van vijf werkdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het aanbod, per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een bezwaarschrift indienen tegen:
de toewijzingen van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap bij de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap;
de toewijzingen van de reaffectatiecommissie van de scholengroep bij de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengroep;
de toewijzingen van de zonale reaffectatiecommissie bij de voorzitter van de zonale reaffectatiecommissie;
de toewijzingen door de interprovinciale reaffectatiecommissie bij de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie;
de reaffectaties en de wedertewerkstellingen door de Vlaamse reaffectatiecommissie bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie.
Het personeelslid moet tevens binnen dezelfde termijn een afschrift van het bezwaarschrift indienen bij de inrichtende macht waarnaar het wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.
§ 2. Als de bevoegde reaffectatiecommissie een bezwaarschrift aanvaardt, moet ze een vervangende reaffectatie of wedertewerkstelling aanbieden. Als dit niet mogelijk is, wordt het bezwaarschrift samen met haar advies doorgestuurd naar de voorzitter van de daaropvolgende reaffectatiecommissie, zoals bepaald in dit besluit.
§ 3. De bevoegde administratie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Onderwijs, zal de bezwaarschriften ingediend bij de Vlaamse reaffectatiecommissie samen met haar advies ter beoordeling voorleggen aan de Vlaamse reaffectatiecommissie.
§ 4. Het personeelslid moet zijn bezwaarschrift omstandig motiveren.
§ 5. Het indienen van een bezwaarschrift schort de reaffectatie of wedertewerkstelling niet op, tenzij de voorzitter van de bevoegde reaffectatiecommissie anders beslist."
Art. 51. L'article 42 du même arrêté est remplacé par ce qui suit:
"Art. 42. § 1er. Les pouvoirs organisateurs et, pour ce qui est de l'enseignement communautaire, les chefs d'établissement également, peuvent introduire une réclamation contre:
les attributions faites par la commission de réaffectation du centre d'enseignement, auprès du président de cette commission;
les attributions faites par la commission de réaffectation du groupe d'écoles, auprès du président de cette commission;
les attributions faites par la commission zonale de réaffectation, auprès du président de cette commission;
les attributions faites par la commission interprovinciale de réaffectation, auprès du président de cette commission;
les réaffectations et remises au travail décidées par la commission flamande de reaffectation, auprès du président de cette commission.
Les réclamations doivent être introduites sous pli recommandé ou contre récépissé, dans les cinq jours ouvrables suivant la réception de l'attribution. Dans sa réclamation, le pouvoir organisateur doit en exposer les raisons et la motiver de fa}on détaillée. Le pouvoir organisateur est également tenu de remettre, dans le même délai, copie de la réclamation au membre du personnel intéressé.
§ 2. Si une commission de réaffectation accueille une réclamation, elle doit offrir une réaffectation ou remise au travail de substitution. Si ce n'est pas possible, elle envoie la réclamation et son avis au président de la suivante commission de réaffectation, tel qu'il est prévu au présent arrêté.
§ 3. L'administration compétente du Ministere de la Communauté flamande, Département de l'Enseignement, soumettra les réclamations introduites auprès de la commission flamande de réaffectation, accompagnées de son avis, à l'appréciation de la commission flamande de réaffectation.
§ 4. La réclamation n'est pas suspensive de la réaffectation ou de la remise au travail, à moins que le président de la commission compétente de réaffectation n'en décide autrement."
Art. 54. In artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
aan punt 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Dit geldt niet als een personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in de eigen instelling, met inbegrip van alle vestigingsplaatsen die deze instelling heeft.
Dit geldt evenmin als een personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een instelling of vestigingsplaats gelegen in dezelfde gemeente als die waar het personeelslid op de vooravond van zijn terbeschikkingstelling tewerkgesteld was.";
punt 4 wordt vervangen door wat volgt:
"4. als in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon onderwijs, in het onderwijs voor sociale promotie, in het deeltijds kunstonderwijs, in de internaten, in de semi-internaten of in de opvangcentra een betrekking wordt aangeboden. Deze reaffectatie of wedertewerkstelling moet slechts worden opgenomen als de betrokken personeelsleden verzocht hebben om te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in één van voormelde onderwijssectoren. Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in de betreffende onderwijssector fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling.";
een punt 10 wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"10. als aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden van een ambt dat nacht- en/of weekendprestaties omvat en het personeelslid voor dergelijk ambt niet benoemd is."
Art. 52. A l'article 43 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes:
au § 3, second alinéa, les mots "dans l'enseignement subventionné" sont supprimés;
le § 4 est abrogé.
Art. 55. Artikel 46 van hetzelfde besluit wordt vervangen wat volgt:
"Art. 46. Voor de toepassing van artikel 9, § 5, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III worden de instellingen die worden opgesomd in het besluit van de Vlaamse regering van 28 juli 1995 betreffende de tewerkstelling buiten het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra beschouwd als mogelijkheden van tewerkstelling."
Art. 53. L'article 44 du même arrêté est remplacé par ce qui suit:
"Art. 44. § 1er. Le membre du personnel qui est réaffecté ou remis au travail peut, dans un délai de cinq jours ouvrables, à compter de la réception de l'offre, introduire une réclamation par lettre recommandee:
auprès du président de la commission de reaffectation du centre d'enseignement contre les attributions de la commission de réaffectation du centre d'enseignement;
auprès du président de la commission de réaffectation du groupe d'écoles contre les attributions de la commission de réaffectation du groupe d'écoles;
auprès du président de la commission zonale de réaffectation contre les attributions de la commission zonale de réaffectation;
auprès du président de la commission interprovinciale de réaffectation contre les attributions de la commission interprovinciale de réaffectation;
auprès du président de la commission flamande de réaffectation contre les réaffectations et les remises au travail par la commission flamande de réaffectation.
Le membre du personnel est également tenu de remettre, dans le même délai, copie de la réclamation au pouvoir organisateur auquel il est réaffecté ou remis au travail.
§ 2. Si la commission compétente de réaffectation accueille une réclamation, elle doit offrir une réaffectation ou remise au travail de substitution. Si ce n'est pas possible, elle envoie la réclamation et son avis au président de la suivante commission de réaffectation, tel qu'il est prévu au présent arrêté.
§ 3. L'administration compétente du Ministère de la Communauté flamande, Département de l'Enseignement, soumettra les réclamations introduites auprès de la commission flamande de reaffectation, accompagnées de son avis, à l'appréciation de la commission flamande de réaffectation.
§ 4. Le membre du personnel doit motiver en détail sa réclamation.
§ 5. L'introduction d'une réclamation ne suspend pas la réaffectation ou la remise au travail, à moins que le président de la commission compétente de réaffectation n'en décide autrement."
Art. 56. In artikel 47 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in § 1 worden de woorden "- de Hogere Radio- en Navigatieschool" geschrapt;
aan § 1 worden drie streepjes toegevoegd, die luiden als volgt:
"- de gesubsidieerde vrije niet-confessionele scholen die gesloten zijn;
- de gesubsidieerde vrije lagere school in Horebeke, Abraham Hansstraat 1;
- de gesubsidieerde vrije basisschool in Boechout, Lange Kroonstraat 1.";
in § 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"De personeelsleden ter beschikking gesteld aan één van de onderwijsinstellingen, vermeld in § 1 kunnen hun voorkeur voor een reaffectatie of wedertewerkstelling in een bepaald net kenbaar maken aan de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie.
Deze keuze kan worden gewijzigd als het personeelslid nog niet werd gereaffecteerd of wedertewerkgesteld of na het regelmatig beëindigen van een reaffectatie of wedertewerkstelling in het gekozen net.";
een § 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
"§ 3. Zowel de inrichtende macht als het personeelslid kan eveneens tegen deze toewijzingen een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie met het verzoek de toewijzing opnieuw in overweging te nemen."
Art. 54. A l'article 45 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994 et 22 décembre 1998, les modifications suivantes sont apportées:
au point 1 est ajouté un second alinea, rédigé comme suit:
"Cette disposition n'a pas lieu lorsqu'un membre du personnel est réaffecté ou remis au travail dans le propre établissement, y compris tous les lieux d'implantation de l'établissement en question.
Elle n'a pas lieu non plus lorsqu'un membre du personnel est réaffecté ou remis au travail dans un établissement ou lieu d'implantation situe dans la même commune que celle où il était employé la veille de sa mise en disponibilité.";
le point 4 est remplacé par ce qui suit:
"4. lorsqu'un emploi est offert dans l'enseignement secondaire professionnel à temps réduit, dans l'enseignement de promotion sociale, dans l'enseignement artistique à temps partiel, dans les internats, les semi-internats ou les centres d'accueil. L'occupation de cet emploi par réaffectation ou remise au travail ne doit cependant se faire que si les membres du personnel intéressés ont demandé à être réaffectés ou remis au travail dans un des secteurs d'enseignement précités. Cette disposition ne s'applique pas au membre du personnel qui était employé, la veille de sa mise en disponibilité, dans le secteur d'enseignement en question.";
un point 10 est ajouté, rédigé comme suit:
"10. lorsqu'il est offert, à un membre du personnel en disponibilité, un emploi d'une fonction comprenant des prestations de nuit et/ou de week-end et lorsque le membre du personnel n'est pas nommé pour une fonction pareille.".
Art. 57. Aan artikel 48 van hetzelfde besluit wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
"§ 3. Bij wijze van overgangsmaatregel zijn in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs de betrekkingen op 1 september 1999 niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als ze bekleed worden door personeelsleden die aan de volgende voorwaarden voldoen:
ten minste 720 dagen dienstanciënniteit, zoals bepaald in artikel 12, § 1, in hoofdambt gepresteerd hebben op 31 augustus 1998 voor de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra, het administratief personeel, het personeel van de semi-internaten en van de opvangcentra of op 30 juni 1998 voor de andere personeelsleden;
op 31 december 1998 de hierna vermelde leeftijd bereikt hebben:
a) 24 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel, het sociaal personeel, het administratief personeel;
b) 26 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op lager secundair niveau en voor de werkmeesters, technisch adviseurs, werkplaatsleiders, technisch adviseurs-coördinator, onderdirecteurs, adjunct-directeurs en directeurs van de instellingen die enkel lager secundair onderwijs inrichten of die enkel de eerste graad of de eerste en de tweede graad van secundair onderwijs inrichten;
c) 28 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, behorend tot het hoger onderwijs, voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op hoger secundair niveau, voor de werkmeesters, technisch adviseurs, werkplaatsleiders, technisch adviseurs-coördinator, onderdirecteurs, adjunct-directeurs en directeurs van de instellingen die hoger secundair onderwijs inrichten of die onderwijs inrichten van de tweede en de derde graad secundair onderwijs en voor het psychologisch personeel, het medisch personeel en het orthopedagogisch personeel."
Art. 55. L'article 46 du même arrêté est remplacé par ce qui suit:
"Art. 46. Pour l'application de l'article 9, § 5, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement III, sont considérés comme possibilités de mise au travail, les établissements énumérés dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juillet 1995 relatif à l'emploi en dehors de l'enseignement ou des centres psycho-médico-sociaux.".
Art. 58. Aan artikel 50 van hetzelfde besluit wordt een 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"7° Artikel 1, 1°, en artikel 12 tot en met 15 van het koninklijk besluit van 21 oktober 1969 betreffende de terbeschikkingstelling van het onderwijzend personeel van de rijksinrichtingen voor zeevaartonderwijs."
Art. 56. A l'article 47 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 1994, les modifications suivantes sont apportées:
au § 1er, les mots "Hogere Radio- en Navigatieschool" sont supprimés;
au § 1er sont ajoutés trois tirets, rédigés comme suit:
" - les écoles libres non confessionnelles subventionnées qui sont fermées;
- l'école primaire libre subventionnée à Horebeke, Abraham Hansstraat 1;
- l'école fondamentale libre subventionnée à Boechout, Lange Kroonstraat 1.";
au § 2, le second alinéa est remplacé par ce qui suit:
"Les membres du personnel mis en disponibilité dans un des établissements cités au § 1er peuvent faire connaître au president de la commission flamande de réaffectation leur préférence pour une reaffectation ou remise au travail dans un réseau déterminé.
Ce choix peut être modifié si le membre du personnel n'a pas encore été réaffecté ou remis au travail ou après expiration réglementaire d'une réaffectation ou remise au travail dans le réseau choisi.";
un § 3 est ajouté rédigé comme suit:
"§ 3. Le pouvoir organisateur comme le membre du personnel peuvent également introduire une réclamation contre ces attributions auprès du president de la commission flamande de réaffectation, en le priant de reconsidérer l'attribution.".
Art. 59. In artikel 52 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in § 1, eerste lid, worden de woorden "administratieve hulp voor het gesubsidieerd gewoon kleuter- en lager onderwijs" vervangen door de woorden "administratieve hulp voor het basisonderwijs";
een § 5 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
"§ 5. De tewerkstelling als administratieve hulp in het basisonderwijs, wordt opgeschort voor een reaffectatie."
Art. 57. A l'article 48 du même arrêté est ajouté un § 3, rédigé ainsi qu'il suit:
"§ 3. Par mesure transitoire, les emplois dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial ne peuvent plus faire l'objet d'une réaffectation ou d'une remise au travail a partir du 1er septembre 1999, s'ils sont occupés par des membres du personnel qui satisfont aux conditions suivantes:
avoir, au 31 août 1998 pour ce qui est des membres du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux, du personnel administratif, du personnel des semi-internats et des centres d'accueil ou au 30 juin 1998 pour les autres membres du personnel, au moins 720 jours d'ancienneté de service, au sens de l'article 12, § 1er, dans une fonction principale;
avoir atteint, au 31 décembre 1998, l'âge ci-après:
a) 24 ans pour les membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel social, du personnel administratif;
b) 26 ans pour les membres du personnel directeur et enseignant qui occupent une fonction de recrutement au niveau secondaire inférieur et pour les chefs d'atelier, conseillers techniques, chefs de travaux d'atelier, conseillers techniques-coordinateurs, sous-directeurs et directeurs des établissements qui organisent uniquement le premier degré ou les premier et deuxième degrés de l'enseignement secondaire;
c) 28 ans pour les membres du personnel directeur et enseignant appartenant à l'enseignement supérieur, pour les membres du personnel directeur et enseignant qui occupent une fonction de recrutement au niveau secondaire supérieur, pour les chefs d'atelier, conseillers techniques, chefs de travaux d'atelier, conseillers techniques-coordinateurs, sous-directeurs et directeurs des établissements organisant un enseignement secondaire supérieur ou un enseignement des deuxième et troisième degrés de l'enseignement secondaire, et pour les personnels psychologique, médical et orthopédagogique."
Art. 60. Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 1999, met uitzondering van:
artikel 3, 12°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1998;
artikel 5, § 1, 4° en 5°, van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, zoals gewijzigd door artikel 7 van dit besluit, heeft uitwerking met ingang van 1 september 1998;
artikel 15 dat voor het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en de centra in werking treedt op 2 januari 2000.
Art. 58. A l'article 50 du même arrêté est ajouté un 7°, rédigé comme suit:
"7° l'article 1er, 1°, et les articles 12 à 15 inclus de l'arrêté royal du 21 octobre 1969 relatif à la position de disponibilité du personnel enseignant des établissements d'enseignement maritime de l'Etat."
Art. 61. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 31 augustus 1999.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
Mevr. M. VANDERPOORTEN
Art. 59. A l'article 52 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 1998, les modifications suivantes sont apportees:
au § 1er, premier alinea, les mots "une aide administrative peut être fournie à l'enseignement subventionné maternel et primaire" sont remplacés par les mots "une aide administrative peut être fournie à l'enseignement fondamental;
un § 5 est ajouté, rédigé comme suit:
"§ 5. Une réaffectation suspend la mise au travail comme aide administrative dans l'enseignement fondamental."
-
Art. 60. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er août 1999, à l'exception:
de l'article 3, 12°, qui produit ses effets le 1er septembre 1998;
de l'article 5, § 1er, 4° et 5°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, a la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente, tel que modifié par l'article 7 du présent arrêté, qui produit ses effets le 1er septembre 1998;
de l'article 15, qui entre en vigueur le 2 janvier 2000 pour ce qui est de l'enseignement fondamental, de l'enseignement artistique à temps partiel et des centres.
-
Art. 61. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 31 août 1999.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
La Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation,
Mme M. VANDERPOORTEN