Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
7 SEPTEMBER 2001. - Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van de regels inzake de financiële ondersteuning van het projectmatig werken van bepaalde organisaties voor sociaal-cultureel werk.
Titre
7 SEPTEMBRE 2001. - Arrêté du Gouvernement flamand réglant l'aide financière octroyée aux activités par projets entreprises par certaines organisations d'animation socioculturelle (TRADUCTION).
Dokumentinformationen
Numac: 2001036235
Datum: 2001-09-07
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001036235
Date: 2001-09-07
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. De organisaties, bedoeld in artikel 30, § 1 en § 2 van het decreet van 19 april 1995 houdende een subsidieregeling voor diensten voor sociaal-cultureel werk voor volwassenen en houdende een wijziging van het decreet van 2 januari 1976 tot erkenning en subsidiëring van de Nederlandstalige koepelorganisaties voor beleidsvoorbereidend overleg in de sector van het sociaal-cultureel werk voor volwassenen, die bij het verstrijken van de overgangsperiode nog niet erkend waren, kunnen binnen de beschikbare begrotingskredieten voor de werkjaren 2001 en 2002 een aanvraag indienen tot financiële ondersteuning van een projectmatige werking.
Article 1. Les organisations visées à l'article 30, §§ 1er et 2 du décret du 19 avril 1995 réglant l'octroi de subventions aux services d'animation socioculturelle des adultes et modifiant le décret du 2 janvier 1976 réglant l'agrément des superstructures de régime néerlandais du secteur de l'animation socioculturelle des adultes et l'octroi de subventions à ces organismes, qui n'étaient pas encore agréées à l'expiration de la période transitoire, peuvent, dans le cadre des crédits budgétaires disponibles, introduire pour les exercices 2001 et 2002 une demande d'aide financière aux activités par projets.
Art. 2. Om voor financiële ondersteuning in aanmerking te komen moet de projectmatige werking van de organisatie zich situeren rond een maatschappelijk relevant thema of een cluster van nauw verwante thema's met maatschappelijke relevantie. De werking situeert zich op het vlak van de sensibilisatie en vorming van personen en groepen, wordt gekenmerkt door een methodische en procesmatige aanpak, heeft een emancipatorisch karakter en betekent een meerwaarde voor de samenleving.
Art. 2. Pour pouvoir bénéficier de l'aide financière, les activités par projets doivent avoir trait à un thème social pertinent ou un groupe de thèmes apparentés ayant une pertinence sociale. Les activités se situent sur le plan de la sensibilisation et de la formation des personnes et groupes, sont caractérisées par une approche méthodique et par processus, a un caractère émancipateur et constitue une plus-value pour la société.
Art. 3. § 1. De projectmatige werking richt zich, langs diverse kanalen, tot het brede publiek in Vlaanderen en in Brussel. Aanvullend kan een werking ontplooid worden via non-profitorganisaties.
§ 2. De projectmatige werking bestaat uit sensibilisatie-activiteiten met minstens een jaarlijkse campagne, een aanbod aan cursussen, een documentatiecentrum, publicaties en hulp- en leermiddelen.
§ 3. De projectmatige werking wordt uitgeschreven in een projectplan, waarin de organisatie voor elk onderdeel realistische resultaatindicatoren aangeeft. Het projectplan wordt uitgeschreven voor de beide werkjaren waarbij per werkjaar wordt aangegeven welke realisaties gepland worden en welke financiële gevolgen hieraan verbonden zijn.
Art. 3. § 1er. Les activités par projets s'adressent, par le biais de divers canaux, à un large public en Flandre et à Bruxelles. Des activités complémentaires peuvent être entreprises par l'entremise des organisations du secteur non marchand.
§ 2. Les activités par projets consiste en des activités de sensibilisation impliquant au moins une campagne par an, des cours, un centre de documentation, des publications, des aides et du matériel didactique;
§ 3. Les activités s'inscrivent dans le cadre d'un plan de projet dans lequel l'organisation mentionne pour chaque élément des indicateurs de résultat. Le plan de projet est établi pour les deux exercices et indique par exercice les réalisations envisagées et les incidences financières connexes.
Art. 4. Het jaarlijkse maximumbedrag van de financiële ondersteuning is hoogstens gelijk aan het bedrag dat de aanvragende organisatie voorheen voor haar werking ontving op basis van het decreet van 19 april 1995 houdende een subsidieregeling voor diensten voor sociaal-cultureel werk voor volwassenen en houdende een wijziging van het decreet van 2 januari 1976 tot erkenning en subsidiëring van de Nederlandstalige koepelorganisaties voor beleidsvoorbereidend overleg in de sector van het sociaal-cultureel werk voor volwassenen.
Art. 4. Le plafond annuel de l'aide financière est au plus égal au montant que l'organisation demanderesse percevait pour ses activités sur la base du décret du 19 avril 1995 réglant l'octroi de subventions aux services d'animation socioculturelle des adultes et modifiant le décret du 2 janvier 1976 réglant l'agrément des superstructures de régime néerlandais du secteur de l'animation socioculturelle des adultes et l'octroi de subventions à ces organismes.
Art. 5. Voor de beoordeling van de projectplannen stelt de Vlaamse minister, bevoegd voor de Cultuur, een adviescommissie van deskundigen in.
Art. 5. Le Ministre flamand chargé de la Culture crée une commission consultative d'experts pour l'appréciation des plans de projet.
Art. 6. § 1. De aanvraag tot financiële ondersteuning wordt ingediend bij de afdeling Volksontwikkeling en Bibliotheken van de administratie Cultuur tegen 1 oktober 2001.
§ 2. Naast de documenten die aantonen dat de projectmatige werking voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2 en 3, geeft de organisatie in een projectplan en in een jaarlijkse begroting aan hoe het project concreet gerealiseerd zal worden. De dossiervorming heeft tevens betrekking op de projectmatige werking die voorafgaat aan de inwerkingtreding van dit besluit voor zover zij betrekking heeft op een periode na 1 januari 2001.
§ 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Cultuur, neemt een beslissing tegen 1 november 2001.
Art. 6. § 1er. La demande d'aide financière est adressée pour le 1er octobre 2001 à la Division de l'Education populaire et des Bibliothèques de l'Administration de la Culture.
§ 2. Outre les documents attestant que les activités par projets répondent aux conditions, énumérées aux articles 2 et 3, l'organisation indique dans un plan de projet et dans un budget annuel la réalisation concrète du projet. L'établissement du dossier porte également sur les activités précédant l'entrée en vigueur du présent arrêté, pour autant qu'il concerne la période après le 1er janvier 2001.
§ 3. Le Ministre flamand chargé de la Culture, prend une décision avant le 1er novembre 2001.
Art. 7. De uitkering van de financiële ondersteuning gebeurt door middel van een voorschot van 75 percent van het subsidiebedrag, vermeld in artikel 4. Het voorschot vereist een jaarplan en een begroting. Het saldo van 25 percent wordt uitbetaald na het indienen van het financieel verslag en van het werkingsverslag, waarin wordt aangetoond hoe de resultaatsindicatoren zijn bereikt.
Art. 7. L'octroi de l'aide financière s'opère par une avance à concurrence de 75 pour cent du montant de la subvention, mentionné à l'article 4. L'avance requiert un plan annuel et un budget. Le solde de 25 pour cent est liquidé suie à l'introduction du rapport financier et du rapport d'activité lequel fait apparaître comment les indicateurs de résultat sont atteints.
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2001.
Art. 8. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2001.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Cultuur, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 7 september 2001.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking,
B. ANCIAUX.
Art. 9. Le Ministre flamand qui a la Culture dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 7 septembre 2001.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
Le Ministre flamand de la Culture, de la Jeunesse, des Sports, des Affaires bruxelloises et de la Coopération au Développement,
B. ANCIAUX.