Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
1 FEBRUARI 1999. - Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Slovenië inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, gedaan te Ljubljana op 1 februari 1999 (VERTALING).
Titre
1 FEVRIER 1999. - Accord entre l'Union économique belgo-luxembourgeoise et le Gouvernement de la République de Slovénie concernant l'encouragement et la protection réciproques des investissements, fait à Ljubljana le 1 février 1999.
Inhoud
Inhoud
Tekst (14)
Texte (14)
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
  Voor de toepassing van deze Overeenkomst :
  1. betekent de term "investering" : alle soorten vermogensbestanddelen die geïnvesteerd werden overeenkomstig de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de investering werd gedaan en in het bijzonder, doch niet uitsluitend :
  a) roerende en onroerende goederen, alsmede andere zakelijke rechten zoals hypotheken, retentierechten, pandrechten, rechten van vruchtgebruik en soortgelijke rechten;
  b) aandelen, effecten, obligaties en iedere andere vorm van deelneming in een bedrijf;
  c) aanspraken op geld of op een prestatie die economische waarde heeft en verband houdt met een investering;
  d) intellectuele eigendomsrechten, met inbegrip van auteursrechten, octrooien, handelsmerken, handelsnamen, industriële tekeningen en modellen en rechten op het gebied van technische werkwijzen, goodwill en know-how;
  e) bij wet of overeenkomst verleende concessies om economische en commerciële activiteiten te ontwikkelen, met inbegrip van concessies voor het opsporen, ontginnen, winnen of exploiteren van natuurlijke rijkdommen.
  Onder "investering" dient ook te worden verstaan, elke onrechtstreekse inbreng in speciën, natura of diensten, die wordt geïnvesteerd of geherinvesteerd in welke economische sector ook, in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de investering wordt gedaan.
  Veranderingen in de vorm waarin vermogensbestanddelen worden geïnvesteerd of geherinvesteerd doen geen afbreuk aan de omschrijving ervan als "investering", op voorwaarde dat zodanige verandering niet strijdig is met de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de investering wordt gedaan.
  2. betekent de term "investeerder" :
  wat de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie betreft :
  a) elke natuurlijke persoon die overeenkomstig de wetgeving van het Koninkrijk België of het Groothertogdom Luxemburg beschouwd wordt als onderdaan van het Koninkrijk België of het Groothertogdom Luxemburg;
  b) elke rechtspersoon die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van het Koninkrijk België of het Groothertogdom Luxemburg en die zijn maatschappelijke zetel heeft op het grondgebied van respectievelijk het Koninkrijk België of het Groothertogdom Luxemburg;
  wat de Republiek Slovenië betreft :
  a) natuurlijke personen die overeenkomstig de wetgeving van de Republiek Slovenië in het bezit zijn van de Sloveense nationaliteit;
  b) rechtspersonen, met inbegrip van vennootschappen, handelsondernemingen en andere ondernemingen of samenwerkingsverbanden, die hun zetel hebben op het grondgebied van de Republiek Slovenië en zijn opgericht of gevormd overeenkomstig de in de Republiek Slovenië geldende wetgeving;
  3. betekent de term "opbrengst"; de geldbedragen die een investering oplevert, en met name doch niet uitsluitend, winst, rente, dividenden, vermogensaanwas, royalty's, opbrengsten van de verkoop dan wel gedeeltelijke verkoop of liquidatie van de investering en alle uit de investeringen wettelijk verworven inkomsten;
  4. betekent de term "grondgebied" :
  a) wat de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie betreft, het grondgebied van het Koninkrijk België en het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg alsmede de zeegebieden, d.w.z. de gebieden op en onder zee die zich voorbij de territoriale wateren van de betrokken Staat uitstrekken en waarin laatstgenoemde, overeenkomstig het internationaal recht, soevereine rechten en rechtsmacht uitoefent met het oog op de opsporing, de winning en het behoud van natuurlijke rijkdommen;
  b) wat de Republiek Slovenië betreft, het grondgebied van de Republiek Slovenië waarin deze soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht uitoefent overeenkomstig het volkenrecht.
Article 1. Définitions.
  Pour l'application du présent Accord :
  1. Le terme "investissements" désigne tout élément d'actif quelconque investi conformément aux lois et règlements de la Partie contractante sur le territoire de laquelle l'investissement est réalisé, et notamment, mais non exclusivement :
  a) les biens meubles et immeubles ainsi que tous autres droits réels tels que hypothèques, privilèges, gages, usufruits et droits analogues;
  b) les actions, titres, obligations et toute autre forme de participation au capital de sociétés;
  c) les créances et droits à toutes prestations ayant une valeur économique et qui sont en rapport avec un investissement;
  d) les droits de propriété intellectuelle, y compris les droits d'auteur, les droits portant sur les brevets, les marques de commerce, les noms déposés, les dessins et modèles industriels et les procédés techniques, le fonds de commerce et le savoir-faire;
  e) les concessions en vue de toute activité économique et commerciale, conférées en vertu d'une loi ou d'un contrat, notamment celles relatives à la prospection, à la culture, à l'extraction ou à l'exploitation de ressources naturelles.
  Le terme "investissements" désigne également tout apport indirect en numéraire, en nature ou en services, investi ou réinvesti dans tout secteur d'activité économique, quel qu'il soit, conformément aux lois et règlements de la Partie contractante sur le territoire de laquelle l'investissement est réalisé.
  Aucune modification de la forme dans laquelle les avoirs ont été investis ou réinvestis n'affectera leur qualité d'investissements, à condition que cette modification ne soit pas contraire aux lois et règlements de la Partie contractante sur le territoire de laquelle l'investissement a été réalisé.
  2. Le terme "investisseurs" désigne :
  s'agissant de l'Union économique belgo-luxembourgeoise :
  a) toute personne physique qui, selon la législation du Royaume de Belgique ou du Grand-Duché de Luxembourg, est considérée comme citoyen du Royaume de Belgique ou du Grand-Duché de Luxembourg;
  b) toute personne morale constituée conformément à la législation du Royaume de Belgique ou du Grand-Duché de Luxembourg et ayant son siège social sur le territoire du Royaume de Belgique ou du Grand-Duché de Luxembourg;
  s'agissant de la République de Slovénie :
  a) les personnes physiques qui, selon la législation de la République de Slovénie, ont la nationalité slovène;
  b) les personnes morales, y compris les entreprises, sociétés commerciales ou autres sociétés ou associations, ayant leur siège social sur le territoire de la République de Slovénie et constituées conformément à la législation de la République de Slovénie.
  3. Le terme "revenus" désigne toute somme produite par un investissement et notamment, mais non exclusivement, les bénéfices, intérêts, dividendes, accroissements de capital, royalties, produits de la vente ou de la liquidation de tout ou partie de l'investissement ainsi que tous autres revenus légaux en rapport avec l'investissement.
  4. Le terme "territoire" désigne :
  a) s'agissant de l'Union économique belgo-luxembourgeoise, le territoire du Royaume de Belgique et le territoire du Grand-Duché de Luxembourg, ainsi que les zones maritimes, c'est-à-dire les zones marines et sous-marines qui s'étendent au-delà des eaux territoriales de l'Etat concerné et sur lesquels celui-ci exerce, conformément au droit international, ses droits souverains et sa juridiction aux fins d'exploration, d'exploitation et de conservation des ressources naturelles;
  b) s'agissant de la République de Slovénie, le territoire de la République de Slovénie, sur lequel celle-ci exerce, conformément au droit international, sa souveraineté, ses droits souverains ou sa juridiction.
Art. 2. Bevordering en bescherming van investeringen
  1. Elke Overeenkomstsluitende Partij stimuleert en bevordert investeringen op haar grondgebied door investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij en staat zodanige investeringen toe, in overeenstemming met haar wetgeving.
  2. Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent, in overeenstemming met haar wetten en voorschriften, de toelating voor het sluiten en uitvoeren van licentiecontracten en overeenkomsten inzake commerciële, administratieve of technische bijstand, voor zover deze activiteiten verband houden met dergelijke investeringen.
  3. Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich de door haar aangegane verbintenissen ten aanzien van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij te allen tijde na te komen, conform deze Overeenkomst.
  4. Door elke Overeenkomstsluitende Partij wordt ten aanzien van investeringen door investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij een voortdurende veiligheid en bescherming verleend, in overeenstemming met haar wetgeving. Geen van beide Overeenkomstsluitende Partijen belemmert op enige wijze, door onredelijke of discriminatoire maatregelen het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot of de vervreemding van investeringen op haar grondgebied door investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
  Deze behandeling is eveneens van toepassing op herinvestering van opbrengsten en bijkomende vermogensbestanddelen met het oog op de uitbreiding en de instandhouding van investeringen.
Art. 2. Promotion et protection des investissements.
  1. Chaque Partie contractante encouragera et promouvra les investissements sur son territoire par des investisseurs de l'autre Partie contractante et admettra ces investissements en conformité avec sa législation.
  2. Chaque Partie contractante autorisera, conformément à ses lois et règlements, la conclusion et l'exécution de contrats de licence et de conventions d'assistance commerciale, administrative ou technique, pour autant que ces activités aient un rapport avec ces investissements.
  3. Chaque Partie Contractante s'engage à assurer à tout moment le respect, conformément aux dispositions du présent Accord, des obligations qu'elle aura contractées à l'égard des investisseurs de l'autre Partie contractante.
  4. Chaque Partie contractante assurera aux investissements des investisseurs de l'autre Partie contractante une protection et une sécurité constantes, en conformité avec sa législation. Aucune des Parties contractantes n'entravera d'aucune manière, par des mesures injustifiées ou discriminatoires, la gestion, l'entretien, l'utilisation, la jouissance ou la cession des investissements réalisés sur son territoire par des investisseurs de l'autre Partie contractante.
  Le même traitement s'appliquera au réinvestissement de revenus et aux avoirs supplémentaires destinés à développer et à maintenir les investissements.
Art. 3. Nationale behandeling en behandeling van meest begunstigde natie
  1. Elke Overeenkomstsluitende Partij waarborgt op haar grondgebied een eerlijke en rechtvaardige behandeling ten aanzien van investeringen en opbrengsten van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Deze behandeling mag in geen geval minder gunstig zijn dan die welke zij, in gelijkaardige omstandigheden, toekent aan investeringen van haar eigen investeerders of aan investeerders van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is.
  2. Geen van beide Overeenkomstsluitende Partijen onderwerpt investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij, wat het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot of de vervreemding van hun investering op haar grondgebied betreft, aan een behandeling die minder gunstig is dan die welke zij aan haar eigen investeerders of aan investeerders van een derde Staat toekent.
  3. Het bepaalde in dit artikel betreffende het toekennen van een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke aan de investeerders van de Overeenkomstsluitende Partijen of van een derde Staat wordt verleend, mag niet zodanig worden uitgelegd dat de ene Overeenkomstsluitende Partij wordt verplicht de investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij mede het voordeel te laten genieten van een behandeling, preferentie of voorrecht voortvloeiend uit :
  (a) een bestaande of toekomstige douane- of economische unie, een vrijhandelszone of -overeenkomst dan wel soortgelijke internationale overeenkomst waarbij één van de Overeenkomstsluitende Partijen partij is of zal worden,
  (b) overeenkomsten die geheel of hoofdzakelijk betrekking hebben op belastingen.
Art. 3. Traitement national et traitement de la nation la plus favorisée.
  1. Chaque Partie contractante assurera aux investissements et aux revenus des investisseurs de l'autre Partie contractante un traitement juste et équitable sur son territoire. Ce traitement ne sera en aucun cas moins favorable que celui qu'elle accorde dans des circonstances analogues à ses propres investisseurs ou aux investisseurs de tout Etat tiers, suivant le traitement le plus favorable.
  2. Aucune Partie contractante ne soumettra les investisseurs de l'autre Partie contractante, pour ce qui concerne la gestion, l'entretien, l'utilisation, la jouissance ou la cession de leurs investissements sur son territoire, à un traitement moins favorable que celui qu'elle accorde à ses propres investisseurs ou aux investisseurs de tout Etat tiers.
  3. La disposition du présent Article qui traite de l'octroi d'un traitement non moins favorable que celui accordé aux investisseurs de l'une ou l'autre Partie contractante ou de tout Etat tiers ne pourra être interprétée comme obligeant l'une des Parties contractantes à étendre aux investisseurs de l'autre Partie le bénéfice de tout traitement, préférence ou privilège résultant :
  (a) d'une union douanière ou économique, d'une zone ou d'un accord de libre-échange, ou d'un accord international analogue, existant ou futur, auquel l'une des Parties contractantes est ou devient partie;
  (b) d'accords concernant principalement ou exclusivement l'imposition.
Art. 4. Schadeloosstelling voor verliezen
  Aan investeerders van de ene Overeenkomstsluitende Partij die met betrekking tot hun investering in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij verliezen lijden wegens oorlog of een andere vorm van gewapend conflict, revolutie, noodtoestand, opstand, oproer, ongeregeldheden of andere soortgelijke gebeurtenissen op het grondgebied van de laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, wordt door laatstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij wat restitutie, schadevergoeding of schadeloosstelling betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke die Overeenkomstsluitende Partij aan haar eigen investeerders of aan investeerders van een derde Staat toekent. Hieruit voortvloeiende betalingen kunnen vrij worden overgemaakt.
Art. 4. Indemnisation des dommages.
  Les investisseurs de l'une des Parties contractantes dont les investissements sur le territoire de l'autre Partie contractante auraient subi des dommages dus à une guerre ou à toute autre forme de conflit armé, révolution, état d'urgence, révolte, insurrection, émeute ou autre événement similaire survenu sur le territoire de ladite Partie contractante, bénéficieront, de la part de cette dernière, d'un traitement, en ce qui concerne les restitutions, indemnisations ou compensations, qui sera non moins favorable que celui accordé par cette dernière Partie contractante à ses propres investisseurs ou aux investisseurs de tout Etat tiers. Les paiements qui en résultent seront librement transférables.
Art. 5. Onteigening en schadeloosstelling
  1. Investeringen van investeerders van één van de Overeenkomstsluitende Partijen worden op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet genationaliseerd, onteigend of onderworpen aan maatregelen die een soortgelijk gevolg hebben (hierna te noemen de "onteigening"), behalve in het algemeen belang, op non-discriminatoire basis, volgend een wettelijke procedure en tegen een spoedige, eerlijke en billijke schadeloosstelling.
  2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde schadeloosstelling wordt berekend op basis van de marktwaarde van de investering op het tijdstip dat de beslissing tot onteigening wordt genomen of bekendgemaakt, naargelang van welke situatie zich eerder voordoet, ze is betaalbaar vanaf de datum van de onteigening in inwisselbare munt dan wel in de munt waarin de investering werd gedaan, omvat rente tegen het normale handelstarief als vastgelegd bij wet, voorschriften of anderszins door de Overeenkomstsluitende Partij tot op de datum waarop ze wordt uitgekeerd, ze wordt onverwijld uitgekeerd en kan daadwerkelijk te gelde worden gemaakt en vrij worden overgemaakt.
  3. Het is de investeerder van wie de investeringen worden onteigend toegestaan, overeenkomstig het recht van de Overeenkomstsluitende Partij die tot onteigening overgaat, zijn zaak en de waardebepaling van zijn investering spoedig te doen toetsen door een rechterlijke of andere bevoegde instantie van die Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van de in dit artikel genoemde beginselen.
Art. 5. Expropriation et indemnisation.
  1. Les investissements effectués par des investisseurs de l'une des Parties contractantes ne seront ni nationalisés, ni expropriés, ni soumis à des mesures ayant un effet équivalent à une nationalisation ou à une expropriation (désignées ci-après sous le terme d' "expropriation") sur le territoire de l'autre Partie contractante, si ce n'est dans le cadre de mesures prises selon une procédure légale, dans l'intérêt public, sur une base non discriminatoire et moyennant le paiement sans délai d'une indemnité effective et adéquate.
  2. Le montant des indemnités visées au paragraphe 1 du présent Article sera calculé sur la base de la valeur commerciale des investissements à la date où l'expropriation a été décidée ou rendue publique, suivant la première situation qui se présente; elles seront dues à partir de la date de l'expropriation, en monnaie convertible ou dans la monnaie dans laquelle l'investissement a été réalisé, porteront intérêt au taux commercial courant prévu par les lois, règlements ou autres dispositions de la Partie contractante jusqu'à la date de leur paiement, seront versées sans retard et seront effectivement réalisables et librement transférables.
  3. L'investisseur dont les investissements ont été expropriés sera autorisé, conformément au droit de la Partie contractante effectuant l'expropriation, à demander le réexamen dans les plus brefs délais, par une autorité judiciaire ou par toute autre autorité compétente de ladite Partie, du cas de l'investisseur et de l'évaluation de ses investissements, conformément aux principes énoncés dans le présent Article.
Art. 6. Overmakingen
  1. Elke Overeenkomstsluitende Partij staat, conform haar wetgeving, investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij de vrije overmaking toe van gelden die verband houden met hun investeringen, en in het bijzonder doch niet uitsluitend :
  (a) beginkapitaal en bijkomende inbrengen, gebruikt om investeringen in stand te houden of uit te breiden;
  (b) de in artikel 1, lid 3 van deze Overeenkomst omschreven opbrengsten;
  (c) terugbetalingen van leningen, met betrekking tot een investering;
  (d) de opbrengsten van de gehele dan wel gedeeltelijke verkoop of liquidatie van een investering;
  (e) de in de artikelen 4 en 5 van deze Overeenkomst bedoelde schadeloosstelling of andere uitkering;
  (f) inkomsten en bezoldiging van buitenlanders die, in het kader van de investering, in dienst werden genomen.
  2. De gelden worden zonder vertraging overgemaakt in een vrij inwisselbare munt. Tenzij anderszins overeengekomen door de investeerder, gebeuren de overmakingen tegen de marktkoers op de datum van de overmaking.
Art. 6. Transferts. 1. Chaque Partie contractante accordera aux investisseurs de l'autre Partie contractante, conformément à ses lois, le libre transfert des fonds en rapport avec leurs investissements, y compris notamment, mais non exclusivement :
  a) des capitaux initiaux et des apports supplémentaires destinés à maintenir ou à développer les investissements;
  b) des revenus définis au paragraphe 3 de l'article 1 du présent Accord;
  c) des sommes en remboursement d'emprunts en rapport avec les investissements;
  d) du produit de la vente ou de la liquidation totale ou partielle d'un investissement;
  e) de toute indemnité ou autre paiement visé aux articles 4 et 5 du présent Accord;
  f) des revenus et des rémunérations de ressortissants étrangers engagés au titre d'un investissement.
  2. Les transferts seront effectués sans délai dans une monnaie librement convertible. Sauf convention contraire avec l'investisseur, ils seront effectués au taux de change du marché en vigueur à la date desdits transferts.
Art. 7. Subrogatie 1. Wanneer een Overeenkomstsluitende Partij dan wel de door haar aangewezen instantie (hierna te noemen de "Eerste Overeenkomstsluitende Partij") een investeerder van bedoelde Overeenkomstsluitende Partij een schadeloosstelling uitkeert uit hoofde van een waarborg die ze heeft verleend of een verzekeringscontract dat ze ten aanzien van een investering heeft afgesloten, erkent de andere Overeenkomstsluitende Partij de overdracht van alle rechten en vorderingen met betrekking tot bedoelde investering. De Eerste Overeenkomstsluitende Partij is ingevolge de subrogatie gerechtigd de rechten van de schadeloosgestelde partij uit te oefenen en haar vorderingen in te stellen, in dezelfde hoedanigheid als de schadeloosgestelde partij.
  2. Wanneer een Eerste Overeenkomstsluitende Partij haar investeerder heeft vergoed en in diens rechten en vorderingen is getreden, is het de betreffende investeerder niet toegestaan, tenzij hij toelating heeft om op te treden namens de Eerste Overeenkomstsluitende Partij die de betaling doet, bedoelde rechten en vorderingen tegen de andere Overeenkomstsluitende Partij in te roepen.
Art. 7. Subrogation.
  1. Si l'une des Parties contractantes ou l'organisme désigné par celle-ci (dénommé ci-après "Première Partie contractante") paie des indemnités à un investisseur de ladite Partie contractante en vertu d'une garantie donnée ou d'un contrat d'assurance conclu au titre d'un investissement, l'autre Partie contractante reconnaîtra le transfert de tous droits ou revendications liés audit investissement. La Première Partie contractante est autorisée à exercer lesdits droits et à faire valoir lesdites revendications par voie de subrogation, au même titre que la partie indemnisée.
  2. Lorsqu'une Première Partie contractante a payé des indemnités à son investisseur et est subrogée dans les droits et les revendications de celui-ci, ledit investisseur ne fera pas valoir, sauf s'il est autorisé à agir pour le compte de la Première Partie contractante qui effectue le paiement, lesdits droits et revendications à l'égard de l'autre Partie contractante.
Art. 8. Beslechting van geschillen tussen investeerders en de partijen bij deze overeenkomst
  1. Geschillen tussen een Overeenkomstsluitende Partij en een investeerder van de andere Overeenkomstsluitende Partij met betrekking tot een investering van bedoelde investeerder op het grondgebied van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, worden in der minne geregeld via onderhandelingen.
  2. Wanneer het geschil niet kan worden geregeld binnen een tijdvak van zes (6) maanden na het tijdstip waarop het verzoek om beslechting werd ingediend, wordt het geschil, naar keuze van de investeerder, voorgelegd aan :
  a) de bevoegde rechterlijke instanties van de Overeenkomstsluitende Partij; of
  b) een scheidsgerecht ad hoc dat, tenzij anderszins overeengekomen door de partijen bij het geschil, wordt ingesteld volgens het arbitragereglement van de Commissie van de Verenigde Naties voor Internationaal Handelsrecht (UNCITRAL); of
  c) het Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen -via bemiddeling of arbitrage- (I.C.S.I.D.), dat is opgericht krachtens het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, dat op 18 maart 1965 te Washington D.C. voor ondertekening werd opengesteld.
  3. Elke Overeenkomstsluitende Partij geeft derhalve haar toestemming een investeringsgeschil aan internationale bemiddeling of arbitrage te onderwerpen.
  4. Geen van de bij het geschil betrokken Overeenkomstsluitende Partijen, zal in enig stadium van de arbitrageprocedure of van de uitvoering van een scheidsrechterlijke uitspraak als verweer kunnen aanvoeren dat de investeerder die tegenpartij is bij het geschil, een vergoeding ter uitvoering van een verzekeringspolis of van de in artikel 7 van deze Overeenkomst vermelde waarborg heeft ontvangen, die het geheel of een gedeelte van zijn verliezen dekt.
  5. Het is geen van de Overeenkomstsluitende Partijen toegestaan langs diplomatieke weg een oplossing proberen te zoeken voor een aangelegenheid die reeds aan arbitrage is onderworpen, tot de arbitrageprocedure is afgerond en één van de Overeenkomstsluitende Partijen weigert zich te onderwerpen aan of te schikken naar de uitspraak.
  6. De uitspraak is onherroepelijk en bindend voor de beide partijen bij het geschil. Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich de uitspraken uit te voeren in overeenstemming met haar nationale wetgeving.
Art. 8. Règlement des différends entre les investisseurs et les parties au présent accord.
  1. Tout différend pouvant survenir entre l'une des Parties contractantes et un investisseur de l'autre Partie contractante au sujet d'un investissement effectué par ledit investisseur sur le territoire de la première Partie contractante, sera réglé à l'amiable par la voie de négociations.
  2. A défaut de règlement dans les six (6) mois à compter de la demande de règlement, le différend sera soumis, au choix de l'investisseur :
  a) aux instances judiciaires compétentes de la Partie contractante; ou
  b) à un tribunal ad hoc, qui, sauf accord contraire entre les parties au différend, sera établi selon les règles d'arbitrage de la Commission des Nations Unies pour le Droit Commercial International (C.N.U.D.C.I.); ou
  c) au Centre international pour le Règlement des Différends relatifs aux Investissements - par la conciliation ou l'arbitrage - (C.I.R.D.I.), créé par la Convention pour le règlement des différends relatifs aux investissements entre Etats et ressortissants d'autres Etats, ouverte à la signature à Washington D.C. le 18 mars 1965.
  3. Chaque Partie Contractante consent dès lors à ce que tout différend relatif à un investissement soit soumis à la conciliation ou à l'arbitrage international.
  4. Aucune des Parties contractantes, partie à un différend, ne soulèvera d'objection, à aucun stade de la procédure d'arbitrage ni de l'exécution d'une sentence d'arbitrage, du fait que l'investisseur, partie adverse au différend, aurait perçu une indemnité couvrant tout ou partie de ses pertes en exécution d'une police d'assurance ou de la garantie prévue à l'article 7 du présent Accord.
  5. Aucune des Parties contractantes ne poursuivra le règlement, par la voie diplomatique, de toute question soumise à l'arbitrage tant que la procédure n'a pas été menée à terme et qu'une des Parties contractantes n'a pas omis de se soumettre ou de se conformer à la sentence arbitrale.
  6. Les sentences arbitrales seront définitives et obligatoires pour les deux parties au différend. Chaque Partie contractante s'engage à exécuter les sentences en conformité avec sa législation nationale.
Art. 9. Regeling van geschillen tussen de overeenkomstsluitende partijen
  1. Geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dienen, zo mogelijk, in der minne te worden geregeld.
  2. Indien de Overeenkomstsluitende Partijen niet tot overeenstemming komen binnen een tijdvak van zes maanden na het tijdstip waarop het verzoek om beslechting werd ingediend, wordt het op verzoek van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht dat uit drie leden is samengesteld.
  3. Zodanig scheidsgerecht wordt voor elk geval afzonderlijk op de volgende wijze samengesteld. Binnen twee maanden na de ontvangst van het verzoek om arbitrage, benoemt elke Overeenkomstsluitende Partij een lid van het scheidsgerecht. Deze twee leden kiezen een onderdaan van een derde Staat die, mits beide Overeenkomstsluitende Partijen hiermee instemmen, wordt benoemd tot voorzitter van het scheidsgerecht. De voorzitter wordt benoemd binnen twee maanden na het tijdstip waarop de twee andere scheidsmannen werden benoemd.
  4. Indien de noodzakelijke benoemingen niet binnen de in het derde lid van dit artikel genoemde termijnen zijn verricht, kan één van beide Overeenkomstsluitende Partijen, indien er geen andere afspraken zijn, de president van het Internationale Gerechtshof in Den Haag verzoeken de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de president onderdaan is van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen of indien hij anderszins belet is om bedoelde functie te vervullen, wordt de vice-president verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de vice-president onderdaan is van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen of indien hij belet is om bedoelde functie te vervullen, wordt een lid van het Internationale Gerechtshof dat geen onderdaan is van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
  5. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen. Deze beslissing is onherroepelijk en bindend voor beide Overeenkomstsluitende Partijen. Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten van haar eigen lid van het scheidsgerecht en van haar vertegenwoordiging in de arbitrageprocedure. De kosten van de voorzitter en de overige kosten worden gelijkelijk door de Overeenkomstsluitende Partijen gedragen.
  6. Behoudens het bepaalde in dit artikel, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast.
Art. 9. Règlement des différends entre les parties contractantes.
  1. Tout différend pouvant survenir entre les Parties Contractantes au sujet de l'interprétation ou de l'application du présent Accord sera réglé, si possible, à l'amiable.
  2. Si les Parties Contractantes ne peuvent parvenir à un accord dans les six mois à compter de la demande de règlement, le différend sera soumis, à la demande de l'une ou l'autre Partie contractante, à un tribunal arbitral composé de trois membres.
  3. Ledit tribunal arbitral sera constitué, pour chaque cas particulier, de la manière suivante. Dans les deux mois à compter de la réception de la demande d'arbitrage, chaque Partie contractante désignera un membre du tribunal. Ces deux membres désigneront ensuite un ressortissant d'un pays tiers qui, moyennant l'accord des deux Parties Contractantes, sera désigné pour exercer la fonction de Président du tribunal. Le Président sera désigné dans les deux mois de la désignation des deux autres membres.
  4. Si dans les délais stipulés au paragraphe 3 du présent article, il n'a pas été procédé aux nominations nécessaires, l'une ou l'autre des Parties Contractantes pourra, en l'absence de tout autre accord, inviter le Président de la Cour internationale de Justice de la Haye à procéder aux nominations nécessaires. Si le Président est ressortissant de l'une ou l'autre Partie contractante ou si, pour une autre raison, il est empêché d'exercer cette fonction, le Vice-Président sera invité à procéder aux nominations nécessaires. Si le Vice-Président est ressortissant de l'une ou l'autre Partie contractante ou s'il est empêché d'exercer cette fonction, un membre de la Cour internationale de Justice qui n'est pas un ressortissant de l'une ou l'autre Partie contractante sera invité à procéder aux nominations nécessaires.
  5. Le tribunal arbitral prendra ses décisions à la majorité des voix. Les décisions du tribunal seront définitives et obligatoires pour les deux Parties contractantes. Chaque Partie contractante supportera les frais de son représentant au tribunal et de sa représentation dans la procédure d'arbitrage. Les frais du Président et les autres frais seront supportés à parts égales par les Parties contractantes.
  6. Sous réserve des dispositions du présent article, le tribunal fixera ses propres règles de procédure.
Art. 10. Toepassing van andere regels
  Indien de wettelijke bepalingen van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen of verplichtingen krachtens het volkenrecht, die thans tussen de Overeenkomstsluitende Partijen bestaan of op een later tijdstip onderling worden aangegaan naast deze Overeenkomst, algemene of bijzondere regels bevatten op grond waarvan investeringen door investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij aanspraak kunnen maken op een behandeling die gunstiger is dan in deze Overeenkomst is voorzien, hebben die regels, in zoverre zij gunstiger zijn, voorrang boven deze Overeenkomst.
Art. 10. Application d'autres règles.
  Si les dispositions législatives de l'une ou l'autre Partie contractante ou les obligations découlant du droit international en vigueur actuellement ou contractées dans l'avenir par les Parties contractantes, en plus du présent Accord, contiennent des règles de caractère général ou particulier, par l'effet desquelles les investissements des investisseurs de l'autre Partie contractante bénéficient d'un traitement plus favorable que celui accordé par le présent Accord, ces dispositions, pour autant qu'elles soient plus favorables, prévaudront sur le présent Accord.
Art. 11. Toepassing van de overeenkomst
  1. Deze Overeenkomst is van toepassing op alle bestaande en toekomstige investeringen door investeerders van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, overeenkomstig de wetten en voorschriften van die laatste.
  2. Wanneer het indirecte investeringen betreft, als bedoeld in alinea 2, lid 1, van artikel 1, kunnen de investeerders geen vordering indienen op grond van deze Overeenkomst, indien voor dezelfde aangelegenheid de bepalingen van een andere overeenkomst inzake de bescherming van investeringen werden ingeroepen.
Art. 11. Champ d'application de l'Accord.
  1. Le présent Accord s'appliquera à tout investissement existant et futur effectué par des investisseurs de l'une des Parties contractantes sur le territoire de l'autre Partie contractante en conformité avec les lois et règlements de cette dernière.
  2. En ce qui concerne les investissements indirects visés à l'article 1er, paragraphe 1er, 2e alinéa, les investisseurs ne pourront faire valoir une revendication en vertu du présent Accord si pour la même question, les dispositions d'un autre accord de protection des investissements ont été invoquées.
Art. 12. Inwerkingtreding, duur en beëindiging
  1. Elke Overeenkomstsluitende Partij stelt de andere Overeenkomstsluitende Partij er langs diplomatieke weg schriftelijk van in kennis dat aan de wettelijke vereisten voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst is voldaan. Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum van de laatste kennisgeving. Ze blijft van kracht voor een tijdvak van tien jaar.
  2. Tenzij ten minste zes maanden vóór de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur door een van beide Overeenkomstsluitende Partijen mededeling van beëindiging is gedaan, wordt deze Overeenkomst telkens stilzwijgend verlengd voor een tijdvak van tien jaar, met dien verstande dat elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voorbehoudt de Overeenkomst te beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste zes maanden vóór de datum van het verstrijken van de lopende termijn van geldigheid.
  3. Ten aanzien van investeringen die gedurende de looptijd van de Overeenkomst zijn gedaan, blijven de bepalingen van de artikelen 1 tot 11 van kracht gedurende een tijdvak van tien jaar na de datum van beëindiging, onverminderd de toepassing van de algemene beginselen van internationaal recht na het verstrijken van die periode.
  Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
  Gedaan te Ljubljana, op 1 februari 1999, in twee oorspronkelijke exemplaren, in het Nederlands, het Frans, het Engels en het Sloveens, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in uitlegging is de Engelse tekst doorslaggevend.
  Voor de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie :
  Voor de Regering van het Koninkrijk België, handelend mede in de naam van de Regering van het Groothertogdom Luxemburg,
  Voor de Vlaamse Regering,
  Voor de Waalse Regering,
  Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
  Voor de Regering van de Republiek Slovenië :
Art. 12. Entrée en vigueur, durée et dénonciation.
  1. Chaque Partie contractante notifiera par écrit, par la voie diplomatique, à l'autre Partie contractante, que les formalités légales pour l'entrée en vigueur du présent Accord ont été accomplies. Le présent Accord entrera en vigueur à la date de la dernière notification. Le présent Accord restera en vigueur pour une période de dix ans.
  2. A moins que l'une des Parties contractantes ne le dénonce au moins six mois avant l'expiration de sa période de validité, il sera chaque fois reconduit tacitement pour une nouvelle période de dix ans, chaque Partie contractante se réservant le droit de le dénoncer par une notification introduite au moins six mois avant la date d'expiration de la période de validité en cours.
  3. En ce qui concerne les investissements effectués pendant la période de validité du présent Accord, les dispositions des articles 1 à 11 leur resteront applicables pour une période de dix ans à compter de la date d'expiration, et ce, sans préjudice de l'application, ultérieurement, des règles générales du droit international.
  En foi de quoi, les soussignés, dûment autorisés par leurs Gouvernements respectifs, ont signé le présent Accord.
  Fait à Ljubljana, le 1 février 1999, en deux exemplaires originaux, chacun en langues française, néerlandaise, anglaise et slovène, tous les textes faisant également foi. Le texte en langue anglaise prévaudra en cas de divergence d'interprétation.
  Pour l'Union économique belgo-luxembourgeoise :
  Pour le Gouvernement du Royaume de Belgique, agissant tant en son nom qu'au nom du Gouvernement du Grand-Duché de Luxembourg,
  Pour le Gouvernement wallon,
  Pour le Gouvernement flamand,
  Pour le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale,
  Pour le Gouvernement de la République de Slovénie :.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 treedt deze Overeenkomst inwerking op 14 januari 2002.
Art. N. Dispositions de son article 12, cet Accord entre en vigueur le 14 janvier 2002.