Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 DECEMBER 1998. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 21 décember 1998, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de toekenning van een eindejaarspremie voor 1998 aan het rijdend personeel van de ondernemingen van speciale autobusdiensten (Overeenkomst geregistreerd op 5 februari 1999 onder het nummer 49940/CO/140.02).
Titre
21 DECEMBRE 1998. - Convention collective de travail du 21 décembre 1998, conclue au sein de la Commission paritaire du transport, relative à l'octroi d'une prime de fin d'année pour 1998 au personnel roulant des entreprises de services spéciaux d'autobus (Convention enregistrée le 5 février 1999 sous le numéro 49940/CO/140.02).
Dokumentinformationen
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op :
  1° het rijdend personeel van de ondernemingen van speciale autobusdiensten welke ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer;
  2° de werkgevers die het onder 1° bedoeld personeel tewerkstellen.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique :
  1° au personnel roulant des entreprises de services spéciaux d'autobus ressortissant à la Commission paritaire du transport;
  2° aux employeurs qui occupent le personnel visé au 1°.
Art.2. In 1998 wordt een eindejaarspremie ten bedrage van 54 719 BEF toegekend aan het rijdend personeel van de ondernemingen van speciale autobusdiensten. De chauffeurs, die deeltijds werken, bekomen deze premie naar rata van de wekelijkse arbeidsduur waarvoor zij zijn aangeworven.
  Deze premie is voor 1998 gelijk aan 165 maal het gemiddeld minimumuurloon van de maand december 1998 voor een wekelijkse arbeidsduur van 38 uur.
  Dit gemiddeld minimumuurloon wordt berekend door deling van de som van de minimumuurlonen van de onderscheiden anciënniteitscategorieën door het aantal anciënniteitscategorieën.
  In geval van vermindering van de arbeidsduur, is deze premie gelijk aan een dertiende maand.
Art.2. Une prime de fin d'année d'un montant de 54 719 BEF est accordée en 1998 au personnel roulant des entreprises de services spéciaux d'autobus. Les chauffeurs qui travaillent à temps partiel obtiennent cette prime au prorata de la durée hebdomadaire pour laquelle ils ont été engagés.
  Cette prime est égale en 1998 à 165 fois le salaire horaire minimum moyen du mois de décembre 1998 pour une durée hebdomadaire de travail de 38 heures.
  Ce salaire horaire minimum moyen est calculé en divisant la somme des salaires horaires minimums des diverses catégories d'ancienneté par le nombre de catégories d'ancienneté.
  En cas de diminution de la durée de travail, cette prime équivaut à un treizième mois.
Art.3. Het sociaal fonds van de sector betaalt een voorschot van 3 000 BEF/bruto aan de leden van het rijdend personeel die recht hebben op deze eindejaarspremie. Als basis wordt hiervoor de Rijksdienst voor Sociale Zekerheidslijst van het 2e kwartaal 1998 gebruikt.
Art.3. Le fonds social du secteur paie un acompte de 3 000 BEF/brut aux membres du personnel roulant ayant droit à cette prime de fin d'année. Le relevé de l'Office national de sécurité sociale du 2e trimestre 1998 est utilisé comme base de référence.
Art.4. De werkgevers betalen het onder artikel 2 vermelde bedrag uit, verminderd met het voorschot bepaald in artikel 3.
Art.4. Les employeurs paient le montant mentionné à l'article 2, diminué de l'acompte déterminé à l'article 3.
Art.5. De eindejaarspremie voor 1998 wordt in twee gelijke schijven betaald, vóór 31 december 1998 voor de eerste schijf en vóór 10 januari 1999 voor de tweede schijf.
  Zij worden toegekend volgens de hierna vastgestelde voorwaarden :
  - de personeelsleden die gedurende het ganse jaar hebben gewerkt, ontvangen het totale bedrag van de premie;
  - het brugpensioen hebben bekomen of werden gepensioneerd;
  - in dienst zijn getreden;
  - ziek zijn geweest;
  - werkonbekwaam zijn geweest ingevolge een arbeidsongeval;
  - werden ontslagen,
  bekomen deze premie berekend naar rata van de maanden arbeidsprestaties, met dien verstande dat een effectieve arbeidsprestatie van ten minste tien dagen telt voor een volledige maand.
  De wettelijke vakantiedagen en de afwezigheidsdagen welke zijn gerechtvaardigd door ziekte of arbeidsongeval, worden gelijkgesteld met dagen arbeidsprestaties, met een maximum van zes maanden.
  De personeelsleden die in de loop van het jaar 1998, hun opzegging hebben betekend en niet meer in dienst zijn op 31 december 1998 of werden ontslagen om dringende redenen, verliezen het recht op deze premie.
Art.5. La prime de fin d'année pour 1998 est payable en deux tranches égales, avant le 31 décembre 1998 pour la première tranche et avant le 10 janvier 1999 pour la deuxième tranche.
  Elles sont accordées suivant les conditions fixées ci-dessous :
  - les membres du personnel qui ont travaillé toute l'année reçoivent le montant total de la prime;
  - ont obtenu la prépension ou qui ont été pensionnés;
  - sont entrés en service;
  - ont été malades;
  - ont été incapables de travailler suite à un accident de travail;
  - ont été licenciés,
  reçoivent cette prime calculée au prorata des mois de prestations de travail, étant entendu qu'une prestation de travail effective de dix jours au moins compte pour un mois entier.
  Les jours de vacances légales et les journées d'absence justifiée pour maladie ou accident du travail, sont assimilés à des jours de prestations de travail, avec un maximum de six mois.
  Les membres du personnel qui, au cours de l'année 1998, ont remis leur préavis et qui ne sont plus en service au 31 décembre 1998 ou qui ont été licenciés pour motifs graves, perdent le droit à cette prime.
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1998 en houdt op van kracht te zijn op 11 januari 1999.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 januari 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-01-07/52%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 6. La présente convention collective de travail produit ses effets le 1er janvier 1998 et cesse d'être en vigueur le 11 janvier 1999.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 7 janvier 2001.
  (Pour l'AR, voir %%2001-01-07/52%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX.