Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 DECEMBER 2001. - Programmawet. - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-2001 en tekstbijwerking tot 22-07-2022)
Titre
30 DECEMBRE 2001. - Loi-programme. - (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-12-2001 et mise à jour au 22-07-2022)
Dokumentinformationen
Numac: 2001003669
Datum: 2001-12-30
Info du document
Numac: 2001003669
Date: 2001-12-30
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITEL II. - Sociale zaken.
HOOFDSTUK I. - Budgettaire fondsen sociale Mari...
HOOFDSTUK II. - Personeels- en administratiekos...
HOOFDSTUK III. - Financiering van de dotaties.
HOOFDSTUK IV. - Sociaal statuut der zelfstandigen.
Afdeling I. - Wijzigingen aan het koninklijk be...
Afdeling II. - Wijziging aan het koninklijk bes...
HOOFDSTUK V. - Responsabilisering van de openba...
HOOFDSTUK VI. - Pensioenen.
Afdeling I. - Aanpassing van de wet van 28 apri...
Afdeling II. - Oprichting van een organiek fond...
Afdeling III. - Fonds voor overlevingspensioenen.
Afdeling IV. - Terugbetaling van de lasten van ...
HOOFDSTUK VII. - Gezinsbijslag.
HOOFDSTUK VIII. - Jaarlijkse vakantie.
HOOFDSTUK IX. - Alternatieve financiering.
HOOFDSTUK X. - Geneeskundige verzorging en uitk...
Afdeling I. - Wijziging van de programmawet van...
Afdeling II. - Wijziging van de wet betreffende...
HOOFDSTUK XI. - Wijziging van de wet van 27 feb...
HOOFDSTUK XII. - Terugbetaling Maribel bis en ter.
TITEL III. - Volksgezondheid.
HOOFDSTUK I. - Het wetenschappelijk instituut v...
HOOFDSTUK II. - Algemene farmaceutische inspectie.
HOOFDSTUK III. - Federaal Agentschap voor de Ve...
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de wet van 5 sept...
HOOFDSTUK V. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK VI. - Financiering van de BSE-testen ...
TITEL IV. - Werkgelegenheid.
HOOFDSTUK I. - Inhouding op de brugpensioenen.
HOOFDSTUK II. - Plus-1-2-3-plan.
HOOFDSTUK III. - Werkhervatting door oudere wer...
HOOFDSTUK IV. - Pool van de Zeelieden ter Koopv...
HOOFDSTUK V. - Competentiebalans.
HOOFDSTUK VI. - Startbanen.
HOOFDSTUK VII. - Elektronische aangifte van de ...
HOOFDSTUK VIII. - Afschaffing van de vervanging...
TITEL V. - Financiën.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de werknemerspar...
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 19 jul...
TITEL VI. - Energie.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 29 apri...
HOOFDSTUK II. - Federale Raad voor Duurzame Ont...
HOOFDSTUK III. - De Nationale Instelling voor r...
TITEL VII. - Landsverdediging.
TITEL VIII. - Ambtenarenzaken.
TITEL IX. - Binnenlandse zaken.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 30 juli...
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 7 de...
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 13 ...
HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepaling.
TITEL X. - Ontwikkelingssamenwerking.
Wijziging van de wet van 21 december 1998 tot o...
TITEL XI. - Justitie.
TITEL XII. - Economische zaken.
Wijziging en uitbreiding van de organieke wet h...
TITEL XIII. - Telecommunicatie en overheidsbedr...
HOOFDSTUK I. - Telecommunicatie.
HOOFDSTUK II. - Regie der gebouwen.
HOOFDSTUK III. - Brussels International Airport...
HOOFDSTUK IV. - NV Sabena.
TITEL XIV. - Middenstand.
TITEL XV. - Inwerkingtreding.
Inhoud
TITRE I. - Disposition générale.
TITRE II. - Affaires sociales.
CHAPITRE I. - Fonds budgétaires Maribel social.
CHAPITRE II. - Frais de personnel et d'administ...
CHAPITRE III. - Financement des dotations.
CHAPITRE IV. - Statut social des travailleurs i...
Section I. - Modifications à l'arrêté royal n° ...
Section II. - Modification à l'arrêté royal n° ...
CHAPITRE V. - Responsabilisation des institutio...
CHAPITRE VI. - Pensions.
Section I. - Adaptation de la loi du 28 avril 1...
Section II. - Création d'un fonds organique, dé...
Section III. - Fonds des pensions de survie.
Section IV. - Remboursement des charges d'index...
CHAPITRE VII. - Allocations familiales.
CHAPITRE VIII. - Vacances annuelles.
CHAPITRE IX. - Financement alternatif.
CHAPITRE X. - Soins de santé et indemnités.
Section I. - Modification de la loi-programme d...
Section II. - Modification de la loi relative à...
CHAPITRE XI. - Modification de la loi du 27 fév...
CHAPITRE XII. - Remboursement Maribel bis en ter.
TITRE III. - Santé publique.
CHAPITRE I. - L'institut scientifique de la san...
CHAPITRE II. - Inspection générale de la pharma...
CHAPITRE III. - L'Agence fédérale pour la Sécur...
CHAPITRE IV. - Modification de la loi du 5 sept...
CHAPITRE V. - Modification de l'arrêté royal du...
CHAPITRE VI. - Financement des tests ESB 2001.
TITRE IV. - Emploi.
CHAPITRE I. - Retenue sur les prépensions.
CHAPITRE II. - Plan-plus-1-2-3.
CHAPITRE III. - Reprise de travail des chômeurs...
CHAPITRE IV. - Pool des Marins de la marine mar...
CHAPITRE V. - Bilan de compétences.
CHAPITRE VI. - Conventions de premier emploi.
CHAPITRE VII. - Déclaration électronique des co...
CHAPITRE VIII. - Suppression de l'obligation de...
TITRE V. - Finances.
CHAPITRE I. - Modifications des régimes de part...
CHAPITRE II. - Modification de la loi du 19 jui...
TITRE VI. - L'énergie.
CHAPITRE I. - Modification de la loi du 29 avri...
CHAPITRE II. - Conseil fédéral pour le Développ...
CHAPITRE III. - L'Organisme national des déchet...
TITRE VII. - Défense.
TITRE VIII. - Fonction publique.
TITRE IX. - Intérieur.
CHAPITRE I. - Modification de la loi du 30 juil...
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 7 déc...
CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 13 m...
CHAPITRE IV. - Disposition particulière.
TITRE X. - Coopération au développement.
Modification de la loi du 21 décembre 1998 port...
TITRE XI. - Justice.
TITRE XII. - Affaires économiques.
Modification et extension de la loi organique c...
TITRE XIII. - Telécommunication et entreprises ...
CHAPITRE I. - Télécommunications.
CHAPITRE II. - Régie des Bâtiments.
CHAPITRE III. - Brussels International Airport ...
CHAPITRE IV. - SA Sabena.
TITRE XIV. - Classes moyennes.
TITRE XV. - Entrée en vigueur.
Tekst (232)
Texte (232)
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITRE I. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL II. - Sociale zaken.
TITRE II. - Affaires sociales.
HOOFDSTUK I. - Budgettaire fondsen sociale Maribel.
CHAPITRE I. - Fonds budgétaires Maribel social.
Art.2. Artikel 171 van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen wordt door volgende bepaling vervangen :
" Art. 171. § 1. Er wordt een fonds opgericht dat gespijsd wordt met :
1° een aandeel gelijk aan 0,10 % van de opbrengst van de verminderingen van de werkgeversbijdragen waarop de werkgevers bedoeld bij artikel 35, § 5, eerste lid van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de wet van 30 december 1998 aanspraak kunnen maken;
2° de resterende opbrengst van de verminderingen van werkgeversbijdragen waarop de werkgevers van de openbare sector, aangesloten bij de RSZ, andere dan deze van de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de openbare sector aangesloten bij de RSZ, aanspraak kunnen maken.
Het in het eerste lid bedoelde fonds vormt een begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
§ 2. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid aangevuld als volgt :
" (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45706 - 45707). ".
" Art. 171. § 1. Er wordt een fonds opgericht dat gespijsd wordt met :
1° een aandeel gelijk aan 0,10 % van de opbrengst van de verminderingen van de werkgeversbijdragen waarop de werkgevers bedoeld bij artikel 35, § 5, eerste lid van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de wet van 30 december 1998 aanspraak kunnen maken;
2° de resterende opbrengst van de verminderingen van werkgeversbijdragen waarop de werkgevers van de openbare sector, aangesloten bij de RSZ, andere dan deze van de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de openbare sector aangesloten bij de RSZ, aanspraak kunnen maken.
Het in het eerste lid bedoelde fonds vormt een begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
§ 2. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid aangevuld als volgt :
" (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45706 - 45707). ".
Art.2. L'article 171 de la loi du 12 août 2000 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 171. § 1er. Il est créé un fonds alimenté par :
1° une quote-part de 0,10 % du produit des réductions de cotisations patronales auxquelles peuvent prétendre les employeurs visés à l'article 35, § 5, alinéa 1er, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, modifié par la loi du 30 décembre 1988;
2° par le produit restant des réductions de cotisations patronales auxquelles peuvent prétendre les employeurs du secteur public affiliés à l'ONSS, autres que ceux des hôpitaux et des maisons de soins psychiatriques du secteur public affiliés à l'ONSS.
Le fonds visé à l'alinéa 1er constitue un fonds budgétaire au sens de l'article 45 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991.
§ 2. Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 23 - Emploi et Travail est complétée comme suit :
" (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45706 - 45707). ".
" Art. 171. § 1er. Il est créé un fonds alimenté par :
1° une quote-part de 0,10 % du produit des réductions de cotisations patronales auxquelles peuvent prétendre les employeurs visés à l'article 35, § 5, alinéa 1er, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, modifié par la loi du 30 décembre 1988;
2° par le produit restant des réductions de cotisations patronales auxquelles peuvent prétendre les employeurs du secteur public affiliés à l'ONSS, autres que ceux des hôpitaux et des maisons de soins psychiatriques du secteur public affiliés à l'ONSS.
Le fonds visé à l'alinéa 1er constitue un fonds budgétaire au sens de l'article 45 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991.
§ 2. Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 23 - Emploi et Travail est complétée comme suit :
" (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45706 - 45707). ".
Art.3. Artikel 184 van dezelfde wet wordt vervangen door volgende bepaling :
" In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 26 - Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, aangevuld als volgt :
" (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45707). ". ".
" In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 26 - Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, aangevuld als volgt :
" (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45707). ". ".
Art.3. L'article 184 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 26 - Affaires sociales, Santé publique et Environnement, est complétée comme suit :
" (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45707). ". ".
" Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 26 - Affaires sociales, Santé publique et Environnement, est complétée comme suit :
" (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45707). ". ".
Art.4. § 1. (...) <W 2003-12-22/42, art. 37, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
§ 2. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid, aangevuld als volgt :
" (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45707 - 45708). ".
§ 2. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid, aangevuld als volgt :
" (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45707 - 45708). ".
Art.4. § 1. (...) <L 2003-12-22/42, art. 37, 1°, 006; En vigueur : 01-01-2004>
§ 2. Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 23 - Emploi et Travail, est complétée comme suit :
" (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45707 - 45708). ".
§ 2. Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 23 - Emploi et Travail, est complétée comme suit :
" (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45707 - 45708). ".
Art.5. § 1. (...) <W 2003-12-22/42, art. 37, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
§ 2. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid, aangevuld als volgt :
" (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45708). ".
§ 2. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid, aangevuld als volgt :
" (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45708). ".
Art.5. (...) <L 2003-12-22/42, art. 37, 1°, 006; En vigueur : 01-01-2004>
§ 2. Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 23 - Emploi et Travail, est complétée comme suit :
" (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45708). ".
§ 2. Au tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 23 - Emploi et Travail, est complétée comme suit :
" (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45708). ".
HOOFDSTUK II. - Personeels- en administratiekosten.
CHAPITRE II. - Frais de personnel et d'administration.
Art.6. Artikel 35, § 5, derde lid, 1°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de wet van 26 maart 1999, wordt met de volgende bepaling aangevuld :
" Op de opbrengst die aan ieder sectoraal fonds toekomt, wordt 0,10 % van deze opbrengst door de RSZ gestort aan het sectoraal fonds opgericht krachtens artikel 71, 2°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, in de schoot van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid. Bovendien wordt ieder sectoraal fonds gemachtigd om 1,20 % van het aan het Fonds toekomende bedrag aan te wenden ter dekking van administratie- en personeelskosten van het Fonds of van de vereniging van fondsen waartoe het behoort. ".
" Op de opbrengst die aan ieder sectoraal fonds toekomt, wordt 0,10 % van deze opbrengst door de RSZ gestort aan het sectoraal fonds opgericht krachtens artikel 71, 2°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, in de schoot van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid. Bovendien wordt ieder sectoraal fonds gemachtigd om 1,20 % van het aan het Fonds toekomende bedrag aan te wenden ter dekking van administratie- en personeelskosten van het Fonds of van de vereniging van fondsen waartoe het behoort. ".
Art.6. L'article 35, § 5, alinéa 3, 1°, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, modifié par la loi du 26 mars 1999, est complété par la disposition suivante :
" Sur le montant revenant à chaque fonds sectoriel, 0,10 % de ce montant est versé par l'ONSS au fonds sectoriel créé au sein du Ministère de l'Emploi et du Travail en application de l'article 71, 2°, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses. En outre, chaque fonds sectoriel est autorisé à affecter 1,20 % du montant lui revenant à la couverture des frais d'administration et de personnel du Fonds ou de l'association de fonds à laquelle il appartient. ".
" Sur le montant revenant à chaque fonds sectoriel, 0,10 % de ce montant est versé par l'ONSS au fonds sectoriel créé au sein du Ministère de l'Emploi et du Travail en application de l'article 71, 2°, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses. En outre, chaque fonds sectoriel est autorisé à affecter 1,20 % du montant lui revenant à la couverture des frais d'administration et de personnel du Fonds ou de l'association de fonds à laquelle il appartient. ".
Art.7. In artikel 71 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in 1°, wordt het eerste lid aangevuld als volgt :
" 0,10 % van het bedrag van de opbrengst wordt door de RSZ gestort aan het sectoraal fonds bedoeld in artikel 71, 2°, eerste lid, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. ";
b) in 1°, tweede lid, vervallen de woorden " , na aftrek van de administratieve kosten, ";
c) in 1°, wordt het tweede lid bovendien aangevuld met volgende bepaling :
" 1,20 % van het bedrag van de opbrengst bepaald met toepassing van het eerste lid wordt aangewend ter dekking van de administratiekosten en van de kosten van het statutair en/of contractueel personeel ingezet voor de opdrachten waarmee het sectoraal fonds en het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu door de reglementering wordt belast. Het bedrag van het aandeel gestort aan het Fonds in uitvoering van artikel 1, § 6, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen wordt eveneens voor voornoemde kosten aangewend. ";
d) in 2°, tweede lid, vervallen de woorden " , na aftrek van de administratieve kosten, ";
e) in 2°, wordt het tweede lid bovendien aangevuld als volgt :
" 1,30 % van het bedrag van de opbrengst bepaald met toepassing van het eerste lid wordt aangewend ter dekking van de administratiekosten en van de kosten van het statutair en/of contractueel personeel van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid ingezet voor de opdrachten waarmee het sectoraal fonds en het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid door de reglementering wordt belast. Worden eveneens aangewend voor de financiering van de administratiekosten en van de kosten van het statutair en/of contractueel personeel van het ministerie de bedragen die door de RSZ aan het Fonds gestort worden en die afgenomen werden op de bedragen toegekend aan de verschillende sectorale fondsen alsook het bedrag gestort aan het Fonds door de RSZ-PPO met toepassing van artikel 1, § 6, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen. ".
a) in 1°, wordt het eerste lid aangevuld als volgt :
" 0,10 % van het bedrag van de opbrengst wordt door de RSZ gestort aan het sectoraal fonds bedoeld in artikel 71, 2°, eerste lid, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. ";
b) in 1°, tweede lid, vervallen de woorden " , na aftrek van de administratieve kosten, ";
c) in 1°, wordt het tweede lid bovendien aangevuld met volgende bepaling :
" 1,20 % van het bedrag van de opbrengst bepaald met toepassing van het eerste lid wordt aangewend ter dekking van de administratiekosten en van de kosten van het statutair en/of contractueel personeel ingezet voor de opdrachten waarmee het sectoraal fonds en het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu door de reglementering wordt belast. Het bedrag van het aandeel gestort aan het Fonds in uitvoering van artikel 1, § 6, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen wordt eveneens voor voornoemde kosten aangewend. ";
d) in 2°, tweede lid, vervallen de woorden " , na aftrek van de administratieve kosten, ";
e) in 2°, wordt het tweede lid bovendien aangevuld als volgt :
" 1,30 % van het bedrag van de opbrengst bepaald met toepassing van het eerste lid wordt aangewend ter dekking van de administratiekosten en van de kosten van het statutair en/of contractueel personeel van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid ingezet voor de opdrachten waarmee het sectoraal fonds en het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid door de reglementering wordt belast. Worden eveneens aangewend voor de financiering van de administratiekosten en van de kosten van het statutair en/of contractueel personeel van het ministerie de bedragen die door de RSZ aan het Fonds gestort worden en die afgenomen werden op de bedragen toegekend aan de verschillende sectorale fondsen alsook het bedrag gestort aan het Fonds door de RSZ-PPO met toepassing van artikel 1, § 6, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen. ".
Art.7. A l'article 71 de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses sont apportées les modifications suivantes :
a) au 1°, l'alinéa 1er est complété comme suit :
" 0,10 % du montant du produit est versé par l'ONSS au fonds sectoriel visé à l'article 71, 2°, alinéa 1er de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses. ";
b) au 1°, alinéa 2, les mots " , après déduction des frais administratifs, " sont supprimés;
c) au 1°, l'alinéa 2 est en outre complété comme suit :
" 1,20 % du montant du produit fixé en application de l'alinéa 1er est affecté à la couverture des frais d'administration et de personnel statutaire et/ou contractuel affecté aux missions confiées par la réglementation au Fonds sectoriel et au Ministère des Affaires Sociales, de la Santé Publique et de l'Environnement. Le montant de la quote-part versée au Fonds en application de l'article 1er, § 6, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales est également affecté aux frais précités. ";
d) au 2°, alinéa 2, les mots " , après déduction des frais administratifs, " sont supprimés;
e) au 2°, l'alinéa 2 est en outre complété comme suit :
" 1,30 % du montant du produit fixé en application de l'alinéa 1er est affecté à la couverture des frais d'administration et de personnel statutaire et/ou contractuel du ministère de l'Emploi et du Travail affecté aux missions confiées par la réglementation au fonds sectoriel et au ministère de l'Emploi et du Travail. Les montants versés au Fonds par l'ONSS et prélevés sur le produit attribué aux différents fonds sectoriels, ainsi que le montant versé au Fonds par l'ONSS-APL en application de l'article 1er, § 6, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, sont également affectés au financement des frais d'administration et de personnel statutaire et/ou contractuel du ministère. ".
a) au 1°, l'alinéa 1er est complété comme suit :
" 0,10 % du montant du produit est versé par l'ONSS au fonds sectoriel visé à l'article 71, 2°, alinéa 1er de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses. ";
b) au 1°, alinéa 2, les mots " , après déduction des frais administratifs, " sont supprimés;
c) au 1°, l'alinéa 2 est en outre complété comme suit :
" 1,20 % du montant du produit fixé en application de l'alinéa 1er est affecté à la couverture des frais d'administration et de personnel statutaire et/ou contractuel affecté aux missions confiées par la réglementation au Fonds sectoriel et au Ministère des Affaires Sociales, de la Santé Publique et de l'Environnement. Le montant de la quote-part versée au Fonds en application de l'article 1er, § 6, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales est également affecté aux frais précités. ";
d) au 2°, alinéa 2, les mots " , après déduction des frais administratifs, " sont supprimés;
e) au 2°, l'alinéa 2 est en outre complété comme suit :
" 1,30 % du montant du produit fixé en application de l'alinéa 1er est affecté à la couverture des frais d'administration et de personnel statutaire et/ou contractuel du ministère de l'Emploi et du Travail affecté aux missions confiées par la réglementation au fonds sectoriel et au ministère de l'Emploi et du Travail. Les montants versés au Fonds par l'ONSS et prélevés sur le produit attribué aux différents fonds sectoriels, ainsi que le montant versé au Fonds par l'ONSS-APL en application de l'article 1er, § 6, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, sont également affectés au financement des frais d'administration et de personnel statutaire et/ou contractuel du ministère. ".
Art.8. In artikel 1, § 6, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, ingevoegd bij de wet van 26 maart 1999, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
" Op het globale bedrag van de in het eerste lid bedoelde verminderingen van werkgeversbijdragen, neemt de Rijksdienst een bedrag af dat gelijk is aan 1,30 % van dat globale bedrag. De Rijksdienst stort een bedrag gelijk aan 0,10 % van het globale bedrag van de verminderingen aan het sectoraal fonds bedoeld in artikel 71, 2°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.
De Rijksdienst stort aan het sectoraal fonds bedoeld in artikel 71,1°, van voornoemde wet van 26 maart 1999, een bedrag gelijk aan 1,20 % van het globale bedrag van de bijdrageverminderingen waarop de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen aangesloten bij die Rijksdienst aanspraak zouden kunnen maken indien zij van de voordelen bedoeld in het eerste lid hadden genoten.
Bovendien wendt de Rijksdienst het saldo van het bedrag dat hij in uitvoering van deze bepaling heeft afgenomen aan ter dekking van de administratiekosten en van de kosten van statutair en/of contractueel personeel, voortspruitend uit de toepassing van de reglementering met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector behorend tot zijn bevoegdheden. ".
" Op het globale bedrag van de in het eerste lid bedoelde verminderingen van werkgeversbijdragen, neemt de Rijksdienst een bedrag af dat gelijk is aan 1,30 % van dat globale bedrag. De Rijksdienst stort een bedrag gelijk aan 0,10 % van het globale bedrag van de verminderingen aan het sectoraal fonds bedoeld in artikel 71, 2°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.
De Rijksdienst stort aan het sectoraal fonds bedoeld in artikel 71,1°, van voornoemde wet van 26 maart 1999, een bedrag gelijk aan 1,20 % van het globale bedrag van de bijdrageverminderingen waarop de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen aangesloten bij die Rijksdienst aanspraak zouden kunnen maken indien zij van de voordelen bedoeld in het eerste lid hadden genoten.
Bovendien wendt de Rijksdienst het saldo van het bedrag dat hij in uitvoering van deze bepaling heeft afgenomen aan ter dekking van de administratiekosten en van de kosten van statutair en/of contractueel personeel, voortspruitend uit de toepassing van de reglementering met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector behorend tot zijn bevoegdheden. ".
Art.8. Dans l'article 1er, § 6, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, inséré par la loi du 26 mars 1999, est inséré entre les alinéas 1er et 2, l'alinéa suivant :
" Sur le montant total des réductions de cotisations patronales visées à l'alinéa 1er, l'Office prélève 1,30 % de ce montant total. L'Office verse une somme représentant 0,10 % du produit total des réductions au fonds sectoriel visé à l'article 71, 2°, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses.
L'Office verse au fonds sectoriel visé à l'article 71, 1°, de la loi précitée du 26 mars 1999, 1,20 % du produit total des réductions de cotisations auxquelles pourraient prétendre les hôpitaux et les maisons de soins psychiatriques affiliés auprès de lui s'ils avaient bénéficié des avantages visés à l'alinéa 1er.
L'Office affecte en outre le solde de la somme prélevée en application de la présente disposition au financement des frais d'administration et de personnel statutaire et/ou contractuel résultant de l'application de la réglementation visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non-marchand relevant de sa compétence. ".
" Sur le montant total des réductions de cotisations patronales visées à l'alinéa 1er, l'Office prélève 1,30 % de ce montant total. L'Office verse une somme représentant 0,10 % du produit total des réductions au fonds sectoriel visé à l'article 71, 2°, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses.
L'Office verse au fonds sectoriel visé à l'article 71, 1°, de la loi précitée du 26 mars 1999, 1,20 % du produit total des réductions de cotisations auxquelles pourraient prétendre les hôpitaux et les maisons de soins psychiatriques affiliés auprès de lui s'ils avaient bénéficié des avantages visés à l'alinéa 1er.
L'Office affecte en outre le solde de la somme prélevée en application de la présente disposition au financement des frais d'administration et de personnel statutaire et/ou contractuel résultant de l'application de la réglementation visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non-marchand relevant de sa compétence. ".
Art.9. In artikel 1, § 7, 1°, tweede lid van dezelfde wet, vervallen de woorden " , na aftrek van de administratieve kosten, ".
Art.9. Dans l'article 1er, § 7, 1°, alinéa 2 de la même loi, les mots " , après déduction des frais administratifs " sont supprimés.
HOOFDSTUK III. - Financiering van de dotaties.
CHAPITRE III. - Financement des dotations.
Art.10. Artikel 35, § 5, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de wetten van 30 december 1988, 26 juli 1996, 26 maart 1999 en 24 december 1999, wordt aangevuld met de volgende leden :
" De sectorale fondsen bedoeld in het derde lid van deze paragraaf alsook deze bedoeld in artikel 71, 1° en 2° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen en in artikel 1, § 7, 1° van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, zijn ertoe gehouden uiterlijk op 31 maart van het jaar, volgend op dit tijdens welk de overschrijding van de thesaurie vastgesteld wordt, aan het terugvorderingfonds bevoegd voor hun sectoren de middelen te storten waarover zij beschikken en die een twaalfde van de opbrengst overschrijden die hun werd toegekend voor het afgelopen jaar. De door ieder fonds te verrichten storting uiterlijk op 31 maart 2002, moet ten minste 95 % van de beschikbare niet-recurrente middelen vertegenwoordigen waarover het fonds op 31 december 2001 beschikte.
In afwijking op de bepalingen van het vorig lid, wordt de door ieder fonds uiterlijk 31 maart 2002 te verrichten storting verminderd ten belope van het bedrag dat met toepassing van de bepalingen van artikel 11 van de programmawet van 30 december 2001 ten laste van het Fonds wordt gelegd.
Voor de bedragen die de sectorale fondsen moeten storten is rente van rechtswege verschuldigd.
Uiterlijk op 31 maart van ieder jaar, moeten de sectorale fondsen aan de ministers bevoegd voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Volksgezondheid een afschrijft overzenden van hun jaarrekening met betrekking tot het afgelopen jaar alsook hun kastoestand op 31 december van het afgelopen jaar; die documenten moeten door een revisor, lid van het Instituut voor de Bedrijfsrevisoren, of door de rekenplichtige voor echt verklaard zijn. ".
" De sectorale fondsen bedoeld in het derde lid van deze paragraaf alsook deze bedoeld in artikel 71, 1° en 2° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen en in artikel 1, § 7, 1° van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, zijn ertoe gehouden uiterlijk op 31 maart van het jaar, volgend op dit tijdens welk de overschrijding van de thesaurie vastgesteld wordt, aan het terugvorderingfonds bevoegd voor hun sectoren de middelen te storten waarover zij beschikken en die een twaalfde van de opbrengst overschrijden die hun werd toegekend voor het afgelopen jaar. De door ieder fonds te verrichten storting uiterlijk op 31 maart 2002, moet ten minste 95 % van de beschikbare niet-recurrente middelen vertegenwoordigen waarover het fonds op 31 december 2001 beschikte.
In afwijking op de bepalingen van het vorig lid, wordt de door ieder fonds uiterlijk 31 maart 2002 te verrichten storting verminderd ten belope van het bedrag dat met toepassing van de bepalingen van artikel 11 van de programmawet van 30 december 2001 ten laste van het Fonds wordt gelegd.
Voor de bedragen die de sectorale fondsen moeten storten is rente van rechtswege verschuldigd.
Uiterlijk op 31 maart van ieder jaar, moeten de sectorale fondsen aan de ministers bevoegd voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Volksgezondheid een afschrijft overzenden van hun jaarrekening met betrekking tot het afgelopen jaar alsook hun kastoestand op 31 december van het afgelopen jaar; die documenten moeten door een revisor, lid van het Instituut voor de Bedrijfsrevisoren, of door de rekenplichtige voor echt verklaard zijn. ".
Art.10. L'article 35, § 5, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs, modifié par les lois des 30 décembre 1988, 26 juillet 1996, 26 mars 1999 et 24 décembre 1999, salariés est complété par les alinéas suivants :
" Les fonds sectoriels visés à l'alinéa 3 du présent paragraphe ainsi que ceux visés à l'article 71, 1° et 2° de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses et à l'article 1er, § 7, 1° de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, sont tenus de verser, au plus tard le 31 mars de l'année suivant celle au cours de laquelle le dépassement de trésorerie est constaté, au fonds de récupération compétent pour leur secteur les moyens dont ils disposent et qui dépassent un douzième du produit qui leur a été attribué pour l'année écoulée. Le versement à effectuer par chaque fonds sectoriel pour le 31 mars 2002 au plus tard doit représenter au moins 95 % des moyens disponibles non récurrents dont il dispose au 31 décembre 2001.
Par dérogation aux dispositions de l'alinéa précédent, le versement à effectuer par chaque fonds au plus tard le 31 mars 2002 est diminué du montant à charge du fonds en vertu des dispositions de l'article 11 de la loi programme du 30 décembre 2001.
Les sommes à verser par les fonds sectoriels portent intérêt de plein droit.
Les fonds sectoriels doivent transmettre, au plus tard le 31 mars de chaque année, aux ministres compétents pour l'Emploi, les Affaires Sociales et la Santé Publique une copie du compte annuel relatif à l'année écoulée et leur état de caisse au 31 décembre de l'année écoulée, documents certifiés par un réviseur, membre de l'Institut des Réviseurs d'entreprise, ou par le comptable public. ".
" Les fonds sectoriels visés à l'alinéa 3 du présent paragraphe ainsi que ceux visés à l'article 71, 1° et 2° de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses et à l'article 1er, § 7, 1° de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, sont tenus de verser, au plus tard le 31 mars de l'année suivant celle au cours de laquelle le dépassement de trésorerie est constaté, au fonds de récupération compétent pour leur secteur les moyens dont ils disposent et qui dépassent un douzième du produit qui leur a été attribué pour l'année écoulée. Le versement à effectuer par chaque fonds sectoriel pour le 31 mars 2002 au plus tard doit représenter au moins 95 % des moyens disponibles non récurrents dont il dispose au 31 décembre 2001.
Par dérogation aux dispositions de l'alinéa précédent, le versement à effectuer par chaque fonds au plus tard le 31 mars 2002 est diminué du montant à charge du fonds en vertu des dispositions de l'article 11 de la loi programme du 30 décembre 2001.
Les sommes à verser par les fonds sectoriels portent intérêt de plein droit.
Les fonds sectoriels doivent transmettre, au plus tard le 31 mars de chaque année, aux ministres compétents pour l'Emploi, les Affaires Sociales et la Santé Publique une copie du compte annuel relatif à l'année écoulée et leur état de caisse au 31 décembre de l'année écoulée, documents certifiés par un réviseur, membre de l'Institut des Réviseurs d'entreprise, ou par le comptable public. ".
Art.11. Voor het jaar 2002 wordt de opbrengst van de vermindering van de werkgeversbijdragen verschuldigd krachtens artikel 35, § 5, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers die ter beschikking van de sectorale fondsen wordt gesteld, verminderd a rato van 49 578 705 EUR.
Deze vermindering van het bedrag gestort door het Globaal Beheer van de Sociale Zekerheid aan de sectorale fondsen bedoeld in artikel 35, § 5, derde lid, 1°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers alsook aan deze bedoeld in artikel 71, 1° en 2° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, wordt doorgevoerd naar aanleiding van de stortingen met betrekking tot het tweede semester 2002.
Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning het bedrag van de vermindering toegepast ten aanzien van ieder sectoraal fonds. Dit bedrag is evenredig aan de beschikbare niet-recurrente middelen waarover ieder fonds op 31 december 2001 beschikt.
De deelname van het fonds bedoeld in artikel 1, § 7, 1°, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen aan de vermindering van de opbrengst van de vermindering van de werkgeversbijdragen zoals bepaald in dit artikel neemt de vorm aan van een storting a rato van het bedrag bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad aan de sectorale fondsen bedoeld in artikel 35, § 5, derde lid, 1°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers alsook aan deze bedoeld in artikel 71, 1° en 2° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.
Deze vermindering van het bedrag gestort door het Globaal Beheer van de Sociale Zekerheid aan de sectorale fondsen bedoeld in artikel 35, § 5, derde lid, 1°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers alsook aan deze bedoeld in artikel 71, 1° en 2° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, wordt doorgevoerd naar aanleiding van de stortingen met betrekking tot het tweede semester 2002.
Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning het bedrag van de vermindering toegepast ten aanzien van ieder sectoraal fonds. Dit bedrag is evenredig aan de beschikbare niet-recurrente middelen waarover ieder fonds op 31 december 2001 beschikt.
De deelname van het fonds bedoeld in artikel 1, § 7, 1°, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen aan de vermindering van de opbrengst van de vermindering van de werkgeversbijdragen zoals bepaald in dit artikel neemt de vorm aan van een storting a rato van het bedrag bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad aan de sectorale fondsen bedoeld in artikel 35, § 5, derde lid, 1°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers alsook aan deze bedoeld in artikel 71, 1° en 2° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.
Art.11. Pour l'année 2002, le produit de la réduction des cotisations patronales dues en application de l'article 35, § 5, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés dont disposent les Fonds sectoriels est diminué de 49 578 705 EUR.
Cette diminution du montant versé par la Gestion Globale de la Sécurité sociale aux fonds sectoriels visés à l'article 35, § 5, alinéa 3, 1°, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés ainsi qu'à ceux visés à l'article 71, 1° et 2°, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses a lieu lors des versements relatifs au second semestre 2002.
Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le Roi détermine le montant de la réduction appliquée à chaque fonds sectoriel. Ce montant est proportionnel aux moyens disponibles non récurrents dont dispose chaque fonds à la date du 31 décembre 2001.
La participation du fonds visé à l'article 1er, § 7, 1°, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales à la diminution du produit de la réduction des cotisations patronales prévue par le présent article prend la forme d'un versement à concurrence du montant déterminé par arrêté délibéré en Conseil des ministres aux fonds sectoriels visés à l'article 35, § 5, alinéa 3, 1°, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés ainsi qu'à ceux visés à l'article 71, 1° et 2° de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses.
Cette diminution du montant versé par la Gestion Globale de la Sécurité sociale aux fonds sectoriels visés à l'article 35, § 5, alinéa 3, 1°, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés ainsi qu'à ceux visés à l'article 71, 1° et 2°, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses a lieu lors des versements relatifs au second semestre 2002.
Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le Roi détermine le montant de la réduction appliquée à chaque fonds sectoriel. Ce montant est proportionnel aux moyens disponibles non récurrents dont dispose chaque fonds à la date du 31 décembre 2001.
La participation du fonds visé à l'article 1er, § 7, 1°, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales à la diminution du produit de la réduction des cotisations patronales prévue par le présent article prend la forme d'un versement à concurrence du montant déterminé par arrêté délibéré en Conseil des ministres aux fonds sectoriels visés à l'article 35, § 5, alinéa 3, 1°, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés ainsi qu'à ceux visés à l'article 71, 1° et 2° de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses.
Art.12. Artikel 71, 3°, vijfde lid, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen wordt opgeheven.
Art.12. L'article 71, 3°, alinéa 5, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses est abrogé.
Art.13. Artikel 1, § 7, 2°, vijfde lid van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, ingevoegd bij de wet van 26 maart 1999, wordt opgeheven.
Art.13. L'article 1er, § 7, 2°, alinéa 5, de loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, inséré par la loi du 26 mars 1999, est abrogé.
HOOFDSTUK IV. - Sociaal statuut der zelfstandigen.
CHAPITRE IV. - Statut social des travailleurs indépendants.
Afdeling I. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.
Section I. - Modifications à l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants.
Art.14. In artikel 3, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, gewijzigd bij de wetten van 24 december 1976 en 30 maart 1994, worden de woorden " artikel 30, 2° of 3° " vervangen door de woorden " artikel 30, 2° ".
Art.14. A l'article 3, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, modifié par les lois des 24 décembre 1976 et 30 mars 1994, les mots " l'article 30, 2° ou 3° " sont remplacés par les mots " l'article 30, 2° ".
Art.15. (opgeheven) <W 2002-12-24/31, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art.15. (abrogé) <L 2002-12-24/31, art. 9, 004; En vigueur : 01-01-2003>
Art.16. Artikel 7, 1°, van hetzelfde besluit, vervangen bij de wet van 6 februari 1976 en de wet van 14 december 1989 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, wordt opgeheven.
Art.16. L'article 7, 1°, du même arrêté, remplacé par la loi du 6 février 1976 et la loi du 14 décembre 1989 et modifiée par l'arrêté royal du 18 novembre 1996, est abrogé.
Art.17. Artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij de wet van 25 januari 1999, wordt aangevuld als volgt :
" Ze kunnen eveneens volledige of gedeeltelijke vrijstelling vragen van de bijdragen verschuldigd met toepassing van artikel 11, § 4, voor zover deze bijdragen niet verschuldigd zijn in de hoedanigheid van bij artikel 12, § 2, bedoelde onderworpen. ".
" Ze kunnen eveneens volledige of gedeeltelijke vrijstelling vragen van de bijdragen verschuldigd met toepassing van artikel 11, § 4, voor zover deze bijdragen niet verschuldigd zijn in de hoedanigheid van bij artikel 12, § 2, bedoelde onderworpen. ".
Art.17. L'article 17, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par la loi du 25 janvier 1999, est complété comme suit :
" Ils peuvent également demander dispense totale ou partielle des cotisations dues en vertu de l'article 11, § 4, pour autant que ces cotisations ne soient pas dues en tant qu'assujetti visé par l'article 12, § 2. ".
" Ils peuvent également demander dispense totale ou partielle des cotisations dues en vertu de l'article 11, § 4, pour autant que ces cotisations ne soient pas dues en tant qu'assujetti visé par l'article 12, § 2. ".
Art.18. In artikel 21, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 13 juni 1985, worden volgende wijzigingen aangebracht :
a) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
" 2° achttien leden onder wie drie de landbouwers en vijftien de andere zelfstandigen vertegenwoordigen; ";
b) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
" 4° twee leden die de gezinsorganisaties vertegenwoordigen; ".
a) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
" 2° achttien leden onder wie drie de landbouwers en vijftien de andere zelfstandigen vertegenwoordigen; ";
b) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
" 4° twee leden die de gezinsorganisaties vertegenwoordigen; ".
Art.18. A l'article 21, § 3, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par la loi du 13 juin 1985, sont apportées les modifications suivantes :
a) le 2° est remplacé par le texte suivant :
" 2° dix-huit membres dont trois représentent les agriculteurs et quinze les autres travailleurs indépendants; ";
b) le 4° est remplacé par le texte suivant :
" 4° deux membres qui représentent les organisations familiales; ".
a) le 2° est remplacé par le texte suivant :
" 2° dix-huit membres dont trois représentent les agriculteurs et quinze les autres travailleurs indépendants; ";
b) le 4° est remplacé par le texte suivant :
" 4° deux membres qui représentent les organisations familiales; ".
Afdeling II. - Wijziging aan het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen.
Section II. - Modification à l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants.
Art.19. Artikel 52bis, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij de wet van 25 januari 1999, wordt vervangen als volgt :
" De meewerkende echtgenoten bedoeld in artikel 6bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, die zich vrijwillig hebben onderworpen aan de regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector der uitkeringen, worden eveneens toegelaten, onder de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalde voorwaarden, een verzekeringscontract te sluiten teneinde hetzij een rustpensioen, hetzij een rustpensioen en een overlevingspensioen ten voordele van de overlevende echtgenoot te vormen. ".
" De meewerkende echtgenoten bedoeld in artikel 6bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, die zich vrijwillig hebben onderworpen aan de regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector der uitkeringen, worden eveneens toegelaten, onder de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalde voorwaarden, een verzekeringscontract te sluiten teneinde hetzij een rustpensioen, hetzij een rustpensioen en een overlevingspensioen ten voordele van de overlevende echtgenoot te vormen. ".
Art.19. L'article 52bis, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, modifié en dernier lieu par la loi du 25 janvier 1999, est remplacé comme suit :
" Les conjoints aidants visés à l'article 6bis de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, qui se sont assujettis volontairement au régime de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité, secteur des indemnités, sont également admis dans les conditions déterminées par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, à conclure un contrat d'assurance afin de se constituer soit une pension de retraite, soit une pension de retraite et de survie en faveur du conjoint survivant. ".
" Les conjoints aidants visés à l'article 6bis de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, qui se sont assujettis volontairement au régime de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité, secteur des indemnités, sont également admis dans les conditions déterminées par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, à conclure un contrat d'assurance afin de se constituer soit une pension de retraite, soit une pension de retraite et de survie en faveur du conjoint survivant. ".
HOOFDSTUK V. - Responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid.
CHAPITRE V. - Responsabilisation des institutions publiques de sécurité sociale.
Art.20. In artikel 21, § 3, van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, gewijzigd bij de wet van 12 augustus 2000, worden de woorden " met inbegrip van de wijzigingen bedoeld in § 2 " vervangen door de woorden " met inbegrip van de wijzigingen bedoeld in § 2, tweede lid ".
Art.20. Dans l'article 21, § 3, de l'arrêté royal du 3 avril 1997 portant des mesures en vue de la responsabilisation des institutions publiques de sécurité sociale, en application de l'article 47 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, modifié par la loi du 12 août 2000, les mots " y compris les modifications visées au § 2 " sont remplacés par les mots " y compris les modifications visées au § 2, alinéa 2 ".
HOOFDSTUK VI. - Pensioenen.
CHAPITRE VI. - Pensions.
Afdeling I. - Aanpassing van de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden.
Section I. - Adaptation de la loi du 28 avril 1958 relative à la pension des membres du personnel de certains organismes d'intérêt public et de leurs ayants droit.
Art.21. Artikel 12bis, § 1, vijfde lid, van de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden, ingevoegd bij de wet van 29 december 1990 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 1991, wordt vervangen als volgt :
" Indien de in het vorige lid bepaalde termijn niet werd nageleefd, is de macht of instelling van rechtswege aan de Openbare Schatkist verwijlinteresten verschuldigd op de niet gestorte bedragen. Deze interesten, waarvan de rentevoet gelijk is aan de wettelijke rentevoet, verhoogd met 2 pct., beginnen te lopen vanaf de eerste werkdag die volgt op de dag waarop de bedragen bij de Openbare Schatkist hadden moeten toekomen. Indien de macht of instelling het bewijs levert dat de niet-storting van de bijdrage binnen de bepaalde termijn aan uitzonderlijke omstandigheden is toe te schrijven, kan de minister van Pensioenen een vrijstelling voor het betalen van bovenvermelde verwijlinteresten verlenen. De aanvraag tot vrijstelling moet bij de minister van Pensioenen toekomen binnen de maand die volgt op de dag waarop de macht of instelling door de administratie der Pensioenen op de hoogte werd gebracht van het feit dat er niet voldaan werd aan bovenvermelde verplichting. De opbrengst van deze intresten is bestemd voor het organieke fonds van de Begroting van pensioenen, genaamd het " Fonds voor Overlevingspensioenen ". ".
" Indien de in het vorige lid bepaalde termijn niet werd nageleefd, is de macht of instelling van rechtswege aan de Openbare Schatkist verwijlinteresten verschuldigd op de niet gestorte bedragen. Deze interesten, waarvan de rentevoet gelijk is aan de wettelijke rentevoet, verhoogd met 2 pct., beginnen te lopen vanaf de eerste werkdag die volgt op de dag waarop de bedragen bij de Openbare Schatkist hadden moeten toekomen. Indien de macht of instelling het bewijs levert dat de niet-storting van de bijdrage binnen de bepaalde termijn aan uitzonderlijke omstandigheden is toe te schrijven, kan de minister van Pensioenen een vrijstelling voor het betalen van bovenvermelde verwijlinteresten verlenen. De aanvraag tot vrijstelling moet bij de minister van Pensioenen toekomen binnen de maand die volgt op de dag waarop de macht of instelling door de administratie der Pensioenen op de hoogte werd gebracht van het feit dat er niet voldaan werd aan bovenvermelde verplichting. De opbrengst van deze intresten is bestemd voor het organieke fonds van de Begroting van pensioenen, genaamd het " Fonds voor Overlevingspensioenen ". ".
Art.21. L'article 12bis, § 1er, alinéa 5, de la loi du 28 avril 1958 relative à la pension des membres du personnel de certains organismes d'intérêt public et de leurs ayants droit, inséré par la loi du 29 décembre 1990 et modifié par la loi du 20 juillet 1991, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Si le délai visé à l'alinéa précédent n'est pas respecté, le pouvoir ou l'organisme est de plein droit redevable envers le Trésor public d'intérêts de retard sur les sommes non versées. Ces intérêts, dont le taux est égal au taux de l'intérêt légal augmenté de 2 p.c., commencent à courir le premier jour ouvrable qui suit le jour auquel les montants auraient dû parvenir au Trésor public. Si le pouvoir ou l'organisme apporte la preuve de circonstances exceptionnelles justificatives du défaut du versement de la contribution dans le délai prévu, le ministre des Pensions peut accorder une dispense du paiement des intérêts de retard précités. La demande de dispense doit parvenir au ministre des Pensions dans le mois qui suit le jour auquel le pouvoir ou l'organisme est informé par l'Administration des pensions du fait qu'il est resté en défaut de satisfaire à l'obligation précitée. Le produit de ces intérêts est affecté au fonds organique du Budget des pensions dénommé " Fonds des pensions de survie ". ".
" Si le délai visé à l'alinéa précédent n'est pas respecté, le pouvoir ou l'organisme est de plein droit redevable envers le Trésor public d'intérêts de retard sur les sommes non versées. Ces intérêts, dont le taux est égal au taux de l'intérêt légal augmenté de 2 p.c., commencent à courir le premier jour ouvrable qui suit le jour auquel les montants auraient dû parvenir au Trésor public. Si le pouvoir ou l'organisme apporte la preuve de circonstances exceptionnelles justificatives du défaut du versement de la contribution dans le délai prévu, le ministre des Pensions peut accorder une dispense du paiement des intérêts de retard précités. La demande de dispense doit parvenir au ministre des Pensions dans le mois qui suit le jour auquel le pouvoir ou l'organisme est informé par l'Administration des pensions du fait qu'il est resté en défaut de satisfaire à l'obligation précitée. Le produit de ces intérêts est affecté au fonds organique du Budget des pensions dénommé " Fonds des pensions de survie ". ".
Afdeling II. - Oprichting van een organiek fonds, genaamd het Fonds voor het Evenwicht van de Pensioenstelsels, in de zin van artikel 45 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit.
Section II. - Création d'un fonds organique, dénommé " Fonds pour l'équilibre des régimes de pension ", au sens de l'article 45 de l'arrêté royal du 17 juillet 1991 portant coordination des lois sur la comptabilité de l'Etat.
Afdeling III. - Fonds voor overlevingspensioenen.
Section III. - Fonds des pensions de survie.
Art.23. In de tweede kolom van de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt, met betrekking tot het fonds " 21.1 Fonds voor Overlevingspensioenen " een 11° ingevoegd, luidend als volgt :
" (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45712 45713). ".
" (Wijziging niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-12-2001, p. 45712 45713). ".
Art.23. A la deuxième colonne du tableau annexé à la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, en regard du fonds " 21.1 Fonds des pensions de survie ", il est inséré un 11°, rédigé comme suit :
" (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45713). ".
" (Modification non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 31-12-2001, p. 45713). ".
Afdeling IV. - Terugbetaling van de lasten van de indexering van de renten.
Section IV. - Remboursement des charges d'indexation des rentes.
Art.24. Het repartitiestelsel betaalt aan het kapitalisatiestelsel de lasten terug die voortvloeien uit de indexering van de renten die dit laatste voor zijn rekening heeft genomen in 1996 en 1997, vermeerderd met de intresten berekend op basis van de technische rentevoet van 4 % beoogd in artikel 12 van het koninklijk besluit van 13 september 1971 houdende uitvoering van de wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood.
De aldus terugbetaalde bedragen worden aangewend voor het opnieuw samenstellen van de wiskundige reserves van het kapitalisatiestelsel dat onder hoofdstuk I valt van de voornoemde wet van 28 mei 1971 en het actuarieel evenwicht hiervan te waarborgen tot zijn volledige uitdoving, en behoren niet tot de beheerswinst die het kapitalisatiestelsel jaarlijks moet overdragen naar het repartitiestelsel krachtens artikel 10 van voornoemde wet van 28 mei 1971.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de datum van inwerkingtreding van dit artikel, alsmede de modaliteiten van terugbetaling.
De aldus terugbetaalde bedragen worden aangewend voor het opnieuw samenstellen van de wiskundige reserves van het kapitalisatiestelsel dat onder hoofdstuk I valt van de voornoemde wet van 28 mei 1971 en het actuarieel evenwicht hiervan te waarborgen tot zijn volledige uitdoving, en behoren niet tot de beheerswinst die het kapitalisatiestelsel jaarlijks moet overdragen naar het repartitiestelsel krachtens artikel 10 van voornoemde wet van 28 mei 1971.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de datum van inwerkingtreding van dit artikel, alsmede de modaliteiten van terugbetaling.
Art.24. Le régime de la répartition rembourse au régime de la capitalisation les charges résultant de l'indexation des rentes que ce dernier a supportées en 1996 et 1997, augmentées des intérêts calculés sur base du taux technique de 4 % visé à l'article 12 de l'arrêté royal du 13 septembre 1971 portant exécution de la loi du 28 mai 1971 réalisant l'unification et l'harmonisation des régimes de capitalisation institués dans le cadre des lois relatives à l'assurance en vue de la vieillesse et du décès prématuré.
Les montants ainsi remboursés sont affectés à la reconstitution des réserves mathématiques du régime de la capitalisation régi par le chapitre Ier de la loi du 28 mai 1971 précitée et à l'assurance de l'équilibre actuariel de celui-ci jusqu'à son extinction complète, et ne font pas partie des bénéfices de gestion que le régime de la capitalisation doit transférer annuellement au régime de la répartition en vertu de l'article 10 de la loi du 28 mai 1971 précitée.
Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, la date d'entrée en vigueur du présent article, ainsi que les modalités de remboursement.
Les montants ainsi remboursés sont affectés à la reconstitution des réserves mathématiques du régime de la capitalisation régi par le chapitre Ier de la loi du 28 mai 1971 précitée et à l'assurance de l'équilibre actuariel de celui-ci jusqu'à son extinction complète, et ne font pas partie des bénéfices de gestion que le régime de la capitalisation doit transférer annuellement au régime de la répartition en vertu de l'article 10 de la loi du 28 mai 1971 précitée.
Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, la date d'entrée en vigueur du présent article, ainsi que les modalités de remboursement.
HOOFDSTUK VII. - Gezinsbijslag.
CHAPITRE VII. - Allocations familiales.
Art.25. Artikel 56, § 3, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, opgeheven bij de wet van 22 december 1989, wordt hersteld in de volgende lezing :
" § 3. Voor de toepassing van de §§ 1 en 2, wordt het voortijdig pensioen wegens gezondheidsredenen beschouwd als een arbeidsongeschiktheid van ten minste 66 %. ".
" § 3. Voor de toepassing van de §§ 1 en 2, wordt het voortijdig pensioen wegens gezondheidsredenen beschouwd als een arbeidsongeschiktheid van ten minste 66 %. ".
Art.25. L'article 56, § 3, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, abrogé par la loi du 22 décembre 1989, est rétabli dans la rédaction suivante :
" § 3. Pour l'application des §§ 1er et 2, la pension prématurée pour motif de santé est considérée comme une incapacité de travail de 66 % au moins. ".
" § 3. Pour l'application des §§ 1er et 2, la pension prématurée pour motif de santé est considérée comme une incapacité de travail de 66 % au moins. ".
Art.26. In artikel 57, eerste lid, 2°, van dezelfde samengeordende wetten, vervangen bij de wet van 27 maart 1951, worden de woorden " , met uitzondering van een voortijdig pensioen wegens gezondheidsredenen, " ingevoegd tussen de woorden " pensioen " en " geniet ".
Art.26. Dans l'article 57, alinéa 1er, 2°, des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 27 mars 1951, les mots " , à l'exception d'une pension prématurée pour motif de santé, " sont insérés entre les mots " retraite " et " à charge ".
Art.27. In artikel 120 van dezelfde samengeordende wetten, gewijzigd bij de wet van 27 maart 1951, de koninklijke besluiten van 25 oktober 1960, 10 december 1964, 24 februari 1983 en de wet van 30 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" De rechtsvorderingen waarover de personen beschikken, aan wie de kinderbijslag, het kraamgeld en de adoptiepremie verschuldigd zijn of moeten uitbetaald worden, moeten binnen de drie jaar worden ingesteld. ";
2° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
" Buiten de oorzaken vermeld in het Burgerlijk Wetboek, wordt de verjaring gestuit door een aanvraag of een klacht, bij gewone brief, fax of elektronische post verzonden naar de kinderbijslaginstelling die bevoegd is voor de toekenning van de gezinsbijslag, of door de neerlegging van een dergelijke aanvraag of klacht bij deze instelling. Naargelang van het geval, gebeurt de stuiting op de datum van het aangetekend schrijven, waarvoor de postdatum als bewijs geldt, of, bij gebreke eraan, op de datum van het ontvangstbewijs dat door de bevoegde kinderbijslaginstelling wordt afgeleverd aan de persoon die deze bijslag aanvraagt of opeist. ";
3° het volgende lid wordt tussen het vierde en het vijfde lid ingevoegd :
" In afwijking van het vierde lid geldt, naargelang van het geval, als datum voor de aanvraag of klacht die werd toegezonden aan de bevoegde kinderbijslaginstelling en die werd ingediend bij een onbevoegde Belgische instelling van sociale zekerheid, de datum van het aangetekend schrijven, waarvoor de postdatum geldt als bewijs, of, bij gebreke eraan, de ontvangstdatum die de laatst genoemde instelling aan de bevoegde kinderbijslaginstelling meedeelt. ";
4° in het zesde lid dat het zevende lid wordt, worden de woorden " de compensatiekassen en de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers " vervangen door de woorden " de kinderbijslaginstellingen ".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" De rechtsvorderingen waarover de personen beschikken, aan wie de kinderbijslag, het kraamgeld en de adoptiepremie verschuldigd zijn of moeten uitbetaald worden, moeten binnen de drie jaar worden ingesteld. ";
2° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
" Buiten de oorzaken vermeld in het Burgerlijk Wetboek, wordt de verjaring gestuit door een aanvraag of een klacht, bij gewone brief, fax of elektronische post verzonden naar de kinderbijslaginstelling die bevoegd is voor de toekenning van de gezinsbijslag, of door de neerlegging van een dergelijke aanvraag of klacht bij deze instelling. Naargelang van het geval, gebeurt de stuiting op de datum van het aangetekend schrijven, waarvoor de postdatum als bewijs geldt, of, bij gebreke eraan, op de datum van het ontvangstbewijs dat door de bevoegde kinderbijslaginstelling wordt afgeleverd aan de persoon die deze bijslag aanvraagt of opeist. ";
3° het volgende lid wordt tussen het vierde en het vijfde lid ingevoegd :
" In afwijking van het vierde lid geldt, naargelang van het geval, als datum voor de aanvraag of klacht die werd toegezonden aan de bevoegde kinderbijslaginstelling en die werd ingediend bij een onbevoegde Belgische instelling van sociale zekerheid, de datum van het aangetekend schrijven, waarvoor de postdatum geldt als bewijs, of, bij gebreke eraan, de ontvangstdatum die de laatst genoemde instelling aan de bevoegde kinderbijslaginstelling meedeelt. ";
4° in het zesde lid dat het zevende lid wordt, worden de woorden " de compensatiekassen en de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers " vervangen door de woorden " de kinderbijslaginstellingen ".
Art.27. A l'article 120 des mêmes lois coordonnées, modifié par la loi du 27 mars 1951, les arrêtés royaux des 25 octobre 1960, 10 décembre 1964, 24 février 1983 et la loi du 30 décembre 1992, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
" Les actions dont disposent les personnes à qui les allocations familiales, l'allocation de naissance et la prime d'adoption sont dues ou doivent être versées, doivent être intentées dans les trois ans. ";
2° l'alinéa 4 est remplacé par l'alinéa suivant :
" Outre les causes prévues au Code civil, la prescription est interrompue par l'envoi d'une demande ou d'une réclamation par courrier postal, télécopie ou courrier électronique, à l'organisme d'allocations familiales compétent pour l'octroi des prestations familiales, ou par le dépôt d'une telle demande ou réclamation auprès de cet organisme. L'interruption se produit, selon le cas, à la date du pli recommandé, le cachet de la poste faisant foi, ou, à défaut, à celle fixée par l'accusé de réception établi par l'organisme d'allocations familiales compétent à l'attention de la personne qui demande ou réclame ces prestations. ";
3° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 4 et 5 :
" Par dérogation à l'alinéa 4, la demande ou la réclamation transmise à l'organisme d'allocations familiales compétent, qui a été introduite auprès d'une institution de sécurité sociale belge incompétente, a pour date, selon le cas, celle du pli recommandé, le cachet de la poste faisant foi, ou, à défaut, celle à laquelle l'institution précitée atteste à l'attention de l'organisme d'allocations familiales compétent l'avoir reçue. ";
4° dans l'alinéa 6 qui devient l'alinéa 7, les mots " les Caisses de compensation et l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés " sont remplacés par les mots " les organismes d'allocations familiales ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
" Les actions dont disposent les personnes à qui les allocations familiales, l'allocation de naissance et la prime d'adoption sont dues ou doivent être versées, doivent être intentées dans les trois ans. ";
2° l'alinéa 4 est remplacé par l'alinéa suivant :
" Outre les causes prévues au Code civil, la prescription est interrompue par l'envoi d'une demande ou d'une réclamation par courrier postal, télécopie ou courrier électronique, à l'organisme d'allocations familiales compétent pour l'octroi des prestations familiales, ou par le dépôt d'une telle demande ou réclamation auprès de cet organisme. L'interruption se produit, selon le cas, à la date du pli recommandé, le cachet de la poste faisant foi, ou, à défaut, à celle fixée par l'accusé de réception établi par l'organisme d'allocations familiales compétent à l'attention de la personne qui demande ou réclame ces prestations. ";
3° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 4 et 5 :
" Par dérogation à l'alinéa 4, la demande ou la réclamation transmise à l'organisme d'allocations familiales compétent, qui a été introduite auprès d'une institution de sécurité sociale belge incompétente, a pour date, selon le cas, celle du pli recommandé, le cachet de la poste faisant foi, ou, à défaut, celle à laquelle l'institution précitée atteste à l'attention de l'organisme d'allocations familiales compétent l'avoir reçue. ";
4° dans l'alinéa 6 qui devient l'alinéa 7, les mots " les Caisses de compensation et l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés " sont remplacés par les mots " les organismes d'allocations familiales ".
Art.28. In artikel 7 van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag, vervangen door de wet van 29 december 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" De aanvraag om kinderbijslag en kraamgeld moet ingediend worden bij de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers bij gewone brief, fax, elektronische post of eenvoudigweg door neerlegging. De aanvraag heeft als datum deze van het aangetekend schrijven, waarvoor de postdatum als bewijs geldt, of, bij gebreke eraan, deze vastgesteld door het ontvangstbewijs dat door de Rijksdienst wordt afgeleverd aan de aanvrager. ";
2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" In afwijking van het eerste lid heeft de aanvraag die werd toegezonden aan de Rijksdienst en die werd ingediend bij een onbevoegde Belgische instelling van sociale zekerheid, als datum deze van het aangetekend schrijven, waarvoor de postdatum geldt als bewijs, of, bij gebreke eraan, de ontvangstdatum die de laatst genoemde instelling aan de Rijksdienst meedeelt. ".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" De aanvraag om kinderbijslag en kraamgeld moet ingediend worden bij de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers bij gewone brief, fax, elektronische post of eenvoudigweg door neerlegging. De aanvraag heeft als datum deze van het aangetekend schrijven, waarvoor de postdatum als bewijs geldt, of, bij gebreke eraan, deze vastgesteld door het ontvangstbewijs dat door de Rijksdienst wordt afgeleverd aan de aanvrager. ";
2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" In afwijking van het eerste lid heeft de aanvraag die werd toegezonden aan de Rijksdienst en die werd ingediend bij een onbevoegde Belgische instelling van sociale zekerheid, als datum deze van het aangetekend schrijven, waarvoor de postdatum geldt als bewijs, of, bij gebreke eraan, de ontvangstdatum die de laatst genoemde instelling aan de Rijksdienst meedeelt. ".
Art.28. A l'article 7 de la loi du 20 juillet 1971 instituant des prestations familiales garanties, remplacé par la loi du 29 décembre 1990, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
" La demande d'allocations familiales et d'allocations de naissance doit être introduite à l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés, par courrier postal, télécopie, courrier électronique ou simple dépôt. La demande a pour date celle du pli recommandé, le cachet de la poste faisant foi, ou, à défaut, celle fixée par l'accusé de réceptionné. ";
2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, la demande transmise à l'Office, qui a été introduite auprès d'une institution de sécurité sociale belge incompétente, a pour date, selon le cas, celle du pli recommandé, le cachet de la poste faisant foi, ou à défaut, celle à laquelle l'institution précitée atteste à l'attention dudit Office l'avoir reçue. ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant :
" La demande d'allocations familiales et d'allocations de naissance doit être introduite à l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés, par courrier postal, télécopie, courrier électronique ou simple dépôt. La demande a pour date celle du pli recommandé, le cachet de la poste faisant foi, ou, à défaut, celle fixée par l'accusé de réceptionné. ";
2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, la demande transmise à l'Office, qui a été introduite auprès d'une institution de sécurité sociale belge incompétente, a pour date, selon le cas, celle du pli recommandé, le cachet de la poste faisant foi, ou à défaut, celle à laquelle l'institution précitée atteste à l'attention dudit Office l'avoir reçue. ".
HOOFDSTUK VIII. - Jaarlijkse vakantie.
CHAPITRE VIII. - Vacances annuelles.
Art.29. In Artikel 17 van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoördineerd op 28 juni 1971, wordt het tweede lid opgeheven.
Art.29. A l'article 17 des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, coordonnées le 28 juin 1971, l'alinéa 2 est abrogé.
Art.30. In dezelfde wetten wordt een Hoofdstuk VI bis ingevoegd, luidende :
" HOOFDSTUK VIbis. - De verjaring betreffende de vakantiegelden van de arbeiders en leerling-arbeiders.
Art. 46bis. De vordering met het oog op de uitbetaling van het vakantiegeld van een arbeider of een leerling-arbeider verjaart na vijf jaar, vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft.
De vordering met het oog op de terugvordering van het vakantiegeld of van het gedeelte van het bedrag ervan dat ten onrechte aan een arbeider of leerling-arbeider toegekend werd, verjaart na vijf jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft.
Er mag niet afgezien worden van het voordeel van de in de vorige leden bedoelde verjaringen. Een aangetekende brief volstaat om een bij dit artikel bepaalde verjaring te stuiten. De stuiting kan hernieuwd worden. Een stuiting die jegens de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie of een bijzonder vakantiefonds verricht wordt geldt voor alle vakantiefondsen. ".
" HOOFDSTUK VIbis. - De verjaring betreffende de vakantiegelden van de arbeiders en leerling-arbeiders.
Art. 46bis. De vordering met het oog op de uitbetaling van het vakantiegeld van een arbeider of een leerling-arbeider verjaart na vijf jaar, vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft.
De vordering met het oog op de terugvordering van het vakantiegeld of van het gedeelte van het bedrag ervan dat ten onrechte aan een arbeider of leerling-arbeider toegekend werd, verjaart na vijf jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft.
Er mag niet afgezien worden van het voordeel van de in de vorige leden bedoelde verjaringen. Een aangetekende brief volstaat om een bij dit artikel bepaalde verjaring te stuiten. De stuiting kan hernieuwd worden. Een stuiting die jegens de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie of een bijzonder vakantiefonds verricht wordt geldt voor alle vakantiefondsen. ".
Art.30. Il est inséré dans la même loi, un chapitre VIbis rédigé comme suit :
" CHAPITRE VIbis. - De la prescription concernant les pécules de vacances des ouvriers et apprentis ouvriers.
Art. 46bis. L'action en paiement du pécule de vacances à un ouvrier ou à un apprenti-ouvrier se prescrit par cinq ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances.
L'action en récupération du pécule de vacances ou de la partie de ce pécule indûment octroyé à un ouvrier ou à un apprenti-ouvrier se prescrit par cinq ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances.
Il ne peut être renoncé au bénéfice des prescriptions visées aux alinéas précédents. Pour interrompre une prescription prévue au présent article, une lettre recommandée suffit. L'interruption peut être renouvelée. Une interruption accomplie à l'égard de l'Office national des vacances annuelles ou d'une caisse spéciale de vacances vaut pour l'ensemble des caisses de vacances. ".
" CHAPITRE VIbis. - De la prescription concernant les pécules de vacances des ouvriers et apprentis ouvriers.
Art. 46bis. L'action en paiement du pécule de vacances à un ouvrier ou à un apprenti-ouvrier se prescrit par cinq ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances.
L'action en récupération du pécule de vacances ou de la partie de ce pécule indûment octroyé à un ouvrier ou à un apprenti-ouvrier se prescrit par cinq ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances.
Il ne peut être renoncé au bénéfice des prescriptions visées aux alinéas précédents. Pour interrompre une prescription prévue au présent article, une lettre recommandée suffit. L'interruption peut être renouvelée. Une interruption accomplie à l'égard de l'Office national des vacances annuelles ou d'une caisse spéciale de vacances vaut pour l'ensemble des caisses de vacances. ".
Art.31. In artikel 60 van dezelfde wetten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 oktober 1978, worden de woorden " door verloop van drie jaar " vervangen door de woorden " door verloop van vijf jaar ".
Art.31. A l'article 60 des mêmes lois, modifié par l'arrêté royal du 23 octobre 1978, les mots " par trois ans " sont remplacés par les mots " par cinq ans ".
HOOFDSTUK IX. - Alternatieve financiering.
CHAPITRE IX. - Financement alternatif.
Art.32. In artikel 66 van de programmawet van 2 januari 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, tweede lid, worden de woorden " 178 231,8 miljoen Belgische frank " vervangen door de woorden " 4 418 251 duizend EUR ";
2° in § 1 wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
" Met ingang van 1 januari 2002 wordt het minimum bedrag vermeld in voorafgaand lid verhoogd met 25 384 duizend EUR. Dit laatste bedrag wordt ook jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen. ";
3° in § 2, 1° worden de woorden " 1 376,3 miljoen Belgische frank " vervangen door de woorden " 40 902 duizend EUR ";
4° § 2, eerste lid, wordt aangevuld als volgt :
" 4° een bedrag van 25 384 duizend EUR ter financiering van het betaald educatief verlof. ";
5° in § 2, eerste lid, 3° worden de woorden " § 1, derde lid " vervangen door de woorden " § 1, vierde lid ";
6° § 3, 2° wordt vervangen als volgt :
" 44 621 duizend EUR voor het jaar 2002, 66 931 duizend EUR voor de jaren 2003 tot 2008 en 69 410 duizend EUR voor het jaar 2009. ".
1° in § 1, tweede lid, worden de woorden " 178 231,8 miljoen Belgische frank " vervangen door de woorden " 4 418 251 duizend EUR ";
2° in § 1 wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
" Met ingang van 1 januari 2002 wordt het minimum bedrag vermeld in voorafgaand lid verhoogd met 25 384 duizend EUR. Dit laatste bedrag wordt ook jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen. ";
3° in § 2, 1° worden de woorden " 1 376,3 miljoen Belgische frank " vervangen door de woorden " 40 902 duizend EUR ";
4° § 2, eerste lid, wordt aangevuld als volgt :
" 4° een bedrag van 25 384 duizend EUR ter financiering van het betaald educatief verlof. ";
5° in § 2, eerste lid, 3° worden de woorden " § 1, derde lid " vervangen door de woorden " § 1, vierde lid ";
6° § 3, 2° wordt vervangen als volgt :
" 44 621 duizend EUR voor het jaar 2002, 66 931 duizend EUR voor de jaren 2003 tot 2008 en 69 410 duizend EUR voor het jaar 2009. ".
Art.32. A l'article 66 de la loi-programme du 2 janvier 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 2, les mots " 178 231,8 millions de francs belges " sont remplacés par les mots " 4 418 251 milliers EUR ";
2° au § 1er, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
" A partir du 1er janvier 2002 le montant minimum visé à l'alinéa précédent est augmenté de 25 384 milliers EUR. Ce dernier montant est aussi adapté annuellement au taux de fluctuation de l'indice moyen des prix à la consommation. ";
3° au § 2, 1°, les mots " 1 376,3 millions de francs belges " sont remplacés par les mots " 40 902 milliers EUR ";
4° le § 2, alinéa 1er, est complété comme suit :
" 4° un montant de 25 384 milliers EUR destinés au financement du congé éducation payé. ";
5° au § 2, alinéa 1er, 3° les mots " § 1er, alinéa 3 " sont remplacés par les mots " § 1er, alinéa 4 ";
6° le § 3, 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 44 621 milliers EUR pour l'année 2002, 66 931 milliers EUR pour les années 2003 à 2008 et 69 410 milliers EUR pour l'année 2009. ".
1° au § 1er, alinéa 2, les mots " 178 231,8 millions de francs belges " sont remplacés par les mots " 4 418 251 milliers EUR ";
2° au § 1er, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
" A partir du 1er janvier 2002 le montant minimum visé à l'alinéa précédent est augmenté de 25 384 milliers EUR. Ce dernier montant est aussi adapté annuellement au taux de fluctuation de l'indice moyen des prix à la consommation. ";
3° au § 2, 1°, les mots " 1 376,3 millions de francs belges " sont remplacés par les mots " 40 902 milliers EUR ";
4° le § 2, alinéa 1er, est complété comme suit :
" 4° un montant de 25 384 milliers EUR destinés au financement du congé éducation payé. ";
5° au § 2, alinéa 1er, 3° les mots " § 1er, alinéa 3 " sont remplacés par les mots " § 1er, alinéa 4 ";
6° le § 3, 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 44 621 milliers EUR pour l'année 2002, 66 931 milliers EUR pour les années 2003 à 2008 et 69 410 milliers EUR pour l'année 2009. ".
HOOFDSTUK X. - Geneeskundige verzorging en uitkeringen.
CHAPITRE X. - Soins de santé et indemnités.
Afdeling I. - Wijziging van de programmawet van 24 december 1993.
Section I. - Modification de la loi-programme du 24 décembre 1993.
Art. 33. § 1. De tabel die voorkomt in artikel 43, § 2, tweede lid, van de programmawet van 24 december 1993, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art. 33. § 1er. Le tableau figurant à l'article 43, § 2, alinéa 2, de la loi-programme du 24 décembre 1993, est remplacé par le tableau suivant :
| '' Belastbaar inkomen | Referentiebedrag | ||||
Änderungen<td valign="top">----------------<tr><td valign="top">van 0 tot 13 400,00 EUR<td valign="top">446,00 EUR<tr><td valign="top">van 13 400,01 tot 20 600,00 EUR<td valign="top">644,00 EUR<tr><td valign="top">van 20 600,01 tot 27 800,00 EUR<td valign="top">991,00 EUR<tr><td valign="top">van 27 800,01 tot 34 700,00 EUR<td valign="top">1 388,00 EUR<tr><td valign="top">van 34 700,01 tot 49 600,00 EUR<td valign="top">1 784,00 EUR<tr><td valign="top">vanaf 49 600,01 EUR<td valign="top">2 478,00 EUR<tr><td valign="top">-------------------------<td valign="top">---------------- ''.</td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></td></td></tr></table>'' Belastbaar inkomenReferentiebedrag-----------------------------------------van 0 tot 13 400,00 EUR446,00 EURvan 13 400,01 tot 20 600,00 EUR644,00 EURvan 20 600,01 tot 27 800,00 EUR991,00 EURvan 27 800,01 tot 34 700,00 EUR1 388,00 EURvan 34 700,01 tot 49 600,00 EUR1 784,00 EURvanaf 49 600,01 EUR2 478,00 EUR----------------------------------------- ''. Bovenstaande bedragen worden voor de eerste maal in aanmerking genomen in het kader van de toepassing van de sociale vrijstelling van het remgeld met betrekking tot het jaar 2001. § 2. De in § 1 vermelde bedragen met betrekking tot het belastbaar inkomen worden jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk. De aanpassing is van toepassing per aanslagjaar. De aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die wordt verkregen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar van de inkomsten te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar dat het jaar van de inkomsten voorafgaat. Bij de berekening van de coëfficiënt worden de volgende afrondingen toegepast : 1° het gemiddelde van de indexcijfers wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdste van een punt naargelang het cijfer van het duizendste van een punt al dan niet 5 bereikt; 2° de coëfficiënt wordt afgerond tot het hogere of lagere tienduizendste naargelang het cijfer van het honderd duizendste al dan niet 5 bereikt. Na de toepassing van de coëfficiënt worden de bedragen afgerond tot het hogere of lagere honderdste naargelang het cijfer van het duizendste al dan niet 5 bereikt. De aanpassing aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk geschiedt voor de eerste maal voor de inkomsten van het jaar 2002 (aanslagjaar 2003).
|