Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 MEI 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 en 20 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende de overuren (Overeenkomst geregistreerd op 9 juli 1999 onder het nummer 51343/CO/130).
Titre
10 MAI 1999. - Convention collective de travail des 10 et 20 mai 1999, conclue au sein de la Commission paritaire de l'imprimerie, des arts graphiques et des journaux, relative aux heures supplémentaires (Convention enregistrée le 9 juillet 1999 sous le numéro 51343/CO/130).
Dokumentinformationen
Numac: 2001A12242
Datum: 1999-05-10
Info du document
Numac: 2001A12242
Date: 1999-05-10
Inhoud
Tekst (6)
Texte (6)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 december 1998 betreffende de overuren, geregistreerd onder het nummer 49878/CO/130. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf en op de werknemers en werkneemsters hierna genoemd "werknemers", met uitsluiting van de werkgevers en/of de werknemers die onder de toepassing vallen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 1995, gesloten in het voornoemd paritair comité, tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden in de Belgische dagbladen, en neergelegd ter griffie van de Administratie van de collectieve arbeidsbetrekkingen onder het nummer 42115/CO/130.
Article 1. La présente convention collective de travail remplace la convention collective de travail du 17 décembre 1998 relative aux heures supplémentaires, enregistrée sous le numéro 49878/CO/130. La présente convention collective de travail s'applique aux entreprises ressortissant à la Commission paritaire de l'imprimerie, des arts graphiques et des journaux et aux travailleurs et travailleuses, dénommés ci-après "travailleurs", à l'exclusion des employeurs et/ou travailleurs tombant sous l'application de la convention collective de travail du 25 octobre 1995, conclue au sein de la commission paritaire précitée, fixant les conditions de travail dans les quotidiens belges, et enregistrée au greffe de l'Administration des relations collectives de travail sous le numéro 42115/CO/130.
HOOFDSTUK II. - Overuren.
CHAPITRE II. - Heures supplémentaires.
Art. 2. In toepassing van artikel 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971, komen de overuren die in de loop van een kwartaal werden gepresteerd en om redenen inherent aan de arbeidsorganisatie, niet kunnen worden gerecupereerd in de loop van het daaropvolgend kwartaal, in aanmerking voor uitbetaling na vaststelling door de vakbondsafvaardiging en in gemeenschappelijk akkoord met de betrokken werknemer.
Art. 2. En application de l'article 26bis de la loi sur le travail du 16 mars 1971, les heures supplémentaires effectuées dans le courant d'un trimestre, qui ne peuvent pas être récupérées dans le courant du trimestre suivant pour des raisons inhérentes à l'organisation du travail, entrent en ligne de compte pour être payées, après constatation par la délégation syndicale et d'un commun accord avec le travailleur concerné.
HOOFDSTUK III. - Toepassingsduur.
CHAPITRE III. - Dispositions finales.
Art. 3. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2000.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 april 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-04-02/54%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 april 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-04-02/54%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 3. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1999 et prend fin le 31 décembre 2000.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 2 avril 2001.
(Pour l'AR, voir %%2001-04-02/54%%)
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 2 avril 2001.
(Pour l'AR, voir %%2001-04-02/54%%)
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.