Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
11 JANUARI 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de arbeidsduur van het personeel tewerkgesteld in sommige ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw.
Titre
11 JANVIER 2001. - Arrêté royal fixant la durée du travail du personnel occupé dans certaines entreprises ressortissant à la Commission paritaire des constructions métallique, mécanique et électrique.
Dokumentinformationen
Numac: 2001012002
Datum: 2001-01-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001012002
Date: 2001-01-11
Moniteur: Voir
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de ondernemingen welke bruggen en metalen gebinten monteren, die ressorteren onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, met uitzondering van die welke tot de sector van de ondernemingen der metaalverwerking behoren.
Voor de toepassing van dit besluit worden onder ondernemingen welke bruggen en metalen gebinten monteren, verstaan de firma's die gespecialiseerd zijn in het monteren, demonteren, afbreken op openluchtwerven van metalen gebinten en onderdelen van bruggen, reservoirs, gashouders, zwaar ketelwerk, bestanddelen van zware machinebouw, petroleuminstallaties, alsmede het hanteren van zware stukken en het optrekken van metalen stellingen. Deze ondernemingen werken doorgaans voor rekening van de firma's welke het bovenvermeld materiaal hebben vervaardigd of voor deze welke het hebben gekocht en het gebruik ervan hebben.
Dit besluit is eveneens van toepassing op de werkgevers en de werklieden van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, paritaire sectie voor de ondernemingen welke bruggen en metalen gebinten monteren, ressorteren, waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit:
- het verhuren van diensten en/of materieel voor het uitvoeren van allerlei hijswerken;
- het uitvoeren van allerlei hijswerken.
Article 1. Le présent arrêté s'applique aux entreprises de montage de ponts et de charpentes métalliques, ressortissant à la Commission paritaire des constructions métallique, mécanique et électrique, à l'exclusion de celles appartenant au secteur des fabrications métalliques.
Pour l'application de cet arrêté on entend par entreprises de montage de ponts et de charpentes métalliques, les firmes spécialisées dans les travaux de montage, démontage, démolition sur chantiers extérieurs de charpentes métalliques et accessoires de ponts, de réservoirs, de gazomètres, de grosse chaudronnerie, d'éléments de grosse mécanique, d'installations pétrolières, ainsi que dans la manutention de pièces pondéreuses et dans le montage d'échafaudages métalliques. Ces entreprises travaillent généralement pour le compte d'entreprises qui ont fabriqué le matériel susmentionné ou pour celles qui l'ont acheté et en font usage.
Le présent arrêté s'applique également aux employeurs et aux ouvriers des entreprises qui ressortissent à la Commission paritaire des constructions métallique, mécanique et électrique, section paritaire pour les entreprises qui montent des ponts et des charpentes métalliques, dont l'activité principale consiste en :
- la location de services et/ou de matériel pour l'exécution de divers travaux de levage;
- l'exécution de divers travaux de levage.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit worden onder kraanmannen verstaan, de bestuurders van voertuigen vanaf 7,5 ton maximaal toegelaten massa en waarvoor een rijbewijs C is vereist, alsook diegene die tijdens de verplaatsing in de buurt moet blijven van de kraan.
Art. 2. Pour l'application de cet arrêté on entend par grutiers, les conducteurs de véhicules à partir de 7,5 tonnes de charge maximale autorisée et pour lesquels un permis de conduire C est requis, ainsi que ceux qui doivent rester à proximité de la grue durant le déplacement.
Art. 3. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder verplaatsingstijd verstaan, de tijd gedurende welke de werklieden zich verplaatsen van het verzamelpunt tot de werf en omgekeerd, ongeacht het vervoermiddel, al dan niet ter beschikking gesteld door de werkgever.
Art. 3. Pour l'application de cet arrêté on entend par le temps de déplacement, le temps effectif pendant lequel les ouvriers se déplacent du point de ralliement au chantier et inversement, quel que soit le moyen de transport utilisé, et que celui-ci soit mis à disposition par l'employeur ou non.
Art. 4. De verplaatsingstijd bedoeld in artikel 3 wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de wettelijke en conventionele arbeidsduur zoals bepaald in artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971, op voorwaarde dat :
er op ondernemingsvlak een collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten die zowel de verloning als de modaliteiten inzake deze verplaatsingstijd regelt. De verloning mag in geen geval lager zijn dan bepaald in artikel 3, a), van de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 oktober 1991, algemeen verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 31 mei 1994;
de normale daggrens, bepaald in het arbeidsreglement van de onderneming, reeds is bereikt;
de normale weekgrens inzake arbeidsduur reeds is bereikt.
Art. 4. Le temps de déplacement visé à l'article 3 n'est pas pris en considération pour le calcul de la durée de travail légale et conventionnelle comme défini par l'article 19 de la loi du 16 mars 1971, à condition que :
une convention collective de travail soit conclue, au niveau de l'entreprise, régissant aussi bien la rémunération que les modalités relatives à ce temps de déplacement. La rémunération ne peut en aucun cas être moins élevée que défini à l'article 3, a), de la convention collective de travail du 21 octobre 1991, rendue obligatoire par l'arrêté royal du 31 mai 1994;
la limite journalière normale, prévue dans le règlement de travail de l'entreprise, ait déjà été atteinte;
la limite hebdomadaire normale en matière de durée du travail ait déjà été atteinte.
Art. 5. Naast de in artikel 4 vermelde voorwaarden wordt enkel voor de kraanmannen bedoeld in artikel 2 de niet met arbeidstijd gelijkgestelde verplaatsingstijd beperkt tot maximum 3 uren per dag en 13 uren per week.
Art. 5. Outre les conditions mentionnées à l'article 4, le temps de déplacement non assimilé à du temps de travail est limité à maximum 3 heures par jour et 13 heures par semaine pour les grutiers visés à l'article 2.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 7. Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 11 januari 2001.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 7. Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 11 janvier 2001.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.