Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en die tot de subsector van afhandeling op luchthavens behoren alsook op hun werklieden.
Onder werklieden wordt bedoeld de werklieden en werksters.
Onder "afhandeling op luchthavens" wordt onder andere verstaan : logistieke en administratieve bijstand verlenen aan luchtvaartuigen, aan bemanningsleden, aan passagiers, aan bagage, aan post en/of aan vracht (afhandeling, sortering, verzending) zowel op de inschepingsvloer in en rond de vliegtuigen als in de luchthavengebouwen.
Worden niet beschouwd onder "afhandeling op luchthavens" de volgende activiteiten : de bevoorrading met motorbrandstoffen en smeermiddelen alsook de bereiding van maaltijden, "inflight catering" genoemd.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 MEI 1997. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende halftijds brugpensioen in de subsector voor de afhandeling op luchthavens (Overeenkomst geregistreerd op 15 september 1997 onder het nummer 44843/CO/140.08).
Titre
15 MAI 1997. - Convention collective de travail du 15 mai 1997, conclue au sein de la Commission paritaire du transport, relative à la prépension à mi-temps dans le sous-secteur de l'assistance dans les aéroports (Convention enregistrée le 15 septembre 1997 sous le numéro 44843/CO/140.08).
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
HOOFDSTUK II. - Juridisch kader.
HOOFDSTUK III. - Algemeen principe.
HOOFDSTUK IV. - Halftijds brugpensioen op 58 jaar.
HOOFDSTUK V. - Halftijds brugpensioen op 57 jaar.
HOOFDSTUK VI. - Halftijds brugpensioen op 56 jaar.
HOOFDSTUK VII. - Halftijds brugpensioen op 55 j...
HOOFDSTUK VIII. - Procedure.
HOOFDSTUK IX. - Geldigheidsduur.
Inhoud
CHAPITRE I. - Champ d'application.
CHAPITRE II. - Cadre juridique.
CHAPITRE III. - Principe général.
CHAPITRE IV. - Prépension à mi-temps à 58 ans.
CHAPITRE V. - Prépension à mi-temps à 57 ans.
CHAPITRE VI. - Prépension à mi-temps à 56 ans.
CHAPITRE VII. - Prépension à mi-temps à 55 ans.
CHAPITRE VIII. - Procédure.
CHAPITRE IX. - Durée de validité.
Tekst (25)
Texte (25)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs ressortissant à la Commission paritaire du transport et appartenant au sous-secteur de l'assistance dans les aéroports ainsi qu'à leurs ouvriers.
Par ouvriers, on entend les ouvriers et ouvrières.
Par "assistance dans les aéroports", on entend entre autres: l'assistance logistique et administrative apportée aux avions, aux membres d'équipage, aux passagers, aux bagages, à la poste et/ou aux marchandises ( manutention, tri, expédition ) tant dans l'aire d'embarquement que dans et autour des avions et dans les bâtiments de l'aéroport.
Ne sont pas visées par "assistance dans les aéroports", les activités suivantes : l'approvisionnement en combustibles et en graisses ainsi que la fourniture de repas, appelée "inflight catering".
Par ouvriers, on entend les ouvriers et ouvrières.
Par "assistance dans les aéroports", on entend entre autres: l'assistance logistique et administrative apportée aux avions, aux membres d'équipage, aux passagers, aux bagages, à la poste et/ou aux marchandises ( manutention, tri, expédition ) tant dans l'aire d'embarquement que dans et autour des avions et dans les bâtiments de l'aéroport.
Ne sont pas visées par "assistance dans les aéroports", les activités suivantes : l'approvisionnement en combustibles et en graisses ainsi que la fourniture de repas, appelée "inflight catering".
HOOFDSTUK II. - Juridisch kader.
CHAPITRE II. - Cadre juridique.
Art.2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van hoofdstuk IV van titel III van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen en van het koninklijk besluit van 24 februari 1997 houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de tewerkstellingsakkoorden in toepassing van de artikelen 7, § 2, 30, § 2 en 33 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.
Zij voert de artikelen 8 en 9 uit van de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997 houdende een tewerkstellingsakkoord in de subsector voor de afhandeling op luchthavens.
Zij voert de artikelen 8 en 9 uit van de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997 houdende een tewerkstellingsakkoord in de subsector voor de afhandeling op luchthavens.
Art.2. La présente convention collective de travail est conclue en application du chapitre IV du titre III de la loi du 26 juillet 1996 relative à la promotion de l'emploi et à la sauvegarde préventive de la compétitivité et de l'arrêté royal du 24 février 1997 contenant des conditions plus précises relatives aux accords pour l'emploi en application des articles 7, § 2, 30, § 2 et 33 de la loi du 26 juillet 1996 relative à la promotion de l'emploi et à la sauvegarde préventive de la compétitivité.
Elle exécute les articles 8 et 9 de la convention collective de travail du 15 mai 1997 contenant un accord pour l'emploi dans le sous secteur de l'assistance dans les aéroports.
Elle exécute les articles 8 et 9 de la convention collective de travail du 15 mai 1997 contenant un accord pour l'emploi dans le sous secteur de l'assistance dans les aéroports.
HOOFDSTUK III. - Algemeen principe.
CHAPITRE III. - Principe général.
Art.3. In de subsector voor de afhandeling op luchthavens is het halftijds brugpensioen een recht in hoofde van de werkman die aan de beroepsloopbaanvoorwaarden gesteld door deze collectieve arbeidsovereenkomst beantwoordt.
Art.3. Dans le sous-secteur de l'assistance dans les aéroports, la prépension à mi-temps constitue un droit dans le chef de l'ouvrier qui répond aux conditions de carrière définies par la présente convention collective de travail.
Art.4. De uitwerking van het principe vervat in artikel 3 wordt door de bepalingen van hoofdstuk VIII van deze overeenkomst geregeld.
Art.4. La mise en oeuvre du principe contenu dans l'article 3 est régie par les dispositions du chapitre VIII de la présente convention.
HOOFDSTUK IV. - Halftijds brugpensioen op 58 jaar.
CHAPITRE IV. - Prépension à mi-temps à 58 ans.
Art.5. Indien de werkman op de aanvangsdatum van het halftijds brugpensioen de leeftijd van 58 jaar of meer heeft bereikt moet hij enkel aan de voorwaarden gesteld door de reglementering beantwoorden, met name :
- een beroepsloopbaan van 25 jaar in de hoedanigheid van loontrekkende bewijzen;
- een dienstanciënniteit van ten minste 1 jaar bij de werkgever tellen;
- in een voltijds arbeidsregime tewerkgesteld zijn geweest ten minste tijdens de 12 maanden voorafgaand aan de aanvang van het halftijds brugpensioen;
- na de vermindering van de arbeidsprestaties halftijds werken;
- van het statuut van halftijds bruggepensioneerde in het kader van de werkloosheidsreglementering genieten.
- een beroepsloopbaan van 25 jaar in de hoedanigheid van loontrekkende bewijzen;
- een dienstanciënniteit van ten minste 1 jaar bij de werkgever tellen;
- in een voltijds arbeidsregime tewerkgesteld zijn geweest ten minste tijdens de 12 maanden voorafgaand aan de aanvang van het halftijds brugpensioen;
- na de vermindering van de arbeidsprestaties halftijds werken;
- van het statuut van halftijds bruggepensioneerde in het kader van de werkloosheidsreglementering genieten.
Art.5. Lorsque l'ouvrier a atteint l'âge de 58 ans ou plus au moment de la prise de cours de la prépension à mi-temps, il doit uniquement remplir les conditions prévues par la réglementation, à savoir:
- justifier une carrière professionnelle de 25 ans en qualité de travailleur salarié;
- compter une ancienneté de service d'au moins 1 an chez l'employeur;
- avoir été occupé à temps plein au moins pendant les 12 mois précédant la prise de cours de la prépension à mi-temps;
- travailler, après la réduction des prestations de travail, à mi-temps;
- bénéficier du statut de prépensionné à mi-temps dans le cadre de la réglementation chômage.
- justifier une carrière professionnelle de 25 ans en qualité de travailleur salarié;
- compter une ancienneté de service d'au moins 1 an chez l'employeur;
- avoir été occupé à temps plein au moins pendant les 12 mois précédant la prise de cours de la prépension à mi-temps;
- travailler, après la réduction des prestations de travail, à mi-temps;
- bénéficier du statut de prépensionné à mi-temps dans le cadre de la réglementation chômage.
HOOFDSTUK V. - Halftijds brugpensioen op 57 jaar.
CHAPITRE V. - Prépension à mi-temps à 57 ans.
Art.6. Indien de werkman minstens 57 jaar oud is zonder de leeftijd van 58 jaar te hebben bereikt op de aanvangsdatum van het halftijds brugpensioen kan hij het recht voortspruitend uit artikel 3 enkel inroepen indien hij aan de volgende voorwaarden beantwoordt :
- een beroepsloopbaan van 25 jaar in de hoedanigheid van loontrekkende bewijzen;
- een dienstanciënniteit van ten minste 5 jaar bij de werkgever tellen;
- in een voltijds arbeidsregime tewerkgesteld zijn geweest ten minste tijdens de 36 maanden voorafgaand aan de aanvang van het halftijds brugpensioen;
- na de vermindering van de arbeidsprestaties halftijds werken;
- van het statuut van halftijds bruggepensioneerde in het kader van de werkloosheidsreglementering genieten.
- een beroepsloopbaan van 25 jaar in de hoedanigheid van loontrekkende bewijzen;
- een dienstanciënniteit van ten minste 5 jaar bij de werkgever tellen;
- in een voltijds arbeidsregime tewerkgesteld zijn geweest ten minste tijdens de 36 maanden voorafgaand aan de aanvang van het halftijds brugpensioen;
- na de vermindering van de arbeidsprestaties halftijds werken;
- van het statuut van halftijds bruggepensioneerde in het kader van de werkloosheidsreglementering genieten.
Art.6. Si l'ouvrier est âgé d'au moins 57 ans sans avoir atteint l'âge de 58 ans au moment de la prise de cours de la prépension à mi-temps, il ne peut invoquer le droit résultant de l'article 3 que s'il remplit les conditions suivantes :
- justifier une carrière professionnelle de 25 ans en qualité de travailleur salarié;
- compter une ancienneté de service d'au moins 5 ans chez l'employeur;
- avoir été occupé à temps plein au moins pendant les 36mois précédant la prise de cours de la prépension à mi-temps;
- travailler, après la réduction des prestations de travail, à mi-temps;
- bénéficier du statut de prépensionné à mi-temps dans le cadre de la réglementation chômage.
- justifier une carrière professionnelle de 25 ans en qualité de travailleur salarié;
- compter une ancienneté de service d'au moins 5 ans chez l'employeur;
- avoir été occupé à temps plein au moins pendant les 36mois précédant la prise de cours de la prépension à mi-temps;
- travailler, après la réduction des prestations de travail, à mi-temps;
- bénéficier du statut de prépensionné à mi-temps dans le cadre de la réglementation chômage.
HOOFDSTUK VI. - Halftijds brugpensioen op 56 jaar.
CHAPITRE VI. - Prépension à mi-temps à 56 ans.
Art.7. Indien de werkman minstens 56 jaar oud is zonder de leeftijd van 57 jaar te hebben bereikt op de aanvangsdatum van het halftijds brugpensioen kan hij het recht voortspruitend uit artikel 3 enkel inroepen indien hij aan de volgende voorwaarden beantwoordt :
- een beroepsloopbaan van 25 jaar in de hoedanigheid van loontrekkende bewijzen;
- een dienstanciënniteit van ten minste 10 jaar bij de werkgever tellen;
- in een voltijds arbeidsregime tewerkgesteld zijn geweest ten minste tijdens de 36 maanden voorafgaand aan de aanvang van het halftijds brugpensioen;
- na de vermindering van de arbeidsprestaties halftijds werken;
- van het statuut van halftijds bruggepensioneerde in het kader van de werkloosheidsreglementering genieten.
- een beroepsloopbaan van 25 jaar in de hoedanigheid van loontrekkende bewijzen;
- een dienstanciënniteit van ten minste 10 jaar bij de werkgever tellen;
- in een voltijds arbeidsregime tewerkgesteld zijn geweest ten minste tijdens de 36 maanden voorafgaand aan de aanvang van het halftijds brugpensioen;
- na de vermindering van de arbeidsprestaties halftijds werken;
- van het statuut van halftijds bruggepensioneerde in het kader van de werkloosheidsreglementering genieten.
Art.7. Si l'ouvrier est âgé d'au moins 56 ans sans avoir atteint l'âge de 57 ans au moment de la prise de cours de la prépension à mi-temps, il ne peut invoquer le droit résultant de l'article 3 que s'il remplit les conditions suivantes :
- justifier une carrière professionnelle de 25 ans en qualité de travailleur salarié;
- compter une ancienneté de service d'au moins 10 ans chez l'employeur;
- avoir été occupé à temps plein au moins pendant les 36mois précédant la prise de cours de la prépension à mi-temps;
- travailler, après la réduction des prestations de travail, à mi-temps;
- bénéficier du statut de prépensionné à mi-temps dans le cadre de la réglementation chômage.
- justifier une carrière professionnelle de 25 ans en qualité de travailleur salarié;
- compter une ancienneté de service d'au moins 10 ans chez l'employeur;
- avoir été occupé à temps plein au moins pendant les 36mois précédant la prise de cours de la prépension à mi-temps;
- travailler, après la réduction des prestations de travail, à mi-temps;
- bénéficier du statut de prépensionné à mi-temps dans le cadre de la réglementation chômage.
HOOFDSTUK VII. - Halftijds brugpensioen op 55 jaar.
CHAPITRE VII. - Prépension à mi-temps à 55 ans.
Art.8. Indien de werkman minstens 55 jaar oud is zonder de leeftijd van 56 jaar te hebben bereikt op de aanvangsdatum van het halftijds brugpensioen kan hij het recht voortspruitend uit artikel 3 enkel inroepen indien hij aan de volgende voorwaarden beantwoordt :
- een beroepsloopbaan van 33 jaar in de hoedanigheid van loontrekkende bewijzen;
- een dienstanciënniteit van ten minste 10 jaar bij de werkgever tellen;
- in een voltijds arbeidsregime tewerkgesteld zijn geweest ten minste tijdens de 36 maanden voorafgaand aan de aanvang van het halftijds brugpensioen;
- na de vermindering van de arbeidsprestaties halftijds werken;
- van het statuut van halftijds bruggepensioneerde in het kader van de werkloosheidsreglementering genieten.
- een beroepsloopbaan van 33 jaar in de hoedanigheid van loontrekkende bewijzen;
- een dienstanciënniteit van ten minste 10 jaar bij de werkgever tellen;
- in een voltijds arbeidsregime tewerkgesteld zijn geweest ten minste tijdens de 36 maanden voorafgaand aan de aanvang van het halftijds brugpensioen;
- na de vermindering van de arbeidsprestaties halftijds werken;
- van het statuut van halftijds bruggepensioneerde in het kader van de werkloosheidsreglementering genieten.
Art.8. Si l'ouvrier est âgé d'au moins 55 ans sans avoir atteint l'âge de 56 ans au moment de la prise de cours de la prépension à mi-temps, il ne peut invoquer le droit résultant de l'article 3 que s'il remplit les conditions suivantes:
- justifier une carrière professionnelle de 33 ans en qualité de travailleur salarié;
- compter une ancienneté de service d'au moins 10 ans chez l'employeur;
- avoir été occupé à temps plein au moins pendant les 36 mois précédant la prise de cours de la prépension à mi-temps;
- travailler, après la réduction des prestations de travail, à mi-temps;
- bénéficier du statut de prépensionné à mi-temps dans le cadre de la réglementation chômage.
- justifier une carrière professionnelle de 33 ans en qualité de travailleur salarié;
- compter une ancienneté de service d'au moins 10 ans chez l'employeur;
- avoir été occupé à temps plein au moins pendant les 36 mois précédant la prise de cours de la prépension à mi-temps;
- travailler, après la réduction des prestations de travail, à mi-temps;
- bénéficier du statut de prépensionné à mi-temps dans le cadre de la réglementation chômage.
HOOFDSTUK VIII. - Procedure.
CHAPITRE VIII. - Procédure.
Art.9. De werkman die gebruik wenst te maken van het recht voorzien in artikel 3 moet hiervan de werkgever schriftelijk op de hoogte brengen ten minste drie maanden vóór de gewenste aanvangsdatum van het halftijds brugpensioen.
In die mededeling moet de werkman de gewenste aanvangsdatum van het halftijds brugpensioen vermelden.
Aan de mededeling moet hij het bewijs toevoegen dat hij aan de voorwaarde inzake beroepsloopbaan voorzien in de artikel 5 tot 8 beantwoordt alsook een attest afgeleverd ofwel door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening ofwel door een uitbetalingsorganisme van werkloosheidsuitkeringen waaruit blijkt dat hij de voorwaarden vervult om van de werkloosheidsuitkeringen te genieten in het kader van het aangevraagde halftijds brugpensioen.
In die mededeling moet de werkman de gewenste aanvangsdatum van het halftijds brugpensioen vermelden.
Aan de mededeling moet hij het bewijs toevoegen dat hij aan de voorwaarde inzake beroepsloopbaan voorzien in de artikel 5 tot 8 beantwoordt alsook een attest afgeleverd ofwel door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening ofwel door een uitbetalingsorganisme van werkloosheidsuitkeringen waaruit blijkt dat hij de voorwaarden vervult om van de werkloosheidsuitkeringen te genieten in het kader van het aangevraagde halftijds brugpensioen.
Art.9. L'ouvrier qui souhaite faire usage du droit prévu à l'article 3 doit en informer l'employeur par écrit au moins trois mois avant la date souhaitée d'entrée en prépension à mi-temps.
Lors de cette notification, l'ouvrier doit préciser la date souhaitée de prise de cours de la prépension à mi-temps.
Il doit joindre à l'information la preuve qu'il remplit la condition de carrière professionnelle prévue par les articles 5 à 8 de la présente convention ainsi qu'une attestation délivrée soit par l'Office national de l'emploi soit par un organisme de payement des allocations de chômage dont il résulte qu'il remplit les conditions pour bénéficier des allocations de chômage dans le cadre de la prépension à mi-temps sollicitée.
Lors de cette notification, l'ouvrier doit préciser la date souhaitée de prise de cours de la prépension à mi-temps.
Il doit joindre à l'information la preuve qu'il remplit la condition de carrière professionnelle prévue par les articles 5 à 8 de la présente convention ainsi qu'une attestation délivrée soit par l'Office national de l'emploi soit par un organisme de payement des allocations de chômage dont il résulte qu'il remplit les conditions pour bénéficier des allocations de chômage dans le cadre de la prépension à mi-temps sollicitée.
Art.10. De werkgever moet aan de werkman binnen de 2 maanden te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag meedelen :
- zijn akkoord betreffende de aanvangsdatum van het halftijds brugpensioen;
- zijn voorstel betreffende het halftijds uurrooster.
- zijn akkoord betreffende de aanvangsdatum van het halftijds brugpensioen;
- zijn voorstel betreffende het halftijds uurrooster.
Art.10. L'employeur doit communiquer à l'ouvrier dans les 2 mois à dater de la réception de la demande:
- son accord quant à la date d'entrée en prépension à mi-temps;
- sa proposition quant à l'horaire de travail à mi-temps.
- son accord quant à la date d'entrée en prépension à mi-temps;
- sa proposition quant à l'horaire de travail à mi-temps.
Art.11. Het halftijds uurrooster moet een van de uurroosters zijn die opgenomen zijn in het arbeidsreglement.
Indien gebruik wordt gemaakt van artikel 12, moet het uurrooster bovendien het halftijds arbeidsregime waarborgen voor een periode van 6 maanden.
Indien gebruik wordt gemaakt van artikel 12, moet het uurrooster bovendien het halftijds arbeidsregime waarborgen voor een periode van 6 maanden.
Art.11. L'horaire de travail à mi-temps doit être un des horaires prévus au règlement de travail.
L'horaire de travail doit en outre, lorsqu'il est fait usage de l'article 12, garantir le mi-temps sur une période de 6 mois.
L'horaire de travail doit en outre, lorsqu'il est fait usage de l'article 12, garantir le mi-temps sur une période de 6 mois.
Art.12. De halftijdse arbeid kan over een arbeidscyclus verdeeld worden.
Art.12. Le travail à mi-temps peut être réparti sur un cycle de travail.
Art.13. Indien het arbeidsreglement op de datum van ondertekening van deze collectieve arbeidsovereenkomst geen uurrooster bevat voor een halftijdse tewerkstelling is de werkgever ertoe gehouden, binnen de procedure voorzien in de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, een voorstel tot wijziging van het arbeidsreglement in te dienen.
Het voorstel moet uiterlijk op 1 juni 1997 ingediend worden.
Rekening houdend met de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst dient een akkoord betreffende de wijziging van het arbeidsreglement voortspruitend uit dit artikel bereikt te worden op ondernemingsvlak uiterlijk op 15 juni 1997.
Indien op 15 juni 1997 geen akkoord bereikt is dient de werkgever het geschil aan de Inspectie van de sociale wetten uiterlijk op 20 juni 1997 voor te leggen.
Het voorstel moet uiterlijk op 1 juni 1997 ingediend worden.
Rekening houdend met de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst dient een akkoord betreffende de wijziging van het arbeidsreglement voortspruitend uit dit artikel bereikt te worden op ondernemingsvlak uiterlijk op 15 juni 1997.
Indien op 15 juni 1997 geen akkoord bereikt is dient de werkgever het geschil aan de Inspectie van de sociale wetten uiterlijk op 20 juni 1997 voor te leggen.
Art.13. Si le règlement de travail ne prévoit aucun horaire de travail à mi-temps au moment de la signature de la présente convention collective de travail, l'employeur doit, dans le respect de la procédure prévue par la loi du 8 avril 1965 instituant les règlements de travail, introduire une proposition de modification du règlement de travail.
La proposition doit être introduite au plus tard le 1er juin 1997.
Tenant compte de la date d'entrée en vigueur de la présente convention, un accord relatif à la modification du règlement de travail résultant du présent article doit être atteint au plan de l'entreprise au plus tard le 15 juin 1997.
Si aucun accord n'est atteint au 15 juin 1997, l'employeur doit soumettre le litige à l'Inspection des lois sociales au plus tard le 20 juin 1997.
La proposition doit être introduite au plus tard le 1er juin 1997.
Tenant compte de la date d'entrée en vigueur de la présente convention, un accord relatif à la modification du règlement de travail résultant du présent article doit être atteint au plan de l'entreprise au plus tard le 15 juin 1997.
Si aucun accord n'est atteint au 15 juin 1997, l'employeur doit soumettre le litige à l'Inspection des lois sociales au plus tard le 20 juin 1997.
Art.14. De werkgever is ertoe gehouden de werkman die van het halftijds brugpensioen geniet te vervangen overeenkomstig de reglementering betreffende het halftijds brugpensioen.
Art.14. L'employeur est tenu de remplacer l'ouvrier bénéficiaire de la prépension à mi-temps dans le respect de la réglementation relative à la prépension à mi-temps.
Art.15. Alle geschillen betreffende de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen voorgelegd worden aan het beperkt comité opgericht door de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997 houdende oprichting van een beperkt comité bevoegd voor de subsector voor de afhandeling op luchthavens.
Art.15. Tous les litiges relatifs à l'application de la présente convention collective de travail peuvent être soumis au comité restreint institué par la convention collective de travail du 15 mai 1997 instituant un comité restreint compétent pour le sous-secteur de l'assistance dans les aéroports.
HOOFDSTUK IX. - Geldigheidsduur.
CHAPITRE IX. - Durée de validité.
Art. 16. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 1997, uitgezonderd artikel 13 dat in werking treedt op 15 mei 1997, en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 juni 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-06-27/35%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 juni 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-06-27/35%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 16. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er juillet 1997, à l'exception de l'article 13 qui entre en vigueur le 15 mai 1997, et cesse de produire ses effets le 31 décembre 1998.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 27 juin 2000.
(Pour l'AR, voir %%2000-06-27/35%%)
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 27 juin 2000.
(Pour l'AR, voir %%2000-06-27/35%%)
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.