Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is toepasselijk op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven.
Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden verstaan.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 JUNI 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven, betreffende het conventioneel brugpensioen (Overeenkomst geregistreerd op 28 oktober 1999 onder het nummer 52824/CO/203).
Titre
21 JUIN 1999. - Convention collective de travail du 21 juin 1999, conclue au sein de la Commission paritaire pour employés des carrières de petit granit, relative à la prépension conventionnelle (Convention enregistrée le 28 octobre 1999, sous le numéro 52824/CO/203).
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Article 1. La présente convention collective de travail est applicable aux employeurs et aux employés des entreprises ressortissant à la Commission paritaire pour employés des carrières de petit granit.
Par " employés ", sont visés les employés et employées.
Par " employés ", sont visés les employés et employées.
HOOFDSTUK II. - Bepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions.
Art.2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten bij toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige bejaarde werknemers, indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 en van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen.
Art.2. La présente convention collective de travail est conclue en application de la convention collective de travail n° 17, conclue le 19 décembre 1974 au sein du Conseil national du Travail, instituant un régime d'indemnité complémentaire, pour certains travailleurs âgés, en cas de licenciement, rendue obligatoire par arrêté royal du 16 janvier 1975, et de l'arrêté royal du 7 décembre 1992 relatif à l'octroi d'allocations de chômage en cas de prépension conventionnelle.
Art.3. De bedienden die 58 jaar en ouder zijn, kunnen aanspraak maken op de regeling die is ingevoerd door de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 1974.
Art.3. Les employés âgés de 58 ans et plus peuvent bénéficier du régime institué par la convention collective de travail du 19 décembre 1974 précitée.
Art.4. Overeenkomstig § 6 van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende het recht van ontslagen werknemers van 58 jaar en ouder op werkloosheidsuitkeringen, mag de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen bedienden een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve arbeidsovereenkomst, voor zover de ontslagen bedienden de leeftijd voorzien in deze collectieve arbeidsovereenkomst bereikt hebben tijdens haar geldigheidsduur.
Art.4. Conformément au § 6 de l'article 2 de l'arrêté royal du 7 décembre 1992 relatif au droit aux allocations de chômage des travailleurs licenciés de 58 ans et plus, le délai de préavis ou la période couverte par l'indemnité de congé des employés licenciés peut prendre fin en dehors de la période au cours de laquelle la présente convention collective de travail est applicable, pour autant que les employés aient atteint l'âge prévu par la présente convention collective de travail durant sa durée de validité.
Art.5. Voor de uitvoering van artikel 4 moet de volgende procedure worden gevolgd :
a) de werkgever betekent het ontslag aan de bediende binnen de termijn, die is vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 82 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
b) de uitvoering van punt a) moet geschieden in het kader van de procedure van overleg die is bepaald in artikel 10, eerste en tweede lid van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 1974 (collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17);
c) de berekening gebeurt op basis van het werkelijke begrensde loon aan 105 000 BEF.
a) de werkgever betekent het ontslag aan de bediende binnen de termijn, die is vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 82 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
b) de uitvoering van punt a) moet geschieden in het kader van de procedure van overleg die is bepaald in artikel 10, eerste en tweede lid van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 1974 (collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17);
c) de berekening gebeurt op basis van het werkelijke begrensde loon aan 105 000 BEF.
Art.5. Pour l'exécution de l'article 4, la procédure suivante doit être respectée :
a) l'employeur notifie le congé de l'employé dans le délai fixé, conformément aux dispositions de l'article 82 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
b) l'exécution du point a) doit s'inscrire dans le cadre de la procédure de concertation prévue à l'article 10, alinéas 1er et 2, de la convention collective de travail du 19 décembre 1974 (convention collective de travail n° 17);
c) le calcul s'effectue sur la base du traitement réel et plafonné à 105 000 BEF.
a) l'employeur notifie le congé de l'employé dans le délai fixé, conformément aux dispositions de l'article 82 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
b) l'exécution du point a) doit s'inscrire dans le cadre de la procédure de concertation prévue à l'article 10, alinéas 1er et 2, de la convention collective de travail du 19 décembre 1974 (convention collective de travail n° 17);
c) le calcul s'effectue sur la base du traitement réel et plafonné à 105 000 BEF.
HOOFDSTUK III. - Geldigheid.
CHAPITRE III. - Validité.
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2000.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 oktober 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-10-27/56%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 oktober 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-10-27/56%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 6. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1999 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2000.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 27 octobre 2000.
(Pour l'AR, voir %%2000-10-27/56%%).
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 27 octobre 2000.
(Pour l'AR, voir %%2000-10-27/56%%).
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX