Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 JUNI 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 juli 1998 betreffende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de sector van de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen "Andere" (Overeenkomst geregistreerd op 8 mei 2000 onder het nummer 54840/CO/319).
Titre
24 JUIN 1999. - Convention collective de travail du 24 juin 1999, conclue au sein de la Commission paritaire des maisons d'éducation et d'hébergement, modifiant la convention collective de travail du 17 juillet 1998 relative aux mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur des maisons d'éducation et d'hébergement "Autres" (Convention enregistrée le 8 mai 2000 sous le numéro 54840/CO/319).
Dokumentinformationen
Tekst (9)
Texte (9)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werknemers en de werkgevers van de inrichtingen en diensten die tot een andere sector behoren dan die van de gehandicapten, jeugdzorg en kinderdagverblijven, onthaalcentra en moedertehuizen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en die erkend en/of gesubsidieerd zijn door het Waals Gewest en de Franse gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  Onder "werknemers" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden verstaan en de werklieden en werksters.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux travailleurs et aux employeurs des établissements et services qui relèvent du secteur autre que handicapés, aide à la jeunesse et centre d'accueil, pouponnières et maisons maternelles, qui ressortissent à la Commission paritaire des maisons d'éducation et d'hébergement agréés et/ou subventionnés par la Région wallonne et la Commission communautaire française de la Région de Bruxelles-Capitale.
  Par "travailleurs" on entend les employées et employés et les ouvrières et les ouvriers.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen.
CHAPITRE II. - Modifications.
Art.2. Artikel 11 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 juli 1998 betreffende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de sector van de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen "andere" wordt als volgt aangevuld :
  " Vanaf 1 januari 1999 wordt voor de berekening van de netto aangroei van het aantal werknemers, het maximum bedrag per kwartaal dat gelijkstaat met de aanwerving van een bijkomend werknemer, voltijds equivalent, vastgelegd op het bedrag bepaald in het koninklijk besluit van 5 februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector. ".
Art.2. L'article 11 de la convention collective de travail du 17 juillet 1998 relative aux mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur des maisons d'éducation et d'hébergement "autres" est complété par :
  " A partir du 1er janvier 1999, pour le calcul de l'accroissement net du nombre de travailleurs, le montant par trimestre correspondant à l'embauche d'un travailleur supplémentaire équivalent à un temps plein est fixé au maximum au montant prévu par l'arrêté royal du 5 février 1997 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand. ".
Art.3. Artikel 12 van voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst wordt vervangen door :
  " Art. 12. Wordt niet beschouwd als nieuw aangeworven werknemer, de werknemer bedoeld in artikel 4, § 2 van bovenvermeld koninklijk besluit van 5 februari 1997. ".
Art.3. L'article 12 de la convention collective de travail précitée est remplacé par :
  " Art. 12. N'est pas considéré comme travailleur nouvellement embauché, le travailleur visé à l'article 4, § 2 de l'arrêté royal du 5 février 1997 susmentionné. ".
Art.4. Artikel 18 van voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst wordt als volgt aangevuld :
  " Voor de aanwervingen die gebeuren na 30 juni 1999 zullen de betrekkingen worden toegewezen met het oog op het verminderen van de arbeidslast zodanig dat :
  - de lastigheid wordt verminderd;
  - de intensiteit en de kwaliteit van alle diensten wordt verbeterd en het comfort van de rechthebbenden wordt geoptimaliseerd;
  - een oplossing wordt geboden voor het probleem van de vervangingen bij te voorziene en te programmeren afwezigheden, zoals de afwezigheden voor vakbondsmandaten, de opleidingen, de officiële mandaten, enz. ".
Art.4. L'article 18 de la convention collective de travail précitée est complété par :
  " Pour les embauches effectuées après le 30 juin 1999, les emplois seront attribués en vue de réduire la charge de travail et ce de manière à :
  - réduire la pénibilité;
  - améliorer l'intensité et la qualité de tous les services et optimaliser le confort des bénéficiaires;
  - rencontrer la problématique des remplacements, des absences prévisibles et programmables telles que les absences pour mandats syndicaux, les formations, les mandats officiels, etc. ".
Art.5. Artikel 26 van voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst wordt als volgt aangevuld :
  " De arbeidsplaatsen die worden aangewend en gefinancierd op 30 juni 1999 worden eveneens gehandhaafd. ".
Art.5. L'article 26 de la convention collective de travail précitée est complété par :
  " Les emplois affectés et financés au 30 juin 1999 sont également maintenus. ".
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions finales.
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1999 en wordt gesloten voor onbepaalde tijd.
  Zij kan worden opgezegd door één van de ondertekenende partijen per aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen, mits een opzeggingstermijn van zes maanden in acht wordt genomen.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 29 maart 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-03-29/49%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 6. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1999 et est conclue pour une durée indéterminée.
  Elle peut être dénoncée par l'une des parties signataires par lettre recommandée adressée au président de la Commission paritaire des maisons d'éducation et d'hébergement, moyennant le respect d'un préavis de six mois.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 29 mars 2001.
  (Pour l'AR, voir %%2001-03-29/49%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX.