Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 DECEMBER 2001. - Programmawet. - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-2001 en tekstbijwerking tot 22-07-2022)
Titre
30 DECEMBRE 2001. - Loi-programme. - (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-12-2001 et mise à jour au 22-07-2022)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepaling. TITEL II. - Sociale zaken. HOOFDSTUK I. - Budgettaire fondsen sociale Mari... HOOFDSTUK II. - Personeels- en administratiekos... HOOFDSTUK III. - Financiering van de dotaties. HOOFDSTUK IV. - Sociaal statuut der zelfstandigen. Afdeling I. - Wijzigingen aan het koninklijk be... Afdeling II. - Wijziging aan het koninklijk bes... HOOFDSTUK V. - Responsabilisering van de openba... HOOFDSTUK VI. - Pensioenen. Afdeling I. - Aanpassing van de wet van 28 apri... Afdeling II. - Oprichting van een organiek fond... Afdeling III. - Fonds voor overlevingspensioenen. Afdeling IV. - Terugbetaling van de lasten van ... HOOFDSTUK VII. - Gezinsbijslag. HOOFDSTUK VIII. - Jaarlijkse vakantie. HOOFDSTUK IX. - Alternatieve financiering. HOOFDSTUK X. - Geneeskundige verzorging en uitk... Afdeling I. - Wijziging van de programmawet van... Afdeling II. - Wijziging van de wet betreffende... HOOFDSTUK XI. - Wijziging van de wet van 27 feb... HOOFDSTUK XII. - Terugbetaling Maribel bis en ter. TITEL III. - Volksgezondheid. HOOFDSTUK I. - Het wetenschappelijk instituut v... HOOFDSTUK II. - Algemene farmaceutische inspectie. HOOFDSTUK III. - Federaal Agentschap voor de Ve... HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de wet van 5 sept... HOOFDSTUK V. - Wijziging van het koninklijk bes... HOOFDSTUK VI. - Financiering van de BSE-testen ... TITEL IV. - Werkgelegenheid. HOOFDSTUK I. - Inhouding op de brugpensioenen. HOOFDSTUK II. - Plus-1-2-3-plan. HOOFDSTUK III. - Werkhervatting door oudere wer... HOOFDSTUK IV. - Pool van de Zeelieden ter Koopv... HOOFDSTUK V. - Competentiebalans. HOOFDSTUK VI. - Startbanen. HOOFDSTUK VII. - Elektronische aangifte van de ... HOOFDSTUK VIII. - Afschaffing van de vervanging... TITEL V. - Financiën. HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de werknemerspar... HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 19 jul... TITEL VI. - Energie. HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 29 apri... HOOFDSTUK II. - Federale Raad voor Duurzame Ont... HOOFDSTUK III. - De Nationale Instelling voor r... TITEL VII. - Landsverdediging. TITEL VIII. - Ambtenarenzaken. TITEL IX. - Binnenlandse zaken. HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 30 juli... HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 7 de... HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 13 ... HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepaling. TITEL X. - Ontwikkelingssamenwerking. Wijziging van de wet van 21 december 1998 tot o... TITEL XI. - Justitie. TITEL XII. - Economische zaken. Wijziging en uitbreiding van de organieke wet h... TITEL XIII. - Telecommunicatie en overheidsbedr... HOOFDSTUK I. - Telecommunicatie. HOOFDSTUK II. - Regie der gebouwen. HOOFDSTUK III. - Brussels International Airport... HOOFDSTUK IV. - NV Sabena. TITEL XIV. - Middenstand. TITEL XV. - Inwerkingtreding.
Inhoud
TITRE I. - Disposition générale. TITRE II. - Affaires sociales. CHAPITRE I. - Fonds budgétaires Maribel social. CHAPITRE II. - Frais de personnel et d'administ... CHAPITRE III. - Financement des dotations. CHAPITRE IV. - Statut social des travailleurs i... Section I. - Modifications à l'arrêté royal n° ... Section II. - Modification à l'arrêté royal n° ... CHAPITRE V. - Responsabilisation des institutio... CHAPITRE VI. - Pensions. Section I. - Adaptation de la loi du 28 avril 1... Section II. - Création d'un fonds organique, dé... Section III. - Fonds des pensions de survie. Section IV. - Remboursement des charges d'index... CHAPITRE VII. - Allocations familiales. CHAPITRE VIII. - Vacances annuelles. CHAPITRE IX. - Financement alternatif. CHAPITRE X. - Soins de santé et indemnités. Section I. - Modification de la loi-programme d... Section II. - Modification de la loi relative à... CHAPITRE XI. - Modification de la loi du 27 fév... CHAPITRE XII. - Remboursement Maribel bis en ter. TITRE III. - Santé publique. CHAPITRE I. - L'institut scientifique de la san... CHAPITRE II. - Inspection générale de la pharma... CHAPITRE III. - L'Agence fédérale pour la Sécur... CHAPITRE IV. - Modification de la loi du 5 sept... CHAPITRE V. - Modification de l'arrêté royal du... CHAPITRE VI. - Financement des tests ESB 2001. TITRE IV. - Emploi. CHAPITRE I. - Retenue sur les prépensions. CHAPITRE II. - Plan-plus-1-2-3. CHAPITRE III. - Reprise de travail des chômeurs... CHAPITRE IV. - Pool des Marins de la marine mar... CHAPITRE V. - Bilan de compétences. CHAPITRE VI. - Conventions de premier emploi. CHAPITRE VII. - Déclaration électronique des co... CHAPITRE VIII. - Suppression de l'obligation de... TITRE V. - Finances. CHAPITRE I. - Modifications des régimes de part... CHAPITRE II. - Modification de la loi du 19 jui... TITRE VI. - L'énergie. CHAPITRE I. - Modification de la loi du 29 avri... CHAPITRE II. - Conseil fédéral pour le Développ... CHAPITRE III. - L'Organisme national des déchet... TITRE VII. - Défense. TITRE VIII. - Fonction publique. TITRE IX. - Intérieur. CHAPITRE I. - Modification de la loi du 30 juil... CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 7 déc... CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 13 m... CHAPITRE IV. - Disposition particulière. TITRE X. - Coopération au développement. Modification de la loi du 21 décembre 1998 port... TITRE XI. - Justice. TITRE XII. - Affaires économiques. Modification et extension de la loi organique c... TITRE XIII. - Telécommunication et entreprises ... CHAPITRE I. - Télécommunications. CHAPITRE II. - Régie des Bâtiments. CHAPITRE III. - Brussels International Airport ... CHAPITRE IV. - SA Sabena. TITRE XIV. - Classes moyennes. TITRE XV. - Entrée en vigueur.
Tekst (232)
Texte (232)
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITRE I. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL II. - Sociale zaken.
TITRE II. - Affaires sociales.
HOOFDSTUK I. - Budgettaire fondsen sociale Maribel.
CHAPITRE I. - Fonds budgétaires Maribel social.
Art.2. Artikel 171 van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen wordt door volgende bepaling vervangen :
  " Art. 171. § 1. Er wordt een fonds opgericht dat gespijsd wordt met :
  1° een aandeel gelijk aan 0,10 % van de opbrengst van de verminderingen van de werkgeversbijdragen waarop de werkgevers bedoeld bij artikel 35, § 5, eerste lid van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de wet van 30 december 1998 aanspraak kunnen maken;
  2° de resterende opbrengst van de verminderingen van werkgeversbijdragen waarop de werkgevers van de openbare sector, aangesloten bij de RSZ, andere dan deze van de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de openbare sector aangesloten bij de RSZ, aanspraak kunnen maken.
  Het in het eerste lid bedoelde fonds vormt een begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
  § 2. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid aangevuld als volgt :
  " (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45706 - 45707). ".
Art.2. L'article 171 de la loi du 12 août 2000 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 171. § 1er. Il est créé un fonds alimenté par :
  1° une quote-part de 0,10 % du produit des réductions de cotisations patronales auxquelles peuvent prétendre les employeurs visés à l'article 35, § 5, alinéa 1er, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, modifié par la loi du 30 décembre 1988;
  2° par le produit restant des réductions de cotisations patronales auxquelles peuvent prétendre les employeurs du secteur public affiliés à l'ONSS, autres que ceux des hôpitaux et des maisons de soins psychiatriques du secteur public affiliés à l'ONSS.
  Le fonds visé à l'alinéa 1er constitue un fonds budgétaire au sens de l'article 45 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991.
  § 2. Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 23 - Emploi et Travail est complétée comme suit :
  " (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45706 - 45707). ".
Art.3. Artikel 184 van dezelfde wet wordt vervangen door volgende bepaling :
  " In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 26 - Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, aangevuld als volgt :
  " (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45707). ". ".
Art.3. L'article 184 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 26 - Affaires sociales, Santé publique et Environnement, est complétée comme suit :
  " (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45707). ". ".
Art.4. § 1. (...) <W 2003-12-22/42, art. 37, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid, aangevuld als volgt :
  " (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45707 - 45708). ".
Art.4. § 1. (...) <L 2003-12-22/42, art. 37, 1°, 006; En vigueur : 01-01-2004>
  § 2. Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 23 - Emploi et Travail, est complétée comme suit :
  " (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45707 - 45708). ".
Art.5. § 1. (...) <W 2003-12-22/42, art. 37, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid, aangevuld als volgt :
  " (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45708). ".
Art.5. (...) <L 2003-12-22/42, art. 37, 1°, 006; En vigueur : 01-01-2004>
  § 2. Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 23 - Emploi et Travail, est complétée comme suit :
  " (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45708). ".
HOOFDSTUK II. - Personeels- en administratiekosten.
CHAPITRE II. - Frais de personnel et d'administration.
Art.6. Artikel 35, § 5, derde lid, 1°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de wet van 26 maart 1999, wordt met de volgende bepaling aangevuld :
  " Op de opbrengst die aan ieder sectoraal fonds toekomt, wordt 0,10 % van deze opbrengst door de RSZ gestort aan het sectoraal fonds opgericht krachtens artikel 71, 2°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, in de schoot van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid. Bovendien wordt ieder sectoraal fonds gemachtigd om 1,20 % van het aan het Fonds toekomende bedrag aan te wenden ter dekking van administratie- en personeelskosten van het Fonds of van de vereniging van fondsen waartoe het behoort. ".
Art.6. L'article 35, § 5, alinéa 3, 1°, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, modifié par la loi du 26 mars 1999, est complété par la disposition suivante :
  " Sur le montant revenant à chaque fonds sectoriel, 0,10 % de ce montant est versé par l'ONSS au fonds sectoriel créé au sein du Ministère de l'Emploi et du Travail en application de l'article 71, 2°, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses. En outre, chaque fonds sectoriel est autorisé à affecter 1,20 % du montant lui revenant à la couverture des frais d'administration et de personnel du Fonds ou de l'association de fonds à laquelle il appartient. ".
Art.7. In artikel 71 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in 1°, wordt het eerste lid aangevuld als volgt :
  " 0,10 % van het bedrag van de opbrengst wordt door de RSZ gestort aan het sectoraal fonds bedoeld in artikel 71, 2°, eerste lid, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. ";
  b) in 1°, tweede lid, vervallen de woorden " , na aftrek van de administratieve kosten, ";
  c) in 1°, wordt het tweede lid bovendien aangevuld met volgende bepaling :
  " 1,20 % van het bedrag van de opbrengst bepaald met toepassing van het eerste lid wordt aangewend ter dekking van de administratiekosten en van de kosten van het statutair en/of contractueel personeel ingezet voor de opdrachten waarmee het sectoraal fonds en het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu door de reglementering wordt belast. Het bedrag van het aandeel gestort aan het Fonds in uitvoering van artikel 1, § 6, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen wordt eveneens voor voornoemde kosten aangewend. ";
  d) in 2°, tweede lid, vervallen de woorden " , na aftrek van de administratieve kosten, ";
  e) in 2°, wordt het tweede lid bovendien aangevuld als volgt :
  " 1,30 % van het bedrag van de opbrengst bepaald met toepassing van het eerste lid wordt aangewend ter dekking van de administratiekosten en van de kosten van het statutair en/of contractueel personeel van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid ingezet voor de opdrachten waarmee het sectoraal fonds en het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid door de reglementering wordt belast. Worden eveneens aangewend voor de financiering van de administratiekosten en van de kosten van het statutair en/of contractueel personeel van het ministerie de bedragen die door de RSZ aan het Fonds gestort worden en die afgenomen werden op de bedragen toegekend aan de verschillende sectorale fondsen alsook het bedrag gestort aan het Fonds door de RSZ-PPO met toepassing van artikel 1, § 6, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen. ".
Art.7. A l'article 71 de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses sont apportées les modifications suivantes :
  a) au 1°, l'alinéa 1er est complété comme suit :
  " 0,10 % du montant du produit est versé par l'ONSS au fonds sectoriel visé à l'article 71, 2°, alinéa 1er de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses. ";
  b) au 1°, alinéa 2, les mots " , après déduction des frais administratifs, " sont supprimés;
  c) au 1°, l'alinéa 2 est en outre complété comme suit :
  " 1,20 % du montant du produit fixé en application de l'alinéa 1er est affecté à la couverture des frais d'administration et de personnel statutaire et/ou contractuel affecté aux missions confiées par la réglementation au Fonds sectoriel et au Ministère des Affaires Sociales, de la Santé Publique et de l'Environnement. Le montant de la quote-part versée au Fonds en application de l'article 1er, § 6, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales est également affecté aux frais précités. ";
  d) au 2°, alinéa 2, les mots " , après déduction des frais administratifs, " sont supprimés;
  e) au 2°, l'alinéa 2 est en outre complété comme suit :
  " 1,30 % du montant du produit fixé en application de l'alinéa 1er est affecté à la couverture des frais d'administration et de personnel statutaire et/ou contractuel du ministère de l'Emploi et du Travail affecté aux missions confiées par la réglementation au fonds sectoriel et au ministère de l'Emploi et du Travail. Les montants versés au Fonds par l'ONSS et prélevés sur le produit attribué aux différents fonds sectoriels, ainsi que le montant versé au Fonds par l'ONSS-APL en application de l'article 1er, § 6, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, sont également affectés au financement des frais d'administration et de personnel statutaire et/ou contractuel du ministère. ".
Art.8. In artikel 1, § 6, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, ingevoegd bij de wet van 26 maart 1999, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
  " Op het globale bedrag van de in het eerste lid bedoelde verminderingen van werkgeversbijdragen, neemt de Rijksdienst een bedrag af dat gelijk is aan 1,30 % van dat globale bedrag. De Rijksdienst stort een bedrag gelijk aan 0,10 % van het globale bedrag van de verminderingen aan het sectoraal fonds bedoeld in artikel 71, 2°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.
  De Rijksdienst stort aan het sectoraal fonds bedoeld in artikel 71,1°, van voornoemde wet van 26 maart 1999, een bedrag gelijk aan 1,20 % van het globale bedrag van de bijdrageverminderingen waarop de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen aangesloten bij die Rijksdienst aanspraak zouden kunnen maken indien zij van de voordelen bedoeld in het eerste lid hadden genoten.
  Bovendien wendt de Rijksdienst het saldo van het bedrag dat hij in uitvoering van deze bepaling heeft afgenomen aan ter dekking van de administratiekosten en van de kosten van statutair en/of contractueel personeel, voortspruitend uit de toepassing van de reglementering met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector behorend tot zijn bevoegdheden. ".
Art.8. Dans l'article 1er, § 6, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, inséré par la loi du 26 mars 1999, est inséré entre les alinéas 1er et 2, l'alinéa suivant :
  " Sur le montant total des réductions de cotisations patronales visées à l'alinéa 1er, l'Office prélève 1,30 % de ce montant total. L'Office verse une somme représentant 0,10 % du produit total des réductions au fonds sectoriel visé à l'article 71, 2°, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses.
  L'Office verse au fonds sectoriel visé à l'article 71, 1°, de la loi précitée du 26 mars 1999, 1,20 % du produit total des réductions de cotisations auxquelles pourraient prétendre les hôpitaux et les maisons de soins psychiatriques affiliés auprès de lui s'ils avaient bénéficié des avantages visés à l'alinéa 1er.
  L'Office affecte en outre le solde de la somme prélevée en application de la présente disposition au financement des frais d'administration et de personnel statutaire et/ou contractuel résultant de l'application de la réglementation visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non-marchand relevant de sa compétence. ".
Art.9. In artikel 1, § 7, 1°, tweede lid van dezelfde wet, vervallen de woorden " , na aftrek van de administratieve kosten, ".
Art.9. Dans l'article 1er, § 7, 1°, alinéa 2 de la même loi, les mots " , après déduction des frais administratifs " sont supprimés.
HOOFDSTUK III. - Financiering van de dotaties.
CHAPITRE III. - Financement des dotations.
Art.10. Artikel 35, § 5, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de wetten van 30 december 1988, 26 juli 1996, 26 maart 1999 en 24 december 1999, wordt aangevuld met de volgende leden :
  " De sectorale fondsen bedoeld in het derde lid van deze paragraaf alsook deze bedoeld in artikel 71, 1° en 2° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen en in artikel 1, § 7, 1° van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, zijn ertoe gehouden uiterlijk op 31 maart van het jaar, volgend op dit tijdens welk de overschrijding van de thesaurie vastgesteld wordt, aan het terugvorderingfonds bevoegd voor hun sectoren de middelen te storten waarover zij beschikken en die een twaalfde van de opbrengst overschrijden die hun werd toegekend voor het afgelopen jaar. De door ieder fonds te verrichten storting uiterlijk op 31 maart 2002, moet ten minste 95 % van de beschikbare niet-recurrente middelen vertegenwoordigen waarover het fonds op 31 december 2001 beschikte.
  In afwijking op de bepalingen van het vorig lid, wordt de door ieder fonds uiterlijk 31 maart 2002 te verrichten storting verminderd ten belope van het bedrag dat met toepassing van de bepalingen van artikel 11 van de programmawet van 30 december 2001 ten laste van het Fonds wordt gelegd.
  Voor de bedragen die de sectorale fondsen moeten storten is rente van rechtswege verschuldigd.
  Uiterlijk op 31 maart van ieder jaar, moeten de sectorale fondsen aan de ministers bevoegd voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Volksgezondheid een afschrijft overzenden van hun jaarrekening met betrekking tot het afgelopen jaar alsook hun kastoestand op 31 december van het afgelopen jaar; die documenten moeten door een revisor, lid van het Instituut voor de Bedrijfsrevisoren, of door de rekenplichtige voor echt verklaard zijn. ".
Art.10. L'article 35, § 5, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs, modifié par les lois des 30 décembre 1988, 26 juillet 1996, 26 mars 1999 et 24 décembre 1999, salariés est complété par les alinéas suivants :
  " Les fonds sectoriels visés à l'alinéa 3 du présent paragraphe ainsi que ceux visés à l'article 71, 1° et 2° de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses et à l'article 1er, § 7, 1° de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, sont tenus de verser, au plus tard le 31 mars de l'année suivant celle au cours de laquelle le dépassement de trésorerie est constaté, au fonds de récupération compétent pour leur secteur les moyens dont ils disposent et qui dépassent un douzième du produit qui leur a été attribué pour l'année écoulée. Le versement à effectuer par chaque fonds sectoriel pour le 31 mars 2002 au plus tard doit représenter au moins 95 % des moyens disponibles non récurrents dont il dispose au 31 décembre 2001.
  Par dérogation aux dispositions de l'alinéa précédent, le versement à effectuer par chaque fonds au plus tard le 31 mars 2002 est diminué du montant à charge du fonds en vertu des dispositions de l'article 11 de la loi programme du 30 décembre 2001.
  Les sommes à verser par les fonds sectoriels portent intérêt de plein droit.
  Les fonds sectoriels doivent transmettre, au plus tard le 31 mars de chaque année, aux ministres compétents pour l'Emploi, les Affaires Sociales et la Santé Publique une copie du compte annuel relatif à l'année écoulée et leur état de caisse au 31 décembre de l'année écoulée, documents certifiés par un réviseur, membre de l'Institut des Réviseurs d'entreprise, ou par le comptable public. ".
Art.11. Voor het jaar 2002 wordt de opbrengst van de vermindering van de werkgeversbijdragen verschuldigd krachtens artikel 35, § 5, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers die ter beschikking van de sectorale fondsen wordt gesteld, verminderd a rato van 49 578 705 EUR.
  Deze vermindering van het bedrag gestort door het Globaal Beheer van de Sociale Zekerheid aan de sectorale fondsen bedoeld in artikel 35, § 5, derde lid, 1°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers alsook aan deze bedoeld in artikel 71, 1° en 2° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, wordt doorgevoerd naar aanleiding van de stortingen met betrekking tot het tweede semester 2002.
  Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning het bedrag van de vermindering toegepast ten aanzien van ieder sectoraal fonds. Dit bedrag is evenredig aan de beschikbare niet-recurrente middelen waarover ieder fonds op 31 december 2001 beschikt.
  De deelname van het fonds bedoeld in artikel 1, § 7, 1°, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen aan de vermindering van de opbrengst van de vermindering van de werkgeversbijdragen zoals bepaald in dit artikel neemt de vorm aan van een storting a rato van het bedrag bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad aan de sectorale fondsen bedoeld in artikel 35, § 5, derde lid, 1°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers alsook aan deze bedoeld in artikel 71, 1° en 2° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.
Art.11. Pour l'année 2002, le produit de la réduction des cotisations patronales dues en application de l'article 35, § 5, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés dont disposent les Fonds sectoriels est diminué de 49 578 705 EUR.
  Cette diminution du montant versé par la Gestion Globale de la Sécurité sociale aux fonds sectoriels visés à l'article 35, § 5, alinéa 3, 1°, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés ainsi qu'à ceux visés à l'article 71, 1° et 2°, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses a lieu lors des versements relatifs au second semestre 2002.
  Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le Roi détermine le montant de la réduction appliquée à chaque fonds sectoriel. Ce montant est proportionnel aux moyens disponibles non récurrents dont dispose chaque fonds à la date du 31 décembre 2001.
  La participation du fonds visé à l'article 1er, § 7, 1°, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales à la diminution du produit de la réduction des cotisations patronales prévue par le présent article prend la forme d'un versement à concurrence du montant déterminé par arrêté délibéré en Conseil des ministres aux fonds sectoriels visés à l'article 35, § 5, alinéa 3, 1°, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés ainsi qu'à ceux visés à l'article 71, 1° et 2° de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses.
Art.12. Artikel 71, 3°, vijfde lid, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen wordt opgeheven.
Art.12. L'article 71, 3°, alinéa 5, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses est abrogé.
Art.13. Artikel 1, § 7, 2°, vijfde lid van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, ingevoegd bij de wet van 26 maart 1999, wordt opgeheven.
Art.13. L'article 1er, § 7, 2°, alinéa 5, de loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, inséré par la loi du 26 mars 1999, est abrogé.
HOOFDSTUK IV. - Sociaal statuut der zelfstandigen.
CHAPITRE IV. - Statut social des travailleurs indépendants.
Afdeling I. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.
Section I. - Modifications à l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants.
Art.14. In artikel 3, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, gewijzigd bij de wetten van 24 december 1976 en 30 maart 1994, worden de woorden " artikel 30, 2° of 3° " vervangen door de woorden " artikel 30, 2° ".
Art.14. A l'article 3, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, modifié par les lois des 24 décembre 1976 et 30 mars 1994, les mots " l'article 30, 2° ou 3° " sont remplacés par les mots " l'article 30, 2° ".
Art.16. Artikel 7, 1°, van hetzelfde besluit, vervangen bij de wet van 6 februari 1976 en de wet van 14 december 1989 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, wordt opgeheven.
Art.16. L'article 7, 1°, du même arrêté, remplacé par la loi du 6 février 1976 et la loi du 14 décembre 1989 et modifiée par l'arrêté royal du 18 novembre 1996, est abrogé.
Art.17. Artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij de wet van 25 januari 1999, wordt aangevuld als volgt :
  " Ze kunnen eveneens volledige of gedeeltelijke vrijstelling vragen van de bijdragen verschuldigd met toepassing van artikel 11, § 4, voor zover deze bijdragen niet verschuldigd zijn in de hoedanigheid van bij artikel 12, § 2, bedoelde onderworpen. ".
Art.17. L'article 17, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par la loi du 25 janvier 1999, est complété comme suit :
  " Ils peuvent également demander dispense totale ou partielle des cotisations dues en vertu de l'article 11, § 4, pour autant que ces cotisations ne soient pas dues en tant qu'assujetti visé par l'article 12, § 2. ".
Art.18. In artikel 21, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 13 juni 1985, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
  " 2° achttien leden onder wie drie de landbouwers en vijftien de andere zelfstandigen vertegenwoordigen; ";
  b) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
  " 4° twee leden die de gezinsorganisaties vertegenwoordigen; ".
Art.18. A l'article 21, § 3, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par la loi du 13 juin 1985, sont apportées les modifications suivantes :
  a) le 2° est remplacé par le texte suivant :
  " 2° dix-huit membres dont trois représentent les agriculteurs et quinze les autres travailleurs indépendants; ";
  b) le 4° est remplacé par le texte suivant :
  " 4° deux membres qui représentent les organisations familiales; ".
Afdeling II. - Wijziging aan het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen.
Section II. - Modification à l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants.
Art.19. Artikel 52bis, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij de wet van 25 januari 1999, wordt vervangen als volgt :
  " De meewerkende echtgenoten bedoeld in artikel 6bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, die zich vrijwillig hebben onderworpen aan de regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector der uitkeringen, worden eveneens toegelaten, onder de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalde voorwaarden, een verzekeringscontract te sluiten teneinde hetzij een rustpensioen, hetzij een rustpensioen en een overlevingspensioen ten voordele van de overlevende echtgenoot te vormen. ".
Art.19. L'article 52bis, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, modifié en dernier lieu par la loi du 25 janvier 1999, est remplacé comme suit :
  " Les conjoints aidants visés à l'article 6bis de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, qui se sont assujettis volontairement au régime de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité, secteur des indemnités, sont également admis dans les conditions déterminées par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, à conclure un contrat d'assurance afin de se constituer soit une pension de retraite, soit une pension de retraite et de survie en faveur du conjoint survivant. ".
HOOFDSTUK V. - Responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid.
CHAPITRE V. - Responsabilisation des institutions publiques de sécurité sociale.
Art.20. In artikel 21, § 3, van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, gewijzigd bij de wet van 12 augustus 2000, worden de woorden " met inbegrip van de wijzigingen bedoeld in § 2 " vervangen door de woorden " met inbegrip van de wijzigingen bedoeld in § 2, tweede lid ".
Art.20. Dans l'article 21, § 3, de l'arrêté royal du 3 avril 1997 portant des mesures en vue de la responsabilisation des institutions publiques de sécurité sociale, en application de l'article 47 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, modifié par la loi du 12 août 2000, les mots " y compris les modifications visées au § 2 " sont remplacés par les mots " y compris les modifications visées au § 2, alinéa 2 ".
HOOFDSTUK VI. - Pensioenen.
CHAPITRE VI. - Pensions.
Afdeling I. - Aanpassing van de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden.
Section I. - Adaptation de la loi du 28 avril 1958 relative à la pension des membres du personnel de certains organismes d'intérêt public et de leurs ayants droit.
Art.21. Artikel 12bis, § 1, vijfde lid, van de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden, ingevoegd bij de wet van 29 december 1990 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 1991, wordt vervangen als volgt :
  " Indien de in het vorige lid bepaalde termijn niet werd nageleefd, is de macht of instelling van rechtswege aan de Openbare Schatkist verwijlinteresten verschuldigd op de niet gestorte bedragen. Deze interesten, waarvan de rentevoet gelijk is aan de wettelijke rentevoet, verhoogd met 2 pct., beginnen te lopen vanaf de eerste werkdag die volgt op de dag waarop de bedragen bij de Openbare Schatkist hadden moeten toekomen. Indien de macht of instelling het bewijs levert dat de niet-storting van de bijdrage binnen de bepaalde termijn aan uitzonderlijke omstandigheden is toe te schrijven, kan de minister van Pensioenen een vrijstelling voor het betalen van bovenvermelde verwijlinteresten verlenen. De aanvraag tot vrijstelling moet bij de minister van Pensioenen toekomen binnen de maand die volgt op de dag waarop de macht of instelling door de administratie der Pensioenen op de hoogte werd gebracht van het feit dat er niet voldaan werd aan bovenvermelde verplichting. De opbrengst van deze intresten is bestemd voor het organieke fonds van de Begroting van pensioenen, genaamd het " Fonds voor Overlevingspensioenen ". ".
Art.21. L'article 12bis, § 1er, alinéa 5, de la loi du 28 avril 1958 relative à la pension des membres du personnel de certains organismes d'intérêt public et de leurs ayants droit, inséré par la loi du 29 décembre 1990 et modifié par la loi du 20 juillet 1991, est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Si le délai visé à l'alinéa précédent n'est pas respecté, le pouvoir ou l'organisme est de plein droit redevable envers le Trésor public d'intérêts de retard sur les sommes non versées. Ces intérêts, dont le taux est égal au taux de l'intérêt légal augmenté de 2 p.c., commencent à courir le premier jour ouvrable qui suit le jour auquel les montants auraient dû parvenir au Trésor public. Si le pouvoir ou l'organisme apporte la preuve de circonstances exceptionnelles justificatives du défaut du versement de la contribution dans le délai prévu, le ministre des Pensions peut accorder une dispense du paiement des intérêts de retard précités. La demande de dispense doit parvenir au ministre des Pensions dans le mois qui suit le jour auquel le pouvoir ou l'organisme est informé par l'Administration des pensions du fait qu'il est resté en défaut de satisfaire à l'obligation précitée. Le produit de ces intérêts est affecté au fonds organique du Budget des pensions dénommé " Fonds des pensions de survie ". ".
Afdeling II. - Oprichting van een organiek fonds, genaamd het Fonds voor het Evenwicht van de Pensioenstelsels, in de zin van artikel 45 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit.
Section II. - Création d'un fonds organique, dénommé " Fonds pour l'équilibre des régimes de pension ", au sens de l'article 45 de l'arrêté royal du 17 juillet 1991 portant coordination des lois sur la comptabilité de l'Etat.
Afdeling III. - Fonds voor overlevingspensioenen.
Section III. - Fonds des pensions de survie.
Art.23. In de tweede kolom van de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt, met betrekking tot het fonds " 21.1 Fonds voor Overlevingspensioenen " een 11° ingevoegd, luidend als volgt :
  " (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45712 45713). ".
Art.23. A la deuxième colonne du tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, en regard du fonds " 21.1 Fonds des pensions de survie ", il est inséré un 11°, rédigé comme suit :
  " (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45713). ".
Afdeling IV. - Terugbetaling van de lasten van de indexering van de renten.
Section IV. - Remboursement des charges d'indexation des rentes.
Art.24. Het repartitiestelsel betaalt aan het kapitalisatiestelsel de lasten terug die voortvloeien uit de indexering van de renten die dit laatste voor zijn rekening heeft genomen in 1996 en 1997, vermeerderd met de intresten berekend op basis van de technische rentevoet van 4 % beoogd in artikel 12 van het koninklijk besluit van 13 september 1971 houdende uitvoering van de wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood.
  De aldus terugbetaalde bedragen worden aangewend voor het opnieuw samenstellen van de wiskundige reserves van het kapitalisatiestelsel dat onder hoofdstuk I valt van de voornoemde wet van 28 mei 1971 en het actuarieel evenwicht hiervan te waarborgen tot zijn volledige uitdoving, en behoren niet tot de beheerswinst die het kapitalisatiestelsel jaarlijks moet overdragen naar het repartitiestelsel krachtens artikel 10 van voornoemde wet van 28 mei 1971.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de datum van inwerkingtreding van dit artikel, alsmede de modaliteiten van terugbetaling.
Art.24. Le régime de la répartition rembourse au régime de la capitalisation les charges résultant de l'indexation des rentes que ce dernier a supportées en 1996 et 1997, augmentées des intérêts calculés sur base du taux technique de 4 % visé à l'article 12 de l'arrêté royal du 13 septembre 1971 portant exécution de la loi du 28 mai 1971 réalisant l'unification et l'harmonisation des régimes de capitalisation institués dans le cadre des lois relatives à l'assurance en vue de la vieillesse et du décès prématuré.
  Les montants ainsi remboursés sont affectés à la reconstitution des réserves mathématiques du régime de la capitalisation régi par le chapitre Ier de la loi du 28 mai 1971 précitée et à l'assurance de l'équilibre actuariel de celui-ci jusqu'à son extinction complète, et ne font pas partie des bénéfices de gestion que le régime de la capitalisation doit transférer annuellement au régime de la répartition en vertu de l'article 10 de la loi du 28 mai 1971 précitée.
  Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, la date d'entrée en vigueur du présent article, ainsi que les modalités de remboursement.
HOOFDSTUK VII. - Gezinsbijslag.
CHAPITRE VII. - Allocations familiales.
Art.25. Artikel 56, § 3, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, opgeheven bij de wet van 22 december 1989, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " § 3. Voor de toepassing van de §§ 1 en 2, wordt het voortijdig pensioen wegens gezondheidsredenen beschouwd als een arbeidsongeschiktheid van ten minste 66 %. ".
Art.25. L'article 56, § 3, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, abrogé par la loi du 22 décembre 1989, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " § 3. Pour l'application des §§ 1er et 2, la pension prématurée pour motif de santé est considérée comme une incapacité de travail de 66 % au moins. ".
Art.26. In artikel 57, eerste lid, 2°, van dezelfde samengeordende wetten, vervangen bij de wet van 27 maart 1951, worden de woorden " , met uitzondering van een voortijdig pensioen wegens gezondheidsredenen, " ingevoegd tussen de woorden " pensioen " en " geniet ".
Art.26. Dans l'article 57, alinéa 1er, 2°, des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 27 mars 1951, les mots " , à l'exception d'une pension prématurée pour motif de santé, " sont insérés entre les mots " retraite " et " à charge ".
Art.27. In artikel 120 van dezelfde samengeordende wetten, gewijzigd bij de wet van 27 maart 1951, de koninklijke besluiten van 25 oktober 1960, 10 december 1964, 24 februari 1983 en de wet van 30 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " De rechtsvorderingen waarover de personen beschikken, aan wie de kinderbijslag, het kraamgeld en de adoptiepremie verschuldigd zijn of moeten uitbetaald worden, moeten binnen de drie jaar worden ingesteld. ";
  2° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  " Buiten de oorzaken vermeld in het Burgerlijk Wetboek, wordt de verjaring gestuit door een aanvraag of een klacht, bij gewone brief, fax of elektronische post verzonden naar de kinderbijslaginstelling die bevoegd is voor de toekenning van de gezinsbijslag, of door de neerlegging van een dergelijke aanvraag of klacht bij deze instelling. Naargelang van het geval, gebeurt de stuiting op de datum van het aangetekend schrijven, waarvoor de postdatum als bewijs geldt, of, bij gebreke eraan, op de datum van het ontvangstbewijs dat door de bevoegde kinderbijslaginstelling wordt afgeleverd aan de persoon die deze bijslag aanvraagt of opeist. ";
  3° het volgende lid wordt tussen het vierde en het vijfde lid ingevoegd :
  " In afwijking van het vierde lid geldt, naargelang van het geval, als datum voor de aanvraag of klacht die werd toegezonden aan de bevoegde kinderbijslaginstelling en die werd ingediend bij een onbevoegde Belgische instelling van sociale zekerheid, de datum van het aangetekend schrijven, waarvoor de postdatum geldt als bewijs, of, bij gebreke eraan, de ontvangstdatum die de laatst genoemde instelling aan de bevoegde kinderbijslaginstelling meedeelt. ";
  4° in het zesde lid dat het zevende lid wordt, worden de woorden " de compensatiekassen en de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers " vervangen door de woorden " de kinderbijslaginstellingen ".
Art.27. A l'article 120 des mêmes lois coordonnées, modifié par la loi du 27 mars 1951, les arrêtés royaux des 25 octobre 1960, 10 décembre 1964, 24 février 1983 et la loi du 30 décembre 1992, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Les actions dont disposent les personnes à qui les allocations familiales, l'allocation de naissance et la prime d'adoption sont dues ou doivent être versées, doivent être intentées dans les trois ans. ";
  2° l'alinéa 4 est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Outre les causes prévues au Code civil, la prescription est interrompue par l'envoi d'une demande ou d'une réclamation par courrier postal, télécopie ou courrier électronique, à l'organisme d'allocations familiales compétent pour l'octroi des prestations familiales, ou par le dépôt d'une telle demande ou réclamation auprès de cet organisme. L'interruption se produit, selon le cas, à la date du pli recommandé, le cachet de la poste faisant foi, ou, à défaut, à celle fixée par l'accusé de réception établi par l'organisme d'allocations familiales compétent à l'attention de la personne qui demande ou réclame ces prestations. ";
  3° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 4 et 5 :
  " Par dérogation à l'alinéa 4, la demande ou la réclamation transmise à l'organisme d'allocations familiales compétent, qui a été introduite auprès d'une institution de sécurité sociale belge incompétente, a pour date, selon le cas, celle du pli recommandé, le cachet de la poste faisant foi, ou, à défaut, celle à laquelle l'institution précitée atteste à l'attention de l'organisme d'allocations familiales compétent l'avoir reçue. ";
  4° dans l'alinéa 6 qui devient l'alinéa 7, les mots " les Caisses de compensation et l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés " sont remplacés par les mots " les organismes d'allocations familiales ".
Art.28. In artikel 7 van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag, vervangen door de wet van 29 december 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " De aanvraag om kinderbijslag en kraamgeld moet ingediend worden bij de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers bij gewone brief, fax, elektronische post of eenvoudigweg door neerlegging. De aanvraag heeft als datum deze van het aangetekend schrijven, waarvoor de postdatum als bewijs geldt, of, bij gebreke eraan, deze vastgesteld door het ontvangstbewijs dat door de Rijksdienst wordt afgeleverd aan de aanvrager. ";
  2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
  " In afwijking van het eerste lid heeft de aanvraag die werd toegezonden aan de Rijksdienst en die werd ingediend bij een onbevoegde Belgische instelling van sociale zekerheid, als datum deze van het aangetekend schrijven, waarvoor de postdatum geldt als bewijs, of, bij gebreke eraan, de ontvangstdatum die de laatst genoemde instelling aan de Rijksdienst meedeelt. ".
Art.28. A l'article 7 de la loi du 20 juillet 1971 instituant des prestations familiales garanties, remplacé par la loi du 29 décembre 1990, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
  " La demande d'allocations familiales et d'allocations de naissance doit être introduite à l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés, par courrier postal, télécopie, courrier électronique ou simple dépôt. La demande a pour date celle du pli recommandé, le cachet de la poste faisant foi, ou, à défaut, celle fixée par l'accusé de réceptionné. ";
  2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, la demande transmise à l'Office, qui a été introduite auprès d'une institution de sécurité sociale belge incompétente, a pour date, selon le cas, celle du pli recommandé, le cachet de la poste faisant foi, ou à défaut, celle à laquelle l'institution précitée atteste à l'attention dudit Office l'avoir reçue. ".
HOOFDSTUK VIII. - Jaarlijkse vakantie.
CHAPITRE VIII. - Vacances annuelles.
Art.29. In Artikel 17 van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoördineerd op 28 juni 1971, wordt het tweede lid opgeheven.
Art.29. A l'article 17 des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, coordonnées le 28 juin 1971, l'alinéa 2 est abrogé.
Art.30. In dezelfde wetten wordt een Hoofdstuk VI bis ingevoegd, luidende :
  " HOOFDSTUK VIbis. - De verjaring betreffende de vakantiegelden van de arbeiders en leerling-arbeiders.
  Art. 46bis. De vordering met het oog op de uitbetaling van het vakantiegeld van een arbeider of een leerling-arbeider verjaart na vijf jaar, vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft.
  De vordering met het oog op de terugvordering van het vakantiegeld of van het gedeelte van het bedrag ervan dat ten onrechte aan een arbeider of leerling-arbeider toegekend werd, verjaart na vijf jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft.
  Er mag niet afgezien worden van het voordeel van de in de vorige leden bedoelde verjaringen. Een aangetekende brief volstaat om een bij dit artikel bepaalde verjaring te stuiten. De stuiting kan hernieuwd worden. Een stuiting die jegens de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie of een bijzonder vakantiefonds verricht wordt geldt voor alle vakantiefondsen. ".
Art.30. Il est inséré dans la même loi, un chapitre VIbis rédigé comme suit :
  " CHAPITRE VIbis. - De la prescription concernant les pécules de vacances des ouvriers et apprentis ouvriers.
  Art. 46bis. L'action en paiement du pécule de vacances à un ouvrier ou à un apprenti-ouvrier se prescrit par cinq ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances.
  L'action en récupération du pécule de vacances ou de la partie de ce pécule indûment octroyé à un ouvrier ou à un apprenti-ouvrier se prescrit par cinq ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances.
  Il ne peut être renoncé au bénéfice des prescriptions visées aux alinéas précédents. Pour interrompre une prescription prévue au présent article, une lettre recommandée suffit. L'interruption peut être renouvelée. Une interruption accomplie à l'égard de l'Office national des vacances annuelles ou d'une caisse spéciale de vacances vaut pour l'ensemble des caisses de vacances. ".
Art.31. In artikel 60 van dezelfde wetten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 oktober 1978, worden de woorden " door verloop van drie jaar " vervangen door de woorden " door verloop van vijf jaar ".
Art.31. A l'article 60 des mêmes lois, modifié par l'arrêté royal du 23 octobre 1978, les mots " par trois ans " sont remplacés par les mots " par cinq ans ".
HOOFDSTUK IX. - Alternatieve financiering.
CHAPITRE IX. - Financement alternatif.
Art.32. In artikel 66 van de programmawet van 2 januari 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, tweede lid, worden de woorden " 178 231,8 miljoen Belgische frank " vervangen door de woorden " 4 418 251 duizend EUR ";
  2° in § 1 wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
  " Met ingang van 1 januari 2002 wordt het minimum bedrag vermeld in voorafgaand lid verhoogd met 25 384 duizend EUR. Dit laatste bedrag wordt ook jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen. ";
  3° in § 2, 1° worden de woorden " 1 376,3 miljoen Belgische frank " vervangen door de woorden " 40 902 duizend EUR ";
  4° § 2, eerste lid, wordt aangevuld als volgt :
  " 4° een bedrag van 25 384 duizend EUR ter financiering van het betaald educatief verlof. ";
  5° in § 2, eerste lid, 3° worden de woorden " § 1, derde lid " vervangen door de woorden " § 1, vierde lid ";
  6° § 3, 2° wordt vervangen als volgt :
  " 44 621 duizend EUR voor het jaar 2002, 66 931 duizend EUR voor de jaren 2003 tot 2008 en 69 410 duizend EUR voor het jaar 2009. ".
Art.32. A l'article 66 de la loi-programme du 2 janvier 2001, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, alinéa 2, les mots " 178 231,8 millions de francs belges " sont remplacés par les mots " 4 418 251 milliers EUR ";
  2° au § 1er, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  " A partir du 1er janvier 2002 le montant minimum visé à l'alinéa précédent est augmenté de 25 384 milliers EUR. Ce dernier montant est aussi adapté annuellement au taux de fluctuation de l'indice moyen des prix à la consommation. ";
  3° au § 2, 1°, les mots " 1 376,3 millions de francs belges " sont remplacés par les mots " 40 902 milliers EUR ";
  4° le § 2, alinéa 1er, est complété comme suit :
  " 4° un montant de 25 384 milliers EUR destinés au financement du congé éducation payé. ";
  5° au § 2, alinéa 1er, 3° les mots " § 1er, alinéa 3 " sont remplacés par les mots " § 1er, alinéa 4 ";
  6° le § 3, 2° est remplacé par la disposition suivante :
  " 44 621 milliers EUR pour l'année 2002, 66 931 milliers EUR pour les années 2003 à 2008 et 69 410 milliers EUR pour l'année 2009. ".
HOOFDSTUK X. - Geneeskundige verzorging en uitkeringen.
CHAPITRE X. - Soins de santé et indemnités.
Afdeling I. - Wijziging van de programmawet van 24 december 1993.
Section I. - Modification de la loi-programme du 24 décembre 1993.
Art. 33. § 1. De tabel die voorkomt in artikel 43, § 2, tweede lid, van de programmawet van 24 december 1993, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art. 33. § 1er. Le tableau figurant à l'article 43, § 2, alinéa 2, de la loi-programme du 24 décembre 1993, est remplacé par le tableau suivant :
'' Belastbaar inkomenReferentiebedrag

Änderungen

<td valign="top">----------------<tr><td valign="top">van 0 tot 13 400,00 EUR<td valign="top">446,00 EUR<tr><td valign="top">van 13 400,01 tot 20 600,00 EUR<td valign="top">644,00 EUR<tr><td valign="top">van 20 600,01 tot 27 800,00 EUR<td valign="top">991,00 EUR<tr><td valign="top">van 27 800,01 tot 34 700,00 EUR<td valign="top">1 388,00 EUR<tr><td valign="top">van 34 700,01 tot 49 600,00 EUR<td valign="top">1 784,00 EUR<tr><td valign="top">vanaf 49 600,01 EUR<td valign="top">2 478,00 EUR<tr><td valign="top">-------------------------<td valign="top">---------------- ''.</td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></table>'' Belastbaar inkomenReferentiebedrag-----------------------------------------van 0 tot 13 400,00 EUR446,00 EURvan 13 400,01 tot 20 600,00 EUR644,00 EURvan 20 600,01 tot 27 800,00 EUR991,00 EURvan 27 800,01 tot 34 700,00 EUR1 388,00 EURvan 34 700,01 tot 49 600,00 EUR1 784,00 EURvanaf 49 600,01 EUR2 478,00 EUR----------------------------------------- ''.
Bovenstaande bedragen worden voor de eerste maal in aanmerking genomen in het kader van de toepassing van de sociale vrijstelling van het remgeld met betrekking tot het jaar 2001.
§ 2. De in § 1 vermelde bedragen met betrekking tot het belastbaar inkomen worden jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk. De aanpassing is van toepassing per aanslagjaar.
De aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die wordt verkregen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar van de inkomsten te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar dat het jaar van de inkomsten voorafgaat.
Bij de berekening van de coëfficiënt worden de volgende afrondingen toegepast :
1° het gemiddelde van de indexcijfers wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdste van een punt naargelang het cijfer van het duizendste van een punt al dan niet 5 bereikt;
2° de coëfficiënt wordt afgerond tot het hogere of lagere tienduizendste naargelang het cijfer van het honderd duizendste al dan niet 5 bereikt.
Na de toepassing van de coëfficiënt worden de bedragen afgerond tot het hogere of lagere honderdste naargelang het cijfer van het duizendste al dan niet 5 bereikt.
De aanpassing aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk geschiedt voor de eerste maal voor de inkomsten van het jaar 2002 (aanslagjaar 2003).
'' Revenu imposableMontant de référence

Änderungen

<td valign="top">--------------------<tr><td valign="top">De 0 à 13 400,00 EUR<td valign="top">446,00 EUR<tr><td valign="top">De 13 400,01 à 20 600,00 EUR<td valign="top">644,00 EUR<tr><td valign="top">De 20 600,01 à 27 800,00 EUR<td valign="top">991,00 EUR<tr><td valign="top">De 27 800,01 à 34 700,00 EUR<td valign="top">1 388,00 EUR<tr><td valign="top">De 34 700,01 à 49 600,00 EUR<td valign="top">1 784,00 EUR<tr><td valign="top">A partir de 49 600,01 EUR<td valign="top">2 478,00 EUR<tr><td valign="top">--------------------------------<td valign="top">-------------------- ''.</td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></table>'' Revenu imposableMontant de référence----------------------------------------------------De 0 à 13 400,00 EUR446,00 EURDe 13 400,01 à 20 600,00 EUR644,00 EURDe 20 600,01 à 27 800,00 EUR991,00 EURDe 27 800,01 à 34 700,00 EUR1 388,00 EURDe 34 700,01 à 49 600,00 EUR1 784,00 EURA partir de 49 600,01 EUR2 478,00 EUR---------------------------------------------------- ''.
Les montants ci-dessus sont pris en considération pour la première fois dans le cadre de l'immunisation sociale du ticket modérateur relative à l'année 2001.
§ 2. Les montants relatifs au revenu imposable, visés au § 1er, sont adaptés annuellement à l'indice des prix à la consommation du Royaume. Cette adaptation est effectuée par exercice d'imposition.
L'adaptation est réalisée à l'aide du coefficient qui est obtenu en divisant la moyenne des indices des prix de l'année des revenus par la moyenne des indices de prix de l'année qui précède celle des revenus.
Pour le calcul du coefficient, on arrondit de la manière suivante :
1° la moyenne des indices est arrondie au centième supérieur ou inférieur d'un point selon que le chiffre des millièmes d'un point atteint ou non 5;
2° le coefficient est arrondi au dix millième supérieur ou inférieur selon que le chiffre des cent millièmes atteint ou non 5.
Après l'application du coefficient, les montants sont arrondis jusqu'au centième supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.
L'adaptation à l'indice des prix à la consommation du Royaume intervient pour la première fois sur les revenus de l'année 2002 (exercice d'imposition 2003).
Afdeling II. - Wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
Section II. - Modification de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
Art.34. Artikel 16, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt aangevuld als volgt :
  " 13° stelt, ter uitvoering van artikel 202, § 2, de voorlopige uitgaven van de verzekering voor geneeskundige verzorging vast. ".
Art.34. L'article 16, § 1er, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, est complété comme suit :
  " 13° arrête, en exécution de l'article 202, § 2, les dépenses provisoires de l'assurance soins de santé. ".
Art.35. In dezelfde wet wordt een artikel 36quater ingevoegd, luidende :
  " Art. 36quater. De Koning bepaalt, op gezamenlijke voordracht van de ministers die respectievelijk Sociale Zaken en Volksgezondheid onder hun bevoegdheid hebben, en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële tegemoetkoming verleent in de werking van de huisartsenkringen erkend overeenkomstig de normen vastgesteld op basis van artikel 9 van het koninklijk besluit nr 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen.
  Het bedoelde besluit wordt genomen op voorstel van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen. De ministers kunnen de termijn bepalen waarbinnen de Commissie een voorstel kan doen. Indien dat voorstel niet binnen de termijn wordt gedaan of indien de ministers zich er niet bij kunnen aansluiten, kunnen zij een eigen voorstel aan de Commissie voorleggen. De Commissie geeft dan advies over dat voorstel binnen de door de ministers bepaalde termijn. ".
Art.35. Un article 36quater rédigé comme suit est inséré dans la même loi :
  " Art. 36quater. Le Roi détermine sur la proposition conjointe des ministres ayant respectivement les Affaires sociales et la Santé publique dans leurs attributions, et par arrêté délibéré en Conseil des ministres les conditions dans lesquelles l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités accorde une intervention financière dans le fonctionnement des cercles de médecins généralistes agréés conformément aux normes fixées sur la base de l'article 9 de l'arrêté royal n° 78 relatif à l'exercice des professions de la santé.
  L'arrêté susvisé est pris sur la proposition de la Commission nationale médico-mutualiste. Les ministres peuvent fixer le délai dans lequel la Commission peut formuler une proposition. Si cette proposition n'est pas faite dans le délai ou si les ministres ne peuvent s'y rallier, ceux-ci peuvent soumettre leur propre proposition à la Commission. La Commission rend alors un avis sur cette proposition dans le délai fixé par les ministres. ".
Art.36. Artikel 37, § 19, eerste lid, 3°, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 16 april 1997, wordt aangevuld als volgt :
  " worden eveneens bedoeld, de rechthebbenden op de inkomensgarantie voor ouderen ingesteld bij de wet van 22 maart 2001, alsmede hun personen ten laste ".
Art.36. L'article 37, § 19, alinéa 1er, 3°, de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 16 avril 1997, est complété comme suit :
  " sont également visés les bénéficiaires de la garantie de revenus aux personnes âgées instituée par la loi du 22 mars 2001 ainsi que leurs personnes à charge ".
Art.37. In dezelfde gecoördineerde wet wordt een artikel 37quater ingevoegd, luidende :
  " De Koning kan bij een in besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad een procedure uitwerken waarbij de in artikel 37, §§ 1 en 12 bedoelde tegemoetkomingen en de in artikel 44, § 1 bedoelde honoraria in hoofde van een individuele verstrekker worden verminderd indien wordt vastgesteld dat deze verstrekker op significante wijze het evaluatie-instrument, dat mede dient om de tegemoetkoming vanwege de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor één of meerdere rechthebbenden vast te stellen, verkeerd toepast.
  Daartoe bepaalt de Koning :
  (a) op basis van welke elementen kan beslist worden tot de vermindering;
  (b) wat moet worden verstaan onder " op significante wijze het evaluatie-instrument verkeerd toepassen ";
  (c) welke de vermindering is van de tegemoetkomingen en van de honoraria;
  (d) welke de termijn is van deze vermindering en hoe deze wordt bepaald;
  (e) wie belast wordt met de uitvoering ervan.
  Daarbij moet rekening worden gehouden met de financiële weerslag die volgt uit een verkeerde inschatting van de zorgafhankelijkheid en/of zorgbehoevendheid en met een multiplicator die er voor moet zorgen dat de vermindering van de tegemoetkomingen en honoraria groter is dan het berekende of geschatte financiële voordeel dat voortvloeit uit de verkeerde toepassing van het evaluatie-instrument.
  Deze vermindering van de tegemoetkomingen en van de honoraria mag op geen enkele wijze door de betrokken zorgverlener worden teruggevorderd van de rechthebbenden. ".
Art.37. Un article 37quater rédigé comme suit, est inséré dans la même loi coordonnée :
  " Le Roi peut fixer, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, une procédure permettant de réduire, pour un dispensateur individuel, les interventions visées dans l'article 37, §§ 1er et 12, et les honoraires visés dans l'article 44, § 1er, s'il est constaté que ce dispensateur applique, à mauvais escient de façon significative, l'instrument d'évaluation servant également à déterminer l'intervention de l'assurance soins de santé obligatoire pour un ou plusieurs bénéficiaires.
  A cet effet, le Roi détermine :
  (a) sur la base de quels éléments, il peut être décidé de procéder à la réduction;
  (b) ce qu'il convient d'entendre par " applique à mauvais escient de façon significative l'instrument d'évaluation ";
  (c) quelle est la réduction des interventions et des honoraires;
  (d) quelle est la période pendant laquelle s'applique cette réduction et de quelle manière celle-ci est fixée;
  (e) qui est chargé de son exécution.
  Il convient en outre de tenir compte de l'incidence financière d'une mauvaise estimation de la dépendance et/ou besoin en matière de soins, ainsi que d'un multiplicateur qui doit garantir que la réduction des interventions et des honoraires dépassera l'avantage financier calculé ou estimé qui découle de la mauvaise application de l'instrument d'évaluation.
  Cette réduction des interventions et des honoraires ne peut en aucune façon être récupérée par le dispensateur de soins concerné auprès des bénéficiaires. ".
Art.38. Artikel 40, § 4, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 april 1997, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De globale begrotingsdoelstelling kan door de Algemene Raad, onverminderd de toepassing van artikel 16 § 3, op voorstel van de minister worden aangepast, om rekening te houden met de in artikel 59 en 69 bedoelde algebraïsche verschillen alsmede met wijzigingen in de verzekeringstegemoetkoming met toepassing van artikel 64bis. ".
Art.38. L'article 40, § 4, de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 25 avril 1997, est complété par l'alinéa suivant :
  " L'objectif budgétaire global peut être adapté par le Conseil général, sans préjudice de l'application de l'article 16, § 3, sur la proposition du ministre, afin de tenir compte des différences algébriques visées aux articles 59 et 69 ainsi que des modifications dans l'intervention de l'assurance en application de l'article 64bis. ".
Art.39. In artikel 56, § 2, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001 wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " De uitgaven die met de betrokken overeenkomsten gepaard gaan worden aangerekend op de begroting voor administratiekosten van het Instituut en integraal ten laste genomen door de tak geneeskundige verzorging. ".
Art.39. Dans l'article 56, § 2, de la même loi, remplacé par la loi du 10 août 2001, l'alinéa 2 est remplacé comme suit :
  " Les dépenses qui accompagnent les conventions en question sont imputées au budget prévu pour les frais d'administration de l'Institut et sont intégralement prises en charge par le secteur des soins de santé. ".
Art.40. In artikel 59 van dezelfde wet, wordt een zevende lid toegevoegd luidende :
  " Hoger vermelde algebraïsche verschillen die betrekking hebben op de jaren vanaf 2001 worden niet afzonderlijk verrekend voor de niet in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden en voor de in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden indien de algebraïsche verschillen een verschillende teken hebben en beide verschillen minder dan 2 percent afwijken van de globale budgetten van de financiële middelen; in dat geval wordt de nettoverrekening doorgevoerd in de component met het grootste nominaal verschil. ".
Art.40. Dans l'article 59 de la même loi est ajouté un alinéa 7, rédigé comme suit :
  " Les différences algébriques précitées, qui se rapportent à des années à partir de l'année 2001, ne sont pas incorporées séparément pour les bénéficiaires non hospitalisés et pour les bénéficiaires hospitalisés lorsque les différences algébriques ont un signe différent et que les deux différences s'écartent de moins de 2 pour cent des budgets globaux des moyens financiers; dans ce cas, l'incorporation nette est incorporée dans la composante présentant l'écart nominal le plus important. ".
Art.41. In artikel 69 van dezelfde wet wordt het eerste lid aangevuld als volgt :
  " De globalisering van de verrekening van de algebraïsche verschillen is onderworpen aan dezelfde regels als deze bedoeld in artikel 59. ".
Art.41. Dans l'article 69 de la même loi, l'alinéa 1er est complété par le texte suivant :
  " La globalisation de l'incorporation des différences algébriques est soumise aux mêmes règles que celles prévues à l'article 59. ".
Art.42. In artikel 165 van dezelfde wet, wordt een lid toegevoegd, luidend als volgt :
  " De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen dat voor de in artikel 34, 5°, bedoelde verstrekkingen de basis waarop de verzekeringstegemoetkoming door de erkende teriferingsdiensten wordt berekend die de verzekeringsinstellingen verschuldigd zijn aan de apothekers met een voor het publiek toegankelijke officina en aan de geneesheren die een vergunning hebben om een geneesmiddelendepot te houden, verminderd wordt met maximaal 15 % van het bedrag van het persoonlijk aandeel dat voor rekening van de rechthebbende wordt gelaten, zoals bedoeld in artikel 37, § 2 en § 4. ".
Art.42. A l'article 165 de la même loi un alinéa est ajouté, rédigé comme suit :
  " Le Roi peut déterminer par arrêté en conseil des Ministres que pour les fournitures visées à l'article 34, 5°, la base sur laquelle est calculée par les offices de tarification l'intervention de l'assurance due par les organismes assureurs aux pharmaciens tenant officines ouvertes au public et aux médecins autorisés à tenir un dépôt de médicaments, est diminuée de maximum 15 % du montant de l'intervention personnelle qui est laissé à charge des bénéficiaires, telle que visée à l'article 37, § 2 et § 4. ".
Art.43. In artikel 202 van dezelfde gecoördineerde wet, waarvan de huidige tekst § 1 wordt, wordt een § 2 ingevoegd, luidende :
  " § 2. De voorlopige uitgaven van de verzekering voor geneeskundige verzorging, vastgesteld door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut, worden aan de Algemene Raad voorgelegd binnen de vier maanden na het einde van het dienstjaar.
  Indien de voorlopige uitgaven de begrotingsdoelstelling overschrijden, stort het Instituut aan iedere verzekeringsinstelling een voorschot op de definitieve afsluiting van de rekeningen voor het einde van de maand volgend op de goedkeuring door de Algemene Raad van de voorlopige uitgaven van de verzekering.
  Dit voorschot is gelijk aan het verschil tussen het bedrag van de begrotingsdoelstelling en het bedrag van de voorlopige uitgaven, verminderd voor het jaar 2000 met 20 pct. van dit verschil beperkt tot 2 pct. van de begrotingsdoelstelling en, voor de volgende jaren, met 25 pct. van dit verschil beperkt tot 2 pct. van de begrotingsdoelstelling.
  Dit voorschot wordt tussen de verzekeringsinstellingen verdeeld overeenkomstig § 1, tweede lid.
  In afwijking van het eerste lid, moeten de voorlopige uitgaven van het jaar 2000 aan de Algemene Raad niet binnen de vier maanden na het einde van het dienstjaar voorgelegd worden. ".
Art.43. A l'article 202 de la même loi coordonnée dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Les dépenses provisoires de l'assurance soins de santé, établies par le Service des soins de santé de l'Institut, sont, dans les quatre mois après la fin de l'exercice, soumises au Conseil général.
  Dans le cas où les dépenses provisoires sont supérieures à l'objectif budgétaire, l'Institut verse à chaque organisme assureur une avance sur la clôture définitive des comptes avant la fin du mois qui suit l'approbation par le Conseil général des dépenses provisoires de l'assurance.
  Cette avance est égale à la différence entre le montant de l'objectif budgétaire et le montant des dépenses provisoires, diminuée, pour l'année 2000, de 20 % de cette différence limitée à 2 % de l'objectif budgétaire et, pour les années suivantes, de 25 % de cette différence limitée à 2 % de l'objectif budgétaire.
  La répartition de cette avance entre organismes assureurs se fait conformément au § 1er, alinéa 2.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les dépenses provisoires de l'année 2000 ne doivent pas être soumises au Conseil général dans les quatre mois après la fin de l'exercice. ".
Art.44. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de Technisch geneeskundige raad bedoeld in artikel 27 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de periode van 1 januari 2002 tot 30 april 2002 wijzigingen aanbrengen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen bedoeld in artikel 35, § 1, van voornoemde wet zonder rekening te houden met de procedurevoorschriften bedoeld in artikel 35, § 2, van voornoemde wet, voor zover op 31 december 2001 door de Nationale Commissie Geneesheren ziekenfondsen bedoeld in artikel 50 van voornoemde wet aan de minister geen voorstellen van de Technisch geneeskundige raad werden medegedeeld welke leiden tot een besparing op jaarbasis voor een bedrag van 40 miljoen euro.
Art.44. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres et après avis du Conseil technique médical mentionné à l'article 27 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, apporter, pour la période du 1er janvier 2002 au 30 avril 2002, des modifications à la nomenclature des prestations de santé visée dans l'article 35, § 1er de la loi précitée, sans tenir compte des prescriptions de procédure figurant à l'article 35, § 2, de la loi précitée, pour autant qu'au 31 décembre 2001, la Commission nationale médico-mutualiste mentionnée à l'article 50 de la loi précitee n'ait pas transmis au ministre les propositions du Conseil technique médical permettant de réaliser une économie qui, sur une base annuelle, s'élève à un montant de 40 millions d'euros.
HOOFDSTUK XI. - Wijziging van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten.
CHAPITRE XI. - Modification de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés.
Art.45. In artikel 13, § 1, 1° van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, laatst gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998, worden de woorden " de inkomensgarantie voor ouderen " ingevoegd tussen de woorden " rust- en overlevingspensioenen " en de woorden " en het gewaarborgd inkomen voor bejaarden ".
Art.45. Dans l'article 13, § 1er, 1°, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés, modifiée en dernier lieu par la loi du 22 février 1998, les mots " à la garantie de revenus aux personnes âgées " sont insérés entre les mots " pensions de survie et de retraite " et les mots " et au revenu garanti aux personnes âgées ".
HOOFDSTUK XII. - Terugbetaling Maribel bis en ter.
CHAPITRE XII. - Remboursement Maribel bis en ter.
Art.46. Artikel 37bis, § 4, vijfde lid, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, ingevoegd bij de wet van 24 december 1999, wordt vervangen door de volgende leden :
  " De bovenvermelde bedragen worden gelijkgesteld met de socialezekerheidsbijdragen wat de aanwijzing van de bevoegde rechter in geval van geschil betreft, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de instellingen belast met de inning en de invordering van de bijdragen.
  Een som overeenstemmend met 40,17 % van de tot 31 december 2001 in uitvoering van de §§ 1 tot 4 terugbetaalde bedragen, moet betaald worden op de thesaurierekening. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de inningsmodaliteiten alsmede het bedrag van de administratieve sancties vastleggen in geval van niet-betaling, binnen de vastgestelde termijn, van de hiervoren vermelde som.
  De werkgever kan kiezen tussen een éénmalige terugbetaling van het totaal bedrag vóór 31 december 2002 en een jaarlijkse terugbetaling in drie schijven, aanvangend in 2002. Elke schijf vertegenwoordigt één derde van het totaal bedrag verhoogd met een verwijlintrest waarvan de rentevoet wordt bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en die loopt vanaf 1 januari 2003 tot op het ogenblik waarop de betaling van de schijf is verschuldigd.
  De aldus terugbetaalde bedragen zijn geen aftrekbare beroepslasten in de zin van artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
  De terugbetalingen die zullen verricht worden vanaf 1 januari 2002 zijn geen aftrekbare beroepslasten in de zin van artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. ".
Art.46. L'article 37bis, § 4, alinéa 5, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, inséré par la loi du 24 décembre 1999, est remplacé par les alinéas suivants :
  " Les montants susvisés sont assimilés à des cotisations de sécurité sociale en ce qui concerne la désignation du juge compétent en cas de litige, le privilège et la communication du montant de la créance des organismes chargés de la perception et du recouvrement des cotisations.
  Doit être payée au compte de trésorerie, une somme correspondant à 40,17 % des montants payés conformément aux §§ 1er à 4 jusqu'au 31 décembre 2001. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer les modalités de perception ainsi que le montant des sanctions administratives en cas de non-paiement de la somme précitée dans le délai fixé.
  L'employeur a le choix entre le remboursement du montant total en une seule fois avant le 31 décembre 2002 et le remboursement annuel en trois tranches, débutant en 2002. Chaque tranche représente un tiers du montant total augmenté d'un intérêt de retard dont le taux est fixé par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres et qui court à partir du 1er janvier 2003 jusqu'au moment auquel le paiement de la tranche est dû.
  Les montants ainsi remboursés ne constituent pas une charge professionnelle déductible au sens de l'article 49 du Code des impôts sur les revenus 1992.
  Les remboursements qui sont effectués à partir du 1er janvier 2002 ne constituent pas des charges professionnelles déductibles au sens de l'article 49 du Code des impôts sur le revenu 1992. ".
TITEL III. - Volksgezondheid.
TITRE III. - Santé publique.
HOOFDSTUK I. - Het wetenschappelijk instituut volksgezondheid Louis Pasteur.
CHAPITRE I. - L'institut scientifique de la santé publique Louis Pasteur.
Art.47. § 1. De Koning kan de regels inzake goede laboratoriumpraktijken vaststellen. De Koning kan tevens de voorwaarden en de modaliteiten vaststellen waaronder de laboratoria de studies over de eigenschappen van chemische stoffen kunnen uitvoeren.
  § 2. [1 Sciensano]1 heeft tot taak het toezicht uit te oefenen op de naleving van deze regels alsook op de uitvoering van deze regels bij proeven op scheikundige stoffen. Te dien einde heeft [1 Sciensano]1 binnen dit kader als opdracht :
  - het toekennen van certificaten die verklaren dat de goede laboratoriumpraktijken nageleefd worden, alsook eventueel de schorsing of intrekking van deze certificaten;
  - het coördineren en controleren van de coherente en transparante toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken;
  - het verzekeren van het verzamelen, verspreiden en publiceren van inlichtingen met betrekking tot de activiteiten op dit gebied;
  - het verzekeren dat alle belanghebbende partijen worden betrokken bij de activiteiten inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken;
  - het bevorderen en coördineren van alle inspanningen die leiden tot akkoorden van wederzijdse erkenning op internationaal vlak;
  - het verstrekken van adviezen handelend over alle aspecten betreffende de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken.
  § 3. De Koning kan voor elk optreden van [1 Sciensano]1 met het oog op de toepassing van de bepalingen opgenomen in de §§ 1 en 2 of van de besluiten tot uitvoering ervan de retributies vaststellen ten laste van de laboratoria die studies over de eigenschappen van chemische stoffen uitvoeren. De koning kan tevens de modaliteiten tot betaling ervan vaststellen.
  De bedragen die voortkomen uit deze retributies zijn bestemd voor de financiering van de opdrachten die voor [1 Sciensano]1 uit de bepalingen opgenomen in de §§ 1 en 2 voortvloeien.
  De Koning stelt de regels vast inzake het financieel beheer van de inkomsten en uitgaven van [1 Sciensano]1 met betrekking tot het toezicht op de conformiteit met de beginselen van goede laboratoriumpraktijken.
  § 4. Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van de gerechtelijke politie, oefenen de ambtenaren of beambten van [1 Sciensano]1 toezicht uit op de toepassing van de bepalingen opgenomen in de §§ 1, 2 en 3 en van de ter uitvoering ervan getroffen besluiten.
  Te dien einde hebben zij toegang tot alle laboratoria waar studies over de eigenschappen van chemische stoffen worden uitgevoerd.
  § 5. Artikel 195, § 1, 2° van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen en het artikel 222, eerste lid, 2°, van de wet van 22 februari 1998 houdende sociale bepalingen worden opgeheven.
  
Art.47. § 1er. Le Roi peut fixer les règles de bonnes pratiques de laboratoire. Le Roi peut également fixer les conditions dans lesquelles et les modalités selon lesquelles les laboratoires peuvent effectuer les études relatives aux caractéristiques des substances chimiques.
  § 2. [1 Sciensano]1 a la tâche de surveiller l'application de ces règles ainsi que leur mise en application pour les essais effectués sur les substances chimiques. A cet fin, [1 Sciensano]1 a dans ce cadre pour mission :
  - d'octroyer les certificats qui déclarent que les bonnes pratiques de laboratoire sont appliquées ainsi que, éventuellement, la suspension ou le retrait de ces certificats;
  - de coordonner et de contrôler l'application cohérente et transparente des principes de bonnes pratiques de laboratoire;
  - d'assurer la collecte, la circulation et la publication d'informations relatives aux activités dans ce domaine;
  - d'assurer que toutes les parties intéressées soient associées aux activités d'application des principes de bonnes pratiques de laboratoire;
  - de stimuler et de coordonner tous les efforts menant à des accords de reconnaissance mutuelle sur le plan international;
  - de remettre des avis portant sur tous les aspects concernant l'application des principes de bonnes pratiques de laboratoire.
  § 3. Le Roi peut déterminer des rétributions à charge des laboratoires qui effectuent des études relatives aux caractéristiques des substances chimiques pour chaque intervention de [1 Sciensano]1 en vue de l'application des dispositions reprises aux §§ 1er et 2 ou de leurs arrêtés d'exécution. Le Roi peut également déterminer les modalités de leur paiement.
  Les sommes provenant de ces redevances sont également destinees à financer les missions qui résultent des dispositions reprises aux §§ 1er et 2 pour [1 Sciensano]1.
  Le Roi détermine les règles relatives à la gestion financière des recettes et des dépenses de [1 Sciensano]1 relatives au contrôle de conformité avec les principes de bonnes pratiques de laboratoire.
  § 4. Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire, les fonctionnaires ou agents de [1 Sciensano]1 surveillent l'application des dispositions reprises aux § 1er, 2 et 3 ainsi que des arrêtés pris en exécution de celles-ci.
  A cette fin, ils peuvent pénétrer dans tous les laboratoires où des études relatives aux caractéristiques des substances chimiques sont effectuées.
  § 5. L'article 195, § 1er, 2° de la loi du 21 décembre 1994 portant des dispositions sociales et diverses et l'article 222, alinéa 1er, 2°, de la loi du 22 février 1998 portant des dispositions sociales sont abrogés.
  
HOOFDSTUK II. - Algemene farmaceutische inspectie.
CHAPITRE II. - Inspection générale de la pharmacie.
Art.48. Artikel 5, § 1, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, vervangen bij de wet van 20 oktober 1998, wordt aangevuld als volgt :
  " en aan deze bedoeld in artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde ".
Art.48. L'article 5, § 1er, de la loi du 25 mars 1964 sur les medicaments, remplacé par la loi du 20 octobre 1998, est complété comme suit :
  " et à ceux visés à l'article 4 de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire ".
Art.49. In artikel 6, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 en gewijzigd bij de wet van 12 augustus 2000, worden tussen de woorden " in psychiatrische verzorgingstehuizen " en de woorden " en in beschutte woningen " de woorden " in asielzoekerscentra, in gespecialiseerde centra voor drugsverslaafden " ingevoegd.
Art.49. A l'article 6, § 2, de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 8 août 1997 et modifié par la loi du 12 août 2000, les mots " en centres d'accueil pour demandeurs d'asile, en centres spécialisés pour les toxicomanes " sont insérés entre les mots " en maison de soins psychiatriques " et les mots " et en habitations protégées ".
Art.50. Artikel 14, § 2, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De officieren van gerechtelijke politie en de ambtenaren of beambten, daartoe door de Koning aangewezen, hebben toegang tot alle plaatsen bestemd voor de verkoop of de aflevering van geneesmiddelen, enkelvoudige of samengestelde substanties, voorwerpen of apparaten bedoeld in de artikelen 1 en 1bis van deze wet, gedurende de uren dat zij voor het publiek toegankelijk zijn.
  Gedurende dezelfde uren hebben zij ook toegang tot de depots die bij de in het vorig lid bedoelde plaatsen aansluiten, zelfs wanneer die depots voor het publiek niet toegankelijk zijn. Zij mogen te allen tijde de lokalen betreden welke dienen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van geneesmiddelen, enkelvoudige of samengestelde substanties, voorwerpen of apparaten bedoeld in de artikelen 1 en 1bis van deze wet. ".
Art.50. L'article 14, § 2, de la même loi, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Les officiers de police judiciaire et les fonctionnaires ou agents désignés à cette fin par le Roi, peuvent pénétrer dans les lieux quelconques affectés à la vente ou à la délivrance des médicaments, substances, compositions, objets ou appareils vises aux articles 1er et 1erbis de la présente loi, pendant les heures où ils sont ouverts au public.
  Il peuvent pénétrer aussi, pendant les mêmes heures, dans les dépôts annexés aux locaux et lieux visés à l'alinéa précédent, même lorsque ces dépôts ne sont pas ouverts au public. Ils peuvent à toute heure, pénétrer dans les locaux qui servent à la fabrication, a la préparation, à la conservation ou à l'entreposage des médicaments, substances, compositions, objets ou appareils vises aux articles 1er et 1erbis de la présente loi. ".
HOOFDSTUK III. - Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
CHAPITRE III. - L'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
Art.51. In artikel 6, § 3, § 4, eerste lid, en § 5, eerste en vierde lid, en in artikel 8, eerste, tweede en vierde lid van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen, bekrachtigd bij de wet van 19 juli 2001 worden de woorden " dierengezondheid of plantenbescherming " ingevoegd na het woord " volksgezondheid ".
Art.51. A l'article 6, § 3, § 4, alinéa 1er et § 5, alinéas 1er et 4, et à l'article 8, alinéas 1er, 2 et 4 de l'arrêté royal du 22 fevrier 2001 organisant les contrôles effectués par l'Agence fédérale pour la Sécurite de la Chaîne alimentaire et modifiant diverses dispositions légales, confirmé par le loi du 19 juillet 2001, les mots " , santé animale ou protection des plantes " sont insérés après les mots " santé publique ".
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel.
CHAPITRE IV. - Modification de la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes.
Art.52. Artikel 7 van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, opgeheven bij de wet van 13 juli 1981, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Art. 7. Ter financiering van het laboratoriumonderzoek voor het opsporen bij slachtdieren van een door de Koning aangewezen overdraagbare ziekte, kan, bij één of meerdere operator(en) die Hij aanwijst een recht worden geïnd waarvan het bedrag, alsmede de wijze van berekening, inning en koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen door Hem, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, worden bepaald. Hij bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, tevens de nadere regels inzake betaling en doorrekening van het recht, alsmede de nadere regels inzake het verstrekken van een bankgarantie of een waarborg en de gevolgen van het niet of laattijdig betalen van het recht. Uitgezonderd voor wat de particuliere slachtingen betreft, kan het recht niet worden doorgerekend naar de kweker van het dier.
  De bepalingen van artikel 6, zesde tot achtste lid zijn van toepassing bij niet betaling van de rechten bedoeld in dit artikel.
  Het koninklijk besluit genomen in uitvoering van dit artikel is van rechtswege opgeheven met terugwerkende kracht tot op de dag van zijn inwerkingtreding wanneer het door de wetgever niet werd bekrachtigd binnen het jaar volgend op dat van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. ".
Art.52. L'article 7 de la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes, abrogé par la loi du 13 juillet 1981, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 7. En vue du financement de l'examen de laboratoire pour la recherche chez les animaux de boucherie d'une maladie transmissible désignée par le Roi, il peut être perçu auprès d'un ou plusieurs opérateur(s) qu'Il désigne, un droit dont le montant, ainsi que le mode de calcul, de perception et de liaison à l'indice des prix à la consommation sont fixés par Lui, par arrêté délibéré en Conseil des ministres. Il détermine également par arrêté délibéré en Conseil des ministres les modalités de paiement et de répercussion du droit, de même que les modalités d'octroi d'une garantie bancaire ou d'une caution et les conséquences du non-paiement ou du paiement tardif du droit. Sauf en ce qui concerne les abattages particuliers, le droit ne peut pas être répercuté vers l'éleveur de l'animal.
  Les dispositions de l'article 6, alinéa 6 à 8 sont applicables en cas de non-paiement des droits visés au présent article.
  L'arrêté royal pris en exécution du présent article est abrogé de plein droit avec effet rétroactif à la date de son entrée en vigueur lorsqu'il n'a pas été confirmé par le législateur dans l'année qui suit celle de sa publication au Moniteur belge. ".
HOOFDSTUK V. - Wijziging van het koninklijk besluit van 28 september 1999 betreffende de financiering van het Instituut voor veterinaire keuring.
CHAPITRE V. - Modification de l'arrêté royal du 28 septembre 1999 relatif au financement de l'Institut d'expertise vétérinaire.
Art.53. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 september 1999 betreffende de financiering van het Instituut voor veterinaire keuring wordt aangevuld met een § 5 luidend als volgt :
  " § 5. De minister kan, voor soorten gevogelte waarvan het geslacht gewicht lager is dan 1 kg die hij aanduidt, bepalen dat de bedragen bedoeld in de §§ 1, 1° en 2, 1° van dit artikel verschuldigd zijn volgens een door hem vast te stellen aantal eenheden. ".
Art.53. L'article 3 de l'arrêté royal du 28 septembre 1999 relatif au financement de l'Institut d'expertise vétérinaire, est complété d'un § 5, libellé comme suit :
  " § 5. Le ministre peut, pour des types de volailles dont le poids carcasse est inférieur à 1 kg, qu'il indique, déterminer que les montants visés aux §§ 1er, 1° et 2, 1° du présent article sont dus par quantité d'unité de volailles qu'il fixe. ".
HOOFDSTUK VI. - Financiering van de BSE-testen 2001.
CHAPITRE VI. - Financement des tests ESB 2001.
Art.54. Voor het jaar 2001 worden de kosten van de snelle test voor het opsporen van boviene spongiforme encefalopathie, uitgevoerd op ter slachting aangeboden runderen waarvoor de test verplicht is opgelegd, aangerekend op de begroting van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.
  Het bepaalde in vorig lid is niet van toepassing op de snelle tests uitgevoerd op ter slachting aangeboden runderen die minder dan 30 dagen op het Belgisch grondgebied hebben verbleven en die afkomstig zijn uit Duitsland, Denemarken, Frankrijk, Spanje, Nederland en Portugal. De kosten verbonden aan de uitvoering van deze snelle tests bedragen 148,74 EUR per rund, BTW inbegrepen voor de periode van 1 januari 2001 tot 30 juni 2001 en 99,16 EUR per rund, BTW inbegrepen voor de periode van 1 juli 2001 tot 31 december 2001. Zij blijven ten laste van de eigenaar van de dieren.
  Het bedrag bedoeld in het tweede lid wordt door de exploitant van het slachthuis geïnd en maandelijks gestort op PCR. nr. 679-2005938-75 met vermelding BSE, ten gunste van de thesaurierekening 87021221C van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.
Art.54. Pour l'année 2001, les frais du test rapide pour la recherche de l'encéphalopathie spongiforme bovine, effectué sur des bovins présentés à l'abattage pour lesquels le test est rendu obligatoire, sont imputés au budget du ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement.
  Les dispositions de l'alinéa précédent ne sont pas applicables aux tests rapides effectués sur des bovins présentés à l'abattage qui ont résidé moins de 30 jours sur le territoire belge et qui proviennent d'Allemagne, du Danemark, de la France, de l'Espagne, des Pays-Bas et du Portugal. Les frais liés à l'exécution de ces tests rapides s'élèvent à 148,74 EUR par bovin, TVA incluse, pour la période du 1er janvier 2001 au 30 juin 2001 et à 99,16 EUR par bovin, TVA incluse, pour la période du 1er juillet 2001 au 31 décembre 2001. Ils restent à charge du propriétaire des animaux.
  Le montant vise a l'alinéa 2 est perçu par l'exploitant de l'abattoir et versé mensuellement au CCP n° 679-2005938-75 avec mention ESB, au profit du compte de trésorerie 87021221C du ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement.
TITEL IV. - Werkgelegenheid.
TITRE IV. - Emploi.
HOOFDSTUK I. - Inhouding op de brugpensioenen.
CHAPITRE I. - Retenue sur les prépensions.
Art.55. In artikel 50 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, 3°, wordt het bedrag " 300 000 BEF " vervangen door het bedrag " 7 436,81 EUR ";
  2° in § 1 wordt het tweede lid vervangen door de volgende leden :
  " Deze inhouding samen met de inhouding van 3,5 pct. bedoeld in het koninklijk besluit nr. 33 van 30 maart 1982 betreffende een inhouding op invaliditeitsuitkeringen en brugpensioenen, mag niet tot gevolg hebben dat het bedrag van de vermelde sociale uitkeringen wordt verminderd tot een bedrag lager dan 938,50 EUR per maand, verhoogd met 191,94 EUR voor de rechthebbenden met gezinslast.
  De bedragen vermeld in het vorige lid zijn gekoppeld aan de spilindex 103,14 geldend op 1 juni 1999 (basis 1996 = 100). Deze bedragen worden aangepast overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de Openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
  De verhoging of de vermindering wordt toegepast vanaf de dag bepaald in artikel 6, 3°, van voornoemde wet. De nieuwe bedragen worden bekomen door de basisbedragen te vermenigvuldigen met een multiplicator gelijk aan 1,0200n, waarbij n overeenstemt met de rang van de bereikte spilindex, zonder dat een intermediaire afronding geschiedt. De spilindex volgend op deze vermeld in het vorige lid wordt als rang 1 beschouwd. De multiplicator wordt uitgedrukt in eenheden, gevolgd door 4 cijfers. Het vijfde cijfer na de komma wordt weggelaten en leidt tot een verhoging met één eenheid van het vorige cijfer indien het ten minste 5 bereikt.
  Wanneer het overeenkomstig de vorige leden berekende bedrag een gedeelte van een cent bevat, wordt het tot de hogere of lagere cent afgerond naargelang het gedeelte al dan niet 0,5 bereikt.
  De overeenkomstig de vorige leden bekomen basisbedragen worden verhoogd door vermenigvuldiging met de coëfficiënten die werden vastgesteld door de Nationale Arbeidsraad met het oog op de herwaardering van het begrensde bruto maandloon en van de aanvullende vergoedingen. Voor het jaar 2002 geschiedt dit door vermenigvuldiging met 1,010 maal 1,012 maal de coëfficiënt vastgesteld voor 2002. Op 1 januari van elk daaropvolgend jaar wordt deze reeks vervolledigd door vermenigvuldiging met de nieuwe coëfficiënt geldend voor de brugpensioenen die sinds ten minste één jaar zijn aangevangen.
  Wanneer het overeenkomstig het vorige lid berekende bedrag een gedeelte van een cent bevat, wordt het tot de hogere of lagere cent afgerond naargelang het gedeelte al dan niet 0,5 bereikt.
  In geval van halftijds brugpensioen worden de overeenkomstig de vorige leden bekomen bedragen gehalveerd en afgerond overeenkomstig het vorige lid. ";
  3° in § 3 worden de woorden " en tweede lid " geschrapt.
Art.55. A l'article 50 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, alinéa 1er, 3°, le montant " 300 000 BEF " est remplacé par le montant " 7 436,81 EUR ";
  2° au § 1er, l'alinéa 2 est remplacé par les alinéas suivants :
  " Cette retenue, cumulée avec la retenue de 3,5 p.c. visée dans l'arrêté royal n° 33 du 30 mars 1982 relatif à une retenue sur des indemnités d'invalidité et des prépensions, ne peut avoir pour effet de réduire le montant des allocations sociales précitées à un montant inférieur à 938,50 EUR par mois, augmenté de 191,94 EUR pour les bénéficiaires ayant charge de famille.
  Les montants mentionnés à l'alinéa précedent sont liés à l'indice-pivot 103,14, en vigueur le 1er juin 1999 (base 1996 = 100). Ces montants sont adaptés conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
  L'augmentation ou la diminution est appliquée à partir du jour fixé par l'article 6, 3°, de la loi précitée. Les nouveaux montants sont obtenus par la multiplication des montants de base par un multiplicateur égal à 1,0200n, où n représente le rang de l'indice-pivot atteint, sans qu'il y ait un arrondissement intermédiaire. L'indice-pivot qui suit celui mentionné à l'alinéa précédent, est considéré comme rang 1. Le multiplicateur est exprimé en unités, suivies de 4 chiffres. Le cinquième chiffre après la virgule est supprimé et entraîne une augmentation du chiffre précédent d'une unité lorsqu'il atteint au moins 5.
  Lorsque le montant calculé conformément aux alinéas précédents, comporte une fraction de cent, il est arrondi au cent supérieur ou inférieur selon que la fraction atteint ou n'atteint pas 0,5.
  Les montants de base, obtenus conformément aux alinéas précédents, sont augmentés par multiplication par les coefficients fixés par le Conseil national du Travail en vue de la revalorisation du plafond de rémunération mensuelle brute et de l'indemnité complémentaire. Pour l'année 2002, ceci s'effectue en multipliant par 1,010 fois 1,012 fois le coefficient fixé pour l'année 2002. Au 1er janvier de chaque année suivante, cette série est complétée par la multiplication par le nouveau coefficient applicable aux prépensions qui ont débuté depuis au moins un an.
  Lorsque le montant calculé conformément à l'alinéa précédent comporte une fraction de cent, il est arrondi au cent supérieur ou inférieur selon que la fraction atteint ou n'atteint pas 0,5.
  Dans le cas de la prépension à mi-temps, les montants obtenus conformément aux alinéas précédents sont réduits de moitié et arrondis conformément à l'alinéa précédent. ";
  3° au § 3, les mots " et alinéa 2 " sont supprimés.
Art.56. In artikel 67 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, 3°, wordt het bedrag " 300 000 BEF " vervangen door het bedrag " 7 436,81 EUR ";
  2° in § 1 wordt het tweede lid vervangen door de volgende leden :
  " Deze inhouding mag niet tot gevolg hebben dat het bedrag van de vermelde sociale uitkeringen wordt verminderd tot een bedrag lager dan 938,50 EUR per maand, verhoogd met 191,94 EUR voor de rechthebbenden met gezinslast.
  De bedragen vermeld in het vorige lid zijn gekoppeld aan de spilindex 103,14 geldend op 1 juni 1999 (basis 1996 = 100). Deze bedragen worden aangepast overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de Openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
  De verhoging of de vermindering wordt toegepast vanaf de dag bepaald in artikel 6, 3°, van voornoemde wet. De nieuwe bedragen worden bekomen door de basisbedragen te vermenigvuldigen met een multiplicator gelijk aan 1,0200n, waarbij n overeenstemt met de rang van de bereikte spilindex, zonder dat een intermediaire afronding geschiedt. De spilindex volgend op deze vermeld in het vorige lid wordt als rang 1 beschouwd. De multiplicator wordt uitgedrukt in eenheden, gevolgd door 4 cijfers. Het vijfde cijfer na de komma wordt weggelaten en leidt tot een verhoging met één eenheid van het vorige cijfer indien het minstens 5 bereikt.
  Wanneer het overeenkomstig de vorige leden berekende bedrag een gedeelte van een cent bevat, wordt het tot de hogere of lagere cent afgerond naargelang het gedeelte al dan niet 0,5 bereikt.
  De overeenkomstig de vorige leden bekomen basisbedragen worden verhoogd door vermenigvuldiging met de coëfficiënten die werden vastgesteld door de Nationale Arbeidsraad met het oog op de herwaardering van het begrensde brutomaandloon en van de aanvullende vergoedingen. Voor het jaar 2002 geschiedt dit door vermenigvuldiging met 1,010 maal 1,012 maal de coëfficiënt vastgesteld voor 2002. Op 1 januari van elk daaropvolgend jaar wordt deze reeks vervolledigd door vermenigvuldiging met de nieuwe coëfficiënt geldend voor de brugpensioenen die sinds ten minste één jaar zijn aangevangen.
  Wanneer het overeenkomstig het vorige lid berekende bedrag een gedeelte van een cent bevat, wordt het tot de hogere of lagere cent afgerond naargelang het gedeelte al dan niet 0,5 bereikt.
  In geval van halftijds brugpensioen worden de overeenkomstig de vorige leden bekomen bedragen gehalveerd en afgerond overeenkomstig het vorige lid. ";
  3° in § 3 worden de woorden " en tweede lid " geschrapt.
Art.56. A l'article 67 de la loi du 21 décembre 1994 portant des dispositions sociales et diverses sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, alinéa 1er, 3°, le montant " 300 000 BEF " est remplacé par le montant " 7 436,81 EUR ";
  2° au § 1er, l'alinéa 2 est remplacé par les alinéas suivants :
  " Cette retenue ne peut avoir pour effet de réduire le montant des allocations sociales précitées à un montant inférieur a 938,50 EUR par mois, augmenté de 191,94 EUR pour les béneficiaires ayant charge de famille.
  Les montants mentionnés à l'alinéa précédent sont liés a l'indice-pivot 103,14, en vigueur le 1er juin 1999 (base 1996 = 100). Ces montants sont adaptés conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
  L'augmentation ou la diminution est appliquée à partir du jour fixé par l'article 6, 3°, de la loi précitée. Les nouveaux montants sont obtenus par la multiplication des montants de base par un multiplicateur égal à 1,0200n, où n représente le rang de l'indice-pivot atteint, sans qu'il y ait un arrondissement intermédiaire. L'indice-pivot qui suit celui mentionné à l'alinéa précédent, est considéré comme rang 1. Le multiplicateur est exprimé en unités, suivies de 4 chiffres. Le cinquième chiffre après la virgule est supprimé et entraîne une augmentation du chiffre précédent d'une unité lorsqu'il atteint au moins 5.
  Lorsque le montant calculé conformément aux alinéas précédents, comporte une fraction de cent, il est arrondi au cent supérieur ou inférieur selon que la fraction atteint ou n'atteint pas 0,5.
  Les montants de base, obtenus conformément aux alinéas précédents, sont augmentés par multiplication par les coefficients fixés par le Conseil national du Travail en vue de la revalorisation du plafond de rémunération mensuelle brute et de l'indemnité complémentaire. Pour l'année 2002, ceci s'effectue en multipliant par 1,010 fois 1,012 fois le coefficient fixé pour l'année 2002. Au 1er janvier de chaque année suivante, cette serie est completée par la multiplication par le nouveau coefficient applicable aux prépensions qui ont debuté depuis au moins un an.
  Lorsque le montant calculé conformément à l'alinéa précédent, comporte une fraction de cent, il est arrondi au cent supérieur ou inférieur selon que la fraction atteint ou n'atteint pas 0,5.
  Dans le cas de la prépension à mi-temps, les montants obtenus conformément aux alinéas precédents sont réduits de moitié et arrondis conformément à l'alinéa précédent. ";
  3° au § 3, les mots " et alinéa 2 " sont supprimés.
HOOFDSTUK II. - Plus-1-2-3-plan.
CHAPITRE II. - Plan-plus-1-2-3.
Art.57. Artikel 118, § 1, 7°, van de programmawet van 30 december 1988, ingevoegd bij de wet van 30 december 1992, wordt vervangen als volgt :
  " 7° een werkzoekende die tijdens een inschakelingsparcours bedoeld in hoofdstuk II van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers of binnen de 3 maanden na het beëindigen van dit inschakelingsparcours in dienst wordt genomen. ".
Art.57. L'article 118, § 1er, 7°, de la loi-programme du 30 décembre 1988, inséré par la loi du 30 décembre 1992, est remplacé par le texte suivant :
  " 7° un demandeur d'emploi qui est engagé pendant un parcours d'insertion visé au Chapitre II de la loi du 5 septembre 2001 visant à ameliorer le taux d'emploi des travailleurs, ou dans les trois mois après la fin de ce parcours d'insertion. ".
Art.58. De bepalingen van artikel 118, § 1, 7°, van dezelfde programmawet, zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de personen die in dienst genomen zijn vóór 1 januari 2002.
Art.58. Les dispositions de l'article 118, § 1er, 7°, de la même loi-programme, telles qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur de la présente loi, restent d'application aux personnes engagées avant le 1er janvier 2002.
Art.59. Artikel 6, § 1, 7°, van het koninklijk besluit van 14 maart 1997 houdende specifieke tewerkstellingsbevorderende maatregelen voor de kleine en middelgrote ondernemingen met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, wordt vervangen als volgt :
  " 7° een werkzoekende die tijdens een inschakelingsparcours bedoeld in hoofdstuk II van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers of binnen de 3 maanden na het beëindigen van dit inschakelingsparcours in dienst wordt genomen. ".
Art.59. L'article 6, § 1er, 7°, de l'arrêté royal du 14 mars 1997 portant des mesures spécifiques de promotion de l'emploi pour les petites et moyennes entreprises en application de l'article 7, § 2, de la loi du 26 juillet 1996 relative à la promotion de l'emploi et à la sauvegarde préventive de la compétitivité, est remplacé par le texte suivant :
  " 7° un demandeur d'emploi qui est engagé pendant un parcours d'insertion vise au Chapitre II de la loi du 5 septembre 2001 visant à améliorer te taux d'emploi des travailleurs, ou dans les trois mois apres la fin de ce parcours d'insertion. ".
Art.60. De bepalingen van artikel 6, § 1, 7°, van hetzelfde koninklijk besluit, zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de personen die in dienst genomen zijn vóór 1 januari 2002.
Art.60. Les dispositions de l'article 6, § 1er, 7°, du même arrêté royal, telles qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur de la présente loi, restent d'application aux personnes engagées avant le 1er janvier 2002.
HOOFDSTUK III. - Werkhervatting door oudere werklozen.
CHAPITRE III. - Reprise de travail des chômeurs âgés.
Art.61. In artikel 7, § 1, derde lid van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders wordt een punt p) toegevoegd, luidend als volgt :
  " p) met behulp van de instellingen opgericht krachtens punt i), onder de voorwaarden en de modaliteiten die door de Koning worden vastgesteld, ten laste van de werkloosheidsverzekering, de uitbetaling verzekeren van de werkhervattingstoeslag voor bepaalde categorieën van oudere werklozen die wedertewerkgesteld worden, met het oog op de bevordering van hun herintegratie op de arbeidsmarkt.
  Deze toeslag wordt voor de toepassing van de fiscale wetgeving beschouwd als een werkloosheidsuitkering. Zij wordt voor de toepassing van dit artikel en zijn uitvoeringsbesluiten beschouwd als een werkloosheidsuitkering behoudens indien de Koning daarvan afwijkt. De periode die gedekt is door deze werkhervattingstoeslag, wordt voor de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen en voor de berekening van het rustpensioen niet beschouwd als een periode waarvoor een werkloosheidsuitkering werd betaald. ".
Art.61. A l'article 7, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs est ajouté un littera p), dont le contenu est le suivant :
  " p) à l'aide des organismes créés en vertu du point i), aux conditions et modalités fixées par le Roi, à la charge de l'assurance chomage, assurer le paiement de la prime de reprise du travail pour certaines catégories de chômeurs âgés qui sont remis au travail, en vue de promouvoir leur réintégration sur le marché du travail.
  Cette prime est considérée pour l'application de la législation fiscale comme une allocation de chômage. Pour l'application de cet article et de ses arrêtés d'exécution, elle est considérée comme une allocation de chômage, sauf si le Roi y déroge. La période couverte par cette prime de reprise du travail n'est pas considérée pour l'assurance soins de santé et indemnités et pour le calcul de la pension de retraite comme une période pendant laquelle une allocation de chômage a été payée. ".
HOOFDSTUK IV. - Pool van de Zeelieden ter Koopvaardij.
CHAPITRE IV. - Pool des Marins de la marine marchande.
Art.62. In artikel 3 van de wet van 25 februari 1964 houdende inrichting van een Pool van de zeelieden ter Koopvaardij worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° het laatste lid wordt opgeheven.
Art.62. A l'article 3 de la loi du 25 février 1964 organisant un Pool des marins de la marine marchande sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er est abrogé;
  2° le dernier alinéa est abrogé.
Art.63. In artikel 3bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 februari 1997 en gewijzigd bij de wet van 26 maart 1999, worden in de voorlaatste zin de woorden " In afwijking van artikel 3, eerste lid " geschrapt.
Art.63. A l'article 3bis de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 18 février 1997 et modifié par la loi du 26 mars 1999, les mots " Par dérogation à l'article 3, alinéa 1er " sont supprimés dans l'avant-dernière phrase.
Art.64. In artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " Alleen de personen die voorheen, gedurende een door de Koning bepaalde periode, aan boord van een schip gevaren of gewerkt hebben en op dat ogenblik ingeschreven waren in de Pool van de Zeelieden, kunnen op de toekenning van die wachtgelden aanspraak maken. ";
  2° het zesde lid wordt vervangen als volgt :
  " De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de Pool toezicht uitoefent op de gerechtigden op wachtgelden. ".
Art.64. A l'article 6 de la même loi, modifié par la loi du 1er août 1985, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 3 est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Seules les personnes ayant préalablement navigué ou travaillé à bord d'un navire, pendant une période déterminée par le Roi, et qui étaient inscrites à ce moment au Pool des Marins, peuvent prétendre à l'octroi de ces indemnités. ";
  2° l'alinéa 6 est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Le Roi fixe les conditions dans lesquelles le Pool effectue le contrôle des bénéficiaires des indemnités d'attente. ".
Art.65. In artikel 9, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij de wet van 10 oktober 1967, worden de woorden " een maand " vervangen door de woorden " drie maanden ".
Art.65. A l'article 9, alinéa 2, de la même loi, remplacé par la loi du 10 octobre 1967, les mots " le mois " sont remplacés par les mots " les trois mois ".
Art.66. In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 2° vervallen de woorden " zijn controlekaart ten onrechte laat afstempelen, ";
  2° in het 4° worden de woorden " personeel " vervangen door de woorden " EU-onderdanen ".
Art.66. A l'article 11, de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 2° les mots " obtient frauduleusement l'estampillage indu de sa carte de contrôle ou " sont supprimés;
  2° au 4° les mots " du personnel " sont remplacés par les mots " ressortissants-UE ".
HOOFDSTUK V. - Competentiebalans.
CHAPITRE V. - Bilan de compétences.
Art.67. In artikel 109, § 1, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, wordt punt 7°bis ingevoegd luidend als volgt :
  " 7°bis de voorbereiding en het afleggen van de examens georganiseerd door de gefedereerde overheden in het kader van een systeem van herkenning, erkenning of certificering van verworven competenties, volgens de toepassingsmodaliteiten vastgesteld door de Koning; ".
Art.67. A l'article 109, § 1er, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, est inséré un point 7°bis rédigé comme suit :
  " 7°bis la préparation et la présentation des examens organisés par les autorités fédérées dans le cadre d'un système de reconnaissance, d'agrément ou de certification des compétences acquises, selon les modalités d'application déterminées par le Roi; ".
HOOFDSTUK VI. - Startbanen.
CHAPITRE VI. - Conventions de premier emploi.
Art.68. Artikel 45 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, gewijzigd bij de wet van 2 januari 2001, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 45. § 1. De nieuwe werknemer kan voor een nieuwe startbaanovereenkomst zoals bedoeld in artikel 27, 1°, in aanmerking komen, in zoverre de duur van de startbaanovereenkomst of startbaanovereenkomsten die hij krachtens artikel 27, 1°, voorheen heeft gesloten, een termijn van twaalf maanden niet overschrijdt.
  De duur van de nieuwe startbaanovereenkomst is gelijk aan de periode van twaalf maanden verminderd met de periode van uitvoering van de voorheen gesloten startbaanovereenkomst of startbaanovereenkomsten.
  § 2. De nieuwe werknemer kan voor een nieuwe startbaanovereenkomst zoals bedoeld in artikel 27, 2°, in aanmerking komen, in zoverre de duur van de startbaanovereenkomst of startbaanovereenkomsten die hij krachtens artikel 27, 2°, voorheen heeft gesloten, een termijn van vierentwintig maanden niet overschrijdt.
  De duur van de nieuwe startbaanovereenkomst is gelijk aan de periode van vierentwintig maanden verminderd met de periode van uitvoering van de voorheen gesloten startbaanovereenkomst of startbaanovereenkomsten.
  § 3. De nieuwe werknemer kan voor een nieuwe startbaanovereenkomst zoals bedoeld in artikel 27, 3°, in aanmerking komen, in zoverre de duur van de startbaanovereenkomst of startbaanovereenkomsten die hij krachtens artikel 27, 3°, voorheen heeft gesloten, een termijn van vierentwintig maanden niet overschrijdt.
  De duur van de nieuwe startbaanovereenkomst is gelijk aan de periode van vierentwintig maanden verminderd met de periode van uitvoering van de voorheen gesloten startbaanovereenkomst of startbaanovereenkomsten.
  § 4. In het geval bedoeld in artikel 27, derde lid, geniet de nieuwe werknemer een nieuwe startbaanovereenkomst zoals bedoeld in artikel 27, 1°, zodat zijn werkgever hem tewerkstelt gedurende een periode van twaalf maanden.
  § 5. De periode van vierentwintig maanden zoals bedoeld in §§ 2 en 3 mag evenwel naar zesendertig maanden gebracht worden in het geval bedoeld in artikel 27, laatste lid, voor zover de nieuwe startbaanovereenkomst afgesloten is om dezelfde opleiding van 36 maanden te kunnen vervolledigen. ".
Art.68. L'article 45 de la loi du 24 décembre 1999 en vue de la promotion de l'emploi, modifié par la loi du 2 janvier 2001, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 45. § 1er. Le nouveau travailleur peut bénéficier d'une nouvelle convention de premier emploi visée à l'article 27, 1°, pour autant que la durée de la ou des conventions de premier emploi qu'il a conclues précédemment en vertu de l'article 27, 1°, n'excède pas douze mois.
  La durée de la nouvelle convention de premier emploi est égale à une période de douze mois diminuee de la période d'exécution de la ou des conventions de premier emploi conclues précédemment.
  § 2. Le nouveau travailleur peut bénéficier d'une nouvelle convention de premier emploi visée à l'article 27, 2°, pour autant que la durée de la ou des conventions de premier emploi qu'il a conclues précédemment en vertu de l'article 27, 2°, n'excède pas vingt-quatre mois.
  La durée de la nouvelle convention de premier emploi est égale à une période de vingt-quatre mois diminuée de la période d'exécution de la ou des conventions de premier emploi conclues précédemment.
  § 3. Le nouveau travailleur peut bénéficier d'une nouvelle convention de premier emploi visée à l'article 27, 3°, pour autant que la durée de la ou des conventions de premier emploi qu'il a conclues précédemment en vertu de l'article 27, 3°, n'excède pas vingt-quatre mois.
  La durée de la nouvelle convention de premier emploi est égale à une période de vingt-quatre mois diminuée de la période d'exécution de la ou des conventions de premier emploi conclues précédemment.
  § 4. Dans le cas visé à l'article 27, alinéa 3, le nouveau travailleur bénéficie d'une nouvelle convention de premier emploi visée à l'article 27, 1°, de sorte que son employeur l'occupe pendant une période de douze mois.
  § 5. Toutefois, la période de vingt-quatre mois visée aux §§ 2 et 3 peut être portée à trente-six mois dans le cas visé à l'article 27, dernier alinéa, pour autant que la nouvelle convention de premier emploi soit conclue en vue de poursuivre la même formation de 36 mois. ".
HOOFDSTUK VII. - Elektronische aangifte van de mededelingen bedoeld bij de artikelen 49, 50 en 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
CHAPITRE VII. - Déclaration électronique des communications prévues par les articles 49, 50 et 51 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
Art.69. Artikel 49, vierde, vijfde en zesde lid van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gewijzigd bij de wet van 26 juni 1992, wordt vervangen door de volgende leden :
  " Uiterlijk de eerste werkdag na de dag van de technische stoornis deelt de werkgever bij een ter post aangetekende brief aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is of op elektronische wijze, waarvan de nadere regelen worden vastgesteld door de Koning, het volgende mee :
  1° de datum en de aard van de technische stoornis;
  2° de datum van het begin van de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.
  Binnen zes dagen na de dag van de technische stoornis deelt de werkgever bij een ter post aangetekende brief aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is of op elektronische wijze waarvan de nadere regelen worden vastgelegd door de Koning een lijst mee met de naam, de voornamen en het adres van de werklieden van wie de arbeidsovereenkomst in haar uitvoering is geschorst.
  De directeur van het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is betekent, binnen de door de Koning vastgestelde voorwaarden en nadere regelen, zijn weigering tot erkenning van de ingeroepen omstandigheden die een technische stoornis vormen in de zin van deze wet. ".
Art.69. L'article 49, alinéas 4, 5 et 6, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, modifié par la loi du 26 juin 1992, est remplacé par les alinéas suivants :
  " Au plus tard le premier jour ouvrable qui suit le jour où s'est produit l'accident technique, l'employeur communique par lettre recommandée à la poste adressée au bureau de chômage de l'Office national de l'emploi du lieu où est située l'entreprise ou par voie électronique dont les modalités sont fixées par le Roi :
  1° la date et la nature de l'accident technique;
  2° la date de début de la suspension du contrat de travail.
  Dans les six jours qui suivent celui au cours duquel s'est produit l'accident technique, l'employeur communique, par lettre recommandée à la poste adressée au bureau de chômage de l'Office national de l'Emploi du lieu où est située l'entreprise ou par voie electronique dont les modalités sont fixées par le Roi, une liste mentionnant les nom, prenoms et adresse des ouvriers dont l'execution du contrat de travail est suspendue.
  Le directeur du bureau de chômage de l'Office national de l'Emploi du lieu où est située l'entreprise notifie, dans les conditions et selon les modalités déterminées par le Roi, son refus de reconnaître les circonstances invoquées comme constituant un accident technique aux termes de la présente loi. ".
Art.70. Artikel 50, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 maart 1999, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " De werkgever is verplicht de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, krachtens dit artikel, in elke kalendermaand onmiddellijk mede te delen aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. De Koning bepaalt de nadere regelen betreffende deze mededeling, die op elektronische wijze plaats kan vinden alsmede de nadere regelen betreffende het bewijs van het slechte weder. ".
Art.70. L'article 50, alinéa 3, de la même loi, modifié par la loi du 26 mars 1999, est remplacé par la disposition suivante :
  " L'employeur est tenu de communiquer immédiatement, au bureau de chômage de l'Office national de l'emploi, le premier jour de suspension effective de l'exécution du contrat de travail, en vertu du présent article, de chaque mois civil. Le Roi détermine les modalités de cette communication qui peut avoir lieu par voie électronique ainsi que les modalités de preuve des intempéries. ".
Art.71. In artikel 51 van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, gewijzigd door de wet van 26 juli 1992 en de wet van 26 maart 1999 en door het koninklijk besluit van 31 december 1983, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 1. Op advies van het paritair comité of van de Nationale Arbeidsraad, kan de Koning de voorwaarden bepalen waaronder bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken, de uitvoering van de overeenkomst geheel wordt geschorst of een regeling van gedeeltelijke arbeid wordt ingevoerd.
  Het koninklijk besluit vermeldt :
  1° de wijze waarop en de termijn waarbinnen de nieuwe arbeidsregeling wordt ter kennis gebracht;
  2° de duur van de nieuwe regeling;
  3° het maximum aantal werkloosheidsdagen.
  Mededeling van de aanplakking of van de individuele kennisgeving moet de dag zelf van de aanplakking of van de individuele kennisgeving door de werkgever worden gezonden bij een ter post aangetekende brief aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is of op elektronische wijze waarvan de nadere regelen worden vastgelegd door de Koning.
  De Koning kan, na advies van het Beheerscomité van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers en de Nationale Arbeidsraad, de minimale termijn bepalen waarbinnen de nieuwe arbeidsregeling wordt ter kennis gebracht.
  De in het tweede lid, 1°, bedoelde kennisgeving en de in het derde lid bedoelde mededeling vermelden :
  1° de datum waarop de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de regeling van gedeeltelijke arbeid zal ingaan en de datum waarop die schorsing of die regeling een einde zal nemen;
  2° de data waarop de werklieden werkloos zullen zijn.
  De in het derde lid bedoelde mededeling vermeldt daarenboven :
  1° de economische redenen die de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of het instellen van een regeling van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen;
  2° hetzij de naam, de voornamen en het adres van de werkloos gestelde werklieden, hetzij de afdeling(en) van de onderneming waar de arbeid wordt geschorst. ";
  2° in § 2, wordt het vijfde lid vervangen als volgt :
  " Mededeling van de aanplakking of van de individuele kennisgeving wordt de dag zelf van de aanplakking of van de individuele kennisgeving door de werkgever gezonden bij een ter post aangetekende brief aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is of op elektronische wijze waarvan de nadere regelen worden vastgesteld door de Koning. ";
  3° in § 2, wordt het zesde lid vervangen als volgt :
  " In deze mededeling vermeldt de werkgever daarenboven de economische redenen die de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of het instellen van een regeling van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen. ";
  4° in § 5bis wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
  " Deze wijzigingen kunnen eveneens worden meegedeeld op elektronische wijze, waarvan de nadere regelen worden vastgesteld door de Koning. ";
  5° in § 6, tweede lid worden de woorden " § 2, laatste lid " vervangen door de woorden " § 2, vijfde lid ".
Art.71. A l'article 51 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, modifié par la loi du 26 juillet 1992 et la loi du 26 mars 1999 et par l'arrêté royal du 31 décembre 1983, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Sur avis de la commission paritaire ou du Conseil national du travail, le Roi peut déterminer les conditions dans lesquelles le manque de travail résultant de causes économiques permet la suspension totale de l'exécution du contrat ou l'instauration d'un régime de travail à temps réduit.
  L'arrêté royal indique :
  1° le mode et le délai de notification du nouveau régime de travail qui est instauré;
  2° la durée de ce nouveau régime;
  3° le nombre maximal des journées de chômage.
  Communication de l'affichage ou de la notification individuelle doit être envoyée par l'employeur le jour même de l'affichage ou de la notification individuelle par pli recommandé à la poste adressé au bureau de chômage de l'Office national de l'Emploi du lieu où est située l'entreprise ou par voie electronique dont les modalités sont fixées par le Roi.
  Le Roi peut, après avis du comité de gestion du Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises et du Conseil national du travail, déterminer le délai de notification minimum du nouveau régime de travail qui est instaure.
  La notification prévue à l'alinéa 2, 1°, et la communication prévue à l'alinéa 3 mentionnent :
  1° la date à laquelle la suspension totale de l'exécution du contrat ou le régime de travail à temps réduit prendra cours et la date à laquelle cette suspension ou ce régime prendra fin;
  2° les dates auxquelles les ouvriers seront en chômage.
  La communication prévue à l'alinéa 3 mentionne en outre :
  1° les causes économiques qui justifient la suspension totale de l'exécution du contrat ou l'instauration d'un régime de travail à temps réduit;
  2° soit les nom, prénoms et adresse des ouvriers mis en chômage, soit la ou les sections de l'entreprise dont l'activité sera suspendue. ";
  2° dans le § 2, l'alinéa 5 est remplacé comme suit :
  " Communication de l'affichage ou de la notification individuelle est envoyée par l'employeur le jour même de l'affichage ou de la notification individuelle par pli recommandé à la poste adressé au bureau de chômage de l'Office national de l'Emploi du lieu où est située l'entreprise ou par voie électronique dont les modalites sont fixées par le Roi. ";
  3° dans le § 2, l'alinéa 6 est remplacé comme suit :
  " Dans cette communication, l'employeur mentionne en outre les causes économiques qui justifient la suspension totale de l'exécution du contrat ou l'instauration d'un régime de travail à temps réduit. ";
  4° dans le § 5bis, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Ces modifications peuvent également être faites par voie électronique dont les modalités sont fixées par le Roi. ";
  5° dans le § 6, alinéa 2, les mots " § 2, dernier alinéa " sont remplacés par les mots " § 2, alinéa 5 ".
HOOFDSTUK VIII. - Afschaffing van de vervangingsplicht in het kader van de loopbaanonderbreking.
CHAPITRE VIII. - Suppression de l'obligation de remplacement dans le cadre de l'interruption de carrière.
Art.72. In artikel 100 van de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende de sociale bepalingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986, en de wetten van 21 december 1994 en 26 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " Behalve in geval van een beroep op artikel 100bis of ingeval het een werknemer betreft van een kleine en middelgrote onderneming die minder dan 10 werknemers tewerkstelde op 30 juni van het voorgaand burgerlijk jaar, dient de werknemer vervangen te worden door een vergoede volledig werkloze die uitkeringen geniet voor alle dagen van de week. " opgeheven;
  2° het vierde lid wordt opgeheven.
Art.72. A l'article 100 de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, modifié par l'arrêté royal n° 424 du 1er août 1986 et les lois des 21 septembre 1994 et 26 mars 1999, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " Sauf en cas de recours à l'article 100bis ou il s'agit d'un travailleur d'une petite ou moyenne entreprise qui, au 30 juin de l'année civile précédente, occupait moins de 10 travailleurs, le travailleur doit être remplacé par un chômeur complet indemnisé qui perçoit des allocations pour tous les jours de la semaine. " sont abrogés;
  2° l'alinéa 4 est abrogé.
Art.73. In artikel 102 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986, en de wetten van 21 december 1994 en 26 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, worden de woorden " Behalve in geval van een beroep op artikel 102bis of in geval het een werknemer betreft van een kleine en middelgrote onderneming die minder dan 10 werknemers tewerkstelde op 30 juni van het voorgaand burgerlijk jaar, dient de werknemer vervangen te worden door een vergoede volledig werkloze die uitkeringen geniet voor alle dagen van de week. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit afwijken van de vervangingsplicht ten aanzien van de werknemers die hun arbeidsprestaties verminderen met 1/5, 1/4 of 1/3 van het normaal aantal arbeidsuren van een voltijdse betrekking en kan nadere regels bepalen voor de vervanging van die werknemers. " opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art.73. A l'article 102 de la même loi, modifié par l'arrêté royal n° 424 du 1er août 1986 et les lois des 21 décembre 1994 et 26 mars 1999, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " Sauf en cas de recours à l'article 102bis ou il s'agit d'un travailleur d'une petite ou moyenne entreprise qui, au 30 juin de l'année civile précédente, occupait moins de 10 travailleurs, le travailleur doit être remplacé par un chômeur complet indemnisé qui perçoit des allocations pour tous les jours de la semaine. Le Roi peut par arrêté délibéré en Conseil des ministres déroger à l'obligation de remplacement à l'égard des travailleurs qui réduisent leurs prestations de travail d'1/5, ou 1/3 du nombre normal d'heures de travail d'un emploi à temps plein et peut fixer des règles pour le remplacement de ces travailleurs. " sont abrogés;
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
Art.74. Artikel 105, § 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001, wordt opgeheven.
Art.74. L'article 105, § 3, de la même loi, inséré par la loi du 10 août 2001, est abrogé.
Art.75. Artikel 106bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr 424 van 1 augustus 1986, wordt opgeheven.
Art.75. L'article 106bis de la même loi, inséré par l'arrêté royal n° 424 du 1er août 1986, est abrogé.
TITEL V. - Financiën.
TITRE V. - Finances.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen.
CHAPITRE I. - Modifications des régimes de participation des travailleurs au capital et aux bénéfices des sociétés.
Art.76. Artikel 114 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, ingevoegd door de wet van 22 mei 2001, wordt aangevuld als volgt :
  " met aftrek, in de twee gevallen, van de belasting bedoeld in artikel 112, eerste lid ".
Art.76. L'article 114 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, inséré par la loi du 22 mai 2001, est complété par les mots suivants :
  " sous déduction, dans les deux cas, de la taxe visée à l'article 112, alinéa 1er ".
Art.77. Artikel 116 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, ingevoegd door de wet van 22 mei 2001, wordt aangevuld als volgt :
  " behalve in de gevallen bedoeld in de artikelen 11, § 3, 15, § 2 of 19, § 3, van genoemde wet ".
Art.77. L'article 116 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, inséré par la loi du 22 mai 2001, est compléte par les mots suivants :
  " en dehors des hypothèses visées aux articles 11, § 3, 15, § 2 ou 19, § 3, de ladite loi ".
Art.78. Artikel 36, § 2, van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen wordt vervangen als volgt :
  " § 2. 66 % van het totaal bedrag van de opbrengst van de aanvullende belasting bedoeld in artikel 112, tweede lid, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen wordt toegekend aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. ".
Art.78. L'article 36, § 2, de la loi du 22 mai 2001 relative aux régimes de participation des travailleurs au capital et aux benefices des sociétés, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. 66 % du montant total du produit de la taxe additionnelle, visée à l'article 112, alinéa 2, du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus sont attribués à l'ONSS-gestion globale, visé à l'article 5, alinéa 2, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs. ".
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 19 juli 1930 tot oprichting van de Regie van Telegraaf en Telefoon.
CHAPITRE II. - Modification de la loi du 19 juillet 1930 creant la Régie des Télégraphes et des Téléphones.
Art.79. Artikel 25 van de wet van 19 juli 1930 tot oprichting van de Regie van Telegraaf en Telefoon, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 november 1967, de wet van 21 maart 1991 en het koninklijk besluit van 19 augustus 1992, wordt opgeheven.
Art.79. L'article 25 de la loi du 19 juillet 1930 créant la Régie des Télégraphes et des Téléphones, modifié par l'arrêté royal du 11 novembre 1967, la loi du 21 mars 1991 et l'arrêté royal du 19 août 1992, est abrogé.
TITEL VI. - Energie.
TITRE VI. - L'énergie.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.
CHAPITRE I. - Modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité.
Art.80. In artikel 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, worden onderstaande definities 3°bis en 3°ter na 3° opgenomen :
  " 3°bis " kwalitatieve warmte-krachtkoppeling " : gecombineerde productie van elektriciteit en warmte en ontworpen in functie van de warmtebehoeften van de klant en die leidt tot energiebesparingen in vergelijking met de afzonderlijke productie van dezelfde hoeveelheid warmte en elektriciteit in moderne referentieinstallaties bepaald op basis van de criteria van elk Gewest;
  3°ter " tarieven voor hulpelektriciteit " : de tarieven voor hulpelektriciteit zijn deze die verband houden met de levering van elektriciteit in geval van defect van productie-eenheden; ".
Art.80. A l'article 2 de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, sont insérés après le 3° les définitions 3°bis et 3°ter suivantes :
  " 3°bis " cogénération de qualité " : production combinée de chaleur et d'électricité, conçue en fonction des besoins de chaleur du client, qui réalise une économie d'énergie par rapport à la production séparée des mêmes quantités de chaleur et d'électricité dans des installations modernes de référence définis sur base des critères de chaque région;
  3°ter " tarif de secours " : les tarifs de secours sont ceux qui sont relatif a la fourniture d'électricité en cas de défaillance d'unités de production; ".
Art.81. Artikel 8, derde lid, 4°, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " hierbij inbegrepen eenheden van kwalitatieve warmte-krachtkoppeling met een vermogen van minder dan 20 MW en die aangesloten zijn op het transmissienet of op het distributienet ".
Art.81. L'article 8, alinéa 3, 4°, de la même loi est complété comme suit :
  " en ce compris les unites de cogénération de qualité d'une puissance inférieure à 20 MW raccordées soit sur le réseau de transport soit sur le réseau de distribution ".
Art.82. Artikel 12, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " De tarieven voor hulpelektriciteit voor eenheden van kwalitatieve warmte-krachtkoppeling met een vermogen van minder dan 20 MW en die aangesloten zijn op het transmissienet of op het distributienet maken deel uit van de tarieven van de ondersteunende diensten. Deze tarieven hangen hoofdzakelijk af van de elektriciteitsconsumptie nodig voor de hulpbehoeften en voor het onderhoud van de eenheden van warmte-krachtkoppeling. ".
Art.82. L'article 12, § 1er, de la même loi est complété comme suit :
  " Les tarifs de secours pour les installations de cogenération de qualité de moins de 20 MW raccordées soit sur le réseau de transport soit sur un réseau de distribution figurent par mis les tarifs des services auxiliaires. Ces tarifs sont principalement fonction de la consommation d'électricité pour les besoins de secours et d'entretien des installations de cogénération. ".
Art.83. In dezelfde wet wordt een artikel 36bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 36bis. Na advies van de Commissie voor de regulering van de Elektriciteit en het Gas, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nodige maatregelen treffen ter omzetting van de bepalingen die voortvloeien uit de richtlijn 2001/42/EG betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's, in zoverre ze van toepassing zijn op het indicatieve programma van de produktiemiddelen voor elektriciteit bedoeld in artikel 3 en het plan voor ontwikkeling van het transmissienet bedoeld in artikel 13. Het advies van de Afdeling Wetgeving van de Raad van State wordt gepubliceerd samen met het betreffende besluit. Dit besluit houdt op uitwerking te hebben indien het binnen de vijftien maanden na zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad niet bij wet is bekrachtigd. ".
Art.83. Un article 36bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 36bis. Après avis de la Commission de Régulation de l'Electricité et du Gaz, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, prendre les mesures nécessaires pour assurer la transposition des dispositions de la Directive 2001/42/CE concernant l'évaluation des incidences de certains plans et programmes sur l'environnement, en tant qu'elles sont applicables au programme indicatif des moyens de productions d'électricité visé à l'article 3 et au plan de développement du réseau de transport vise à l'article 13. L'avis de la Section de législation du Conseil d'Etat est publié en même temps que l'arrêté y relatif. Le présent arrêté cesse de produire ses effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les quinze mois qui suivent sa publication au Moniteur belge. ".
Art.84. In artikel 15/13 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, ingevoegd bij de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten, wordt een § 3 toegevoegd, luidende als volgt :
  " § 3. Na advies van de Commissie voor de regulering van de Elektriciteit en het Gas, kan de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nodige maatregelen treffen ter omzetting van de bepalingen die voortvloeien uit de richtlijn 2001/42/EG betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's, in zoverre ze van toepassing zijn op het indicatieve plan van bevoorrading in aardgas bedoeld in § 1. Het advies van de Afdeling Wetgeving van de Raad van State wordt gepubliceerd samen met het betreffende besluit. Dit besluit houdt op uitwerking te hebben indien het binnen de vijftien maanden na zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad niet bij wet is bekrachtigd. ".
Art.84. A l'article 15/13 de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisation, inséré par la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché du gaz et au statut fiscal des producteurs d'électricité, il est ajouté un § 3 rédigé comme suit :
  " § 3. Après avis de la Commission de Regulation de l'Electricité et du Gaz, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, prendre les mesures nécessaires pour assurer la transposition des dispositions de la Directive 2001/42/CE concernant l'évaluation des incidences de certains plans et programmes sur l'environnement, en tant qu'elles sont applicables au plan indicatif d'approvisionnement en gaz naturel visé au § 1er. L'avis de la Section de législation du Conseil d'Etat est publié en même temps que l'arrêté y relatif. Le présent arrêté cesse de produire ses effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les quinze mois qui suivent sa publication au Moniteur belge. ".
HOOFDSTUK II. - Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling.
CHAPITRE II. - Conseil fédéral pour le Développement durable.
Art.85. Artikel 14 van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling wordt vervangen als volgt :
  " Art. 14. De Raad beschikt over een permanent secretariaat, dat naast personeel met een administratieve opleiding eveneens personeel met een wetenschappelijke opleiding omvat. Het secretariaat staat onder het gezag van het bureau. Het personeel van het secretariaat wordt aangeworven door het bureau.
  Bovendien kan de regering mits de Raad hiermee instemt, statutair of contractueel personeel van de Staat ter beschikking stellen van de Raad, ten einde het secretariaat van de Raad te versterken en de samenwerking tussen de Raad en de federale overheidsdiensten te bevorderen. ".
Art.85. L'article 14 de la loi du 5 mai 1997 relative à la coordination de la politique fédérale de développement durable est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 14. Le Conseil dispose d'un secrétariat permanent qui comprend des agents ayant une formation administrative et des agents ayant une formation scientifique. Le secrétariat est placé sous l'autorité du Bureau. Le personnel du secrétariat est recruté par le Bureau.
  En outre, afin de renforcer le secrétariat du Conseil et de promouvoir la collaboration entre le Conseil et les services publics fédéraux, le gouvernement peut, moyennant l'accord du Conseil, mettre à la disposition de celui-ci des agents statutaires ou contractuels de l'Etat. ".
Art.86. In afwijking van artikel 7 van dezelfde wet wordt het tweede federaal rapport inzake duurzame ontwikkeling ten laatste tegen 31 december 2002 opgesteld.
Art.86. Par dérogation à l'article 7 de la même loi, le deuxième rapport fédéral du développement durable est rédigé au plus tard pour le 31 décembre 2002.
HOOFDSTUK III. - De Nationale Instelling voor radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen.
CHAPITRE III. - L'Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies.
Art.87. § 1. De artikelen 87 tot 94 van deze wet hebben tot doel het tarief en de betalingswijze vast te stellen van de bijdrage bedoeld in artikel 179, § 2, 11°, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980.
  § 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
  - de Instelling : de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen, afgekort NIRAS, ingesteld bij artikel 179, § 2, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980;
  - algemeen reglement op de bescherming tegen ioniserende stralingen : het koninklijk besluit van 28 februari 1963 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van de ioniserende stralingen en, vanaf 1 september 2001, het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen;
  - inventaris : de inventaris die met toepassing van artikel 179, § 2, 2°, van de voornoemde wet van 8 augustus 1980 door de Instelling wordt opgemaakt en bijgehouden;
  - bijdrageplichtigen : de uitbaters, de houders of, bij ontstentenis, de eigenaars van de installaties, de terreinen, de stoffen en de materialen, die de in artikel 179, § 2, 11°, van de voornoemde wet van 8 augustus 1980 bedoelde bijdrage verschuldigd zijn;
  - vast technisch comité : het comité bedoeld bij artikel 13, § 4, van het koninklijk besluit van 30 maart 1981 houdende bepaling van de opdrachten en de werkingsmodaliteiten van de openbare instelling voor het beheer van radioactief afval en splijtstoffen;
  - de minister : de minister die bevoegd is voor de Energie.
Art.87. § 1er. Les articles 87 à 94 de la présente loi ont pour but d'établir le tarif et le mode de paiement de la redevance visée à l'article 179, § 2, 11°, de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980.
  § 2. Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
  - l'Organisme : l'Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies, en abrégé ONDRAF, créé par l'article 179, § 2, de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980;
  - règlement général de protection contre les radiations ionisantes : l'arrêté royal du 28 février 1963 portant règlement général de la protection de la population et des travailleurs contre le danger des radiations ionisantes, et à partir du 1er septembre 2001, l'arrêté royal du 20 juillet 2001 portant règlement général de la protection de la population, des travailleurs et de l'environnement contre le danger des rayonnements ionisants;
  - inventaire : l'inventaire établi et tenu à jour par l'Organisme en application de l'article 179, § 2, 2°, de la loi précitee du 8 août 1980;
  - redevables : les exploitants, les détenteurs ou, à défaut, les propriétaires des installations, sites, substances et matières, qui sont débiteurs de la redevance visée à l'article 179, § 2, 11°, de la loi précitée du 8 août 1980;
  - comité technique permanent : le comité vise par l'article 13, § 4, de l'arrêté royal du 30 mars 1981 déterminant les missions et fixant les modalités de fonctionnement de l'organisme public de gestion des déchets radioactifs et des matières fissiles;
  - le ministre : le ministre ayant l'Energie dans ses attributions.
Art.88. Vallen onder de verplichting tot het opmaken en bijhouden van een inventaris :
  1° de nucleaire installaties van de klassen I, II en III, vergund op basis van het algemeen reglement op de bescherming tegen ioniserende stralingen, en de radioactieve stoffen en materialen die zij bevatten;
  2° andere besmette terreinen, terreinen waar radioactieve stoffen zijn opgeslagen, besmette en/of geactiveerde installaties en hun radioactieve stoffen en materialen in hoeveelheden of concentraties die niet mogen verwaarloosd worden om redenen van stralingsbescherming. De installaties en terreinen die onder de inventaris vallen kunnen in uitbating zijn, buiten gebruik zijn gesteld of respectievelijk in ontmanteling of in sanering zijn.
Art.88. Sont soumis à l'obligation d'établissement et de tenue à jour d'un inventaire :
  1° les installations nucléaires des classes I, II et III, autorisées sur la base du règlement général de protection contre les radiations ionisantes, et les substances et matières radioactives qu'elles contiennent;
  2° d'autres sites contaminés, des sites où sont entreposés des substances radioactives, des installations contaminées et/ou activées et leurs substances et matières radioactives en quantités ou concentrations qui ne peuvent être négligées pour des raisons de radioprotection. Les installations et sites qui tombent sous l'inventaire peuvent être en exploitation, à l'arrêt ou se trouver respectivement en démantèlement ou en assainissement.
Art. 90. § 1. Het jaarlijks te betalen bedrag van de bijdrage bedoeld in artikel 179, § 2, 11°, van de voornoemde wet van 8 augustus 1980, is vastgesteld op :
  1° 49 578,70 EUR per kernreactor bestemd voor de elektriciteitsproductie;
  2° 24 789,35 EUR per tijdelijke opslaginstallatie van bestraalde splijtstof buiten de bekkens van de kernreactoren;
  3° 74 368,06 EUR per opwerkingsfabriek van bestraalde splijtstof;
  4° 49 578,70 EUR per site waarop zich vergunde inrichtingen bevinden waarvan de activiteiten hoofdzakelijk bestaan uit de verwerking, de conditionering en/of de tijdelijke opslag van radioactief afval;
  5° 24 789,35 EUR per kernreactor bestemd voor het onderzoek, behalve als de reactor deel uitmaakt van de installaties van een erkende onderwijsinstelling bedoeld in punt 10. In dit laatste geval is het jaarlijks te betalen bedrag beperkt tot 4 957,87 EUR;
  6° 24 789,35 EUR per onderzoekscentrum dat geen erkende onderwijsinstelling is en dat verschillende installaties en/of terreinen uitbaat of bezit waar radioactieve stoffen aangewend worden;
  7° 14 873,61 EUR per fabriek die kernbrandstof vervaardigt;
  8° 12 394,68 EUR per inrichting waar radioactieve stoffen geproduceerd worden uit bestraalde splijtstoffen en waar zij voor de verkoop geconditioneerd worden;
  9° 4 957,87 EUR per installatie waarin één of meerdere deeltjesversnellers worden uitgebaat met een energie G 11 MeV;
  10° 2 478,94 EUR voor de installaties van een erkende onderwijsinstelling waar gebruik wordt gemaakt van radioactieve stoffen of materialen voor het uitvoeren van onderzoeksactiviteiten in het nucleair domein;
  11° 619,73 EUR voor elke nucleaire installatie en elk terrein dat nucleaire stoffen bevat, die behoren tot de klasse II bedoeld in het algemeen reglement op de bescherming tegen de ioniserende stralingen, maar die niet behoren tot de punten 1° tot 10°;
  12° 123,95 EUR voor elke nucleaire installatie en elk terrein dat nucleaire stoffen bevat, die behoren tot de klasse III bedoeld in het algemeen reglement op de bescherming tegen ioniserende stralingen, maar die niet behoren tot de punten 1° tot 11°;
  13° 12 394,68 EUR per nucleaire installatie en per terrein dat radioactieve stoffen bevat en die niet zijn opgenomen in de punten 1° tot 12°, als de sanerings- en ontmantelingskostprijs door de Instelling geraamd wordt op 24 789 352,48 EUR of meer; de bijdrage is 2 478,94 EUR als de sanerings- en ontmantelingskostprijs door de Instelling geraamd wordt op meer dan 2 478 935,25 EUR maar minder dan 24 789 352,48 EUR; de bijdrage is 1 239,47 EUR als de sanerings- en ontmantelingskostprijs door de Instelling geraamd wordt op 2 478 935,25 EUR of minder.
  § 2. De onderdelen van het artikel die in de eerste rij en de eerste en vierde kolom van de volgende rijen van onderstaande tabel worden vermeld, hebben betrekking op deze wet. Voor de bedragen die in euro worden vermeld in de tweede kolom van de tabel gelden vanaf 27 juli 2000 tot 31 december 2001 de bedragen in Belgische frank vermeld in de derde kolom.
Art. 90. § 1er. Le montant de la redevance, visée à l'article 179, § 2, 11°, de la loi précitée du 8 août 1980, à payer annuellement, est fixé à :
  1° 49 578,70 EUR par réacteur nucléaire destiné à la production d'électricité;
  2° 24 789,35 EUR par installation d'entreposage de combustible irradié en dehors des bassins de réacteurs nucléaires;
  3° 74 368,06 EUR par usine de retraitement de combustible irradié;
  4° 49 578,70 EUR par site sur lequel se trouvent des installations autorisées, dont les activités consistent principalement dans le traitement, le conditionnement et/ou l'entreposage de déchets radioactifs;
  5° 24 789,35 EUR par réacteur nucléaire destiné à la recherche, sauf quand le réacteur fait partie des installations d'un établissement d'enseignement agréé visées au point 10. Dans ce dernier cas, le montant à payer annuellement est limité à 4 957,87 EUR;
  6° 24 789,35 EUR par centre de recherche qui n'est pas un établissement d'enseignement agréé et qui exploite ou possède plusieurs installations et/ou sites où des substances radioactives sont mises en oeuvre;
  7° 14 873,61 EUR par usine de fabrication de combustible nucléaire;
  8° 12 394,68 EUR par établissement où des substances radioactives sont produites à partir de combustible irradié et où elles sont conditionnées pour la vente;
  9° 4 957,87 EUR par installation où un ou plusieurs accélérateurs de particules d'une énergie G 11 MeV sont exploités;
  10° 2 478,94 EUR pour les installations d'un établissement d'enseignement où l'on fait usage de substances ou de matières radioactives pour l'exécution d'activités de recherche dans le domaine nucléaire;
  11° 619,73 EUR pour chaque installation nucléaire et chaque site contenant des substances radioactives, qui appartiennent à la classe II visée au règlement général de protection contre les radiations ionisantes, mais qui n'appartiennent pas aux points 1° à 10°;
  12° 123,95 EUR pour chaque installation nucléaire et chaque site contenant des substances nucléaires, qui appartiennent à la classe III visée au règlement général de protection contre les radiations ionisantes, mais qui n'appartiennent pas aux points 1° a 11°;
  13° 12 394,68 EUR par installation nucléaire et par site contenant des substances radioactives et qui ne sont pas repris aux points 1° à 12°, lorsque le coût d'assainissement et de démantèlement est évalué par l'Organisme à 24 789 352,48 EUR ou plus; la redevance est de 2 478,94 EUR lorsque le coût d'assainissement et de démantèlement est évalué par l'Organisme à plus de 2 478 935,25 EUR mais moins de 24 789 352,48 EUR; la redevance est de 1 239,47 EUR lorsque le coût d'assainissement et de démantèlement est évalué par l'Organisme à 2 478 935,25 EUR ou moins.
  § 2. Les éléments d'article figurant à la première ligne ainsi que dans la première ou quatrième colonne des lignes suivantes du tableau ci-dessous, se rapportent à la présente loi. Pour les montants exprimés en euro dans la deuxième colonne du tableau, les montants exprimés en francs belges dans la troisième colonne sont valables à partir du 27 juillet 2000 jusqu'au 31 décembre 2001.

Änderungen

[7]<td valign="top">---------------------------<td valign="top">----<tr><td valign="top">Art. 90<td valign="top"> <td valign="top"> <tr><td valign="top">-----------------<td valign="top">---------------------------<td valign="top">----<tr><td valign="top"> <td valign="top">EUR<td valign="top">BEF<tr><td valign="top">-----------------<td valign="top">---------------------------<td valign="top">----<tr><td valign="top">1°<td valign="top">49 578,70<td valign="top">2 000 000<tr><td valign="top">2°<td valign="top">24 789,35<td valign="top">1 000 000<tr><td valign="top">3°<td valign="top">74 368,06<td valign="top">3 000 000<tr><td valign="top">4°<td valign="top">49 578,70<td valign="top">2 000 000<tr><td valign="top">5°<td valign="top">24 789,35<td valign="top">1 000 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">4 957,87<td valign="top">200 000<tr><td valign="top">6°<td valign="top">24 789,35<td valign="top">1 000 000<tr><td valign="top">[7°<td valign="top">14 873,61<td valign="top">600 000]<tr><td colspan="3" valign="top"><Erratum, B.S. 06-03-2002, p. 8718><tr><td valign="top">8°<td valign="top">12 394,68<td valign="top">500 000<tr><td valign="top">9°<td valign="top">4 957,87<td valign="top">200 000<tr><td valign="top">10°<td valign="top">2 478,94<td valign="top">100 000<tr><td valign="top">[11°<td valign="top">619,73<td valign="top">25 000]<tr><td colspan="3" valign="top"><Erratum, B.S. 06-03-2002, p. 8718><tr><td valign="top">12°<td valign="top">123,95<td valign="top">5 000<tr><td valign="top">13°<td valign="top">12 394,68<td valign="top">500 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">24 789 352,48<td valign="top">1 000 000 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">2 478,94<td valign="top">100 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">2 478 935,25<td valign="top">100 000 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">24 789 352,48<td valign="top">1 000 000 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">1 239,47<td valign="top">50 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">2 478 935,25<td valign="top">100 000 000<tr><td valign="top">-----------------<td valign="top">---------------------------<td valign="top">----</td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></table>------------------------------------------------Art. 90------------------------------------------------EURBEF------------------------------------------------1°49 578,702 000 0002°24 789,351 000 0003°74 368,063 000 0004°49 578,702 000 0005°24 789,351 000 0004 957,87200 0006°24 789,351 000 000[7°14 873,61600 000]<Erratum, B.S. 06-03-2002, p. 8718>8°12 394,68500 0009°4 957,87200 00010°2 478,94100 000[11°619,7325 000]<Erratum, B.S. 06-03-2002, p. 8718>12°123,955 00013°12 394,68500 00024 789 352,481 000 000 0002 478,94100 0002 478 935,25100 000 00024 789 352,481 000 000 0001 239,4750 0002 478 935,25100 000 000------------------------------------------------
§ 3. Voor de installaties die uitsluitend over een vergunning beschikken voor bliksemafleiders dient er geen bijdrage betaald te worden.
§ 4. Als meerdere nucleaire installaties en/of terreinen die radioactieve stoffen bevatten tot de verantwoordelijkheid behoren van eenzelfde uitbater, houder of eigenaar, zijn de volgende regels van toepassing :
1° als één of meerdere van die installaties behoren tot de klasse I, moet de uitbater, houder of eigenaar volgende bedragen betalen :
- het bedrag vermeld in § 1 voor elk van de installaties van de klasse I;
- een bedrag voor alle andere installaties en terreinen samen, namelijk het hoogste bedrag vermeld in § 1 voor de betrokken installaties en terreinen;
2° als geen van die installaties behoort tot de klasse I, moet de uitbater, houder of eigenaar slechts één bedrag betalen, namelijk het hoogste bedrag vermeld in § 1 voor de betrokken installaties en terreinen.
§ 5. De bedragen vastgelegd in § 1 zijn van toepassing voor het jaar 2000. Deze bedragen worden jaarlijks aan de index gekoppeld volgens de volgende formule :
Mn = M1 x (In/104,61).
In deze formule hebben de symbolen de volgende betekenis :
M1 : bedrag op 1 januari 2000;
Mn : bedrag op 1 januari van het jaar n;
In : index van de consumptieprijzen van toepassing op 1 januari van het jaar n.

Änderungen

[7]<td valign="top">-------------------------------<td valign="top">--<tr><td valign="top">Art. 90<td valign="top"> <td valign="top"> <tr><td valign="top">--------------------<td valign="top">-------------------------------<td valign="top">--<tr><td valign="top"> <td valign="top">EUR<td valign="top">BEF<tr><td valign="top">--------------------<td valign="top">-------------------------------<td valign="top">--<tr><td valign="top">1°<td valign="top">49 578,70<td valign="top">2 000 000<tr><td valign="top">2°<td valign="top">24 789,35<td valign="top">1 000 000<tr><td valign="top">3°<td valign="top">74 368,06<td valign="top">3 000 000<tr><td valign="top">4°<td valign="top">49 578,70<td valign="top">2 000 000<tr><td valign="top">5°<td valign="top">24 789,35<td valign="top">1 000 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">4 957,87<td valign="top">200 000<tr><td valign="top">6°<td valign="top">24 789,35<td valign="top">1 000 000<tr><td valign="top">[7°<td valign="top">14 873,61<td valign="top">600 000]<tr><td colspan="3" valign="top"><Erratum, M.B. 06-03-2002, p. 8718><tr><td valign="top">8°<td valign="top">12 394,68<td valign="top">500 000<tr><td valign="top">9°<td valign="top">4 957,87<td valign="top">200 000<tr><td valign="top">10°<td valign="top">2 478,94<td valign="top">100 000<tr><td valign="top">[11°<td valign="top">619,73<td valign="top">25 000]<tr><td colspan="3" valign="top"><Erratum, M.B. 06-03-2002, p. 8718><tr><td valign="top">12°<td valign="top">123,95<td valign="top">5 000<tr><td valign="top">13°<td valign="top">12 394,68<td valign="top">500 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">24 789 352,48<td valign="top">1 000 000 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">2 478,94<td valign="top">100 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">2 478 935,25<td valign="top">100 000 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">24 789 352,48<td valign="top">1 000 000 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">1 239,47<td valign="top">50 000<tr><td valign="top"> <td valign="top">2 478 935,25<td valign="top">100 000 000<tr><td valign="top">--------------------<td valign="top">-------------------------------<td valign="top">--------</td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></td></td></td></tr></table>-----------------------------------------------------Art. 90-----------------------------------------------------EURBEF-----------------------------------------------------1°49 578,702 000 0002°24 789,351 000 0003°74 368,063 000 0004°49 578,702 000 0005°24 789,351 000 0004 957,87200 0006°24 789,351 000 000[7°14 873,61600 000]<Erratum, M.B. 06-03-2002, p. 8718>8°12 394,68500 0009°4 957,87200 00010°2 478,94100 000[11°619,7325 000]<Erratum, M.B. 06-03-2002, p. 8718>12°123,955 00013°12 394,68500 00024 789 352,481 000 000 0002 478,94100 0002 478 935,25100 000 00024 789 352,481 000 000 0001 239,4750 0002 478 935,25100 000 000-----------------------------------------------------------
§ 3. Les installations qui disposent uniquement d'une autorisation pour les paratonnerres ne doivent pas payer de contribution.
§ 4. Quand plusieurs installations et/ou sites contenant des substances radioactives sont de la responsabilité d'un même exploitant, détenteur ou propriétaire, les règles suivantes sont d'application :
1° si l'une ou plusieurs de ces installations sont de la classe I, l'exploitant, le détenteur ou le propriétaire doit payer les montants suivants :
- le montant mentionné au § 1er pour chacune des installations de la classe I;
- un montant pour l'ensemble des autres installations et sites, notamment le montant le plus élevé mentionné au § 1er pour les installations et sites concernés;
2° si aucune de ces installations n'est de la classe I, l'exploitant, le détenteur ou le propriétaire ne doit payer qu'un seul montant, notamment le montant le plus élevé mentionné au § 1er pour les installations et sites concernés.
§ 5. Les montants fixés au § 1er sont d'application pour l'année 2000. Ces montants sont indexés annuellement selon la formule suivante :
Mn = M1 x (In/104,61).
Dans cette formule, les symboles ont la signification suivante :
M1 : montant au 1er janvier 2000;
Mn : montant au 1er janvier de l'année n;
In : l'indice des prix à la consommation en application le 1er janvier de l'année n.
Art.91. § 1. Vanaf het jaar 2001 richt de Instelling in de loop van het eerste kwartaal van ieder jaar een betalingsbevel aan elke bijdrageplichtige, dat het te betalen bedrag van de bijdrage vermeldt. De Instelling voegt er een uittreksel bij uit de inventaris, bevattende tenminste de volgende inlichtingen van het te saneren goed waarop de betaling betrekking heeft : de verwijzing naar één van de categorieën vermeld in artikel 90, het bewijs van de inventarisplicht en de berekeningswijze van het vastgestelde bedrag. Het jaarlijks te betalen bedrag van de bijdrage is verschuldigd op het in het betalingsbevel vermelde rekeningnummer van de Instelling binnen de twee maanden vanaf de ontvangstdatum, behalve wanneer artikel 92 van toepassing is. In dit laatste geval gebeurt de betaling binnen de maand na de beslissing van de Minister. Vervallen en niet voldane betalingsbevelen worden van rechtswege vermeerderd met de wettelijke intresten.
  § 2. Voor de jaren 2000 en 2001 worden de betalingsbevelen, die de Instelling in de jaren 2000 en 2001 aan elke bijdrageplichtige heeft gericht op basis van artikel 5 van het koninklijk besluit van 31 mei 2000 houdende vaststelling van de bijdragen voor de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen voor het opstellen en bijhouden van een inventaris van alle nucleaire installaties en alle terreinen die radioactieve stoffen bevatten, geacht betalingsbevelen in de zin van § 1 van dit artikel te zijn.
  § 3. De bijdragen die op basis van deze wet verschuldigd zijn voor de jaren 2000 en 2001 worden gecompenseerd met de bijdragen die reeds zijn betaald op basis van het koninklijk besluit van 31 mei 2000 houdende vaststelling van de bijdragen voor de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen voor het opstellen en bijhouden van een inventaris van alle nucleaire installaties en alle terreinen die radioactieve stoffen bevatten maar die onverschuldigd worden door de intrekking van voornoemd koninklijk besluit op basis van artikel 94, § 1.
Art.91. § 1er. A partir de l'année 2001, l'Organisme adresse, au cours du premier trimestre de chaque année, à chaque redevable, un avertissement de paiement qui mentionne le montant de la redevance à payer. L'Organisme y ajoute un extrait de l'inventaire, contenant au moins les informations suivantes du bien à assainir auquel le paiement se rapporte : la référence à une des catégories mentionnées à l'article 90, la preuve de l'obligation d'inventaire et le mode de calcul du montant fixé. Le montant de la redevance à payer annuellement est dû au numéro de compte de l'Organisme mentionné dans l'avertissement de paiement dans les deux mois suivant la date de réception de celui-ci, sauf quand l'article 92 est d'application. Dans ce dernier cas, le paiement a lieu dans le mois après la décision du Ministre. Les avertissements de paiement échus et non satisfaits sont majorés de plein droit des intérêts légaux.
  § 2. Pour l'année 2000 et 2001, les avertissements de paiement, que l'Organisme a adressé en 2000 et en 2001 à chaque redevable sur base de l'article 5 de l'arrêté royal du 31 mai 2000 fixant les redevances au profit de l'Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies pour l'établissement et la mise à jour d'un inventaire de toutes les installations nucléaires et de tous les sites contenant des substances radioactives, sont considérés comme des avertissements de paiement visés au § 1er de cet article.
  § 3. Les redevances qui, sur base de la présente loi, sont dues pour l'année 2000 et 2001 sont compensées par les redevances déjà payées sur base de l'arrête royal du 31 mai 2000 fixant les redevances au profit de l'Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies pour l'établissement et la mise à jour d'un inventaire de toutes les installations nucléaires et de tous les sites contenant des substances radioactives, mais qui deviennent non redevables en raison de l'abrogation de l'arrêté royal précité sur base de l'article 94, § 1er.
Art.92. De bijdrageplichtige kan bij de Minister, binnen de 30 dagen na ontvangst van het betalingsbevel, bij aangetekend schrijven, beroep aantekenen tegen de gevorderde bijdrage, indien hij van oordeel is dat de vordering niet rechtsgeldig is, dat de installatie, het terrein, de stoffen of de materialen niet onder de inventaris vallen of dat het aangerekende bedrag niet correct is. De minister neemt een beslissing binnen de 90 dagen na de datum van verzending van het beroep.
Art.92. Dans les 30 jours après réception de l'avertissement de paiement, le redevable peut exercer, par lettre recommandée, un recours auprès du ministre contre la redevance réclamée, s'il est d'avis que la créance n'est pas valide, que l'installation, le site, les substances ou les matières ne tombent pas sous l'inventaire ou que le montant imputé n'est pas correct. Le ministre rend une décision dans les 90 jours suivant la date d'envoi du recours.
Art.93. [1 Om de vijf jaar en telkens als een aanpassing van het bedrag van de bijdragen zich opdringt om het geheel van de vroegere en toekomstige kosten te dekken, bedoeld in artikel 179, § 2, 11°, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, stelt de Instelling een verslag op houdende:
   1° de bedragen die in de loop van de vijf voorgaande jaren als bijdragen zijn geïnd;
   2° de uitgaven bedoeld in voornoemd artikel 179, § 2, 11°, tweede lid, gedaan gedurende de vijf voorgaande jaren;
   3° een beschrijving van de werkzaamheden en activiteiten die in de vijf voorgaande jaren werden verricht;
   4° een raming van de in artikel 90 vastgestelde bedragen in verhouding tot de in het verleden gedragen en de toekomstige kosten van de Instelling;
   5° aanbevelingen met het oog op de aanpassing van het bedrag van de bijdragen.
   De Instelling richt dit verslag aan haar voogdijministers, die het aan de Ministerraad overmaken.
   De Instelling maakt, ter informatie, een exemplaar van dit verslag over aan het Vast Technisch Comité.]1

  
Art.93. [1 Tous les cinq ans et chaque fois qu'une adaptation du montant des redevances se justifie pour couvrir l'ensemble des coûts passés et futurs, visés à l'article 179, § 2, 11°, alinéa 2, de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980, l'Organisme établit un rapport contenant:
   1° les montants perçus à titre de redevances pendant les cinq années précédentes;
   2° les dépenses visées à l'article 179, § 2, 11°, alinéa 2, susvisé, supportées pendant les cinq années précédentes;
   3° une description des travaux et activités exécutés les cinq années précédentes;
   4° une évaluation des montants fixés à l'article 90 au regard des coûts passés et futurs de l'Organisme;
   5° des recommandations visant à adapter le montant des redevances.
   L'Organisme adresse ce rapport à ses ministres de tutelle qui le communiquent au Conseil des ministres.
   L'Organisme transmet, pour information, une copie de ce rapport au Comité technique permanent.]1

  
Art.94. § 1. Het koninklijk besluit van 31 mei 2000 houdende vaststelling van de bijdragen voor de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen voor het opstellen en bijhouden van een inventaris van alle nucleaire installaties en alle terreinen die radioactieve stoffen bevatten, wordt opgeheven.
  § 2. Artikel 179, § 2, 11°, derde lid, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, wordt opgeheven.
Art.94. § 1er. L'arrêté royal du 31 mai 2000 fixant les redevances au profit de l'Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies pour l'établissement et la mise à jour d'un inventaire de toutes les installations nucléaires et de tous les sites contenant des substances radioactives, est abrogé.
  § 2. L'article 179, § 2, 11°, alinéa 3, de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980, est abroge.
TITEL VII. - Landsverdediging.
TITRE VII. - Défense.
TITEL VIII. - Ambtenarenzaken.
TITRE VIII. - Fonction publique.
Art.96. § 1. In de federale overheidsdiensten wordt de leiding, onder de verantwoordelijkheid van betrokken minister, uitgeoefend door de houders van een managementfunctie aangeduid overeenkomstig de reglementaire bepalingen betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten.
  § 2. (...) <W 2004-07-09/30, art. 97, 007; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
Art.96. § 1er. Dans les services publics fédéraux, la direction est assurée, sous la responsabilité du ministre concerné, par les titulaires d'une fonction de management désignés conformément aux dispositions réglementaires relatives à la désignation et l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux.
  § 2. (...) <L 2004-07-09/30, art. 97, 007; En vigueur : 01-12-2004>
Art.97. In artikel 1 van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 april 1997 en de wet van 22 maart 1999 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  A. § 1, tweede lid, 1°, wordt vervangen als volgt :
  " 1° de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten en de diensten die ervan afhangen; ";
  B. § 1, tweede lid, wordt aangevuld als volgt :
  " 4° de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling. ";
  C. artikel 1 wordt aangevuld als volgt :
  " § 4. Dit hoofdstuk is van toepassing op de besturen en andere diensten van de federale ministeries zolang zij niet vervangen zijn door de in § 1, tweede lid, 1° beoogde overheidsdiensten. ".
Art.97. A l'article 1er de la loi du 22 juillet 1993 portant certaines mesures en matière de fonction publique, modifié par l'arrêté royal du 3 avril 1997 et la loi du 22 mars 1999, sont apportées les modifications suivantes :
  A. le § 1er, alinéa 2, 1°, est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation et les services qui en dépendent; ";
  B. le § 1er, alinéa 2, est complété comme suit :
  " 4° le Conseil fédéral pour le Développement durable. ";
  C. l'article 1er est complété par la disposition suivante :
  " § 4. Le présent chapitre s'applique aux administrations et autres services des ministères fédéraux aussi longtemps qu'ils ne sont pas remplacés par les services publics visés au § 1er, alinéa 2, 1°. ".
Art.98. Artikel 22 van dezelfde wet, vervangen door de wet van 26 maart 2001, wordt opgeheven.
Art.98. L'article 22 de la même loi, remplacé par la loi du 26 mars 2001, est abrogé.
Art.99. In artikel 5 van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector worden de woorden " worden verplicht " vervangen door de woorden " kunnen worden ".
Art.99. A l'article 5 de la loi du 10 avril 1995 relatif à la redistribution du travail dans le secteur public, les mots " sont obligatoirement " sont remplacés par les mots " peuvent être ".
Art.100. In artikel 9, § 1, van dezelfde wet worden de woorden " wordt verplicht " vervangen door de woorden " kan worden ".
Art.100. A l'article 9, § 1er, les mots " est obligatoirement " sont remplacés par les mots " peut être ".
Art.101. In artikel 10quater, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 3 december 1997, worden de woorden " wordt verplicht " vervangen door de woorden " kan worden ".
Art.101. A l'article 10quater, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 3 décembre 1997, les mots " est obligatoirement " sont remplacés par les mots " peut être ".
Art.102. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer :
  1° de opslag en het beheer van gegevens functioneel opdelen tussen de federale ministeries, de federale overheidsdiensten, de federale wetenschappelijke instellingen, de federale instellingen van openbaar nut en de federale sociale parastatalen.
  Onder gegevens wordt verstaan de gegevens die de federale openbare diensten, vermeld in het vorig lid, nodig hebben voor de uitvoering van een opdracht die hun is opgelegd door of krachtens een wet;
  2° de federale openbare diensten, vermeld in 1°, verplichten om deze gegevens in te zamelen, bij voorkeur langs elektronische weg, bij de andere federale openbare diensten, vermeld in 1°, waar deze gegevens beschikbaar zijn;
  3° de federale openbare diensten, vermeld in 1°, verplichten om gegevens waarover zij beschikken, mee te delen, bij voorkeur langs elektronische weg, aan andere federale openbare diensten, vermeld in 1°, die deze gegevens nodig hebben voor de uitvoering van een opdracht die hen is opgelegd door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie;
  4° aan federale openbare diensten, vermeld in 1°, het gebruik toestaan of opleggen van eenvormige identificatiesleutels;
  5° de modaliteiten bepalen waarop de inzameling en de mededeling van de gegevens bedoeld in 2° en 3° plaatsvindt.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, wetsbepalingen aanpassen die betrekking hebben op de wijze van inzameling en mededeling van gegevens om deze in overeenstemming te brengen met de regels en modaliteiten die Hij heeft vastgelegd in uitvoering van het eerste lid.
Art.102. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres et après avis de la Commission de la Protection de la Vie privée :
  1° répartir de manière fonctionnelle l'enregistrement et la gestion de données entre les ministères fédéraux, les services publics fédéraux, les établissements scientifiques fédéraux, les organismes fédéraux d'intérêt public et les parastataux sociaux fédéraux.
  Par données, on comprend les données dont les services publics fédéraux, mentionnés à l'alinéa précédent, ont besoin pour exécuter une mission qui leur est imposée par ou en vertu d'une loi;
  2° obliger les services publics fédéraux, mentionnés au 1°, à collecter, de préférence par voie électronique, ces données, auprès d'autres services publics fédéraux, mentionnés au 1°, où ces données sont disponibles;
  3° obliger les services publics fédéraux, mentionnés au 1°, à communiquer, de préférence par voie électronique, les données dont ils disposent à d'autres services publics fédéraux, mentionnés au 1°, qui ont besoin de ces données pour exécuter une mission qui leur est imposée par ou en vertu d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance;
  4° autoriser ou imposer aux services publics fédéraux, mentionnés au 1°, l'utilisation de clés d'identification uniformes;
  5° fixer les modalités de collecte et de communication des données visées aux 2° et 3°.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres et après avis de la Commission de la Protection de la Vie Privée, adapter des dispositions légales relatives au mode de collecte et de communication de données afin de les rendre conformes aux règles et modalités qu'Il a fixées en exécution du premier alinéa.
TITEL IX. - Binnenlandse zaken.
TITRE IX. - Intérieur.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen.
CHAPITRE I. - Modification de la loi du 30 juillet 1979 relative à la prévention des incendies et des explosions ainsi qu'à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile dans ces mêmes circonstances.
Art.104. In artikel 6, § 2, 3°, van de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen, gewijzigd door de wetten van 22 december 1989, 22 mei 1990 en 29 april 1996, worden de woorden " artikel 12 " vervangen door de woorden " de artikelen 10bis en 12 ".
Art.104. Dans l'article 6, § 2, 3°, de la loi du 30 juillet 1979 relative à la prévention des incendies et des explosions ainsi qu'à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile dans ces mêmes circonstances, modifié par les lois du 22 décembre 1989, 22 mai 1990 et 29 avril 1996, les mots " de l'article 12 " sont remplacés par les mots " des articles 10bis et 12 ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux.
Art.105. Artikel 30, derde lid, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, wordt vervangen als volgt :
  " In de meergemeentenzone wordt de bijzondere rekenplichtige op voorstel van het politiecollege aangewezen door de politieraad onder de gemeenteontvangers en de ontvangers van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van een van de gemeenten die deel uitmaken van de politiezone of van een andere politiezone.
  De politieraad kan evenwel een beroep doen op een gewestelijke ontvanger of op een personeelslid van een al dan niet tot de politiezone behorende gemeente of openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat voldoet aan de voorwaarden om in zijn gemeente benoemd te worden tot gemeenteontvanger of ontvanger van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering, in voorkomend geval, van een leeftijdsvoorwaarde.
  Eenzelfde persoon kan worden aangewezen als bijzondere rekenplichtige van meerdere politiezones.
  De bijzondere rekenplichtige die geen ontvanger is, legt de eed af in handen van de voorzitter van het politiecollege in de bewoordingen bepaald in artikel 137. ".
Art.105. L'article 30, alinéa 3, de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré a deux niveaux, est remplacé par les alinéas suivants :
  " Dans la zone pluricommunale, le comptable spécial est désigné, sur proposition du collège de police, par le conseil de police parmi les receveurs communaux et les receveurs des centres publics d'aide sociale d'une des communes faisant partie de la zone de police ou d'une autre zone de police.
  Néanmoins, le conseil de police peut faire appel à un receveur régional ou à un membre du personnel d'une commune ou d'un centre public d'aide sociale appartenant ou non à la zone, qui satisfait aux conditions pour être nomme dans sa commune en qualité de receveur communal ou de receveur du centre public d'aide sociale, exception faite, le cas échéant, de la condition d'âge.
  Une même personne peut être désignée comme comptable spécial de plusieurs zones de police.
  Le comptable spécial qui n'a pas la qualité de receveur, prête serment entre les mains du président du collège de police, dans les termes repris à l'article 137. ".
Art.106. In artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " die geen ontvanger is van een gemeente of, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en die geen gewestelijk ontvanger is, " ingevoegd tussen de woorden " De bijzondere rekenplichtige " en de woorden " in de meergemeentezone " en wordt het woord " aanvullende " geschrapt;
  2° in het tweede lid wordt het woord " aanvullende " geschrapt;
  3° in het derde lid worden de woorden " in voorkomend geval " ingevoegd tussen de woorden " deze " en " moet stellen ".
Art.106. A l'article 31 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " qui n'est pas receveur d'une commune ou d'un centre public d'aide sociale et qu n'est pas receveur régional " sont insérés entre les mots " Le comptable spécial " et " dans la zone pluricommunale " et le mot " complémentaire " est supprimé;
  2° à l'alinéa 2, le mot " complémentaire " est supprimé;
  3° à l'alinéa 3, les mots " le cas échéant " sont insérés entre les mots " doit " et " constituer ".
Art.107. In artikel 32 van dezelfde wet wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
  " Het politiecollege wijst, op voorstel van de bijzondere rekenplichtige die geen ontvanger is van een gemeente of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en die geen gewestelijke ontvanger is, een lid van het administratief en logistiek kader of een bijzondere rekenplichtige van een andere politiezone of een ontvanger van een gemeente of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan om hem, onder zijn verantwoordelijkheid, in geval van gewettigde afwezigheid te vervangen voor een periode van maximum dertig dagen. Die vervanging kan voor eenzelfde afwezigheid tweemaal met ten hoogste dezelfde termijn worden verlengd. In alle andere gevallen kan de politieraad een waarnemende bijzondere ontvanger aanduiden die moet voldoen aan de voorwaarden om tot bijzondere rekenplichtige aangewezen te worden. De waarnemende bijzondere rekenplichtige oefent alle bevoegdheden van de bijzondere rekenplichtige uit. De vergoeding van de bijzondere rekenplichtige wordt aan zijn vervanger uitgekeerd. ".
Art.107. Dans l'article 32 de la même loi, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Le collège de police, sur proposition du comptable spécial qui n'est ni receveur communal de CPAS ni receveur régional, désigne un membre du cadre administratif et logistique ou un comptable spécial d'une autre zone de police ou un receveur communal ou d'un centre public d'aide sociale pour, sous sa responsabilité, le remplacer en cas d'absence justifiée, pour une période de maximum trente jours. Ce remplacement peut, pour une même absence, être prolongé deux fois pour un même délai maximum. Dans tous les autres cas, le conseil de police peut désigner un receveur spécial faisant fonction qui doit satisfaire aux conditions pour être désigné comptable spécial. Le comptable spécial faisant fonction exerce toutes les compétences du comptable spécial. L'indemnité du comptable spécial est octroyée à son remplaçant. ".
Art.108. Een artikel 32bis wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende :
  " Art. 32bis. De politieraad kan een vergoeding vaststellen voor de secretaris in de meergemeentezone bedoeld in artikel 29. Deze vergoeding kan niet hoger zijn dan het maximale bedrag dat door de Koning is bepaald voor de vergoeding van de bijzondere rekenplichtige in uitvoering van artikel 32 van de wet. ".
Art.108. Un article 32bis, libellé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 32bis. Le conseil de police peut fixer une indemnité pour le secrétaire de la zone pluricommunale visé à l'article 29. Cette indemnité ne peut être supérieure au montant maximal de l'indemnité du comptable spécial fixée par le Roi en exécution de l'article 32 de la loi. ".
Art.109. In dezelfde wet wordt een artikel 34bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 34bis. Onverminderd artikel 30, zevende lid, mogen de dotaties, toelagen en bijdragen in de uitgaven van de gemeenten als politiezone en van de meergemeentenpolitiezones, hun aandeel in de bij de wet, het decreet of de ordonnantie ten voordele van de politiezones ingestelde fondsen en in het algemeen alle sommen die de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten en de provincies en de gemeenten om niet verlenen aan de politiezones rechtstreeks gestort worden op de rekeningen geopend namens de gerechtigde gemeenten of politiezones bij financiële instellingen die voldoen, naar gelang het geval, aan de voorschriften van de artikelen 7, 65 en 66 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.
  De in het eerste lid bedoelde financiële instellingen worden gerechtigd om het bedrag van de opeisbare schulden, door de gemeente met betrekking tot de politiedienst of door de politiezone tegenover hen aangegaan, ambtshalve in mindering te brengen van het tegoed van de rekeningen die zij ten behoeve van die gemeente of van die politiezone hebben geopend. ".
Art.109. Un article 34bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 34bis. Sans préjudice de l'article 30, alinéa 7, les dotations, subventions et interventions dans les dépenses des communes en ce qu'elles constituent des zones de police et des zones de police pluricommunales, leur quote-part dans les fonds institués par la loi, le décret ou l'ordonnance au profit des zones de police, et, en général, toutes les sommes attribuées à titre gratuit aux zones de police par l'Etat, les Communautés, les Régions et les provinces et les communes peuvent être versées directement aux comptes ouverts au nom des communes ou zones de police auprès d'institutions financières qui satisfont selon le cas, au prescrit des articles 7, 65 et 66 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit.
  Les institutions financières visées à l'alinéa 1er sont autorisées à prélever d'office, sur l'avoir du ou des comptes qu'elles ont ouverts au nom de la commune pour le service de police ou au nom d'une zone de police, le montant des dettes exigibles que cette commune ou cette zone de police a contractées envers elles. ".
Art.110. Een artikel 41bis wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende :
  " Art. 41bis. De federale toelagen, uitgetrokken op basis van artikel 41 en voorzien op het programma 90/1 " Federale dotatie " van de begroting " Federale politie en geïntegreerde werking ", mogen het voorwerp uitmaken van ordonnantiën van vaste uitgaven en mogen worden vastgelegd en vereffend door tussenkomst van de Centrale Dienst van Vaste Uitgaven. ".
Art.110. Un article 41bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 41bis. Les allocations fédérales, prélevées sur la base de l'article 41 et prévues pour le programme 90/1 " Dotation fédérale " du budget " Police fédérale et fonctionnement intégré " peuvent faire l'objet d'ordonnances de dépenses fixes et peuvent être engagées et liquidées et à l'intervention du Service central des Dépenses fixes. ".
Art.111. In artikel 71, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden " binnen de twintig dagen " tussen het woord " worden " en de woorden " voor goedkeuring " ingevoegd.
Art.111. Dans l'article 71, alinéa 1er, de la même loi, les mots " endéans les vingt jours " sont insérés entre les mots " sont envoyées " et les mots " pour approbation ".
Art.112. In artikel 85, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden " binnen de twintig dagen " tussen het woord " wordt " en de woorden " een lijst " ingevoegd.
Art.112. Dans l'article 85, alinéa 1er, de la même loi, les mots " endéans les vingt jours " sont insérés entre les mots " est envoyée " et " au gouverneur ".
Art.113. In artikel 87, § 4, van dezelfde wet worden de woorden " de veertig dagen " vervangen door de woorden " de termijnen bepaald in artikel 88 ".
Art.113. Dans l'article 87, § 4, de la même loi, les mots " les quarante jours " sont remplacés par les mots " les délais, déterminés à l'article 88 ".
Art.114. In artikel 88 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  " De in artikel 85 bepaalde besluiten zijn niet langer vatbaar voor schorsing of vernietiging door de overheden bedoeld in artikel 87 indien deze hun beslissing niet hebben genomen en naar de gemeenteoverheid of de overheid van de meergemeentenzone hebben verstuurd binnen een termijn van respectievelijk vijfentwintig dagen, wat de schorsing door de gouverneur betreft, en veertig dagen, wat de vernietiging door de minister van Binnenlandse Zaken betreft. Die termijnen gaan in de dag volgend op het versturen van de in artikel 85 bedoelde lijst waarop zij zijn vermeld. ";
  2° in § 1, derde lid, worden de woorden " een termijn van vijfentwintig dagen " vervangen door de woorden " de termijnen bepaald in het eerste lid ";
  3° in § 2 worden de woorden " een termijn van vijfentwintig dagen " vervangen door de woorden " de termijnen bepaald in § 1, eerste lid ".
Art.114. A l'article 88 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, alinéa 1er, est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Les délibérations visées à l'article 85 ne sont plus susceptibles de suspension ou d'annulation par les autorités visées à l'article 87 si celles-ci n'ont pas pris et transmis leur décision à l'autorité communale ou à l'autorité de la zone pluricommunale dans un délai respectivement de vingt-cinq jours, en ce qui concerne la suspension par le gouverneur, et de quarante jours, en ce qui concerne l'annulation par le ministre de l'Intérieur. Ces délais prennent cours le jour qui suit l'envoi de la liste prévue à l'article 85 sur laquelle elles figurent. ";
  2° dans le § 1er, alinéa 3, les mots " endéans vingt-cinq jour " sont remplacés par les mots " le délai déterminé dans l'alinéa 1er ";
  3° dans le § 2 les mots " un délai de vingt-cinq jours " sont remplaces par les mots " les délais détermines au § 1er, alinéa 1er ".
Art.115. In dezelfde wet wordt een artikel 149ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 149ter. De basisallocaties met betrekking tot de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie worden gehergroepeerd in een afzonderlijke organisatieafdeling van de begroting van de federale politie en van de geïntegreerde werking. ".
Art.115. Un article 149ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 149ter. Les allocations de base relatives à l'inspection générale de la police fédérale et de la police locale sont regroupées dans une division organique distincte du budget de la police fédérale et du fonctionnement intégré. ".
Art.116. Een artikel 246bis wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende :
  " Art. 246bis. De aanwijzingen bij de centrale diensten van de federale politie en bij de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie mogen tot 31 december 2002 zonder taalkaders plaatsvinden. ".
Art.116. Un article 246bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 246bis. Les affectations au sein des services centraux de la police fédérale et de l'inspection générale de la police fédérale et de la police locale peuvent s'effectuer jusqu'au 31 décembre 2002 sans cadres linguistiques. ".
Art.117. Artikel 247 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden :
  " De Koning kan de in het eerste lid bedoelde eerste aanstellingen uitvoeren zonder dat voorafgaandelijk een organiek kader en zonder dat voorafgaandelijk taalkaders voor de federale politie en voor de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie zijn vastgesteld.
  De taalpariteit wordt tot stand gebracht, enerzijds, in de groep samengesteld uit de commissaris-generaal, de inspecteur-generaal, de directeurs-generaal en de adjunct-directeurs-generaal en, anderzijds, in de groep van directeurs bij een algemene directie van de federale politie en bij de diensten van de commissaris-generaal en van de adjunct-inspecteurs-generaal. ".
Art.117. L'article 247 de la même loi est complété par les alinéas suivants :
  " Le Roi peut procéder aux premières désignations aux emplois visés à l'alinéa 1er sans qu'il ne soit établi préalablement un cadre organique et des cadres linguistiques pour la police fédérale et l'inspection générale de la police fédérale et de la police locale.
  La parite linguistique est établie d'une part, dans le groupe constitué par le commissaire général, l'inspecteur général, les directeurs géneraux et les directeurs généraux adjoints et, d'autre part, dans le groupe des directeurs au sein d'une direction générale de la police fédérale et auprès des services du commissaire général et des inspecteurs-généraux adjoints. ".
Art.118. Een artikel 247quater wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende :
  " Art. 247quater. De overgang van het personeel, bedoeld in de artikelen 128 en 235, wordt, voor wat betreft de onmiddellijke opeisbaarheid van geldelijke rechten, niet beschouwd als een verandering van werkgever. ".
Art.118. Un article 247quater, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 247quater. En ce qui concerne la revendication immédiate de droits pécuniaires, le passage du personnel, visé par les articles 128 et 235, n'est pas considéré comme étant un changement d'employeur. ".
Art.119. In artikel 248, eerste lid, 4°, van dezelfde wet worden de woorden " artikel 39 " vervangen door de woorden " de artikelen 39 en 40 ".
Art.119. Dans l'article 248, alinéa 1er, 4°, de la même loi, les mots " à l'article 39 " sont remplacés par les mots " aux articles 39 et 40 ".
Art.120. In artikel 248, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2000, worden de woorden " artikelen 202 tot 206 en 208 tot 210 " vervangen door de woorden " artikelen 202 tot 210 ".
Art.120. Dans l'article 248, alinéa 2, de la même loi, modifie par la loi du 27 décembre 2000, les mots " articles 202 à 206 et 208 à 210 " sont remplacés par les mots " articles 202 à 210 ".
Art.121. Een artikel 248quinquies wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende :
  " Art. 248quinquies. De overheid die tot aan de datum van de instelling van het lokale politiekorps, ingevolge artikel 248, de kosten heeft gedragen van de wedde en in voorkomend geval, van de toelagen en vergoedingen verschuldigd aan de korpschef van de lokale politie of van de huisvesting, kleding of uitrusting van deze politieambtenaar, is gerechtigd de bedragen van de mandaattoelage als korpschef van de lokale politie, terug te vorderen van de gemeente of de politiezone, waar de korpschef is aangewezen.
  Kent die overheid aan die politiezone een toelage of een dotatie toe dan neemt zij dit bedrag vooraf van die toelage of dotatie voor het jaar 2002.
  Is die overheid een gemeente van een meergemeentezone die de bedoelde kosten heeft gedragen van een korpschef afkomstig uit een gemeente van buiten de zone of van de federale politie dan is die gemeente gerechtigd de bedoelde wedde, toelagen en vergoedingen, met inbegrip van mandaatstoelage, die werden uitbetaald aan die korpschef terug te vorderen van de politiezone waar de korpschef is aangewezen. ".
Art.121. Un article 248quinquies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 248quinquies. L'autorité qui, jusqu'à la création du corps de police locale, en application de l'article 248, a supporté les dépenses afférentes au traitement et, le cas échéant, aux allocations et indemnités dus au chef de corps de la police locale, ou les frais de logement, d'habillement ou d'équipement de ce fonctionnaire de police, est habilitée à réclamer les montants verses à titre d'allocation de mandat de chef de corps de la zone de police locale à la commune ou la zone de police dans laquelle le chef de corps a été désigné.
  Si cette autorité verse une allocation ou une dotation à cette zone de police, elle soustrait d'abord ce montant de cette allocation ou dotation pour l'année 2002.
  Si cette autorité est une commune d'une zone de police pluricommunale qui a supporté les frais susvisés encourus pour un chef de corps provenant d'une commune n'appartenant pas à la zone ou émanant de la police fédérale, cette commune est habilitée à réclamer le traitement, les allocations et les indemnités visés, y compris l'allocation de mandat, qui ont été payés à ce chef de corps, à la zone de police dans laquelle le chef de corps est désigné. ".
Art.122. Een artikel 248sexies wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende :
  " Art. 248sexies. In het jaar 2002 mogen in een meergemeentenzone elke maand door middel van voorlopige kredieten uitgaven gedaan worden ten belope van ten hoogste één twaalfde van het totale bedrag van de gewone dienst van de begroting zoals die door de politieraad is vastgesteld of, indien de begroting nog niet is vastgesteld, ten belope van het bedrag dat door de politieraad daartoe is bepaald, als die uitgaven door het politiecollege onontbeerlijk worden geacht voor de continuïteit van de politiedienst in de zone en tevens, onder de vorm van voorschotten, voor de betalingen van netto-wedden die verschuldigd zijn aan de personeelsleden en aan de bijzondere rekenplichtige. ".
Art.122. Un article 248sexies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 248sexies. Durant l'année 2002, au sein des zones pluricommunales, des dépenses mensuelles peuvent être opérées par le recours à des crédits provisoires à concurrence maximale d'un douzième du montant total de l'exercice ordinaire du budget tel qu'il a été approuvé par le conseil de police ou, lorsque le budget n'a pas encore été arrêté, pour le montant qui a été déterminé à cet effet par le conseil de police lorsque les dépenses sont réputées par le collège de police indispensables pour assurer la continuité du service de police au sein de la zone ainsi que le paiement traitements nets dûs aux membres du personnel et au comptable spécial. ".
Art.123. Een artikel 248septies wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende :
  " Art. 248septies. Indien de personeelsleden van de territoriale brigades van de federale politie, bedoeld in artikel 235, op 1 januari 2002 nog niet zijn overgegaan naar de lokale politie of indien deze personeelsleden op welke datum ook overgaan naar de lokale politie en blijkt dat de gemeente of de politiezone in gebreke blijft of zal blijven om de wedden, toelagen en vergoedingen te betalen die aan deze personeelsleden verschuldigd zijn, dan is de uitbetalingsdienst van de federale politie gemachtigd onder de vorm van voorschotten, bedragen gelijk aan de netto-wedden aan de personeelsleden uit te betalen en de gedane uitgaven in mindering te brengen van de federale toelage die aan die politiezone verschuldigd is. Alle uitgaven aldus gedaan door de federale politie worden, ook voor alle sociale en fiscale aangelegenheden, geacht te zijn gedaan door en voor de desbetreffende politiezone. ".
Art.123. Un article 248septies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 248septies. Si les membres du personnel des brigades territoriales de la police fédérale, visés à l'article 235, ne sont pas encore passés au 1er janvier 2002 à la police locale ou si ces membres du personnel, à quelle que date que ce soit, passent a la police locale et qu'il apparaît que la commune ou la zone de police reste ou restera en défaut de régler les traitements, allocations ou indemnités dûs aux membres du personnel, le service de paiement de la police fédérale est mandatée pour payer à titre d'avance, des montants équivalents aux traitements nets aux membres du personnel et pour soustraire ces dépenses des allocations fédérales dues à cette zone de police. Toutes les dépenses qui ont ainsi été faites par la police fédérale sont, également pour toutes les matières sociales et fiscales, réputées avoir été faites par et pour la zone de police concernée. ".
Art.124. Een artikel 248octies wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende :
  " Art. 248octies. Het personeel waarvoor de gemeente een toelage ontvangt van de federale overheid in uitvoering van een veiligheids- of preventiecontract en waarvan de arbeidsovereenkomst een einde neemt op 31 december 2001, wordt voor de toepassing van artikel 235, derde lid, geacht nog steeds in dienst te zijn op de datum van oprichting van het lokale politiekorps. ".
Art.124. Un article 248octies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 248octies. Le personnel pour lequel la commune perçoit une subvention de la part de l'autorité fédérale en exécution d'un contrat de sécurité ou de prévention et dont le contrat de travail prend fin le 31 décembre 2001 est réputé être encore en service à la date de la constitution du corps de police locale pour l'application de l'article 235, alinéa 3. ".
Art.125. Een artikel 248nonies wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende :
  " Art. 248nonies. Voor de maand of maanden in het jaar 2002 waarin het lokale politiekorps nog niet is opgericht overeenkomstig artikel 248 neemt de minister van Binnenlandse Zaken ten voordele van de federale politie op de federale toelage voor die maand of maanden het door hem bepaalde bedrag vooraf dat rechtstreeks of onrechtstreeks nodig is voor het verder functioneren van de territoriale brigades van de federale politie.
  Deze voorafgenomen bedragen kunnen voor de personeelskost, overeenkomstig artikel 248septies, worden aangewend alsmede voor de werkingskosten van de territoriale brigades van de federale politie.
  Het saldo wordt slechts uitbetaald aan de politiezone nadat zij is opgericht ingevolge artikel 248. ".
Art.125. Un article 248nonies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 248nonies. Pour le mois ou les mois de l'année 2002 durant lesquels le corps de police n'a pas encore été constitué conformément à l'article 248, le ministre de l'Intérieur prélève de la subvention fédérale pour cette période le montant qu'il détermine et qui est directement ou indirectement nécessaire au maintien du fonctionnement des brigades territoriales de la police fédérale.
  Ces montants préalables peuvent, conformément à l'article 248septies, être utilisés pour les frais de personnel ainsi que pour les frais de fonctionnement des brigades territoriales de la police fédérale.
  Le solde est seulement payé à la zone de police après qu'elle ait été constituée en application de l'article 248. ".
Art.126. Een artikel 248decies wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende :
  " Art. 248decies. Indien bij de instelling van het lokale politiekorps het sociaal secretariaat GPI de gegevens betreffende de personeelsleden van de gemeentepolitie niet heeft overgenomen, betaalt de bijzondere rekenplichtige, onder de vorm van voorschotten, een bedrag uit gelijk aan de netto-wedden van deze personeelsleden, gebaseerd op de laatste bekende gegevens die de gemeenten hem verstrekken. ".
Art.126. Un article 248decies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 248decies. Si, lors de la constitution du corps de police locale, le secrétariat social n'a pas été mis en possession des données relatives aux membres du personnel de la police communale, le comptable spécial paie, à titre d'avance, un montant équivalent aux traitements nets de ces membres du personnel basé sur les dernières données connues qui lui ont été communiquées par les communes. ".
Art.127. Een artikel 248undecies wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende :
  " Art. 248undecies. Voor de maand of maanden van het jaar 2002 waarin het lokale politiekorps nog niet is ingesteld overeenkomstig artikel 248 neemt de gemeenteontvanger ten voordele van het lokale politiekorps op de gemeentelijke dotatie voor die maand of maanden het door hem bepaalde bedrag vooraf dat rechtstreeks of onrechtstreeks nodig is voor het verder functioneren van de gemeentepolitie. ".
Art.127. Un article 248undecies, rédige comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 248undecies. Pour le mois ou les mois de l'année 2002 durant le(s)quel(s) le corps de police locale n'est pas encore constitué conformément à l'article 248, le receveur communal retient sur la dotation communale au bénéfice du corps de police locale le montant qu'il détermine comme étant directement ou indirectement nécessaire au maintien durant ce(s) mois du fonctionnement de la police communale. ".
Art.128. Een artikel 248duodecies wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende :
  " Art. 248duodecies. Indien het lokale politiekorps nog niet is opgericht op 1 januari 2002, is de gemeenteontvanger gemachtigd om, onder de vorm van voorschotten, bedragen gelijk aan de netto-wedden en gebaseerd op de laatst bekende gegevens, uit te keren aan de personeelsleden van de gemeentepolitie, ten laste van het bedrag ingeschreven voor de gemeentelijke dotatie aan de politiezone. ".
Art.128. Un article 248duodecies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 248duodecies. Si le corps de police locale n'est pas encore constitué le 1er janvier 2002, le receveur communal est habilité à payer, à titre d'avances, des montants équivalents aux traitements nets tels que résultant des dernières données connues aux membres du personnel de la police communale, à charge du montant inscrit comme dotation communale à la zone de police. ".
Art.129. In artikel 260, vijfde lid, van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 27 december 2000, worden de woorden " , 140 en 207 " vervangen door de woorden " en 140 ".
Art.129. Dans l'article 260, alinéa 5, de la même loi, modifié par la loi du 27 décembre 2000 les mots " , 140 et 207 " sont remplacés par les mots " et 140 ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten.
CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 13 mai 1999 portant le statut disciplinaire des membres du personnel des services de police.
Art.130. In de artikelen 19, 1°, a), 19, 2°, a), 20, 1°, a) en 20, 2°, a) van de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten, wordt telkens het woord " hulpagenten-, " ingevoegd tussen de woorden " voor de leden van het " en de woorden " basis- en middenkader ".
Art.130. Dans les articles 19, 1°, a), 19, 2°, a), 20, 1°, a) et 20, 2°, a) de la loi du 13 mai 1999 portant le statut disciplinaire des membres du personnel des services de police, le mot " auxiliaire, " est chaque fois inséré entre les mots " des cadres " et " de base ".
HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepaling.
CHAPITRE IV. - Disposition particulière.
Art.131. Deel XII van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten wordt bekrachtigd.
Art.131. La partie XII de l'arrêté royal du 30 mars 2001 portant la position juridique du personnel des services de police est confirmée.
TITEL X. - Ontwikkelingssamenwerking.
TITRE X. - Coopération au développement.
Wijziging van de wet van 21 december 1998 tot oprichting van de " Belgische Technische Coöperatie " in de vorm van een vennootschap van publiek recht.
Modification de la loi du 21 décembre 1998 portant création de la " Coopération technique belge " sous la forme d'une sociéte de droit public.
Art.132. Artikel 6, § 1, eerste lid, van de wet van 21 december 1998 tot oprichting van de " Belgische Technische Coöperatie " in de vorm van een vennootschap van publiek recht wordt aangevuld als volgt :
  " 5° de uitvoering van programma's voor de bevordering van eerlijke handel. ".
Art.132. L'article 6, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 21 décembre 1998 portant création de la " Coopération Technique Belge " sous la forme d'une société de droit public, est complété comme suit :
  " 5° l'exécution de programmes visant à promouvoir le commerce équitable. ".
Art.133. Artikel 15, § 2, 4°, eerste streepje, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " - de modaliteiten van de tussenkomst ter financiering van de BTC en de activiteiten die haar krachtens de artikelen 5 en 6 van dezelfde wet zijn toevertrouwd, evenals de grondregelen voor de tarieven en de facturatie voor de uitvoering van deze taken van openbare dienst; ".
Art.133. L'article 15, § 2, 4°, premier tiret, de la même loi, est remplacé par l'alinéa suivant :
  " - les modalités de l'intervention visant à financer la CTB et les activités qui lui sont confiées en vertu des articles 5 et 6 de cette même loi, ainsi que les principes gouvernant les tarifs et la facturation pour l'exécution des ces tâches de service public; ".
Art.134. In artikel 28, § 5, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het vierde lid vervalt;
  2° in het vijfde lid wordt het woord " zestig " vervangen door het woord " dertig ".
Art.134. A l'article 28, § 5, de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 4 est supprimé;
  2° à l'alinéa 5, le mot " soixante " est remplacé par le mot " trente ".
Art.135. In artikel 29, § 1, eerste lid van dezelfde wet worden de woorden " financiële toestand " vervangen door de woorden " de financiële en thesaurietoestand ".
Art.135. Dans l'article 29, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, les mots " situation financière " sont remplacés par les mots " situation financière et de trésorerie ".
Art.136. In artikel 30, § 3, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " vóór 30 april " vervangen door de woorden " vóór 31 mei ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " vóór 31 mei " vervangen door de woorden " vóór 30 juni ".
Art.136. A l'article 30, § 3, de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à alinéa 1er, les mots " avant le 30 avril " sont remplacés par les mots " avant le 31 mai ";
  2° à l'alinéa 2, les mots " avant le 31 mai " sont remplacés par les mots " avant le 30 juin ".
Art.137. In artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de eerste lid, 3°, wordt vervangen als volgt :
  " 3° een tussenkomst ter financiering van de BTC en de activiteiten die haar krachtens de artikelen 5 en 6 van dezelfde wet zijn toevertrouwd, volgens de modaliteiten in het beheerscontract bedoeld in artikel 15, § 2, 4° van dezelfde wet. ";
  2° het laatste lid wordt vervangen als volgt :
  " De BTC kan leningen aangaan mits voorafgaand akkoord van de minister van Begroting, de minister van Financiën en de minister bevoegd voor de internationale samenwerking. ".
Art.137. A l'article 31 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er, 3°, est remplace par le texte suivant :
  " 3° une intervention visant à financer la CTB et les activités qui lui son confiées en vertu des articles 5 et 6 de cette même loi, selon les modalités du contrat de gestion visées à l'article 15, § 2, 4°, de cette même loi. ";
  2° le dernier alinéa est remplace par l'alinéa suivant :
  " La CTB peut contracter des emprunts moyennant l'accord préalable du ministre du Budget, du ministre des Finances et du ministre en charge de la coopération internationale. ".
Art.138. Artikel 34, § 2, van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.138. L'article 34, § 2, de la même loi, est supprimé.
Art.139. Artikel 34, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De personeelsformatie legt de permanente personeelsbehoefte vast die de BTC in staat stelt de taken van openbare dienst, zoals toevertrouwd krachtens de artikelen 5 en 6, uit te voeren. ".
Art.139. L'article 34, § 1er, de la même loi, est complété par l'alinéa suivant :
  " Le cadre du personnel définit le besoin permanent en personnel qui permet à la CTB d'exécuter les tâches de service public, qui lui sont confiées en vertu des articles 5 et 6. ".
Art.140. Artikel 35, § 1, tweede lid, 1°, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " 1° de tegemoetkoming aan de personeelsbehoeften die een aanvulling betekenen van het permanent kader zoals gedefinieerd in artikel 34 en erop gericht zijn het fluctuerend werkvolume op te vangen. ".
Art.140. L'article 35, § 1er, alinéa 2, 1°, de la même loi, est remplacé par le texte suivant :
  " 1° de répondre aux besoins en personnel qui complètent le cadre permanent tel que défini à l'article 34 et visent à compenser les fluctuations du volume de travail; ".
TITEL XI. - Justitie.
TITRE XI. - Justice.
Art.141. Binnen het ministerie van Justitie wordt een Staatsdienst met afzonderlijk beheer opgericht, genoemd " Regie van de gevangenisarbeid ".
Art.141. Au sein du ministère de la Justice, il est crée un service de l'Etat à gestion séparée dénommé " Régie du travail pénitentiaire ".
Art.142. De Regie van de gevangenisarbeid is belast met het aanbod inzake en de organisatie van de arbeid van de gedetineerden en met ondersteunende opdrachten die betrekking hebben op het functioneren van de gevangenissen.
  De Koning bepaalt bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad de activiteiten die verbonden zijn aan de in het eerste lid bedoelde opdrachten.
Art.142. La Régie du travail pénitentiaire est chargée de l'offre et de l'organisation du travail des détenus et de missions de soutien liées au fonctionnement des prisons.
  Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les activités liées aux missions visées à l'alinéa 1er.
Art.143. Opgeheven worden :
  1° de wet van 30 april 1931 tot inrichting van de regie van den gevangenisarbeid;
  2° artikel 2 van de wet van 30 december 1922 houdende de begroting van 's Lands Middelen voor het dienstjaar 1923, alsmede bepalingen betreffende de oorlogsschattingen aan de Belgische Natie door de bezettende macht opgelegd, de zelfstandigheid der landbouwexploitaties afhangende van de gestichten voor opvoeding en weldadigheid en van de strafkolonie geplaatst onder het gezag van het Ministerie van Justitie, de gedeeltelijke verlenging der wet van 4 maart 1919 houdende regeling der wissel- en openbare fondsenbeurzen, en het herstel in natuur.
Art.143. Sont abrogés :
  1° la loi du 30 avril 1931 relative à l'organisation autonome de la régie du travail pénitentiaire;
  2° l'article 2 de la loi du 30 décembre 1922 contenant le budget des Voies et Moyens pour l'exercice 1923, ainsi que des dispositions relatives aux contributions de guerre imposées à la Nation belge par le pouvoir occupant, à l'autonomie des exploitations agricoles dépendant des établissements d'éducation, de bienfaisance et pénitentiaire ressortissant au Ministère de la Justice, à la prorogation partielle de la loi du 4 mars 1919 réglementant les bourses de change et de fonds publics et aux réparations en nature.
TITEL XII. - Economische zaken.
TITRE XII. - Affaires économiques.
Wijziging en uitbreiding van de organieke wet houdende oprichting van begrotingsfondsen.
Modification et extension de la loi organique créant des fonds budgétaires.
Art.144. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, aan de rubriek 32-2, Fonds tot dekking van de accreditatie- en certificatiekosten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de tweede kolom, Aard van de toegewezen ontvangsten, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  - in de Nederlandse tekst wordt het woord " heffingen " vervangen door het woord " retributies ";
  - deze kolom, waarvan de bestaande tekst punt 1° zal vormen, wordt aangevuld als volgt :
  " (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45738). ";
  2° in de derde kolom, Aard van de gemachtigde uitgaven, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  - in de huidige kolom, die punt 1° zal vormen, wordt het woord " laboratoria " vervangen door het woord " organen ";
  - deze kolom wordt aangevuld als volgt :
  " (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45738). ".
Art.144. Au tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des Fonds budgétaires, à la rubrique 32-2, Fonds pour la couverture des frais d'accréditation et de certification, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à la deuxième colonne, Nature des recettes affectées, les modifications suivantes sont apportées :
  - dans le texte Néerlandais le mot " heffingen " est remplace par le mot " retributies ";
  - cette colonne, dont le texte actuel formera le 1°, est complétée comme suit :
  " (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45738). ";
  2° à la troisième colonne, Nature des dépenses autorisées, sont apportées les modifications suivantes :
  - dans cette colonne, qui formera le 1°, le mot " laboratoires " est remplacé par le mot " organismes ";
  - cette colonne est complétée comme suit :
  " (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45738). ".
Art.145. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, aan de rubriek 32-5 Fonds voor zandwinningen - Continentaal Plat van België worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de eerste kolom, Benaming van het organiek begrotingsfonds, worden de woorden " Fonds voor zandwinningen - Continentaal Plat van België " vervangen door de woorden " Fonds voor de exploratie en de exploitatie van minerale en andere niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat van België ";
  2° de tweede kolom, Aard van de toegewezen ontvangsten, wordt vervangen als volgt :
  " (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45738 - 45739). ";
  3° de derde kolom, Aard van de gemachtigde uitgaven, wordt vervangen als volgt :
  " (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45739). ".
Art.145. Au tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, à la rubrique 32-5 Fonds pour les exploitations de sable - Plateau continental de la Belgique, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à la première colonne, Dénomination du fonds budgétaire organique, les mots " Fonds pour les exploitations de sable - Plateau continental de la Belgique " sont remplacés par les mots " Fonds pour l'exploration et l'exploitation des ressources minérales et autres ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental de la Belgique ";
  2° la deuxième colonne, Nature des recettes affectées, est remplacée par la disposition suivante :
  " (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45738 - 45739). ";
  3° la troisième colonne, Nature des dépenses autorisées, est remplacée par la disposition suivante :
  " (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45739). ".
Art.146. § 1. Er wordt een Fonds Kansspelen opgericht dat een begrotingsfonds vormt in de zin van artikel 45 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
  § 2. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen worden in de rubriek 32 - Economische Zaken, de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de eerste kolom, Benaming van het organiek begrotingsfonds, wordt aangevuld met de rubriek " 32-10 Fonds Kansspelen ";
  2° de tweede kolom, Aard van de toegewezen ontvangsten, wordt aangevuld met de rubriek 32-10 :
  " (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45739). ";
  3° in de derde kolom, Aard van de gemachtigde uitgaven, wordt een nieuwe rubriek 32-10 ingevoegd, luidende :
  " (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45739). ".
Art.146. § 1er. Il est créé un Fonds Jeux de Hasard qui constitue un fonds budgétaire au sens de l'article 45 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991.
  § 2. Au tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, dans la rubrique 32 - Affaires économiques sont apportées les modifications suivantes :
  1° la première colonne, Dénomination du fonds budgétaire organique, est complétée par la rubrique " 32-10 Fonds Jeux de Hasard ";
  2° la deuxième colonne, Nature des recettes affectées, est complétée par la rubrique 32-10 :
  " (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45739). ";
  3° à la troisième colonne, Nature des dépenses autorisées, il est inséré une nouvelle rubrique 32-10 rédigée comme suit :
  " (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45739). ".
(NOTE : le présent article est abrogé par L 2015-12-26/03, art. 27, 009; En vigueur : 01-01-2016. Par contre, SEUL le § 1er est abrogé par L 2015-12-26/03, art. 58, 009; En vigueur : 01-01-2016)
Art.147. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van de begrotingsfondsen wordt rubriek 32-3 opgeheven.
  Het saldo van de ontvangsten en uitgaven van het fonds tot dekking van de uitgaven voortvloeiend uit de oprichting van de Belgische Kalibratie Organisatie wordt overgedragen aan het Fonds tot dekking van de accreditatie- en certificatiekosten, dat de activiteiten ervan overneemt.
Art.147. Au tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 32-3 est abrogée.
  Le solde des recettes et dépenses du fonds pour la couverture des frais d'accréditation et de certification entraînées par la création de l'Organisation belge d'Etalonnage est transmis au Fonds pour la couverture des frais d'accréditation et de certification, qui en poursuit les activités.
TITEL XIII. - Telecommunicatie en overheidsbedrijven en participaties.
TITRE XIII. - Telécommunication et entreprises et participations publiques.
HOOFDSTUK I. - Telecommunicatie.
CHAPITRE I. - Télécommunications.
Art.148. Artikel 68 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, van 19 december 1997, van 3 juli 2000 en van 2 januari 2001, en de koninklijke besluiten van 28 oktober 1996, van 4 maart 1999 en van 21 december 1999, wordt aangevuld als volgt :
  " 40° identificatie van de oproepende lijn : nummer, teken of geheel van tekens dat aan een abonnee, eindgebruiker of eindapparaat is toegewezen, waarmee deze door andere abonnees, eindgebruikers of occasionele gebruikers van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten opgeroepen kan worden;
  41° identificatie van de oproeper : elk gegeven, rechtstreeks of onrechtstreeks beschikbaar, in de netwerken en diensten van een operator of een andere verstrekker van telecommunicatiediensten, dat het oproepnummer van het eindapparaat, de naam van de abonnee en de plaats waar het eindtoestel zich bevindt op het ogenblik van de oproep bepaalt;
  42° nooddienst : overheidsdienst of dienst van openbaar nut, erkend door de overheid, die bijstand of hulp levert;
  43° noodnummer : verkort nummer voor de oproep naar een nooddienst;
  44° noodoproep : oproep naar een noodnummer of naar het nummer van een nooddienst in het kader van de verlening van bijstand of hulp;
  45° beheercentrale van noodoproepen : de plaats waar noodoproepen naar een nooddienst binnen een werkingsgebied worden beheerd, hierna " beheercentrale " genoemd;
  46° werkingsgebied van een beheercentrale : geografisch gebied waarvoor de beheercentrale alle oproepen naar de nooddienst beheert, hierna " werkingsgebied " genoemd ". ".
Art.148. L'article 68 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, modifié par les lois du 20 décembre 1995, du 19 décembre 1997, du 3 juillet 2000 et du 2 janvier 2001, et les arrêtés royaux du 28 octobre 1996, du 4 mars 1999 et du 21 décembre 1999, est complété comme suit :
  " 40° Identification de la ligne appelante : numéro, signe ou ensemble de signes attribués à un abonné, à un utilisateur final ou à un terminal qui permet à celui-ci d'être joint par d'autres abonnés, utilisateurs finals ou utilisateurs occasionnels de réseaux ou services publics de télécommunications;
  41° Identification de l'appelant : toute donnée, disponible directement ou indirectement, dans les réseaux et services d'un opérateur ou d'un autre fournisseur de services de télécommunications, qui détermine le numéro d'appel du terminal, le nom de l'abonné et l'endroit où le terminal se situe au moment de l'appel;
  42° service d'urgence : service public ou service d'intérêt public, reconnu par l'Etat, qui fournit une assistance ou de l'aide;
  43° numéro d'urgence : numéro abrégé pour l'appel vers un service d'urgence;
  44° appel d'urgence : appel vers un numéro d'urgence ou vers le numéro d'un service d'urgence dans le cadre de la fourniture d'une assistance ou de l'aide;
  45° centrale de gestion des appels d'urgence : l'endroit où les appels d'urgence vers un service d'urgence dans une zone d'activité sont gérés, dénommé ci-après " centrale de gestion ";
  46° zone d'activité d'une centrale de gestion : zone géographique pour laquelle la centrale de gestion des appels d'urgence gère tous les appels vers le service d'urgence, dénommée ci-après " zone d'activité ". ".
Art.149. Artikel 109, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 20 december 1995, wordt aangevuld als volgt :
  " Het Instituut controleert de naleving van de boekhoudkundige principes die zijn vastgesteld in het koninklijk besluit bedoeld in het vorige lid. Elk jaar wordt een overeenstemmingsverklaring gepubliceerd. ".
Art.149. L'article 109, § 2, de la même loi, modifié par la loi du 20 décembre 1995, est complété comme suit :
  " L'Institut vérifie le respect des principes comptables fixés dans l'arrêté royal visé à l'alinéa précédent. Une attestation de conformité est publiée annuellement. ".
Art.150. In artikel 109terE van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 december 1997, en gewijzigd bij de wetten van 10 juni 1998 en van 28 november 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt aangevuld als volgt :
  " 4° wanneer de handelingen worden gesteld in het kader van de algemene opdracht inzake toezicht en controle die aan het Instituut is toegekend bij artikel 75, § 3 van deze wet. De door het Instituut gevraagde inlichtingen kunnen slechts betrekking hebben op de identiteit en het adres van een houder van een telefoonnummer, alsook op de referenties van de opgeroepen nummers en de boekhoudkundige gegevens met betrekking tot de facturatie. ";
  2° het artikel wordt aangevuld als volgt :
  " § 5. De Koning bepaalt, na het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut te hebben ingewonnen en in overleg met de betrokken operatoren en verstrekkers van telecommunicatiediensten, de technische en administratieve maatregelen die de operatoren en de andere verstrekkers van telecommunicatiediensten, in voorkomend geval gezamenlijk, in werking stellen om het identificeren van de oproeper mogelijk te maken in het kader van een noodoproep.
  Deze opgelegde maatregelen komen ten laste van de betrokken operatoren en andere verstrekkers van telecommunicatiediensten.
  Indien de operatoren en andere verstrekkers van telecommunicatiediensten binnen de vastgestelde termijn niet voldoen aan de hen opgelegde maatregelen, is het hen verboden de betreffende dienst te verstrekken tot de identificatie van de oproeper mogelijk is gemaakt.
  § 6. De Koning bepaalt, na het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut te hebben ingewonnen, de technische en administratieve maatregelen van toepassing op de abonnees en de eindgebruikers van de operatoren en de andere verstrekkers van telecommunicatiediensten, om de identificatie van de oproeper mogelijk te maken in het kader van een noodoproep of teneinde een verbod op te leggen om telecommunicatiediensten aan te bieden die de maatregelen van de wet van 10 juni 1998 tot wijziging van de wet van 30 juni 1994 ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer tegen het afluisteren, kennisnemen en opnemen van privécommunicatie en -telecommunicatie verhinderen en bemoeilijken.
  Deze opgelegde maatregelen komen ten laste van de betrokken abonnees en eindgebruikers en mogen niet verder gaan dan nodig is om de doelstellingen vermeld in het vorige lid te bereiken.
  De operatoren en andere verstrekkers van telecommunicatiediensten sluiten de abonnees of de eindgebruikers die binnen de vastgestelde termijn niet voldoen aan de hen opgelegde maatregelen af van hun netwerken en diensten waarop de opgelegde maatregelen van toepassing zijn. Deze abonnees of eindgebruikers worden hiervoor op geen enkele wijze vergoed.
  Indien de operatoren en andere verstrekkers van telecommunicatiediensten binnen de voor hen vastgestelde termijn niet overgaan tot afsluiting van de abonnees of de eindgebruikers die niet voldoen aan de hen opgelegde maatregelen, is het hen verboden de betreffende dienst te verstrekken tot de identificatie van de oproeper mogelijk is gemaakt.
  § 7. De Koning kan het aanbieden van telecommunicatiediensten geheel of gedeeltelijk verbieden wanneer deze diensten de identificatie van de oproeper, het opsporen, lokaliseren, afluisteren, kennisnemen en opnemen van privé-telecommunicatie onder de voorwaarden bepaald door de artikelen 46bis, 88bis en 90ter tot 90decies van het Wetboek van Strafvordering, bemoeilijken of onmogelijk maken.
  § 8. De Koning legt de termijnen vast waarbinnen de betrokken partijen moeten voldoen aan de maatregelen die Hij oplegt overeenkomstig de §§ 5, 6 en 7. ".
Art.150. A l'article 109terE de la même loi, inséré par loi du 19 décembre 1997 et modifié par les lois du 10 juin 1998 et du 28 novembre 2000, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, est complété comme suit :
  " 4° lorsque les actes sont posés dans le cadre de la mission générale de surveillance et de contrôle confiée à l'Institut par l'article 75, § 3, de la présente loi. Les informations sollicitées par l'Institut ne peuvent concerner que l'identité et l'adresse d'un détenteur de numéro de téléphone, ainsi que les références des numéros appelés et les données comptables relatives à la facturation. ";
  2° l'article est complété comme suit :
  " § 5. Le Roi fixe, après avoir recueilli l'avis de la Commission de la protection de la vie privée et de l'Institut et en concertation avec les opérateurs et les fournisseurs de services, les mesures techniques et administratives que les opérateurs et les autres fournisseurs de services de télécommunications, le cas echéant conjointement, mettent en oeuvre pour permettre l'identification de l'appelant dans le cadre d'un appel d'urgence.
  Ces mesures imposées sont à charge des opérateurs et des autres fournisseurs de services de télécommunications concernés.
  Si les opérateurs et les autres fournisseurs de services de télécommunications ne se conforment pas dans le délai fixé aux mesures qui leurs sont imposées, il leur est interdit de fournir ledit service jusqu'à ce que l'identification de l'appelant soit rendue possible.
  § 6. Le Roi fixe, après avoir recueilli l'avis de la Commission de la protection de la vie privée et de l'Institut, les mesures techniques et administratives d'applications aux abonnés et aux utilisateurs finals des opérateurs et des autres fournisseurs de services de télécommunications, pour permettre l'identification de l'appelant dans le cadre d'un appel d'urgence ou en vue d'interdire la fourniture de services qui empêchent ou entravent les mesures prévues dans la loi du 10 juin 1998 modifiant la loi du 30 juin 1994 relative à la protection de la vie privée contre les écoutes, la prise de connaissance et l'enregistrement de communications et de télécommunications privées.
  Ces mesures imposées sont à charge des abonnés et des utilisateurs finals concernés et ne peuvent aller plus loin que ce qui est nécessaire pour atteindre les objectifs mentionnés dans le paragraphe précédent.
  Les opérateurs et les autres fournisseurs de services de télécommunications déconnectent les abonnés ou les utilisateurs finals, qui ne se conforment pas aux mesures qui leur sont imposées, de leurs réseaux et services auxquels s'appliquent les mesures imposées. Ces abonnés ou ces utilisateurs finals ne reçoivent aucun dédommagement.
  Si les opérateurs et les autres fournisseurs de services de télécommunications ne procèdent pas dans le délai qui leur est imposé à la déconnexion des abonnés ou des utilisateurs finals qui ne se conforment pas aux mesures qui leur sont imposées, il leur est interdit de fournir ledit service jusqu'à ce que l'identification de l'appelant soit rendue possible.
  § 7. Le Roi peut interdire, partiellement ou entièrement, l'exploitation de services de télécommunications quand ces services rendent difficile ou impossible l'identification de l'appelant, le repérage, la localisation, les écoutes, la prise de connaissance et l'enregistrement des télécommunications privées aux conditions prévues par les articles 46bis, 88bis et 90ter à 90decies du Code d'instruction criminelle.
  § 8. Le Roi fixe les délais dans lesquels les parties concernées doivent se conformer aux mesures qu'Il fixe conformément aux §§ 5, 6 et 7. ".
Art.151. Artikel 111 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 19 december 1997, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Art. 111. Niemand mag in het Rijk via de telecommunicatie-infrastructuur communicatie tot stand brengen of trachten tot stand te brengen die de eerbied voor de wetten, de veiligheid van de staat, de openbare orde of de goede zeden aantasten of een belediging uitmaken jegens een vreemde Staat. ".
  (NOTA : bij arrest nr. 69/2003 van 14-05-2003 (B.St. 30-05-2003, p. 29590), heeft het Arbitragehof dit artikel vernietigd)
Art.151. L'article 111 de la même loi, abrogé par la loi du 19 décembre 1997, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 111. Nul ne peut, dans le Royaume, via l'infrastructure des télécommunications, donner ou tenter de donner des communications portant atteinte au respect des lois, à la sécurité de l'Etat, à l'ordre public ou aux bonnes moeurs ou constituant une offense à l'égard d'un Etat étranger. ".
  (NOTE : par son arrêt n° 69/2003 du 14-05-2003 (M.B. 30-05-2003, p. 29588), la Cour d'Arbitrage a annulé cet article)
Art.152. In artikel 114 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 19 december 1997 en van 3 juli 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt aangevuld als volgt :
  " 3° het uitblijven van een dienstaangifte zoals bepaald in artikel 90, § 1. ";
  2° in § 2 worden de woorden " 109terE, §§ 5, 6 en 7, " ingevoegd tussen de woorden " 109terD, " en " 109terF ";
  3° § 8 wordt aangevuld als volgt :
  " 3° de persoon die de bepaling van artikel 111 schendt. ".
  (NOTA : bij arrest nr. 69/2003 van 14-05-2003 (B.St. 30-05-2003, p. 29590), heeft het Arbitragehof de 3° van dit artikel vernietigd)
Art.152. A l'article 114 de la même loi, modifié par les lois du 19 décembre 1997 et du 3 juillet 2000, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est complété comme suit :
  " 3° le défaut de déclaration de service telle que reprise à l'article 90, § 1er. ";
  2° au § 2, les mots " 109terE, §§ 5, 6 et 7, " sont insérés entre les mots " 109terD, " et " 109terF ";
  3° le § 8 est complété comme suit :
  " 3° la personne qui viole des dispositions de l'article 111. ".
  (NOTE : par son arrêt n° 69/2003 du 14-05-2003 (M.B. 30-05-2003, p. 29588), la Cour d'Arbitrage a annulé le 3° de cet article)
Art.153. In artikel 122, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 6 augustus 1993, 20 december 1995, 19 december 1997 en 3 juli 2000, worden de woorden " voor 31 december 2001 " vervangen door de woorden " voor 31 december 2003 ".
Art.153. A l'article 122, § 1er, de la même loi, modifié par les lois des 6 août 1993, 20 décembre 1995, 19 décembre 1997 et 3 juillet 2000, les mots " avant le 31 décembre 2001 " sont remplacés par les mots " avant le 31 décembre 2003 ".
Art.154. Artikel 125 van dezelfde wet, opgeheven door het koninklijk besluit van 28 oktober 1996, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Art. 125. § 1. De Koning bepaalt, na advies van het Instituut :
  1° de overheidsdiensten of diensten van openbaar nut, erkend door de Staat, die in het kader van de wet als nooddienst worden beschouwd;
  2° de nooddiensten waartoe de operatoren en de andere verstrekkers van telecommunicatiediensten toegang verlenen;
  3° de noodoproepen waarvan de operatoren en de andere verstrekkers van telecommunicatiediensten de kosten dragen voor de toegang tot hun netwerken en diensten, het transport over diezelfde netwerken en het gebruik van diezelfde netwerken en diensten voor de afwikkeling van deze noodoproepen.
  § 2. De operatoren en de andere verstrekkers van telecommunicatiediensten leveren aan de beheercentrales van de medische spoeddienst en de politiediensten voor elke aan hen gerichte noodoproep, de identificatie van de oproepende lijn. Deze verplichting is eveneens van toepassing wanneer de beheercentrales van de medische spoeddienst of de politiediensten uitgebaat worden door een organisatie die vanwege de overheid met deze opdracht is belast.
  De Koning bepaalt, op voorstel van het Instituut, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de andere nooddiensten aan wier beheercentrales de operatoren en de andere verstrekkers van telecommunicatiediensten voor noodoproepen de identificatie van de oproepende lijn moeten leveren.
  De operatoren en de andere verstrekkers van telecommunicatiediensten leveren de identificatie van de oproepende lijn kosteloos aan de nooddiensten.
  § 3. De operatoren en de andere verstrekkers van telecommunicatiediensten leveren aan de beheercentrales van de medische spoeddienst en de politiediensten voor elke noodoproep de identificatie van de oproeper van een noodoproep. Deze verplichting is eveneens van toepassing wanneer de beheercentrales van de medische spoeddienst of de politiediensten uitgebaat worden door een organisatie die vanwege de overheid met deze opdracht is belast.
  De operatoren en de andere verstrekkers van telecommunicatiediensten leveren de identificatie van de oproeper kosteloos.
  § 4. De minister bepaalt, na advies van het Instituut, de nadere regels inzake samenwerking van de operatoren en de andere verstrekkers van telecommunicatiediensten met de nooddiensten.
Art.154. L'article 125 de la même loi, abrogé par l'arrêté royal du 28 octobre 1996, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 125. § 1er. Le Roi fixe, après avis de l'Institut :
  1° les services publics ou les services d'intérêt public, reconnus par l'Etat, qui dans le cadre de la loi sont considérés comme des services d'urgence;
  2° les services d'urgence auxquels les opérateurs et les autres fournisseurs de services de télécommunications assurent l'accès;
  3° les appels d'urgence pour lesquels les opérateurs et les autres fournisseurs de services de télécommunications prennent en charge les frais pour l'accès à leurs réseaux et services, le transport sur les mêmes réseaux et l'utilisation des mêmes réseaux et services pour le traitement de ces appels d'urgence.
  § 2. Les opérateurs et les autres fournisseurs de services de télécommunications fournissent l'identification de la ligne appelante aux centrales de gestion du service médical d'urgence et des services de police, pour tout appel d'urgence qui leur est adressé. Cette obligation est également d'application lorsque les centrales de gestion du service médical d'urgence ou des services de police sont exploitées par une organisation qui a été chargée de cette mission par les pouvoirs publics.
  Le Roi fixe, sur proposition de l'Institut et après avis de la commission pour la protection de la vie privée, les autres services d'urgence aux centrales de gestion desquels les opérateurs et les autres fournisseurs de services de télécommunications doivent fournir l'identification de la ligne appelante pour les appels d'urgence.
  Les opérateurs et les autres fournisseurs de services de télécommunications fournissent gratuitement l'identification de la ligne appelante aux services d'urgence.
  § 3. Les opérateurs et les autres fournisseurs de services de télécommunications fournissent, pour tout appel d'urgence, l'identification de l'appelant d'un appel d'urgence aux centrales de gestion du service médical d'urgence et des services de police. Cette obligation est également d'application lorsque les centrales de gestion du service médical d'urgence ou des services de police sont exploitées par une organisation qui a été chargée de cette mission par les pouvoirs publics.
  Les opérateurs et les autres fournisseurs de services de télécommunications fournissent gratuitement l'identification de l'appelant.
  § 4. Le ministre fixe, après avis de l'Institut, les modalités de collaboration des opérateurs et des autres fournisseurs de services de télécommunication avec les services d'urgence. ".
Art.155. Het koninklijk besluit van 5 september 2001 tot aanpassing van sommige bepalingen van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven aan richtlijn 97/66/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatiesector, wordt bekrachtigd met ingang van de dag van zijn inwerkingtreding.
Art.155. L'arrêté royal du 5 septembre 2001 adaptant certaines dispositions de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques à la directive 97/66/CE concernant le traitement des données à caractère personnel et la protection de la vie privée dans le secteur des télécommunications, est confirmé avec effet à la date de son entrée en vigueur.
HOOFDSTUK II. - Regie der gebouwen.
CHAPITRE II. - Régie des Bâtiments.
Art.156. De Regie der Gebouwen wordt ertoe gemachtigd aan het onroerend goed Paleis voor Schone Kunsten, dat in vruchtgebruik is gegeven aan de NV Paleis voor Schone Kunsten, de gewone en buitengewone onderhoudswerken uit te voeren die behoren tot haar wettelijke opdracht voor wat betreft de staatsgebouwen die noodzakelijk zijn voor de werking van de diensten van de staat. De Regie der Gebouwen zal de werken die overeenkomstig artikel 605 van het Burgerlijk Wetboek ten laste zijn van de naakte eigenaar uitvoeren op eigen initiatief en ten laste van de eigen begroting. De werken die de lasten van de naakte eigenaar overschrijden zullen door de Regie kunnen worden uitgevoerd op verzoek van de NV Paleis voor Schone Kunsten, hetzij ten laste van de begroting van de NV, hetzij wanneer de Regie der Gebouwen dergelijke werken nuttig acht voor het behoud of de vermeerdering van de waarde van het staatspatrimonium ten laste van de eigen begroting van de Regie der Gebouwen.
  In elk geval wordt de Regie er toe gemachtigd om met eigen kredieten de studies en de werken voor de afwerking van de Foyer en de inkom Ter Arke uit te voeren.
Art.156. La Régie des Bâtiments est autorisée à exécuter les travaux d'entretien ordinaire et extraordinaire au bâtiment Palais des Beaux-Arts, donné en usufruit à la SA Palais des Beaux-Arts. Il s'agit de travaux d'entretien qui relèvent de la mission légale de la Régie en ce qui concerne les bâtiments de l'Etat nécessaires pour le fonctionnement des services de l'Etat. La Régie exécutera de sa propre initiative et à charge de son budget propre les travaux qui, conformément à l'article 605 du Code civil, sont à charge du nu-propriétaire. Les travaux qui dépassent les charges du nu-propriétaire pourront être exécutés par la Régie à la demande de la SA Palais des Beaux-Arts, soit à charge du budget de la SA, soit à charge du budget propre de la Régie des Bâtiments quand elle estime de tels travaux utiles pour le maintien ou l'accroissement de la valeur du patrimoine de l'Etat.
  En tout cas, la Régie est autorisée à exécuter les études et travaux de finition du Foyer et de l'entrée Ter Arke avec ses propres crédits.
HOOFDSTUK III. - Brussels International Airport Company.
CHAPITRE III. - Brussels International Airport Company.
Art.157. Met het oog op de verbetering van de toegang van de naamloze vennootschap van publiek recht " Brussels International Airport Company ", hierna genoemd " BIAC ", tot de kapitaalmarkt of de facilitatie van operaties die de versteviging van de structuur van haar kapitaal mogelijk maken, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, alle nuttige maatregelen treffen teneinde :
  1° het juridisch statuut van BIAC te wijzigen, inzonderheid haar rechtsvorm, de samenstelling en de werkingsregels van haar bestuursorganen en de mechanismen van administratief toezicht;
  2° in het kader van de toepassing van de in punt 1° vermelde bevoegdheden :
  a) de individuele arbeidsverhoudingen te regelen tussen BIAC en haar statutaire personeelsleden, op zodanige wijze dat de continuïteit wordt gewaarborgd van de rechten van deze personeelsleden inzake vastheid van betrekking, bezoldiging en pensioen bepaald in de basisreglementeringen van het personeelsstatuut opgesteld overeenkomstig de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, die van kracht is vanaf de instemming ermee door de sociale partners en uiterlijk op 1 februari 2002;
  b) de toepassing te regelen van de wetten inzake maatschappelijke zekerheid der arbeiders op de personeelsleden bedoeld in punt a), met inbegrip van de afstemming van de verbodsbepalingen inzake het cumuleren van pensioenen die van toepassing zijn op BIAC en haar personeel op deze die van toepassing zijn in de private sector;
  c) te voorzien in de nodige middelen teneinde het pensioenfonds in staat te stellen zijn verplichtingen na te komen;
  d) een overgangsregeling uit te werken op het gebied van de collectieve arbeidsverhoudingen bij BIAC tot aan de sociale verkiezingen die in het jaar 2008 worden gehouden.
Art.157. En vue d'améliorer l'accès de la société anonyme de droit public " Brussels International Airport Company ", dénommée ci-après " BIAC ", au marché des capitaux ou de faciliter la réalisation d'opérations permettant de renforcer la structure de son capital, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, prendre toutes mesures utiles en vue :
  1° de modifier le statut juridique de BIAC, notamment sa forme juridique, la composition et les règles de fonctionnement de ses organes de gestion et les mécanismes de tutelle administrative;
  2° dans le cadre de l'application des pouvoirs visés au 1° :
  a) de régler les relations individuelles de travail entre BIAC et les membres de son personnel statutaire, de manière à assurer la continuité des droits des membres de ce personnel en matière de stabilité d'emploi, de rémunération et de pension prévus dans les réglementations de base du statut du personnel établi conformément à la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques en vigueur dès son approbation par les interlocuteurs sociaux et au plus tard le 1er février 2002;
  b) de régler l'application des lois en matière de sécurité sociale des travailleurs aux membres du personnel visés au point a), y compris d'aligner les interdictions en matière de cumul de pensions applicables à BIAC et son personnel sur celles applicables dans le secteur privé;
  c) de garantir au fonds de pension les moyens pour faire face à ses obligations;
  d) d'organiser un régime transitoire en matière de relations collectives de travail au sein de BIAC jusqu'aux élections sociales qui se tiendront en 2008.
Art.158. § 1. Onverminderd de regels opgelegd door het Bestuur van de Luchtvaart inzake veiligheid, beveiliging, bescherming van het milieu en facilitatie, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de exploitatie van luchthaveninstallaties waarvan de bevoegdheid inzake uitrusting en exploitatie aan de federale Staat is toevertrouwd onderwerpen aan de toekenning van een individuele licentie en aan deze licentie exploitatievoorwaarden verbinden met het oog op de bescherming van het algemeen belang, in voorkomend geval ter vervanging van taken van openbare dienst.
  § 2. Het besluit genomen krachtens § 1 bepaalt :
  1° de criteria voor de toekenning van een licentie, met inachtneming van § 3;
  2° de procedure voor de toekenning van licenties;
  3° de verplichtingen die door de licentiehouder moeten worden vervuld, met inachtneming van § 4;
  4° de gevallen in dewelke een licentie kan worden herzien of ingetrokken en de toepasselijke procedures;
  5° wat er met een licentie gebeurt in geval van overdracht van luchthaveninstallaties of in geval van controlewijziging, fusie of splitsing van de licentiehouder en, in voorkomend geval, de te vervullen voorwaarden en de te volgen procedure voor het behoud of de hernieuwing van de licentie in deze gevallen.
  § 3. De toekenning van een licentie opgesteld krachtens § 1 is onderworpen aan objectieve en transparante criteria die inzonderheid betrekking kunnen hebben op :
  1° de professionele betrouwbaarheid en ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiële capaciteit en de kwaliteit van zijn organisatie;
  2° de capaciteit van de aanvrager om te beantwoorden aan de noden van het Belgisch luchtverkeer en om de veiligheid van de personen en de veiligheid en de kwaliteit van de luchthaveninstallaties te waarborgen.
  § 4. De verplichtingen bepaald krachtens § 2, 3°, zijn er inzonderheid op gericht :
  1° de kwaliteit van de diensten, de capaciteit en de ontwikkeling van de luchthaveninstallaties, de veiligheid van de personen en de luchthaveninstallaties en de bescherming van het milieu te waarborgen;
  2° de controle van de inkomsten die de licentiehouder per eenheid verkeer kan heffen, waar te nemen;
  3° te verzekeren dat de luchthavenvergoedingen geheven door de licentiehouder niet-discriminatoir en transparant zijn en vastgesteld zijn in functie van de kosten en op voldoende wijze zijn opgesplitst;
  4° de transparantie en de bekendmaking van de gebruiksvoorwaarden van de luchthaveninstallaties te verzekeren.
  § 5. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de toepassing van de krachtens dit artikel vastgestelde bepalingen waarborgen door de oplegging van burgerlijke, administratieve en strafrechtelijke sancties.
  De strafrechtelijke sancties mogen een gevangenisstraf van één jaar en een geldboete van vijfhonderd euro niet overschrijden. Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van Hoofdstuk VII en artikel 85, is van toepassing op de overtredingen van de betrokken bepalingen.
  De administratieve geldboeten mogen twee miljoen euro of drie procent van het omzetcijfer dat de betrokken persoon heeft gerealiseerd in het kader van de exploitatie van luchthaveninstallaties tijdens het laatste afgesloten boekjaar indien dit laatste bedrag hoger is, niet overschrijden.
  Elke administratieve geldboete die aan een persoon wordt opgelegd en die definitief is geworden vooraleer de strafrechter zich definitief over dezelfde feiten of samenhangende feiten heeft uitgesproken, wordt aangerekend op het bedrag van elke strafboete die voor deze feiten ten aanzien van dezelfde persoon wordt uitgesproken.
Art.158. § 1er. Sans préjudice des règles imposées par l'Administration de l'aéronautique en matiere de sécurité, de sûreté, de protection de l'environnement et de facilitation, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, soumettre l'exploitation d'installations aéroportuaires dont la compétence de régler l'équipement et l'exploitation est confiée à l'Etat fédéral à l'octroi d'une licence d'exploitation individuelle et assortir cette licence de conditions d'exploitation visant à sauvegarder l'intérêt général, le cas échéant en remplacement de missions de service public.
  § 2. L'arrêté pris en vertu du § 1er fixe :
  1° les critères d'octroi d'une licence d'exploitation, dans le respect du § 3;
  2° la procédure d'octroi des licences d'exploitation;
  3° les obligations à respecter par le titulaire de la licence d'exploitation, dans le respect du § 4;
  4° les cas dans lesquels une licence d'exploitation peut être révisée ou retirée et les procédures applicables;
  5° le sort d'une licence d'exploitation en cas de transfert d'installations aéroportuaires ou en cas de changement de contrôle, fusion ou scission du titulaire d'une licence d'exploitation et, le cas échéant, les conditions à remplir et la procédure à suivre pour le maintien ou le renouvellement de la licence d'exploitation dans ces cas.
  § 3. L'octroi d'une licence d'exploitation instituée en vertu du § 1er est soumis à des critères objectifs et transparents qui peuvent notamment porter sur :
  1° l'honorabilité et l'expérience professionnelle du demandeur, ses capacités techniques et financières et la qualité de son organisation;
  2° la capacité du demandeur de répondre aux nécessités du trafic aérien belge et d'assurer la sécurité des personnes et la sécurité et la qualité des installations aéroportuaires.
  § 4. Les obligations arrêtées en vertu du § 2, 3°, visent notamment à :
  1° assurer la qualité des services, la capacité et le développement des installations aéroportuaires, la sécurité des personnes et des installations aéroportuaires et la protection de l'environnement;
  2° assurer le contrôle des revenus que le titulaire d'une licence d'exploitation peut percevoir par unité de trafic;
  3° assurer que les redevances aéroportuaires perçues par le titulaire d'une licence d'exploitation sont non discriminatoires, transparentes, orientées en fonction des coûts et suffisamment décomposées;
  4° assurer la transparence et la publicité des conditions d'utilisation des installations aéroportuaires.
  § 5. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, assurer l'application des dispositions prises en exécution du présent article par des sanctions civiles, administratives et pénales.
  Les sanctions pénales ne peuvent excéder une peine d'emprisonnement d'un an et une amende de cinq cents euros. Les dispositions du Livre Ier du Code pénal, y compris le Chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions aux dispositions en question.
  Les amendes administratives ne peuvent excéder deux millions d'euros ou trois pour cent du chiffre d'affaires que la personne en cause a réalisé dans le cadre de l'exploitation d'installations aéroportuaires au cours du dernier exercice clôture, si ce dernier montant est supérieur.
  Toute amende administrative imposée à une personne et devenue définitive avant que le juge pénal ait statué définitivement sur les mêmes faits ou des faits connexes, s'impute sur le montant de toute amende pénale qui serait prononcée pour ces faits à l'égard de la même personne.
Art.159. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, tegen de door Hem bepaalde voorwaarden, de Staat of de Federale Participatiemaatschappij machtigen een deel van de aandelen die zij in het kapitaal van BIAC bezitten, over te dragen door middel van één of meer operaties bij wijze van openbaar bod tot verkoop of openbaar bod tot verkoop en inschrijving op BIAC-aandelen, een private plaatsing of een onderhandse verkoop, met inbegrip van ruil of inbreng in vennootschap, in voorkomend geval zonder dat deze overdracht onderworpen is aan de artikelen 39, § 4, en 192 van voornoemde wet van 21 maart 1991.
  De tegenprestatie van een overdracht bedoeld in het eerste lid anders dan bij wijze van openbaar bod, moet het voorwerp uitmaken van een billijkheidsattest afgeleverd door een kredietinstelling of een beleggingsonderneming die internationale faam geniet.
Art.159. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, aux conditions qu'Il définit, autoriser l'Etat ou la Société fédérale de Participations à céder partie des actions qu'ils détiennent dans le capital de BIAC, par voie d'une ou plusieurs opérations d'offre publique de vente ou d'offre publique de vente et de souscription d'actions BIAC, de placement privé ou de cession de gré à gré, y compris par échange ou apport en société, le cas échéant sans que cette cession ne soit soumise aux articles 39, § 4, et 192 de la loi du 21 mars 1991 précitée.
  La contrepartie d'une cession visée à l'alinéa 1er réalisée autrement que par la voie d'une offre publique doit faire l'objet d'une attestation d'équité émise par un établissement de crédit ou une entreprise d'investissement de renommée internationale.
Art.160. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, tegen de door Hem bepaalde voorwaarden, BIAC toelaten om nieuwe aandelen, converteerbare obligaties of warrants uit te geven als gevolg van een openbaar bod tot inschrijving, in voorkomend geval zonder dat de inschrijving op deze effecten is onderworpen aan de artikelen 39, § 3, en 40, § 3, van voornoemde wet van 21 maart 1991.
Art.160. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, aux conditions qu'Il définit, autoriser BIAC à émettre des nouvelles actions, des obligations convertibles en actions ou des droits de souscription à des actions à la suite d'une offre publique de souscription, le cas échéant sans que la souscription de ces titres ne soit soumise aux articles 39, § 3, et 40, § 3, de la loi du 21 mars 1991 précitée.
Art.161. § 1. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, tegen de door Hem bepaalde voorwaarden, de Staat machtigen om :
  1° aan BIAC (alle of een deel van de) onroerende goederen te verkopen waarvan de eigendom aan de Staat werd overgedragen krachtens artikel 26, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 2 april 1998 tot hervorming van de beheersstructuren van de luchthaven Brussel-Nationaal, alsook alle of een deel van de onroerende goederen die door de Staat werden onteigend ten behoeve van de exploitatie van deze luchthaven, met uitzondering van de onroerende goederen die nodig zijn voor de exploitatie van Belgocontrol; <W 2002-08-02/45, art. 177, 003; Inwerkingtreding : 29-08-2002>
  2° aan Belgocontrol de onroerende goederen te verkopen waarvan de eigendom aan de Staat werd overgedragen krachtens voornoemd artikel 26, § 1, 4°, alsook alle of een deel van de onroerende goederen die door de Staat werden onteigend ten behoeve van de exploitatie van voornoemde luchthaven die nodig zijn voor de exploitatie van Belgocontrol.
  Geen enkele verkoop die overeenkomstig het eerste lid wordt toegelaten, is onderworpen aan artikel 89 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit.
  § 2. De tegenprestatie van een verkoop bedoeld in § 1 moet het voorwerp uitmaken van een billijkheidsattest uitgegeven door een beëdigd landmeter-expert in onroerende goederen of door een expert in onroerende goederen die internationale faam geniet.
  § 3. Elke verkoop aan BIAC met toepassing van § 1 moet een ontbindende voorwaarde bevatten volgens dewelke de verkoop van rechtswege wordt ontbonden en de eigendom van de verkochte onroerende goederen opnieuw overgaat op de Staat indien de exploitatie van de luchthaven Brussel-Nationaal niet meer door BIAC wordt verzorgd. Bovendien moet elke verkoop aan Belgocontrol een gelijkwaardige ontbindende voorwaarde bevatten indien de luchtvaartcontrole op de luchthaven Brussel-Nationaal en het Belgisch luchtruim in het algemeen niet meer door Belgocontrol zou worden waargenomen.
Art.161. § 1er. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, aux conditions qu'Il définit, autoriser l'Etat à vendre :
  1° à BIAC (tout ou partie) des biens immeubles dont la propriété a été transférée à l'Etat en vertu de l'article 26, § 1er, 4°, de l'arrêté royal du 2 avril 1998 portant réforme des structures de gestion de l'aéroport de Bruxelles-National ainsi que tout ou partie des biens immeubles expropries par l'Etat pour les besoins de l'exploitation de cet aéroport, à l'exception des biens immeubles nécessaires à l'exploitation de Belgocontrol; <L 2002-08-02/45, art. 177, 003; En vigueur : 29-08-2002>
  2° à Belgocontrol les biens immeubles dont la propriété a été transférée à l'Etat en vertu de l'article 26, § 1er, 4°, précité ainsi que tout ou partie des biens immeubles expropriés par l'Etat pour les besoins de l'exploitation de l'aéroport précité qui sont nécessaires à l'exploitation par Belgocontrol.
  Les ventes autorisées conformément à l'alinéa 1er ne sont pas soumises à l'article 89 de l'arrêté royal du 17 juillet 1991 portant coordination des lois sur la comptabilité de l'Etat.
  § 2. La contrepartie d'une vente visée au § 1er doit faire l'objet d'une attestation d'équité émise par un géomètre-expert en immeubles assermenté ou un expert immobilier de renommée internationale.
  § 3. Toute vente à BIAC en application du § 1er doit comporter une condition résolutoire selon laquelle la vente est résolue de plein droit, et la propriété des biens immeubles vendus fait retour a l'Etat, au cas où l'exploitation de l'aéroport de Bruxelles-National ne serait plus assurée par BIAC. De même, toute vente à Belgocontrol doit comporter une condition résolutoire équivalente au cas où le contrôle aérien à l'aéroport de Bruxelles-National et dans l'espace aérien belge en général ne serait plus assuré par Belgocontrol.
Art.162. § 1. De minister tot wiens bevoegdheid het vervoer behoort mag zich verzetten tegen de vervreemding door BIAC van de in artikel 161, § 1, 1°, van deze wetbedoelde onroerende goederen of tegen het bezwaren van deze onroerende goederen met zakelijke rechten waarvan de duur zevenentwintig jaar overschrijdt, indien deze verrichtingen de operationele leefbaarheid op lange termijn van de luchthaven Brussel-Nationaal in aanzienlijke mate hinderen of indien zij duidelijk geen verband houden met de exploitatie van luchthaveninstallaties.
  § 2. De in § 1 bedoelde verrichtingen dienen vooraf door BIAC ter kennis te worden gebracht aan de minister tot wiens bevoegdheid het vervoer behoort. De minister kan zijn recht op verzet uitoefenen binnen een termijn van 60 werkdagen nadat de betrokken verrichtingen hem ter kennis werden gebracht.
  De in § 1 bedoelde verrichtingen die de minister niet ter kennis werden gebracht overeenkomstig § 2, of die werden uitgevoerd vóór het verstrijken van de termijn bedoeld in § 2, zijn nietig.
  § 3. Niettegenstaande de beperkingen bepaald in §§ 1 en 2, heeft BIAC het recht om de onroerende goederen bedoeld in § 1 te vervreemden of te bezwaren met zakelijke rechten waarvan de duur zevenentwintig jaar overschrijdt ten voordele van dochtervennootschappen in de zin van artikel 6 van het Wetboek van vennootschappen, op voorwaarde dat deze operaties een belofte van retrocessie inhouden in het geval dat de cessionaris niet langer een dochtervennootschap van BIAC zou zijn in de zin van voornoemd artikel en onderworpen zijn aan de ontbindende voorwaarde bedoeld in artikel 161, § 3 van de wet.
  Dergelijke cessionaris moet de bepalingen van §§ 1 en 2 naleven.
Art.162. § 1er. Le ministre qui a les transports dans ses attributions peut s'opposer à l'aliénation par BIAC des biens immeubles visés à l'article 161, § 1er, 1°, ou à la constitution, sur ceux-ci, de droits réels dont la durée est supérieure à vingt-sept ans, si ces opérations affectent significativement la viabilité opérationnelle à long terme de l'aéroport de Bruxelles-National ou sont manifestement sans rapport avec l'exploitation d'installations aéroportuaires.
  § 2. Les opérations visées au § 1er sont notifiées préalablement par BIAC au ministre qui a les transports dans ses attributions. Le ministre peut exercer son droit d'opposition dans un délai de 60 jours ouvrables après que les opérations concernées lui ont été notifiées.
  Les opérations visées au § 1er qui ne sont pas notifiées conformément au § 2, ou qui sont exécutées avant l'expiration du délai défini au § 2, sont nulles.
  § 3. Nonobstant les restrictions prévues aux §§ 1er et 2, BIAC a le droit d'aliéner des biens immeubles visés au § 1er ou de constituer, sur ceux-ci, des droits réels dont la durée est supérieure à vingt-sept ans en faveur de filiales au sens de l'article 6 du Code des sociétés, à condition que ces opérations comportent un engagement de retrocession au cas ou le cessionnaire ne serait plus une filiale de BIAC au sens du même article et soient soumises à la condition résolutoire visée à l'article 161, § 3 de la loi.
  Un tel cessionnaire est tenu de respecter les dispositions des §§ 1er et 2.
Art.163. § 1. De besluiten die krachtens de artikelen 157 en 158 van deze wet worden vastgesteld, kunnen de van kracht zijnde wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
  § 2. Vóór hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad worden de besluiten die krachtens voornoemde artikelen 157 en 158 zijn vastgesteld, medegedeeld aan de Voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat.
Art.163. § 1er. Les arrêtés pris en vertu des articles 157 et 158 de la présente loi peuvent modifier, compléter, remplacer ou abroger les dispositions légales en vigueur.
  § 2. Avant leur publication au Moniteur belge, les arrêtés pris en vertu des articles 157 et 158 précités sont communiqués aux Présidents de la Chambre des représentants et du Senat.
Art.164. § 1. De bevoegdheden die door de artikelen 157 en 158 van deze wet aan de Koning worden opgedragen, vervallen op (30 juni 2004). <W 2003-08-05/31, art. 39, 005; Inwerkingtreding : 17-08-2003>
  § 2. De besluiten die krachtens voornoemde artikelen 157 en 158 worden vastgesteld houden op uitwerking te hebben indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen zes maanden na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging heeft uitwerking met ingang van deze datum.
  § 3. Na (30 juni 2004) kunnen de besluiten die krachtens voornoemde artikelen 157 en 158 zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd overeenkomstig § 2, alleen bij wet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven. <W 2003-08-05/31, art. 39, 005; Inwerkingtreding : 17-08-2003>
Art.164. § 1er. Les pouvoirs accordés au Roi par les articles 157 et 158 de la présente loi expirent le (30 juin 2004). <L 2003-08-05/31, art. 39, 005; En vigueur : 17-08-2003>
  § 2. Les arrêtés pris en vertu des articles 157 et 158 précités cessent de produire leurs effets s'ils n'ont pas été confirmés par la loi dans les six mois de leur date d'entrée en vigueur. La confirmation produit ses effets à cette date.
  § 3. Après le (30 juin 2004), les arrêtés pris en vertu des articles 157 et 158 précités et confirmés conformément au § 2 ne peuvent être modifiés, complétés, remplacés ou abrogés que par une loi. <L 2003-08-05/31, art. 39, 005; En vigueur : 17-08-2003>
Art.165. § 1. In artikel 39 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, zoals vervangen door de wet van 3 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, eerste lid wordt vervangen door het volgende lid :
  " De bevoegdheden die door artikel 38, § 1, en §§ 3 tot 5, aan ambtenaren van de luchtvaartinspectie worden toegekend, kunnen door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, eveneens worden toegekend aan personeelsleden van de luchthaveninspecties ressorterend onder de exploitant van de luchthaven Brussel-Nationaal wat betreft :
  1° de inbreuken op de reglementen bedoeld in de artikelen 176bis en 194 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven die niet strafbaar zijn gesteld;
  2° de inbreuken op deze wet, vastgesteld naar aanleiding van de toegangs- en veiligheidscontroles bij het aan boord gaan van een vliegtuig of bij de overgang van landzijde naar luchtzijde op de luchthaven Brussel-Nationaal;
  3° de vaststelling van ongevallen en de verkeersregeling aan de luchtzijde van de luchthaven Brussel-Nationaal;
  4° het toezicht op en het vaststellen van inbreuken op het beveiligings- en veiligheidsplan van de luchthaven Brussel-Nationaal, goedgekeurd door het Bestuur van de Luchtvaart;
  5° het vaststellen, binnen de voormelde luchthaven, van inbreuken op de luchtvaartwetgeving begaan door passagiers aan boord van luchtvaartuigen, ingeschreven in het Belgisch luchtvaartregister en met de luchthaven Brussel-Nationaal als bestemming.
  De personeelsleden van de luchthaveninspecties ressorterend onder de exploitant van de luchthaven Brussel-Nationaal staan met betrekking tot de uitoefening van de in dit lid vermelde bevoegdheden steeds onder het gezag van de ambtenaren van de luchtvaartinspectie. Zij kunnen in deze geen richtlijnen ontvangen vanwege de exploitant van de luchthaven. ";
  2° in § 2, vervalt het woord " statutair ".
  § 2. Artikel 40 van voornoemde wet van 27 juni 1937, zoals gewijzigd bij de wet van 3 mei 1999, wordt opgeheven.
Art.165. § 1er. A l'article 39 de la loi du 27 juin 1937 portant révision de la loi du 16 novembre 1919 relative à la réglementation de la navigation aérienne, remplacé par la loi du 3 mai 1999, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, alinéa 1er, est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Les compétences attribuées par l'article 38, § 1er, et §§ 3 jusqu'à 5, à des fonctionnaires de l'inspection aéronautique peuvent également être attribuées par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, aux conditions qu'Il détermine, à des membres du personnel en charge de l'inspection aéroportuaire de l'exploitant de l'aéroport de Bruxelles-National en ce qui concerne :
  1° les infractions aux règlements visés aux articles 176bis et 194 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques qui ne sont pas passibles de sanctions penales;
  2° les infractions à la présente loi constatées à l'occasion des contrôles de sûreté et d'accès, lors de l'embarquement à bord d'un avion ou lors du passage du côté ville vers le côte piste de l'aéroport de Bruxelles-National;
  3° la constatation des accidents et les règles de circulation côté piste de l'aéroport de Bruxelles-National;
  4° le contrôle et la constatation d'infractions au plan de sûreté et de sécurité de l'aéroport de Bruxelles-National, approuvé par l'Administration de l'aéronautique;
  5° la constatation, au sein de l'aéroport de Bruxelles-National, d'infractions à la législation aéronautique commises par des passagers à bord d'avions immatriculés dans la matricule aéronautique belge et qui ont l'aéroport de Bruxelles-National comme destination.
  Les membres du personnel en charge de l'inspection aéroportuaire de l'exploitant de l'aéroport de Bruxelles-National sont, en ce qui concerne l'exercice des compétences mentionnées dans le présent alinéa, toujours placés sous l'autorité des fonctionnaires de l'inspection aéronautique. Ils ne peuvent, dans l'exercice de ces compétences recevoir aucune directive de l'exploitant de l'aéroport. ";
  2° dans le § 2, le mot " statutaire " est supprimé.
  § 2. L'article 40 de la loi du 27 juin 1937 précitée, modifié par la loi du 3 mai 1999, est abrogé.
HOOFDSTUK IV. - NV Sabena.
CHAPITRE IV. - SA Sabena.
Art.166. In het vooruitzicht van een toekomstige terugbetaling van het maatschappelijk kapitaal te beslissen door de algemene vergadering van aandeelhouders van de Federale Participatiemaatschappij, gelast de Staat de Federale Participatiemaatschappij een bedrag van EUR 25 miljoen ter beschikking te stellen van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, voor de betaling van de aanvullende vergoedingen aan de betrokken gewezen werknemers van de NV Sabena, met inbegrip van deze van AMP België. Voornoemd Fonds staat in voor de uitbetaling van de vergoedingen aan de betrokken werknemers als een extrastatutaire opdracht.
Art.166. Par anticipation d'un remboursement futur du capital social à décider par l'assemblée générale des actionnaires de la Société fédérale de Participation, l'Etat charge celle-ci de mettre à disposition du Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture des entreprises, un montant de EUR 25 millions, pour le paiement des indemnités complémentaires aux anciens employés concernés de la SA Sabena, y compris ceux de AMP Belgique. Le Fonds susmentionné se charge du paiement de ces indemnités aux employés concernés à titre de mission extrastatutaire.
TITEL XIV. - Middenstand.
TITRE XIV. - Classes moyennes.
Art.167. In artikel 29 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1. § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 2. De vrijstelling is van toepassing op de winst en op de baten van de belastbare tijdperken die samenvallen met de jaren 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003 of, wanneer de belastingplichtigen anders dan per kalenderjaar boekhouden, met het eerste boekjaar dat wordt afgesloten respectievelijk na 31 december 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003. ";
  2. § 3, eerste lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Het aantal in België bijkomend tewerkgestelde personeelseenheden wordt vastgesteld door het gemiddeld personeelsbestand van de belastingplichtige tijdens de jaren 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003 respectievelijk te vergelijken met dat van de jaren 1997, 1998, 1999, 2000, 2001 en 2002. ".
Art.167. A l'article 29 de la loi-programme du 10 février 1998 pour la promotion de l'entreprise indépendante, les modifications suivantes sont apportées :
  1. le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. L'exonération s'applique aux bénéfices et aux profits des périodes imposables qui coincident avec les années 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 et 2003 ou, pour les contribuables qui tiennent leur comptabilité autrement que par année civile, avec le premier exercice comptable clos respectivement après le 31 décembre 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 et 2003. ";
  2. le § 3, alinéa 1er, est remplacé par la disposition suivante :
  " Le nombre d'unités de personnel supplementaire occupé en Belgique est déterminé par la comparaison entre la moyenne des travailleurs occupés par le contribuable au cours des années 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 et 2003 et respectivement celle des années 1997, 1998, 1999, 2000, 2001 et 2002. ".
TITEL XV. - Inwerkingtreding.
TITRE XV. - Entrée en vigueur.
Art. 168. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2002, met uitzondering van :
  - artikel 14 dat uitwerking heeft op 1 januari 1998;
  - artikel 17 dat uitwerking heeft op 16 februari 1999;
  - artikel 23 dat uitwerking heeft op 1 januari 1994;
  - artikel 24 dat in werking treedt op de datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;
  - de artikelen 25 en 26 die uitwerking hebben op 1 november 1999;
  - de artikelen 36 en 45 die uitwerking hebben op 1 juni 2001;
  - artikel 38 dat in werking treedt op de datum bepaald door de Koning;
  - de artikelen 69 tot 71 die in werking treden op een door de Koning bepaalde datum tegelijkertijd met de uitvoeringsbesluiten betreffende de elektronische wijze van mededeling;
  - de artikelen 76, 77 en 78 die uitwerking hebben op 31 december 2001;
  - (artikel 79 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002 behalve wat betreft de vrijstelling van alle belastingen of taksen ten gunste van de provinciën en gemeenten die worden geheven onder de vorm van opcentiemen, waarvoor het uitwerking heeft vanaf het aanslagjaar 2002.)<W 2002-08-02/45, art. 134, 003; Inwerkingtreding : 29-08-2002>
  - de artikelen 87 tot 94 die uitwerking hebben op 27 juli 2000;
  - artikel 96 dat in werking treedt op de datum van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten;
  - de artikelen 116 en 117 die uitwerking hebben op 4 november 2000;
  - de artikelen 121, 122, 123, 125, 126, 127 en 128 die inwerking treden op de datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;
  - de artikelen 120, 129 en 130 (en 131) die uitwerking hebben op 1 april 2001; <W 2002-04-26/30, art. 129, 002; Inwerkingtreding : 30-04-2002>
  - de artikelen 15, 16, 95, 141, 142 en 143 die in werking treden op de datum bepaald door de Koning;
  - de artikelen 161 en 162 die uitwerking hebben op 24 december 2001;
  - artikel 166 dat uitwerking heeft op 10 december 2001.
  (NOTA : inwerkingtreding van artikelen 121, 122, 123, 125, 126, 127 en 128 vastgesteld op 31-12-2001 door KB 2001-12-30/32, art. 1)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikelen 69 tot 71 vastgesteld op 18-11-2002 door KB 2002-11-20/32, art. 5).
  (NOTA : inwerkingtreding van artikel 16 vastgesteld op 01-01-2003 door W 2002-12-24/31, art. 10.)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikelen 141 tot 143 vastgesteld op 01-01-2003 door KB 2004-09-28/31, art. 43)
Art. 168. La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2002, a l'exception de :
  - l'article 14 qui produit ses effets le 1er janvier 1998;
  - l'article 17 qui produit ses effets le 16 février 1999;
  - l'article 23 qui produit ses effets le 1er janvier 1994;
  - l'article 24 qui entre en vigueur à la date fixée par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres;
  - les articles 25 et 26 qui produisent leurs effets le 1er novembre 1999;
  - les articles 36 et 45 qui produisent leurs effets le 1er juin 2001;
  - l'article 38 qui entre en vigueur à la date fixée par le Roi;
  - les articles 69 à 71 qui entrent en vigueur à une date arrêtée par le Roi en même temps que les arrêtés d'exécution concernant la communication par voie électronique;
  - les articles 76, 77 et 78 qui produisent leurs effets le 31 décembre 2001;
  - (l'article 79 produit ses effets à partir du 1er janvier 2002, sauf en ce qui concerne l'exemption de tout impôt ou taxe au profit des provinces et des communes, prélevés sous forme de décimes additionnels, pour laquelle il est d'application à partir de l'exercice d'imposition 2002.) <L 2002-08-02/45, art. 134, 003; En vigueur : 29-08-2002>
  - les articles 87 à 94 qui produisent leurs effets le 27 juillet 2000;
  - l'article 96 qui entre en vigueur à la date de l'entrée en vigueur de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux;
  - les articles 116 et 117 qui produisent leurs effets le 4 novembre 2000;
  - les articles 121, 122, 123, 125, 126, 127 et 128 qui entrent en vigueur à la date fixée par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres;
  - les articles 120, 129 et 130 (et 131) qui produisent leurs effets le 1er avril 2001; <L 2002-04-26/30, art. 129, 002; En vigueur : 30-04-2002>
  - les articles 15, 16, 95, 141, 142 et 143 qui entrent en vigueur a la date fixée par le Roi;
  - les articles 161 et 162 qui produisent leurs effets le 24 décembre 2001;
  - l'article 166 qui produit ses effets le 10 décembre 2001.
  (NOTE : entrée en vigueur des articles 121, 122, 123, 125, 126, 127 et 128 fixée le 31-12-2001 par AR 2001-12-30/32, art. 1)
  (NOTE : entrée en vigueur des articles 69 à 71 fixée le 18-11-002 par AR 2002-11-20/ 32, art. 5).
  (NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 16 fixée le 01-01-2003 par L 2002-12-24/31, art. 10.)
  (NOTE : Entrée en vigueur des art. 141 a 143 fixée le 01-01-2003 par L 2004-09-28/31, art. 43)